CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.3 ontwerp omgevingsplan motivering

Raadsvergadering 9 maart 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 'TAM omgevingsplan hs 22g Louis Bouwmeesterplein'27.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

TAM-OMGEVINGSPLAN TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein Motivering met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.TAM2024007-b001

7 oktober 2025

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling2 1.2 Leeswijzer 2 Hoofdstuk 2 Het plangebied 3 2.1 Huidige situatie 3 2.2 Toekomstige situatie 4 Hoofdstuk 3 Toetsing aan algemene beleidskaders 7 3.1 Rijk 7 3.2 Provincie 9 3.3 Waterschap 12 3.4 Gemeente 13 Hoofdstuk 4 Toetsing aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Aspecten fysieke leefomgeving 19 4.2 milieu en gezondheid 46 Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid 56 5.1 Financieel economische uitvoerbaarheid 56 5.2 Kostenverhaal en nadeelcompensatie 56 Hoofdstuk 6 Participatie 57 6.1 publicatie voornemen wijziging omgevingsplan 57 6.2 Behandeling omgevingstafel 57 6.3 Participatie omgeving 57 6.4 Zienswijzen 57 Hoofdstuk 7 Belangenafweging en conclusie 58

18

Motivatie

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling De gemeente Tilburg en BPD|Bouwfonds gebiedsontwikkeling willen in samenwerking komen tot een integrale gebiedsontwikkeling van het Louis Bouwmeesterplein, waarbij een parkeergarage met circa 700 parkeerplaatsen en maximaal 480 woningen, een groen binnenhof en commerciële en maatschappelijke functies in de plint mogelijk wordt gemaakt.

Afbeelding: plangebied De ontwikkeling kan niet gerealiseerd worden binnen de regels van het omgevingsplan Tilburg. Er kan een besluit worden genomen om het omgevingsplan te wijzigen. In dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn regels en motivering opgenomen. In het document wordt gemotiveerd waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie in dit gebied. Er wordt nader ingegaan op welke wijze de ontwikkeling aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden verwoord die aan de basis hebben gestaan van de planontwikkeling. De motivering geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer. Gemotiveerd wordt dat het plan past binnen de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale omgevingsverordening en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt een beschrijving en motivering gegeven van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. <0000> Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, waarbij zowel de ruimtelijke als functionele aspecten aan bod komen. <0000> Hoofdstuk 3 beschrijft de toetsing aan de algemene beleidskaders van Rijk, Provincie, Waterschap en gemeente. <0000> Hoofdstuk 4 betreft de toetsing aan de fysieke leefomgeving en milieu. <0000> Hoofdstuk 5 beschrijft de economische uitvoerbaarheid en het kostenverhaal. <0000> Hoofdstuk 6 omvat een omschrijving van de participatie en zienswijzen. <0000> In hoofdstuk 7 wordt de belangenafweging beschreven en is een conclusie opgenomen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

2

Hoofdstuk 2 Het plangebied Het plangebied is gelegen aan het Louis Bouwmeesterplein en het Zomerpark in Tilburg en omvat de percelen TBG01 M 12591, TBG01 M 8477 en TBG01 M 11704. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Schouwburgring in het noorden, de Kloosterstraat in het zuiden, het Louis Bouwmeesterplein met de schouwburg in het oosten en de Zomerstraat in het in de noordwesthoek.

Afbeelding: ligging plangebied in Tilburg

2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is in het plangebied een openbare parkeergarage in 3 bouwlagen en parkeerplaatsen op maaiveldniveau gelegen. Aan de Schouwburgring is een winkelplint met daarboven woningen gesitueerd. In dit gebouw zit een corridor, een doorgang naar de achterzijde van het gebouw. Daar vindt het laden en lossen voor de winkels plaats. Tussen de parkeergarage, de Zomerstraat en de Kloosterstraat is een klein park gesitueerd.

Afbeelding: vogelvlucht huidige situatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

3

2.1.1 Huidige ruimtelijke en functionele structuur Een belangrijke intentie van het plan is het herstellen van de historische lintenstructuur. In de huidige situatie is een groot 'gat' geslagen in de straatwand en loopt het historische lint niet meer door. In het verleden liep de Zomerstraat door en was het Zomerpark een tuin achter een villa gelegen. In deze situatie was de bebouwing langs de Korvelseweg/Zomerstraat één van de lange linten met een continue straatwand. Met het nieuwe bouwblok wordt de straatwand hersteld en daarmee de herkenbaarheid van het historische lint vergroot. Het Zomerpark wordt weer ingekaders waardoor het een heldere, groene ruimte wordt. Uit de historische analyse is naar voren gekomen dat het wenselijk is om de Zomerstraat ruimtelijke weer te verbinden met de Nieuwlandstraat. Deze route kruist de Schouwburgring en mogelijk kan de route in de toekomst, met een doorbraak in het bouwblok aan de noordzijde van de Schouwburgring, worden doorgezet. Dit herstel is één van de leidende principes voor de ontwikkeling, waarbij een aantrekkelijk stedelijk bouwblok en een groene omgeving worden gerealiseerd.

