Bijlage 2 Oer in Ontwikkeling Omgevingsvisie Tilburg 2050
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport in ontwikkeling Omgevingsvisie Deel A gemeente Tilburg Gemeente Tilburg 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Contactpersoon ARCADIS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Inhoudsopgave 1. Inleiding
5
1.1.
Aanleiding en context
5
1.2.
Doel van het Omgevingseffectrapport
5
1.3.
Procesbeschrijving
5
1.4.
Opbouw Omgevingsvisie Tilburg 2050, deel A
6
2. Beoordelingsmethodiek
7
2.1.
Foto van de Leefomgeving
7
2.1.1.
Beoordeling op doelbereik
8
2.1.2.
Beoordeling op milieueffecten
9
2.2.
Opbouw van het rapport
9
3. Beoordeling
11
3.1.
Beoordeling op Doelbereik
11
3.1.1.
Toelichting beoordeling
11
Compacte stedelijke ontwikkeling
12
Landschappelijke versterking
17
Gezonde en weerbare leefomgeving
23
3.1.2.
Belangrijkste bevindingen
29
3.2.
Beoordeling op milieueffecten
31
3.2.1.
Bodem en landbouw
31
3.2.2.
Omgevingskwaliteit
32
3.2.3.
Leefomgeving
34
3.2.4.
Mobiliteit
35
3.2.5.
Gezondheid en milieu
36
3.2.6.
Duurzaamheid
38
4. Conclusies en aanbevelingen
40
5. Monitoring
42
3
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Colofon
4
Datum: 12 november 2025 - Internal
43
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding en context
De Omgevingswet verplicht iedere gemeente tot het opstellen van een Omgevingsvisie, waarin een integrale doorkijk naar toekomstige, lange termijn opgaven op verschillende beleidsvelden wordt geschetst: ruimte, energie, water, milieu, natuur en landschap zijn hier voorbeelden van. Een Omgevingsvisie komt in de plaats van structuurvisies, stadsdeelvisies, verkeers- en vervoersplannen, milieubeleidsplannen en (delen van) de natuurvisie en richt zich op de gehele fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie legt de gemeente vast welke opgaven zij voor zichzelf ziet, welke ambities hieraan gekoppeld worden, en hoe de vastgestelde beleidsdoelen gehaald gaan worden. De gemeente Tilburg stelt momenteel haar Omgevingsvisie deel A op. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure is de milieueffectrapportage voor plannen (planMER). Hiervoor is een strategisch milieueffectrapport, in de vorm van een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld dat in beeld brengt in hoeverre de ambities van de gemeente Tilburg in samenhang realiseerbaar zijn en wat de effecten van het beleid in de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving zijn. Voorliggend Omgevingseffectrapport in ontwikkeling is de beoordeling op deel A van de Omgevingsvisie van Tilburg. Dit is een meer globale beoordeling. Deze beoordeling wordt nader aangevuld nadat de Omgevingsvisie van Tilburg in deel B meer uitgewerkt is.
1.2.
Doel van het Omgevingseffectrapport
Een Omgevingseffectrapportage is een instrument dat gebruikt wordt als hulpmiddel voor de besluitvorming voor plannen en projecten bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een planMER brengt in beeld welke milieugevolgen een plan gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming over dat plan. Voor een Omgevingsvisie wordt een planMER veelal een Omgevingseffectrapport genoemd. Een Omgevingseffectrapport heeft een bredere insteek en beschrijft, naast de gevolgen voor de leefomgeving, ook het doelbereik van maatregelen voor opgaven die van oudsher geen onderdeel zijn van de mer-procedure zoals energie, de woonopgave en klimaatadaptatie. Het Omgevingseffectrapport geeft tijdens het besluitvormingstraject van de Omgevingsvisie inzicht in de mate waarin ambities in verschillende beleidsvelden strijdig met elkaar zijn of elkaar juist versterken. Het Omgevingseffectrapport beoordeelt of de beleidsvoornemens in voldoende mate bijdragen aan het vervullen van de ambities. Het doel van de beoordelingen in voorliggend Omgevingseffectrapport is om de Omgevingsvisie, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen. Het Omgevingseffectrapport in ontwikkeling voor de Omgevingsvisie deel A van Tilburg is benut als ontwerpinstrument.
Dat wil zeggen dat in aanloop naar deel A sessies hebben plaatsgevonden waarbij ambities zijn verkend en zijn gespiegeld met verschillende beleidsvelden. De Omgevingsvisie deel A is beoordeeld op doelbereik en milieueffecten. Deze beoordeling heeft als input gediend voor de definitieve ontwerp Omgevingsvisie. Op basis van de beoordeling op de concept ontwerp Omgevingsvisie is de definitieve Omgevingsvisie aangescherpt.
1.3.
Procesbeschrijving
Omgevingsvisie deel A en relatie met deel B Voor het opstellen van de omgevingsvisie is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Deel A bevat de hoofdlijnen van de visie op de fysieke leefomgeving en adresseert gebieden en thema’s die om een koersverandering of nadere uitwerking vragen. Dit vormt de basis voor deel B, waarin de visie verder wordt uitgewerkt: zowel sectoraal als gebiedsgericht. Het is als het ware een kapstok voor programma’s en -beleid en gebiedsvisies. Daarbij zorgen we ervoor dat de omgevingsvisie voldoet aan de vereisten van de Omgevingswet. Dit betekent onder andere dat de visie digitaal ontsloten wordt via het officiële omgevingsloket, zodat deze toegankelijk is voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden. Ook wordt de visie juridisch verankerd en op een gestandaardiseerde manier gepubliceerd, conform de landelijke standaarden. Parallel aan dit traject is gestart met het opstellen van een omgevingseffectrapportage (OER). Hierbij is gekozen voor een ontwerpende aanpak, zodat inzichten uit de OER direct kunnen worden meegenomen in het vervolg van het visietraject. In dit kader heeft de Notitie Reikwijdte en Detailniveau gedurende zes weken in de periode van maandag 22 tot en met maandag 3 juni 2024 ter inzage gelegen. Hierop zijn zeven reacties ontvangen.
In de Nota van Beantwoording is beschreven hoe we met de adviezen omgaan in het vervolgtraject van de Omgevingsvisie. 5
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
De raad heeft op 10 oktober 2024 een besluit genomen over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Separaat aan het opstellen van deel A van deze Omgevingsvisie hebben we ook een start gemaakt met de omgevingseffectrapportage. In het Omgevingseffectrapport in ontwikkeling zijn de eerste milieueffecten van beleidskeuzes in beeld gebracht. Het OER-in ontwikkeling wordt in het vervolgtraject, bij de uitwerking van deel B van de omgevingsvisie, verder aangevuld en vervolmaakt tot een volledig Omgevingseffectrapport, zodat de milieueffecten integraal kunnen worden meegewogen in de verdere concretisering van de visie. Als onderdeel van de omgevingseffectrapportage is een Foto van de Leefomgeving opgesteld, waarin de huidige staat van de fysieke leefomgeving in beeld is gebracht. Ook is onderzocht in hoeverre het huidige ruimtelijke beleid bestand is tegen toekomstige ontwikkelingen. Ter ondersteuning van het visietraject zijn bovendien diverse bestaande onderzoeken en eerdere toekomstverkenningen in kaart gebracht. Aanvullend is aan Het PON & Telos gevraagd om een brede welvaart-foto van Tilburg te maken, zodat we inzicht krijgen in hoe Tilburg er nu voor staat. Deze informatie is samengebracht in het fotoalbum 'Tilburg in 2050', dat een rijk beeld geeft van het verleden, het heden en de opgaven die op Tilburg afkomen.
