CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.2. Ontwerp TAM hs 22p Kempenbaan toelichting.Pdf

Raadsvergadering 9 maart 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel besluit wijzigen TAM omgevingsplan hs 22p Kempenbaan-Oost23.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Binnen Groenblauwe waarden is het beleid gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van groenblauwe waarden, natuur en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. De provincie streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied; de Groenblauwe waarden. De gemeenten geven in hun omgevingsplan aan op welke wijze rekening wordt gehouden met deze waarden.

Concreet betekent dit dat invulling wordt gegeven aan de leidende principes van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem, zoals geformuleerd in dit Regionale Programma Water en Bodem. Binnen de groenblauwe waarden is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties met een extensief karakter, zoals grondgebonden landbouw en recreatie, en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden. Door de gebieden aan te duiden kan de gemeente de waarden betrekken in hun afweging. Groenblauwe waarden zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De provincie streeft niet alleen naar het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Daarom geldt binnen Groenblauwe waarden dat ontwikkelingen bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap.

Nieuwe ontwikkelingen passen daarom qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Gemeenten werken het concrete beleid binnen een gebied verder uit, rekening houdend met deze achterliggende doelstellingen. Hierbij is veel achtergrondinformatie beschikbaar, zoals de gebiedspaspoorten en de gebiedsgerichte ontwikkeling van gebieden zoals opgenomen in het Groenblauw Stimuleringskader. 4.12.2 Analyse plangebied

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ongeveer 1,9 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Gezien deze afstand kunnen negatieve effecten op dit Natura2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. De effecten door stikstofdepositie zijn met een AERIUS-berekening berekend. De resultaten hiervan staan beschreven in paragraaf 4.6.

Natuurbescherming in TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant Het plangebied ligt pal tegen het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), zoals begrensd op de kaarten van de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het betreft een nog niet gerealiseerde ecologische verbindingszone (EVZ) met een ruimtebeslag van 50 meter, 25 meter aan weerszijde. De uitrit van de ambulancepost en de kruising waar het op aansluit liggen direct tegen de EVZ aan (Figuur 1).

Afbeelding: planverbeelding behorend bij omgevingsplanwijziging De weg en de kruising gaan ook gebruikt worden door vrachtverkeer van en naar het (reeds vergunde) stadsdistributiecentrum. Dit betekent een significante toename van verschillende externe effecten, zijnde geluid door de ambulancesirenes, licht en mogelijk ook mechanische effecten. Verstoring door deze effecten is redelijkerwijs uit te sluiten door het nemen van mitigerende maatregelen. Bij de uitwerking dient de lichtuitstraling vanuit de nieuw aan te leggen weg en ambulancepost in beeld gebracht te worden en dienen de maatregelen concreet gemaakt te worden. Voor de mitigerende maatregelen tegen lichtverstoring kan worden gedacht aan dynamische verlichting, lagere lichtmasten en gerichte armaturen, afschermende beplanting en aangepaste lichtkleuren. Mitigerende maatregelen tegen geluidsverstoring zouden zich met name moeten richten op de locatie waarop ambulances hun sirene aanzetten. Soortenbescherming Er is op 16 april 2020 een ontheffing van de Wet Natuurbescherming (Wnb) verleend, met kenmerk Z/101882, voor de sloop van opstallen op de ontwikkellocatie. De ontheffing heeft betrekking op de muurhagedis, kerkuil en wezel en is verleend op basis van mitigatieplannen. Deze zijn opgesteld door bureau Natuurinclusief.

Voor gewone dwergvleermuis is geen ontheffing verleend, maar is gewerkt onder de gebiedsontheffing van gemeente Tilburg. Ook hiervoor is door Natuurinclusief een mitigatieplan opgesteld. Deze plannen zijn mogelijk nog niet uitgevoerd en dit dient nog te gebeuren. De onderzoeken die voorafgegaan zijn aan de ontheffing zijn inmiddels niet meer rechtsgeldig. De reden hiervoor is dat het terrein zich op een natuurlijke manier opnieuw heeft kunnen ontwikkelen. Er is daarom

opnieuw een quickscan flora en fauna uitgevoerd op het terrein (zie bijlage x). Uit de quickscan blijkt voor een aantal soort(groep)en mitigerende maatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten of strijdigheid met de specifieke wettelijke zorgplicht te voorkomen. Het gaat om grondgebonden zoogdieren zoals egel, konijn en vos, vogels, amfibieën en vleermuizen. Voor de meeste soorten gaat het om uitvoeringsmaatregelen om het doden of verwonden van dieren te voorkomen. Voor de vleermuizen gaat het om het voorkomen van negatieve effecten op vliegroutes door verlichting. Bovendien is er gekeken of de mitigatieplannen van Natuurinclusief zijn uitgevoerd; hiervoor zijn vooralsnog de tijdelijke maatregelen uitgevoerd. Definitieve inrichtingsmaatregelen zijn nog nodig voor wezel, muurhagedis (in de groene ruimte rondom de bouwvlakken) en vleermuizen (verblijfplaatsen in gebouwen). Deze maatregelen zijn uitvoerbaar op basis van het omgevingsplan. Naast de wettelijke verplichtingen is er een aantal beleidsvelden van kracht waaraan gehoor gegeven moet worden. Eén daarvan is het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Dit beleidsstuk en de B-Corp certificering dienen als uitgangspunt genomen te worden bij de technische en architectonische uitwerking van de ambulancepost en de kruising, al dan niet in samenspraak met het stadsdistributiecentrum.

