21-335-DIR-Perspectiefnota 2022-2025-def
Tekst van het document
Dit vraagt een opgavegerichte inzet en maatwerk op de schaal van buurten en wijken. Participatie van inwoners is daarbij cruciaal. Daarnaast sluiten we gelegenheidscoalities om onze lobby kracht bij te zetten en steun te verwerven (in Europa, bij het Rijk en de provincie) voor onze ambities en de uitvoering daarvan. 2. Een schaalsprong naar het stadsregionale ‘daily urban system’ als het gaat om keuzes rond wonen, werken, infrastructuur, klimaat en energie en delen van het sociaal domein. Deze functies overstijgen bestaande gemeentegrenzen. Met Rijk en provincie werken we steeds meer verplicht samen als één overheid 14
Perspectiefnota 2022-2025
om op het regionale niveau tot goed beleid en krachtige uitvoering te komen. De regionale netwerksamenwerking beperkt zich niet meer tot het Hart van Brabant. Samen met Breda en de Baroniegemeenten sluiten we met Rijk, provincie en waterschappen een omvangrijk verstedelijkingsakkoord voor de komende 20 jaar. 2.4. Herstel vertrouwen Er is maatschappelijke onrust, het vertrouwen jegens de overheid is sleets. Werken aan het herstel van vertrouwen tussen gemeente en burger is een belangrijke opdracht. De gemeente als 1e overheid dicht bij de burger wil zichtbaar en benaderbaar zijn voor haar inwoners. In onze dienstverlening streven we naar meer maatwerk en beter passende oplossingen voor onze inwoners, ondernemers en organisaties. We willen maatwerk kunnen leveren voor mensen met complexe problematiek, in de uitvoering willen we burgers bij kunnen staan met persoonlijke dienstverlening. Een sterke klantgedreven dienstverlening dus. Wij gaan uit van vertrouwen. De bedoeling van de regel(s) staat centraal, niet de gelijkvormige toepassing ervan. Digitalisering zien we als een investering in onze dienstverlening en in een vitale, economische en maatschappelijke infrastructuur in onze stad. Goede informatieverstrekking en transparantie in welke mate onze beleidskeuzes leiden tot de gewenste impact in de stad vormen belangrijke basiswaarden voor de gemeente in haar besluitvorming.
Vernieuwing in onze werkwijze is dus vereist. We experimenteren in kleine stapjes, bij succes schalen we op. Gezonde financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en gemeenten zijn essentieel. De balans is op dit moment verstoord. Als de balans in financiële en bestuurlijke zin hersteld is, kunnen we als één overheid maatschappelijke opgaven op het gebied van gezondheid, zorg, klimaat en energie, economie, wonen en digitalisering aanpakken. Met oog voor de uitvoering (kwaliteit en kracht) en uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving vanuit het Rijk. 2.4.3 Bestuurlijke vernieuwing Tilburg wil geen platte uitvoeringsorganisatie zijn van het Rijk. We moeten dus continu werken aan goede bestuurlijke verhoudingen met het Rijk en provincie met voldoende beleids- en regelruimte om maatwerk te kunnen leveren. Daarom ondersteunen we het pleidooi van de VNG voor een Wet decentraal bestuur voor het beter verankeren van nieuwe interbestuurlijke verhoudingen en zijn hierover in gesprek met Rijk, VNG, G40-steden en adviesorganen (zoals Raad van State, Raad Openbaar Bestuur). Wetgeving dient vernieuwd te worden om richting te kunnen geven aan de nieuwe dynamiek in bestuurlijk en maatschappelijk Nederland. Werken als één overheid vergt veel vertrouwen en écht gelijkwaardig partnerschap.
Ook willen we de status van een Thorbecke-experiment verkrijgen om de multihelix samenwerking met Breda (en de beide regio’s Hart van Brabant en De Baronie) vorm te geven. We werken samen vanuit inhoud, ambitie en kansen, niet omdat ‘het moet’ vanuit bestaande regionale structuren. We zoeken de ruimte om in maatwerk rond concrete opgaven de meeste geëigende samenwerkingspartners en het best passende schaalniveau te vinden. In onze regio zoeken we naar mogelijkheden voor een betere democratische legitimatie voor de samenwerking in Hart van Brabant. We zijn er voor de inwoner, gaan uit van vertrouwen en leveren maatwerk. Dit vergt veel van onze organisatie. Ook de samenwerking met ondernemers en onderwijsinstellingen of andere organisaties zien wij vaak als randvoorwaarde voor een krachtige uitvoering. Daarom zijn onze omgevingsmanagers, accountmanagers en vele andere medewerkers actief in gesprek met bewoners, bedrijven en instellingen in onze stad. Alleen dan weten we wat er speelt en kunnen zij vanaf het eerste moment echt betrokken zijn bij (onze of hun) initiatieven. Daar ligt de basis voor steun, draagvlak, investeringen of andere bijdragen. Digitale participatie en omgevingsdialoog zijn door de coronacrisis in een stroomversnelling gekomen en creëren nieuwe vormen van medezeggenschap en bieden de mogelijkheid om andere doelgroepen te bereiken.