Het album bevat een selectie van ‘kiekjes’ uit vele beschikbare documenten, monitors en onderzoeken, en is gebruikt als basis voor het gesprek met partners over de toekomst van de stad en dorpen.
1.4.
Opbouw Omgevingsvisie Tilburg 2050, deel A
De Omgevingsvisie Tilburg schetst een integrale, langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving tot 2050. Alle relevante thema’s (ruimte, wonen, economie, natuur en landschap, gezondheid, veiligheid, mobiliteit, klimaatadaptatie en sociale samenhang) worden in samenhang beschouwd om stad, dorpen en buitengebied robuust, leefbaar en toekomstbestendig te houden. Tilburg is een groeiende, groene en sociale gemeente met een industriële historie en sterke landschappelijke verbindingen. Het beleid richting 2050 rust op drie strategische keuzes: compacte stedelijke ontwikkeling, landschappelijke versterking en een gezondere, weerbare leefomgeving, gericht op het vergroten van brede welvaart. Dit wordt onderbouwd door drie pijlers (typisch Tilburgse kwaliteiten, de rol als centrumstad in de regio en grote trends zoals klimaat, demografie en technologie) en vertaald in drie type opgaven: voortbouwen (versterken van het bestaande), ombouwen (verduurzamen en toekomstbestendig maken) en bijbouwen (inspelen op groei). Vier ordeningsprincipes, omgevingskwaliteit, nabijheid, meervoudig ruimtegebruik en functieverweving, functioneren als leidraad voor ontwerp, werk en uitvoering.
6
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
2. Beoordelingsmethodiek 2.1.
Foto van de Leefomgeving
De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiekader voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Iedere ruimtelijke opgave is op basis van beschikbare informatie en expert judgement beoordeeld op de opgave of op de door de gemeente gestelde ambitie. Afhankelijk van het beleidsveld is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: -
Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en meetbaar, zoals data uit meetgegevens en rekenmodellen. Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal. Expert judgement: Indien kwantitatieve en kwalitatieve informatie niet beschikbaar is, wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten.
Om het kwaliteitsniveau te beoordelen is middels een ladder van aflopend kwaliteitsniveau onderscheid gemaakt in: -
Wettelijke normen Vastgestelde beleidsnormen of beleidsdoelstellingen Advieswaarden van instituten Vraag en aanbod Benchmarks ten opzichte van landelijke gemiddelden of vergelijkbare gemeenten Expert judgement
Toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur omdat het leidt tot navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het betreffende beleidsveld worden beleidsnormen of beleidsdoelstellingen toegepast. Indien dit niet beschikbaar is wordt de volgende bullet toegepast uit de ladder. Rad van de Leefomgeving De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving dat voor de gemeente Tilburg is opgesteld is. Het Rad is onderverdeeld in hoofdthema’s en geeft de score op elk beoordeeld aspect binnen deze thema’s weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de Omgevingsvisie die in het OER beoordeeld zijn. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal. De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de toekomstperspectieven zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie inzichtelijk.
7
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Figuur 2-1 Kwalitatieve vijfpuntsschaal zoals gebruikt voor de beoordeling van de opgave van de huidige en de autonome situatie.
2.1.1.
Beoordeling op doelbereik
Het voorgenomen beleid in de (concept) ontwerp Omgevingsvisie is in dit Omgevingseffectrapport in ontwikkeling getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per opgave beoordeeld is in hoeverre de beleidsmaatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre ambities haalbaar zijn en welke beleidsmaatregelen een bijdrage hieraan leveren. De structuur van dit Omgevingseffectrapport sluit daarmee zoveel mogelijk aan op die van de ontwerp Omgevingsvisie. Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per hoofdambitie beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de ambities te behalen. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden (zie paragraaf Foto van de Leefomgeving). In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beoordeling is uitgevoerd. Op basis van een vijfpuntsschaal is beoordeeld in hoeverre de maatregelen uit Omgevingsvisie deel A een bijdrage leveren aan de genoemde ambities.
8
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Tabel 2-1 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling op doelbereik.
Symbool ++ + +/--
Toelichting Sterke bijdrage aan doelbereik Beperkte bijdrage aan doelbereik Geen impact op doelbereik Beperkte negatieve impact op doelbereik Sterk negatieve impact op doelbereik
2.1.2.
Beoordeling op milieueffecten
De maatregelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen kunnen een positief of negatief effect hebben op de doelen die gesteld zijn per omgevingsaspect. Daarnaast kunnen ontwikkelingen positieve of negatieve effecten op verschillende omgevingsaspecten hebben – zo draagt meer stedelijk groen bij aan het tegengaan van de gevoeligheid voor wateroverlast en hittestress, en leidt meer gemotoriseerd verkeer tot een slechtere luchtkwaliteit en meer geluidsoverlast. De beoordeling op milieueffecten heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve (neven)effecten van de maatregelen die gesteld zijn in de Omgevingsvisie. In deze beoordeling wordt ook de koppeling gemaakt met de in de Foto van de Leefomgeving opgenomen aandachtspunten om te analyseren of de gestelde ambities en maatregelen alle knelpunten aanpakken, of dat er nog knelpunten overblijven die niet worden geadresseerd in de omgevingsvisie. Tabel 2-2 kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling op milieueffecten.
Symbool ++ + +/--
2.2.
Toelichting Sterk positief effect Beperkte positief effect Geen effect Beperkt negatief effect Sterk negatief effect
Opbouw van het rapport
Dit Omgevingseffectrapport in ontwikkeling bestaat uit een beknopte, zelfstandig leesbare samenvatting en een uitgebreid hoofdrapport. Het hoofdrapport bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 – Inleiding In de inleiding wordt de context van het Omgevingseffectrapport in ontwikkeling en de Omgevingsvisie deel A geschetst. Daarnaast wordt de link vanuit het Omgevingseffectrapport in ontwikkeling naar de Omgevingsvisie deel A van Tilburg gelegd en is een korte samenvatting van de Omgevingsvisie opgenomen. Ook beschrijft de inleiding het gevolgde proces in de totstandkoming van dit Omgevingseffectrapport. Het beoordelingskader dat gebruikt is voor de beoordeling en het gebruik van het Rad van de Leefomgeving wordt toegelicht. Beschreven wordt hoe de beoordeling van dit Omgevingseffectrapport is opgebouwd. Hoofdstuk 2 – Beoordelingsmethodiek Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving beschrijft en beoordeelt voor ieder beleidsveld in het beoordelingskader de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling zijn deze beoordelingen weergegeven op een Rad van de Leefomgeving. De Foto van de Leefomgeving sluit af met relevante bouwstenen voor de Omgevingsvisie. In de bijlage is een samenvatting van de Foto van de Leefomgeving opgenomen zoals opgesteld in juni 2024.