De tijdelijke inrit vanaf de Kempenbaan doorkruist een 3e orde ecologische structuur, zoals aangegeven op de Stadsnatuurkaart 2040 (Raadsbesluit januari 2022). Na de ontwikkeling dient deze ecologisch te functioneren. Daarnaast geldt het afwegingskader "mag het licht uit". Dit houdt in dat verlichting op de 3e orde ecologische structuur zoveel mogelijk voorkomen dient te worden en waar mogelijk diervriendelijk wordt toegepast. Verlichting in de evz dient voorkomen te worden. Als laatste dient er een faunatunnel van 200 x 70 cm gerealiseerd te worden onder de inrit vanaf de Kempenbaan. Dit om de barrièrewerking van de inrit op de ecologische structuur te doorbreken/mitigeren. Bij alle ecologische ontwikkelingen dient een ecologisch deskundige en een ecoloog van de gemeente Tilburg aangehaakt te worden. 4.12.3 Conclusie <0000> Negatieve effecten op de ecologische verbindingszone zijn redelijkerwijs uit te sluiten door het nemen van mitigerende maatregelen. Bij de planuitwerking dient de lichtuitstraling vanuit de nieuw aan te leggen weg en ambulancepost in beeld gebracht te worden en dienen de maatregelen ter voorkoming van licht- en geluidsverstoring concreet gemaakt te worden. Ter borging hiervan is in de regels bij het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

<0000> Om strijdigheid met de soortenbescherming (grondgebonden zoogdieren zoals egel, konijn en vos, vogels, amfibieën en vleermuizen) te voorkomen dienen maatregelen te worden uitgewerkt. Voor de meeste soorten gaat het om uitvoeringsmaatregelen om het doden of verwonden van dieren te voorkomen. Voor de vleermuizen gaat het om het voorkomen van negatieve effecten op vliegroutes door verlichting. Hiertoe zullen voorwaarden worden gesteld in de omgevingsvergunning. <0000> Voor wezel, muurhagedis en gebouwbewonende vleermuizen dienen maatregelen te worden uitgewerkt op basis van een eerder verleende flora- en fauna-ontheffing. Deze maatregelen zijn uitvoerbaar op basis van het omgevingsplan. <0000> Bij de uitvoering worden de beleidsstukken “puntensysteem voor natuurinclusief bouwen”, Stadsnatuurkaart en het afwegingskader “mag het licht uit” betrokken.

4.14 Lichthinder 4.14.1 Wettelijk kader Kunstmatige verlichting kan hinder voor de mens veroorzaken evenals hinder langs wegen, verstoring van de natuur en horizonvervuiling. Voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen, ook wel assimilatieverlichting genoemd, zijn rijksregels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 4.790 Bal). In artikel 22.239 van de bruidsschat zijn regels opgenomen voor lichthinder bij het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast. Voor het toetsen van objecten met verlichting langs auto(snel)wegen dient het kader Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen (Rijkswaterstaat, 12 juni 2019) gevolgd te worden.

Verder is sprake van de specifieke zorgplicht uit het Bal wanneer een lichthinder veroorzakende activiteit een functioneel ondersteunende activiteit is bij een MBA uit het Bal. De specifieke zorgplicht beschermt namelijk de belangen genoemd in artikel 2.2 van het Bal. En in artikel 2.2, 1e lid, onderdeel c, onder 5, staat lichthinder. Er zijn nog geen gemeentelijke regels rondom lichthinder opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In het kader van het beschermen van de gezondheid (§5.1.4rdt wel gevraagd om eventuele lichthinder van overige activiteiten en de effecten hiervan op gezondheid te onderbouwen evenals het opnemen van maatregelen om lichthinder te voorkomen. Specifiek voor deze ontwikkeling: In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen en/of activiteiten waarvan lichthinder kan worden verwacht. Een nader onderzoek lichthinder is daarom niet uitgevoerd. 4.14.2 Conclusie Lichthinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Inleiding De weging van het waterbelang is een proces dat ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en aspecten als waterveiligheid en een goede waterkwaliteit geborgd zijn. De weging van het waterbelang is verplicht voor alle overheden die ruimtelijke plannen ontwikkelen of hierover besluiten. Een ruimtelijk plan dient vergezeld te gaan van een gemotiveerde afweging van de waterbelangen. In deze afweging worden de gevolgen van het plan voor het beheer van het watersysteem aangegeven en de benodigde maatregelen bepaald voor een toekomstbestendige waterhuishouding, waarin onder andere aspecten als waterveiligheid en een goede waterkwaliteit geborgd zijn. De gemeente beoordeelt deze afweging als er aanpassingen nodig zijn in het omgevingsplan en stemt hierover af het met waterschap. Het waterschap beoordeelt deze afweging bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. 5.1.1 Doel Het doel van de weging van het waterbelang in het omgevingsplan is om ervoor te zorgen dat waterbelangen expliciet en evenwichtig worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat gemeenten bij het vaststellen van omgevingsplannen rekening moeten houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen.

