CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Besluiten Belastingverordeningen 2025

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 202523.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

toeslag voor retour geven van het voertuig buiten openingstijden (ma t/m vr 08:00 tot 18:00 uur): € 110,-.

Kostprijs Naheffingsaanslag

Kosten naheffingsaanslag parkeren 2025 Omschrijving

Begroot

A. Vaste informatieverwerkingskosten B. Variabele informatieverwerkingskosten C. Kosten van afschrijving D. Kosten van interest E. Personeelskosten F. Overheadskosten

€ € € € € €

1.433.892 330.938 181.444 3.785 2.255.772 687.254

Totale kosten

€

4.893.085

Verwacht aantal naheffingsaanslagen 2025 Tarief naheffingsaanslag 2025

100.000 €

48,93

Tariefzonekaart Centrum en Stappegoor 2025

Toelichting tariefzones Centrum en Stappegoor

Tariefzone 1

Tariefzone 2

Tariefzone 3 Tariefzone 4 Tariefzone 5

• •

De straten gelegen binnen de Parkring (excl. parkeerterrein Noordhoekring); De straten gelegen binnen de begrenzing van de volgende straten: Heuvelring, Spoorlaan, Professor Dondersstraat, Sint Josephstraat (t.h.v. huisnummer 107), Lanciersstraat (incl. deze straat), Piushaven, Koopvaardijstraat, Piusstraat en Piusplein (excl. parkeerterrein Schoenerstraat). • Parkeerplaatsen gelegen aan de Parkring, inclusief het Mauritshof en de parkeerterreinen Louis Bouwmeesterplein, Noordhoekring en Spoorlaan Oost; • De straten: Anna Paulownahof, Bisschop Zwijsenstraat (ten noorden van Varkensmarkt), Gildebroedersstraat, Handbooghof, Kloosterstraat (ten oosten van Louis Bouwmeesterplein), Koningsplein, Koopvaardijstraat, Oude Dijk, Oude Kerkstraat, Piusplein (ten zuiden van Paleisring), Piusstraat (ten noorden van Stevenzandsestraat), Primus van Gilspark, Primus van Gilstraat, Sint Sebastiaanstraat, Stadstraat, Van Doorenstraat, Ververstraat, Vorstenhof, Zwijsenplein. Alle overige parkeerplaatsen die niet vallen onder tariefzone 1, 2, 4, of 5 zoals opgenomen in het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren. Gebied Stappegoor: Stappegoorweg (parkeerterrein voor Ireen Wüst IJsbaan). De straten Besterdring, Besterdplein, NS-Plein en Korvelseweg. Parkeren is hier de eerste 15 minuten gratis.

Memorie van toelichting behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2025 Hoofdstuk 4

Tariefzonekaart

Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting bedraagt in 2025 € 48,93 (=excl. de kosten voor één uur parkeren) blijkens de kostenberekening (zie bijlage Kostprijs naheffingsaanslag). De tariefzonekaart geeft het uurtarief aan in de huidige gereguleerde gebieden. Zoals opgenomen in de tarieventabel (hoofdstuk 1) is tariefzone 3 van toepassing in wijken waar parkeerrayons worden uitgebreid.

Bijlage 12

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en de Wet op de lijkbezorging;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2025'. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats: de algemene begraafplaats van de gemeente, genaamd Centrale Begraafplaats West, ongeacht welke bijzondere bestemming een of meer gedeelten daarvan gekregen hebben; b. bijzonder graf (kelder): een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; c. eerste klas graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; d. tweede klas graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; e. kindergraf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; f.

graf op het urnenveld: een graf op het voor urnenveld bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; g. verlenging tot 10 jaar: verlenging van het grafrecht, van de begraving van een lijk of asbus in een graf waarin reeds een lijk of asbus is begraven, aangevuld tot 10 jaar na de bijplaatsing van het lijk of de asbus; h. asbus: een gesloten bus, bevattende as van een lijk, als bedoeld in het Crematoriumbesluit; i. graftekenen: op graven aanwezige grafstenen; j. het daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats: het op de bij deze verordening gevoegde overzichtstekening aangegeven deel van de Centrale begraafplaats West waar de diverse soorten graven gelegen zijn; k. algemeen graf: een graf dat in het beheer is van de gemeente, op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats, dat wordt uitgegeven voor de duur van 10 jaar, waarna niet verlengd kan worden. Op een algemeen graf mag geen grafteken geplaatst worden. Een algemeen graf kan zijn een standaard graf of een graf voor levenloos geborenen. In een algemeen graf kunnen overledenen worden begraven, die vreemden van elkaar zijn. l.

particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven van lijken of het plaatsen van asbussen, op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats. Een eigen (particulier) graf kan zijn een bijzonder graf, een graf eerste klasse, een graf tweede klasse, een kindergraf of een graf op het urnenveld. m. beschermd bijzonder graf: een particulier graf waarvoor door het college van burgemeester en wethouders de status beschermd bijzonder graf voor onbepaalde tijd is vastgesteld, ongeacht de categorie waartoe het graf behoort.

Artikel 2 Aard der rechten Ten behoeve van de gemeente worden voor het gebruik van de begraafplaats, alsmede voor de diensten, welke in verband daarmede vanwege de gemeente worden verleend, rechten geheven als in de navolgende artikelen omschreven. Artikel 3 Begrafenisrechten 1. Voor het begraven van een lijk is verschuldigd indien het begraven geschiedt:

2.

3. 4. 5. 6.

7.

a.

in een bijzonder graf

€

601,05

b.

in een eerste klas graf

€

601,05

c.

in een tweede klas graf

€

601,05

d.

in een algemeen standaard graf

€

601,05

e.

in een kindergraf

€

350,00

f.

in een algemeen graf voor levenloos geborenen

€

350,00

Voor het begraven van een asbus is verschuldigd indien het begraven geschiedt: a.

in een bijzonder graf

€

350,00

b.

in een eerste klas graf

€

350,00

c.

in een tweede klas graf

€

350,00

d.

in een algemeen standaard graf

€

350,00

e.

in een kindergraf

€

350,00

f.

in een algemeen graf voor levenloos geborenen

€

350,00

g.

in een graf op het urnenveld

€

350,00

Vervallen. Voor het begraven van een lijk van een kind beneden de 12 jaren in een kindergraf, algemeen standaard graf of voor bijplaatsing in een bestaand ouderlijk graf is verschuldigd: € 350,00. Voor het begraven van een levenloos geboren kind of vrucht in een kindergraf, algemeen standaard graf of voor bijplaatsing in een bestaand ouderlijk graf is verschuldigd: € 350,00. Voor het opgraven en herbegraven van een lijk of van een asbus voor zover dit niet plaats vindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dubbele van het tarief voor het begraven van een lijk of de asbus in de klasse waarin het herbegraven vindt. Voor het opgraven van een lijk of van een asbus, voor zover dit niet plaatsvindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dubbele van het tarief voor het opgraven van een lijk of de asbus in de klasse waarin het herbegraven plaatsvindt.

Artikel 4 Grafrechten 1. Voor het recht tot het begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, en voor het schoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente is verschuldigd voor de eerste termijn van uitgifte, wanneer dit betreft: a.

in een bijzonder graf

€ 11.235,30

b.

in een eerste klas graf

€ 4.433,55

c.

in een tweede klas graf

€ 2.010,70

d.

in een graf op het urnenveld

€ 2.010,70

e.

in een algemeen standaard graf

€ 1.005,35

2.

3.

4.

5. 6.

Voor het recht tot het begraven van een kind beneden de 12 jaren in een kindergraf is verschuldigd: a.

indien het betreft een kind beneden het jaar (0-1 jaar) €

346,85

b.

indien het betreft een kind van 1 tot beneden 12 jaren €

419,95

c.

indien het betreft een levenloos geboren kind of vrucht

346.85

€

Bij verlenging van het recht tot begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, voor het schoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente en voor een verwijderingsbijdrage van de gedenksteen na beëindiging van de verlenging, is verschuldigd voor elke termijn van 10 jaar: a.

in een bijzonder graf

€ 5.954,70

b.

