255360-02 01 Kunst- Cultuurplan Tilburg 2025-2028 'Cultuur maakt ons' (versie zonder opmaak)
Tekst van het document
Je kunt hierbij denken aan de kunstvakopleidingen, de toeleveranciers, technici, podiumbouwers, communicatiemedewerkers, zakelijk leiders en zo verder. We hebben gezien dat veel van die mogelijkmakers de sector hebben verlaten tijdens corona. Dat voert de druk op de sector op. We zetten in op de verbinding tussen het werkveld en, bijvoorbeeld, de MBO-opleidingen die een deel van die mogelijkmakers (met name technici, podium- & decorbouwers) opleiden.
700.000 objecten in het Natuurmuseum Met circa 700.000 objecten is de collectie van Natuurmuseum Brabant de één na grootste natuurhistorische collectie van Nederland. Deze verzameling bestaat uit opgezette dieren van alle soorten en maten, dieren ‘op sterk water’, gedroogde planten, stenen, mineralen, fossielen en oudheidkundige objecten. Met name de insectencollectie en het herbarium zijn van grote wetenschappelijke waarde. Natuurmuseum Brabant bereikt zijn publiek op uiteenlopende manieren. Allereerst door middel van tijdelijke en semipermanente tentoonstellingen. Voorts met behulp van een breed pallet aan educatieve activiteiten, zowel in het Ontdek- en Onderzoeksdomein voor natuur in het museum, als in de Tilburgse wijken, waar verschillende natuurclubs actief zijn. Ten slotte biedt Natuurmuseum Brabant mogelijkheden tot onderzoek Onze samenleving staat voor grote uitdagingen op het gebied van natuur en milieu. Om die reden gaan wij Natuurmuseum Brabant in de periode 2025 tot en met 2028 in staat stellen zijn positie te versterken en zijn collectie en beschikbare kennis nog beter en nadrukkelijker onder de aandacht te brengen van het brede publiek.
22
Afstemming overheden ‘Rust en ruimte maar geen stilstand’ is ook het devies bij de Rijksoverheid. De provincie is ook altijd een betrouwbare partner in de cultuurfinanciering geweest. Afstemming met die overheden is van groot belang. Niet alleen OCW, maar ook de Rijksfondsen hebben van de staatssecretaris de opdracht gekregen rekening te houden met regionale spreiding. Het is een volgende stap naar regionalisering van het cultuurbeleid, die de samenwerking op BrabantStad-niveau en de Brabantse lobby richting het Rijk urgentie geeft. De culturele codes In 2025-2028 zijn de drie culturele codes belangrijk bij het al dan niet subsidiëren van culturele organisaties. We zullen organisaties die een subsidieaanvraag doen bevragen op de Code Diversiteit & Inclusie en daarnaast zijn de Code Fair Practice (waar Fair Pay een onderdeel van is) en Code Cultural Governance voor Tilburgse BIS-instellingen én organisaties die een subsidieaanvraag doen binnen de Meerjarige Subsidies op verschillende manieren verplicht. Tilburg volgt daarmee de landelijke ontwikkelingen. Fair Pay Het volgen van de codes zorgt voor hogere kosten bij de instellingen die ze niet in zijn totaliteit zelf kunnen opvangen.
We hebben voor de Tilburgse culturele organisaties onderzoek laten doen naar de meerkosten die een eerlijke beloning met zich meebrengen en voor welk deel van deze kosten wij als gemeente verantwoordelijk zijn. Uit dat onderzoek is gebleken dat er bij onze grote instellingen geen sprake is van tekortschietende beloning. Bij middelgrote en kleine instellingen en makers is er wél sprake van tekortschietende beloning en onbetaald overwerk. Rekening houdend met een proportionele bijdrage van alle financiers (gemeente Tilburg, Rijk, provincie, private fondsen, sponsors en publiek) behoort 21% van de meerkosten in 2022 tot de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Tilburg. Het betreft een bedrag van ruim €0,24 miljoen (prijspeil 2022). Dit bedrag voegen we toe aan de budgetten voor de meerjarige regelingen. Daarnaast blijft de gemeente Tilburg jaarlijks de subsidiebijdragen indexeren om andere stijgende kosten (deels) te compenseren. Publiek: diversiteit en inclusie Niet elke maker en elke instelling is verantwoordelijk voor het bereiken van álle Tilburgers. Alle makers, organisaties en instellingen samen zijn dat wel.
We vragen alle makers en organisaties om na te denken over en stappen te zetten op het gebied van de vier P’s uit de Code Diversiteit en Inclusie: Personeel, Programma, Publiek en Partners, waar deze onderdeel uitmaken van de beroepspraktijk van makers, of bedrijfsvoering van organisaties. Het onderschrijven van de code is verplicht, en stappen zetten ook. De manier waarop de OCW de uitgangspunten met betrekking tot de omgang met de codes voor de landelijke BIS heeft voorgesteld vinden we interessant. De 4 P’s zijn daar onderdeel van de beoordelingscriteria: inhoudelijke kwaliteit (programma en partners), maatschappelijke betekenis (programma en partners), toegankelijkheid (publiek) en bedrijfsmatige gezondheid (personeel). We formuleren beoordelingscriteria in de regeling Meerjarige Subsidies, waar we aandacht hebben voor de vier P’s. Voor de projectsubsidies vragen we organisaties te reflecteren op de code en de vier P’s. Ook makers dagen we uit hierover na te denken. Daarnaast zouden we graag meer willen weten over ons publiek. Over de waardering voor het kunst- en cultuuraanbod en het bezoek worden Tilburgers voor het eerst in 2024 bevraagd in de monitor Waarde van Cultuur. Aanvullend publieksonderzoek door de organisaties en
23
instellingen kan, in samenwerking met de gemeente, leiden tot een integrale blik op het publieksbereik in Tilburg. Wie bereiken we? Waar wonen de mensen die we bereiken? En wie bereiken we niet? Samen kunnen we ons sterk maken om ook de mensen te bereiken die we niet bereiken, waar mogelijk. Het lijkt zinvol om aan te sluiten bij de landelijke pilot ‘Werken met publieksdata’ van onder meer Kunstloc Brabant en DEN. Een aantal van de Tilburgse instellingen is al bij deze pilot betrokken. Professionalisering, kennisdeling en vernieuwing Door rust te bieden creëren we ruimte voor vernieuwing. Op het gebied van publiek(sbereik), wijkgericht werken, nieuw aanbod, enzovoort. We vinden het belangrijk dat hierover kennis breed gedeeld wordt in de sector. Omdat de druk op de sector hoog is, kunnen we niet verwachten dat dit vanzelf gebeurt. De sector heeft in de stadsgesprekken aangegeven behoefte te hebben aan een vraagbaak, een verbinder, een aanjager. In 2025 starten we met een pilot van een jaar waarin we zo’n verbinder de ruimte geven. Voor deze verbinder behoort onder andere het organiseren van kennisdelingssessies en ontmoetingen tot de taken.