De weging van het waterbelang, voorheen bekend als de watertoets, helpt bij het beschermen van waterveiligheid en het behoud van waterkwaliteit. Gemeenten moeten de opvattingen van waterbeheerders betrekken bij hun plannen om te waarborgen dat waterbelangen goed worden geïntegreerd in de fysieke leefomgeving. 5.1.2 Afstemming met de waterbeheerder Bij deze afweging van het waterbelang is Waterschap De Dommel betrokken en is in het concept van de afweging om een reactie gevraagd. Deze informele reactie is verwerkt in deze afweging van het waterbelang Kempenbaan Oost (zie ook paragraaf 7.2).

5.2 Planlocatie 5.2.1 Locatie Het plangebied ligt tussen de Kempenbaan (west), de afrit Hilvarenbeek van de A58 (zuid), de weg Koningshoeven (oost) en de Nieuwe Leij (noord). Het bruto oppervlak is circa 3,5 hectare. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto opgenomen.

Afbeelding: luchtfoto van de planlocatie 5.2.2 maaiveld Plangebied is laaggelegen in beekdal van de Nieuwe Leij. De terreinhoogte varieert tussen ca. 11,6 m +NAP en 12,35 m +NAP. Kempenbaan en snelweg liggen hoger, waarbij de afrit van een terreinhoogte van ca. 20,0 m +NAP aansluit op een terreinhoogte van ca. 13,6 m +NAP van de Kempenbaan.

5.2.3 Grondwaterstand De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 11,00 - 11,50m + N.A.P. De gemiddelde grondwaterstand ligt rond de 11 meter m + N.A.P. De GLG ligt op 10,7 m + N.A.P. Deze grondwaterstanden zijn op basis van de gemeentelijke isohypsen-kaart. Dit is een inschatting van de werkelijke grondwaterstand. In

het plangebied is is 1 peilbuis aanwezig die sinds 2018 wordt gemeten. Deze peilbuis laat een iets lager, maar vergelijkbaarbeeld zien.

5.2.4 Huidig oppervlak watersysteem De noordgrens van het plangebied wordt gevormd door de Nieuwe Leij. Hiervoor geldt vanuit het WBP4 de inrichtingsopgave meandering. Om deze inrichtingsopgave te realiseren, geldt langs de Nieuwe Leij een profiel van vrije ruimte van 25 meter (weerszijden). De Nieuwe Leij heeft daarnaast een functie als Ecologische Verbindingszone in het provinciale natuurnetwerk. De ruimte die hiervoor en voor ontwikkeling van de beek en het beekdal is gereserveerd in de TAM-Omgevingsverordening van de provincie is gereserveerd, is breder dan het profiel van vrije ruimte (ca. 75 meter vanaf de beek). De Nieuwe Leij ligt in een dubbele duiker onder de Kempenbaan door. Ten westen van het plangebied, parallel aan de Kempenbaan, stroomt de Oude Leij. Hier geldt geen inrichtingsopgave. Wel geldt hier de beschermingszone voor beheer en onderhoud is voor zowel Nieuwe als Oude Leij 5 meter aan de zijde van het plangebied. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een B-watergang, die uitstroomt in de Oude Leij. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de leggerkaart met daarop het profiel van vrije ruimte en de beschermingszone aan beide zijden van de Oude en Nieuwe Leij.

Het gebied is gevoelig voor wateroverlast vanuit de Nieuwe Leij. Uit modelberekeningen van waterschap De Dommel blijkt dat eens in de 1 jaar de Nieuwe Leij een waterstand bereikt van 11,57 m + NAP. Op basis van de huidige klimaatscenario’s wordt 2050 eens in de 100 jaar een waterstand van 12,09 m + NAP verwacht. Onderstaande afbeelding geeft deze situatie weer.

5.2.5 Waterketen Binnen het plangebied is een gescheiden stelsel aanwezig. Dit stelsel ligt in de Koningshoeven. Westelijk van de Kempenbaan (Leijpark) komt een gemend overstort uit in de Nieuwe Leij. Bij de brug over de Koningshoeven is een meetpunt voor fysisch-chemische waterkwaliteit gelegen in de Nieuwe Leij.

Afbeelding: gescheiden riolering grenzend aan het plangebied

5.3 Beleid en regelgeving In deze paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tilburg en waterschap De Dommel. Het provinciaal beleid wordt ingevuld door de provincie Noord-Brabant. 5.3.1 Provincie Noord-Brabant Brabantse Omgevingsvisie: Deze visie bevat beleidsdoelen en uitgangspunten voor stedelijke en landelijke inrichting met het oog op klimaatadaptatie en waterbeheer. Het richt zich op het integreren van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Klimaatverandering leidt in Brabant tot meer extreem weer met hittegolven, hogere piekwaterafvoer in rivieren en beken, piekbuien en droogte. Dit heeft negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in Brabant en daarmee nemen risico’s op schade door wateroverlast en waterschaarste toe. De Brabantse Omgevingsvisie kent kernwaarden voor het handelen van de provincie. Dit zijn meerwaardecreatie, kwaliteit boven kwantiteit, sociale en technologische innovatie, continue verbetering van de leefomgeving en proactief en preventief handelen. Ze zijn vertaald in zeven handelingsprincipes, specifiek voor het beleid en de uitvoering op het vlak van wateren bodem. Degene die betrekking hebben op onderliggende rapportage zijn hieronder samengevat.

