CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota van zienswijzen omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Hopliedenkade'

Raadsvergadering 8 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Hopliedenkade14.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

ten opzichte van het huidige omgevingsplan aan de zijde van de Hopliedenkade juist meer uitzicht mogelijk zijn.

Bestaand hoofdvolume, schematische weergave huidig uitzicht vanuit de woning (bg)

beoogd bouwvolume, schematische weergave uitzicht vanuit de woning (bg) Aan de westzijde (aan de woonstraat Piushaven) zijn geen uitkragende balkons mogelijk, zodat de buitenruimtes van gebouw 5 minimaal op 20,8m afstand van de bestaande woningen blijven liggen. Dit is in de kavelpaspoorten, die onderdeel uitmaken van de regels van het plan, geborgd. Wij stellen dat ramen op een afstand van 20,.8 meter tot woning van reclamant niet zal leiden tot een onaanvaardbare schending van privacy. Wij nemen daarbij in overweging dat in het vigerende tijdelijke deel van het omgevingsplan reeds op korte afstand van de woning van reclamant ramen mogelijk zijn. Gezien de grote woningbehoefte die er is en de grote druk op de ruimte, moeten en willen wij als gemeente meer woningen realiseren binnen de bestaande stedelijke context. Om dit te kunnen realiseren wordt er ook rondom de Piushaven meer en hoger gebouwd. Ook elders aan de Piushaven en Koopvaardijstraat is hogere bebouwing naast/ nabij lagere bebouwing gerealiseerd. Met deze voorgestelde inpassing van maximaal 272 woningen wordt invulling gegeven aan een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Wij hebben de belangen afgewogen en vinden het belang van het voorzien in een grote behoefte aan woningen groter dan het belang van reclamant tot eenzelfde uitzicht en privacy.

Wij wijzen er op dat op grond van vaste jurisprudentie er geen blijvend recht bestaat op hetzelfde uitzicht Wij wijzen erop dat reclamant woonachtig is in een dynamisch stedelijk gebied Wij wijzen op een uitspraak van 3 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4, onder 7) van de Raad van State waarbij de afdeling heeft geoordeeld, dat met name bij een binnenstedelijke ontwikkeling er minder snel dan bij een buitenstedelijke ontwikkeling sprake is van een

onevenredige schending van privacy. Enig verlies van privacy behoort daarmee tot het normale maatschappelijke risico, wanneer er wordt gebouwd in een omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid.

4.2

4.3

Conclusie

Enig verlies van privacy en uitzicht behoort tot een normaal maatschappelijk risico, zeker gezien de omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid in een dynamisch stedelijk gebied.

Zienswijze – lichthinder

Reclamant stelt dat in de huidige situatie de lichthinder vanuit het bestaande gebouw beperkt is, met name het trappengat straalt in de donkere uren (op en af meer of minder) licht uit en het licht van de balkons en de drie kleine ramen is zeer beperkt. Reclamant is van mening dat in de nieuwe situatie de lichthinder vele malen groter zal zijn door alle balkons, ramen en deuren. Reclamant stelt dat dit zijn wooncomfort hindert en dat hiermee zijn rustig afschalen in de avonduren erg wordt beperkt.

Reactie gemeente

Wij wijzen in deze op het vigerende tijdelijk deel van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), waarin ramen en balkons (en daarmee verlichting) ook al mogelijk zijn. Zie hiervoor onze reactie bij 1.1 van deze zienswijze. In het bebouwd gebied worden er door de gemeente Tilburg geen eisen gesteld aan het lichtniveau in gebouwen en de afscherming hiervan ten opzichte van de openbare ruimte en belendende percelen. Enige lichtuitstraling vanuit andere gebouwen is normaal in een stedelijke omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid. Er is echter geen sprake van onrechtmatige lichthinder. Wij wegen daarbij de afstand van het gebouw tot de woning van reclamant van 20,8 meter af.

Conclusie

Enige lichtuitstraling vanuit andere gebouwen is normaal in een stedelijke omgeving

Zienswijze – minder zon en meer schaduw

Reclamant wijst er op dat het bezonningsonderzoek laat zien dat het plan extra veel schaduw in de straat (Piushaven) geeft. Reclamant is van mening dat de grote hoeveelheden schaduw die daarmee gecreëerd worden zorgen voor een verminderd verblijfsklimaat en een sombere aanblik en gevoel. Daarbij zorgt de nieuwe situatie op minder directe zonnestralen op de ramen van de woning van reclamant en een beperking van zonnestralen op het dak, waarmee minder rendement van eventueel te plaatsen zonnepanelen zal worden behaald.