in een eerste klas graf

€ 2.349,20

c.

in een tweede klas graf

€ 1.074,05

d.

in een graf op het urnenveld

€ 1.074,05

e.

in een kindergraf (0-1/levenloos)

€ 193.65

f.

in een kindergraf (1-12 jaar)

€ 230,15

Over een beschermd bijzonder graf (particuliere graf) zoals omschreven in artikel 1 onder m worden geen grafrechten geheven. - Voor het recht voor onbepaalde tijd tot het begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, en voor het schoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente is verschuldigd: € 0,00. - Bij verlenging van het recht voor onbepaalde tijd tot begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, en voor het schoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente is verschuldigd: € 0,00. De gestelde bedragen treden in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 of zoveel later waarop het grafrecht voor het eerst wordt uitgegeven dan wel verlengd. Vooruitbetaalde grafrechten die voortvloeien uit het gestelde vierde lid en vijfde lid en die gaan over een periode na 1 januari 2023 worden met de inwerkingtreding van deze verordening binnen 6 maanden renteloos gerestitueerd aan de rechthebbende namens wie het vooruitbetaalde grafrecht is betaald.

Artikel 5 Stichting grafkelder Voor het stichten van een grafkelder is verschuldigd: € 3.344,35. Artikel 6 Plaatsingsrecht graftekenen Voor het hebben van een grafteken op een graf is verschuldigd wanneer het betreft: a. in een bijzonder graf b. in een eerste klas graf c. in een tweede klas graf d. in een graf op het urnenveld e. een kindergraf (0 tot 1 jaar/1 tot 12 jaar/levenloos)

€ € € € €

918,50 264,95 137,40 137,40 40,45

Artikel 7 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van het gebruik of de diensten, dan wel degene ten behoeve van wie het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend.

Artikel 8 Wijze van heffing 1. De rechten worden geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving, aanslag of andere schriftuur. 2. Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, de aanslag of de andere schriftuur vermeld. 3. Het college van burgemeester en wethouders stelt de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast. Artikel 9 Betaling en inning 1. De rechten zijn verschuldigd en moeten worden betaald op het tijdstip, waarop het gebruik aanvangt casu quo de dienst wordt verleend. 2. Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid genoemd tijdstip kan worden vastgesteld, moeten de rechten worden betaald binnen tien dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, de aanslag of de andere schriftuur. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van begraafplaatsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 3. De 'Verordening begraafplaatsrechten 2024' vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening begraafplaatsrechten 2025'. Artikel 12 Bijzondere bepalingen 1. De in artikel 4 vierde lid, vijfde lid en zesde lid genoemde bepalingen gelden voor onbepaalde tijd en kunnen nooit worden opgeheven noch met terugwerkende kracht worden teruggedraaid vanaf de inwerkingtreding van deze verordening als genoemd in artikel 11. 2. De in artikel 4 vierde lid, vijfde lid en zesde lid genoemde bepalingen dienen zonder wijzigingen in alle toekomstige verordeningen op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten overeenkomstig te worden overgenomen. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2024 de griffier,

de voorzitter,

Overzichtstekening Centrale Begraafplaats West

Memorie van toelichting behorende bij de "Verordening begraafplaatsrechten 2025" Tarieven De tarieven voor 2025 zijn ten opzichte van 2024 gestegen met 4,28 %

Kosten-baten en opbrengsten (€1.000) Omschrijving

Jaarrekening Begroting 2023 2024

Begroting 2025

Kosten taakveld(en) incl omslagrente Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld

150 0 150

174 0 174

187 0 187

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW Totale kosten

65 72 287

66 31 271

73 35 295

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

236 82%

250 92%

279 95%

Bijlage 13

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2025'.

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen Artikel 1. Rechten Krachtens deze verordening worden geheven: a. havengeld, b. staangeld. Artikel 2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; b. bedrijf: een aan een langshaven, de insteekhaven of een openbare loswal gevestigde onderneming die gebruik maakt van schepen voor de aan- dan wel afvoer van goederen; c. havencoördinator: de ambtenaar van de gemeente Tilburg belast met het toezicht op naleving van het bepaalde in deze verordening of diens plaatsvervanger.