Principe 2) Elke druppel telt Het (regen)water wordt zo min mogelijk afgevoerd en wordt zoveel mogelijk vastgehouden in de bodem zodat het kan infiltreren in het grondwater. Hoger gelegen gebieden functioneren als infiltratiegebieden, lagergelegen gebieden zijn structureel natter.

Principe 3) Niet alles kan overal Het grondgebruik is volgend op wat het water- en bodemsysteem aan kan: niet alle gebruiksfuncties kunnen overal plaatsvinden in Brabant. Zo zijn in gebieden waar we ons drinkwater halen uit ondiepe pakketten de mogelijkheden voor bodemenergie beperkt. Principe 4) Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen Bij het optreden van extreme situaties zoals piekbuien, hoogwater of langdurige droogte, is er minder snel of minder ernstige overlast of schade. Regionaal Water en Bodem Programma (RWP): Dit programma beschrijft hoe de provincie samenwerkt met strategische partners om veilig, schoon en voldoende water te waarborgen. Het biedt richtlijnen voor het beheer van watersystemen en bodemkwaliteit. Het RWP omvat de volledige water- en vitale bodemopgave in Noord-Brabant voor de planperiode 2022-2027, met een doorkijk naar 2050. De TAM-Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is een tijdelijke alternatieve maatregel die is ingevoerd om de overgang naar de Omgevingswet te vergemakkelijken. Deze verordening bevat regels en voorschriften die van toepassing zijn op verschillende activiteiten binnen de provincie, zoals milieubelastende activiteiten, grondwaterbescherming, en stiltegebieden.

De verordening is bedoeld om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen en te verbeteren door duidelijke richtlijnen te geven voor het uitvoeren van activiteiten die invloed hebben op het milieu en de natuur. Daarnaast bevat de TAM-Omgevingsverordening instructieregels voor gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels geven aan welke onderwerpen zij in hun omgevingsplannen moeten opnemen en hoe zij bepaalde taken moeten uitvoeren Dit helpt bij het harmoniseren van beleid en maatregelen op lokaal niveau, zodat er een samenhangend en effectief omgevingsbeleid ontstaat. Een belangrijk aspect van de verordening is het overgangsrecht. Dit houdt in dat plannen en vergunningen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijven vallen onder het oude recht zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Dit zorgt voor continuïteit en duidelijkheid voor betrokken partijen tijdens de overgangsfase. Specifiek voor dit plan is artikel 5.42 Behoud en herstel van watersystemen van toepassing voor dit plan. De bijbehorende zonering overlapt met het noordelijk deel van het plan.

Artikel 5.42 Behoud en herstel van watersystemen Lid 1. Een omgevingsplan ter plaatse van Behoud en herstel van watersystemen strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Lid 2. Het omgevingsplan stelt regels die: a.

het oprichten van bebouwing beperken;

b.

het aanbrengen van verharde oppervlakten beperken; en

c.

het ophogen van gronden beperken.

Lid 3. Een omgevingsplan ter plaatse van Behoud en herstel van watersystemen kan in afwijking van het eerste lid een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als: a.

reële alternatieven voor die bouw- of gebruiksactiviteit ontbreken; en

b.

uit overleg met het waterschap blijkt dat hiertegen geen bezwaren bestaan.

Het betreft hier een bestaand bedrijventerrein, dat al grotendeels mocht worden bebouwd en verhard. Het plan voorziet in de realisatie van een ecologische verbindingszone van gemiddeld 25 meter aan zowel de noord- als zuidzijde van de Leij, hiermee dient het plan de waterdoelen en is er sprake van een verbetering t.o.v. de huidige situatie. 5.3.2 Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel heeft verschillende beleidsregels die van toepassing zijn op nieuwbouwplannen. Waterbeheerprogramma 2022-2027: Dit programma bevat richtlijnen voor waterbeheer, waaronder maatregelen voor waterkwaliteit en -kwantiteit. Waterschap De Dommel start de watertransitie naar een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Samen met alle partijen in het gebied hanteren we drie eenvoudige, sterke richtinggevende principes voor alle ontwikkelingen: 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan 3.

Wat schoon is moet schoon blijven Voor het plangebied betekent dit onder meer: <0000> Peil volgt gebruik waar het kan en gebruik volgt peil waar het moet.” We willen een structurelere oplossing vinden in het aanpassen van de waterafhankelijke functies, zodat die meer in overeenkomst zijn met de mogelijkheden en natuurlijke condities van het wateren bodemsysteem. <0000> In het stedelijk gebied is de inrichting van de openbare en private ruimte gericht op infiltratie en waar dat niet kan geregeld in klimaatbuffers. <0000> Stedelijke uitbreidingen en inbreidingen voor zowel woningen als bedrijven hebben geen verlagend effect op de grondwaterstanden en zijn bestand tegen wateroverlast. <0000> We accepteren dit niet meer in de beekdalen. Tenzij we, net als in de uiterwaarden van de grote rivieren, denken aan drijvende woningen en bedrijven of constructies op palen. <0000> Bij de aanleg van infrastructuur wordt rekening gehouden met de condities die horen bij het toekomstbestendige watersysteem. <0000> Gemeenten gebruiken het rioolstelsel waar het voor bedoeld is, namelijk het transporteren van vuil water naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Gemengde rioolstelsels worden uit gefaseerd. <0000> Het waterschap zet zich in voor de bronaanpak, de end-of-pipe-oplossing en een verbetering van de kwaliteit van het effluent (denk aan medicijnresten, microplastics).

