Bijlage 3. Geanonimiseerde nota van zienswijzen en staat van wijzigingen
Tekst van het document
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Wij volgen dan ook niet dat de over de locatiekeuze gemaakte afweging niet kenbaar zou zijn geweest of dat deze locatiekeuze niet tot stand heeft kunnen komen. Deze grond van bezwaar treft dan ook geen doel. Aard van de bewoners - doelgroep Beide bezwaarmakers maken zich zorgen over de vraag wat precies wordt bedoeld met 'prikkelarm wonen' en vragen zich af deze woningen (op termijn) niet zullen worden bewoond door een andere doelgroep, namelijk dat het in feite om een soort 'skaeve huse' zou gaan.
Naar aanleiding van deze grond van bezwaar verwijzen wij allereerst naar het verslag van de klankbordgroep prikkelarm wonen van 13 september 2023. In dit verslag staat dat "de woonvorm prikkelarm wonen is bestemd voor personen die beschikken over voldoende woonvaardigheden om zelfstandig te wonen met ambulante begeleiding Cl 1/ <->j ^<-1 t&l t&CrH ry | ii iUUi i i i C C UJ II U i I fVC i IJ i\ VUil Z-T~UUI
ij/ it i
pi ii\i\i.i^i ii i^ ( ,
- v.
/ ^iiiji.!Hty.
~~ - ■ & ■ - - r
ervaart prikkels van bijvoorbeeld fietsen die op straat liggen, sociale omgang met directe buren. Ze hebben zelf ook bepaalde manier van reageren. In het project prikkelarm wonen kunnen ze, met respect voor elkaar, gaan wanneer ze willen, en kunnen ze zich terugtrekken in hun eigen woning. Op de eerste plaats in een rustige omgeving, een plek waar men zich thuis voelt en waar men rustig kan wonen. Hierdoor wordt zelfstandigheid bevorderd, kan men tot rust komen en wordt het woongedrag genormaliseerd. We stellen bewoners daarmee hopelijk in staat om het beste uit zichzelf te halen."
Duidelijk is dat er binnen dit project sprake is van zelfstandige woningen waarin door de bewoners (nagenoeg) zelfstandig wordt gewoond. De woningen zijn volledig zelfstandig, met alle daarvoor noodzakelijke voorzieningen per woning.
In de omgevingsvergunning is vastgelegd dat er sprake moet blijven van sociale huurwoningen. Dat is namelijk relevant in het kader van het vastleggen van de gewenste verdeling van de woningbouwvoorraad. Een verdere specificatie van de doelgroep hebben wij niet vastgelegd in de omgevingsvergunning. Dat neemt echter niet weg dat dit project specifiek bedoeld en bedacht is voor mensen die prikkelarm moeten wonen. Daarom is privaatrechtelijk geborgd in zowel de Verkoop- en realisatieovereenkomst die gesloten is tussen gemeente Tilburg en WonenBreburg, als in de Samenwerkingsovereenkomst 'prikkelarm wonen' (hierna: de SOK) die is gesloten tussen gemeente Tilburg, WonenBreburg en de zorgpartijen verenigd in Siem, dat er geen andere doelgroepen worden gehuisvest dan de doelgroep voor Prikkelarm Wonen die daar expliciet wordt omschreven.
In artikel 1 van de SOK is de definitie van prikkelarm wonen opgenomen, namelijk: zelfstandige woningen op de locatie Stokhasseltlaan 38 te Tilburg, kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie F, nummers 7212 en 7215, die bestemd en geschikt zijn voor kwetsbare inwoners van gemeente Tilburg zoals omschreven in artikel 5 en die voldoen aan de doelgroep zoals omschreven in artikel 6. In artikel 5 van de SOK is de doelstelling van prikkelarm wonen opgenomen. Artikel 5.1 van de SOK bepaalt dat prikkelarm wonen bijdraagt aan de beschikbaarheid van passende woningen voor inwoners van de gemeente Tilburg die niet goed zelfstandig kunnen wonen in een reguliere woonomgeving en wel zelfredzaam zijn in een prikkelarme woonomgeving.
Artikel 6.1 van de SOK benoemt de doelgroep van prikkelarm wonen. Prikkelarm wonen is bestemd voor kwetsbare bewoners die beschikken over voldoende woonvaardigheden om zelfstandig te wonen, al dan niet met ambulante begeleiding (maar niet afhankelijk van 24-uurszorg). In een reguliere omgeving ervaren zij te veel prikkels waardoor ze overlast veroorzaken en/of een groter beroep doen op zorg en ondersteuning dan ze in een prikkelarme woonomgeving nodig hebben. Artikel 6.3 van de SOK geeft aan dat de huurder van prikkelarm wonen uit de volgende groepen kan komen: a. Personen die in hun woonomgeving te veel prikkels ervaren en daardoor overlastgevend gedrag gaan vertonen en waar woonproblematiek is, zoals geluidsoverlast, bedreiging en/of intimidatie van de woonomgeving, lichte criminele activiteiten, vervuiling, onaangepast gedrag op diverse terreinen. Er moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden De oorzaak van de overlast ligt in het onvermogen van de huurder. Er is geen sprake van (chronisch) doelgericht gedrag om onrust of overlast teweeg te brengen. 6 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Er is noodzaak voor een prikkelarme omgeving. De overlast die huurder vertoont vloeit (mede) voort uit het feit dat hij/zij zelf ook snel overlast ervaart vanuit de woonomgeving. De verwachting is dat in een prikkelarme woonomgeving er geen sprake meer is van overlastgevend gedrag en daarmee samenhangende problematiek. De toekomstige huurder van prikkelarm wonen dient te voldoen aan de volgende criteria, zo volgt uit artikel 6.4 van de SOK: a. heeft baat bij wonen in een prikkelarme woonomgeving; b. veroorzaakt zelf geen verstoring van de veiligheid en leefbaarheid van de overige huurders, de locatie zelf en de directe omgeving; c. is in staat om minimale leef- en gedragsregels in acht te nemen; d.
heeft voldoende zeifregie om mei of zonder ambulante begeleiding zelfstand ie kunnen wonen,
e. f. g.
staat open voor ambulante begeleiding, zorgmijders komen niet in aanmerking; één persoon komt in aanmerking voor een huurcontract; is een inwoner van Tilburg of heeft de laatste twee jaar voorafgaand aan de aanmelding voor prikkelarm wonen een (brief)adres gehad in de Gemeente Tilburg. Bij gelijke geschiktheid krijgen inwoners uit Tilburg Noord voorrang.
Daarbij is in artikel 6.5 van de SOK vastgelegd welke personen zijn uitgesloten van prikkelarm wonen, namelijk: a. personen bij wie psychiatrie of verslaving leidt tot een dusdanige, niet beheersbare gedragsproblematiek dat samenleven met anderen onmogelijk is; b. de overlast bestaat uit ernstige agressie danwel gevaar voor zichzelf of anderen. Alvorens daadwerkelijk in aanmerking te komen voor prikkelarm wonen wordt een mogelijke bewoner besproken in hetToetsingsteam. Het Toetsingsteam is een commissie die aangedragen kandidaten voor het woonproject bespreekt en beslist over de woontoewijzing. Dit Toetsingsteam gaat vooraf aan toedeling van de woning in overleg met alle bij de beoogde bewoner betrokken partijen, de persoon zelf en zijn of haar naasten om te beoordelen of deze vorm van wonen de meest optimale/haalbare vorm betreft. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met een match met de overige bewoners van de woonvorm. De beoogde bewoner moet hiervoor vooraf zelf toestemming geven. Als een persoon niets wil vertellen over zijn problematiek en achtergrond, dan kan hij niet voor prikkelarm wonen in aanmerking komen. De samenstelling en werkwijze van hetToetsingsteam moet nog nader worden uitgewerkt.
