CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Berk en Hout Udenhout - Stikstof - v10 - incl bijlagen

Raadsvergadering 13 maart 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen BP Udenhout 2008, 7e herz. (Berkenhout) en beeldkwaliteitplan21.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

2.499,53

0,00

0,00

0,12

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

2.389,86

0,00

0,00

492,14

0,12

2.410,21

0,00

0,00

144,75

0,02

2.499,53

0,00

0,00

15,94

0,02

Per eigen rekenpunt

Naam

Coördinaat

973

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

977

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

969

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

966

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H91D0

971

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

978

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

810 800

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030

975

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

974

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

X:147289 Y:396520 X:147289 Y:396842 X:142543 Y:396037 X:145242 Y:397917 X:141054 Y:397004 X:141147 Y:397057 X:135657 Y:408287 X:135564 Y:408233 X:141240 Y:397219 X:141054 Y:397111

RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

652,82

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 6/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

Naam

Coördinaat

976

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

982

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H9120

967

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H91D0

812

804

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030

965

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H91D0

799 795

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030

964

133) Kampina & Oisterwijkse Vennen: H91D0

815

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:141147 Y:397165 X:141240 Y:397111 X:144591 Y:399475 X:137239 Y:408555 X:137239 Y:408125 X:137332 Y:408609 X:137239 Y:408018 X:137239 Y:408448 X:144498 Y:399421 X:137053 Y:408233 X:137332 Y:408502 X:144405 Y:399475 X:136960 Y:408179 X:136960 Y:408287 X:136774 Y:404203 X:140403 Y:408878 X:140496 Y:408824 X:140589 Y:408770 X:140403 Y:408770 X:140403 Y:408663 X:136774 Y:404311

803 802 794

807 908 797 816 809 806 813 850 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,01 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 7/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

817 814 808 798 805 843 820 818 819 860 847 917 922 902 955 919 895 952 811 801 796 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H4030

X:140496 Y:408716 X:140310 Y:408609 X:140310 Y:408502 X:140403 Y:408448 X:140403 Y:408555 X:136867 Y:404257 X:142171 Y:408072 X:142078 Y:408125 X:142078 Y:408018 X:136960 Y:404311 X:136867 Y:404364 X:136960 Y:404203 X:136960 Y:404096 X:137425 Y:404687 X:137425 Y:404794 X:137332 Y:404741 X:136960 Y:403988 X:137053 Y:404364 X:140868 Y:407212 X:140961 Y:407266 X:140961 Y:407158

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,02 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 -0,03 8/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

826 839 849 939 874 872 882 829 888 954 963 905 907 956 859 884 923 881 946 864 916 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:137053 Y:403935 X:138076 Y:404955 X:139100 Y:405117 X:137053 Y:404257 X:138169 Y:405009 X:137983 Y:404902 X:139193 Y:405063 X:140589 Y:405117 X:137053 Y:404150 X:137146 Y:404203 X:140682 Y:405170 X:137053 Y:404042 X:140682 Y:405063 X:136587 Y:402699 X:138821 Y:404955 X:138263 Y:404955 X:138169 Y:404902 X:138076 Y:404848 X:139007 Y:404741 X:138821 Y:404848 X:138076 Y:404311

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,03 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,04 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 9/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

828 854 960 842 848 931 840 910 915 845 962 873 959 887 941 875 833 886 880 924 823 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:140124 Y:404633 X:139007 Y:404848 X:137983 Y:404364 X:138914 Y:404902 X:140310 Y:404633 X:138076 Y:404418 X:138076 Y:404741 X:138263 Y:404848 X:138263 Y:404741 X:139193 Y:404526 X:138821 Y:404741 X:138914 Y:404794 X:138169 Y:404794 X:138449 Y:404418 X:138076 Y:404633 X:138728 Y:404687 X:138076 Y:404203 X:140031 Y:404579 X:138263 Y:404418 X:139007 Y:404526 X:140031 Y:404687

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,05 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 10/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

920 824 827 906 883 856 892 822 857 834 899 851 928 885 876 900 898 879 890 893 846 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:138169 Y:404364 X:138263 Y:404526 X:140217 Y:404687 X:138169 Y:404472 X:138169 Y:404579 X:138914 Y:404687 X:138263 Y:404633 X:140310 Y:404741 X:138356 Y:404472 X:138076 Y:404526 X:139379 Y:404741 X:138356 Y:404579 X:140124 Y:404741 X:139379 Y:404848 X:138635 Y:404418 X:138914 Y:404579 X:138169 Y:404042 X:139286 Y:404472 X:138169 Y:404257 X:138169 Y:404150 X:138728 Y:404579

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,06 -0,07 -0,07 -0,07 11/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

871 921 951 914 889 932 830 841 940 945 837 867 861 942 949 918 938 870 853 933 930 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:137239 Y:403397 X:138356 Y:404364 X:137611 Y:403290 X:138542 Y:404364 X:139100 Y:404472 X:139286 Y:404364 X:138356 Y:403827 X:139379 Y:404203 X:139007 Y:404418 X:138263 Y:403988 X:138728 Y:404364 X:138635 Y:404311 X:139193 Y:404203 X:138076 Y:403666 X:139472 Y:404794 X:139193 Y:404311 X:138821 Y:404311 X:139193 Y:404418 X:139565 Y:404633 X:138263 Y:403881 X:138076 Y:403451

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,07 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 12/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

897 858 852 868 838 863 961 953 865 891 950 937 957 958 844 943 925 901 855 896 869 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:139565 Y:404741 X:137611 Y:403397 X:138449 Y:404311 X:139472 Y:404257 X:138914 Y:404364 X:137704 Y:403344 X:137704 Y:403451 X:139007 Y:404311 X:138821 Y:404203 X:138914 Y:404257 X:139658 Y:404687 X:138169 Y:403720 X:137797 Y:403397 X:138728 Y:404257 X:139100 Y:404257 X:139100 Y:404364 X:139100 Y:403827 X:139007 Y:404203 X:137983 Y:403612 X:138449 Y:403881 X:138542 Y:404257

