CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Berk en Hout Udenhout - Stikstof - v10 - incl bijlagen

Raadsvergadering 13 maart 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen BP Udenhout 2008, 7e herz. (Berkenhout) en beeldkwaliteitplan21.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2004

2005

2010

2015

2019*

Runderen

3.764.820

3.796.780

3.975.190

4.133.850

3.803.120 Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Schapen

1.234.040

1.360.510

1.129.500

946.180

916.400

Geiten

282.030

291.890

352.830

469.750

614.340

Varkens

11.152.500

11.311.560

12.254.970

12.602.890

12.137.080

Kippen

85.816.100

92.914.200

101.247.700

106.762.900

100.992.900

Ons kenmerk DGS / 20040594

*voorlopige cijfers

In de onderstaande grafiek is de stikstofemissie (in kton N) sinds 1990 weergeven, uitgesplitst voor de verschillende sectoren. Hierbij geldt dat de ontwikkeling van de stikstofdepositie ongeveer gelijk is met die van de emissies. Bron: https://www.rivm.nl/stikstof In onderstaande tabellen is op basis van informatie uit de Emissieregistratie globaal weergegeven welk deel van de emissies van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) landbouw dan wel aanwending van dierlijke mest betreft. Bron: http://www.emissieregistratie.nl, http://emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/selectie/criteria.aspx

Emissiebron

Stof

2005 (kton NH3)

2015 (kton NH3)

Nationaal totaal

Ammoniak

155

129

Landbouw Ammoniak Aanwending van dierlijke mest (alle dierlijke sectoren opgeteld) Ammoniak

134

111

49

36 Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Ons kenmerk DGS / 20040594

Emissiebron

Stof

Nationaal totaal

Stikstofoxiden (als NO2)

2005 (kton NOx) 495

2015 (kton NOx) 359

Landbouw

Stikstofoxiden (als NO2)

45

44

Aanwending van dierlijke mest Stikstofoxiden (als NO2)

11

12

49 Waarom is ervoor gekozen alleen een advies te vragen en uit te brengen over bemesten en beweiden door de veehouderij? Antwoord In het eerste advies van het Adviescollege ‘Niet alles kan’ heeft het Adviescollege aangegeven nader onderzoek te doen naar het vraagstuk van beweiden en bemesten en hierover voor het eind van 2019 een tussentijds advies uit te brengen, zodat het tijdig voorafgaand aan het beweidings- en bemestingsseizoen beschikbaar is. Dit is een tussenadvies vooruitlopend op het eindadvies dat zal worden uitgebracht in mei 2020. 50 Is het aanwijzen van ganzenfoerageergebied vergunningplichtig in het kader van de Habitatrichtlijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de invloed van ganzen op de stikstofdepositie? Antwoord De aanwijzing van een foerageergebied is gericht op het afzien van ingrepen in natuurlijke ontwikkelingen. Op basis van vrijwillige deelname van landeigenaren met grond in zo’n gebied wordt bevorderd dat wordt afgezien van verjaging op basis van een derogatie van de soortenbeschermingsbepalingen. De landeigenaar kan in dat kader een vergoeding voor faunaschade krijgen. Bij de ganzenfoerageergebieden gaat het niet om een plan of project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn dat vooraf passend moet worden beoordeeld als sprake is van potentieel significant negatieve gevolgen.

Er wordt geen menselijk handelen mogelijk gemaakt dat een bepaald negatief effect voor een Natura 2000-gebied kan veroorzaken. De activiteit die een eventueel effect heeft, is het in het wild leven en zich verplaatsen door vogels, wat gepaard gaat met depositie die overal te lande kan plaatsvinden. Het gaat om dieren die niet door mensen worden gehouden en waarover de mens dus geen beschikkingsmacht uitoefent. Een vergunningplicht is hierop niet van toepassing. 51 Kunt u bij benadering aangeven hoeveel fosfaat en stikstof de overwinterende ganzen uitstoten? Antwoord De watervogeltellingen van Sovon laten zien dat tegenwoordig op het hoogtepunt van het winterseizoen circa 2,5 miljoen ganzen in ons land verblijven. Van deze wilde ganzen is enkel voor grauwe gans en knobbelgans een forfait bekend (8,9 Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

