Bijlage 3 Voorlopig ontwerp Zwaluwenbunders
Tekst van het document
natuurlijke oevers: ongeveer 1:15 aan de zonzijde en 1:8 aan
Vanuit open water verdampt ongeveer 30% meer dan vanuit
de andere kant. Vanaf maaiveld gemeten zijn ze maximaal 2
grasland (Bot, 2016, tabel 2.10). Daartegenover staat dat een
POELEN
meter diep. De poelen in de Natuurgordel hebben een ven-
poel minimaal 150% meer water bevat dan de lemige onder-
Poelen vormen een geschikt voortplantingshabitat voor
achtig karakter. Ook binnen de Bosrijke rug worden poelen
grond (poel = 100% tegenover maximaal 20-25% poriënvo-
kamsalamander en boomkikker. Er worden 26 nieuwe poe-
gerealiseerd. Omdat deze binnen het agrarisch landschap
lume in lemig zand). Daarom is er meer water beschikbaar
len gegraven. Bij de realisatie van poelen wordt rekening
vallen hebben ze het karakter van veedrinkpoelen, met
en is de verwachting dat in totaliteit door de realisatie van
gehouden met de fysieke aanwezigheid van leidingen, waar
minder flauwe taluds: van 1:5 tot 1:8. De poelen van de Na-
poelen meer water in het gebied wordt vastgehouden. De
geen poelen mogen worden gegraven.
tuurgordel en die van de Bosrijke rug vormen één ecologi-
poelen hebben bovendien een positief effect op de lucht-
Net als de bestaande poelen ‘hangen’ de nieuwe poelen op
sche poeleninfrastructuur. Ze liggen nimmer ver verwijderd
vochtigheid van de directe omgeving, waardoor vegetaties
de aanwezige leemlagen, en communiceren niet met de re-
van andere poelen en door het aanbrengen van variatie in
langer fotosynthetisch actief blijven.
gionale hoogten van het grondwater. De bodem van de poe-
diepte en grootte wordt het voortbestaan van populaties
3.1 N AT N E T W E R K VO O R N AT U U R E N K L I M A AT
len wordt waar nodig afgedicht met een waterdichte (leem) laag. Het waterpeil in de poelen beweegt niet mee met het grondwater: ze zijn regenwater afhankelijk. De variatie in de manier waarop het waterpeil in de poelen samenhangt met de ondergrond en diepere (schijn)grondwaterspiegels wordt omarmd. De grootte van de poelen verschilt, zodat er variatie ontstaat. De meeste poelen zijn rond de 400 tot 500 vierkante meter. De onderlinge afstand is ongeveer 100 tot 200 meter, zodat de poelen gezamenlijk een netwerk vormen dat Zwaluwenbunders verbindt met het Noorderbos en de Brand. Er dienen bosjes of singels of struweel ontwikkeld te worden van minimaal 3 meter breed gelegen tussen de 5 en 40 meter afstand van elke poel, dus niet dichter op de poelen. Bij de grote poelen (> 400m2) dient binnen 15 meter ook
Hoofddoelsoort kamsalamander. Beeld: Bij12
Doelsoort boomkikker. Beeld: Ecopedia
3. P L A N U IT L E G: N AT N E T W E R K VO O R N AT U U R E N K L I M A AT
Principeprofiel kleinere aanvullende 'veedrink' poel (± 100m²), met flauwe natuurvriendelijke oevers. Rondom de poelen mag niet teveel beschaduwing plaatsvinden door beplanting
Principeprofiel grote ven-achtige poel (vanaf 400m2), met zeer flauwe natuurvriendelijke oevers. Rondom de poelen mag niet teveel beschaduwing plaatsvinden door beplanting
Principeprofiel zeer grote ven-achtige poel (rond 1000m2), met zeer flauwe natuurvriendelijke oevers
27
28
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
N AT U U R V R I E N D E L I J K E O E V E R S Diverse waterlopen, waaronder de Kasteelloop, krijgen natuurvriendelijke oevers. Deze waterlopen prikken vanuit de Natuurgordel als tentakels in alle windrichtingen en versterken de natte ecologische dooradering. Het natuurvriendelijke profiel van de Kasteelloop is als A-watergang met een talud van 1:5 over de gehele diepte het breedst: 5 m. De overige natuurvriendelijke profielen krijgen een talud van 1:5 tot 30 centimeter onder maaiveld en komen daarmee uit op 3,5 m breedte. Dit om goede natuurwaarden te bereiken en tegelijkertijd in beperkte mate landbouwgrond te verminderen.
Principeprofiel natuurvriendelijke oever - overig
Principeprofiel natuurvriendelijke oever Kasteelloop
3 . P L A N U I T L E G : N A T HNOEOTFWD ESRTKU KVTOIOT RE LN A T U U R E N K L I M A A T
K L I M A AT W I N S T De aanleg van natuurvriendelijke oevers en poelen, de aanleg van nieuwe vegetatie en de ontwikkeling van een gezondere bodem zorgen voor: •
Meer ruimte voor water;
•
Langer vasthouden van water;
•
Meer infiltratie.
Zo is het gebied zelf beter beschermd tegen lange perioden van droogte (die in de toekomst vaker zullen voorkomen), biedt het systeem meer ruimte om piekbuien op te vangen en bereikt meer water via het eerste watervoerende pakket De Brand.
Ook het optimaliseren van het functioneren van de watergang Kasteelloop door verondieping of het plaatsen van een (visvriendelijke) stuw draagt mogelijk bij aan het realiseren
van waterberging, vasthouden van water en het inrichten van een klimaatrobuust watersysteem. De effecten van verschillende maatregelen worden nu onderzocht door middel van modelberekeningen. Daar wordt ook de maaiveldverlaging in de Natuurgordel meegenomen.
