Bijlage 3b - Klimaatmonitor Tilburg 2023 - Achtergrondrapport
Tekst van het document
Klimaatmonitor Tilburg 2023 Achtergrondrapport
Klimaatmonitor Tilburg 2023 Achtergrondrapport
Dit rapport is geschreven door: Simone Tanis, Jasmijn Brouwer, Pien van Berkel en Jasper Schilling Delft, CE Delft, december 2023 Publicatienummer: 23.230353.188b Opdrachtgever: Gemeente Tilburg Uw kenmerk: 329294 Fotocredits: − Foto Tilburg, Kwendelhof, zonnepanelen op huurhuizen van TBV Wonen (nov. 2023) Gerdien Wolthaus Paauw beeldbank Gemeente Tilburg − Foto Windmolens bedrijventerrein (2019) RV Fotoproducties | Ruud Verhoosel - beeldbank Gemeente Tilburg Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Jasper Schilling (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft
CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toon– aangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al sinds 1978 werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.
1
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Over het CEGEM-model
4
3
Huidige emissies
6
4
Basispad 4.1 Alle sectoren 4.2 Gebouwde omgeving 4.3 Industrie 4.4 Mobiliteit 4.5 Landbouw
10 11 12 16 17 18
5
Maatregelen 5.1 Gebouwde omgeving 5.2 Mobiliteit 5.3 Hernieuwbare opwek van elektriciteit
19 19 31 32
6
Gevoeligheidsanalyse emissies Amernet
40
Literatuurlijst
41
A
Verschillen tussen KEV 2023 en KEV 2022 A.1 Overzicht aanvullende maatregelen KEV 2023
43 46
2
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
1 Inleiding Dit achtergrondrapport is een bijlage bij het rapport ‘Klimaatmonitor Tilburg 2023’ dat CE Delft voor de gemeente Tilburg heeft opgesteld. Dat rapport presenteert de resultaten en aanbevelingen van ons onderzoek naar de CO 2-effecten van het klimaatbeleid van de gemeente Tilburg. In dit rapport geven we extra achtergrondinformatie over de wijze waarop we tot de cijfers uit het rapport 'klimaatmonitor Tilburg 2023’ zijn gekomen: — In Hoofdstuk 1 gaan we allereerst in op het CEGEM-model; het model dat aan de basis ligt van de berekeningen. — Hoofdstuk 2 beschrijft de methode waarop we de huidige emissies hebben bepaald. — Hoofdstuk 3 gaat in op hoe we de CO2-impact van het basispad hebben berekend. — Hoofdstuk 4 gaat in op hoe we het additionele effect van gemeentelijke maatregelen hebben berekend, zowel voor maatregelen met een CO 2-impact als maatregelen die leiden tot een groei in hernieuwbare elektriciteitsproductie. — Hoofdstuk 5 bevat een gevoeligheidsanalyse over de emissies van het Amernet. Wat als de emissies van biomassastook wel worden meegenomen, of het Amernet 100% duurzaam wordt? De gevolgen op deze studie worden hier nader bekeken.
3
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
2 Over het CEGEM-model CE Delft heeft het Gemeentelijk Emissiereductie Model (CEGEM) ontwikkeld om gemeentelijk klimaatbeleid te monitoren. Met het model kunnen we het klimaatbeleid van gemeenten doorrekenen en een prognose maken van de broeikasgasemissies in de toekomst. Het CEGEM-model sluit aan bij de landelijke monitoring door het PBL in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV).
Een onderzoek in drie stappen Het CEGEM-model is opgebouwd aan de hand van drie stappen, zie Figuur 1. De eerste stap is het in kaart brengen van de huidige emissies, zodat we weten wat het startpunt is. Ook bepalen we de emissies in 1990, omdat de doelstelling van 60% CO2-reductie is geformuleerd ten opzichte van de emissies in het jaar 1990. Vervolgens bepalen we het basispad. Dit geeft inzicht in wat de emissies in 2030 en 2050 zullen zijn als de gemeente geen beleidsmaatregelen zou nemen. In de derde stap bekijken we wat het effect is van beleidsmaatregelen die de gemeente heeft genomen of van plan is te nemen. Figuur 1 – Overzicht van de gemaakte stappen in de doorrekening
Sectoren In dit onderzoek presenteren we de CO2-emissies voor verschillende sectoren. Voor wat betreft de sectorindeling sluiten we aan bij de Regionale klimaatmonitor. De Regionale klimaatmonitor presenteert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat cijfers en trends in de energietransitie. Het gaat om de volgende vier sectoren: — gebouwde omgeving; — industrie; — mobiliteit; — landbouw.
4
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
De KEV van het PBL presenteert naast deze vier sectoren ook emissies voor de sectoren elektriciteit en landgebruik. In tegenstelling tot de KEV (en het nationale Klimaatakkoord) presenteren wij elektriciteit niet als aparte sector, maar nemen we de emissies mee in de sectoren die deze elektriciteit verbruiken. De emissies van landgebruik waren voorheen geen onderdeel van het oorspronkelijke nationale streefdoel van 49% CO2-reductie in 2030. Met de aanscherping in het Coalitieakkoord van het nationale streefdoel naar 55% reductie, zijn deze emissies wel een integraal onderdeel geworden van het nationale streefdoel (PBL, 2022b). CO2-emissies gerelateerd aan landgebruik zijn echter niet op gemeenteniveau beschikbaar. Daarom laten we deze emissies in dit onderzoek buiten beschouwing. Broeikasgasemissies uit bunkerbrandstoffen voor de internationale lucht- en scheepvaart worden beleidsmatig niet aan Nederland toegerekend en tellen niet meer voor de Nederlandse emissiedoelen (PBL, 2022b). Deze emissies laten we in dit onderzoek (net zoals in de KEV) dan ook buiten beschouwing.
5
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
3 Huidige emissies In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de huidige emissies en de emissies in 1990 bepalen.
Keuze van het basisjaar De meest recent beschikbare emissiecijfers zijn die van 2021. De CO2-emissies in 2030 en 2050 zijn altijd berekend op basis van de emissiereductie t.o.v. het basisjaar 2021.
CO2-emissies: verbruiksbenadering Om de CO2-emissies van de gemeente te bepalen, hebben we de gegevens over het energiegebruik (gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen) van de verschillende sectoren gebruikt uit de Regionale klimaatmonitor. In lijn met de Regionale klimaatmonitor zijn wij voor het berekenen van CO 2-emissies uitgegaan van de verbruiksbenadering. De verbruiksbenadering, in tegenstelling tot de bronbenadering, wijst de emissies toe aan de locatie waar energie wordt gebruikt, in plaats van waar deze wordt geproduceerd. De verbruiksbenadering neemt dus de emissies van warmte en elektriciteit die in de gemeente verbruikt wordt mee en laat eventuele CO2-emissies van elektriciteits- en warmteproductie op grondgebied van de gemeente (de zogenaamde puntbronemissies) buiten beschouwing (Rijksoverheid, lopend-b).De verbruiksbenadering neemt dus de emissies van warmte en elektriciteit die in de gemeente verbruikt wordt mee en laat eventuele CO2-emissies van elektriciteits- en warmteproductie op grondgebied van de gemeente (de zogenaamde puntbronemissies) buiten beschouwing (Rijksoverheid, lopendb). Deze werkwijze is anders dan wat de gemeente Tilburg tot op heden heeft gehanteerd in de duurzaamheidsmonitor.
Met behulp van CO2-emissiefactoren (verkregen uit de Regionale klimaatmonitor) hebben we het verbruik van gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen omgerekend naar CO2-emissies.
Emissies overige broeikasgassen: bronbenadering Voor de berekeningen in het basisjaar zijn ook de overige broeikasgassen in beeld gebracht. We hebben hiervoor de emissies van overige broeikasgassen uit de Regionale klimaatmonitor gebruikt. De Regionale klimaatmonitor ontvangt deze gegevens via de Emissieregistratie. Emissieregistratie rapporteert enkel over de puntbronemissies (en dus niet over emissies gerelateerd aan bijvoorbeeld elektriciteitsverbruik). De puntbronemissies zijn emissies naar de lucht die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente. We hebben de emissies van overige broeikasgassen met de Global Warming Potentials uit het Fifth Assessment Report (AR5) van het IPCC (IPCC, 2014) omgerekend naar CO2-equivalenten. Daarmee zijn deze emissies vergelijkbaar en optelbaar met de emissies van CO 2.