kg stikstof en 8,1 fosfaat per ton mest). Het is niet bekend hoeveel mest, fosfaat Ons kenmerk DGS / 20040594 en stikstof Nederlandse winterganzen produceren. Fosfaat emitteert niet naar de lucht, stikstof in de vorm van ammoniak voor een gering deel. Emissies van wilde ganzen zijn geen categorie in de Emissieregistratie: hun stikstofuitstoot naar de lucht is niet bekend. Er bestaan geen emissiefactoren voor in het wild levende dieren. Wel wordt de totale concentratie en depositie van stikstof in Nederland berekend en geijkt op metingen. De emissies van ganzen zijn hierbij dus wel onderdeel van de concentratie- en depositiemetingen van stikstof. 52 Klopt het dat vervoersbewegingen op een boerderij meegenomen dienen te worden bij de vergunningverlening? Zo ja, wat is de juridische onderbouwing daarvan? Antwoord Bij een individuele beoordeling op basis van een vergunningaanvraag voor een project worden alle effecten die daarmee onlosmakelijk zijn verbonden, in samenhang bezien. De beoordeling vindt plaats op basis van een AERIUS berekening waarin de bedrijfsspecifieke gegevens worden meegenomen (en is dus afhankelijk van de invoergegevens van de aanvrager). Over vervoersbewegingen op een landbouwbedrijf heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak van 29 mei 2019 geen oordeel geveld en ook het tussenadvies van het Adviescollege stikstofproblematiek zegt daar niets over.

53 Op welke wijze vindt deze individuele beoordeling plaats en worden hierin de vervoersbewegingen op en rondom het erf meegenomen? Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 52. 54 Op welke wijze wordt de daadwerkelijke depositie gemeten? Antwoord Het RIVM meet de concentratie en depositie van stikstofoxiden en ammoniak met het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) en het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN). Natte depositie van stikstof wordt gemeten met een zogenaamde ‘wet only sampler’ door elke twee weken de neerslag (regen) te verzamelen. Een laboratorium bepaalt vervolgens hoeveel ammoniak en stikstofoxiden in de regen zat. Droge depositie van ammoniak wordt gemeten met een zogenoemde COTAG (Conditional Time Averaged Gradient). Het RIVM geeft Informatie over de werking van deze instrumenten op haar website. Naast depositie wordt op veel plekken de hoeveelheid stikstof in de lucht gemeten (concentratie). 55 Welke meitellingen worden bedoeld en zijn deze openbaar?

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Antwoord Met de meitelling wordt de landbouwtelling bedoeld. De gegevens van de landbouwtelling worden gebruikt voor de beschrijving van de structuur van de Agrarische sector. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het CBS, de gegevens daarvoor worden ingewonnen door RVO. Jaarlijks dienen agrarische bedrijven de Gecombineerde Opgave in. Met deze opgave worden de gegevens voor de Landbouwtelling en de mestwetgeving ingediend.

Ons kenmerk DGS / 20040594

De individuele gegevens van de Landbouwtelling zijn niet openbaar. Het CBS gebruikt deze gegevens en publiceert deze in geaggregeerde vorm. Deze zijn openbaar en te vinden op Statline. 56 Op basis waarvan is de emissiereductie van vijf procent vastgesteld voor bedrijven die binnen de stalvergunning gebruikmaken van beweiden en waarom zou dit niet meer of minder kunnen zijn? Antwoord Op basis van emissiemetingen is bij 720 uur weidegang een emissiereductie in de stal van 5% gemeten. Voor meer informatie hieromtrent verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 24. Bij toepassing van een andere hoeveelheid weidegang is deze emissie hoger of lager. Om de hoeveelheid weidegang (en de bijbehorende emissiereductie) bij een hoger aantal uren vast te stellen loopt er momenteel een verkennend traject dataverbetering weidegang met sectorpartijen en onderzoekers, waarbij naar verschillende technieken wordt gekeken om weidegang te kunnen monitoren. 57 Waarom wordt het tweede gunstige effect van beweiden niet verdisconteerd in de vergunning? Antwoord Beweiden is niet vergunningplichtig. Het tweede gunstige effect van beweiden is dan ook niet verdisconteerd in een vergunning.

