Bijlage 10 - Bijlagen concept uitvoeringstoetsen
Tekst van het document
CONCEPT Uitvoeringstoets – omgevingsmanagement Leger des Heils 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van het voorstel/de opdracht Bij de ontwikkeling van een Beschermd Wonen locatie van het Leger des Heils zijn afspraken gemaakt met de buurt over het omgevingsbeheer. Aanleiding waren overlast en een 'hoge druk van voorzieningen'. Op de locatie vangt het Leger des Heils namelijk de meest kwetsbare groep op. De financiële ruimte voor omgevingsbeheer had het Leger des Heils in de 'oude' contracten, maar in de nieuwe contracten zit die ruimte niet meer. In gesprekken met de buurt is toegezegd dat de nieuwe contractering geen invloed zal hebben op het omgevingsbeheer. Vanaf 2023 krijgt het Leger des Heils daarom subsidie om deze inzet te continueren en daarvoor zijn nu structureel middelen begroot. Het Leger des Heils voert dat beheer uit naar tevredenheid van de buurt. 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg De werkzaamheden worden uitgevoerd door het Leger des Heils, net als in de voorgaande jaren. 1.2. Afbakening – derden In het voorjaar van 2020 is Klankbordgroep Domus opgericht. Daarin zitten diverse buurtbewoners, Buurtbelangen Broekhoven-Oerle, Wijkraad Zuiderkwartier en Stichting Woonzorg Nederland. De Klankbordgroep heeft samen met de gemeente, politie, Leger des Heils en RIBW Brabant afspraken gemaakt over het beperken van overlast in de wijk. Deze afspraken zijn in een convenant vastgelegd.
De Klankbordgroep is nog steeds actief en volgt het reilen en zeilen van de Domus en haar impact op de wijk. 1.3. Beheersinformatie Het Leger des Heils legt verantwoording af op de verstrekte subsidie. 2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Geef in dit kopje aan welke afdelingen voor de toets zijn geraadpleegd. De afdelingen kunnen aan de hand van onderstaande vragen aangeven welke gevolgen het voorstel heeft. Wat moet de afdeling doen om het voorstel mogelijk te maken? Neemt het werk toe, of juist af? Kopjes zijn niet voor alle afdelingen altijd relevant. In dat geval kan worden volstaan met “niet van toepassing.” 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? nvt 2.
Welke competenties zijn nodig? nvt
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? nvt
4.
Moet worden geprioriteerd? nvt
Uitvoeringstoets – omgevingsmanagement Leger des Heils
2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Geen. 2.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Nee. 2.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Geen risico’s 2.5. Inkoop Moet voor de uitvoering van het voorstel een inkooptraject doorlopen worden? Nee. 2.6. Overig Nee. 2.7. Conclusie Voor de afdeling sociaal past dit binnen de reguliere werkzaamheden.
Concept Uitvoeringstoets - Anti discriminatie agenda 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van het voorstel/de opdracht Hier volgt een korte en concrete beschrijving van het voorstel en wat met dit voorstel verandert. Deze tekst is onderdeel van de finale afstemming. Aan de hand van deze tekst wordt ingeschat welke gevolgen de veranderingen hebben voor de organisatie. Neem hierbij ook op per wanneer het voorstel of de opdracht uitgevoerd moet worden. Het voorstel betreft de invoering van een anti-discriminatie agenda, waartoe de gemeenteraad heeft opgeroepen in de Motie PPN23-03 ‘Agenda antidiscriminatie Tilburg’, die op 10 juli 2023 is aanvaard. Vervolgens heeft de raad de startnotitie Anti-Discriminatie Agenda op 18 december 2023 vastgesteld. In Tilburg hebben we reeds een inclusiebeleid, waarin we aandacht besteden aan wat het betekent om jezelf te zijn, deel te nemen en je veilig te voelen, ongeacht persoonlijke kenmerken zoals etniciteit, leeftijd, geaardheid, gender, seksuele gerichtheid, beperking, culturele of religieuze achtergrond. Het is echter noodzakelijk om ook stil te staan bij de schaduwzijde hiervan: discriminatie. Discriminatie is een onwenselijk, hardnekkig en omvangrijk fenomeen waarbij mensen worden uitgesloten of ongelijk behandeld, en bovendien bij wet verboden. Als noodzakelijke aanvulling op het bestaande inclusiebeleid moeten we concreet en actief discriminatie tegengaan.
De voorgestelde agenda legt hierop meer nadruk om discriminatie gericht aan te pakken. De uitvoering van deze agenda start in het eerste kwartaal van 2025. 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg Welk deel van het voorstel wordt door de gemeente zelf uitgevoerd? Ook als (een groot deel van) het voorstel door partners in de stad wordt uitgevoerd, zijn er voor de gemeente Tilburg werkzaamheden. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het doen van een (Europese) aanbesteding, het opstellen van een convenant, opdrachtverstrekking of begeleiding en/of handhaving van externe partners. Deze werkzaamheden moeten in kaart worden gebracht. Bij de uitvoering van de Anti-discriminatie Agenda vervult de gemeente een belangrijke centrale rol als aanjager. De agenda kan niet alleen door de gemeente worden uitgevoerd; het tegengaan van discriminatie vereist samenwerking met de stad en de betrokken sectoren. De interventies in de agenda richten zich specifiek op zes sectoren: de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het onderwijs, de horeca, de gezondheidszorg en de wijken. De aanjaagrol van de gemeente houdt in dat wij een netwerk (intern en extern) opbouwen en onderhouden, dat we bij partners in deze sectoren het onderwerp agenderen en de nodige expertise leveren, en samen doelen vaststellen. Daarnaast zullen we in de uitvoering ondersteunen en verbinden.
Samen met partners voeren wij de acties uit, waarbij gedeelde verantwoordelijkheid, draagvlak en uitvoerbaarheid door zowel de gemeente als de betrokken sectoren van groot belang zijn. Daarnaast vervullen wij ook een rol als werkgever. Als een van de grootste werkgevers in de stad hebben wij de verantwoordelijkheid om binnen onze organisatie actief aan de slag te gaan met antidiscriminatie. Wij zijn reeds bezig met interne initiatieven, zoals de werving van nieuwe werknemers en kennisdeling, maar zien ook mogelijkheden om hier verder op in te zetten. Ook benadrukken wij onze rol als dienstverlener. In de interactie met onze inwoners streven wij naar inclusiviteit, met bijzondere aandacht voor antidiscriminatie.
1.2. Afbakening – derden Welk deel van het voorstel wordt door derden uitgevoerd? Ook deze beschrijving moet zo concreet mogelijk zijn.
Uitvoeringstoets - Titel
Zoals beschreven in paragraaf 1.1, zullen wij een aanjagende rol vervullen om het tegengaan van discriminatie in de genoemde sectoren te bevorderen. Hiervoor is uiteraard de betrokkenheid van de partners uit deze sectoren noodzakelijk. Om deze samenwerking te bekrachtigen, streven we naar convenanten binnen de betreffende sectoren voor de uitvoering van de agenda. In de praktijk zal dit gericht zijn op het gezamenlijk uitvoeren van de interventies die in de sectoren moeten worden geïmplementeerd, zoals bewustwording, normstelling en het uitrollen van campagnes. 1.3. Beheersinformatie Welke sturingsinformatie is gewenst, bijvoorbeeld voor verantwoording aan Raad of College of in het kader van governance of datagedreven werken. Door hier vooraf bij stil te staan, kan in de uitvoeringstoets worden beoordeeld of deze informatie beschikbaar is, of beschikbaar kan komen. Op de eerste plaats beschikken we op een hoger niveau informatie over sociale samenhang door informatie van de indicator “Tilburgers voelen zich verbonden met elkaar en met hun omgeving” uit het Beleidskader Sociaal en Veerkrachtig. We gebruiken op gedetailleerder niveau de beschikbare sturingsinformatie uit de voortgangsrapportage.
