Bijlage 3 Voorlopig ontwerp Zwaluwenbunders
Tekst van het document
VOORLOPIG ONTWERP
K L I M A AT L A N D G O E D ZWALUWENBUNDERS
H+N+S Landschapsarchitecten
27 juni 2024
INHOUD
INTRODUCTIE Inleiding, doelstellingen, afbakening plangebied, aanpak, leeswijzer
5
2. PLANCONCEPT EN VOORLOPIG ONTWERP
22
Omschrijving, nat netwerk voor natuur en klimaat, Bosrijke rug, Natuurgordel, Buf-
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K 1.1 Geomorfologie
9 9
Geomorfologie, hoogteligging
1.2 Bodem
ring, heldere zonering van paden en programma Plankaart
10 3. TOELICHTING 3.1 Nat netwerk voor natuur en klimaat
Leemhoudend zand als basis, leemlaag, organische bodemlaag/ humus, basenvoorraad, fosfaat, structuurbederf, hotspots door mollen, kansen/ aanbevelingen bodem
1.3 Water
ferzone duurzame landbouw deelgebied, Agrarische rand met ecologische doorade-
12
Poelen, natuurvriendelijke oevers, klimaatwinst
geohydrologisch systeem, hoge grondwaterdynamiek, poelen geïsoleerd van grond-
3.2 Natuurgordel
watersysteem, oppervlaktewater, impact klimaatverandering, kansen/ aanbevelin-
Omschrijving, ecologie/ beplanting, impact afgraven op watersysteem, beheer ,
gen water
monitoring vegetatie ontwikkeling, recreatief netwerk, grondbalans
1.4 Ecologie
14
3.3 Bosrijke rug
Relatie Zwaluwenbunders en Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant & EVZ, Vegetatie
Omschrijving, ecologie/ beplanting, beheer door landbouw, recreatief netwerk,
en flora, potentie en kansen flora en vegetatie, fauna, zoogdieren, vogels, amfibiën,
voorzieningen, boslandgoed 'kransbos'
vissen, insecten, kansen/ aanbevelingen ecologie
3.4 Bufferzone duurzame landbouw
1.4 Landschap Landschapsbiografie, synthesekaart landschap
18
26 26 30
36
44
Omschrijving, ecologie/ beplanting, recreatief netwerk
3.5 Agrarische rand met ecologische dooradering
47
Omschrijving, ecologie/ beplanting, recreatief netwerk
4. T H E M AT I S C H E OV E R Z I C HTS K A A RT E N
H+N+S Landschapsarchitecten
•
Recreatief netwerk
•
Aanleg
50
5. AANDACHTSPUNTEN/ DOORKIJK DEFINITIEF ONTWERP
52
DISCLAIMER/ COLOFON
54
4
A F W I S S E L E N D, P O E L E N R I J K K L I M A AT L A N D G O E D M E T N AT U U R G O R D E L E N V E R W E V I N G VA N L A N D B O U W E N N AT U U R
INTRODUCTIE
5
K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E NBUNDERS Het gebied ‘Zwaluwenbunders’ ligt ten noordoosten van de stad Tilburg. Het betreft een landbouwgebied met verspreid enkele bospercelen. Het gebied is ongeveer 70 hectare groot. Ondanks de hoge ligging, ruim 11 meter boven NAP, is het er periodiek zeer nat: leemschollen zorgen ervoor dat water niet gemakkelijk infiltreert. De eeuwenoude naam ontleent het gebied aan het oorspronkelijke natte karakter en is afkomstig van het Germaanse woord ‘swellen’ (opzwellen). Als gevolg van de overvloedige regenval in de periode van de herfst tot het voorjaar zwol het gebied als het ware op doordat het regenwater als gevolg van de aanwezige leemlagen in de ondergrond slecht afwaterde. In droge perioden kan het grondwater juist diep wegzakken. Het leemhoudende zand in de ondergrond zorgt ervoor dat desondanks voldoende vocht beschikbaar blijft voor vegetatie, door capillaire nalevering. Deze condities van de bodem zijn uniek in Nederland. Tot maart 2020 was de gemeente Tilburg van plan om op de locatie van Zwaluwenbunders een bedrijventerrein te realiseren. Dit plan is van de baan. Door deze eerdere ambitie bezit gemeente Tilburg binnen Zwaluwenbunders een groot stuk aaneengesloten grond, dat momenteel verpacht wordt.
De gemeente heeft recent besloten het gebied ‘Zwaluwenbunders’ toe te voegen aan ‘Water- en Klimaatlandschap Pauwels’ en het gebied in die context te herontwikkelen. De ambitie van de herontwikkeling van Zwaluwenbunders als 'Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders' is de realisatie van een zo ecologisch waardevol en duurzaam mogelijk gebied met een mix van natuurontwikkeling en extensieve (biologische) landbouw en extensieve recreatie. Met de herontwikkeling dient ook een bijdrage geleverd te worden aan de kwaliteiten van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Dit alles moet samenkomen in een integraal ontwerp, met de unieke kwaliteiten van het bodem en watersysteem als basis en aandacht voor landschap en cultuurhistorie.
6
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
Het Voorlopig Ontwerp (VO) is het resultaat dat ontstaan is na uitgebreid onderzoek, analyse en advies van meer-
■ Daar waar mogelijk het leveren van een positieve bijdrage aan de hydrologische situatie van De Brand.
dere inhoudelijk deskundigen in samenwerking met de
kader van de planvorming op vrijwillige basis aan te kunnen kopen dan wel te ruilen. Net buiten het plangebied worden gesprekken gevoerd om op vrijwillige basis de ecologische
gemeente Tilburg en diverse stakeholders. Ecologisch Ad-
Klimaat
dooradering van landbouwpercelen te vergroten.
viesbureau Buiting Advies en H+N+S Landschapsarchitecten
Weersomstandigheden worden extremer: in de toekomst
Het gebied ten zuidwesten van de Burgemeester Bechtweg
zijn gevraagd om het ontwerp te ontwikkelen; BOOT en De
zullen steeds langere aaneengesloten perioden van droogte
is globaal meegenomen in de planvorming voor Zwaluwen-
Schoonste Lusthof zijn betrokken voor onderzoek en advies
voorkomen en zal regen vaker vallen in de vorm van piek-
bunders. Voor deze plek zijn de contouren van een boscom-
op het gebied van respectievelijk hydrologie en bodem. Dit
buien. Door meer water vast te houden in het gebied en
plex aangegeven, dat na nader onderzoek en in een verder
document betreft een toelichting op en onderbouwing van
tegelijkertijd meer ruimte bieden voor berging draagt Zwa-
planstadium concreet kan worden gemaakt.
het VO 2.0.
luwenbunders bij aan een toekomstbestendig landschap.
DOELSTELLINGEN
De aanleg van houtige beplantingen en het ontwikkelen van kruidenrijke vegetaties zorgt er daarnaast voor dat CO2
A A N PA K
wordt vastgelegd. In het landelijk gebied spelen verschillende grote opgaven
Voorafgaand aan de ontwikkeling van het Schetsontwerp
en ambities. Ruimte en middelen zijn schaars: meervoudig
Landbouw
zijn door Buiting Advies, BOOT en De Schoonste Lusthof on-
ruimtegebruik en een slimme ordening en een inrichting
Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk (agrarische) gronden in
derzoeken verricht naar ecologie, water en bodem. Op basis
gebaseerd op de condities van de ondergrond zijn essenti-
gebruik blijven bij de agrarische ondernemers in het gebied.
van de eerste onderzoeksresultaten is het ontwerpproces
eel voor een duurzame toekomst van ons landschap en zijn
Daarbij geldt de ambitie om een stap voorwaarts te maken
gestart en is in een iteratief proces gewerkt aan ontwerp en
functies. De belangrijkste doelstellingen die de gemeente
in de landbouwtransitie. Met een gezonde bodem, hoge bio-
verdiepend onderzoek.
als voorwaarde heeft gesteld voor het ontwerp van Zwalu-
diversiteit en een goed verdienmodel als uitgangspunt.
wenbunders hebben we op een rij gezet, op volgorde van prioriteit:
Gedurende de planontwikkeling zijn verschillende werkRecreatie
sessies georganiseerd met specialisten van de gemeente (op
Uitgangspunt voor Zwaluwenbunders is extensief recrea-
het gebied van ecologie, water, landschap, archeologie en
Natuur
tief medegebruik. De ligging aan de stadsrand maakt het
beheer) en het waterschap De Dommel. Tijdens vier werk-
De hoofddoelstelling voor natuur is tweeledig. Enerzijds het
gebied interessant als uitloopgebied voor inwoners van de
sessie met ongeveer 10-20 deelnemers zijn de tussenstap-
zo optimaal mogelijk benutten van de aanwezige intrinsieke
groeiende stad en woonontwikkeling Nieuwe Warande. Door
pen van het SO en het VO steeds kritisch besproken en is
natuurpotenties die de bijzondere abiotische omstandighe-
zonering van gebruikers blijven de delen met hogere na-
input geleverd voor verbetering van het plan.
