CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Accountantsverslag Jaarstukken 2025 - gemeente Tilburg

Raadsvergadering 1 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 (besluitvorming)12.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONCEPT Accountantsverslag 2025 Gemeente Tilburg

Deloitte Accountants B.V. Flight Forum 1 5657 DA Eindhoven Postbus 376 5600 AJ Eindhoven Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

Aan de gemeenteraad van de gemeente Tilburg Postbus 90155 5000 LH TILBURG Onderwerp CONCEPT Accountantsverslag 2025 Datum 13 mei 2026 Ons kenmerk KENMERK Behandeld door B.(Bart) Blomjous MSc RA Audit partner Tel: 088 288 7687 BBlomjous@deloitte.nl

M.F.B. (Maurice) Heuer MSc RA Senior Manager Tel: 088 288 0708 MaHeuer@deloitte.nl

Geachte leden van de raad, Graag bieden wij u hierbij ons accountantsverslag aan met betrekking tot de controle van de jaarrekening 2025 van de gemeente Tilburg. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening 2025 van de gemeente Tilburg. De jaarrekening 2025 is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. Bij deze jaarrekening zijn wij voornemens een goedkeurende controleverklaring voor het getrouwe beeld te verstrekken. Onze controle is uitgevoerd in overeenstemming met onze opdrachtbevestiging gedateerd d.d. 23 september 2025 en met ons auditplan 2025, dat is besproken in uw auditcommissie. Wij hebben het concept van dit accountantsverslag ambtelijk besproken met uw wethouder en een vertegenwoordiging van de ambtelijke organisatie op 4 mei 2026. Graag lichten wij dit rapport ook toe aan de auditcommissie tijdens de vergadering d.d. 18 mei 2026. Hoogachtend, Deloitte Accountants B.V.

B.Blomjous MSc RA

K. (Kim) Kerkhof MSc RA Senior Manager Tel: 088 288 2026 KKerkhof@deloitte.nl Op alle opdrachten verricht door Deloitte, behoudens M&A Diensten, zijn de Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 24362837 van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is a Netherlands affiliate of Deloitte NSE LLP, a member firm of Deloitte Touche Tohmatsu Limited.

Inhoudsopgave

Bestuurlijke samenvatting

6

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen

4

Bevindingen jaarrekening

12

• De financiële positie van uw gemeente

9

• Belangrijkste bevindingen uit onze controle

17

Interne beheersing

25

• Belangrijkste bevindingen voor de interne beheersing

25

Bijlagen

27

• Bijlage A1 - Niet-gecorrigeerde controleverschillen

28

• Bijlage A2 - Onzekerheden in de controle

29

• Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025

30

• Bijlage C - Onafhankelijkheidsbevestiging

35

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

3

Bestuurlijke samenvatting Bestuurlijk relevante bevindingen en aanbevelingen jaarrekeningcontrole

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

4

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Getrouwheid

Rechtmatigheid

Financiële positie

Realiteitsgehalte begroting

•

Wij zijn voornemens een goedkeurende controleverklaring te verstrekken voor het getrouwe beeld van de jaarrekening.

•

De gehanteerde materialiteit voor fouten en onduidelijkheden bedraagt € 24,2 miljoen.

•

In de jaarrekening hebben wij een ongecorrigeerde fout geïdentificeerd. De materieel vaste activa zijn € 3,1 miljoen te laag gewaardeerd als gevolg van een onjuist verwerkte afwaardering van de strategisch aangekochte gronden. Dit resulteerde in te hoog verantwoorde lasten. Het resultaat in de jaarrekening is als gevolg hiervan € 3,1 miljoen te laag gepresenteerd. Omdat deze fout pas laat in het controleproces aan het licht kwam, heeft het college ervoor gekozen om deze niet meer te corrigeren. Aangezien de totale afwijking de materialiteitsgrens niet overschrijdt, heeft deze fout geen invloed op ons controleoordeel. Voor nadere toelichting zie: Waardering materiële vaste activa – Strategische verwervingen

•

Wij hebben tijdens onze controle van de WNT geen niet-gecorrigeerde feitelijke afwijkingen geïdentificeerd die de materialiteitsgrens conform het controleprotocol WNT te boven gaan.

•

Het college van B&W heeft in haar rechtmatigheidsverantwoording geen fouten gerapporteerd groter dan de verantwoordingsgrens die niet als acceptabel worden aangemerkt.

•

In de paragraaf bedrijfsvoering zijn de bevindingen groter dan de rapporteringstolerantie toegelicht door het college.

•

De gehanteerde verantwoordings- en rapportagegrens bedraagt € 24,2 miljoen respectievelijk € 1,2 miljoen.

•

Wij hebben de conclusies van het college in ons getrouwheidsoordeel betrokken waaruit geen materiële tekortkomingen zijn gebleken.

•

Wij hebben geen fouten en/of onzekerheden geconstateerd ten aanzien van de SiSa-bijlage die als bijlage bij de jaarstukken is opgenomen. In Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025 is de voorgeschreven tabel met fouten en onzekerheden opgenomen.

•

De financiële positie ultimo 2025 is toegenomen met een bedrag van € 12,5 miljoen waar een afname van € 59,9 miljoen was begroot.

•

De beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2025 bedraagt € 362,5 miljoen (2024: € 370,8 miljoen). Deze weerstandscapaciteit is hoger dan de door de gemeente Tilburg onderkende en aanwezige risico’s van € 70,3 miljoen (2024: € 88,2 miljoen).

•

Uw jaarrekening toont wat betreft de baten en lasten een verschil tussen de begroting en realisatie, en kent een voordelig rekeningresultaat 2025 ad € 21,3 miljoen (2024: voordelig € 27,6 miljoen).

•

Uit het overzicht van baten en lasten over 2025 blijken wederom afwijkingen c.q. volumeverschillen in zowel de lasten, baten als saldi. Het gerealiseerde resultaat ten opzichte van de najaarsbijstelling bedraagt circa € 21,3 miljoen. Het verschil van het saldo van baten en lasten (resultaat exclusief mutatie reserves) tussen de bijgestelde begroting en realisatie bedraagt € 72,4 miljoen. Deze afwijkingen worden voornamelijk veroorzaakt door onderschrijding op lasten ter grote van € 87,9 miljoen.

•

We constateren een terugkerend patroon: gedurende het jaar wordt de begroting, middels bijstellingen op de oorspronkelijke raming, significant opgehoogd met extra middelen. Dit betreft zowel overgehevelde budgetten uit voorgaande jaren als nieuwe, gedurende het jaar beschikbaar gekomen subsidies en uitkeringen. In de praktijk blijkt echter dat de uitvoering van de hiermee gefinancierde ambities binnen het boekjaar niet (volledig) realiseerbaar is. Wij merken op dat uw organisatie, ten aanzien van haar investeringsbegroting, hieromtrent reeds de nodige stappen heeft gezet. De eerste resultaten hiervan zijn reeds in boekjaar 2025 zichtbaar. Wij adviseren dan ook een vergelijkbaar traject te doorlopen met uw (exploitatie) begroting.