Hierbij maken we onder andere gebruik van cijfers uit de monitor discriminatie van antidiscriminatievoorziening Radar (ondergebracht bij discriminatie.nl) en discriminatiecijfers uit onze inwonersenquête waarin we ook vragen stellen met betrekking tot discriminatie. De genoemde sturingsinformatie is reeds beschikbaar. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Geef in dit kopje aan welke afdelingen voor de toets zijn geraadpleegd. De afdelingen kunnen aan de hand van onderstaande vragen aangeven welke gevolgen het voorstel heeft. Wat moet de afdeling doen om het voorstel mogelijk te maken? Neemt het werk toe, of juist af? Kopjes zijn niet voor alle afdelingen altijd relevant. In dat geval kan worden volstaan met “niet van toepassing.” De afdelingen Werk & Inkomen, Economie & Arbeidsmarkt, Veiligheid & Wijken, Personeel & Organisatie en Afdeling Sociaal zijn geraadpleegd in het opstellen van de interventies van de Anti-discriminatie Agenda en input over de uitvoering hiervan. Deze afdelingen zijn benaderd aan de hand van de genoemde sectoren in de agenda. 1.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Beschrijf welke gevolgen het voorstel heeft voor de medewerkers van de betrokken afdelingen. Maak dit zo concreet mogelijk.
Moeten zij een specifieke handeling uitvoeren? Is dit eenmalig of structureel? Zijn bepaalde werkzaamheden niet meer nodig? Voor de aanjaagrol (zoals beschreven onder 1.1) zal structurele inzet nodig zijn binnen afdeling Sociaal. De aanjaagrol (intern en extern) wordt nu door afdeling Sociaal ook naast alle andere taken van het beleid- al ingevuld op het gebied van inclusie. Dit zal worden aangevuld en uitgebreid op het gebied van anti-discriminatie. Daarnaast heeft de aanjaagrol (zoals beschreven in 1.1) ook een uitvoerend aspect. Dit betreft het uitvoeren van concrete interventies zoals het opstarten van een campagne of het faciliteren van verbinding door het organiseren van bijeenkomsten. Ook het uitvoerende aspect wordt op het gebied van inclusie nu ingevuld binnen afdeling Sociaal. Dit zal worden uitgebreid en aangevuld met activiteiten op het gebied van anti-discriminatie.
Uitvoeringstoets - Titel De uitvoering van de agenda zal leiden tot meer werkzaamheden op de betrokken afdelingen, wat ook meer inzet van de medewerkers vereist. De aanpak van discriminatie is, net als het inclusiebeleid, verweven in de dagelijkse werkzaamheden van onze medewerkers. We verwachten van de afdelingen dat zij extra input en expertise leveren wanneer nodig, bijvoorbeeld op het gebied van inhoud met betrekking tot het werkveld of toegang tot netwerken. Indien noodzakelijk, zullen zij moeten bijdragen aan de uitvoering van anti-discriminatie-interventies in verschillende beleidsthema’s en sectoren. Door het beleggen van de aanjaagrol binnen afdeling Sociaal, beperken we de toename van werkzaamheden op de verschillende afdelingen. De personen waarbij deze rol belegd wordt, zullen fungeren als kartrekker voor de uitvoering van de Antidiscriminatie Agenda vanuit de afdeling Sociaal. Wat betreft de werkgeversrol en de dienstverlenende rol worden geen veranderingen voor medewerkers voorzien. Genoemde acties die de komende periode worden opgepakt zijn onderdeel van bestaande plannen en lopende activiteiten binnen de betrokken afdelingen. 2.
Welke competenties zijn nodig? Geef aan of de competenties voor de uitvoering van de taken onder (1) al aanwezig zijn binnen de afdeling. Als dat niet zo is, moet worden ingeschat of dit vraagt om de inhuur van specifieke expertise, of dat (bij)scholing van bestaande werkzaamheden nodig is. Geef daarbij ook aan hoe realistisch het is dat deze expertise extern kan worden gevonden, of op welke termijn de scholing voldoende kan plaatsvinden. Maak dit concreet en geef aan wat dit ongeveer gaat kosten.
Voor de aanjaagrol is een medewerker nodig die de volgende competenties bezit: communicatief vaardig, in staat om te netwerken en verbindingen te leggen, intrinsiek het belang van inclusie voelen, overzicht kunnen bewaken in samenwerkingsverbanden, daadkrachtig en overtuigend zijn. Voor het uitvoerende aspect is een medewerker nodig die de volgende competenties bezit: communicatief vaardig, doener, intrinsiek het belang van inclusie voelen, daadkrachtig. Voor bestaande medewerkers is het belangrijk dat zij input leveren in de uitvoering op het gebied van expertise en netwerk. Dit zijn taken/competenties die onze medewerkers al bezitten. Waar nodig kunnen we intern inzetten op meer bewustwording en kennisdeling om het belang van het tegengaan van discriminatie te benadrukken. 3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Geef aan of de afdeling voldoende capaciteit heeft om het voorstel uit te voeren. Koppel dit aan de taken onder (1). Als extra capaciteit nodig is, geef dan aan om hoeveel FTE het gaat en in welke schaal deze werkzaamheden vermoedelijk vallen. Hetzelfde geldt voor de situatie dat minder capaciteit nodig is. Geef aan wat de kosten zijn of de opbrengsten (bij minder capaciteit).
Om het voorstel uit te voeren, is er noodzaak voor extra capaciteit op de afdeling Sociaal. Zoals reeds toegelicht is de aanjaagrol en het uitvoerende aspect daarvan op het gebeid van inclusie op dit moment al belegd binnen afdeling Sociaal. Uit onderzoek van Movisie blijkt dat een inclusiebeleid alleen kan bestaan bij gratie van een antidiscriminatiebeleid. Enerzijds moeten we als gemeente de gewenste sociale norm in het kader van inclusie benadrukken. Bovendien is het noodzakelijk om met dit specifiek antidiscriminatiebeleid de nadruk te leggen op het tegengaan van ongewenste en zelfs strafbare fenomenen, zoals discriminatie en vormen van discriminatie als seksisme, validisme, racisme of LHBTIQ+ discriminatie. Om beide onderwerpen volledig tot zijn recht te laten komen en interventies op deze ontwerpen elkaar optimaal te laten versterken, is het meest efficiënt om de aanjaagrol voor de anti-discriminatie agenda tevens bij afdeling Sociaal te beleggen. Echter is er onvoldoende capaciteit om
Uitvoeringstoets - Titel ook deze rol op het gebied van anti-discriminatie te beleggen binnen de bestaande formatie. Het invullen van deze rol vereist extra inzet van 1 fte in schaal 11. Deze nieuwe medewerker zal verantwoordelijk zijn voor het uitvoerende aspect van zowel het inclusiebeleid als de anti-discriminatie agenda. Hierdoor ontstaat er ruimte binnen de bestaande capaciteit om zowel voor inclusie als anti-discriminatie de overige aspecten van de aanjaagrol in te vullen. Zonder deze extra capaciteit is uitvoering van de antidiscriminatie agenda niet haalbaar. Voor de overige medewerkers voorzien we tijdelijke en vaak korte tijdsinspanningen voor de uitvoering van de Anti-Discriminatie Agenda, die onderdeel uitmaken van de reguliere werkzaamheden. 4.
Moet worden geprioriteerd? Heeft het voorstel gevolgen voor prioritering binnen de afdeling, bijvoorbeeld omdat geen extra capaciteit beschikbaar is of gemaakt kan worden. Indien voorrang wordt gegeven aan dit voorstel, welke andere ambities lopen dan vertraging op?
Met het huidige voorstel, i.e. het aanstellen van een medewerker (1fte, schaal 11), hoeft er niet geprioriteerd te worden binnen de betrokken afdelingen. 1.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Breng in kaart welke ICT-functionaliteiten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het voorstel. Geef daarbij aan of deze al in huis zijn, of dat dit om nieuwe middelen vraagt. Maak concreet wat dit kost. n.v.t. 1.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Zijn deze al aanwezig of moeten die worden aangeschaft? Heeft dit naar verwachting gevolgen voor de implementatietermijn? n.v.t. 1.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Geef aan of het voorstel juridische risico’s kent, wat deze risico’s zijn en hoe groot de kans is dat deze zich voordoen. Is het voorstel bijvoorbeeld in strijd met bestaande wet- en regelgeving of bestaand beleid? n.v.t. 1.5. Inkoop Moet voor de uitvoering van het voorstel een inkooptraject doorlopen worden?