58 Wat is de omvang van het tweede gunstige effect van beweiden dat niet verdisconteerd is in de vergunning, waarom is er in de adviesaanvraag aan het Adviescollege Stikstofproblematiek niet meegegeven om deze gunstige ontwikkeling in beeld te brengen en, als deze gunstige ontwikkeling er is maar niet verdisconteerd is in de vergunning, op welke manier worden de positieve effecten dan meegenomen in het beleid? Antwoord Het Adviescollege refereert aan berekeningen voor de nationale emissie van ammoniak, waarbij het uitgangspunt is dat bij aanwending van stalmest, in het geval van drijfmest, 19 tot 71% van de in de (drijf)mest aanwezige ammoniakale stikstof (TAN) in het land emitteert als ammoniak. Uit weidemest is dit 4%. Hieruit zou kunnen worden geconcludeerd dat de omvang van het tweede gunstige effect een verschil van 15 tot 67% zou kunnen zijn. Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

De opdracht van het Adviescollege is vastgelegd in de Regeling tot instelling van het Adviescollege. Dit is een opdracht op hoofdlijnen, waarin ook is gevraagd hoe legalisering van ontwikkelingen kan plaatsvinden die zijn gerealiseerd op basis van de vrijstellingen die waren verbonden aan het PAS. De positieve effecten van beweiden worden wel meegenomen in de achtergronddepositie.

Ons kenmerk DGS / 20040594

59 Hoe zult u omgaan met gevallen van bemesten waarbij sprake is van verandering van grondgebruik? Antwoord Conform het advies van het Adviescollege zullen de uitzonderingssituaties van bemesten eerst in beeld worden gebracht. 60 In hoeverre is momenteel in beeld in hoeveel gevallen er een toename is geweest van emissies ten opzichte van de referentiedatum en er dus een individuele beoordeling plaats moet vinden? Antwoord Momenteel is nog niet in beeld in hoeveel gevallen er een toename is geweest van emissies ten opzichte van de referentiedatum. Voor een verdere beantwoording van deze vraag, verwijs ik u naar het antwoord op vraag 1. 61 Moeten ondernemers zelf een nadere beoordeling aanvragen of gaat dat ambtshalve gebeuren en wie gaat hiervoor de kosten dragen? Antwoord In normale gevallen moet de aanvrager de gegevens leveren die nodig zijn voor het nemen van een besluit. Daar kan van worden afgeweken als het onredelijk is om die gegevens te vragen. Inzet van het kabinet en de provincies is dat voor beweiden en bemesten in beginsel geen vergunning behoeft te worden aangevraagd.

62 Waar dient de specifieke aanpak voor uitzonderingssituaties die in de aanbevelingen wordt genoemd aan te voldoen? Antwoord Het advies van het Adviescollege luidt dat een specifieke aanpak voor uitzonderingssituaties zal moeten worden ontwikkeld indien het bemesten in deze uitzonderingssituaties leidt tot knelpunten in Natura 2000-gebieden. Deze aanpak zal moeten bijdragen aan een afname van de effecten op de Natura 2000gebieden. 63

