Bijlage 3 Verslag Stadsgesprek en workshops Omgevingsvisie Tilburg 2050
Tekst van het document
Stadsgesprek en workshops Omgevingsvisie Tilburg 2050 castonline.nl
De studiozaal van de Schouwburg en het stadhuis van Tilburg vormen 11 september 2025 het toneel van het stadsgesprek en workshops Omgevingsvisie Tilburg 2050. Op deze dag denken inwoners van de stad, vertegenwoordigers van lokale organisaties en beleidsmakers mee over de Omgevingsvisie. Wat moet de gemeente ábsoluut niet vergeten als het om de inrichting van de stad gaat? In vier workshops en een Stadsgesprek wordt er tijdens het symposium dieper op die vraag ingezoomd.
Burgemeester Brokxlaan 1000 5041 SG Tilburg 013-5449222 info@castonline.nl www.castonline.nl bank: 1812 88 567 kvk 41098274
2
Opening met Jos Sprangers.
Tilburg 2050
‘Eigenlijk is dit symposium het eerste grote participatiemoment voor de Omgevingsvisie’, zegt Jos Sprangers, directeur Vitale Stad bij de gemeente. ‘Van deel A van de Omgevingsvisie ligt er nu een concept. Het is superbelangrijk om die basis te delen met het werkveld, professionals, stakeholders en burgers om te kijken of dat scherper kan. Wees kritisch en doe mee’, geeft hij de aanwezigen mee. De Omgevingsvisie is onderdeel van het traject Tilburg 2050. De gemeente heeft eerder al een toekomstvisie gemaakt over hoe Tilburg er in het jaar 2050 uit moet zien. Daar komt deze Omgevingsvisie binnenkort bij, vertelt Dascha Düring, strateeg toekomstbestendige en inclusieve verstedelijking bij de gemeente. ‘We werken nu aan het visie-gedeelte. Woorden, kaarten en beelden over waar we naartoe willen bewegen. Daarmee bouwen we
voort op wat er al gedaan is, zoals de gebiedsperspectieven die al eerder gemaakt zijn. In de Omgevingsvisie kijken we op het niveau van de gemeente als geheel en of het op sommige punten bijvoorbeeld nog schuurt.’ Over het algemeen gaat het goed met Tilburg, is de overtuiging van Düring. ‘Het is echt een stad in beweging. Er zijn veel verschillende type leefmilieus, bijna voor ieder wat wils. Er zijn rustige wijken en bruisende wijken, we hebben een sterke regio en we hebben als stad een heel veelzijdig werkklimaat met een universiteit, hogescholen en een aantal goede mboopleidingen.’ De uitgangspositie is heel positief, vindt Düring. Door in te zetten op brede welvaart probeert de gemeente samen met haar partners te zorgen voor een goede leefomgeving. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Zo is Tilburg best een droge stad en weten we het water onvoldoend vast te houden. Het woningaanbod is vrij eenzijdig: jonge huishoudens van 1 of 2 personen en ouderen moeten echt zoeken naar een passende woning. In sommige wijken staat de leefbaarheid onder druk. En gezondheid is een thema dat binnen de gemeente steeds meer aandacht krijgt: de verschillen tussen wijken zijn groot. In sommige wijken stapelen gezondheidsproblemen zich op. Een gezondere inrichting van de leefomgeving kan helpen deze last te verminderen.
Door grote trends, zoals klimaatverandering, vergrijzing en een bevolkingstoename, worden die problemen versterkt. Maar: die trends kunnen ook kansen bieden, denkt Düring. ‘Als er meer gepensioneerden komen, betekent dat wellicht ook dat zij meer aan de wijk of de buurt kunnen bijdragen of bijvoorbeeld eens in de week kunnen oppassen op buurtkinderen. Zij kunnen in de toekomst de ruggengraat van de buurtgemeenschap worden, maar dan moeten we als gemeente wel in staat zijn om dat te verzilveren.’
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
3
De drie agenda’s In de Omgevingsvisie zijn de uitdagingen van de toekomst vervat in drie typen opgaven, zegt strategisch stedenbouwkundige Onno van der Heijden: voortbouwen, ombouwen en bijbouwen. Voortbouwen ‘De stad heeft eigenlijk een hele rijke historie, vanuit linten en herdgangen’, zegt Van der Heijden. ‘Op die historie kunnen we voortbouwen door de stad bijvoorbeeld beter geschikt te maken voor langzaam verkeer en het landschap van buiten naar binnen te halen. Aan de stad gaan we ook nieuwe identiteiten toevoegen. Nu bestaat 63% van de woningen uit eengezinswoningen, maar dat gaat veranderen. Er komen hoogstedelijke milieus in Tilburg waar andere woningtypologieën ontstaan. Dat gaan we op een kwalitatieve manier regelen, ook wat de openbare ruimte betreft.’ Ombouwen De stad gaat ook wat transities tegemoet, weet Van der Heijden. ‘De mobiliteitstransitie is een belangrijke. We willen de auto op de juiste plek zetten. De drie ringen van Tilburg gaan we optimaal benutten en het langzaam verkeer geven we prioriteit.’ Daarnaast is ook de energie- en grondstoffentransitie van belang: voor de nieuwbouwopgave van de stad geldt dat 85% van alle warmte uit Tilburg-Noord gaat komen. ‘Hoe gaan we die warmte transporteren door de stad? Daar denken we intensief over na.
We kijken ook hoe we meer water van het zuiden naar het noorden kunnen krijgen om de verdroging van de Loonse en Drunense Duinen en de Brand tegen te gaan.’ Bijbouwen Tot 2040 staan er 25.000 woningen op de rit. Tot 2050 worden dat er waarschijnlijk 35.000. ‘Maar daar horen ook voorzieningen bij’, zegt Van der Heijden. ‘Sportplekken, huisartsenpraktijken en natuurlijk arbeidsplaatsen. De dichtheid neemt dus toe, maar we kiezen ervoor om dat op bepaalde plekken te doen en op andere plekken de kwaliteiten wat meer te beschermen. De
4
Tilburg 2050
hoogstedelijkheid zien we vooral voor ons langs het spoor. Tegelijkertijd denken we dat we bedrijventerreinen kunnen verdichten en dat veel bedrijven eigenlijk gewoon in de stad zouden kunnen zitten.’ In vier workshops van twee uur gaan de aanwezigen dieper in op de belangrijkste thema’s uit de Omgevingsvisie.
De beweegvriendelijke buitenruimte | workshop 1 In de workshop van partnerstedenbouwkundige bij Urhahn Ad de Bont gaan we dieper in op de gezonde buitenruimte. Die is ontzettend van belang, zeker in ‘slechte wijken’, denkt De Bont. ‘Mensen met een lager inkomen leven vijf jaar korter en vijftien jaar minder in goede gezondheid. Je ziet vaak dat die mensen wonen op plekken waar de leefomstandigheden minder goed zijn. Zij wonen op minder groene plekken, ervaren meer hittestress en wonen soms in kleine, slechte woningen.’ Vroeger namen we gezondheidsidealen vaak mee tijdens het bouwen van nieuwe wijken. De doorzonwoning is daar een typisch voorbeeld van: een woning met veel licht, lucht en ruimte. Tegenwoordig zien we steeds vaker woningen die kleiner zijn dan 40 vierkante meter met slechts daglicht aan één zijde van de woning. ‘We bouwen tegenwoordig ook woningen die niet zo gezond zijn. Slechte woningen kunnen voor mentale problemen zorgen en die mentale problematiek kan vervolgens weer tot fysieke problemen leiden.’ De omgeving waarin je leeft bepaalt dus mede hoe gezond je bent. Sport- en groennormen Volgens De Bont zijn er een aantal zaken belangrijk bij het vormgeven van een beweegvriendelijke buitenruimte. Ten eerste is het van belang om de gezonde leefomgeving in beleid te verankeren. ‘Maar als je het opschrijft, is de wereld nog niet veranderd.