Reactie gemeente

In de Handreiking hoogbouw, mei 2017, reparatie juni 2023 is het afwegingskader voor bezonning aangegeven. Hierbij wordt getoetst op de bezonning van de voor/achtergevel van woningen. De afname van zon in het openbaar gebied is geen toetsingskader in het kader van het hoogbouwbeleid. Daarbij draagt schaduw in het openbaar gebied bij aan klimaatadaptatie, voorkoming van hittestress en verbetering van het verblijfsklimaat. Er is ter onderbouwing van het voorgenomen plan een bezonningsstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat er bij Piushaven 36 op het peilmoment 19 februari, 50 minuten minder zon op 75 cm hoogte in het midden van de voorgevel schijnt. In dit deel van de straat valt er op 19 februari nog steeds 2:20 uur zon op de voorgevel. Hiermee wordt de gestelde norm zoals benoemd in het hoogbouwbeleid gehaald. Voor wat betreft de opmerkingen van reclamant dat de nieuwbouw leidt tot minder rendement van zijn zonnepanelen, verwijzen wij naar de uitspraak van Raad van State van 5 december 2018

(ECLI:NL:RVS:2018:3982). In deze uitspraak stelt de Afdeling vast, dat de raad er niet toe is verplicht in een stedelijke omgeving met bestaande bebouwing, die omgeving zo in te richten dat eigenaren van bestaande gebouwen, nu en in de toekomst, optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen.

4.4

4.5

Conclusie

De ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare afname van bezonning op de woning.

Zienswijze – geluidoverlast en drukte

De ruime verdubbeling van het aantal woningen dat in het plan wordt beoogd, leidt volgens reclamant tot een evenredige toename van drukte en geluid, door de toename van verkeersbewegingen. Daarbij wijst reclamant er op dat de invulling van de woningen, publieke functies in de plint en een zij-ingang zal leiden tot meer drukte en onrust dan de nu vrijwel stille zijgevel van het bestaande gebouw.

Reactie gemeente

Ten aanzien van drukte en stemgeluid vanuit de woningen wijzen wij er op dat, hoewel het aannemelijk is dat dit zal wijzigen, dit niet ongebruikelijk is in een stedelijke omgeving en dat dit inherent is aan het wonen in een dergelijke omgeving. Wij stellen ons op het standpunt dat, ook gezien de afstand van de woning van reclamant tot de nieuwbouw, de toename van stemgeluid in deze aanvaardbaar is. De verkeersgeneratie is gebaseerd op de kencijfers van de CROW publicatie 744. Op basis hiervan kent de beoogde ontwikkeling een verkeersgeneratie van 725 motorvoertuigen (mvt)/etmaal. De verkeersgeneratie door het bestaande woongebouw is 216 mvt/etmaal (op basis van zelfde kencijfers CROW). De toename is derhalve 509 mvt/etmaal. Het plangebied wordt vanuit de uitrit van de parkeergarage in gebouw 4 via de Tamboerskade ontsloten. Deze straat wordt tot aan de ingang van de garage tweerichtingsverkeer en daarna (ter hoogte van gebouw 3) ingericht naar éénrichtingsverkeer. Het plangebied is daarmee via 3 routes te bereiken, waarbij de zuidoostelijke route via Vendeliersstraat het meest logisch zal zijn. De toename op de Piushaven zal dan ten hoogste 170 mvt/etmaal bedragen. Een dergelijke toename kan gezien worden als een marginale toename. De capaciteit van de Piushaven is ruimschoots voldoende waardoor geen problemen met de verkeersafwikkeling worden verwacht.

Gezien de marginale toename van verkeer op de Piushaven zijn wij van mening dat het woon- en leefklimaat van reclamant hierdoor niet dermate verslechtert dat sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woonen leefklimaat. Wij wegen daarbij af dat de geluidbelasting op de gevel van de woning van reclamant door deze toename van verkeer niet substantieel zal verslechteren.

Conclusie

De planontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele toename van verkeer en geluid op de Piushaven en de gevel van de woning van reclamant.

Zienswijze – aanpassen ontwerp

Reclamant verzoekt om een aanpassing van het ontwerp waarbij het meest westelijk gebouw tot zijn woning:  De teruggetrokken rooilijn aan de Hopliedenkade blijft behouden;  Een wezenlijk grotere afstand tot zijn woning heeft door bijvoorbeeld: o Het gebouw 5 meter smaller te maken en het volume te verschuiven richting Tamboerskade o Alle 5 gebouwen smaller te maken en oostelijk op te schuiven

o

 

Reactie gemeente

Onderzoeken van ruimte voor bouwvolumes op locaties aan de Tamboerskade Een wezenlijk lagere hoogte heeft; Aanvullende eisen kent ter vermindering van inkijk en lichthinder, waaronder: o Het uitsluiten van balkons (zowel uitkragend als inpandig) o Het uitsluiten van een zij ingang aan de Piushaven (straat) o Het instellen van een regime voor de verlichting (zoals ook voor de openbare sfeerverlichting de bedoeling is) o Beperking van het gebruik voor ondernemers tot 18:00 in de plint op de hoek Hopliedenkade en Piushaven, met verplichting de verlichting ’s-avonds uit te laten Beperken van inkijk in de achtertuin van de woning (voor zover hier sprake van is).