Erfgoed De Tilburgse samenleving heeft een boeiend verleden. Ons verleden staat tegenwoordig volop in de belangstelling. In een stad die rijk is aan vele nationaliteiten en culturen gaat die belangstelling gepaard met kritische vragen. Wie vertellen er over het verleden? Waar gaat dat over en welke betekenis heeft het voor onze inwoners? En wat kunnen we er als overheid mee? Steeds meer mensen zijn ervan overtuigd dat onze stedelijke transities op sociaal, economisch of ruimtelijk gebied sterk samenhangen met ons verleden en de omgang ermee. De Tilburgse erfgoedsector speelt daarbij een cruciale rol. Met het ‘Verdrag van Faro’ in gedachten, waarin de mens en de samenleving in relatie tot hun erfgoed centraal staan, hebben we aandacht voor de sociale en verbindende waarde van erfgoed. Het verdrag stelt dat erfgoed meer dan nu een functie kan hebben voor de samenleving. Niet alleen de historische plek zelf, het voorwerp en de traditie zijn belangrijk, maar juist ook de verschillende betekenissen en het gebruik ervan. Hier liggen ook kansen voor de culturele sector. Van erfgoededucatie als onderdeel van cultuureducatie, tot het literair, beeldend en theatraal ontsluiten van verhalen in co-creatie.
In overeenstemming met de bestuurlijke ambities uit het coalitieakkoord Meer voor elkaar gaan we ons stedelijk immaterieel erfgoed beter beschermen en de verhalen hierover beter vertellen. Daartoe verstevigen we de centrale rol van het stadsmuseum als spil van de lokale erfgoedsector en maken het stadsmuseum in die rol beter zichtbaar. We vragen het stadsmuseum om samen met zijn erfgoedpartners in gesprek te gaan met de inwoners en gemeenschappen uit Tilburg om te onderzoeken wat het verleden voor hen betekent en hoe dat meespeelt in hun denken over heden en toekomst. We vinden het namelijk belangrijk om ruimte te bieden aan gesprekken over de vele mogelijke perspectieven op het verleden en het verleden dat we delen, vanuit meerstemmigheid. Verhalen zijn namelijk een factor van belang voor onderling respect en onderlinge verbondenheid. Onze aanpak moet aan de basis liggen van wat wij komende generatie willen meegeven, welke verhalen we doorvertellen en wat we bewaren, zowel op stedelijk als op wijkniveau en in de dorpen. We nodigen de culturele sector nadrukkelijk uit om hier een rol in te spelen en vragen onze erfgoedpartners om ook culturele spelers uit het ecosysteem te betrekken bij het vertellen van die verhalen.
24
We werken vanuit een integrale aanpak waarbij we schakelen op de Routekaart Ruimtelijk Erfgoed, het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit en de Routekaart Archeologie. Uiterlijk in 2025 realiseren we een stedelijke erfgoedalliantie die moet gaan zorgen voor meer samenhang tussen het culturele en ruimtelijke erfgoed. Het verleden is immers op zeer uiteenlopende manieren zichtbaar: in objecten, verhalen en het ons omringende landschap. Daarmee raakt erfgoed veel beleidsterreinen en is het logisch dat de verbinding met gebiedsontwikkeling ook gemaakt wordt.
Architectuur Tilburg kent een mooie verzameling ruimtelijk erfgoed. Samen met moderne en nog te bouwen architectuur vormt ruimtelijk erfgoed de gebouwde spiegel van de Tilburgse stedelijke en dorpse cultuur. Met andere woorden, wat je gebouwd ziet is wie we zijn. In het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit werken we onze inzet op een voorbeeldige bouw- en ontwerpcultuur uit.
Media De wereld wordt in steeds sterkere mate beïnvloed door meningen, opinies en ja, zelfs artificiële intelligentie. We vinden het essentieel en van heel groot belang om vrije media en onafhankelijke journalistiek te ondersteunen. Ze informeren, geven duiding aan nieuws en actualiteiten, en maken opinie en debat mogelijk. Lokale media zijn laagdrempelig en spreken een groot deel van de Tilburgers aan. Eerder is Het Tilburgs Mediabeleid 2023-2026 vastgesteld. Dat voeren we gedurende de eerste helft van de cultuurplanperiode uit.
Ambities Voor 2025-2028 formuleren we vijf ambities: 1. Kunst en cultuur heeft impact op alle Tilburgers. 2. We zijn een aantrekkelijke cultuurstad, nationaal en internationaal zichtbaar. 3. We creëren rust en ruimte, maar staan niet stil: we creëren mogelijkheden voor vernieuwing en experiment. 4. Tilburg heeft een dynamisch cultureel ecosysteem, waarin ruimte is voor zowel duurzame topkunst en -cultuur als nieuwe makers en instellingen. 5. Ons stedelijk immaterieel erfgoed is beter beschermd en de verhalen hierover zijn meer zichtbaar
Hoe realiseren we onze ambities? Om onze ambities te realiseren zetten we in 2025-2028 in op een aantal punten. We zetten in op het vergroten van het publieksbereik en het vernieuwen van het aanbod. Dit doen we door organisaties en instellingen actief uit te nodigen onderzoek te doen naar vernieuwend aanbod om daarmee het publieksbereik te vergroten. We besteden aandacht aan vernieuwing in de ‘standaard’ subsidieregelingen; een innovatieregeling is er voor organisaties en instellingen met grotere plannen op dit vlak. We zetten in op aanvullend collectief publieksonderzoek. Dit doen we door gesubsidieerde instellingen actief te stimuleren publieksonderzoek te doen, waarin we faciliteren. We sluiten daarmee aan bij een landelijke en provinciale pilot.
25
We realiseren aanbod in de wijken. Dit doen we door regelloze ruimtes in wijken en gebiedsontwikkelingen beschikbaar te stellen die ook dienen als presentatieruimte. We nodigen culturele organisaties uit het centrum uit om er aanbod te maken, maar we stimuleren ook wijkgerichte culturele ontwikkelingen. We zetten in op zichtbaarheid van de sector. We zoeken naar plekken om onze impactvolle verhalen te vertellen, te laten zien hoe wij ons publiek in de wijken bereiken. Dit draagt bij aan algemeen begrip over maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur, bij publiek en bij andere domeinen, en toont Tilburg als aantrekkelijke cultuurstad. We versterken onze positie als cultuurstad voor bezoekers van buiten de stad. Tilburg is een aantrekkelijke cultuurstad voor bezoekers van buiten met voldoende slaapplekken voor als het druk dreigt te worden. We stimuleren makers en instellingen zich binnen landelijke netwerken te positioneren. En we dragen actief onze best practices uit. We transformeren het Mommerskwartier. We investeren in ingrijpende verbouwingen van het museum, het naastgelegen Dröge-complex en de omliggende publieke ruimte om een nieuw creatief makershart voor Tilburg en een betekenisvolle ontmoetingsplek voor Tilburgers te maken. We zetten in op rust en ruimte voor onze culturele makers, organisaties en instellingen. We zetten niet in op stilstand.