Je moet het blijven vasthouden, ook in de Programma’s van Eisen en bij de
gebiedsontwikkelingen.’ Het kan lonen om naast parkeernormen ook te zorgen voor sportnormen of groennormen, zodat het faciliteren van de ‘softe kant’ vanzelfsprekend wordt. ‘Misschien moet je het geen normen noemen, maar aanbevelingen. Zo wordt het aantal parkeerplekken ook een ‘aanbeveling’.’ De buitenruimte moet voor en samen met bewoners worden ontwikkeld. Zo ontstaat er meer mentaal eigenschap. Idealiter is er ook een beweegprofessional bij de plannen betrokken. ‘En de laatste tip: praat niet alleen met elkaar, maar vooral met gebiedsontwikkelaars. Ga in gesprek met de afdelingen grondzaken en stedenbouw van de gemeente of met de woningbouwcorporatie om écht iets voor elkaar te krijgen.’ Een aanwezige heeft nog een tip voor de gemeente: kijk of je achtertuinen aan elkaar kunt verbinden. ‘Aan de Besterdring en Korvelseweg zitten percelen met hele diepe achtertuinen die soms niet meer worden gebruikt. Die gebieden kun je misschien heel goed aan elkaar verbinden. Dan transformeer je de stad van binnenuit. Er zitten veel kansen in de verdichting: benut die ook’, wil deze inwoonster meegeven.
Impressie workshop 1, de gezonde stad.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
Na de presentatie van De Bont gaan de deelnemers aan de workshop in twee groepen uit elkaar. Met LEGO-blokjes, kleine boompjes, stukjes papier en schuimrubber gaan ze aan de slag om twee gebieden in de gemeente in te richten: het nog te ontwikkelen gebied rondom het station in Udenhout en het gebied rondom de Mascagnistraat in Tilburg-Noord. Clubhuis voor iedereen De ontwerpers in spe die aan de casusUdenhout werkten, kwamen na drie kwartier tot de conclusie dat het handig kan zijn een hogere woningdichtheid rondom het station te concentreren en in de rest van het landschap wonen wat minder prominent aanwezig te laten zijn. De sportvelden blijven in hun visie deels behouden en worden deels verplaatst naar de andere kant van het spoor en het clubhuis van de verenigingen zou net zo goed een publieke functie kunnen krijgen als een soort buurtpaviljoen. Verder dachten de ontwerpers na over ruimte voor de gemeente, flexwerkplekken en een rommelperceel waar inwoners zelf invulling aan kunnen geven. Parkeren wordt in dit plan verzameld in twee parkeergebouwen in de
5
buurt van het station. Wat de deelnemers betreft moet de auto in deze wijk zeker niet centraal komen te staan. Zij geven de gemeente daarnaast het advies om hier niet alleen koopwoningen te realiseren. Belangrijke dilemma’s zijn of de gemeente of de bewoners zelf het groen gaan beheren en hoe je voor een dorps gemeenschapsgevoel kan zorgen in een nieuwe wijk. Sociale veiligheid De ontwerpers die zich met de casusMascagnistraat bezighielden zagen al gauw dat het gebied veel meer kan bieden. Horeca en winkels zijn gecentreerd op het Wagnerplein en het Verdiplein, terwijl een koffietentje – of op z’n minst een open plint – hier veel voor de buurt én voor de sociale veiligheid kan betekenen. Een dor grasveld in de buurt kan opnieuw worden ingericht tot volwaardige sport- en speelplek. Met een wandel- en fietsverbinding over de MiddenBrabantweg heen trekken de ontwerpers de wijk uit z’n isolement. Nieuwe woningen kunnen er komen, maar wel in maximaal zes lagen hoog om enig tegenwicht te bieden aan de hoge flats die er al staan.
Impressie workshop 2, wonen en leven.
8
Tilburg 2050
Wat moet de gemeente hier absoluut niet doen? Volgens de deelnemers is functiescheiding uit den boze: de tijd dat winkels alleen in winkelcentra zouden mogen zitten, is voorbij. Tilburg-Noord moet daarnaast qua aanbod diversificeren: meer van hetzelfde bijbouwen – alleen woningen, geen andere functies – is volgens deze ontwerpers in wording dan ook not done. Het groen dat er is kan veel biodiverser worden en er moet veel meer aandacht komen voor sociale veiligheid.
Wonen en leven | workshop 2 De workshop van architect Sanne van Maanen, initiatiefnemer van het Platform Woonopgave, focust op de vraag waar woningen en woonvormen aan moeten voldoen om in 2050 nog passend te zijn voor verschillende doelgroepen. Volgens Van Maanen vragen de ontwikkelingen in de komende decennia namelijk om actie: het aantal kleine huishoudens wordt groter en de helft van de mensen zal in de toekomst alleenstaand zijn. In Tilburg ligt de gemiddelde huishoudensgrootte nu al onder de twee personen per woning.
Door de toenemende vergrijzing én het toenemende aantal mensen met een chronische aandoening is duidelijk dat we voor een hele urgente woonopgave staan. Het klimaat lijkt bij woningbouw een ondergeschoven kindje te worden: veel nieuwbouwplannen zijn namelijk niet toekomstbestendig genoeg. Voor grote groepen mensen is wonen onbetaalbaar geworden: zij belanden op een wachtlijst, terwijl ze eigenlijk geen ruimte hebben om te wachten. De huidige aanpak lost de ambities op het gebied van volkshuisvesting dus niet op. De workshopdeelnemers gaan in drie groepen uit elkaar om zeven Tilburgse gebieden te bespreken, van de Reeshof tot Tilburg-Noord en van Berkel-Enschot tot de binnenstad. De deelnemers bespraken verschillende passende woonvormen, manieren om te verdichten, manieren om te ontwikkelen én welke effecten hun keuzes hebben. Na een uur kwamen er een aantal behoorlijk interessante bevindingen uit. Zo constateren de groepen na een geanimeerde discussie dat er een cultuurverandering nodig is. Bij burgers mag en moet het besef groeien dat wonen er in de toekomst anders uit gaat zien, met zowel negatieve als positieve kanten. Natuurlijk zullen we allemaal op minder vierkante meter per persoon moeten leven en komen er beheervormen waar nog niet iedereen mee bekend is, maar het aanbod wordt ook een stuk gevarieerder en past hopelijk beter bij verschillende levensfases.
Die variatie in woontypologieën vinden de groepen ook prettig: liever dat dan te veel eenheidsworst. Collectief wonen Volgens de deelnemers ligt het aanpakken van grootschalige locaties misschien voor de hand, maar liggen er ook ontzettend veel kansen in kleinschalige inpassingen. Het buitenland kan inspiratie bieden als het gaat om coöperatieve ontwikkelstrategieën en kleinschalig optoppen, denken de groepen. Op korte termijn moet er vooral snelheid worden gemaakt met gebiedsperspectieven en moeten we aan de slag met
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
woningsplitsen en -delen. En er moet meer aandacht komen voor collectief wonen, waarmee we impact kunnen maken als het om sociale problematiek gaat. De deelnemers zien bijvoorbeeld dat studenten en senioren gebaat kunnen zijn bij andere woonvormen dan de klassieke studio. ‘Onzelfstandig wonen is vaak beter voor het welzijn van studenten’, zegt een vertegenwoordiger van een woningcorporatie. ‘De eenzaamheid onder die groep is groot. We bouwen nu vaak zelfstandige wooneenheden, onder andere omdat dit vanwege de huurtoeslag aantrekkelijker is. Kunnen we niet een alternatief systeem van woonvouchers of iets dergelijks bedenken?’ Het stimuleren van kamerverhuur is een andere optie die genoemd wordt, mits er goede afspraken over worden gemaakt: mensen willen tenslotte weten hoe ze weer van een (mede-)huurder af kunnen komen als het slecht bevalt. ‘Mijn idee zou zijn om samen met de gemeente op te trekken om te leren, om te zorgen voor uniforme regelgeving en om randvoorwaarden te bereiken’, zegt een deelnemer. Specifiek voor senioren wordt aan een van de tafels het ‘Friends-concept’ opgeworpen. Voor eenoudergezinnen is een nieuw woonproduct nodig, denken sommige deelnemers. Ook daar geldt een grote maar: met te rigide, kleine plattegronden (en bijvoorbeeld slechts één slaapkamer) krijg je ‘doorgangshuizen’, waarin het heel moeilijk wordt je leven te ontwikkelen.