Wij hebben de alternatieven die reclamant aandraagt onderzocht en komen om de hiernavolgende redenen tot de conclusie dat deze alternatieven niet gewenst zijn. -In het plan ligt de rooilijn 3 meter terug ten opzichte van de huidige doorgaande rooilijn aan de Hopliedenkade en wordt het volume aan de Piushaven (woonstraat) 2,5 meter teruggelegd. Deze veranderingen in rooilijn hebben zoals ook in artikel 4.1 aangegeven ook voor Piushaven 36 een gunstige effect. Ter plaatse van de huidige berging (waar in het huidige Omgevingsplan al (lage) bebouwing is toegestaan) wordt het bouwvlak over een lengte van 5 meter, 2,5 meter dieper. Gezien het beoogde samenhangende ruimtelijk beeld is het onwenselijk om juist op de hoek van de straat Piushaven en de Tamboerskade de bestaande teruggetrokken rooilijn te behouden.

Met pijlen is de verandering van het nieuwe bouwvlak t.o.v. voormalig bouwvlak (in blauw) aangegeven. De rode stippellijn geeft de voormalige rooilijn aan de Hopliedenkade aan.

-Wij wijzen erop dat in de nieuwe situatie het gebouw grotendeels op dezelfde en zelfs grotere afstand staat dan in de huidige situatie. Indien het gebouw aan de Piushaven(woonstraat) 5 meter smaller wordt gemaakt gaat dit ten koste van het aantal woningen Hiermee wordt het plan financieel onhaalbaar waardoor er op deze locatie geen invulling meer gegeven kan worden aan de woningbehoefte. -Indien dit gebouw wordt verschoven in de richting van de Tamboerskade ontstaat er een grotere overlap tussen gebouwen 4 en 5. Dit gaat ten koste van de mogelijke daglichttoetreding van de appartementen die aan de ruimte tussen de gebouwen liggen. Het halen van de in het BBL gestelde daglichteisen wordt dan vrijwel onmogelijk. -Indien alle gebouwen smaller worden gemaakt, gaat dit ten koste van het aantal woningen. Hiermee wordt het plan financieel onhaalbaar. -Indien gebouwen aan de Tamboerskade worden toegevoegd gaat dit ten koste van de beoogde groene ruimte tussen de gebouwen. Het toevoegen van gebouwen gaat ook ten koste van het beoogde ruimtelijke beeld waarbij er aantrekkelijke doorzichten tussen de gebouwen ontstaan. -Een wezenlijk lagere hoogte gaat ten koste van het aantal woningen. Hiermee wordt het plan financieel onhaalbaar. In de directe omgeving is bebouwing toegevoegd met vergelijkbare hoogte sprongen.

Met de voor gebouw 5 voorgestelde hoogte wordt de overgang gemaakt van de woonwijk naar het hoogste bouwvolume. -Het maken van een buitenruimte bij een woning is conform artikel 4.175 van het BBL verplicht. Het uitsluiten van balkons is hierom niet mogelijk en daarbij ook niet gewenst vanuit de beoogde woonkwaliteit. -De hoofdingang van gebouw 5 is aan de westzijde beoogd. Het gebouw dient echter ook nog voorzien te worden van een vluchtroute. Het uitsluiten van een uitgang aan de Piushaven-straat is vanwege de beoogde verschillende functies en de benodigde ontsluiting niet mogelijk. - In het stedelijk gebied behoort lichtuitstraling vanuit andere woningen en gebouwen tot het normale woon- en leefklimaat. Wij zijn niet voornemens om op deze locatie de lichtuitstraling van woningen te reguleren. Het donkertebeleid van de gemeente is er op gericht om lichtgevoelige soorten, zoals vleermuizen, insecten en amfibieën, zo veel mogelijk te beschermen. De stadsnatuurkaart vormt hiervoor de leidraad. Deze locatie is niet opgenomen op de Donkertekaart.

De commerciële en maatschappelijke ruimten moeten voldoen aan de regels in het omgevingsplan. Dit houdt ook in dat een eventuele horeca slechts is toegestaan wanneer de openingstijden gelijk zijn aan de openingstijden van de hoofdactiviteit. Overigens is ook bij deze functies geen sprake van overmatige lichthinder en zijn hieraan geen extra te stellen.

In de huidige situatie geeft een straatlantaarn een constant hoog lichtniveau. Deze verlichting is meer van invloed op het lichtniveau in de woning van de reclamant dan de (sfeer) verlichting in de beoogde nieuwe woningen op meer dan 20 meter afstand. -De woning van reclamant belemmert het zicht op/in de achtertuin van de bewoner. De goot/nok van de nieuwbouw is zelfs vanaf ooghoogte op de achterste erfgrens niet te zien. De achtertuin blijft al vrij van inkijk. Verdere beperking is niet noodzakelijk.

Met deze voorgestelde inpassing van maximaal 272 woningen wordt in onze ogen zorgvuldig invulling gegeven aan een evenwichtige toedeling van functies aan deze locatie. Het stedenbouwkundig model is zorgvuldig afgewogen. De voorgestelde inpassing is niet strijdig met een privaatrechtelijke bescherming. Wij zien geen aanleiding om daarin aanpassingen door te voeren.

4.6

Conclusie

De door reclamant aangedragen alternatieven zijn ongewenst en leiden tot een onuitvoerbaar plan.