Afbeelding: Vogvlucht met aanduiding oorspronkelijk verloop lint 2.1.2 strijdigheden met het omgevingsplan Het plangebied is gelegen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan 'Centrum zuid 2008'. Daarnaast gelden binnen het plangebied: <0000> het parapluplan Tilburg, Appartementen 2019 <0000> het parapluplan Tilburg, Terrasregels 2019 <0000> het parapluplan Tilburg, Parkeerregeling 2017 <0000> het parapluplan waterberging & grondwaterbescherming <0000> het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j, regeling flitsbezorgingsbedrijven Binnen het omgevingsplan 'Centrum zuid 2008' heeft het plangebied de bestemmingen 'Groen', 'Centrum-Zuid', 'Verkeer-Verblijf' en 'Wonen-gestapeld'. De ontwikkeling is gedeeltelijk in strijd met de bestemmingen omdat er sprake is van een andere situering van de gebouwen in het plangebied. Daarnaast is de ontwikkeling in strijd met de bouwhoogte en wordt gedeeltelijk buiten het bouwvlak gebouwd. Eventuele strijdigheden met de binnen het plangebied vigerende parapluplannen zijn minder van belang, nu voor het gehele plangebied het omgevingsplan wordt gewijzigd, en daarmee deze parapluplannen niet meer gelden voor het plangebied. Voor zover van toepassing zijn deze regels opgenomen in het gewijzigde omgevingsplan.

2.2 Toekomstige situatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

4

In de toekomstige situatie wordt het plan onderdeel van een groter geheel van het geherstructureerde kernwinkelgebied en centrumgebied. Daarbij wordt een betere verbinding gemaakt van het kernwinkelgebied naar de Zomerstraat-Korvelseweg. De bestaande bebouwing van appartementen, winkels en parkeergarage wordt afgebroken en er komt een alzijdig stedelijk bouwblok met een gemengd programma, een mobiliteitshub en een gevarieerde volumeopbouw rond een groen dek voor in de plaats.

2.2.1 Het plan en inrichting plangebied Op de locatie wordt een alzijdig stedelijk bouwblok ontwikkeld met een mix van functies. Het parkeren zit samen met deelmobiliteit en fietsparkeren in het hart van het blok en daarnaast ook verdiept ondergronds in nog 2 lagen. Eromheen liggen op de eerste 2 lagen woningen en commerciele functies, woningtoegangen en de toegangen tot parkeer- en fietsparkeergelegenheid en trappen naar het verhoogde dek met de binnentuin. Daarboven wordt gewoond. Er komen verschillende woningtypes voor diverse doelgroepen in een hoogstedelijke dichtheid rond een openbaar toegankelijke binnentuin die met trappen vanaf tenminste 3 zijden bereikbaar is.

Afbeelding: het bouwblok in de omgeving TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

5

2.2.2 beoogde functies De beoogde functies zijn wonen, commerciele en/of maatschappelijke voorzieningen en een mobiliteitshub met parkeren en stallingsruimte voor diverse voertuigen. bovenop de parkeervoorziening komt een groene openbaar toegankelijke binnentuin.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

6

Hoofdstuk 3 Toetsing aan algemene beleidskaders 3.1 Rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. We maken ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. We bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel. We zorgen voor sterke en gezonde steden en regio’s. En we stimuleren een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Toetsing aan NOVI De ontwikkeling draagt bij aan het beleid vanuit de NOVI. Er wordt met deze compacte gemengde ontwikkeling en de vergroening invulling gegeven aan een sterke en gezonde stad. Door te bouwen nabij voorzieningen en OV met vergroening en waterberging is er ook ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. De drie afwegingsprincipes zijn van kracht: een combinatie van functies gaat hier voor enkelvoudige functies: 1. Het bouwblok combineert maatschappelijke voorzieningen en/of commerciële ruimten, wonen, parkeren en groen binnen de contouren van het plangebied in een gecombineerde compacte gemengde ontwikkeling. 2. De opzet van het bouwblok is nauwkeurig afgestemd op de kenmerken en identiteit van het gebied. Het leesbaar maken van het verhaal van de plek is nadrukkelijk onderwerp van de verdere uitwerking en architectuuropgave. 3.

Door de bestaande parkeerplaatsen uit de parkeergarage op te nemen in en onder het blok en deze aan te vullen met extra plaatsen, wordt afwentelen van ruimtevraag op de omgeving voorkomen. Door dit te omzomen met levendige functies wordt een positieve bijdrage aan de verblijfskwaliteit en de omgevingskwaliteit gecreëerd. 4. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. De opgenomen regels en omgevingswaarden zijn gesteld ter bescherming van nationale belangen en het voldoen aan internationale verplichtingen. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