den bieden. Anderzijds het leveren van een bijdrage aan de
tuurdoelen rustiger. Een stevige ruimtelijke en functionele
ecologische kwaliteiten en doelen van het nabijgelegen Na-
verbinding tussen de stad en het buitengebied is gewenst:
De gesprekken met stakeholders, zoals grondeigenaren,
tura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense duinen & Leemkui-
de Burgemeester Bechtweg vormt nu een grote barrière en
huidige gebruikers en direct omwonenden, zijn gevoerd
len en De Brand’. Om dit te bereiken is voor de planvorming
scheiding.
door de gemeente. Met de boeren zijn o.a. de mogelijkheden
door de provincie Noord-Brabant een subsidie toegekend
voor grondverwerving, grondruil en het aanleggen van stru-
via het Landelijk Programma Natuur (LPN). Versterken van
welen/hagen op particulier eigendom besproken.
het Natura 2000-gebied kan op verschillende manieren:
AFBAKENING PLANGEBIED
■ Door maatregelen die de ontwikkeling van een metapopulatie van de Natura 2000-doelsoort ‘Kamsalamander’
Bij het Schetsontwerp (SO) is bewust ‘buiten de lijntjes’
mogelijk maken (uitbreiding van het leefgebied en reali-
gekleurd, als visie op de toekomst voor de directe omge-
satie van robuuste ecologische verbindingszones tussen
ving. Bij de ontwikkeling van het Voorlopig Ontwerp (VO)
leefgebieden);
is er in grote mate rekening mee gehouden welke percelen
■ Verminderen van de recreatieve druk op Natura-2000
in eigendom zijn van de gemeente en welke niet. Er wor-
gebieden door de natuurervaring aan te bieden dichtbij de
den echter nog steeds gesprekken gevoerd met derden om
stad;
gronden waarvan verwerving hoge prioriteit heeft in het
INTRODUCTIE
LEESWIJZER In H1 worden de uitkomsten van de analyse en het onderzoek op het gebied bodem, hydrologie, ecologie en landschap omschreven. In H2 wordt de hoofdopzet van het plan omschreven. Het ruimtelijk concept en essentie, onderscheid en samenhang van de verschillende deelgebieden. In H3 volgt verdiepende uitleg, voor het natte netwerk en per deelgebied: Bosrijke rug, Natuurgordel, Bufferzone duurzame landbouw, Agrarische rand met ecologische dooradering. In H4 wordt het plan toegelicht aan de hand van thematische overzichtskaarten. In H5 ten slotte wordt ingegaan op de belangrijkste aandachtspunten en vervolgopgaven bij uitwerking tot Definitief Ontwerp.
Plangebied en de directe omgeving op de topografische kaart
7
8
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
9
1 . A N A LY S E
1.1 GEOMORFOLOGIE
Zo ontstonden beekjes die zich steeds dieper insneden in
NAP +13 m. Globaal neemt de hoogte af in noordoostelijke
het dekzandpakket. De gronden buiten deze beekdalen
richting, richting Natuurgebied De Brand, dat op circa NAP
werden relatieve hoogten: de huidige plateau’s of ruggen.
+7 tot +8m ligt. In de zuidwesthoek ligt een dekzandwelving
Tijdens een laatste stuiffase is over de leemrijke oude dek-
met daarop het bos Hazennest, op 0,5 tot 1 m hoger dan de
zanden een dun pakket van sterk siltige fijne zanden gese-
omgeving.
G E O M O R F O LO G I E
dimenteerd. Vanaf het holoceen werd het klimaat milder,
Het natuurlijke reliëf binnen Zwaluwenbunders is ontstaan
ontwikkelde zich een gesloten vegetatiedek en trad bodem-
Als onderdeel van het ontginningsproces zijn gronden per-
tijdens de laatste ijstijd. Onder toendra- en poolomstandig-
vorming op.
ceelsgewijs geëgaliseerd. Een enkel perceel toont nog een
heden werd een dik pakket fijnzandige sedimenten afgezet
geleidelijk natuurlijk verloop van het oppervlaktereliëf.
van ± 5-10 meter. Vermoedelijk werd fijn zand en löss door
HOOGTELIGGING
de wind opgestoven tot ruggen en werd op grote schaal fijn
Op het Actueel Hoogtebestand Nederland tekenen dekzand-
sediment opgenomen door smeltwater en neerslag en in
plateaus en dekzandkoppen zich af tegen de lager gelegen,
de vorm van lemige sequenties weer afgezet. Hemel- en
vlakkere dekzandvlakte. Binnen de dekzandvlakte loopt het
smeltwater kon door de bevroren ondergrond niet inzijgen
maaiveld flauw af richting De Brand. De hoogteligging van
en werd oppervlakkig afgevoerd.
Zwaluwenbunders varieert tussen de circa NAP +11 m en
De Brand
Dekzandvlakte / geëgaliseerde percelen
Tilburg
Dekzandwelving / Hazennest
Paleografische kaart
Hoogtekaart hoog schaalniveau: aflopend maaiveld richting De Brand
Hoogtekaart laag schaalniveau: Hazennest op dekzandwelving. Perceels-
(bron: AHN)
gewijs aflopend maaiveld richting de greppels
10
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
1.2 BODEM
dikte bedraagt circa 1,0 m. De einddiepte van de onderste
H OT S P OT S D O O R M O L L E N
leemlaag ligt tussen 1,0 en 3,0 m onder maaiveld met een
Nabij heggen en bosjes zijn geregeld molshopen
gemiddelde einddiepte van circa 2,4 m onder maaiveld.
aangetroffen. Mollen mengen bodemlagen en creëren zo natuurlijk gehomogeniseerde bodems, met hoge porositeit.
ORGANISCHE BODEMLAAG/ HUMUS
Het bovenbrengen van onderlagen gaat de uitspoeling van
Graslanden liggen doorgaans op de nattere delen van
basen tegen. De beschikbaarheid van basen in de bodem is
Door grondboringen, monsters en observatie is de
ons landschap; akkers op de drogere plekken. Bij akkers
een levensvoorwaarde voor regenwormen; de belangrijkste
bodemopbouw in beeld gebracht door De Schoonste Lusthof.
varieert de dikte van de gemeten organische bodemlaag
prooidieren van mollen en ook de das. Oude molshopen zijn
De oorspronkelijke basenrijke bodem van Zwaluwenbunders
van 0,3 m tot 1,1 m. In veel graslanden heeft de gemeten
herkenbaar in de vegetatie als gunstige groeiplaats voor
is zeer geschikt voor de ontwikkeling van hoogwaardige
organische bodemlaag een dikte van 0,25 m tot 0,45 m. In
verschillende grassoorten en als kiemplaats voor kruidige,
natuur. Maar, op veel plekken is de fosfaatwaarde in de
de bemonsterde poelen varieert de dikte van de organische
basenminnende soorten. Dit vanwege de beschikbare
bovenste laag hiervoor te hoog.
laag van enkele centimeters tot twee decimeter. Op locaties
calcium en afwezigheid van bodemverdichting. De
Moeilijk doordringbare leemschollen in de ondergrond
met diepe organische lagen ligt de leemlaag dieper.
benodigde basenverzadiging voor wormen en mollen wordt,
zorgen voor stagnering van water. De sponswerking van de
Er zijn op meerdere plekken ‘begraven’ toplagen met
naast hun eigen toedoen, mede in stand gehouden door
bodem is verminderd door verdichting en afwezigheid van
organische stof aangetroffen. Deze historische toplagen zijn
hoge grondwaterdynamiek.
bodemleven.
waarschijnlijk begraven bij de egalisering van het maaiveld, t.b.v. intensivering van de landbouw, of bij het dempen van
LEEMHOUDEND ZAND ALS BASIS
historische poelen of leemkuilen.
De bodem bestaat voornamelijk uit gemengde grond.
