CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20231120 Tilburg PWR 2024-2027

Raadsvergadering 20 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Water en Riolering 2024-202730.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

87

hergebruik van afvalwater. We beschouwen afvalwater niet meer als afval maar als bron van energie en reststoffen (zoals organische stof, energie en fosfaat). De RWZI, waar de verschillende waterstromen bij elkaar komen, is al ingericht voor deelstroombehandeling en warmte-koppeling. RWZI Tilburg, waar al het afvalwater naartoe gaat, is hiermee een energiefabriek. De investeringen hebben echter een aanzienlijke terugverdientijd en zijn afhankelijk van een continue aanvoer van afvalwater. In het kader van wederzijds belang streven we daarom naar een optimaal aanbod van afvalwater. Om te voorkomen dat decentrale en centrale behandeling van afvalwater elkaar negatief beïnvloeden stemmen we dit vroegtijdig af met de waterschappen. Initiatieven met betrekking tot het terugwinnen van energie stemmen we ook af met de regionale energie- en klimaatstrategie. Gezien de omvang van de waterstromen kan terugwinning van energie en eventueel ook grondstoffen op wijkniveau kosteneffectief zijn. Gebieden waar potentie is voor riothermie hebben we inmiddels inzichtelijk gemaakt in de vorm van een kansenkaart. We staan ook open voor pilots met alternatieve sanitatie. Als een bewoner, bedrijf of instelling een kans ziet, of het initiatief neemt om riothermie/alternatieve sanitatie toe te passen, gaan we het gesprek aan en onderzoeken we samen de mogelijkheden.

We stellen ons hierbij faciliterend op. We staan ook open voor initiatieven vanuit de gemeentelijke afdeling Energie. Deze afdeling is actief betrokken en werkt nauw samen met grote bedrijven in het zoeken naar alternatieve energiebronnen. Besluiten om vervroegd riolering te vervangen en hiermee kapitaalvernietiging te bewerkstelligen nemen we bewust in overweging als hier een toekomstbestendig en duurzaam stedelijk watersysteem tegenover staat. Passend binnen de reikwijdte van de zorgplicht riolering. Het lokaal verwerken van grote afvalwaterlozingen of grootschalig onttrekken van warmte leidt tot een andere samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater. Dit kan de doelmatige werking van de RWZI verstoren en heeft effect op de inkomsten. Om deze reden stemmen we dit vroegtijdig af met onze waterbeheerders die overigens minimaal tot 2023 een anti-afhaakregelling hanteren. Een anti-afhaakregeling is een instrument dat in het leven is geroepen om het afhaken van industriële lozers uit financiële overwegingen te voorkomen. Dit om tariefstijging voor gebonden lozers ten gevolge van afhaken van industriële lozers tegen te gaan. Deze stijgen namelijk omdat na afhaken de kosten over minder vervuilingseenheden worden omgeslagen. Lozen van afvalwater We hebben als gemeente met beide waterschappen een Afvalwaterakkoord.

Hierin zijn afspraken gemaakt over overnamepunten, de afnamehoeveelheden en optimalisaties. Dit afvalwaterakkoord gaan we de komende planperiode actualiseren en vaststellen. De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel zijn echter onvermijdbaar. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hanteren hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet analyseren we om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen. Met de toepassing van leidingen met voldoende stroomsnelheid en het aanbrengen van stroomprofielen verbeteren we het vuiltransport zodat er minder slib in het riool achterblijft dat tijdens hevige of langdurige neerslag kan overstorten.

jan Opheffen van lozingen In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op regenwaterriolen of regenwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met de waterschappen bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. Mits doelmatig gaan we door met het onderzoeken van knelpuntlocaties, het bedenken van oplossingen en zonodig opheffen van foutaansluitingen. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken aan een oplossing. Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc. Waterschap de Dommel heeft als beleidsvoornemen om komende jaren de RWZI aan te passen om effectief medicijnresten uit afvalwater te verwijderen. Als gemeente willen we de milieubelasting met medicijnresten en andere hormoonstoffen terugdringen via een meer brongerichte aanpak. Hiervoor zetten we komende planperiode een pilot op samen met een ziekenhuis. Zo creëren we een krachtige gecombineerde bron- en lozingsaanpak. Risicobeheersing Onder normale omstandigheden zamelen we afvalwater in en verwerken dit waarbij de kans op contact tussen mens en afvalwater gering is. Onder extreme omstandigheden of bij incidenten/calamiteiten is er een groter risico op contact als gevolg van uittredend afvalwater. Denk hierbij aan rioolwater dat bij hevige regenval vanuit de riolering op straat stroomt, een leidingbreuk, een brand of een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De spreiding van een mogelijk incident of calamiteit in ruimte en tijd is dermate groot dat het voeren van preventief beleid niet (kosten)effectief is. Wel willen we zo efficiënt mogelijk kunnen handelen op het moment dat er zich iets voordoet.