Zienswijze – Reactie op planteamadvies

Reclamant heeft bij de reactie op het gekwalificeerd planteamadvies de volgende vragen en opmerkingen: a. De vraag welke status het gekwalificeerd advies heeft en in het bijzonder de inbreng van het planteam waarbij wordt gesteld dat tijdens bijeenkomsten de waardering is uitgesproken voor vijf gebouwen. Reclamant vraag zich af waarom deze (gestelde) uitspraken zwaarder wegen dan wat er in het advies is opgeschreven. b. Het is voor reclamant niet duidelijk waarom bij een plan met vier gebouwen in plaats van vijf gebouwen de ruimtelijke kwaliteit minder zou worden. Met een gebouw minder zal volgens reclamant meer ruimte ontstaan voor groen en verblijven, verbetert de verbondenheid en het zicht in de omgeving en wordt meer ruimte geschept om de karakteristiek van de 2 e havenarm meer nadrukkelijk kenbaar te maken. Reclamant verzoekt om deze punten integraal mee te wegen. c. Reclamant stelt dat voorbij wordt gegaan aan het pleidooi van het planteam om de impact van de bebouwing in het algemeen voor de woningen aan de kop van de Piushaven te verminderen. Reclamant vraagt wat dit verandert aan de argumenten voor een situatie waarbij er wel sprake is van vijf gebouwen en deze door een andere inzet van de ruimte tot een grotere afstand en lagere hoogte leiden (zie ook 1.5). d.

Reclamant wijst er op dat er, hoewel er verschillende aanpassingen zijn gedaan aan de situering en hoogte van gebouw 5 waardoor er ten opzicht van het ontwerp een minder slecht uitgangspunt is, er nog steeds een verslechtering van de situatie ontstaat. Reclamant wijst er in deze op dat het belangrijkste deel van het gebouw 2,5 meter dichter bij de woning van reclamant komt te staan dat het huidige volume.

Reactie gemeente

Conform de Richtlijn Omgevingsdialoog is er voor deze locatie met een planteam aan de uitwerking van het ontwerp gewerkt. Tijdens de 7

bijeenkomsten van het planteam hebben deelnemers ideeën en kansen geopperd, die verwerkt zijn in het plan, omdat die ideeën het plan beter hebben gemaakt. Hiervan zijn verslagen gemaakt. Deze verslagen voegen wij nog toe aan de motivering van het vast te stellen omgevingsplan. Dat doet niks af aan de status van het eindadvies ("gekwalificeerd adviesrecht"). Het college neemt het advies uiterst serieus, motiveert waarom het college bepaalde adviezen wel of niet overneemt en maakt onderdeel uit van de besluitvorming. Voor wat betreft punt a: Een plan komt altijd integraal tot stand. Daarbij bepalen de ruimtelijke en financiële haalbaarheid de kaders van een plan. Voorafgaand aan het participatieproces zijn een groot aantal ruimtelijke modellen onderzocht. In dit geval is, in afstemming met het Kwaliteitsteam, bepaald dat een programma van maximaal 300 woningen verdeeld over 5 verspringende gebouwen met verschillende hoogtes het meest evenwichtige model is. Daarbij staat gebouw 1 bestaande uit 76 woningen vast. Dit kwantitatief, stedenbouwkundig kader is aan het planteam voorgelegd. Op verzoek van het planteam is onderzocht of een model met 4 gebouwen (met eenzelfde bouwvolume en gebouw 1 als vaststaand feit) ruimtelijk haalbaar is. Uit onderzoek blijkt dat een dergelijk model zorgt voor hogere gebouwen met een negatieve ruimtelijke impact op o.a. bezonning en windhinder.

Voor wat betreft punt b en c: Wij zijn van mening dat wij ons best hebben gedaan om de impact van de bebouwing op de Piushaven (woonstraat) te beperken. Bovendien heeft de reactie van het planteam tijdens de bijeenkomsten ten aanzien van gebouw 5 geleid tot een aanpassing van het ontwerp op een aantal onderdelen: - De rooilijn aan de Piushaven-straat is deels 2,5 meter naar achteren gelegd - De noordelijke rooilijn aan de zijde van de havenarm is ter hoogte van Piushaven 36,3 meter naar achteren gelegd. - De gebouwhoogte is aan de straatzijde beperkt door de introductie van een goot en nokhoogte. - Aan de Piushaven-straatzijde zijn geen uitkragende balkons voorzien. In onze ogen wordt hiermee voldoende ruimte aan de kop van de Piushaven gerealiseerd. Voor wat betreft punt d. verwijzen wij naar onze reactie bij 4.5.

4.7

Conclusie

De participatie in conform de richtlijn Omgevingsdialoog uitgevoerd. Wij zijn van mening dat het stedenbouwkundig model zorgvuldig is afgewogen en zien geen aanleiding om daarin aanpassingen door te voeren.

Zienswijze – Piushaven-straat als woonzijde

In de stukken en tijdens het ontwerpproces is het beeld opgeroepen van een plan met ‘twee zijden’, te weten een ‘zijde met reuring’ aan de Hopliedenkade en een rustige ‘woonzijde’ aan de Tamboerskade. Reclamant wijst er op dat daarmee impliciet de twee ander zijden van het plan, te weten de kant van RAK en de kant van de Piushaven (straat) geen aandacht hebben gehad. Reclamant is van mening dat de zijde van de Piushaven (straat) óók behandeld zou moeten worden als een rustige woonzijde.