9
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Hoofdstuk 3 - Beoordeling Dit hoofdstuk beschrijft de te beoordeling van de Omgevingsvisie op doelbereik in paragraaf 3.1 en de milieueffecten in paragraaf 3.2. 3.1 - Beoordeling op doelbereik Het voorgenomen beleid in Omgevingsvisie deel A is getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per ambitie / doel beoordeeld is of - en zo mogelijk in welke mate - de voorgenomen randvoorwaarden een bijdrage leveren aan de gestelde ambities / doelen. 3.2 – Beoordeling op milieueffecten Dit hoofdstuk heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve neveneffecten. In dit hoofdstuk wordt thematisch beschreven waar belangrijke afhankelijkheden en resterende vraagstukken zijn geconstateerd, die in de Omgevingsvisie beantwoord moeten worden. Hoofdstuk 4 – Conclusies In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies uit het Omgevingseffectrapport in ontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 5 – Monitoring Hoofdstuk 4 gaat in op de monitoring van de Omgevingsvisie na vaststelling. Bijlage – Foto van de Leefomgeving Bijlage – Tabel beoordeling
10
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
3. Beoordeling Het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie deel A is in dit Omgevingseffectrapport in ontwikkeling getoetst op doelbereik. Deze beoordeling is te vinden in paragraaf 3.1. Ook is de Omgevingsvisie beoordeeld op basis van milieueffecten. Deze beoordeling is te vinden in paragraaf 3.2 De wijze van beoordeling wordt aan het begin van de paragrafen toegelicht.
3.1.
Beoordeling op Doelbereik
Het voorgenomen beleid in Omgevingsvisie deel A is dit Omgevingseffectrapport in ontwikkeling getoetst op doelbereik. Dit betekent dat per opgave beoordeeld is in hoeverre de opgestelde randvoorwaarden voor ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling brengt in beeld in hoeverre ambities haalbaar zijn en welke randvoorwaarden een bijdrage hieraan leveren. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden (zie hoofdstuk Foto van de Leefomgeving). Deze beoordeling is kwalitatief uitgevoerd, omdat de aard van de gestelde randvoorwaarden en maatregelen uit de Omgevingsvisie nog niet concreet genoeg zijn om het doelbereik te kunnen kwantificeren. De structuur van dit Omgevingseffectrapport in ontwikkeling sluit daarmee zoveel mogelijk aan op die van Omgevingsvisie deel A. Wel wordt geadviseerd om in de monitoring van het doelbereik (zie hoofdstuk 5) de effecten en daarmee het doelbereik te kwantificeren op basis van de uitvoering van concrete projecten en plannen. In Omgevingsvisie deel A heeft de gemeente drie type opgaven benoemd. Deze agenda’s zijn uitgangspunten die in beleid, projecten en afspraken met partners verder worden vormgegeven, leiden tot prioritering en het stellen van de juiste randvoorwaarden.
Beoordeling op doelbereik op basis van randvoorwaarden en ambities In hoofdstuk 1 Omgevingsvisie deel A zijn een drietal strategische keuzes geformuleerd. De keuzes zijn onderverdeeld in een aantal speerpunten waar de gemeente Tilburg invulling aan wil geven. Vanuit de ambities zijn in hoofdstuk 3, 4 en 5 ordeningsprincipes gesteld met randvoorwaardes. Deze randvoorwaardes dienen als houvast voor nieuwe initiatieven en als basis voor de toekomst waar de gemeente Tilburg naartoe wil groeien. Uitleg beoordelingskader Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per thema beoordeeld of de randvoorwaarden voldoende zijn om de ambities te behalen. De beoordeling is afgezet tegen de autonome ontwikkelingen die onafhankelijk van het beleid in de Omgevingsvisie plaatsvinden. Op basis van een vijfpuntsschaal is beoordeeld in hoeverre de randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie deel A een bijdrage leveren aan de ambities uit Omgevingsvisie deel A. Confrontatie verhaallijnen De drie verhaallijnen die de gemeente heeft opgesteld kunnen elkaar versterken maar ook onderling schuren.
Een confrontatie van de verhaallijnen is uitgevoerd, waarbij de schuurpunten en versterkende punten tussen de verhaallijnen in beeld zijn gebracht, zodat duidelijk is waar keuzes gemaakt moeten worden of waar bijgestuurd moet worden op randvoorwaarden.
3.1.1.
Toelichting beoordeling
In deze paragraaf worden de randvoorwaarden uit omgevingsvisie deel A beoordeeld op hun bijdrage aan het behalen van de gestelde ambities. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de randvoorwaarden die de gemeente Tilburg heeft uitgewerkt in haar Omgevingsvisie deel A om deze ambities te realiseren. Voor elke ambitie wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde maatregelen en randvoorwaarden voor ontwikkelingen bijdragen aan het doelbereik. Hieronder wordt per strategische keuzes op de verschillende ambities ingegaan en bekeken in hoeverre de gestelde maatregelen en randvoorwaarden bijdragen aan het behalen van deze ambities. Tevens is per verhaallijn een conclusie ten aanzien van het doelbereik getrokken. De conclusies zijn in tabelvorm opgenomen in de bijlage. De scores zijn per randvoorwaarde en ambitie beargumenteerd in navolgende tekst, toegelicht is waarop de scores zijn gebaseerd.
11
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Compacte stedelijke ontwikkeling Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden De ambitie richt zich op het opvangen van woning- en bedrijvengroei binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, door te kiezen voor compacte stedelijke ontwikkeling en gericht te verdichten. Nieuwe woningen en bedrijven worden zoveel mogelijk gerealiseerd op plekken waar al voorzieningen aanwezig zijn, en er wordt ingezet op instrumenten als woningsplitsing, optoppen en herbestemming van bestaand vastgoed. Tegelijkertijd wordt uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied ontmoedigd. Beoordeling: Randvoorwaarden en maatregelen zoals het bouwen van nieuwe woningen op plekken met bestaande voorzieningen, het onderzoeken van mogelijkheden voor woningsplitsing en optoppen, en het herbestemmen van religieus of jong erfgoed dragen sterk bij aan het realiseren van een compacte en efficiënte stedelijke ontwikkeling. Door deze uitgangspunten toe te passen, wordt de beschikbare ruimte binnen de stad maximaal benut en wordt tegelijkertijd voorkomen dat de stad verder uitbreidt naar het buitengebied. Ook het verdichten van bedrijventerreinen levert een directe bijdrage aan het intensiveren van het ruimtegebruik binnen de bestaande stadsgrenzen. De inzet op investeringen in verkeersinfrastructuur sluit goed aan bij de ambitie om de bestaande stedelijke gebieden te verdichten.
Door slimme aanpassingen aan infrastructuur kan de bereikbaarheid en leefbaarheid worden verbeterd, wat hogere dichtheden mogelijk maakt. Het beperken van nieuwe verharding en bebouwing in het buitengebied fungeert als een effectieve prikkel om binnenstedelijk te bouwen, waardoor verdere uitleg wordt voorkomen. Tegelijkertijd vragen sommige beleidsmaatregelen om een zorgvuldige afweging. Beleidsregels die gericht zijn op het minimaliseren van verharding of het ontharden van bestaande gebieden kunnen in sommige gevallen het toevoegen van nieuwe woningen belemmeren, waardoor de verdichtingsopgave onder druk kan komen te staan. Het niet langer toevoegen van grondgebonden woningen biedt een positieve bijdrage aan verdichting wanneer daadwerkelijk wordt ingezet op hoogbouw of gestapelde bouw; zonder heldere stimulans hiervoor kan het effect zelfs negatief uitpakken. In sommige delen van Tilburg, zoals De Reeshof, kiest de gemeente bewust om minder verstening toe te voegen of te ontharden. Daarmee geeft de gemeente prioriteit aan andere maatschappelijke opgaven die in deze gebieden zwaarder wegen en zetten we in op het versterken van de leefbaarheid. Oplossingen worden gezocht in alternatieve die beter aansluiten bij de lokale behoeften en bijdragen aan zowel de kwaliteit van de leefomgeving als de gewenste demografische ontwikkeling.