Digitale participatie is zeker geen vervanging van een goed gesprek in de stad, maar digitale vormen van interactie beschouwen we als waardevolle aanvulling op onze instrumentenkoffer om met inwoners, ondernemers en organisaties continu in gesprek te zijn en ideeën, initiatieven of knellende zaken die de mensen bezighoudt op te halen. We zien ook dat er nieuwe netwerken en samenwerkingsafspraken ontstaan. In het digitale tijdperk is een nieuwe cultuur in digitaal samenwerken ook belangrijk en de coronacrisis heeft het belang ervan extra benadrukt. Digitale besluitvorming in de gemeenteraad is een grote omslag geweest en functioneert, maar moet doorontwikkeld worden. In de toekomst zal een hybride (fysieke + digitale) vorm van informatie, debat en beraadslaging naar verwachting blijvend onderdeel uitmaken van het besluitvormingsproces in de gemeenteraad. 2.4.4 Regionalisering en governance vraagstukken De rol van de regio neemt toe. Opgaven houden zich niet aan bestuurlijke grenzen en we worden steeds vaker verplicht om op regionaal niveau samen te werken, denk aan de jeugdzorg, de Regionale Energie- en Klimaat15
Perspectiefnota 2022-2025
adaptatiestrategie of op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. Echter, de randvoorwaarden voor deze toenemende regionalisering zijn niet altijd goed geborgd. Het gaat dan om (het ontbreken van) voldoende middelen, de juiste bevoegdheden en andere benodigde instrumenten voor een goede uitvoeringspraktijk. Ook de democratische legitimatie (in besluitvorming) vraagt aandacht. We werken toe naar een robuuste governance voor onze regio Hart van Brabant. Als basis dient het onderzoek van Tilburg University. De focus ligt hierbij op een nieuwe kernagenda, een betere informatie en besluitpositie van de raden en verbetering van samenwerken en uitvoering. Dat is ook het moment dat er volgende stappen gezet kunnen worden ten aanzien van de wens tot toetreding van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau tot de Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant voor het programma Mens & Samenleving. Vooruitlopend hierop sluit Tilburg een dienstverleningsovereenkomst met beide gemeenten voor WMO-Begeleiding en WMO-Beschermd wonen (naast de dienstverleningsovereenkomst voor de jeugdhulp die al loopt). 2.4.5 Netwerksamenwerking Breda Door de schaalsprong die we maken op het gebied van duurzame verstedelijking krijgt de samenwerking met Breda een verdere impuls. In 2022 wordt het Verstedelijkingsakkoord voor de Stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT) met het Rijk en de provincie gesloten.
Samen met Breda willen we ook een economisch bod neerleggen richting het Rijk (Nationaal Groeifonds) op basis van een (inter)Regionale Investeringsagenda en omgevingsvisie. Samenwerking met onze kennisinstellingen is cruciaal om te investeren in jongeren en talent. De samenwerking in SRBT-verband levert ook nieuwe dynamiek op in de verhoudingen in BrabantStad en met de provincie Noord-Brabant en het Rijk. De ‘tweestedenregio’ Tilburg-Breda krijgt meer massa en positie om als serieuze partner op (inter-)nationaal niveau een rol van betekenis te spelen. Dit vraagt ook een sterke triple helix samenwerking. De herijking van de governance van Midpoint Brabant loopt mee in dit perspectief. Ook grensoverschrijdend zoeken we naar mogelijkheden voor intensivering van de samenwerking, onder andere met Vlaanderen. Kansen liggen er op het gebied van natuur, leisure, ondermijning, mobiliteit en logistiek. En ook onze strategische kennispartner Tilburg University heeft haar blik gericht op Leuven om te onderzoeken of een kennisalliantie mogelijk is. 2.4.6 Wijkgericht werken en PACT-aanpak Ons werk begint en eindigt in de buurten en wijken. Samen met inwoners hebben we voor elke wijk een dynamische wijkagenda opgesteld. Het is een instrument om continu in gesprek te zijn met inwoners en over en weer afspraken te maken wat we van elkaar kunnen verwachten. Participatie en medezeggenschap dus.