Reactie gemeente

De beschrijving van de twee lange zijden van het plan ontkent niet het bestaan van de korte zijden van het plan. In de verbeeldingen en de

uitwerking van het plan zijn alle zijden uitgewerkt. Hierbij wordt aan de zijde van de Piushaven-straat gereageerd op het karakter van de woonstraat. Dit ontwerp is in het Omgevingsplan vertaald.

4.8

4.9

Conclusie

Het rustige woonkarakter van de Piushavenstraat is in de uitwerking meegenomen.

Zienswijze – gordijnen open geeft openbare leefkwaliteit

Reclamant geeft aan de hij het ontwerp als een aantasting van zijn woonen leefklimaat beoordeelt, mede omdat hij grotendeels met de gordijnen open leeft, óók ’s-avonds. Reclamant vindt het jammer dat dit tegenwoordig niet altijd en overal meer de praktijk is, en is van mening dat dit de leefkwaliteit en openbare (sociale) veiligheid juist erg ten goede komt. Reclamant meent dat dit meer de norm zou moeten zijn en mee zou moeten worden gewogen in deze ontwikkeling.

Reactie gemeente

Wij nemen de opmerking van reclamant dat hij grotendeels met de gordijnen open leeft en dit volgens hem de norm zou moeten zijn, voor kennisgeving aan. Daarbij geven wij mee dat naar onze mening met meer woningen, de toevoeging van een (zij)ingang en voorzieningen in de plint juist de levendigheid, leefkwaliteit en sociale veiligheid in het gebied wordt versterkt.

Conclusie

Door het toevoegen van woningen en voorzieningen in de plint wordt de sociale veiligheid in het gebied versterkt.

Zienswijze – kap bomen

Reclamant is tegen de kap van 4 bomen aan de Tamboerskade. Hij stelt dat de kap niet alleen zou moeten worden beoordeeld op de ecologische kwaliteit. Reclamant wijst er op dat dat de bomen onderdeel uitmaken van een zeer groot aantal platanen die de Piushaven flankeren en dat deze bomen onderdeel zijn van een ensemble met een zeer hoge ruimtelijke kwaliteit. Hoewel het belang van woningbouw in de stad evident is, mag dit niet ten koste gaan van dit soort structuren die een essentieel onderdeel uitmaken van het gebied. Reclamant is van mening dat dit niet strookt met ons streven de karakteristiek en DNA van de Piushaven als geheel en de tweede havenarm in het bijzonder meer zichtbaar te maken met dit plan.

Reactie gemeente

Er is gestudeerd op diverse ontwerpen om zo veel mogelijk bomen te kunnen behouden. Helaas is de nieuwbouw en de werkzaamheden die hiermee gepaard gaan, te dicht bij het hart van de bomen, waarmee een essentieel deel van het wortelpakket geraakt wordt. Dit heeft als gevolg dat er vier platanen aan de Tamboerskade niet duurzaam behouden kunnen blijven en dus gekapt moeten worden. Het verplaatsen van de nieuwbouw is geen optie, zie hiervoor onze reactie bij punt 4.5. Er is gestudeerd op diverse ontwerpen om zoveel mogelijk bomen te kunnen behouden. Hiermee hebben we het grootste gedeelte van de bomenlaan aan de Tamboerskade kunnen sparen. In dit geval weegt het maatschappelijk belang van de herontwikkeling binnen het plangebied, waarbij 150 woningen worden toegevoegd, zwaarder dan het belang om de bomen te behouden. De ruimtelijke kwaliteit die de boomstructuur biedt, als omarming van de Piushaven, is bij de gemeente bekend en wordt ook op waarde geschat. In het toekomstige ontwerp zal het herstel van deze structuur door herplant geborgd worden. Het samenhangende beeld met de rest van de haven is hierbij een uitgangspunt. Conform het gemeentelijk beleid zal de kap van de bomen worden gecompenseerd. Er worden voldoende bomen terug geplant, zodat het verwijderde kroonvolume na 15 jaar hersteld is. In de

volwassen situatie leveren deze bomen 30% extra kroonvolume ten opzichte van de huidige situatie.

4.10

4.11

4.12

Conclusie

De 4 platanen aan de Tamboerskade kunnen niet worden behouden. De te kappen bomen worden gecompenseerd, waarbij het herstel van de structuur van de haven uitgangspunt is.

Zienswijze – snoei boom 13

Reclamant vraagt zich af de snoei van boom 13 noodzakelijk is, in relatie tot het verzoek van reclamant om het ontwerp aan te passen (zie punt 4.5). Mocht snoei toch noodzakelijk zijn, dan verzoekt reclamant om rekening te houden dat de snoei zoveel mogelijk wordt beperkt.