7

In het Bkl is onder meer geregeld welk bestuursorgaan bevoegd gezag is bij het verlenen van een omgevingsvergunning, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en procedures. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Hoofdstuk 5 bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Afdeling 5.1 stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over: <0000> algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1) <0000> waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2) <0000> beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3) <0000> beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4) <0000> beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5) <0000> behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) <0000> behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7) <0000> bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8) Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over: <0000> voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen <0000> lokale spoorwegen binnen vervoerregio's <0000> lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool <0000> bebouwingscontour jacht <0000> bebouwingscontour houtkap Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Ondanks het ingekaderde karakter van de afwegingsruimte die door de instructieregels ontstaat, biedt het Bkl veel ruimte aan de gemeente om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te sturen. Als de gemeente gebruik wil maken van deze afwegingsruimte, zal zij dit goed moeten motiveren. Daarnaast zullen deze deugdelijk onderbouwde, op het specifieke deelgebied afgestemde kaders ook moeten worden uitgewerkt in juridische planregels. Toetsing aan Bkl Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het plangebied bepaald welke gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Uit raadpleging van 'Regels op de kaart' blijkt dat het plangebied is gelegen binnen een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren. Het Bkl stelt binnen dergelijke gebieden regels aan maximale bouwhoogten van windturbines om verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Dit wijzigingsbesluit voorziet niet in windturbines.

Voor zover thematische instructieregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een toets aan deze instructieregels plaats in Hoofdstuk 4 van deze motivering. 3.1.2 Maatschappelijke behoefte Met deze gebiedsontwikkeling wordt een impuls gegeven aan het centrumgebied. Er worden maximaal 444 woningen toegevoegd. In de plint worden functies toegevoegd die van meerwaarde zijn voor de buurt. In het openbaar gebied wordt ruimte gegeven aan de voetganger en als bijdrage aan de klimaatopgave wordt er meer ruimte gemaakt voor groen en waterberging. 3.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

8

Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.

Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Met dit plan wordt de bouw van 450 woningen mogelijk gemaakt. Uit artikel 5.129g blijkt dat dit artikel alleen van toepassing is wanneer sprake is van een voldoende substantiële ontwikkeling. Uit de jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een omgevingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen of niet meer dan 500m2 aan uitbreiding of nieuwbouw van overige functies in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Deze ontwikkeling betreft dus een stedelijke ontwikkeling waarbij de ladder van toepassing is. Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant.

In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose.Uit de prognose uit 2020 is er een 25.000 extra woningen vastgesteld voor de periode 2020-2040. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. In 2023 is de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose bijgesteld. Hoewel er in de periode tussen 2020 en 2025 duizenden woningen zijn toegevoegd, blijft de opgave zo’n 25.000 woningen tot 2040, met een stevig accent op uitbreiding in de periode tot 2030 met 10.000 woningen. In het nieuwe Woonbeleid 2025-2030 is daarmee de behoefte opgenomen om 2.000 woningen per jaar tot 2030 toe te voegen. Toets van andere functies aan duurzame verstedelijking Binnen het plangebied wordt circa 2070 m2 bvo aan winkelruimte gesloopt. De gemeente en initiatiefnemer hebben daarnaast afspraken gemaakt over de levering van circa 820m2 winkelruimte aan de gemeente.

De gemeente gaat deze winkelunits in 2026 slopen als onderdeel van de vergroening van de Schouwburgring (Parkring). Het nieuwe plan staat maximaal 700m2 aan commerciële en/of maatschappelijke en horecafuncties. Detailhandel wordt niet toegelaten.Per saldo vermindert hiermee het bvo aan commerciële functies, waarmee een verdere laddertoets niet van toepassing is.

3.2 Provincie 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

9

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1.

De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, is er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.

Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000>

De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden; <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant verordening is tegelijk met de Omgevingswet van kracht geworden. In de omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels.

De instructieregels uit hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant hebben tot doel dat de gemeenteraad de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling van een omgevingsplan. De regels zijn van toepassing op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De wet biedt de mogelijkheid dat Gedeputeerde Staten voor de vergunningverlening voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevallen aanwijst waarvoor verplicht advies (met instemming) bij hen gevraagd moet worden. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft bij besluit van 7 november 2023 de volgende activiteiten aangewezen waarover advies moet worden aangevraagd. Een activiteit zoals de beoogde ontwikkeling komt niet op die lijst voor. Er is dan ook geen advies van GS nodig. Specifiek voor het plangebied gelden de volgende werkingsgebieden: <0000> Stedelijk gebied (instructieregels gemeente) TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

10

Beperking grootschalige logistiek (instructieregels gemeente Stalderingsgebied (instructieregels gemeente) Daarnaast gelden voor iedere ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. <0000> <0000>

Stedelijk gebied Artikel 5.31 (Externe werking Natuur Netwerk Nederland) bepaalt dat een nieuwe ontwikkeling die binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en die aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant geeft, de negatieve effecten waar mogelijk moet beperken en de overblijvende, negatieve effecten moet compenseren. Deze bepaling is niet van toepassing op aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In paragraaf 5.1.5 is gemotiveerd dat dit project gelet op de aard en omvang in verhouding tot de ligging ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant geen negatieve effecten tot gevolg zal hebben. Compensatie is dan ook niet aan de orde. Artikel 5.55 (Duurzame stedelijke ontwikkeling) bepaalt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals wonen, werken of voorzieningen in beginsel binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en dat daarbij gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling past binnen regionale afspraken en dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Bij de beoogde ontwikkeling is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.1.4 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Kortheidshalve volstaat hier de conclusie dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

Er is immers sprake van een herontwikkeling van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij vindt op een verantwoorde wijze (zie hoofdstuk 5) verdichting plaats, waarbij voldoende oog is voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De locatie is gelegen dicht tegen het centrum van Tilburg met al haar voorzieningen en op 300 meter van een bushalte, wat uitnodigt om gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen. De overige regels binnen dit werkingsgebied (veehouderij in Stedelijk gebied en Toedeling beheer vaarwegen) zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Beperking grootschalige logistiek Artikel 5.56 (Grootschalige logistiek) stelt beperkingen aan de ontwikkeling van grootschalige logistiek. Deze regels zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald dat bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling moet worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake.

