20231120 Tilburg PWR 2024-2027
Tekst van het document
Om een beeld te krijgen van de toestand van de vijvers en het achterstallig onderhoud hebben we de afgelopen planperiode, in nauwe afstemming met het beheer, onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek was gericht op het in beeld brengen van de onderhoudsbehoefte, de kwaliteit van het water, de hoeveelheid baggerslib en de toestand van de oevers. Ook is de gebruiks- en belevingswaarde van het huidige vijvers beoordeeld. Op basis van het verkregen inzicht voeren we ook de komende planperiode nog het noodzakelijke onderhoud uit. De benodigde maatregelen hiervoor zijn opgenomen in het MJP. Het betreft maatregelen zoals baggeren, beschoeiing verwijderen of vervangen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Dit zijn maatregelen die
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
zowel de beleving, de gebruikswaarde en de waterkwaliteit verhogen. Hiermee kunnen we een significante bijdrage leveren aan gemeenschappelijke doelen als biodiversiteit en klimaat. Als gemeente hebben we in het verleden in verschillende projecten aandacht besteed aan het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen. Op basis van deze ervaring is de wens ontstaan om op een strategische manier om te gaan met foutaansluitingen. Hiertoe is in 2017 een beslisboom opgezet (rapport beheerstrategie foutaansluitingen, PartnersforUrbanWater). Het idee achter de beslisboom is om alleen actie te ondernemen als dit echt nodig is, er sterke aanwijzingen voor foutaansluitingen zijn of wanneer het uit voorzorgsprincipe zeer onwenselijk is.
31
Figuur 20: afgekoppelde regenpijpen aan het Bernardusplein
In dit hoofdstuk kijken we vooruit, beschrijven we wat we willen bereiken en laten we zien hoe we daar vanuit een goede basis en met gepaste ambities en (gezamenlijke) strategieën naartoe werken. Een goede basis verkrijgen we met het continueren van de uitvoering van planmatige taken.
Tilburg is in 2050 klimaatbestendig, de uitstoot van CO2 en fijnstof is teruggedrongen, de luchtkwaliteit is verbeterd en de waterkwaliteit voldoet in 2027 aan de KRW richtlijnen. De intrede van de circulaire economie heeft ervoor gezorgd dat er geen restafval meer is in de stad. Slimme inzet van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Pleinen, parken of plantsoenen worden ingezet voor (tijdelijke) wateropvang en dragen bij aan het verminderen van hittestress. Verharding wordt daar waar mogelijk, zoals bij parkeerplaatsen en goten langs de weg, waterdoorlatend. Door de invoering van integraal beheer leidt het multifunctionele karakter van de te beheren voorzieningen niet tot problemen. Het watersysteem is multifunctioneel en we houden water langer vast in de stad waardoor de droogte wordt beperkt. Om wateroverlast door extreme neerslag in de stad te verminderen, wordt het
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
regenwater gedeeltelijk op maaiveld geborgen. Het overige overtollige regenwater wordt via de blauwe aders naar waterparken buiten de stad afgevoerd. In deze waterparken wordt het schone regenwater geborgen en is het beschikbaar voor gebruik door landbouw, natuur en recreatie. Regenwater koppelen we af van het gemengde rioolstelsel en infiltreren we waar dit kan. Groene routes in de stad zorgen voor verbinding van de groene ruimtes, meer zichtbaarheid van het groen in de stad en een grotere toegankelijkheid. Kortom, groen en water vormen een belangrijke factor in Tilburg voor een aantrekkelijke en leefbare stad. Door inwoners te betrekken bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en het onderhoud, worden groen én water meer verbonden met bewoners en gebruikers in de buurt. Uit het oogpunt van beheer kiezen we voor een samenhangend gemeentelijk systeem.
