CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Boslandschap Rugdijk

Raadsvergadering 9 maart 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Omgevingsplan ‘ TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m, Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders'10.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Boslandschap Rugdijk Schetsontwerp Tilburg

‘Terug naar het boslandschap’

e n r

en

Jos van den Hurk - Landschapsadviseur 10 juli 2025 - concept ter bespreking In opdracht van: Gemeente Tilburg

e t in

a f g in g VOm in n a r m i g O m S e kin r t r e s t f e a rw t p e e c v n r o e c t t u p n (i

) e s

Titel

:

Boslandschap Rugdijk te Tilburg - Schetsontwerp

Document nr., versie

:

JvdH_Landschapsanalyse Rugdijk

Datum uitgave

:

10 juli 2025

Aantal pagina’s inclusief bijlage:

:

45

Naam en adres opdrachtgever : Gemeente Tilburg T.a.v. de heer M. Houter Postbus 90155 5000 TC Tilburg Samenstelling Akkoord voor uitgave:

:

Jos van den Hurk

:

Jos van den Hurk

Paraaf :

JvdH

© Jos van den Hurk - Landschapsadviseur Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Jos van den Hurk Landschapsadviseur, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enige andere werk dan waarvoor het is vervaardigd. Ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven onder nr. KVK 92406300

Burgemeeste Michelsstraat 2a 5591EM Heeze 06 25060785 De auteurs hebben hun best gedaan om de bronnen en rechthebbenden van het beeldmateriaal en de teksten te achterhalen. Mocht u aanvullingen hierop hebben, dan kunt u contact opnemen met bovenstaande.

Inhoudsopgave

3 Boslandschap Tilburg

1. Aanleiding en doel

4

2. Onderzoeksgebied

6

3. Bodem en landschappen

13

4. Hoogte en relief

20

5. Waterhuishouding

23

6. Groen en ecologie

26

7. Ontwerpuitgangspunten

28

8. Schetsontwerp en visie

30

juli 2025

1. AANLEIDING EN DOEL De gemeente Tilburg ontwikkelt ten noordoosten van Tilburg het ‘Water- en Klimaatlandschap Pauwels’. Met de inrichting van Pauwels zet de gemeente Tilburg in op een integrale, systeemgerichte aanpak op weg naar een duurzaam watersysteem in en rond de stad. Belangrijke onderdelen van Water- en Klimaatlandschap zijn de realisatie van waterberging, het inrichten van nieuwe natuur en bos, de transitie richting biologische landbouw en het ontwikkelen van mogelijkheden voor recreatief medegebruik direct tegen de stad. De gemeente heeft de ontwikkeling van Water- en Klimaatlandschap Pauwels in verschillende deelgebieden opgeknipt. Eén van die deelgebieden is deelgebied Zwaluwenbunders. De gemeente bezit binnen Zwaluwenbunders een groot stuk aaneengesloten grond. De gemeente is voornemens de hydrologie, bos, natuur- en landschapswaarden als belangrijk onderdeel van Water- en Klimaatlandschap Pauwels te herstellen: de inrichting van ‘Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders’. Zwaluwenbunders is gelegen tussen de bebouwde kom van Tilburg en natuurgebied De Brand. Op dit moment kent dit gebied een landbouwkundig gebruik. Door de specifieke abiotische omstandigheden liggen zijn er goede kansen om hoogwaardige natuur te ontwikkelen.

Daarnaast biedt de ligging van Zwaluwenbunders ten opzichte van Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen, Leemkuilen & De Brand en de directe hydrologische relatie met het moerasgebied De Brand uitstekende mogelijkheden om via omvormings- en herstelmaatregelen, de ecologische kwaliteiten binnen Natura 2000 te vergroten. Door de omvorming van bijna 100 hectare intensieve landbouwgronden naar natuur, bos en natuurinclusieve landbouw wordt een afname van stikstofdepositie op de binnen het Natura2000gebied Loonse en Drunense Duinen, Leemkuilen & De Brand aanwezige stikstofgevoelige habitats,

juli 2025

Boslandschap Tilburg

zoals stuifzanden, stuifzandheiden, droge heiden en zwak gebufferde vennen, gerealiseerd. Doordat Zwaluwenbunders op korte afstand en bovendien ten zuidwesten (dominante windrichting) van het Natura 2000 gebied liggen is de te verwachten afname significant. Ten zuiden van de Burgemeester Bechtweg zijn de contouren getekend voor een boslandgoed, het ‘Kransbos’, met een stevige boskern vergelijkbaar met de schaal van het Hazennest. De contouren van het boslandgoed zijn gebaseerd op de oude kransakkers die hier te vinden waren: een groot bos complex als één geheel, met een of meerdere kamers daarbinnen. In totaal is gepland om iets meer dan 20 hectare bos aan te planten binnen het klimaatlandgoed Zwaluwenbunders ten zuiden van de Burgemeester Bechtweg. Voor deze subsidie wordt vanwege het beschikbare budget voor 14,5 hectare aaneensluitende boscompensatie aangevraagd. De bossen en bosjes in Zwaluwenbunders zullen overwinteringshabitats vormen voor de kamsalamander. Andere doelsoorten en meelifters zijn boomkikker, spotvogel, middelste bonte specht, kleine ijsvogelvlinder en grauwe vliegenvanger. Daarnaast dragen de bosjes bij aan het ontwikkelen van een aantrekkelijk recreatief landschap in Zwaluwenbunders dat onder andere hierdoor de recreatiedruk van de Loonse en Drunense Duinen kan verminderen.

Ontwerper Timo Cents heeft een ontwerpschets gemaakt van een sterrebos op basis van VO raamwerk HNS. Een knipoog naar de grotendeels verdwenen sterrebossen welke rond Tilburg en in heel Nederland te vinden waren. De Oude Warande is een goed bewaard gebleven sterrebos in Tilburg. Deze schets vormt de aanzet om dit concept verder te ontwikkelen tot een kwalitatief boslandschap. Om te komen tot een kwalitatief en beheerbaar bos met de allure van een sterrebos is een grondige landschapsanalyse nodig op gebied van het fysieke landschap, beleid en historie. Deze landschapsanalyse bevat de benodigde data om dit beoogde sterrebos in te passen en uit te werken tot een concreet ontwerp. Veel leesplezier met het verhaal over een ontgonnen landschap met een belangrijke rol in de vergroening van het buitengebied van Tilburg.

5 Boslandschap Tilburg

juli 2025

2. ONDERZOEKSGEBIED Voor deze studie hebben we een onderzoeksgebied bepaald. Dit betreft de beoogde percelen en directe context hieromheen. Het projectgebied is grofweg begrenst door de Burgemeester Bechtweg, Rugdijk en bebouwing met groenzone van Gamma en Natuurlijk Tilburg, Vlashoflaan en Hazennest-West. Het gebied kent vooral restanten van oude akkercomplexen, enkele opgaande groenstructuren, oude wegstructuren met lintbebouwing en rondom moderne grote infrastructuren en woonwijken. Het gebied oogt wat verrommelt door de hoogspanningsmasten en relatief kolossale gebouwen van de huisvesting arbeidsmigranten / Labour hotel Tilburg en het complex van Gamma en Natuurlijk Tilburg. Het gebied is door de aanleg van de Burgemeester Bechtweg N261 een soort tussengebied geworden. Van oorsprong liep dit oudere landschap over naar het heideontginningslandschap ten noordoosten. Een overgang welke in heel Brabant veel te vinden is in het cultuurhistorische Brabantse ‘drieluik’ van beekdalen-akkercomplexen-heidegebieden.