De ontwikkeling betreft het opnieuw benutten van een bebouwd bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dus sprake van een herbestemming binnen bestaand bebouwd gebied. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: <0000> de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige en archeologische waarden; <0000> de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer <0000> de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Al deze aspecten komen terug in deze motivering. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het project voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende thema's binnen de lagen (zie Hoofdstuk 4 Toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu). Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan de TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

11

mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren. Ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn wordt als meerwaarde gezien. Ten slotte kan ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) in het buitengebied deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval zit de meerwaarde met name in het feit dat er met de nieuwe woningen wordt bijgedragen aan de gemeentelijke opgave om in de periode 2022-2026 circa 8.000 woningen te realiseren. De benodigde extra parkeerplaatsen zijn voorzien in een parkeergarage. De openbare ruimte rondom de bebouwing is groen ingevuld. Dit nodigt bewoners en omwonenden uit om door het gebied te bewegen en te ontmoeten.

3.3 Waterschap Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied van Waterschap De Dommel. Het relevante beleid van dit waterschap is opgenomen in het waterbeheerprogramma. Daarnaast heeft het waterschap een waterschapsverordening vastgesteld. 3.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Waterschap De Dommel hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: <0000> Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. <0000> Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. <0000> Wat schoon is moet schoon blijven.

We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: <0000> van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied; <0000> van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied; <0000> van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

3.3.2 Waterschapsverordening Net als de provincie heeft het waterschap een omgevingsverordening vastgesteld. In de Waterschapsverordening Waterschap de Dommel 2024 staan de regels voor bewoners, bedrijven en andere overheden met betrekking tot activiteiten in of nabij rivieren, beken, sloten, gemalen, en dijken (waterkeringen) en activiteiten met betrekking tot het grondwater. Binnen het plangebied of direct daarbuiten liggen geen provinciale vaarwegen, A- of B-watergangen, waterkeringen, of beschermingszones daarvan. Ook ligt er geen rioolwatertransportleiding binnen of nabij het plangebied. Binnen de projectlocatie zijn in zowel de huidige als toekomstige situatie geen activiteiten voorzien

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

12

waarbij systematisch grondwater wordt onttrokken of ontwatering plaatsvindt door middel van drainage. Bepalingen hierover uit de Waterschapsverordening zijn dan ook niet van toepassing op het plangebied. Ten slotte geldt bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak het uitgangspunt dat ruimtelijke (her)ontwikkelingen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal moeten worden uitgevoerd. Om aan dit uitgangspunt te kunnen voldoen wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen en afvoeren. In de Waterschapsverordening is daarom bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning water te lozen in of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam: <0000> Een omgevingsvergunning voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak is niet nodig als: a. het verhard oppervlak toeneemt met maximaal 500 m²; of b. de toename van verhard oppervlak alleen bestaat uit een groen dak c. de toename meer dan 500 m² maar maximaal 10.000 m² bedraagt, en er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan in de vorm van een bergingsvoorziening met een minimale compensatie die voldoet aan de volgende rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x <gevoeligheidsfactor> x 0,06 (in m).

Een omgevingsvergunning is wel nodig voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door afkoppeling als er minimaal10.000 m² bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld.

3.4 Gemeente 3.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

13

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.

<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Toets van het plan aan de omgevingsvisie Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend zijn. We werken aan een optimale regionale bereikbaarheid voor de auto, trein, bus en (e-) fiets.

In lijn met die opgaven zijn een openbare parkeergarage en mobiliteitshub met deelauto's en -fietsen onderdeel van het plan. Ecologische verbindingen met en tussen de regionale natuurgebieden zijn van belang voor het goed functioneren van het ecologisch systeem. Het Zomerpark en de daktuin binnen het plan vormen ecologische stapstenen voor de uitbreiding en versterken van groene routes in de stad. Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Woonmilieus beter laten aansluiten bij de behoeften van de bewoners is ons streven. We spreken initiatiefnemers erop aan dat ze rekening houden met verschillende leefstijlen, differentiatie in woonmilieus. Ook streeft de gemeente naar voldoende betaalbare woningen voor de diverse inkomens en doelgroepen. Prettig leven in de eigen wijk is ook een kwestie van voldoende (zorg)voorzieningen in de buurt, een aangename inrichting van de openbare ruimte, een veilige woonomgeving en aanwezigheid en toegankelijkheid van groen in de buurt. Voorzieningen en openbaar vervoer moeten aanwezig en toegankelijk zijn. Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal. Tilburg is een jonge, dynamische stad met een unieke ontstaansgeschiedenis en een eigenaardig stratenpatroon vol verrassingen en kansen. Monumenten, historische structuren, karakteristieke linten en TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