Hoofdstuk II Havengeld Artikel 3 Aard der belasting Onder de naam 'havengeld' wordt een recht geheven voor het meren, hetzij middellijk of onmiddellijk, van vaartuigen aan de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal, met de bedoeling om goederen te laden dan wel te lossen. Artikel 4. Grondslag 1. Het havengeld wordt berekend naar het tonnage van de in Tilburg geladen dan wel geloste goederen. 2. Inzake het havengeld geldt een aangifteplicht. De aangifte dient maandelijks, uiterlijk zeven dagen na afloop van een kalendermaand, plaats te vinden middels het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier. 3. In afwijking van het gestelde in de tweede volzin van het voorgaande lid, mag aangifte plaatsvinden op een andere wijze, mits tenminste de gegevens worden vermeld zoals die op het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier zijn opgenomen. Artikel 5. Tarief Het havengeld bedraagt € 0,15 per ton, of gedeelte daarvan, in Tilburg geladen dan wel geloste goederen.

Artikel 6. Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven voor: a. vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het Rijk en bestemd uitsluitend voor de b. openbare dienst; c. vervallen; d. sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en onmiddellijk na e. aankomst weer vertrekken; f. vaartuigen, die uitsluitend voor het innemen van gasolie en/of drinkwater voor eigen gebruik aan de g. kaden aanleggen; h. vaartuigen, waarvan de schippers aantonen, dat zij wegens familieomstandigheden of dringende i. noodzakelijkheid van de kade gebruik moeten maken, mits niet wordt geladen of gelost. Artikel 7. Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.

Hoofdstuk III Staangeld Artikel 8. Aard en grondslag van de belasting 1. Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het gebruik van gedeelten van de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal met toestellen, werken of inrichtingen, welke onmiddellijk dan wel middellijk met het lossen en laden van vaartuigen verband houden, zoals los- en laadbruggen, hijskranen, elevatoren of andere soortgelijke toestellen, werken of inrichtingen. 2. Bij dit gebruik is het onverschillig, of de in het eerste lid bedoelde toestellen, werken of inrichtingen zich in, op of boven de daar aangeduide kaden bevinden. 3. Het staangeld wordt mede geheven voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht. Artikel 9. Tarieven 1. Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen

€

20,35

per strekkende meter kademuur, met als minimum

€

99,65

b.

voor elke hijskraan met bijbehorende werken

€

520,70

c.

voor vergaarputten op bakken per stuk

€

25,35

en voor daarbij behorende buisleidingen

€

10,20

€

99,65

worden genomen per vierkante meter

€

20,35

met een minimum van

€

99,65

en per strekkende meter kademuur met een minimum van bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter

€ €

176,45 903,10

€

306,10

per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van d.

voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik

e.

voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht per vaartuig

2. 3.

Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.

Artikel 10. Belastingplicht Het staangeld wordt geheven van degene aan wie de gedeelten van de kaden in gebruik zijn gegeven.

Hoofdstuk IV Algemene bepalingen Artikel 11. Belastingjaar Ter zake van de in artikel 8 opgenomen rechten wordt het belastingjaar gelijkgesteld aan een kalenderjaar. Artikel 12. Tijdstip ontstaan/eindigen belastingplicht in de loop van het belastingjaar Indien de belastingplicht van de in artikel 8 opgenomen rechten in de loop van het belastingjaar aanvangen dan wel eindigen, worden de rechten geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang/einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel 13. Wijze van heffing De rechten worden geheven: 1. Bij wijze van maandelijkse aanslag voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 3 als voldoening op aangifte. 2. Bij wijze van aanslag voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 8. Artikel 14. Kwijtschelding Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 15. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 3. De 'Verordening Scheepvaartrechten 2024' van 9 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening scheepvaartrechten 2025'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2024

de griffier,

de voorzitter,

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening scheepvaartrechten 2025' Tarieven Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 4,28%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 557.000,00 en de opbrengsten € 98.000,00. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) bedragen * € 1.000,-

