Bijlage 2. Omgevingsvergunning met motivering
Tekst van het document
Voor de nieuwe gebouwen en verhardingen wordt het plangebied iets opgehoogd, zodat er voldoende drooglegging is. De wadi’s komen (ruim) boven de gemiddeld hoogte grondwaterstand te liggen.
62
Vanuit het waterschap zijn er geen andere waterbelangen in of vlakbij het plangebied (denk aan rioolwatertransportleidingen of hoofdwatergangen). Vraag bij leidingtekening In bijlage I van de watertoets zit de leidingentekening. Het lijk erop, dat de overloop vanuit de centrale wadi naar de noordelijke wadi hierop ontbreekt. In figuur 3 in de watertoets staat de overloop met hoogte 11,9 m +NAP aangegeven aan de noordkant van de centrale wadi. Op deze plek lijkt in de leidingentekening een uitstroom richting wadi met hoogte 11,48 m +NAP te liggen. Of is in de leidingtekening alleen de hoogteligging van de leiding aangegeven en niet de hoogteligging van de in-/uitstroompunten? Naar aanleiding van de vraag van het waterschap merken wij op dat, zoals er op de ‘ondergrondse infra’tekening te zien is, de peilmaten volgens de leganda de b.o.b.-maten aangeven (binnenonderkant buis), dus de buis loopt van de centrale wadi af naar de noordelijke wadi. De inlaathoogte van de overstort wordt (later) op de doorsnedetekeningen bepaald.
5.4
Bezwaar en beroep
De aanvraag om omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er is dus geen zienswijzeprocedure doorlopen. Op het besluit is bezwaar en beroep mogelijk. Bezwaar kan kenbaar worden gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op bezwaar, kan in beroep worden gegaan bij de rechtbank. Daarna kan hoger beroep in worden gesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopig voorziening tegen de omgevingsvergunning aanvragen.
63
6 Economische uitvoerbaarheid 6.1
Financieel economische haalbaarheid
Het project wordt uitgevoerd door gemeente Tilburg en WonenBreburg. Hiervoor zijn de financiële middelen voorhanden. Het project is dan ook financieel economisch uitvoerbaar.
6.2
Kostenverhaal en nadeelcompensatie
Ten behoeve van de gemeentelijke plan- en apparaatskosten heeft de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten voor het verhalen van een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen en het aanpassen van de openbare ruimte. Er is tevens een overeenkomst voor het verhalen van nadeelcompensatie gesloten. De kosten zijn anderszins verzekerd en er zijn geen redenen om een exploitatieplan (in ontwerp) vast te stellen. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar en zijn hierdoor de gemeentelijke kosten gedekt.
64
7 Belangenafweging en conclusie 7.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’ hoofdstuk 2). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Conclusie Op basis van bovenstaande beschouwing van relevant beleid en relevante omgevingsaspecten kan worden geconcludeerd dat er bij dit plan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
65