Bijlage 3 Verslag Stadsgesprek en workshops Omgevingsvisie Tilburg 2050
Tekst van het document
Welke stadsstraten (lange lijnen) zijn levendig, waar kan wonen en werken bij elkaar komen, waar kan werken versterkt worden, welke activiteiten op bedrijventerreinen zijn te verplaatsen, welke bedrijvigheid kan gemixt worden, welke functies stapelen, waar is dubbel ruimtegebruik mogelijk, in welke hoeken zit rust, hoe organiseren we de samenhang, welke potentie hebben bestaande gebouwen, zijn er faciliteiten te delen, zij er onbenutte plekken waar recreatie en sport mogelijk is? Het gezelschap gaat uiteen in 4 groepen met als opdracht inzichten te verwerven aan de hand van de navolgende vragen: op welke zaken in de transitie moeten we
‘voortbouwen’, welke ‘ombouwen’ en welke ‘bijbouwen’. Dit vanuit de vraagstelling: hoe ziet de ideale gemengde wijk/stad eruit? Waar zitten grijze gebieden? Waar gaat het fout? Voor de wijze van benadering en verdeling in gesprekgroepen wordt gekozen voor het zgn. assenkruis: stad, wijk, (denkbeeldige) utopie en (denkbeeldige) dystopie om zodoende de opgaven voor Tilburg zo scherp mogelijk in beeld te krijgen.
stand te brengen. Voor hen en voor bedrijven moet het gevoel overheersen dat ‘Tilburg een stad is waar je wil zijn!’ Dystopisch is als er totaal géén ruimte is voor initiatieven en bedrijvigheid, als er geen betaalbare (werk)ruimte is. In de toekomst kan dat mogelijk gaan spelen.
Groep 1: Stad – dystopie
- Investeer meer in de huidige bedrijvigheid en stimuleer nieuwe initiatieven
Geordend volgens de principes ‘voortbouwen’, ‘ombouwen’ en ‘bijbouwen’ is besproken wat er wel en niet wenselijk is in Tilburg, wat geen, of juist wel als een probleem wordt gezien. Dat leverde de volgende inzichten op: Het dystopisch beeld is dat van een stad waar geen energie- en watervoorzieningen zijn. Een dode stad, onveilig, veel overlast, er is geen werk, er wordt alleen gewoond. Een stad waarin geen ruimte is voor bedrijvigheid, de ondernemersdynamiek ontbreekt. Of een te eenzijdige monocultuur heerst. Waar de auto het enige transportmiddel is (voor werknemers). Waar geen diversiteit is aan woonruimte. Waar de trots ontbreekt (op successen/voorbeelden). Een verstedelijkte stad zonder collectieve ruimtes. Waar wijkontwikkelingen plaatsvinden die niet passen bij de behoeften en de vraag van bewoners.
De volgend inzichten moeten in de nieuwe Omgevingsvisie aandacht krijgen:
- Investeer in de beeldvorming, benoem de positieve zaken, maak ze zichtbaar (trots) - Zorg voor meer dynamiek binnen het bedrijfsleven, organiseer meer ontmoeting - Denk na over welk type bedrijvigheid wenselijk is en op welke plekken in de stad - Hou jong talent vast voor de stad Tilburg
Niet zozeer het ruimteaspect is het probleem, veeleer een gebrek aan dynamiek in en met het bedrijfsleven. Er is te weinig wederzijdse betrokkenheid, te weinig ontmoeting waardoor initiatieven en innovaties onvoldoende van de grond komen (campusgedachte). Dat vraagt om een gerichte aanpak. Ook om Tilburgers trots te laten zijn op de fantastische bedrijven die reeds in Tilburg gevestigd zijn maar onvoldoende bij Tilburgers bekend zijn. De successen en voorbeelden moeten we meer delen. Voorgaande verklaart het feit dat veel expats Tilburg verlaten. Jonge afgestudeerden van de universiteit en HBO/ MBO zijn echter nodig om vernieuwingen tot Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B09
Groep 2: Wijk Kanaalzone dystopie Kanaalzone 1 (tussen overgang Quirijnstoklaan en Smariusterrein ten oosten van de MiddenBrabantweg) is nu al een vrij ingewikkeld gebied.
