267332-03 Raadsvoorstel Vaststellen AVOI
Tekst van het document
Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor nutsbedrijven als de door het Rijk aangewezen regionale netbeheerders èn voor de aanbieders (of operators) van de openbare elektronische communicatienetwerken (dus zowel een kabel- als leidingbeheerder die in de stad kabel- en leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of beheert). Het komt voor dat de netbeheerder in het geval
raad 2024_1614 definitief.docx
18
van voorgenomen werkzaamheden de rol van grondroerder op zich neemt. De netbeheerder is (mede)verantwoordelijk voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen met betrekking tot werkzaamheden. Niet-openbare kabels en/of leidingen De verordening en de daarom ten grondslag liggende beleid zijn vooral ook gericht op het effectief inzetten van beschikbare infrastructuren, zodat het gebruik maken van de bestaande openbare infrastructuren bevorderd wordt. In een aantal gevallen zal het toch nodig zijn dat een niet niet-openbare voorziening moet worden getroffen. Dit kan bijvoorbeeld een verbinding tussen twee panden van een organisatie zijn. Hoewel daarop geen gedoogplicht en dus geen graafrecht van toepassing is, wordt wel aangegeven dat als de gemeente deze niet openbare verbinding toestaat, de procedure voor openbare netten geheel van toepassing is. Openbare gronden. De definitie is heel ruim en omvat de openbare wegen inclusief trottoirs/voetpaden, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, duikers, tunnels, beschoeiingen en andere werken, evenals wateren inclusief bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor iedereen toegankelijk zijn.
Ook(bouw)gronden waarvan de gemeente ten minste mede-eigenaar is die op het moment van de werkzaamheden nog geen deel uitmaken van de openbare ruimte, maar die na de oplevering tot het openbaar areaal gaan behoren, behoren tot de Openbare gronden. Registratiesysteem Het digitaal registratiesysteem dat de gemeente gebruikt is ‘Andes’ om vergunningen, instemmingen en meldingen van werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt te verwerken. Alle aanvragen en/of meldingen dienen via Andes ingediend te worden. Spoedeisende werkzaamheden Hiervoor geldt een lichter procedureel regime. De netbeheerder moet duidelijk maken dat dit werk redelijkerwijs geen uitstel kan dulden op grond van de aangegeven belangen. Vergunning Voor voorgenomen werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen, niet-zijnde kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk, moet een vergunning worden aangevraagd, tenzij sprake is van werkzaamheden van niet ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing. Werkzaamheden De AVOI bevat regels over werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en/of opruiming van kabels en leidingen. Hoewel de AVOI vooral betrekking heeft op mechanische werkzaamheden, vallen handmatige werkzaamheden er ook onder.
Deze zijn vaak van toepassing op het werken nabij bomen of groenvoorzieningen en de separaat onderscheiden categorieën spoedeisende werkzaamheden en niet ingrijpende werkzaamheden. Tot de werkzaamheden behoren ook de werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals dat van mantelbuizen, kabelgoten of geleidingen. Werkzaamheden aan kabels en leidingen gaat bijna altijd gepaard met graafwerkzaamheden in de openbare ruimte, waarvoor vaak een gedeelte van de openbare ruimte als werkterrein wordt ingericht bijv. het plaatsen van bouwketen en andere tijdelijke objecten. Daarom is ook het inrichten en het gebruik van een werkterrein onder de definitie van het begrip werkzaamheden gebracht. Zo kan voor (graaf)werkzaamheden en voor het inrichten van het bijbehorende werkterrein één integrale vergunning worden verstrekt. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard Het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard is in de verordening opgenomen omdat artikel 5.4 lid 5 TW verplicht om in een verordening dit onderscheid te maken. Niet ingrijpende werkzaamheden zijn niet vergunning-plichtig, maar moeten vooraf digitaal gemeld worden. Dit kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en waarvan de impact relatief beperkt en kortstondig is. De plaatsing van onder- en