Overzicht waterlopen, poelen, natuurvriendelijke oevers en pijlen ecologische verbindingszones
29
30
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
3.2 N AT U U R G O R D E L
LANDSCHAP/ BEPLANTING:
Periodiek, in de natte maanden, staan delen onder water
Her en der wordt gestuurd op de ontwikkeling van kleine
Halfopen landschap met poelennetwerk, kruidenrijk
omdat water bij heftige regenval stagneert op de leemlaag.
bosjes, op minder dan 400 meter van poelen. Deze dienen
grasland/schraalgrasland, hei/ heischraal grasland, afge-
Het gaat om enkele weken per jaar, vaak met tussenpozen.
als overwinteringshabitat voor de kamsalamander. Indien
wisseld met struwelen en solitaire struikvormige wilgen.
Deze wisselwaterstanden bieden ecologische niches waar-
de ontwikkeling van de kleine bosjes niet of te langzaam
Veel ruimte voor spontane ontwikkeling.
van de unieke, gebiedseigen vegetatie van Zwaluwenbun-
op gang komt heeft aanplant de voorkeur. In de beginjaren
ders profiteert.
kunnen houtstapels de functie van bosjes overnemen. Voor
DOELSOORTEN:
grauwe klauwier is struweel van belang als uitkijkpost en
Kamsalamander, boomkikker, grauwe klauwier, oranje zan-
Aan de oostkant doorkruist een vlonderpad voor wandelaars
broedplek. Insecten, waaronder het oranje zandoogje, zullen
doogje, kleine ijsvogelvlinder, spotvogel, kleine parelmoer-
de Natuurgordel. Ongeveer parallel aan de Burgemeester
toenemen door de ontwikkeling van de kruidenrijke vege-
vlinder, kneu, grote pimpernel.
Bechtweg loopt een fietspad in de vorm van een karren-
taties en de toename aan (structuur) variatie. Het groeiende
spoor richting de Bosrijke rug, om vervolgens aan te sluiten
aanbod aan insecten draagt bij aan voldoende voedselaan-
OMSCHRIJVING
op het Riddershofpad. De dynamiek van de bijzondere bo-
bod voor de grauwe klauwier.
Aan de rand van de Bosrijke rug ligt een groot aaneenge-
dem is hier te ervaren doordat paden soms omgeven worden
sloten gebied met relatief lage fosfaatwaarden: hier wordt
door water. Vanaf de Burgermeester Bechtweg is vrij zicht
de Natuurgordel gerealiseerd. Dit gebied wordt ingericht
op de natuurgordel.
als optimaal landschap voor de kamsalamander met zo hoog mogelijke natuurwaarden. Een poelennetwerk staat
E C O LO G I E/ B E P L A NT I N G
in verbinding met nabijgelegen natuurgebieden: naast de
Voor de ontwikkeling van waardevolle kruidachtige vegeta-
kamsalamander profiteert ook de boomkikker van dit nieu-
ties van matig voedselrijk tot armer gebufferd milieu wordt
we kerngebied en het natte natuurnetwerk en ook voor de
op daarvoor kansrijke situaties de fosfaatrijke toplaag van
knoflookpad zou Zwaluwenbunders weer een geschikt leef-
ongeveer dertig centimeter afgegraven. Dit zijn de plekken
gebied kunnen vormen.
met in de huidige situatie al een relatief lage fosfaatwaarde. Er wordt een nieuw maaiveld gecreëerd, waarvan de fos-
Door de bovenlaag af te graven wordt een basenrijke en fos-
faatrijkdom van de bovenlaag binnen de streefwaarden voor
faatarme uitgangssituatie ontwikkeld en komen de bijzon-
soortenrijke natuur valt. Er ontwikkelt zich een halfopen
dere natuurlijke condities van de ondergrond tot expressie
landschap met kruidenrijk grasland, of heischrale vegeta-
in natuur. De afwisselende bodemopbouw en de gradiënten
ties en pioniersvegetaties van matig voedselrijk tot voed-
in het maaiveld worden zichtbaar in een grotendeels spon-
selarm milieu, afgewisseld met struwelen, solitaire struik-
taan ontwikkelende, afwisselende vegetatie. Er ontwikkelt
vormige wilgen, kleine bosjes en het poelennetwerk. Er is
zich een halfopen landschap met kruidenrijk grasland, stru-
veel ruimte voor spontane ontwikkeling van pioniersoorten.
welen en solitaire struikvormige wilgen.
Struwelen en kleine bosjes op korte afstand (enkele tientallen meters) van de poelen zijn van belang als landhabitat voor de kamsalamander en de boomkikker.
Contour natuurgordel en af te graven gebied geprojecteerd op kaart met fosfaatwaarden. Bron: de Schoonste Lusthof
3. P L A N U IT L E G: N AT U U R G O R D E L
Uitsnede deelgebied Natuurgordel
31
32
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
Boven de leidingtracés worden natuurlijke struiken aange-
De verwachting is dat bij het afgraven van het maaiveld tot
onele, secundaire fietsroute die een oostwestverbinding
plant. Door het graven van nieuwe poelen met brede oevers,
0,3 m de hoge grondwaterstand gedeeltelijk mee zal dalen.
maakt binnen Water- en Klimaatlandschap Pauwels. Deze is
het vernatten van een deel van het terrein en het ontgraven
Het maaiveld in de Natuurgordel zal dus niet vaker inunde-
nadrukkelijk niet bedoeld als snelle fietsroute. Het fietspad
van de fosfaatrijke toplaag, ontstaat (in ieder geval tijdelijk)
ren vanuit het grondwater. Voor het plangebied buiten de
bestaat uit een karrenspoor: twee betonbanden van 1 meter
op grote schaal een geschikt milieu voor drijvende water-
Natuurgordel verandert de maaiveldhoogte en afwatering
met daartussen 1 meter groen. Dit is de huisstijl voor fiets-
weegbree. Mogelijk is het zaad nog in de bodem aanwezig,
niet. Daarom is de verwachting dat op deze locatie even vaak
verbindingen binnen Water- en Klimaatlandschap Pauwels,
maar ook een nieuwe vestiging vanuit Huis ter Heide of de
inundatie optreedt als in de huidige situatie.