Uitvoeringstoets - Titel Maak duidelijk wat moet worden ingekocht. Geef aan of dit traject al is doorlopen of dat dit nog gedaan moet worden. n.v.t. 1.6. Overig Zijn er overige aandachtspunten? Welke? Extern draagvlak Een factor die mogelijk van invloed kan zijn op de uitvoering en daarmee onze interne capaciteit, is het externe draagvlak. We moeten rekening houden met het scenario waarin onvoldoende betrokkenheid komt vanuit de samenwerkingspartners en sectoren. Als zij de urgentie niet voelen om gezamenlijk op te trekken in het bestrijden van discriminatie, zal een aanzienlijk groter deel van de uitvoering op onze schouders komen te liggen. Dit kan leiden tot meer werk voor de collega’s die fungeren als verbinding in het netwerk, en meer inzet vereisen van de medewerker met de aanjaagrol. Hoewel wij de partners in de stad zullen enthousiasmeren en aansporen tot medewerking en dit zo goed mogelijk zullen faciliteren, kunnen we dit niet garanderen. Om dit te monitoren zullen we aan de hand van de jaarlijkse voortgangsrapportage bijhouden of dit risico optreedt. Indien dat het geval is, maken we daar een melding van en stellen bijbehorende voorstellen op. Financiële dekking De financiële dekking voor de uitvoering van de agenda in 2025 wordt gerealiseerd via de programmabegroting van dat jaar.
Deze dekking wordt verkregen uit een bestaande post in de begroting en zal dus worden gerealiseerd door het ombuigen van bestaande middelen. Het jaar 2025 wordt gezien als opstartjaar. Daarna wordt een voorstel voor structurele financiële dekking voorgelegd in de programmabegroting van 2026. 1.7. Conclusie 8. Kan de afdeling het werk uitvoeren? Binnen de gestelde implementatietermijn? Welke gevolgen zijn in ieder geval van belang voor College en Raad? Geef aan of de vereiste werkzaamheden binnen de gestelde implementatietermijn kunnen starten. Geef ook aan wat de eventuele vertraging is en waarom (gebaseerd op tekst hierboven). Bij gevolgen die van belang zijn voor raad of college kan worden gedacht aan bijvoorbeeld: - Vertraging of afstel van andere ambities indien dit voorstel voorrang krijgt. - Uitvoeringsrisico’s die niet redelijkerwijs gemitigeerd kunnen worden. - Beschikbaarheid van specifieke functies of middelen die in de markt lastig verkrijgbaar zijn. De Antidiscriminatie Agenda vraagt om een samenspel van de afdeling Sociaal met de andere afdelingen om enerzijds op een voortvarende manier interventies en maatregelen met de juiste expertise te realiseren, en anderzijds het brede spectrum van inclusie en anti-discriminatie in het DNA van de organisatie te krijgen. In zekere zin geldt dat ook op bestuurlijk niveau.
Hoewel de wethouder inclusie een prominente voortrekkersrol heeft, zijn alle collegeleden verantwoordelijk en aansprakelijk voor inclusie en antidiscriminatie op hun portefeuilles. Als altijd valt of staat een dergelijk met de maatschappij verweven beleid met de betrokkenheid van (partners in) de stad. Met voorgestelde plan en de genoemde inzet in capaciteit en middelen, is de Anti-discriminatie Agenda uitvoerbaar.
CONCEPT Uitvoeringstoets – Dossier Groene Wellen
1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van het voorstel/de opdracht Hier volgt een korte en concrete beschrijving van het voorstel en wat met dit voorstel verandert. Deze tekst is onderdeel van de finale afstemming. Aan de hand van deze tekst wordt ingeschat welke gevolgen de veranderingen hebben voor de organisatie. Neem hierbij ook op per wanneer het voorstel of de opdracht uitgevoerd moet worden. Het Zwembad De Groene Wellen in Udenhout wordt al bijna 30 jaar geëxploiteerd door een lokale ondernemer. Op 11 april 2025 eindigt de huidige erfpachttermijn van 30 jaar. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor de toekomst van deze voorziening. Het college wil het zwembad als sport- en maatschappelijke voorziening graag behouden voor een groeiend Udenhout en heeft besloten voor de realisatie van een nieuw, duurzaam zwembad voor een periode van minimaal 40 jaar. De uitvoering wordt gedaan door het gemeentelijk Sportbedrijf. 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg Welk deel van het voorstel wordt door de gemeente zelf uitgevoerd? Ook als (een groot deel van) het voorstel door partners in de stad wordt uitgevoerd, zijn er voor de gemeente Tilburg werkzaamheden. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het doen van een (Europese) aanbesteding, het opstellen van een convenant, opdrachtverstrekking of begeleiding en/of handhaving van externe partners. Deze werkzaamheden moeten in kaart worden gebracht.
De uitvoering en daarmee de exploitatie van het nieuwe zwembad vindt plaats door het gemeentelijk Sportbedrijf nadat het zwembad is opgeleverd. De bouw van het zwembad zal plaatsvinden onder regie van het gemeentelijk Vastgoedbedrijf. 1.2. Afbakening – derden Welk deel van het voorstel wordt door derden uitgevoerd? Ook deze beschrijving moet zo concreet mogelijk zijn. In lijn met de huidige exploitatie van de gemeentelijke zwembaden zullen enkele zaken door derden worden uitgevoerd. De meest significante werkzaamheden door derden betreft het (groot- en huurders)onderhoud van het zwembad en de voorzieningen. 1.3. Beheersinformatie Welke sturingsinformatie is gewenst, bijvoorbeeld voor verantwoording aan Raad of College of in het kader van governance of datagedreven werken. Door hier vooraf bij stil te staan, kan in de uitvoeringstoets worden beoordeeld of deze informatie beschikbaar is, of beschikbaar kan komen. Zoals gebruikelijk bij de sturing op de andere gemeentelijke zwembaden is inzicht in bezoekersstromen, personele inzet, onderhoudsniveau en dergelijke relevant. Hiervoor zijn reeds datasystemen beschikbaar, zoals Recreatex en Rostarcas, om dit inzicht te bieden.
Uitvoeringstoets – Dossier Groene Wellen
2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Geef in dit kopje aan welke afdelingen voor de toets zijn geraadpleegd. De afdelingen kunnen aan de hand van onderstaande vragen aangeven welke gevolgen het voorstel heeft. Wat moet de afdeling doen om het voorstel mogelijk te maken? Neemt het werk toe, of juist af? Kopjes zijn niet voor alle afdelingen altijd relevant. In dat geval kan worden volstaan met “niet van toepassing.” 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Beschrijf welke gevolgen het voorstel heeft voor de medewerkers van de betrokken afdelingen. Maak dit zo concreet mogelijk. Moeten zij een specifieke handeling uitvoeren? Is dit eenmalig of structureel? Zijn bepaalde werkzaamheden niet meer nodig? De gevolgen zijn het meest relevant voor de medewerkers van het gemeentelijk Sportbedrijf. Een deel van de medewerkers van het team ‘ZWIJS’ zullen ingezet worden op deze nieuwe plek in de maanden wanneer dit nieuwe bad geopend is. Dit vraagt wel wat extra’s van het management (TM en TL), marketing, backoffice en de personeelsplanners die werkzaam zijn bij het Sportbedrijf. Impact is nog lastig in te schatten. Daarnaast is de kans aanwezig dat er een inzet komt vanuit het Sportbedrijf voor de exploitatie van de horeca en het onderhouden van de groenvoorzieningen.
De vraag bij dat laatste is welke verantwoordelijkheid hier ligt bij het team buitensport van het Sportbedrijf wat verantwoordelijk is voor het onderhoud van sportvelden en bij de afdeling RUV, onderhoud groen openbare ruimten. Medewerkers van de afdeling Vastgoed zijn, naast de gehele nieuwbouw, bij de uitvoering en het beheer betrokken bij dit nieuwe zwembad met name vanwege het groot- en huurdersonderhoud. Daarnaast zullen nog medewerkers van enkele ondersteunende afdelingen betrokken worden vanuit hun reguliere rol en betrokkenheid bij het Sportbedrijf zoals bijvoorbeeld PEC en DIT. 2.