Een vernieuwingsregeling maakt onderdeel uit van het subsidie-instrumentarium. We verruimen daar waar mogelijk de aan te vragen subsidiebedragen. We vernieuwen de subsidieregelingen. We doen dat minimaal, zodat ze aansluiten op de actualiteit, maar we vragen onze organisaties niet meer dan we al deden. De regelingen worden zo aangepast dat ze laagdrempelig zijn voor nieuwkomers. We zetten stappen in het navolgen van de code diversiteit & inclusie. Dit doen we door organisaties te vragen hierop te reflecteren in de meerjarenaanvragen en projectaanvragen. We geloven daarnaast vooral dat het gesprek over inclusie veel kan opleveren. We nemen de aanbevelingen uit het onderzoek naar Fair Pay in Tilburg over. Op basis van onderzoek blijkt dat we €240.000 (prijspeil 2022) moeten investeren om het navolgen van Fair Pay op te vangen. Dat doen we. We jagen de verbinding aan tussen onderwijs en sector aan. We willen op die manier niet alleen makers, maar met name ook mogelijkmakers aan de culturele sector verbinden. We verstevigen de centrale rol van het stadsmuseum als spil van de lokale erfgoedsector en maken het stadsmuseum in die rol beter zichtbaar.
26
Doelstelling 3: cultuur als aanjager van maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling & de transformatie van de stad Waar hebben we het over? Binnen deze doelstelling spreken we over twee soorten ruimte. Allereerst hebben we het over specifieke ruimte: broedplaatsen, ateliers, presentatieplekken, regelloze ruimtes. Daarnaast hebben we het over cultuur als aanjager van maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling, innovatie en transformatie.
Maatschappelijke betekenis Cultuur heeft maatschappelijke betekenis omdat cultuur een artistieke, intrinsieke waarde heeft. Een sterk cultureel ecosysteem zorgt ervoor dat de waarde voor alle Tilburgers bestaat. En dat geldt ook voor de bijdrage aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad. Kunst en cultuur heeft een grote maatschappelijke waarde, ook dat is wat de coronacrisis zichtbaar heeft gemaakt. In 2025-2028 onderzoeken we hoe we deze maatschappelijke betekenis nog beter zichtbaar kunnen maken. We geloven erin dat dat helpt om onder meer een breder (financieel) draagvlak voor kunst en cultuur te realiseren. Dat is belangrijk, omdat financiële tekorten niet zomaar uit de cultuurbegroting kunnen worden bijgeplust of met privaat geld kunnen worden opgelost. We willen daarom deze maatschappelijke betekenis de komende jaren beter zichtbaar maken. Ook landelijk speelt deze ontwikkeling een belangrijke rol, al in 2025-2028. Organisaties en instellingen wordt gevraagd na te denken en te reflecteren op de maatschappelijke betekenis van de activiteiten die zij ondernemen. Het biedt ook een kans om de impact (het verhaal) van een organisatie beter voor het voetlicht te krijgen. Maatschappelijke betekenis staat binnen deze doelstelling, maar heeft met alle doelstellingen van doen.
Ook in Tilburg willen we ‘maatschappelijke betekenis’ opnemen als criterium in de verschillende subsidieregelingen. Het opnemen van dit criterium biedt handvatten om in de monitoring maatschappelijke impact aan te tonen en daarmee ook de reikwijdte van investeringen in kunst en cultuur binnen andere domeinen. Daarover meer in de paragraaf Monitoring & impact.
Beoordelingscriterium maatschappelijke betekenis landelijk Maatschappelijke betekenis: elke instelling verhoudt zich tot zijn maatschappelijke omgeving. Het is al langer de wens van de culture sector dit meer zichtbaar te maken. Van instellingen wordt verwacht dat zij in hun aanvraag beschrijven hoe en op welke manier zij zich verhouden tot de samenleving. Dit kan de betekenis zijn die een instelling heeft voor de directe omgeving, of een concrete bijdrage aan maatschappelijke opgaven. (Uit: Uitgangspunten Cultuursubsidies 2025-2028, Gunay Uslu)
Broedplaatsen en atelierbeleid Broedplaatsen zijn van levensbelang voor een leefbare stad. In het pamflet ‘This is Where We Make’, dat onderdeel is van het onderzoeksproject Bloeiende Broedplaatsen, van onder andere Fontys, is het volgende te lezen: ‘Er zijn weinig belevingswerelden die zo ver uiteen
27
liggen als de wereld van de kunst en die van het vastgoed. Toch hebben ze elkaar op verschillende manieren hard nodig. De beschikbaarheid van passende en betaalbare werkruimte is een randvoorwaarde voor een bloeiende creatieve industrie. En omgekeerd zijn het vaak de makers die nieuw leven blazen in de rafelranden van de stad. In creatieve broedplaatsen komen deze twee perspectieven samen. Hier krijgen nieuwe ideeën de ruimte en ontstaan inspirerende plekken dankzij vernieuwende geesten.’ Hoewel het niet gemakkelijk is om deze werelden te verbinden, loont het de moeite. Ook zijn betaalbare werken presentatieruimte van belang om jonge (recent afgestudeerde) makers aan de stad te binden of, van elders, naar de stad te lokken. Dit is belangrijk voor een levendige en sterke culturele sector. In Tilburg voeren we al geruime tijd atelierbeleid (uitgevoerd door Ateliers Tilburg) en zien we de waarden van plekken waar gemaakt kan worden. Kijk naar NS16, waar meerdere makers onder één dak zitten, met presentatieruimte. Kijk naar het pand aan Wilhelminapark 6, dat we tot makersplek gaan ontwikkelen. Of naar de ateliers die zijn gerealiseerd tijdens de verbouwing van Hall of Fame. Ook eerdergenoemde plekken als Het Concreet en het nieuwe pand van Strijbosch & Van Rijswijk zijn interessant. Laatstgenoemde plek is aangekocht door de makers en moet ook ruimte bieden aan andere makers.
We onderzoeken in 2025-2028 de mogelijkheid van een Atelierfonds, waar makers en gezelschappen zelf ondersteuning krijgen voor een duurzame huisvesting. Met de oprichting van het Atelierfonds kunnen makers met een gedegen businesscase financiële ondersteuning van de gemeente krijgen voor structurele huisvesting voor de maakpraktijk. Makers kunnen een aanvraag indienen voor (gedeeltelijke) financiering voor de aankoop van een pand of voor investeringen om een (langdurige) huurpand gereed te maken als atelier. Zo creëren we meer eigenaarschap bij makers en bieden we hun een perspectief voor de toekomst. Daarnaast blijven we, samen met Stichting Ateliers Tilburg, op zoek naar beschikbare panden om het aanbod van ateliers uit te breiden. We groeien in 2025-2028 naar minimaal 250 ateliers (waar eerder de streefwaarde 200 was, waar de stad in 2017 nog onder zat). Daarbij kijken we ook naar tijdelijke invulling van leegstaande winkelpanden. Ateliers Tilburg realiseerde eerder in leegstaande panden aan het Stadhuisplein enkele van dit soort, voor het publiek zeer zichtbare, ateliers. Ruimte voor podiumkunsten en circus Het is belangrijk te noemen dat uit een behoefte-onderzoek onder makers gebleken is dat de huidige portefeuille aan werkruimtes voor makers niet afdoende aansluit op makers die van het kunstvakonderwijs in Tilburg afstuderen.
