Bijlage 4. Bijlagenboek RO Rielseweg 875 20250606
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875 Gemeente Tilburg Bijlagenboek
colofon
projectnaam Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875 datum 6 juni 2025 projectnummer P06275_bijlagen opdrachtgever Demir Onroerende Zaken B.V. BRO projectleider CVe projectteam TAu, DSt bron kaft BRO review CVe
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Ladderonderbouwing
Bijlage 14 - Toplagenonderzoek
Bijlage 2 - Landschappelijke inpassing
Bijlage 15 - Verkeersonderzoek
Bijlage 3 - Quickscan flora & fauna
Bijlage 16 - Lichtonderzoek
Bijlage 4 - Vleermuisonderzoek
Bijlage 17 - Archeologisch onderzoek
Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 18 - Beheerplan
Bijlage 6 - Watertoets Bijlage 7 - Externe veiligheid Bijlage 8 - Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 19 - Borging Cohesie gebruikersgroep Bijlage 20 - Geluidcontour NNB Bijlage 21 - Beoordeling geluidcontour en lichtplan
Bijlage 9 - Stikstofnotitie
Bijlage 22 - Verkennend bodemonderzoek voormalige ondergrondse tank
Bijlage 10 - M.e.r. aanmeldnotitie
Bijlage 23 - Geanonimiseerde verslagen participatie
Bijlage 11 - Rioleringsplan
Bijlage 24 - Vooroverleg
Bijlage 12 - Effectenanalyse NNB Bijlage 13 - AP04 partijkeuring
Bijlage 1 - Ladderonderbouwing
Ladderonderbouwing
Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879, Tilburg
20 mei 2025
SWECO Nederland B.V. Business unit Stedelijke Planning
Onderwerp Projectnummer In opdracht van Datum
De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt www.sweco.nl Handelsregister 30129769 Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879, Tilburg 51014379 De Essentie 20 mei 2025
Versie
Definitief
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
2/13
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................................ 4 Opbouw van dit rapport .................................................................................................................................. 4 1
2
3
4
Locatie- en projectbeschrijving .............................................................................................................. 5 1.1
Locatiebeschrijving .............................................................................................................................. 5
1.2
Projectbeschrijving .............................................................................................................................. 7
Afbakening onderzoeksgebied en definitie arbeidsmigranten ............................................................ 8 2.1
Onderzoeksgebied .............................................................................................................................. 8
2.2
Definitie arbeidsmigranten .................................................................................................................. 8
Beleidskader ............................................................................................................................................. 9 3.1
Provinciaal beleid ................................................................................................................................ 9
3.2
Regionaal beleid.................................................................................................................................. 9
3.3
Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................... 10
Behoefte .................................................................................................................................................. 12 4.1
Vraag ................................................................................................................................................. 12
4.2
Aanbod .............................................................................................................................................. 12
4.3
Behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten ............................................................................. 13
4.4
Conclusie Ladderruimte Rielseweg 875-879 .................................................................................... 13
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
3/13
Inleiding Demir Onroerende zaken is voornemens een complex voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten te ontwikkelen, gelegen aan de Rielseweg 875-879 in Tilburg. Het betreft een logiesfunctie1. Het voorliggende plan voorziet in accommodatie voor 366 arbeidsmigranten. De gemeente Tilburg heeft de Rielseweg 875879 aangemerkt als kansrijk voor tijdelijke grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten2. Ten behoeve van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan is vanuit een zorgvuldige ruimtelijke ordening een onderbouwing van de huisvesting van arbeidsmigranten aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld (hierna: Ladder). Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied (zie hoofdstuk 1.1). Op het perceel ter plekke van het geprojecteerde gebouw rust in het vigerende bestemmingsplan (Buitengebied Zuidwest uit 2012) een enkelbestemming Horeca en de locatie is onderdeel van een bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Door de ligging binnen bestaand stedelijk gebied is vanuit een ladderonderbouwing enkel een onderbouwing van de behoefte aan de te realiseren functies noodzakelijk.
Opbouw van dit rapport Voor de Ladderonderbouwing worden de volgende vragen beantwoord: 1. Wat zijn de kenmerken en kwaliteiten van de locatie en het project? 2. Wat is het onderzoeksgebied en -periode? 3. Hoe past de ontwikkeling van het complex voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten binnen het beleid? 4. Wat is de behoefte aan de geplande huisvestingsplaatsen in Tilburg? De opbouw van dit rapport sluit aan op bovenstaande vragen.
1
Tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is te beschouwen als een logiesfunctie. Het gaat namelijk om tijdelijk verblijf. Bron: Informatiepunt Leefomgeving 2 Collegebesluit van 8 september 2020 - 18. Huisvesting van arbeidsmigranten Rielseweg 875
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
4/13
1
Locatie- en projectbeschrijving
De gemeente Tilburg heeft de opgave om de huisvesting van 3.600 tot 5.000 internationale medewerkers mogelijk te maken in de periode 2016-20253. De huisvesting moet bestaan uit tijdelijke grootschalige en goed begeleide logiesvoorzieningen. De gemeente heeft uitgangspunten vastgesteld waaraan grootschalige locaties voor huisvesting van internationale werknemers moet voldoen. Wanneer een partij zich meldt bekijkt de gemeente of deze locatie kansrijk is voordat ze met de procedure starten. Sinds 2019 zijn er bij de gemeente 27 initiatieven binnengekomen voor de huisvesting van internationale werknemers. Het college heeft hiervan 10 locaties als kansrijk benoemt en bij 17 locaties besloten om niet mee te werken. De Rielseweg 875-879 is door de gemeente aangemerkt als kansrijke locatie. De kansrijke locaties zoals ze nu zijn aangemerkt voorzien nog niet volledig in de behoefte van Tilburg en de gemeente staat nog open voor mogelijk andere initiatieven naast de kansrijke locaties die al gerealiseerd of in procedure zijn.