6
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Emissies in 1990 De gemeente heeft als doel om in 2030 60% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Daarom moeten we ook weten wat de emissies van de gemeente waren in 1990. De Emissieregistratie geeft inzicht in gemeentelijke emissies van 1990 op een dataportaal (Rijksoverheid, lopend-a). Echter volgt de rapportagemethode van de Emissieregistratie de bronbenadering. Omdat we de verbruiksbenadering hanteren bij het bepalen van de gemeentelijke emissies, is een bewerkingstap nodig. Een correctie is met name nodig voor de emissies van elektriciteitsproductie. Zonder correctie is de uitstoot van gemeenten met een elektriciteitscentrale op het grondgebied namelijk onevenredig hoog. Daarom bepalen we eerst hoeveel procent van de Nederlandse emissies in 1990 in de gemeente werd uitgestoten, exclusief emissies gerelateerd aan de productie van elektriciteit. Dit aandeel gebruiken we als verdeelsleutel voor de totale Nederlandse emissies voor elektriciteitsverbruik in 1990. Deze uitstoot tellen we weer op bij de uitstoot in de gemeente. In Figuur 2 geven we de methode weer. Figuur 2 – Methode bepalen gemeentelijke emissies in 1990
Naast de elektriciteitsbewerking filteren we enkele categorieën zoals landgebruik, zeescheepvaart en luchtvaart uit de data van de Emissieregistratie. Omdat hiervoor op nationaal en internationaal niveau andere boekhoudings- en emissiereductieafspraken zijn gemaakt, rekenen we dit niet toe aan de gemeente zelf.
Emissies industrie De energieverbruiks- en emissiegegevens van de sector industrie op gemeenteniveau zijn een inschatting en kunnen onvolledig zijn. Ze zijn vooral bedoeld als indicatie. De gegevens kunnen niet één-op-één worden overgenomen in gemeentelijke doelstellingen. CBS publiceert de aardgas- en elektriciteitslevering per bedrijfstak (SBI). In sommige gevallen mag CBS de aardgas- of elektriciteitslevering aan een bedrijfstak in een gemeente niet publiceren, omdat dit herleidbaar kan zijn naar individuele afnemers. Dit is bijvoorbeeld het geval als het aantal bedrijven in een bedrijfstak zeer laag is (kleiner dan tien) of als één dominante afnemer (verantwoordelijk voor meer dan 80% van het verbruik) in die bedrijfstak aanwezig is. Zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau komt dit regelmatig voor. Voor meer informatie hierover, zie https://klimaatmonitor.databank.nl/content/co2uitstoot, paragraaf B3.
7
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Databronnen Tabel 1 geeft aan welke gegevens uit de klimaatmonitor we gebruiken als basis, en welke correcties we hierop doorvoeren. In het geval dat bepaalde data niet bekend waren, hebben we geïnterpoleerd op basis van de jaren waarover de data wel beschikbaar waren. Tabel 1 – Overzicht data uit klimaatmonitor en uitgevoerde correcties voor bepalen van de huidige emissies Sector
CO2 Categorie uit de Regionale Opmerkingen/correcties klimaatmonitor
Gebouwde — Woningen. omgeving
— Commerciële dienstverlening: • handel (SBI G) • vervoer en opslag (SBI H) • horeca (SBI I) • informatie en communicatie (J) • financiële dienstverlening (K) • verhuur en handel van onroerend goed (SBI L) • specialistische zakelijke diensten (SBI M) • verhuur en overige zakelijke diensten (SBI N)
Overige broeikasgassen Categorie uit Emissieregistratie
Gecorrigeerd met CO2-emissies van elektrisch vervoer1: — personenauto’s — tweewielers en brommobielen
Consumenten.
Gecorrigeerd met CO2-emissies van elektrisch vervoer: — autobussen — bestelauto’s — zware bedrijfsvoertuigen excl. Bestelbussen — binnenvaart — recreatievaart — spoorvervoer — mobiele werktuigen
Handel, diensten en overheid.
— Publieke dienstverlening: • openbaar bestuur en overheidsdiensten (SBI O) • onderwijs (SBI P) • gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q) • cultuur, sport en recreatie (SBI R) • overige dienstverlening (SBI S) • extraterritoriale organisaties (SBI U)
________________________________ 1
8
Deze correctie hebben we gedaan om dubbeltelling met de sector mobiliteit te voorkomen.
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Sector
CO2
Categorie uit Emissieregistratie
Mobiliteit
— Wegverkeer: • personenauto’s • bestelauto’s • zware bedrijfsvoertuigen excl. autobussen • autobussen • tweewielers en brommobielen — Mobiele werktuigen — Binnenvaart — Recreatievaart — Railverkeer
Verkeer en vervoer.
Industrie
— Delfstoffenwinning (SBI B) — Industrie (SBI C) — Energievoorziening (SBI D) — Waterbedrijven en afvalbeheer (SBI E) — Bouwnijverheid (SBI F)
Aangevuld met CO2-emissies van elektrisch vervoer (berekend op basis van Klimaat- en Energieverkenning 2021).
Landbouw — Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A)
9
Overige broeikasgassen
Categorie uit de Regionale Opmerkingen/correcties klimaatmonitor
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Afvalverwijdering, bouw, chemische industrie, drinkwatervoorziening, energiesector, overige industrie, raffinaderijen, en riolering en waterzuiveringsinstallaties.
Landbouw, natuur.
4 Basispad Ook zonder gemeentelijke activiteiten blijven de emissies in Tilburg niet constant. Nationaal beleid en autonome ontwikkelingen zorgen voor een afname van de jaarlijkse emissies, terwijl groei van het aantal inwoners en gebouwen zorgt voor een toename. In dit hoofdstuk laten we zien hoe de emissies in Tilburg richting 2030 en 2050 ontwikkelen zonder gemeentelijke inspanningen. Dit noemen we het basispad. De gemeente heeft geen of zeer beperkt invloed op het basispad. In het basispad onderscheiden we drie typen oorzaken: nationaal beleid, autonome ontwikkelingen en bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Een overzicht van de ontwikkelingen in het basispad staat in Tabel 2. Tabel 2 – Overzicht van ontwikkelingen die worden meegenomen in het basispad Sector
Nationaal beleid
Alle sectoren
−
Daling emissiefactor elektriciteit.
Gebouwde omgeving
−
Energiebesparingsplicht bedrijven en instellingen Label C-verplichting kantoren
−
10
Industrie
−
Mobiliteit
Al het nationale en Europese mobiliteitsbeleid dat in de KEV als ‘vastgesteld’ of ‘voorgenomen’ was bestempeld nemen wij mee. Bijvoorbeeld: − Subsidies elektrisch rijden − Europese voertuignormeringen − ZE-zones stadslogistiek
Landbouw
−
Autonome ontwikkelingen
Bevolkingsontwikkeling
Afname aantal graaddagen Elektriciteitsverbruik huishoudens
− Nieuwbouwwoningen en dienstensector
Autonome ontwikkelingen conform de aannames van de KEV maken onderdeel van het basispad. Dit houdt bijvoorbeeld in: − Veranderende verkeersvolumes door demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen − Verjonging wagenpark
− Bevolkingsontwikkeling
− −
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik en niet-energiegerelateerde emissies
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tekstkader 1 - Nationaal beleid gebaseerd op Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022 Om de CO2-effecten van nationaal beleid en autonome ontwikkelingen op de toekomstige emissies in Tilburg in te schatten, baseren we ons primair op de Klimaat- en Energieverkenning 2022 (PBL, 2022b). De KEV geeft inzicht in de ontwikkelingen van de broeikasgasemissies in Nederland en de bijdrage van het nationale klimaaten energiebeleid hieraan. De KEV 2022 is in november 2022 gepubliceerd. Hierin is het Rijksbeleid meegenomen dat op 1 mei 2022 beschikbaar was, officieel was vastgesteld (of concreet medegedeeld aan de Tweede Kamer) en concreet genoeg uitgewerkt. Dit zijn bijvoorbeeld de BENG-bouweisen, de SDE++-subsidieregeling, de uitfasering van alle E-, F- en G-labels van sociale huurwoningen en CO2-minimumprijzen in de industrie en elektriciteitssector. KEV 2023 Eind oktober 2023 heeft het PBL de KEV 2023 (PBL, 2023) gepubliceerd. Echter door beperkte uitvoerende capaciteit bij het PBL en meewerkende organisaties is de versie van 2023 beperkt ten opzichte de KEV 2022: de KEV 2023 maakt gebruik van de KEV 2022, met daarbovenop enkele recente beleidswijzigingen (peildatum 1 mei 2023).