Met name in de podiumkunsten en circus leidt een gebrek aan geschikte ruimte tot een vertrek van pas-afgestudeerden. In 2025-2028 besteden we extra aandacht aan deze disciplines. Transparantie en doorstroming Gelet op de grote vraag naar ateliers is het van belang rekening te houden met een eerlijke en transparante toekenning van ateliers. Vanuit de verschillende kunstvakopleidingen neemt de vraag toe. Een goede doorstroming is dus van belang. We vragen Stichting Ateliers Tilburg dan ook om een kritische blik op het gebruik van de ruimte.
28
Kennisdeling We positioneren Stichting Ateliers Tilburg de komende jaren als kennisinstituut voor makers: we vormen de voorlinie van innovatieve oplossingen in vraagstukken omtrent makers. We zijn niet voor niets een stad voor makers. In de rol van kennisinstituut geeft Stichting Ateliers Tilburg lokaal advies aan makers over huisvesting, maar maakt de stichting zich ook regionaal en (inter)nationaal zichtbaar in afstemming met andere beheerorganisaties. Daarnaast heeft gemeente Tilburg zich als partner ingeschreven in het nationale onderzoek ‘Broedplaatsen en overheid’ van Hanzehogeschool Groningen, Fontys Hogeschool en de Hogeschool Rotterdam. Makers in de kunst- en cultuursector zijn vaak afhankelijk van verhuurders, hebben over het algemeen tijdelijke contracten, ervaren veel onzekerheid en bouwen bovendien geen ‘vermogen’ op. Door deze afhankelijkheid van anderen wordt hun maakpraktijk kwetsbaar. Gemeente Tilburg ambieert langdurige, structurele huisvesting (en toekomstperspectief) voor haar makers. Via specifieke Kennisvouchers gaat Gemeente Tilburg direct expertise bieden aan makers door ze te ondersteunen in het opstellen van een businessplan en het doen van markt- en bouwonderzoek. Daarmee bieden we makers de mogelijkheid om niet alleen een fysieke werkruimte te huren, maar ook toegang te krijgen tot waardevolle kennis en expertise.
Zo bieden we makers de mogelijkheid zélf financiering te zoeken voor koop of langdurige huur van huisvesting. Dit bevordert ook hun professionele ontwikkeling. We realiseren ons overigens dat deze oplossing niet voor alle makers passend is. Met het kenniscentrum hopen we alle soorten en maten makers te kunnen ondersteunen.
Regelloze ruimten (in de wijk) De afgelopen jaren hebben we gezien dat kunst en cultuur een wijk, een buurt of een wat groter gebied mede vormgeven. We geloven dat de toegang tot kunst en cultuur laagdrempeliger wordt als we er in een aantal wijken in Tilburg voor zorgen dat er ruimtes zijn, waar aanbod is voor wijkbewoners en andere geïnteresseerde Tilburgers. Of zelfs mensen van buiten de stad. Deze ruimtes noemen we regelloze ruimtes. Het gaat om plekken binnen bijvoorbeeld cultureel vastgoed of ateliercomplexen waar Tilburgers de kans krijgen om kennis te maken met kunst en cultuur of eigen initiatieven te ontplooien. We geloven dat een regelloze ruimte de wijk levendiger kan maken en de sociale cohesie kan versterken. Deze plekken hebben allereerst een culturele functie, maar zeer zeker ook een sociale functie, waarbij een breed cultuurbegrip het uitgangspunt moet zijn. Studio Noord, Nachtzuster en De Kraakkelder zijn daar voorbeelden van. We gaan daarom niet alleen op zoek naar meer ateliers, maar ook naar plekken in de wijk waar kunst- en cultuuraanbod gebracht kan worden. Welk aanbod dat is, is aan de wijk en haar bewoners, en aan culturele organisaties en makers die we stimuleren wijkgericht te werken. Dit kan onderdeel zijn van de activiteiten van een dergelijke organisatie, maar eventueel lenen de nieuwe projectsubsidies zich ook voor het werken in de wijk.
Naast de amateurkunstsubsidies uiteraard. In het kader van integraal beleid ligt het voor de hand om ook de cultuurcoaches hier een (stimulerende en coördinerende) rol in te geven.
Cultuur in het publiek domein Kunst en cultuur kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit. Ze voeden ook het welbevinden en de betrokkenheid van de inwoners bij hun wijk of dorp en stad. Het is daarom belangrijk dat zij zich gerepresenteerd weten en zeggenschap hebben
29
over hun publieke ruimte en de processen die op deze ruimte van invloed zijn. We vinden het belangrijk dergelijke processen goed te organiseren en te faciliteren. Daarom heeft de raad de Visie Cultuur in het publieke domein vastgesteld. Een van de bouwstenen van die visie is een Stadslab. We beschouwen het Stadslab als de doorontwikkeling van CuPuDo, het initiatief van de gemeente dat vanaf de start betrokken was bij grote én kleine stedelijke ontwikkelvraagstukken. Cultuur in het publieke domein gaat over publiek toegankelijke kunst in en van de stad, onze buitencollectie. De missie van CuPuDo was dat iedereen in Tilburg via kunst in de openbare ruimte bijzondere kunst zou kunnen ontdekken. De opdracht van het Stadslab is breder: na de opstartfase zal het Stadslab vanaf 2025 zijn activiteiten uitbreiden met experiment, onderzoek en met kennisontwikkeling. Stadslab heeft ook de taak het samenwerken op het gebied van omgevingskwaliteit en gebiedsontwikkeling (binnen en buiten Tilburg) te versterken en te structureren, zodat de organisatie stevig verknoopt is met culturele en maatschappelijke netwerken in de stad en een optimaal bereik bij inwoners kan realiseren. Voor meer informatie over de werking van het Stadslab verwijzen we naar de Visie Cultuur in het publieke domein.
Ruimte voor kunst in de vrije tijd De stichting Werkplaats Amateurkunst Tilburg (WAT) biedt amateurkunstverenigingen een locatie om hun activiteiten te ontplooien. Denk aan ruimte voor decorbouw en opslag. Op dit moment is de WAT-hal gevestigd aan de Ledeboerstraat op industrieterrein Noord (Kraaiven). Op basis van het bestemmingsplan mogen daar vanaf 1 januari 2025 geen repetities meer plaatsvinden. Wij spannen ons in om hiervoor alternatieve locaties te vinden zodat ook de beoefenaars van kunst in de vrije tijd gebruik kunnen maken van passende voorzieningen.