Onze eigen buitendienst en/of de calamiteitendienst is met materialen toegerust om beperkte maatregelen te kunnen treffen zoals het afstoppen van kleine leidingen of het dichtzetten van kolken. Verder zijn afspraken gemaakt binnen de veiligheidsregio om elkaar bij te kunnen staan in geval van nood. Om adequaat beslissingen te kunnen nemen gaan we de komende planperiode kaartmateriaal opstellen met daarop essentiële details zoals interactiepunten en vultijden en beschikbaar stellen aan o.a. hulpdiensten. Op basis van het kaartmateriaal kan snel worden ingeschat hoeveel afvalwater waar kan worden geborgen in het systeem en waar het heen stroomt. Binnen de afdeling Veiligheid en Wijken hebben we, aan de hand van een extreme neerslagsituatie, een draaiboek wateroverlast opgesteld. Aan de hand van dit draaiboek kunnen we als gemeente en waterschappen adequater inspelen op dreigende situaties, eventueel opschalen, bewoners ondersteunen en nazorg verlenen. Als gemeente proberen we via verkennende metingen of waarnemingen drugsafval bij de bron te traceren. Drugsafval kan immers tot aantasting van het rioolstelsel leiden of het milieu vervuilen bij directe uitstroming in oppervlaktewater. Dit is praktisch gezien lastig. We handelen reactief indien er vanuit de leefomgeving een melding wordt gemaakt van een lozing.

Daarnaast houden we vanuit ARBO-technisch oogpunt rekening met het eventueel voorkomen hiervan in het systeem, bijvoorbeeld door onze medewerkers gebruik te laten maken van detectie-apparatuur en andere beschermingsmiddelen. Relatie met de Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet komt o.a. de activiteitengebonden verplichting tot het hebben van een vetafscheider te vervallen. Het is volgens het Kabinet effectiever om gemeenten in het Omgevingsplan te laten bepalen wie wel een vetafscheider moet hebben. Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Tilburg en de waterschappen maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader.

Strategie regenwater ZORGPLICHT HEMELWATER / ZORGPLICHT REGENWATER* De gemeentelijke zorg voor het beheer van hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend regenwater van openbaar terrein en afvloeiend regenwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het

89

hemelwater. De gemeente hoeft het regenwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde regenwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. *Regenwater is neerslag (hemelwater) dat tot afstroming is gekomen. In dit PWR hebben we ervoor gekozen om overal de term regenwater te gebruiken, daar waar in juridisch opzicht soms hemelwater is bedoeld.

Vasthouden van regenwater We streven waar mogelijk naar het vasthouden van regenwater op groene daken, in bovengrondse voorzieningen en/of in de bodem (hydrologisch positief ontwikkelen) en ontharden (minder verhard oppervlak aanleggen). Hiermee reduceren we de belasting op het rioleringssysteem, vullen we de zoetwatervoorraad aan en dragen we bij aan een klimaatbestendige en prettige leefomgeving (zie ook zorgplicht grondwater). Via integraal beheer stemmen we af dat de functie van bovengrondse regenwatervoorzieningen gewaarborgd blijft.

Figuur 39: vasthouden van regenwater in een wadi (Basiliusstraat)

Benutten van regenwater Hergebruik van regenwater stimuleren we. Het regenwater kan worden benut om onder andere de auto te wassen, de tuin te besproeien of om de belevingswaarde van water te vergroten. Wij raden echter af regenwater op particulier terrein te benutten als alternatief tappunt voor water. Dit vanwege de volksgezondheidsrisico’s en relatief hoge onderhoudskosten. We onderzoeken welke technische mogelijkheden er zijn om in gebouwen een circulair watersysteem aan te leggen waarmee bijvoorbeeld wasmachines of toiletten worden doorgespoeld. Afvoeren van regenwater Bij het lozen van regenwater in de bodem of op oppervlaktewater houden we ons aan de Algemene Rijksregels en onze gidsprincipes. Uitgangspunt is dat de lozing van regenwater niet mag leiden tot een ontoelaatbare verontreiniging van bodem of oppervlaktewater en de drinkwatervoorziening niet in gevaar mag brengen. In geval van een beschermingsgebied houden we ons aan de gemaakte afspraken in het betreffende gebiedsdossier. Uit het oogpunt van beheer en een robuuste werking gaat onze sterke voorkeur uit naar bovengrondse zichtbare afstroming met zo min mogelijk ondergrondse leidingen.

