Bijlage 3. Geanonimiseerde nota van zienswijzen en staat van wijzigingen
Tekst van het document
Niet-geanonimiseerde Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38 Nota van Zienswijzen Het ontwerpwijzigingsbesluit ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Stokhasseltlaan 38’ heeft van maandag 8 december 2025 tot en met maandag 19 januari 2026 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Zienswijzen konden worden ingediend door eenieder. Bij de gemeente zijn gedurende de periode van tervisielegging 2 zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk. Hierna volgt een zakelijke, puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijze en het standpunt van de gemeente hierover. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze; er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden de persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen uitsluitend weergegeven in de vertrouwelijke bijlage 1 ‘Indieners zienswijzen’. In deze lijst wordt aan de indieners van de zienswijzen een uniek reclamantnummer toegekend, bedoeld voor correspondentie met deze reclamant en ter bepaling door het bevoegd gezag wat het daadwerkelijk belang is van de betreffende reclamant. Deze persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt. Zienswijzen Zw 1 Algemene reactie op de zienswijze
Zienswijze 1.1:
Eerder is er op 18 december 2024 door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een buitenplanse omgevingsvergunning (BOPA) verleend voor de bouw van 30 prikkelarme woningen op de locatie Stokhasseltlaan 38. Dit omgevingsplan heeft tot doel de verleende BOPA vast te leggen in een omgevingsplan. Reclamant heeft bezwaar gemaakt tegen deze BOPA. In de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg d.d. 2 oktober 2025 is uitgebreid ingegaan op het bezwaar van reclamant. De gronden van bezwaar komen (groten)deels overeen met de gronden van deze zienswijze. Wij verwijzen hierbij voor onze reactie op deze zienswijze ook naar het besluit op bezwaar tegen de BOPA, dat bij dit zienswijzenverslag is bijgevoegd als bijlage 2. Locatiekeuze Er is bij de onderhavige ontwikkeling geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Niet kan worden begrepen dat de onderzochte locaties, welke aldus een woon- dan wel maatschappelijke bestemming hebben, minder geschikt zouden zijn dan de onderhavige locatie met een agrarische bestemming omgeven door bedrijfsbestemming. Vanwege de bestemmingen van deze onderzochte locaties, mede vanwege veelal ook door groen omgeven, komt het voor dat dit locaties zijn die (planologisch) ruimtelijk veel makkelijker ingezet hadden kunnen worden voor prikkelarm wonen.
Zoals ook al in de omgevingsvergunningprocedure aangegeven heeft het er veel schijn naar dat vanwege andere dan ruimtelijke motieven de gemeente de voorziene prikkelarme woningen niet wil realiseren op bovengenoemde locaties (dit terwijl deze ruimtelijk toch veel passender zijn). Cliënt heeft de stellige indruk dat daar op de andere onderzochte locaties veel meer mensen wonen, de vrees voor veel bezwaarschriften etc. de echte reden is dat uiteindelijk is gekozen voor de onderhavige locatie aan de Stokhasseltlaan waar slechts enkele mensen wonen. Dat een perceel, nu aldus reeds al 3,5 jaar geleden, snel beschikbaar komt lijkt niets van doen te hebben met of een locatie passend is. Dit geldt eigenlijk ook voor de tweede reden, een versterking van de entreefunctie. Dat staat geheel los van de onderhavige ontwikkeling en kan ook niet dienen als onderbouwing waarom bij deze ontwikkeling sprake zou zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Reactie gemeente:
Het gaat er bij een ontwikkeling in een omgevingsplanprocedure om dat het omgevingsplan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), en daar is sprake van bij de locatie Stokhasseltlaan 38. In de motivering met bijlagen van dit omgevingsplan wordt dit uitvoerig onderbouwd. De procedure vereist niet dat alle mogelijke alternatieve locaties onderling worden vergeleken. In het bestreden besluit van 2 oktober 2025 heeft het college ook toegelicht waarom voor de locatie Stokhasseltlaan 38 is gekozen en om welke redenen alternatieve locaties zijn afgevallen. Ten aanzien van de door reclamant genoemde locaties merken wij aanvullend het volgende op: − Koningshoeven 22-44: geluidbelasting door de rijksweg, beperkte perceelgrootte en frontbreedte, ligging in een cultuurhistorisch lint en bovendien niet direct beschikbaar. − Bokhamerstraat 44: bestaande overlast en parkeerdruk door aanwezige functies en voorzieningen, ligging in een PACT-wijk, een tamelijk slecht woon- en leefklimaat door geluidbelasting en een klein perceel. − Berglandweg 38-42: ligging in de PACT-wijk Groenewoud met bestaande leefbaarheidsproblematiek, geluidsbelasting door de rijksweg en een perceel dat te klein is voor de gewenste ontwikkeling. De enkele omstandigheid dat een perceel al een bepaalde bestemming heeft, maakt een ontwikkeling niet automatisch ruimtelijk aanvaardbaar.
De planologische beoordeling blijft afhankelijk van de specifieke ruimtelijke effecten en de beleidsmatige kaders die op het betreffende initiatief van toepassing zijn.
Conclusie: Zienswijze 1.2:
Aspecten zoals de beschikbaarheid van een perceel, eigendomssituatie en perceelgrootte zijn naar ons oordeel relevante criteria bij de locatiekeuze. Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke inpasbaarheid en de entreefunctie. Het is stedenbouwkundig gewenst om enerzijds met bebouwing de stadsentree beter te begeleiden en anderzijds het groene karakter te behouden. Deze factoren zijn echter niet doorslaggevend: bepalend blijft of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat is hier het geval. Voorafgaand aan de vergunningverlening heeft er een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Er zijn meerdere informatiebijeenkomsten en klankbordgroepbijeenkomsten georganiseerd, waaraan ook reclamant heeft deelgenomen. De klankbordgroep heeft ook een notitie ontvangen met een onderbouwing van de locatiekeuze (bijlage 14 bij de motivering). De locatiekeuze is daarmee uitvoerig aan bod gekomen tijdens de omgevingsdialoog. Tijdens de klankbordgroepbijeenkomsten zijn ook wensen en aandachtspunten vanuit de omgeving verzameld. Ten slotte merken wij volledigheidshalve op dat de door eiser geuite vrees dat op andere locaties meer bezwaarschriften zouden worden ingediend, geen enkele rol heeft gespeeld bij de besluitvorming. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Grootte project Reclamant heeft hierbij de indruk dat dit hele prikkelarm wonen een soort van prestigeproject van de gemeente is, dat kost wat kost 'doorgedrukt moet worden'. Namens cliënt wordt opgemerkt dat het natuurlijk ook kan zijn dat voor een bepaald gewenst project, althans in de vorm waarin de gemeente daar blijkbaar uitvoering aan wenst te geven, binnen een gemeente geen geschikte locatie te vinden is. Namens cliënt dan ook nadrukkelijk het verzoek om (alsnog) te bekijken waarom kleinschalige opvang niet mogelijk zou zijn, dan wel een steekhoudende motivering waarom het voorziene type bewoners voor de prikkelarme woningen persé bij elkaar en grootschalig (30 woningen) zouden moeten worden geplaatst.