14

pleinen geven identiteit aan de stad en de dorpen. Ons erfgoed geeft eigenheid aan een plek en vergroot daardoor de herkenbaarheid. We zetten in op het behoud van waardevol erfgoed. Dat betekent niet dat er een stolp over het erfgoed staat, maar dat we het verleden gebruiken als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen. Het erfgoed geven we daarin nadrukkelijk een plek. Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Groen en water dragen bij aan een aangename omgeving om in te verblijven, maar ze zorgen ook voor lokale verkoeling. Daarmee dragen groen en water bij aan de gezondheid en welzijn van de inwoners. Groene routes in de stad zorgen voor verbinding van de groene ruimtes, meer zichtbaarheid van het groen in de stad en een grotere toegankelijkheid. Door burgers te betrekken bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en het onderhoud, worden groen én water meer verbonden met bewoners en gebruikers in de buurt. Door te verdichten in het centrum en een differentiatie aan woonvormen en voorzieningen toe te voegen boven een mobiliteitshub, krijgt dit in het plan vorm. Door het zomerpark te versterken als groene stapsteen en een daktuin te maken wordt het systeem versterkt met een groene schakel en worden groene routes uitgebreid en versterkt. Water krijgt ook een prominente rol in het gebouw en buitenruimteontwerp.

3.4.2 bestuursakkoord 'meer voor elkaar'' Het Akkoord ‘Meer voor elkaar betreft het bestuursakkoord voor de raadsperiode 2022 tot 2026. In dit akkoord staan doelen, koers en aanpak beschreven met betrekking op gezondheid, jeugd, kansengelijkheid, energietransitie, verduurzaming van de bestaande woon- en werkomgeving, groen in de stad, mobiliteit, openbare ruimte, nieuwe woningen, werkgelegenheid, kunst cultuur, evenementen en sport. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaand wooncomplex gesloopt om plaats te maken voor een nieuw woongebouw met ruimte voor commerciële en/of maatschappelijke functies in de plint. In totaal worden maximaal 480 woningen gerealiseerd en er is sprake van verdichting ten opzichte van de huidige situatie. Het woonprogramma voorziet in huur- en koopwoningen in het betaalbare en vrije segment. Bij de herontwikkeling worden de woningen volgens hedendaagse duurzaamheidsstandaarden gerealiseerd. In de ontwikkeling is voldoende oog voor vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit, zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte. 3.4.3 Woonbeleid en volkshuisvesting Woonvisie en Woonagenda 2020-2025 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema’s en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd.

In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Centraal in de Woonagenda staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners. Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen. Woonbeleid 2025-2030 In het nieuwe Woonbeleid 2025-2030 wordt de Woonvisie Tilburg 2015 en Woonagenda 2020-2025 vervangen. In dit nieuwe gemeentelijk woonbeleid zijn een viertal speerpunten opgenomen die gebaseerd zijn op onze woonopgave en de ambities die de gemeente wil verwezenlijken. Dit zijn 1.

Meer betaalbare woningen. De gemeente zet in op het toevoegen van 10.000 woningen tussen 2025 en 2030. Dit sluit aan op de afspraken gemaakt binnen de SRBT-woondeal. Daarbij wordt gemeentebreed inzetten op een verdeling in de nieuwbouw van 30% sociale huur, 40% betaalbare koop en middenhuur en 30% vrije keuze. Daarnaast wordt meer ingezet op het beter benutten van de huidige voorraad en de betaalbaarheid van de woningen op langere termijn.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

15

2.

De juiste woning op de juiste plek. Er wordt gebiedsgericht gewerkt aan het versterken van de ongedeelde stad en de gemeenschap, met een divers aanbod van woningen. Daarbij stuurt de gemeente op geschikte en passende woningen en (collectieve) woonvormen in nabijheid van voorzieningen. Zo kunnen we (nieuwe) Tilburgers boeien, binden en laten blijven. Daarbij wordt een basiskwaliteit gehanteerd voor woningen. Woningen dienen een oppervlakte van minimaal 50m2 GBO (gebruiksoppervlakte) te hebben. Voor aandachtsgroepen en bijzondere woonvormen zijn onder voorwaarden woningen kleiner dan 50m2 mogelijk.

3.

Voor iedereen een passende woonvorm. Onder dit speerpunt valt het beleid om voldoende en passende huisvesting met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding te bieden voor aandachtsgroepen, waaronder ouderen. Daarbij wordt aangesloten op de Woonzorgvisie Regio Hart van Brabant en de Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg.