raad 2024_1614 definitief.docx
19
bovengrondse kasten zoals handholes, ramputten en schakelkasten valt niet onder deze niet-ingrijpende werkzaamheden, ondanks dat ze vaak wel binnen de daarvoor geldende normen voor oppervlakte en tijd vallen. Omdat de exacte locatie van dergelijke kasten zeer zorgvuldig moet worden afgewogen is voor deze werkzaamheden altijd een vergunning of instemmingsbesluit vereist conform de reguliere procedure. Vaak gaat het om werkzaamheden aan reeds bestaande kabels en/of leidingen en betreft het een beperkte lengte of oppervlakte die niet of nauwelijks het normale gebruik van de openbare gronden beperkt. Daarbij kan van belang zijn of rijbanen en andere verhardingen, wateren of groenvoorzieningen volledig gekruist worden of dat boringen noodzakelijk zijn. Overige begripsbepalingen. Behoeven geen nadere toelichting. Artikel 2 Informatie-uitwisseling. - Coördinatie. - Overleg. Om meer zicht te krijgen op de werkzaamheden die mogelijk uitgevoerd gaan worden de komende jaren, zijn de netbeheerder verplicht om op verzoek minstens één keer per jaar een langetermijnplanning aan te leveren. Daarmee wordt bedoeld een overzicht van reeds geplande en gewenste/verwachte werkzaamheden voor de komende vijf jaren.
Het aantal betrokkenen bij werkzaamheden in de openbare ruimte en het feit dat de ondergrond steeds voller raakt maakt de noodzaak tot onderlinge afstemming van de activiteiten vanzelfsprekend. Daarom is het college verplicht om de werkzaamheden in de openbare ruimte te coördineren. Ook op basis van de TW is het college belast met de coördinatie van werkzaamheden. Onder het uitvoeren van de coördinerende rol worden o.a. werkzaamheden verstaan als een onderzoek naar de haalbaarheid van het gevraagde tracé overeenkomstig het afgesproken profiel en het onderzoeken of meerdere partijen tegelijkertijd gebruik willen maken van het tracé. Ter afstemming van allerlei zaken en het uitoefenen van de coördinatieplicht wordt er regelmatig een periodiek (lange termijn) overleg gepland tussen de gemeente en netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen. Dit gebeurt op initiatief van de gemeente. Het is afhankelijk van de te bespreken onderwerpen welke netbeheerders en/of partijen worden uitgenodigd. Het overleg kan ook in samenwerking met andere gemeenten of overheden gebeuren Artikel 3 Nadere regels Het college heeft de bevoegdheid om desgewenst nadere regels ter uitvoering van deze verordening vast te stellen.
Die nadere regels kunnen indien dat nodig is aangepast en aangevuld worden aan de hand van ervaringen in de praktijk, overleg met netbeheerders, technische ontwikkelingen, wensen van stakeholders e.d.
Hoofdstuk 2: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN Artikel 4 Vereisten vergunning, instemming en melding. Uitgangspunt is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of instemmingsbesluit of vooraf een melding heeft gedaan. Een vergunning kan niet op één lijn worden gesteld met een instemmingsbesluit. Het karakter van een vergunningstelsel in het algemeen bestuursrecht is: de handelingen (i.c.m. werkzaamheden in de openbare ruimte) zijn in principe toegestaan maar de gemeente wil plaats, tijd en werkwijze kunnen beoordelen en bijsturen en heeft de bevoegdheid om ze te verbieden door een vergunning te weigeren. Het wettelijk vastgelegde principe van graafrechten (onder voorwaarden, voor openbare elektronische communicatienetwerken) in relatie tot de vereiste instemming van het college is hiermee vertaald naar de AVOI en wordt toegepast op alle betrokken werkzaamheden.