Groep 3: Wijken – utopie De ‘gemixte stad’ als uitgangspunt vereist dat ook de legenda MXI Bruto Buurt daarop is aangepast.
Maar hoe voorkom je monotone wijken? Momenteel zit al 45% van de bedrijvigheid van Tilburg in de wijken en niet op Dystopisch en ongeremd heeft deze groep bedrijventerreinen. Utopisch stappen we af zoveel mogelijk uitdagingen geprojecteerd op van het inrichtingskader met functies als dit gebied: uitgangspunt. De belangrijkste aanbeveling hier is dat het regulerend kader voortaan wordt - Gemengd wonen in de vorm van: zoveel bepaald door andere waarden: gezondheid, mogelijk oude mensen + kleine kinderen bij veiligheid en de omgevingskwaliteit. Met elkaar, aandachtsgroepen en studenten (kortom echter het dilemma van schaalgroottes doelgroepen die schuren qua leefritme, geluid, die conflicteren. Dat vraagt om een stank en sociale veiligheid). gedifferentieerde aanpak qua hoogte en een 2e - Hoge woontorens en zeer hoge maaiveld. Even los van alle kader en wensen: bebouwingsdichtheid, mede als barrière tussen Op dit bedrijventerrein zouden dan 12.000 Tilburg-Noord en Oud-noord; zo blijft er weinig woningen gerealiseerd kunnen worden, typisch ruimte over voor parkeren. Tilburgse laagbouwwoningen. - Energievoorziening d.m.v. een kleine kerncentrale. In de wijk hieronder in beeld gaan we van - Het is een gesloten community, heeft totaal de 20.000 grondgebonden woningen 50 % geen verbinding met andere plekken in de stad.
splitsen, daarvan 25% bestemmen voor wonen - Tippelzone langs het kanaal. en 25% voor werken. Daardoor realiseren we - Kanaal is verbreed ten behoeve van de 500.000 m2 aan werklocaties. doorgang van de grote schepen. - Noord afstoten, daarom bruggen weghalen, en Kortom: er is veel meer ruimte dan je op het tevens voor de doorgang van schepen. eerste gezicht zou denken. - Distributiecentrum, zorgt voor meer verkeer in het gebied. Samengevat: - Groen langs het kanaal weghalen zodat - We werken aan zelfvoorzienende stadsdelen. bedrijven zoveel mogelijk kunnen uitbreiden. - Waardeverschil zit tussen werk/diensten/ - Ca. 5000 woningen in hoogbouw met wonen. gedeelde gemeenschappelijke ruimtes - Op bedrijventerreinen grootschalig verdichten (badkamer, keuken e.d.). door een 2de maaiveld. - Steegjes voor ‘animaties’. - Een kleine kavel van werkgelegenheid door - Onder maaiveld (min 1) in hoogbouw zitten mixen en splitsen. de KDV-s., parkeren gebeurt op maaiveld - We rekenen met brede maatschappelijke met hekken eromheen, buurtvoorzieningen waarden i.p.v. monetaire waarden. (supermarkt e.d.) zijn gevestigd in de - We kiezen voor gespikkeld wonen (Brabantse hoogbouw. mozaïek) om te voorkomen dat woonmilieus op elkaar gaan lijken.
Kortom: een ‘no-gozone’ Door in de kaderstelling (bestemmingsplan) op andere waarden te sturen (we nemen Brede Welvaart als uitgangspunt) krijgt de markt andere prikkels. Bijvoorbeeld zullen logistieke bouwers gestimuleerd worden om naast een
B10
Tilburg 2050
bedrijfshal neerzetten ook op het tweede maaiveld iets te creëren. Voordeel is dat daarop minder bezwaren komen waardoor ook de processen sneller gaan. N.B. De op kaart ingetekende ‘productietoren’ vervalt; dit idee was een tussenstap in het denkproces.
Groep 4: Stad - utopie
Inzichten vanuit deze groep m.b.t. ‘bijbouwen’: meer stapelen (voorbeeld Westermarkt), meer gedeelde voorzieningen, regels rondom splitsen versimpelen, samenwerken tussen instanties faciliteren, compacter ontwikkelen (multifunctioneel), goede sales pitch om werk te ‘sturen’, optoppen, transformeren, wonen boven winkels, “high walk”, 2e laag entrees. Beheer en aansprakelijkheid staan utopie in de weg.