Waterschapsverordening: Deze verordening bevat specifieke regels voor activiteiten bij beken, sloten en gemalen. Het vervangt de traditionele keur en is digitaal beschikbaar.

Hier zijn onder andere de eisen aan de compensatie van verhard oppervlak te vinden. Voor hemelwaterafvoer naar oppervlaktewater gelden de bepalingen uit de waterschapsverordening afdeling 2.6 Lozen. Voor nieuw verhard oppervlak is het uitgangspunt hierbij dat een bergings-/infiltratievoorziening wordt aangelegd met 60 mm (60 liter per m2) berging. Daarnaast zijn hier ook regels opgenomen met betrekking tot de vereiste beschermingszone rondom de A- en B-watergangen, de aanleg van bruggen en is hier ook in artikel 1.7 de specifieke zorgplicht opgenomen. Dit artikel stelt dat iemand die een activiteit uitvoert en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze activiteit schadelijke gevolgen kan hebben voor het watersysteem, verplicht is om: 1. Alle redelijke maatregelen te nemen om deze gevolgen te voorkomen. 2. Als voorkomen niet mogelijk is, de gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. Als de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, de activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Deze zorgplicht geldt voor eenieder, en eenieder kan op een schending van deze zorgplicht worden aangesproken. Als het handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht, kan het bestuur bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen inzetten.

Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater: Deze regels zijn gericht op het beschermen en verbeteren van de waterhuishoudkundige condities, zowel voor natuur als landbouw. 5.3.3 Gemeente Tilburg In het PWR 2024 – 2027 is het beleid ten aanzien van het vervangen of aanleggen van verharding bij ruimtelijke ontwikkelingen of in de openbare ruimte opgenomen. Het plan Kempenbaan oost is een ruimte ontwikkeling. Projecten waarbij realisatie van nieuwe infrastructuur, sloop en nieuwbouw van gebouwen of ontwikkeling van nieuwe wijken plaatsvindt, vallen onder de noemer ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Ontwikkelingen met een deel toekomstige openbare ruimte worden als volledige ruimtelijke ontwikkeling gezien. Deze werkzaamheden leiden in veel gevallen tot functieveranderingen en tot een toename of versnelling van de regenwaterafvoer. Doordat minder functies vastliggen zijn waterbergende voorzieningen beter in te passen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt de in tabel 1 genoemde regenwateropgave.

De ontwikkeling moet naast een opgave voor water op meerdere thema’s klimaatadaptief worden vormgegeven. Voor een integrale aanpak en toetsing van deze verschillende opgaven is het duurzaamheidsinstrument ontwikkeld. Deze tool geeft inzicht in hoe maatregelen op één of meerdere thema’s bijdragen door middel van

klimaatscores. Klimaatscores geven per gebied aan hoeveel groen minimaal ontwikkeld dient te worden en hoeveel verharding maximaal mag worden aangelegd. Ook geldt het puntensysteem Natuurinclusief Bouwen. Afhankelijk van de omvang van het bouwvlak en bouwhoogte wordt een minimaal aantal punten gevraagd welke behaald worden met het toepassen van natuurinclusieve maatregelen. Verwerken van regenwater bij voorkeur bovengronds Een waterslimme inrichting is echter niet altijd haalbaar. Soms is een ander handelingsperspectief nodig. Naast een multifunctionele bovengrondse inrichting willen we daarom meer nadrukkelijk ook het stapelen van functies in de ondergrond in beschouwing gaan nemen. Het plaatsen van een boom boven een waterbergingsvoorziening of boven op een leiding moet bijvoorbeeld kunnen als de levensduren van de voorzieningen zodanig op elkaar zijn afgestemd dat gelijktijdige vervanging mogelijk is en het goed blijft functioneren (o.a. voorkomen wortelingroei). Voor het verwerken van regenwater hanteren we de volgende voorkeursvolgorde (vasthouden, bergen, afvoeren): VOORKEURSVOLGORDE 1. Regenwater infiltreren; 2. Regenwater bovengronds bergen in openbare groenvoorzieningen zoals wadi’s, taluds, verlaagde bloemperken, etc; 3. Regenwater bergen op gebouwen (groene daken); 4. Regenwater bovengronds bergen op straat o.a.

holle wegen, tussen trottoirbanden, verdiepte parkeervakken; 5. Regenwater bergen in ondergrondse voorziening (mits goed te onderhouden) 6. Regenwater oppervlakkig/ zichtbaar afvoeren over de weg; 7. Ondergronds afvoeren via riolen.

5.4 Toekomstige situatie 5.4.1 Planopzet De planopzet bestaat uit maximaal 20 woningen, een ambulancepost, een ontsluitingsweg tussen de Koningshoeven en de Kempenbaan, een nieuwe kruising op de Kempenbaan ter hoogte van de nieuwe ontsluitingsweg, de aanleg van een ecologische verbindingszone en het toevoegen van groen en water. Darnaast is ten zuiden van de ambulancepost reeds een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verleend voor de realisatie van een stadsdistributiecentrum. Hoewel deze ontwikkeling geen onderdeel uitmaakt van deze wijziging van het Omgevingsplan, wordt bij de bepaling van de verharding en de bijbehorende hemelwaterberginsopgave integraal gekeken naar de wijziging van het Omgevingsplan en de reeds verleende BOPA. Dit omdat de hemwaterberging voor de ambulancepost en het distributiecentrum in één gezamenlijke voorziening wordt gerealiseerd. Voor de ambulancepost is in totaal 4.896m2 aan verharding voorzien. Voor de woningbouw is in totaal 2.313 m2 aan verharding voorzien. Voor de nieuwe ontsluitingsweg is in totaal 1.980 m2 aan verharding voorzien. Zoals hierboven omschreven is daarnaast de ontwikkeling van het stadsdistributiecentrum, dat reeds doormiddel van een BOPA vergund is relevant. Voor het SDC wordt in totaal 32.962 m2 aan verhard oppervlak toegevoegd.