Een sterkere positie op de woningmarkt. Dit speerpunt richt zich op een toegankelijke en inclusieve woningmarkt voor alle (nieuwe) Tilburgers. Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie wonen 2021 Om het tekort aan woningen op te vangen zijn meer woningen nodig. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Hieronder deze verdichtingsprincipes. Bouwen met een menselijke maat Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Een stedelijk leven op ooghoogte; actieve en levendige plinten van gebouwen. <0000> Een menging en een synergie van functies voor een levendige openbare ruimte. <0000> Interactie tussen gebouwen en openbare ruimte, die ontmoeting stimuleert. <0000> Oogcontact vanuit bovenliggende verdiepingen op de aangrenzende openbare ruimte. <0000> Een maximale openbaarheid van de openbare ruimte en opheffen sociale, fysieke barrières en anonimiteit.

<0000> Een fijnmazig netwerk van openbare ruimte en doorwaadbaarheid van de stad. <0000> Voor iedereen eenvoudig bereikbare van voorzieningen en groen en koelteplekken, in de nabijheid van de woonomgeving; de zogenaamde 15 minutenstad. Duurzaam en toekomstgericht Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Een robuust groen-, water- en biodiversnetwerk. <0000> Een klimaatadaptieve omgeving en bebouwing. <0000> Een schone, sociale en gezonde omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. <0000> We streven naar groen en biodiversiteit voor iedereen dichtbij door een aaneenschakeling van ‘stepping stones’ van substantieel groen of blauw (water) in de stad met een onderlinge afstand van maximaal 400 meter. Deze groene of blauwe plekken worden niet alleen verbonden door groenstructuren in combinatie met hoogwaardige loop- en fietsroutes, maar ook door bijzonder groen zoals geveltuinen en groene daken. <0000> Alle inwoners hebben binnen 300 meter van hun woning toegang tot een koelteplek of groene of blauwe plek die via een groene of blauwe structuur verbonden is met een natuurgebied in de omgeving. <0000> Er wordt natuurinclusief gebouwd en hanteren om dat te toetsten het ‘puntensysteem natuurinclusief bouwen’. <0000> Een veranderende slimme stedelijke mobiliteit. <0000> Verplaatsingen te voet, te fiets (Bicycle Oriënted Development) en Openbaar Vervoer als norm.

<0000> Een aantoonbare bijdrage aan inclusieve buurten, wijken en stad. <0000> Multifunctionele gebouwen en stedelijke blokken. <0000> Energieneutraal bouwen is uitgangspunt voor nieuwbouw. <0000> Bij nieuwbouw en herontwikkeling van vastgoed stimuleren we dat zoveel mogelijk hergebruikte of herbruikbare materialen en grondstoffen worden gebruikt. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

16

<0000>

We faciliteren een stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur (energietransitie, watersysteem en data).

voortbouwen op het Tilburgs weefsel Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Afleesbaarheid van de cultuurhistorische tijdslagen en het DNA van de stad. <0000> onderscheidende wijken: Binnenstad, Oude stad binnen de Ringbanen, na-oorlogse wijken, Reeshof en dorpen, waarbij op een passende wijze en mate verdicht, ingeweven en gemengd wordt. <0000> Voortbouwen en verdichten binnen de bestaande Tilburgse laag en karakteristiek van het stedelijk blok. <0000> Hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle en betekenisvolle toevoeging aan de omgeving. <0000> We stimuleren vroegtijdige betrokkenheid van bewoners, eindgebruikers en ondernemers bij planvorming. <0000> Benutten van kansen om in stedelijke blokken ruimte en voorzieningen te delen (mobiliteit, energie, keuken). <0000> We stimuleren het gebruik van een 2e maaiveld voor vergroening, klimaatadaptatie, en verblijven en het toepassen van groene gevels en het opwekken van (zonne)energie op daken. maatschappelijk rendement en betrokkenheid Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> participatie van bewoners, ondernemers, instanties als integraal onderdeel van het beleids-, ontwikkel- en ontwerpproces op diverse schaalniveaus zoals stad, wijk, buurt, straat en gebouw. <0000> actief creëren van een proces van draagvlak, meedenken en waar mogelijk het creëren van toegevoegde waarde voor de buurt of wijk.

<0000> vooraf heldere kaders voor het speelveld en spelregels van participatie, zodat voor deelnemers duidelijk is welke rol ze hebben. <0000> heldere informatie en terugkoppeling over dilemma’s, afweging en besluitvorming tijdens het proces over ingebrachte bijdragen. De ontwikkeling voor het Louis Bouwmeesterplein sluit hierbij aan en geeft aan deze principes nader invulling, vorm en uitwerking. <0000> De menselijke maat is leidend voor het vormgeven aan een levendige stad op ooghoogte met het plan en interactie tussen gebouw en buitenruimte. <0000> Er wordt voortgebouwd op het Tilburgs weefsel, waarbij het plan structuren verbindt. <0000> Het tweede maaiveld wordt ingezet voor vergroening en klimaatadaptatie. De versterking van groen in en rond het plan en het bijdragen aan een structuur van groene stepping stones is een belangrijke pijler. <0000> De buurt wordt met een participatieaanpak en een planteam actief betrokken bij de ontwikkeling. Er wordt ingezet op meerwaarde voor de buurt en de stad. Toetsing van het plan aan het woonbeleid Het plan vormt een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave: er worden maximaal 480 woningen mogelijk gemaakt en er worden 36 appartementen gesloopt. Van de bouw wordt minimaal 20% in de sociale huur, 10% in de middeldure huur en 20% in de betaalbare koop gerealiseerd.