Zonder een mobiliteitstransitie kan het niet van de grond komen. Oftewel: een mobiliteitstransitie is de grootste noodzakelijke voorwaarde. Een deel van de bedrijvigheid bijvoorbeeld willen we naar de linten en naar het centrum terugbrengen (clusters organiseren), maar ondernemers ervaren het parkeren als een probleem, zitten nog erg vast aan de auto. Belangrijke aanbevelingen: - voortbouwen op experimenteel tilburgs karakter - creatief kijken naar de plekken op de kaart die zich lenen voor combi wonen-werken en toon lef. Het voorgaande vraagt om een mentaliteitsverandering (= ‘ombouwen’). Op de kracht van Tilburg, de stad van makers, kunnen we ‘voortbouwen’: de gemeente biedt ruimte voor experiment, rommelruimte, met simpele kaders, geen beperkende wetten en regels, met lef en vertrouwen. Bedrijfjes krijgen de ruimte om te experimenteren waarbij ze onderling samenwerken. In mono woongebieden bieden we ruimte voor kleinschalig werken. Op kaart staan de plekken gemarkeerd die we anders zouden willen inrichten dan waar we nu op koersen, zoals de linten, de Kanaalzone, de strook langs de Ringbaan-Zuid en het industrieterrein Vossenberg 1 (monocultuur) door middel van het meer aan elkaar rijgen van deze gebieden.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B11
Identiteit en waarderen van het bestaande | workshop 4 Tilburg groeit, verandert en vernieuwt. Maar te midden van alle transities blijft één vraag centraal staan: wat maakt Tilburg écht Tilburg? We gaan samen op zoek naar de identiteit van onze stad en dorpen. We onderzoeken wat we willen behouden, versterken of juist loslaten om Tilburg in 2050 nog steeds herkenbaar, leefbaar en aantrekkelijk te houden.
Hoofdvraag • Wat is belangrijk om te conserveren, zodat we Tilburg in 2050 nog als Tilburg herkennen? Waar ben je trots op? • Wat is belangrijk om te behouden door te ontwikkelen, zodat we in Tilburg in 2050 nog een aantrekkelijke leefomgeving hebben? • Hoe geven we dat vorm? Wat houden we vast, en wat niet? De Tilburgse identiteit in woorden De workshop wordt geleid door Ayla Stomp, architect bij JADE architecten. Ayla vertelt kort over haar onderzoek Onvoltooid gebouwd, en vraagt vervolgens de deelnemers zich voor te stellen en daarbij een woord te noemen dat past bij Tilburg. De opbrengst is als volgt: In de toelichting wordt benoemd dat Tilburgers lange tijd niet trots waren op hun stad, maar meerdere deelnemers merken op dat dat gevoel gekeerd lijkt. Een deelnemer die veel werkt met mensen in armoede merkt op dat ook als je verder niets (meer) hebt, je altijd nog trots kunt zijn op je stad: je bent altijd Tilburger. Iemand noemt dat studenten die voor hun studie weinig met Tilburg hebben, worden verrast door het culturele leven hier. Er is een mentaliteit van proberen, aanpakken, experiment en creativiteit. Dat kan in Tilburg makkelijker dan in een stad waar een stolp omheen zit. Tilburg is een stad die zich opnieuw uit kan vinden, die reageert op ontwikkelingen.
Vroeger deed Tilburg dat door actief bedrijven zoals Fuji aan te trekken, nu doen we dat meer vanuit de identiteit
B12
Tilburg 2050
van de stad. Tilburg wordt dynamisch, veerkrachtig en weerbaar genoemd. De morfologie van de linten en herdgangen wordt genoemd, wat een bepaalde charme met zich meebrengt van ‘geaccidenteerdheid’ of ‘Belgische rommeligheid’. Ook blijven de herdgangen hun functie houden als ontmoetingsplek, terugkomen in de pleintjes. De deelnemers vinden de stad ook sociaal: Tilburg wil het goed doen voor de burgers en daarbij het experiment niet schuwen. Tot slot verwijzen meerdere deelnemers naar het absurdisme, zichtbaar in bijvoorbeeld de stadse trots op lelijkheid (‘welke stad heeft er nu een populair instagramaccount genaamd ‘Keep Tilburg Ugly’?’).