Dit betekent dat nieuwe woningbouw in deze gebieden voornamelijk zal bestaan uit gestapelde woningen, om efficiënt ruimtegebruik te combineren met behoud van groen en open ruimte. Daarnaast wordt in de bouw zoveel mogelijk gekozen voor duurzame materiaalstromen en wordt er adaptief en demontabel gebouwd. Ook wordt het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen ingezet bij nieuwbouw en renovatieprojecten. Hoewel deze maatregelen bijdragen aan duurzaamheid en natuurinclusiviteit, kunnen ze de verdichtingsopgave bemoeilijken. Strenge eisen rond materiaalkeuze, dagactiviteit en natuurinclusief bouwen kunnen het realiseren van hogere dichtheden vertragen of beperken, bijvoorbeeld door meer ruimtebeslag, hogere kosten of extra ontwerpcomplexiteit, waardoor het toevoegen van woningen binnen bestaande stedelijke gebieden minder eenvoudig wordt. In de huidige beleidsvoornemens is de keuze voor verdichting helder verankerd. Het optimaal benutten van bestaande ruimtelijke en maatschappelijke structuren, in combinatie met gerichte investeringen in bereikbaarheid, voorzieningen en kwaliteit van de leefomgeving, vormt de sleutel tot succes. Niet alle randvoorwaarden zijn reeds volledig uitgewerkt; de uitwerking en borging in concrete kaders verdient daarom blijvend aandacht. De ambitie ‘Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden’ wordt daarom beoordeeld met een +/-.
Verbeteren kwaliteit van de leefomgeving De ambitie richt zich op het verbeteren van woonwijken, bedrijventerreinen en het stadscentrum door te investeren in toegankelijke voorzieningen, groene en veilige openbare ruimte, en een gezonde leefomgeving. Dit verhoogt het dagelijks comfort, de leefbaarheid en de sociale samenhang. Beoordeling: Randvoorwaarden en maatregelen zoals het verbeteren van de toegankelijkheid en nabijheid van wijk- en buurtvoorzieningen, het creëren van een groene, veilige en uitnodigende openbare ruimte, en het investeren in 12
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
langzaam verkeer en deelmobiliteit dragen sterk bij aan een hogere kwaliteit van de leefomgeving. Door deze uitgangspunten consequent toe te passen, wordt direct het dagelijks comfort en de leefbaarheid vergroot, met extra aandacht voor kwetsbare wijken waar gerichte investeringen een grote impact hebben. De nadruk op vergroening (herinrichting van groengebieden, kleine tuinen, voldoende groen in de straat en op pleinen) en het saneren van verontreinigde bodem zorgen voor een aantrekkelijke, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Het centraal stellen van water en bodem in ruimtelijke ontwikkeling voorkomt bouwen op risicovolle locaties en minimaliseert overlast door water of hittestress. Het STOMP-principe en het vergroten van de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers dragen bij aan een rustigere, schonere en veiligere stad. De inzet van het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatie zorgt dat biodiversiteit en natuurwaarden structureel worden meegenomen in ruimtelijke projecten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met invloed op het landschap wordt een landschappelijke tegenprestatie gevraagd die bijdraagt aan het behoud of de verbetering van het buitengebied. In het ontwerp en onderhoud van openbare ruimte en gebouwen zijn mensen met een beperking het uitgangspunt, wat inclusiviteit en toegankelijkheid bevordert.
De aandacht voor sociale aspecten, zoals cultuur, identiteit, aantrekkelijke verbindingen en de balans tussen leefbaarheid en levendigheid rondom detailhandel, versterken het karakter en de samenhang in buurten en dorpen. Zo ontstaat een prettige en herkenbare woonomgeving waar ruimte is voor ontmoeting, ontspanning en een gezonde levensstijl. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. Het stimuleren van bedrijven met een milde milieubelasting in woonwijken kan, ondanks de gewenste levendigheid, tot overlast leiden als inpassing en toezicht ontbreken. Samenvattend: de ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken is breed en samenhangend uitgewerkt en sluit aan bij actuele maatschappelijke opgaven rond gezondheid, klimaatadaptatie en leefbaarheid. De maatregelen versterken het positieve effect op natuur, inclusiviteit en landschappelijke kwaliteit. De meeste maatregelen dragen direct bij aan een betere woon-, werk- en leefomgeving, mits de aandachtspunten in de uitwerking worden meegenomen. Beoordeling: + Nieuwe woonvormen die passen bij de demografische ontwikkeling Deze ambitie richt zich op het toevoegen van woningen die aansluiten bij de veranderende samenstelling van de bevolking in wijken en dorpen, zoals woningen voor starters, senioren en woonzorgconcepten. Het doel is om het woningaanbod beter af te stemmen op de actuele en toekomstige behoefte.
Beoordeling: Door te sturen op meer diversiteit en een evenwichtiger woningaanbod per wijk en dorp, wordt beoogd de leefbaarheid en vitaliteit te versterken en beter aan te sluiten bij actuele en toekomstige woonbehoeften. De focus op het vergroten van de diversiteit van woningen en het actief sturen op een meer balans in het woningaanbod wordt als sterk positief beoordeeld. Dit sluit goed aan bij de veranderende vraag en biedt direct kansen voor verschillende doelgroepen. Ook het onderzoeken van de behoefte aan nieuwe woonvormen draagt bij aan het bewustzijn van de actuele woningvraag, al blijft het effect hiervan beperkt zolang het bij onderzoek blijft en niet wordt doorgezet in concrete realisatie. Aan de andere kant zijn er duidelijke knelpunten. Het doorbreken van de eenzijdigheid van het woningaanbod door middel van nieuwbouw in kwetsbare wijken richt zich vooral op het aantrekken van nieuwe bewoners, waardoor de aansluiting op de huidige demografie onder druk komt te staan. De gemeente zet daarbij in op doorstroming binnen de wijken, wat dit effect mitigeert. Daarnaast kunnen hoge eisen aan duurzaamheid en circulariteit de ontwikkeling van innovatieve woonvormen vertragen of belemmeren. Ook het beperken van nieuwe grondgebonden woningen in stedelijke wijken kan ongunstig uitpakken voor innovatieve concepten die juist gebaat zijn bij een grondgebonden opzet.
Ten slotte vraagt het ontharden alternatieven voor grondgebonden woningbouw.