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Welke aanpassingen moeten er worden gedaan om het tweede gunstige effect van beweiden wel te verdisconteren en gebruik te kunnen maken van deze depositieruimte?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 57. 64 Zal bij de aanpak voor de langere termijn emissiearme landbouw als nevengeschikt aan kringlooplandbouw behandeld worden? Antwoord Bij de structurele aanpak zet het kabinet zowel in op brongerichte verduurzaming van stallen, waardoor stallen emissiearm worden, als op extensivering en de omslag naar kringlooplandbouw. Voor een verdere toelichting op de aanpak voor de landbouw verwijs ik naar de brief over landbouw en stikstof van 7 februari 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 44). 65 Is het Adviescollege Stikstofproblematiek voornemens om in het eindadvies naast ‘kringlooplandbouw’ ook te focussen op de politiek gewenste richting van emissiearme landbouw? Zo nee, waarom niet? Antwoord In het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ wordt aangekondigd dat het Adviescollege in het eindadvies nader zal ingaan op mogelijke maatregelen die betrekking kunnen hebben op het voerregime, brongerichte maatregelen voor het gescheiden opvangen van mest en urine, het aanwenden van emissiearme mest, het optimaliseren van weidegang, en het reduceren van het mineralenoverschot in de landbouw. Daarbij is volgens het Adviescollege een zorgvuldige wijze van omgaan met mest een essentiële voorwaarde voor het behalen van een ammoniakreductie.

66 Op welke manier is het bedrijfsleven met kennis en expertise op het gebied van bemesten (met name technieken die zorgen voor een reductie van de emissie) betrokken bij het advies en bent u bereid deze deskundigen voor het opstellen van het eindadvies te consulteren? Antwoord Bij het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ waren verschillende experts betrokken. Het is aan het Adviescollege welke deskundigen zij consulteren voor het eindadvies. 67 Kunt u aangeven wat de impact is van de grote reductie vanuit de landbouw door het verlagen van het totaal aan ammoniakemissies vanuit bemesten in de periode 2004-2006 tot 2014-2016 op het terugbrengen van de stikstofdepositie en hoe

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

deze reductie zich verhoudt tot reducties in andere sectoren gedurende dezelfde periode?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 48.

68 Kunt u een overzicht geven van het verloop van de toegestane hoeveelheid mest vanaf het referentiejaar (waarbij op landelijk niveau het aantal koeien, weideland, akkerland enz. ook wordt aangegeven)? Antwoord In 1994 gold een gebruiksnorm op basis van fosfaat van 125 kg fosfaat voor bouwland, 200 kg fosfaat voor grasland en 250 kg fosfaat voor snijmaïspercelen. Voor runderdrijfmest geldt dat, met de huidige forfaitaire mineralengehalten hiermee ongeveer 333 kg, 533 kg en 666 kg stikstof respectievelijk geplaatst kon worden. Daarna, vanaf 1998 was de stikstofgebruiksnorm onder het Mineralen Aangiftesysteem (MINAS) gebaseerd op verliezen en de opname door het gewas. Vanaf 2006 geldt de gebruiksnorm voor dierlijke mest van 170 kg stikstof per hectare, waarbij de Europese Commissie onder voorwaarden het gebruik van 250 kg stikstof in de vorm van graasdiermest toestaat in de vorm van derogatie. Sinds 2014 is voor zand- en lösspercelen de derogatie verlaagd naar 230 kg stikstof (in de vorm van graasdiermest) per hectare. Ook geldt vanaf 2006 het gebruiksnormenstelsel, waarbij sommige gewassen een stikstofgebruiksnorm hebben die lager is dan de 170 kg per hectare uit dierlijke mest. Met al deze wijzigingen is de landelijke gebruiksruimte voor stikstof uit dierlijke mest gedaald van 720 kton stikstof in 2004 naar 379 kton stikstof in 2017.