KANSEN/ AANBEVELINGEN BODEM •
De diverse bodemopbouw biedt kansen voor de ontwik-
Onder de geroerde toplaag bestaat de bodem van
BASENVOORRAAD
keling van een gradiëntrijk milieu, als uitgangssituatie
Zwaluwenbunders uit een mozaïek van leemarm tot zeer
Momenteel is de bodem licht gebufferd. Op de meeste
voor natuurontwikkeling;
sterk lemig zand tot zandige leem en leem. De grote
locaties is de absolute basenvoorraad aan het maaiveld
variatie bestaat zowel op de schaal van hectaren als
voldoende voor de ontwikkeling van kruidenrijk grasland.
de plekken met gunstig lage fosfaatwaarden in de bodem
vierkante decimeters. Het dominante bodemtype is lemig
Voor de ontwikkeling van hoogwaardige natuur is een
geschikt. Om een goede basis voor natuurontwikkeling
fijn zand. Dat kan door zijn sterke capillaire werking het
voldoende hoge basenvoorraad een voorwaarde.
te bereiken is het nodig om op plekken met relatief wei-
•
basenhoudende grondwater in het voorjaar naleveren tot hoog in de wortelzone.
Voor de ontwikkeling van hoogwaardige vegetaties zijn
nig fosfaat de bovenste 30-40 cm af te graven; F O S FA AT
•
Door extensievere landbouwmethoden en minder ge-
Zwaluwenbunders is in de afgelopen eeuw agrarisch
bruik van zwaar materiaal kan de bodembiologie her-
LEEMLAAG
geëxploiteerd. Hierdoor is op veel plekken een overmaat aan
stellen. Zo wordt de verdichting opgeheven en ontstaat
Op ongeveer 0,2 tot 2 m onder maaiveld ligt een grillig
fosfaat ontstaan in de bovenste laag. De fosfaatwaarden in
een gunstiger uitgangssituatie voor vegetatie en een
patroon van leemschollen. Dat zorgt ervoor dat water niet
de bovenste laag variëren van voor ecologische begrippen
betere sponswerking van de bodem.
overal makkelijk kan infiltreren en soms stagneert op
lage waarden (uitzonderingssituatie), tot voor agrarische
maaiveld. De leemlagen variëren sterk in samenstelling.
begrippen hoge waarden (standaardsituatie). Voor de
Sommige bestaan uit deeltjes van diverse grootte,
ontwikkeling van hoogwaardige natuur is een voldoende
andere hebben korrels van ongeveer gelijke maat. Een
lage fosfaatwaarde een van de belangrijkste bodemkundige
korrelgrootte met min of meer gelijke diameter zorgt voor
voorwaarden.
een goede stapeling van de deeltjes en daarmee grotere porositeit/ doordringbaarheid voor water; bij een ongelijke
STRUCTUURBEDERF
korrelgrootteverdeling blokkeren de fijnste deeltjes de
De agrarische exploitatie heeft ook zijn sporen nagelaten
poriën tussen de grotere deeltjes. De doordringbaarheid
in de vorm van bodemverdichting o.a. door intensief
voor water verschilt dan ook. De meeste leemschollen
maaibeheer en gebruik van zware machines. De slechte
zijn binnen een meter onder maaiveld aangetroffen.
doorwortelbaarheid belemmert de groei van grassen,
De dikte varieert tussen 0,2 m en 2,0 m: de gemiddelde
struiken en bomen.
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
11
Beelden: De Schoonste Lusthof
Gemeten fosfaatwaarden in de bovenste laag: tot 30 centimeter onder maaiveld: op bijna alle plekken te hoog
Gemeten fosfaatwaarden 30-60cm onder maaiveld: groot verschil in geschiktheid voor de ontwikkeling van
voor de ontwikkeling van hoogwaardige natuur
hoogwaardige natuur
Beeld veldonderzoek: grondboring toont de verschillende bodemlagen
Molshopen blijven herkenbaar door variatie in vegetatie, ook na platrijden.
Het gebied Zwaluwenbunders wordt momenteel agrarisch geëxploiteerd.
De molshopen bieden een andere kwaliteit van groeiplaats, zonder bodem-
De bodem is fosfaatrijk en verdicht
verdichting en met beschikbare calcium
12
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
1.3 WAT E R
maar niet permanent stagneerde, en goed kon afvoeren, via
P O E L E N G E Ï S O L E E R D VA N G R O N D W AT E R S Y S T E E M
de natuurlijke oppervlaktegradiënt, en door infiltratie.
In Zwaluwenbunders liggen diverse poelen. Deze ‘hangen’ op de aanwezige leemlagen, en communiceren niet met
Op de plek waar twee diepe leidingen het gebied doorkrui-
de regionale hoogten van het grondwater. Een deel van de
sen lijkt de leemlaag (deels) doorbroken. Lokaal wijkt de
poelen staat in verbinding met greppels. Het waterpeil in
Op basis van gegevens uit onlinebronnen (DINO loket,
waterhuishouding dus af van wat hierboven beschreven is.
de poelen beweegt niet mee met het grondwater. Er bestaat
Grondwatertools), reeds uitgevoerde onderzoeken en eigen
In het droge seizoen is de ligging van leidingen zichtbaar in
variatie in de manier waarop het waterpeil in de poelen
onderzoek (grondboringen en grondwatermonitoring) is
de graslandvegetatie door symptomen van droogtestress.
samenhangt met de ondergrond en diepere (schijn)grond-
door BOOT een beeld geschetst van het grondwatersysteem
waterspiegels. Voor de waterhoudendheid van een poel zijn
en (de wisselwerking met) het oppervlaktewatersysteem.
H O G E G R O N D W AT E R D Y N A M I E K
de aanwezigheid van een leemrijke bodem en de inhoud van
Hydrologisch gezien kan worden gesproken van een gebied
In de huidige situatie is er een grote fluctuatie in de grond-
de poel van groter belang dan de maaiveldhoogte: het water
met een hoge grondwaterdynamiek, door de invloed van een
waterstanden. De wintergrondwaterstanden liggen op som-
in de poel staat immers los van het grondwater.
min of meer aaneengesloten leemlaag. In de winterperiode
mige locaties hoger dan de regionale grondwaterstanden en
is sprake van een zeer hoge grondwaterstand en in de zo-
zijn in sommige gevallen te typeren als schijngrondwater-
O P P E R V L A K T E W AT E R
mer van een lage grondwaterstand, tot wel 3,5 m-mv. Het
spiegels bovenop slecht doordringbare leemlagen. In natte
Aan de randen van het plangebied vindt afwatering plaats
systeem is op hoofdlijnen eenduidig met op kleinere schaal
perioden kan bij pieken het basenhoudend (schijn)grond-
via perceelsloten naar het stelsel van hoofdwatergangen
(op meters uiteen) veel variatie vanwege de heterogene
water dicht aan het maaiveld komen te staan: 0,1 m-mv in
van het waterschap. De B-watergangen zijn aangesloten op
bodemopbouw. Er is een relatief dicht slotenpatroon aan-
het zuidwesten en 0,0 m-mv in het oosten. Bij een hoge
de Kasteelloop en de watergang langs de Waalwijksebaan,
wezig. Maar in het centrale deel zijn veel sloten geïsoleerd:
grondwaterstand is de bodem al grotendeels verzadigd.
die later ook aantakt op de Kasteelloop. De B-watergangen
vanwege gronddammen blijft water hier staan in de sloten.
Hierdoor kan het hemelwater niet de bodem in trekken
staan met de Kasteelloop in verbinding door duikers.
In het centrale deel blijft water hier staan in de sloten. Al-
maar stagneert het op het maaiveld. Naast stagnerend he-
leen aan de randen wordt water afgevoerd, richting de Kas-
melwater treedt inundatie ook op als gevolg van grondwa-
Als onderdeel van het ontginningsproces zijn gronden per-
teelloop.
terstanden boven het maaiveld.
ceelsgewijs geëgaliseerd. Daarbij ligt het maaiveld in het midden van de percelen vaak wat hoger ten opzichte van de
G E O HY D R O LO G I S C H S YS T E E M
In droge perioden kan het grondwater wegzakken tot 3,5
De leemlaag in de ondergrond is beperkt waterdoorlatend.
m onder maaiveld. Dit betekent dat de zandlaag boven de
Het regenwater dat in de bodem infiltreert stroomt groten-
leemlaag in de zomerperiode droogvalt, in sommige geval-
deels boven de leemlaag af en wordt afgevangen door de
len tot november. Ondanks de diepe grondwaterstand gedu-
sloten in het gebied. De geïsoleerde sloten in het centrale
rende de zomer irrigeren de agrariërs de landbouwgronden
deel zijn in feite zaksloten: hiervandaan stroomt het regen-
niet. De bodem is opgebouwd uit lemig zand met daaronder
water via de tussenzandlagen, met grote vertraging in de
een leemlaag. Lemige gronden kenmerken zich door de gro-
leemlaag, vaak via horizontale omwegen, naar het onder-
te capillaire werking en een hoog vochtpercentage. Hierdoor
liggende watervoerend pakket. Het grondwater in dit eerste
kunnen de planten nog voldoende water vanuit de bodem
watervoerend pakket stroomt in noordoostelijke richting,
opnemen tijdens droge zomers.
sloten.
vanuit Tilburg richting De Brand. Het maaiveld neemt geleidelijk af in die richting van circa NAP +12,5 m (Zwaluwen-
Er moet worden opgemerkt dat de bodem binnen het gebied
bunders) naar NAP +7,5 m (De Brand). De ondiepe leemlaag
heterogeen is, en dat er ook veel variatie in grondwater-
eindigt volgens het GeoTOP model nabij De Brand. Ter
standen is, soms zelfs op enkele meters uiteen. De grootste
plaatse van De Brand treedt kwel op: het grondwater komt
dynamiek wordt waargenomen in droge zomers zoals 2018
hier deels omhoog.
en 2019.