Twee belangrijke beperkingen van de KEV 2023 ten opzichte van de versie uit 2022 zijn: (1) de KEV 2023 presenteert ramingen van broeikasgasemissies enkel op hoofdlijnen en bevat daarom resultaten voor individuele maatregelen of gedetailleerde getallenbijlagen, en (2) de KEV 2023 maakt geen onderscheid in ‘vastgesteld’, ‘voorgenomen’ en ‘geagendeerd’ beleid. Dit betekent dat ook beleid waarvan de uitvoering nog (zeer) onzeker is, door PBL is meegenomen in de prognose. Vanwege deze beperkingen baseren we ons in deze studie op de KEV 2022. Bijlage A gaat uitgebreider in op de belangrijkste verschillen tussen de KEV 2022 en 2023. Rond november 2024 geeft het PBL de KEV weer een uitgebreide update. KEV geeft inzicht in ontwikkeling emissies tot 2030 De KEV geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van broeikasgasemissies in Nederland tot 2030, dus niet tot 2050. Voor enkele ontwikkelingen geeft de KEV ook een prognose tot of kentallen voor 2050. Zo niet, dan hanteren we voor 2050 dezelfde gegevens als voor 2030 of doen we een (onderbouwde) aanname over de ontwikkeling richting 2050. In alle gevallen nemen we in dit rapport op welke keuze we hebben gemaakt en op welke informatiebronnen deze keuze is gebaseerd. De prognose tot 2050 heeft daarom een grotere onzekerheid dan de prognose tot 2030.
In de volgende paragrafen beschrijven we per sector welke ontwikkelingen meegenomen worden in het basispad.
4.1
Alle sectoren Een ontwikkeling die voor alle sectoren van belang is, is de daling van de emissiefactor van elektriciteit. Dat lichten we hieronder toe.
Daling emissiefactor elektriciteit De nationale CO2-emissiefactor van elektriciteit is aan het dalen door onder meer de afspraken in het Klimaatakkoord. In de KEV heeft het PBL berekend wat de emissiefactor zal zijn in 2030 (zie Tabel 3). In de tabellenbijlage bij de KEV 2022 is ook een prognose gedaan voor de verwachte emissiefactor in 2040, namelijk 0,07 kg CO2/kWh. Na 2040 nemen we aan dat deze richting 2050 daalt naar nul. Deze ontwikkeling in de emissiefactor van elektriciteit zal terug te zien zijn in de berekende emissiereductie van gemeentelijke activiteiten: Door de daling in de emissiefactor van elektriciteit zal er over tijd namelijk minder reductie toegekend worden aan activiteiten waarbij elektriciteitsbesparing plaatsvindt.
11
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tabel 3 – Emissiefactor elektriciteit (kg/kWh) Jaar
Emissiefactor (kg CO2/kWh)
Bron
2021
0,29
(CBS, 2023)
2030
0,07
(PBL, 2022b)
2050
0
Aanname CE Delft (landelijke doelstelling CO2-neutrale energievoorziening in 2050)
We vermenigvuldigen deze emissiefactor met de prognose van de elektriciteitsvraag in 2030 en 2050, waarbij we rekening hebben gehouden met autonome besparing. In 2030 leiden de ontwikkelingen op de elektriciteitsvraag en de daling van de emissiefactor van elektriciteit tot een CO2-besparing van 462 kton ten opzichte van 2021. Dit komt overeen met een reductie van 39% van de totale emissies in 2021 van de gemeente Tilburg. Het terugdringen van de emissiefactor van het elektriciteitsnet is een nationale ontwikkeling, waar de gemeente Tilburg ook een verantwoordelijkheid in heeft. Net gemeentelijke of regionale inspanningen (bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie) draagt Tilburg bij aan het CO2-neutraal maken van elektriciteit. Paragraaf 5.3 (Pagina 32) gaat in op de inspanningen van de gemeente Tilburg op het gebied van de opwek van hernieuwbare elektriciteit.
Emissiefactor aardgas Voor de emissiefactor van aardgas gaan wij uit van de standaardemissiefactoren zoals vastgesteld door (RVO, 2019). Er is al langer sprake van een bijmengverplichting van groengas. De KEV 2022 is nog zeer voorzichtig in het effect van deze bijmenging (PBL, 2022b). Om deze reden nemen we deze verduurzaming van het gebruikte gas in het gasnet nog niet mee. Tabel 4 – Emissiefactor aardgas Gas Emissiefactor aardgas
4.2
Eenheid kg CO2/m
3
2021
2022
2023
2024
2025
2030
2035
2040
2045
2050
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
1,79
Gebouwde omgeving In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector gebouwde omgeving.
Energiebesparingsplicht bedrijven en instellingen Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder: de energiebesparingsplicht. De energiebesparingsplicht geldt voor locaties van bedrijven en instellingen met een jaarlijks verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (of een equivalent daarvan) (RVO, 2023b).
12
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
(TNO, 2021b) heeft de verwachte effecten van de energiebesparingsplicht in beeld gebracht. Uit deze studie blijkt dat 89% van de dienstensector behoort tot de doelgroep van de energiebesparingsplicht. Het gemiddelde besparingspotentieel voor gas bedraagt 14% en het gemiddelde besparingspotentieel voor elektriciteit bedraagt 6% in 2030 ten opzichte van 2020. Sinds 1 juli 2023 is de energiebesparingsplicht uitgebreid en valt een bredere groep bedrijven hieronder. De verplichting heet nu ‘Verduurzaming van het energiegebruik’ en geldt nu ook voor vergunning plichtige inrichtingen, bedrijven die meedoen met CO2-emissiehandel (EU ETS) en glastuinbouwinrichtingen (deze waren voorheen uitgezonderd van verplichtingen).2 Er zijn echter nog geen studies gedaan naar het effect hiervan op het energiegebruik of de CO2-emissies. De gemeente Tilburg heeft in 2022 en 2023 in totaal bij 17 bedrijven een controle voor de energiebesparingsplicht uitgevoerd. Op basis van data van de gemeente gaan wij uit van een gemiddelde elektriciteitsbesparing en gasbesparing per controle, zie Tabel 5). Tabel 5 – Gemiddelde elektriciteits- en gasbesparing van een controle bij bedrijven Omschrijving
Waarde
Gemiddelde elektriciteitsbesparing per controle
50.000 kWh
Gemiddelde gasbesparing per controle
4.700 m3
Op basis van de emissiefactoren voor elektriciteit en gasbesparing berekenen wij vervolgens de totale CO2-reductie van deze maatregel. Deze zijn beschreven in Tabel 6. Tabel 6 – CO2-reductie controles bedrijven Omschrijving
Waarde (ton CO2)
CO2-reductie 2030
20
CO2-reductie 2050
14
In onze berekeningen hebben we de CO2-reductie van deze maatregel toegekend aan de sector industrie. Waarschijnlijk zal een deel van de reductie ook plaatsvinden in de gebouwde omgeving, afhankelijk van het type bedrijven waar de controles plaatsvinden.
Label C-verplichting kantoren In het Bouwbesluit 2012 staat dat kantoorgebouwen per 1 januari 2023 minimaal energielabel C (oftewel een primair energiegebruik van maximaal 225 kWh/m 2/per jaar) moeten hebben. Als een gebouw dan niet aan de eisen voldoet, mag het niet meer als kantoor worden gebruikt (RVO, lopend). In de gemeente Tilburg zijn 477 kantoren, waarvan 330 vermoedelijk labelplichtig zijn. Van deze labelplichtige kantoren hebben 93 nog geen label of een energielabel lager dan C, zie Tabel 7.