Hierbij is half-open verharding voor de helft meegerekend bij het bepalen van de verharding. In totaal komt dit neer op een waterbergingsopgave van (4.896+2.313+1.980)*0,06= 2.529 m3. 5.4.2 Afvalwater Voor de ambulancepost wordt uitgegaan van de uitvalsbasis voor 24 ambulances en 50 personen. Op basis van een afvalwaterproductie van 6 liter per uur (bron: kennisbank riolering van stichting RIONED) wordt een afvalwaterstroom van ongeveer 0,3 m3/per uur verwacht. Verder voorziet het plan in de realisatie van maximaal 20 woningen. Uitgaande van gemiddeld 2,5 personen per woning die afzonderlijk maximaal 12 liter afvalwater per uur produceren levert dat een huishoudelijk afvalwateraanbod van ongeveer 0,6 m3/per uur.

Er dient nog onderzocht te worden of in hoeverre gemaal Koningshoeven 65 is staat is dit extra afvalwater van 0,9 m3 per uur te verwerken. 5.4.3 Hemelwater Voor de verwerking van hemelwater is in het rioolplan voor het distributiecentrum (reeds vergund) en de ambulancepost een gezamenlijke wadi voorzien met een inhoud van 2.311m3. Hiermee wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 2.271m2 van deze voorzieningen. Aandachtspunt hierbij is wel de geconstateerde vervuiling in het plangebied. Het infiltreren van grondwater mag niet leiden tot een verspreiding van deze vervuiling. De effecten hiervan dienen verder onderzocht te worden. Voor de toename aan verhard oppervlak door woningbouw is op basis van de geprognotiseerde verharding in totaal een berging nodig van 139m3. Deze bergingsopgave dient nog verder uitgewerkt te worden en zal waarschijnlijk plaats vinden in de parkeerkoffers (d.m.v. bijvoorbeeld substraat) en/of in de aanwezige gemeenschappelijke buitenruimte (door bijvoorbeeld het realiseren van een Wadi) boven de GHG. Voor de compensatie van de toename van verharding door verkeer moet rekening gehouden worden met 119 m3. Deze berging wordt gezocht op grond (bijvoorbeeld door het aanleggen van een sloot) aangrenzend aan de verkeersbestemming (in de ecologische verbindingszone). 5.4.4 Oppervlaktewater Het gebied is gevoelig voor wateroverlast vanuit de Nieuwe Leij.

Uit modelberekeningen van waterschap De Dommel blijkt dat eens in de 10 jaar de Nieuwe Leij een waterstand bereikt van 11,57 m + NAP. Op basis van de huidige klimaatscenario’s wordt 2050 eens in de 100 jaar een waterstand van 12,09 m + NAP verwacht. Het huidige geplande vloerpeil van de ambulancepost is 13,00 m + NAP. Het peil van de woningen sluit aan op de hoogte van de Koningshoeven ter plaatse. Tekstvoorstel: Hoewel het ophogen van de gronden mogelijk effect heeft op het waterbergend vermogen van het gebied bij hoogwater in de Leij, is het ophogen van gronden en het realiseren van bouwwerken reeds toegestaan in het Omgevingsplan. De voorliggende wijziging van het Omgevingsplan wijzigt dit niet specifiek en perkt deze mogelijkheden zelfs in. Hoewel het ophogen van gronden dus niet samenhangt met deze wijziging van het omgevingsplan, wordt op verzoek van het waterschap, vanwege de kwetsbaarheid van het gebied, onderzocht wat het effect van de beoogde ophogingen is op het waterbergend vermogen van de Leij bij hoogwater. Aan de hand van deze onderzoeksresultaten kan bekeken worden of het nodig en mogelijk is om binnen het plangebied en/of in de omgeving van het plangebied maatregelen te treffen om wateroverlast bij hoogwater in de omgeving de voorkomen.

5.5 Weging van het waterbelang In deze paragraaf wordt de afweging gemaakt in hoeverre de voorgenomen planontwikkeling tegenstrijdig is met het algemeen waterbelang. 5.5.1 Afvalwater Het bestaande vuilwatersysteem is in staat het geproduceerde afvalwater te transporteren naar gemaal Koningshoeven 65. Er dient nog onderzocht te worden of in hoeverre gemaal Koningshoeven 65 is staat is dit extra afvalwater te verwerken. Als de capaciteit van het gemaal niet in staat is dit afvalwater zonder problemen te verpompen, dan is dit technisch op te lossen. Daarom heeft deze ontwikkeling geen negatief effect op het afvalwaterbelang 5.5.2 Hemelwater De verharding van het reeds vergunde stadsdistributiecentrum en de ambulancepost worden gecompenseerd door de aanleg van een wadi die in staat is 60 mm neerslag te bergen alvorens over te storten naar het