In het project prikkelarm wonen zal ambulante begeleiding aanwezig zijn vanuit Siem, het samenwerkingsverband van de zorgpartijen, en een sociaal beheerder zal regelmatig op de locatie aanwezig zijn. Er zal 24/7 een achterwacht c.q. hulplijn zijn voor bewoners die begeleiding nodig hebben. De doelgroep van prikkelarm wonen is hiermee anders dan die van 'skaeve huse'. In skaeve huse kunnen ook mensen terecht die in principe geen zorg- of begeleiding meer willen ontvangen (zorgkinderen). Deze groep komt niet in aanmerking voor prikkelarm wonen.
Dit wordt overigens ook gegarandeerd door het aanstellen van een sociaal beheerder in dienst van WonenBreburg. De sociaal beheerder zal ongeveer 24 uur per week op locatie aanwezig zijn. Dit is vastgelegd in de overeenkomst. Het takenpakket van de sociaal beheerder omvat zowel toezichthoudende als signalerende werkzaamheden. De sociaal beheerder kan ook situaties signaleren waarin (ongevraagd) hulp verleend moet worden. Ook fungeert de sociaal beheerder als eerste aanspreekpunt voor de omgeving.
Wij menen hiermee de doelgroep voor prikkelarm wonen voldoende duidelijk te hebben beschreven en ook voldoende duidelijk te hebben gemaakt dat dit uitdrukkelijk geen locatie betreft voor 'skaeve huse'. Deze grond van bezwaar treft dan ook geen doel. Voorwaarde: Vergunninghouder dient een beheerplan in te dienen Tijdens de hoorzitting is vergunninghouder ingegaan op de maatregelen die zij heeft genomen en zal nemen om te voorkomen dat er in de toekomst mogelijk sprake zal zijn van overlast. Eén van die maatregelen is het opstellen van een beheerplan in combinatie met de aanstelling van een sociaal beheerder (zoals hierboven omschreven). Hoewel wij geen extra overlast van de betrokken doelgroep verwachten, vinden wij het belangrijk om toch een beheerplan 7 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG te laten opstellen. Er is immers sprake van een specifieke doelgroep die wordt gehuisvest. Hiermee komt vergunninghouder ook tegemoet aan de gevoelens van de omwonenden, die wel voor overlast vrezen. Vergunninghouder heeft een document opgesteld met de visie op begeleiding en de taken van de sociaal beheerder. Hierbij is de input van omwonenden betrokken. Het (definitief) beheerplan wordt nog opgesteld door WonenBreburg, Siem en de gemeente. Bij de klankbordgroep is afgesproken dat de klankbordgroep daarin nog mee mag kijken. Tijdens de hoorzitting heeft vergunninghouder ook verklaard dat omwonenden worden betrokken bij de totstandkoming van het beheerplan.
Wij zullen aan het besluit een voorwaarde toevoegen om bezwaarmakers de zekerheid te geven dat er een beheerplan ligt voordat de vergunninghouder de prikkelarme woningen in gebruik neemt. Deze voorwaarde komt als volgt te luiden:
De woningen mogen niet in gebruik worden genomen alvorens een beheerplan is ingediend door vergunninghouder en dit beheerplan is goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het beheerplan moet met participatie van omwonenden tot stand komen. De ontwikkeling kan worden gezien als 'wonen'. De gemeenteraad is niet gepasseerd. Bezwaarmaker 1 kan zich er niet mee verenigen dat de ontwikkeling als 'wonen' wordt gezien. Bezwaarmaker meent dat een maatschappelijke bestemming meer recht zou doen aan hetgeen feitelijk gebeurd. Omdat bij een maatschappelijk gevoelig initiatief een bindend advies van de gemeenteraad vereist is, stelt bezwaarmaker dat wij de gemeenteraad in deze zouden hebben gepasseerd. Wij volgen deze grond van bezwaar niet.
Op 1 juli 2024 heeft de gemeenteraad besloten om categorieën van gevallen aan te wijzen, waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 16.15 van de Omgevingswet. Het advies van de raad is een bindend advies. Hoewel het woord 'advies' anders suggereert, is het oordeel van de raad bepalend: uit artikel 16.15 van de Omgevingswet volgt dat het college het advies van de raad in acht moet nemen. Daarvan mag niet worden afgeweken.
Op grond van het raadsbesluit van 1 juli 2024 'advies gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten' geldt voor dit initiatief dat er geen advies gevraagd hoeft te worden aan de gemeenteraad. In het besluit van 1 juli 2024 is namelijk in categorie 2, sub c, bepaald dat een bindend advies van de gemeenteraad nodig is bij "Maatschappelijke activiteiten, voor zover sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief". In deze ontwikkeling is er sprake van zelfstandige woningen waarin door de bewoners in principe zelfstandig wordt gewoond. De woningen zijn volledig zelfstandig, met alle daarvoor noodzakelijke voorzieningen per woning. Dat er sprake is van beheer en dat sommige bewoners zorg zullen ontvangen, maakt dit niet anders. Er zijn meer doelgroepen die zorg en begeleiding aan huis krijgen, zoals ouderen met thuiszorg. Ook in een dergelijk geval is er sprake van 'wonen' en niet van een functie 'maatschappelijk'. Daarom is gebruik als 'wonen' passend en zal in een toekomstig omgevingsplan hier ook de activiteit of functie 'wonen' worden opgenomen en niet (bijvoorbeeld) een activiteit 'maatschappelijk1, die vaak voor onzelfstandige bewoning wordt gebruikt. Om deze reden is er dus geen sprake van een situatie waarin een bindend advies van de gemeenteraad nodig is. Wij hebben daarom de gemeenteraad hierin dan ook niet gepasseerd.
Er kan gemotiveerd worden afgeweken van de parkeereis uit de Nota Parkeernormen Bezwaarmaker 1 stelt dat de omgevingsvergunning niet voldoet aan de Nota Parkeernormen 2023 (hierna: de Nota Parkeernomen). In het plan wordt namelijk slechts in 15 parkeerplaatsen voorzien, terwijl er op grond van de Nota Parkeernormen 20 parkeerplaatsen nodig zijn. Ten aanzien van deze grond van bezwaar merken wij op dat er voor 'gewone' woningen binnen zone C, waar het project gelegen is, op grond van de Nota Parkeernormen voor 12 grondgebonden woningen en 18 portiekwoningen (waarvan 1 collectief gebruikt wordt), allemaal sociale huur, inderdaad 20 parkeerplaatsen (12 x 0,7 plus 18 x 0,6 maakt 19,2) gerealiseerd zouden moeten worden.
8 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG In dit geval heeft vergunninghouder ontheffing gevraagd van de reguliere parkeernorm en ons gevraagd om in te stemmen met de aanleg van 15 parkeerplaatsen voor het gehele project. Iedere woning krijgt een berging waarin 3 fietsen kunnen worden gestald. In de openbare ruimte worden 10 stallingsplaatsen voor fietsen gerealiseerd. Op grond van artikel 5.7 van de Nota Parkeernormen kunnen wij afwijken van de parkeereis in gevallen waarin strikte toepassing van deze nota parkeernormen tot een bijzondere hardheid leidt. Dit kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost en het college een zwaarwegend belang heeft om af te wijken van de parkeereis.
In dit geval heeft vergunninghouder verklaringen overgelegd van RIBW Brabant en Amarant die aannemelijk maken dat het merendeel van de personen die voor prikkelarm wonen in aanmerking zullen komen, naar verwachting niet kincrh i I/+- o»
rar aan ai i4-a i. — . «
an Puin in l/amr+-an ' /na la I mm iif aan filirln nrlri ii4-l<arinn *—u i 11 i aw I s » Iƒ • v ~ l i v; » v l l WIJUKUI kiVwl M
lint- hof n ia<- »»aar rla knnri «-la-b i t l * l i r—k 9 w v a « a aw a a w -
zij een auto zullen hebben. Daarnaast mogen sommige personen uit de doelgroep mogelijk geen auto rijden vanwege medicijngebruik of het niet beschikken over een rijbewijs.