Gebiedsontwikkeling We zijn ervan overtuigd dat kunst en cultuur ons helpen bij het verbeelden van een toekomst. Dus ook bij het verbeelden van de toekomst van de stad. We hebben het in dit plan al een paar keer opgeschreven: kunst en cultuur zijn onderdeel en aanjager van gebiedsontwikkeling. Meer dan in het verleden is een integrale gebiedsgerichte manier van werken nodig. Daarbij past een intensieve samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners, bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen. De opgave van het gebied, verwoord in wijk- en dorpsagenda’s, is niet overal hetzelfde. We houden bij de uitwerking van opgaven en het benutten van kansen rekening met het karakter, het schaalniveau en de specifieke behoefte van een gebied. We hebben afgesproken dat we bij elke gebiedsopgave een 1%-regeling opnemen. Dat wil zeggen dat één procent van de begroting bij elke opgave besteed wordt aan kunst en cultuur. We bekijken per gebiedsontwikkelingsopgave hoe we dit binnen de begroting van de desbetreffende opgave kunnen vertalen en hoe we die middelen vervolgens in zullen zetten.
Landschapspark Pauwels Kunstenaar Paul de Kort heeft samen met bureau H+N+S en landschapsarchitecten een landschapsplan ontwikkeld voor Landschapspark Pauwels. Dit is een uitgestrekt gebied ten zuiden
30
van De Loonse en Drunense Duinen en Kaatsheuvel en ten noorden van Tilburg. Een unieke omgeving waar natuur, landbouw, recreatie, water, cultuurhistorie en energie samenkomen.
De komende jaren zijn onze ambities met name gericht op de transformatie van het Museumkwartier. Wij blijven ons sterk maken voor een culturele bijdrage aan deze ontwikkeling. Dat doen wij onder andere met aanbod van De Pont, Park, Textielmuseum en Stichting Ateliers. En daarnaast zien we belangrijke mogelijkheden voor makers en kunst in de openbare ruimte om de leefbaarheid van dit gebied te versterken. Verstedelijkingsopgave Tot slot. We staan aan de vooravond van een grootschalige verstedelijkingsopgave. In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen is vastgelegd dat er 25.000 extra woningen worden gebouwd in de periode tot 2040. Deze opgave wordt grotendeels via een verdichting van de bestaande stad en dorpen gerealiseerd. We beschouwen dit als een kans om verder te bouwen aan een aantrekkelijke en toekomstbestendige stad en dorpen. Dit gaat verder dan woningbouw. Om invulling te geven aan het samenleven in de toekomst maakt kunst en cultuur hier een integraal onderdeel van uit. Kunst en cultuur draagt bij aan een aantrekkelijke en leefbare openbare ruimte en ruimtelijke kwaliteit in de breedste zin van het woord. Maar ook om een diversiteit aan culturen een plek te bieden en te werken aan onderlinge verbondenheid.
Daarom zullen we actief schakelen op het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit en de Omgevingsvisie om zo expertise op gebied van kunst en cultuur betrekken bij stedelijke ontwikkeling.
Ruimte bij andere beleidsterreinen Kunst en cultuur gaan meer en meer een rol spelen binnen andere beleidsterreinen. Zorg en welzijn, gebiedsontwikkeling en economie zijn mogelijk de belangrijkste, en ook daarbinnen zijn er veel onderwerpen waar kunst en cultuur aan raken, dan wel tegenaan schuren. De gemeente onderschrijft een integrale manier van werken en wil waar het gaat om kunst en cultuur in 2025-2028 de kansen en mogelijkheden benutten. In het in opdracht van de Tweede kamer geschreven rapport In de schijnwerpers. Groeipotentie voor de culturele sector door bijdragen aan maatschappelijke opgaven schrijft adviesbureau Berenschot dat financiering van kunst en cultuur uit andere domeinen legitiem is. ‘Binnen het cultuurbeleid is aandacht nodig voor het verruimen van de mogelijkheden om, als gesubsidieerde culturele instelling, meer en/of andere activiteiten te ontplooien dan degene waarover met de subsidiegevers prestatieafspraken zijn gemaakt. Als zich een opgave of vraagstuk aandient waar een creatieve, waardevolle oplossing voor kan worden ontwikkeld, dan is het bevorderlijk als de instelling of de maker ruimte, tijd en middelen heeft om te werken aan oplossingen. Dat betekent ook ruimte om te experimenteren, te falen, een nieuwe weg in te slaan en alternatieven te verkennen.
Een randvoorwaarde hiervoor is een structurele financiering vanuit overheden waarmee een duurzame en solide culturele basis geborgd is. Vanuit deze infrastructuur kunnen in de kern culturele activiteiten worden gerealiseerd en kan als plus, met bredere financiering uit meer publieke bronnen, worden gewerkt aan oplossingen voor opgaven.’ In Tilburg voelen we ons dan ook gesterkt in de weg die we al zijn ingeslagen: met elkaar verantwoordelijk zijn voor de kunst en cultuur die onze stad smoel geeft.
31
Om deze wens concreet te maken ontwikkelen we in 2025-2028 een werkwijze om kunst en cultuur te betrekken bij in elk geval de gebiedsopgaven waaraan gewerkt wordt. We ontwerpen een manier van werken en een basisset aan cultuurelementen – noem het ‘basisvoorzieningen in de wijk’, of de Wijk-BIS – die gebruikt kan worden vanaf de start van het werken aan gebiedsopgaven.
Ambities Voor de periode 2025-2028 formuleren we vier ambities: 1. Tilburg staat bekend als #stadvoormakers. Er zijn voldoende ateliers, studio’s werkruimtes. Ook zijn er broedplaatsen, regelloze ruimtes, presentatieplekken in elke wijk 2. Makers en culturele instellingen zijn aanjagers van gebiedsontwikkeling. Ze zijn een vaste partner en zitten aan tafel bij het vormgeven van een gebied. Culturele instellingen krijgen een plek in de te ontwikkelen gebieden. 3. Een aantrekkelijke openbare ruimte. Stadslab, buitencollectie en een campagne moeten daaraan bijdragen. 4. Er is ruimte voor kunst en cultuur binnen andere beleidsterreinen. Kunst en cultuur staan op het netvlies van onze collega’s van vastgoed, sociaal domein (brede welvaart), omgevingsvisie en economie.