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,08 -0,09 -0,09 -0,09 -0,09 13/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

913 835 866 944 878 825 894 877 862 948 936 904 935 832 926 927 903 929 947 934 821 RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:138635 Y:404203 X:138076 Y:403559 X:139286 Y:404042 X:137983 Y:403505 X:138728 Y:404150 X:139193 Y:404096 X:139100 Y:404150 X:138914 Y:404150 X:138728 Y:403827 X:138169 Y:403505 X:139193 Y:403988 X:139472 Y:404150 X:138169 Y:403612 X:139100 Y:403935 X:139007 Y:403881 X:138635 Y:404096 X:139007 Y:403988 X:138821 Y:403988 X:138821 Y:404096 X:138728 Y:403935 X:139007 Y:404096

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,09 -0,09 -0,09 -0,09 -0,09 -0,09 -0,09 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,11 -0,11 -0,11 14/18

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

912 836 909 911 831

RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Naam

Coördinaat

131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120 131) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen: H9120

X:139751 Y:403988 X:138728 Y:404042 X:138821 Y:403881 X:139100 Y:404042 X:138914 Y:404042

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-0,11 -0,11 -0,11 -0,11 -0,12

15/18

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Plangebied Uittreedhoogte (dummy) Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW

2 Wegverkeer | Weg Naam Voertuigbewegingen noordelijk deel Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

3 Wegverkeer | Weg Naam Voertuigbewegingen middelste deel Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

4 Wegverkeer | Weg Naam Voertuigbewegingen zuidelijk deel Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts NOₓ 2,2 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

179 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 4,6 kg/j Type scherm - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

257 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 2,4 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

140 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

16/18

Projectberekening

5

Landbouw | Landbouwgrond

Naam Fruitbomen / pluktuin Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen

Uittreedhoogte Warmteinhoud

0,5 m 0,000 MW

Type

Mestaanwending: dierlijke mest

6 Wegverkeer | Weg Naam Verkeer openbare weg noord Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

7 Wegverkeer | Weg Naam Verkeer openbare weg zuid Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

NH₃

3,4 kg/j Stof

NOₓ NH₃

Emissie

0,0 kg/j 3,4 kg/j

Links Rechts NOₓ 26,7 kg/j Type scherm - NO₂ 5,8 kg/j Hoogte - NH₃ 1,9 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

288 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 42,6 kg/j Type scherm - NO₂ 9,3 kg/j Hoogte - NH₃ 3,0 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

289 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

17/18

Projectberekening

Referentiesituatie, Rekenjaar 2023 1

Landbouw | Landbouwgrond

Naam Plangebied Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen Type

Uittreedhoogte Warmteinhoud

Mestaanwending: dierlijke mest

0,5 m 0,000 MW

NH₃

118,2 kg/j

Stof

NOₓ NH₃

Emissie

0,0 kg/j 118,2 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221219_f040e7fca7 Database versie 2021.2_f040e7fca7 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RUm2FgpkozeT (23 december 2022)

18/18

BIJLAGE IV.

DOCUMENTATIE REFERENTIESITUATIE

Luchtfoto 1975

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

19

Luchtfoto 2002

Luchtfoto 2006

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

20

Luchtfoto 2008

Luchtfoto 2010

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

21

Luchtfoto 2011

Luchtfoto 2012

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

22

Luchtfoto 2013

Luchtfoto 2014

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

23

Luchtfoto 2015

Luchtfoto 2016

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

24

Luchtfoto 2017

Luchtfoto 2018

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

25

Luchtfoto 2019

Luchtfoto 2020

Stikstofdepositieonderzoek Berk en Hout Udenhout Datum: 30 januari 2023 ; Referentie: 20221387.v10

26

blanco

BV

blanco

BV

blanco

BV

blanco

BV

> Retouradres Postbus 20401 2500 EC Den Haag Programma DG Stikstof

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lnv

Datum Betreft

18 februari 2020 Beantwoording van de feitelijke vragen omtrent beweiden en bemesten

Ons kenmerk DGS / 20040594

Geachte Voorzitter, Hieronder beantwoord ik de vragen van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het Advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek over beweiden en bemesten (Kamerstuk 35 334, nr. 39).

Carola Schouten Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Pagina 1 van 25

Programma DG Stikstof

1 Hoe groot acht u de kans dat beweiden en bemesten als activiteit wel moeten worden meegewogen bij de afgifte van een natuurvergunning, zoals de heer Vollenbroek van Mobilisation for the Environment beweert?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord In het tussentijds advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek “Bemesten en beweiden in 2020” van 19 december 2019, is aangegeven dat – gezien het gunstige effect van het weiden van vee voor de stikstofdepositie ten opzichte van het houden van de dieren op stal – voor het weiden van vee geen vergunningplicht aan de orde is. Voor bemesten is volgens het Adviescollege, behoudens in specifieke uitzonderingssituaties, in beginsel geen vergunningplicht aan de orde. Het advies sluit aan bij de inzet van het kabinet om beweiden en bemesten niet vergunningplichtig te maken. Deze inzet van het kabinet wordt gedeeld door de provincies. Wel zullen de uitzonderingen in beeld worden gebracht, waar door specifieke bedrijfssituaties het grondgebruik structureel is veranderd. 2 Welke stappen gaat u ondernemen naar aanleiding van het advies 'Bemesten en beweiden in 2020'? Antwoord De stappen die het kabinet onderneemt naar aanleiding van het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’, staan beschreven in de brief aan uw Kamer d.d. 7 februari jl. (Kamerstuk 35 334, nr. 44). De hoofdlijn van het advies is dat voor beweiden en voor bemesten in beginsel geen vergunningsplicht nodig is. De inzet van het kabinet is om beweiden en bemesten niet vergunningplichtig te maken. Voor een goede bedrijfsvoering zijn beweiden en bemesten noodzakelijk.