Uit deze verklaringen blijkt dat de te verwachten parkeerbehoefte voor dit project beperkt blijft tot circa 14 parkeerplaatsen, en dat te verwachten is dat dit ruim voldoende zal zijn. Deze verklaringen komen ons niet onaannemelijk voor, zodat wij deze hebben opgenomen in de nota 'Prikkelarm wonen Parkeerbehoefte', die wij aan het bestreden besluit ten grondslag hebben gelegd.
Daarbij komt dat vasthouden aan de reguliere parkeernorm van 20 parkeerplaatsen veel extra verharding en extra kosten met zich meebrengt en daarom stedenbouwkundig en landschappelijk ongewenst is. Wij zijn daarom van mening dat wij terecht hebben besloten om ten behoeve van dit plan af te wijken van de Nota Parkeernormen 2023. Dit wordt echter niet met zoveel woorden benoemd in de verleende omgevingsvergunning. Vandaar dat wij in heroverweging het besluit aanvullen met een afwijking van de Nota Parkeernomen op grond van de in artikel 5.7 opgenomen hardheidsclausule. Het bezwaar treft echter geen doel. De omgevingsvergunning kan onder aanvulling van de motivering op dit onderdeel in stand blijven. Er is geen sprake van strijd met de Omgevingsverordening Noord-Brabant Bezwaarmaker 1 stelt dat de omgevingsvergunning in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening. Ten aanzien van deze grond van bezwaar overwegen wij dat Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant op 7 november 2023 hebben besloten gevallen aan te wijzen waarbij Gedeputeerde Staten betrokken worden bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (Provinciaal blad 2023, 13585). Dat geldt onder andere voor artikel 5.56 (Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, waarvan hier sprake is.
Dit betekent dat er een adviesplicht geldt, behalve als erop basis van lid 3 van het provinciaal besluit sprake is van een uitzondering op deze adviesplicht. Op basis van dit derde lid is er geen advies nodig van Gedeputeerde Staten als er over de voorgenomen activiteit of aanvraag voor omgevingsvergunning in een vroegtijdig stadium overleg is gevoerd tussen de diensten van de gemeenten en de provincie, en er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: door of namens Gedeputeerde Staten is een positieve schriftelijke reactie gegeven op de uitkomsten van het overleg; de verlening van de omgevingsvergunning is in overeenstemming met de uitkomsten van het overleg en de schriftelijke reactie van Gedeputeerde Staten; en het besluit om de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen wordt via het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde e-formulier aan de provincie toegezonden.
Wij hebben het plan besproken met de provincie. De uitkomst hiervan is ook opgenomen in pararaat 5.3 van de notitie 'Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving' behorende bij de vergunning. In maart 2023 heeft er een eerste (informeel) overleg plaatsgevonden met de provincie. Gesproken is toen over de voorwaarden van een duurzame stedelijke ontwikkeling en de kwaliteitsverbetering van het landschap. Vervolgens heeft er in de tweede helft van 2024 enkele keren overleg plaatsgevonden met de provincie. Uit het verslag van het overleg tussen provincie en gemeente d.d. 5 december 2024, welke is opgesteld door de provincie, blijkt dat de provincie van mening is dat het plan voldoet aan het bepaalde in de provinciale Omgevingsverordening en, onder voorwaarden, akkoord gaat met deze ontwikkeling. Hiermee betreft het bezwaar geen doel. 9 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning dan wel de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven Beide bezwaarmakers merken op dat er in het plangebied sprake is van een hogere geluidsbelasting dan de standaardwaarde. Bezwaarmakers menen dat dit, gelet op de doelgroep die een prikkelarme woning nodig heeft, niet wenselijk is.
Ten aanzien van deze grond van bezwaar merken wij op dat in opdracht van vergunninghouder een akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Adviesbureau de Haan B.V. Op 29 januari 2024 is een rapport uitgebracht. Voor het plan is de invloed van het geluid van het wegverkeer op de provinciale wegen en gemeentewegen onderzocht. Hieruit blijkt dat alleen het geluid door de Burgemeester Bechtweg hoger is dan de voorkeurswaarde van 48 dB maar lager is dan de maximaal toelaatbare waarde van 53 dB. Door de gemeentewegen is het geluid maximaal 57 dB. Deze waarden zijn getoetst aan het Bkl: de geluidsbelasting is hoger dan de standaardwaarde maar voldoet aan de grenswaarde. Uit het onderzoek blijkt verder dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau door de omliggende bedrijven in het plangebied voldoet aan de standaardwaarde van 50 dB(A). Ook het maximaal geluidsniveau voldoet aan de waarde uit het Bkl. De conclusie van het akoestisch onderzoek is dat het plan geen belemmering vormt voorde bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven. Verder merken we op dat uit informatie van de zorgaanbieders blijkt dat monotoon verkeersgeluid niet de grootste ergernissenbron voor de doelgroep is. Onverwachte prikkels hebben meer invloed. De doelgroep trekt zich veel terug in de woning op het moment dat zij prikkels slecht verdragen. Van binnen bieden de woningen een veilige, prikkelarme omgeving.
Wij zijn dan ook van mening dat uit het Akoestisch onderzoek, dat wij aan de omgevingsvergunning ten grondslag hebben gelegd, volgt dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Deze grond van bezwaar treft daarom geen doel.
De aanwezigheid van de manage vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning Bezwaarmaker 1 geeft aan dat zich in de omgeving van het plangebied één bedrijf bevindt met een relevante agrarische geuremissie. Dit betreft de paardenhouderij/manege op 5.1.2e . Voor paarden geldt een richtafstand van 50 meter, waaraan wordt voldaan, zo meent ook bezwaarmaker. Bezwaarmaker stelt echter dat het hier bewoners betreft die extra gevoelig zijn voor prikkels en dus ook voor geur (of stank). Ook om deze reden stelt bezwaarmaker de locatiekeuze niet te begrijpen.
Ten aanzien van deze grond van bezwaar merken wij opnieuw op dat het hier om de functie 'wonen' gaat, zodat moet worden getoetst aan de milieuvoorwaarden die voor 'wonen' gelden. De perceelsgrens van de manege aan de 5.1.2e bevindt zich op ongeveer 100 meter van de locatie. Dat is dus ongeveer het dubbele van de minimaal vereiste afstand. De aanwezigheid van de manege maakt deze locatie dan ook niet ongeschikt voor prikkelarm wonen. Deze grond van bezwaar treft dan ook geen doel. Gevolgen voor bedrijfsvoering van bedrijf bezwaarmaker 1 / woongenot Vervolgens vreest bezwaarmaker 1 dat de ontwikkeling een negatief effect heeft op de bedrijfsvoering van zijn garagebedrijf en op zijn woongenot.