Boslandschap Rugdijk

Legenda BRK Perceel onroerende zaak

Eigen percelen Eigendom zonder erfpacht Eigendom met erfpacht

Gemaakt door: Gemeente Tilburg Gemaakt op:

Studiegebied binnen gemeente Tilburg

26-02-2025

Esri Nederland, Community Maps Contributors | Gemeente Tilburg

6 Boslandschap Tilburg

Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend© 2024 Alle rechten voorbehouden

Studiegebied binnen context Tlburg-noord

juli 2025

Raakvlakken: HSM Het onderzoeksgebied kent elementen en bestemmingen welke een sterke invloed hebben op de ontwikkeling en afwegingen in dit gebied: de raakvlakken. Een van de meest opvallende zijn de 380kV en 150 kV hoogspanningstracés van Tennet. Dit loopt aan de noord en zuidzijde over het projectgebied heen en heeft grote invloed en beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen. De standaardregel bij dit type HSM 380kV is dat er een belemmerde strook is, waarin geen opgaande beplanting mag staan. In dit geval is deze strook zo’n 53m breed. HSM Tennet > 380 kV, 39m (breedte kabels) + 14m = 53m strook geen opgaande beplanting Tennet kent 3 zones: zone 1 – geen opgaande beplanting, zone 2 – opgaande beplanting toegestaan onder voorwaarden als de boomkroon in zone 1 valt, zone 3 opgaande beplanting is toegestaan mits deze niet in zone 1 raken bij omvallen. Volgens bestemmingsplan: De voor Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse 380 KV- of 150 KV- hoogspanningsverbinding, met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van het transport van elektriciteit en een belemmeringenstrook van: 39 m ter weerszijden van de as van de 380 KV – hoogspanningsverbinding (=78m)

380 kV trace - 78m strook

juli 2025

150 kV trace - te vervallen over 2 jaar

Boslandschap Tilburg

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

P

A4

P

Verklaring

P

271 P

P

P

P

Aanbrengen asfalt kleur zwart; - Deklaag AC 8 surf, kleur zwart, dikte 30mm, met 30% witte steenslag, na aanbrengen te planeren. - Onderlaag ACC 22 base OL-A, dikte 60mm

P

A

P

A

P P

P

Betontegels afm. 200x200x80mm, kleur grijs in halfsteensverband

P

P

P

A4

Bestaande betonstraatstenen, keiformaat, elleboogverband, kleur grijs

P

272

P

P

P

Herstraten bestaande betonstraatstenen, keiformaat, elleboogverband, kleur grijs

R=23.00

P

B P

12,75

P

P

P

P

12,75 R=20.00

P

P

P P

B

Opsluitband 150x250 mm

12,79

In te zaaien gras; Tilburg kruidenmengsel1 In de toekomst kunnen in deze strook bomen geplant worden

P

P

P

P

P

P

P

Lijn markering 0.30 - 2.70

P

P

P

P

P 12,99

P

P

.00

Afschot

Bestaande bomen

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

0 R=9.0

P

A

E

Dwarsprofiel

P

P

P

P

A R=47.00

P

P

A

P

B06

Te plaatsen verkeersbord B06

P

P

P

Te plaatsen verkeersbord G11

P

P

P

P

P

R=50.00

P

P

P

P

Aansluitende hoogtes in het werk te controleren

P

F

8 13,0

P

P P

R=50 .00

P

P

6 B0

P

.00 R=12

P

P

2

13,1

P

P

P P

P

P

P

8

13,0

P

P

P

4

B

P

13,P04

13,0

P

P

P

P

P

13,08

12,80

Inrit

P

P

D

Ontwerphoogte

12,75

5

P

P

P

klk

P

5

9

12,7

P

P

P

13,04

P

P

P

P

Aanbregen kanalisatiestreep t.p.v. oversteek fietspad 12,7 12,7

P

P

P

12,84

R=20.00

A

P

E

273

P P

00 P 13, P

P

P

P

P

P

P

P

P

13,04

P

12,75

.00

P

12,80

3.00

P

P

R=20

1.00

P

3.00

13,00

P

P

P

P

A4

P P

R=17.00

P

P

P

P

12,79

R=47

P

P

P

P

P

12,75

P

B

P

P

P

P

12,95

P

P

P

.00 R=17

P

P

13,00

R=20.00

13,04

P

D

C

Haaientanden

P

P

12,95

13,00

P

P

P

an

P

P

P

P

fl a

Herstraten betonstraatstenen keiformaat in elleboogverband

P

P

P

ho

P

Geleiders volgens Norm-810005, breedte 0,60 m

P

as Vl

R=23.00

C

P

P

P

P

P

P

klk

P

P

Perceelsgrens

P

P

P

P

1

P

P

P

P

P

P

P

P

P

G

P

P

P

P

P

P

P

specificaties op te vragen bij Kruidhoeck

G

P

P

klk

F

Werkgrens

P

P

Deel 1

P

A3

P P

P

452

P

sho

P

P

flaa

P

A3

H

453

P

P

n

Deel 1 Schaal 1:200

H

P

Vla

ri

Deel 2

P

P

P

klk

P

P P

P

P

J

J P P

Bunde

P

P

P

rsestr

P

P

P P

K

P

aat

P

K

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

L

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

L

PP

P

Aansluitende hoogtes in het werk te controleren P

PP

Diameter duiker n.t.b.

P

P

M

M

P P

1.00

12,75 12,79 12,75

12,10

P

12,79 12,75

12,14

1.60

P

P

3.00

P

12,10

N

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

R=50.00

N

1.60

12,75

P

12,75 12,79

P

13

12,75

P

Hoogtes greppel in het werk te bepalen

P

R=47.00

P

A 11

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

Deel 1

P

B06

P

P

P

Deel 2 P P

88

P

-+R1TDB+-

-+R0TDB+-

PSCHU PSCHU

-+L1PSCHU+-

-+L0PSCHU+-

Par.

Q Schoolstraat 8, 6049 BN Herten Postbus 14, 6040 AA Roermon

P Hintham 152-E, 5246 AK Rosmalen Postbus 2309, 5202 CH 's-Hertogenbosch

Gemeente Tilburg P

P

P

straat

TIL091 A0-841x1680

P

P

TDB TDB

Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie

Situatietekening

P

P

-+C0KVDK+-

Fietspad Bundersestraat

R

2024-2226

P

1: 200

P

m

P

P

P

P

P

Omschrijving

-+C1KVDK+-

P 4

8

12

16

20

P

P

1

P

P

P

P

12

P

KVDK KVDK

P

Bunderse

P

Deel 2 Schaal 1:200

Versie Datum

P

P

A 11

05-12-2024 Aanpassingen na opmerkingen OG 06-11-2024

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

Raakvlak: Nieuw fietspad en persleiding Ten zuiden van het projectgebied is een nieuw fietspad en persleiding ontworpen, tussen de Bundersestraat en Vlashoflaan. Dit wordt een asfalt fietspad met grasbermen. “Fietspad Bundersestraat” Dit is het eerste fietspad dat wordt aangelegd. Het is een recreatieve verbinding binnen de grotere ontwikkeling in Landschap Pauwels en verbindt de Bundersestraat met de Vlashoflaan. In de toekomst worden meer fietspaden aangelegd, om Landschap Pauwels aantrekkelijk te maken voor fietsers en wandelaars in Tilburg. Het fietspad wordt ook gerealiseerd om een veiliger alternatief te bieden voor juli 2025

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

P:\prj100\TIL\091\2_Werk\Ontwerp\Besteksontwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\2024-2226 Situatietekening.dwg

P

P

A 36

Q

R

1 0

34

fietsers van de Bundersestraat naar Noord. Langs het fietspad Bundersestraat komen groenstroken en beplanting. Die dragen bij aan de ecologische waarde van het gebied. De planning is om na de zomer van 2025 te starten de uitvoering van dit project.

Boslandschap Tilburg

Inpassing vanaf Bundersestraat

Raakvlak: Landschappelijke inpassing tuincentrum en bouwmarkt te Rugdijk (gerealiseerd) Aan de Bundersestraat is een landschappelijke inpasing gerealiseerd in het kader van de ontwikkeling van het tuincentrum en bouwmarkt. Dit is gerealiseerd en in ontwikkelfase. De inpassing bestaat uit natuuroevers en groensingels / struwelen. 9 Boslandschap Tilburg

juli 2025

Historische Meierij regio > gehele onderzoeksgebied Uit: Structuurvisie Ruimtelijke Ordening provincie Noord-Brabant NAAM REGIO: CHW_CODE: LIGGING:

Meierij REME Brabant van het zand

ONTWIKKELING: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio.; 2.De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”.; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. CULTUURHISTORISCH BELANG: De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt.