raad 2024_1614 definitief.docx
20
Voor een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geldt op grond van artikel 5.4 lid 1 TW een plicht om voorgenomen werkzaamheden vooraf te melden (niet te verwarren met de meldingsplicht voor niet-ingrijpende en spoedwerkzaamheden). Zij mogen niet met die werkzaamheden starten voordat het college instemming heeft gegeven over tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden. Anders dan de vergunning kan een instemmingsbesluit niet worden geweigerd, dit vanwege de in de TW verankerde wettelijke gedoogplicht voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Wel kunnen aan een instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen worden verbonden ten aanzien van de termijn waarop de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en omtrent het tracéprofiel (zie artikel 7). In o.a. dit artikel wordt gesproken over het "aanvragen van een instemmingsbesluit". Dit is strikt formeel gezien niet de juiste juridische terminologie omdat, zoals gezegd, op grond van art. 5.4 lid 1 TW telecomaanbieders hun voorgenomen werkzaamheden moeten melden en ze met de werkzaamheden mogen beginnen als het college instemming heeft gegeven. Gemakshalve wordt deze terminologie toch gebruikt. Zie ook artikel 6 lid 1.
Het onderscheid tussen aanvragen en melden van reguliere werkzaamheden, werkzaamheden van niet ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden wordt in dit artikel duidelijk gemaakt. Artikel 5 lid b is opgenomen omdat artikel 5.6 lid 2 van de Telecommunicatiewet in dit geval de aanbieder verplicht een melding te doen bij de burgemeester of een door hem gemachtigd ambtenaar. Voor werkzaamheden rond de kabels en/of leidingen van de gemeente zelf zoals de riolering is in lid 6 om praktische redenen (o.a. voorkomen van rondpompen van geld) de verordening (en het daarin opgenomen graafverbod) niet van toepassing verklaard. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit is het wel zeer wenselijk dat waar mogelijk binnen de gemeente interne afspraken en procedures worden gemaakt om de doelen van deze verordening ook intern zoveel mogelijk na te leven. Artikel 5 Gegevensverstrekking. In dit artikel is opgesomd welke gegevens de gemeente eist bij een aanvraag van een vergunning, instemming of het doen van een melding. Het is informatie die de gemeente als beheerder van de openbare ruimte nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te krijgen in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. De instemming of vergunning wordt op aanvraag van de verzoekende partij verleend, niet op eigen initiatief van de gemeente.
Gelet op de beslistermijn voor reguliere aanvragen van maximaal 8 weken en mogelijkheid van verdaging (zie artikel 6) doen de netbeheerders er goed aan om hun aanvragen minstens 8 weken vooraf in te dienen. De woorden “voor zover van toepassing” in lid 1 zijn opgenomen omdat niet alle gegevens op alle aanvragen van toepassing zijn. Ook zijn er gegevens waarvan het niet redelijk is deze elke keer te vragen van bekende bedrijven die herhaaldelijk werkzaamheden uitvoeren. Wanneer het bedrijf bekend is en er hebben geen organisatorische veranderingen opgetreden, dan is een eenmalige verstrekking hiervan voldoende. In de meeste gevallen is de gemeente de beheerder en tevens de eigenaar van openbare gronden. Het komt echter ook voor dat openbare gronden (deels) eigendom zijn van derden (natuurlijke persoon op rechtspersoon). Met het oog daarop is sub g de verplichting opgenomen om, indien kabels niet uitsluitend in gemeentegrond worden aangelegd, aan te geven waartoe het overleg met andere rechthebbenden van openbare gronden heeft geleid. De verplichting om het resultaat van het overleg met andere rechthebbenden van openbare gronden te overleggen, dwingt de aanvrager om op dit punt zijn zaken tijdig in orde te hebben. De aanvraag moet (digitaal) gebeuren door middel van de door het college vastgestelde (digitale) formulieren en/of registratiesysteem (art. 4 lid 2).