oppervlaktewater. In het ontwerp moet rekening gehouden worden met de GHG en een eventuele ophoging inclusief mitigerende maatregelen. De woningen en verharding worden gecompenseerd op basis van 60 mm per m2 verharding. De wijze waarop en locatie dienen nog verder te worden uitgewerkt. Ook dient rekening gehouden te worden met de aanwezige bodemverontreiniging. De infiltratie vanuit de geplande bergingen mag niet leiden tot een verspreiding van de verontreiniging. Als wordt voldaan aan de voorgenomen hemelwateropgave en niet verder verspreiding van de verontreiniging, dan heeft deze ontwikkeling geen negatief effect op het hemelwaterbelang. 5.5.3 Oppervlaktewater In principe is er geen direct relatie tussen deze planontwikkeling en het gemeentelijk zorgplichten. Water houdt zich niet aan organisatiegrenzen, vandaar dat breed moet worden gekeken. Daarom wordt nader onderzocht wat het effect van de beoogde ophogingen en bebouwing binnen het plangebied is en wat het effect is van overige plannen in de omgeving op het waterbergend vermogen van de Leij bij hoogwater. 5.5.4 Conclusie De informatie uit dit hoofdstuk in overweging nemende is de voorgestelde planontwikkeling voor wat betreft het aspect water in beginsel mogelijk. De genoemde aandachtspunten zijn technisch op te lossen of ruimtelijk in te passen en vormen daarom geen bezwaar.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Voor de ontwikkelingen die dit omgevingsplan mogelijk maakt, zijnde wonen en de vestiging van de ambulancepost, wordt geprefereerd een anterieure overeenkomst te sluiten. Indien dit niet mogelijk blijkt, zullen de kosten worden verhaald middels de kostenverhaalsvoorschriften in de regels van dit plan. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd.

6.1 Kostenverhaalsregels Degene die wil (ver)bouwen op een plek die in de kostenverhaalsregels van het betreffende kostenverhaalsgebied is aangewezen als een kostenverhaalsplichtige activiteit, dient voordat hij start met de uitvoering de kostenverhaalsbijdrage (anders gezegd: de verschuldigde geldsom) betaald te hebben aan de gemeente (artikel 13.12 Omgevingswet). Als de kostenverhaalsbijdrage niet wordt voldaan op basis van een kostenverhaalsovereenkomst of als deze bijdrage niet is verdisconteerd in een overeenkomst waarin de gemeente bouwgrond verkoopt, dient deze bijdrage voldaan te worden op basis van een kostenverhaalsbeschikking. De bijdrage wordt dan ook wel ‘de verschuldigde geldsom’ genoemd. Degene die wil (ver)bouwen zal dan de in artikel 13.18 lid 1 van de Omgevingswet bedoelde kostenverhaalsbeschikking moeten aanvragen. Dit alles geldt binnen het gebied met de aanwijzing ‘Overige zone – kostenverhaalsgebied’. Wat een kostenverhaalsplichtige activiteit is, is bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Voor de ontwikkeling van de locatie Kempenbaan Oost is in het omgevingsplan het kostenverhaalsgebied Kempenbaan Oost opgenomen. De kostenverhaalsregels voor dit gebied zijn opgenomen in artikel 20 van de regels.

Het kostenverhaalsgebied bestaat in hoofdzaak uit de gronden waar woningbouw en de vestiging van een ambulancepost mogelijk wordt gemaakt en daarnaast afrondend groen. Het kostenverhaalsgebied volgt niet geheel de afbakening van het gebied waarvoor het omgevingsplan wordt gewijzigd. Bepaalde delen worden uitgezonderd. Dat is duidelijk te maken met onderstaande afbeelding.

Afbeelding: stedenbouwkundig plan Met de wijziging van het omgevingsplan wordt onder meer voorzien in de mogelijkheid om een ambulancepost en een aantal woningen aan de oostzijde ervan te realiseren. Deze wijziging van het omgevingsplan sluit aan op het besluit tot afwijking van het omgevingsplan voor het Stadsdistributiecentrum (‘SDC”). Hiervoor is een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verleend. De mogelijkheid om woningen te bouwen wordt in het omgevingsplan (mede) opgenomen om een afronding van bedrijfsbebouwing SDC en ambulancepost te creëren richting Koningshoeven. Bij de ontwikkeling van het

SDC hoort de aanleg van een ontsluiting. Deze is voorzien aan de westkant aan de Kempenbaan zoals aangeven op figuur 1. Deze behoort daarmee niet tot het kostenverhaalsgebied. De gronden aan de noordkant van het gebied van het TAM-IMRO-plan worden in dit plangebied opgenomen om een planologische regeling te bieden voor de ontwikkeling van natuur (met de rivier De Leij) als onderdeel van een veel groter geheel van de kern Tilburg. Dit is niet zozeer gekoppeld aan de mogelijkheid om woningen en een ambulancepost te realiseren. De gronden met de functie groen ten zuiden van zuidgrens van de gronden met een bedrijfsfunctie hebben die functie ten behoeve de landschappelijke inpassing van het SDC. Dit is als zodanig reeds verwerkt in de genoemde BOPA-vergunning voor het SDC. De woningen en de ambulancepost kwalificeren als bouwactiviteit in de zin van artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Met inachtname hiervan is het kostenverhaalsgebied afgebakend zoals hierna weergegeven in onderstaande afbeelding.