Hoe realiseren we onze ambities? We zetten in 2025-2028 in op de volgende punten om onze ambities te realiseren. We zorgen voor een groei van 200 naar 250 ateliers. We doen dit in samenwerking met Stichting Ateliers Tilburg, die scherp is op het vergroten van het aantal ateliers voor circus en podiumkunsten en die zorgt voor betere doorstroming in de ateliers. We richten een Atelierfonds op en zetten in op kennisvouchers voor makers. Professionalisering van Stichting Ateliers Tilburg zorgt ervoor dat de stichting samen met de gemeente doorgroeit tot landelijk kennisinstituut voor makers en makersvraagstukken. Maatschappelijke betekenis is een criterium in onze subsidieregelingen. We faciliteren regelloze ruimtes in de wijken en dorpen van Tilburg. We geven uitvoering aan de visie cultuur in de publieke ruimte. een aantrekkelijke publieke ruimte waar mensen zich thuis voelen, ontmoeting en verbinding zorgen dat verschillen er gevierd kunnen worden, waar bewoners zeggenschap ervaren. We voelen ons verantwoordelijk voor de bijdrage van kunst en cultuur aan de aantrekkelijke en leefbare openbare ruimte en ruimtelijke kwaliteit in de breedste zin van het woord en werken op een integrale manier aan gebiedsontwikkelingsopgaven.
32
Wat is de rol van de gemeente in 2025-2028? De gemeente heeft in 2025-2028 verschillende rollen. • Faciliteren/investeren: de gemeente investeert met middelen. • Arrangeren: de gemeente denkt processen uit en draagt zorgt het betrekken van de juiste gemeentelijke afdelingen en/of programma’s. • Regie pakken: de gemeente neemt een leidende rol. • Zorg dragen voor: beleid uit dit cultuurplan vertalen in regelingen en programma’s.
Cultuurstimulering Bij de uitvoering van deze plannen heeft de gemeente verschillende rollen. De gemeente faciliteert en investeert in: • cultuurcoaches • busvervoer naar kernvoorstellingen van Schouwburg en theaters • broedplaatsen en regelloze ruimtes die jongerencultuur mogelijk maken De gemeente is arrangeur van de samenhang tussen de processen op het gebied van cultuurstimulering en verbindt deze met andere (beleids)domeinen, zoals onderwijs, duurzaamheid, vrijetijd, sport, economie, brede welvaart, zorg, welzijn, ouderen en projecten zoals Rijke Schooldag en Cultuureducatie met Kwaliteit. Het creëren van plekken voor cultuur valt hier ook onder. De gemeente pakt de regie op: • de organisatorische slagkracht om toe te werken naar één centrale instelling voor cultuurstimulering en talentontwikkeling met een brede opvatting (uitbreiding disciplines) van de definitie van cultuureducatie • het brede veld van talentontwikkeling • beeldende kunsteducatie in de vrije tijd • versterken van het netwerk Arts for Health De gemeente draagt zorg voor subsidieregelingen voor de professionele kunsten waarin de aandacht voor wijkgericht werken, vraaggericht aanbod en diversiteit & inclusie geïntegreerd is.
Versterken ecosysteem De gemeente faciliteert en investeert in • een set van subsidieregelingen die bijdraagt aan het halen van ambities (zie instrumentarium), die ruimte geeft om het aanbod te vernieuwen en die organisaties en makers in stelling brengt om zich landelijk (en internationaal) te positioneren. • financiële tekorten die ontstaan door het navolgen van Fair Pay De gemeente is arrangeur van het aanbod in de wijken door ruimtes beschikbaar te stellen en culturele organisaties uit te nodigen daar aanbod te realiseren.
33
De gemeente pakt de regie op • collectief publieksonderzoek • het onderzoek naar mogelijkheden om de sector zichtbaarder te maken en handvatten te geven om dat zelf te doen • navolging van de code Diversiteit & Inclusie en kennisdeling op dat thema • de verbinding tussen onderwijs en sector De gemeente draagt zorg voor • de transformatie van het Mommerskwartier • een transparante uitvoering van de subsidieregelingen, waarbij oog is voor rust en ruimte voor de organisaties en instellingen
Ruimte voor cultuur De gemeente faciliteert en investeert in • een atelierfonds • kennisvouchers voor makers op het gebied van huisvesting De gemeente is arrangeur van het aanbod in de wijken door ruimtes beschikbaar te stellen en culturele organisaties uit te nodigen daar aanbod te realiseren. De gemeente pakt de regie op • de groei van 200 naar 250 ateliers • de ontwikkeling van Cupudo tot Stadslab Stimuleert de oprichting van een stichting Stadslab die bijdraagt aan kunst in de openbare ruimte en een campagne • Draagt zorg voor een collectieplan De gemeente draagt zorg voor • een integrale manier van werken aan gebiedsontwikkelingsopgaven • zichtbaarheid en betrokkenheid van kunst en cultuur bij en door andere beleidsterreinen
34
Instrumentarium: subsidieregelingen en overige instrumenten Subsidieregelingen Tilburgse BIS De Tilburgse basisinstellingen zijn een belangrijk onderdeel van het cultureel ecosysteem. Ze zijn de etalage van Tilburg richting de rest van de wereld. Ze produceren en presenteren (inter)nationaal onderscheidend aanbod voor onze inwoners en bezoekers. Ook zijn basisvoorzieningen een belangrijke schakel in de keten van talentontwikkeling. Niet enkel als podium maar ook als coach, coproducent en inspirator. Talentontwikkeling is een circulair proces waarbinnen bekende makers mensen in het publiek inspireren om zelf actief cultuur te gaan beoefenen. Zo hebben basisinstellingen een taak aan de top maar zeker ook aan de basis van een mogelijke carrière als maker. Net zoals in 2021-2024 is er sprake van een groep basisvoorzieningen in Tilburg. Het college benoemt deze basisvoorzieningen aan de hand van vooraf gestelde voorwaarden.
Deze zijn hetzelfde als in 2021-2024: • Basisvoorzieningen vormen een cruciale schakel in de keten van scheppen, produceren, presenteren en publieksafname op het gebied van kunst en cultuur; • De basisvoorzieningen vormen samen het fundament van de gesubsidieerde culturele infrastructuur, zij vormen het gesubsidieerde culturele ‘hoofdwegennet van de stad’; • De artistieke en zakelijke kwaliteit is aangetoond, erkend en herkend; • Podia en musea hebben aantoonbare publieksinkomsten omdat voor theater-, muziek- en dansvoorstellingen, tentoonstellingen, festivals en andere culturele activiteiten die door de basisvoorzieningen worden georganiseerd entree wordt geheven; kunst en cultuur zijn niet gratis; • De organisatie is niet op winst gericht; • De instelling (of zijn voorganger) bestaat tenminste vijf jaar; alleen in uitzonderlijke gevallen zal het college hiervan afwijken. Voor de periode 2025-2028 kiezen we ervoor om de instellingen die in 2021-2024 het predicaat basisvoorziening droegen opnieuw tot basisvoorziening te benoemen. De gemeente vraagt ook basisvoorzieningen een activiteitenplan voorzien van begroting in te dienen. De exacte indientermijn wordt nog bekendgemaakt. In hun beleidsplan reflecteren zij op dit cultuurplan en hoe zij bijdragen aan de doelstellingen van dit cultuurplan.