Reactie gemeente:
De ontwikkeling van 30 woningen op deze locatie is, gelet op de grootte van het perceel en de inrichting daarvan en gelet op andere functies in de omgeving, passend. De behoefte aan passende huisvesting voor deze specifieke doelgroep is groot. Het project voorziet daarom in een substantieel aantal woningen, dat aansluit bij deze behoefte. Daarnaast is het van belang om verschillende woonbehoeften binnen de doelgroep te faciliteren. Er worden drie verschillende woningtypen gerealiseerd – grondgebonden woningen, bovenwoningen en rolstoelgeschikt benedenwoningen – waarmee wordt voorzien in een gedifferentieerd en doelgroepspecifiek woonaanbod. De schaalgrootte van het project, bestaande uit 30 woningen waarvan één beheerderswoning, is ook noodzakelijk om een (financieel) haalbaar project te ontwikkelen. De grondkosten, de relatief hoge onderhoudslasten mede door de ruimere opzet van de woningen vergeleken met reguliere sociale woningbouw en de structurele kosten van sociaal beheer, moeten over voldoende woningen verdeeld kunnen worden om de lasten evenwichtig te kunnen verdelen. Een aanzienlijk kleiner project zou leiden tot een onevenredige kostenverdeling, waardoor realisatie niet verantwoord of uitvoerbaar zou zijn.
Conclusie: Zienswijze 1.3:
Reactie gemeente:
Conclusie:
De toewijzing van de woningen vindt plaats via het Toetsingsteam, bestaande uit (zorg)professionals in samenwerking met WonenBreburg. Dit team beoordeeld per kandidaat - in overleg met alle bij de aangemelde persoon betrokken partijen, de persoon zelf en zijn/haar naasten - of prikkelarm wonen passend en haalbaar is. Hierbij wordt ook rekening gehouden met een match met de huidige bewoners. Als iemand niet past binnen deze woonvorm of locatie, wordt geen woning toegewezen. Hiermee is geborgd dat uitsluitend personen voor wie deze woonvorm geschikt is, worden gehuisvest. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan. Aard functie Reclamant is van mening dat deze ontwikkeling meer een maatschappelijke activiteit betreft dan dat dit onder een woonbestemming valt. Door de gemeente wordt de vergelijking gemaakt met ouderen met thuiszorg, waarbij ook sprake is van zorg en begeleiding aan huis. Verwijzende naar hetgeen eerder is aangegeven over de doelgroep aan huurders voor de prikkelarme woningen is dit een vergelijking die totaal mank gaat. Dit alleen al vanwege de wijze van (kunnen) reageren op prikkels, zoals ook door de gemeente erkent gaat het om mensen die elders al vaker overlast hebben veroorzaakt (vanwege ontvangen prikkels).
Zoals reeds uiteengezet in het bestreden besluit van 2 oktober 2025, waarnaar wij hier verwijzen, gaat het bij deze ontwikkeling om zelfstandige woningen waarin door de bewoners zelfstandig wordt gewoond. Iedere woning beschikt over alle noodzakelijke voorzieningen. De bewoners zullen zorg op aanvraag ontvangen, in de vorm van ambulante begeleiding of behandeling. Zij zijn niet afhankelijk van 24uurszorg. Daarnaast zal er een sociaal beheerder aanwezig zijn. Dit betekent echter nog niet dat er geen sprake is van een woonfunctie, maar van een maatschappelijke functie. De ontwikkeling kwalificeert als een woonfunctie in planologische zin. Er is geen sprake van zorgwoningen, een instelling of een maatschappelijke voorziening. Een maatschappelijke bestemming is daarom niet aan de orde. Omdat het project planologisch moet worden beoordeeld als een woonfunctie, is ook geen sprake van een situatie waarin een bindend advies van de gemeenteraad nodig is. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Zienswijze 1.4:
Reactie gemeente:
Parkeren Voor het bouwplan geldt een parkeernorm van 20 parkeerplaatsen. Er wordt voorzien in 15 parkeerplaatsen. In de beslissing op bezwaar is vermeld dat er gebruik is gemaakt van de hardheidclausule uit de Nota Parkeernomen. Hierbij wordt verwezen naar verklaringen van Amarant en RIBW Brabant. Eiser merkt op dat het in dit geval niet gaat om het huren van een parkeerplek, in tegenstelling tot de vergelijkbare projecten waarnaar door de medewerker van Amarant wordt verwezen. Daarnaast begrijpt eiser de relevantie van de verwijzing naar de lagere parkeernorm in de gemeente Amsterdam niet. Op grond van artikel 5.7 van de Nota parkeernormen dient te worden aangetoond dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. Dit ziet volgens eiser meer op situaties waarbij door gebrek aan ruimte minder parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd dan vereist. In dit geval is daarvan geen sprake. De ruimte is er, maar vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt is het aanleggen van 5 extra parkeerplaatsen ongewenst. Dit is volgens eiser geen reden om de hardheidclausule toe te passen. Daarnaast is volgens eiser het zwaarwegend belang om af te wijken onvoldoende onderbouwd. Wij verwijzen voor onze reactie met betrekking tot het aspect parkeren naar het besluit op bezwaar van het college van B&W d.d. 2 oktober 2025 op de verleende BOPA. Als aanvulling daarop het volgende.
Op grond van artikel 5.7 van de Nota Parkeernormen kan van de parkeereis worden afgeweken indien strikte toepassing van de parkeernormen tot bijzondere hardheid leidt. Voor toepassing van de hardheidclausule is vereist dat er sprake is van een zwaarwegend belang dat afwijking van de reguliere parkeernorm rechtvaardigt. Het project voorziet in de behoefte van prikkelarme woningen voor kwetsbare burgers met een woon- en ondersteuningsbehoefte. Deze groep beschikt over voldoende woonvaardigheden om zelfstandig te wonen, maar heeft een rustige, prikkelarme leefomgeving nodig. Voor deze doelgroep bestaat momenteel geen passende woonvorm, waardoor zij tussen wal en schip dreigt te raken. De gemeente, woningcorporaties en zorgpartijen willen voorkomen dat deze burgers dakloos worden of blijven, langdurig afhankelijk blijven van maatschappelijke opvang of onnodig in beschermde woonvoorzieningen verblijven. Het bieden van passende huisvesting aan deze doelgroep is een essentieel onderdeel van het gemeentelijk streven naar een inclusieve stad, waarin voor iedereen plek is. Dit vormt een zwaarwegend maatschappelijk belang dat toepassing van de hardheidclausule rechtvaardigt. Daarnaast is gemotiveerd dat de te verwachten parkeerbehoefte voor dit project beperkt blijft tot 14 parkeerplaatsen.
De verwachting is dat een groot deel van de personen die voor prikkelarm wonen in aanmerking zullen komen (2/3) geen auto zal hebben. Dit heeft enerzijds te maken met de lage inkomsten van de bewoners (vaak geen inkomsten uit arbeid, maar een bijstandsuitkering) en anderzijds medicatiegebruik dan wel reactiesnelheid. Uit de verklaringen van RIBW Brabant en Amarant, welke worden ondersteund door praktijkvoorbeelden van een vergelijkbare doelgroep, blijkt dat de te verwachten parkeerbehoefte voor dit project beperkt blijft tot 14 parkeerplaatsen en dat te verwachten is dat dit ruim voldoende zal zijn. Deze onderbouwing komt ons niet onaannemelijk voor. Tot slot kent het plan ruimtelijke en functionele kenmerken die maken dat het realiseren van extra parkeerplaatsen feitelijk ook niet mogelijk is. In het midden van het plangebied wordt een ecologische wadi van circa 245 m2 gerealiseerd, die essentieel is voor waterberging en landschappelijke inpassing. Het realiseren van parkeerplaatsen in de binnentuinen is hierdoor niet mogelijk. Direct rondom de bebouwing wordt groen aangebracht, noodzakelijk voor de landschappelijke kwaliteit. De interne verkaveling en opzet van de woningen zijn specifiek afgestemd
op het minimaliseren van prikkels voor de doelgroep. Binnen het project is geen ruimte voor extra parkeerplaatsen zonder de kern van het plan aan te tasten.