Voor het aantal dieren en landbouwgrond zie het antwoord op vraag 39 en 48. 69 Waarom is het percentage voor de verdiscontering vastgesteld op vijf procent als wordt uitgegaan van 720 uur per jaar beiden, terwijl de gemiddelde duur momenteel 1600 uur per jaar is? Zou dit percentage dan niet naar boven moeten worden bijgesteld? Antwoord Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 56. 70 Waarom wordt het tweede gunstige effect van beweiden nergens verdisconteerd? Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 57. 71

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Wat zijn de door verschillende gesprekspartners naar voren gebrachte situaties waarin een (hoge) beweidingsdichtheid een nadelig effect op een Natura 2000gebied heeft en zijn deze situaties wetenschappelijk beoordeeld?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord De gesprekspartners van het Adviescollege hebben aandacht gevraagd voor weidegang dichtbij Natura 2000-gebieden. Deze situaties zijn niet verder gespecificeerd. Echter, in het advies wordt toegelicht dat ook een hoge beweidingsdichtheid op agrarische gronden nabij Natura 2000-gebieden minder emissie oplevert. Zonder weidegang wordt emissierijke stalmest in plaats van emissiearme weidemest aangewend. Weidegang zorgt dus voor een netto lagere emissie en daardoor ook voor een lagere lokale depositie. 72 Klopt het dat de laatste actualisering ammoniakemissiefactoren uit 2014 dateert en zijn de effecten van emissiearme vloeren hier voldoende in meegenomen? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo nee, hoe adviseert u hiermee om te gaan? Antwoord Ammoniakemissiefactoren van stalsystemen en staltechnieken zijn opgenomen in de Rav (Regeling ammoniak en veehouderij). Die regeling wordt twee tot drie keer per jaar geactualiseerd. Als er aanleiding is om een factor te wijzigen, wordt dat bij die actualisatie gedaan. De laatste wijziging is van 1 januari 2020. Het effect van technische maatregelen zoals emissiearme vloeren wordt daarmee volgens de meest recente inzichten meegenomen.

73 Op welke manier gaat de gunstige ruimte van beweiden berekend worden en wanneer wordt duidelijk hoeveel depositieruimte dit oplevert en waar die voor ingezet kan worden? Antwoord Het kabinet ziet het vergroten van weidegang als een perspectiefvolle maatregel om de stikstofuitstoot te beperken en tegelijk bij te dragen aan andere doelen zoals dierenwelzijn en een aantrekkelijk landschap. Het kabinet werkt deze en andere maatregelen verder uit in overleg met het Landbouw Collectief en andere partijen. Daar hoort ook bij dat de opbrengst in termen van stikstofreductie in beeld wordt gebracht en dat wordt bepaald hoe stikstofruimte wordt ingezet. 74 Kunt u het uitgangspunt van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van een verslechtering bij het toepassen of uitbreiden van beweiden nader onderbouwen en daarbij aangeven op basis van welke juridische grondslag de Afdeling tot deze uitspraak komt? Antwoord Uitgangspunt van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat beweiden onlosmakelijk is verbonden met de oprichting, exploitatie of uitbreiding van een melkveehouderijbedrijf en als onderdeel van dat project in samenhang met de stal moet worden beoordeeld. Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

De Raad van State geeft aan dat als de vergunning voor de veehouderij ook inclusief beweiden zonder passende beoordeling kon worden verleend, omdat ook inclusief beweiden geen sprake is van een toename in depositie ten van opzichte van de situatie op de Europese referentiedatum voor de veehouderij en dus geen sprake is van mogelijke significante gevolgen, nog wel sprake kan zijn van verslechtering. Voor verslechtering kan volgens de Raad van State een vrijstelling van de vergunningplicht voor beweiden worden verleend. Inmiddels is dit niet meer relevant, omdat sinds 1 januari 2020, als gevolg van de Spoedwetaanpak stikstof, activiteiten die enkel verslechterende effecten kunnen hebben die zeker niet significant zijn, niet langer een vergunningplicht geldt; een vrijstelling is dus niet meer nodig.

Ons kenmerk DGS / 20040594

Volgens het tussenadvies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ van het Adviescollege Stikstofproblematiek is overigens, ook als geen sprake is van een situatie zoals de Raad van State omschrijft, geen sprake van een toename van depositie als gevolg van beweiden, zodat een aanpassing van de vergunning niet nodig is.

Pagina 2 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12470769/1