Afbeelding: afbakening kostenverhaalsgebied Voor nadere informatie over de kostenverhaalbeschikking wordt verwezen naar bijlage ... bij deze motivering.

Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg 7.1 Kennisgeving voornemen wijziging Artikel 16.29 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente kennis geeft van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. In de kennisgeving staat onder andere hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Voor onderhavige wijziging is het voornemen op 14 april 2025 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

7.2 Overleg met andere overheidsinstanties In het kader van het overleg met andere overheidsinstanties is het concept ontwerp van de wijziging omgevingsplan naar de volgende instanties toegezonden: <0000> <0000> <0000>

Provincie Noord-Brabant Waterschap De Dommel Gemeente Hilvarenbeek

De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel hebben een vooroverlegreactie gestuurd. In bijlage ... is een samenvatting van de vooroverlegreacties opgenomen met een reactie van de gemeente hierop. Naar aanleiding van de vooroverlegreacties is het omgevingsplan aangepast, in die zin dat een aanduiding 'Waarde-ecologie' is opgenomen. Voor het overige geven de vooroverlegreacties geen aanleiding om het (ontwerp)besluit tot wijziging omgevingsplan aan te passen.

7.3 Omgevingsdialoog Ter voorbereiding op het wijzigingsbesluit omgevingsplan is in het kader van participatie toepassing gegeven aan de Richtlijn omgevingsdialoog van de gemeente Tilburg. In de richtlijn is uitgelegd hoe burgers, bedrijven en andere partners in de (directe) omgeving bij de voorbereiding kunnen worden betrokken. In dat stadium worden ook de ketenpartners/overleginstanties betrokken of geïnformeerd. Ter voorbereiding op het wijzigingsbesluit omgevingsplan is in het kader van participatie toepassing gegeven aan de Richtlijn omgevingsdialoog van de gemeente Tilburg. In de richtlijn is uitgelegd hoe burgers, bedrijven en andere partners in de (directe) omgeving bij de voorbereiding kunnen worden betrokken. In dat stadium worden ook de ketenpartners/overleginstanties betrokken of geïnformeerd. In juli 2024 is een bewonersbrief verzonden aan 159 huisadressen. Hierin zijn belanghebbenden geïnformeerd over de stand van zaken en uitgenodigd om deel te nemen aan het planteam Kempenbaan-Oost. Vervolgens is een planteam van 12 leden gevormd. Het betreft bewoners, bedrijven en vertegenwoordiging van verenigingen in de omgeving. Vervolgens hebben er vier planteambijeenkomsten, elk met een eigen thema, plaatsgevonden onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.

Tijdens de bijeenkomsten is informatie gegeven, een dialoog gevoerd en heeft het planteam input gegeven voor het masterplan. Vervolgens heeft het planteam in een vijfde sessie haar gekwalificeerd advies geschreven op het masterplan. Voorafgaand daarop hebben de bewoners in een separate bijeenkomst ook de achterban geïnformeerd. Het college heeft een reactie gestuurd op het advies van het planteam. In deze reactie is aangegeven welke aspecten wel en niet zijn overgenomen in het masterplan en/of het vervolgproces. Voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan is met hetzelfde planteam gewerkt. Voor het stedenbouwkundig plan hebben er twee planteambijeenkomsten plaatsgevonden onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. Tijdens de bijeenkomsten is informatie gegeven, een dialoog gevoerd en heeft het planteam input gegeven op de verschillende onderdelen uit het stedenbouwkundig plan. Vervolgens heeft het planteam in een derde sessie haar gekwalificeerd advies geschreven op het stedenbouwkundig plan. Het college heeft een reactie gestuurd op het advies van het planteam. In deze reactie is aangegeven welke aspecten wel en niet zijn overgenomen in het stedenbouwkundig plan en/of het vervolgproces. Het stedenbouwkundig plan vormt de onderlegger voor de wijziging van het Omgevingsplan, daarmee heeft de input van het planteam hier ook betrekking op.

Voor het (civieltechnisch) ontwerp van de kruispunten aan de Kempenbaan is een los planteam opgericht, omdat de invloed van deze ingrepen mogelijk effect hebben in een groter gebied dan het stedenbouwkundig plan Kempenbaan-Oost. Voor dit planteam is in april 2025 een bewonersbrief gestuurd naar 877 adressen.

Vervolgens is een planteam van 8 leden gevormd. Het betreft bewoners bedrijven en verenigingen. Voor dit planteam heeft er één planteam bijeenkomst plaatsgevonden onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. Op 4 juni heeft er een inloopavond plaatsgevonden in de kapel bij het Cenakel. Het planteam heeft inmiddels een gekwalificeerd advies uitgebracht (zie bijlage xx). Het college zal hier nog een reactie op versturen, waarin zij aangeeft welke aspecten wel en niet kunnen worden overgenomen. De ontwerpvraagstukken hebben echter betrekking op het kruispunt Cenakel-Kempenbaan-Koningshoeven en zijn daarmee (buiten plangebied) niet relevant voor de wijziging van het Omgevingsplan. De verslagen van de bijeenkomsten zijn opgenomen in bijlage ....

7.4 Zienswijzen PM

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16381673/1