Voor wat betreft de bedrijfsvoering van het garagebedrijf van bezwaarmaker merken wij op dat bij de locatiekeuze rekening is gehouden met het garagebedrijf van bezwaarmaker. Op dit moment verwachten wij niet dat de ontwikkeling negatieve gevolgen zal hebben voor de bedrijfsvoering van bezwaarmaker. Hetgeen bezwaarmaker noemt, namelijk dat er mogelijk ongewenste effecten voor klanten zullen zijn, bestrijden wij. De doelgroep voor prikkelarm wonen betreft namelijk geen 'probleemgevallen' zoals bezwaarmaker stelt, maar personen met specifieke woonwensen waarvoor begeleiding aanwezig is. In geval van klachten kan contact worden opgenomen met de sociaal beheerder, zoals hiervoor aangegeven. Dit geldt ook voor zover bezwaarmaker 1 vreest voor zijn woongenot. Tussen woonfuncties onderling hoeft geen minimale afstand ten opzichte van elkaar te worden aangehouden. Omdat er hier sprake is van een bedrijf (met bedrijfswoning) is extra afstand (25 meter tussen de nieuwe woningen en de bedrijfswoning) en afscherming (in de vorm van een wal met groen en erfafscheiding) aangebracht. Wij zien dan ook niet hoe de huisvesting van de bewoners van prikkelarm wonen een negatief effect zou hebben op zijn woning. Daarbij komt dat door middel van de in artikel 1.5 van de SOK omschreven selectieprocedure gewaarborgd wordt dat de huurders die voor prikkelarm
10 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG wonen worden geselecteerd, geen overlast veroorzaken. Ook merken wij nogmaals op dat er sprake is van een sociaal beheerder en ambulante begeleiding. Ook deze grond van bezwaar treft daarom geen doel.
Gevolgen voor bedrijfsvoering van bedrijf bezwaarmaker 2 / uitzicht en waardevermindering Bezwaarmaker 2 stelt dat onduidelijk is met welke bedrijfsactiviteiten rekening is gehouden bij de vergunningverlening en maakt zich zorgen dat eventuele toekomstige ontwikkelingen of uitbreidingen van het tuincentrum conflicten kunnen opleveren met het prikkelarm wonen. Verder stelt bezwaarmaker 2 dat de ontwikkeling, direct tegenover zijn woonhuis, effect heeft op zijn directe woonomgeving en mogelijk ook de waarde van zijn woonhuis.
Voor wat betreft de bedrijfsvoering van het tuincentrum van bezwaarmaker en de voorgenomen uitbreiding van het tuincentrum merken wij op dat rekening is gehouden met de huidige mogelijkheden en de voorgenomen (maar nog niet vergunde en gerealiseerde) uitbreiding. In de geluidsrapportage van AaviesDureau ue Haan b. v. d.d. z» januar i 2024 wordt in paragraaf 3.3 'Bedrijvigheid' aangegeven: "Bij de gemeente Tilburg is bekend dat er plannen zijn om het pand van 5.1.2e uit te breiden in noordelijke richting. De rooilijn van het huidige pand dient daarvoor te worden aangehouden. Omdat de uitbreiding van het pand geen extra geluidsbronnen oplevert en de afstand van deze uitbreiding tot het project Prikkelarm Wonen groter is dan de huidige bedrijfsactiviteiten, zal een eventuele uitbreiding geen hogere geluidsbelasting voor het project Prikkelarm Wonen betekenen. Deze mogelijke uitbreiding is daarom niet in de berekeningen gemodelleerd." Op 23 april 2025 is een extra onderzoek uitgevoerd door Adviesbureau de Haan B.V. waarbij ook de geplande uitbreiding van het tuincentrum concreet is meegenomen. Ook hieruit volgt dat de verleende omgevingsvergunning geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering en de voorgenomen uitbreiding van het tuincentrum.
Ten aanzien van hetgeen bezwaarmaker 2 stelt over het effect op zijn directe woonomgeving merken wij op dat, zoals bezwaarmaker zelf ook aangeeft, er geen recht bestaat op blijvend vrij uitzicht. De bebouwing van prikkelarm wonen is passend in deze stadsentree aan de Stokhasseltlaan. Dat het vrij uitzicht op een agrarisch perceel en wat daarachter ligt wijzigt in een uitzicht op woningen met een groene afscherming, vinden wij niet onredelijk. Daarbij komt dat de afstand van de voorgevel van de woning van bezwaarmaker 2 tot de dichtstbijgelegen gevel van een van de woningen ongeveer 68 meter bedraagt. Dat is een ruime afstand, indien bezwaarmaker waardevermindering vreest, kan hij gebruik maken van de daarvoor bedoelde nadeelcompensatieregeling.
Conclusie t.a.v. evenwichtige toedeling van functies aan locaties Alles overwegende zijn wij van mening dat op basis van relevant beleid en relevante omgevingsaspecten kan worden geconcludeerd dat er bij dit plan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er kan gemotiveerd worden afgeweken van de spuitzone van 50 meter Tot slot merkt bezwaarmaker 1 op dat hij eigenaar is van het naastgelegen agrarische perceel 3646, waarvoor een spuitzone geldt. Bezwaarmaker meent dat om deze reden de ontwikkeling niet mogelijk is. Bezwaarmaker geeft aan dat er in het kader van planologisch maximale mogelijkheden een spuitzone van 50 meter moet worden aangehouden.
Ten aanzien van deze grond van bezwaar merken wij dat de afstand van de dichtstbijzijnde woning binnen het plan tot de erfgrens van het agrarisch perceel waarvoor de spuitzone dient te worden gerespecteerd minder dan 10 meter bedraagt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling1 volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Bezwaarmaker constateert dus terecht dat het plan binnen de spuitzone is gelegen. In zoverre treft deze grond van bezwaar dan ook doel. Het is echter mogelijk die afstand van 50 meter te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek2. Afwijken van de afstand van 50 meter is dus mogelijk als dat goed kan worden onderbouwd3. Afwijken van de vuistregel voor een
1 Zie o.a. ABRvS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1698 en ABRvS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2340 2 Zie o.a. ABRvS30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:885 3 Zie o.a. ABRvS8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1973, ABRvS 23 september 2009 ,ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308 en ABRvS 15 februari 2006,
ECU :N L: RVS:2006:AV1798
11 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG afstand van 50 meter kan op basis van de bijzondere omstandigheden van de betreffende situatie en na afweging van alle betrokken belangen4.
Vergunninghouder heeft daarom Adviesbureau De Haan B.V. gevraagd deze situatie ter onderzoeken. Het Adviesbureau heeft op 10 april 2025 aan vergunninghouder een advies uitgebracht, waaruit volgt dat er gemotiveerd kan worden afgeweken van de spuitzone van 50 meter. Wij volgen dit advies en nemen de motivering in dit advies over. Het telen van gewassen op het agrarisch perceel van bezwaarmaker 1 past weliswaar binnen de planologisch maximale mogelijkheden, maar het is niet waarschijnlijk dat hier daadwerkelijk invulling aan wordt gegeven. Hiervoor hebben wij de volgende argumenten: 1. De bedrijfsvoering van bezwaarmaker 1 is in het geheel niet agrarisch georiënteerd, waarmee het niet - . ■ — — . - — — I- ' ■ w I " • I - * — -I — A- — VVUUI OLI I IJ 1 I I IJ l\ |J UUl K-i
2.
3. 4.
—I — . — — I — " ■ — A. ~ — I - —— > —. — — A- • • .. .11.1— ,— - . . —* •- —I A- ,—. — — — - . — —— — • • * — — A- —. —. | A- • r — •— —J O f III UC IIUUIJC lUCIXUHIJl I I I V Cl ÏVUIVIl &C&CVV-II UUII nrai uc eigen
bedrijfsvoering. Het huidig en historisch gebruik voor het weiden van dieren en graswinning op het perceel in combinatie met de bedrijfsactiviteiten van de eigenaar maakt het eveneens niet aannemelijk dat erspuitwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Er heeft de afgelopen 10 tot 20 jaar in ieder geval geen teelt plaats gehad die gemechaniseerde chemische gewasbescherming vereisen met een bijbehorende spuitzone. Feitelijk gebruik kan op grond van jurisprudentie van de Afdeling leiden tot een uitzondering.5 Gezien deze omstandigheden is verandering van het bestaande gebruik van deze gronden zodanig onwaarschijnlijk dat het wij geen rekening hoeven houden met een vorm van agrarisch gebruik waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden.6 Het perceel op zich is te klein voor efficiënte gewasteelt die mechanische spuitactiviteiten vereisen, bij verkoop of verhuur aan derden. Gecombineerd verhuren of verkopen van het perceel met de eigenaren van omliggende agrarische percelen aan een akkerbouwer of teler is eveneens niet aannemelijk. Andere omliggende eigenaren hebben geen bezwaar ingediend en de omliggende bestemmingen kennen geen functie die agrarisch georiënteerd is, waarmee ze zelf ook belanghebbende zouden kunnen zijn voor het uitvoeren van spuitwerkzaamheden.