________________________________ 2
13
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2023-111.html
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tabel 7 – Labelverdeling van de labelplichtige kantoren in Tilburg Energielabel
Aantal kantoren in Tilburg
Label A
168
Label B
36
Label C
33
Label D
7
Label E
6
Label F
8
Label G
18
Nog geen label/label onbekend
54
Totaal
330
Bron gegevens: bewerkte gegevens van (RVO, 2023a).
Bij de 54 kantoren zonder label doen we de aanname dat de verdeling van energielabels gelijk is aan de kantoren waarvan het energielabel wel bekend is. Het gemiddelde oppervlakte van de 330 labelplichtige kantoren in Tilburg is 28.706 m2. We berekenen de energiebesparing op basis van dit oppervlakte en energieverbruikskengetallen van kantoren per schillabel van het PBL (PBL, 2021). Daarbij gaan we ervan uit dat het niveau na renovatie label C is. Dit is een onderschatting, aangezien de renovatie ook tot label B of A kan gaan.
Afname aantal graaddagen Het wordt steeds warmer in Nederland. Gemiddeld zijn de winters in de periode 1906-2020 1,8 °C warmer geworden. Deze temperatuurstijging heeft een effect op de warmtebehoefte. De warmtebehoefte kan beschreven worden aan de hand van het aantal graaddagen3. Het gemiddeld aantal graaddagen daalde in de periode 2000-2020 met 6% en deze trend zal zich voortzetten. Alleen al hierdoor is in Nederland het energiegebruik voor ruimteverwarming in 2030 9% lager dan in 2000, oplopend naar 15% in 2050 (PBL, 2022a). De berekeningen in deze studie gaan niet uit van 2000 als basisjaar, en emissiecijfers van voor 2010 zijn niet volledig beschikbaar. Om deze reden hebben we de besparingen die PBL heeft bepaald omgerekend naar de besparing in 2020. We hebben berekend dat de warmtevraag van gebouwen ten behoeve van ruimteverwarming in 2030 afneemt met 3,5% en in 2050 met 10% ten opzichte van 2020 (PBL, 2022a).
Elektriciteitsverbruik huishoudens Door Europese Ecodesign-wetgeving worden elektrische apparaten steeds zuiniger. We verwachten daarom dat door natuurlijke vervanging van apparaten de elektriciteitsvraag van huishoudens jaar-op-jaar daalt. Aan de andere kant zien we dat door het stijgen van de welvaart huishoudens gemiddeld meer apparaten hebben, en dus meer verbruiken. De besparing in de periode 2016-2020 is 1,5% per jaar. Daarna is de besparing 0%. ________________________________ 3
Het aantal graaddagen is een maat voor uren dat gestookt moet worden. Het aantal graaddagen is de som per jaar van de daggemiddelde buitentemperatuur beneden de stookgrens van 18 graden. Een daggemiddelde temperatuur van 10 graden levert dus 18-10 = 8 graaddagen op voor die ene dag PBL. (2022a). Herziening weerscorrectie voor ruimteverwarming (Nieuwe methodiek om energieverbruik voor ruimteverwarming te corrigeren voor weer en klimaat in de Klimaat- en Energieverkenning, Issue. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-herziening-weerscorrectie-voorruimteverwarming_4902.pdf
14
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
De toename in elektriciteitsvraag door elektrische warmtepompen en auto’s nemen we hier niet mee. Deze toename berekenen we bij respectievelijk de transitievisie warmte en nieuwbouwwoningen en bij mobiliteit. De Ecodesign-wetgeving zorgt niet alleen voor energiebesparing bij huishoudens, maar ook bij diensten. Echter doordat deze besparing overlapt met de besparing door de energiebesparingsplicht, laten we diensten hier buiten beschouwing.
Nieuwbouwwoningen en dienstensector In 2021 bedroeg het aantal inwoners van Tilburg 221.973. Het inwoneraantal zal in 2030 naar verwachting zijn toegenomen tot 244.350 en in 2050 tot 259.980, zie Tabel 8. Als gevolg van de bevolkingsgroei komen er de komende jaren in de gemeente nieuwbouwwoningen bij. Bevolkingsgroei en uitbreiding van de woningvoorraad zorgen voor een stijging van het energiegebruik, en daarmee van de emissies in de gemeente. Deze uitstoot is beperkt, vanwege nationale energieprestatie-eisen (de BENG-norm)4. Tabel 8 geeft de verwachte ontwikkeling van de bevolking en woningvoorraad in Tilburg weer. Tabel 8 – Aantal inwoners en woningvoorraad in Tilburg in 2021, 2030 en 2050 Jaar
Aantal inwoners
Woningvoorraad
2021
221.973
102.471
2030
244.350
112.985
2050
259.980
135.043
Bron: Tilburg in cijfers en nieuwbouwbeleid gemeente Tilburg.
Naast de groei in de woningvoorraad verwachten we ook een toename in de oppervlakte van gebouwen die worden gebruikt voor utiliteitsfuncties. We hebben de aanname gedaan dat de groei van utiliteitsgebouwen evenredig loopt met de groei van woningen. De nieuwe gebouwen zorgen voor groei in de energievraag en veroorzaken daarmee CO2uitstoot. Sinds 2018 wordt nieuwbouw aardgasvrij gebouwd. In onze berekening doen we de aanname dat de nieuw te bouwen gebouwen worden aangesloten op een warmtenet, deze aanname doen wij op basis van het voornemen uit het nieuwbouwbeleid van gemeente Tilburg (Gemeente Tilburg, 2023). We gebruiken nationale bouwnormen om de elektriciteits- en warmtevraag te bepalen, zie Tabel 9.
________________________________ 4
In Tilburg is aanvullend beleid opgesteld voor de energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. Het effect van dit beleid wordt als losse beleidsmaatregel berekend (zie Pagina 36).
15
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tabel 9 – Kentallen voor het berekenen van de elektriciteits- en warmtevraag van nieuwbouw Gebruikte gegevens
Bron
Woningen Maximale warmtebehoefte nieuwbouwwoning
25
kWh/m2/jaar
(Ministerie van BZK, 2022)
Gemiddeld oppervlakte van woningen in Tilburg in 2021, bouwjaarklasse vanaf 2015
112
m2
(CBS, lopend-b)
Gemiddelde warmtapwatervraag
856
kWh/persoon/jaar
(ECW, 2022)
Aantal personen per woning
2,2 1,9
# in 2030 # in 2050
Berekend op basis van gegevens uit het nieuwbouwbeleid van gemeente Tilburg
Gemiddelde elektriciteitsvraag woningen in Tilburg in 2021
2.770
kWh/jaar
Regionale klimaatmonitor
Utiliteitsgebouwen Maximale warmtebehoefte nieuwbouw Gemiddelde warmtapwatervraag Gemiddelde elektriciteitsvraag apparaten
4.3
Kantoren
90
Onderwijs
190
Gezondheidszorg
350
Overige utiliteit
50
Kantoren
1,0
Onderwijs
1,3
Gezondheidszorg
10,6
Overige utiliteit
1,0
Kantoren
126
Onderwijs
42
Gezondheidszorg
64
Overige utiliteit
36
(Ministerie van BZK, 2022)
(PBL, 2021) kWh/m2/jaar
Industrie In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector industrie.
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik We passen de ontwikkeling van het elektriciteits- en gasverbruik in de industrie uit de KEV 2022 toe op Tilburg. Daarin maken we onderscheid in de trends voor industriële installaties die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, en overige industrie (de ESR-sectoren). Op basis van gegevens uit de KEV 2022 hebben we berekend dat het totale energiegebruik van de sector industrie met 3% stijgt in de periode van 2020 tot 2030. Het elektriciteitsverbruik stijgt in die periode met 17%, terwijl verbruik van brandstoffen voor warmte juist daalt. De uitstoot daalt echter met 22% onder andere doordat de elektriciteit duurzamer wordt opgewekt, de CO2-heffing op de industrie en de energiebesparingsplicht. In 2040 ligt het totale energiegebruik volgens de KEV weer hoger dan in 2021. Bij gebrek aan informatie over 2050 gaan we uit van het energiegebruik in 2040.
16
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
4.4
Mobiliteit In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector mobiliteit.