Conclusie: Zienwijze 1.5:
Reactie gemeente:
Gelet op het zwaarwegende belang van passende huisvesting voor een kwetsbare doelgroep, de onderbouwde en aantoonbare beperkte parkeerbehoefte en de ruimtelijke beperkingen die uitbreiding van parkeercapaciteit niet mogelijk maken, zijn wij van mening dat de hardheidclausule terecht is toegepast. Strikte toepassing van de parkeernorm zou leiden tot onuitvoerbaarheid van het project. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan. Geluid Wat betreft het geluidsaspect wordt in het ontwerp-omgevingsplan verwezen naar het opgestelde akoestisch rapport van adviesbureau De Haan B.V. d.d. 29 januari 2024. Door reclamant wordt verwezen naar de conclusie van dit akoestisch onderzoek, waaruit blijkt dat 'uit het onderzoek naar maatregelen blijkt dat bronmaatregelen en schermmaatregel het geluid niet kunnen verminderen tot de voorkeurswaarde/ standaardwaarde. Voorgaande versterkt dat niet begrepen kan worden waarom de huidige locatie geschikt zou zijn voor de doelgroep die gebaat is bij prikkelarm wonen Wij verwijzen hiervoor naar de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg d.d. 2 oktober 2025 op de BOPA. Ter aanvulling daarop het volgende.
Ten aanzien van het aspect geluid merken wij op dat in opdracht van vergunninghouder een akoestisch onderzoek naar wegverkeer en bedrijvigheid is uitgevoerd door Adviesbureau de Haan B.V. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanuit de omliggende bedrijvigheid voldoet aan de standaardwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau door de omliggende bedrijven in het plangebied op de adressen Stokhasseltlaan 42, 43 en 44 is ten hoogste 39 dB(A). Hiermee voldoet deze waarde aan de standaardwaarde uit het Bkl. Ook het maximaal geluidsniveau voldoet aan de grenswaarde uit het Bkl. De conclusie van het onderzoek is dat het plan geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Daarnaast is de invloed van wegverkeerslawaai van zowel provinciale wegen als gemeentewegen onderzocht. Voor de provinciale weg Burgemeester Bechtweg geldt dat de beluidbelasting weliswaar de voorkeuswaarde van 48 dB overschrijdt, maar voldoet aan de maximale toelaatbare waarde van 53 dB. Voor de gemeentelijke wegen geldt dat op het merendeel van de gevels wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB. Alleen op de kopgevels van de bouwblokken haaks op de weg bedraagt de geluidbelasting 57 dB, hetgeen hoger is dan de standaardwaarde, maar ruim onder de grenswaarde van 70 dB uit het Bkl blijft.
Daarmee is de geluidsbelasting planologisch aanvaardbaar. Omdat voor het perceel Stokhasseltlaan 39 concrete uitbreidingsplannen bestaan, is voor dit perceel aanvullend onderzoek uitgevoerd (productie 46). Ook hieruit blijkt dat zowel het langtijdgemiddelde als het maximale geluidsniveau binnen de streefwaarden blijft. De toekomstige bedrijfsactiviteiten vormen daarmee geen belemmering voor de beoogde woningen. Gelet op de uitgevoerde onderzoeken kan worden vastgesteld dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning en dat zowel de belangen van de toekomstige bewoners als die van de omliggende bedrijven voldoende zijn gewaarborgd.
Uit informatie van de betrokken zorgaanbieders blijkt bovendien dat monotoon verkeersgeluid niet behoort tot de belangrijkste prikkelbronnen voor de doelgroep van de prikkelarme woningen. Een zekere mate van omgevingsgeluid is voor deze bewoners aanvaardbaar. De woningen worden tevens goed geïsoleerd, zodat bewoners zich kunnen terugtrekken in een prikkelarme leefomgeving wanneer zij dat wensen. Daarnaast beschikken alle woningen over een geluidluwe gevel- en buitenruimte. Ten aanzien van de voorziene geluidswal merken wij op dat deze maatregel is getroffen naar aanleiding van het participatietraject met de klankbordgroep. Naar aanleiding van het participatietraject is ook besloten de balkons op de eerste verdieping aan de zijde van het bedrijf van eiser te verplaatsen naar de hofzijde (zie Verslag Omgevingsdialoog, productie 25, pagina 24). Eiser is bij dit traject betrokken geweest.
Conclusie: Zienswijze 1.6:
Reactie gemeente:
Omdat er sprake is van een bedrijf met bedrijfswoning is extra afstand (25 meter tussen de nieuwe woningen en de bedrijfswoning) en aanvullende afscherming in de vorm van een groene geluidswal en een afscheiding aangebracht. Met betrekking tot de gestelde verslechtering van het uitzicht vanwege de geluidswal, merken wij op dat geen recht bestaat op blijvend vrij uitzicht. De geluidswal is een ruimtelijk aanvaardbare maatregel die voortvloeit uit het participatieproces en bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat voor alle betrokkenen. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan. Mogelijkheden bedrijfsvoering Cliënt kan zich in het geheel niet verenigen met de gemeentelijke verwachting dat de voorziene ontwikkeling geen negatieve gevolgen zal hebben voor zijn bedrijfsvoering. Enkel wordt opgemerkt dat de gemeente 'niet verwacht dat de ontwikkeling negatieve gevolgen zal hebben voor de bedrijfsvoering'; hierover de opmerking dat naast het hier om een verwachting gaat, het ook enkel ziet op de huidige bedrijfsvoering (en niet op hetgeen planologisch maximaal mogelijk is). Wat betreft de uitbreidingsmogelijkheden voor het bedrijf van cliënt dient te worden uitgegaan van de maximale bebouwings- en gebruiksmogelijkheden welke gelden voor het perceel van cliënt.
Wij verwijzen hiervoor naar de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg d.d. 2 oktober 2025 op de BOPA. Ter aanvulling daarop het volgende. Het ter plaatse geldende Omgevingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’ staat op het perceel van eiser aan de Stokhasseltlaan 42 bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toe, waaronder een autohandel en autoreparatiebedrijf, niet zijnde een officiële automerkendealer. Volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij de planregels) valt ook een autohandel en reparatiebedrijf onder milieucategorie 2. Voor bedrijven in deze categorie geldt een richtafstand van 30 meter tot een gevoelige functie, die in een gemengd gebied kan worden teruggebracht tot 10 meter. De omgeving van het plangebied moet, gelet op de aanwezigheid van diverse bedrijven, een tuincentrum en woningen, worden aangemerkt als gemengd gebied en niet als rustig buitengebied. Daarmee is een richtafstand van 10 meter planologisch aanvaardbaar. Aan deze afstand wordt voldaan, ook als eiser op 5 meter afstand vanaf de perceelsgrens gaat bouwen. De nieuwe woningen liggen namelijk op een afstand van minimaal 10 meter vanaf de perceelgrens.