Kosten taakveld(en) incl omslagrente

Jaarrekening begroting begroting 2023 2024 2025 386

496

503

0

0

0

386

496

503

30

11

11

26,82

25,81

44,22

Totale kosten

444

533

557

Opbrengst heffingen

79

101

98

364

432

459

Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW

Saldo

Bijlage 14

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 1 van de Huisvestingswet 2014;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van liggelden Piushaven Tilburg 2025'. Artikel 1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden liggelden geheven: a. voor een vaste ligplaats voor een woonschip in de Museumhaven dan wel de havenarm; b. voor een vaste ligplaats met een bijzonder schip dan wel bedrijfsvaartuig in de havenarm; c. voor een tijdelijke ligplaats voor een passantenvaartuig; d. voor een tijdelijke ligplaats voor een woonschip in de winterberging; e. voor het afmeren van een rondvaartboot, chartervaartuig of dergelijke met het kennelijke doel in Tilburg f. mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten; g. voor een vaste ligplaats met een bijzondere activiteit dan wel een sloep. Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. haven: de Piushaven en het openbaar vaarwater in beheer en onderhoud bij de gemeente, als bedoeld in de Havenverordening Piushaven Tilburg 2017; b. kaden en oevers: de direct aan het openbaar vaarwater grenzende en gelegen weggedeelten en/of gedeelten van de openbare ruimte, een en ander zoals aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart; c. ligplaats: een gedeelte van het openbaar vaarwater, bestemd of geschikt om door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; d.

openbaar vaarwater: alle wateren die, al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; e. vaartuig: elk drijvend voorwerp dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen; f. museumschip: elk vaartuig dat door zijn authenticiteit en door historie en verschijningsvorm de moeite van het behouden en bekijken waard is, en dat nagenoeg permanent bewoond wordt; g. pleziervaartuig: elk vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een woonschip; h. woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te beoordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; i. bedrijfsvaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een museumschip, dat een toeristisch, dienstverlenend en/of commercieel doel dient; j. sloep: een open roei-, zeil- of motorschip met over het algemeen een ronde voor- en achterkant. Indien van hout, voorzien van een overnaads gebouwde romp; k. havencoördinator: een als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar; l.

winterberging: het gedurende de periode dat de haven gesloten is voor pleziervaartuigen, ligplaats bieden aan schepen die, geheel of gedeeltelijk bewoond, een tijdelijke ligplaats voor de winterperiode zoeken;

m.

beeldbepalend/bijzonder evenement: een evenement dat een forse bijdrage geeft aan de historische- uitstraling van de Piushaven als industriehaven, dat het gebruikelijk aanbod aan evenementen overstijgt en in de regel slechts één keer per jaar plaatsvindt.

Artikel 3 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: a. vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het Rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst; b. vervallen; c. sleepboten welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst, dan wel bij de eerstvolgende gelegenheid ingeval zulks niet mogelijk meer is vanwege het beëindigen van de brugbediening in het Wilhelminakanaal, weer vertrekken; d. vaartuigen die wegens storm, mist of ijsgang of andere noodtoestanden die duidelijk als overmacht kunnen worden aangemerkt, de haven zijn binnengelopen. Artikel 4 Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar/beheerder of huurder van het vaartuig, de bewoner van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt. Artikel 5 Aard van het recht/belastbaar feit Voor het innemen van een ligplaats in de Piushaven dan wel de havenarm is een recht verschuldigd vanaf het moment: dat het recht op een vaste ligplaats wordt verkregen; dat een tijdelijke ligplaats wordt ingenomen; dat een vaartuig anderszins wordt afgemeerd met het kennelijke doel mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten gaan; tot het moment dat het recht op een vaste ligplaats vervalt. Artikel 6 Belastingtarieven 1.

De liggelden worden geheven naar de belastingtarieven volgens onderstaande tarieventabel: a.

Voor een vaste ligplaats voor een woonschip in de Museumhaven dan wel de havenarm is een tarief verschuldigd van per maand, vermeerderd met

€ €

81,80 0,70

Voor een vaste ligplaats met een bijzonder schip dan wel bedrijfsvaartuig in de havenarm is een tarief verschuldigd van € per maand, vermeerderd met €

81,80 0,70

per vierkante meter per maand b.

per vierkante meter per maand c. d.

e.

f.