waar Zwaluwenbunders deelgebied van is. Het beton dient
Oisterwijkse Vennen is mogelijk. Ook oeverkruid, een plant
een lichte kleur te krijgen zodat het niet teveel opwarmt;
met vergelijkbare habitatvoorkeur, is te verwachten: deze
BEHEER
om te voorkomen dat fietsers zonnebadende reptielen
soort is al eerder opgedoken langs een nieuw gegraven poel
Begrazing door een gescheperde kudde lijkt kansrijk als
doodrijden. Het karrenspoor is onderhoudsarm en relatief
in de Zwaluwenbunders.
beheermethode, of hooien met nabeweiding. Bij begrazing
makkelijk te overbruggen voor fauna. Binnen de Natuur-
Het is onwaarschijnlijk dat na het afgraven van de toplaag
door schapen (vanuit Pauwelshoeve) zal gebruik worden
gordel ligt het karrenspoor iets verhoogd ten behoeve van
(en ook anders) de bijzondere kenmerkende soorten uit de
gemaakt van tijdelijke rasters. De vegetatie zich enigszins
de drooglegging. Daarbij worden de taluds smal gehouden:
gewenste waardevolle kruidachtige vegetaties zich spontaan
moeten ontwikkelen voor het instellen van het eindbeheer.
deze krijgen een profiel van 1:2.
zullen vestigen, noch uit een zaadbank, noch via natuurlijke
Naar de randen is het talud flauwer: het 'dijkje' wordt bijna
dispersie, behalve pioniersoorten. Om deze reden dient ma-
M O N I T O R I N G V E G E TAT I E O N T W I K K E L I N G
onzichtbaar ingeleid vanaf de randen. Het fietspad wordt in
teriaal uit diverse referentiegebieden in de directe omgeving
Om de ontwikkeling van de vegetatie in goede banen te
natte perioden omgeven door water.
ingebracht te worden. Bij ontwikkeling van bosschages en
leiden is monitoring noodzakelijk. Hiervoor dient in het DO
Twee vlonderpaden vormen de schakel tussen de wandelpa-
struwelen dienen de kenmerkende soorten, in het bijzonder
een strategie te worden opgesteld. Als de spontane ontwik-
den van de Bosrijke Rug en Pauwelspad. Het zijn smalle pa-
rijkstrooiselsoorten, zoals winterlinde en zoete kers in de
keling tegenvalt kan bijvoorbeeld gekozen worden om meer
den die in natte perioden deels omgeven worden door water.
grootste mate ingebracht te worden.
struiken aan te planten of in te zaaien, of om maaisel op te
Het vlonderpad bestaat uit houten onderdelen, mogelijk
brengen uit verwante natuurgebieden zoals De Brand.
met een stalen rooster daarboven. Ze moeten hoog genoeg
I M PA C T A F G R AV E N O P W AT E R S Y S T E E M
aangelegd worden om afstappen te beperken (n.t.b.: tot
Binnen een deel van de Natuurgordel wordt het maaiveld
R E C R E AT I E F N E T W E R K
met 0,3 m afgegraven, om de fosfaatrijke bovenlaag te ver-
De doorsnijding met paden van het deelgebied is terughou-
wijderen. Hierdoor worden de watergangen binnen de Na-
dend, om de natuur niet te veel te verstoren. Min of meer
GRONDBALANS
tuurgordel minder diep.
parallel aan de Burgemeester Bechtweg loopt een functi-
Vanwege duurzaamheid is het van belang om te werken met
70cm). Honden zijn niet toegestaan.
een gesloten grondbalans. De vrijkomende rijke bovengrond is niet geschikt om terug te brengen in de Natuurgordel en dient hieruit te worden afgevoerd, bij voorkeur voor herbestemming binnen het projectgebied. De grond kan voor een klein deel worden verwerkt in een geluids-/zichtwal tussen de Burgemeester Bechtweg en het fietspad in deelgebied Bosrijke rug. Kansrijke optie is om de overige grond aan te bieden aan agrariërs voor de ophoging van percelen, of om de bossen binnen de Burgemeester Bechtweg aan te planten op een verhoogd maaiveld.
Referentiebeeld struwelen. Beeld: flora van Nederland
Referentiebeeld kruidenrijk grasland/ heischraal grasland/ heide (complex). Beeld: Ecopedia
3. P L A N U IT L E G: N AT U U R G O R D E L
stagnerend water
33
GHG GLG kamsalamander
Zwaluwenbunders wordt ingericht als optimaal leefgebied voor de kamsalamander met een netwerk van poelen .