ESTETHISCH ASPECT: In de regio liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang:;Groene Woud ;Beerse en Baardwijkse Overlaat (gedeeltelijk) ;Loonse en Drunense Duinen;Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (gedeeltelijk).;Dragende structuren in de regio zijn:;De oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden;De dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen;De woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen;De kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen;De populieren;De Zuid-Willemsvaart BESCHRIJVING: De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van ‘s-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning.

De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen van het bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense 10 Boslandschap Tilburg

duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting. De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa’s, vooral in de omgeving van ‘s-Hertogenbosch. Een voorbeeld van een oud landgoed is ‘t Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst.

In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de ‘woeste gronden’, de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van ‘’’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan.

Contrast tussen besloten randen met opgaand groen en de open akkers

juli 2025

Historische elementen

Uit: Verordening provincie Noord-Brabant OBJECTCODE: RT-HG-31 CHW_CODE: G906 ONDERDEEL: Bos Hemeltjens, Hazennest, Berkel-Enschot GEMEENTE: Tilburg WAARDE: hoog KARAKTERISTIEK: Loofbossen in een uitgestrekt agrarisch gebied beplant met eik, beuk, grove den, wilde lijsterbes, berk en sporkehout, merendeels uit 1904-1920 . Historische geografie: historische ontwikkeling van het landschap, elementen en patronen met waarde, relicten vanuit verleden deels verdwenen. In dit onderzoeksgebied betreft de aangegeven historische geografie enkele oude hoofdwegen, welke nog aanwezig zijn als moderne verharde wegen. De opvallende oranje lijn over de akker is een oud zandpad wat tot zo’n 20 jaar geleden verdwenen is. Enkel de grens tussen 2 kadastrale percelen en een zeer ondiepe greppel herinnert aan dit element. Bundersestraat - een zeer oude ontsluitingsweg tussen gehuchten en buitengebied

historische geografie: oranje = lijn hoge waarde, geel = redelijk hoge waarde

cultuurhistorisch waardevol gebied prov. NB. belang

historische stedenbouw Herdgang De Schans, hoge waarde prov. NB. juli 2025

historisch groen cult.hist. Waardenkaart prov. NB.

Kadastrale grens tussen percelen

Boslandschap Tilburg

Kaart 1900 met locatie van foto

In de bomenrijen en bosjes rondom zijn oude relicten te vinden vanuit de periode dat de akkers omgeven waren door houtsingels. Deze zomereik op de hoek van het perceel met volkstuinen stond oorspronkelijk in een doorlopende houtsingel samen met de zomereiken op de achtergrond. Van belang is het om deze vrij uitgegroeide bomen niet ‘in te pakken’ met bos, ter voorkomen van ongewenste concurrentie en uitval.

12 Boslandschap Tilburg

juli 2025

3. Bodem & landschappen

cHn23

Zandlandschap

De gehele gemeente Tilburg ligt in het Brabantse zandlandschap. Dit zandlandschap bestaat uit een licht glooiende vlakte met veel ondiepe laagten en flauwe ruggen. De vlakte wordt doorsneden door enkele vergraven laaglandbeken, zoals de Oude Leij, Donge en Zandleij. Op sommige plekken liggen hogere dekzandheuvels. Ten noordoosten en westen van Tilburg ligt het maaiveld een stuk lager. Dit was voorheen nattere woeste grond.

zEZ23

Hn21

Zand is een lichte grondsoort en in Nederland afkomstig van kwartsgesteente, dat weinig voedingsstoffen bevat. Het bestaat uit tamelijke grote steentjes met weinig samenhang. Zandgronden zijn veelal oudere gronden en komt meestal voor als sediment, hetgeen wil zeggen dat het zand is vervoerd door water of wind. Zo zijn van zand; duinen, stranden, woestijnen en rivierbeddingen ontstaan. De korrels zijn meestal afbraakmateriaal van gesteenten, maar kunnen ook van organische afkomst zijn (schelpen, koraal). Ze maken ongeveer 40% van het Nederlandse grondoppervlakte uit. De gemeente Tilburg maakt onderdeel uit van de Centrale Slenk ik Brabant, een verzonken deel van de aardkorst tussen de Gilze-Rijenbreuk in het westen en Peelrandbreuk in het oosten. Deze slenk bestaat uit dekzand en beekdalgronden. Het dekzand is vooral door windverplaatsing afgezet in het Laat-Pleistoceen en Holoceen, op het einde van de laatste IJstijd en daarna, circa 10.000 jaar geleden. Door waterwerking van smeltwater en hemelwater zijn de dalvormige laagten ontstaan. Hierin zijn later de beken en waterlopen zoals de Oude Leij en Zandleij gaan stromen. In deze dalen bestaat de bodem uit fijn zand en leem en plaatselijk veen.

zEZ23

cHn23 Bodemkaart Pdok - grotere eenheden

Het dekzand bestaat plaatselijk uit landduintjes met veel reliëf, zoals op de Loonse en Drunense Duinen goed te zien is. Het eeuwenlange systeem van potstalbemesting resulteerde in akkers met hoge zwarte enkeerdgronden en graslanden met lage enkeerdgronden, welke oorspronkelijk in de Middeleeuwen ontstaan zijn. Deze hoge zwarte eerdgronden hebben een humeuze deklaag van 60-120cm of dikker en zijn te o.a. te vinden in de beoogde percelen. In het onderzoeksgebied zijn de volgende bodemtypen te onderscheiden: zEZ23 hoge zwarte enkeerdgronden, lemig fijn zand > oude akkergronden Hn23 veldpodzolgronden, lemig fijn zand > oude heide- of woeste gronden cHn23 laarpodzolgronden, lemig fijn zand > relatief natte akkergronden

Agrarische functie

Vanuit de tuinbouw gezien heeft zandgrond de volgende voordelen: Zand warmt in het voorjaar snel op, is gemakkelijk te bewerken en goed doorlatend voor water en lucht. De keerzijde van deze bodem is: het droogt snel uit en bevat van zichzelf weinig voedsel en houdt toegevoegde voedingsstoffen ook slecht vast door uitspoeling en de lage pH. De relatief makkelijk te bewerken zandbodem zorgt ervoor dat de vochthoudendheid makkelijk te verbeteren is met organische stof. Vandaar dat deze bodems na de winter worden bewerkt en bemest. In Brabant wisten de boeren de productiviteit van de bodem zelfs hoger te krijgen dan op de vruchtbare Vlaamse zeekleipolders. Dit door de intensieve landbewerking, goed afwateren en het bemesten met plaggen. juli 2025

Detail bodemkaart Stiboka jaren 40-50 Bodemdata.nl

Boslandschap Tilburg

Bodemonderzoek - handboor

Boorpunt 4: 120cm diep, 0-60 donker bruin zand, 60-100 donker roodbruin zand, 100-120 wit lemig zand (hoge zwarte enkeerdgrond) Boorpunt 8: 100cm diep, 0-40 donker bruin zand, 40-90 grof licht / wit zand, 90-100 gele leem (lage enkeerdgrond)

zEZ23 5

6 Hn21

4 3

10

7

2 1

8

11

9 cHn23

Boorpunt 5: 100cm diep, 0-60 donker bruin zand, 6080 donker roodbruin zand, 80-100 wit lemig zand (hoge zwarte enkeerdgrond)

Boorpunt 9: 100cm diep, 0-50 donker bruin zand (zeer vast), 50-100 geel fijn zand (lage enkeerdgrond)

Boorpunt 1: 120cm diep, 0-70 licht bruin zand, 70-120 donker lemig zand moerig met houtresten (hoge enkeerdgrond)

Boorpunt 6: 100cm diep, 0-40 donker bruin zand, 4080 lemig wit zand, 80-100 grof zand en leem (overgang hoge naar lage enkeerdgrond)