De Tilburgse identiteit in beelden Na deze voorstelronde gaan de deelnemers uiteen in drie groepen, en bespreken aan de hand van de beelden die ze hebben meegenomen wat, volgens hen, de identiteit is van Tilburg. Wat maakt Tilburg Tilburg? De deelnemers hebben beelden meegenomen van: • De Piushaven (meerdere beelden: het Falcon-gebouw, en de ontwikkeling van Wolstad, en het zicht op de Graanhandel) • Het Spoorpark (meerdere beelden: De Rits, het basketbalveld met hoogbouw op de achtergrond, en een overzichtsfoto van het park) • De LocHal (meerdere beelden: exterieur en interieur) • Universiteitscampus met groen en water • Vergroening in de binnenstad • Koningsplein/Koningswei (met de tekst ‘herstel van oude structuren’) • De Heuvelstraat achter het Radioplein (met de tekst: ‘harde overgang van de binnenstad’) • Natuurlijke elementen van het Quirijnstokpark • Katholiek, verbeeld door de Heuvelse kerk en het Heilige Hart beeld • Beljon bushalte • De Heuvel met de oude lindeboom • Het zicht vanaf de A58, met de enorme hal
van Rhenus Logistics • Sky Mirror en De Pont • Kloostercomplex Oude Dijk • De ijskoning bij het Wandelbos •Absurdisme, verbeeld door foto van een dansgroep en fanfare op de Beljonfontein met het kasteel op de achtergrond Bij enkele beelden wordt een toelichting gegeven. Het Kloostercomplex Oude Dijk wordt als voorbeeld genoemd van een succesvolle transformatie, en de rijke culturele historie van de katholieke kerk. Bij de foto van kunstwerk Sky Mirror wordt genoemd dat kunstenaar Anish Kapoor het werk aan de stad heeft geschonken als dank voor de rol van museum De Pont in zijn internationale carrière. Dit symboliseert volgens de deelnemer “hoe groot een kleine stad kan zijn”. Een andere deelnemer vult aan dat iemand Sky Mirror op een uitvaartkaartje had gezet, wat iets zegt over de waarde van dit werk voor die persoon.
van de entree vanaf de A58, waar voorheen het Cenakel zichtbaar was, maar nu plek heeft gemaakt voor de autoshowroom en het zorgcluster. Dit levert vooralsnog niet de uitnodigende entree van de stad op en er wordt zelfs opgemerkt dat dit wellicht door wat ‘schaamgroen’ verstopt zou mogen worden. “Het gezicht van Tilburg lijkt weer lelijker te worden”. Hoogbouw wordt steeds dominanter in de zichtlijnen van de stad. Vanuit ieder lint zie je een toren: “een paaltje middenin”. De historische zichtlijnen veranderen door de hoogbouw. Dat kan een kans zijn, maar ook een bedreiging. Wordt er voldoende uitgezoomd als ergens een toren wordt gepland, en nagedacht over wat dit betekent voor het silhouet? Hoe dan ook is het hoogbouwsilhouet zich aan het ontwikkelen.
Waar geen beelden van zijn meegenomen, maar wat ook wordt genoemd zijn Koningsoord in Berkel-Enschot, waar een voormalig kloostercomplex is getransformeerd tot een dorpscentrum en nieuwbouwwijk met een sfeervolle mix tussen kleine en grotere woningen; het goed aangelegde netwerk van fietspaden tussen stad en de dorpen, waardoor je ook als je minder fit bent, toch veel plekken kunt bereiken; het Molenbochtplein als voorbeeld van de vele verborgen historische pleintjes die onzichtbaar blijven tot je ze ontdekt; Landpark Assissië; en het landschap van de bomenteelt in herfstkleuren.