Op basis van de bovenstaande argumenten is het daarmee niet aannemelijk dat de bezwaarmaker 1 daadwerkelijk wordt beperkt in de mogelijkheden op zijn agrarisch perceel. Wij zijn dan ook van mening dat wij in dit geval, met inachtneming van de belangen van bezwaarmaker, gemotiveerd kunnen afwijken van een spuitzone van 50 meter. In heroverweging verklaren wij het bezwaar dan ook op dit onderdeel ongegrond.
In aanvulling op bovenstaande merken wij op dat de gemeenteraad van Tilburg een voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels heeft genomen dat is gepubliceerd en in werking is getreden op 21 mei 2025 (Gemeenteblad 2025, nr. 224397). Op basis van dit voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels is het verboden om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, met uitzondering van biologische gewasbeschermingsmiddelen en middelen voor de bescherming van grasland. Dit voorbereidingsbesluit verbiedt dus het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor tuin- en akkerbouw; hierdoor hoeft geen spuitzone meer te worden aangehouden ten opzichte van het agrarisch perceel, omdat er daar niet meer mag worden gespoten. Dit voorbereidingsbesluit wordt binnen 1,5 jaar gevolgd door een Omgevingsplan met dezelfde inhoud. Waar staat het in de wet? De relevante wet- en regelgeving is opgenomen als bijlage. Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan heeft u de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan. Stuur een kopie mee van deze beslissing. Zorg er wel voor dat u uw brief binnen zes weken stuurt aan:
Rechtbank Zeeland - West-Brabant Cluster bestuursrecht Postbus 90006 4800 PA Breda
4 Zie o.a. ABRvS 23 september 2009, ECL:NL:RVS:2009:BJ8308 en ABRvS 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2481 5 Zie ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1692 en ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:2O22:2677. 6 Zie ook: ABRvS 15 juni 2022, ECL:NL:RVS:2022:1692 r.o. 3.3
12 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG U kunt ook Online beroep aantekenen tegen deze beslissing via Het digitaal loket Rechtspraak op http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht (log hiervoor in met uw DigiD). Het instellen van beroep schorst niet de werking van deze beslissing. Daarvoor kunt u de Voorzieningenrechter verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Dit kan alleen als u ook beroep heeft ingediend.
Heeft u nog vragen? Heeft u nog vragen over deze beslissing? Neem dan gerust contact op met Juridische Zaken, via telefoonnummer 5.1.2e 5.1.2e of e-mail 5.1.2e @tilburg.nl Hoogachtend,
namens het college,
Vaj^Sijgned door
5.1.2e
Volgt
01-10-2025 5.1.2e
afdelingshoofd Juridische Zaken
13 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Bijlage: Wettelijk kader Omgevingswet Artikel 1.1 (begripsbepalingen) 1. De bijlage bij deze wet bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen.
Bijlage bij artikel 1.1 Ow A. Begrippen buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; Artikel 5.1. (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet) 1. het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een omgevingsplanactiviteit,
Tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. Een bouwactiviteit, (....) Voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2.
Artikel 5.18. (beoordelingsregels aanvraag artikel 5.1-activiteiten bij algemene maatregel van bestuur} 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.1. 2. Daarbij kunnen regels worden gesteld over de motivering van de beslissing tot het verlenen of weigeren. 3. Artikel 2.32, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op die regels.
Artikel 5.21. (artikel 5.18 beoordelingsregels aanvraag omgevingsplanactiviteit) 1. Voor een omgevingsplanactiviteit worden de regels, bedoeld in artikel 5.18, gesteld met het oog op de doelen van de wet. 2. De regels strekken er in ieder geval toe dat: a. de omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van daarvoor in het omgevingsplan gestelde regels, b. de omgevingsvergunning ook kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, Artikel 16.55, zevende lid De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.
Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 8.0a. (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen) 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
14 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Artikel 8.0b. (doorwerking instructieregels, instructies, voorbereidingsbesluiten en projectbesiuiten buitenplanse omgevingsplanactiviteit, niet van provinciaal of nationaal belang) 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, anders dan een omgevingsplanactiviteit van provinciaal of nationaal belang, zijn op de beoordeling van de aanvraag van overeenkomstige toepassing: a. de regels van hoofdstuk 5; b. op grond van artikel 2.22 van de wet gestelde regels over omgevingsplannen; en c. op grond van de artikelen 2.33 en 2.34 van de wet gegeven instructies over omgevingsplannen. 2. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd als: a. de omgevingsplanactiviteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van een regel of instructie als bedoeld in het eerste lid;
Omgevingsplan gemeente Tilburg Artikel 22.26 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Omgevingsplan tijdelijk deel "Lobelia-Spinder-Rugdijk" Hoofdstuk 2 - bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 bestemmingsomschrijving 3.1.1 functie De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. bouwwerken van algemeen nut. Artikel 6 Bedrijf 6.1 bestemmingsomschrijving 6.1.1 functie De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die zijn genoemd in de bij dit plan gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 tot en met 2, met uitzondering van: 1. inrichtingen als bedoeld in art. 41 Wet geluidhinder, met dien verstande dat de maximaal toegestane hindercategorie per bestemmingsvlak op de verbeelding is aangegeven; 2. risicovolle inrichtingen; b. tevens een transportbedrijf ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Stokhasseltlaan 38; c. tevens een autohandel annex autoreparatiebedrijf, niet zijnde een officiële automerkendealer, ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Stokhasseltlaan 42; d. tevens een houtbewerkings- / aannemersbedrijf ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Stokhasseltlaan 43; e.
tevens een transportbedrijf annex veehandel ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Stokhasseltlaan 44; f. tevens een rioolreinigings-en-inspectiebedrijf met bijbehorende voorzieningen voor opslag, bewerking, scheiding en ontwatering van bij de werkzaamheden vrijgekomen materiaal ter plaatse van Bundersestraat 45; g. tevens een bedrijf voor afvalberging, afval(stoffen)verwerking en afval(stoffen)bewerking, waaronder mede wordt begrepen een bio-energiecentrale c.a., het produceren van biogas, een vergistinginstallatie c.a. (vergisters), opslagtanks c.a., pompgebouwen c.a., een nascheidingshal t.b.v. de afvalwaterzuivering c.a., een laadstraat voor de afvoer van gasvormig en vloeibaar biogas c.a. en diverse voorzieningen m.b.t. zuivering, opslag, beveiliging e.d. c.a. ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Vloeiveldweg 8/10; h. tevens een bedrijf voor afvalwaterzuivering, waaronder mede wordt begrepen het verwerken van slib middels slibvergisting en ontwatering, de productie, levering en opslag van waardevolle producten uit afvalwater en slib,
15 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG zoals fosfor in de vorm van struviet, een bijbehorende bio-energiecentrale c.a., het produceren, afvoeren en opslaan van (al dan niet vloeibaar) biogas, een vergistinginstallatie c.a. (vergisters), opslagtanks c.a., pompgebouwen c.a., slibontwateringsgebouwen c.a., vloeivelden c.a., een laad- en losvoorziening c.a. en diverse voorzieningen m.b.t. zuivering, opslag, beveiliging e.d. c.a. ter plaatse van de bedrijfsbestemming aan Vloeiveldweg 2.