1.1
Locatiebeschrijving
Het plangebied Rielseweg 875-879 ligt aan de zuidkant van de gemeente Tilburg (Figuur 1). Rielseweg 875879 ligt ten zuidwesten van het bedrijventerrein ‘De Katsbogten’ en grenst aan de volkstuin vereniging ‘Het Groene Bosch’ en loonbedrijf ‘P. Pijnenburg en Zn. BV’. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op 180 meter afstand (2 minuten loopafstand). De dichtstbij gelegen OVknooppunten zijn station Tilburg (7 km)4, station Gilze-Rijen (14 km) en station Oisterwijk (16 km). De locatie is goed ontsloten via de N630 ten oosten van bedrijventerrein Katsbogten en de A58 ten noorden van Katsbogten.
A58
Figuur 1 Plangebied Rielseweg 875-879 Bron. Sweco met data van OSM / Kadaster (2023)
3 4
Collegebesluit opgave huisvesting arbeidsmigranten en uitgangspunten (grootschalige) voorzieningen (2019) Tilburg heeft ook nabijgelegen stations Tilburg Universiteit (6 km) en Tilburg Reeshof (9 km)
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
5/13
Ligging in het bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied. De locatie Rielseweg 875-879 maakt namelijk deel uit van de definitie van het bestaand stedelijk gebied volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)5: “bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur” De locatie heeft in het vigerende bestemmingsplan 6 de bestemming Horeca (Figuur 2). Deze bestemming maakt onderdeel uit van bovenstaande definitie. De huidige staat van de locatie (braakliggend) is hierbij irrelevant. Op grond van de overzichtsjurisprudentie wordt aangegeven dat: wanneer in het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Voor het plangebied geldt het volgende: •
•
•
Op de locatie zijn in het bestemmingsplan twee enkelbestemmingen vigerend: ‘Horeca’ en ‘Natuur’. De bebouwing van de huisvesting en terreinrichting is beoogd binnen de Horeca-bestemming. ‘Horeca’ is volgens de definitie van het Bro deel van het bestaand stedelijk gebied. De verdere inrichting van de omliggende gronden passen binnen het bestemmingsplan; Op aangrenzende percelen gelden de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Verkeer’, ‘Bedrijf’, en ‘Recreatie’ (volkstuin). De locatie maakt daarmee deel uit van een samenstel van bebouwing en is sprake van een bestaand stedelijk gebied. De ligging aan een perceel waarop de bestemming ‘Natuur’ rust betekent niet dat er geen sprake is van een samenstel van bebouwing van het stedelijk gebied; Het enkele feit dat de locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuidwest’ dan wel grotendeels ‘Landelijk gebied’ op basis van de Interim-omgevingsverordening is niet bepalend of er sprake is van stedelijk gebied (zie hiervoor ook r.o. 10.2 van de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). De locatie maakt een stedenbouwkundig samenstel aan bebouwing mogelijk.
Situatie voorheen (peildatum september 2021)
Huidige situatie (peildatum september 2022) Figuur 2 Huidige bestemming van het plangebied Rielseweg 875-879 Bron. Sweco met data van OSM / Kadaster (2023) en Google Street View (2023)
5
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en is het Bro komen te vervallen. Volgens artikel 4.3 van de invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht, zoals die gold voor 1 januari 2024, van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die voor dat tijdstip is ontvangen. De aanvraag voor deze omgevingsvergunning is ingediend op 10 maart 2023. Daarom is hier het Bro nog van toepassing. 6 Buitengebied Zuidwest uit 2012
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
6/13
1.2
Projectbeschrijving
Kwalitatief hoogwaardige huisvesting voor arbeidsmigranten De beoogde ontwikkeling aan de Rielseweg betreft grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten (logiesvoorziening). In deze grootschalige logiesvoorziening kunnen voorzieningen goed worden georganiseerd, wat bijdraagt aan een veilige en comfortabele verblijfsomgeving. In het Collegebesluit (2019) is aangegeven dat grootschalige oplossingen wenselijk zijn voor de beheersituatie en dat daarmee op middellange termijn woningen kunnen vrijkomen voor andere doelgroepen. Het gemeentelijk beleid “Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg, februari 2019” ziet toe op kwalitatief hoogwaardige huisvesting. In het plangebied Rielseweg 875-879 is ruimte voor de huisvesting van 366 arbeidsmigranten. Het plan betreft een gebouw dat permanent van aard is met een tijdelijke bestemming voor de huisvesting van 366 arbeidsmigranten7. Het gaat om tijdelijk verblijf. Het complex bestaat uit 61 logiesgroepen. Deze logiesgroepen bestaan uit 286 onzelfstandige eenheden voor 1 persoon en 40 onzelfstandige eenheden voor 2 personen. De arbeidsmigranten werken via het uitzendbureau Carrière. DockHolland (een zusteronderneming van Carrière) verzorgt de huisvesting en het beheer. Carrière is aangesloten bij ABU en heeft de keurmerken SNA en NEN 4400-18.