Boorpunt 2: 120cm diep, 0-60 donker bruin zand, 60-120 licht bruin tot wit lemig zand (overgang hoge naar lage enkeerdgrond)

Boorpunt 10: 120cm diep, 0-70 donker bruin zand, 70-90 zwart lemig zand, 90-120 gele leem (hoge enkeerdgrond)

Boorpunt 7: 120cm diep, 0-80 donker bruin zand, 80-100 roodbruin zand, 100-120 leem (hoge zwarte enkeerdgrond) Boorpunt 11: 100cm diep, 0-70 donker bruin zand, 70-100 wit lemig zand (hoge enkeerdgrond)

Boorpunt 3: 120cm diep, 0-80 donker bruin zand, 80-120 lemig fijn wit zand (hoge enkeerdgrond)

14 Boslandschap Tilburg

juli 2025

M93 - Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie, landvormgroep: vlakte

L51 - Dekzandwelvingen, landvormgroep: heuvels, ruggen en welvingen met bijbehorende vlakten en laagten > laaggelegen zwak golvend relief ontstaan door erosie en afzetting door de wind, met oud bouwlanddek

L54 - Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten, landvormgroep: heuvels, ruggen en welvingen met bijbehorende vlakten en laagten, door wind afgezet

M53 - Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of loss, landvormgroep: vlakte

B53 - Dekzandrug, landvormgroep: geisoleerde heuvels en heuvelruggen > door de wind gevormd en met flauwe hellingen, zuidwest-noordoost orientatie, met oud bouwlanddek

Geomorfologische kaart Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met contouren onderzoeksgebied en Aardkundig beschermd gebied en specifieke legenda

juli 2025

Boslandschap Tilburg

Grondbooronderzoek op dekzandrug - oude akkergrond > de donkere bovengrond is dunner dan verwacht, wat te relateren is aan deels egaliseren van de akkers in het verleden voor tijdelijke woningen asielzoekers en agrarische activiteit.

16 Boslandschap Tilburg

juli 2025

Kampenlandschap Rugdijk Op de topografische kaart zijn de kampenlandschappen snel te herkennen aan de kleinschalige onregelmatige en relatief chaotische structuur. De kampen liggen vaak als schil rond de oude bewoningskernen en in gemeente Tilburg vooral aan de noordoostzijde op de overgang van de lage nattere heideontginningen. In het veld zijn de kampen te herkennen aan de relatief hogere ligging met bolle maaiveld en donkerbruine tot zwarte mineraalrijke toplaag in de bodem. Van oorsprong werd de kleinschaligheid bepaald door de vele oude groenelementen en structuren rondom boerenerven en percelen. Deze percelen bestaan voornamelijk uit oude akkers, waaronder de kenmerkende bolle akkers en grotere akkercomplexen (akkers of essen) op de lagere dekzandruggen. De ouderdom van de akkers laat zien dat dit een van de oudste ontginningen zijn in gemeente Tilburg. Ontstaan De hogere delen, de dekzandkopjes of donken, in het reliëfrijke zandlandschap zijn ontstaan door het afzetten van zand door de wind tijdens de laatste ijstijd. In het open landschap had de wind vrij spel en werden grote hoeveelheden zand verplaatst en afgezet als glooiende laag. Als gevolg van deze windverplaatsing is de zandgrond voedselarm en droogtegevoelig. Door het warmere klimaat ontstond steeds dichtere vegetatie wat de bodem vasthield.

Het huidige glooiende reliëf in het landschap is dus grotendeels ontstaan tijdens de laatste ijstijd en niet als gevolg van erosie door beken. De hogere ligging zorgde voor veilige locaties waar gewoond kon worden tussen de vele beekdalen en moerassen, waar in tijden van piekafvoeren het hoogwater landgebruik en bewoning onmogelijk maakten. Brabant was in het verleden veel natter dan nu, door de waterafvoer via natuurlijk verloop

Ploegen met paard en ploeg (gemeente Someren, jaartal onbekend)

juli 2025

Percelen geprojecteerd op de kaart van 1900, voornamelijk kampontginningen op voormalige droge tot natte woeste gronden met bos en heide.

Aardappels rooien op de akkercomplexen rond 1944 (gemeente Someren)

Boslandschap Tilburg

en het ontbreken van het menselijke watersysteem. De zandbodem maakte bodembewerking met eenvoudige hulpmiddelen mogelijk, aangezien er enkel gewerkt werd met spierkracht van mens en dier. De verschillen in het landschap maakte het mogelijk om de voedingsstoffen te concentreren in de vorm van bemesting en de hoogteverschillen werden gebruikt om de risico’s van droogtegevoeligheid te minimaliseren. Al vanaf circa 700 n. Chr ontwikkelde de boeren het potstalsysteem. Een systeem wat zorgt voor een concentratie van voedingsstoffen op bepaalde locaties in het landschap, de akkers. De boeren hadden vee wat overdag graasde in de bossen en later heidegebieden en weides. Elke avond werd het vee ‘op stal’ gezet op een laag heidemaaisel en later heideplaggen, graskluiten en aangevuld met veenstrooisel, waarna de ontlasting door het trappen van de poten vermengd werd met de plaggen. De stallen raken steeds voller en het vee stond steeds hoger. De boer had ‘zijn schaapjes op het droge’. Deze manier van vee houden was voor de dieren zelf niet gezond. Zuurstofgebrek lag op de loer door de slechte ventilatie van de dichte stallen en de ammoniakdampen uit de natte mestlaag, waarin mest en urine samen kwamen. Ook het staan op de vochtige ondergrond is slecht voor de hoeven van schapen, waarbij het risico op infecties ontstaat.

Mochten dieren ziek worden of als gevolg van zuurstofgebrek moe en zwetend uit de stal komen, dan verwees men veelal naar de kwade bedoelingen van heksen. Die zouden de dieren stelen in de nacht om ze vervolgens op te jagen en hard te laten rennen. Het mengsel van plaggen en mest werd uit de stal gehaald en verspreid over de akkers als bemesting en grondverbetering. Door de aanwezigheid van zand in de plaggen en toegevoegd zand om de natte mest te behouden werden de akkers steeds een klein beetje hoger en boller. De akkers groeide gemiddeld met ongeveer 1 millimeter per jaar wat aangeeft hoe oud de huidige akkers zijn. Alhoewel er ook studies zijn die laten zien dat de opbouw vooral plaatsvond in de 19e eeuw. De dikke zwarte eerdlaag, bij Het Heike wel ruim 100 centimeter dik, laten een eeuwenlange bemesting zien. Deze eeuwenlange roofbouw van de omliggende bos en heidegebieden zorgde voor een grootschalige verschraling en uiteindelijk blootlegging van de oorspronkelijke stuifzanden. Door de behoefte aan meer en betere mest ging men over van veeteelt naar schapen. Schapen grazen vrijwel overal in het landschap en zorgde voor een teruguitgang van de bossen door het wegvreten van zaailingen en daarmee het ontstaan van uitgestrekte heidevelden (Zwaluwe Bunders) rond de kampenlandschappen en beekdalen.

Iedere boer had een aantal schapen die als nederzetting gezamenlijk door een herder of scheper als grote kudde gedreven werden. Een kudde kon wel uit 1000 schapen bestaan. Vaak was er een schapendreef of veestraat waardoor de schapen van de nederzetting naar het begrazingsgebied geleid werden. Zwaluwschestraat was zo’n dreef en vormde een verbinding vanuit Rugdijk en Schans richting de heide die rond 1900 bij de huidige N261 begon. Opvallend is dat uit historisch en geografisch onderzoek is gebleken dat de ophoging van de akkers geen geleidelijk proces was, maar soms sprongsgewijs met een piek van ophogen in 18e en 19e eeuw. De eerdlagen zijn vaak ook niet even dik op een akkercomplex, maar verbergen een oorspronkelijk oppervlak met veel meer reliëf dan wat zichtbaar is. De akkercomplexen zijn dus als het ware geëgaliseerd als geheel.