Dat wordt steeds beter leesbaar. Omdat de Tilburgse structuur zo ongrijpbaar is, is dat leesbaar maken een heel proces. Ooit was extreme hoogbouw een prestigeobject, maar zo willen we niet meer omgaan met de stad, zo stelt een deelnemer vanuit de Gemeente. Middelhoogbouw zoals in Parijs, waar je een enorme bebouwingsdichtheid hebt zonder torens is meer passend bij het fijne stedelijke weefstel. Het idioom van pure hoogbouw, zoals in Rotterdam, past hier niet. Middelhoogbouw geeft ook veel meer mogelijkheden voor sociale ontmoetingen. Soms past daar wel een toren bij. Hoogbouw past niet aan de linten, zo wordt gesteld. Dat gaat ten koste van de ontmoetingsplekken aan de linten en onttrekt de achterliggende buurten aan het zicht.
Vervolgens verschuift het gesprek centraal, waarbij wordt gereflecteerd of de woorden en de beelden op elkaar aansluiten. Absurdisme wordt nog te weinig terug gezien in de beelden. Er zijn geen beelden van Willem II, van de dorpen, van ‘thuis’. De vraag wordt gesteld of deze beelden te vanzelfsprekend zijn om genoemd te worden?
Het immateriële erfgoed is ook zichtbaar in de meegebrachte beelden: de ijscoman op de hoek bij het Wandelbos staat er altijd, en heeft er altijd gestaan. Dat is een vaste en herkenbare waarde. Boerke Mutsaers, de betonnen bushokjes. Dit zijn belangrijke identiteitsdragers. Hier zit verhaalwaarde: waarom willen we dingen laten staan?
Het aangezicht van de stad en dorpen wordt besproken. De dorpsgezichten, waar zorgvuldigheid nodig is. Het aangezicht
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B13
De toekomstige Tilburgse identiteit De deelnemers hebben ook beelden meegenomen van de toekomstige of nog onontdekte identiteit van Tilburg. Beelden die zijn meegenomen zijn o.a.: • De Nieuwstraat met de stenen muur om het stadspark Oude Dijk • De LocHal • Onontdekte plekken als de Kanaalzone en Lovense Haven • Het Westerpark • Het natuurgebied Tilburg-Noord (Noorderplas/bos/landschapspark Pauwels) • De linten, o.a. vanuit de Veldhovenring naar het Wilhelminapark • (Her)waardering van de post-65 architectuur van De Kattenrug • Wandelboslaan • Spoorzone met het plein tussen De Boemel en RAW • Boerke Mutsaers • De Montfortkerk in Tilburg-Noord • Vergroening door particulieren zoals in de Mariastraat (geveltuinen) • Zichtlijnen van de torens via de linten Ayla vraagt de deelnemers: “Wat is de toekomstige identiteit van Tilburg? Waar liggen kansen?”. Een deelnemer noemt het Westerpark: “Ik zie daar veel kansen. Als je kijkt naar het Spoorpark, dat is een sociaal initiatief geweest. Het Westerpark is groter, en ligt in het hart van West. Hoe kun je ervoor zorgen dat dat park ook echt van de mensen wordt? Binnen de stedelijkheid van West?”. Een andere deelnemer merkt op dat dat typisch is aan Tilburg: het is er vaak al! Soms onzichtbaar omdat er muren eromheen staan, zoals bij stadpark Oude Dijk.
Een ander voorbeeld zijn de betonnen bushokjes: een typisch voorbeeld van ‘smaakgevoelige architectuur’: van beton, verweerd. Maar recent zijn deze verplaatst, met mooie bestrating eromheen. Dan krijgt het bijna museale waarde. Je ziet daardoor de schoonheid van iets wat er al was. Het wordt niet opgehemeld, maar wel op een mooie manier getoond. Ook De Kattenrug
B14
Tilburg 2050
wordt genoemd als voorbeeld van post-65 erfgoed wat we in de toekomst weer gaan herwaarderen. Het is er al maar we zien het nog niet. Vakmensen zien de kwaliteit wel, maar het grote publiek kan dat ook gaan waarderen. Dit soort plekken heeft potentie. Een andere plek met potentie is de Kanaalzone. Deze is 13 kilometer lang, en doorsnijdt Tilburg. Het water is van de Maas, en ligt hoger dan het andere water in de stad. Dit gebied heeft economische potentie, maar ook ecologische. Het kan het grootste park van Tilburg worden als we dit liefdevolle aandacht geven. Dat raakt ook de oude industriële plekken, bijvoorbeeld de aansluiting met de oude linten zoals de Goirkestraat. Langs het kanaal zit oude bedrijvigheid, maar ook de bowlingbaan Dolfijn. Het gonst hier. Er is dynamiek en energie. Je kunt er klooien. Je moet oppassen dat als je daar heel veel woningen toevoegt, je die energie wegzuigt. Dat er geen gentrificatie plaatsvindt hier. In de linten liggen veel opgaven. We moeten deze in de toekomst goed verankeren, ook in relatie tot de verkeersambities en de noodzaak tot vergroening. Die opgaven bieden een kans, maar ook een afbreukrisico. Ook in dorpen spelen opgaven: ook hier is het belangrijk om woonmilieus te differentiëren in relatie tot de vervlechting in het landschap.