Voor aanvragen voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten
raad 2024_1614 definitief.docx
21
slechts een beperkt aantal gegevens verstrekt worden. Artikel 6 Beslistermijnen. De beslistermijn (voor reguliere aanvragen) is maximaal acht weken en is afgeleid uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van de Awb is het college verplicht binnen een redelijke termijn een vergunning of instemmingsbesluit te verstrekken, waarbij die redelijke termijn geacht te zijn verstreken na verloop van acht weken. Mede met het oog op de Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen moet het college zich bewust zijn van het belang van de voortgang van de activiteiten en zich inspannen om de termijn tot besluitvorming zo kort mogelijk te houden. Het college kan onder bepaalde voorwaarden de termijn tot besluitvorming verlengen. Het komt voor dat niet de gemeente maar een andere partij openbare percelen in eigendom heeft. Om werkzaamheden aan kabels en leidingen in die percelen te mogen uitvoeren kan de privaatrechtelijke toestemming van die partij vereist zijn. Als die ontbreekt kan het college op grond van lid 4 de aanvraag aanhouden. In de praktijk geldt dit vrijwel uitsluitend voor netbeheerders niet zijnde aanbieders van openbare telecommunicatiekabels.
Kabels en leidingen van die aanbieders in openbare gronden moeten namelijk, ook als die percelen geen eigendom zijn van de gemeente, op grond van de TW worden gedoogd, toestemming van de eigenaar is voor deze kabels dus niet vereist. Het komt ook geregeld voor dat voor werkzaamheden, of om die werkzaamheden uit te kunnen voeren, ook nog andere vergunningen e.d. nodig zijn, zonder welke het niet vaststaat of de werkzaamheden doorgang zullen vinden. Lid 4 biedt de mogelijkheid om een aanvraag in een dergelijke situatie aan te houden. Het gaat om een procedurele afstemming met andere vergunningen e.d. Dit gaat niet zover dat een vergunning geweigerd kan worden als bijvoorbeeld ook een "kapvergunning" nodig is en deze geweigerd is. Het is aan de aanvrager om zich in een dergelijk geval te beraden in hoeverre zijn aanvraag nog zinvol is. Het aanhouden is uitdrukkelijk een bevoegdheid. Indien planning van de werkzaamheden moeilijk is omdat het niet zeker is of de werkzaamheden wel doorgaan, kan het aanhouden van de aanvraag uitkomst bieden. Het komt voor dat degene die verantwoordelijk is voor de benodigde vergunning op basis van deze verordening of het instemmingsbesluit, niet altijd dezelfde (rechts)persoon is die bijvoorbeeld verantwoordelijk is voor de kapvergunning.
Door de aanhoudingsmogelijkheid in deze bepaling wordt de aanvrager wel verplicht al in een vroeg stadium na te denken welke vergunningen er nodig zijn om de werkzaamheden daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. De Lex Silencio Positivo (LSP) is de rechtsfiguur waarbij er automatisch sprake is van een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet binnen de voorgeschreven beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft genomen, de zogenaamde van rechtswege verleende beschikking (geregeld in paragraaf 4.1.3.3. van de Awb). De LSP moet expliciet worden uitgesloten, anders is deze van toepassing. Het uitsluiten van de Lex Silencio Positivo is alleen mogelijk wanneer dit gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang. In de AVOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te wegen, waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en verkeersveiligheid een grote rol spelen. Een LSP is hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang met name openbare orde, openbare veiligheid, verkeersveiligheid en volksgezondheid. Derhalve is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht in de AVOI niet van toepassing verklaard. Artikel 7 Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden.