Uitvoering van de agenda’s maakt het verschil voor een wijk én haar inwoners. Met veel buurten en wijken en de mensen die er wonen gaat het goed. We zien echter dat een aantal wijken extra aandacht nodig heeft. Door de coronapandemie staat de leefbaarheid in deze kwetsbare wijken extra onder druk. Veel mensen hebben geen buffers om de gevolgen van deze crisis op te vangen. Problemen stapelen zich verder op. Daar waar veerkracht en verantwoordelijkheid naar elkaar toe vaak gewoon is en ieder naar vermogen een steentje bijdraagt, is dat niet voor iedereen weggelegd. We willen de groeiende sociale tweedeling en kansenongelijkheid tegengaan. Versterken van bestaanszekerheid in onzekere tijden is hard nodig. Voor Tilburg Noord, West en Groenewoud zijn we in een coalitie met lokale partijen (woningcorporaties, scholen, politie, OM, gezondheidsinstellingen) aan de slag met de PACT-aanpak. We willen een kentering teweegbrengen in de negatieve spiraal van opeenstapeling van problematiek (zoals schulden, werkloosheid, armoede, slechte gezondheid en criminaliteit) bij kwetsbare bewoners. Samenhang in fysieke en sociale investeringen waarbij gezondheid, leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid centraal staan, is ons vertrekpunt. De PACT-aanpak moet uiteindelijk gaan samenvloeien met de wijkaanpak en inwonersparticipatie.
De geleerde lessen komen terecht in onze reguliere manier van werken in de wijken. Zo zouden bijvoorbeeld de methoden rondom de ‘doorbraakinitiatieven’ gebruikt kunnen worden in gebiedsontwikkelingen. Ondanks de moeilijke tijden houden we vast aan de eerder afgesproken en politiek gedragen ambities om met de PACT-aanpak langjarig te investeren in Noord, West en Groenewoud. Samen met 14 andere steden en ondersteund door een brede coalitie van maatschappelijke partners voeren we een stevige lobby richting het Rijk waarbij we pleiten voor een integrale, langjarige wijkaanpak, een extra investeringsimpuls (additionele en ontkokerde middelen) en meer uitzonderingswetgeving (vernieuwen Wet maatregelen grootstedelijke problematiek) en ruimte voor onorthodoxe maatregelen. Want vaak liggen op de grensvlakken tussen bijvoorbeeld school, werk en hulpverlening, of tussen veiligheid en de fysieke leefomgeving kansen tot verbetering. Een Nationaal Herstel- en Perspectiefprogramma ‘Leefbaarheid en Veiligheid’ is 16
Perspectiefnota 2022-2025
hard nodig om leefbare en veilige wijken te laten ontstaan en talent van de jeugd te ontplooien. We zijn aan de slag met integrale ‘stedelijke vernieuwing’ om de leefbaarheid in deze kwetsbare gebieden te vergroten en de sociale en economische veerkracht van de inwoners te versterken. 2.4.7 Lobby We zijn actief op alle schaalniveaus (Europa, Rijk, provincie) om steun te verwerven voor de uitvoering van onze ambities en om voldoende beleids- en experimenteerruimte te organiseren. Binnen de nieuwe Europese kaders (Europese Meerjarenbegroting 2021-2027 en Next Generation EU (economisch herstelplan voor de coronacrisis)) proberen we kansen te verzilveren voor onze stad en regio. In het kader van Next Generation EU zetten we bijv. activiteiten uit PACT Noord (EU-project ForwArt) in om op Europese schaal aandacht te geven aan onze integrale wijkaanpak. Richting het Rijk nemen we het initiatief om via onze koepelorganisaties zoals VNG en G40 de herijking van het Gemeentefonds en sociaal domein gunstig te beïnvloeden. Het behouden van relevante posities en actieve inzet horen daarbij. Via diverse gelegenheidscoalities (bijvoorbeeld via de Manifeststeden, Nederlandse AI-coalitie, met Breda voor de verstedelijkingsambities en met vele partners in Van Gogh National Park) zijn we actief om steun te krijgen voor sectorale ambities.
Met de provincie en de B5 steden trekken we samen op om een duurzaam perspectief ná corona te schetsen in de vorm van scenario’s. Op korte termijn zetten we in op herstel en groei van de lokale en regionale economie en aandacht voor sociaal-economische vraagstukken (tweedeling, kansengelijkheid, eenzaamheid, welzijn en gezondheid). Voor de middellange termijn zetten we in op een gezamenlijke strategische kennisagenda en een nieuwe stedelijke agenda BrabantStad; belangrijke bouwstenen voor de volgende bestuursperiode na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022. 2.4. Datagedreven werken Bij het schrijven van ons bestuursakkoord spraken we de ambitie uit om datagedreven te gaan werken en daarmee onze keuzes en besluiten te baseren op data uit en gesprekken met de stad. We doen dit om onze ambities - zoals wijkgericht werken, excellente dienstverlening en de energietransitie – met data en informatie te kunnen realiseren én om onze inwoners in een veilige digitale omgeving van dienst te kunnen zijn. Begin 2022 ronden we de organisatorische doorontwikkeling af en is de digitale infrastructuur ingericht, waarmee het fundament voor de datagedreven organisatie staat.