De ontwikkeling draagt bij aan het perspectief ‘boeien-binden-blijven’ uit de agenda Binnenstad en het Woonbeleid 2025-2030. De nieuwbouw richt zich primair op het langdurig behouden van inwoners voor de binnenstad met kwalitatief hoogstaande woningen. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan de behoefte aan geschikte woningen voor gezinnen in dit gebied en de mogelijkheden voor doorstroming van ouderen. Op gemeenteniveau wordt bij nieuwbouw ingezet op 30% sociale huur en 40% betaalbare koop en middenhuur, met als uitgangspunt 10% middenhuur, en 30% zonder voorgeschreven prijsniveau. Deze doelstelling is bewust op stedelijk niveau bepaald, waarbij gebiedsgericht wordt afgewogen en op projectniveau maatwerk mogelijk is. In de woningbouwprogrammering zijn voldoende plannen bekend waarbij de stedelijke doelstelling wordt gehaald. Ook op gebiedsniveau, in dit geval op het kruispunt van de drie wijken waarin en langs het Louis Bouwmeesterplein ligt, zijnde Binnenstad, Oerle en de Trouwlaan-Uitvindersbuurt, voldoet de optelsom van alle plannen aan de opgenomen verdeling. Op projectniveau is daarom maatwerk mogelijk. In de agenda Binnenstad is geconcludeerd dat er de laatste jaren veel woningen zijn toegevoegd voor starters om hen te binden aan de stad.

Nieuwbouw moet zich op basis van deze agenda vanaf nu bij voorkeur richten op het langduriger behouden van inwoners voor de binnenstad. Met ruime en kwalitatief hoogstaande TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

17

appartementen in (middel)dure huur of koopsegment is dit mogelijk. Daarnaast is er in de binnenstad behoefte aan geschikte woningen voor gezinnen. De nabijheid van voorzieningen biedt ook mogelijkheden voor doorstroming van ouderen. 3.4.4 Toekomstbestendige werklocaties Het toevoegen van werkfuncties sluit aan op de visie in de “Nota Toekomstbestendige Werklocaties” (2020). Hierbij wordt ingezet op functiemenging, werken in de wijk en het faciliteren van kleinschalige werkplekken in gemengde woon-werkomgevingen. Buurtgerichte dienstverlening en kleinschalig ondernemerschap (werkplekken, recreatieve en kleinschalige sportvoorzieningen) dragen bij aan de economische diversiteit van de stad. De binnenstad is een stedelijk gemixt milieu. Hierbinnen wordt gestreefd naar een mix van wonen, horeca, werken, maatschappelijke voorzieningen, kleinschalige leisure, en detailhandel (voor zover in overeenstemming met horeca-, leisure- en detailhandelsbeleid). Toetsing Met dit plan worden commerciële ruimten gerealiseerd in de plint van de nieuwe gebouwen. Het gaat om een maximale oppervlakte van 700m2. Dit draagt bij aan de functiemenging in het gebied. 3.4.5 Horecabeleid Het Horecabeleid ”Beleidsnota gebiedsgerichte horecavisie” is in 2023 vastgesteld.

Voor dit gebied geldt dat ondersteunende of additionele horeca bij een andere functie, alsmede een daghoreca (horeca categorie 1) wordt toegestaan. Voor de openingstijden van de daghoreca wordt aangesloten bij de openingstijden van winkels. Hiermee wordt ook voorkomen dat er voor de toekomstige bewoners overlast ontstaat in de avond en nacht. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaat er immers bij consumenten steeds meer een behoefte aan onderscheidende concepten in zowel winkels als horeca. Bijvoorbeeld een kapsalon met een koffiebar of een lunchroom waar het gehele interieur te koop is. Maar ook bij een dienstverlenende bedrijven, zoals een gebouw met een maatschappelijke functie, is een bijbehorend horecaconcept denkbaar.] Toetsing In het plan wordt maximaal horeca 1 (daghoreca) toegelaten, waarbij de openingstijden worden beperkt tot maximaal de openingstijden van de winkels. 3.4.6 Structuurvisie linten Structuurvisie Linten in de Oude Stad is aangegeven dat de Binnenstad een bijzondere plek inneemt binnen de structuurvisie. Dit omdat er voor de Tilburgse Binnenstad al specifiek diverse nota's van toepassing zijn en die bovendien in het bestemmingsplan 'Binnenstad 2010' duidelijk en helder zijn vastgelegd.