Reactie gemeente

Wij verwijzen naar onze reactie bij punt 4.5, waarin wordt uitgelegd waarom wij niet aan het verzoek van reclamant om het ontwerp aan te passen willen voldoen. Dit maakt dat het bouwvolume en de hiermee gepaarde werkzaamheden te dicht op de huidige boomkroon komen. De meest duurzame manier om boom te kunnen behouden is snoei. Hierbij staan zowel de bouwveiligheid als de levensvatbaarheid van de boom voorop. Uiteraard is behoud van zo veel mogelijk kroonvolume de wenst. Er zal niet meer worden gesnoeid dan strikt noodzakelijk.

Conclusie

De snoei van de boom is nodig om de boom te kunnen behouden. Er zal niet meer worden gesnoeid dan strikt noodzakelijk.

Zienswijze – beperken bouwhekken

Reclamant verzoekt om bij de uitvoering van werkzaamheden de hoeveelheid bouwhekken zo veel mogelijk te beperken en deze zo transparant mogelijk te houden, vanwege de ruimtelijkheid en sociale veiligheid en zicht in de straat.

Reactie gemeente

De wijze van uitvoering van bouwwerkzaamheden is geen onderdeel van het omgevingsplan en de aangevraagde omgevingsvergunning. Onderdeel van de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit is een bouwveiligheidsplan, waar de situering van bouwhekken in wordt vermeld. Tevens moet er te zijner tijd nog een aanvraag voor omgevingsvergunning ingediend worden voor de activiteit “roerende zaken opslaan”, indien er gemeentegrond in gebruik genomen gaat worden voor de bouwplaats inrichting. Op dit moment is er echter nog geen aanvraag omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit, de activiteit roerende zaken opslaan, alsmede een aanvraag omgevingsvergunning voor gebouw 5 aangevraagd, waarmee deze zienswijze op dit moment niet relevant is. Wij wijzen erop dat het plaatsen van bouwhekken verplicht is om een veilige werkomgeving (zowel naar werknemers als naar de omgeving) te borgen.

Conclusie

Het plaatsen van bouwhekken vanuit het oogpunt van veiligheid verplicht.

Zienswijze – participatie

Reclamant wijst er op dat het planteam van mening is dat aan het begin van het proces andere verwachtingen door ons zijn gewekt en dat zij eerder betrokken hadden willen worden. Het valt reclamant op dat bij onze reactie hierop gewezen wordt op de gevolgde richtlijn. Reclamant heeft hierop de volgende vragen en opmerkingen: a. Reclamant vraagt zich af of het dan zo is dat de richtlijn ruimte biedt om in het participatieproces verkeerde verwachtingen te wekken op

b.

c.

Reactie gemeente

een manier die het planteam noopt dit in een gekwalificeerd advies op te nemen. Reclamant vraagt of wij aan kunnen geven of er in het vervolg mogelijkheden zijn om, bij een conceptuele exercitie zoals uitgevoerd in 2023 (kwaliteitsteam Piushaven), een vorm van participatie toe te passen. Reclamant vraag om, zo nee, de cruciale argumenten om dit niet te doen, ook bezien in het licht van het verloop van het proces van het planteam. Er is aangegeven dat in het vervolg van het proces voor de inrichting van de buitenruimte niet meer is voorzien in een planteam. Reclamant vraagt om aan te geven wat de planteamleden hier zelf van vinden en of het mogelijk is om een andere (wellicht lichtere) vorm van participatie toe te passen (anders dan informeren) die in ieder geval goede (lokale) ideeën op een tijdige manier mee kan nemen.

Zie ook onze reactie bij punt 4.6. Een plan komt altijd integraal tot stand. Daarbij bepalen de ruimtelijke en financiële haalbaarheid de kaders van een plan. Voorafgaand aan het participatieproces zijn een groot aantal ruimtelijke modellen onderzocht. In dit geval is, in afstemming met het Kwaliteitsteam, bepaald dat een programma van maximaal 300 woningen verdeeld over 5 verspringende gebouwen met verschillende hoogtes het meest evenwichtige model is. Daarbij staat gebouw 1 bestaande uit 76 woningen vast. Dit kwantitatief, stedenbouwkundig kader is aan het planteam voorgelegd. We vinden het jammer dat het planteam een andere verwachting had van het participatieproces. Echter, ons inziens is een zorgvuldig participatieproces doorlopen en is er in de planteambijeenkomsten ruim aandacht gegeven aan het verkennen van andere opties. We hebben zaken afgewogen en vervolgens keuzes gemaakt. a. In de richtlijn omgevingsdialoog wordt het belang van vroegtijdige participatie benadrukt. Daarmee brengen we zorgen en ideeën in beeld om tot zo goed mogelijke plannen te komen. Tegelijkertijd onderstreept de richtlijn het belang van heldere kaders voor de omgevingsdialoog, zodat belanghebbenden weten waarop zij wel/geen invloed hebben.