KEV-trend emissies van verkeer De emissies voor de sector mobiliteit zijn gebaseerd het CEREM-model (CE Delft, lopend). In het CEREM-model baseren wij de nationale trends tot 2040 grotendeels op de KEV. De nationale ontwikkelingen tot 2050 hebben wij ingeschat door extrapolatie. Deze nationale ontwikkelingen passen we, gecorrigeerd voor lokale verschillen in bevolkingsgroei en werkgelegenheid, als groeivoeten toe op de lokale cijfers uit de Regionale klimaatmonitor. De KEV-raming houdt rekening met verschillende autonome trends en Europees en nationaal bestaand en voorgenomen beleid. Hieronder beschrijven we enkele van de belangrijkste trends binnen de verduurzaming van mobiliteit: — Verschoning wagenpark: Door Europese emissienormen voor het wegverkeer stoten nieuwe auto’s gemiddeld steeds minder broeikasgassen uit. Door het proces van wagenparkvernieuwing zullen de emissies per gereden kilometer tot 2030 dus vanzelf afnemen. — Elektrisch vervoer: De verkoop van elektrische personenauto’s stijgt snel. Dit is voor een groot deel een gevolg van de landelijke subsidieregeling voor nulemissiepersonenauto’s. Deze toename in elektrische auto’s zet naar verwachting door richting 2030. Het aandeel elektrische bestel- en vrachtauto’s is nog beperkt vergeleken met de personenauto’s, maar de KEV geeft aan dat dit de komende jaren waarschijnlijk snel zal stijgen.
Vooral door de invoering van zero-emissie (ze-)zones voor stadslogistiek is de verwachting dat ook het aantal elektrische bestelauto’s de komende jaren flink zal stijgen. Elektrisch vervoer zorgt voor CO2-reductie door minder brandstofverbruik, maar hier komt elektriciteitsverbruik voor in de plaats. Doordat de landelijke CO 2emissiefactor van elektriciteit daalt, nemen ook de emissies van elektrisch vervoer steeds verder af. — Bijmenging biobrandstoffen: Het kabinet heeft in 2021 een wetsvoorstel ingediend om de minimale inzet van geavanceerde biobrandstoffen te verhogen naar 7% in 2030. Hiermee geeft de Nederlandse overheid invulling aan de EU-verplichtingen voor hernieuwbare energie. Het verduurzamen van de brandstofmix zorgt voor een CO 2-reductie in de hele mobiliteitssector. — Nulemissie (ZE-)bussen en -doelgroepenvervoer: In het ‘Bestuursakkoord Zero-Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per Bus’ is afgesproken dat in 2030 alle bussen die voor het stedelijk en regionale openbaar vervoer worden ingezet, zonder emissies zijn. In het bestuursakkoord ‘Zero-Emissie Doelgroepenvervoer’ is afgesproken dat in 2025 al het doelgroepenverkeer emissievrij is. De KEV neemt echter geen effect mee voor de maatregel ZE-doelgroepenvervoer. — Groei van verkeersvolumes: Volgens de KEV neemt het aantal gereden kilometers van personenauto’s licht toe.
Ook de vervoersvolumes in de binnenvaart nemen tot 2030 naar verwachting toe. Volgens de KEV zijn de emissies van broeikasgassen in 2030 vergelijkbaar met de emissies in 2021, ondanks de verwachting dat de vloot efficiënter wordt en er meer biobrandstoffen worden ingezet.
17
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Correctie verkeersvolumes op basis van bevolkingsgroei De bevolking van de gemeente Tilburg neemt toe van 221.973 in 2021 tot 244.350 in 2030 en 259.980 in 2050 (ABF Research, lopend) . Het CBS verwacht dat de Nederlandse bevolking als geheel toeneemt tot 18,59 miljoen in 2030 (CBS, lopend-a). De groei in Tilburg is naar verwachting ongeveer 3% hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Daarom hebben we de KEV-prognose voor verkeersvolume hierop gecorrigeerd.
4.5
Landbouw In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector landbouw.
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik en niet-energiegerelateerde emissies In de KEV 2022 staat dat het elektriciteit- en gasverbruik in de landbouw ten opzichte van 2021 naar verwachting zal dalen met 5% richting 2030 maar juist 2% hoger ligt richting 2050. De uitstoot van overige broeikasgassen (methaan, lachgas), die vrijkomen bij onder andere de veeteelt, daalt naar verwachting met 5% in 2030, oplopend tot 13% richting 2050. Deze uitstoot hebben wij op verzoek van de gemeente buiten beschouwing gelaten.
18
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
5 Maatregelen In dit hoofdstuk beschrijven we per sector welke gemeentelijke beleidsmaatregelen we hebben doorgerekend en hoe we dat hebben aangepakt. Tabel 10 geeft een overzicht van de maatregelen. De cijfers en letters achter de maatregelen corresponderen met de nummers uit de duurzaamheidsmonitor van de gemeente Tilburg. Tabel 10 – Overzicht van de doorgerekende maatregelen per sector
5.1
Sector
Maatregelen
Gebouwde omgeving
− Voorbeeldwijk Quirijnstok (3) − Wandelbos energetische verbetering (7) − Tweede fase warmtenet Tilburg zuid (8) − Stimulerend toezicht (10) − Subsidieregeling verduurzaming sociale huurwoningen (11) − Green Deal gezondheidssector (23) Cluster aan de slag met je huis: − VvE transitiecentrum Brabant - VTCB (5) − Gespikkeld bezit Staatsliedenbuurt en Jagersbuurt (18) − Energieadviezen (32) − Tilburg verduurzaamT (34) − Monumentenadvies (36) − Bespaartips en vouchers voor huurders (42) − WeEnergize (58) Cluster aanpak energiearmoede: − Energiecoaches (39) − Klimaatklussers (60) − Witgoedregeling (54)
Mobiliteit
− ZE-zone stadslogistiek − Schone Emissie Bouwmaterieel
Industrie
Geen maatregelen bekend
Landbouw
Geen maatregelen bekend
Gebouwde omgeving Voorbeeldwijk Quirijnstok (3) In de voorbeeldwijk Quirijnstok worden meerdere acties genomen op gebied van isolatie en het aardgasvrij maken van woningen. Het project heeft een looptijd van 2018 tot 2026. Om de gasbesparing te berekenen hebben we gebruikgemaakt van data uit verschillende bronnen. Voor de besparing van de dakisolatie van tussenwoningen hebben we gebruikgemaakt van de bekende data van Milieucentraal, zie Tabel 27. Om de besparing van de isolatiemaatregelen in de flatgebouwen te berekenen, hebben we een andere methode gebruikt, aangezien Milieucentraal geen data heeft voor dit type woningen. TNO heeft voor verschillende woningtypes de gasbesparing per oppervlakte van isolatiemaatregel in kaart gebracht (TNO, 2021a). We zijn voor onze berekening uitgegaan van het woningtype ‘Galerijwoning bouwjaar 1965-1974’. De totale gasbesparing hebben we berekend door deze
19
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
waarde te nemen en deze te vermenigvuldigen met de oppervlaktes van te isoleren woonoppervlakte, zoals deze bekend zijn in de brochure voorbeeldwoningen van het RVO (RVO, 2023a). De besparing per isolatiemaatregel is weergegeven in Tabel 11. Deze aannames verschillen van de kentallen die de gemeente hiervoor heeft gebruikt, aangezien deze getallen specifieker overeenkomen met het type woning waar de isolatiemaatregelen worden getroffen. Tabel 11 – Gasbesparing van isolatiemaatregelen galerijwoningen Omschrijving
Besparing (m3)
Besparing glasisolatie
161
Besparing gevelisolatie
172
Besparing vloerisolatie
286
Besparing dakisolatie galerijwoning
344
Besparing dakisolatie tussenwoning
400
Besparing gas elektrisch koken
37
Besparing spouwmuurisolatie
172