Gelet op deze afstanden, bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat de voorgenomen ontwikkeling negatieve gevolgen zal hebben voor de bedrijfsvoering van eiser, ook niet wanneer er wordt uitgegaan van de maximale bebouwingsmogelijkheden voor zijn perceel. Daarnaast is in het akoestisch onderzoek van 29 januari 2024 door Adviesbureau de Haan B.V. gekozen voor meetpunten op de perceelgrens van eiser. Uit het rapport
Conclusie: Zienswijze 1.7:
Reactie gemeente:
blijkt dat er ook bij een meetpunt op de perceelsgrens wordt voldaan aan de geldende geluidnormen. De hoogste gemeten waarde betreft een dichtklappend portier op de erfgrens, maar ook dit blijft binnen de normen van het Bkl. Het plan voor prikkelarm wonen staat bedrijfsuitbreiding dus niet in de weg. Als extra onderbouwing van ons standpunt dat reclamant niet in zijn (mogelijke) bedrijfsvoering wordt geschaad, is op 31 maart 2026 een aanvullend akoestisch onderzoek (dat als bijlage 11-3 toegevoegd wordt aan de motivering van dit plan) uitgevoerd waarbij uitgegaan wordt van de (mogelijke, maar niet feitelijk aanwezige) bedrijfsvoering die het huidige omgevingsplan toestaat bij reclamant. Ook uit dit onderzoek blijkt dat er voldaan wordt aan de normen hiervoor. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan. Spuitzone Reclamant is eigenaar van het aan het plangebied gelegen perceel 3646, welke een agrarische bestemming heeft. De afstand tussen het plangebied en dit perceel bedraagt minder dan 10 meter. In zijn algemeenheid wordt een afstand van tenminste 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk geacht.
Uit jurisprudentie blijkt dat een kortere afstand in een bepaalde situatie toereikend kan worden geacht om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen, echter hierbij geldt wel dat hoe korter de afstand hoe beter dit onderbouwd dient te worden. Dat is hier niet gebeurd. Wij verwijzen voor onze reactie met betrekking tot het aspect ‘spuitzone’ naar het besluit op bezwaar van het college van B&W d.d. 2 oktober 2025 op de verleende BOPA. Als aanvulling daarop het volgende. Primair vinden wij dat wij in dit geval, met inachtneming van de belangen van bezwaarmaker, gemotiveerd kunnen afwijken van de standaard spuitzone van 50 meter. Dat is gemotiveerd in onze beslissing op bezwaar van 2 oktober 2025. In ons verweerschrift aan de voorzieningenrechter hebben wij hierover het volgende opgenomen: “Vaste jurisprudentie van de Afdeling is dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk is. Deze afstand kan worden verkleind, mits dat deugdelijk is gemotiveerd aan de hand van onderzoek dat op de specifieke locatie is toegesneden In dit geval is naar ons oordeel sprake van een uitzonderingssituatie waarin een kleinere spuitzone dan 50 meter gerechtvaardigd is.
De afstand tussen de woningen in het plangebied en het agrarisch perceel van eiser bedraagt circa 6 meter of meer. Adviesbureau de Haan B.V. heeft op 10 april 2025 een locatie-specifiek onderzoek uitgevoerd naar de benodigde spuitzone voor het perceel van eiser. Uit dit onderzoek volgt dat in dit geval een spuitzone van 6 meter volstaat en dat daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uit het onderzoek blijkt allereerst dat het plan voorziet in driftbeperkende maatregelen. Over een groot deel van de grens met het agrarisch perceel worden houtwallen gerealiseerd, bestaande uit een opgeworpen grondwal met een begroeid topscherm (totale hoogte 3 meter), aangevuld met lage struiken en bomen. Volgens het deskundigenonderzoek heeft deze inrichting een sterk driftbeperkend effect bij eventuele spuitactiviteiten op het perceel van eiser. Het onderzoek concludeert verder dat het niet aannemelijk is dat in de omgeving van het plangebied gewassen zullen worden geteeld waarvoor beschermingsmiddelen zullen worden toegepast. Ook voor het agrarisch perceel van eiser is het niet
aannemelijk dat het huidige gebruik zal worden gewijzigd naar een vorm van agrarisch gebruik waarbij mechanisch spuiten of intensieve gewasbescherming aan de orde is. Het agrarisch perceel van eiser is in de afgelopen 10 jaar uitsluitend gebruikt als dierenweide en/of voor graswinning. De omliggende bedrijven - waaronder het autobedrijf van eiser en het fietsenbedrijf van familie van eiser - zijn geen bedrijven die actief zijn op het gebied van akkerbouw of fruitteelt. Het autobedrijf van eiser is al meer dan 20 jaar aantoonbaar op deze locatie actief, volgens de eigen website zelfs al meer dan 50 jaar. Het fietsenbedrijf is sinds 2020 op deze locatie gestart. Uit het onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn waaruit volgt dat deze bedrijfsactiviteiten in de nabije toekomst worden beëindigd of aangevuld met agrarische activiteiten die spuitzones vereisen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt voorts dat het mogelijk is dat er op de schapenweide met de hand onkruid wordt gespoten, maar dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet intensiever en grootschaliger zal zijn. Het perceel is relatief klein en, gelet op het huidige en historische gebruik, is alleen handmatig spuiten van onkruid aannemelijk.
Voor het handmatig spuiten van onkruidbestrijdingsmiddelen is volgens het onderzoek geen spuitzone van 50 meter noodzakelijk, omdat dat zeer lokaal, beheerst en gedoceerd moet worden gespoten. Dit gebeurt met de hand. De kans op drift naar de nieuwe woningen is met die wijze van spuiten volgens het onderzoek verwaarloosbaar. Daarnaast is volgens het onderzoek de frequentie van spuiten en de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen ook aanzienlijk lager dan bij het mechanisch spuiten van bestrijdingsmiddelen op gewassen of bij fruitteelt. De driftbeperkende groenstrook langs de perceelsgrens versterkt dit effect. Het hanteren van een spuitzone voor onkruidbestrijding wordt niet noodzakelijk geacht. Tot slot acht het onderzoek het onwaarschijnlijk dat het perceel zal worden verkocht of verpacht voor agrarische activiteiten die intensieve gewasbescherming vereisen. De onderbouwing hiervoor is dat het perceel te klein is om efficiënt te kunnen worden ingezet voor gewasteelt of fruitteelt. Het heeft ook geen ontsluiting aan de openbare weg, anders als via recht van overpad over het terrein van de huidige eigenaar. Voor aantrekkelijk gebruik door een akkerbouw zouden daarmee ook de naastgelegen percelen bij de verkoop of het verpachten moeten worden gebruikt. De eigenaren van die percelen hebben geen bezwaar aangetekend tegen deze BOPA voor het woningbouwplan.
Gelet op het locatie-specifieke onderzoek, zijn wij van mening dat een spuitzone van 6 meter kan worden gehanteerd en dat hiermee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. De Afdeling heeft op 11 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1410) ook geoordeeld dat het feit dat gewasbeschermingsmiddelen alleen handmatig kunnen worden toegepast, een relevante omstandigheid is om een kleinere spuitzone te rechtvaardigen. In die zaak werd een afstand van 10 meter toereikend geacht, mede vanwege driftbeperkende maatregelen en de beperkte omvang van het perceel. Ook de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2024:2225) oordeelde dat met een spuitzone van 10 meter een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Uit het beroepschrift van eiser blijkt niet dat hij concrete plannen heeft om het huidige gebruik te wijzigen naar een vorm van agrarisch gebruik die intensieve chemische gewasbescherming vereist. De enkele opmerking dat eiser ‘’niet uitsluit’’ in de toekomst agrarische activiteiten te ontplooien, is onvoldoende om te concluderen dat een afstand van minder dan 10 meter ontoereikend is. Voor eventuele schade door waardevermindering, kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend. “ In aanvulling hierop heeft, zekerheidshalve, de gemeenteraad van Tilburg ook een
voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels genomen dat is gepubliceerd en in werking is getreden op 21 mei 2025 (Gemeenteblad 2025, nr. 224397). Op basis van dit voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels is het verboden om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, met uitzondering van biologische gewasbeschermingsmiddelen en middelen voor de bescherming van grasland. Dit voorbereidingsbesluit verbiedt dus het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor tuinen akkerbouw; hierdoor hoeft geen spuitzone (in de zin van een bepaalde afstand van de woningen) meer te worden aangehouden ten opzichte van het agrarisch perceel, omdat daar niet meer mag worden gespoten. Dit voorbereidingsbesluit wordt binnen 1,5 jaar gevolgd door een Omgevingsplan met dezelfde inhoud. In dit omgevingsplan zijn de voorbeschermingsregels uit het voorbereidingsbesluit overgenomen binnen de agrarische bestemming rond het woonperceel van prikkelarm wonen en is in artikel 14.2.2. van dit omgevingsplan het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen verboden. Met dat verbod is het aanhouden van een afstand van 50 m tussen woningen en agrarisch perceel niet meer noodzakelijk en is er dus geen ‘spuitzonering’ meer nodig.