Als onderdeel van datagedreven werken en de uitvoering van motie 44, implementeren we de monitor Gezond & Gelukkig in Tilburg, een dashboard waarin de doelen en indicatoren uit de kadernota’s per veld uit de begroting een plaats krijgen en waarin realisatiecijfers digitaal beschikbaar zijn op basis van de meest recente metingen. Zo maken we inzichtelijk in welke mate onze beleidskeuzes leiden tot de gewenste impact in de stad. Tegelijkertijd blijven wij werken aan het borgen van informatieveiligheid en privacy. Dat is logisch gezien de veranderende maatschappij waarbij de afhankelijkheid van digitalisering cruciaal is geworden. Het algemene beeld is dat de informatieveiligheid voldoende geborgd is. Tegelijkertijd zijn er ontwikkel- en verbeterpunten waar wij aan werken. Dat is logisch aangezien werken aan informatieveiligheid en privacy een continu proces is. 2.4.9 Na corona weer terug naar kantoor Het uitbreken van de coronacrisis heeft een grote impact gehad op onze (interne) organisatie. We hebben onze bedrijfsvoering aangepast aan de snelle ontwikkelingen. Nu het grootste deel van de crisis achter de rug lijkt bereiden we ons voor op de terugkeer naar de situatie waarin onze medewerkers voor 50% in de kantoren werkzaam zijn en 50% elders, thuis of in de stad.
We kijken uit naar het moment dat de stad en onze kantoren weer gonzen van bedrijvigheid! 2.4.10 Publieke dienstverlening In de Kadernota Publieke Dienstverlening hebben we samen met de raad vastgelegd in welke richting de gemeentelijke organisatie zich zal ontwikkelen op het gebied van dienstverlening. Door middel van onder meer de inzet van klantreizen, het integraal klantbeeld, het structureel meten van de kwaliteit van onze dienstverlening en procesoptimalisatie ontwikkelen we een sterke klantgedreven dienstverlening waar de hele organisatie aan bijdraagt.
17
Perspectiefnota 2022-2025
3
Financiële paragraaf
3.1
Inleiding
In de perspectiefnota 2022 worden inhoudelijke en financiële keuzes op hoofdlijnen gemaakt die richtinggevend zijn voor de programmabegroting 2022 en de meerjarenraming tot en met 2025. De perspectiefnota 2022 wordt gemaakt in een periode met veel onzekerheden. De coronapandemie is nog niet ten einde en de consequenties daarvan op gezondheid, economie en het individuele en maatschappelijke leven overzien we nog niet. Daarnaast is de kabinetsformatie na de verkiezingen nog maar net opgestart. Er liggen vele dossiers op de onderhandelingstafel van VNG en Rijk die voor gemeenten erg belangrijk zijn en waar knopen over doorgehakt moeten worden. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat de bekostiging vanuit het Rijk in het sociaal domein achter blijft op de feitelijke uitgaven. Bij het opstellen van de perspectiefnota kunnen we ten dele al inschattingen maken en voor een ander deel nog niet. Daarom hebben we met een onzeker financieel kader te maken dat richting de begroting wel steeds duidelijker en concreter zal worden. Op basis van de huidige inzichten (beste inschatting) houden wij rekening met een structurele opgave in het meerjarig financieel beeld van € 14,3 mln. Daarnaast constateren wij dat het vrije deel in de algemene reserve en de bestemmingsreserves beperkt is.
In paragraaf 2 wordt nader toegelicht hoe het financieel beeld zich ontwikkelt ten opzichte van het meerjarig beeld bij de programmabegroting 2021.
3.2
Financieel beeld
3.2.1
Algemeen financieel beeld op basis van bestaand beleid 2022
2023
2024
2025
0
0
0
0
Externe ontwikkelingen (per saldo)
1,8 N
1,7 V
1,7 V
1,7 V
Effecten Jaarrekening 2020 buiten SD
0,5 V
0,4 V
0,7 V
0,7 V
Ingeschat structureel effect SD*
17,0 N
16,1 N
16,2 N
16,2 N
Ontwikkelingen in SD (per saldo)
1,4 V
4,2 V
4,9 V
4,0 V
- Uitkering gemeentefonds
7,5 V
7,2 V
7,2 V
8,1 V
- Nominale bijstellingen
9,4 N
9,5 N
9,4 N
9,2 N
- Stelpost herijkingen
1,5 N
1,5 N
1,5 N
1,5 N
Financieel beeld 16-4-2021
20,3 N
13,6 N
12,6 N
12,4 N
Taakstelling PB 2020 + 2021
0,9 N
1,4 N
1,9 N
1,9 N
Financieel beeld Perspectiefnota 2022
21,2 N
15,0 N
14,5 N
14,3 N
Programmabegroting 2021
Autonome ontwikkelingen:
Openstaande taakstellingen:
* Structureel effect Sociaal Domein: volumegroei 2021/2022 gebaseerd op historische groei 2020, vanaf 2023 constante prijzen en volumes
18
Perspectiefnota 2022-2025
Naar het huidige inzicht en beste inschatting bedraagt de opgave in laatste jaarschijf (2025) € 14,3 miljoen euro, rekening houdend met € 9,8 miljoen bijdrage vanuit het Rijk (lobby) en € 4,0 miljoen (per saldo) besparing op basis van de eerste inzichten van de ontwikkelingen in het sociaal domein). De meicirculaire is in deze perspectiefnota nog niet verwerkt. De raad wordt na publicatie per brief geïnformeerd. Het financieel beeld wijkt negatief af van het meerjarig sluitende beeld van de programmabegroting 2021. Hierna worden de verschillende posten kort toegelicht. 3.2.2 Externe ontwikkelingen In de begroting 2021 is in het meerjarenbeeld een claim op het Rijk opgenomen van € 8,1 mln. Deze claim laten wij nu vervallen. In de plaats daarvoor nemen wij in de perspectiefnota een raming op voor een aantal dossiers die bij het Rijk op tafel liggen. Het betreft een prudente inschatting op basis van nu beschikbare informatie. We volgen hierbij het advies van het netwerk controllers 100.000+. Het gaat om een aantal dossiers waarvan de besluitvorming is doorgeschoven naar het nieuwe Kabinet en waarvoor een intensieve lobby vanuit de VNG en de regio loopt. Daarnaast betreft het een aantal dossiers waarvan het Rijk van de gemeenten bepaalde activiteiten verwacht (b.v.