De wens om enerzijds vroegtijdig met de omgeving in gesprek te zijn en anderzijds dit gesprek vanuit heldere kaders te voeren, zorgt soms voor wrijving: niet alles is in die vroege fase namelijk al uitgekristalliseerd. Dat vraagt om gedurende het participatietraject bestaande verwachtingen continu te blijven matchen met de realiteit. Dat vraagt om doorlopende, heldere communicatie. Tijdens het planteamproces hebben we daarom een open gesprek gevoerd over (nieuwe) inzichten in het planvormingsproces, hoe we tot die inzichten zijn gekomen en wat die inzichten betekenen voor het verdere proces. b. Deze mogelijkheden zijn beperkt. Voorafgaand aan het participatietraject dienen zowel gemeente als initiatiefnemer overtuigd te zijn van de wenselijkheid en de financiële haalbaarheid van een ruimtelijk model. Hierbij wordt in een vroeg stadium door het kwaliteitsteam zorgvuldig gekeken naar de impact op de omgeving. Overigens vindt er ook participatie plaats voor visie documenten zoals de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de (update) Stedelijke Ontwikkelingsstrategie. Dit betreft dus participatie voor zaken op een hoger abstractieniveau. c. Het concept voor de inrichting van de openbare ruimte vormde een integraal onderdeel van de besprekingen in het Planteam. De eerder gemaakte opmerkingen van het planteam (zoals bv. over toegankelijkheid

en de ontsluiting) worden hierin meegenomen. Op dit punt is er reeds ruimte geweest voor participatie. Op dit moment werkt de gemeente aan de technische uitwerking. Onze verwachting is dat er weinig tot geen ruimte is voor aanpassing aangezien er strikte kaders vanuit wet- en regelgeving, richtlijnen en het regiedocument gelden. Het ruimte bieden aan participatie zou verkeerde verwachtingen wekken. Wel zullen wij omwonenden via een inloopbijeenkomst informeren over het ontwerp van de openbare ruimte. Omwonenden kunnen dan hun mening over het ontwerp geven.

4.13

4.14

Conclusie

Er is een zorgvuldig participatieproces doorlopen en in de planteambijeenkomsten is ruim aandacht gegeven aan het verkennen van andere opties.

Zienswijze – belangenafweging

Reclamant vraagt zich af hoe het kan dat in hoofdstuk 7 van de toelichting op het ontwerp omgevingsplan reeds een belangenafweging en conclusie is opgenomen, waaruit zou blijken dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de leefomgeving, terwijl er ten tijde van het ontwerp nog geen zienswijzen waren ingediend. Reclamant vraag zich hierbij af in hoeverre zijn zienswijze nog serieus in behandeling wordt genomen en of wij bereid zijn onze conclusie nog te herzien.

Reactie gemeente

In hoofdstuk 7 van de motivering op het omgevingsplan is inderdaad een belangenafweging en conclusie opgenomen. Op dit moment heeft alleen het ontwerp er inzage gelegen. De conclusie kan dus nog worden aangevuld met de belangenafweging naar aanleiding van de zienswijzen. Wij spannen ons in om elke zienswijze zorgvuldig te bezien. In deze notitie ‘behandeling zienswijzen’ wordt iedere zienswijze samengevat en voorzien van een gemotiveerde reactie. Een zienswijze kan aanleiding zijn tot aanpassing van het ontwerp en/of het omgevingsplan.

Conclusie

Bij de vaststelling van het omgevingsplan kan de belangenafweging in hoofdstuk 7 van de motivering, naar aanleiding van zienswijzen, nog worden aangepast.

Zienswijze – Verkeer Hopliedenkade

Reclamant verzoekt om de verbinding voor gemotoriseerd verkeer tussen RAK en Tamboerskade op te heffen. Reclamant vreest voor lichthinder als gevolg van schijnen van koplampen van voertuigen in de huiskamer van reclamant, zoals dit ook het geval was toen enkele jaren geleden tijdelijk de rijrichting van het verkeer over de Hopliedenkade was omgedraaid. Hoewel reclamant begrijpt dat het de bedoeling is dat het laden en lossen voor het plangebied verzorgd wordt vanaf de Tamboerskade, lijkt het dat de weg toegankelijk blijft voor gemotoriseerd verkeer met specifieke bestemming. Omdat dit verkeer zijn weg moet vinden over de Hopliedenkade zal, volgens reclamant, de overlast van schijnende koplampen terugkeren. In deze vraagt reclamant om de omvang en frequentie van dit verkeer.

Reactie gemeente

De Tamboerskade wordt vanaf de uitrit parkeergarage onder gebouw 4 eenrichtingverkeer (richting oosten) dat betekent dat verkeer vanaf gebouw 3 haar route vervolgt via de Vendeliersstraat. De verbinding voor gemotoriseerd verkeer tussen de huidige Residentie en RAK wordt na realisatie van Fase 2 opgeheven. De Hopliedenkade is alleen toegankelijk voor hulpdiensten. De hinder van koplampen is daarmee beperkt.

Conclusie

De verbinding tussen de huidige Residentie en RAK zal na de realisatie van Fase 2 vervallen.

Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Ambtelijk voegen we de verslagen van het planteam toe aan de motivering. Zienswijze 5 – Bewoner Vendeliersstraat 70 5021 HM Tilburg 5.1

5.2

Zienswijze – overlast tijdens bouwperiode

Reclamant wijst er op dat de geplande bouw van meerdere nieuwe woongebouwen naar verwachting meerdere jaren in beslag zal nemen en maakt bezwaar tegen de overlast die dit met zich mee zal brengen. Hij denkt daarbij aan geluidsoverlast, trillingen, bouwverkeer in de straat en afzettingen in de buurt.