Welke competenties zijn nodig? Geef aan of de competenties voor de uitvoering van de taken onder (1) al aanwezig zijn binnen de afdeling. Als dat niet zo is, moet worden ingeschat of dit vraagt om de inhuur van specifieke expertise, of dat (bij)scholing van bestaande werkzaamheden nodig is. Geef daarbij ook aan hoe realistisch het is dat deze expertise extern kan worden gevonden, of op welke termijn de scholing voldoende kan plaatsvinden. Maak dit concreet en geef aan wat dit ongeveer gaat kosten. Competenties voor het beheren van een zwembad zijn aanwezig.
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Geef aan of de afdeling voldoende capaciteit heeft om het voorstel uit te voeren. Koppel dit aan de taken onder (1). Als extra capaciteit nodig is, geef dan aan om hoeveel FTE het gaat en in welke schaal deze werkzaamheden vermoedelijk vallen. Hetzelfde geldt voor de situatie dat minder capaciteit nodig is. Geef aan wat de kosten zijn of de opbrengsten (bij minder capaciteit).
Met opmerkingen [Sv1]: nieuwbouw
Uitvoeringstoets – Dossier Groene Wellen
Er is voor dit zwembad extra personeel (4 fte) nodig bij het Sportbedrijf en extra inzet groenbeheer. Hier is in het begrotingsvoorstel zo goed mogelijk rekening mee gehouden; blijft een eerste inschatting! Het gaat om 3 fte lifeguards, 1 fte horeca en daarnaast de inzet van capaciteit groen onderhoud (in eigen beheer Sportbedrijf). Of RUV?? 4.
Moet worden geprioriteerd? Heeft het voorstel gevolgen voor prioritering binnen de afdeling, bijvoorbeeld omdat geen extra capaciteit beschikbaar is of gemaakt kan worden. Indien voorrang wordt gegeven aan dit voorstel, welke andere ambities lopen dan vertraging op? Dat is lastig aan te geven. Het betekent voor het Sportbedrijf het exploiteren van een extra (buiten)bad. Bij voldoende beschikbaarheid van personeel op de arbeidsmarkt is het prima in te passen binnen de bedrijfsvoering van het Sportbedrijf. Deze uitbreiding raakt wel de grenzen van ‘span of control’ van het management zwembaden en mogelijk de interne ondersteuning binnen het Sportbedrijf, zowel bij de voorbereiding als de exploitatie van het nieuwe zwembad. Dit wordt nader onderzocht. Indien uitbreiding van capaciteit op deze onderdelen noodzakelijk is brengen we hier een voorstel voor in routing.
2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Breng in kaart welke ICT-functionaliteiten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het voorstel. Geef daarbij aan of deze al in huis zijn, of dat dit om nieuwe middelen vraagt. Maak concreet wat dit kost. Internet Wifi hotspot Aansluiting recreatex en of systeem horeca? Aansluiting receptiewerkplek, schermen, telefoon etc. Cameratoezicht 2 werkplekken (Techniek machinekamer ?) NADER UIT TE WERKEN WAT DIT KOST EN WELKE ROL EN EIGENAARSCHAP HIER VOOR FAC EN DIT LIGT.
2.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Zijn deze al aanwezig of moeten die worden aangeschaft? Heeft dit naar verwachting gevolgen voor de implementatietermijn? Inrichting zwembad (bijvoorbeeld lijnen etc.) Aanschaf zwembadmateriaal (speelmateriaal)
Met opmerkingen [LvdTK2]: Aanvullingen
Uitvoeringstoets – Dossier Groene Wellen Portofoons Zwembandjes en andere artikelen voor de verkoop Lifeguard stoel Horeca-inrichting binnen en buiten Kluisjes (via vastgoed) Schoonmaakmiddelen Meubilair Evt. Zwembadlift Omkleedvoorzieningen baby's Prullenbakken Wasmachine & droger Kantine/ruimte personeel (omkleedmogelijkheid douche en toilet en lockers) Parkeren en fietsenstalling (ook personeel)
Met opmerkingen [LvdTK3]: Aanvullingen
ALLES NADER UIT TE WERKEN 2.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Geef aan of het voorstel juridische risico’s kent, wat deze risico’s zijn en hoe groot de kans is dat deze zich voordoen. Is het voorstel bijvoorbeeld in strijd met bestaande wet- en regelgeving of bestaand beleid? Niet van toepassing. 2.5. Inkoop Moet voor de uitvoering van het voorstel een inkooptraject doorlopen worden? Maak duidelijk wat moet worden ingekocht. Geef aan of dit traject al is doorlopen of dat dit nog gedaan moet worden. Niet van toepassing. 2.6. Overig Zijn er overige aandachtspunten? Welke? Risico op hogere vergoeding van waarde woning en zwembad na beoordeling van externe taxatierapporten van marktpartijen.
Met opmerkingen [Sv4]: Risico op hogere vergoeding van waarde woning en zwembad na beoordeling van externe taxatierapporten van marktpartijen
Uitvoeringstoets – Dossier Groene Wellen
2.7. Conclusie 8. Kan de afdeling het werk uitvoeren? Binnen de gestelde implementatietermijn? Welke gevolgen zijn in ieder geval van belang voor College en Raad? Geef aan of de vereiste werkzaamheden binnen de gestelde implementatietermijn kunnen starten. Geef ook aan wat de eventuele vertraging is en waarom (gebaseerd op tekst hierboven). Bij gevolgen die van belang zijn voor raad of college kan worden gedacht aan bijvoorbeeld: - Vertraging of afstel van andere ambities indien dit voorstel voorrang krijgt. - Uitvoeringsrisico’s die niet redelijkerwijs gemitigeerd kunnen worden. - Beschikbaarheid van specifieke functies of middelen die in de markt lastig verkrijgbaar zijn. De planning is vooralsnog dat we het nieuwe zwembad in 2026/2027 bouwen en operationeel is vanaf het (zomer)seizoen 2027. En daarmee in beheer van het Sportbedrijf.
CONCEPT Uitvoeringstoets Verstevigingsaanpak Siem 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van de opdracht Vanaf 2023 is Siem contractueel verantwoordelijk voor beschermd wonen in de regio Hart van Brabant. De gemeente Tilburg is, als centrumgemeente, opdrachtgever. Het gaat om circa 750 cliënten. Een beperkt aantal cliënten is moeilijk te handhaven in beschermd wonen vanwege de problematiek die ze met zich meebrengen. Dit creëert onveiligheid voor andere cliënten en voor personeel. Geen hulp bieden aan deze ontregelde cliënten is geen optie. Voorheen vielen deze cliënten uit. Gemeente en Siem hebben in de aanloop naar de nieuwe inkoop afgesproken dat we deze groep beter willen helpen door er extra aandacht en inzet op te plegen. Doel is om uitval te voorkomen en cliënten passende hulp te bieden. We hebben dit de verstevigingsaanpak genoemd. 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg De werkzaamheden worden uitgevoerd door Siem. Als gemeente denken wij mee vanuit verschillende rollen; vanuit de domeinmanager, contractmanagement en beleid. Deze werkzaamheden waren er voorheen ook, doordat cliënten uitvielen en er dan vaak sprake was van escalatie van problematiek. Die dynamiek is met de verstevingsaanpak oplossingsgerichter geworden. 1.2.