Sfeer op oude akkercomplexen in Brabant rond 1900

18 Boslandschap Tilburg

De kampen werden door boeren individueel gemaakt en hadden een grondgebruik afgestemd op het plaatselijke reliëf, bodemtype en de waterhuishouding. Zo ontstond veel afwisseling tussen onderlinge kampen. De landschappelijke term kamp staat voor een losliggend stuk land, meestal bouwland en meestal omgeven door wallen en/of heggen. Iedere omwalling was van een andere eigenaar. Gevolg van de heerschappij door de Franken was de Frankische erfgewoonte dat bij vererving het land werd verdeeld tussen alle zonen, met als gevolg de relatief chaotische verkaveling. juli 2025

Opvallend zijn de grotere akkercomplexen op de lagere ruggen in het landschap. De huidige akkers van de Rugdijk waren veel groter. Enkel het noordelijkste deel bestaat nog. De Zuiderkruisweg heeft dit akkercomplex doorsneden en de Heikant is als grootschalige woonwijk op het zuidelijke deel ontwikkeld. Hierbij zijn vrijwel alle oude verkavelingen en boerderijen met erven verdwenen. Deze akkercomplexen kenden vaak meerdere eigenaren en percelen. De perceelsscheidingen bestonden uit greppels, stroken en houtwallen en soms scheistenen, veldkeien of palen. Watergangen waren niet nodig door de hogere ligging en de bolling zorgde voor natuurlijke afwatering. De akkers spelen een belangrijke rol in het kampenlandschap en hebben onderlinge verschillen door de manier van aanleg. In Tilburg zien we enkel bolle akkers zonder duidelijke steilranden. De bolling is ontstaan door de manier van ophogen met materiaal uit de potstallen en ploegen met de opwerping naar het midden toe. Soms ontstaan ook steilranden door het ophogen tot de akkerrand en het verzamelen en plaggen van de omliggende gebieden rond de akkers. Rondom een akkercomplex lag naast de steilrand meestal een houtwal met een dichte gedoornde beplanting als vee- en wildkering. Dit was vooral rond Eindhoven veel te zien en in Someren.

Vaak werd de steilrand ingeplant en beheerd als hakhout met als primair doel dat de steilrand niet erodeerde. In oude pachtcontracten stond ook dat de instandhouding van deze beplanting verplicht was door pachter. Na stoppen van beheer zijn deze hakhoutranden deels doorgegroeid als volwassen soms meerstammige bomen met als basis de oude stobben. De ondergroei is door gebrek aan licht vaak verdwenen en enkel de bomen zijn overgebleven. De vele houtwallen, houtsingels en beplantte steilranden vormden een zeer gevarieerd en kleinschalig landschap. Van de oude houtsingels tussen de akkerpercelen is niets meer over. Deze zijn op de historische kaarten van 1850 tot de jaren 30 wel te zien. In het onderzoeksgebied liepen de zandwegen over de akkers, deze werden samen met de akkers opgehoogd. Ondanks dat de moderne infrastructuur het gebied en de padenstructuur heeft doorsneden is de hoofdpadenstructuur nog deels intact: Rugdijk ten noorden van Vlashoflaan, Hazenest-West, Bundersestraat. De boeren waren destijds grotendeels zelfvoorzienend en de akkers waren dus van levensbelang. Of een oogst rijk was of mislukte had grote gevolgen.

Op allerlei manieren werd geloof betrokken bij de akkers en werd Gods bescherming gevraagd tegen misoogsten en noodweer in de vorm van hagelkruizen, gedoopte palmtakjes, processies, rituele handelingen, ingraven van kostbare of religieuze voorwerpen, zoals medailles, munten, kruisbeeldjes van de rozenkrans. Meestal werden de voorwerpen op dezelfde plaats van de akker begraven. De boerderijen waren in de regel gemengde bedrijven, waar naast akkerbouw ook groenten, fruit en kruiden werden verbouwd, geriefhout werd geteeld, ander vee werd gehouden voor vlees, melk en eieren. Door de eeuwen heen veranderde het landschap door de verandering van teeltgewassen en de omvang van bedrijven. Zo bezat de helft van de boeren minder dan 1 hectare in het midden van de 16e eeuw. De mest werd zoveel mogelijk opgevangen en gebruikt als bemesting. Het veevoer bestond vooral uit stoppelgewassen als knollen, spurrie en rapenloof. Klaver werd gebruikt als stikstof leverende groenbemester en als veevoer voor herkauwers als koeien, schapen, geiten. Door het kruisen van specifieke rundveerassen welke een vettere melk gaven, kwam de boterproductie op. Een handel wat de boeren extra inkomsten gaf en producten die ook op de Antwerpse markt werden afgezet door zogenaamde boterkramers. Deze boterkramers kochten de boter op in de Kempen. Deze boterproductie hield aan tot in de 19e eeuw.

In de 17e eeuw werd er door boeren veel vlas geteeld voor de linnenproductie in België, soms hop voor juli 2025

de bierbrouwerijen en vanaf de 17e eeuw steeds meer boekweit. Ook was er in Brabant een enorme bijencultuur wat honing leverde en vooral was. Eind 18e eeuw kwam de aardappelteelt op, en richtte men zich op biggen- en hanenteelt. Sinds ongeveer 1850 veranderde het agrarische landschap snel. De intrede van kunstmest maakte het mogelijk om alle gewenste teelten overal in het landschap uit te voeren, met als gevolg dat de gemengde bedrijven steeds meer op elkaar gingen lijken. Rond 1900 daalde de houtprijs en kwam er steeds meer behoefte aan landbouwgrond. Dit in combinatie met de opkomst van prikkeldraad maakte de houtopstanden als perceelsgrenzen en hakhoutbeheer overbodig en economisch onaantrekkelijker. Veel landschapselementen werden uit het landschap verwijdert en ook het kampenlandschap verarmde vanaf de jaren 30 en werd eentoniger. Deze verarming kwam in versnelling door de Ruilverkavelingswet van 1924, wat resulteerde in een grootschalige herverkaveling van Brabant. In 1955 was al bijna de helft van Brabant herverkaveld en op sommige plekken bijna onherkenbaar veranderd. Het kampenlandschap is hier in Tilburg grotendeels ongeschonden uit gekomen en bezit nog grotendeels de onregelmatige kenmerkende structuren, al werden veel kleinere percelen samengevoegd tot groter aaneengesloten percelen ten behoeve van de groeiende boerenbedrijven.

Het grootste verlies van landschappelijke waarden en karakteristieken gebeurde door de grootschalige stadsuitbreidingen. Opvallend hierbij is dat de boszone aan de westzijde van Tilburg grotendeels is behouden. Gebruik De grootste verandering in het kampenlandschap was door de mechanisering en de hogere levensstandaard. Voor een redelijk inkomen werden bedrijven opgeschaald en richtten zich op monoculturen zoals mais. Kleinere boeren stopten en er kwamen andere functies ter plaatse van de voormalige boerderijen. Vooral het landelijk wonen is de laatste jaren in opkomst in de randzone rond Tilburg. Hier verrijzen grote woningen met ruime tuinen welke voorzien in de specifieke woningbehoefte. Een van de grootste ontwikkelingen en functieveranderingen was de ontwikkeling van de Heikant en Quirijnstok en de grote infrastructuren op de voormalige akkers, buurtschappen en lintbebouwingen. Het voordeel van deze gronden is de hogere ligging en relatief makkelijke ontwatering. Vaak zijn deze gronden vanuit het verleden al ontsloten vanuit de woonlinten en hoofdwegen. Veel van de oorspronkelijke zandpaden zijn verhard en liggen nog op de oorspronkelijke plek. Het restant van het kampenlandschap rond de Rugdijk is nog steeds relatief agrarisch met woonerven en bedrijven in allerlei vormen.