Omgevingswet, klimaat) maar waarvan nog niet duidelijk is in welke mate gemeenten worden gecompenseerd en waarvan de VNG zich op het standpunt stelt dat geen nieuwe taken worden opgepakt zonder voldoende compensatie. Op het moment dat nieuwe informatie of besluitvorming op deze dossiers beschikbaar komt, wordt de raming bijgesteld. In bijlage 1 worden de verschillende factoren kort toegelicht. In het financieel beeld van de perspectiefnota houden wij met de informatie van nu rekening met een extra bijdrage vanuit het Rijk van € 9,8 mln., waarvan € 3,5 mln. als effect van de herverdeling gemeentefonds en € 6,3 mln. voor extra compensatie kosten Jeugdzorg. Vlak voor het verschijnen van deze perspectiefnota is de uitkomst van de arbitrage op jeugd bekend geworden. We wachten de kabinetsreactie af om te bepalen of dat nu al kan leiden tot een aanpassing in het beeld. Deze aannames gelden voor de wettelijk niet verplichte kadernota/voorjaarsnota 2022. Een begroting is echter wel verplicht en valt onder het financieel toezicht van de provincie. Daarvoor is van belang dat het begrotingsjaar 2022 structureel en reëel in evenwicht is tenzij aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Het is daarom van belang hoe de provincie Noord-Brabant als toezichthouder tegen deze aannames aankijkt.
Over deze aannames en onzekerheden vinden gesprekken plaats tussen VNG en IPO. Tegelijkertijd heeft de provincie wel al haar circulaire voor de begroting 2022 verstuurd waarin vooralsnog een formele lijn wordt gehanteerd. We gaan er van uit dat in de komende maanden op basis van actuele informatie en de gesprekken met het IPO zal leiden tot overeenstemming met de toezichthouder omtrent deze ramingen. 3.2.3 Structurele effecten jaarrekening 2020 Het structurele effect buiten de koepel sociaal domein is licht positief (2025: € 0,7 mln.) en bestaat naast een aantal kleinere posten, vooral uit een hogere uitkering uit het Gemeentefonds. Het structureel effect in het sociaal domein wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten dan geraamd en die in onvoldoende mate gecompenseerd worden vanuit het Rijk. Het structurele tekort in de jaarschijf 2025 bedraagt € 16,2 mln. en bestaat uit WMO Hulp bij Huishouden (-€ 1,8 mln.), WMO Woon- Vervoer en Rolstoelvoorzieningen (-€ 2,4 mln. Woningaanpassingen, Vervoersvoorzieningen en Rolstoelen), WMO Begeleiding (-€ 6,3 mln.), WMO Beschermd Wonen (-€ 6,6 mln.), Jeugd (-€ 3,3 mln.), eigen bijdragen (+€ 1,3 mln.), bestaanszekerheid (+€ 0,5 mln.), Buig (+€ 1,5 mln.) en hefbomen (+€ 0,9 mln.). Het Rijk gaat in het gemeentefonds uit van een jaarlijkse groei van 1,6%. Dit is lager dan de feitelijke groei in de grote geldstromen van WMO en jeugd.
Die ligt volgens een doorrekening van het Centraal Planbureau voor de middellange termijn (CPB MLT) op 3,5%. De feitelijke groei in Tilburg ligt (generiek over de verschillende posten heen) op 7,8%. In de doorrekening is de groei 2021 en 2022 gebaseerd op 7,8%. Vanaf 2023 wordt in onze ramingssystematiek weer gerekend met constante prijzen en volumes (1,6%). Het financieel beeld bevat voor wat betreft het sociaal domein daarom een financieel risico. In het geval de stijging vanaf 2023 de indexering te boven blijft gaan én de compensatie vanuit het Rijk onvoldoende is, zullen ook de jaarschijven vanaf 2023 negatiever zijn dan nu opgenomen in het financieel beeld.