Aanwijzingen voor veengroei zijn niet gevonden. Dit duidt er waarschijnlijk op dat oorspronkelijk water wel periodiek,
Schematische weergave geohydrologisch systeem (beeld: BOOT)
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
Bij veel neerslag kan daardoor eventueel water over het
K A N S E N / A A N B E V E L I N G E N W AT E R
maaiveld naar de sloten afstromen.
•
13
klimaatrobuust watersysteem;
Door meer water vast te houden in het gebied en vol-
•
Door meer water te infiltreren stroomt vermoedelijk
De slootbodems bevinden zich boven de leemlaag of erin: de
doende ruimte te bieden voor waterberging bij piekbuien
meer schoon water naar Natura 2000-gebied De Brand
waterloop doorsnijdt de leemlaag dus niet en er is een aan-
wordt bijgedragen aan een klimaatrobuust watersys-
en wordt bijgedragen aan het hydrologisch systeem.
zienlijke weerstand onder de bodems aanwezig. Tijdens een
teem;
NB: het is niet mogelijk om dit met de huidige kennis te
De Kasteelloop loopt als een ader door het projectgebied.
kwantificeren;
veldbezoek zijn dieptes en breedtes van enkele watergangen
•
opgenomen. Hieruit blijkt dat de meeste slootbodems in het
Het optimaliseren van het functioneren van deze water-
•
Op agrarische percelen kan door verbeteren van de bo-
plangebied op circa 70-100 cm-mv liggen: dat is vrij diep.
gang draagt mogelijk bij aan het realiseren van water-
demkwaliteit worden bijgedragen aan de sponswerking
De b.o.b.’s (binnen onderkant buis) van de duikers zijn in de
berging, vasthouden van water en het inrichten van een
ervan.
Kasteelloop één à twee meter onder het maaiveld gelegen. Hierdoor kan het waterpeil zakken en komen de hoger gelegen B-watergangen droog te staan. De hoogte in duikers van de Kasteelloop loopt af van NAP +10,61 m in het westen tot NAP +9,31 m in het oosten van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt nabij De Kuil de eerste vaste stuw
op
op NAP +8,93 m. Door het maaiveldverloop heeft deze stuw
o ell
ste
nauwelijks invloed op het watersysteem in en rond het pro-
Ka
jectgebied. In het centrale gedeelte kan het water niet worden afgevoerd omdat veel van de watergangen zijn afgedamd tot het maaiveldniveau. Er lijken geen duikers aanwezig, waar-
ijk
lw
K
aa
watergangen. De watergangen functioneren als zaksloten;
op
llo
ee ast
W
door het oppervlaktewatersysteem bestaat uit veel losse
ba
se
neerslag en oppervlakkig afstromend water blijft in de wa-
an
tergangen staan en infiltreert zo langzaam in de bodem. Gedurende de natte periode resulteert dit in een hoog oppervlaktewaterpeil en daardoor ook een hoge grondwaterstand. Als de sloten volstaan, kan het maaiveld tijdelijk inunderen. Door de dammen/onderbrekingen van de watergangen is het watersysteem niet één systeem maar betreft het vele kleinere, opzichzelfstaande systemen. I M PA C T K L I M A AT V E R A N D E R I N G Door klimaatverandering krijgen we te maken met extremere weersomstandigheden: langduriger aaneengesloten perioden van droogte en regenwater dat in piekbuien valt. De grootste dynamiek in grondwater is waargenomen in droge zomers zoals 2018 en 2019. De autonome ontwikkeling is dat ook in Zwaluwenbunders de extremen zullen versterken wat zal leiden tot problemen gerelateerd aan droogte en mogelijk ook wateroverlast.
Aangetroffen dammen en duikers tijdens veldbezoek 9-8-2023 en het AHN
Legenda B-Water Afwaterend Zaksloot A-Water Duikers legger waterschap De Dommel
Indicatieve ligging dam met duiker Indicatieve ligging dam zonder duiker Poel in verbinding met greppel Poel niet in verbinding met greppel Indicatieve ligging dammetjes obv AHN
Oppervlaktewatersysteem met A-watergangen, B-watergangen en indicatieve positie gronddammen; zaksloten en afwaterende sloten (beeld: BOOT)
Project: Tilburg, Zwaluwbunders Projectcode: P21-0934 Schaal: 1:5.000 Getekend: RLI Vrijgave: AAV Datum: 17-08-2023 Laatste revisie: 28-03-2024
14
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
1.4 ECOLOGIE
vormt een ecologische verbinding tussen Zwaluwenbunders
Binnen de planvorming van Water- en Klimaatlandschap
en het Noorderbos. Deze strook grenst aan een drukke pro-
Pauwels is verder de ambitie opgenomen om De Brand via
vinciale weg wat niet optimaal is.
het Noorderbos te verbinden met natuurgebied Huis ter Heide.
Daarnaast is sprake van een door de provincie beleidsmatig vastgelegde ecologische verbindingszone (EVZ) die deels in R E L AT I E Z W A L U W E N B U N D E R S & N AT U R A 2000
de Zwaluwenbunders ligt. Deze loopt van de bossen in het
V E G E TAT I E E N F L O R A
De Zwaluwenbunders liggen ten zuiden en zuidoosten van
zuiden van Zwaluwenbunders in noordoostelijke richting
De Zwaluwenbunders bestaat momenteel voor het groot-
Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense duinen & Leem-
via watergangen en poelen naar De Brand bij Udenhout.
ste deel uit monotone soortenarme boerengraslanden en
kuilen). Het dichtst bij de Zwaluwenbunders ligt het Natura
De Brand is een ‘natte natuurparel die onderdeel uit maakt
akkers. De vegetatiekundige floristische waarde is vrijwel
2000-deelgebied ‘natte natuurparel De Brand’ op ruim een
van het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen &
overal zeer laag tot laag. Ook de iets extensiever in gebruik
kilometer. Oorspronkelijk zou De Brand vanuit Zwaluwen-
Leemkuilen.
zijnde graslanden zijn vrij soorten en kruidenarm. Enkele
bunders gevoed worden met grondwater en/of op ondiepe
kleine wat verruigde perceeltjes zijn wat interessanter en
leemlagen afstromend grondwater. Dat laatste is in de hui-
hierin is onder andere de vrij zeldzame (maar in Brabant
dige situatie in ieder geval niet meer het geval en ook niet
relatief algemenere) grote pimpernel en de zeer zeldzame
meer herstelbaar, zo bleek uit het hydrologisch onderzoek.
graslathyrus aan te treffen. Plaatselijk zijn langs wegkanten
In feite is de geohydrologische relatie tussen Zwaluwen
Loonse en Drunense Duinen
en in de randen van de greppels nog in beperkte mate soor-
bunders en De Brand zowel historisch gezien als actueel
ten te vinden als struikhei, kruipganzerik, schapenzuring en
enigszins onduidelijk.
mannetjesereprijs, die wijzen op de waarschijnlijk ooit veel voedselarmere situatie op leemhoudend zand.