Conclusie:
Zienswijze 2 Zienswijze 2.1:
Reactie gemeente:
Het algemeen belang van realisering van de onderhavige ‘prikkelarme woningen’ hebben wij afgewogen tegen het persoonlijk belang van reclamant. Deze belangenafweging is opgenomen in paragraaf 4.4 van de bij dit plan behorende motivering en blijkt verder ook uit de hierboven ingevoegde en in het verweerschrift opgenomen reactie op reclamants bezwaar. Concluderend vinden wij dat het algemeen belang van realisering van dit woningbouwproject moet prevaleren boven het individuele belang van reclamant en dat het dus redelijk is om deze spuitzone met spuitverbod op deze locatie ten behoeve van dit project op te nemen. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Het spuitverbod dat is opgenomen in het plan leidt tot een inperking van het agrarisch gebruik van de gronden van reclamant en tot waardeverlies. Er is niet gemotiveerd waarom dit verbod noodzakelijk is en of er ook andere maatregelen genomen kunnen worden. Er heeft geen belangenafweging plaatsgevonden. Wij zijn voornemens om op de gronden van reclamant een waterberging te realiseren. Hiertoe worden op het ogenblik gesprekken gevoerd om tot verwerving van deze grond over te gaan. Wij gaan ervan uit dat dit overleg met reclamant tot verwerving zal leiden. Primair is ons standpunt dan ook dat een inhoudelijke reactie op de zienswijze van reclamant met betrekking tot de spuitzone niet nodig is. Secundair verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 1.7. In aanvulling daarop merken wij met betrekking tot het belang van de eigenaar van het agrarisch perceel het volgende op. Wij onderkennen dat een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen consequenties heeft voor de eigenaren van de omliggende agrarische percelen. Theoretisch bestaande rechten worden door dit plan ingeperkt. Wij hebben dan ook het belang van de omliggende eigenaren afgewogen tegen het belang van de realisatie van deze 30 prikkelarme woningen.
Wij vinden dat het belang van de realisatie van de woningen moet prevaleren boven reclamants belang als eigenaar van het agrarisch perceel, omdat: − Reclamants bedrijfsvoering in het geheel niet agrarisch georiënteerd is waarmee het niet waarschijnlijk is dat er in de nabije toekomst invulling wordt gegeven aan gewasteelt voor de eigen bedrijfsvoering. − Het huidig en historisch gebruik voor het weiden van dieren en graswinning op het perceel in combinatie met de bedrijfsactiviteiten van de eigenaar het eveneens niet aannemelijk maken dat er spuitwerkzaamheden kunnen
en zullen gaan plaatsvinden. Er heeft de afgelopen 10 tot 20 jaar in ieder geval geen teelt plaats gehad die gemechaniseerde chemische gewasbescherming vereisen met een bijbehorende spuitzone. − Het perceel deels zeer laag en nat is gelegen waardoor wijziging naar een teelt waarvoor gespoten moet worden niet aannemelijk is. − Slechts een klein deel van het perceel van reclamant geraakt wordt door het spuitverbod. − Wij het belangrijk vinden dat er voor deze doelgroep prikkelarme woningen worden gerealiseerd. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het TAMomgevingsplan.
Conclusie:
Staat van Wijzingen Ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan worden de volgende ambtshalve wijzigingen aangebracht: verbeelding onderwerp reden
wijziging
Bestemming van overgebleven bedrijfsbestemming Stokhasseltlaan 38 Tussen de woning aan Stokhasseltlaan 34 en deze woningbouwontwikkeling aan Stokhasseltlaan 38 ligt nog een strook grond, in eigendom van de gemeente Tilburg, met een bedrijfsbestemming. Dit gedeelte van de bedrijfsbestemming is overgebleven na het herbestemmen van de bedrijfsbestemming aan Stokhasseltlaan 38 die nodig was voor ‘prikkelarm wonen’. Er zal hier geen bedrijf meer worden gevestigd. Een bestemming Groen is hier passender omdat hierdoor voorzieningen (zoals groen en wandel- en fietspaden) kunnen worden gerealiseerd voor de toekomstige waterbergingen in dit gebied. De nieuwe verbeelding van dit plan is bijgevoegd als bijlage 5 bij dit raadsvoorstel. De na realisering van het project ‘prikkelarm wonen’ overgebleven bedrijfsbestemming wordt bestemd tot ‘Groen'.
Regels onderwerp
Voorwaardelijke verplichting storting kwaliteitsbijdrage
reden
Op basis van artikel 10 van de planregels mogen de woningen niet in gebruik worden genomen als de landschappelijke inpassing niet is aangebracht. De provincie vraagt informeel om ook de verplichte storting in het landschapsfonds van 1% van de uitgifteprijs (in dit geval € 3.448,00, zoals beschreven in paragraaf 2.2 van de motivering) ook op te nemen in deze voorwaardelijke verplichting. Daar hebben wij inhoudelijk geen bezwaar tegen. Aan artikel 10 (voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing) wordt naast de landschappelijke inpassing ook de kwaliteitsbijdrage toegevoegd. Typefoutjes worden hersteld
wijziging onderwerp reden Wijziging
In artikel 2.1 wordt stokhasseltlaan met een hoofdletter geschreven. Alle definities worden consequent met een kleine letter geschreven. Enkele typefoutjes worden hersteld.
Bijlage 1 ‘Indieners zienswijzen’ Recl nr. 1 2.
naam
adres
Bijlage 2 besluit op bezwaar tegen de BOPA
woonplaats
GEMEENTE TILBURG
VERZONDEN 2 OKT 2025 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e
Onderwerp Begeleidingsbrief
Ons kenmerk
Datum 2 oktober 2025 Uw kenmerk
2381340/ELE5O01/TBJUR
TILBURG
Afdeling
Juridische Zaken
Doorkiesnummer 14 013
E-mail 5.1.2e
@tilburg.nl
Postadres Postbus 90155
5000 LH Hibuig
Geachte 5.1.2e
Bezoekadres 5.1.2e
5038 WG Tilburg
,
Op het door u ingediende bezwaarschrift op grond van de Algemene wet bestuursrecht inzake Z202400002883 bouw prikkelarme woningen 5.1.2e , hebben wij op 1 oktober 2025 een beslissing genomen. Voor de inhoud daarvan verwijzen wij u naar de bijgevoegde beschikking. Tegen onze beslissing kunt u binnen zes weken na de verzending van deze brief gemotiveerd beroep instellen bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Het instellen van beroep schorst de werking van onze beslissing niet. Indien u een voorlopige voorziening wilt bewerkstelligen, kunt u daartoe bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team Bestuursrecht, een verzoek indienen. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het beroepschrift is ingediend.
U kunt ook digitaal het beroep- en verzoekschrift indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Indien u nog vragen hebt over de inhoud van de beschikking kunt u contact opnemen met de secretaris van de Commissie voor de Bezwaarschriften, 5.1.2e , bereikbaar op telefoonnummer 5.1.2e of per - il i i de brief).