kamsalamanders overwinteren in de kleine bosjes fijn zand goed doordringbaar
Op ongeveer 0,2 tot 2 m onder maaiveld ligt een grillig patroon van leemschollen. Dat zorgt ervoor dat water niet makkelijk kan infiltreren en soms stagneert op maaiveld en in de poelen
de leemlaag houdt het water vast: op lage delen ontstaan poelen
Visualisatie Natuurgordel: halfopen landschap met kruidenrijk grasland, struwelen, solitaire struikvormige wilgen, kleine bosjes en het poelennetwerk. Extensief toegankelijk via karrenspoor en vlonderpad
leemlaag slecht doordringbaar voor water
34
D
A
A'
3. P L A N U IT L E G: N AT U U R G O R D E L
Vlonderpad met stalen rooster, Biesbosch
35
Referentiebeeld karrenspoor beton. Beeld: onbekend
Principeprofiel vlonderpad: hout en stalen roosters. Minimale hoogte 60 cm i.v.m. voorkomen betreding
D'
Principeprofielen karrenspoor met respectievelijk steil en flauw taulud
36
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
3.3 BOSRIJKE RUG
LANDSCHAP/ BEPLANTING:
In het gedeelte binnen de Burgemeester Bechtweg zijn de
De graslanden blijven hier kort, zodat de das hier goed zijn
Kleinschalig landschap met kruidenrijk grasland, kruiden-
contouren getekend voor een boslandgoed, het 'Kransbos',
voedsel kan zoeken. Het maaiveld wordt niet afgegraven,
rijke graanakkers, hooilandjes, struweelsingels, houtsin-
met een stevige boskern vergelijkbaar met de schaal van het
zodat het bodemleven behouden blijft. In de overgangszone
gels, mantel- en zoombeplanting aan bestaande bosschages
Hazennest. Er is ruimte om het later naar behoefte verder
naar de Natuurgordel zijn enkele hooilandjes geprojecteerd.
en kleinere poelen (‘drinkpoelen’).
in te vullen met bijvoorbeeld landschappelijk wonen in het
Ook komen er rond de Natuurgordel meerdere kruidenrijke
bos. Dat kan binnen enkele jaren maar ook later, als het bos
graanakkers. In de nieuwe singels en hagen komen (naast
SOORTEN:
al gegroeid is. Een voetgangersbrug vormt ooit de entree
andere soorten die ook in de bossen voorkomen) verschil-
Aanwezige das. Doelsoorten kamsalamander, boomkikker,
vanuit het aan te leggen boslandgoed.
lende vruchtdragende struiken die extra voedsel opleveren
kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, middelste bonte specht, spotvogel. OMSCHRIJVING
voor de das. De singels en hagen zijn waar logisch in wat Het grotere aaneengesloten bosrijke gebied dat ontstaat is
noordwestelijke richting gepositioneerd vanuit het bos om
een echo van het uitgestrekte bosgebied de Nieuwe Warande
hitte van zon tegen te gaan en daarmee de bodem wat voch-
dat Tilburg ooit met De Brand verbond.
tiger te kunnen houden direct achter de singels en hagen.
Op de dekzandrug worden bestaande en nieuwe bosschages
Ook dragen ze bij als begeleiding van de das vanuit het bos
aaneengeregen door landschapselementen en kleine bos-
De wandelaar beweegt zich over maaipaden, langs de land-
met burcht het foerageergebied in.
jes. Zo ontstaat een kleinschalig landschap: de 'Bosrijke
schapselementen en soms door het bos. Het karrenspoor
In het kleinschalige landschap zal eiken-haagbeuken-
rug'. Daarbinnen is ruimte voor beweid grasland en enkele
takt aan op het Riddershofpad. Er is ruimte voor kleinscha-
bos worden aangeplant, met kwantitatieve nadruk op
hooilandjes van de huidige boeren. En ook hier is het net-
lig recreatief programma rondom het Riddershofpad: fiets-
rijk-strooiselsoorten, volgens wild-heterogeen-plantver-
werk van poelen te vinden voor de kamsalamander en de
parkeervoorzieningen, een natuurspeeltuin en een honden-
band: dat zorgt voor veel (structuur)variatie. De aan te plan-
boomkikker. Wel hebben de poelen een bescheidener vorm,
losloopveld.
ten bomen hebben indien mogelijk een autochtone her-
passend bij de agrarische functie zijn ze meer gedimensio-
komst. Met het ouder worden van het bos zal extra geschikt
neerd als drinkpoel. Aan de bestaande bosschages wordt een
Het gebied ten zuidwesten van de Burgemeester Bechtweg
leefgebied ontstaan voor bosdieren als de kleine ijsvogel-
grillige mantel- en zoomvegetatie toegevoegd, georiënteerd
is globaal meegenomen in de planvorming voor Zwaluwen-
vlinder en middelste bonte specht, aan de randen en in open
op het zuiden. Het bosgebied maakt de verbinding tussen
bunders. Voor deze plek zijn de contouren van een boscom-
plekken in het bos. De spotvogel heeft juist een voorkeur
de stad en Hazennest bij Zwaluwenbunders: het landschap
plex aangegeven, dat na nader onderzoek en in een verder
voor de jonge bossen, maar zal waarschijnlijk blijvend een
steekt de weg over.
planstadium concreet kan worden gemaakt. De planuitleg
plek vinden in de houtsingels. Langs nieuwe bossen en be-
voor dit deel wordt toegelicht in een aparte paragraaf: nu
staande bossen worden mantel-zoomvegetaties ontwikkeld.
Het deel van de Bosrijke rug rond de bosschages van het
volgt de uitleg voor het deel aan de noordkant van de Burge-
Spontane vestiging van kenmerkende bosplanten en zoom-
Hazennest, buiten de Burgemeester Bechtweg, is o.a. be-
meester Bechtweg.
planten is op korte termijn niet waarschijnlijk en inbrengen
doeld als optimale habitat voor de aanwezige das, die hier
van die soorten dient overwogen. In deze zone komen ook
al decennialang huisvest. Daarnaast profiteren vele andere
E C O LO G I E/ B E P L A NT I N G
meerdere poelen die geschikt zullen zijn voor kamsalaman-
soorten van dit kleinschalige cultuurlandschap.
In de Bosrijke rug komen extra bos en kleinschalige land-
der en boomkikker. Samen met de aangrenzende bossen,
schapselementen. Dit gebied wordt vooral optimaal inge-
singels en graslanden ontstaat er ook hier een compleet
richt voor de das, die hier nu al een burcht heeft.
habitat voor deze soorten.