13
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
De ambitie is inhoudelijk relevant en toekomstgericht, maar de effectiviteit wordt beperkt door enkele belemmerende randvoorwaarden en het ontbreken van concrete uitvoeringsmaatregelen. De daadwerkelijke bijdrage aan een woningaanbod dat aansluit bij de demografische ontwikkeling is daardoor wisselend en vraagt om verdere uitwerking en maatwerk. Beoordeling: +/Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Deze ambitie richt zich op het versterken van wijk- en buurtvoorzieningen en het bevorderen van bedrijvigheid door het groeiende aantal woningen te benutten als basis voor draagvlak. Beoordeling: Het verbeteren van de toegankelijkheid en nabijheid van wijk- en buurtvoorzieningen vormt hierbij een essentieel uitgangspunt, net als het realiseren van nieuwe woningen nabij bestaande voorzieningen. Dit vergroot het draagvlak en zorgt ervoor dat maatschappelijke functies en bedrijven in stand gehouden kunnen worden. Het huisvesten van meer en diverse maatschappelijke voorzieningen in de wijk, en het slim combineren van functies, draagt bij aan een levendig en veerkrachtig voorzieningenlandschap. Ook het stimuleren van bedrijven met een milde milieubelasting om zich in de wijk te vestigen, kan bijdragen aan extra levendigheid en economische dynamiek, mits dit zorgvuldig wordt ingepast en goed gereguleerd om overlast te voorkomen.
De ambitie biedt duidelijke kansen om de leefbaarheid, levendigheid en het voorzieningenniveau in wijken te versterken. Het succes hangt mede af van een goede balans tussen bereikbaarheid, functiemenging en het zorgvuldig inpassen van bedrijvigheid. Beoordeling: + Hoogwaardig en duurzame mobiliteit vormen Deze ambitie richt zich op het versterken van hoogwaardige en duurzame mobiliteit. Beoordeling: Door te investeren in infrastructuur zoals snelfietsroutes, HOV-busverbindingen en uitbreiding van het spoor wordt het gebruik van milieuvriendelijke vervoersopties direct gestimuleerd en ontstaat een toekomstgericht mobiliteitssysteem. De ontwikkeling van mobiliteitshubs en het verbeteren van de bereikbaarheid van het openbaar vervoer dragen bij aan een breed en toegankelijk mobiliteitsaanbod. Het combineren van elektrische laadinfrastructuur en waterstoftankstations, met name voor zwaar en logistiek vervoer, vergroot de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit verder. Er zijn wel enkele aandachtspunten. Het beperken van verharding en bebouwing in het buitengebied kan de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige mobiliteitsinfrastructuren belemmeren. Ook heeft de uitbreiding van het Wilhelminakanaal voor grotere binnenvaartschepen geen eenduidig duurzaam effect vanwege de relatief hoge uitstoot van de binnenvaart.
De gemeente zet wel in op de verduurzaming van de binnenvaart maar deze transitie verloopt langzaam. Positief is dat voor de binnenvaart elektriciteit en waterstof kansen biedt, er varen al hybride schepen en de eerste initiatieven voor door waterstof aangedreven schepen zijn in ontwikkeling. Deze ambitie biedt een breed perspectief op duurzame mobiliteit, waarbij vooral de inzet op langzaam verkeer, openbaar vervoer, deelvervoer en slimme infrastructuur sterk bijdraagt aan een toekomstbestendig en milieuvriendelijk mobiliteitssysteem. Het succes is het grootst als de focus op duurzame alternatieven consequent wordt doorgevoerd en beperkende randvoorwaarden worden ondervangen. Beoordeling: + Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen levert een compacte groei betere kansen op voor verduurzaming en vergroening.
14
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Beoordeling: Door in te zetten op decentrale en collectieve energiesystemen, zoals lokale productie van elektriciteit met wind en zon, wordt het mogelijk om bedrijventerreinen te voorzien van duurzame energie. Dit vergroot de mogelijkheden voor bedrijven om daadwerkelijk groene stroom af te nemen en hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen. Het stimuleren van zowel grote als kleine bedrijven om te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie draagt verder bij aan deze doelstelling, door directe investeringen in groene technologieën en een energiezuinige inrichting van bedrijventerreinen te bevorderen. Daarbij wordt verdichting op bedrijventerreinen nadrukkelijk gekoppeld aan verduurzaming en circulaire economie, in lijn met een bredere revitaliseringsaanpak. Dit biedt niet alleen kansen voor meer groen en een hogere milieukwaliteit, maar zorgt ook voor structurele kwaliteitsverbetering en synergie tussen bedrijven. Het kiezen voor duurzame materiaalstromen én adaptief en demontabel bouwen bij nieuwbouw vergroot de mogelijkheden om circulair te werken en vermindert de milieubelasting op de lange termijn. Ook de inzet van het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatieprojecten versterkt de vergroening van bedrijventerreinen en zorgt voor een hogere biodiversiteit en een aantrekkelijker vestigingsklimaat.
Tegelijkertijd is er ook een aandachtspunt: het bieden van extra ruimte aan bedrijven met een zware milieubelasting op bedrijventerreinen heeft een sterk negatief effect op de verduurzaming en vergroening. Dit kan leiden tot meer milieudruk en vormt daarmee een risico voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Het blijft daarnaast van belang te onderstrepen dat de duurzaamheid van energiedragers zoals elektriciteit, warmtenetten of waterstof afhankelijk blijft van de wijze van opwekking. Het realiseren van echte verduurzaming vraagt dan ook om een duidelijke focus op hernieuwbare bronnen en het vermijden van energieverliezen in de keten. Alles afwegend biedt deze ambitie sterke kansen om bedrijventerreinen te vergroenen en te verduurzamen, mits de koppeling tussen compact ruimtegebruik, investeringen in hernieuwbare energie, natuurinclusief bouwen en structurele gebiedsverbetering daadwerkelijk wordt gemaakt en doorvertaald naar de praktijk. Tegelijkertijd vraagt het faciliteren van bedrijven met zware milieubelasting om strikte regulering en duidelijke kaders. Beoordeling: + Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie In hoogstedelijke milieus is het ruimtegebruik het meest intensief, afgemeten aan het aantal inwoners en leer- of arbeidsplaatsen per hectare.
Dat biedt uitstekende kansen voor de kennisintensieve, innovatiegerichte economie die in Brabant sterk in opkomst is. Een uitgekiende mix van bedrijfsruimtes, woningen, voorzieningen en verblijfsgebieden zorgt voor een levendigheid waarin kenniswerkers, startups en scale-ups veelal goed gedijen. Beoordeling: Door een slimme mix van bedrijfsruimtes, woningen, voorzieningen en aantrekkelijke verblijfsgebieden ontstaat een levendige omgeving waar kenniswerkers, startups en scale-ups zich kunnen vestigen en ontwikkelen. De versterking van aantrekkelijke verbindingen tussen woonbuurten en belangrijke voorzieningen speelt hierin een centrale rol. Dit vergemakkelijkt de uitwisseling en samenwerking tussen talent, bedrijven en kennisinstellingen. De verdere ontwikkeling van het spoor, met extra capaciteit en nieuwe stations, vergroot de bereikbaarheid en versterkt het vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven en kennisclusters. Het stimuleren van innovaties die inspelen op maatschappelijke uitdagingen wordt nadrukkelijk bevorderd, onder andere door samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties te faciliteren. Ook het bieden van fysieke ruimte, bijvoorbeeld in Wijkevoort, ondersteunt de vestiging en groei van innovatieve bedrijven.