De voorschriften en beperkingen hebben vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de in lid 1 genoemde (deels wettelijk vastgelegde) belangen die de gemeente geacht wordt te behartigen. Artikel 5.4 TW bepaalt dat de voorschriften in een instemmingsbesluit slechts betrekking kunnen hebben op de aspecten die in lid 2 worden genoemd. Voor een vergunning geldt die beperking niet, de woorden "in elk geval" maken duidelijk dat voorschriften in een vergunning ook over andere aspecten kunnen gaan. Vanwege de belangen die genoemd worden in lid 1 kan een vergunning ook geweigerd worden (zoals gezegd in
raad 2024_1614 definitief.docx
22
de toelichting bij art. 4 kan een instemmingsbesluit niet worden geweigerd vanwege de in de TW verankerde wettelijke gedoogplicht). De ondergrondse ordening is een mogelijke weigeringsgrond voor een vergunning. De weigeringsgronden dienen ter bescherming van gemeentelijke en maatschappelijke belangen. Als gevolg van de opgaves in verband met de Energietransitie en Klimaatadaptatie zal gas vervangen worden door warmteleidingen en/of dat er aanvragen komen van aanbieders van nieuwe energiebronnen en dat er meer groen (zoals bomen) geplaatst gaan worden. Voor deze bomen en leidingen zal mogelijk ruimte moeten worden gereserveerd zodat in voorkomende gevallen aanvragen om een leidingvergunning geweigerd kunnen worden als verlening van die vergunning betekent dat er geen ruimte meer overblijft voor een beoogde bomen, warmteleiding of voor kabels en leidingen voor nieuwe energiebronnen. Om te werken aan kabels en leidingen is het vrijwel altijd nodig dat verharding wordt opengebroken. De veroorzaker dient dat weer te herstellen. In de gevallen die zijn genoemde in lid 3 kan het college aan het herstel bijzondere en nadere voorwaarden stellen. Het bepaalde in lid 9 vloeit voort uit de bevoegdheid die in artikel 5.6 lid 3 Telecommunicatiewet aan de burgemeester is verleend. Artikel 8: Wijzigen of intrekken van de vergunning of instemming.
Het college heeft de mogelijkheid de verleende vergunning of instemming te wijzigen of in te trekken als sprake is van een of meer van de in het artikel genoemde situaties. Lid 1 sub f is een vangnetbepaling die het college de bevoegdheid geeft om in te grijpen ingeval van wijziging van omstandigheden. Daarbij moet men denken aan zeldzame, onverwachte en ingrijpende zaken. Aangenomen mag worden dat die zich zelden zullen voordoen. Bovendien moet intrekking om deze reden worden gezien als laatste middel, het is nodig eerst te bezien of de dreiging kan worden weggenomen door wijziging van de vergunning of instemming of door het stellen van nadere eisen.
Artikel 9: (Mede)gebruik van voorzieningen De regels voor medegebruik van voorzieningen hebben als doel te voorkomen dat onnodig gegraven wordt in openbare gronden. De gemeente, burgers en bedrijven hebben daar belang bij, want het aantal opbrekingen, schades, klachten over overlast, verkeershinder e.d. zal daardoor afnemen. Lid 4 gaat over de situatie dat de openbare ondergrond geen ruimte biedt voor de aanleg van kabels volgens de gemeentelijke standaard-profielen, wat het geval zal zijn als de ondergrond vol ligt met kabels en leidingen. De aanbieder dient dan een alternatief tracé te kiezen. Voor netbeheerders van openbare telecommunicatiekabels geldt dat ze ook gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die hoofdstuk 5a van Telecommunicatiewet biedt over verzoeken tot medegebruik van voorzieningen van andere netbeheerders. Hoofdstuk 3: Overige bepalingen Artikel 10: Het nemen van maatregelen en nadeelcompensatie. Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk op verzoek van de gemeente, is artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet van toepassing. Voor overige kabels en/of leidingen geldt artikel 10.