Afbakening – derden Siem voert de verstevigingsaanpak uit en heeft hiervoor een team ingericht bestaande uit: - Ervaren begeleider/casemanager - Ervaringsdeskundige - Sleutelfiguur - Teamleider gebiedsteams - Gedragsdeskundige/ psychiater - Consultatierol vanuit behandeling (GGZ/Novadic) Daarnaast is er nog een grotere schil van medewerkers die betrokken kunnen worden. Meldingen voor het verstevigingsteam komen binnen via coördinerend medewerkers van Siem (een sleutelfiguur of teamleider van het gebiedsteam). Deze beoordeelt of het een casus is voor het verstevigingsteam op basis van wat er aan de hand is en of er sprake is van Wmo financiering. Er zijn vaste momenten in de week waarin het verstevigingsteam samen komt en de aangemelde casussen ingepland kunnen worden. Er wordt een analyse gemaakt, interventies ingezet, een hypothese en aanbeveling voor het vervolg geformuleerd. 1.3. Beheersinformatie De werkzaamheden voor het verstevigingsteam worden meegenomen in de monitoring en evaluatie van de inkoop beschermd wonen. 2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern De werkwijze van het verstevigingsteam is uitgewerkt in afstemming met de volgende afdelingen/medewerkers: • Zorg- en veiligheidshuis • Siem begeleiding en beschermd wonen • Samenwerkingspartners vanuit behandeling
Uitvoeringstoets Verstevigingsaanpak Siem • Gemeente medewerkers vanuit WMO en programma complexe casuïstiek • Toegang vanuit beschermd wonen en coördinatie & veiligheid De hoeveelheid werk zal niet snel veranderen, maar de efficiency kan hierdoor groter worden. 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? De verstevigingsaanpak voorziet in een betere coördinatie waardoor er minder ad hoc en meer oplossingsgericht gewerkt wordt 2.
Welke competenties zijn nodig? Dit vraagt om een goede samenwerking. Die competentie is al aanwezig.
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Mede naar aanleiding van de vorming van dit verstevigingsteam kijken we naar de verschillende teams die zich bezighouden met complexe casuïstiek. Doel is om te komen tot betere afstemming en effectievere hulp. Dit kan op termijn leiden tot de vorming van een nieuwe structuur.
4.
Moet worden geprioriteerd? nee?
2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Geen. 2.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Nee. 2.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Het verstevigingsteam richt zich op cliënten die tussen verschillende wettelijk kaders bewegen: De Wmo, de zorgverzekeringswet, De Wlz en het strafrecht. Wij willen voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen, maar daarbij blijft het ook belangrijk om het juiste wettelijke kader aan te spreken. Dat is een blijvend aandachtspunt. 2.5. Inkoop Nee, het is een uitvloeisel van de inkoop beschermd wonen. 2.6. Overig
Uitvoeringstoets Verstevigingsaanpak Siem Nee 2.7. Conclusie 8. Kan de afdeling het werk uitvoeren? Binnen de gestelde implementatietermijn? Welke gevolgen zijn in ieder geval van belang voor College en Raad? Het verstevingsteam is sinds oktober 2023 operationeel.
CONCEPT Uitvoeringstoets - Titel
Contactpersonen per afdeling Afdeling Bestuurszaken Brabants Afval Team Communicatie Data, Informatie en Technologie Dienstverlening Economie en Arbeidsmarkt Faciliteiten Juridische Zaken en Inkoop Personeel en Organisatie Planning en Control Programma- project en Interimmanagement Ruimte Ruimtelijke uitvoering Sociaal Sportbedrijf Vastgoedbedrijf Veiligheid en Wijken Werk en Inkomen
Naam Strateeg bedrijfsvoering (vacature); Nicole Haarsma Maud van Gool Jantine Trommelen Mats Feskens Hans Sprangers Mark van de Velden Monique Snijders; Esmé van Riel Jochem van de Wiel Femke van Rozendaal Marcel Bennenbroek Kees van Uden Jeroen Maijers Nick Beaumont; Japke Visser Rob Ahsmann Alex Dolk Bart van Empel Mischa van Scheijndel; Sandra Donders Stefan van Bunnik; Octavia Rietveld
Uitvoeringstoets - Titel 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van het voorstel/de opdracht In 2022-2024 hebben we, samen met partners in de stad, extra activiteiten ontwikkeld op het landgoed Sparrenhof voor meer kansengelijkheid voor jeugd. We hebben ons samen ingezet voor de ontwikkeling van Sparrenhof tot een omgeving waar kinderen en jongeren elkaar kunnen ontmoeten de kans krijgen om hun eigen talenten te ontdekken en ontplooien. Voor de voortzetting van deze activiteiten is voor 2025 structureel € 200.000 beschikbaar. We zijn voornemens om Sparrenhof aan te kopen dus naast het budget voor de door ontwikkeling van het inhoudelijke programma is er € 300.000 beschikbaar voorvastgoed exploitatie en dagelijks beheer hiermee komt het totaal voor Sparrenhof op € 500.000. 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg Na koop is het landgoed onderdeel van het gemeentelijke vastgoed en zal de exploitatie en het beheer van het landgoed de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente (eigenaar). De afdeling sociaal is accounthouder voor het inhoudelijk programma. Op dit moment wordt het landgoed ook gebruikt als verhuurlocatie voor kampen. Op dit moment is nog onduidelijk hoe en of dit doorgezet gaat worden en wie daar dan voor verantwoordelijk is. 1.2. Afbakening – derden De doorontwikkeling van het inhoudelijke programma doen we samen met de kernpartners te weten Contour de Twern (R-newt), Fonty’s, Portvolio en T-Primair.
De uitvoering het programma wordt gedaan door de kernpartners. Bij de ontwikkeling van het programma zijn ze zeer nauw betrokken doordat ze onderdeel zijn van het programmateam als zitting hebben in het bestuurlijke overleg. 1.3. Beheersinformatie Op dit moment lopen de gesprekken over de aankoop en de bijbehorende voorwaarden vanuit de verkoper nog. Wanneer alle randvoorwaarden duidelijk zijn kunnen we werken aan de inrichting. De inhoudelijke sturingsinformatie komt via de verantwoording van de subsidies die we verstrekken voor de uitvoering van het programma.
Uitvoeringstoets - Titel
2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Geef in dit kopje aan welke afdelingen voor de toets zijn geraadpleegd. De afdelingen kunnen aan de hand van onderstaande vragen aangeven welke gevolgen het voorstel heeft. Wat moet de afdeling doen om het voorstel mogelijk te maken? Neemt het werk toe, of juist af? Kopjes zijn niet voor alle afdelingen altijd relevant. In dat geval kan worden volstaan met “niet van toepassing.” 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Ten aanzien van het huidige programma verandert er niet veel in de periode 2022 – 2024 waren we al als kernpartner onderdeel van het programma. Het eigenaarschap van het landgoed verandert wel voor de afdeling Vastgoed ten aanzien van het beheer en exploitatie van het landgoed. Dit is een structureel effect. 2.
Welke competenties zijn nodig? Deze competenties zijn aanwezig.
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Voor afdeling Sociaal heeft dit geen gevolgen voor de capaciteit. Voor de afdeling vastgoed ….
4.
Moet worden geprioriteerd? Voor de afdeling sociaal hoeft er niet te worden geprioriteerd. Voor de afdeling vastgoed ….
2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Geen extra ondersteuning nodig. 2.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Niet nodig. 2.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Geen risico’s 2.5. Inkoop Moet voor de uitvoering van het voorstel een inkooptraject doorlopen worden? Nee
Uitvoeringstoets - Titel
2.6. Overig n.v.t. 2.7. Conclusie 8. Kan de afdeling het werk uitvoeren? Binnen de gestelde implementatietermijn? Welke gevolgen zijn in ieder geval van belang voor College en Raad? Voor de afdeling sociaal past dit binnen de reguliere werkzaamheden en kunnen we uitvoering blijven geven aan de doorontwikkeling van het programma zoals we dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan.