Richtlijn Omgevingsdialoog Categorie C (impactscore 4-5): Jouw initiatief heeft grote impact op de omgeving. Dit betekent dat we verwachten datje de omgeving laat adviseren over je plan. Je vraagt de omgeving wat zij van jouw plan vinden. Zodat mensen hun mening, tips, suggesties, zorgen, belangen of kansen kunnen meegeven. De input weeg je zwaar mee in de uitwerking van je plan. Dat doe je door aan te geven watje met de reacties van de omgeving hebt gedaan. Dit koppel je natuurlijk ook terug aan de mensen die je gesproken hebt.
adviseren - adviseren betekent datje laat zien watje met het advies van Tilburgers hebt gedaan in de uitwerking van je initiatief. Je legt uit waarom je de inbreng wel of niet verwerkt Voordat je in gesprek met de omgeving gaat, verwacht de gemeente datje daar een aanpak voor maakt. Zodat je vastlegt waarover, wanneer, met wie en hoe je in gesprek gaat. De gemeente geeft je feedback op jouw aanpak en stuurt die - zo nodig - bij. Omdat het initiatief grote impact heeft, is het verstandig om je omgeving persoonlijk te spreken, en dat gesprek door een onafhankelijke partij te laten begeleiden.
De opbrengst van het gesprek met de omgeving leg je vast in een 'Verslag Omgevingsdialoog'. Daarin leg je uit welke belanghebbenden je betrokken hebt, wat dat heeft opgeleverd, en watje daarmee in de uitwerking van je (bouw)plan hebt gedaan. Je legt ook uit waarom je wel of niet iets met de input van belanghebbenden hebt gedaan.
Nota Parkeernormen 2023 Artikel 5. Z Afwijken van de parkeereis (hardheidsclausule, vrijstellingsregel) In gevallen waarin strikte toepassing van deze nota parkeernormen tot een bijzondere hardheid leidt, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten af te wijken van de parkeereis. Dit kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost en het college een zwaarwegend belang heeft om af te wijken van de parkeereis.
Bijlage 2: Parkeernormen auto Wonen De normen in deze tabel bepalen het aantal parkeerplaatsen dat per woning gerealiseerd moet worden voor bewoners. Het aantal parkeerplaatsen voor bezoek aan bewoners (parkeernorm bezoek woningen) moet hierbij worden opgeteld.
Hoofdgroep Wonen
Zone A
Zon e B
Zone C
Zone D
Eenheid
Sociale woningbouw (grondgebonden woningen sociale huur)
0,6
0,6
0,7
0,8
per woning
Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)
0,4*
0,4
0,6
0,6
per woning
Opmerkingen
16 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN - hoorzitting van 2 september 2025 om 11:00 uur Inzake het besluit van het college van 18 december 2024 waarin een omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen 30 prikkelarme woningen aan de Stokhasseltlaan 38 te Tilburg in afwijking van het omgevingsplan. Aanwezig Commissie voor de bezwaarschriften Voorzitter-5.1.2e Extern lid - 5.1.2e Secretaris-5.1.2e
Vertegenwoordiger vakafdeling (afdeling Dienstverlening) 5.1.2e
Projectleider project prikkelarm wonen (afdeling PPI) 5.1.2e
Planjurist (afdeling Ruimte) 5.1.2e
Programmamanager stedelijke ontwikkeling (afdeling Ruimte) (vervanger 5.1.2e )
5.1.2e
Beleidsmedewerker (afdeling Sociaal) 5.1.2e
Vergunninghouder (Stichting Wonenbreburg) 5.1.2e en 5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e
GGZ Breburg 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
Toehoorders 5.1.2e 5.1.2e
Opening zitting De voorzitter opent de hoorzitting en licht de procedure van de hoorzitting toe.
De voorzitter licht toe wat het besluit inhoudt. Toelichting 5.1.2e
krijgt het woord. De voorzitter geeft aan dat er al veel is geschreven ook in het afdelingsstandpunt welke de commissie heeft gelezen, maar vraagt om toch even kort te reageren op de bezwaren die zijn ingediend. 5.1.2e geeft aan dat het voor hem niet helemaal duidelijk is tot welke onderdelen van de bezwaren de voorzitter zich nu richt. Het afdelingsstandpunt geeft aan hoe het college tegen de bezwaren aankijkt. Het besluit is ook onderbouwt met verschillende stukken.
Wat 5.1.2e kan zeggen is dat men al heel lang bezig is met het project prikkelarm wonen met verschillende organisaties, de gemeente, 5.1.2e , de zorgorganisaties en de Tilburgse coöperaties.
De voorzitter vraagt wat 5.1.2e is.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG 5.1.2e licht toe wat 5.1.2e is. 5.1.2e is een samenwerkingsorganisatie van 10 zorgpa rtijen. Sinds 2023 is alle ondersteuning en alle ambulante begeleiding die een inwoner van Regio Hart van Brabant nodig heeft belegt bij 5.1.2e . 5.1.2e
gaat verder met de toelichting. De samenwerkingsorganisatie bestaat onder andere uit de drie grote Tilburgse woningcorporaties, waarbij Wonenbreburg de kartrekker is. Hij geeft aan dat er een samenwerkingsovereenkomst is gesloten om voor deze bijzondere doelgroep dit project op touwen te zetten. Hij geeft aan dat ze al een aantal jaar bezig zijn met dit project en dat ze hebben gekozen voor de locatie 5.1.2e . Dit is in een uitgebreid traject met een omgevingsdialoog en een klankbordgroep tot stand gebracht. Naar aanleiding van de gesprekken die zijn geweest tijdens de informatie avonden en de klankbordgroepen zijn nog een aantal aanpassingen en verbeteringen aan het plan aangebracht, zoals onder onrlaro oon rroh iirlct*/n I nnnr rlo nnnlirrcronrln minera Dn Drni ni/nr on nna >»/of nndara oonnoccinnon
De voorzitter vraagt of 5.1.2e
en 5.1.2e
participeerden in die klankbordgroep.
5.1.2e
bevestigt dit. Er is vanaf het begin samen opgetrokken. Uiteindelijk is de vergunning aangevraagd. De persoonlijke afdronk van 5.1.2e van de klankbordgroepen en de inspraak tijdens de informatieavonden is dat mensen het eigenlijk een mooi plan vinden. De bezwaren van 5.1.2e betreffen vooral de angst voor de continuïteit van zijn bedrijfsvoering. Hetzelfde geldt voor de bezwaren van 5.1.2e . De voorzitter bedankt 5.1.2e
en geeft 5.1.2e
weer het woord.
5.1.2e
benadrukt dat het gaat om een woonbestemming. Het is een zuivere woonbestemming. Er komt een speciale doelgroep wonen, maar er is geen sprake van een maatschappelijke bestemming. Zo is het vergund. Er loopt momenteel ook een procedure om het omgevingsplan aan te passen naar een reguliere woonbestemming.