3. PLANUITLEG: BOSRIJKE RUG
Uitsnede deelgebied Bosrijke rug
37
38
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
Er worden waardevolle brede singels en hagen met ken-
eerste plaats een natuurdoel hebben. Bij eventuele begra-
alleen aangelijnd het singellandschap in. Om te voorzien in
merkende bomen en struiken aangeplant. Op de volgende
zing dient afrastering onnadrukkelijk te worden vormgege-
de uitlaatbehoefte wordt ruimte geboden aan een honden-
pagina staan profielen van de verschillende landschapsele-
ven, met houten paaltjes en draad.
losloopveld aan de zuidkant van het Riddershofpad. Ook bij het Kransbos is een rustpunt met picknicktafels, daar waar
menten. We hebben de volgende soorten voor ogen voor de struweelsingels, houtsingels en de mantel- en zoombe-
R E C R E AT I E F N E T W E R K
het historische pad een knik heeft.
planting aan (bestaande) bosschages: gewone vogelkers,
Het singellandschap heeft binnen het plangebied van
Zie p. 42. Afbakening dient onnadrukkelijk te worden vorm-
boswilg, Gelderse roos, gewone vlier, wilde kardinaalsmuts,
Zwaluwenbunders het grootste recreatieve laadvermogen.
gegeven: liefst simpele houten paaltjes en draad. In bos-
wilde lijsterbes, hondsroos, sporkehout, rode kornoelje,
Grenzend aan woongebied Nieuwe Warande en de entree
schage bij het bestaande erf is een geluidswal opgenomen
hazelaar, sleedoorn en wilde appel.
vanuit Tilburg Noord vind je verschillende wandelrondes
van 2,5 meter hoog, 13,5 meter breed. Talud wegkant 1:2;
over maaipaden. De opzet is dat deze paden ook door de
oostkant 1:3.
BEHEER DOOR LANDBOUW
boer worden gebruikt. Er zijn verschillende rondjes te ma-
Binnen de Bosrijke rug blijft de agrarische functie behou-
ken: van een half uurtje lopen tot twee uur onderweg. Met
BOSLANDGOED 'KRANSBOS'
den. De graslanden en akkers zullen grotendeels in agra-
de routes wordt aangesloten op het Pauwelspad. De routes
De contouren van het boslandgoed zijn gebaseerd op de
risch gebruik blijven. Het gebruik van de graslanden in
vervelen niet: er zijn steeds andere lussen te maken. De
oude kransakkers die hier te vinden waren: een groot bos-
deze zone zal bij voorkeur uit extensieve begrazing door
oriëntatie van de paden wisselt tussen zon en schaduwzijde.
complex als één geheel, met een of meerdere kamers daar-
landbouwdieren bestaan. Voor een gezondere bodem wordt
Door het bos bestaan de wandelpaden uit leemkleurige half-
binnen. Geen aaneengeregen boscomplexen dus zoals de
aangeraden om de fosfaatnorm terug te schroeven tot ½ of
verharding
opzet van de rest van de Bosrijke rug. Er is op deze plek geen onderzoek gedaan naar bodem, water en ecologie. Ook heeft
¼ van de standaardnorm. De stikstofbemesting kan worden toegestaan tot standaard. Met voorkeur voor meststof-
VOORZIENINGEN
de gemeente nog geen eenduidig idee over het programma
fen rijk aan organische stof, bijvoorbeeld ruwe stalmest of
Op een strategische plek langs het Riddershofpad ligt een
voor deze plek. Het ruimtelijk kader is een aaneengesloten
houtcompost. Dit alternatief zou kunnen gelden voor het
overstappunt voor fietsers. Hier kan de fiets geparkeerd
centrumgericht boscomplex, met een langzaam erkeerroute
gehele gebied dat in agrarisch beheer blijft, totdat fosfaat-
worden en kunnen bezoekers te voet het gebied verkennen.
over een historisch tracé aan de zuidkant. Hier vind je in de
waarden zijn afgenomen tot 100 mg P (P-Al)/kg DS. Be-
Nabij de fietsparkeerplaats is ruimte gereserveerd voor twee
knik een rustplek. Laanstructuren roepen de sfeer van land-
kalking wordt wel aanbevolen; kalkhoudende gronden zijn
picknicktafels, een natuurspeeltuin, met een beschutte
goed op. Lindes en iepen zijn hiervoor geschikte bomen.
rijker aan bodemleven en bieden een beter foerageergebied
ligging met lindebomen en omgeven door bosschages. Risi-
Ontsluiting voor de auto lijkt logisch vanaf de noordkant
voor de das. Kruidenrijke graanakkers kunnen net als de
covol spelen past bij de plek. De spelelementen worden ge-
van het bos, via de Bundersestraat.
graslanden beheerd worden door agrariërs, hoewel ze in de
maakt van natuurlijk, duurzaam materiaal. Honden mogen
Referentiebeeld maaipad langs boszoom.
Referentiebeeld landschap. Beeld: Buiting
Beeld: Marijke Beumer mooisteroutes.nl
Natuurspeeltuin. Beeld: Hoek hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijf
3. PLANUITLEG: BOSRIJKE RUG
39
kleine bosjes
singels hagen
kruidenrijk grasland
GHG GLG De das leeft in een burcht, onder het maaiveld in de bestaande bosschages van het Hazennest
In de nieuwe singels en hagen komen verschillende vruchtdragende struiken voor die extra voedsel opleveren voor de das
Mollen mengen bodemlagen en creeren zo bodems met hoge porositeit. Dit trekt regenwormen; de belangrijkste voedselbron voor mollen en dassen
Visualisatie Bosrijke rug: kleinschalig landschap met kruidenrijk grasland, struweelsingels, houtsingels, kleine bosjes en poelen. De wandelaar loopt er vlechtend doorheen
40
Houtsingel 7,5m
Principeprofiel houtsingel met afwisselende oriëntatie van het wandelpad.
F
Houtsingel 15m
Principeprofiel houtsingel met afwisselende oriëntatie van het wandelpad.