Een netbeheerder is verplicht maatregelen, waaronder het verplaatsen van kabels en leidingen, te nemen als het college vindt dat dit redelijkerwijs noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente. De gemeente zal dus de noodzakelijkheid moeten aantonen. De eventuele compensatie van kosten van de het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, worden berekend volgens een door het college vastgestelde nadeelcompensatieregeling voor kabels en leidingen (waarbij
raad 2024_1614 definitief.docx
23
rekening wordt gehouden met eventueel nog geldende privaatrechtelijke afspraken met netbeheerder(s) over vergoeding van verlegkosten). Artikel 11. Herstraatkosten, beheer- en degeneratiekosten, kosten verplaatsen eigendommen. De kosten voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare ruimte die het gevolg zijn van de uitgevoerde (graaf)werkzaamheden worden bij de netbeheerder in rekening gebracht. Het college stelt hiervoor nadere regels en tarieven vast. De tarieven zijn zoveel mogelijk afgeleid van de VNG-richtlijnen op dit gebied. In bijzondere gevallen zullen de netbeheerders en het college vooraf vaststellen wat er wordt verstaan onder "de oude staat". Dit zal zeker in die gevallen moeten gelden waar de gemeente streeft naar een zekere vorm van graafrust. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien binnen een termijn van 5 jaar na oplevering van een project wederom werkzaamheden in de ondergrond zullen gaan plaatsvinden. De 'de oude staat' moet per geval worden bekeken. Wat onder die staat wordt verstaan, kan dan als bijzonder voorschrift bij een instemmingsbesluit of vergunning worden opgenomen. Lid 4 ziet met name op straatmeubilair zoals afvalbakken, bankjes of fietsenrekken en om groenvoorzieningen zoals bomen. Vanwege de aanleg e.d. van kabels en leidingen kan het nodig zijn om deze zaken te verplaatsen of om beschermingsmaatregelen te treffen.
Lid 5 geeft aan dat formeel gezien een netbeheerder verplicht is op aanzeggen van de gemeenteleidingen te verwijderen als de vergunning is verlopen/beëindigd of als de betreffende kabels en leidingen buiten gebruik zijn gesteld. Vooral bij reconstructie moeten buiten gebruik gestelde kabels en leidingen worden verwijderd. Uiteraard zal dit gegeven de consequenties steeds in afstemming tussen de gemeente en de betrokken netbeheerder gebeuren, mede om onnodige overlast voor omwonende te beperken. Artikel 12. Karakter vergunning en instemming. - Eigendom. - Samenloop. Het zakelijk karakter van de verkregen instemming of vergunning is gewenst, opdat de Netbeheerder die gebruik maakt van de kabel en/of leiding de betreffende graafrechten heeft en tevens gehouden is aan de geldende voorschriften. In geval van overdracht van een leiding gaat de vergunning of instemming die op die leiding betrekking heeft, inclusief alle rechten en plichten, over op de nieuwe eigenaar. De vergunning of instemming is zaak gebonden en 'volgt' het object. Een verleende vergunning of instemming geldt tevens als een vergunning op grond van artikel 13 en 14 van de Algemene Plaatselijke Verordening Tilburg. Artikel 13 vereist een vergunning voor het gebruiken van de weg anders dan overeenkomstig de bestemming, artikel 14 vereist een vergunning voor o.a.
het opbreken van de verharding van en graven en spitten in een weg. Voor een kabel of leiding kan ook nog een omgevingsvergunning vereist zijn. Artikel 13 Niet-openbare kabels en leidingen Met niet-openbare kabels en/of leidingen worden kabels en/of leidingen bedoeld die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden bijv. een glasvezelkabel tussen twee bankgebouwen die (gedeeltelijk) in openbare grond is aangelegd. De verordening is hoofdzakelijk van toepassing op kabels en leidingen voor openbaar nut met een publieke of openbare functie in de openbare ruimte. De gemeente kan echter ook aanvragen krijgen van particuliere partijen. Vanwege het intensieve gebruik van de ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s is de tendens dat in het algemeen geen vergunning wordt verleend voor de aanleg van niet-openbare kabels en/of leidingen van particulieren en/of bedrijven. Particulieren die een eigen verbinding wensen, dienen bij voorkeur gebruik maken van openbare netstructuren. In uitzonderingssituaties en indien de beschikbare (ondergrondse) ruimte het toestaat kan de gemeente onder strikte voorwaarden daarvoor vergunning verlenen.