Ik zal mij met provincies inzetten om de situatie van de laatste jaren waarin geen vergunningsplicht van toepassing was voor deze activiteiten, voort te zetten. Wel zullen de uitzonderingen in beeld worden gebracht waar het grondgebruik structureel is veranderd door specifieke bedrijfssituaties. In de brief van 7 februari heeft het kabinet maatregelen genomen om tot een structurele reductie van stikstofemissies te komen, waarvan het vergroten van weidegang en het emissiearmer uitrijden van mest het meest passend zijn. Het Adviescollege heeft aangegeven dat zij eind mei met een advies komen voor de aanpak op de lange termijn. Daarin zullen de mitigerende maatregelen worden voorgesteld om te komen tot een structurele reductie van stikstofemissies in alle sectoren. De reeds genomen maatregelen dragen al bij aan deze emissiereductie. 3 Hoe worden melkveehouders beloond voor weidegang door de overheid? Antwoord Door het vorige kabinet is voor de periode 2017-2021 een bedrag van in totaal € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor stimulerende maatregelen om weidegang te bevorderen samen met of in aanvulling op de maatregelen vanuit de sector. In dit kader wordt onder andere een bijdrage geleverd aan het project ‘Nieuwe Weiders’ Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

(begeleiding van ondernemers die met weidegang starten) en het project ‘Wei en Maatschappij’ (scholing van jonge en toekomstige melkveehouders). Daarnaast kunnen ondernemers gebruik maken van een specifieke fiscale mogelijkheden indien zij een stal (ver)bouwen gericht op melkvee met weidegang, die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij ten aanzien van weidegang.

Ons kenmerk DGS / 20040594

4 Hoe worden vleesveehouders beloond voor weidegang door de overheid? Antwoord Vleesveehouders kunnen gebruik maken van de fiscale mogelijkheden in het kader van de Maatlat Duurzame Veehouderij bij ver- of nieuwbouw van een stal. 5 Heeft het Adviescollege Stikstofproblematiek de bestaande (recente) jurisprudentie op het gebied van beweiden en bemesten onderzocht om tot dit advies te komen? Zo ja, wat was de conclusie daarover? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het Adviescollege heeft de jurisprudentie onderzocht. Ik verwijs u naar hoofdstuk 3 van het tussentijdse advies dat de hoofdlijnen van de jurisprudentie weergeeft en naar paragraaf 4.1 dat de vertrekpunten voor het advies weergeeft. Dit heeft mede geleid tot het advies om beweiden en bemesten in beginsel niet vergunningplichtig te laten zijn. 6 Kunt u bevestigen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het vonnis van 29 mei 2019 uitsprak dat beweiden niet categoraal uitgezonderd kan worden van de vergunningplicht? Zo nee, hoe luidde de uitspraak dan? Antwoord De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604) geoordeeld dat de vrijstellingsregeling die voorzag in het categoraal uitzonderen van projecten van de vergunningplicht onverbindend is, om 2 redenen.

De eerste reden is dat de exploitatie van een melkveehouderij en het weiden van vee onlosmakelijk met elkaar samenhangen en daarom één project vormen. Het is onmogelijk is om één project op te knippen in een vergunningvrij en vergunningplichtig deel. De tweede reden is dat een categorale uitzondering van de vergunningplicht alleen mogelijk is als op grond van objectieve omstandigheden met zekerheid kan worden uitgesloten dat die projecten afzonderlijk of in combinatie met andere projecten significante gevolgen kunnen hebben voor een of meer Natura 2000-gebieden. Volgens de Raad van State is die afweging, gelet op de in de procedure gewisselde gegevens, niet eenvoudig te maken en kan de uitkomst per bedrijfs(onderdeel) verschillen, wat in de weg staat van een categorale uitzondering. Wat betreft de vergunningplicht zelf – los van de vraag of een categorale uitzondering mogelijk is, – overweegt de Raad van State dat het niet betrekken van de depositie die wordt veroorzaakt door beweiden in de vergunning slechts aanvaardbaar is als het weiden van vee in dit concrete geval niet onder artikel 6, Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

derde lid, van de Habitatrichtlijn valt. Daarvoor moet worden beoordeeld of de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename van depositie ten opzichte van de referentiesituatie die van toepassing was voor de vergunning.

Ons kenmerk DGS / 20040594

7 Kunt u bevestigen dat de Rechtbank Noord-Nederland op 19 december 2019 uit heeft gesproken dat een uitzondering op de vergunningplicht niet mogelijk is op grond van het vonnis van de Raad van State? Zo nee, hoe luidde de uitspraak dan? Antwoord De rechtbank leidt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 af dat vergunningen voor melkrundveehouderijen met een stalsysteem dat beweiden impliceert, aanpassing behoeven en dat voor de activiteit weiden van vee alsnog een vergunning is vereist. Aangezien het een uitspraak is die zonder zitting is gewezen, na een vereenvoudigde behandeling van de beroepszaak, is daartegen verzet mogelijk. De provincies en het Rijk hebben gezamenlijk besloten om in verzet te gaan. Gedeputeerde Staten van Drenthe hebben inmiddels verzet aangetekend tegen de uitspraak, met het oog op het alsnog inbrengen van een door de rechtbank mee te wegen inhoudelijke zienswijze. In die zienswijze worden ook de bevindingen van het Adviescollege betrokken. 8 Adviseert het Adviescollege Stikstofproblematiek dat beweiden altijd vergunningvrij kan? Zo nee, hoe luidt het advies dan? Antwoord Over beweiden concludeert het Adviescollege dat deze activiteit een positief effect heeft, zowel in de stal als in de wei.