5.1.2e
Hoo nam
afde
e Zaken
Bijlage(n): 2
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Collegebesluit
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op de bezwaarschriften van: 5.1.2e • , 5.1.2e te Tilburg, in deze vertegenwoordigd door 5.1.2e januari 2025 (zaaknummer 2376485); 5.1.2e • Tilburg, 5.1.2e te Tilburg, d.d. 29 januari 2025 (zaaknummer 2381338) en 5.1.2e • , 5.1.2e te Tilburg, d.d. 29 januari 2025 (zaaknummer 2381340).
, d.d. 21
De bezwaren zijn gericht tegen ons besluit van 18 december 2024. Hierna verlenen wij een omgevingsvergunning aan WonenBreburg voor het bouwen van 30 prikkelarme woningen op de locatie Stokhasseltlaan 38 te Tilburg in afwijking van het omgevingsplan. Wij hebben de bezwaren beoordeeld.
Besluit Wij verklaren de bezwaren ongegrond. Dit betekent dat wij - ook na heroverweging van ons besluit van 18 december 2024 - vinden dat wij dit besluit terecht hebben genomen. Wij handhaven het besluit van 18 december 2024, onder aanvulling van de motivering en de volgende voorwaarde: De woningen mogen niet in gebruik worden genomen alvorens een beheerplan is ingediend door vergunninghouder en dit beheerplan is goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het beheerplan moet met participatie van omwonenden tot stand komen.
Het proces tot nu toe • Op 23 mei 2024 diende WonenBreburg (hierna: vergunninghouder) een aanvraag in voor het bouwen van 30 prikkelarme woningen op de locatie Stokhasseltlaan 38 te Tilburg. • Op 29 mei 2024 publiceerden wij de aanvraag in het elektronisch gemeenteblad (Gemeenteblad 2024, 231236). • Op 24 juni 2024 stelden wij de aanvrager in de gelegenheid om binnen 42 dagen de aanvraag aan te vullen. Daarna hebben wij deze termijn drie maal verlengd tot in totaal 18 weken. • Op 26 juni 2024 bracht de omgevingscommissie een positief advies uit over het bouwplan onder voorwaarde dat een definitief landschapsplan ter goedkeuring wordt voorgelegd. • Op 4 november 2024 was de aanvraag compleet zodat deze kon worden beoordeeld. • Op 19 november 2024 hebben wij de beslistermijn met instemming van vergunninghouder met 8 weken opgeschort. De beslistermijn eindigde hierdoor op 14 januari 2025. • Op 17 december 2024 bracht de omgevingscommissie een positief advies uit onder voorwaarde dat de landschappelijke uitwerking van het binnenterrein wordt aangeleverd voorafgaand aan de start van de bouw. • Op 18 december 2024 besloten wij de omgevingsvergunning voor de bouw van 30 prikkelarme woningen op de locatie Stokhasseltlaan 38 te verlenen.
Het betreft hier een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.8 van de Omgevingswet voor de activiteit afwijken van de regels van het omgevingsplan. • Op 20 december 2024 publiceerden wij ons besluit in het elektronisch gemeenteblad (Gemeenteblad 2024, 536577). • Op 21 januari 2025 diende 5.1.2e (hierna ook: bezwaarmaker 1), in deze vertegenwoordigd door 5.1.2e , een bezwaarschrift in tegen dit besluit. • Op 28 januari 2025 dienden GroenrijkTilburg en 5.1.2e (hierna ook: bezwaarmaker 2) een bezwaarschrift in tegen dit besluit. • Op 28 januari 2025 heeft 5.1.2e zijn bezwaarschrift aangevuld. • Op 13 maart 2025 stelden wij, op verzoek, 5.1.2e Tilburg en 5.1.2e in de gelegenheid het bezwaarschrift uiterlijk 1 mei 2025 aan te vullen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. • Op 10 april 2025 heeft 5.1.2e per e-mail medegedeeld af te zien van het rechtte worden gehoord. • Op 27 mei 2025 heeft de vertegenwoordiger van de afdeling Dienstverlening namens ons haar standpunt naar de Commissie voor de bezwaarschriften (hierna: de commissie) gezonden. • Het afdelingsstandpunt is op 28 mei 2025 per e-mail naar bezwaarmakers en vergunninghouder verzonden. • Op 11 juni 2025 heeft 5.1.2e namens 5.1.2e Tilburg per e-mail medegedeeld dat het niet nodig of zinvol is om de geplande hoorzitting op 12 juni 2025 door te laten gaan vanwege gesprekken die gepland stonden met de gemeente.
Hierop is de hoorzitting van 12 juni 2025 geannuleerd. • Op 7 juli 2025 heeft 5.1.2e Tilburg telefonisch medegedeeld af te zien van het recht te worden gehoord. 1 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Hoorzitting Op 2 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Bij deze hoorzitting was de vergunninghouder aanwezig. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door twee medewerkers. Wij werden vertegenwoordigd door vijf medewerkers van de betrokken afdelingen. Zij waren aanwezig om het bestreden besluit toe te lichten en om vragen van de commissie te beantwoorden. Omdat bezwaarmakers hebben afgezien van het rechtte worden gehoord, waren zij niet bij de hoorzitting aanwezig. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt [bijlage 2). De bezwaren De bezwaren luiden, kort samengevat, als volgt: Bezwaren 5.1.2e 1. Het is bezwaarmaker niet duidelijk hoe wij tot de keuze voor deze locatie zijn geKomen. in net besiuit wordt niet aangegeven welke andere plekken zijn bekeken en waarom deze minder geschikt worden geacht. 2. Bezwaarmaker vraagt zich af welke soort bewoners er in de prikkelarme woningen komen. Dat wordt niet duidelijk uit de vergunning. 3. Bezwaarmaker vindt de locatiekeuze voor de bouw van 30 prikkelarme woningen op een agrarisch perceel omsloten door bedrijfsbestemming, tussen een autobedrijf en een tuincentrum, niet passend. Bezwaarmaker vindt het onduidelijk wat deze planlocatie te maken heeft met een rustige groene omgeving. 4. Bezwaarmaker meent dat de ontwikkeling ten onrechte als 'wonen' wordt aangemerkt.
Het gaat om mensen die in een normale woonwijk niet kunnen functioneren zonder de aanzienlijke kans om (woon-) overlast te veroorzaken. Een maatschappelijke bestemming is daarom volgens bezwaarmaker beter passend. 5. Bezwaarmaker stelt dat wij in deze kwestie de gemeenteraad hebben gepasseerd door het initiatief als 'wonen' aan te merken. In geval van maatschappelijke activiteiten is er, voor zover er sprake is van een maatschappelijk gevoelig initiatief, een bindend advies van de gemeenteraad nodig. 6. Bezwaarmaker stelt dat het project in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening. Uit niets blijkt dat de provincie het verzoek dat de gemeente stelt te gaan doen, zal honoreren. 7. Bezwaarmaker stelt dat het plan niet voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen. Er worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd, terwijl volgens de gemeentelijke parkeernorm 20 parkeerplaatsen nodig zijn. 8. Bezwaarmaker vindt het bijzonder dat voor het realiseren van prikkelarme woningen gekozen wordt voor een locatie waarbij hogere geluidsnormen moeten worden vastgesteld. 9. Bezwaarmaker merkt op dat zich in de omgeving van het plangebied een paardenhouderij/manage bevindt op 5.1.2e . Er wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Het gaat echter om het realiseren van prikkelarme woningen met bewoners die gevoelig zouden zijn voor geluid, geur, etc. 10.