DockHolland is aangesloten bij VHA en heeft het certificaat van de SNF9. De initiatiefnemer heeft in overleg met DockHolland een beheerplan opgesteld dat onderdeel van de vergunning wordt. De huis- en omgevingsregels worden opgenomen in de huurovereenkomst. In het geval van (meerdere) overtredingen kan de huurovereenkomst ontbonden worden wat leidt tot vertrek. Er is 24/7 een beheerder aanwezig en bereikbaar. Het plan sluit aan op de omgeving met een groene afscheiding van het terrein en aansluiting op bestaande wandelroutes en het parkeerterrein van de volkstuinen (Figuur 3). Het gebouw en de buitenruimte worden beide duurzaam en groen ingericht. Het gebouw is energiezuinig en heeft zonnepanelen. Er is een gescheiden afvalinzameling op het terrein en er komt een wekelijkse schoonmaak rondom het gebouw. Zowel binnen als buiten het complex zijn mogelijkheden voor ontspanning. Op de begane grond zit een fitness en een ontspanningsruimte. Ook de binnenplaats en het buitenterrein krijgen zitmogelijkheden. Daarnaast worden wandelpaden en een sportveld aangelegd. Op de begane grond komt een EHBO-post. Er zijn 44 parkeerplaatsen op het terrein (waarvan 4 voor meerpersoonsbussen) en 54 parkeerplaatsen in het gebouw. Daarnaast is er ruimte voor het stallen van 156 fietsen in de kelder van het gebouw en 28 fietsen op het terrein.
Daarbij komt er op het eigen terrein direct aansluitend aan de openbare weg, een private bushalte waar groepen arbeidsmigranten van en naar werk worden gebracht. Carrière heeft met name klanten in Tilburg beoogd10 en verwacht hierom vooral verkeersstromen binnen de gemeente Tilburg. Daar waar mogelijk zal busvervoer naar deze klanten gecombineerd worden. Personeel voor meerdere klanten die bij elkaar gelegen zijn, wordt dan vervoerd in één bus.
Figuur 3 Landschappelijke inpassing (links) en planimpressie (rechts) Rielseweg 875-879 Bron. Buro Sengers Architecten (2025)
7
Na verloop van de vergunning kan het gebouw hergebruikt worden door gebruik van flexibele plattegronden Bron: Carrière (geraadpleegd op 13 maart 2025). Keurmerken en certificeringen 9 Bron: Stichting Normering Flexwonen (geraadpleegd op 13 maart 2025); VHA (geraadpleegd op 13 maart 2025) 10 Pantos, Albert Heijn, XPO, Syncreon, UPS en diverse kleinere klanten in Tilburg en omgeving 8
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
7/13
2
Afbakening onderzoeksgebied en definitie arbeidsmigranten
2.1
Onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied betreft de gemeente Tilburg. Het onderzoeksgebied is gebaseerd op het functioneren van de arbeidsmarkt met de forenzen stroom als uitgangspunt. Hierbij is gekeken naar de beoogde werkgevers vanuit het betrokken uitzendbureau Carrière. Het uitzendbureau Carrière heeft twee vestigingen in de gemeente Tilburg met werkplekken bij bedrijven in Tilburg. Onder andere bij logistieke bedrijven GXO en DB Schenker op het aangrenzende bedrijventerrein Katsbogten, bij Pantos, Albert Heijn, XPO, Syncreon, UPS in Tilburg en diverse kleinere klanten in Tilburg en omgeving.
2.2
Definitie arbeidsmigranten
In algemene zin is de groep internationale werknemers te onderscheiden naar kenniswerkers en arbeidsmigranten. Dit onderscheid is gemaakt omdat de opgaven voor kenniswerkers en arbeidsmigranten verschillen en om een andere aanpak vragen, juist ook op het gebied van huisvesting. Kenniswerkers verdienen meer dan arbeidsmigranten, werken vaak in banen waarvoor een hoger opleidingsniveau vereist is en verblijven gemiddeld voor langere tijd in Nederland. De opgave van arbeidsmigranten is gericht op flexibele, tijdelijke en betaalbare huisvesting. Deze Ladderonderbouwing is gericht op arbeidsmigranten. De gemeente Tilburg heeft daarbinnen nog een specifieke definitie voor arbeidsmigranten - aansluitend op de definitie van de Provincie Noord-Brabant - en omschrijft de doelgroep arbeidsmigranten als volgt in haar beleid11: “Een (EU) burger die zich op basis van economische motieven tijdelijk in Tilburg vestigt om werk (voor laagopgeleiden) te verrichten.”
11
Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg, februari 2019
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
8/13
3
Beleidskader
Dit hoofdstuk gaat in op het relevante beleid van de provincie, de regio en de gemeente.