•

De analyse van de jaarstukken toont aan dat dit niet-realiseren wordt veroorzaakt door een samenloop van structurele factoren. De uitvoering van projecten (in het fysieke domein) worden vertraagd door complexe externe afhankelijkheden, zoals het wachten op landelijke wetgeving of op medewerking van ketenpartners, en door langdurige maatschappelijke en juridische processen, zoals participatietrajecten en bezwaarprocedures. Daarnaast is een fundamentele bottleneck is de beperkte specifieke personele capaciteit (denk aan technici, planjuristen ect.), waardoor de organisatie de omvang van de geplande werkzaamheden niet kan absorberen. Omdat veel van deze vertraagde projecten extern gefinancierd zijn, leidt het uitblijven van de lasten direct tot een verlaging van de baten, wat de grote volumeverschillen in de rekening verklaart.

•

Dit alles wijst op (mogelijk te) ambitieuze ramingen in de bijgestelde begroting, die wel de totale financiële armslag maar niet de werkelijke realisatiekracht van de organisatie weerspiegelen. Wij blijven daarom het belang benadrukken van realistische ramingen, waarbij de uitvoeringstoets – mits consequent en goed toegepast op basis van de beschikbare capaciteit en bekende risico's – een waardevol hulpmiddel kan zijn.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

5

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Sociaal domein

Grondexploitatie

Waardering materiële vaste activa – Strategische verwervingen

•

De financiële verantwoording voor het Sociaal Domein over 2025 is getrouw en rechtmatig tot stand gekomen. De gemeente zet stappen in het versterken van de sturing door middel van data-analyse en prognosemodellen. Het financiële beeld is echter tweeledig: de Wmo sluit af met een significant voordeel van € 5,5 miljoen, voornamelijk door een daling in het gebruik van PGB's en een betere grip op de volumes. De Jeugdhulp laat daarentegen een aanzienlijk nadeel zien van € 3,4 miljoen, hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere kosten en een groter klantaandeel binnen de regionale jeugdzorg.

•

De jeugdhulp vormt het voornaamste financiële zorgpunt. De tekorten in 2025 zijn niet incidenteel; vooruitkijkend dreigt een structureel nadeel van circa € 10,0 miljoen vanaf 2026. Dit risico wordt geaccentueerd door de recente verlenging van de overeenkomst voor de hoogspecialistische jeugdhulp (segment 1).

•

Tegenover de financiële druk staan positieve beleidseffecten. Binnen de Wmo is de samenwerking met aanbieders geïntensiveerd, wat leidt tot operationele verbeteringen zoals kortere doorlooptijden. Een belangrijk succes binnen de Jeugdhulp is de zichtbare afname van de instroom in de duurste, hoogspecialistische zorg (segment 1). Dit kan duiden op een effectieve inzet op preventie en vroegtijdige, lichtere vormen van ondersteuning. Deze successen zijn echter onvoldoende om de totale kostengroei in de andere jeugdzorgsegmenten te compenseren.

•

Het voornaamste strategische risico is de beheersing van het structurele tekort op de jeugdzorg, waarvoor het recent gewijzigde contract voor hoogspecialistische zorg het belangrijkste instrument is. De grote wijziging – de overstap van een consortium van vier partners naar één centrale zorgaanbieder – verhoogt het financiële risico voor de gemeente in ruil voor de belofte van meer sturing en controle. De kern van onze aanbeveling is daarom dat het college moet valideren of de beloofde sturingsinformatie daadwerkelijk wordt geleverd en of deze leidt tot een betere kostenbeheersing die het toegenomen risico rechtvaardigt. Het proactief informeren van de raad bij afwijkingen is hierbij essentieel om de aanvaarde financiële risico's beheersbaar te houden.

•

Voor de grondexploitatie hebben wij het proces, de dossiervorming en de onderbouwingen beoordeeld waarop het management de geactualiseerde schattingen heeft gebaseerd. Wij hebben onder andere een analyse gemaakt van de realisatie in en de geactualiseerde schattingen ultimo 2025 versus de schattingen in de jaarrekening 2024 (‘backtesting’). Ook hebben wij de door de gemeente toegepaste parameters voor onder andere de toerekening van kosten- en opbrengstenstijgingen gecontroleerd, waarbij wij onder andere gebruik hebben gemaakt van de beoordeling door een door uw gemeente ingeschakelde externe deskundige. Wij zijn van mening dat de waardering van de grondexploitatie op basis van de hiervoor beschreven werkzaamheden een getrouw beeld weergeven.

•

Voor Wijkevoort geldt dat op dit moment een procedure loopt bij de Raad van State, inzake de behandeling van ingediende beroepen tegen het bestemmingsplan. Als gevolg van deze behandeling heeft het project vertraging in de fasering opgelopen. In de jaarrekening vermeldt de gemeente dat bij een negatieve uitspraak de kans bestaat dat het project stopgezet moet worden, wat kan leiden tot afwaardering van deze gronden naar agrarische waarde. De gemeente schat dit risico in op ongeveer € 3,9 miljoen. Er is geen sprake van een materieel risico.

•

Uit onze werkzaamheden is gebleken dat sprake is van toereikende onderbouwingen van schattingen en uitgangspunten, en de onderhanden grondexploitaties voldoende robuust zijn om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Wij zijn daarom van mening dat de waardering van de grondexploitatie op basis van onze werkzaamheden en de bevindingen daaruit juist is en consistent is met voorgaand jaar. Wel adviseren wij voor de grondexploitatie Wijkevoort in komend boekjaar de onderliggende taxaties en extern doorgerekende civieltechnische ramingen te actualiseren en opnieuw te laten taxeren c.q. te laten doorrekenen.

•

Tijdens onze controle van de materiële vaste activa hebben wij de behandeling van investeringen beoordeeld. Hierbij constateerden wij dat uw organisatie strategische verwervingen structureel afboekt. Direct na aankoop worden deze activa gewaardeerd tegen 70% van de laatst bekende WOZ-waarde. Deze methode wijkt af van de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dat waardering tegen de historische verkrijgingsprijs vereist. U hanteert deze conservatieve benadering vanuit het voorzichtigheidsprincipe, in de veronderstelling dat de ontwikkeling van dergelijke gronden vaak tot hogere kosten dan opbrengsten leidt. Hoewel wij de redenering begrijpen, is deze werkwijze niet correct. Een afwaardering mag enkel plaatsvinden wanneer er objectief sprake is van een bijzondere waardevermindering, bijvoorbeeld na een besluit tot sloop van opstallen of een wijziging van de bestemming. Het systematisch en direct afboeken naar 70% van de WOZwaarde is daarom niet in overeenstemming met de geldende regelgeving. De materieel vaste activa zijn als gevolg hiervan € 3,1 miljoen te laag gewaardeerd.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

6

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Interne beheersing

IT-omgeving

Frauderisicoanalyse

Opstel- en controleproces

Overig

•

In onze boardletter hebben wij onze adviezen ten aanzien van de interne beheersingsmaatregelen voor de financiële verslaggeving op basis van de interim-controle 2025 opgenomen. Onze belangrijkste adviezen en bevindingen zijn met u (gemeenteraad) gedeeld, en zijn besproken in de auditcommissie d.d. 17 februari 2026. In het voorliggende accountantsverslag vindt u onze bevindingen naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole.