Voor beweiden geldt volgens het Adviescollege in alle gevallen dat de feitelijke situatie gunstiger is dan de vergunde situatie (die alleen uitgaat van 5% reductie van stalemissies) terwijl de feitelijke reductie (van emissies uit stalmest en weidemest samen) groter is dan dit percentage. Voor beweiden geldt volgens het Adviescollege om die reden dat aannemelijk is dat geen sprake is van een hogere depositie dan waar in de stalvergunning al rekening mee is gehouden. De depositie van stal en bemesten gezamenlijk neemt af als beweiding plaatsvindt (in vergelijking met de situatie waarbij koeien op stal staan en de mest wordt uitgereden). Deze conclusie geldt – aldus het Adviescollege – zonder uitzondering, dus ook voor beweiding dichtbij Natura 2000-gebieden. De conclusie van het Adviescollege betekent dat steeds wordt voldaan aan het criterium dat de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename van depositie ten opzichte van de referentiesituatie die van toepassing was voor de vergunning.

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

9 Op welke punten verschilt het advies over beweiden van het Adviescollege Stikstofproblematiek van de uitspraken van de Raad van State en de Rechtbank Noord-Nederland en hoe verklaart u die verschillen?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs is u naar de beantwoording van vraag 8. 10 Kunt u bevestigen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het vonnis van 29 mei 2019 uitsprak dat bemesten niet categoraal uitgesteld kan worden van de vergunningplicht? Zo nee, hoe luidde de uitspraak dan? Antwoord De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in de uitspraak van 29 mei 2019 geoordeeld dat het op of in de bodem brengen van meststoffen niet categoraal kan worden uitgezonderd van de vergunningplicht in de gevallen waarin deze activiteit is te duiden als een project dat – afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Een uitzondering hierop is aanvaardbaar in twee gevallen, namelijk: a. als het bemesten van gronden in Nederland rechtmatig plaatsvond voordat de Habitatrichtlijn van toepassing werd en dat nog steeds plaatsvindt als één-enhetzelfde project kan worden geduid; of b. als op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het bemesten van gronden in Nederland significante gevolgen kan hebben voor stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

De Afdeling was – kort gezegd – van oordeel dat niet voor alle gevallen en alle gebieden is verzekerd dat aan één van deze voorwaarden is voldaan en oordeelde dat de categorale vrijstelling van de vergunningplicht voor bemesten onverbindend is. 11 Op welke punten verschilt het advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek over bemesten van de uitspraken van de Raad van State en de Rechtbank NoordNederland (19 december 2019) en hoe verklaart u die verschillen? Antwoord Voor bemesten sluit het Adviescollege aan bij de tweede in de uitspraak van 29 mei genoemde uitzonderingsgrond voor een vergunningplicht, als weergegeven in het voorgaande antwoord. Het Adviescollege is van oordeel dat op grond van objectieve gegevens significante gevolgen van bemesten doorgaans kunnen worden uitgesloten. Het Adviescollege wijst er in dit verband op dat de ammoniakemissie, ten opzichte van de referentiedatum, doorgaans is afgenomen. Deze reductie is volgens het Adviescollege gerealiseerd door het aanscherpen van toegestane hoeveelheden per gewas, strengere aanwendingsnormen en gewijzigde technieken (die leiden tot een lagere uitstoot). Het Adviescollege wijst er daarbij ook op dat een uitzondering op de generieke afname van ammoniakemissie bij het aanwenden van mest (bedrijfsspecifieke situaties) aan Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

de orde kan zijn bij percelen waar het grondgebruik is aangepast van akkerland naar grasland, omdat voor grasland hogere mestaanwendingsnormen gelden dan voor akkerland. Mogelijk – aldus het Adviescollege – worden deze hogere mestaanwendingsnormen gecompenseerd door extra eisen aan emissiereducerende maatregelen bij mestaanwending. Een tweede mogelijke uitzonderingssituatie is volgens het Adviescollege aan de orde als gronden eerst niet of nauwelijks, en nu volop bemest worden (bijv. als gronden in landbouw zijn gebracht en deze op ten opzichte van de referentiesituatie toen niet en nu wel bemest worden).

Ons kenmerk DGS / 20040594

12 Wat is de status van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als het gaat om het vellen van een oordeel over beleid en wet- en regelgeving? Antwoord De Afdeling bestuursrechtspraak is op het vlak van de natuurwetgeving de hoogste bestuursrechter die in Nederland in het kader van bestuursrechtelijke procedures een oordeel velt over de rechtmatigheid van besluiten en – via exceptieve toetsing – over de rechtmatigheid van formele wetgeving in het licht van internationaal rechtelijke verplichtingen en de rechtmatigheid van lagere regelgeving. 13 Wat is de status van het Adviescollege Stikstofproblematiek als het gaat om het vellen van een oordeel over beleid en wet- en regelgeving? Antwoord Het Adviescollege is vanwege haar samenstelling en deskundigheid, gevraagd het kabinet te adviseren. Het kabinet maakt, mede op basis van de adviezen, een afweging en komt zo nodig met voorstellen over aanpassing van beleid, wet- en regelgeving. De kabinetsreactie op adviezen van het Adviescollege worden aan de Kamers gestuurd en kan door de Kamers worden betrokken bij de gedachtenwisselingen met het kabinet. Voorstellen voor formele wetgeving moeten te allen tijde door beide Kamers worden geaccordeerd.

14 Adviseert het Adviescollege Stikstofproblematiek om bemesten, wanneer het wel een significant effect kan hebben op een Natura 2000-gebied, wel vergunningplichtig te laten zijn? Antwoord Zoals aangegeven in antwoord op vraag 11, wijst het Adviescollege op een tweetal situaties waarin sprake kan zijn van een stikstofdepositie die hoger is dan in de referentiesituatie en waarbij significante gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Die situaties worden nu nader onderzocht. Indien mogelijke significante effecten niet uitgesloten kunnen worden, geldt de vergunningplicht, aldus het Adviescollege.