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

Figuur 40: bovengrondse afvoer van regenwater zal steeds vaker gaan voorkomen

Als gemeente staan we niet alleen voor deze opgave: op particulier terrein zijn ook maatregelen nodig. Bewustwording door voorlichting en het opstarten van risicodialogen is daarvoor nodig. Deze dialogen kunnen op verschillende niveaus worden opgestart: ▪ ▪ ▪

met professionele partijen over de algemene aanpak en het programmeren van maatregelen; in buurten, wijken en bij bedrijventerreinen met de direct betrokkenen. Dit is zeker wenselijk voor locaties waar herontwikkeling gaat spelen; voor specifieke gebieden waar wateroverlast een ernstig probleem is of waar sprake is van extra kwetsbaarheden, zoals de bereikbaarheid van een ziekenhuis. Daarbij kunnen ook inrichtingsmaatregelen op perceelniveau worden besproken (gebruik van kelders, aanleg van drempels et cetera). Beschikbare informatie vanuit risicoscans worden gebruikt om de noodzaak aan te geven.

We gaan onderzoeken hoe we de betrokkenheid van particulieren kunnen vergroten. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een stimuleringsregeling voor het afkoppelen van regenwater, differentiatie van de rioolheffing of een compensatiefonds.

91

Figuur 41: water bergen en bevorderen van de biodiversiteit (Bernardusplein)

Strategie grondwater ZORGPLICHT GRONDWATER Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast Onder grondwateroverlast verstaan we problemen als gevolg van te veel grondwater, bijvoorbeeld water in kruipruimten. Als het grondwater te laag staat, kan dit negatieve gevolgen hebben. Dit heet grondwateronderlast. De houten palen waarop is gebouwd, kunnen dan gaan rotten. Dat beschadigt de fundering van huizen en andere gebouwen. Vanwege de bodemopbouw en waterhuishouding komen in onze gemeente geen structurele grondwateroverlastproblemen voor. Op sommige plaatsen is wel sprake van (ondiepe) schijngrondwaterspiegels, dit bodem- of hangwater beschouwen we niet als grondwater. Bij langdurige droogte is wel sprake van grondwateronderlast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met de waterschappen een watertoetsprocedure.

Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken. Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van singels en drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouw gebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit tabel E.2 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen. Drainage van bodem- of hangwater mag uitsluitend boven de GHG. Tabel 16: minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw

Functie

Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (m. tov gemiddeld hoogste grondwaterstand) 0,9 0,7 0,5 1,0 0,9

Bebouwing met kruipruimte* Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren* Tuinen/groenvoorzieningen Hoofdwegen** Secundaire wegen en woonstraten** * t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg

Faciliteren bij grondwateroverlast Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. Als gemeente zijn we het aanspeekpunt in situaties met grondwateroverlast en hebben een faciliterende rol bij het oplossen van een probleem. We analyseren meldingen en onderzoeken eventuele knelpunten zodat we samen met de perceeleigenaar actief naar een oplossing kunnen zoeken (maatwerk). Bewoners en bedrijven kunnen deze informatie via het gemeentelijk waterloket opvragen. STRUCTUREEL, NADELIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel en nadelig vullen we als volgt in: •

Structureel ▪ ▪

•

Nadelig ▪ ▪ ▪

regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident) en een grondwaterstand die de ontwateringsdiepte gedurende minimaal vier weken per jaar overschrijdt. Dit is hiermee geen incidentele gebeurtenis veroorzaakt door extreme neerslag.

significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; of chronische gezondheidsklachten; of schade aan gebouwen of infrastructuur.

Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op regenwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag. Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden

93

geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. In de praktijk is dit niet altijd mogelijk. In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen. Hierover vindt afstemming plaats met de waterschappen, de Omgevingsdienst en/of Rijkswaterstaat. Risicobeheersing In het kader van de zorgplicht grondwater hebben we in het verleden een grondwatermeetnet ingericht. Voor grote delen van het bebouwde gebied zijn langdurige rekenreeksen beschikbaar. Dit geeft voor deze delen van de stad een goed beeld van de ontwikkeling van de grondwaterstanden. In 2015 zijn afspraken gemaakt over het ontzorgen van het beheer van het meetnet door een samenwerking van Brabant Water en de waterschappen. Met dit grondwatermeetnet houden we een vinger aan de pols zodat we eventuele ongewenste situaties tijdig kunnen signaleren. In gescheiden gerioleerde gebieden komt vervuild afstromend regenwater direct en ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Om deze reden geldt een in dergelijke gebieden een verbod op activiteiten die belastend zijn voor het milieu, zoals bijvoorbeeld autowassen. Dit nemen we op in onze communicatie.

Overige zorgplichten in de waterketen Strategie drinkwater ZORGPLICHT DRINKWATER Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. Drinkwaterbescherming Voor de Tilburgse drinkwaterwinning is, net als voor alle andere winningen in Nederland, een gebiedsdossier opgesteld (zie bijlage F). Dit gebiedsdossier is in 2019 geactualiseerd. In dit gebiedsdossier zijn de opgaven opgenomen die nodig zijn om de drinkwaterwinning veilig te stellen. Deze restopgaven en de benodigde maatregelen worden in een uitvoeringsprogramma vastgelegd. Dit uitvoeringsprogramma wordt volgens de planning eind 2019 vastgesteld. De financiering van de maatregelen in het kader van de bescherming van de waterwinning gebeurt niet vanuit de rioolheffing. Relatie met de Omgevingswet Binnen onze gemeente ligt het grondwaterbeschermingsgebied Gilzerbaan. Lozingen op oppervlaktewater en/of in de bodem kunnen een bedreiging vormen voor de grondwaterkwaliteit. In het gebiedsdossier drinkwaterwinningen zijn de risico’s voor dit gebied in kaart gebracht om het grondwater (en hiermee het drinkwater) te beschermen. Hieruit volgt een uitvoeringsprogramma.

De beschermingszones voor grondwater zijn ten opzichte van de voorgaande planperiode verruimd. Het gevolg hiervan is dat er een groter gebied is waar lozingen op oppervlaktewater en/of in de bodem als risicovol worden aangemerkt voor de grondwaterkwaliteit.

Strategie oppervlaktewater De waterschappen en gemeenten hebben een zorgplicht voor het oppervlaktewater. Zij leggen hun waterbeleid Relatie met de Omgevingswet Het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit en waterveiligheid. De gemeente kan ervoor kiezen om aanvullende of strengere omgevingswaarden vast te leggen, bijvoorbeeld voor de te behalen waterkwaliteit. Eventuele omgevingswaarden krijgen hun beslag in het Gemeentelijk Omgevingsplan. Uitgangspunt is dat de gemeente (of waterschap) verantwoordelijk is voor het opstellen van een programma bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde, ook als die waarde door rijk of de provincie is vastgesteld.

vast in regionale waterbeheerplannen.

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

De watergangen die niet in de legger zijn opgenomen (anders dan A- en B-watergangen) en die in openbaar gebied zijn gelegen (en daarmee dus niet in handen van particulieren zijn) vallen onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Als gevolg van historische ontwikkelingen is niet altijd even duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Deze planperiode willen we benutten om het beheer van de waterwegen en watervoorzieningen meer inzichtelijk te maken.

Figuur 42: Fonteinen dragen bij aan de beleving en bevorderen de waterkwaliteit (IJpelaervijver)