Daarnaast is er de keuze om extra ruimte te bieden voor bedrijven met een zware milieubelasting op bedrijventerreinen. Dit kan enerzijds de economische veelzijdigheid vergroten, maar vraagt om zorgvuldige inpassing en regulering om negatieve milieueffecten te beperken. Daarnaast wordt gestimuleerd dat bedrijven zich op terreinen 15
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
vestigen die daadwerkelijk aansluiten bij hun specifieke vestigingsfactoren, wat leidt tot een efficiënter en toekomstbestendiger ruimtegebruik. Specifieke initiatieven zoals de ontwikkeling van de Assen van Kennis en Kunde in de Spoorzone en het Kenniskwartier dragen bij aan een uniek en dynamisch innovatie-ecosysteem in Tilburg, waar samenwerking en kruisbestuiving tussen verschillende partijen centraal staan. Samenvattend: deze ambitie biedt krachtige en samenhangende kansen voor de ontwikkeling van een kennisintensieve, innovatieve economie. Door goede bereikbaarheid, samenwerking, een aantrekkelijk ecosysteem en het gericht faciliteren van bedrijven, ontstaat een stevige basis voor economische groei en vernieuwing in de regio. Beoordeling: + Concluderend De keuze voor compacte stedelijke ontwikkeling is in hoofdzaak positief. Door binnen de bestaande stadsgrenzen te verdichten en bestaand stedelijk weefsel en voorzieningen beter te benutten, ontstaat efficiënter ruimtegebruik en blijven buitengebied en landschap beter beschermd. De maatregelen voor leefomgevingskwaliteit, nabijheid van buurtvoorzieningen en functiemenging, duurzame mobiliteitsopties (OV, fiets, deelmobiliteit), en de verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen dragen samen zichtbaar bij aan een aantrekkelijke, gezonde en economisch vitale stad.
Het innovatieklimaat profiteert van een mix van wonen, werken en voorzieningen in hoogstedelijke gebieden, waardoor kenniswerkers, startups en regionale samenwerking worden versterkt. Tegelijk vraagt verdichting om strakke regie op bereikbaarheid, leefkwaliteit en fasering. Nieuwe woonvormen die aansluiten op demografische trends zijn kansrijk, maar vereisen concretere uitwerking van locatiekeuze, typologie en betaalbaarheid, plus borging van doorstroming. Succesvol realiseren van de compacte koers staat of valt met consequente toepassing van STOMP (stappen, trappen, OV, MaaS, private auto) en lagere parkeernormen, gebiedsgericht toevoegen van voorzieningen in nabijheid en gemengde functies alsmede het robuust versterken van groene verblijfsgebieden en groenblauwe structuren om hittestress en wateropgaven te adresseren. Op bedrijventerreinen liggen duidelijke kansen door collectieve duurzame energiesystemen, circulaire gebiedsverbetering en koppeling met hernieuwbare opwek. Het is essentieel om verdichting te faseren met tijdige capaciteitsopbouw in OV en fietsroutes, buurtvoorzieningen en groen, zodat de kwaliteit meegroeit met het aantal woningen. Werk de uitvoeringskaders voor nieuwe woonvormen uit (inclusief betaalbaarheid en locatieprofielen) en borg de doorstroming in de woningmarkt.
Stel heldere kwaliteits- en monitoringscriteria per gebied vast, met meetbare indicatoren voor bereikbaarheid, verblijfskwaliteit, groen en klimaatadaptatie, en stuur adaptief bij op basis van periodieke monitoring. Daarmee worden de randvoorwaarden rondom verdichting en woonprogrammering integraal geborgd en kan de strategische keuze voor compacte stedelijke ontwikkeling haar volle maatschappelijke én ruimtelijke opbrengsten realiseren. Tabel 3-1 Beoordeling ambities compacte stedelijke ontwikkeling.
Ambities Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen)
16
Toelichting De inzet op compacte stedelijke ontwikkeling binnen bestaande stadsgrenzen en het benutten van bestaande voorzieningen zorgt voor efficiënt ruimtegebruik en voorkomt uitbreiding naar het buitengebied. Verdichting wordt actief gestimuleerd, met aandacht voor bereikbaarheid en leefbaarheid. Investeringen in voorzieningen, vergroening en een veilige, gezonde openbare ruimte versterken het dagelijks comfort en de sociale samenhang. De maatregelen zijn breed uitgewerkt en dragen bij aan leefbare, aantrekkelijke woon- en werkomgevingen. Het streven naar een meer divers woningaanbod sluit goed aan bij veranderende woonbehoeften, maar de effectiviteit wordt beperkt door enkele randvoorwaarden en het ontbreken van concrete uitvoeringsmaatregelen.
Datum: 12 november 2025 - Internal
Score +/-
+
+/-
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie
Het versterken van voorzieningen en bedrijvigheid in de wijk vergroot de leefbaarheid en economische dynamiek, mits bereikbaarheid en functiemenging goed worden geborgd. Investeringen in duurzame mobiliteitsopties zoals OV, fietsen en deelvervoer dragen sterk bij aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem, zolang de focus op duurzame alternatieven consequent wordt doorgezet. Compacte groei en collectieve duurzame energiesystemen bieden sterke kansen voor verduurzaming en vergroening, mits gekoppeld aan hernieuwbare energie en structurele gebiedsverbetering.
+
Een mix van wonen, werken en voorzieningen in hoogstedelijke gebieden stimuleert een levendig innovatieklimaat en biedt uitstekende kansen voor kenniswerkers, startups en samenwerking binnen de regio.
+
+
+
Landschappelijke versterking Behoud van de verwevenheid van stad en landschap Deze ambitie is gericht op het behouden en versterken van de unieke verwevenheid tussen stad en landschap in Brabant; een kenmerk dat bijdraagt aan leefbaarheid, biodiversiteit en regionale identiteit. Beoordeling: Door het aanleggen en verbinden van meerdere kleine, verbonden stadstuinen en het maximaliseren van groene verbindingen wordt de overgang tussen stad en land verzacht, waardoor beide elkaar versterken en de harde grenzen vervagen. Ook het beperken van parkeerruimte ten gunste van meer groen draagt bij aan het binnenhalen van het landschap in de stad. Het beleid om nieuwe verharding in het buitengebied sterk te beperken voorkomt verdere verstedelijking richting natuur, maar kan ertoe leiden dat de stad minder flexibel kan meegroeien met het omliggende landschap. Anderzijds biedt de bestaande bebouwde omgeving ruimte voor groei. Tegelijkertijd zorgt het beperken van verharding in bestaande wijken voor behoud van het karakter van de overgangszone tussen stad en land. Bij gebiedsontwikkelingen zoals Wijkevoort wordt bewust rekening gehouden met de inpassing van het landschap, wat een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit. Er zijn echter ook aandachtspunten.