Een relatie tussen de Zwaluwenbunders en De Brand kan nog wel gevonden worden in het feit dat er tot op zekere
Qua soortensamenstelling zijn de bossen in de Zwalu-
hoogte habitat aanwezig is of ontwikkeld kan worden voor specifieke kritische soorten. Door versterking daarvan kan
De Brand Huis ter Heide
wenbunders ook niet erg goed ontwikkeld of bijzonder te noemen. Er is vooral sprake van vrij soortenarme ber-
de Zwaluwenbunders een bijdrage leveren aan de robuust-
ken-eikenbos met zomereik en ruwe berk en in lage aan-
heid van vochtige/natte natuurtypen en realisatie van ster-
tallen ratelpopulier, Amerikaanse eik, beuk, grove den en
kere metapopulaties van een aantal soorten, waaronder de
haagbeuk. De bossen hebben in het algemeen wel een goed
Natura 2000-doelsoort kamsalamander en de boomkikker.
ontwikkelde boom- en struiklaag, maar de kruidlaag is nau-
Daarbij is het ook van belang dat er ecologisch verbindings-
Noorderbos
welijks ontwikkeld. Op (slechts) enkele plekken groeien
zones worden gerealiseerd die de uitwisseling van dieren op
nog vrij schaarse bosplanten als gewone salomonszegel en Zwaluwenbunders
den duur mogelijk maakt.
groot heksenkruid die wijzen op een natuurlijk bostype van de zandgronden op leemhoudend zand. Schermhavikskruid
Verder is er een meer indirecte relatie te benoemen tussen
en valse salie zijn kenmerkende soorten van voedselarmere
de gebieden in de vorm van effecten van stikstofdepositie
Hazennest
vanuit de Zwaluwenbunders op het Natura 2000 gebied met zijn stikstofgevoelige habitats.
boszomen. Beide soorten zijn in Zwaluwenbunders vooral nog aanwezig in bermen. In greppels is op een enkele plek spontane ontwikkeling van groot heksenkruid, hazelaar en veldiep aangetroffen en in de aanwezige bosrelicten van
N AT U U R N E T W E R K B R A B A N T & E V Z
zoete kers, soorten die ook wijzen op bostypes die van natu-
De bosgebieden binnen Zwaluwenbunders en een deel van
re wat vochthoudende rijkere zandgrond voorkomen zoals
de poelen met omliggende begroeiing maken onderdeel uit
het eiken-haagbeukenbos en het vogelkers-essenbos.
van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Ook een strook natuur met poelen, ruig grasland en struweel langs de Burge-
Overzicht van Natuur Netwerk Brabant en Natura 2000-gebieden, de huidi-
meester Bechtweg maakt deel uit van het NNB. Deze strook
ge ecologische verbindingszones.
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
15
Recentelijk zijn op een enkele plek langs nieuw gegraven
sterk naleverend vermogen van basen tot in de bovenlaag.
Maar er zijn ook aanwijzingen voor het historisch voorko-
plasjes/poelen pioniersoorten van mesotroof milieu aange-
Onder dergelijke omstandigheden komen van nature waar-
men van aan wat voedselrijkere omstandigheden gebon-
troffen, waaronder oeverkruid. Ook dit zegt iets over de van
devolle plantengemeenschappen voor zowel als het gaat
den glanshavergemeenschappen met bijvoorbeeld grote
nature vrij arme, maar wel enigszins gebufferde bodem en
om bossen, zomen, graslanden en heischrale graslanden en
pimpernel. De natuurlijke abiotiek biedt kansen voor de
wijst op een abiotische potentie voor waardevolle vegeta-
heiden.
ontwikkeling van verschillende waardevolle kruidachtige
ties.
plantengemeenschappen van matig voedselarm gebufferd Bovendien kan de variatie in onder andere leemfractie zor-
milieu mogelijk in een waardevol mozaïek.
P OT E N T I E E N K A N S E N F L O R A E N V E G E TAT I E
gen voor een waardevol mozaïek binnen de vegetaties. Het
De abiotische uitgangssituatie van Zwaluwenbunders is
was echter niet goed te achterhalen welke vegetaties in het
Naast de potenties voor bovenstaande vegetaties ligt er een
relatief bijzonder doordat de bodem bestaat uit zand/leem-
verleden in het plangebied aanwezig waren. Op basis van
grote kans voor de ontwikkeling van waardevolle mantel/
gronden met een grote variatie aan leemfractie en door de
de abiotiek, referentiegebieden in de omgeving, historische
zoomvegetaties. Zoomplanten van lemige bodems zijn bo-
aanwezigheid van leemplaten ruwweg gelegen tussen de
kaarten en historische floristische gegevens uit de omge-
vendien sterk bedreigd. Tot slot liggen er kansen voor de
halve meter en twee en halve meter onder maaiveld. Dit
ving van het plangebied en aanwezige relicten in greppels
ontwikkeling van minder algemene pioniervegetaties van
leidt tot een zeer hoge grondwaterstand in de winter en
en wegkanten kan voorzichtig gedacht worden aan waar-
matig voedselarm milieu op taluds van te graven poelen en
sterk weggezakte grondwaterstand in de zomer. De ver-
devolle vegetaties als eiken-haagbeukenbos, heischraal
te realiseren flauwe oevers langs bestaande greppels/water-
spreid aanwezige hoge leemfracties in de bovengrond en
grasland en heide. Mogelijk in een mozaïek.
gangen.
leemplaten ondiep onder maaiveld zorgen daarbij voor een
Soort van hoogwaardige natuur: Grote pimpernel. Vraagt in de regel om Greppels als ‘ refugia’ voor bijzondere flora en fauna
Bestaande poel met soortenrijke vegetatie
een voldoende basen
16
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
FA U N A
biologische boer. Deze soorten zijn gebaat bij een combina-
Naast genoemde soorten zijn binnen het plangebied nog
Binnen het plangebied en de directe omgeving komen veel
tie van kruidenrijke graslanden, open akkerranden en hou-
algemeen amfibieën aanwezig zoals bastaardkikker, bruine
verschillende diersoorten voor. Door het uitvoeren van
tige landschapselementen. Kenmerkende bossoorten die
kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
een verkennend onderzoek, QuickScan en diverse gerich-
voorkomen zijn o.a. tuinfluiter, boomklever, boomkruiper,
te onderzoeken is het gebruik van het gebied door diverse
grote bonte specht en bosuil. De middelste bonte specht is
VISSEN
soorten goed in beeld. In deze paragraaf gaat de specifieke
waargenomen in de omgeving maar komt voor zover bekend
In een poel in het zuidwesten van het plangebied zijn in
aandacht uit beschermde soorten en andere soorten die
niet voor in het gebied zelf. De roofvogels torenvalk, bui-
2012 twee grote modderkruipers vastgesteld. In 2016 is
relevant zijn voor de planontwikkelling.
zerd, havik en sperwer broeden en jagen in het gebied. Ook
middels e-dna vastgesteld dat er nog steeds grote modder-
de ransuil jaagt in Zwaluwenbunders, waarschijnlijk broedt
kruipers aanwezig moeten zijn.
ZOOGDIEREN
deze uilensoort ergens in het gebied. Het nader onderzoek,
Binnen het plangebied komen vele verschillende zeer alge-
wat momenteel loopt, zal hier uitsluitsel overgeven. De
INSECTEN
mene zoogdieren waaronder muizensoorten, spitsmuizen-
steenuilen foerageren vooral in de directe omgeving van
De vlindersoorten kleine parelmoervlinder en oranje zan-
soorten, egel, ree en vos. Algemene soorten die echter meer
hun nest. Steenuilen geven de voorkeur aan kort gehouden,
doogje komen in Zwaluwenbunders voor. Deze soorten zijn
aandacht vragen zijn das, kleine martersoorten, konijn,
maar niet te intensief in gebruik zijnde graslanden. Bos en
gebaat bij een combinatie van kruidenrijke graslanden, open
haas en eekhoorn. Konijn, haas, wezel, bunzing en herme-
hooilanden zijn niet of nauwelijks geschikt. Ook kerkuil
akkerranden en houtige landschapselementen. De kleine
lijn staan inmiddels op de rode lijst van zoogdieren. Konijn
komt in deze rand van Zwaluwenbunders voor.
parelmoervlinder heeft akkerviooltje als waardplant, een
en haas komen algemeen voor binnen het plangebied op
plantensoort die vooral op en langs akkers groeit. Het oran-
de aanwezige graslanden. De kleine marters zijn schaars
AMFIBIEËN
je zandoogje heeft grassen als waardplant. De kleine ijsvo-
aanwezig (hermelijn mogelijk helemaal niet). Vooral de
Binnen Zwaluwenbunders is een populatie aanwezig van de
gelvlinder, met als waardplant de wilde kamperfoelie, komt
begroeide greppels zijn voor de laatste groep van belang als
kamsalamander. De voorplantingspoelen bevinden zich in
in de omgeving voor maar niet in het gebied zelf. Verder
leefgebied en looproutes. De eekhoorn is nauwelijks bekend
een perceel in het zuidoosten van het plangebied. Uit e-dna
komen er meerdere soorten solitaire bijen voor, waaronder
uit het plangebied.
onderzoek in twee van vier poelen binnen dit gebied komt
de grijze zandbij en de roodharige wespbij.