3.1
Provinciaal beleid
Brabantse aanpak arbeidsmigratie (juni 2019) • Het uitgangspunt is voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten. • Gemeentelijke kaders voor arbeidsmigratie en regionale afstemming en afspraken vormen de basis. De provincie vervult de rol van regisseur en verbinder.
3.2
Regionaal beleid
Strategisch meerjarenagenda 2019-2023 • De beschikbaarheid van voldoende en gekwalificeerd personeel is een belangrijke factor in het ecosysteem. In een regio met veel maakindustrie, logistiek en vrijetijdsindustrie erkent de regio het belang van arbeidsmigranten. • De regio verwacht de komende jaren een toename van het aantal arbeidsmigranten. Hart van Brabant wil de huisvesting van arbeidsmigranten, zowel shortstay, midstay als longstay, faciliteren. • Naast arbeid is ook aandacht voor kwantiteit en kwaliteit van huisvesting en sociale aspecten zoals draagvlak in de wijk, integratie en participatie belangrijk. Bedrijventerreinafspraken Regio Hart van Brabant 2020-2024 • Arbeidsmigranten dragen onmiskenbaar bij aan de (groeiende) economie in de regio Hart van Brabant. Arbeidsmigranten zijn daarvoor inmiddels onmisbaar geworden. Dat vergt een voortdurende afstemming tussen werkgelegenheid en wonen (kwantiteit en kwaliteit van de huisvesting). • Om de vraag te accommoderen waarbij de inzet van veel arbeidsmigranten noodzakelijk is, dient ook de bijbehorende huisvesting gerealiseerd te worden. Afsprakenkader arbeidsmigranten (september 2021) • Arbeidsmigranten zijn hard nodig om de economie draaiende te houden en spelen een belangrijke rol in het opvangen van de schaarste aan arbeidskrachten in de regio. • Hart van Brabant wil arbeidsmigranten binden aan de regio door o.a.
kwalitatief goede en humane huisvesting. • De urgentie ligt nu grotendeels bij het oplossen van de huisvestingsopgave. • Bij het zoeken van passende huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden voor het benutten van leegstand of leegkomend vastgoed, zoals kantoren, hotels en maatschappelijk vastgoed. • Bij het faciliteren van huisvesting hanteren de gemeenten in de regio Hart van Brabant randvoorwaarden voor een aantoonbaar gezond leefklimaat; een goede ontsluiting van de locatie en dragen zorg dat huisvesting geen belemmering vormt voor het functioneren en de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; • Alle nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten dient minimaal te voldoen aan de kwaliteitsnorm van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) dan wel een landelijk vastgestelde opvolger daarvan. • Nieuwe huisvestingslocaties hebben slaapkamers voor maximaal 2 personen en we streven ernaar dat in principe 50% van de slaapkamers bij nieuwe huisvestingslocaties eenpersoons slaapkamers zijn. • Bij grootschalige huisvestingslocaties dient er permanent een beheerder op de locatie aanwezig te zijn. • De regio wil enkel arbeidsmigranten huisvesten via uitzendbureaus die aangesloten zijn bij de brancheverenigingen ABU of NBBU en beschikken over het keurmerk SNA.
• De regio wil de positie van arbeidsmigranten verbeteren door de verbinding te zoeken met arbeidsmigranten, werkgevers, huisvesters, uitzendbureaus en welzijnsinstellingen.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
9/13
3.3
Gemeentelijk beleid
Bestuursakkoord 2022-2026 • De gemeente wil grootschalige logiesvoorzienigen voor arbeidsmigranten (blijven) faciliteren. Collegebesluit opgave huisvesting arbeidsmigranten en uitgangspunten (grootschalige) voorzieningen (2019) • Arbeidsmigranten zijn belangrijk voor de economie en economische ontwikkeling van Tilburg. • Het huidig arbeidspotentieel van Tilburg kan de behoefte niet opvangen. Hierdoor is de inzet van arbeidsmigranten nodig. De (toenemende) komst van arbeidsmigranten vraagt om een groei van tijdelijke huisvesting. • De komst van veel arbeidsmigranten vraagt ook om een groei van tijdelijke huisvesting. • Gemeente Tilburg geeft uitvoering aan de afspraken in de regio. Op basis van de afspraken in de regio wil de gemeente Tilburg de huisvesting faciliteren voor circa 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten in de periode 2016 tot 2025 en dit als opgave vaststellen. • De opgave vraagt om meer maar ook grotere voorzieningen. • Gemeente Tilburg wil onwenselijke situaties zo veel mogelijk voorkomen. De opgave is groot en het aanbod is nu nog veel te beperkt. Dat betekent dat er nog te veel onwenselijke situaties in Tilburg voorkomen. Zowel voor de omgeving áls voor de arbeidsmigranten zelf. Grootschalige oplossingen zijn wenselijk voor de beheersituatie en op middellange termijn kunnen daarmee woningen vrijkomen voor andere doelgroepen. • Gemeente Tilburg wil maatwerk leveren.