Belangrijker is het, denken sommige aanwezigen, om de doorstroming meer te bevorderen. Maar ook dat is geen knop waar je eindeloos aan kan draaien: de ervaringen die een aanwezige woningcorporatie bijvoorbeeld met een seniorenmakelaar heeft, zijn erg mager. Langzaam haasten Als het om ontwikkelvormen en de verdichtingsstrategie gaat, adviseren de groepen vooral ‘langzaam te haasten’. Ja, er is een wooncrisis, maar laat die niet zorgen voor overhaaste keuzes. Wie te snel wil bouwen houdt misschien onvoldoende rekening met
9
privacyvraagstukken of met verzet tegen sociale huur. ‘De gemeente moet dit met doordachte privacy-aanpakken in goede banen leiden. Hoe kun je bewoners minder als individu en meer als burgers laten denken, met het algemeen belang voor ogen? De deelnemers zien qua verdichting heil in optoppen, hoewel dat best lastig kan zijn. Vlaanderen kan inspireren: daar gebeurt het optoppen vaak op kleinere schaal van zo’n vier tot zes woningen. Gemeenten zouden kunnen onderzoeken hoe je het optoppen voorwaardelijk kunt maken. ‘Wat nou als je pas mag optoppen als je ook iets aan de wateropgave in de buurt doet?’, stelt een deelnemer voor. Bij groot onderhoud van woningen moet naar splitsingsmogelijkheden worden gekeken. Over de sociale bewegingen die een grote druk op de woningmarkt leggen, zijn de deelnemers overigens snel uit: eenzaamheid en het grote aantal scheidingen. ‘Je zou het scheiden eigenlijk moeten verbieden, dat zou zóveel woningen schelen’, zegt een van de deelnemers. Wat maar illustreert: een wooncrisis gaat hand in hand met een sociale crisis.
Impressie workshop, de gemixte stad.
10
Tilburg 2050
De gemixte stad | workshop 3 Kunnen gemixte wijken ook de leefbaarheid versterken? Met die vraag gingen de deelnemers van de workshop van Floris van der Zee van BURA aan de slag. Van der Zee ziet kansen als het gaat om het mixen van wonen, werken en voorzieningen. Zijn er manieren om voor functiemenging te kiezen en de hinder daarbij zoveel mogelijk te beperken? Misschien zijn er in eerste instantie kartrekkers nodig, denkt Van der Zee. De gemeente Utrecht laat in haar ruimtelijke strategie zien dat woningen niet kunnen worden gebouwd zonder werkplekken en voorzieningen in de buurt. De woonopgave is in die gemeente het vliegwiel dat helpt om andere transities in gang te zetten. Het is een schoolvoorbeeld van een gemeente die tegen de trend van de functiescheiding ingaat. Volgens Van der Zee zijn we te ver doorgeschoten in het idee van de functionele en gescheiden stad: niet alleen qua fysieke leefomgeving, ook qua wetgeving. Op veel plekken is de transitie naar een meer productieve stad inmiddels ingezet, ziet Van
der Zee. In die steden wordt gewerkt aan plekken waar zowel ruis, reuring en rust een plek hebben, gebaseerd op het CRa-rapport MetroMix. De workshopdeelnemers gaan onder zijn leiding in vier groepen uit elkaar om diverse gebieden verder uit te diepen. Welke stadsstraten zijn levendig, welke activiteiten op bedrijventerreinen zijn te verplaatsen, hoe organiseren we de samenhang? Waarop moeten we voortbouwen, wat moeten we ombouwen en waar moeten we bijbouwen? De dystopische visies De eerste groep concludeert vooral dat we moeten waken voor dystopische steden, waar geen werk is, geen ruimte is voor bedrijvigheid en waar de monocultuur heerst. Een verstedelijkte, onveilige en dode stad waar geen collectieve ruimtes zijn faciliteert te weinig betrokkenheid, waardoor ook nieuwe initiatieven en innovaties onvoldoende van de grond kunnen komen. Om dat spookbeeld op afstand te houden is een gerichte aanpak nodig. De successen en voorbeelden van werken in de stad moeten meer gedeeld worden om Tilburgers trots te laten zijn op wat er zich in de stad afspeelt. Veel expats en jonge afgestudeerden verlaten Tilburg, terwijl zij juist nodig zijn om vernieuwing tot stand te brengen. Tilburg moet een stad worden waar je wil zijn, denken de deelnemers. We moeten investeren in de huidige bedrijvigheid, maar óók in de beeldvorming daarvan.
De tweede groep zoomde in op het gebied rond de Kanaalzone I en projecteerde zoveel mogelijk uitdagingen op dit gebied. Wat zou het meest verschrikkelijke beeld zijn voor dit gebied? De workshopdeelnemers noemen een extreme vorm van gemengd wonen, waarbij zowel oude mensen als kleine kinderen en studenten bij elkaar wonen. Een tippelzone langs het kanaal, groen dat wordt weggehaald, parkeren op maaiveld en hoge woontorens met een zeer hoge dichtheid: deze zone is daar niet de plek voor.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
De utopische visies Maar wat kan er wél in de Kanaalzone? Daar heeft de derde groep over nagedacht. Zij adviseren bijvoorbeeld af te stappen van een inrichtingskader met functies, maar de invulling van het gebied te laten bepalen door waarden, zoals gezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. In een deel waar nu 20.000 grondebonden woningen staan zou de helft van de woningen gesplitst kunnen worden en een kwart herbestemd kunnen worden voor werken. Daardoor wordt er 500.000 vierkante meter aan werklocaties gerealiseerd. Zo’n stadsdeel kan dan ineens een stuk zelfvoorzienender worden én meer ruimte bieden voor nieuwe woningen. Door te zorgen voor ‘gespikkeld wonen’ willen de deelnemers voorkomen dat woonmilieus te veel op elkaar gaan lijken. Met een tweede maaiveld bovenop bedrijfspanden kunnen ook typisch Tilburgse laagbouwwoningen worden gerealiseerd in een groen daklandschap. Of je zo’n positieve visie ook op de hele stad kunt leggen, was aan de vierde groep uit de workshop. Zij zijn voorstander van het terugbrengen van een deel van de bedrijvigheid naar de linten en het centrum, maar zien ook dat veel ondernemers nog erg vasthouden aan de auto. Dat vraagt dus om een mentaliteitsverandering.
Tegelijkertijd is er in Tilburg ook al veel waarop voortgebouwd kan worden, denkt de groep: een gemeente die ruimte biedt voor experimenten met simpele kaders, geen beperkende regels en met vertrouwen is het ideale steuntje in de rug om een gemixte stad te realiseren. De linten, de Kanaalzone, de strook langs de Ringbaan-Zuid en Vossenberg I kunnen meer aan elkaar worden geregen, in gebieden zoals de Westermarkt kunnen er meer functies worden gestapeld en kunnen er meer voorzieningen komen. Dat is het ideaalbeeld van de workshopdeelnemers, maar de groepen zien ook: beheer en aansprakelijkheid staan deze utopie behoorlijk in de weg.
11
Identiteit en waarderen van het bestaande | workshop 4 Architect bij JADE architecten Ayla Stomp leidt de vierde workshop, die zicht focust op identiteit. De deelnemers wordt gevraagd een woord te noemen dat bij Tilburg past. Een deelnemer die veel werkt met mensen in armoede merkt op dat ook als je niets hebt, je altijd nog trots kunt zijn op je stad: je bent altijd Tilburger. Dat de stad zich voortdurend opnieuw kan uitvinden en dat er een mentaliteit heerst van uitproberen en aanpakken, wordt geroemd. Tilburg is dynamisch, veerkracht en weerbaar.
bestraten, krijgen ze bijna museale waarde. De Katterug wordt nu vaak als het lelijkste stuk van Tilburg gezien, maar gaan we in de toekomst ongetwijfeld opnieuw waarderen. In de dorpen moeten we juist met een lage dichtheid aan de slag en op zoek naar ‘happy incidents’, zeggen de deelnemers: dat er een landbouwsilo in Udenhout staat die gesloopt gaat worden, biedt kansen voor hoogbouw.
Tijdens de workshop kijken de deelnemers specifiek naar het Stappegoor, door een ambtenaar ‘een van de moeilijkste gebieden van Tilburg’ gedoopt. ‘Het is een bipolair gebied: met enerzijds een regionale functie door de onderwijsinstellingen, bioscoop en het ziekenhuis, en anderzijds is het extreem De deelnemers hebben beelden meegenomen lokaal ingebed in de wijken die ernaast liggen’, van zaken die hen aan ‘de identiteit van zegt deze deelnemer. Tilburg’ laten denken. Onder meer de campus van de universiteit, de Piushaven en de De wijk Willemsbuiten wordt genoemd bushaltes van Beljon passeren de revue. De als een fijne wijk om te wonen: het heeft rijke culturele historie van de kerk komt ter een bepaalde kneuterigheid. Wat opvalt in sprake, net als het kunstwerk Sky Mirror, dat deze wijk zijn de grote structuren zoals het volgens een van de deelnemers symboliseert stadion. Dat doet een deelnemer denken hoe groot een kleine stad kan zijn. aan de wijk La Boca in Buenos Aires, waar een groot stadion midden in een woonwijk Het gaat al snel over het aangezicht ligt. De aanhechting met de stad kan beter, van de stad en de dorpen. Wie Tilburg denken de aanwezigen: de Ringbaan-Zuid komt binnenrijden via de A58 ziet de is een barrière en Stappegoor een klassiek autoshowroom en het zorgcluster: nog niet autogebied.