Voor het elektriciteitsgebruik van een inductiekookplaat zijn we uitgegaan van de data van Milieucentraal (175 kWh/huishouden) (Milieu Centraal, 2022). Dit nemen wij mee als negatieve besparing. In Tabel 12 wordt het aantal woningen weergegeven en het aantal maatregelen dat naar aanleiding van de duurzaamheidsmakelaar wordt verwacht. De gemeente gaf aan dat in de woningen aan de Schubertstraat een ondersteuningstraject loopt, waar bewoners vooral met kleine energiebesparende maatregelen worden geholpen. Dit traject is pas net gestart en valt tot nu lastig meetbaar te maken. Op basis hiervan hebben wij besloten deze woningen niet mee te nemen in onze berekeningen. Voor het tempo van de overige woningen hebben wij de volgende aannames genomen: — De maatregelen in de Mozartflat zijn eind dit jaar afgerond, en hebben tussen 2018-2023 een lineair tempo gevolgd. — De actie aan de Meulemansflat start in 2024 en is afgerond in 2026. In de Meulemansflat worden dezelfde maatregelen als in de Mozartflat genomen. Isolatie volgt een lineair tempo. — De acties van de duurzaamheidsmakelaar starten volgend jaar en zijn afgerond in 2026. — De dakisolatie van de tussenwoningen heeft reeds plaatsgevonden. Tabel 12 – Aantal woningen en maatregelen naar aanleiding van de duurzaamheidsmakelaar Beschrijving
20
Aantal
Woningen Mozartflat
256
Woningen Meulemansflat
96
Tussenwoningen dakisolatie
18
Duurzaamheidsmakelaar: Spouwmuurisolatie
32
Duurzaamheidsmakelaar: Dakisolatie
28
Duurzaamheidsmakelaar: Vloerisolatie
23
Duurzaamheidsmakelaar: Isolatieglas
42
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Om de CO2-reductie te berekenen is gebruikgemaakt van de emissiefactoren voor Elektriciteit en aardgas. De resulterende CO2-reductie wordt weergegeven in Tabel 13. Tabel 13 – CO2-reductie voorbeeldwijk Quirijnstok Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Gerealiseerd/Vastgesteld
CO2-reductie 2030
284
CO2-reductie 2050
286
Wandelbos energetische verbetering (7) Het project Wandelbos energetische verbetering heeft een looptijd van 2021 tot 2031. Bij deze actie wordt het energielabel van 895 woningen van energielabel D naar label B opgehoogd. Daarnaast stappen de huishoudens van deze actie over op elektrisch koken. De energiebesparing van de maatregelen is weergegeven in Tabel 14. Voor het elektriciteitsgebruik van een inductiekookplaat zijn we uitgegaan van de data van Milieucentraal (175 kWh/huishouden) (Milieu Centraal, 2022). Dit nemen we mee als negatieve besparing. Tabel 14 – Besparing maatregelen Beschrijving
Waarde
Besparing gas elektrisch koken
37 m3
Besparing energielabel B naar D
0,005 TJ
De gemeente gaf aan dat dit project in meerdere fases plaatsvindt. Fase 1 bestaat uit 89 woningen en loopt van 2023 en 2024. Eind 2023 zullen 20 woningen gereed zijn, en in 2024 zal de rest van de woningen gereed zijn. Vanaf 2025 worden 180 woningen per jaar aangepakt. Met dit genoemde tempo zullen alle 895 woningen in 2029 klaar zijn. Om de CO2-reductie te berekenen is gebruikgemaakt van de emissiefactor voor aardgas. De gerealiseerde CO2-reductie is weergegeven in Tabel 15. Tabel 15 – CO2-reductie Wandelbos energetische verbetering Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030
289
CO2-reductie 2050
297
In de duurzaamheidsmonitor van de gemeente was er bij bovenstaande maatregel ook sprake van woningen die werden aangesloten op het warmtenet en de gekoppelde emissiereductie. Na navraag bij de gemeente bleek echter dat dit geen deel was van de ondernomen activiteiten in Wandelbos, maar dat er al woningen in dit gebied aangesloten waren op het warmtenet. We hebben deze aansluitingen daarom niet meegenomen in onze berekeningen. Hierdoor komt de berekende CO2-reductie lager uit dan bij de berekeningen van de gemeente.
21
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tweede fase warmtenet Tilburg Zuid (8) De gemeente heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de haalbaarheid van verschillende types warmtenetten in het zuiden van Tilburg. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de meest geschikte optie voor een warmtenet in dit gebied een 5de generatie warmtenet is met bufferingsopties voor piekverlaging door middel van elektrische ketels. Het warmtenet zal 94% van de warmte leveren, en de elektrische ketels 6%. (DWA, 2023) Het onderzochte gebied is onderverdeeld in 9 clusters, met elk een specifieke warmte- en koudevraag, welke zijn uitgezet in bestaande bouw, nieuwbouw en utiliteit. In de berekeningen nemen we de warmte- en koudevraag van nieuwbouw niet mee als reductie. Wij doen de aanname dat deze aardgasvrij gebouwd worden en dat de keuze voor warmtelevering voor nieuwbouw daarom geen grote verschillen maakt in de uitstoot. De warmteen koudevraag die wij meenemen in onze berekeningen zijn weergegeven in Tabel 16. Wij baseren deze waardes op de uitgangspunten van Scenario 2, zoals deze zijn beschreven in Bijlage 4, min de nieuwbouwvraag zoals deze in Bijlage 2 is beschreven (DWA, 2023). Tabel 16 – Warmte- en koudevraag per cluster Clusters
Warmtevraag (GJ)
Koudevraag (TJ)
Cluster 1
14.100
11,7
Cluster 2
27.875
3,5
Cluster 3
13.700
9,8
Cluster 4
92.600
14,2
Cluster 5
21.000
15,7
Cluster 6
27.500
19,8
Cluster 7
17.500
1,7
Cluster 8
41.800
5,7
Cluster 9
72.500
9,8
Thermische opslag vindt plaats in wko’s in de bodem. Warmte kan hier uit onttrokken worden op momenten dat de vraag weer toeneemt. In onze berekeningen nemen wij de verwachte warmte dat uit de bodem onttrokken wordt over, zoals deze beschreven is in de uitgangspunten van Scenario 2 (zie Tabel 17) (DWA, 2023). Om warmte uit de wko’s te onttrekken is elektriciteit nodig voor de energiebalans. Wij rekenen hiervoor met 0,01 Gje/GJth. Tabel 17 – Warmte onttrokken uit de bodem
22
Clusters
Warmte uit bodem (TJ)
Cluster 1
13,1
Cluster 2
22,0
Cluster 3
10,8
Cluster 4
61,8
Cluster 5
16,5
Cluster 6
21,6
Cluster 7
22,3
Cluster 8
27,9
Cluster 9
48,3
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Om de CO2-reductie te berekenen, hebben wij op basis van de warmtevraag het gasverbruik in een basisscenario berekend. We hebben hierbij verwarming door middel van hr-ketels als basisscenario gebruikt. Het eventuele elektriciteitsverbruik van de koudevraag hebben we niet meegenomen in het basisscenario, aangezien de huidige koudevraag van woningen moeilijk te bepalen is. Vervolgens hebben we het elektriciteitsverbruik berekend van het warmtenet per cluster. Dit bestaat uit drie elementen: het elektriciteitsverbruik voor de warmtevraag, het elektriciteitsverbruik voor de koudevraag, en het elektriciteitsverbruik wat nodig is voor warmteonttrekking uit de wko’s in de bodem. Om het elektriciteitsverbruik te berekenen hebben we de COPs gebruikt die in het rapport bekend waren (zie Tabel 18) (DWA, 2023). Tabel 18 – COPs van de verschillende toepassingen Beschrijving COP warmtepomp cluster 1 t/m 3 en 5 t/m 7
Waarde 5
COP warmtepomp cluster 4,8,9
3
COP koudevraag
12
COP elektrische boiler
1
Aangezien het warmtenet zowel de dienstensector als de sector huishoudens beslaat, hebben we de emissiereductie apart berekend voor deze sectoren. Om dit te doen hebben we de ratio tussen het aantal woningen en utiliteit in Woning Equivalent (WEQ) berekend. Om utiliteit in WEQ uit te drukken hebben we het totale oppervlak aan utiliteit gedeeld door het kental 130. De ratio tussen woningen en utiliteit is weergegeven in Tabel 19. Tabel 19 – Ratio tussen woningen en utiliteit warmtenet Tilburg Zuid Omschrijving
Waarde
Aandeel woningen
0,62
Aandeel utiliteit
0,38