F'
3 . P L A N U I T L E G P E3 R . PDLEAE N LG UE I TBLI E G D: B S IONSGREI L JL KA E NRDUSGC H A P H A Z E N N E S T
Principeprofiel uitbreiden bestaand bos met mantel- en zoomvegetatie en voetpad. Sturen op toename van dood hout zorgt voor verhoging van biodiversiteit in het bos
41
42
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
3. PLANUITLEG: BOSRIJKE RUG
43
44
H+N+S I.S.M. B U IT I N G A DV I E S ■ K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S ■ VO O R LO P I G O NT W E R P
3.4 BUFFERZONE DUURZAME LANDBOUW LANDSCHAP/ BEPLANTING:
logische waarde, maar ook op vochtvasthoudende eigen-
Halfopen landschap met ritmische geleding door struweel-
schappen, goede strooiselkwaliteit en waarde voor vee.
singels.
Af en toe staat er een boom in: voor extra diversiteit/ structuurvariatie, schaduwwerking en vanwege de goede strooi-
SOORTEN:
selkwaliteit, wat bijdraagt aan een gezonde bodem. De
Aanwezige steenuil en kerkuil. Doelsoorten kamsalaman-
bomen staan op onregelmatige afstand, toegepaste soorten
der, boomkikker, kleine parelmoervlinder, spotvogel, grau-
zijn fladderiep, ratelpopulier en linde. Ook in de bufferzone
we klauwier, oranje zandoogje, kneu.
vind je poelen, kruidenrijke natuurakkers en natuurvriendelijke oevers. Boomteelt is in dit gebied uitgesloten: dit is
OMSCHRIJVING
niet passend in het landschap. Er ontstaat een aantrekkelijk
Aan de noordzijde van de Natuurgordel, op de overgang naar
kleinschalig landschap voor oranje zandoogje, kneu, steen-
agrarisch gebied in particulier bezit, wordt op de gronden
uil, kerkuil, das, kamsalamander en nog veel meer soorten.
van de gemeente een stap gemaakt in de landbouwtransitie.
Boomkikker, grauwe klauwier en spotvogel profiteren van
In dit gebied worden de percelen smaller en op de perceel-
de nieuwe struweelsingels.
grenzen worden struweelsingels aangeplant met daarin enkele bomen. De singels weren wind en gaan verdroging
R E C R E AT I E F N E T W E R K
tegen, doorwortelen de bodem en verhogen zo de vrucht-
Er loopt 1 klompenpad door de bufferzone, dat de routes uit
baarheid, werpen schaduw voor dieren en verhogen zo wel-
de Bosrijke Rug verbindt met het Pauwelspad.
zijn, vruchtbaarheid en melkgift, en verhogen biodiversiteit ten gunste van natuurlijke plaagbestrijding. Deze meer-
RANDVOORWAARDEN AGRARISCH GEBRUIK
voudige agronomische meerwaarde staat in gunstige balans
Omwille van de bodemkwaliteit en natuurwaarden dienen
met de betrekkelijk kleine areaalvermindering, een kleinere
in een volgend planstadium afspraken te worden gemaakt
eerste snede van hooilanden (maar betere tweede snede) en
over het uitrijden van mest en het aantal dieren per hectare.
verhoogde beheerkosten. In noordwestelijke richting loopt
De poelen worden in de DO fase verder uitgewerkt en ook de
een nieuwe ecologische verbinding richting het Noorderbos
bereikbaarheid van percelen is een DO uitwerking.
met enkele poelen en struweelsingels. E C O LO G I E/ B E P L A NT I N G De nieuwe struweelsingels in de bufferzone bestaan uit de soorten gewone vogelkers, boswilg, Gelderse roos, gewone vlier, wilde kardinaalsmuts, wilde lijsterbes, hondsroos, sporkehout, rode kornoelje, hazelaar, sleedoorn en wilde appel. De soortkeuze is gebaseerd op de groeiplaats en eco-
Principeprofiel struweelsingel met enkele bomen en afwisselende oriëntatie van het wandelpad
Uitsnede deelgebied Agrarische rand.
3. PLANUITLEG: AGRARISCHE RAND
Uitsnede deelgebied Bufferzone duurzame landbouw (3.4) en Agrarische rand met ecologische dooradering (3.5)
45
46
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
GHG
poel
GLG
zandoogje
in dit landbouwgebied voorzien natuurvriendelijke oevers en struweelsingels in kleinschalige ecologische dooradering. Het leefgebied van de steenuil en de vlinders wordt daardoor verbeterd
kneu de vlinder oranje zandoogje is gebaat bij een combinatie van houtige landschapselementen, kruidenrijke graslanden en open akkerranden
Wensbeeld Agrarische rand. Lange struweelsingels en palenrijen voor de steenuil met op de achtergrond de (bestaande) te revitaliseren boomrijen langs zandwegen
de steenuil gebruikt de graslanden als foerageergebied
3. PLANUITLEG: AGRARISCHE RAND
47
3.5 AGRARISCHE RAND MET ECOLOGISCHE DOORADERING LANDSCHAP/ BEPLANTING:
Er worden enkele kleine kruidenrijke graanakkers
hazelaar, sleedoorn en wilde appel. Door de aanleg van
Overwegend open landschap met geleding door
gerealiseerd. Er loopt een wandelpad langs de lange lijnen
struweelsingels en de ontwikkeling van een kruidenrijke
struweelsingels.
van de struweelsingel. Aan de randen sluit dit aan op oude
natuurakker zal niet alleen het leefgebied van de steenuil en
zandpaden. Belangrijk onderdeel van de agrarische rand zijn
kerkuil worden verbeterd: ook kleine parelmoervlinder en
SOORTEN:
de boomrijen langs oude ontginningswegen. De iepen staan
kneu zullen profiteren.