Bezwaarmaker vreest dat de ontwikkeling een nadelig effect heeft op de bedrijfsvoering van zijn garagebedrijf en op zijn woongenot. Ook voor cliënten van het autobedrijf kan dit ongewenste effecten hebben. De bouw van de woningen maakt uitbreidingmogelijkheden van het bedrijf van bezwaarmaker onmogelijk. 11. Bezwaarmaker geeft aan dat het perceel 3646, dat zijn eigendom is, een agrarische bestemming heeft. Uit vaste rechtspraak van de Raad van State volgt dat een afstand van tenminste 50 meter, de zogenaamde 'spuitvrije zone', dient te worden aangehouden tussen agrarische percelen en woningen (gevoelige functies), in verband met het (mogelijke) gebruik Van gewasbeschermingsmiddelen. De prikkelarme woningen zijn gesitueerd ruim binnen 50 meter van het agrarisch perceel 3646 en dit is niet toegestaan. 12. Bezwaarmaker stelt dat de voorziene ontwikkeling niet passend is op deze locatie en niet voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Bezwaren 5.1.2e Tilburg en 5.1.2e 1. Het besluit is genomen op 18 december 2024 en bekendgemaakt op 20 december 2024. De inhoudelijke materie is complex en de inhoudelijke stukken zijn pas op 6 januari 2025 gedeeld. Bezwaarmaker heeft op het moment van de vergunningaanvraag informatie gevraagd. Er is onnodig lang gewacht met het delen van informatie waar concreet navraag naar is gedaan en die cruciaal is voor de onderbouwing van het initiatief en bescherming van de bedrijfsactiviteiten van bezwaarmaker. 2. Bezwaarmaker verzoekt om een redelijke termijn om kennis te nemen van de onderzoeksresultaten en eventueel een second opinion te kunnen vragen. De gemeente en WonenBreburg zouden deze zorgvuldigheid ook in acht moeten nemen, gelet op de beoogde kwetsbare doelgroep. 3. Het is niet duidelijk met welke huidige bedrijfsactiviteiten bij de vergunningverlening rekening is gehouden. Volgens jurisprudentie moet ook rekening worden gehouden met concrete plannen die in voorbereiding zijn. Uit de onderzoeken blijkt niet dat dit is gebeurd. In de stukken is omschreven dat rekening is gehouden met de 2 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG
4.
5.
6.
bedrijfsuitbreiding aangrenzend aan het tuincentrum. Het is niet duidelijk welke uitgangspunten hiervoor zijn gehanteerd. Bezwaarmaker maakt zich er zorgen over dat eventuele toekomstige ontwikkelingen of uitbreidingen van het tuincentrum conflicten kunnen opleveren met het prikkelarm wonen. De visie van de gemeente voor zowel de lange als de korte termijn is niet opgenomen in de motivering van het besluit. In de onderbouwing van het initiatief wordt geconstateerd dat ervoor prikkelarm wonen geen toetsingsnormen zijn. Vervolgens wordt geconstateerd dat bijvoorbeeld bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt. Deze conclusie kan niet worden getrokken als er geen toetsingsnormen zijn. Het is niet duidelijk hoe het 'prikkelarm' zijn is onderzocht. Dit is wel van belang om te motiveren in verband met de 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Er wordt geconstateerd dat een hogere geluidswaarde toelaatbaar is vanwege mogelijke bouwkundige — nrJnn f>?4- < — L* o < ■ J4r-U • ^4«+■ U <-*■ —■ I! n i i lao Li cgcicl i . Mii. Vd i IMUUL Llvi i i IILi i i tC. L i IS-L I LailuLI CH VMM
i M i MOi M i■ •
I-»» i itri »-» ri i i éi-—
>■ ~ i i i ■
Er is niet gewaarborgd dat er geen andere doelgroepen worden gehuisvest. Er wordt nergens in de vergunning juridisch geborgd dat het geen concept wordt als bijvoorbeeld 'Skaeve Huse'. 8. De stem van de omgeving is onvoldoende meegenomen in de besluitvorming. Met minimale aanpassingen kan een plan worden gerealiseerd waarvoor vanuit de omgeving wel draagvlak is. 9. Er is toegezegd om bomen en substantieel groen aan te planten tussen de nieuwe bebouwing en de Stokhasseltlaan. Dit om de bebouwing zoveel mogelijk aan het zich te onttrekken vanaf de straatzijde. Het is onduidelijk wie de werkzaamheden gaat uitvoeren en wat het inrichtingsplan is. 10. Bezwaarmaker gaat ervanuit dat door de toekomstige eigenaar klachten vanuit de bewoners over omgevingsgeluid of activiteiten worden afgehandeld r zonder dat hij als omwonenden / omliggend bedrijf daarvan hinder ondervindt. 11. Bij het initiatief komt een woning voor een beheerder. Uit de vergunning blijkt niet hoe de afspraken over het toekomstige beheer en het onderhoud van het terrein zijn geborgd. 12. Het bouwplan van 30 woningen, deels gestapeld, direct tegenover het woonhuis van bezwaarmaker heeft effect op de directe woonomgeving en mogelijk ook de waarde van het woonhuis van bezwaarmaker.
Er zijn alternatieven denkbaar waarbij deze impact aanzienlijk minder zou zijn en een waardevermindering niet of nauwelijks aan de orde zou zijn. De gemeente heeft in het besluit niet meegenomen in welke mate alternatieven zijn onderzocht en hoe is gekomen tot dit ontwerp en deze omvang. 13. Bezwaarmaker concluderen dat de omgevingsvergunning met de onderliggende stukken de nodige vragen oproept en niet in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7.
Beoordeling van de bezwaren Wij hebben het besluit opnieuw beoordeeld. Bij deze beoordeling hebben wij de bezwaren meegenomen. Het beoordelingskader Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sindsdien heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. Op het perceel Stokhasseltlaan 38 was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan "Lobelia-Spinder-Rugdijk" van kracht. Dat bestemmingsplan maakt dus onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg.
Daarnaast wordt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderscheid gemaakt tussen een omgevingsplanactiviteit (een ruimtelijke beoordeling, bijvoorbeeld of een bouwplan past binnen het omgevingsplan) en een bouwactiviteit (een technische beoordeling, bijvoorbeeld of een bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen). In het bestreden besluit wordt een omgevingsvergunning voor beide activiteiten verleend. U heeft alleen bezwaargronden ingediend wat betreft de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De bouwactiviteit (technisch) laten wij daarom buiten beschouwing. Het bouwplan is in strijd met het (tijdelijke deel van) omgevingsplan, onderdeel "Lobelia-Spinder-Rugdijk" Het bouwplan heeft betrekking op het realiseren van 30 prikkelarme woningen met bijbehorende voorzieningen, zoals bergingen, buitenruimten, parkeerplaatsen, wadi's, ondergrondse nutsvoorzieningen, landschappelijke inpassing en dergelijke, op de locatie Stokhasseltlaan 38 te Tilburg. Hiervoor heeft vergunninghouder op 23 mei 2024 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend.
3 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Wij hebben de aanvraag getoetst aan de Omgevingswet (hierna: de Ow). Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef
en onder a, van de Ow is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: het Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer wij de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit moeten verlenen. Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend als gemeente Tilburg, sectie F, nummers 7211, 7212, 7213 en 7215, plaatselijk bekend als Stokhasseltlaan 38. Het plangebied heeft de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Agrarisch'. Er geld(en) geen dubbelbestemming(en) voor de gronden.