Om de emissiereductie te berekenen hebben we de emissies van het warmtenet afgetrokken van de emissies van het basisscenario. Om de emissiereductie toe te kennen aan de sector huishouden en de dienstensector hebben we de totale emissiereductie vermenigvuldigd met het aandeel woningen of utiliteit. Voor het tempo van de aansluiting op het warmtenet houden we het gecommuniceerde tempo van de gemeente aan. In 2030 zullen 10.000 woningen aangesloten zijn op het net, waarvan 5.000 nieuwbouw. Aangezien wij in onze berekening de aansluiting van nieuwbouwwoningen niet meenemen als CO2-reductie, rekenen wij alleen met de 5.000 bestaande woningen. Utiliteitsgebouwen zijn in 2030 nog niet aangesloten op het warmtenet, hier vindt dus in 2030 nog geen CO2-reductie plaats. Wij voor de resterende woningen en utiliteitsgebouwen dat zij in 2035 aangesloten zijn op het warmtenet. Dit komt uit op onderstaande emissiereductie, zie Tabel 20. Tabel 20 – CO2-reductie tweede fase warmtenet Tilburg Zuid Omschrijving Status CO2-reductie woningen 2030 CO2-reductie utiliteit 2030 CO2-reductie woningen 2035 CO2-reductie utiliteit 2035 CO2-reductie woningen 2050 CO2-reductie utiliteit 2050
23
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Waarde (ton CO2) Ambitie 7.376 0 12.143 7.413 13.249 8.088
Stimulerend toezicht bedrijven (10) De gemeente Tilburg heeft bedrijven ondersteund bij het verkrijgen van energielabel A. In totaal zijn er negentien bedrijven begeleid in dit traject. Deze maatregel heeft geresulteerd in een totale elektriciteitsbesparing van 12.674 kWh per jaar en een totale gasbesparing van 55.254 m3 per jaar. Met behulp van de emissiefactoren van elektriciteit en gas hebben we de CO2-reductie van deze maatregel berekend. Dit resulteert in de volgende CO2-reductie, zie Tabel 21. Tabel 21 – CO2-effect Stimulerend toezicht bedrijven Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Gerealiseerd
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
100
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
95
Subsidieregeling verduurzaming sociale huurwoningen 2022/2023 (11) De gemeente heeft een subsidieregeling voor de verduurzaming van sociale huurwoningen ingericht. De verwachting van de gemeente is dat 1.150 woningen isolatiestappen ondergaan, waarbij geïsoleerd wordt naar energielabel A. Op basis van informatie uit de prestatieafspraken met woningcorporaties hebben wij aangenomen dat het startlabel van veel woningen label D/E is. Verder hebben wij de aanname gedaan dat de helft van de te isoleren woningen appartementen zijn en de helft tussenwoningen. Op basis van data van PBL hebben wij een schatting gemaakt van de gasbesparing gerelateerd aan de energielabelstappen van zowel tussenwoningen als appartementen (PBL, 2020). We hebben hierbij de aanname gedaan dat het gros van de woningen gebouwd zijn in de bouwperiode 1965-1974. (zie Tabel 22). Tabel 22 – Gasbesparing voor labelstappen appartement en tussenwoning Omschrijving
Waarde (m3 gas)
Besparing appartement label E -> label A
250
Besparing tussenwoning label E -> label A
230
Vervolgens hebben we de CO2-reductie bepaald met behulp van de emissiefactor van aardgas. De gerealiseerde CO2-reductie is weergegeven in Tabel 23. Tabel 23 – CO2-reductie subsidieregeling verduurzaming sociale huurwoningen Omschrijving Status
24
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030
474
CO2-reductie 2050
470
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Green Deal gezondheidssector (23) In het kader van de Green Deal gezondheidssector Hart van Brabant activeert de gemeente Tilburg zorginstellingen en ondersteunt deze bij het namen van verduurzamingsmaatregelen aan panden. Ook biedt de gemeente procesmatige ondersteuning. Stichting Stimular houdt bij wat de verwachte reductie van de plannen binnen de Green Deal gezondheidssector opleveren. Deze plannen zijn opgesteld ten opzichte van 2018. De totale emissies van de gezondheids- en welzijnssector in Tilburg bedroegen 44.410 ton CO2 in 2018, en 33.470 ton in 2021(Regionale klimaatmonitor). Uit gegevens van de gemeente Tilburg blijkt dat er 118 locaties (panden) van zorginstellingen in Tilburg zijn. De gemiddelde emissies per locatie bedroegen in 2018 dus 376 ton CO2 per jaar. De Green Deal is regionaal, en betreft zowel vastgoed in Tilburg als in de andere gemeenten in de regio Hart van Brabant. Van de gemeente ontvingen wij: — een overzicht van alle zorginstellingen die de Green Deal hebben ondertekend, inclusief het aantal locaties dat zij binnen en buiten Tilburg in bezit hebben; — een overzicht van de verwachte reductie van de plannen per zorginstelling op het gebied van CO2-reductie in 2030 en 2050 vanuit stichting Stimular (opgesteld april-mei 2022).
We hebben de verwachte CO2-reductie berekend door per zorginstelling de ambitie (CO2-reductiepercentage in 2030 ten opzichte van 2018) te vermenigvuldigen met het aantal panden van die zorginstelling in Tilburg en met de gemiddelde emissies per pand (376 ton CO2 per jaar). De som van de zes zorginstellingen vormt de reductie in het jaar 2030 en 2050 ten opzichte van 2018. Om de reductie uit te rekenen ten opzichte van 2021 is de reductie die al is behaald (Regionale klimaatmonitor), afgetrokken van deze reductie. Op deze wijze komen wij tot de reductiecijfers zoals weergegeven in Tabel 24. Tabel 24 – CO2-effect Green Deal gezondheidssector Omschrijving
25
Waarde
Status
Voorgenomen
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
7,27 ton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
16,87 ton CO2
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
5.1.1 Cluster aan de slag met je huis Onder het cluster aan de slag met je huis vallen verschillende kleinere maatregelen die bijdragen aan het stimuleren van inwoners om hun huis te verduurzamen. Het gaat hier om VvE TransitieCentrum Brabant (VTCB), de aanpak gespikkeld bezit Staatsliedenbuurt en Jagersbuurt, de Energieadviezen, de acties uit Tilburg verduurzaamT, het Monumentenadvies, Bespaartips en vouchers voor huurders, en de acties vanuit WeEnergize.
VTCB (5) Leden van VvE’s in Tilburg kunnen zich aanmelden voor een verduurzamingscursus door het VvE Transitie Centrum Brabant (VTCB). Na de cursus gevolgd te hebben kunnen VvE’s subsidie ontvangen voor energiemaatwerkadvies en een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP). Tot nu toe zijn ten gevolge van dit project bij drie VvE’s zijn daken vervangen en geïsoleerd en bij twee VvE’s is hr++-beglazing geplaatst. — Deze actie loopt van 1-9-2021 tot 31-12-2023. Wij hebben aangenomen dat een evenredig percentage van energiebesparing en elektriciteitsopwekking wordt gerealiseerd vanaf 2022 en dus meetelt als in de reductie- en opwekberekening t.o.v. 2021. — De gemeente heeft eerder het verwachte bereik van deze maatregel bepaald via een tussentijdse enquête en op basis hiervan een energiereductie uitgerekend. Aangezien inmiddels resultaten van het project bekend zijn hebben wij de aanname hierover niet overgenomen. — De gemeente heeft aangenomen dat de VvE’s die maatregelen treffen het gemiddelde van 15 woningen per VvE bevatten. Deze aanname hebben wij overgenomen. — De besparing per isolatiemaatregel is bepaald aan de hand van een standaard tussenwoning van Milieucentraal, zie Tabel 27. — Verschillende VvE’s hebben ook hun verlichting vervangen door led en hun ventilatiebox vervangen.