Aanwezige steenuil en kerkuil. Doelsoorten kleine
er niet overal goed bij: deze boomrijen dienen te worden
parelmoervlinder, spotvogel, grauwe klauwier, oranje
hersteld met iepenziekte-resistente iepen. Of eventueel een
R E C R E AT I E F N E T W E R K
zandoogje, kneu.
andere boomsoort: dit heeft vanuit landschapskwaliteit niet
Er lopen bestaande wandelpaden door het gebied:
de voorkeur.
waaronder het Pauwelspad. De bestaande zandpaden zijn
OMSCHRIJVING
karakteristiek en zeer waardevol.
De 'Agrarische rand' aan de noordzijde is vooral in
E C O LO G I E/ B E P L A NT I N G
particulier bezit: hier doen we weinig. De ambitie is om
De aan te planten struweelsingels zijn hetzelfde als de
in goed overleg met boeren te voorzien in kleinschalige
singels uit de bufferzone, maar zonder bomen. Ze worden
ecologische dooradering van het gebied, in de vorm
5 meter breed, met soorten zoals gewone vogelkers,
van struweelsingels en natuurvriendelijke oevers. De
boswilg, Gelderse roos, gewone vlier, wilde kardinaalsmuts,
aanwezige biologische boer wordt gezien als trendsetter.
wilde lijsterbes, hondsroos, sporkehout, rode kornoelje,
Referentiebeeld kruidenrijke akker. Beeld: onbekend
Steenuil op paaltje. Beeld: André Eijkenaar
Principeprofiel struweelsingel met enkele bomen en afwisselende oriëntatie van het wandelpad
48
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
Landschapselementen dragen bij aan dierenwelzijn. Beeld: H+N+S Landschapsacrhitecten i.s.m. De Schoonste Lusthof
3. PLANUITLEG: AGRARISCHE RAND
Landschapselementen dragen bij aan een gezond milieu. Beeld: H+N+S Landschapsacrhitecten i.s.m. De Schoonste Lusthof
49
50
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
4.1 R E C R E AT I E F NETWERK De hoofdentree voor fietsers vanuit Tilburg is de fietsbrug over de Burgemeester Bechtweg, die doorloopt in de bestaande primaire fietsroute Riddershofpad aan de zuidoostkant van het plangebied. Min of meer langs de Burgemeester Bechtweg wordt een secundaire fietsroute gerealiseerd als ‘oostwest’ verbinding binnen Water- en Klimaatlandschap Pauwels. Het gebied Zwaluwenbunders zelf is vooral bedoeld voor voetgangers. Het bestaande wandelnetwerk wordt uitgebreid, zodat afwisselende rondes van verschillende grootte kunnen worden gemaakt. Aan de oostzijde, door de Bosrijke rug, is het nieuwe padennetwerk intensiever. Hier kunnen diverse rondjes worden gemaakt vanuit woongebied Nieuwe warande, en vanaf het rustpunt aan het Riddershofpad. Een nieuwe voetgangersbrug vanuit het boslandgoed in de stadsrand is een kans om dit gebied met Zwaluwenbunders te verbinden. De wandelpaden bestaan uit in principe uit maaipaden, gedeeltelijk uit vlonderpaden en door het bos uit halfverharding met leem. Aan het Riddershofpad ligt een rustpunt met twee picknicktafels, een natuurspeeltuin, fietsnietjes en enkele lindes.
vraag gemeente: hoe zit het met routes vanuit Nieuwe Warande
Ook bij het Kransbos is een rustpunt met picknicktafels, daar waar het historische pad een knik heeft.
Picknick tafel hout. Beeld: Van Vliet/ duurzaamhout.nl
Fietsparkeren in boomstam. Beeld: Boom en Staal
Themakaart 'Recreatief netwerk'
4. OVERZICHTSKAARTEN
51
4.2 AANLEG Deze kaart biedt inzicht in de te realiseren elementen binnen het project Zwaluwenbunders. De kaart vormt de basis voor de globale kostenraming. Omdat de bosschages en landschapselementen van het Boslandgoed binnen de Burgemeester Bechtweg een ander uitwerkingsniveau hebben zijn de aantallen hiervan los van de rest inzichtelijk gemaakt.
Themakaart 'Aanleg'
52
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
5. AANDACHTSPUNTEN/ DOORKIJK DEFINITIEF ONTWERP Als belangrijkste uitwerkingen en aandachtspunten voor
het gebied te monitoren. Hiervoor dient als onderdeel van
Doorontwerpen
het Definitief Ontwerp (DO) zien we de volgende thema's:
het DO (of UO?) een plan te worden opgesteld.
•
Afronding kopse kant van NVO
•
Kruising paden met waterlopen zeker in geval van NVO
•
Materialiseren/ detailleren paden bos/ fietspad/ vlon-
Kostenberekening
Uitwerking poelen
Na oplevering van het VO wordt een kostenberekening ge-
De poelen dienen in de DO-fase in detail te worden gedi-
maakt. Op de uitkomsten hiervan dient te worden gereflec-
mensioneerd en uitgetekend, geven de ecologen aan.
teerd. Mogelijk leidt dit tot aanpassingen.
Een beplantingsplan geeft inzicht in sortiment, maten, aantallen, plantafstanden en ook de aanvangstsituatie i.r.t.
Grondbalans en grondstrategie
het gewenste eindbeeld dient in beeld te worden gebracht.