Het naar de wijk halen van kleine bedrijven kan leiden tot meer verkeer en milieuimpact, wat de verwevenheid met het landschap kan schaden. Verdichting van woongebieden kan de ruimte voor landschappelijke inpassing verkleinen. Ook kan het verminderen van recreatiedruk op kwetsbare natuur leiden tot een gevoel van minder verbinding met het omliggende landschap. Per saldo biedt deze ambitie sterke aanknopingspunten om de verwevenheid van stad en landschap te behouden en op onderdelen te versterken, mits negatieve effecten van verkeer, bedrijvigheid en verdichting zorgvuldig worden gemitigeerd en de groene verbindingen verder worden uitgebouwd. Beoordeling: +/Investeren in duurzame landouw Deze ambitie richt zich op het versterken en verduurzamen van het landschap door te investeren in duurzame landbouwpraktijken. Beoordeling: Door verharding in het buitengebied tegen te gaan, ontstaat er meer ruimte voor landbouw en hoeven agrarische activiteiten minder te concurreren met andere bestemmingen. Het verbreden van de landbouw, bijvoorbeeld door 17
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
multifunctioneel gebruik of het toevoegen van nieuwe activiteiten, maakt het eenvoudiger om duurzame innovaties in te passen en het verdienmodel van boeren te versterken. Daarnaast draagt het stimuleren van innovaties die inspelen op maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, bij aan de verdere verduurzaming van de landbouwsector. Met deze inzet ontstaan er kansen voor een toekomstbestendige landbouw die bijdraagt aan een vitaal landschap en aan regionale economische en ecologische doelen. Beoordeling: + Investeren in natuurontwikkeling Deze ambitie richt zich op het versterken van de natuur en biodiversiteit in zowel stedelijk als landelijk gebied. Beoordeling: Het aanleggen en verbinden van meerdere kleine tuinen en het vergroenen van straten, pleinen en gebouwen zorgen voor meer groen in de directe leefomgeving. Het realiseren van een netwerk van groene verblijfsgebieden, ofwel koelte-eilanden, binnen loopafstand en verbonden door beschaduwde routes, draagt direct bij aan de natuurontwikkeling in stedelijke gebieden. Dit vergroot de leefruimte voor planten en dieren en biedt bewoners meer natuur dichtbij huis. Het sturen op water en bodem als basis voor ruimtelijke keuzes, evenals het ontharden van oppervlakken en het verminderen van parkeren op straat, levert meer ruimte op voor groen, betere wateropvang en een gezonder microklimaat.
Ook het saneren van verontreinigde bodem en het herstel van de sponswerking van de grond dragen bij aan een robuuster ecosysteem en een betere waterhuishouding, wat de natuurontwikkeling ten goede komt. Door in het buitengebied verharding tegen te gaan, blijft meer ruimte beschikbaar voor natuur, ook al leidt dit niet direct tot kwaliteitsverbetering. Daarnaast vraagt de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied die invloed hebben op het landschap en die niet vanzelfsprekend tot landschappelijke verbetering leiden, nu een landschappelijke tegenprestatie. Deze maatregel draagt direct bij aan de instandhouding of verbetering van het buitengebied en versterkt daarmee de natuurontwikkeling op regionaal niveau. Het beperken van grondgebonden woningbouw biedt extra kansen voor het ontwikkelen van natuur, doordat er meer ruimte vrij blijft voor groene functies. Minder recreatiedruk op kwetsbare natuurgebieden is gunstig voor het herstel van deze gebieden, al kan het het gevoel van verbondenheid met het landschap beïnvloeden. Een aandachtspunt blijft de aanleg van infrastructuur, zoals het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen. Dit kan lokaal negatieve effecten hebben op de natuur, door uitstoot en verstoring van leefgebieden.
Samenvattend: door een breed pakket van maatregelen – van vergroening en ontharden tot herstel van bodem, water en het vragen van landschappelijke tegenprestaties bij ontwikkelingen – ontstaan er duidelijke kansen voor natuurontwikkeling. Het succes wordt versterkt als de negatieve effecten van infrastructurele projecten goed worden gemitigeerd en de groene netwerken daadwerkelijk worden gerealiseerd. Beoordeling: + Investeren in wateropvang Deze ambitie richt zich op het versterken van het landschap door te investeren in robuuste en toekomstbestendige wateropvang. Beoordeling: Door water en bodem sturend te maken in ruimtelijke keuzes, wordt rekening gehouden met de natuurlijke eigenschappen van het gebied, waardoor de mogelijkheden voor wateropvang worden vergroot, ook al is dit niet altijd direct zichtbaar in nieuwe voorzieningen. 18
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Het verbeteren van de sponswerking van de bodem zorgt ervoor dat regenwater beter kan worden vastgehouden en vertraagd wordt afgevoerd, wat bijdraagt aan het voorkomen van wateroverlast en het aanvullen van grondwater. Initiatieven als het ‘blauwe aders’-concept, waarbij grote buizen overtollig regenwater tijdelijk opslaan, bieden een krachtige impuls aan de stedelijke en landelijke wateropvangcapaciteit. Ook het actief opvangen en gecontroleerd afvoeren van regenwater vermindert de druk op het rioolstelsel en voorkomt wateroverlast bij piekbuien. Tot slot draagt het realiseren van wateropslag als onderdeel van innovatieve en betrouwbare watervoorzieningen bij aan de robuustheid van het watersysteem, vooral in droge perioden. Gezamenlijk zorgen deze maatregelen voor een aanzienlijke verbetering van de wateropvang, zowel binnen stedelijk gebied als in het landschap, en versterken ze de weerbaarheid tegen klimaatverandering. Beoordeling: + Recreatievoorziening Deze ambitie zet in op het verbeteren en uitbreiden van recreatiemogelijkheden in het landschap en de stad. Beoordeling: Door de openbare ruimte uitnodigend te maken voor bewegen, ontmoeten en ontspannen, ontstaat er meer kwaliteit en diversiteit in recreatievoorzieningen.
Het herinrichten van groene gebieden met beperkte kwaliteit levert extra ruimte en nieuwe kansen voor recreatie op, waardoor deze gebieden aantrekkelijker worden voor bewoners en bezoekers. Evenementen in de stad dragen bij aan een levendig recreatieaanbod en verhogen de aantrekkingskracht van de stad als ontmoetingsplek. Het toevoegen van groene verblijfsgebieden biedt extra mogelijkheden voor recreatie dicht bij huis, wat bijdraagt aan het welzijn van inwoners. Ook het ontharden van wijken creëert waardevolle, multifunctionele openbare ruimte, waarvan recreatie een belangrijk onderdeel kan zijn. Wel is er een aandachtspunt: het verminderen van recreatiedruk op kwetsbare natuurgebieden is belangrijk voor het behoud van deze natuur, maar betekent dat recreatiemogelijkheden in deze gebieden beperkt worden. Dit kan lokaal een negatief effect hebben op het beschikbare recreatieaanbod. Dit effect wordt gemitigeerd door de stadsregionale parken die juist ruimte bieden aan recreatie. Dit draagt bij aan het verlichten van druk op kwetsbare natuur. De groei van de stad in balans houden met de recreatievraag op (kwetsbare) natuur blijft een onderdeel om sterk op te monitoren. Indien de parken niet afdoende kunnen voorzien in de recreatieve vraag, waardoor druk op gevoeligere natuur te hoog blijft, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden.