Wat vinden we belangrijk, en welke woonvormen hebben we nodig? Wat we niet meer willen is meer dorpjes maken, en aanplakken in het landschap. We moeten dit goed verweven. Bijvoorbeeld in Udenhout: op een dorpse manier verdichten. Op een lage dichtheid aan de slag, bijvoorbeeld rond een station of AZC. Daarbij moeten we op zoek naar een taal die passend is, niet stedelijk. Een deelnemer wijst op de oude landbouwsilo in Udenhout als een voorbeeld van een happy accident. Die pilaar staat er al. Hoogbouw past hier. Dat is typisch voor een spoorzone in een klein dorp.
De identiteit van Stappegoor Vervolgens gaat de workshop verder door in te zoomen op een gebied: Stappegoor. Ayla introduceert: “voor dit gebied staan grootschalige ontwikkelingen gepland. Het is aangemerkt als stedelijk milieu. Hoe kijken we naar dit gebied vanuit de zoektocht van de identiteit? Wat wil je behouden en wat niet?” Een deelnemer van de Gemeente merkt op: “Stappegoor is een van de moeilijkste gebieden van Tilburg. Op een foto uit 1958 zie je hier nog de tractoren rijden. Met de sloop van Koningswei trokken veel van die bewoners naar dit gebied. Het is een bipolair gebied: met enerzijds een regionale functie (onderwijsinstellingen, bioscoop, het ziekenhuis), en tegelijkertijd is het extreem lokaal ingebed in de wijken die ernaast liggen. Dat levert een enorme spanning op. Het is een gekke plek.” De wijk Willemsbuiten wordt genoemd als een fijne wijk om te wonen. Qua sfeer is het vergelijkbaar met Armhoefse Akkers. Het heeft een bepaalde kneuterigheid. Is het ook een inclusieve wijk? Wat opvalt in deze wijk zijn de grote structuren zoals het stadion. Dat doet een deelnemer denken aan de wijk La Boca in Buenos Aires, waar een groot stadion midden in een woonwijk ligt. Net als het PSV stadion in Eindhoven. De aanhechting met de stad kan beter. Ringbaan-Zuid is een barrière. Het is een autogebied. De onderdoorgang voor fietsers heeft dit wel verbeterd.
Stappegoor wordt gekenmerkt door een clustering van sportvoorzieningen en onderwijsinstellingen. Er is hier veel potentie om bouwvolume toe te voegen. Veel van de bebouwing is tweelaags. Hoe transformeer je dat gebied, met zoveel vierkante meters. Hoe programmeer je hier de openbare ruimte als de grote ruimtevragers zoals de schaatshal een gesloten gevel hebben met één voordeur. Hoe activeer je de openbare ruimte? De openbare ruimte van het Olympiaplein was goed, je had een duidelijke entree. Maar met de komst van de Jumbo is het een tochtig plein geworden. De Jumbo heeft een enorme footprint. Het is wel een Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
ontmoetingsplek voor jongeren. Hoe breng je de menselijke schaal weer terug in het gebied, in programma en openbare ruimte? Hoe leg je de verbinding met de wijken? Hoe breng je reuring, stedelijkheid? Er wordt meermaals gesteld dat een goede herinrichting van de openbare ruimte mogelijkheden biedt om de menselijke maat terug te brengen, maar ook het versnipperde karakter van deze plek aan elkaar te kunnen rijgen. Er wordt geschetst: de as van de Stappegoorweg is interessant. Die verbindt de losse kralen en kun je doortrekken naar Goirle. Veel linten gaan van noord naar zuid. Ten zuiden van Stappegoor wordt dat doorbroken door de snelweg. Kun je horizontale fiets- en wandelroutes doorsteken of verbeteren zodat je een betere doorwaadbaarheid van het gebied krijgt? Kun je het gebied doortrekken tot aan de Trappisten van de Koningshoeven? De atletiekbaan is of gaat weg, en komt op de plek van de Intratuin. De schaatsbaan, bioscoop en zwembad zijn belangrijke identiteitsdragers. De uitdaging is om de menselijke schaal terug te brengen. Het voelt nu als een autogebied. Het voelt een beetje Amerikaans. Hoe kun je de verbinding leggen met Goirle? Er ligt water, en een geluidswal. Een rechte doorsteek is niet mogelijk. Een deelnemer van de Gemeente licht toe: “er ligt een opgave voor Zuid als geheel. Dit gebied bestaat nu uit schotjes. Die wil je meer aan elkaar lijmen.