De basisvoorzieningen reflecteren, net als andere meerjarig ondersteunde organisaties en instellingen, op de subsidiecriteria van de meerjarige subsidieregeling. De basisvoorzieningen verplichten zich ook tot de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code en leggen hierover verantwoording af. Ook tonen ze zich bewust van het werken met de Code Diversiteit en Inclusie door in hun plannen op te nemen hoe ze werken aan de vier P’s (programma, personeel, partners en publiek) uit deze code. Jaarlijks wordt bezien of de gemaakte resultaat- en prestatieafspraken op grond van de actualiteit bijstelling verdienen.
35
Organisaties die worden aangemerkt als basisvoorzieningen kunnen geen beroep doen op andere regelingen voor meerjarige ondersteuning. Tilburgse BIS Podiumkunsten Theaters Tilburg Paradox De NWE Vorst Het Zuidelijk Toneel Poppodium 013 Hall of Fame Cultuureducatie en amateurkunst Factorium & CiST Art-Fact Musea Textielmuseum (Stichting Mommerskwartier) Natuurmuseum De Pont Kennis, informatie, letteren Bibliotheek Midden-Brabant Facilitair Stichting Ateliers
Bedrag* € 5.424.528 € 376.629 € 814.399 € 584.825 € 1.083.577 P.M.** € 2.930.621 + € 470.908 = €3.401.529 € 649.279 € 5.417.308 € 1.208.819 PM*** € 7.471.625 € 488.807
* Prijspeil 2023 ** De Hall of Fame wordt vanwege hun sociale functie bekostigd uit andere budgetten dan het cultuurbudget. We gaan onderzoeken in hoeverre we hier vanuit het cultuurbudget ook een bijdrage aan kunnen leveren. *** De Pont is een particulier museum en wij onderhouden derhalve geen subsidierelatie met De Pont. Gezien de grote meerwaarde voor de stad noemen we ze hier wel als basisvoorziening.
Het is zinvol om ook de basisvoorzieningen door de commissie te laten beoordelen om een integrale blik op het veld te kunnen geven. In de aanloop naar de landelijke vernieuwing van het bestel, is het logisch deze integrale blik mee te nemen in overwegingen rondom het bestel in 2029-2032. De commissie kan niet adviseren een activiteitenplan niet te honoreren, het gaat hier immers niet om een regeling. Wel kan een onafhankelijk en kritisch oordeel (lees ook: een frisse, onafhankelijke blik van buiten) bijdragen aan vernieuwing, het benoemen van blinde vlekken en opmerkingen en suggesties waar de organisatie in 2025-2028 mee aan het werk kan. Om de dynamiek in het ecosysteem te behouden stellen we voor om de commissie in de periode 2025-2028 – op dat moment ingewerkt – een advies te maken over de Tilburgse basisvoorzieningen. Dat loopt gelijk met de landelijke vernieuwing van het cultuurbestel. De vraag die dan voorligt is of de Tilburgse basisvoorzieningen representatief zijn voor het Tilburgse culturele ecosysteem en of daar op een of andere manier aan gesleuteld zou kunnen worden. We willen de commissie ook laten kijken naar de verschillende begrotingssubsidies. Het is een eerlijker en transparanter proces als organisaties die een begrotingssubsidie ontvangen ook moeten verwoorden hoe ze bijdragen aan het Tilburgse culturele ecosysteem.
Meerjarige subsidies (twee en vierjaar) 1. Gemeente & provincie (4 jaar) > Afgestemde BrabantStad-regeling 36
2. Alleen gemeente (2 of 4 jaar) > voorheen Professionele kunsten & Kunstenaarsinitiatieven Voor zowel eerste als de tweede categorie zijn culturele organisaties de beoogde aanvragers. Gemeente & provincie De BrabantStad-regeling is een afgestemde regeling tussen de provincie en de B5-gemeenten, inclusief Tilburg. We zijn voorstander van afstemming omdat we daarmee ook sterker staan in de lobby naar het Rijk en de rijksgelden cultuur van OCW (de BIS) en de rijksfondsen. De gemeente neemt een positief advies binnen de BrabantStad-regeling over en vraagt de adviescommissie om een gemeentelijk advies te formuleren. Het is van belang dat er nog een keer gekeken wordt om een integraal overzicht over het speelveld in Tilburg te creëren. En om de gemeente handvatten te bieden voor monitorings- en voortgangsgesprekken. De organisaties die van provincie en gemeente een bijdrage ontvangen, krijgen deze voor vier jaar. Alleen gemeente Nieuw is dat binnen de meerjarige subsidieregeling voor twee of voor vier jaar kan worden toegekend. Dat betekent dat deze regeling laagdrempeliger is voor nieuwkomers. De adviescommissie kan adviseren een vierjarige aanvraag voor twee jaar toe te kennen wanneer de beoordelingscriteria aanleiding geven aandachtspunten mee te geven waaraan gewerkt kan worden. Ook voegen we verschillende begrotingssubsidies toe aan de regeling.
Op die manier verminderen we het aantal losse subsidiestromen en kunnen we meer sturen op de impact die we met ons beleid willen maken. Dat betekent dat een aantal organisaties in de stad voor financiering een beroep moet doen op de meerjarige subsidieregeling en een aanvraag moet schrijven. Deze organisaties worden hierover tijdig geïnformeerd.
Projectsubsidies 1. Makersregeling 2. Projectenregeling (organisaties & instellingen) Makersregeling De Makersregeling blijft. In een stad die zich #stadvoormakers noemt, moet er ruimte zijn voor makers om zich te ontwikkelen. De makersregeling is dan ook bij uitstek een ontwikkelingsregeling. Makers zijn van cruciaal belang. We hebben ook in de coronacrisis gezien dat makers het snelst in de problemen komen. Deze regeling moet er niet alleen voor zorgen dat er ook daadwerkelijk gemaakt kan worden, maar ook dat makers zich met een bijdrage uit deze regeling kunnen doorontwikkelen. Impuls & projectregeling De projectenregeling voor organisaties en instelling is nieuw. Het is de brug naar meerjarige subsidies voor nieuwkomers. Projecten kunnen ook jaarronde programma’s zijn. Organisaties kunnen aanvragen voor één project of voor meerdere projecten binnen een bepaalde tijd. Een deel van de kunstenaarsinitiatieven zal hierin terechtkomen.
37
Cultuur in de vrije tijd (stimuleringsbijdragen, uitvoeringsloket ArtFact) Amateurgezelschappen kunnen voor een bijdrage van de gemeente terecht bij ArtFact, het uitvoeringsloket voor amateurkunstsubsidies. De gemeente vraagt ArtFact een regeling te maken die aansluit bij dit cultuurplan.