De onderdoorgang voor fietsers echt de entree die uitnodigt, denken de heeft daar wel iets van verbetering in deelnemers. En ook bij de hoogbouw zijn er gebracht. zorgen: wordt er voldoende uitgezoomd als er ergens een toren wordt gepland en welke De openbare ruimte van het Olympiaplein impact die toren heeft voor het silhouet van was goed omdat er een duidelijke entree de stad in bepaalde straten? Het leesbaar was. Maar: met de komst van de Jumbo is maken van de skyline is een heel proces, het een tochtig plein geworden. Hoe breng zeker omdat de Tilburgse structuur zo je de menselijke schaal weer terug in het ongrijpbaar is. De inzet van de gemeente gebied, in programma en openbare ruimte? is middelhoogbouw, zegt een ambtenaar: Hoe leg je de verbinding met de wijken? extreme hoogbouw zoals in Rotterdam is hier Hoe breng je reuring en de stedelijkheid niet passend. erin? Er wordt meermaals gesteld dat een goede herinrichting van de openbare ruimte Happy incidents mogelijkheden biedt om de menselijke maat De deelnemers hebben ook beelden terug te brengen, maar ook het versnipperde meegebracht van de nog onontdekte karakter van deze plek aan elkaar te kunnen identiteit van Tilburg. Naar aanleiding van die rijgen. beelden trekken de deelnemers de conclusie dat er heel veel kwaliteit is die in de spotlight gezet kan worden.
Door de bushaltes van Beljon te verplaatsen en de omgeving mooi te
12
Tilburg 2050
Topsport en spel Wat als Stappegoor een mobiliteitshub wordt met een regionale functie? Dan wordt het een gebied van aankomst: een nieuwe entree voor de stad, net zoals Boerke Mutsaers dat ooit was. Dat brengt stedelijkheid met zich mee, met mobiliteit als vestigingsvoorwaarde. Wel moet er dan voldoende aandacht zijn voor de verblijfskwaliteit van deze plek. Qua functies hoeft er niet zoveel toegevoegd te worden: vooral woningen, denken de deelnemers. Maar investeren in bijvoorbeeld het faciliteren van topsport kan geen kwaad.
Stappegoor een soort ‘Tilburgs laagje’ geven is niet iets wat voor de deelnemers natuurlijk aanvoelt. Wellicht moet er óók iets absurdistisch in het gebied landen om het toch die Tilburgse identiteit te geven. Het gebied kent wel belangrijke identiteitsdragers: de Ireen Wüstbaan en de Tilburg Trappers. Je kunt het gebied stevig thematiseren rond sport en onderwijs en wellicht zelfs zichtbaar maken vanaf de snelweg.
Ook belangrijk: functies realiseren voor mensen die niets te besteden hebben. De bioscoop en de ijsbaan zijn commerciële locaties. Door sport en spel toe te voegen in het buitengebied ontstaat er programma waar je geen geld voor nodig hebt. Ook evenementen en markten zouden hier publiek toegankelijk kunnen worden. Al rijst ook de vraag of Stappegoor wel de plek is voor sociale woningbouw: moet je in een autogedomineerde wijk wel dit soort woningaanbod aanbieden?
Impressie workshop 4, identiteit en waarderen van het bestaande.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
13
Tilburg verandert. En hoe die verandering eruit moet zien, bepalen we samen. Tijdens het Stadsgesprek kwamen inwoners, denkers, makers en beleidsmakers bij elkaar om hun dromen, vragen en zorgen te delen over Tilburg richting 2050. Hoe blijven we een stad waar mensen elkaar kennen? Waar plek is voor groen én groei, voor talent én traditie, voor wonen én werken? In dit verslag lees je de gedachten en ideeën die tijdens deze avond zijn gedeeld, als startpunt voor het vervolg van dit gezamenlijke gesprek over onze toekomststad.
Burgemeester Brokxlaan 1000 5041 SG Tilburg 013-5449222 info@castonline.nl www.castonline.nl bank 1812 88 567 kvk 41098274
14
In gesprek met wethouder Rik Grashoff.
Tilburg 2050
Tijdens het Stadsgesprek in de avond wordt er nog volop gebruikgemaakt van de gelegenheid om ideeën te delen. Aan het begin van het Stadsgesprek wordt de zaal bijvoorbeeld naar hun toekomstdroom voor Tilburg gevraagd. ‘Ik hoop dat er veel groen zal zijn, een ruime omgeving waarin we kunnen wonen en recreëren’, zegt een meneer. ‘Ik hoop dat je je medewijkbewoners nog kent en dat er niet alleen maar hoogbouw is waar iedereen op zichzelf is’, vult een mevrouw aan. Verder hopen inwoners dat Tilburg het voorbeeld wordt van een duurzame stad, dat het openbaar vervoer beter wordt en vaker gaat rijden, en dat Tilburg ruw en rauw blijft. ‘Die opmerking over hoogbouw vind ik grappig’, zegt Rik Grashoff, wethouder duurzaamheid, openbare ruimte en mobiliteit. ‘Een tijdje geleden was ik in de Hoffmannflat
en beneden in die flat is een buurtvoorziening die door de eigen bewoners wordt gedragen. Die mensen kennen elkaar beter dan ze in de gemiddelde straat met eengezinswoningen doen. Ze hebben geïnvesteerd in contact. Voor mij illustreert dat dat ook verdichting tot meer sociale cohesie kan leiden.’ De openbare ruimte zal de komende jaren steeds meer vervlochten raken met de bouwopgaven. ‘Het is niets nieuws onder de zon dat we als gemeente over onze eigen openbare ruimte gaan. Het gaat niet over een nieuw asfaltlaagje of om het opnieuw planten van een omgevallen boom: het gaat letterlijk om het anders inrichten. We gaan openbare ruimte creëren op de functies die we bouwen. Een stadspark op het dak van een parkeerkelder, dat zijn de ambities waar we bij wijze van spreken aan denken.’ De gemeente wil de komende jaren meer groen op daken realiseren. Ten opzichte van de vorige Omgevingsvisie is veel hetzelfde gebleven, maar er zijn ook nieuwe accenten, zegt de wethouder. De focus op 35.000 woningen erbij is daar de duidelijkste van. Daarnaast zijn de energietransitie en klimaatadaptatie veel centraler komen te staan en is vergrijzing een veel belangrijker thema geworden. De gemeente ziet een andere plaats voor parkeren voor zich. ‘Als we die 35.000 woningen bijbouwen, hebben we zestig voetbalvelden aan parkeren nodig.
Dat kan helemaal niet op maaiveld, dus moeten we sowieso gaan stapelen. Daar sparen we veel ruimte mee.’
De zoveelste sportschool Aan stedenbouwkundige bij BVR Adviseurs Hilde Blank is het deze avond de schone taak om op de plannen van de gemeente te reageren. Ze deed tijdens haar afstuderen onderzoek naar Tilburg-Noord. ‘Ik heb de concept-omgevingsvisie gelezen en vond dat enorm tof. Het typisch Tilburgse als startpunt nemen sprak me aan. Ik las in de Omgevingsvisie dat Tilburg best een beetje rauw en eigenzinnig mag blijven. Voor mij Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
15
Hilde Blank: “De veranderende stad betekent dat je iets moet loslaten en dat je daarvoor iets terugkrijgt waar je opnieuw van kunt houden.
mag dat nóg eigenzinniger: Tilburg is soms iets te voorzichtig. De veranderende stad betekent dat je iets moet loslaten en dat je daarvoor iets terugkrijgt waar je opnieuw van kunt houden.’ Voor Blank is het ook noodzakelijk om hoogbouw lokaal te laten landen. ‘In Leiden was ik stadsbouwmeester en hoorde ik mensen mompelen over de plannen voor hoogbouw. Mensen liepen daar de zaal uit toen een ambtenaar een lofrede op de hoogbouw afstak.’ Zij vonden hoogbouw onzin en vreesden dat het allemaal anonieme torens zouden worden waar niemand elkaar zou kennen. ‘Toen vroeg ik: stel dat je kinderen of je ouders daar kunnen wonen en dat er in de plint een functie voor de buurt komt in plaats van de zoveelste sportschool? Toen werd het ineens veel beter voorstelbaar.’ Ook een belangrijk punt: doorstroming klinkt op papier mooi, maar er kan behoorlijk wat stress aan voorafgaan. ‘Toen ik een aantal jaar geleden wilde verhuizen naar een appartement, ging dat heel moeilijk: op mijn leeftijd kreeg ik niet zomaar meer een hypotheek. Ik heb bij vrienden moeten crowdfunden om het rond te krijgen. Als je
Hassiba Lhajou (rechts)i en Selena Sjaman (midden).