Op dit moment is de opgave omvangrijk. Of dat ook in de loop van de tijd zo zal blijven is niet in te schatten. Verschillende factoren als bijv. ontwikkelingen van de economie, robotisering maar ook ontwikkelingen in de Europese Unie kunnen daarop van invloed zijn. Met dat in gedachten denkt de gemeente Tilburg dat het voor een aantal grootschalige voorzieningen goed is om deze vooralsnog tijdelijk op een locatie toe te staan. Dat zou bijvoorbeeld mogelijk kunnen zijn door, indien noodzakelijk, een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan voor maximaal 10 jaar. Dat biedt de gemeenteTilburg de mogelijkheid de noodzaak en het functioneren van de logiesvoorziening in de loop van de tijd te evalueren en te zijner tijd verdere keuzes voor de toekomst te maken. Dat kan ook betekenen dat de gemeente Tilburg een voorziening (via de bijbehorende planologische procedures) op termijn alsnog definitief mogelijk wil maken, de gemeente Tilburg sluit dat dus nu ook niet uit. Op basis van specifieke locatie - of andere - belangen zal de gemeente Tilburg dan ook beoordelen of het noodzakelijk is c.q. de mogelijkheid er is om bij aanvang al de keuze te maken voor een permanente logiesfunctie. • Grootschalige locaties vindt Tilburg alleen geschikt voor tijdelijk verblijf, het zijn geen woningen.
Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg, februari 2019 • In het logiesverblijf worden arbeidsmigranten gehuisvest die hoofdzakelijk werkzaam zijn in Tilburg of de regio Hart van Brabant. • Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. • Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) -norm of gelijkwaardig van toepassing. • Per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest. • Op het terrein van de locatie moet, aangeboden door de exploitant van het gebouw, zowel binnen maar ook buiten gelegenheid zijn voor samenkomst en ontspanning. • De locatie moet beschikken over goede was- en droogvoorzieningen. • De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeerbeleid en in het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand. • Voor iedere locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. • In een logiesgebouw met een capaciteit voor de huisvesting van 100 personen of meer is minimaal 1 beheerder continu aanwezig.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
10/13
Belangrijkste conclusies t.a.v. het beleid • • •
De gemeente Tilburg wil de huisvesting faciliteren voor circa 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten in de periode 2016-2025. Dit is regionaal afgesproken. Het onderhavig plan draagt hieraan bij. Vooralsnog faciliteert de gemeente Tilburg in de meeste gevallen tijdelijke huisvesting voor maximaal 10 jaar. Dit is ook het geval bij het onderhavig plan. Er wordt voldaan aan de ‘Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg’: - De arbeidsmigranten die verblijven op de Rielseweg zullen hoofdzakelijk in Tilburg werkzaam zijn. - Carrière (het betrokken uitzendbureau) is aangesloten bij ABU. - DockHolland (verzorgt de huisvesting en het beheer) beschikt over het keurmerk SNF. - De slaapkamers zijn voor maximaal twee personen. - Het complex wordt landschappelijk ingepast en het terrein heeft een groene buitenruimte waar mogelijkheden zijn voor sport, samenkomst en ontspanning. - De locatie beschikt over goede was- en droogvoorzieningen. - De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeerbeleid en er zijn fietsrekken en containers voor huishoudelijk afval op het terrein aanwezig. - Het plan voorziet in een beheerder die 24/7 aanwezig is.
Het ontwikkelen van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten past binnen het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Met deze ontwikkeling wordt deels aan de urgente huisvestingsbehoefte voldaan.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
11/13
4
Behoefte
In dit hoofdstuk komt de behoefte aan tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten in een logiesvoorziening in Tilburg in beeld door de vraag en het aanbod met elkaar te confronteren. Tot slot concluderen we wat deze aangetoonde behoefte betekent voor de ontwikkeling van Rielseweg 875-879 in Tilburg.
4.1
Vraag
Binnen de regio is afgesproken om de resultaten van het onderzoek naar arbeidsmigranten van Companen uit 2017 richtinggevend te laten zijn voor de opgave per gemeente. Voor Tilburg is de opgave vastgesteld om circa 3.600 tot 5.000 huisvestingsplaatsen in de periode 2016-2025 te faciliteren.12
4.2
Aanbod
Het totale aanbod voor de huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Tilburg bestaat uit de bestaande voorraad huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten en het toekomstige aanbod (de plancapaciteit). Bestaande voorraad huisvestingsplaatsen Wat betreft het aanbod van verblijfsplekken voor arbeidsmigranten is veel onduidelijkheid. Gemeenten krijgen lastig beeld van de totale verblijfsplekken door het gebruik van informele plekken als campings, recreatieparken en boerderijen. De gemeente Tilburg heeft een overzicht van het aantal grootschalige huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. • De gemeente Tilburg heeft 1.671 tijdelijke grootschalige huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. Onderzoeksgebied