•

Memoriaalboekingen zijn correctieboekingen die niet via de reguliere boekingsgang plaatsvinden. Deze boekingen zijn hierdoor in opzet meer risicovol, en daarom besteden wij bij onze controle extra aandacht aan deze boekingen. Wij merken op dat de gemeente inzet op een verbetering van en systeemtechnisch ingerichte workflow van de processen rondom memoriaalboekingen bij de implementatie van het nieuwe financiële systeem. Wij zullen deze ontwikkelingen blijven monitoren en bij de livegang van het systeem toetsen of deze workflow in opzet en bestaan adequaat is ingericht. Om de controle zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren en toe te spitsen op het specifieke risico en karakter van memoriaalboekingen, hebben wij gebruikgemaakt van een dataanalyse tool. Hieruit zijn geen onjuistheden, onrechtmatigheden of anderszins bijzonderheden gebleken.

•

Wij hebben ons in samenspraak met de organisatie dit boekjaar beperkt tot de minimaal noodzakelijke IT-werkzaamheden wat betreft de opzet en het bestaan van de internebeheersing(smaatregelen), en dus niet op de werking, monitoring en/of eventuele continue verbetering. Net als in voorgaande jaren hanteren wij bij onze controle op voorhand een aanpak waarbij wij gegevensgerichte controlewerkzaamheden buiten de IT-omgeving plannen, om in te spelen op de onderkende risico’s.

•

Het college heeft een zorgvuldig aanbestedingsproces doorlopen om te komen tot een nieuw financieel pakket. Wij zien de implementatie van het nieuwe financiële pakket als een logisch moment om een volgende stap te zetten in de geautomatiseerde beheersing.

•

We hebben vastgesteld dat de geactualiseerde frauderisicoanalyse begin 2026 door de auditcommissie is vastgesteld.

•

Tevens hebben wij als onderdeel van onze werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole vastgesteld dat binnen uw organisatie op een adequate wijze opvolging wordt gegeven aan integriteitsmeldingen.

•

Tijdens het uitvoeren van onze werkzaamheden ten aanzien van de inkopen en aanbestedingen hebben wij bevindingen geconstateerd die mogelijk duiden op onregelmatigheden. In reactie hierop hebben wij het management verzocht verder onderzoek te doen naar de mogelijke impact van de geconstateerde bevindingen alsmede hebben wij de uitkomsten van dit onderzoek op betrouwbaarheid getoetst. De gemeente heeft, op basis van haar eigen onderzoek, financiële belangenverstrengeling vastgesteld. Hoewel de specifieke omstandigheden waaronder deze belangenverstrengeling kon ontstaan, inmiddels zijn weggenomen, adviseren wij de gemeente haar procedures alsmede controle op financiële belangenverstrengeling aan te scherpen.

•

Het opstel- en controleproces is dankzij een goede samenwerking relatief soepel verlopen. Dit jaar hebben we te maken gehad met personele wijzigingen voornamelijk binnen het team van Deloitte. Echter heeft dit niet tot vertragingen geleidt, mede doordat de aanlevering van de gemeente op tijd was en van voldoende kwaliteit bleek te zijn.

•

Medio 2026 zullen wij, mede op basis van de actualisatie van de risicoanalyse voor de jaarrekening 2026, gezamenlijk het proces opnieuw evalueren om te identificeren waar verdere verbeteringen in het opstel- en controleproces van de jaarrekening mogelijk zijn.

•

Zie de bijlagen A bij dit accountantsverslag waaruit blijkt welke (niet)-gecorrigeerde bevindingen, onzekerheden en tekortkomingen in de toelichtingen wij hebben geconstateerd.

•

In bijlage C is onze volledige onafhankelijkheidsbevestiging te vinden.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

7

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

8

Bevindingen jaarrekening

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

9

De financiële positie van de gemeente De vermogenspositie van uw gemeente is verbeterd Het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, maakt een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten over het boekjaar 2025 bedraagt € 12,5 miljoen voordelig. Per saldo is tussentijds € 8,8 miljoen aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2025 circa € 21,3 miljoen voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het overzicht hiernaast hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 circa 56% van het balanstotaal (ultimo 2024: 58% van het balanstotaal) en is afgenomen ten opzichte van 2024. Saldo baten en lasten Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar is weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming.

Deze tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het boekjaar. Deze mutaties in reserves vinden plaats op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere politieke besluitvorming. Wat het voorgaande concreet betekent voor uw gemeente hebben wij in het overzicht hiernaast weergegeven.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Eigen vermogen (x € 1 miljoen)

2025

2024

2023

2022

Eigen vermogen per 1 januari

873,6

880,8

862,9

826,6

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 8,8

-/- 35,2

-/- 5,2

-/- 25,1

Gerealiseerd resultaat

21,3

28,0

23,1

61,4

Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten

12 ,5

-/- 7,2

17,9

36,3

Eigen vermogen per 31 december

886,1

873,6

880,8

862,9

Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)

Totale baten

1.220,2

Totale lasten

-/- 1.207,7

Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten

12,5

Af: stortingen in reserves

119,9

Bij: onttrekkingen aan reserves

-/- 128,7

Saldo mutaties reserves

-/- 8,8

Gerealiseerd resultaat

21,3

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

10

De financiële positie van de gemeente Het overzicht van baten en lasten over het boekjaar 2025 laat een voordelig gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten van € 12,5 miljoen zien, ten opzichte van een begroot nadelig saldo van € 59,9 miljoen (begroting na wijziging).

Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten (x € 1 miljoen) 40 30

De jaarrekening 2025 sluit – na verwerking van de mutaties in reserves – met een voordelig gerealiseerd resultaat van circa € 21,3 miljoen.

20 10

In de programmaverantwoording geeft het college per programma op hoofdlijnen een verklaring voor de gerealiseerde afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging. In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college de rechtmatigheid van de begrotingsafwijkingen nader toegelicht. Verderop in dit accountantsverslag gaan wij hierop in.

(10) 2022

Zoals reeds eerder opgemerkt in het verslag bestaat er een afwijking tussen het begrote saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten. Doordat verschillende resultaten conform besluitvorming reeds worden verrekend met reserves blijft het verschil in het gerealiseerde resultaat ten opzichte van de begroting beperkt tot € 21,3 miljoen.

2023

2024

2025

Mutaties in reserves (x € 1 miljoen) 40 30

De oorzaken hiervan zijn in hoofdstuk 2 ‘programma’s’ van de jaarrekening uitgewerkt. Hieruit blijkt dat er in 2025 met name nog een afwijking ten opzichte van de begroting zit bij de lasten, waar deze fors lager uitvallen dan begroot. Specifiek zien wij dit binnen het programma Vitale stad en het programma Duurzame Stad.