18
Tilburg 2050
kleiner wil gaan wonen, zit daar vaak veel bureaucratische rompslomp achter. Dat moeten we met z’n allen niet onderschatten.’ Er moet landelijk ook veel meer gebeuren dan nu het geval is, vindt ze. Een laatste opvallendheid die ze aansnijdt, gaat over de zelfredzaamheid. Volgens Blank zijn er meerdere gebieden in Nederland die de maakindustrie vooropzetten. ‘Iedereen heeft het over die innovatieve industrie en de robotisering. Bij Tilburg zit de maakindustrie ook in de genen. Maar wil je daarin voorop blijven lopen, dan moet je er ook in investeren. Tilburg mag echt een been bijtrekken om die zelfredzaamheid goed te regelen, wellicht samen met Brainport.’
Het eilandje Tilburg-Noord In een kort gesprek tussendoor geven twintigers Hassiba Lhajoui en Selena Sjaman hun visie op de toekomst van de stad. Ze zijn onderdeel van jongerenplatform Noordvoerders en wonen allebei in TilburgNoord. Lhajoui is afgestudeerd sociologe, Sjaman studeert nog pedagogiek.
Waar zouden ze later graag willen wonen? ‘Wij hebben op dit moment een huis en een grote tuin waar we in de zomer een zwembad neerzetten, dus ik zou zelf later ook graag een tuin willen’, zegt Sjaman. ‘Ik denk dat hoogbouw voor mij realistisch zou zijn, met een beetje groen en multifunctioneel ingedeeld’, zegt Lhajoui. In Tilburg-Noord kent iedereen elkaar, zien de twee, en dat vinden ze iets positiefs. ‘Ik denk wel dat de ontmoeting veel meer geformaliseerd kan worden, met ontmoetingsruimtes onderaan hoogbouwlocaties. Richting de toekomst is het ook echt nodig dat we meer voorzieningen voor jongeren gaan krijgen, zoals studieplekken. De LocHal is toch vaak te ver weg en het wijkcentrum is niet aantrekkelijk genoeg. Tilburg-Noord is een eilandje dat zijn eigen voorzieningen nodig heeft. Ook bij woningbouw moeten jongeren in Noord niet vergeten worden.’
Relatie uit? Later op de avond gaat de zaal in gesprek over drie van de workshops die eerder die dag hebben plaatsgevonden. In de workshop van Sanne van Manen doken de deelnemers in de woonopgave. Wat willen zij de gemeente nog meegeven voor de toekomst? ‘Het stoort me dat er al heel lang geroepen wordt dat de vergrijzing eraan komt’, zegt iemand uit het publiek. ‘Ondertussen zitten we er al middenin. Ik zie om me heen dat er steeds meer ouderen afhankelijk worden van zorg, maar dat er geen zorgvoorzieningen zijn. De overheid kan daar een rol in oppakken, door bij nieuwe projecten bijvoorbeeld ruimte te maken voor inpandige zorgverleners.’ Een meneer vertelt: ‘Ik woon in de Bomenbuurt in een eengezinswoning. Wij zullen op zoek moeten naar een kleinere plek, maar wat ons nu remt, is dat onze dochters op straat zouden staan als hun relatie uit zou gaan. Dat stroopt het proces op.’
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
Een andere meneer zegt juist dat zijn kinderen helemaal niet bij hem zouden willen blijven wonen om hem later te verzorgen. ‘Dat zit niet in onze cultuur, maar dat is wel iets om over na te denken.’ Een bezoeker zou graag meer aandacht willen voor collectief wonen en ontwerpen en voor het verkorten van de procedures. Volgens Van Manen kan de gemeente daarbij helpen door kavels aan groepen uit te geven. Een andere bezoeker signaleert dat studentenhuisvesting nog steeds een probleem is. ‘Misschien kunnen we de hospita nieuw leven inblazen’, zegt hij. ‘Zo’n acht procent van de mensen staat daar best voor open’, weet Van Manen. ‘Daar kunnen we alvast beginnen.’
Wonen bovenop distributiecentra In de workshop van Floris van der Zee werd gefocust op de gemixte stad: het terugbrengen van werkplekken in de stad, waardoor er weer plaats vrijkomt op bedrijventerreinen. ‘We hebben het tijdens de workshop over het Kenniskwartier gehad en hoe we daar ondernemers kunnen krijgen’, zegt een mevrouw. ‘Ik zou zeggen: zoek de alleenstaande ouders in West op die je aan het werk wilt hebben en vraag welk werk zij voor ogen zien. Richt de wijk in op basis van de vraag van de doelgroep.’ Volgens een andere bezoeker gaat de schaarste ons dwingen om beter over de ruimte op bedrijventerreinen na te denken. ‘Tot vrij kort hebben we veel te veel ruimte voor bedrijventerreinen gehad. De gebouwen zijn veel te laag en er is te veel ruimte voor parkeren. De komende jaren moeten we de ruimte driedubbel gebruiken’, vindt hij. ‘We zullen moeten wennen aan woningen bovenop distributiecentra.’
19
Een bestuurslid van bedrijvenoverleg BORT vindt dat de ruimte op bedrijventerrein vooral bestemd moet blijven voor bedrijven met heftrucks en vrachtwagens en dat de gemeente daar actief op mag sturen. Bedrijven die van bedrijventerreinen naar de stad verkassen moet je niet te sterk afhankelijk laten zijn van bestemmingsplannen, denkt een bezoeker. ‘Er moet ook ruimte blijven voor experiment. Misschien is het wel prima als er in de Heuvelstraat een keer een kantoor tussen zit. Dat hoeven niet alleen kledingwinkels te zijn, dat kunnen we flexibeler inrichten.’
Kwaliteit van het groen Ad de Bont gaf een workshop over de gezonde en beweegvriendelijke buitenruimte. Een mevrouw in de zaal wil de gemeente aanraden na te denken over ‘gezondheidseffectenrapportages’. ‘Die doe je voorafgaand aan de milieueffectenrapportage. Die rapportage hebben ze ook bij Tata Steel gedaan.’
In gesprek met wethouder Bas van der Pol.
20
Tilburg 2050
Verder wil ze meegeven dat ze hoopt dat meer groen in een wijk niet voor gentrificatie zorgt en dat ook de armere bevolking in de stad kan blijven wonen. In armere delen van de stad, zoals Tilburg-Noord, moet de kwaliteit van het groen vooral veel beter worden. Gebruiksgroen in plaats van kijkgroen. Veel bezoekers denken dat de luchtkwaliteit in de stad sowieso beter moet. De logistieke hotspot die Tilburg-Waalwijk is en het militaire verkeer dat in Gilze-Rijen opstijgt, dragen daar volgens hen niet aan bij. In de Franse stad Nantes is het OV in het weekend gratis: ook dat kan een manier zijn om mensen uit de auto te krijgen en de luchtkwaliteit te verbeteren, denken de Tilburgers.