naar voren dat er waarschijnlijk nog een redelijk grootDe das heeft meerdere burchten in het bosgebied in de buurt
te populatie aanwezig is. Het is aannemelijk dat alle vier
van het Hazennest, waaronder een kraamburcht. De das
poelen voorplantingswater betreffen. Van één poel in het
gebruikt vrijwel het gehele plangebied om te foerageren.
westen van het plangebied tegen de Burgemeester Bechtweg
Het voorkeurshabitat van de das betreft het kleinschalig
aan zijn uit 2022 nog enkele exemplaren gemeld. In nabij-
agrarisch landschap met veel landschapselementen. Het
gelegen Natura 2000-gebied De Brand is sprake van een
belangrijkste foerageerhabitat bestaat uit kort agrarisch
zeer grote populatie. Deze populaties liggen momenteel van
grasland waar regenwormen makkelijk kunnen worden
elkaar geïsoleerd. K A N S E N/ A A N B E V E L I N G E N E C O LO G I E
bemachtigd. Maar ook wordt gefoerageerd in onder andere bossen, landschapselementen en akkers. De omvorming
Boomkikkers kwamen tot enkele decennia voor in het plan-
•
van kort agrarisch grasland naar bijvoorbeeld kruidenrijke
gebied. Recent in mei en juni 2023 zijn er drie meldingen
wenbunders kan door natuurontwikkeling worden ver-
hooilanden of heide is voor de das ongunstig omdat deze
van een roepend dier gedaan uit het een perceel helemaal
sterkt en verbonden met omliggende populaties;
nauwelijks geschikt zijn om te foerageren. Extensief agra-
aan de westkant net ten zuiden van het Ridderhofspad. Mo-
risch beweid vochtig grasland, dat alleen met wat stalmest
gelijk betrof het één en hetzelfde dier. Een grote populatie
kansen voor bijzondere kruidachtige plantengemeen-
wordt bemest is daarentegen juist optimaal geschikt.
van boomkikkers bevindt zich momenteel nog in De Brand
schappen van matig voedselarm gebufferd milieu in een
en een kleine in het Noorderbos.
waardevol mozaïek;
•
De bestaande populatie kamsalamanders binnen Zwalu-
Door de unieke abiotische uitgangssituatie liggen er
VOGELS
In de tachtiger jaren van de twintigste eeuw kwam er nog
In Zwaluwenbunders komen vooral algemene vogelsoorten
een kleine populatie knoflookpadden voor in het westen van
leefgebied ontstaan voor allerlei soorten dieren, zowel
van het agrarisch gebied voor, maar ook schaarsere soorten
het plangebied. Deze lijkt te zijn verdwenen.
soorten die nu aanwezig zijn als soorten die nu alleen in
zoals ringmus, groene specht en roodborsttapuit. De kneu
De knoflookpad is inmiddels geherintroduceerd in de
natuurgebieden in de omgeving voorkomen.
en de spotvogel zijn waargenomen rond de gronden van de
Kaaistoep en Huis ter Heide bij Tilburg.
•
Door Zwaluwenbunders gevarieerd in te richten kan er
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
Kleine parelmoervlinder, kleine ijsvogelvlinder, oranje zandoogje. Het totale aantal vlinders in de lente en zomer is sinds 1992 meer dan gehalveerd. Het slechtste vlinderjaar in de reeks was afgelopen jaar: 2023 was dramatisch. Zwaluwenbunders biedt kansen om de populatie vlinders te versterken
17
18
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
1.5 LANDSCHAP Aan de hand van verschillende kaartbeelden wordt inzicht geboden in de invloed van de mens gedurende verschillende periodes. Het gebied betreft een lager gelegen en natte dekzandvlakte die in het oosten grenst aan een groot dekzandplateau met de oude akkergronden van de Berkelse akkers en in het zuiden aan de grotere dekzandruggen en –plateau’s rond Tilburg. Vanwege de natte omstandigheden bestond Zwaluwenbunders lang uit woeste grond. Het gebied is laat ontgonnen: er is nauwelijks bebouwing. De grond is in gebruik voor landbouw. De eeuwenoude naam ontleent het gebied aan het oorspronkelijke natte karakter en is afkomstig van het Germaanse woord ‘swellen’ (opzwellen). Als gevolg van de overvloedige regenval in de periode van de herfst tot het voorjaar zwol het gebied als het ware op doordat het regenwater als gevolg van de aanwezige leemlagen in de ondergrond slecht afwaterde.
LANDSCHAPSBIOGRAFIE bronstijd: eerste sporen van bewoning De vroegst aangetroffen sporen van bewoning zijn afkom-
Kaart van Zijnen (±1760): Zwaluwenbunders als woeste grond met vennen (blauw omcirkeld), en kleine akkers, weilanden en bosjes aan de randen.
stig uit de Bronstijd. Aan de zuidkant van Zwaluwenbun-
Bron: Regionaal Archief Tilburg.
ders, op een kleine dekzandkop op de overgang naar de grote dekzandvlakte, zijn bij archeologisch onderzoek (Archol, 2019) sporen van een nederzetting aangetroffen (deze zijn
1760: kaart van Zijnen
ex situ geconserveerd). De nabije ligging van zowel hoge als
Mogelijk is dit de eerste kaart die van Tilburg en omge-
vermoedelijk begrazing door schapen plaats.
lage gronden was aantrekkelijk voor vestiging. Op de hoge
ving getekend is: gebaseerd op metingen uit 1732. Op de
De naam ‘Schapersven’ rechtsonder duidt erop dat de hei-
delen werd gewoond en vond op kleine schaal akkerbouw
kaart zijn diverse driehoekige woonkernen, bosjes, akkers
de begraasd werd door schapen. Op de kaart van Zijnen
plaats. De lage, natte delen werden gebruikt als weidegrond;
en weilanden, laanstructuren en uitgestrekte heidevel-
zijn meerdere vennen herkenbaar. Deze komen groten-
vennetjes voorzagen in de watervoorziening. Botanische
den met vennetjes te zien. Zwaluwenbunders is onderdeel
deels overeen met huidige laagten in het AHN-beeld, wat
macroresten wijzen op het gebruik van bedekte gerst,
van het ‘Rauw Heike’ (of de Ruwe Braken): een ruig gebied
aangeeft dat Van Zijnen op dit punt erg accuraat moet zijn
pluimgierst, emmertarwe en spelttarwe. Naast akkerbouw
met diverse vennen en ontginningen vanaf de randen. Aan
geweest. Later zijn veel vennen en moerassen geslecht en
speelde ook het verzamelen van noten en vruchten in het
de zuidkant zien we een stukje van landgoed de Nieuwe
opgenomen in het agrarisch areaal. We mogen ervan uit-
wild een rol, waarvan de resten van hazelnoot en sleedoorn
Warande. Dit landgoed werd aangelegd in 1757, als zuiver
gaan dat wat de midden 18e-eeuwse kaart van Zijnen aan
bewaard zijn gebleven. Na de bronstijd lijkt lange tijd geen
rechthoekig perceel temidden van de Ruwe Braken.
vennetjes en andere moerassige laagten laat zien, een in-
menselijke activiteit te hebben plaatsgevonden rond Zwalu-
Tilburg staat bekend om zijn schapenhouderij/ wolproduc-
druk geeft van wat er minimaal aan waterpartijen aanwezig
wenbunders.
tie. Ook op de woeste gronden van Zwaluwenbunders vond
was in eerdere perioden.
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
19
±1875
±1930
±1970
Huidige situatie
Lange tijd maakte Zwaluwenbunders deel uit van
Het gebied Zwaluwenbunders is vanwege de natte
Rond de jaren ‘70 vond in Nederland op grote schaal
De Burgemeester Bechtweg vormt sinds de aanleg
de uitgestrekte heideterreinen ten noordoosten van
omstandigheden laat ontgonnen. Grootschalige ont-
ruilverkaveling plaats. Zo ook in Zwaluwenbunders:
eind jaren ‘90 een barrière tussen Tilburg Noord en
Tilburg. De eerste ontginningen in het gebied vonden
ginning voor agrarische doeleinden begon pas in de
de percelen werden vergroot, de sloten verdiept. Zo
het buitengebied. Lange tijd bestond het plan om op
plaats vanaf het eind van de 19de eeuw, waarbij delen
loop van de 20ste eeuw. Udenhoutse boeren hebben
werden de gronden geschikt gemaakt voor akker-
de locatie van Zwaluwenbunders een bedrijventer-
van de heide aangeplant werden met bos. Voor een
het toenmalige heidegebied, dat bezaaid was met
bouw. De nog resterende landschapselementen ver-
rein te ontwikkelen, dit plan is sinds enkele jaren
groot deel zijn de bossen opgebouwd uit rechthoekige
eiken- en dennenbosjes, heide, laagten, poelen en
dwenen in rap tempo. Het bosgebied bij Hazennest is
van de baan. Aan de oostkant is woongebied Nieuwe
percelen: dit duidt op aanplant van voormalige woes-
vennen, geschikt gemaakt voor de landbouw. Bos
verder verkleind en versnipperd. Het gebied is nau-
Warande volop in ontwikkeling, met Ruimte voor
te gronden. De bossen bestonden uit een combinatie
werd gekapt, het maaiveld werd geëgaliseerd, een
welijks bebouwd, boerderijen vind je aan de histori-
Ruimte kavels. Een groen gebied met grote kavels en
van loofbomen en naaldbomen. Rond 1875 zien we de
deel van de poelen werd gedicht en er werd een af-
sche linten.