20 10

(10) 2022

2023

2024

2025

Gerealiseerd resultaat (x € 1 miljoen) 80 60 40 20 2022

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

2023

2024

Interne beheersing

2025

Accountantsverslag Bijlagen 2025

11

De financiële positie van de gemeente Kengetallen voor gemeente Tilburg (begroot en werkelijk over de periode 2022-2028)

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (totaal van algemene en bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Uw solvabiliteit bedraagt, op basis van de jaarstukken 2025, 56% en classificeert hiermee op basis van de normen van de VNG als ‘minst risicovol’. Op basis van uw meerjarenbegroting daalt deze de komende jaren. Grondexploitatiequote De grondexploitatiequote geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten van de gemeente. In de regel geldt: hoe hoger de grondexploitatiequote, hoe groter het risico dat de gemeente loopt. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de ‘druk’ van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Uw netto schuldquote op basis van de jaarstukken 2025 van 40% classificeert op basis van de normen van de VNG als ‘minst risicovol’, maar op basis van uw meerjarenbegroting stijgt deze de komende jaren.

Grondexploitatiequote

Solvabiliteit

70%

4,5% 4,0% 3,5% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0%

60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2022

2023

2024 Begroot

2025

2026

2027

2028

2022

Werkelijk

2024 Begroot

2025

2026

2027

2028

2027

2028

Werkelijk

Structurele exploitatieruimte

Netto schuldquote 120%

5%

Structurele exploitatieruimte

100%

4%

Voor de beoordeling van de financiële positie is ook van belang te kijken naar de structurele baten en lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. Deze geldt voor 2025 als ‘minst risicovol’ op basis van de normen van de VNG, al neemt deze de komende jaren echter af.

80%

3%

60% 2%

40%

1%

20% 0%

0% 2022

2023

2024 Begroot

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

2023

Bestuurlijke samenvatting

2025

2026

2027

2028

2022

2023

Werkelijk

Bevindingen jaarrekening

2024 Begroot

Interne beheersing

2025

2026

Werkelijk

Accountantsverslag Bijlagen 2025

12

De financiële positie van de gemeente Analyse van begrotingsafwijkingen

Saldo baten en lasten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen)

De Jaarrekening 2025 vertoont een significante discrepantie tussen de begrote en gerealiseerde totalen. De totale gerealiseerde lasten liggen circa € 76 miljoen lager dan begroot, terwijl de gerealiseerde baten circa € 55 miljoen lager uitvallen. Deze omvangrijke verschuivingen zijn geen gevolg van willekeurige budgetafwijkingen, maar kunnen worden verklaard aan de hand van enkele structurele, overkoepelende patronen.

60 10 (40)

De meest significante oorzaak voor de lagere lasten is de systematische vertraging van grote, kapitaalintensieve projecten. Budgetten die voor 2025 in de boeken stonden, zijn niet tot besteding gekomen omdat de uitvoering van de werkzaamheden is doorgeschoven naar volgende jaren. Dit is geen besparing, maar uitstel van uitgaven. Dit patroon is met name zichtbaar bij de grondexploitatie (GREX), waar de gemeente zelf een verschuiving van bijna € 27 miljoen meldt door een aangepaste fasering van projecten. Ook bij investeringen in de openbare ruimte, zoals onderwijshuisvesting (€ 10,3 miljoen) en het programma 'Groen om de stad' (€ 7,5 miljoen), worden grote kredieten niet volledig benut en doorgeschoven.

Begroting 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting 2025

Realisatie 2025

Baten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen) 1.100 900

Direct gekoppeld aan dit uitstel is het 'papieren' effect van grote Rijks- en EUsubsidies. Veel van de vertraagde projecten worden extern gefinancierd. Doordat de uitgaven niet worden gedaan, wordt de bijbehorende subsidie eveneens niet als bate geboekt, wat leidt tot een forse daling aan zowel de lasten- als de batenkant. Dit is duidelijk zichtbaar in het klimaatprogramma, waar miljoenen aan niet-gerealiseerde lasten en baten voor projecten als de 'Lokale Aanpak Isolatie' en het klimaat- en energiebeleid (CDOKE) worden gerapporteerd.

700 Begroting 2023

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting 2025

Realisatie 2025

Lasten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen)

Gescheiden van deze projectgerelateerde verschuivingen, werd het uiteindelijke nettoresultaat daadwerkelijk beïnvloed door een aantal grote, eenmalige meevallers en significante tekorten. De positieve uitkomst werd voornamelijk gedreven door incidentele baten: een hogere uitkering uit het Gemeentefonds (+€ 5,3 miljoen), een boekhoudkundige vrijval van een voorziening voor dubieuze debiteuren (+€ 2,1 miljoen), en het niet hoeven aanspreken van het budget voor loon- en prijsontwikkeling (+€ 2,6 miljoen). Ook het aanzienlijke voordeel binnen de Wmo (+€ 3,8 miljoen) wordt door de gemeente zelf als "vooralsnog eenmalig" bestempeld. © 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Realisatie 2023

1.100 900 700 Begroting 2023

Bestuurlijke samenvatting

Realisatie 2023

Bevindingen jaarrekening

Begroting 2024

Realisatie 2024

Begroting 2025

Interne beheersing

Realisatie 2025

Accountantsverslag Bijlagen 2025

13

De financiële positie van de gemeente Deze voordelen worden echter gedempt door forse tekorten in het Sociaal Domein, die een meer structureel karakter lijken te hebben. Het tekort op de Regionale Jeugdzorg (-€ 4,3 miljoen) wordt door de gemeente zelf expliciet geclassificeerd als een structureel probleem. In de paragraaf 'Structurele afwijkingen' wordt dit nadelige effect met bijna € 10 miljoen per jaar doorgerekend naar de toekomst. Het tekort op de bijstandsuitkeringen (BUIG) van € 2,5 miljoen vloeit voort uit een structurele kwetsbaarheid, namelijk de afhankelijkheid van een lager dan verwachte Rijksbijdrage.

Ten slotte wordt een deel van de verschillen in de totaaltellingen verklaard door boekhoudkundige en technische correcties, zoals de herverdeling van lagere rentelasten (€ 3,1 miljoen), die de cijfers tussen de programma's verschuiven zonder het eindresultaat wezenlijk te veranderen. Nadere duiding van de oorzaken van projectvertragingen Een van de meest fundamentele en terugkerende oorzaken voor het uitstellen van projecten is de externe afhankelijkheden en factoren. De gemeente opereert in een complex ecosysteem en is voor de realisatie van haar ambities vaak afhankelijk van ketenpartners zoals netbeheerders, waar hoge werkdruk of technische problemen tot vertraging leiden. Ook het wachten op nationale wetgeving of op de toekenning van rijksfinanciering wordt genoemd als een remmende factor. Een tweede groep vertragingen vloeit voort uit de inherente complexiteit van publieke plannings- en besluitvormingsprocessen. Grote ruimtelijke ontwikkelingen vergen zorgvuldige voorbereidende studies, gedetailleerde ontwerpfases en soms aanpassingen gedurende het traject. Bovendien leiden maatschappelijke en juridische trajecten, zoals uitgebreide participatieprocessen met bewoners en het doorlopen van bezwaar- en beroepsprocedures, onvermijdelijk tot een langere doorlooptijd dan ideaal gepland. Verder wordt de planning verstoord door een sterke onderlinge afhankelijkheid van projecten.