Nieuwe plannen Aan het einde van de avond reageert wethouder stedelijke ontwikkeling Bas van der Pol op het gesprek dat gevoerd is. Hij was er niet de hele avond bij, maar heeft wel twee belangrijke thema’s gehoord: bedrijventerreinen en vergroening. ‘We kunnen niet anders dan werken en wonen veel meer met elkaar in verband te brengen. Vroeger zaten ambachten ook gewoon in de straten, dus dat kan weer terugkomen. Vooral in het Kenniskwartier gaan we daarop inzetten: daar willen we 70.000 vierkante meter werk terug de stad in brengen.’ De wethouder is er daarnaast van overtuigd dat vergroenen en verdichten hand in hand kunnen gaan. ‘We zien dat bij het Pater van den Elsenplein en we gaan dat bij de Koningswei ook zien. Door slimme, compacte woonmilieus te maken kunnen we meer ruimte overhouden voor groene buitenruimtes. Op de lange termijn kunnen we niet wegblijven van grootschalige herstructurering. Daar denken we over na. Ook bij de Reeshof bijvoorbeeld: een vrij eenzijdige wijk, hoe trekken we die de toekomst in? We zullen daarvoor met nieuwe plannen moeten komen.’ De toekomst van Tilburg is hoogstedelijker en de puzzel wordt complex, erkent Van der Pol. ‘Dat is niet waar we vandaan komen, maar wel waar we naartoe gaan. Dat wordt wennen, maar ik ben ervan overtuigd dat we het aankunnen.
Het stadsgesprek en workshops Omgevingsvisie Tilburg 2050 is een initiatief van de Gemeente Tilburg en CAST. Dit verslag kwam mede tot stand dankzij bijdragen van Rens van de Plas, Nienke van Boom, Berny van de Donk en Bernie Spronk. Foto’s: Joris Buijs. CAST, november 2025. www.castonline.nl
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
21
Bijlagen: Deelnemerlijst en verslagen workshops castonline.nl
Deelnemers 11 september 2025 Avondprogramma stadsgesprek totaal 140 deelnemers (openbaar evenement) ambtenaren, belangstellende Tilburgers, waterschappen, ontwikkelaars, bouwbedrijven, architecten, stedenbouwers, landschapsontwerpers, restauratiearchitecten, erfgoedspecialisten, woningcorporaties, Fontys Hogeschool, Stichting Ateliers Tilburg, wijkraden, Factorium Cultuurmakers. Middagprogramma workshops totaal 75 deelnemers (op uitnodiging) ontwikkelaars, bouwbedrijven, architecten, stedenbouwers, landschapsontwerpers, restauratiearchitecten erfgoedspecialisten, woningcorporaties, Fontys Hogeschool, ambtenaren gemeentes, ambtenaren provincie, waterschappen, Natuurmuseum Brabant, wijkraden.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B01
De beweegvriendelijke buitenruimte | workshop 1 In de workshop van partnerstedenbouwkundige bij Urhahn Ad de Bont duiken we dieper in op de gezonde buitenruimte. Die is ontzettend van belang, zeker in ‘slechte wijken’, denkt De Bont. ‘Mensen met een lager inkomen leven vijf jaar korter en vijftien jaar minder in goede gezondheid. Je ziet vaak dat die mensen wonen op plekken waar de leefomstandigheden minder goed zijn. Zij wonen op minder groene plekken, ervaren meer hittestress en wonen soms in kleine, slechte woningen.’ Vroeger namen we gezondheidsidealen vaak mee tijdens het bouwen van nieuwe wijken. De doorzonwoning is daar een typisch voorbeeld van: een woning met veel licht, lucht en ruimte. Tegenwoordig zien we steeds vaker woningen die kleiner zijn dan 40 vierkante meter met slechts daglicht aan één zijde van de woning. ‘We bouwen tegenwoordig ook woningen die niet zo gezond zijn. Slechte woningen kunnen voor mentale problemen zorgen en die mentale problematiek kan vervolgens weer tot fysieke problemen leiden.’ De omgeving waarin je leeft bepaalt dus mede hoe gezond je bent. Ook de buitenruimte hangt samen met gezondheid. ‘Wie aan een groene, klimaatadaptieve buitenruimte bouwt, bouwt vaak ook aan een beweegvriendelijke ruimte. Er zijn daarvoor twee obstakels: de koe en de heilige koe.
De koe op het platteland neemt heel veel buitenruimte in: veel weilanden zijn agrarisch gebied en kunnen wij mensen dus niet gebruiken om te recreëren of te sporten. De heilige koe in de stad is natuurlijk de auto en vormt daar een bedreiging voor de inrichting van de openbare ruimte. Parkeernormen zijn leidend. De auto krijgt alle ruimte, groen en speelplekken worden afgebakend.’
B02
Tilburg 2050
Sport- en groennormen Volgens De Bont is een aantal zaken belangrijk bij het vormgeven van een beweegvriendelijke buitenruimte. Ten eerste is het van belang om de gezonde leefomgeving in beleid te verankeren. ‘Maar als je het opschrijft, is de wereld nog niet veranderd. Je moet het blijven vasthouden, ook in de Programma’s van Eisen en bij de gebiedsontwikkelingen.’ Het kan lonen om naast parkeernormen ook te zorgen voor sportnormen of groennormen, zodat het faciliteren van de ‘softe kant’ vanzelfsprekend wordt. ‘Misschien moet je het geen normen noemen, maar aanbevelingen. Zo wordt het aantal parkeerplekken ook een ‘aanbeveling’.’ De buitenruimte moet voor en samen met bewoners worden ontwikkeld. Zo ontstaat er meer mentaal eigenschap. Idealiter is er ook een beweegprofessional bij de plannen betrokken. ‘En de laatste tip: praat niet alleen met elkaar, maar vooral met gebiedsontwikkelaars. Ga in gesprek met de afdelingen grondzaken en stedenbouw van de gemeente of met de woningbouwcorporatie om écht iets voor elkaar te krijgen.’ Een aanwezige heeft nog een tip voor de gemeente: kijk of je achtertuinen aan elkaar kunt verbinden. ‘Aan de Besterdring en Korvelseweg zitten percelen met hele diepe achtertuinen die soms niet meer worden gebruikt. Die gebieden kun je misschien heel goed aan elkaar verbinden. Dan transformeer je de stad van binnenuit.
Er zitten veel kansen in de verdichting: benut die ook’, wil deze inwoonster meegeven. Na de presentatie van De Bont gaan de deelnemers aan de workshop in twee groepen uit elkaar. Met LEGO-blokjes, kleine boompjes, stukjes papier en schuimrubber gaan ze aan de slag om twee gebieden in de gemeente in te richten: het nog te ontwikkelen gebied rondom het station in Udenhout en het gebied rondom de Mascagnistraat in Tilburg-Noord.
Clubhuis voor iedereen De ontwerpers in spé die aan de casusUdenhout werkten, kwamen na drie kwartier tot de conclusie dat het handig kan zijn een hogere woningdichtheid rondom het station te concentreren en in de rest van het landschap wonen wat minder prominent aanwezig te laten zijn. De sportvelden blijven in hun visie deels behouden en worden deels verplaatst naar de andere kant van het spoor en het clubhuis van de verenigingen zou net zo goed een publieke functie kunnen krijgen als een soort buurtpaviljoen.
Wat moet de gemeente hier absoluut niet doen? Volgens de deelnemers is functiescheiding uit den boze: de tijd dat winkels alleen in winkelcentra zouden mogen zitten, is voorbij. Tilburg-Noord moet daarnaast qua aanbod diversificeren: meer van hetzelfde bijbouwen – alleen woningen, geen functies – is volgens deze ontwerpers in wording dan ook not done. Het groen dat er is kan veel biodiverser worden en er moet veel meer aandacht komen voor sociale veiligheid.
Verder dachten de ontwerpers na over ruimte voor de gemeente, flexwerkplekken en een rommelperceel waar inwoners zelf invulling aan kunnen geven. Parkeren wordt in dit plan verzameld in twee parkeergebouwen in de buurt van het station. Wat de deelnemers betreft moet de auto in deze wijk zeker niet centraal komen te staan. Zij geven de gemeente daarnaast het advies om hier niet alleen koopwoningen te realiseren. Belangrijke dilemma’s zijn of de gemeente of de bewoners zelf het groen gaan beheren en hoe je voor een dorps gemeenschapsgevoel kan zorgen in een nieuwe wijk.