19
Perspectiefnota 2022-2025
3.2.4 Ontwikkelingen in het sociaal domein De transformatie in het sociaal domein wordt vooral vormgegeven door de hefbomen, de wijziging van de inkoopstrategie en het normaliseren/normeren. Op basis van de eerste grofmazige berekeningen van het besparingspotentieel is de verwachting dat de inkoopstrategie minimaal € 6,3 miljoen kan opleveren. Na aftrek van de resterende taakstelling op het sociaal domein, loopt de verwachte besparing op tot structureel € 4 mln. 3.2.5 Autonome ontwikkelingen en herijkingen De uitkering uit het gemeentefonds neemt toe als gevolg van indexering door het Rijk maar is niet voldoende om de nominale bijstelling (loon en prijsontwikkeling) van onze kosten te compenseren. In de laatste jaarschijf bedraagt het verschil negatief € 1,1 mln. Volgens onze financiële systematiek wordt er bij de perspectiefnota jaarlijks een post voor herijkingen ingeboekt. Hieruit worden de autonome ontwikkelingen die onontkoombaar zijn gedekt. Rekening houdend met de ervaringen uit het verleden én een zo goed mogelijke inschatting van wat er gaat komen, houden wij hiervoor rekening met een bedrag van € 1,5 mln. 3.2.6 Taakstelling uit Programmabegroting 2020 en 2021 Met de programmabegroting 2020 en 2021 heeft de raad een aantal taakstellingen vastgesteld om tot een reëel en structureel sluitende begroting te komen.
De opgenomen taakstelling gerelateerd aan beleidstaken loopt op tot € 1,9 mln. in 2025 en zou gevonden moeten worden in het maken van beleidskeuzes tot het verminderen dan wel stopzetten van taken/activiteiten. Hiervoor zijn nog geen specifieke maatregelen uitgewerkt. Door deze taakstelling op te nemen in het financiële tekort loopt de invulling van deze taakstelling mee in de integrale afweging op basis van de informatie set bij de programmabegroting 2022. Zonder een onderbouwing met concrete maatregelen zal de provincie deze taakstelling niet accepteren. De programmabegroting 2021 bevat verder een structurele taakstelling van € 3,4 mln. op de ambtelijke organisatiekosten Deze taakstelling wordt jaarlijks met concrete maatregelen gerealiseerd en is daarom in het financieel beeld niet opnieuw zichtbaar gemaakt. 3.2.7 Verwachting resultaat begrotingsjaar 2021 Naar het zich laat aanzien sluit het begrotingsjaar 2021 op een negatief saldo van € 18,5 mln. Aannamen daarbij zijn dat de financiële impact van de hefbomen volgens het robuuste scenario worden gerealiseerd en dat de openstaande taakstelling programmabegroting 2021 van 0,7 mln. wordt gerealiseerd. Wij zullen ook al in 2021 beheersmaatregelen nemen om het tekort zoveel als mogelijk te beperken. Na de jaarrekening 2020 bedraagt de resterende transformatiebuffer sociaal domein € 3 mln.
De buffer zal naar verwachting niet toereikend zijn om het tekort in 2021 helemaal af te dekken. Dat betekent dat het waarschijnlijk is dat voor het resterende tekort een beroep moet worden gedaan op de Algemene Reserve. In dat geval willen wij bij de Tussenrapportage voorstellen de koepel over het sociaal domein er op dat moment al af te halen. 3.2.8 Eigen vermogen en vrije ruimte in bestemmingsreserves Tilburg kent op zich een goede vermogenspositie. Het totale eigen vermogen bedraagt (na de jaarrekening 2020) per 1 januari 2021 € 829 mln. Met een weerstandscapaciteit van € 169,9 miljoen en € 55,5 aan gekwantificeerde risico’s achten wij het weerstandsvermogen ruim voldoende in relatie tot de aanwezige risico’s (jaarrekening 2020: ratio: 3,1). De stand van de doorrekening van het huidige ambitieniveau in combinatie met het geprognosticeerde moment van realisatie laat een flinke daling zien van de solvabiliteitsratio van 67% in 2020 aflopend naar 45% in 2024. In lijn hiermee stijgt ook de netto schuldquote oplopend van 21% in 2020 naar 80% in 2024. Hierbij leert de ervaring dat de prognoses in de tijd gedeeltelijk naar latere jaren verschuiven. Door de stapeling van genomen en nog uit te voeren besluiten in het verleden laten de bestemmingsreserves een beperkte vrije ruimte voor nieuwe investeringen zien.