De jaarstukken tonen aan dat het werk vaak in een keten is georganiseerd, waarbij het ene project pas kan starten na de afronding van een ander.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Zo moet de aanleg van groen wachten op de afronding van infrastructurele werkzaamheden, en is de realisatie van een bouwproject afhankelijk van de fasering van een bredere gebiedsontwikkeling.Deze domino-effecten zorgen ervoor dat een vertraging in één onderdeel van de keten direct gevolgen heeft voor de planning van diverse andere projecten. Tot slot vormt de beperkte beschikbaarheid van specifieke personele capaciteit (denk aan technici, planjuristen ect.) een structurele uitdaging die op meerdere plekken de realisatiekracht van de organisatie onder druk zet. De jaarstukken illustreren dit met concrete voorbeelden, zoals het niet tijdig kunnen invullen van cruciale vacatures, waardoor de uitwerking van beleid stagneert. Deze krapte is niet alleen een kwantitatieve kwestie, maar ook een kwalitatieve, waarbij een tekort aan specifieke expertise de voortgang van gespecialiseerde projecten belemmert. De gemeente erkent dat de capaciteit een fundamentele factor is die direct bijdraagt aan het niet realiseren van begrote uitgaven. Dit dwingt tot een samenhangend portfoliomanagement waarbinnen de organisatie de projecten in de tijd dient weg te zetten. Aanbevelingen ter verbetering van het begrotingsproces

De gesignaleerde structurele vertragingen leiden tot een aanzienlijke discrepantie tussen de begroting en de realisatie, wat de voorspelbaarheid en de sturende kracht van de begroting vermindert. Om de betrouwbaarheid van de begroting als financieel plan te versterken, kunnen de volgende, samenhangende aanpassingen in het begrotingsproces worden overwogen. Een specifieke aanbeveling betreft de omgang met budgetwijzigingen gedurende het jaar. De analyse toont dat de oorspronkelijke begroting vaak dichter bij de uiteindelijke realisatie ligt dan de gedurende het jaar bijgestelde begroting. Dit fenomeen ontstaat doordat de budgetten gedurende het jaar aanzienlijk worden opgehoogd. Deze ophoging wordt gevoed door twee geldstromen: enerzijds worden niet-bestede budgetten uit het voorgaande jaar overgeheveld, en anderzijds komen er gedurende het jaar nieuwe middelen beschikbaar, bijvoorbeeld via rijksuitkeringen of subsidies.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Het kernprobleem lijkt te zijn dat beide stromen bij de tussentijdse rapportages worden opgeteld bij de bestaande begroting. Hierdoor ontstaat een 'gestapelde' raming die weliswaar de totale financiële armslag en ambitie van de gemeente weerspiegelt, maar die losgezongen raakt van de daadwerkelijke uitvoeringscapaciteit binnen één boekjaar. De onderliggende belemmeringen die de oorspronkelijke vertragingen veroorzaakten, zoals capaciteitstekorten, zijn vaak nog steeds aanwezig en belemmeren daarmee ook de besteding van de nieuw toegevoegde middelen. Dit leidt tot een voorspelbare onderschrijding ten opzichte van de bijgestelde begroting. Het is daarom raadzaam om de tussentijdse rapportagemomenten te gebruiken voor een kritischer herbeoordeling. In plaats van budgetten uit voorgaande jaren en nieuwe middelen louter administratief toe te voegen, zou een expliciete toetsing moeten plaatsvinden of het aannemelijk is dat de organisatie de capaciteit heeft om zowel het reguliere als het additionele budget in het lopende jaar te besteden. Indien de onderliggende belemmeringen nog aanwezig zijn, zou overwogen moeten worden om een deel van deze budgetten direct door te faseren naar latere jaren. Dit zou de bijgestelde begroting transformeren van een optelsom van ambities naar een meer betrouwbaar sturingsinstrument en een nauwkeuriger voorspeller van het jaarresultaat.

Wij merken op dat uw organisatie, ten aanzien van haar investeringsbegroting, hieromtrent reeds de nodige stappen heeft gezet. De eerste resultaten hiervan zijn reeds in boekjaar 2025 zichtbaar. Wij adviseren dan ook een vergelijkbaar traject te doorlopen met uw (exploitatie) begroting.

.

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

14

De financiële positie van de gemeente Weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen) Het ratio weerstandsvermogen is toegenomen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de door de gemeente geschatte risico’s. Beiden zijn gemuteerd in 2025; de ratio weerstandsvermogen is met 0.96 toegenomen.

300

Beschikbare weerstandscapaciteit

250

De door uw gemeente berekende beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 362,5 miljoen (2024: € 370,8 miljoen). De beschikbare weerstandscapaciteit is afgenomen ten opzichte van voorgaand jaar. Deze afname wordt veroorzaakt door een beperkte afname van de reserves en het teruglopen van de belastingcapaciteit.

200

Volledigheidshalve merken wij op dat in 2022 de bedrijfsreserves van gesloten exploitaties uit de weerstandscapaciteit gehaald en daarnaast is de financieringsreserve van verkoop Essent en Gaswinstuitkering aan de weerstandscapaciteit toegevoegd. Waardoor van 2022 naar 2023 een forse stijging in de weerstandscapaciteit zichtbaar is.

400 350

150 100 50 2021

2022

2023

2024

Benodigde weerstandscapaciteit

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s – die in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag is opgenomen – geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet, om daarmee de benodigde weerstandscapaciteit te kunnen bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (qua financiële impact en kans) voor uw gemeente, en is vermeld welke risico’s zijn vervallen en/of nieuw zijn geïdentificeerd. Ook is een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van de belangrijkste risico’s.

Ratio weerstandscapaciteit 5,00

4,00

Uw gemeente heeft op basis van deze risico-inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 70,3 miljoen (2024: € 88,2 miljoen). Ten opzichte van 2024 is hiermee sprake van een afname.

3,00

Uw weerstandscapaciteit van € 362,5 miljoen is fors hoger dan de berekende risico’s van € 70,3 miljoen. Dit heeft het college inhoudelijk nader toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag.

2,00

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

2021

2022

2023

2024

2025

Ratio weerstandscapaciteit Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

15

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

16

Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2023 is het college verplicht in de jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen waarin zij zich verantwoordt over de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties (inclusief begrotingsrechtmatigheid). Een uitgebreidere toelichting op de onrechtmatigheden en de vervolgacties om deze op te lossen/te voorkomen is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering van het jaarverslag. Verantwoordings- en rapportagegrens Via het interne controleplan heeft de auditcommissie de verantwoordingsen rapportagegrens vastgesteld. De gehanteerde verantwoordings- en rapportagegrens bedraagt € 24,2 miljoen respectievelijk € 1,2 miljoen. De verantwoordingsgrens heeft het college gehanteerd bij het opmaken van de rechtmatigheidsverantwoording en de uiteindelijke conclusie daaromtrent. Fouten en onduidelijkheden die de verantwoordingsgrens niet overschrijden, zorgen voor een positieve uiting van het college waaruit blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De rapporteringsgrens bepaalt de diepgang van de toelichting van het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording van blijken aantal onrechtmatigheden welke de verantwoordingsgrens te boven gaan.