De voorgenomen ontwikkeling naar een woonfunctie past niet binnen het nu geldende omgevingsplan. Het plan is namelijk in strijd met het huidige omgevingsplan voor wat betreft: a. De bestemming Bedrijf (omdat deze gronden alleen mogen worden gebruikt voor ae uitoerening van een bedrijf en hier één bedrijfswoning aanwezig mag zijn); b. De bestemming Agrarisch (omdat deze gronden alleen voor agrarische activiteiten mogen worden gebruikt en hier niet mag worden gebouwd). Het bovenstaande betekent dat de gevraagde activiteit op twee onderdelen in strijd is met het tijdelijk omgevingsplan. Er is daarom sprake van een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA).
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties In artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl is bepaald dat, als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, deze alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Omdat hier sprake is van een bevoegdheid dient een belangenafweging plaats te vinden. In het bestreden besluit hebben wij gemotiveerd waarom wij van mening zijn dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend. Ter onderbouwing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties verwijzen wij allereerst naar de motivering in het bestreden besluit en naar de notitie "Ontwikkeling project Prikkelarm Wonen Stokhasseltlaan 38, Tilburg" van 17 december 2024. Deze onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving maakt deel uit van ons besluit van 18 december 2024.
In de bezwaarschriften geven bezwaarmakers aan dat er naar hun mening in dit geval geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren overwegen wij als volgt: Stokhasseltlaan 38 is een geschikte locatie voor prikkelarm wonen. Alternatieven zijn onderzocht. Beide bezwaarmakers stellen dat onvoldoende gemotiveerd is waarom voor deze locatie zou zijn gekozen en welke alternatieven zijn onderzocht.
In dit verband constateren wij dat het bouwplan zijn oorsprong vindt in het besluit van het college van 16 april 2016 tot vaststelling van het projectplan Aanpak Verwarde personen. Eén van de deelprojecten hierbinnen is de realisatie van een prikkelarme woonomgeving voor kwetsbare mensen. Prikkelarm wonen houdt in dat er sprake is van een woonlocatie waar bewoners weinig tot geen prikkels vanuit de omgeving ervaren. Vervolgens is een zoektocht gestart naar een mogelijke locatie om deze woonvorm te kunnen realiseren. Hierbij is alleen gekeken naar locaties die beschikbaar waren voor dit initiatief. Dit betekent dat ze in eigendom moesten zijn bij de gemeente of bij een van de woningcorporaties. In eerste instantie werden er toen geen geschikte locaties gevonden. Op 8 juni 2020 heeft de Stuurgroep Stedelijke Ontwikkeling een standpunt ingenomen over 5 locaties die (opnieuw) onderzocht zijn op wenselijkheid voor prikkelarm wonen. Het ging hierbij om de eerder beoordeelde locaties Stokhasseltlaan 38, 5.1.2e , de 5.1.2e en de nieuw aangedragen locatie Bokhamerstraat 44. De Stuurgroep heeft toen het standpunt ingenomen om primair in te zetten op de locatie aan de 5.1.2e voor prikkelarm wonen. Deze locatie wordt als meest kansrijk ingeschat en is naar verwachting relatief gemakkelijk in te zetten voor prikkelarm wonen.
Op 9 juli 2020 is door de Stuurgroep Stedelijke Ontwikkeling het standpunt ingenomen om de haalbaarheidsfase voor prikkelarm Wonen aan de 5.1.2e op te starten.
4 van 16
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
GEMEENTE TILBURG Op 5 oktober 2021 hebben wij een definitief besluit genomen m.b.t. het prikkelarm wonen aan de Stokhasseltlaan 38. Besloten is om een haalbaarheidsonderzoek te starten naar de realisatie van een prikkelarme woonomgeving op de locatie Stokhasseltlaan in afstemming met ontwikkelingen in het omliggende gebied. Daartoe is een intentieovereenkomst ondertekend met de Tilburgse woningcorporaties en vier zorgpartijen. Tijdens een informatiebijeenkomst over prikkelarm wonen op 17 mei 2022 is toegelicht waarom is gekozen voor de locatie Stokhasseltlaan 38. Argumenten daarvoor waren dat: Het perceel snel beschikbaar is, omdat dit op de verkooplijst stond van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Er een goede ruimtelijke inpassing kan plaatsvinden, die de entreefunctie van het gebied versterkt. Andere locaties zijn afgevallen omdat: Er sprake was van leefbaarheidsproblematiek in de directe omgeving, waardoor de locatie op sociaal viak prikkelrijk is. Er zeer dure ingrepen gedaan zouden moeten worden in de vorm van geluidsschermen. Er al andere plannen voor de locatie/gebied zijn, zoals de ontwikkeling van een bedrijventerrein en/of grootschalige woningbouw. Wel zijn er bij de keuze voor de Stokhasseltlaan 38 aandachtspunten benoemd, die meegenomen moeten worden bij het haalbaarheidsonderzoek.
Dit zijn: Actief betrekken van de wijkraad, omwonenden en ondernemers in het proces; Aandacht voor kwalitatieve invulling van de locatie (een goede stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing); Bijdrage aan een versterking van de entree van Noord, komende vanaf de Burgemeester Bechtweg; Relatie met mogelijke aanleg van waterberging en watergang op een deel van dit perceel en Treffen van de nodige maatregelen om te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat vanwege geluidbelasting.
Deze aandachtspunten hebben wij in acht genomen. Zo heeft participatie in de aanloop naar deze omgevingsvergunning uitgebreide aandacht gekregen. Voor de ontwikkeling is een impactscan uitgevoerd, waaruit een categorie C is gekomen. Dat betekent dat er een participatietraject doorlopen moet worden. In het kader hiervan hebben er brede informatiebijeenkomsten plaatsgevonden, zijn er klankbordgroepbijeenkomsten geweest en is er op andere wijze gecommuniceerd, zoals door middel van bewonersbrieven en publicaties. Bezwaarmaker 1 is bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep op 29 maart 2023 en op 13 september 2023 aanwezig geweest. Bezwaarmaker 2 is bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep op 29 maart 2023 en op 12 december 2023 aanwezig geweest. Het verslag van de omgevingsdialoog, inclusief impactscan is bijgevoegd als bijlage de omgevingsvergunning.
Alle aanpassingen die door de klankbordgroep voor de locatie zijn voorgesteld, zijn doorgevoerd, namelijk: Het ontwerp van de gebouwen is aangepast van 3 naar 2 bouwlagen; Er komt een geluidswal toegevoegd tussen het autobedrijf van bezwaarmaker 1 en de woningen; Alle 4 de bestaande gebouwen worden gesloopt in plaats van de beoogde 3 gebouwen; De balkons op de eerste verdieping worden naar de binnenzijde van het terrein gericht in plaats van aan de kant van de autobedrijf van bezwaarmaker 1; en Er wordt voorrang verleend aan bewoners van Tilburg Noord om op de locatie te kunnen komen wonen. Daarnaast is er op verzoek van bezwaarmaker 2 extra groen toegevoegd, zodat zij vanuit hun woning minder direct zicht hebben op de kopgevel van het rechterblok, maar op groen. Dit maakt onderdeel uit van het landschapsplan, dat als bijlage bij de vergunning is gevoegd. Nu deze aandachtspunten in acht zijn genomen, zijn wij van mening dat de locatie Stokhasseltlaan 38 de meest geschikte locatie is voor deze ontwikkeling en dat de stem van de omgeving voldoende is meegenomen in de besluitvorming. De bezwaren maken dit niet anders.
Wij hebben de locatiekeuze besproken tijdens de bijeenkomsten van de klankbordgroep, waarbij beide bezwaarmakers, zoals hiervoor aangegeven, ook aanwezig waren. Verder hebben wij ter beantwoording van de vragen over de locatiekeuze op 17 april 2023 per e-mail een notitie aan de volledige klankbordgroep (inclusief bezwaarmakers) beschikbaar gesteld met een onderbouwing van de locatiekeuze. 5 van 16