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

15 Klopt het dat, om daarachter te komen, alsnog alle bemestingsactiviteiten getoetst moeten worden op hun effecten op Natura 2000-gebieden?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord Nee. Het Adviescollege adviseert om bedrijfsspecifieke situaties, waarbij sprake is van wijziging van grondgebruik (bij aanpassing van akkerland naar grasland, of als gronden in landbouw zijn gebracht, die ten opzichte van de referentiesituatie toen niet en nu wel bemest worden), in beeld te brengen. Dit zijn uitzonderingssituaties waarbij de ammoniakemissie bij het produceren en aanwenden van mest mogelijk hoger is in vergelijking met de situatie op de Europese referentiedatum. Het Adviescollege adviseert om bij deze bedrijfsspecifieke situaties waar sprake is van een structurele wijziging van grondgebruik te onderzoeken of dit gebruik leidt tot knelpunten in Natura 2000gebieden. 16 Zijn er bij de expertsessie experts op het gebied van Europees natuurbeschermingsrecht aanwezig geweest, om de wettelijke kaders van de Habitatrichtlijn toe te kunnen lichten? Zo nee, waarom niet? Antwoord Bij de expertsessie is een expert op het gebied van Europees natuurbeschermingsrecht aanwezig geweest. Met een andere juridische expert heeft het Adviescollege bilateraal overleg gevoerd. Daarnaast is één van de leden van het Adviescollege zelf juridisch expert.

17 Waarom is er geen expert uitgenodigd van een van de natuurorganisaties die de onwettigheid van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) succesvol heeft aangekaart, zoals Mobilisation for the Environment of Vereniging Leefmilieu? Antwoord De expertsessie van het Adviescollege Stikstofproblematiek was gericht op het opstellen van het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’. De deelnemers aan de sessie waren experts specifiek op het gebied van of gerelateerd aan beweiden en bemesten. Het Adviescollege is vrij om daar zelf keuzes in te maken. 18 Klopt het dat een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) door een bedrijf aangevraagd wordt voor één ‘inrichting’, wat bij een landbouwbedrijf betekent één vergunning voor alle stallen, weilanden en akkers van dezelfde boer? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Een vergunning moet worden aangevraagd voor alle activiteiten die tezamen een project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn vormen en daar onlosmakelijk onderdeel van uitmaken. De Afdeling bestuursrechtspraak merkt in de eerder aangehaalde uitspraak van 29 mei 2019 het weiden van vee aan als een Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

activiteit die onlosmakelijk is verbonden met de oprichting, exploitatie of uitbreiding van een melkveehouderij, en dus in de vergunningaanvraag moet worden betrokken. Volgens dezelfde uitspraak geldt dat echter niet voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. Die activiteit kan als een afzonderlijk project worden beschouwd.

Ons kenmerk DGS / 20040594

19 Klopt het dat binnen de integrale vergunningplicht van één inrichting dus stalemissies vallen, alsmede de emissies van beweiden (op het weiland) en bemesten (op de akker)? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Volgens de Afdeling advisering van de Raad van State moeten bij een melkveehouderij de emissies vanuit de stal en het weiden in samenhang worden beoordeeld. De emissies voor bemesten kunnen afzonderlijk worden beoordeeld. 20 Klopt het dat wanneer een veehouder mest afvoert naar een ander bedrijf, daar een aparte vergunning voor nodig is, omdat het niet bij dezelfde ‘inrichting’ hoort? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Zoals in het voorgaande is aangegeven, is niet het begrip ‘inrichting’ bepalend, maar de vraag of een bepaalde activiteit onlosmakelijk met een project is verbonden en of dit is aan te merken als project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Of dat zo is zal afhangen van de aard van het bedrijf. Over het afvoeren van mest heeft de Raad van State in de uitspraak van 29 mei 2019 geen oordeel geveld en ook het tussenadvies van het Adviescollege stikstofproblematiek zegt daar niets over.

21 Klopt het dat beweiden en bemesten daarmee al binnen de integrale vergunningplicht van de Wnb vallen en is dit het geval voor de huidige Wnbvergunningen die landbouwers momenteel al hebben? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Verwezen wordt naar het antwoorden op de vragen 6, 8, 10, 11, 18 en 19: het weiden van vee is onlosmakelijk verbonden met het oprichten, exploiteren of uitbreiden van een melkveehouderijbedrijf, het bemesten niet. Een vergunningplicht geldt niet als de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename ten opzichte van de depositie die uit de reeds vergunde stal kan plaatsvinden. 22 Klopt het dat wanneer beweiden en bemesten worden uitgezonderd van de vergunningplicht, de vergunning niet meer integraal voor de gehele inrichting geldt? Zo ja, mag dit op basis van de Habitatrichtlijn? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Verwezen wordt naar het antwoorden op de vragen 6, 8, 10, 11, 18 en 19. Niet het inrichtingsbegrip, maar het projectbegrip is hier relevant. Het weiden van vee is onlosmakelijk verbonden met het oprichten, exploiteren of uitbreiden van een melkveehouderijbedrijf en wordt tezamen daarmee als één project beschouwd, het bemesten niet. In de voorgaande antwoorden is tevens ingegaan op de uitzonderingen die met inachtneming van de Habitatrichtlijn gelden. Een vergunningplicht geldt niet als de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename ten opzichte van de depositie die uit de reeds vergunde stal kan plaatsvinden. En voor bemesten geldt geen vergunningplicht voor zover sprake is van een daling van de ammoniakemissie, ten opzichte van de toegestane emissie op de referentiedatum.