raad 2024_1614 definitief.docx
24
Artikel 14. Informatieplicht. De Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten (WIBON) voorziet erin dat de gemeente op verzoek via het Kadaster geïnformeerd wordt over in het openbaar gebied liggende kabels en leidingen. De meerwaarde van lid 1 is dat de gemeente direct geïnformeerd wordt over wijziging van voorzieningen, die informatie kan ook bruikbaar zijn in het overleg over medegebruik van voorzieningen. Zie ook de toelichting bij artikel 12. Lid 2 is noodzakelijk omdat de gedoogplicht op grond van de TW uitsluitend betrekking heeft op openbare telecommunicatienetwerken. Op verzoek van het college moeten netbeheerders gegevens kunnen overleggen van alle al dan niet in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. Het gaat daarbij om gegevens over de status van de kabels en/of leidingen, bijv. of deze tijdelijk of definitief buiten gebruik zijn, of dat deze verlaten worden en op een geschikt moment kunnen worden opgeruimd. De bewijslast van ingebruikname en het in gebruik hebben, ligt bij de netbeheerder.
Hoofdstuk 4: Handhavings- en Toezichtbepalingen Artikel 15 Toezicht en Handhaving. Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het niet-vrijblijvende karakter van de AVOI. Betrokken partijen dienen zich te houden aan de bepalingen van de AVOI met als doel dat de daarmee nagestreefde doeleinden bereikt kunnen worden. Dit artikel geeft aan dat het college ambtenaren kan aanwijzen die belast zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens deze AVOI. Als één of meer partijen zich niet houden aan de voorschriften en beperkingen van deze AVOI behoudt het college zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende bevoegdheden en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk en eventueel strafrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn met name de Algemene Wet Bestuursrecht en de Gemeentewet van belang met de bepalingen over bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. Civielrechtelijk blijft de 'onrechtmatige daad' een optie. Strafrechtelijk is naast het Wetboek van Strafrecht in algemene zin ook de Wet op de Economische Delicten relevant, omdat daarin rechtstreeks bepalingen uit de Telecommunicatiewet van toepassing zijn verklaard.
Afgezien van voornoemde preventieve en vooral correctieve of repressieve acties kan het college in voorkomende gevallen ook ingrijpen in het lopende proces en werkzaamheden (onder bepaalde voorwaarden) ook tijdelijk stil leggen. In lid 2 van dit artikel staat beschreven in welke gevallen dit kan. Artikel 16 Strafbepaling Deze bepaling maakt strafrechtelijk optreden mogelijk, maar in het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in beginsel een uiterste handhavingsmiddel. Voor de vraag wie als overtreder aangemerkt kan worden, is niet beslissend aan wie ooit een vergunning of instemmingsbesluit is verleend. Degene die de verboden activiteit verricht kan worden aangesproken als de verdachte/overtreder het in zijn (feitelijke en juridische) macht heeft om de overtreding te laten beëindigen.
raad 2024_1614 definitief.docx
25
Hoofdstuk 5: Overgangs- en Slotbepalingen. Artikel 17 Inwerkingtreding De Telecommunicatieverordening Tilburg 2009 kan worden ingetrokken omdat de regels van die verordening zijn geïncorporeerd in de onderhavige verordening. Daarmee zijn alle belangrijke regels over kabels en leidingen in de gemeente vastgelegd in één verordening, dat is duidelijk en overzichtelijk. Artikel 18 Overgangsregeling. Deze bepaling bevat het overgangsrecht. In de meeste gevallen is aan eigenaren van kabels en leidingen in de openbare ruimte in het verleden een schriftelijke privaatrechtelijke toestemming, instemming of vergunning verleend. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat die eigenaren kosten moeten maken is ervoor gekozen de verleende toestemmingen e.d. te beschouwen als een vergunning dan wel instemmingsbesluit in de zin van deze verordening. Voor kabels en leidingen die zonder schriftelijke toestemming, instemming of vergunning in de openbare ruimte liggen, moet hoe dan ook een aanvraag worden ingediend om een vergunning of instemming op grond van de AVOI te verkrijgen. Artikel 19 Hardheidsclausule Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting. Artikel 20 Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.