Adviescommissie Een onafhankelijk oordeel over de culturele organisaties uit je stad die een aanvraag doen bij een van de regelingen is het meest transparant. Daarom werken veel overheden met cultuurcommissies, die met name gevraagd, en soms ook ongevraagd advies geven. De grootte van de stad Tilburg leent zich voor een dergelijke onafhankelijke adviescommissie die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt over (de werking van) het culturele ecosysteem en het cultuurbeleid in Tilburg. De gemeenteraad gaat over beleidskaders en budgetten, de adviescommissie kijkt kritisch naar de voorgenomen plannen van de culturele organisaties en makers die een subsidieaanvraag doen. We stellen daarom een adviescommissie in, die ons scherp kan houden en onafhankelijk kan oordelen over aanvragen voor de verschillende subsidieregelingen. Het oordeel van de commissie kan ook in 2025-2028 helpend zijn bij de (waarschijnlijke) vernieuwing van het lokale stelsel. Voor deze commissie zoeken we leden die eerlijk kunnen beoordelen op artistieke kwaliteit, meerwaarde voor de stad, maatschappelijke betekenis, uitvoerbaarheid en publiek. Diversiteit en inclusie komen binnen verschillende van die beoordelingscriteria terug. We komen daar later op terug. De commissie bestaat idealiter uit zeven personen, van wie er een voorzitter is, en een secretaris (mogelijk van de gemeente).
De commissie adviseert het college in eerste instantie over aanvragen binnen de regeling: - Meerjarige Subsidies. De commissie beoordeelt meerjarenaanvragen van de organisaties en instellingen die een aanvraag doen binnen de Meerjarige Subsidies. De commissie kan adviseren een aanvraag voor vier jaar slechts voor twee jaar te honoreren als er bijgestuurd zou kunnen worden, om twee jaar later een nieuwe aanvraag, of oplegger in te dienen. Deze regeling gaat eens per twee jaar open, de eerste keer in het voorjaar van 2024. - Projectsubsidies. Zowel het Makersfonds als de Projectenregeling worden idealiter mede beoordeeld door de commissie. Dat kan in een kleinere samenstelling. Deze regeling gaat twee keer per jaar open. De eerste keer in het najaar van 2024 (voor de verdeling van het budget van 2025).
Monitoring / impact Binnen het sociaal domein is impact gericht subsidiëren (IGS) sinds 2022 de standaard werkwijze geworden. We zien dat kunst en cultuur ook impact genereren, ons beleid is daar mede verantwoordelijk voor. Daarom willen we de werkwijze IGS ook implementeren bij de cultuursubsidies. Deze manier van werken legt ook een goede basis onder de samenwerking binnen de verschillende maatschappelijke opgaves waar we voor staan. Bovendien sluit deze afstemming ook goed aan bij de praktijk dat culturele en niet-culturele partners de samenwerking opzoeken. Veel van de uitgangspunten van het IGS hanteren we al bij de cultuursubsidies. We werken vanuit vertrouwen, partnerschap en met de expertise van onze partners, hanteren daarbij veelal vierjarige subsidieregelingen en passen maatwerk toe daar waar nodig.
38
Tot nu toe maken we de impact van de subsidies veelal inzichtelijk door het opvragen van gerealiseerde bezoekcijfers, het aantal bereikte leerlingen of het aantal mensen dat door de bibliotheek bereikt wordt. Door voor de cultuursubsidies een manier van IGS te introduceren willen we de transitie maken van tellen naar vertellen. Door het inhoudelijke gesprek met het culturele veld en het publiek meer structureel te voeren kunnen we de impact van ons beleid verder vergroten en beter inzichtelijk maken. Daarbij zetten we als eerste in op het vergroten van de impact voor jongeren en ouderen en het vergroten van diversiteit van publiek en aanbod.
Financieel kader Verdeling budgetten Hier geven we een overzicht van de financiële kaders die horen bij onze doelstellingen. Alle genoemde bedragen zijn op basis van prijspeil 2023 en onder voorbehoud van het jaarlijks vaststellen van de programmabegroting. Om de koers die we in 2021-2024 hebben ingezet te bestendigen en recht te doen aan de ambities die we voor de komende cultuurplanperiode hebben is het van noodzakelijk om de incidentele impuls in 2021-2024 van €335.000 per jaar voor de komende periode structureel te maken. Daarmee is de verdeling van het cultuurbudget dan als volgt: Budget basisinstellingen Meerjarige subsidies (2 of 4 jaar) Projectregeling Makersfonds Versterken Mediabeleid Overige cultuurbudgetten
€27.171.327 €1.150.000 €150.000 €200.000 €400.000 €1.986.687
De basisinstellingen zijn het fundament van ons cultureel ecosysteem. Ze zorgen voor het tonen van aanbod. Spelen een belangrijke rol bij talentontwikkeling, zijn het visitekaartje van de stad en zorgen voor de infrastructuur die noodzakelijk is in het kader van cultuurstimulering. We kiezen er daarom voor om de financiering van de basisinstellingen te continueren. De meerjarige subsidies komen met name ten goede aan de productie van kunst en cultuur. Het past dan ook bij de beweging naar #stadvoormakers om dit budget te verruimen. Dit doen we mede naar aanleiding van het onderzoek naar Fair Pay. De aanbeveling uit dat onderzoek nemen we over. Omdat we gemerkt hebben dat de stap van makersfonds naar meerjarige financiering erg groot is introduceren we een projectregeling. Deze wordt jaarlijks opengesteld en is zowel toegankelijk voor zowel makers als mogelijkmakers. Daaronder verstaan we initiatieven die een podium bieden voor anderen of tot doel hebben de sociale impact van kunst en cultuur te vergroten.
39
Met het overige cultuurbudget bekostigen we de basis voor de doelstellingen kunst en cultuur met sociale impact en ruimte voor cultuur. Daarmee doen we het noodzakelijke zoals het vervoer van leerlingen naar het theater, het faciliteren van regelloze ruimtes en een deel van de bekostiging van de cultuurcoaches.
Financiële ontwikkelingen Net als iedereen ziet de cultuursector zich ook geconfronteerd met stijgende kosten. Ervan uitgaande dat de kosten op de korte termijn niet zullen dalen, en misschien nog wel verder stijgen. Kan dit betekenen dat de ambities uit dit Cultuurplan omwille van financiële redenen in de knel komen. Daarnaast zijn er een aantal ingezette ontwikkelingen zoals de doorontwikkeling van het Mommerskwartier, verbouwing van De Nieuwe Vorst en de realisatie van een nieuw cultureel centrum in de Reeshof die mogelijk invloed hebben op de omvang van de middelen die nodig zijn om onze ambities op het gebied van cultuur te realiseren. We weten echter ook dat we de komende jaren geconfronteerd worden met onzekerheid rondom de dekking van de gemeentelijke begroting. Daarom verruimen we de budgetten (afgezien van het structureel maken van de eerdergenoemde incidentele middelen en de ondersteuning van Hall of Fame) niet verder. In plaats daarvan doen we zo nodig jaarlijks voorstellen bij de behandeling van de perspectiefnota. Dat stelt ons in staat in te spelen op de actualiteit van het moment en creëert ruimte om samen met onze culturele en maatschappelijke partners tot goede plannen van aanpak te komen.
40