Normenkader Het college heeft het van toepassing zijnde normenkader in kaart gebracht. Dit normenkader is door de auditcommissie vastgesteld in haar vergadering d.d. 29 september 2025. Wij hebben vastgesteld dat dit normenkader leidend is geweest voor het college om te komen tot de rechtmatigheidsverantwoording en de toelichtingen in de paragraaf bedrijfsvoering. Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, laste en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium).

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Uitgangspunt hiervoor is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen heeft geautoriseerd. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting. De gemeenteraad en het college hebben afspraken gemaakt in welke situaties lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar acceptabel zijn (lastenoverschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar zijn onder voorwaarden acceptabel, wat betekent dat het college deze niet hoeft toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering). Hieruit blijkt het volgende:

Hierbij kan worden gedacht aan het niet naleven van voorwaarden met betrekking tot recht, hoogte, duur, termijnen, normbedragen, doelgroep en grondslag bij bijvoorbeeld bijstandsverlening, maatschappelijke ondersteuning, inkomensoverdrachten en het opleggen van belastingen dat tot gevolg heeft dat de bijhorende lasten of opbrengsten onjuist of onvolledig zijn. Het niet naleven van deze voorwaarden heeft direct invloed op het getrouwe beeld van deze posten in de jaarrekening. Díe onderwerpen die niet onder het getrouwheidsoordeel van de accountant vallen, hebben we onderstaand nader toegelicht inclusief de wijze waarop het college deze in haar werkzaamheden heeft betrokken.

Kredietoverschrijdingen

Aanbestedingen

€ 8.500.000 welke totaal als acceptabel worden aangemerkt.

Uw gemeente maakt voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording gebruik van het intern ingerichte proces dat bij inkopen moet borgen dat de juiste inkoopvorm wordt gehanteerd. Daarnaast voert de organisatie, in het kader van de controle op de naleving van de aanbestedingsregels, jaarlijks een uitgebreide ‘spendanalyse’ uit.

Begrotingsrechtmatigheid € 6.000.000, welke totaal als acceptabel worden aangemerkt. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen c.q. voorwaarden zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader, en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Gemeenten stellen via de financiële verordening en/of onderliggende nota’s kaders vast die van invloed zijn op verslaggeving. Het gaat hier om de invulling van de ruimte die het BBV geeft voor eigen gemeentelijke kaders. Denk hierbij aan grenzen voor het activeren van investeringen, afschrijvingstermijnen, omgang met reserves en voorzieningen en dergelijke. Deze vallen onder het getrouwe beeld en vallen per definitie onder de reikwijdte van de reguliere accountantscontrole. Ook voorwaarden die direct van invloed zijn op de verslaggeving c.q. het getrouwe beeld van de jaarrekening worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Wij hebben op de inkopen die mogelijk EU-aanbestedingsplichtig zijn een steekproef uitgevoerd. Hieruit is in een geval geconstateerd dat mogelijk niet het juiste inkoopproces is doorlopen. Dit is niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording omdat dit onder de verantwoordingsgrens is. M&O criterium De rechtmatigheidseis betreft ook de toetsing op juistheid en volledigheid van de gegevens, die door de belanghebbenden zijn verstrekt om het voldoen aan voorwaarden aan te tonen. Dit ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving (M&Ocriterium). Wij hebben geen bevindingen geconstateerd met betrekking tot het M&O criterium.

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

17

Sociaal domein Controle en Verantwoording De controle van de uitgaven binnen het Sociaal Domein voor het boekjaar 2025 heeft geen onrechtmatigheden aan het licht gebracht. Wij concluderen dat de verantwoording van de bestedingen op het gebied van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getrouw en rechtmatig is. Gedurende onze controle hebben wij geconstateerd dat de gemeente Tilburg stappen zet in het versterken van de sturing en beheersing. De inzet van periodieke prognosemodellen voor de regionale jeugdzorg en de analyse van klantvolumes binnen de Wmo dragen bij aan een beter inzicht in de financiële ontwikkelingen. Deze instrumenten stellen het college in staat om gedurende het jaar gerichter te monitoren en te anticiperen op afwijkingen. Analyse van financiële resultaten en beheersing Het financiële beeld binnen het Sociaal Domein is in 2025 tweeledig. Enerzijds sluit de Wmo af met een significant voordeel van € 5,5 miljoen ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een daling van het aantal Persoonsgebonden Budgetten (PGB's) en een gunstige afrekening op de lumpsum voor Beschermd Wonen, mede dankzij een betere grip op het volume. De gemeente merkt hierbij op dat dit resultaat vooralsnog een eenmalig karakter heeft. Anderzijds vertoont de Jeugdhulp een aanzienlijk nadeel van € 3,4 miljoen.

De voornaamste oorzaak is een tekort van € 4,3 miljoen op de regionale jeugdzorg. Dit wordt gedreven door een hoger klantaandeel voor Tilburg in de hoogspecialistische zorg (segment 1) en een toename in het volume en de intensiteit van de zorg in andere segmenten. Dit beeld, waarbij de kostenstijging de budgettaire kaders overtreft, is herkenbaar in de landelijke context. De gemeente tracht via de regionale samenwerking en de inzet van een gezamenlijke taskforce meer grip te krijgen op deze uitgaven. Deze taskforce is gedurende 2025 actief geweest voor meer inzicht, grip, sturing en voorspelbaarheid van de kosten. Wij hebben vernomen dat dit vanaf 2026 een lijnverantwoordelijkheid is geworden.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Beleidsmatige ontwikkelingen en effecten De gemeente heeft in 2025 haar beleidsmatige transformatie-agenda voortgezet.Binnen de Wmo is de samenwerking met zorgaanbieder Siem geïntensiveerd, wat volgens het jaarverslag heeft geleid tot positieve effecten zoals een kortere doorlooptijd en betere aansluiting op de gebieden. Binnen de Jeugdhulp is de transformatie-inzet gericht op het versterken van het 'normale leven' en het creëren van een passend woonlandschap. Een belangrijk en positief resultaat is dat de instroom in de hoogspecialistische (en duurste) jeugdzorg (segment 1) conform de doelstelling is verlaagd. Dit duidt op een effectieve poortwachtersfunctie en een succesvolle inzet op preventie en vroegtijdige, lichtere ondersteuning. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de kosten en volumes in andere segmenten toenemen, wat de complexiteit van de transformatieopgave onderstreept. Externe context en toekomstperspectief De financiële druk op de jeugdzorg is geen geïsoleerd vraagstuk. De uitdagingen die voortvloeien uit de Hervormingsagenda Jeugd en de discussies over toereikende rijksfinanciering (inclusief de adviezen van de commissie Van Ark) vormen de landelijke context waarbinnen de gemeente opereert. Vooruitkijkend naar 2026 identificeren wij een significant financieel risico.