Doelmatig beheer Onderhoud en vervanging Om het stedelijke watersysteem goed te laten functioneren voeren we periodiek onderhoud uit op basis van risicoscans en kwaliteitsonderzoek. Voorbeelden hiervan zijn het reinigen van riolen, kolken, gemalen en het uitvoeren van reparaties. Traditioneel worden deze onderhoudsactiviteiten volgens een vaste frequentie uitgevoerd. In de voorgaande planperiode hebben we ervaring opgedaan met risicogestuurd beheer. Door uit te gaan van een risicogestuurde/gedifferentieerde benadering kunnen we kosten besparen, de hinder beperken en/of knelpuntlocaties intensiever onderhouden. Rioolobjecten die de ingrijpmaatstaf hebben overschreden repareren we binnen 1 jaar en we vervangen/renoveren rioolobjecten welke kwalitatief gezien aan het einde van hun levensduur zijn binnen 5 jaar. Op basis van inspectieresultaten, klachten en verbeteropgaven stellen we een investeringsprogramma op voor het vervangen en renoveren van de bestaande riolering. Vervanging van de riolering combineren we zoveel als mogelijk met weg- en/of vernieuwings-werkzaamheden. Per project maken we een afweging tussen vervangen en renoveren. Factoren die daarbij een rol spelen zijn onder andere de planning van andere werkzaamheden in de openbare ruimte, het al dan niet moeten vervangen van huisaansluitingen en de verwachte levensduur van 95

een wijk. De behoefte groeit aan kritische prestatie indicatoren voor de toestand objecten, functioneren systeem en omgevingskwaliteit. De komende planperiode gaan we via een bottom-up (riolering) en top-down (omgeving) benadering bepalen of er een praktische hanteerbare match is We stellen ons leidend op als de restlevensduur van de riolering op basis van de toestand 0-10 jaar bedraagt. We stellen een goed onderbouwde programmering voor rioolverbetering op voor een periode van vijf jaar, waarbij we sturen op werk met werk maken. Ook op locaties waar de kans op wateroverlast onacceptabel hoog is stellen we ons leidend op. We laten ons bij de keuze van deze locaties ook leiden door kansen voor ruimtelijke adaptatie.

Figuur 43: een ondergrondse boring biedt uitkomst bij drukte in de bovengrond

Voor riolering met een restlevensduur van 10-20 jaar waar vanuit kwaliteit geen opgave is stellen we ons volgend op. Waar doelmatig koppelen we mee met andere projecten in de openbare ruimte. Voor riolering met een restlevensduur van meer dan 20 jaar zien we vanuit kwaliteit geen opgave. Bij een ingreep in de openbare ruimte gaan we niet mee (bij ondergrondse voorzieningen). Dit zou tot een te groot kapitaalverlies leiden. Onderstaand beslissingskader (afbeelding E.8) is het sectorale vertrekpunt voor een integrale gemeentebrede afweging.

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

Figuur 44: we sturen op meekoppelen binnen de beschikbare financiële ruimte

Gegevensbeheer Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. We houden/brengen de basisgegevens op orde Betrouwbare en voldoende actuele gegevens zijn de basis voor een goed en (kosten)efficiënt rioleringsbeheer. Naast het op orde houden van de bestaande gegevens richten we onze energie nu ook met name op de gegevens met betrekking tot het oppervlaktewater en bovengrondse regenwaterverwerkende voorzieningen (wadi’s, goten, bergingslocaties) met vaak een dubbelfunctie. We voeren de benodigde werkzaamheden uit om alle data op orde te krijgen en gebruiken daar diverse software pakketten voor. Om deze softwarepakketten operationeel te houden hebben we onderhoudscontracten afgesloten. We houden het gevalideerde rekenmodel van de afvalwaterketen in Tilburg actueel en completeren dit met de rekenmodellen van Berkel-Enschot en Udenhout.

We meten en monitoren voor meer inzicht in het functioneren Om de zorgplicht goed uit te kunnen oefenen willen we zicht hebben op het hydraulisch functioneren en het aantal overstortingsgebeurtenissen per jaar vanuit het rioleringssysteem op oppervlakte water. Hiervoor hebben we niveaumeters in overstortputten en in gemengde of gescheiden riolering geplaatst. De waterschappen voeren niveaumetingen uit om opstuwing als gevolg van o.a. verstoppingen te meten. Het totaal aan meetgegevens is bruikbaar om eventuele stelselverbeteringen vast te stellen de door te voeren. Het in de vorige planperiode opgerichte gemeentebrede meetnet houden we de komende planperiode in stand. Het beheer van het meetnet (binnen het werkgebied van waterschap de Dommel) besteden we uit aan waterschap De Dommel op kosten van onze gemeente. Daarnaast willen we een meer gedetailleerd inzicht krijgen in de werking van een aantal specifieke locaties. Hiervoor nemen we nieuwe niveaumeters op in het meetprogramma. We maken de dynamische gegevens geschikt voor analysedoeleinden Bij de oprichting en inrichting van de informatiesystemen lag de focus tot nu toe op het beheren van data. Er zijn veel gegevens verzameld tijdens de normale bedrijfsvoering maar ook bij meer extreme omstandigheden.