CONCEPT Uitvoeringstoets – Privacy/ gegevensbescherming 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van het voorstel/de opdracht Het naleven van privacyregelgeving is onderdeel van de bredere ambitie om de bedrijfsvoering en informatievoorziening te optimaliseren, zoals vastgelegd in het Bestuursakkoord "Meer voor elkaar". “Dichtbij de inwoners werken we vanuit vertrouwen en met maatwerk.” vraagt daarnaast een goede beheersing van de informatie binnen de organisatie met bijzondere aandacht voor de gegevens en privacy van onze inwoners en ondernemers. Tot slot willen we als betrouwbare overheid ook grip hebben en kunnen aantonen hoe we intern omgaan met onze gegevens. Het college heeft over de eerste fase van dit traject inmiddels een (vertrouwelijk) besluit genomen. Naar aanleiding van de nulmeting, uitgevoerd door het externe adviesbureau Lex Digitalis, starten we onder leiding van een kwartiermaker het verbetertraject, Aanvullend is er (op grond van de nulmeting) middels een groeimodel in totaal 6 fte benodigd voor deze eerste fase. In deze uitvoeringstoets gaan we in op deze eerste fase. In de vervolgfases volgen naar verwachting separate uitvoeringstoetsen per afdeling (afhankelijk van de implementatie) 1.1. Afbakening – gemeente Tilburg Het besluit wordt door de gemeente zelf uitgevoerd met afdeling JUR als coördinerende afdeling. Aan de hand van een nog op te maken plan van aanpak worden alle afdelingen betrokken.
Er zijn geen werkzaamheden voor externe partners aan de orde, anders dan dat de samenwerkingsverbanden van de gemeente Tilburg ook privacy proof ingericht moeten zijn. Deze taakstelling moet nog in kaart worden gebracht. 1.2. Afbakening – derden Niet van toepassing op Privacy, er worden geen activiteiten/werkzaamheden aan derden gevraagd/uitbesteed. 1.3. Beheersinformatie We staan aan de start van een organisatie breed en omvangrijk verbetertraject. De voortgang van het verbetertraject wordt middels het VNG volwassenheidsmodel jaarlijks gemonitord door de Functionaris gegevensbescherming (FG). De FG rapporteert ieder jaar aan het bestuur vanuit zijn toezichthoudende rol op het volwassenheidsniveau van de organisatie voor Privacy / AVG. Daarnaast neemt de kwartiermaker in het plan van aanpak/verbeterplan de noodzakelijke beheer elementen en de wijze waarop dit in het verbeterproces landt mee. (Onze FG uit de derde lijn zal toezicht houden en waar nodig verantwoording aan Raad of College afleggen. Qua governance werken we met the three lines of defence, hetgeen kortweg betekent dat we vanuit JUR helpen te funderen met als doel aantoonbaar aan de AVG te voldoen. Sturingsinformatie volgt zodra in beeld is wat er bij welke afdeling moet gebeuren, in welk tempo en met welke prioritering. Zodra e.e.a. in beeld is wordt dit met de FG besproken en afgehecht).
Uitvoeringstoets – Privacy/ gegevensbescherming
2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Diverse afdelingen zijn voor het collegebesluit geraadpleegd. Hoe privacy structureel en zorgvuldig in te bedden is een organisatorische worsteling. Aan de hand van management gesprekken is de uitkomst conform het collegebesluit. Zo moeten we het gaan doen. Het werk zal toenemen, omdat de verwachting is dat diverse processen gewijzigd moeten worden om aantoonbaar aan de AVG te voldoen. Hoeveel en wie dat werk moet doen volgt uit de implementatie. Dit is nu niet te zeggen. 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Eerste fase: de bouwfase: Voor deze fase is er naast de kwartiermaker een vliegende brigade noodzakelijk. Dit zijn bestaande functies (onder andere de FG, IT adviseur, Ciso, Archivaris). In het plan van aanpak wordt de benodigde capaciteit nader uitgewerkt. Inzet verschilt per afdeling en problematiek. We sluiten hierbij aan op de methodiek van het ministerie .Het vraagt ook om input / coproductie van de betreffende afdeling. Implementatiefase: Medewerkers van alle afdelingen krijgen/hebben te maken met privacy. Dit is maatwerk omdat afdelingen in verschillende processen werken en bescherming van persoonsgegevens sterk afhankelijk is van die processen. Verwachting is dat medewerkers structureel te maken krijgen met wijzigingen in hun werk ter bescherming van persoonsgegevens.
Wat dit exact betekent is nu nog niet bekend. 2.
Welke competenties zijn nodig? Mogelijk is kennis c.q. zijn de competenties voor privacy al aanwezig binnen de afdeling. Eerder is er gewerkt met accenthouders. Mogelijk zijn deze accenthouders nog in onze organisatie werkzaam. Dit zou helpend zijn vanwege het doel het kennisniveau over privacy per afdeling te borgen. Mogelijk dat er (bij)scholing van medewerkers nodig zal zijn. Dat zal blijken als is geïnventariseerd wat er per afdeling nodig is om aantoonbaar privacy proof te handelen. Voor eventuele (bij)scholing zullen kosten meevallen omdat het idee is dat (bij)scholing door de interne specialisten gegeven kan worden.
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Het is nu nog niet bekend of de afdelingen voldoende capaciteit hebben om duurzaam privacy proof te handelen. Wat we wel al inzichtelijk hebben is de noodzaak voor (minimaal) 6 fte voor deze bouwfase. In de nulmeting is onderzocht wat er nodig is om ‘van de wal te komen’. De komende jaren hebben we dan ook, middels een ingroeimodel in 6 fte voorzien binnen de vakafdelingen (opgenomen in de perspectiefnota).
4.
Moet worden geprioriteerd? De kwartiermaker privacy start per 1 september 2024. Zij zal een plan van aanpak opstellen, met daarin o.a. de volgorde waarop de vliegende brigade de afdelingen langs gaat. Mochten er prioriteiten volgen, dan handelen we daar naar. Andersom geldt ook dat afdelingen die zich momenteel zorgen maken over het
Uitvoeringstoets – Privacy/ gegevensbescherming voldoen aan de AVG zich bij JUR kunnen melden, zodat de zorg besproken wordt. Dan kan in onderling overleg bepaald worden of er een prioritering in de aanpak nodig is (hetgeen mede afhankelijk is van een risico inventarisatie). Al lezende denk ik het volgende: Je bent te vroeg met een uitvoeringstoets, omdat nog volstrekt onduidelijk is wat we gaan doen, wie het gaat doen, hoeveel tijd het kost, of er investeringen nodig zijn. Hier kan je nu nog geen chocola van maken. Daarom zou ik het opknippen. Volgens mij is het handig om nu een te kijken wat je van de afdelingen nodig hebt om tot een goed plan van aanpak te komen. Bijvoorbeeld: een tijdsinvestering van xx uur van xx functionarissen. Als op basis van een pva blijkt dat we weer met accenthouders gaan werken, dan kan je vraag 2.1 mbt compententies pas gaan invullen. 2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? Er zijn geen ICT-functionaliteiten noodzakelijk in deze eerste fase voor de uitvoering. Idee is dat de bestaande ICT-functionaliteiten zodanig worden ingericht dat aantoonbaar conform de AVG wordt gehandeld. 2.3. Andere fysieke middelen 6. Niet van toepassing 2.4. Juridisch kader 7.
Wat zijn de juridische aspecten? - Met de bevindingen van de Functionaris Gegevensbescherming en de resultaten van de nulmeting stellen we de juiste prioriteiten en investeren we eerst in het fundament (privacy framework). Hiermee bouwen aan een structurele en duurzame inrichting. Er wordt niet een ‘AVG – vinklijst’ in de organisatie uitgerold zonder fundering om op te landen. Met het openbaar worden van de nulmeting is er een mogelijkheid dat de Autoriteit Persoonsgegevens langs komt. Dit kan voor extra (politieke) druk gaan zorgen die momenteel niet te overzien is, immers uit het onderzoek blijkt dat gemeente Tilburg op dit moment niet in staat is de privacy beginselen en privacy wet- en regelgeving aantoonbaar te borgen. - Vanaf 2016 is er op diverse manieren gepoogd om vanuit de organisatie Privacy aantoonbaar op orde te krijgen hetgeen heeft geleid tot een versnipperde aanpak en geen organisatie breed fundament. Als we nu niet over gaan tot directe actie en voorgestelde aanpak blijven we niet voldoen aan de wettelijke vereisten van de AVG. 2.5. Inkoop Niet van toepassing, we hoeven niets in te kopen om uitvoering te geven aan deze opgave. 2.6. Overig Vanwege het ongrijpbare gehalte van het onderwerp privacy (want privacy is overal) kunnen subjectieve aannames verdere commitment op dit onderwerp beïnvloeden. Privacy heeft impact op alle afdelingen.