Sociale veiligheid De ontwerpers die zich met de casusMascagnistraat bezighielden zagen al gauw dat het gebied veel meer kan bieden door breder dan alleen het plangebied te kijken. Horeca en winkels zijn gecentreerd op het Wagnerplein en het Verdiplein, terwijl een koffietentje – of op z’n minst een open plint – hier veel voor de buurt én voor de sociale veiligheid kan betekenen. Een dor grasveld in de buurt kan opnieuw worden ingericht tot volwaardige sport- en speelplek. Met een wandel- en fietsverbinding over de MiddenBrabantweg heen trekken de ontwerpers de wijk uit z’n isolement. Nieuwe woningen kunnen er komen, maar wel in maximaal zes lagen hoog om enig tegenwicht te bieden aan de hoge flats die er al staan.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B03
Wonen en leven | workshop 2 In deze workshop buigen we ons over de vraag waaraan woningen en woonvormen moeten voldoen om passend te zijn in 2050, hoe we hiervoor onze bestaande woningvoorraad (beter) kunnen benutten. Ook praten we met elkaar over wat we nu én in de nabije toekomst moeten doen in de fysieke leefomgeving om de goede stappen richting 2050 te zetten. De ontwikkelingen in de komende decennia vragen namelijk om actie. In 2050 is het aandeel kleine huishoudens veel groter dan nu. De helft is alleenstaand; de gemiddelde huishoudensgrootte ligt in Tilburg onder de 2 (lager dan het landelijk gemiddelde). Daarbinnen groeit het aantal ouderen de komende jaren en neemt het aantal mensen met een kwetsbaarheid en/of een chronische aandoening toe. De uitdagingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn zijn groot. Gefaciliteerde of georganiseerde zorg zal afnemen als gevolg van stijgende zorgkosten, de huidige woningvoorraad bestaat vooral uit eengezinswoningen en er is krapte op de arbeidsmarkt. Er zal steeds meer een beroep worden gedaan op het sociale netwerk van onze inwoners. De opgave is urgent en de meeste woningen staan er al. De deelnemers aan deze workshop vormen een gemêleerd gezelschap van professionals uit diverse sectoren: vastgoedontwikkelaars, woningcorporaties, participatiedeskundigen en ambtenaren.
Plenaire inleiding We trappen af met een korte introductie door workshopleider Sanne van Manen. Zij maakt deel uit van Platform Woonopgave, een alliantie van ontwerpers en andere experts uit verschillende organisaties die op eigen initiatief willen samenwerken aan een bewoonbaar Nederland.
B04
Tilburg 2050
Sanne schetst in sneltreinvaart de analyse van Platform Woonopgave. Voor ons ligt de grootste maatschappelijke opgave sinds de wederopbouw. Een inclusieve, betaalbare en toekomstbestendige volkshuisvesting. Bestand tegen klimaatverandering en in zichzelf geen verdere belasting op het klimaat. Maar er is een collectieve zorg dat de huidige aanpak deze ambities niet inlost. De discussie gaat vooral over de bouwopgave in plaats van de woonopgave. Bovendien is de ecologische voetafdruk van de bouw groot en zijn veel nieuwbouwplannen onvoldoende toekomstbestendig. Daarmee wordt gebroken met een eeuwenoude traditie van visionaire ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Last but not least neemt de ongelijkheid binnen het huidige woonsysteem toe. Wachttijden zijn eindeloos. Wonen wordt voor grote groepen onbetaalbaar. Zelfs met twee salarissen is een simpele rijtjeswoning niet meer bereikbaar, en als je ‘huurouders’ hebt sta je sowieso op achterstand. De woningmarkt is de aanjager van ongelijkheid geworden. Deze wooncrisis leidt ertoe dat jongeren veel stress ervaren rond hun woonsituatie en dat ze belangrijke levensgebeurtenissen zoals samenwonen, trouwen en kinderen krijgen steeds verder uitstellen. Het Platform Woonopgave stelde een actieagenda op met tien punten om de wooncrisis aan te pakken.
Sanne noemt twee concrete projecten waar ze zelf bij betrokken is: het onderzoek ‘Beter Benutten Bestaande Rijtjeswoningen’ (kansen voor woningdelen, -splitsen en kleinschalig inbreiden in buurten uit jaren ’60, ’70, ’80) en de Stadscampagne ‘Woning Vinden’ (foto’s van verborgen woonkansen in de stad, waarop een strategie werd ingetekend). Alhoewel weeffouten in het woonsysteem vaak op landelijk schaalniveau zitten, is er op gemeentelijk niveau nog veel te sturen. Werk aan de winkel voor de workshopdeelnemers!
Groepsopdracht
Belangrijkste bevindingen
In drie groepen voeren we het gesprek aan de hand van zeven Tilburgse gebieden. Stadsdelen met heel verschillende typologieën. Van Reeshof tot Tilburg-Noord, van Berkel-Enschot tot de Oude Stad.
Ruim een uur hebben de drie groepen om tafel gezeten. De discussies waren geanimeerd, de manier van werken beviel zeer goed (gemengde groep, duidelijke set kaarten, twee stadsdelen met uiteenlopende karakteristiek). Na afloop trokken we samen een paar conclusies:
Op tafel liggen per groep luchtfoto’s van twee verschillende stadsdelen, en een set kaarten met daarop (in tekening) woonvormen, verdichtingsstrategieën, ontwikkelstrategieën en zogenaamde hefbomen (waaraan draagt de aanpak bij, welke impact gaan we hiermee maken?). (In de bijlage van dit verslag een overzicht van de werkvorm / set kaarten). De opdracht is om voor elk gebied vier vragen te bespreken: 1. Waaraan moeten wonen en woonvormen voldoen om passend te zijn in 2050 (gelet op bijvoorbeeld afnemende huishoudensgrootte, vergrijzing, druk op zorgvoorzieningen)? Hoe kunnen we hiervoor de bestaande voorraad (beter) benutten? 2. Welke verdichtingsstrategieën, woonvormen, ontwikkelvormen passen bij het desbetreffende gebied? 3. Welke hefboom kunnen ze maken, welke bijdragen levert dit aan brede welvaart, het hoger gelegen doel van de omgevingsvisie / toekomstvisie Tilburg 2050? 4. Welke acties zijn nú, binnen vijf jaar, of op langere termijn nodig om dit te realiseren? In dit verslag beperken we ons tot belangrijkste bevindingen zoals ze in het plenaire gesprek zijn benoemd. Aansluitend noteren we enkele interessante opmerkingen die de gespreksleider en de verslaglegger meekregen bij hun rondgang langs de groepen (losjes geordend naar woonvormen, verdichtingsstrategieën, ontwikkelvormen en hefbomen).
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
• Er is een cultuurverandering nodig, bij burgers mag en zal besef groeien dat wonen er in de toekomst anders uit gaat zien, met negatieve en positieve kanten (minder vierkante meter per persoon, andere ontwikkelstrategieën en beheervormen, grotere variatie in aanbod, beter passend bij levensfase). • Het kiezen van woonvormen bleek complex: er is vaak een grotere variatie aan typologieën gewenst (regelmatig riepen deelnemers ‘hé, we hebben eigenlijk álle kaartjes neergelegd.’) • Grootschalige aanpakken liggen voor de hand, maar er liggen meer kansen in kleinschaligheid dan men vooraf dacht. • Aandacht voor (variaties op) collectief wonen mag groter, daar ligt een grote kans in het maken impact op belangrijke sociale problematiek. • Laten we leren van slimme aanpakken in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld op het vlak van coöperatieve ontwikkelstrategieën of (kleinschalig) optoppen. • Op korte termijn verdienen twee dingen aandacht: maak snelheid met gebiedsperspectieven, en ga aan de slag met de vele varianten van woningsplitsing en – deling.
B05
Opmerkingen uit groepen Woonvormen Veel groepen spreken over woonoplossingen waarin het samen wonen centraal staat. Studenten en senioren worden vaak genoemd. Iemand van een woningcorporatie vertelt: ‘onzelfstandig wonen is volgens mij vaak beter voor het welzijn van studenten. De eenzaamheid onder die groep is groot. We bouwen nu vaak zelfstandige wooneenheden, onder andere omdat dit vanwege de woontoeslag aantrekkelijker is. Kunnen we niet een alternatief systeem van woonvouchers of iets dergelijks bedenken?’ Het zogenaamde ‘friends wonen’ is misschien ook interessant voor senioren? Ook het stimuleren van kamerverhuur komt langs. Maak dat aantrekkelijker maar vergis je niet in contractvormen. Mensen willen weten hoe het gaat als het niet goed verloopt, hoe kom ik van mijn (mede-)huurder af. ‘Mijn idee zou zijn om samen met gemeente op te trekken om te leren, om uniformiteit in regelgeving en randvoorwaarden te bereiken.’ Een groep staat lang stil bij collectief wonen, daar gaan we steeds meer naar toe volgens iemand. Een ambtenaar relativeert de mogelijkheden: ‘jonge senioren hebben allemaal een fase waarin ze graag met andere, bevriende senioren willen samenwonen, voor elkaar willen zorgen, maar op een bepaalde leeftijd gaat die wens vanzelf weer over.’ Er zijn steeds meer eenoudergezinnen, daar hebben we een nieuw woonproduct voor nodig volgens sommigen.