Ons kenmerk DGS / 20040594

23 In het geval dat beweiden uitgezonderd wordt van de vergunningplicht, wordt voor de Wnb-vergunning dan uitgegaan van de stikstofemissies wanneer het vee jaarrond op stal wordt gehouden? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Als sprake is van beweiden, wordt er bij de beoordeling van de vergunningplicht van uitgegaan dat de dieren niet jaarrond op stal worden gehouden. Een vergunningplicht geldt niet als de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename ten opzichte van de depositie die uit de reeds vergunde stal kan plaatsvinden. 24 Wordt bij de huidige Wnb-vergunningen, die veehouders nu hebben, alleen uitgegaan van de stikstofemissies uit de stal (ook als boeren hun vee weiden), of van de combinatie van emissies uit de stal en van het weiden? Antwoord De stalemissies zijn vergund. In sommige stalsystemen is bij het bepalen van de stalemissies (volgens de Regeling Ammoniak en Veehouderij) al rekening gehouden met een reductie van de emissie doordat dieren niet jaarrond op stal staan (bijv. schapen). De afgelopen jaren kon voor koeien gebruik worden gemaakt van een reductie maatregel van 5% van de emissie indien er minimaal 720 uur per jaar beweid werd.

Hierbij is uitgegaan van het minimaal aantal uren dat verplicht is om te voldoen aan het Weidemelk logo, overeenkomstig de afspraken die zijn vastgelegd in het Convenant Weidegang en waarop ook gecontroleerd wordt. Het werkelijk aantal uren dat wordt beweid ligt niet vast in de Wnb-vergunning. Indien de 5% reductie voor beweiden is opgenomen moet een minimum van 720 uur worden beweid en kan daar toezicht op worden gehouden. 25 Klopt het dat wanneer slechts uitgegaan wordt van de stalemissies, beweiden dan volgens de Habitatrichtlijn een ander project is, waar dus een passende beoordeling voor gemaakt moet worden? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Nee, beweiden is onlosmakelijk onderdeel van het oprichten, exploiteren of uitbreiden van een melkveehouderijbedrijf en dus geen zelfstandig project. Een passende beoordeling moet worden gemaakt voor het gehele project, als tenminste sprake is van een project dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied. Als al sprake is van een vergunning van een stal en als de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename ten opzichte van de depositie die uit de reeds vergunde stal kan plaatsvinden, behoeft geen aangepaste vergunning te worden verleend in verband met het beweiden.

Ons kenmerk DGS / 20040594

26 Klopt het dat een toename in weide-uren de afgelopen jaren al werd gebruikt als compensatiemaatregel voor uitbreidingen van het aantal dieren? Zo ja, klopt het dan dat het aantal weide-uren wel vastgelegd werd in de Wnb-vergunning? Zo nee, hoe zat het dan? Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 24. 27 Wie is het bevoegd gezag om die weide-uren te controleren en werd dat ook gedaan? Zo ja, hoe vaak per jaar werd een bedrijf gemiddeld gecontroleerd? Zo nee, hoe zat het dan? Antwoord Voor bedrijven die in aanmerking willen komen voor een reductie van de emissie, is een minimum aantal uren vastgelegd, zoals omschreven in het antwoord op vraag 24. Bevoegd gezag voor het toezicht op de naleving van de eisen van het Besluit emissie-arme huisvesting zijn over het algemeen de gemeenten, voor het toezicht op de naleving van de Natura 2000-vergunningplicht over het algemeen de provincies. De eis van minimaal 720 uren beweiding sluit aan bij vereisten vanuit de zuivelindustrie voor weidemelk. Ook vanuit de zuivelindustrie wordt gecontroleerd of er beweid wordt. Een boer die beweidt, geeft aan de zuivelindustrie door welke dagen en hoeveel er beweid is.

28 Klopt het dat bij industriële bedrijven ook de stikstofemissies van het transport van en naar het bedrijf meegenomen worden binnen de vergunningplicht? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Alle relevante stikstofbronnen dienen opgenomen te zijn in de vergunning, voor zover die onlosmakelijk verbonden zijn met en te herleiden tot de activiteiten binnen het project. Transport kan bij industriële bedrijven hier één van zijn. 29 Klopt het dat de emissies van transport niet meegeteld worden bij landbouwbedrijven? Zo nee, hoe zit het dan?

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Antwoord Dit verschilt per provincie. Het is niet algemeen gangbaar om transport op te nemen in een agrarische vergunning. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de daarbij behorende transportbewegingen is dit al dan niet onderdeel van de vergunning. Provincies zijn bevoegd gezag voor het verlenen van deze vergunningen.

Ons kenmerk DGS / 20040594

30 Wat is de reden voor het onderscheid tussen industriële en landbouwbedrijven? Antwoord Het onderscheid hangt direct samen met de beoordeling die door het bevoegd gezag wordt gemaakt ten aanzien van de activiteiten die onlosmakelijk met elkaar één project vormen. Deze kan per provincie verschillen, zoals geformuleerd in het antwoord op vraag 29. 31 Klopt het dat de bemestingsemissies sinds de referentiedatum van 2004 zijn afgenomen? Zo ja, is daar onderzoek naar gedaan en kunt u de resultaten daarvan delen? Antwoord Het klopt dat de bemestingsemissies ten opzichte van 2004 zijn afgenomen, zowel voor kunstmest als dierlijke mest. Dit blijkt uit cijfers van het RIVM/Emissieregistratie.nl. Waar in 2004 de ammoniakemissie uit het aanwenden van mest nog 50 kton NH3 betrof, was dit in 2017 40 kton NH3. Dit zijn de meest recente gegevens. Daarbij zijn de jaarlijkse waarden in de tussentijd nooit boven de 50 kton NH3 zijn geweest. Overigens is de referentiedatum niet voor alle Natura 2000-gebieden gelijk: die kan ook eerder of later zijn dan 2004. De Europese referentiedatum is voor Habitatrichtlijngebieden de datum waarop de Europese Commissie de gebieden heeft geplaatst op de communautaire lijst in de zin van art. 4 van de Habitatrichtlijn (7 december 2004), of later, als het gaat om een nieuw gebied dat later is geplaats op de communautaire lijst.