Rekening houdend met voorgenomen besluiten voor Woningbouw Impuls Stappegoor (€ 4,7 mln.), Stadsforum (€ 3,7 mln.) en Koningswei (€ 4 mln.) zit er vooral nog ruimte in de reserve herstructurering (€ 3,1 mln.), Reserve Bovenwijkse voorzieningen (€ 1,2 mln.), Algemene Reserve grondexploitatie (€ 1,4 mln.), Klimaatfonds (€ 14 mln.), Cofinancieringsfonds (€ 2,2 mln.) en de Investeringsreserve Sociaal Domein (€ 1,1 mln.).
20
Perspectiefnota 2022-2025
Na de resultaatbestemming 2020 bedraagt de Algemene Reserve (€ 48,4 mln.). Dit is € 1,6 mln. boven de bovenbandbreedte van € 46,8 mln. De onderkant van de bandbreedte bedraagt € 36,4 mln. Op basis van het financieel beeld en de nog maar beperkte omvang van de transformatiebuffer verwachten wij dat de Algemene Reserve gedeeltelijk nodig zal zijn om eventuele resterende tekorten in het sociaal domein op te vangen. Daarom hebben wij bij de jaarrekening 2020 in afwijking van het financieel beleid voorgesteld het hele jaarrekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve en niet het gedeelte boven de bovenkant van de bandbreedte toe te voegen aan de Reserve Incidentele Opgaven.
3.3
Overige financiële aspecten
3.3.1 Integraal beeld netto lasten Tilburg (Cebeon) Eerder hebben wij het onderzoek naar de netto lasten van Tilburg zoals uitgevoerd door Cebeon met u gedeeld en heeft Cebeon het onderzoek toegelicht in de raadssessie van afgelopen 26 april. In het onderstaande kader wordt volledigheidshalve de hoofdlijnen van de bevindingen nog een keer kort weergegeven. Integraal beeld netto lasten Tilburg (2019) Cebeon In de feitelijke netto lasten komen de in het verleden gemaakte keuzes van gemeenten tot uiting. Door deze netto lasten van gemeenten te spiegelen aan de uitkomst van de ijkpunten ontstaat inzicht in de financiële effecten van deze gemaakte keuzes. Cebeon heeft op basis van het jaar 2019 en een doorkijk naar de jaren daarna een vergelijking gemaakt. De vergelijking van de netto lasten van Tilburg met externe referenties leidt tot de volgende beelden: • op de taakgebieden die vallen onder het programma inclusieve stad (werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning en jeugd) is sprake van een relatief hoog netto lastenniveau. Dit lijkt deels samen te hangen met relatief hoge uitvoeringslasten (inclusief externe partijen). De komende jaren nemen de totale netto lasten op deze taakgebieden naar verwachting fors toe.
Daardoor is ook de komende jaren – ondanks de voorgenomen besparingen (hefboom/transformatie) – sprake van een relatief hoog netto lastenniveau op deze taakgebieden; • op de taakgebieden die vallen onder het programma vitale stad (kunst en ontspanning, oudheid en orde en veiligheid) is sprake van een uiteenlopend beeld. Het netto lastenniveau van Tilburg is iets hoger dan de middelen die hiervoor via het gemeentefonds beschikbaar komen. Maar bij kunst en ontspanning is het netto lastenniveau van Tilburg wel duidelijk lager dan in de referentiegemeenten; • op de taakgebieden die vallen onder het programma duurzame stad (met name groen, reiniging en riolering, ruimte en milieu) is sprake van een relatief laag netto lastenniveau; • als gevolg van relatief lage OZB-tarieven zijn de OZB-inkomsten van Tilburg substantieel lager dan in de referentiegemeenten; • voor de gemeente Tilburg in totaal zijn de uitvoeringskosten (inclusief bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen) vergelijkbaar met de referentiegemeenten; • het netto lastenniveau van het algemene deel van de overhead (PIOFACH) is in Tilburg relatief hoog; • zowel in 2019 als in de komende jaren onttrekt Tilburg relatief veel middelen aan reserves om de exploitatie sluitend te krijgen. 3.3.2 Effecten van Corona De korte termijneffecten van Corona worden tot op dit moment door het Rijk voldoende gecompenseerd.