De besparing die dit oplevert hebben wij niet meegerekend aangezien het niet duidelijk is hoeveel lampen en ventilatieboxen zijn vervangen. — Wij nemen aan dat vanaf het huidige moment (november 2023) tot het einde van de actie geen extra maatregelen meer worden genomen. Tabel 25 – CO2-effect VTCB Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
0
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
40
Gespikkeld bezit Staatsliedenbuurt en Jagersbuurt (18) In de Staatsliedenbuurt en Jagersbuurt heeft de gemeente een actie opgezet voor de isolatie van koopwoningen. Bij de verduurzaming van huurwoningen in de buurt, konden woningeigenaren zich aanmelden om ook mee te doen. Uit data van de gemeente blijkt dat in de Staatsliedenbuurt geen deelnemers waren. In de Jagersbuurt waren in totaal 8 deelnemers. De scope is later uitgebreid naar de Torenbuurt, dit heeft 1 deelnemer opgeleverd. In totaal hebben de 9 deelnemers dakisolatie uitgevoerd, 5 gevelisolatie, en 5 ook glasisolatie. De gekoppelde gasbesparing aan deze maatregelen is weergegeven in Tabel 27. Om de CO2-reductie te berekenen is gebruikgemaakt van de emissiefactor voor aardgas. De gerealiseerde CO2-reductie is weergegeven in Tabel 26.
26
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tabel 26 – CO2-reductie gespikkeld bezit Staatsliedenbuurt en Jagersbuurt Omschrijving
Waarde (ton CO2)
Status
Gerealiseerd
CO2-reductie 2030
8,8
CO2-reductie 2050
8,7
Energieadviezen (32) De gemeente Tilburg stelt subsidies beschikbaar zodat huiseigenaren onafhankelijk advies (3 verschillende opties, waaronder online) kunnen krijgen voor het energiezuiniger maken van hun huis. Het aantal energieadviezen is bekend vanuit de tussenrapportage ‘Aan de slag met je huis’ (versie 17 juli 2023). Uit een tussentijdse evaluatie van de energieadviezen blijkt dat 70% van de huishoudens die een energieadvies hebben gekregen, daadwerkelijk zijn overgegaan tot het nemen van maatregelen. Van de huishoudens die zijn overgegaan op het nemen van maatregelen, past 18% spouwmuurisolatie toe, 16% dakisolatie, 13% vloerisolatie, 24% glasisolatie en 37% zonnepanelen. Het doel van de gemeente is om in de periode april 2020–september 2023 subsidie te verstrekken voor 1.800 energieadviezen. Sinds 2022 zijn 1.060 energieadviezen gegeven (859 in 2022 en 201 in 2023). De besparing per maatregel hebben we de gasbesparing gebaseerd op berekeningen van Milieu Centraal voor een gemiddelde tussenwoning, zie Tabel 27. Tabel 27 – Gasbesparing van verschillende isolatiemaatregelen voor een gemiddelde tussenwoning Isolatiemaatregel
Jaarlijkse gasbesparing (m3)
Bron
Spouwmuurisolatie
180
(Milieu Centraal, lopend-e)
Gevelisolatie
240
(Milieu Centraal, lopend-a)
Dakisolatie
400
(Milieu Centraal, lopend-b)
Vloerisolatie
80
(Milieu Centraal, lopend-f)
Glasisolatie (dubbel glas naar hr++)
65
(Milieu Centraal, lopend-c)
NB: De gemeente Tilburg hanteert in haar Duurzaamheidsmonitor hogere jaarlijkse besparingen van de isolatiemaatregelen. Tabel 28 – CO2-effect Energieadviezen Omschrijving Status
27
Waarde (ton CO2) Gerealiseerd
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
156
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
155
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tilburg verduurzaamT (34) Het doel van het project Tilburg verduurzaamT is om inwoners van Tilburg op een eenvoudige en ontzorgende manier te helpen bij het verduurzamen van hun woning met grote maatregelen zoals isolatie en zonnepanelen). Daarbij wordt gebruikgemaakt van een serviceprovider. Het doel is dat in totaal 1.000 bewoners worden geholpen met het nemen van maatregelen. Deze maatregel loopt van maart 2023 tot en met februari 2025. We zijn uitgegaan van een lineaire verdeling over de maanden in de jaren: 10 maanden in 2023, 12 in 2024, en 2 in 2025. Dit houdt in dat we aannamen dat 10/24e deel van de maatregelen in 2023 plaatsvindt, 12/14e deel in 2024 en 2/24e deel in 2025. De gemeente heeft het aantal mensen dat uiteindelijk daadwerkelijk maatregelen treft bepaald op basis van het gemiddelde van de eerder behaalde resultaten voor zo een aanpak in andere gemeenten (Leiden, Utrecht, Oldenzaal, Losser en Voorschoten): 7% van de huishoudens past spouwmuurisolatie toe, 9% vloerisolatie, 2% glasisolatie en 8% zonnepanelen. De onderlinge verhouding tussen deze maatregelen is gehanteerd bij het bepalen van de aandelen van de 1.000 maatregelen.
Dit komt neer op de aanname dat van de 1000 maatregelen 27,9% van de huishoudens spouwmuurisolatie toepassen, 35,2% vloerisolatie, 6,5% glasisolatie en 30,4% zonnepanelen We hebben de gasbesparing per isolatiemaatregel gebaseerd op berekeningen van Milieu Centraal voor een gemiddelde tussenwoning, zie Tabel 27. De resultaten van de berekende CO2-winst is weergegeven in Tabel 29. Tabel 29 – CO2-effect Tilburg verduurzaamT Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
142
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
141
Monumentenadvies (36) De gemeente Tilburg is van plan tien monumenten te voorzien van een Duurzaam Monument Advies. Hiervoor leiden ze energieadviseurs op. Ze hebben ook advies over verduurzaming van monumenten ingewonnen bij Groene Grachten. — Deze actie loopt van 01-09-2021 tot en met 31-12-2022. De gemeente neemt aan dat acht van de tien monumenteigenaren in 2022 zijn geadviseerd. Deze aanname hebben wij overgenomen. — Vanuit een Tussentijdse enquête in de gemeente Tilburg is bekend welk percentage monumenteigenaren aangeven daadwerkelijk over te zijn gegaan tot het nemen van maatregelen. Dit percentage hebben wij overgenomen. Daarnaast is vanuit de gemeente bekend welk percentage welke maatregel neemt. Dit percentage telt echter niet op tot 100%. Op verzoek van de gemeente hebben wij de percentages geëxtrapoleerd zodat ze gezamenlijk tot 100% optellen. — De besparing per isolatiemaatregel is bepaald aan de hand van een standaard tussenwoning van Milieucentraal, zie Tabel 27. — Het gaat om spouwmuurisolatie, dakisolatie, vloerisolatie en isolatieglas. — We nemen aan dat de monumenten enkel glas hebben voor de isolatie.
28
230353 - Klimaatmonitor Tilburg 2023 – December 2023
Tabel 30 – CO2-effect monumentenadvies Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
1
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
1
Bespaartips en vouchers voor huurders (42) De gemeente Tilburg geeft huurders een voucher van € 86,50 voor energiebesparingsproducten via Tilburgse winkels. Deze actie loopt van 01-07-2021 tot en met 31-12-2022. — Volgens gegevens van de gemeente zijn in 2022 25.432 vouchers verzilverd. — Op basis van 6.160 verzilverde vouchers heeft de gemeente een gemiddelde gasbesparing van 30 m3/jaar en een gemiddelde elektriciteitsbesparing van 271 kWh/jaar vastgesteld. Deze aanname hebben wij overgenomen. Tabel 31 – CO2-effect bespaartips en vouchers voor huurders Omschrijving Status
Waarde (ton CO2) Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2021)
1.849
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2021)
1.367
WeEnergize (58) WeEnergize draait om het realiseren van een inlooppunt rondom o.a. verduurzaming voor woningeigenaren en huurders in de wijk. Daarnaast worden mensen opgeleid tot leden van een ‘E team’ die kleine energiebesparende maatregelen treffen voor 100 woningen per jaar. Deze actie loopt van 01-01-2023 tot en met 01-01-2024. — De gemeente verwacht dat in 100 huishoudens isolatiemaatregelen worden getroffen. Deze aanname hebben wij overgenomen. — Daarbij neemt de gemeente aan dat deze huishoudens hun dak laten isoleren. Deze aanname hebben wij overgenomen. — De besparing van de dakisolatie is bepaald aan de hand van een standaard tussenwoning van Milieucentraal, zie Tabel 27. Tabel 32 – CO2-effect WeEnergize Omschrijving Status
29
Waarde (ton CO2) Vastgesteld