Maar iemand waarschuwt voor te rigide, kleine plattegronden: zoals het bouwen van een groot woonblok met slechts één slaapkamer. ‘Dat wordt een doorgangshuis, in zo’n woning wordt het heel ingewikkeld om je leven te ontwikkelen.’’ Een ander werpt tegen dat zo’n woonvorm juist goed kan passen in een bepaalde levensfase, zeker als je in zo’n woongebouw collectieve voorzieningen hebt (werkruimtes, fitness, dakterras enzovoort). Ook moet je doorstroming makkelijker maken.
B06
Tilburg 2050
‘Doorstroming is inderdaad een belangrijk woningmarktinstrument,’ vertelt iemand van een woningcorporatie. Ervaringen met een seniorenmakelaar zijn nog wat mager, het kost veel inzet met weinig resultaat. ‘Toch blijven we ons afvragen hoe dat meer zou kunnen gaan leven.’ Heel belangrijk is meer aandacht voor de grote groep economisch daklozen. Die zie je niet in het straatbeeld maar deze groep heeft grote impact op de woningmarkt. Verdichtingsstrategie Optoppen is kansrijk maar soms ook lastig. Gebouwen zijn destijds constructief op het minimum ontworpen (gericht op snelheid en lage kosten). Iemand noemt voorbeelden in Vlaanderen, daar gebeurt optoppen vaak op kleinere schaal van zo’n vier à zes woningen. Die kleinere context leidt vaak tot nieuwe typologische vondsten. Ook zou je kunnen onderzoeken hoe je ingrepen voorwaardelijk maakt. ‘Je mag pas optoppen als je ook iets doet aan de wateropgave in je buurt.’ Splitsen van eengezinswoningen en appartementen moeten we snel en goed onderzoeken vinden veel deelnemers. Haalbaarheid lijkt kansrijk bij gelijktijdig uitvoering van groot onderhoud. Iemand van een woningcorporatie heeft ervaring dat je fysieke ingrepen vaak niet rondgerekend krijgt in kleinere aantallen. Gemeente moet (gelijk)tijdig nadenken over randvoorwaarden (zoals parkeernormen en mobiliteitsbeleid). Verdichting is het uitgangspunt in Tilburg, dat staat vast.
Maar een deelnemer waarschuwt voor een bijeffect. ‘Verstedelijking is voor mij ook dat je privacy issues gaat krijgen, dat vergt doordachte begeleiding en soms een graduele aanpak zodat mensen eraan gaan wennen.’
Ontwikkelvormen Iemand vroeg zich af of je als gemeente niet wat creatiever kunt inspelen op kansen. ‘Je kunt meer aankopen dan alleen grond. Waarom niet woningen op kleine schaal bij elkaar sprokkelen, en dan iets ondernemen.’ Een andere deelnemer reageerde dat je daarnaast ook gewoon meer ruimte kunt geven aan bewoners zélf om op dit vlak iets te ontwikkelen (dat uiteraard wel past in de gebiedsvisie).
Eenzaamheid beschouwen veel deelnemers ook als een groot issue. ‘En echt niet alleen voor senioren, we zien het ook bij jongeren, en bij studenten.’ Een deelnemer benoemt in dit verband een verschil tussen stadsdelen. ‘In de oude stad zijn je buren vaak wel thuis, maar ken je ze niet. In de Reeshof is het andersom. Daar ken je je buren wel, maar zijn ze nooit thuis.’
Er is vaak verzet tegen sociale huur, als voorbeeld werd Berkel-Enschot genoemd. ‘De gemeente moet dit met doordachte participatie-aanpakken in goede banen leiden. Hoe kun je bewoners minder als individu en meer als burgers laten denken, met het algemeen belang voor ogen. Laat hen inzien dat die woningzoekende ook hun eigen kind, neef of buurmeisje kan zijn.’ Een groep concludeerde tegen het einde van hun sessie een paradox: er is crisis, je wilt eigenlijk in hoog tempo bouwen, bouwen, bouwen. Maar vaak is het overhaast, kom je er al snel achter dat het niet goed doordacht was. ‘Haast u langzaam’ is het devies. Hefbomen Een veelgehoorde opmerking bij deze kaartjes was: ‘Wat leggen we er veel eigenlijk…!’ Deze constatering heeft dan twee kanten volgens iemand: ‘misschien denken we veel te makkelijk over de maakbaarheid van de samenleving’, maar ook ‘wat goed om na te denken over waar we allemaal aan bij kunnen dragen als we het slim aanpakken.’ Regelmatig kwam het grote effect van scheidingen langs in de gesprekken. Een deelnemer zei gekscherend: ‘dat zou je eigenlijk moeten verbieden, het zou zóveel woningen schelen.
Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg e.o.
B07
De gemixte stad | workshop 3 Hoe combineren we wonen, werken en voorzieningen in één buurt zodanig dat de leefbaarheid en de sociale cohesie worden versterkt? Ontdek kansen voor gemengde wijken en deel voorbeelden uit Tilburg en daarbuiten. Met die opgave zijn de deelnemers aan de workshop aan de slag gegaan. “Wat willen we de gemeente Tilburg meegeven richting 2050?”, aldus workshopleider Floris van der Zee van BURA. De deelnemers aan de workshop hebben verschillende achtergronden, zijn lokaal actief in het werkveld en van wie sommigen ook inwoner zijn van Tilburg. Naast vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg (afdelingen RUI, Veiligheid, Economie en Arbeidsmarkt) nemen aan deze workshop deel stedenbouwkundigen, vastgoedontwikkelaars, architecten, deskundigen op het gebied van verstedelijkingsvraagstukken, op het gebied van de energietransitie, en ook deelnemers die anderszins betrokken zijn bij wijkontwikkelingen (stichting Xpect013 voor peuter- en basisonderwijs). BURA beschouwt de gemixte stad als een verzameling van productieve milieus en biedt handvaten hoe functies van wonen, werken en voorzieningen te mengen. Floris van der Zee betoogt dat het roer om moet, dat in het ruimtelijk ontwerp gezocht moet worden naar een hernieuwde balans tussen mens, natuur en maatschappij. Dat vraagt collectief om radicale keuzes, vooruitstrevend realisme en eigentijds vakmanschap.
Hoe kan de verdichtingsopgave in wijken en buurten tot verrijking van de stad leiden? Hoe meng je functies op een passende wijze zonder nadelige hinder? Met kennis en inbreng vanuit allerlei disciplines beschouwt BURA de thema’s die bij de opgave langskomen. Hiervoor heeft BURA zich verbonden aan de coalitie ‘ruimte voor werk’. De woonopgave in brede zin is landelijk en lokaal een politiek geladen item aan het worden. Maar ruimte voor woningen gaat niet
B08
Tilburg 2050
zonder ruimte voor economie en ruimte voor voorzieningen. De gemeente Utrecht laat bijvoorbeeld in hun ruimtelijke strategie zien hoe ze werken aan de gemixte stad. De woonopgave is bij die aanpak als het ware het vliegwiel, helpt mee om de andere noodzakelijke transities in gang te zetten. Vroeger hadden steden veel gemengde omgevingen. Vanuit de gedachte van de ‘functionele stad’ en om allerlei moverende redenen zijn we steeds meer functies gaan scheiden, maar daarin doorgeslagen, niet alleen wat de fysieke leefomgeving betreft maar ook op juridisch vlak gelet op de vele wet- en regelgeving. De opgave nu is functies die wel goed samen kunnen gaan, weer meer bij elkaar te krijgen. In de ‘productieve stad’ ligt de nadruk op het toevoegen van woningen én bedrijvigheid én voorzieningen. Floris van der Zee toont voorbeelden (internationaal maar ook dichtbij) van gemengde gebieden waar de transformatie geleidelijk ontstaat. Met verwijzing naar het rapport “Metro Mix” toont hij een raamwerkplan voor gemengde zoneringen (Ruis, Reuring, Rust) om de gewenste mix met hoge ruimtelijke en leefkwaliteit te bereiken. De deelnemers in de workshop krijgen als opdracht om de vlakken en lange lijnen in diverse gebieden in Tilburg (Spoorzone, Kenniskwartier, Kraaiven, Vossenberg) verder uit te diepen.