Deze laatste categorie wordt als zeer waardevol beschouwd, aangezien we hieruit kunnen leren hoe we zo effectief mogelijk kunnen inspelen op meer extreme omstandigheden. De komende planperiode richten we ons, met het oog op de Omgevingswet, op het ontsluiten van de data via 1 loket en het geschikt maken van data voor

97

analysedoeleinden. We zien dit proces als een evolutie (geen revolutie) waarbij we de mens centraal stellen en de digitale middelen ondersteunend zijn.

We streven naar uniformering en kwaliteitslabels In het proces van meten en monitoren werken we nauw samen met onze waterpartners. Zodra het proces van meten en monitoren op orde is richten we ons op de toepassing van RTC om een zo gelijk mogelijk aanbod van afvalwater op de RWZI te kunnen aanbieden. Omdat elke toepassing een andere mate van betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van data vereist gaan we over tot het ontwikkelen van kwaliteitslabels en koppelen aan eigenaarschap. De komende twee jaar maken we werk van GWSW (Gemeenschappelijk Woordenboek Stedelijk Water). Een dergelijke standaardisatie maakt het beter mogelijk om gegevens uit te wisselen. Hiertoe converteren we de bestaande data en slaan deze conform GWSW format op. We voorzien dat hiervoor extra capaciteit benodigd is. We streven naar veilige en betrouwbare open data Vanwege de combinatie- en uitwisselingsmogelijkheden en daaruit te herleiden nieuwe inzichten zijn we voorstander van open data. We beseffen ons echter dat onbetrouwbare data kan leiden tot bijvoorbeeld foute beslissingen of verkeerde investeringen. Ook kan door bepaalde openbare data de veiligheid in het geding komen. Om deze reden hanteren we het principe ‘ja, tenzij veilig en betrouwbaar’. Om de betrouwbaarheid van de data te verhogen gaan we onze data voorzien van kwaliteitslabels.

Verder werken we met een disclaimer om de waarde en het doel van de data te benadrukken. De veiligheid van open data beoordelen we situatie- en projectgewijs. Aandachtspunt is de nieuwe wettelijke privacyregeling. Deze wet vereist dat data niet is gelinkt aan persoonlijke kenmerken/gedrag. Om deze reden schalen we te publiceren data op naar het gewenste abstractieniveau. Innovatie De wereld om ons heen verandert, zeker op het vlak van digitalisering. Bovendien neemt de druk op het bestaande systeem toe als gevolg van verstedelijking en klimaatverandering en wordt de behoefte aan duurzame alternatieven steeds groter. Om bij te blijven zullen we moeten blijven innoveren. In onze exploitatie hebben we rekening gehouden met budget voor innovatie en/of pilots.

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

J Uitvoeringsprogramma Planvorming en onderzoek Activiteit 1 Omschrijving

Middelen

DIVERSE STUDIES EN ONDERZOEKEN We monitoren de afvalwaterketen, signaleren eventuele knelpunten en bepalen verbetermaatregelen met een gevalideerd rekenmodel dat we up to date houden en completeren van Berkel-Enschot , Udenhout en Biezenmortel. Opstellen wijkrisicokaarten/ urgente gebieden, milieuonderzoeken MJP, afkoppelverordening, assetmanagement, 2024 € 200.000*

2025

2026

€ 200.000*

€ 200.000*

2027 € 200.000*

*Op basis van uitbesteding onder regie. De waterschappen dragen financieel bij aan de studie, afhankelijk van de doelstelling en het belang voor het waterschap.

Activiteit 2 Omschrijving

Middelen

STUDIE BLAUWE ADERS, WATERPARKEN EN MAATREGELEN WATEROVERLAST We werken de voorlopige technische ontwerpen van de blauwe aders en waterparken verder uit en passen deze ruimtelijk en landschappelijk in. We herijken de stedelijke wateropgave op basis van nieuwe inzichten met betrekking tot het optreden van extreme neerslag (nieuwe KNMI composietbuien 2023) en de interactie met regionaal oppervlaktewater en stemmen af met de meerjarenprogrammering (MJP). Tevens ondersteunen we de risicodialoog en monitoren kwetsbare locaties. 2024 € 250.000*