Aanvullend is het afhankelijk van verschillende ‘bewegende onderdelen’ - Lerende organisatie/ organisatieontwikkeling (bewustwording)
Uitvoeringstoets – Privacy/ gegevensbescherming - Ambtelijk vakmanschap - Informatiehuishouding op orde - Werkprocessen op orde Deze onderdelen zijn verbonden aan het programma betrouwbare overheid en heeft diverse verbindingen met andere ontwikkelingen. Noodzaak is om continu slimme koppelingen te maken. Deze uitvoeringstoets is gebaseerd op de eerste fase van het verbetertraject Privacy/gegevensbescherming. De nulmeting van Lex Digitalis is hiervoor de basis en daarom toegevoegd ter toelichting. Wanneer de start is gemaakt met de kwartiermaker (september 2024) kunnen we de volgende stappen nader uitwerken, mogelijkerwijs met losse uitvoeringstoets(en) per afdeling. 2.7. Conclusie 8. Verwachting is dat JUR het collegebesluit naar behoren kan uitvoeren. Omdat er nog geen implementatietermijn is kortgesloten is nu niet te over zien hoe lang het gaat duren om aantoonbaar en organisatiebreed AVG proof te handelen. In eerste instantie gaan we uit van een periode van 2 jaar om via de vliegende brigade de organisatie verder te helpen op het onderwerp privacy. De gevolgen voor College en Raad zijn dezelfde als afgelopen jaren. De FG zal de politiek op basis van zijn bevindingen en toezicht rapporteren waar de organisatie staat qua privacy. Wat dit aangaat lopen de daarvoor bedoelde toezicht en rapportage plicht gewoon door zoals te doen gebruikelijk.
CONCEPT Uitvoeringstoets – Kermis
Contactpersonen per afdeling Afdeling Economie en Arbeidsmarkt
Naam Mark van de Velden
Na controle door collega’s PEC (subsidie adviseur), communicatie, veiligheid en wijken, DVL (vergunningen) gaat deze toets naar Schurgers = controller, BZA strateeg Martijn en Bedaf en Bas Lach de Bere
Uitvoeringstoets – Kermis 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van de voorstellen a. Exploitatiebudget kermis (voorstel €225.000) We hebben meerdere jaren op een rij een tekort op de exploitatiebegroting van de kermis. Met (openbare) aanbestedingstrajecten proberen we op de kosten te sturen van facilitaire kermiszaken (o.a. toiletten, stroom en veiligheid). De verwachtingen zijn met de aanbestedingen die de komende jaren volgen dat de kosten van diverse facilitaire zaken verder zullen oplopen als gevolg van personeelstekorten worden de kosten van personeel hoger (schaarste), toenemende wet- en regelgeving o.a. op duurzaamheidsvlak. Het tekort willen we structureel oplossen. b. Budget toekomstvisie/festivalisering Tilburgse kermis (voorstel €70.000) Het structurele visiebudget van de kermis (€ 160.000 per jaar) voor de uitvoering van vier speerpunten (festivalisering, duurzaamheid, inclusiviteit en ‘met partners in de stad’) staat onder druk, met name door de toegenomen kosten voor organisatoren op o.a. facilitaire zaken en op personeelsbudgetten die stijgen door het tekort aan personeel. We faciliteren en begeleiden organisatoren en verstrekken subsidies of opdrachten. De activiteiten worden door organisatoren zelf bedacht, ingediend en na een opdracht- of subsidieverstrekking uitgevoerd. Het voorstel is om het structurele budget aan te vullen met €70.000 per jaar voor evenementen.
Zonder aanvullend budget kan de totaalbeleving van de kermis niet op niveau blijven en kunnen de evenementen niet doorontwikkelen en kunnen we kunnen niet volledig uitvoering geven aan de beleidsnota (visie). c. Kermis FM (voorstel €25.000) Kermis FM is een van de partners die zich verbonden hebben aan de Tilburgse Kermis. Kermis FM vraagt een structureel hogere bijdrage om te kunnen voortbestaan. De hogere subsidie is nodig, omdat de kosten die de organisatie moet maken zijn gestegen en de financiële reserves op zijn. We begeleiden de organisatie en denken met deze partner mee waar kostenvoordeel te behalen is of waar inkomsten via andere partners te genereren zijn. We dragen financieel bij met een subsidie. De organisatie van Kermis FM pakt zelf de voorbereidingen en uitvoering en evaluatie op. Het voorstel is om de subsidie te verhogen met €25.000. Zonder hogere bijdrage voor komende jaren kan Kermis FM niet blijven bestaan. Hier volgt een korte en concrete beschrijving van het voorstel en wat met dit voorstel verandert. Deze tekst is onderdeel van de finale afstemming. Aan de hand van deze tekst wordt ingeschat welke gevolgen de veranderingen hebben voor de organisatie. Neem hierbij ook op per wanneer het voorstel of de opdracht uitgevoerd moet worden. 1.1.
Afbakening – gemeente Tilburg Welk deel van het voorstel wordt door de gemeente zelf uitgevoerd? Ook als (een groot deel van) het voorstel door partners in de stad wordt uitgevoerd, zijn er voor de gemeente Tilburg werkzaamheden. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het doen van een (Europese) aanbesteding, het opstellen van een convenant, opdrachtverstrekking of begeleiding en/of handhaving van externe partners. Deze werkzaamheden moeten in kaart worden gebracht. 1.2. Afbakening – derden
Uitvoeringstoets – Kermis Welk deel van het voorstel wordt door derden uitgevoerd? Ook deze beschrijving moet zo concreet mogelijk zijn. 1.3. Beheersinformatie Welke sturingsinformatie is gewenst, bijvoorbeeld voor verantwoording aan Raad of College of in het kader van governance of datagedreven werken. Door hier vooraf bij stil te staan, kan in de uitvoeringstoets worden beoordeeld of deze informatie beschikbaar is, of beschikbaar kan komen. 2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern PEC (subsidie adviseur), communicatie, veiligheid en wijken, DVL (vergunningen). Geef in dit kopje aan welke afdelingen voor de toets zijn geraadpleegd. De afdelingen kunnen aan de hand van onderstaande vragen aangeven welke gevolgen het voorstel heeft. Wat moet de afdeling doen om het voorstel mogelijk te maken? Neemt het werk toe, of juist af? Kopjes zijn niet voor alle afdelingen altijd relevant. In dat geval kan worden volstaan met “niet van toepassing.” 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Voor voorstel a en b en c verandert er voor medewerkers weinig. Bij een groter budget kan het aantal aanvragen van organisatoren groeien en de werkdruk toenemen, maar het voorstel het kan ook leiden tot een vergelijkbaar aantal van hogere kwaliteit en dan blijft de werkdruk gelijk.
Als het budget niet groeit zullen we lagere of minder subsidie aanvragen ontvangen en beoordelen, maar meer gesprekken voeren om uitleg te geven en mee te denken. Beschrijf welke gevolgen het voorstel heeft voor de medewerkers van de betrokken afdelingen. Maak dit zo concreet mogelijk. Moeten zij een specifieke handeling uitvoeren? Is dit eenmalig of structureel? Zijn bepaalde werkzaamheden niet meer nodig? 2.
Welke competenties zijn nodig? Medewerkers die kritisch blijven op de kosten en de inkomsten van de subsidie-aanvragen en medewerkers die verbindend te werk gaan zijn met een netwerk in de stad om samenwerkingen op te zoeken. Geef aan of de competenties voor de uitvoering van de taken onder (1) al aanwezig zijn binnen de afdeling. Als dat niet zo is, moet worden ingeschat of dit vraagt om de inhuur van specifieke expertise, of dat (bij)scholing van bestaande werkzaamheden nodig is. Geef daarbij ook aan hoe realistisch het is dat deze expertise extern kan worden gevonden, of op welke termijn de scholing voldoende kan plaatsvinden. Maak dit concreet en geef aan wat dit ongeveer gaat kosten.