De inzet op aantrekkelijke, toegankelijke en groene recreatievoorzieningen voor een positieve impuls aan het voorzieningenniveau, mits er gemonitord wordt op de alternatieven die worden gecreëerd voor de natuurgebieden waar recreatie wordt teruggedrongen. Beoordeling: + Water en bodem sturend Deze ambitie zet in op het centraal stellen van water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Beoordeling: Door water en bodem leidend te maken in de inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving, wordt direct bijgedragen aan het realiseren van een robuust, klimaatbestendig en veerkrachtig landschap. Maatregelen zoals het saneren van vervuilde locaties, het ontharden van oppervlakken en het herstellen van de sponswerking van de bodem passen goed binnen deze aanpak en versterken de kwaliteit van bodem en water. Dit helpt bij het voorkomen van wateroverlast, bevordert de biodiversiteit en draagt bij aan een gezonde, duurzame leefomgeving. Bij het zoeken naar uitbreidingslocaties wordt expliciet rekening gehouden met water en bodem, zodat nieuwe ontwikkelingen niet ten koste gaan van deze cruciale natuurlijke systemen. Wel is het belangrijk om bij het afwijken 19
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
van gangbare aanlegdieptes of maatvoeringen terughoudend te zijn, omdat dergelijke afwijkingen de kwaliteit van bodem en water kunnen schaden. Al met al zorgt het sturend maken van water en bodem voor een directe en structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, mits de bestaande randvoorwaarden en beschermingsmaatregelen zorgvuldig in acht worden genomen. Beoordeling: + Tegengaan daling grondwater Deze ambitie richt zich op het voorkomen van een verdere daling van het grondwaterpeil, een belangrijk thema voor klimaatbestendigheid, natuur en landbouw Beoordeling: Door water en bodem sturend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen, wordt er bewust rekening gehouden met de natuurlijke waterhuishouding en ontstaat er meer ruimte voor infiltratie van regenwater. Het ontharden van oppervlakken, het toevoegen van groen in de stad en het beperken van verharding in het buitengebied zorgen ervoor dat regenwater beter in de bodem kan trekken, wat bijdraagt aan het aanvullen van het grondwaterpeil. Herinrichting met minder parkeerruimte en meer aandacht voor wateropvang en groen versterkt dit effect, net als beleidsregels die sturen op minimale verharding. Het verbeteren van de sponswerking van de bodem zorgt ervoor dat het water langer wordt vastgehouden, waardoor de daling van het grondwater wordt vertraagd. Er zijn echter ook maatregelen die een negatief effect kunnen hebben.
Zo kan het opvangen en afvoeren van regenwater, bijvoorbeeld via aparte hemelwaterafvoer bij nieuwbouw, ertoe leiden dat minder water de bodem bereikt. Ook het verdiepen of verbreden van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen kan lokaal het grondwaterpeil verlagen. Verdichting van woonwijken en bedrijventerreinen beperkt eveneens de mogelijkheden voor infiltratie, wat een daling van het grondwaterpeil kan versterken. Sanering van grond kan tijdelijk negatieve effecten hebben op het grondwaterpeil, afhankelijk van de toegepaste methode. Positief is dat bij de uitgifte van kavels en bij uitbreidingslocaties nadrukkelijk wordt gekeken naar de effecten op het grondwater, zodat negatieve gevolgen tijdig kunnen worden beperkt of gecompenseerd. Samenvattend: de ambitie om de daling van het grondwater tegen te gaan wordt ondersteund door een breed pakket aan maatregelen gericht op vergroening, ontharden en water- en bodembewust ruimtelijk beleid. De effectiviteit hiervan hangt wel af van de mate waarin negatieve effecten van verharding, verdichting en regenwaterafvoer worden geadresseerd en gecompenseerd. Beoordeling: +/Ruimte voor waterberging Deze ambitie richt zich op het vergroten van de capaciteit voor waterberging, zowel in stedelijk als landelijk gebied.
Beoordeling: Het verbeteren van de sponswerking van de bodem zorgt ervoor dat regenwater beter in de grond wordt opgenomen en langer kan worden vastgehouden. Ook het opvangen van water bij nieuwbouwprojecten draagt bij aan het tijdelijk vasthouden en gecontroleerd afvoeren van neerslag, wat helpt om piekbelasting op het riool en wateroverlast te voorkomen. Het actief inzetten op voldoende bergingsruimte voor water vergroot de veerkracht van het watersysteem en zorgt ervoor dat extreme neerslag kan worden opgevangen zonder schade aan bebouwing of natuur. Daarnaast stimuleert het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatie het toepassen van groene en waterbergende voorzieningen, waardoor waterberging en biodiversiteit standaard worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen.
20
Datum: 12 november 2025 - Internal
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG
Deze samenhangende maatregelen versterken de capaciteit voor waterberging en dragen bij aan een robuust, klimaatbestendig en natuurinclusief landschap. Beoordeling: + Versterken biodiversiteit Deze ambitie richt zich op het verbeteren van de ecologische basiskwaliteit van het landschap om de biodiversiteit duurzaam te versterken. Beoordeling: Het aanleggen van kleine tuinen in de stad vergroot het aantal leefgebieden voor uiteenlopende planten, insecten en vogels. Ook het verbeteren van de waterhuishouding en bodemkwaliteit zorgt voor rijkere en stabielere habitats, waarmee de basis voor biodiversiteit aanzienlijk wordt versterkt. Het ontharden van verhard oppervlak, zowel in stedelijke wijken als in het buitengebied, creëert meer ruimte voor planten, bodemleven en wateropvang. Dit verbetert het microklimaat en biedt waterrijke plekken die cruciaal zijn in droge periodes. Door sanering worden bodem en water schoner, wat essentieel is voor veel soorten. Het herstel van de sponswerking van de bodem draagt bij aan stabiele vochtcondities, wat diversiteit en overlevingskansen van flora en fauna vergroot. Het realiseren van een netwerk van groene verblijfsgebieden, met voldoende groen op korte afstand en verbonden door schaduwrijke routes, biedt voedsel, schuilplaatsen en migratieroutes. Dit draagt direct bij aan de stedelijke biodiversiteit.
Minder parkeerplaatsen en meer ruimte voor vegetatie en water zorgen eveneens voor meer biodiversiteit in woonwijken. Let wel, infrastructurele ingrepen zoals het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen kunnen lokaal een negatief effect hebben op biodiversiteit door verstoring van habitats en emissies. Tegelijk biedt het beperken van grondgebonden woningbouw meer aaneengesloten ruimte voor groen, wat gunstig is voor biodiversiteit. Samengevat: deze samenhangende aanpak biedt sterke kansen voor het versterken van de biodiversiteit, mits negatieve effecten van infrastructurele projecten voldoende worden gecompenseerd en groene netwerken daadwerkelijk worden gerealiseerd. Beoordeling: + Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Deze ambitie richt zich op het bevorderen van duurzame en natuurinclusieve landbouw, met bijzondere aandacht voor gebieden rondom waardevolle natuur, zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant. Beoordeling: Door verharding tegen te gaan, ontstaat er meer ruimte voor natuurinclusieve landbouwpraktijken en voor landschapselementen zoals houtwallen en bloemrijke akkerranden, die zowel de biodiversiteit als het landschap versterken.
Het verbreden van de landbouw biedt boeren meer mogelijkheden om duurzame, biodiversiteitsvriendelijke en multifunctionele praktijken toe te passen, waardoor de landbouwsector beter kan inspelen op ecologische en maatschappelijke opgaven. Innovaties gericht op het verbeteren van bodem, waterbeheer en biodiversiteit dragen daarnaast actief bij aan een versnelde omslag naar natuurinclusieve landbouw. Deze samenhangende benadering biedt goede kansen om landbouw en natuur verder te verweven, de biodiversiteit te vergroten en het landschap toekomstbestendig te maken. Beoordeling: +