Bestaand aanbod tijdelijke grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten (huisvestingsplaatsen)
Gemeente Tilburg
1.671
Tabel 1 Bestaand aanbod tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten in Tilburg Bron. Gemeente Tilburg (2025)
Toekomstig aanbod Binnen de gemeente Tilburg zijn een aantal lopende initiatieven voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. • In de gemeente Tilburg zijn, inclusief het onderhavig plan Rielseweg, plannen voor 1.200 tijdelijke huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. Onderzoeksgebied
Planaanbod voor de tijdelijke grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten (huisvestingsplaatsen)
Gemeente Tilburg
1.200
Tabel 2 Toekomstig aanbod voor de huisvesting van arbeidsmigranten in Tilburg Bron. Gemeente Tilburg (2025)
Totale aanbod voor de huisvesting van arbeidsmigranten • Momenteel zijn er 1.671 tijdelijke grootschalige huisvestingsplaatsen in de gemeente Tilburg. Daarnaast is er een gepland aanbod van 1.200 tijdelijke grootschalige huisvestingsplaatsen (inclusief Rielseweg). Het bestaande en geplande aanbod samen, bestaat uit in totaal 2.871 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in Tilburg. Onderzoeksgebied
Bestaand aanbod tijdelijke Toekomstig aanbod tijdelijke huisvestingsplaatsen huisvestingsplaatsen
Gemeente Tilburg
1.671
Totaal aanbod tijdelijke huisvestingsplaatsen
1.200
2.871
Tabel 3 Aanbod voor de huisvesting van arbeidsmigranten in Tilburg Bron. Gemeente Tilburg (2025)
12
Collegebesluit opgave huisvesting arbeidsmigranten en uitgangspunten (grootschalige) voorzieningen (2019)
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
12/13
4.3
Behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten
Op basis van de vraag en het bestaande en toekomstige aanbod is de resterende behoefte aan tijdelijke huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in Tilburg berekend. Er is vraag naar 3.600 tot 5.000 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in de periode 2016-2025. Het totale aanbod (het bestaande en geplande aanbod samen) bestaat uit 2.871 huisvestingsplaatsen, dat is inclusief het onderhavig plan Rielseweg. De resterende behoefte wordt bepaald door de vraag en het aanbod tegen elkaar af te zetten (vraag minus aanbod). Er is, naast het geplande aanbod inclusief het onderhavig plan Rielseweg, nog een resterende behoefte aan 729 tot 2.129 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. Daarmee blijkt in de gemeente Tilburg ruimschoots behoefte aan de ontwikkeling van 366 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten aan de Rielseweg in Tilburg. •
In de gemeente Tilburg is een resterende behoefte van 729 tot 2.129 huisvestingsplaatsen. Dat is de extra behoefte naast het geplande aanbod inclusief het onderhavig plan Rielseweg. Er is dus ruimschoots behoefte aan de ontwikkeling van 366 huisvestingsplaatsen.
Onderzoeksgebied
Vraag naar tijdelijke huisvestingsplaatsen
Totale aanbod
Resterende behoefte
Gemeente Tilburg
3.600 – 5.000
2.871
729 tot 2.129
Tabel 4 Behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten in Tilburg Bron. Sweco o.b.v. cijfers gemeente Tilburg
4.4 •
•
Conclusie Ladderruimte Rielseweg 875-879
De 366 geplande huisvestingsplaatsen in Tilburg passen ruimschoots binnen de behoefte aan huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. In de gemeente Tilburg is een resterende behoefte van 729 tot 2.129 huisvestingsplaatsen. Dat is de extra behoefte naast het geplande aanbod inclusief het onderhavig plan Rielseweg (zie paragraaf 4.3). Het plan Rielseweg 875-879 kan een bijdrage leveren aan de opgave voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Samenvattend: voor de 366 geplande huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten op de locatie Rielseweg in de gemeente Tilburg is op basis van de vereisten van de Ladder voldoende behoefte aangetoond. Daarmee is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Ladderonderbouwing Rielseweg 875-879 te Tilburg 20 mei 2025
13/13
Bijlage 2 - Landschappelijke inpassing
Hoofdentree en parkeerterrein Hagen en boomplantvakken t.h.v. Oude Spoorbaan Acer campestre Ligustrum vulgare Fagus sylvatica Crataegus monogyna (inheems) heesters Amelanchier lamarckii Bomen Oude Spoorbaan Quercus robur Vaste planten Zie tabel vaste planten (dia 6)
25% 25% 25% 25% meerstammig X
Patio
Vaste planten Zie tabel vaste planten (dia 6) Heesters Cornus kousa Cornus controversa ‘Variegata’ Parrotia persica Acer cissifolium Acer palmatum ‘Fireglow’
Hoogte in meters 4-8 5-7 5-6 8 4-6
Park
A
B’
A’
AA’
B
BB’
Binnen bestemming Natuur max. 100 m2 verharding (exclusief wandelpad van houtsnippers)
Plangebied
Boskavel Gemeentegrond
Park (inheems) Vaste planten
Hoogte in cm
Bloeikleur
Bloeitijd
Ajuga reptans Campanula trachelium Digitalis purpurea Fragaria vesca Galium odoratum Lamiastrum galeobdolon Origanum vulgare Prunella vulgaris Pulmonaria officinalis Silene dioica Ajuga reptans Campanula trachelium Digitalis purpurea Fragaria vesca Galium odoratum Lamiastrum galeobdolon Origanum vulgare