5.1.2e
vult aan dat er in het kader van de motivering van het plan twee extra onderzoeken zijn uitgevoerd. De akoestische situatie bij 5.1.2e met betrekking tot de door hun gewenste uitbereiding (welke nog niet vergund is) de motivering daarvan is toegevoegd. Ook is er een voorbereidingsbesluit genomen. Er is een notitie opgesteld (motivering spuitzone) waarmee de afwijking daarvan al is gemotiveerd. Hierna is er nog een voorbereidingsbesluit genomen. 5.1.2e is bezig met opstellen van het omgevingsplan. Het wordt een tam omgevingsplan waarbij dit jaar het ontwerp ten inzage gaat om de BOPA in het omgevingsplan te gieten. Dit zal binnen anderhalf jaar vastgesteld worden. Vragen vanuit commissie geeft aan dat hij veel heeft gelezen over de doelgroep en de discussie over hoe die nu gedefinieerd moet worden. Hij geeft aan vaker commissiezaken gehad te hebben met verschillende doelgroepen. Hij geeft aan dat omschrijvingen en definities lastig zijn maar ook niet zo heel erg relevant zijn voor hetgeen waar zij naar moeten kijken in het kader van een omgevingsvergunning voor afwijking. Hetgeen waaraan voldaan moet worden is ETFAL en dan gaat het om ruimtelijke effecten. Verder ziet hij de kreet woonoverlast en verwarde personen voorbij komen. Er is dus een mogelijkheid dat dat een effect heeft op de omgeving.
Hij vertelt dat in eerdere gevallen kon worden aangenomen dat er een effect is voor de omgeving, wat toen gebeurde is dat er beheerplannen zijn opgesteld in overleg met de omgeving voor het geval dat zich de situatie voordoet dat er sprake is van overlast. 5.1.2e stelt centraal de vraag hoe hier tegenaan wordt gekeken om op deze manier de zorgen van de omwonenden weg te nemen.
5.1.2e
5.1.2e
geeft aan dat tijdens de klantbordgroep bijeenkomsten uitgebreid is gesproken over het beheerplan en hoe ze dat willen gaan aanpakken. Er is uitgebreid gekeken naar wat de belangrijke dingen zijn en hoe daarin verder. Dit heeft geleid tot een concept dat als nagezonden stuk gezonden is naar 5.1.2e 5.1.2e . 5.1.2e en 5.1.2e geven aan niets te hebben ontvangen. 5.1.2e geeft aan dat als onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst dit concept is vastgesteld en dat ze met de klankbordgroep hebben afgesproken dat wanneer ze verder zijn in het proces ze opnieuw in gesprek willen gaan om dat concept nogmaals met hun door te lopen.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG 5.1.2e stelt de vraag of het dan een idee is om aan de omgevingsvergunning de voorwaarde te verbinden dat de woningen pas in gebruik mogen worden genomen als er een definitief beheerplan is. Hij geeft aan dat in andere zaken ook vaak wordt gekozen voor deze aanpak. 5.1.2e
geeft aan dat zij sowieso een definitief beheerplan gaan maken.
5.1.2e
vult aan dat hierover al uitgebreid is gecommuniceerd met de omwonenden tijdens de klankbordgroep. Hij merkt op dat de doelgroep ook niet per se een doelgroep is die overlast veroorzaakt. Het is een doelgroep die juist woonoverlast ervaart. 5.1.2e
vertelt dat zij zorgvuldig zullen kijken welke mensen daar willen wonen en of zij baat hebben bij deze plek. De verwachting is dat de doelgroep ander gedrag zal vertonen en minder beroep zullen doen op zorg. Ze geeft aan aar iemand niet zomaar een woning ki ijgi omdat iemand overlast veiouizaakt waai diegene op dat moment woont. 5.1.2e
geeft aan dat hij het concept begrijpt maar dat de omwonenden zich zorgen maken over de overlast die zich zou kunnen voordoen. Hij vraagt wat er in het beheerplan is geregeld als er wel sprake is van overlast wat er dan gebeurt.
5.1.2e zegt dat er een complexbeheerder aanwezig zal zijn die aanspreekbaar is. Dit is ook zodat je afspraken hebt met de buurt, zodat er een kort lijntje is en zodat er een locatieteam is waar contact mee opgenomen kan worden. Dit geldt ook voor de mensen die daar gaan wonen en voor de buurt. Ook geeft ze aan dat het in het belang van alle toekomstige bewoners is dat er geen overlast is. 5.1.2e
zegt dat dit vastligt in het concept beheerplan en dat dit is gedeeld met de klankbordgroepen en de omwonenden.
5.1.2e
haakt in en stelt de vraag of het een idee is om dat als voorwaarden aan de vergunning te verbinden gelet op de bezwaren die er liggen om op die manier aan die bezwaren tegemoet te komen.
5.1.2e
geeft nogmaals aan dat dit al is beloofd. Ook dat het met de omwonenden wordt
besproken. 5.1.2e
geeft aan dat hij het een goede oplossing vindt als dit het cruciale punt is.
5.1.2e
geeft aan dat het ook in hun belang is dat er een goed beheerplan komt. Zij gaan daar mensen huisvesten en willen dat dit zo goed mogelijk verloopt.
5.1.2e
5.1.2e
vraagt of prikkelarm wonen een nieuw concept is.
geeft aan dat ze hiermee koploper zijn in het land.
5.1.2e
reageert hierop met dat het een nieuwe woonvorm is. Skaeve huize is een andere woonvorm. Het idee bij prikkelarm wonen is dat mensen die snel overprikkeld zijn in een huidige setting minder last zullen ervaren. Daardoor zullen ze ook ander gedrag vertonen.
5.1.2e
geeft aan dat in 2016 in een groter geheel is gekeken naar wat ze in de gemeente zien gebeuren. Onder de noemer verwarde personen is er toen gekeken naar wat er ontbrak. Toen bleek dat ze woonruimte missen voor een doelgroep die zelfstandig kan wonen, die als er hulp nodig is ook kan wachten tot hij die vraag ergens neer kan leggen maar die in zijn huidige woning te veel op zich af krijgt. Ze geeft het voorbeeld dat als je naar je woning loopt en er drie vuilniscontainers voor de deur staan terwijl gisteren de ophaaldag was. 5.1.2e geeft aan dat die mensen geen overlast geven of agressief zijn, maar dat dit schadelijk is voor die mensen zelf. Ze benadrukt dat het niet een verzameling van mensen wordt die allemaal overlast veroorzaken op hun huidige woonplaats.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG 5.1.2e vindt dat ze vooral moeten kijken naar wat als zich de situatie voordoet dat er toch sprake is van overlast. Dit is iets wat in het beheerplan moet worden opgenomen waar mensen ook aanspraak op kunnen maken, dat de uitvoering daarvan conform het plan plaatsvindt als die situatie zich voordoet. 5.1.2e vult aan dat naast de sociaal beheerder ook vanuit de betrokken partijen van 5.1.2e ( Amarant, GGZ, Travers en RIBW) er een team van zorg om die locaties heen wordt georganiseerd. Het team is fysiek bij de cliënten betrokken en zijn ook snel bereikbaar en aanspreekbaar als er in de wijk of op die locatie zich iets voordoet, zowel voor de cliënten als voor de omwonenden. Het is dus niet enkel de sociaal beheerder maar ook vanuit de zorg. 5.1.2e
geeft aan dat er bij het opstellen van bestemmingsplannen vaak discussie ontstaat over zorgwoningen wanneer een voorziening onder de bestemming 'maatschappelijk' valt en wanneer er sprake is van een zorgwoning. 5.1.2e geeft aan ual uil pion würul vajlgclcgd in hel üiïigêViHgSpiöH aiS functie wonen zonder verdere bijzondere aanduiding. Stel dat het helemaal niet werkt, kan WonenBreburg de woningen dan verhuren aan mensen die op de reguliere lijst staan? 5.1.2e
bevestigt dit en geeft aan behalve de woningen die al bewoond worden door de eerste groep mensen die prikkelarm moeten wonen. In het concept beheerplan wordt ook aangegeven dat in ieder geval de eerste twee jaar een tijdelijk huurcontract wordt verstrekt. Dit wordt beschouwd als een soort evaluatieperiode. Mocht in de eerste twee jaar niet blijken dat de bewoners daar zouden kunnen blijven wonen omdat ze bijvoorbeeld overlast veroorzaken, dan loopt na twee jaar het huurcontract af.