Voor de A58 was lang het uitgangspunt dat deze verbreed gaat worden, maar dat gaat niet gebeuren”. Wat brengt de toekomst van mobiliteit? Wat als dit een mobiliteitshub wordt met een regionale functie? Dan wordt het een gebied van aankomst, een entree. Net als Boerke Mutsaers dat ooit was. En een plek van doorgang. Dat brengt stedelijkheid mee, met mobiliteit als vestigingsvoorwaarde. Wel moet er dan voldoende aandacht zijn voor de verblijfskwaliteit van deze plek. Aan functies hoef je in dit gebied niet zoveel toe te voegen. Alleen wonen. Maar hoe worden deze gemixt? Nu liggen deze functies
B15
erg verspreid. Sport kan een niche zijn voor toekomstige bewoners, waarbij de nabijheid tot topsportvoorzieningen een meerwaarde kan zijn. Net als de woningen in de muziekwijk in Arnhem, waar woningen goed geïsoleerd zijn zodat je hier instrumenten kunt bespelen. Vroeger zat hier SPECO, en topsportonderwijs. Als je topsporter wilt worden, moet je hier zijn. Investeer daarin. Het gebied kent nu verschillende identiteiten: Willemsbuiten, het stadion, de oude kazerne, een onderwijscluster, een woonwijkje, de strip met bovenregionale en nationale sportvoorzieningen. Elk gebied heeft een eigen identiteit. Dat komt samen in de strip. Daar komt de hoge toren. Alles gebeurt in de gebouwen. Hoe richt je de openbare ruimte in zodat je elkaar kunt ontmoeten? Kun je met groen de verbindingen maken. De atletiekbaan gaat weg. Er zitten bedrijven aan de Ringbaan-Zuid zoals de Gamma. Dat voelt als een verloren stukje. Ook zitten hier de sportvelden van de middelbare school. Achter de bioscoop zit nog een sportwinkel. Als je vanuit de ringbaan komt moet je door de parkeergarage heen, lijkt het. Het voelt als een mall. Het brengt een anonimiteit met zich mee. Hier ligt een belangrijke opgave. Het gebied heeft een regionale functie, en ligt aan een snelweg. Toch kom je er niet zomaar. Je moet omrijden. Over de A58 rijden miljoenen mensen langs. Hier zitten de sportclubs en de voorzieningen.
Kun je dat etaleren? Zichtbaar maken dat hier een Ireen Wüstbaan ligt? De Poort van Stappegoor is een poging om een gezicht te geven aan de Stappegoorweg. Maar dat mag ook aan de andere kant zitten. Aan de kant van Goirle wordt ook ontwikkeld. Je wil hier een brug maken om dat te verbinden. Dat past ook bij de plannen van Goirle om te verstedelijken. Dat zou je nog beter op elkaar af willen stemmen.