40 80 120 20 20 40 50 40 30 70 40 80 120 20 20 40 50
blauw, paars blauw, paars paars, wit, rood wit wit Geel Wit, roze paars, blauw, roze blauw, roze Roze, rood blauw, paars blauw, paars paars, wit, rood wit wit Geel Wit, roze
April-juni Juli-aug Mei-okt Mei-juni, sept-okt Mei-juni April-juni Juli-sept Mei-okt Feb-mei April-dec April-juni Juli-aug Mei-okt Mei-juni, sept-okt Mei-juni April-juni Juli-sept
Grassen Schedonorus pratensis
hoogte 100
bloeikleur groen
bloeitijd Juni-aug
(inheems) vrijstaande bomen Betula pendula Prunus avium Carpinus betulus
(inheems) heesters Cornus mas Amelanchier lamarckii
meerstammig X X X
meerstammig X X
Gras Recreatiegazon/speelgazon mengsel R1 Wadi grasland, Cruydthoeck G3 (of vergelijkbaar)
Overige plantenlijst Vaste planten Vinca major Symphytum azureum Bergenia cordifolia Symphytum grandiflorum ‘Wisley Blue’ Tiarella wherryi Alchemilla mollis Aruncus dioicus Astrantia major Salvia nemerosa Nepeta ‘Six Hills Giant’ Anaphalis triplinervis
Hoogte in cm 30 50 40 25 20 35 150 70 70 50 40
Bloeikleur
Bloeitijd
blauw blauw rose blauw wit Groen-geel wit Wit/zacht rose paarsblauw lavendelblauw wit
Febr-april April- juli April-mei Mei-aug Mei-juni Juni-sept Juni-aug Juni-aug Juni-aug Juni-okt Juli-sept
125 50 50 80 50 10
paarslila paars rose wit lichtpaars Verwaarloosbaar
Juli-sept Juli-aug Aug-okt Sept-okt Sept-okt
Patio (schaduwrijk)
X X X X X
Zilvergrijs blad Verbena bonariensis Lavendula angustifolia ‘Hidcote’ Sedum spectabile ‘Herbstfreude’ Anemone ‘Honorine Jobert’ Aster ageratoides ‘Stardust’ Asarum europaeum (wintergroen)
X X
bladplant Grassen Pennisetum alopercuroides ‘Hameln’ Imperata cylindrica ‘Red Baron’
hoogte 100 cm 80 cm
Varens Polypodium vulgare (wintergroen)
40 cm
bloeikleur Zacht rose Van groen naar rood verkleurend blad
bloeitijd Juli-sept
patio X X
X
Bijlage 3 - Quickscan flora & fauna
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg datum 28 februari 2025 projectnummer P06275 opdrachtgever De Essentie BRO projectleider CVe opgesteld door MvE interne controle KPe bron kaft BRO
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
6
Conclusie 6.1
13
Vervolgtraject en advies
13
6.1.1 6.1.2
13 13
AERIUS-berekening Aanbevelingen
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
7
Samenvatting
14
Toetsing gebiedsbescherming
7
8
Geraadpleegde bronnen
15
3.1 3.2
7 7
Huidige situatie Toekomstige situatie
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstandenFout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
5
Toetsing soortenbescherming
9
5.1
10
Vogels 5.1.1
5.2
5.2.1
5.3
Toetsing Toetsing
Vaatplanten 5.8.1
10
10 10
10 11
11 11
11 11
11
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
Vleermuizen
Toetsing
5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten
11
11 11
11 11
12 12
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten aan de Rielseweg 875 te Tilburg, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 4 december 2024 tussen 10.00 – 11.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 6°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen in het zuidoosten buiten de stadskern van Tilburg, aan de Rielseweg 875. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit een braak gelegen perceel westelijk aangrenzend van bedrijventerrein Katsbogten. Binnen het plangebied aan de oostzijde, ligt een bestraat vlak, functioneel als parkeerplaats. Noordelijk van het plangebied ligt een volkstuinvereniging. Aan de westzijde van het plangebied ligt een brede strook boombeplanting. Aan de overkant van de Rielseweg, ligt verder ook een klein bosje, met lage begroeiing en een tiental bomen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Binnen het plangebied zal er een logiesfunctie worden gerealiseerd, ter grootte van de huisvesting van 366 arbeidsmigranten. Hierbij zal er een park komen en ook ruimte voor het parkeren. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
5
Figuur 4: Oosten van het plangebied
Figuur 5: Noorden van het plangebied, noordelijke kijkrichting
Figuur 6: Noorden van het plangebied, zuidelijke kijkrichting
Figuur 7: Struweel noordelijk van het plangebied
Figuur 8: Noordwesten van het plangebied
Figuur 9: Zuiden van het plangebied
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
6
3 3.1
Toetsing gebiedsbescherming
Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op
Binnen de provincie Noord-Brabant moet ook de externe werking op het
Wettelijke gebiedsbescherming
voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstof-
NNB worden getoetst, omdat factoren als licht en geluid een effect kunnen
depositie uitgesloten worden.
hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden. Uit de rapportage “be-
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking
oordeling geluidscontour en verlichtingsplan van Econsultancy (rapport-
op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Regte Heide & Riels Laag”, bevindt zich op circa 0,87 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de voorgenomen werkzaamheden is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.