De eerste globale berekeningen van het grondverzet laten zien dat er veel grond vrij komt die in het huidige planopzet
Uitwerken boslandgoed/ recreatieve voorzieningen in
niet verwerkt wordt. Duurzaam omgaan met grondverzet
overeenstemming met dit plan
is een belangrijk uitgangspunt. In de startfase van het DO
In dit project zijn de recreatieve elementen niet ontworpen:
dient ook hier aandacht aan worden te besteed: wat zijn de
er zijn ruimtereserveringen gemaakt en de beoogde func-
opties buiten de plangrenzen; wat kunnen we eventueel
ties en uitstraling zijn omschreven. We raden om om in de
oplossen binnen de contour door aanpassingen?
vervolgfase met stakeholders en omwonenden in gesprek te gaan om wensen te inventariseren en o.a. op basis daarvan
Bereikbaarheid akkers voor landbouwverkeer, beheerpad
de laag van het toe te voegen programma verder uit te wer-
nvo
ken.
Een uitwerking voor het DO is de toegankelijkheid van percelen (met aandacht voor gronddammen) en het beheer van
Uitwerken voorwaarden landbouw in bufferzone uitwer-
Natuurvriendelijke oevers. Dit dient samen met grondei-
ken
genaren en andere beheerders te worden uitgewerkt (i.r.t.
Omwille van de bodemkwaliteit en natuurwaarden dienen in
recreatief medegebruik, veiligheid, NVO, duikers etc.).
een volgend planstadium afspraken te worden gemaakt over het uitrijden van mest en het aantal dieren per hectare.
Opstellen monitoringsplan Omdat bodem en water een grote variatie en daarmee een
Verdiepingsslag water
grote mate van onvoorspelbaarheid kennen is het van be-
Ingemeten waterlopen verwerken op tekening, o.a. bij
lang om uiteindelijk te werken met een strategie van mo-
maatvoering NVO. Berekeningen impact aanpassingen wa-
nitoring, waarbij zowel een ecoloog, bodem expert en en
tersysteem.
(grond)water expert betrokken is. Laatste om de effecten op nabijgelegen percelen en op de grondwaterstanden binnen
derpad •
Precieze dimensionering/ aanplantmethode/ ruimtebeslag lineaire landschapselementen. Struiksingels > 5m?
53
54
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
Intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot uitgaven
Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de inhoud, waaronder tekst en beeld, van deze uitgave berusten bij H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers, is het niet toegestaan om enige inhoud openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. [Voor zover openbaarmaking en/of verveelvoudiging is toegestaan, moet steeds de bron worden vermeld indien dit wettelijk of contractueel verplicht is. Commercieel of onrechtmatig gebruik van enige inhoud van deze uitgave is niet toegestaan.] Inspanningsverplichting achterhalen rechthebbenden
H+N+S B.V. heeft haar uiterste best gedaan om rechthebbenden van de inhoud, waaronder tekst en/ of beeld, van deze uitgave te achterhalen. Indien u (mede)rechthebbende bent op enige inhoud en voor het gebruik daarvan niet als (mede)rechthebbende bent genoemd of daarvoor geen toestemming hebt verleend waar die wel vereist was, verzoeken wij u onmiddellijk contact op te nemen via mail@hnsland. nl. Disclaimer ten aanzien van uitgaven
H+N+S B.V. heeft uiterste zorg besteed aan de inhoud van deze uitgave. H+N+S B.V. wijst echter iedere vorm van aansprakelijkheid af voor onvolkomenheden of onjuistheden ten aanzien van de inhoud van de uitgave. H+N+S B.V. behoudt zich het recht voor de inhoud van de uitgave te wijzigen zonder dit vooraf aan te kondigen.
55
COLOFON/ BRONNEN
C O LO F O N
BELANGRIJKSTE BRONNEN
Inhoud: H+N+S Landschapsarchitecten, Buiting Advies, BOOT, De Schoonste Lusthof
Vooronderzoeken
Projectnummer: 2862
•
oktober 2022
Opdrachtgever: Gemeente Tilburg Datum: 27-06-2024
•
Conceptrapport Vooronderzoek Bodemherstel Zwaluwenbunders Tilburg, De Schoonste Lusthof, februari 2023
Team H+N+S Landschapsarchitecten
Hydrologische systeemanalyse plangebied Zwaluwenbunders te Tilburg, BOOT,
•
Ecologisch onderzoek en advies Zwaluwenbunders, deel1, Tilburg, Buiting Advies, 13 februari 2023
Marijne Beenhakker (sr. landschapsarchitect, projectleider) Camille Poureau (mr. landschapsarchitect) Jimmy Kok (ondersteuning)
Overig •
den van Tilburg, Archol rapport 420, 2019
Buiting Advies Elmar Prins (projectleider ecologie)
Bewoningssporen uit de midden- en late bronstijd op de dekzandvlakte ten noor-
•
Historisch-geografische verkenning in Tilburg Noordoost, Lambert Winkelmolen, 2018
Jan van Harten (projectmedewerker GIS en ecologie) Bob van Bommel (projectleider, procesbegeleiding, medior ecoloog)
•
BOOT
Internet
Tjeerd van Spronsen (adviseur geohydrologie), Arjan Averink (sr. adviseur stedelijk water & klimaatadaptatie)
•
Topo Tijdreis
•
Wikipedia
•
vogelsenzo.blogspot.com / Ad Kolen
De Schoonste Lusthof Job Claushuis (adviseur plant- en bodem) Projectteam werksessies/ betrokken partijen Gemeente Tilburg: Marc Houter (projectleider), Olivier Keij (programma ondersteuner), Gijs Breeman (landschapsarchitect), Mischa Cillessen (ecoloog), Marielle van Dalen (beleidsmedewerker water en riolering) Waterschap de Dommel: Guido van Wijk (adviseur watersystemen / hydroloog), Iris van der Laan (medior adviseur ecologie), Marion Rensink (planvormer landelijk gebied)
Voorlopig Ontwerp Oostkamer, Afdeling Ruimte Gemeente Tilburg, augustus 2012
H+N+S Landschapsarchitecten Bezoekadres Soesterweg 300 3812 BH Amersfoort Postadres Postbus 1603 3800 BP Amersfoort