vrije bebouwing. De routestructuur sluit aan op het
Nieuwe Warande als een groot aaneengesloten bos-
wateringsstelsel aangelegd om de gronden droog te
gebied dat doorloopt van Tilburg tot aan De Brand en
leggen. Aanvankelijk waren de percelen kleinschalig
Op de kaart zijn enkele nieuwe poelen te zien: dit zijn
Loonse en Drunense Duinen, met Zwaluwenbunders
en in gebruik als grasland; alleen aan de randen lagen
drinkpoelen voor het vee. Ze zijn beduidend kleiner
als een woeste open plek hierbinnen: zelfs voor bos-
akkers. Rond Hazennest bleef een klein deel van het
dan de oorspronkelijke poelen en vennen.
bouw was dit deel niet aantrekkelijk.
bosgebied behouden. Van een robuuste verbinding
landbouwareaal in gebruik is voor akkerbouw, het
Zwaluwenbunders wordt omgeven door lange linten
met De Brand is geen sprake meer.
andere deel als grasland.
met boomrijen, met vanaf daar 'schapenpaadjes'
In het midden zijn de kavels groter dan aan de ran-
naar de centrale woeste leegte. Her en der tussen de
den. Aan de randen staan de kavels haaks op de ont-
bospercelen en aan de randen liggen kleine akkertjes.
ginningswegen; in het midden hebben ze geen duidelijke richting.
Riddershofpad, een fietspad aan de zuidoostkant van Zwaluwenbunders. Op de kaart is te zien dat ongeveer de helft van het
20
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
SYNTHESEKAART LANDSCHAP
Daarnaast zijn diverse wandelpaden en -routes aanwezig.
Context
De lange afstandsroute Pauwelspad loopt door het gebied.
Het gebied Zwaluwenbunders ligt binnen de driehoek Tilburg-Noord, Berkel-Enschot en Udenhout. Aan de noord-
Kabels en leidingen
westkant grenst Zwaluwenbunders aan een groot aaneenge-
Dwars door het gebied lopen twee leidingtracés: hier is af-
sloten agrarisch landschap. Op ongeveer 2,5 km afstand in
graven van grond niet toegestaan, tenzij maximaal enkele
noordelijke richting ligt natuurgebied De Brand, met daar-
decimeters en grond wordt terug geplaats. Er mogen hier
achter Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Tus-
ook geen diep wortelende bomen worden aangeplant. Na-
sen Tilburg-Noord en Zwaluwenbunders ligt de Burgemees-
tuurlijke struiken mogen wel worden aangeplant. Het maai-
ter Bechtweg als barrière. Ten zuidwesten ligt woongebied
veld boven de leidingen mag niet worden afgegraven.
Nieuwe Warande: een groen woonmilieu met Ruimte voor Ruimte kavels dat grenst aan het gehucht De Kraan. Enkele bestaande bomen als bakens in het landschap: kwaliteit
Ruimtebeleving Het landschap van Zwaluwenbunders is open, aan de randen omkaderd door historische linten en ontginningswegen met boomrijen. Aan de zuidkant ligt de boskern Hazennest: een relict van het grotere bosgebied De Nieuwe Warande. In de erfgoedatlas van het RCE wordt Hazennest samen met enkele houtwallen/ akkers en heggen benoemd als vrij waardevol landschap (categorie C). Zie: kaart groen erfgoed, webpublisher.nl. Gebruik De gronden van Zwaluwenbunders zijn in gebruik voor ruwvoerwinning (gras en mais) ten behoeve van de Tilburgse veehouderijen. Alleen aan de noordkant ligt een biologisch landbouwbedrijf. De graslanden bestaan hier niet uit raai-
Boscomplex Hazennest
Historisch waardevolle zandwegen
Entree Riddershofpad over de Burg. Bechtweg
Stagnerend water op landbouwgrond en woongebied Nieuwe Warande op
gras maar zijn rijk aan klaver, weegbree en boterbloem. In de nabijheid liggen diverse functies: volkstuinen, boomkwekerij, een paardenpensionstal, een brasserie en een B&B. Toegankelijkheid De noordelijke entree vanuit Tilburg wordt gevormd door het viaduct over de N261, waar de Rugdijk overgaat in de Quirijnstokstraat. Langzaam verkeer maakt hier gebruik van de rijbaan. Aan de zuidkant biedt de fietsbrug van het Riddershofpad toegang tot het buitengebied vanuit Tilburg. Het Riddershofpad is een belangrijke losliggende fietsroute tussen Tilburg en Udenhout en loopt ruim 1,5 km langs de oostzijde van Zwaluwenbunders. De route is onderdeel van het Sternet: de Tilburgse ‘snelwegen’ voor de tweewielers.
achtergrond
1 . A N A LY S E E N O N D E R Z O E K
Synthesekaart van het landschap die de context schetst van het project Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders
21
22
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
2. PLANCONCEPT EN VOORLOPIG ONTWERP De ambities van de gemeente op het gebied van natuur, klimaat, landbouw en recreatie zijn verenigd in een landschappelijk zoneringsplan met verschillende deelgebieden, dat slim inspeelt op de ondergrond en de huidige inrichting van het landschap. Elk deelgebied heeft een eigen accent op natuur, landbouw en recreatie. Binnen het zoneringsplan is ruimte voor verweving. Een overkoepelend nat netwerk van poelen en natuurvriendelijke oevers voorziet in de urgente uitbreiding van het leefgebied van de kamsalamander en draagt bij aan een klimaatrobuust landschap. Vanuit de doelstellingen voor het aangrenzende Natura 2000-gebied is de kamsalamander een doelsoort voor Zwaluwenbunders. Overige doelsoorten voor Zwaluwenbunders zijn boomkikker, grauwe klauwier, oranje zandoogje, kleine ijsvogelvlinder, middelste bonte specht, spotvogel, kleine parelmoervlinder, kneu en grote pimpernel. Deze soorten zijn schaars of staan op de rode lijst en passen bij een gevarieerd kleinschalig landschap op de leemgronden van Noord-Brabant. Door het landschap goed in te richten voor deze soorten, ontstaat een gevarieerd gebied met een rijke biodiversiteit. De habitat van de aanwezige das en steenuil worden kwalitatief versterkt. Het beheer van het gebied zal zoveel mogelijk in samenwerking met lokale boeren worden ingevuld.
Zwaluwenbunders wordt grotendeels ingericht als optimaal
D E E L G E B I E D 1. B O S R I J K E R U G
leefgebied voor de kamsalamander, met een uitgebreid
Op de dekzandrug, wat hoger in het landschap, worden
poelennetwerk als basis. Zo ontstaat een nieuw kerngebied,
bestaande en nieuwe bosschages aaneengeregen door land-
dat via de verbindingszone langs de Diepe Leij verbonden is
schapselementen en kleine bosjes. Zo ontstaat een klein-
met de populaties in De Brand. Ook wordt het gebied via een
schalig landschap. Daarbinnen is ruimte voor landbouw:
nieuwe ecologische verbindingszone verbonden met de na-
beweid grasland en enkele hooilandjes van de huidige boe-
tuurgebieden Noorderbos en Huis ter Heide. Er ontstaat een
ren. Ook is hier het netwerk van poelen te vinden voor de
metapopulatie die ervoor zorgt dat de genetische diversiteit
kamsalamander en de boomkikker. De poelen hebben in dit
hoog blijft. Zo wordt bijgedragen aan een van de doelstellin-
deelgebied een bescheiden vorm; passend bij de agrarische
gen voor het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Dui-
functie zijn ze meer gedimensioneerd als veedrinkpoel.
nen & Leemkuilen: vergroting van de duurzaamheidskansen
Het deel van de Bosrijke rug rond de bosschages van het Ha-
van de populatie doelsoorten binnen Natura 2000 door ont-
zennest, buiten de Burgemeester Bechtweg, is o.a. bedoeld
wikkeling van een metapopulatie.