Het is nog lastig zicht te krijgen op de economische en maatschappelijke effecten van corona en wat de financiële impact daarvan op de programmabegroting 2022-2025 zal zijn. Op verzoek van de raad worden scenario’s voorbereid. Op basis van deze scenario’s brengen wij de structurele gevolgen van Corona in beeld en komen tot handelingsperspectieven. De vraag is hoe de compensatie door het Rijk voor de middellange en lange termijneffecten eruit gaat zien. Indien nodig betrekken wij de vraag om financiële compensatie via de VNG in de lobby richting het Rijk. Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis (onderzoek in opdracht van de VNG) zijn op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. De eventuele werkelijke financiële gevolgen verwerken
21
Perspectiefnota 2022-2025
wij bij de tussentijdse rapportages en op jaarrekeningbasis. De financiële effecten als gevolg van Corona beschouwen we op dit moment nog als incidenteel waarbij we ervan uitgaan dat het Rijk ons voor deze financiële gevolgen zal compenseren. Daar waar de compensatie niet volledig is, zullen we conform het bestaande raadsbesluit de kosten zoveel als mogelijk opvangen binnen de bestaande budgetten en als dat niet voldoende is de algemene reserve aanspreken voor het verschil. Als de algemene reserve onder de onderbandbreedte zakt, wordt deze aangevuld vanuit de Bestemmingsreserve verkoop Essent. Als er uit de op te stellen herstelscenario’s handelingsperspectieven naar voren komen die in de begroting en meerjarenraming leiden tot incidentele en/of structurele baten en lasten en waarvoor geen compensatie van het Rijk voor is te verwachten, worden deze in de integrale afweging bij de programmabegroting 2022-2025 betrokken. Daarnaast zullen wij waar nodig in de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting een inschatting maken van de financiële risico’s als gevolg van Corona. 3.3.3 Uitgangspunten begroting en parameters grondexploitatie Het opstellen van de begroting gebeurt op basis van uitgangspunten zoals vastgelegd in ons financieel beleid.
De uitgangspunten voor het opstellen van de programmabegroting 2022 zijn: • De koepel over het Sociaal Domein wordt opgeheven; • De interne omslagrente is per 1 januari 2018 verlaagd naar 0% a.g.v. BBV; • Uit pragmatische overwegingen ronden we het omslagpercentage af op een veelvoud van 0,5% en corrigeren we afwijkingen in de rentetoerekening pas wanneer bij de jaarrekening de toe te rekenen rente meer dan € 2 miljoen afwijkt van de raming in de programmabegroting; • De prijsgevoelige budgetten worden geïndexeerd met de BBP-index op basis van de meest recente CEP publicatie van het Centraal Plan Bureau (CPB). Er vindt nacalculatie plaats over de voorafgaande twee begrotingsjaren; • Voor de loongevoelige budgetten hanteren we de ontwikkelingen inzake de CAO en sociale lasten. Ook hier vindt nacalculatie plaats over de twee voorafgaande begrotingsjaren; • Voor de bijstelling van de subsidiebudgetten hanteren we een gewogen gemiddelde van de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) en prijs overheidsconsumptie beloning werknemers op basis van de meest recente CEP publicatie. Over de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt nacalculatie plaats; • De opbrengst OZB wordt geïndexeerd met de BBP-index voor het begrotingsjaar; • De kosten van kwijtschelding worden sinds 2015 verrekend in de woonlasten; • Bij de zgn.
gebonden tarieven (afvalstoffenheffing, rioolheffing en bouwleges) gaan we uit van 100% kostendekkendheid; • Met betrekking tot de hondenbelasting zijn in het verleden extra verhogingen doorgevoerd, waardoor de kostendekking boven de 100% uitkomt; • De overige tarieven van leges en belastingen worden verhoogd met de BBP-index (incl. nacalculatie over de twee voorafgaande begrotingsjaren); • Meerjarige accressen gemeentefonds ramen we, na aftrek van nominale- en volumeontwikkelingen, voor 50%; • De systematiek van de meerjarige accressen gemeentefonds (50%) hanteren we vanaf begrotingsjaar 2021 ook voor de verwachte uitkering BTW-compensatiefonds; • Budgetten i.r.t. integratie- en decentralisatie-uitkeringen en specifieke uitkeringen volgen de indexering van deze uitkeringen één op één; • Budgetten Jeugdhulp volgen de indexering (volume en prijs) die door HvB gehanteerd wordt; • Budgetten Wmo 2015 (nieuwe taken) worden geïndexeerd op basis van volume- en prijsontwikkeling van CPB-MLT.
22
Perspectiefnota 2022-2025
Parameters grondexploitatie De prognose van de resultaten van de grondexploitatie wordt beïnvloed door planspecifieke en algemene uitgangspunten. Onderstaand zijn de gehanteerde uitgangspunten (parameters) op een rij gezet. Tevens wordt verwezen naar de gehanteerde bronnen. Parameters Rentepercentage BIE
Kosten verwerving, bouw- en woonrijp maken (indexering) Opbrengststijging (indexering): -Tot en met 2021 -Na 2021 -Na 10 jaar
23
Begroting 2021 0,166%
2,0%
2,0% 1,5% 0,0%
Begroting Bron 2022 PM Op basis van voorschriften BBV.
2,0% Op basis van Prijsontwikkeling GWW afgelopen 10 jaar en gemiddelde CPI vanaf 1985. Ontwikkeling netto besteedbaar huishoudinkomen 2,0% en voorzichtigheidprincipe BBV na 10 jaar. 1,5% 0,0%
Perspectiefnota 2022-2025
24
Perspectiefnota 2022-2025