Daarnaast is aangegeven dat er specifiek voor de Binnenstad diverse processen spelen die in dit deel van de stad dominanter en belangrijker zijn dan de Structuurvisie Linten in de Oude Stad. Het gaat dan om bijvoorbeeld de keuze van de winkelstructuur, de keuze voor dwaalgebied en de keuze voor de Cityring voor een betere ontsluiting van de stad. In het nieuwe bouwblok worden commerciële functies toegestaan met woningen op de verdiepingen. Het accent blijft daarmee liggen op de functie wonen. Er is sprake van een kwaliteitsslag, waarmee de continuiteit, de vitaliteit van het lint en de leefbaarheid van de binnenstad wordt verbeterd en geintensiveerd. De lintstructuur krijgt een markante koppeling naar de binnenstad en de structuur van de Cityring en het stadsforum.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

18

Hoofdstuk 4 Toetsing aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1.1 Stedenbouwkundige inpassing Aanhechting, activering en contour Het project Louis Bouwmeesterplein bestaat uit een alzijdig bouwblok dat de omliggende openbare ruimten een duidelijke begrenzing geeft en activeert met levendige functies in de plint, zoals grondgebonden woningen, appartementen en commerciële ruimten met verblijfsfunctie. De nieuwbouw sluit aan op bestaande straten en herstelde historische lijnen. Rondom het project ontstaan aantrekkelijke routes en verblijfsplekken, met entrees naar de fietsenstallingen, de parkeergarage en de bovenliggende woningen en binnentuin. Via trappen en routes naar en over het verhoogde dek met een tuin worden nieuwe verbindingen gecreëerd tussen het Zomerpark, Park Oude Dijk, het Stadsforum en het winkelhart.] Volume Het bouwblok heeft een basisbouwhoogte van vijf à zes bouwlagen. Op enkele plekken worden accenten toegevoegd die hoger zijn, waardoor het bouwblok aansluiting vindt bij de grotere schaal van de stad. Deze accenten markeren de verschillende richtingen uit de omgeving die in dit blok samenkomen. De volumeopbouw wordt in paragraaf 4.1.3 nader toegelicht in het kader van het Hoogbouwbeleid.

Afbeelding: planopzet Programma Het blok omvat circa 450 tot 480 woningen, ongeveer 700 m² BVO aan commerciële en maatschappelijke ruimte, goed toegankelijke fietsenstallingen en een parkeergarage/mobiliteitshub met een capaciteit van circa 700 plaatsen. Daarnaast komen er trappen naar een binnentuin op het verhoogde dek, in het hart van het bouwblok. Rondom het blok wordt in de openbare ruimte maximaal ingezet op vergroening en klimaatadaptatie. 4.1.2 omgevingskwaliteit (welstand) In 2024 is het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit vastgesteld. Met het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit wordt richting gegeven aan de manier waarop er in Tilburg met ambitie, optimisme, lef én historisch besef aan de verdere ontwikkeling van de stad en dorpen gewerkt gaat worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g, Louis Bouwmeesterplein

19

De Tilburgse Omgevingscommissie adviseert conform de Omgevingswet over bouwplannen. Zij doet dit op basis van de welstandsnota Tilburg 2017 die op 21 april 2020 is aangevuld. Voor dit plan heeft overleg plaatsgevonden met de Omgevingscommissie en het Kwaliteitsteam. Het Kwaliteitsteam is een het college aangewezen team van adviseurs c.q. deskundigen dat de nagestreefde ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling bewaakt. Het stedenbouwkundig model en het Omgevingsplan zijn ter beoordeling voorgelegd aan het Kwaliteitsteam en welstand en zijn akkoord bevonden. Tot en met de schetsontwerpfase adviseert het Kwaliteitsteam over de omgevingskwaliteit van het plan. Daarna zal het definitieve ontwerp worden voorgelegd aan de Omgevingscommissie. 4.1.3 Handreiking hoogbouw Het gemeentelijke hoogbouwbeleid is opgenomen in de Handreiking Hoogbouw die op 11 september 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad. Op 3 oktober 2023 heeft de Raad de reparatie "Handreiking Hoogbouw 2017 - reparatie juni 2023 vastgesteld. Met deze reparatie is het hoogbouwbeleid in overeenstemming gebracht met ons beleidsdoel en werkwijze, namelijk dat we ten aanzien van het bepalen van voldoende bezonning de Haagse bezonningsnorm hanteren, in plaats van de eerder genoemde Haagse bezonningsregel. Onder hoogbouw worden gebouwen hoger dan 15 meter verstaan.

Gemeente Tilburg wil hoogbouw realiseren op die locaties waar het een meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Hoogbouw kan bijdragen aan de verbetering van de openbare ruimte en zorgt voor het zuinig omgaan met ruimte. Met hoogbouw kan namelijk verdichting worden mogelijk gemaakt, waardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeterd kan worden. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De dynamiek van deze ontwikkelingen vraagt om maatwerk. Daar wil gemeente Tilburg op inspelen met een flexibeler en tegelijkertijd stringenter hoogbouwbeleid dan het voorgaande beleid. De Handreiking Hoogbouw (2017) voorziet in een algehele actualisering van het hoogbouwbeleid uit 2007. Het hoogbouwbeleid van 2007 ging nog uit van een kaartbeeld van de stad waarop was aangegeven waar hoogbouw 'gewenst', 'af te wegen' respectievelijk 'ongewenst' was. Het kaartbeeld leidde in de praktijk tot een aantal neveneffecten, zoals speculatie en overaanbod, beperkte sturingsmogelijkheden binnen de gebieden waar hoogbouw 'gewenst' was, weinig mogelijkheden om in te spelen op nieuwe gewenste ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16382774/1