Voor een tijdelijke ligplaats voor een passantenvaartuig is een tarief verschuldigd per strekkende meter per nacht van Voor een tijdelijke ligplaats voor een woonschip dan wel een bedrijfsvaartuig in de winterberging, is een tarief verschuldigd van per strekkende meter per week of gedeelte daarvan

€

1,40

€

3,00

Voor het afmeren van een rondvaartboot, chartervaartuig of dergelijke met het kennelijke doel in Tilburg mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten, is een tarief verschuldigd per keer van € Voor een permanent bedrijfsvaartuig, gelegen in de havenkom, dat op geen enkele wijze gebruik maakt van de gemeentelijke voorzieningen en aansluitingen, een tarief per vierkante meter per maand van €

22.50

3,65

g. h.

Voor een vaste ligplaats met een sloep, met een maximale lengte van 6 meter, is een tarief verschuldigd per strekkende meter per maand van voor het exploiteren van een overige activiteit, als bedoeld in artikel 21 van de Havenverordening Piushaven Tilburg 2017 is een tarief verschuldigd per vierkante meter per maand van

€

13.30

€

0,75

2. Bij de berekening van de liggelden worden gedeelten van eenheden van tijd, lengte of oppervlakte waarover de tarieven worden berekend, voor één geheel gerekend. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden geheven: 1. Bij wijze van maandelijkse aanslag voor zover betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdelen a, b, e, f, g en h. 2. Bij wijze van een schriftelijke kennisgeving in de vorm van een kwijtingsbewijs per periode van maximaal 4 kalenderweken voor zover betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdeel d. 3. Bij wijze van een schriftelijke kennisgeving in de vorm van een kwijtingsbewijs per verblijfsperiode voor zo ver betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdeel c. Artikel 8 Ontheffing 1. Ten aanzien van de rechten bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel c, wordt ontheffing verleend voor de eerste 2 nachten ten aanzien van schepen met een A. dan wel B. classificatie van de FVEN, welke kan worden aangetoond middels de daartoe verstrekte pas. Een dergelijke ontheffing wordt slechts één keer per kalenderjaar verleend. 2. Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel c.

kan het college ontheffing verlenen uitsluitend voor de deelnemende schepen aan een beeldbepalend/bijzonder evenement als bedoeld in artikel 2 onder m, tenzij aan boord sprake is van handelingen waarbij een op geld waardeerbare transactie plaatsvindt. Deze ontheffing wordt slechts eenmaal per jaar verleend. 3. Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel g, kan het college voor maximaal 2 jaar een ontheffing verlenen om startende initiatieven een kans te bieden op een levensvatbaar begin. 4. Voor het overige wordt geen ontheffing verleend. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 3. De 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2024' van 9 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2024

de griffier,

de voorzitter,

Kaart zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025'

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025' Tarieven Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 4,28%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 557.000,00 en de opbrengsten € 98.000,00. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

bedragen * € 1.000,-

Kosten taakveld(en) incl omslagrente

Jaarrekening begroting begroting 2023 2024 2025 399

496

503

0

0

0

399

496

503

103

11

11

27.80

25,81

44,22

Totale kosten

575

533

557

Opbrengst heffingen

128

101

98

Saldo

446

432

459

Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW

Bijlage 15

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

Besluit Vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van leges 2025’. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen; b. “maand”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; c. “jaar”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; d. “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; 2. een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 3.

Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen 1. De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, onderdeel 1.8.2 worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt: a. ten behoeve van de rijks-, provinciale of gemeentedienst; b. overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad 82. 2. De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, hoofdstuk 10 worden niet geheven: a. in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot kosteloos onderzoek verplicht is; b. voor het raadplegen van analoge archiefbescheiden in de studiezaal en gepubliceerde scans op de website van het Regionaal Archief Tilburg. 3. Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld: a.

stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften kosteloos moeten worden verstrekt; b. beschikkingen op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot gemeentelijke belastingen; c. inlichtingen, welke anders dan ten behoeve van of in het belang van bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades, gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14720593/3