De Jaarstukken 2025 tonen een structureel nadeel op de regionale jeugdzorg van circa € 10,0 miljoen vanaf 2026. De (primitieve regionale) begroting voor 2026 bevat een ambitieuze taakstelling voor kostenreductie binnen segment 1 van € 8,0 miljoen (aandeel van de gemeente hierin is circa € 4,9 miljoen). Dit risico wordt geaccentueerd door de recente verlenging van de overeenkomst voor de hoogspecialistische jeugdhulp (segment 1). Regio Hart van Brabant heeft een belangrijke wijziging doorgevoerd: waar voorheen een consortium van vier partners contractpartij was, is de overeenkomst nu exclusief verlengd met één centrale zorgaanbieder. Deze keuze is een bewuste strategische zet van de regio om meer grip en sturing te krijgen. De vorige structuur met "vier kapiteins op een schip" werd ervaren als een 'black box' die effectieve sturing en kostenbeheersing belemmerde.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Met één centrale partij streeft men naar meer transparantie, heldere verantwoordelijkheden en de mogelijkheid om via maandelijkse rapportages de instroom, doorstroom en uitstroom van cliënten strak te beheren en gedurende het jaar bij te sturen. Tegelijkertijd introduceert deze nieuwe opzet een nieuw en significant risico. In de nieuwe overeenkomst is expliciet opgenomen dat een deel van het financiële risico formeel meer bij de gemeente wordt belegd, hoewel dit in de praktijk al deels het geval was. Het risico wordt echter vergroot doordat men nu afhankelijk is van de financiële weerbaarheid van één enkele partij. Waar voorheen het gezamenlijke weerstandsvermogen van vier partners een bredere basis bood om financiële tegenvallers op te vangen, is deze buffer nu geconcentreerd bij één aanbieder. Dit betekent dat deze zorgaanbieder waarschijnlijk niet in staat zal zijn om grote financiële tegenvallers zelfstandig op te vangen. Hierdoor blijft het risico bestaan, en is het mogelijk zelfs toegenomen, dat bij tekorten een beroep wordt gedaan op de gemeente. De bredere uitdaging De uitdagingen in het Sociaal Domein overstijgen een puur financieel vraagstuk. Het jaarverslag benoemt terecht niet-financiële knelpunten die de druk opvoeren, zoals de personele krapte in de zorgsector.

Deze krapte beperkt de beschikbaarheid van professionals en kan de effectiviteit van beleidsmaatregelen ondermijnen. Dit versterkt het belang van de door het college ingezette strategische koers: de beweging van dure, individuele zorg naar preventie, collectieve ondersteuning en het versterken van de sociale basis. Deze transitie vraagt om een lange adem en om voorinvesteringen, waarbij de kosten voor de baten uitgaan. Het is de complexe dynamiek waarin het college moet opereren: enerzijds de noodzaak om de uitgaven te beheersen en anderzijds de strategische noodzaak om te investeren in een duurzamer en meer toekomstbestendig zorglandschap.

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

18

Sociaal domein Aanbevelingen Gezien het geïdentificeerde risico van een potentieel structureel tekort op de jeugdzorg en de nieuwe contractuele realiteit, adviseren wij het college om: •

De financiële en kwalitatieve impact van de transformatie- en beheersmaatregelen binnen de jeugdhulp nauwgezet te volgen via de regionale P&C-cyclus. Hierbij is specifieke aandacht vereist voor de realisatie van de taakstellingen en de prestaties onder de nieuwe overeenkomst.

•

De nieuwe contractuele opzet intensief te monitoren, met een scherpe focus op de balans tussen de beoogde winst in sturing en transparantie enerzijds, en het materiële financiële risico dat voortvloeit uit de beperkte weerbaarheid van de gecontracteerde aanbieder anderzijds. Dit is essentieel om te valideren of de strategische keuze de gewenste resultaten oplevert en de risico's voor de gemeente beheersbaar blijven.

•

De gemeenteraad proactief te informeren indien de beoogde ombuigingen niet of vertraagd gerealiseerd worden, of als de risico's in de nieuwe contractuele opzet zich materialiseren, zodat tijdige bijsturing van de begroting en het beleid kan plaatsvinden.

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

19

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

Accountantsverslag 2025

20

Voorraad onderhanden werk (grondexploitatie) De voorraad onderhanden werk De balanspost met de belangrijkste schattingen in de jaarrekening betreft de voorraad onderhanden werk, waaronder de bouwgronden in exploitatie (grondexploitatie). Deze balanspost is door het saldo ultimo 2025 ad € 39,4 miljoen relevant voor de accountantscontrole, maar ook door de schattingen die een rol spelen bij het ramen van de in 2026 e.v. nog te realiseren baten ad. € 173,1 miljoen en lasten ad. € 125,2 miljoen. De nog te realiseren baten en lasten vormen samen met de boekwaarde de basis voor de waardering in de jaarrekening, oftewel het verwachte resultaat bij afsluiting van de projecten. Dit leidt tot een voorziening indien het college verwacht dat het project verlieslatend is en tot (tussentijdse) winstneming bij een verwachte winst. Voor de waardering van grondexploitatie dient de gemeente per individueel project te bepalen of de gemeente de boekwaarde plus de in de toekomst nog te realiseren kosten en opbrengsten, naar beste schatting, terugverdient. De gemeente Tilburg schat ultimo 2025 in dat de totale omvang van de niet terug te verdienen kosten op de gehele grondexploitatie circa € 61,7 miljoen bedraagt (2024: € 59,8 miljoen). Hiervoor is een voorziening getroffen.

Deze voorziening is voor € 52,2 miljoen in mindering gebracht op de bouwgronden in exploitatie en voor € 9,5 miljoen opgenomen onder de voorzieningen aan de creditzijde van de balans. Dit is in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording. Het controleproces van de waardering van de voorraad onderhanden werk De risico’s voor de grondexploitaties zijn in essentie terug te brengen tot vijf P’s: •

•

Planning: is de tijdsplanning van de projecten afgestemd op de (on)mogelijkheden in de markt. Immers, de marktbehoefte bepaalt welke projecten op welk moment te realiseren zijn. Programmering: in de afgelopen jaren hebben economische ontwikkelingen geleid tot belangrijke wijzigingen in vooral de woningbehoefte. Is er een kritische analyse gemaakt van de ‘mix’ van woningen (huur, koop, vrije kavels, appartementen, etc.) in de projecten, in relatie tot de huidige marktvraag in de gemeente?