Activiteit 3 Omschrijving

Middelen Onderzoeken uitbreiding meetnet

en

2025

2026

€ 250.000*

€ 200.000*

2027 € 200.000 *

DIVERSE ONDERZOEKEN KLIMAATADAPTATIE We onderzoeken welke kansen er liggen om effectieve klimaatmaatregelen te nemen om de heviger buien en periodes van droogte te kunnen doorstaan. We berekenen aan de hand van nieuwe klimaatmodellen de risico’s op hinder en schade en bepalen de urgentie van gebieden wijkgericht. We breiden het meetnet uit waar nodig. 2024

2025

2026

2027

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

*Op basis van uitbesteding onder regie. De waterschappen dragen financieel bij aan de studie, afhankelijk van de doelstelling en het belang voor het waterschap.

Activiteit 4 Omschrijving

Middelen

WATERTOETS EN RUIMTELIJKE PLANNEN Via de watertoets integreren we waterbelangen in de waterketen en borgen de doelstelling om hydrologisch neutraal / positief te ontwikkelen in stedelijke ontwikkelingen. De activiteiten bestaan uit het vertalen en inpassen van het waterbeleid in planologische ontwikkelingen in de verschillende fasen van de stedelijke ontwikkeling (planvorming, bestemmingsplan, ontwerp van het watersysteem en de omgevingsvergunning) 2024 € 50.000*

2025

2026

€ 50.000*

€ 50.000*

2027 € 50.000*

*Op basis van uitbesteding onder regie. Uitgangspunt is dat de watertoetsen voor een beperkt deel van de ruimtelijke plannen in eigen beheer gerealiseerd wordt. Het benodigde budget voor deze activiteiten wordt gedekt door de leges die betaald worden in het kader van bouwplannen. De doorrekening van deze kosten vindt intern plaats.

99

Activiteit 5 Omschrijving

STUDIE VERDROGINGSAANPAK We onderzoeken voor de gemeentelijke sportparken welke kansen er liggen om duurzamer met water om te gaan, wat de effecten zijn van peilopzet in gebieden met oppervlaktewater (Blaak, T58).

Middelen

2024

Duurzame sportparken

2025

2026

2027

€ 50.000

Peilopzet oppervlaktewater

€ 25.000

Verdrogingsaanpak divers

€ 75.000

€ 50.000

€ 100.000

€ 150.000

Cyclisch onderhoud Activiteit 6 Omschrijving

CYCLISCH ONDERHOUD STEDELIJK WATERSYSTEEM (riool) Om het areaal op orde te houden voeren we cyclisch beheer en onderhoud uit. We maken onderscheid in service onderhoud en regulier onderhoud. Service onderhoud betreft het Incidenteel onderhoud, reparaties en herstel op basis van meldingen. Veelal bedoeld om direct gebreken en gevaarlijke situaties op te heffen (reactieve onderhoudswerkzaamheden). Het doel van service onderhoud is het terugbrengen van de objecten naar een aanvaardbare conditie. Regulier onderhoud betreft onderhouds- en herstelwerkzaamheden op basis van inspecties en beeldkwaliteit (preventief i.p.v. reactief). Hieronder valt o.a. rioolreparatie en het incidenteel vervangen van objecten. Deze werkzaamheden hebben veelal een planmatig karakter. Het doel van regulier onderhoud is het in een aanvaardbare conditie houden van het betreffende object. Daarnaast zijn er diverse vaste kosten zoals energie kosten voor de elektrische installaties. Service- en regulier onderhoud is veelal onder gebracht in diverse beheercontracten. Financiële dekking vindt plaats vanuit de rioolexploitatie.

Middelen Vrijverval riolering infiltratievoorzieningen, IBA’s sleufherstel.) Service onderhoud (meldingen)

(incl. en

2024

2025

2026

€ 883.904

€ 883.904

€ 883.904

€ 883.904

2027

€ 1.274.167

€ 1.274.167

€ 1.274.167

€ 1.274.167

Kolken en lijngoten

€ 457.582

€ 457.582

€ 457.582

€ 457.582

Gemalen

€ 305.076

€ 305.076

€ 305.076

€ 305.076

Drukrioleringsysteem

€ 274.172

€ 274.172

€ 274.172

€ 274.172

Persleidingen

€ 151.872

€ 151.872

€ 151.872

€ 151.872

Vaste kosten

€ 548.497

€ 548.497

€ 548.497

€ 548.497

Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13477005/2