het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als
nummer 15005.010) blijkt dat een minimale toename van geluid op een klein deel van het NNB optreedt, waarbij de verstoringsdrempel van 45 db(A) niet overtreden wordt. Met betrekking tot verlichting zijn hierbinnen maatregelen beschreven om negatieve effecten te voorkomen: “- De meest noordelijke drie masten op de parkeerplaats van het hotel en de meest oostelijke mast op het parkeerterrein van het volkstuinencomplex worden uitgezet en zullen enkel bij beweging kortstondig aangaan. - De overige masten worden ingesteld op maximaal 50% bij geen beweging en bij beweging kortstondig op 100%. Met deze opstelling blijft de uitstraling richting het Natuurnetwerk Brabant gemiddeld onder de 0,1 lux, waardoor negatieve effecten ten aanzien van het Natuurnetwerk Brabant voorkomen kunnen worden. Bij het in acht nemen van deze maatregelen is compensatie niet aan de orde.” Door middel van deze beoordeling is verstoring door de externe werking uitgesloten.
deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is deels gelegen binnen het NNB (figuur 10). Het betreft een deel van de groenstrook ten westen van het plangebied. Deze strook NNB wordt gedefinieerd als ‘N16.04 Vochtig bos met productie’ door de Provincie Noord-Brabant. In het noorden van het plangebied is ook een klein hoekje NNB aanwezig. Omdat het betreffende perceel volledig verhard is (geweest) en geen natuurfunctie heeft betreft het hier een foutieve begrenzing. In overleg met de provincie Noord-Brabant is besloten het NNB binnen dit perceel te herbegrenzen zonder compensatie. Directe aantasting is daarmee uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
7
Figuur 10: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
8
4
Toetsing soortenbescherming
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-
Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-
men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-
schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies
scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden
zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling
voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een
bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een
ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54
aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
Vogels (Art. 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(Art. 11.46 Bal)
(Art. 11.54 Bal)
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal
-
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-
Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal
richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-
de staat van instandhouding van de desbetref-
ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-
fende vogelsoort
Vogels (artikel 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)
-
genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
-
Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
9
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle
Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied, waardoor broedlo-
Vanwege de afwezigheid van bebouwing binnen het plangebied, kan de
‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige
caties van soorten als kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en
aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende
gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-
gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen
vleermuissoort worden uitgesloten. De bomen binnen het plangebied be-
maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de
en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde
vatten geen holten, kieren of loshangede stukken schors, waardoor de
rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-
nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en ransuil. Wel kunnen mo-
aanwezigheid van een rust-of verblijfplaats van een boombewonende
bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen
gelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop,
vleermuissoort kan worden uitgesloten. Bij de bomenrijen aangrenzend
worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-
winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen in het op-
aan het plangebied, kunnen boombewonende vleermuissoorten niet wor-
len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
gaand groen en/of op en binnen bebouwing binnen het plangebied.
den uitgesloten. Het is daardoor van belang dat de nieuwbouw een af-
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
4.1.1
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-
4.2.1
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
Het plangebied bevat geen gebouwen en/of bomen met geschikte door-
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen
gangen naar potentiële verblijfplaatsen. Verlichting gericht en uitschijnend
den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een
overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de
op opgaand groen kan een negatief effect hebben op foerageer- en vlieg-
flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten
wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.
routefuncties. Hieromtrent worden voorwaarden gesteld t.a.v. de verlich-
worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat
Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus
ting. Dit zijn dezelfde maatregelen als beschreven voor het NNB. Hierdoor
van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De
worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broed-
zal de uitstraling richting het NNB gemiddeld onder de 0,1 lux blijven. Bij
vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
geval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van
uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van
een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient
(potentiële) schadelijke handelingen met betrekking tot vaste rust- of ver-
een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen
blijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.
stand heeft tot de bomen van ten minste 3 meter. Er is bij de bomenrijen
4.1
Vogels
Toetsing
aangrenzend aan het plangebied, mogelijk sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, deze blijven echter behouden. Toetsing
Conform de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt onderscheid
zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vo-
gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogel-
gelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale po-
4.3
soorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de
pulaties is dan ook uitgesloten.
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-
Grondgebonden zoogdieren
dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, kolo-
4.2
niebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’)
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is
rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten
het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak te-
vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
rugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar
dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis,
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren
baardvleermuis, franjestaart, bosvleermuis en watervleermuis.
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
Vleermuizen
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
10
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
king op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de di-
4.6.1
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-
recte omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorko-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst
men ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
naar buiten het werkgebied. Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet
4.4.1
vrijgestelde soorten bunzing, hermelijn, wezel, boommarter, steenmarter,
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen
eekhoorn, das, bever en wolf voor. Gezien het braakliggende perceel en
zijn op voorhand uitgesloten.
de beperkte omvang, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen en de boommarter. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Van de steenmarter zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. 4.3.1
4.5
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en potentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen
Amfibieën
Quickscan Flora en Fauna Rielseweg 875 te Tilburg
weerschijnvlinder, iepenage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel en vermiljoenkever. Al deze soorten
Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemin-
vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten.
gen van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander, boomkikker, heikik-
Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlinder-
ker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker en vinpootsalamander be-
soort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige
kend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgele-
beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivier-
genheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten bin-
kreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plange-
nen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een in-
bied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
cidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
4.7.1
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beToetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.