© 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

•

•

•

Prijs: de verkoopprijzen van woningen, en dus van grond, hebben langere tijd onder druk gestaan. Deze situatie is omgeslagen in een grote vraag naar woningen en grond, waardoor de grondprijs zich in een hoog tempo in positieve zin ontwikkelt. Is afgewogen welke prijzen kunnen worden gehandhaafd en welke grondprijzen bovenwaarts moeten worden bijgesteld als gevolg van de grotere vraag en de positieve marktontwikkelingen? Plankosten: door de toenemende vraag naar woningen en dus naar bouwcapaciteit is sprake van een toenemende stijging van de bouwkosten. Is afgewogen welke prijzen kunnen worden gehandhaafd en welke prijzen bovenwaarts moeten worden bijgesteld als gevolg van de grotere vraag en de hierbij horende prijsontwikkelingen?

Totale boekwaarde bouwgronden in exploitatie (x € 1 miljoen) 40 30 20 10

2021

2022

2023

2024

2025

Ontwikkeling boekwaarde

Parameters: zijn de parameters voor kosten en opbrengstenstijgingen opportuun, beredeneerd vanuit de huidige situatie en de best mogelijke inschatting van de toekomstige ontwikkeling van de grondprijzen en de plankosten?

100

De 5 P’s vormen de basis voor de actualisatie van de grondexploitaties zoals opgenomen in uw paragraaf ‘Grondbeleid’.

80

Overzicht nog te realiseren baten en lasten per project (x € 1 miljoen)

Analyse grondexploitaties

Uit bovenste nevenstaande figuur blijkt dat de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie in 2025 met € 2,8 miljoen is toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze toename is het saldo van een groot aantal ‘plussen en minnen’ die in de paragraaf Grondbeleid (incl. bijlagen) van het jaarverslag nader zijn toegelicht en gespecificeerd. In de tweede figuur hebben we de vier projecten met de grootste nog te realiseren baten en lasten opgenomen. Dit laat zien het grootste nog te realiseren deel – net als in voorgaande jaren – toeziet op het project Wijkevoort.

60 40 20 -

Wij constateren dat de gemeenteraad in boekjaar 2025 een tweetal nieuwe grondexploitaties heeft geopend (Loven Trimodaal en Residentie fase 1 en 2). Beide projecten zijn betrokken in onze werkzaamheden.

Nog te realiseren baten

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Nog te realiseren lasten

Accountantsverslag Bijlagen 2025

21

Voorraad onderhanden werk (grondexploitatie) Bij onze beoordeling van de door de gemeente gehanteerde veronderstellingen voor het actualiseren van de grondexploitaties – vooral de uitgangspunten voor planning (fasering), programmering en prijsbeleid, maar ook de parameters voor kosten- en opbrengstenstijging en de gehanteerde rekenrente (rente-omslagmethode), hebben wij het volgende in overweging genomen: •

•

• •

Of de afzonderlijke veronderstellingen redelijk lijken, onderling afhankelijk en intern consistent zijn, en of de veronderstellingen redelijk lijken wanneer ze collectief of in samenhang met andere veronderstellingen worden beschouwd. Of de veronderstellingen in de markt de waarneembare veronderstellingen op passende wijze weerspiegelen, met andere woorden: is er consistentie met de algemene economische omgeving en de economische omstandigheden in/bij de gemeente? Of de veronderstellingen aansluiten op de (vastgestelde) plannen (besluiten) van de raad. Of de veronderstellingen consistent zijn met de ervaringscijfers van de gemeente (met andere woorden: is historische informatie representatief voor toekomstige situaties?).

De grondexploitaties zijn door het college voor de jaarrekening 2025 opnieuw doorgerekend (geactualiseerd) en waar nodig zijn de verwachtingen bijgesteld, waarmee tevens is beoordeeld of het onderhanden werk in de jaarrekening op een juiste wijze is gewaardeerd, en of er mogelijk een (aanvullende) verliesvoorziening noodzakelijk is. Wijkevoort Voor Wijkevoort geldt dat op dit moment een procedure loopt bij de Raad van State, inzake de behandeling van ingediende beroepen tegen het bestemmingsplan. Als gevolg van deze behandeling heeft het project vertraging in de fasering opgelopen. Inmiddels is een zittingsdatum bepaald op 4 augustus 2026 waarop de Raad van State deze zaak zal behandelen. In de jaarrekening vermeldt de gemeente dat bij een negatieve uitspraak de kans bestaat dat het project stopgezet moet worden, wat kan leiden tot risico afwaardering van deze gronden van ongeveer € 3,9 miljoen. Hierdoor is er sprake van een niet-materieel risico. © 2025. For information, contact Deloitte The Netherlands.

De boekwaarde van Wijkevoort is momenteel € 22,3 miljoen. De slechtst mogelijke uitkomst van het beroep bij de Raad van State is een uitspraak die ertoe leidt dat de gehele grondexploitatie stopgezet moet worden. Dit zou kunnen leiden tot het afwaarderen van de gronden tot de directe opbrengstwaarde, namelijk landbouwwaarde. Tot slot merken wij op dat de onderbouwende taxaties en civieltechnische ramingen, die de basis vormen voor de waardering / raming van de nog te realiseren opbrengsten en te maken kosten, uit 2021 stammen. Door indexaties zijn deze ramingen bijgesteld naar het prijspeil per 01-01-2026. Echter adviseren wij voor komend boekjaar een hertaxatie / berekening uit en daarmee de grondexploitatie Wijkevoort opnieuw door te rekenen. Tussentijdse winstneming Op basis van de notitie ‘Grondbeleid in begroting en jaarstukken’ van de commissie BBV moet de gemeente voor tussentijdse winstneming de ‘Percentage Of Completion methode’ (POC-methode) toepassen. Hierbij geldt als vereiste dat gemeenten, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan, tussentijds winst moeten nemen. Voor het toepassen van de POCmethode is het van belang dat uw gemeente het resultaat betrouwbaar kan schatten. Ook moet er sprake zijn van verkochte grond en gerealiseerde kosten.

Op grond van de POC-methode heeft uw gemeente in 2025 voor € 1,7 miljoen aan tussentijdse winst genomen (2024: € 6,7 miljoen). Grondexploitaties Bellinistraat & Westermarkt Begin 2026 heeft uw gemeenteraad respectievelijk de grondexploitatie Bellinistraat en de grondexploitatie Westermarkt vastgesteld. In overeenstemming met de notitie gebeurtenissen na balansdatum en notitie grondbeleid van de commissie BBV zijn beide grondexploitaties nog niet als zodanig verwerkt in de jaarrekening 2025.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Verder merken wij volledigheidshalve op dat wij voor de waardering van de grondexploitatie per 31 december 2025 de per die datum vastgestelde projectkaders en genomen besluiten betrokken hebben bij de controle van de waardering. Er is geen rekening gehouden met de effecten van eventuele toekomstige, nog vast te stellen ambities van uw gemeente. De uitgangspunten die in de grondexploitaties en dus in de jaarrekening 2025 zijn verwerkt, zijn door ons getoetst en als aannemelijk aangemerkt Wij hebben, op grond van de door ons verrichte werkzaamheden inzake de waardering van de grondexploitaties, vastgesteld dat uw gemeente: •

Beschikt over actuele ramingen van de nog te realiseren baten en lasten;

•

Beschikt over een deugdelijke onderbouwing van de gehanteerde uitgangspunten in de grondexploitaties;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16957226/1