Die referentiedatum is voor Vogelrichtlijngebieden op z’n vroegst 10 juni 1994 (de datum waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn ook op Vogelrichtlijngebieden van toepassing werd), of later als het gebied later nationaal is aangewezen. Op dat moment was de ammoniakemissie nog hoger, te weten 115 kton NH3. 32 Klopt het dat voor een vrijstelling van de vergunningplicht (wat betreft bemesting) volgens de Habitatrichtlijn niet uitgegaan mag worden van gemiddelde emissiecijfers, maar dat per activiteit vast moet staan dat de emissie sinds 2004 afgenomen is? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Nee, beweiden is onlosmakelijk onderdeel van het oprichten, exploiteren of uitbreiden van een melkveehouderijbedrijf en dus geen zelfstandig project. Een passende beoordeling moet worden gemaakt voor het gehele project, als tenminste sprake is van een project dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

gebied. Als al sprake is van een vergunning van een stal en als de depositie die veroorzaakt kan worden door het houden van vee in de stallen én in de wei tezamen, niet leidt tot een toename ten opzichte van de depositie die uit de reeds vergunde stal kan plaatsvinden, behoeft geen aangepaste vergunning te worden verleend in verband met het beweiden.

Ons kenmerk DGS / 20040594

33 Klopt het dat uit de jurisprudentie in uitspraak 201211640/1/R2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 13 november 2013 blijkt dat op het moment dat de bemestingsregel aangescherpt worden, er sprake is van een nieuwe referentiedatum en dat de referentiedatum van 2004 dan komt te vervallen? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Dat klopt. Er zal in die situatie bij de bepaling van de stikstofdepositie inderdaad moeten worden uitgegaan van de aangescherpte bemestingsnorm. 34 Klopt het dat het Adviescollege Stikstofproblematiek als uitgangspunt neemt dat wanneer de stikstofdepositie daalt, er op voorhand geen significante effecten op kunnen treden door een nieuwe activiteit? Antwoord Het Adviescollege stikstofproblematiek velt een oordeel over reeds bestaande activiteiten, waarvan individueel bezien de stikstofdepositie afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Het Adviescollege doet geen algemene uitspraken over de toelaatbaarheid van nieuwe activiteiten in het licht van een dalende stikstofdepositie. 35 Klopt het dat dit in feite uitgaat van de standstillsituatie (zolang de depositie niet toeneemt is het goed)? Zo nee, wat is dan het uitgangspunt van het Adviescollege Stikstofproblematiek? Antwoord Nee, het uitgangspunt van het Adviescollege Stikstofproblematiek is dat reductie van emissies en van deposities en natuurherstel nodig zijn.

36 Klopt het dat er in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op is gewezen dat een standstill niet volstaat voor veel Natura 2000gebieden, omdat stikstof zich ophoopt zolang de kritische depositiewaarde overschreden wordt en dat er dus een forse reductie nodig is? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Daar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen uitspraak over gedaan. In tegendeel, de Raad van State verwijst in haar uitspraak van 29 mei 2019 over het programma aanpak stikstof 2015-2021 Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Ons kenmerk (ECLI:NL;RVS:2019:1604) op de mogelijkheid van extern salderen DGS / 20040594 overeenkomstig haar jurisprudentie van voor de invoering van het programma aanpak stikstof. Daarbij word uitgegaan van standstill ten opzichte van de bestaande legale situatie. Daarnaast volgt ook uit andere jurisprudentie van de Raad van State dat als geen sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, significante effecten kunnen worden uitgesloten. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2449, r.o. 6.1.

Dat laat onverlet dat voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen een verdere daling van de stikstofdepositie noodzakelijk is. Het kabinet heeft daarvoor al maatregelen aangekondigd, vooruitlopend op de lange termijn aanpak waarover het Adviescollege stikstofproblematiek in mei van dit jaar advies uitbrengt. 37 Klopt het dat een significant effect van welke stikstofemissie dan ook, niet op voorhand uitgesloten kan worden zolang de kritische depositiewaardes van zo veel Natura 2000-gebieden overschreden worden? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Zoals aangegeven bij vraag 36 bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 29 mei jl. de mogelijkheid van extern salderen waarbij voor vergunningverlening wordt uitgegaan van standstill ten opzichte van de bestaande legale situatie. Daarnaast volgt ook uit andere jurisprudentie van de Raad van State dat als er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, significante effecten kunnen worden uitgesloten. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2449, r.o. 6.1.

38 Klopt het dat er een concreet plan van maatregelen moet liggen waaruit met zekerheid blijkt dat gunstige staten van instandhouding bereikt zullen worden, voordat de vergunningplicht van een categorie activiteiten (zoals bemesten) kan komen te vervallen? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 blijkt uit de jurisprudentie dat een categorale uitzondering van de vergunningplicht voor activiteiten waarvoor niet eerder toestemming is verleend op een voorwaarde mogelijk is. Op grond van objectieve omstandigheden moet met zekerheid worden uitgesloten dat die projecten afzonderlijk of in combinatie met andere projecten significante gevolgen kunnen hebben voor een of meer Natura 2000-gebieden. Als dat niet kan worden uitgesloten, dan geldt een vergunningplicht. Er kan dan alleen vergunning worden verleend als op basis van een passende beoordeling met zekerheid is vastgesteld dat het project de natuurlijke kenmerken van geen van de Natura 2000-gebieden aantast. Bij die passende beoordeling kunnen de positieve gevolgen van specifieke beschermingsmaatregelen worden betrokken die rechtstreeks of via een programma aan het project zijn verbonden. Verder is het inderdaad zo dat als eenmaal een gunstige staat voor een gebied is bereikt, aangenomen kan worden

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

dat projecten minder snel een significant effect hebben en dus minder snel vergunningplichtig zijn.

Ons kenmerk DGS / 20040594

39 Kunt u een overzicht geven van de hoeveelheden akkerland en grasland, gemeten in hectares, sinds 2004? Antwoord Voor het antwoord verwijs ik graag naar onderstaande tabel (bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84071NED/table?ts=15803782 80983).