3.
Wat zijn de gevolgen voor de capaciteit? Subsidie aanvragen behandelen past binnen de bestaande capaciteit.
Uitvoeringstoets – Kermis Geef aan of de afdeling voldoende capaciteit heeft om het voorstel uit te voeren. Koppel dit aan de taken onder (1). Als extra capaciteit nodig is, geef dan aan om hoeveel FTE het gaat en in welke schaal deze werkzaamheden vermoedelijk vallen. Hetzelfde geldt voor de situatie dat minder capaciteit nodig is. Geef aan wat de kosten zijn of de opbrengsten (bij minder capaciteit). 4.
Moet worden geprioriteerd? Nee. Heeft het voorstel gevolgen voor prioritering binnen de afdeling, bijvoorbeeld omdat geen extra capaciteit beschikbaar is of gemaakt kan worden. Indien voorrang wordt gegeven aan dit voorstel, welke andere ambities lopen dan vertraging op?
2.2. Automatisering/digitalisering 5. Welke ICT/IV ondersteuning is noodzakelijk? De afhandeling van deze subsidies kan blijven verlopen via reeds bestaande systemen.
Breng in kaart welke ICT-functionaliteiten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het voorstel. Geef daarbij aan of deze al in huis zijn, of dat dit om nieuwe middelen vraagt. Maak concreet wat dit kost. 2.3. Andere fysieke middelen 6. Zijn voor de uitvoering nog andere middelen (niet zijnde geld) nodig? Nee, niet bij de gemeente. Zijn deze al aanwezig of moeten die worden aangeschaft? Heeft dit naar verwachting gevolgen voor de implementatietermijn? 2.4. Juridisch kader 7. Wat zijn de juridische aspecten? Geen risico's. Juridische kaders blijven gelijk: inkoop en Algemene Subsidie Verordening. Geef aan of het voorstel juridische risico’s kent, wat deze risico’s zijn en hoe groot de kans is dat deze zich voordoen. Is het voorstel bijvoorbeeld in strijd met bestaande wet- en regelgeving of bestaand beleid? 2.5. Inkoop Moet voor de uitvoering van het voorstel een inkooptraject doorlopen worden? Ja, conform inkoopbeleid doorlopen we een inkooptraject voor facilitaire zaken van de kermis:. Iedere 4 jaar is dit een nieuw door te lopen traject.
Uitvoeringstoets – Kermis
Maak duidelijk wat moet worden ingekocht. Geef aan of dit traject al is doorlopen of dat dit nog gedaan moet worden. 2.6. Overig Zijn er overige aandachtspunten? Welke? 2.7. Conclusie 8. Kan de afdeling het werk uitvoeren? Binnen de gestelde implementatietermijn? Welke gevolgen zijn in ieder geval van belang voor College en Raad? Ja, E&A kan dit doorlopen. Idem voor PEC. Geef aan of de vereiste werkzaamheden binnen de gestelde implementatietermijn kunnen starten. Geef ook aan wat de eventuele vertraging is en waarom (gebaseerd op tekst hierboven). Bij gevolgen die van belang zijn voor raad of college kan worden gedacht aan bijvoorbeeld: - Vertraging of afstel van andere ambities indien dit voorstel voorrang krijgt. - Uitvoeringsrisico’s die niet redelijkerwijs gemitigeerd kunnen worden. - Beschikbaarheid van specifieke functies of middelen die in de markt lastig verkrijgbaar zijn.
CONCEPT Uitvoeringstoets Opvang complexe casuïstiek 1.
Beschrijving van het voorstel.
1.0. Beschrijving van de opdracht De regio Hart van Brabant werkt al jaren hard aan een gezonde en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Voor het overgrote deel gaat dit goed. Desondanks blijft er structureel sprake van een kleine doelgroep waarbij sprake is van complexe, meervoudige problematiek, die - tussen wal en schip vallen en/of - die zorgen voor overlast of onveiligheid, en waarbij - bestaande structuren en samenwerkingen tekort schieten Doelgroep: vaak volwassenen met een combinatie van mentale problemen, agressief gedrag, een verstandelijke beperking en/of verslaving. Deze problemen leiden tot financiële problemen, dakloosheid en verward gedrag. Vaak ontaarden deze problemen zich in overlast en onveiligheid. Doelgroep is herkenbaar om de ingewikkelde combinatie van zorg en veiligheid. Met het programma complexe casuïstiek (bestuurlijke opdracht sinds juli 2023) hebben we de ambitie voldoende en toekomstbestendig aanbod voor inwoners met complexe problemen te creëren, waarbij professionals zich gesteund voelen wanneer zij maatwerk leveren 1. Eén voordeur voor professionals voor escalerende complexe casuïstiek, inclusief opvolging (Snelle route) 2. Extra ‘omdenk’capaciteit en vaste sleutelfiguren bij ketenpartners en financiers 3. Creëren ruimte voor méér maatwerk, passend woonaanbod, knelpunten op te lossen 1.1.
Afbakening – gemeente Tilburg De werkzaamheden worden op diverse plekken uitgevoerd. De belangrijkste partijen zijn het Zorg en Veiligheidshuis, partners van SIEM en de levensloopaanpak, zorgkantoor VGZ en de gemeente. Als gemeente denken en werken wij vooral mee vanuit het programma complexe casuïstiek (een afvaardiging van mensen van V&W en Sociaal). Dit gebeurt door middel van ontwikkelen en (mede) uitvoeren van beleid en deelnemen aan en verbinden van projecten rondom complexe casuïstiek. We betrekken hier ook collega’s van Wonen, Vastgoed, Communicatie etc. 1.2. Afbakening – derden De opgaven worden met name uitgevoerd door Zorg en Veiligheidshuis, partners van SIEM en de levensloopaanpak (Fivoor is hiervan trekker), het zorgkantoor VGZ, centrum2020 en wij als gemeente. Hierbij zijn zowel managers als uitvoerend medewerkers betrokken. Meer specifiek: ZVH Toezichtsraad ZVH monitort behalen van de opdrachten binnen het programma complexe casuïstiek, informatieregisseurs, coordinator aanpak personen met verward gedrag, regisseurs van het team complexe casuïstiek en team CAS, managers van beide teams van het ZVH SIEM en levensloopaanpak: staf van SIEM en levensloopaanpak, en uitvoerend medewerkers betrokken bij de betreffende casuïstiek Centrum2020: projectleider die maatwerkplekken organiseert
Uitvoeringstoets Opvang complexe casuïstiek Zorgkantoor: inkopers GGZ en gehandicaptenzorg Toegang: manager team Coördinatie en Veiligheid, coördinatoren Gemeente Tilburg: medewerkers programma casuïstiek, strateeg vastgoed, medewerker Wonen en Zorg van afdeling Sociaal. Daarnaast is er nog een grotere schil van medewerkers die betrokken (kunnen) worden. 1.3. Beheersinformatie De monitor (halfjaarlijkse update) van het programma wordt besproken in de Toezichtraad van het Zorg en Veiligheidshuis 2.0. Uitvoeringsgevolgen voor de gemeente - Intern Het programma complexe casuïstiek, meer specifiek de opvang van complexe casuïstiek, hier gaat het grootste deel van de middelen naartoe, is uitgewerkt in afstemming met de volgende afdelingen/medewerkers: • Afdeling Sociaal, contractbeheerders, domeinmanager WMO en collega beleidsmedewerkers die betrokken zijn bij complexe(re) casuïstiek Wonen en Zorg, Crisis en onveiligheid • Afdeling Vastgoed, strateeg en medewerker vastgoedbedrijf De hoeveelheid van het werk zal niet snel veranderen, de capaciteit valt grotendeels binnen de reguliere taken. 2.1. Medewerkers 1. Wat verandert er voor de medewerkers? Het programma complexe casuïstiek en de opvangplekken meer specifiek, voorzien in een hiaat in ons bestaande aanbod. Waardoor we meer maatwerk kunnen leveren en minder ad hoc en crisismatig hoeven te werken. 2.