De voorzitter verzoekt het concept beheerplan en de stukken waaruit blijkt dat de omwonenden hierbij betrokken zijn vandaag te mailen naar de commissie. Een aanwezige merkt op dat het een bijlage is bij de samenwerkingsovereenkomst. De voorzitter vraagt om meer toelichting over de complex beheerder. Wat doet hij, wanneer is hij aanwezig etc. 5.1.2e
geeft aan dat de beheerder in het eerste jaar twintig uur per week aanwezig zal zijn. Hij zal dagelijks aanwezig zijn (woont daar niet). Hij is eerste aanspreekpunt voor als er iets in de woning niet goed is, algemene vragen etc. Hij zal ook korte lijntjes hebben met de begeleiding van de zorgpartijen. In het begin zijn er ook altijd kinderziektes met de woningen, iedereen moet elkaar vinden etc. Het is vooral ook een vast en vertrouwd gezicht voor huurders en een aanspreekpunt voor de omwonenden.
De voorzitter vraagt aan 5.1.2e worden.
op welke tijdstippen of in welke vormen er zorg verleend zal
5.1.2e
zegt dat het mensen zijn die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Het team wordt daaromheen gebouwd om die mensen de begeleiding te bieden die zij nodig hebben. Dat is ambulant, dus op afspraak. Afhankelijk van wat er nodig is.
5.1.2e
voegt toe dat de regio sinds 2023 de opdracht voor ambulante begeleiding bij 5.1.2e neer heeft gelegd en dat ze sindsdien merken dat ze als lokale gemeenten niet meer zeggen hoeveel hulp en hoelang een inwoner moet krijgen. Dat bepalen de professionals zelf. Daar hebben ze nu inmiddels drie jaar ervaring mee. Ze ziet dat het goed werkt om mee te bewegen op wat de inwoner op dat moment nodig heeft. Hoelang of hoeveel wordt afgestemd op de behoefte van de inwoner.
De voorzitter vraagt aan 5.1.2e dat stel dat er wel sprake is van overlast, hoe dat gemeld kan worden, bij de beheerder of moet dan de politie gebeld worden? 5.1.2e
zegt dan wordt in principe de politie gebeld.
De voorzitter heeft nog een vraag voor 5.1.2e . 5.1.2e gaf aan door te veel prikkels kunnen de mensen een beetje van de weg raken en daardoor in de huidige situatie overlast veroorzaken. Door die prikkels weg te halen of sterk te verminderen hopen we of verwachten we dat het teruggebracht wordt. De voorzitter vraagt om voorbeelden van de huidige overlast die wordt veroorzaakt.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG 5.1.2e reageert hierop en geeft aan dat mensen die prikkelbaar zijn veel last kunnen ervaren door bijvoorbeeld geluiden van omwonenden. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot gevoelens van achterdocht waardoor ze ander gedrag kunnen vertonen. Dat kan heel verschillend zijn. Voorbeelden hiervan zijn ruzie maken op straat of hele harde muziek draaien. Het is heel uiteenlopend. Ze verwachten dat wanneer de prikkels geminimaliseerd worden, de mensen zich ook beter gaan voelen en meer aangepast gedrag zullen vertonen in hun woonomgeving. 5.1.2e
geeft aan dat het mensen zijn met woonvaardigheden waarvan er wordt verwacht dat ze echt zelfstandig kunnen wonen en zelf huurovereenkomsten kunnen afsluiten.
5.1.2e
zegt dat de bewoners vooral behoeften hebben aan voorspelbaarheid en rust. Op het
—x -J X — " J x IIIUHICIIl UUl MOL IKUkXH
i-C
5.1.2e
i HUH UI
o r-r.
J r, L o nok I rvnn limnKrJ umrzfnn UOvHL <11 UCi <-JU «UI. o —.......................................... — .. — . — .____ .
geeft aan dat het vooral is omdat mensen zich kunnen terugtrekken in hun eigen huis.
De voorzitter betrekt 5.1.2e
bij de zaak en vraagt ook hem om voorbeelden.
5.1.2e
zegt dat bij prikkelarm klassiek wordt gedacht aan mensen met de diagnose autisme. Nu richt dit project zich niet alleen op die diagnose, maar op hoe het gedrag van die mensen gestabiliseerd kan worden. Mensen met een diagnose autisme kunnen ook voor dit project in aanmerking komen, omdat zij juist ook zijn aangewezen op een prikkelarme omgeving en voorspelbaarheid en op die manier in zo’n omgeving beter functioneren. Het is eker niet alleen voor de mensen met die diagnose, maar ook voor mensen met LVB of andere psychische problematiek. De voorzitter pakt het bezwaar van 5.1.2e erbij en stelt een vraag aan 5.1.2e . Een van de punten is dat het besluit in strijd met de parkeernormen is genomen. Als we kijken naar de notitie ETFAL gaat het om zestien parkeerplaatsen. De notitie parkeerbehoeften geeft aan vijftien parkeerplaatsen. Volgens de Nota parkeernormen 2023 zouden er meer parkeerplaatsen nodig zijn. Hij vraagt om dit toe te lichten. 5.1.2e
geeft aan dat er een notitie is opgesteld, omdat het afwijkt van de standaard parkeernorm. De standaard parkeernorm gaat uit van de standaard situatie. Hier is van gezegd dat voor dit project gemotiveerd aangetoond kan worden dat het autobezit gering is. 5.1.2e
geeft aan dat de bestemming wonen is en vraagt of de parkeernorm dan ook niet voor gewoon wonen moet zijn. 5.1.2e
reageert hierop en geeft aan dat dit ook zonde is van het plan. Nu kan het mooi groen gemaakt worden, dus dat gaat ten koste van de kwaliteit van het plan. Daarbij kun je ook in wonen gemotiveerd afwijken van de standaard parkeernorm. Dit zie je ook steeds vaker, bijvoorbeeld bij gestapeld wonen of nieuwbouw. Er ligt een compleet onderzoek aan de afwijking ten grondslag.
De voorzitter geeft aan dat de commissie begreep dat 5.1.2e in gesprek was met de gemeente. Er is ook een rapport aangeleverd bij de commissie waaruit blijkt dat de gewenste uitbereiding van 5.1.2e door kan gaan. Hij vraagt aan 5.1.2e waarom het bezwaar niet is ingetrokken. 5.1.2e
zegt dat ze hier iets over kan zeggen, maar dat dit wel subjectief is want ze is niet de initiatiefnemer. Ze heeft veel met 5.1.2e gesproken. Er zitten nog wat hobbels die 5.1.2e te nemen heeft ten aanzien van de kwaliteitsverbetering landschap. Dit staat los van dit plan, want het is hun eigen uitbereiding en eisen die daaraan worden gesteld. Zij verbinden deze twee dingen aan elkaar. Kwaliteitsverbetering landschap is iets waar de provincie over moet beslissen. Dit duurt wat langer.
De voorzitter vraagt aan 5.1.2e of er nagedacht is over schriftelijke waarschuwingen of de mogelijkheid om de huurovereenkomst op te zeggen als er herhaaldelijk overlast wordt veroorzaakt. Is hier een stappenplan voor? Of is dit hetzelfde zoals bij iedere sociale huurwoning? 5.1.2e
antwoord nee, want er is een sociaal beheerder.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG 5.1.2e
vult aan dat ze ervan uit gaat dat samen met de begeleiding overlast kan worden voorkomen omdat je er dicht bovenop zit. Als huurders overlast veroorzaken en begeleiding geen oplossing biedt, wordt de politie ingeschakeld. Procesvoering gebeurt alleen in extreme gevallen. 5.1.2e
geeft aan dat dit de gebruikelijke stappen zijn die normaal bij een reguliere woning ook