als optimale habitat voor de aanwezige das, die hier al decennialang huisvest. Daarnaast profiteren vele andere soor-
Diverse waterlopen, waaronder de Kasteelloop, krijgen na-
ten van dit kleinschalige cultuurlandschap, zoals de kleine
tuurvriendelijke oevers. Deze waterlopen prikken vanuit de
ijsvogelvlinder, de kleine parelmoervlinder, de middelste
Natuurgordel als tentakels in alle windrichtingen en ver-
bonte specht en de spotvogel. Het bosgebied maakt de ver-
sterken de natte ecologische dooradering.
binding tussen de stad en Hazennest bij Zwaluwenbunders: het landschap steekt de weg over. In het gedeelte binnen de
De aanleg van natuurvriendelijke oevers en poelen in com-
Burgemeester Bechtweg zijn de contouren getekend voor
binatie met het afgraven van het maaiveld in de Natuurgor-
een boslandgoed, het 'Kransbos', met een stevige boskern
del, de aanleg van nieuwe vegetatie en de ontwikkeling van
vergelijkbaar met de schaal van het Hazennest. Er is ruimte
een gezondere bodem zorgen voor:
om het later naar behoefte verder in te vullen met bijvoor-
■ Meer ruimte voor water;
beeld landschappelijk wonen in het bos. Dat kan binnen
■ Langer vasthouden van water;
enkele jaren maar ook later, als het bos al gegroeid is. Een
■ Meer infiltratie.
voetgangersbrug vormt ooit de entree vanuit het aan te leg-
Zo is het gebied zelf beter beschermd tegen lange perio-
gen boslandgoed. Het grotere aaneengesloten bosrijke ge-
den van droogte (die in de toekomst naar verwachting va-
bied dat ontstaat is een echo van het uitgestrekte bosgebied
N AT N E T W E R K V O O R N AT U U R E N K L I M A AT
ker zullen voorkomen), biedt het systeem meer ruimte om
de Nieuwe Warande dat Tilburg ooit met De Brand verbond.
Een netwerk van poelen met flauwe taluds en natuurvrien-
piekbuien op te vangen en bereikt meer water via het eerste
De wandelaar beweegt zich over maaipaden, langs de land-
delijke oevers, gecombineerd met het verflauwen van taluds
watervoerende pakket De Brand. Bovendien wordt in de
schapselementen en soms door het bos. Er is ruimte voor
langs bestaande watergangen/greppels, draagt bij aan na-
toegenomen vegetatie veel CO2 opgeslagen.
kleinschalig recreatief programma rondom het Riddershof-
tuurdoelstellingen en een klimaatrobuust landschap.
pad.
2. PLANCONCEPT EN VOORLOPIG ONTWERP
D E E L G E B I E D 2. N AT U U R G O R D E L
en natuurvriendelijke oevers. De aanwezige biologische boer
Aan de rand van de Bosrijke rug ligt een groot aaneengeslo-
wordt gezien als trendsetter. Er worden enkele kleine krui-
ten gebied met relatief lage fosfaatwaarden: hier wordt de
denrijke graanakkers gerealiseerd. Niet alleen het leefge-
‘Natuurgordel’ gerealiseerd. Dit gebied wordt ingericht als
bied van de steenuil wordt door deze maatregelen verbeterd:
optimaal landschap voor de kamsalamander met zo hoog
ook kleine parelmoervlinder en kneu zullen profiteren. Er
mogelijke natuurwaarden. Door de bovenlaag af te graven
loopt een wandelpad langs de lange lijnen van de struweel-
wordt een basenrijke uitgangssituatie ontwikkeld en komen
singel. Aan de randen sluit dit aan op oude zandpaden. Be-
de bijzondere natuurlijke condities van de ondergrond tot
langrijk onderdeel van de agrarische rand zijn de boomrijen
expressie in natuur. De afwisselende bodemopbouw en de
langs oude ontginningswegen. De iepen staan er niet overal
gradiënten in het maaiveld worden zichtbaar in een gro-
goed bij: deze boomrijen dienen te worden hersteld met
tendeels spontaan ontwikkelende, afwisselende vegetatie.
iepenziekte-resistente iepen. Een andere inheemse booms-
Er ontwikkelt zich een halfopen landschap met kruiden-
oort kan ook maar heeft vanuit het aspect cultuurhistorie
rijk grasland, struwelen en solitaire struikvormige wilgen.
niet de voorkeur.
23
Periodiek (in de natte maanden) staan delen onder water, omdat water stagneert op de leemlaag. Het gebied is exten-
H E L D E R E Z O N E R I N G VA N PA D E N E N P R O G R A M M A
sief recreatief toegankelijk. De dynamiek van de bijzondere
De Natuurgordel is extensief toegankelijk, wordt minder
bodem is te ervaren doordat het wandelpad soms omgeven
doorsneden door paden dan andere delen. De Bosrijke rug
wordt door water.
heeft een groter recreatief laadvermogen. In aansluiting op de entrees vanuit Tilburg en de aangrenzende woonwijk is
D E E L G E B I E D 3. B U F F E R Z O N E D U U R Z A M E L A N D B O U W
het wandelnetwerk fijnmaziger en wordt ruimte geboden
Aan de noordzijde van de Natuurgordel, op de overgang naar
aan kleinschalig recreatief programma, zoals een natuur-
agrarisch gebied in particulier bezit, wordt op de gronden
speeltuin. De hoofdentree voor fietsers vanuit Tilburg is de
van de gemeente een stap gemaakt in de landbouwtran-
fietsbrug over de Burgemeester Bechtweg, die doorloopt
sitie. Struweelsingels met daarin enkele bomen in deze
in de bestaande primaire fietsroute Riddershofpad aan de
'Bufferzone duurzame landbouw' dragen bij aan een goed
zuidoostkant van het plangebied. Min of meer langs de
landbouwmilieu. De singels weren wind en gaan verdroging
Burgemeester Bechtweg wordt een secundaire fietsroute
tegen, doorwortelen de bodem en verhogen zo de vrucht-
gerealiseerd als ‘oostwest’ verbinding binnen Water- en
baarheid, werpen schaduw voor dieren (en verhogen zo
Klimaatlandschap Pauwels.
Nat netwerk met poelen en natuurvriendelijke oevers
Agrarische rand
welzijn) en verhogen biodiversiteit ten gunste van natuur-
Bufferzone duurzame landbouw
lijke plaagbestrijding. Deze meervoudige agronomische meerwaarde staat in gunstige balans met de betrekkelijk
Natuurgordel
kleine areaalvermindering, een kleinere eerste snede van hooilanden (maar betere tweede snede) en verhoogde beheerkosten. In noordwestelijke richting loopt een nieuwe ecologische verbindingszone richting het Noorderbos met
Landgoed Kransbos Bosrijke rug
enkele poelen en struweelsingels. D E E L G E B I E D 4. A G R A R I S C H E R A N D M E T E C O L O G I SCHE DOORADERING De 'Agrarische rand' aan de noordzijde is vooral in particulier bezit: hier doen we weinig. De ambitie is om in goed overleg met boeren te voorzien in kleinschalige ecologische dooradering van het gebied, in de vorm van struweelsingels
Deelgebieden en recreatief netwerk
24
Bosrijke rug: afwisselend en kleinschalig landschap
Natuurgordel: relatief open en ruig
Plankaart Voorlopig Ontwerp Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders
Bufferzone duurzame landbouw: geleding door struiksingels
2. PLANCONCEPT EN VOORLOPIG ONTWERP
Impressies van de deelgebieden Bosrijke rug, Natuurgordel en Bufferzone duurzame landbouw (boven naar beneden)
25
26
H+N+S L A N D S C H A P S A R C H IT E CT E N & B U IT I N G A DV I E S ■ VO K L I M A AT L A N D G O E D Z WA LU W E N B U N D E R S
3. PLANUITLEG
braamstruweel aanwezig te zijn. Binnen 150 meter van de
amfibieën voor de toekomst zo goed mogelijk gegarandeerd.
grote poelen (>400m²) dient bos ontwikkeld te worden dat
De precieze dimensie van de verschillende poelen wordt uit-
geschikt is als overwinteringslocatie voor de kamsalaman-
gewerkt in het DO. Optimalisatie van bestaande poelen kan
der. In verband met de na te streven variatie en beschikbare
worden onderzocht en gerealiseerd nadat de kamsalaman-
ruimte wordt ingestoken op bosjes van een halve tot hele
der zich heeft gevestigd in de nieuwe poelen. Het creëren
hectare. De poelen hebben in de Natuurgordel zeer flauwe
van poelen heeft geen negatieve gevolgen door verdamping.