B16
Tilburg 2050
Ayla: “Het gevaar van zo’n ontwikkeling is opschaling. Er komt architectuur bij die niet Tilburgs is. Waar zit die Tilburgse identiteit? Wat is die identiteit hier? Misschien is versnipperdheid wel de identiteit van het gebied?” Het is een lastig gebied. Er zijn veel identiteitsdragers, maar weinig historisch. We moeten denken in ruimte, als een as. De Poort is eerder een blokkade. Een deelnemer merkt op dat Stappegoor een beetje voelt als het gebied bij de AFAS en de Arena. Het is een rare plek. Je hebt wat woningen en dan opeens veel lichten, grote gebouwen. Waar is de menselijke maat? Iemand anders merkt op dat het hem doet denken aan de grote malls in Frankrijk. Waar met veel groen en wandelpaden toch een plek wordt gemaakt. Dan merkt een deelnemer op: “Stel ik ben iemand die nooit iets te besteden heeft. Hier zijn allemaal voorzieningen waarvoor je geld nodig hebt. Maar ik krijg deze plek wel toegewezen, want als je afhankelijk bent van sociale woningbouw heb je geen keus. Hoe kun je je dan toch thuis voelen? Hoe creëer je een inclusieve plek?”. Je kunt het aanbod van sociale woningbouw wel ondervangen door aantallen te bepalen. Maar is die ruimtelijkheid ook inclusief? Hoe kun je je daar prettig voelen? Je kunt hier rekening mee houden met de inrichting van de openbare ruimte, door sport en spel toe te voegen in het buitengebied.
Programma waar je geen geld voor nodig hebt of ergens lid van hoeft te zijn. Een deelnemer merkt op dat we hier kunnen leren van Vietnam, waar je gratis fitnessplekken in de openbare ruimte kunt vinden. Ook evenementen en markten zou je publiek toegankelijk willen maken. Een andere deelnemer merkt op: “je kunt het ook omdraaien. Je kunt je afvragen of dit wel de juiste plek is voor sociale woningbouw. Het gebied is autogedomineerd, terwijl er ook sprake is van mobiliteitsarmoede. Moet je in zo’n autogedomineerde plek wel dit soort woonaanbod bieden?”
Willemsbuiten is bijvoorbeeld een enclave waar iedereen twee auto’s heeft. Je zit hier ver van voorzieningen af. Je zou wel juist vanuit Goirle de fietsverbindingen willen versterken. Mensen in echte armoede hebben vaak ook een slechte gezondheid en fietsen niet. Zij zijn afhankelijk van het OV. Er wordt gevraagd of er nog ruimte is in het mobiliteitsplan? Een deelnemer van de Gemeente licht toe dat op het parkeerterrein wordt gebouwd, en er komt een parkeergarage onder. Deze blijft in handen van de gemeente zodat je nog een transitie kan doen. Er ligt of komt een studie naar Ringbaan-Zuid. Hier is veel doorgaand verkeer. Dat wil de gemeente anders regelen. Dan krijgt de plek meer waarde. Ook de strook boven de ringbaan hoort bij het gebied. Dat is een dwarspark. Komt er in de toekomst een brug over de snelweg? We moeten er rekening mee houden dat autogebruik blijft groeien en niet af gaat nemen.
Reflectie Stappegoor is niet genoemd in het eerste deel van de workshop, waar de identiteit van Tilburg werd besproken. De deelnemers merken op dat ze best goed konden duiden wat de identiteit van Tilburg is, maar dat je dat in Stappegoor niet terugziet. Je wil dat wel terugzien. Tegelijkertijd voelt het gek om een ‘Tilburgs laagje’ over Stappegoor te leggen. Een deelnemer vraagt: “kunnen we absurdisme toevoegen hier? Op een manier dat je zeker weet dat het gaan verwonderen?”. Het gebied kent wel belangrijke identiteitsdragers: de Ireen Wüstbaan, de internationaal succesvolle Tilburg Trappers. Je kunt het gebied stevig thematiseren rond sport en onderwijs. Ook zijn er kansen om hier te werken aan een entree, een plek van aankomst. Door zichtbaar te maken vanaf de snelweg wat er is, horizontale en verticale verbindingen te verwerken, of zelfs met een doorsteek en een mobiliteitshub.
Kun je iets met de dynamiek van het Willem II stadion? Dat lijkt lastig: bezoekers gaan eerst naar het centrum, en trekken dan via de Korvel naar het zuiden. Daarna is iedereen weer weg. De parkeerplaats eromheen biedt wel mogelijkheden. In Eindhoven heeft het PSV-stadion identiteitswaarde in het gebied. Hier is dat anders, maar het heeft wel die potentie. Aan de achterkant van het stadion gebeurt niets. Dat is jammer.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B17