Moderne functies in het oorspronkelijk agrarische landschap

Boslandschap Tilburg

Enkeerdgronden

In het gebied komen zogenaamde lage en hoge zwarte enkeerdgronden voor. Beide zijn dit gronden met een humushoudende bovengrond. Deze bovengrond is door de mens gemaakt en word ook wel het esdek genoemd. Dit is het resultaat van eeuwenlange bemesting en bewerking, wat ruim 1000 jaar geleden begon in Brabant. De bemesting bestond uit mest wat een mengsel was van stalmest, huisafval, bosstrooisel en heideplaggen met zand. Lage enkeerdgronden zijn de laagstgelegen gronden met een hoge grondwaterstand, de hoge zwarte enkeerdgronden liggen hoger en droger en hebben een bijna zwarte bovengrond. In dit gebied zijn de lage enkeerdgronden het resultaat van het ophogen en bewerken van de oorspronkelijke beekeerdgronden, dit is natte humeuze grond met veen en ijzervlekken. Deze gronden zijn kennen in de regel een hoge archeologische verwachting door het eeuwenlange gebruik en doordat de hogere delen soms al in de prehistorie bewoond waren. In Someren zijn veel van deze akkercomplexen archeologisch onderzocht en daar is vanuit verschillende perioden veel gevonden in de vorm van bodemsporen en fysieke vondsten. Waarom worden op deze gronden zoveel vondsten gedaan? In het dekzandgebied is bijna elke dekzandrug afgedekt met een esdek. Dit esdek biedt bescherming aan eventuele archeologische resten uit de perioden voor de late middeleeuwen.

Deze resten zijn te verwachten aan de basis van het esdek en in de top van de onderliggende onderlaag of een oude cultuurlaag. De dikke ophooglaag beschermd de ondergrond tegen verstoring door grondbewerkingen zoals ploegen en egaliseren.

In het archeologiehuis in Someren is veel te zien van de vondsten en methoden van opgraven op de akkercomplexen

oude akkercomplexen

esdek ploegsporen op overgang

oud dekzand

Bodemonderzoek in Reek tijdens ruilverkavelingen jaren 70 - bodemprofiel hoge enkeerdgrond (Ton Cruijsen / BHIC)

20 Boslandschap Tilburg

Bevestiging van hoge zwarte enkeerdgrond door boring nummer 1 - 120cm dik esdek van grijs tot zwart humeus zand

juli 2025

4. Hoogte en relief

profiel 2

Het hoogteverloop in het onderzoeksgebied is tussen de 13.1 en 11.5+mNAP, waarbij de noordhoek van het akkercomplex het laagste ligt en de zuidhoek het hoogste. De percelen ten oosten van de Bundersestraat hebben en hoogte van 12.1 tot 11.5+mNAP en liggen duidelijk lager dan het akkercomplex. Dit was ruim 150 jaar geleden de grens tussen de hogere akkergronden en nattere woeste gronden. Het perceel bij het Hazennest ten zuiden van het akkercomplex heeft ook een bol maaiveld. Opvallende zijn de relatief laaggelegen percelen hier ten noorden van. Deze laten zien dat er per eigenaar een eigen beheer en landgebruik was wat resulteert in verschil in maaiveldhoogte en verloop. Het huidige gebruik van de akkers als maisakker en grasland heeft vermoedelijk geresulteerd in een deels egalisatie van het reliëf.

profiel 1

profiel 1

projectgebied

projectgebied

Bundersestraat

N261

13 mNAP+

12 mNAP+

11 mNAP+

10 mNAP+

0m

200m

profiel 2

400m

600m

projectgebied

800m

projectgebied

13 mNAP+

12 mNAP+

11 mNAP+

10 mNAP+

0m

21 Boslandschap Tilburg

200m

400m

600m

juli 2025

AHN 5 - duidelijke aftekening van de dekzandrug, overgang naar lagere gronden oosten en menselijke ingrepen in landschap

22 Boslandschap Tilburg

juli 2025

5. Waterhuishouding Water en het landschap van Tilburg, een onlosmakelijke relatie. Het landschap aan de noordoostzijde van Tilburg is grotendeels bepaald door de overgang van hogere gronden naar de lagere en meer nattere gronden tussen Loon op Zand en Udenhout. De hogere gronden dwingen het oppervlaktewater en grondwater richting noordoostelijke richting te stromen, waar de waterlopen uitstromen op het Afwateringskanaal ’s-HertogenboschDrongelen. Het onderzoeksgebied en omgeving valt binnen de regio Meijerij, welke bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond, zoals ten noordoosten van het onderzoeksgebied in de Leemputten. De meest bepalende natuurlijke barrière voor het water is de dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Deze grote en brede rug loopt in oostwestelijke richting en heeft een doorgang bij Den Bosch, waardoor de beken richting de Maas kunnen stromen vanuit het noordoosten van Tilburg en Eindhoven. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. Door het stagnerende water achter deze dekzandruggen kon het sediment bezinken en ontstonden de leemplateaus in Brabant.

De regio Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de

B-watergang naast akkers en Bundersestraat

Kasteelloop A-water

afwatering via sloten B-water afwatering via sloten B-water

projectgebied

Legger waterschap de Dommel - zuidoostelijke stroomrichting, overstromingsgebieden

23 Boslandschap Tilburg

Legger waterschap de Dommel - afwatering projectgebied

juli 2025

meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. De leggerkaart van waterschap De Dommel laat de vele grotendeels gegraven waterlopen, watergangen en sloten zien welke vanuit het onderzoeksgebied richting noordoosten lopen door het voormalige broekgebied / woeste grond. Deze volgen de natuurlijke stroomrichting en zijn tijdens de ontginning van dit gebied gegraven of vergraven in het geval van een natuurlijke beekloop. De beoogde percelen voor de bosontwikkeling grenzen aan zogenaamde B-watergangen, welke via natuurlijk verloop afstromen onder de N261 door richting de A-watergangen bij de Zwaluwsestraat en de Kraan. Er is geen drainage aanwezig in percelen volgens gemeente. Wat we zien in het onderzoeksgebied is een typische Brabantse situatie: akkers op de hogere dekzandruggen en heideontginningen op de voormalige woeste gronden. In dit geval natte woeste gronden. Heide en woeste gronden werden ook wel de ‘moeder van de akkers’ genoemd door het leveren van het organische materiaal in de vorm van plaggen en mest. De hogere akkers fungeren in het watersysteem als infiltratiegebied of inzijgingsgebied, waarbij de neerslag in de bodem zakt en ondergronds als grondwater richting het noordoosten stroomt.

De waterkwaliteit en kwantiteit wordt dus in grote mate bepaald door het gebruik van deze gronden: bemesting, pesticiden, drainage, bewatering. De waterlopen en beken voeren de neerslagoverschotten af. Dit overschot bereikt de waterloop en beek als neerslag, afstromend oppervlaktewater en uittredend grondwater. Het water is dus een verbindende factor door het gehele landschap, zowel oppervlakkig als ondergronds.

B-watergang naast akkers en Bundersestraat - drooggevallen

Effect hogere akkergronden op Klimaatlandgoed Pauwels - deelgebied Zwaluwenbunders De beoogde percelen binnen dit projectgebied fungeren als inzijgingsgebied, waarna het water ondergronds stroomt richting de Loonse en Drunense Duinen, Leemkuilen en De Brand. Het huidige grondgebruik en de omvorming naar bosgebied zal een positieve invloed hebben op de kwaliteit van dit grondwater. Door het bos inclusief bodem en strooisellaag optimaal te laten ontwikkelen, wordt ook kwantiteit van het infitrerende hemelwater hoger. Het hemelwater kan geheel infiltreren. De percelen hebben dus een belangrijke hydrologische rol binnen het functioneren van Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders en Landschapspark Pauwels.

I< Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders >>>

inzijgingsgebied = basis waterkwaliteit + kwantiteit Bundersestraat

N261

lokale kwel

juli 2025

Boslandschap Tilburg

Voorbeeld van ijzerrijke kwel in watergang naast hoger gelegen oud akkercomplex - referentie beekdal Groote Aa te Heeze

25 Boslandschap Tilburg

juli 2025

6. Groen en ecologie Landschap en ecologie vormen een onlosmakelijk geheel. Hoe groter de diversiteit in bodem, water, reliëf, groenelementen en beheer des te hoger de biodiversiteit. Het landschap kende tot ongeveer 90 jaar geleden een veel hogere diversiteit door de aanwezigheid van vele groenelementen en meer natuurlijker en kleinschaliger beheer van het landschap. Door herinrichting, ontginningen en ruilverkaveling is een groot deel van deze diversiteit verloren gegaan. Wat nu rest is een modern Brabants landschap wat door ontginning en ontwatering gebruikt kan worden naar huidige behoeften. Kijken we binnen het onderzoeksgebied dan vinden we vooral monotone graslanden en akkers, smalle watergangen, erfbeplantingen en relatief jonge bosaanplant op kleine schaal. De struwelen met bramen en veel structuur tussen projectgebied en Gamma vormen een relatief structuurrijk groen gebied, terwijl de inpassing van het tuincentrum en Gamma nog moet ontwikkelen. De flora en fauna waarnemingen van de afgelopen 5 jaar laten dan ook vooral algemene soorten zien.

Op waarneming.nl staan de volgende soorten in het onderzoeksgebied: o Grote bonte specht o Wolfspin o Wilde peen o Ruwe berk o Hondsdraf o Vink o Ooievaar o Grote brandnetel o Houtduif o Ekster o Bont zandoogje o Gewone slobkousbij o Kleine bijvlieg o Dagpauwoog o Grasmus o Zwarte roodstaart o Vosje o Bruine kikker o waterschorpioen

Binnen dit onderzoeksgebied is het goed om vooral de potenties van de beoogde gebieden te beschouwen. Akkercomplex: o ruim 14 hectare aaneengesloten grond o aanwezige glooiingen en reliëf o aansluiting bij bestaande groenstructuren rondom o gradiënt van droog naar nat aanwezig o esdeklaag aanwezig, oude organisch bemeste bodem Percelen naast N261: o ruim 4 hectare aaneengesloten grond o watergangen rondom o restant rabattenstructuur zuidhoek o aanwezige groenstructuur op centraal erf o historisch oud groen aan overzijde van N261 zuidelijke perceel: o ruim 1,3 hectare aaneengesloten grond o groenstructuren en bosjes rondom o hoogteverschil tot een meter met laaggelegen percelen ten noorden

De grootste ‘leegte’ in dit landschap is het akkercomplex waar vooral mais en aardappelen op worden geteeld. Een monocultuur met relatief zware belasting van het milieu en weinig ecologische meerwaarde. Bij de ontwikkeling van het bosgebied liggen hier de grootste potenties voor een opwaardering van de biodiversiteit en waterhuishouding. Een aanbeveling hierbij is het behouden van de aanwezige groenstructuren en relicten. Aanwezige structuren van bosjes en bomensingels vormen netwerk door het landschap voor flora en fauna

juli 2025

Boslandschap Tilburg

1. Gemengd loofbosje

3. Laanstructuur Vlashoflaan

2. Boomsingel en uitgegroeide knoteik

4. Houtsingel en gemengd loofbos

7

8

9

10 6

5. Erfbeplantingen Bundersestraat 38 & 40

2

5

1

3

7. Struweel en houtsingels (LIP tuincentrum)

4 11

12

6. Houtsingel naast N261

9. 2 Oude zomereiken

27 Boslandschap Tilburg

belangrijkste groenelementen en structuren in onderzoeksgebied

10. Gemengde beplanting grens erven Rugdijk

8. Struweel en ruigte

11. Solitaire zomereik Bundersestraat

12. Bosgebiedje ten oosten van N261

juli 2025

7. Ontwerpuitgangspunten

Historische Meierij regio •

De conclusies van deze analyse zijn hier weergegeven als ontwerpuitgangspunten, deze zijn aangevuld met eisen en afspraken vanuit het projectplan, de raakvlakken en belanghebbenden. Op basis van deze ontwerpuitgangspunten wordt het boslandschap ontworpen en ingepast in het landschap.

Water- en Klimaatpark Pauwels – deelgebied Zwaluwenbunders • • • • •

bijdragen aan integrale systeemgerichte aanpak duurzaam watersysteem inrichtingen nieuwe natuur inclusief bos met recreatief medegebruik bijdragen aan vergroting van ecologische kwaliteiten N2000 gebied afname stikstof en benutten hydrologische relatie De Brand ter inspiratie en verdere uitwerking: VO raamwerk door HNS en schetsen Sterrebos door Timo Cents gemeente Tilburg

Projectgebied • • •

•

Betreft percelen en contouren zoals aangegeven in bestand: Boslandschap Rugdijk percelen.pdf Aangegeven perceel 4113 is volgens kaart onderdeel van projectgebied, dit perceel is onder voorbehoud tot nader bericht van rentmeester > voor nu rekening houden met een toegangspad met laanstructuur over dit perceel Het ‘L-perceel’ bestaande uit kadastrale percelen 3232, 3231,3234 valt is van ontwikkelaar en wordt in de huidige vorm opgenomen in de planvorming. Er wordt onderzocht of dit perceel geruild kan worden tegen andere binnen het projectgebied, zodat deze beter kan worden ingepast in beoogd boslandschap De erven op percelen 3688 en 4134 hebben erfbeplantingen. De bebouwingen komen deels te vervallen en de aanwezige erfbeplanting is deels te behouden, waarbij de scope van het nieuwe boslandschap nog nader bekeken wordt

HSM • •

Historische elementen •

Hoogspanning tracé 380kV: belemmeringsstrook van standaard 2x 39m = 78m breed zonder opgaande beplantingen Hoogspanning tracé 150kV: belemmeringsstrook van standaard 2x 26m = 52m breed zonder opgaande beplantingen > deze komt te vervallen over ongeveer 2 jaar, nu wel rekening houden met belemmeringsstrook Bovenstaande voorwaarden zijn standaard bij Tennet en eventueel in afstemming aan te passen

• •

• • • •

Nieuw fietspad Bundersestraat •

Rekening houden met vigerende ontwerpen volgens tekeningen: o 2024-2226 Situatietekening met persleiding.pdf o 2024-2228 Profielen & Details.pdf

Landschappelijke inpassing tuincentrum met bouwmarkt •

De verordening van provincie Noord-Brabant, deze beschrijft enkele historische en deels verdwenen structuren en elementen in het landschap, waarvan de belangrijkste om rekening mee te houden zijn: o De bestaande wegenstructuur rondom en het historische groengebied ten oosten van N261

Bodem en landschappen

• •

Raakvlakken •

•

Een van de bepaalde regio’s uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening provincie Noord-Brabant, hierin staat duidelijk beschreven wat de landschappelijke kenmerken zijn en ruimtelijke dragers. De belangrijkste aspecten waar wij op aansluiten: o Behoud door ontwikkeling van dragende structuren, in dit geval een bosgebied met laanstructuren en kenmerkende landschapselementen o Cultuurhistorische waarden in hun samenhang ontwikkelen, beschermen en recreatief ontsluiten o Duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief Een belangrijke opmerking hierbij is dat de voorziene ontwikkeling van het bosgebied is op een kenmerkend akkercomplex welke wordt omgevormd naar sterrebos en natuur. Alhoewel een sterrebos een historisch en gebiedseigen landschapselement is, gaat dit ten koste van een van de open kenmerkende akkercomplexen. Een bewuste keuze en passend in de huidige tijd met veranderende behoeften en klimaat