Reactie gemeente

Wij wijzen er op dat een zekere mate van bouwoverlast inherent is aan het wonen in een stedelijke omgeving. Daarbij heeft de vrees van reclamant op bouwoverlast geen betrekking op de ruimtelijke procedure, maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten maken volgens vaste rechtspraak geen onderdeel uit van het besluitvormingsproces over de ruimtelijke keuze en hoeven daarom niet betrokken te worden bij de ruimtelijke procedure. Daarbij heeft reclamant geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om tot een ander oordeel te komen. Wij wijzen erop dat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) regels zijn opgenomen om geluidhinder bij bouw- en sloopwerkzaamheden te voorkomen. De aanvraag om omgevingsvergunning voor de technische activiteit zal hieraan worden getoetst.

Conclusie

De bouwwerkzaamheden maken geen onderdeel uit van de ruimtelijke procedure.

Zienswijze – aantasting privacy

Reclamant stelt dat achter zijn woning een hoogbouw komt van circa 10 woonlagen. Door deze hoogte ontstaat een rechtstreeks zicht vanaf meerdere verdiepingen in de slaapkamers en achtertuin van de woning van reclamant, hetgeen een ernstige aantasting van zijn privacy en woongenot oplevert. Reclamant verzoekt om dit punt zwaarder te laten meewegen en te onderzoeken of een lagere bouw, meer afstand of aanvullende waarborgen voor privacy mogelijk zijn.

Reactie gemeente

De achtergevel van de woning van de reclamant is gelegen op ruim 60 meter van de beoogde nieuwbouw. De woningen op de Tamboerskade blokkeren voor een groot deel de zichtlijnen vanuit dit nieuwe gebouw in de achtertuin. In het Handreiking hoogbouw, mei 2017, reparatie juni 2023 wordt een afstand van 25 meter genoemd als een afstand die relevant is voor nabijheid en privacy. Deze afstand is gebaseerd op het herkennen van gezichtsuitdrukkingen in de toneelwereld. 25 Meter wordt aangehouden als een maat waarbinnen wordt gevraagd om aan te tonen welke maatregelen genomen moeten worden om de privacy te beschermen. Nu reclamant op een afstand van meer dan 2x deze maat woonachtig is, stellen wij dat in het kader van de privacy de nieuwbouw ver genoeg van de woning van reclamant is gelegen. Wij hebben de belangen afgewogen en vinden het belang van het voorzien in een grote behoefte aan woningen groter dan het belang van

reclamant tot dezelfde mate van privacy. Wij wijzen erop dat reclamant woonachtig is in een dynamisch stedelijk gebied. De afdeling heeft in haar uitspraak van 3 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4, onder 7) geoordeeld, dat met name bij een binnenstedelijke ontwikkeling er minder snel dan bij een buitenstedelijke ontwikkeling sprake is van een onevenredige schending van privacy. Enig verlies van privacy behoort daarmee tot het normale maatschappelijke risico, wanneer er wordt gebouwd in een omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid.

5.3

Conclusie

Het appartement van reclamant is op ruim voldoende afstand gelegen van de nieuwe bebouwing. Enig verlies van privacy en uitzicht behoort tot het normale maatschappelijke risico.

Zienswijze – waarde woning

Reclamant stelt dat de combinatie van langdurige bouwactiviteiten, veranderde woonomgeving en fors toegenomen inkijk naar verwachting een negatieve invloed heeft op de marktwaarde van de woning van reclamant. Reclamant verzoekt te onderzoeken en te onderbouwen hoe met deze schade wordt omgegaan en welke maatregelen worden getroffen om deze te beperken.

Reactie gemeente

Het is niet aannemelijk dat een eventuele waardevermindering van de woning van reclamant zo groot zal zijn dat hieraan bij de belangenafweging een groter gewicht moet worden toegekend dan het belang tot de bouw van woningen, waarmee een wezenlijke bijdrage aan de woningbehoefte wordt geleverd. Reclamant kan voor de mogelijk negatieve financiële gevolgen die hij ondervindt, na het onherroepelijke besluit een verzoek tot nadeelcompensatie indienen. Of reclamant aanspraak kan maken op nadeelcompensatie wordt te zijner tijd, op grond van de op dat moment geldende nadeelcompensatieverordening beoordeeld.

Conclusie

Een verzoek tot nadeelcompensatie kan na het onherroepelijke besluit in worden gediend.

Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Conclusie: De zienswijzen zijn deels gegrond en leiden tot aanpassingen van het besluit tot wijziging omgevingsplan. Ambtelijk worden wijzigingen doorgevoerd aan de motivering en regels van het besluit tot wijziging omgevingsplan. Het besluit omgevingsvergunning Hopliedenkade fase 1 (Z2025-00008565) wordt gewijzigd. Zie voor de wijzigingen de bijgevoegde ‘staat van wijzigingen’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16700874/2