40 Beschikken de provincies momenteel over voldoende capaciteit en kennis om uitvoering te geven aan de gebiedsgerichte aanpak met betrekking tot bemesting? Zo nee, bent u bereid om hier rondvraag naar te verrichten? Antwoord Het Rijk werkt samen met de provincies aan de gebiedsgerichte aanpak. Daar worden landelijke maatregelen gebiedsgericht uitgewerkt, en wordt de ruimte toegedeeld aan activiteiten en projecten. Daarover sta ik in nauw contact met de Commissarissen van de Koning in hun rol als Rijksheer via de Landelijke Regietafel Stikstof waar zij rapporteren over de voortgang en eventuele knelpunten, waaronder capaciteit, besproken worden. 41 Wat is het totale kwantitatieve onderscheid in ammoniakemissie per dier tussen een dier dat toegang heeft tot weidegang en een dier dat op stal staat, uitgaande van een gemiddelde beweiding van 1600 uur? Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

Antwoord Het verschil in ammoniakuitstoot tussen een koe die permanent op stal staat en een koe die 1650 uur in de wei loopt is 2,6 kg ammoniak per koe op jaarbasis (bron: CBS).

Ons kenmerk DGS / 20040594

42 Hoeveel mest kan jaarlijks niet worden benut en dient derhalve te worden verwerkt of geëxporteerd? Antwoord Volgens het CBS was in 2018 de totale mestproductie uitgedrukt in stikstof: 503 kton stikstof. Daarvan ging 63 kton stikstof verloren via emissies. De plaatsingsruimte was 379 kton stikstof, met een benuttingsgraad van 95%. Deze plaatsingsruimte betekent de totale hoeveelheid mest die in 2018 geplaatst kon worden op landbouwgrond, en is afhankelijk van de gebruiksnormen, het geteelde gewas en het totaal areaal van deze gewassen. Daarmee was het restant dat dient te worden geëxporteerd of verwerkt 80 kton stikstof. De trend sinds 2013 is dat de plaatsingsruimte afnam van 393 kton stikstof terwijl de mestproductie een stijging laat zien vanaf 472 kton stikstof. Daarmee steeg de hoeveelheid mest die dient te worden verwerkt of geëxporteerd van 72 kton stikstof naar 80 kton stikstof. 43 Op basis van welk(e) artikel(en) is de vergunningplicht voor beweiden en bemesten opgenomen in de Habitatrichtlijn? Antwoord Artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Die bepaling eist voor alle projecten die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten een significant gevolg voor een Natura 2000-gebied kan hebben een voorafgaande toets op basis van een ‘passende beoordeling’.

Toestemming voor een dergelijk project kan slechts worden gegeven als uit de passende beoordeling zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Als niet op basis van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat beweiden, als onderdeel van het project van de oprichting, exploitatie of uitbreiding van een melkveehouderij, of bemesten als zelfstandige activiteit significante gevolgen heeft, vallen deze activiteiten onder de reikwijdte van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. In de antwoorden op onder andere de vragen 6, 8, 10, 11, 18 en 19 is ingegaan op de kaders en de uitzonderingen op de vergunningplicht. 44 Is er in de richtlijn onderscheid gemaakt of kan dat gemaakt worden tussen beweiden en bemesten? Antwoord Nee, bepalend is of een activiteit zelfstandig of tezamen met andere activiteiten waarmee het een samenhangend project vormt een significant gevolg voor een Natura 2000-gebied kan hebben.

Pagina 2 van 25

Programma DG Stikstof

45 Kan er, aangezien het Adviescollege Stikstofproblematiek aangeeft dat het aannemelijk is dat er bij beweiden geen hogere depositie is dan waar in de stalvergunning rekening mee is gehouden, worden aangegeven of de depositie bij beweiden lager is dan waar in de stalvergunning rekening mee is gehouden? Zo ja, hoeveel? Zo nee, waaruit blijkt dit?

Ons kenmerk DGS / 20040594

Antwoord De ammoniakemissie is bij het toepassen van weidegang lager omdat mest en urine meer gescheiden worden. Bij een regulier stalsysteem in de melkveehouderij mag er daarom gebruik gemaakt worden van een RAV-code bij minimaal 720 uur weidegang die uitgaat van 5% reductie van de stalemissie per koe. Voor meer informatie hierover verwijs ik u naar het gegeven antwoord van vraag 24. 46 Kan voor bemesten ook per locatie daadwerkelijk teruggeredeneerd worden naar het gebruik op de referentiedatum? Zo ja, op basis van welke gegevens gebeurt dit? Antwoord Terugredeneren naar het gebruik op de referentiedatum is grotendeels mogelijk op bedrijfsniveau, maar kan op perceelsniveau slechts modelmatig worden benaderd. 47 Hoe werkt het verdisconteren van de bemestingsemissies rond een stallocatie in de lokale achtergrondbelasting? Antwoord Bij de verlening van een stalvergunning wordt gekeken naar bestaande emissies en deposities op Natura 2000, waarbij aanwendingsemissies lokaal bekend zijn. Omdat de lokale emissies van mestaanwending in AERIUS zitten, wordt bij het al dan niet verkrijgen van een vergunning dus rekening gehouden met de bestaande emissies van agrarisch landgebruik (rond de stal).

De hoeveelheid totale bestaande achtergrondbelasting, waar aanwendingsemissies een onderdeel van uitmaken, tezamen met de emissiebijdrage van het project, bepaalt of er ruimte is om een vergunning te verlenen. 48 Kan er een beeld worden geschetst van de ontwikkeling in de veehouderij (vanaf de referentiedatum, veelal 7 december 2004) tot heden, met name van de krimp van de veestapel en de daarbij behorende ontwikkeling van de depositie? Antwoord In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het aantal dieren in de veehouderij in Nederland voor de diercategorieën runderen, schapen, geiten, varkens en kippen in de periode 2004-2019 weergegeven (bron: CBS). Categorie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12470769/1