We hebben te maken met het zandlandschap en hoofdzakelijk hoge zwarte enkeerdgronden en veldpodzolgronden volgens bodemkaart Resultaten van het bodemonderzoek met grondboor wijzen uit dat de bodemopbouw redelijk afwisselend is binnen projectgebied met wisselende dikte van esdek en leemlaag, vooral aan de oostzijde is een leemlaag aanwezig. Het gehele projectgebied is lemig met een esdek. De bodemopbouw zoveel mogelijk behouden en beplanting hierop aanpassen Verdichte laag als gevolg van agrarisch gebruik losmaken met spitten tot ongeveer 50cm op basis van bodemonderzoek Het esdek is een goede basis voor bosaanplant Vrijkomende grond verwerken binnen projectgebied Geen gebiedsvreemde grond aanvoeren en / of ophogen van esdek Het gehele projectgebied valt binnen het landschapstype kampenlandschap met de kenmerkende open akkercomplexen, onregelmatige verkaveling, op overgang naar lager gelegen voormalige woeste gronden, dichtbij oude boerderijen als gehuchten of woonlinten (Rugdijk, Heikant, Schans) o Aansluiten op kavel- en wegstructuren en restanten van groene landschapselementen zoals boomsingels, bosjes, hakhout

Hoogte en reliëf • •

Het huidige hoogteverloop en reliëf zoveel mogelijk behouden Eventueel herstel van afgevlakte dekzandrug herstellen met gebiedseigen grond is te onderzoeken

Ten noorden van de Bundersestraat is de verplichte landschappelijke inpassing gerealiseerd, met de ontwikkeling van het boslandschap sluiten we aan op deze landschappelijke en natuurlijke elementen juli 2025

Boslandschap Tilburg

Waterhuishouding • • • •

Huidige natuurlijke watersysteem behouden met hogere gronden als inzijgingsgebied en lagere gronden als nattere delen, eventueel met kwel Gehele hemelwater binnen projectgebied laten infiltreren en ondergronds afstromen richting noordoosten als onderdeel van Klimaatlandschap Pauwels Water meer vasthouden door watergangen en greppels te verondiepen Natte natuur maken door zorgvuldige verlaging van het maaiveld in relatie tot huidige hoogtekaart

Groen en ecologie • • • •

•

Opwaarderen van biodiversiteit van gehele landschap door toevoegen bos en natuur Doelsoorten boslandschap: kamsalamander, boomkikker, spotvogel, middelste bonte specht, kleine ijsvogelvlinder, grauwe vliegenvanger Beheertype N15.02 droog dennen-, eiken- en beukenbos met voorgestelde boom- en struiksoorten uit projectplan als basis en nader te bepalen Ecologische meerwaarde voor de instandhoudingsdoelen van het N2000-gebied Loonse en Drunense Duinen: o Habitatverbetering en herstel o Verbinding van geïsoleerde populaties o Klimaatadaptatie o Educatie en bewustwording o Monitoring en onderzoek o Samenwerking met lokale gemeenschappen Risico’s zijn de aanwezigheid van fluweelbomen en dijkviltbraam aan de noordzijde, invasieve uitheemse soorten welke kunnen woekeren ten kosten van natuurlijke vegetaties

Doorkijk proces ontwerp 1. 2. 3. 4.

ontwerpuitgangspunten vaststellen opzet basiskaart met uitgangspunten en inmeting opzet boslandschap met sterrebos en bospercelen uitwerking en ramingen

29 Boslandschap Tilburg

juli 2025

8. Schetsontwerp en visie Boslandschap Een van de meest primaire elementen in het boslandschap wordt het sterrebos. Een zeer bekende en veel gebruikte manier van tuin- en landschapsinrichting uit het verleden. Hieronder staat uitgelegd hoe en waarom dit boslandschap wordt aangelegd en uit welke elementen deze is opgebouwd. Een boslandschap ontwerpen en ontwikkelen bestaat uit het maken van vele afwegingen. Een bos wordt niet ontworpen, het proces tot bos wordt bedacht en vormgegeven. Vooral de bijsturing en beheeringrepen bepalen of het gewenste eindresultaat gehaald wordt.

Jonge aanplant van winterlinde met bescherming tegen wildvraat - zo starten de meeste bossen in Nederland

30 Boslandschap Tilburg

Mogelijk eindresultaat na ongeveer 60 jaren beheren na aanleg - statige beukenlaan tussen bosblokken

juli 2025

Wat is een sterrebos? Een Sterrebos is een element uit de Barokke tuinarchitectuur, en is veel toegepast door landgoedeigenaren in de 17e en 18e eeuw. Een element bestaande uit rechte lanen die op een punt uitkomen in het bos. Deze elementen waren geschikt voor de jacht, waarbij vanuit het middelpunt relatief eenvoudig op het wild te schieten was, wanneer deze de rechte lanen overstak. Er waren vele variaties: ronde, vierkante, rechthoekige, enkele tot vele lanen, het middelpunt op het hoogste of juist het laagste punt. Enkele van deze elementen zijn nog in relatief oorspronkelijke staat terug te vinden. Een van de bekendste en dicht bij de Rugdijk is Sterrebos De Oude Warande ten westen van de Tilburgse Universiteit. Hieronder het basisprincipe van een sterrebos: stralen naar een punt, eventueel als snijpunt. De basisvorm > vaak toegepast binnen rechthoek of cirkel > soms binnen vrije vorm.

Sterrebos Dieren Carolinaberg - kaart 2025 en 1840

Uitsnede uit: Plan des jardins de Versailles par Jean Delagrive (1746) - voorbeeld van Barokke tuinarchitectuur

31 Boslandschap Tilburg

juli 2025

Hydrologische verbinding akkers met klimaatlandgoed

Dotterbloem in oever met kwel - referentie (M. de Bijl)

Waarom een sterrebos op de oude akkers? Binnen de huidige visies en historie van Tilburg past een bos in de vorm van een sterrebos heel goed. Primair in de visies staat dat Tilburg een boszone rond de stad moet krijgen en dat deze onderdeel is van klimaatlandschap Pauwels / Zwaluwenbunders. De huidige akkers zijn onderdeel geweest van een veel groter akkercomplex en hebben de potentie om een belangrijke schakel te vormen in het boslandschap door de geschikte leemhoudende bodem en ligging tussen stad en buitengebied. De hogere ligging maken de gronden een belangrijk inzijgingsgebied waar regenwater infiltreert en als grondwater verder stroomt. Door deze gronden om te vormen van intensief agrarisch naar extensief bos ontstaat een meer natuurlijk systeem met minder belasting voor het milieu en watersysteem. Dit kan resulteren in meer en schonere kwel in de lagere delen van het landschap ten noordoosten van de akkers en toekomstige boslandschap. Dit is de basis van bijzondere en specifieke flora en fauna. > oude structuren grotendeels verdwenen > relief deels aangepast > goede basis in bodem voor ontwikkeling bos > vrije hand bij inrichting bosontwerp Bosbeekjuffer in kwelgebied - referentie (M. de Bijl)

juli 2025

Boslandschap Tilburg

Ontwerpprincipes Sterrebos? Alhoewel de geen sterrebos hetzelfde is en was, zijn er duidelijke ontwerpprincipes te onderscheiden, welke wij bij dit nieuwe sterrebos ook kunnen toepassen. Stralen en middelpunt: meestal lopen de stralen als lanen met paden naar een middelpunt waar deze samenkomen. Het middelpunt is duidelijk herkenbaar als open plek in het bos en meestal een wat hogere of juist lagere plek. Als het hoger ligt dan geeft dit een mooi zicht rondom naar beneden, wanneer dit lager ligt kijk je via de stralen richting de hemel. De pure Barokke vormgeving was symmetrisch, als cirkel, vierkant, rechthoek met stralen. Minimaal 5 stralen. De aansluiting van de stralen op de omgeving moet zorgen voor een logische inpassing. Voor het recreatieve gebruik is het handig als deze paden aansluiten op het aanwezige netwerk. In het projectgebied kan dit op bestaande parkeerplaatsen, toegangs- en beheerpaden, nieuw fietspad. Een andere kans is om de stralen uit te lijnen op een bepaald opvallend element in het landschap. Van oorsprong vaak een kerktoren of kasteelpoort en wellicht in dit project op andere of nieuwe elementen te oriënteren zoals opvallende bomen, nieuwe bomen en poelen. In dit moderne sterrebos heeft de vormgeving meer vrijheid dan de pure Barokke stijl o.a.: - niet symmetrisch - inheemse soorten - meer natuurlijke sfeer - gemengde lanen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16500300/2