Vanuit de wettelijke watertaken zijn we verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het woonen leefmilieu. De voorzieningen voor stedelijk afvalwater, regen- en grondwater dragen bij aan de bescherming van de volksgezondheid, droge voeten en schoon water en een schone (water)bodem. Voor de komende planperiode vertalen we de langetermijnvisie en bijbehorende lange termijn doelstellingen door naar de volgende doelstellingen: DOELEN stedelijk afvalwater ▪ Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater ▪ Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving ▪ Bijdragen aan een circulaire verwerking van afvalwater regenwater ▪ Doelmatige inzameling en verwerking van regenwater ▪ Beperken van het risico op wateroverlast ▪ Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater ▪ Bijdragen aan klimaatadaptatie: zowel verkoeling als verdroging grondwater ▪ Voorkomen van structurele grondwateroverlast en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied of object ▪ Bijdragen aan gebiedsgericht grondwaterbeheer drinkwater ▪ Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen oppervlaktewater ▪ Borgen van bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater en waterlopen in buitengebied ▪ Bijdragen aan het verhogen van de waterbeleving van singels, vijvers en poelen ▪ Bijdragen aan KRW
doelstellingen voor waterkwaliteit ▪ Bijdragen aan klimaatadaptatie: verkoeling
Vanuit deze doelstellingen dragen we (binnen de reikwijdte van de zorgplicht) bij aan de energietransitie en circulaire economie.
33
In het verleden hebben we als gemeenten en waterschappen strategieën opgesteld om meer duurzaam om te gaan met afval- en regenwater. Deze strategieën zijn inmiddels gemeengoed geworden en beschouwen we dan ook als gidsprincipes voor de komende jaren: GIDSPRINCIPES ▪ We zamelen in principe het stedelijk afval- en regenwater gescheiden in en ontvlechten zo de (schone en vuile) waterstromen; ▪
We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met regenwater: - Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, vasthouden voor hergebruik enz. - Bergen: overtollig regenwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; - Afvoeren: Pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige regenwater af naar het regionale watersysteem;
▪
We streven ernaar om het regenwatersysteem (afwatering en opvang) zoveel als mogelijk bovengronds en zichtbaar te verwerken, vanaf de regenpijp, verharding tot en met de opvang/infiltratievoorziening;
▪
We erkennen dat er extreme situaties zijn waarbij overlast niet te voorkomen is, het accepteren van tijdelijk water op straat hoort daarbij;
▪
We houden rekening met kenmerken en knelpunten van zowel het regionale als het stedelijke watersysteem, hiermee sluiten we aan bij de kamerbrief “water en bodem sturend” van maart 2023.
▪
We wentelen water- en waterbergingsopgaven niet af naar andere locaties/gebieden, tenzij dit doelmatig is;
▪
We kiezen voor robuuste (zo min mogelijk onderhoudsgevoelige) oplossingen;
▪
We gaan doelmatig en maatschappelijk kostenbewust om met de aanleg en het toekomstig beheer en onderhoud van het water- en rioleringssysteem;
▪
We streven naar een waterkwaliteit van het oppervlaktewater dat voldoet aan de KRW richtlijnen;
▪
We streven naar circulair rioolvervangingsprojecten;
▪
Voor grondwaterbeschermingsgebieden volgen we de gebiedsdossiers;
▪
We streven naar het terugdringen van drinkwatergebruik;
▪
We streven naar het beperken van de effecten van verdroging;
▪
We streven naar integraal beheer van de stedelijk waterobjecten.
materiaalgebruik
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
en
een
duurzame
werkwijze
bij
Volgens de Wet milieubeheer en de Waterwet hebben gemeenten drie wettelijke zorgplichten t.a.v. afval-, regen- en grondwater en een verantwoordelijkheid voor de zorgplicht drinkwater. De komende planperiode blijven we op planmatige en doelmatige wijze invulling geven aan deze zorgplichten. Op hoofdlijnen handhaven we de huidige koers en stellen deze bij om in te spelen op de komst van de nieuwe Omgevingswet en klimaatadaptatie. In de bijlage I Basisopgave (bijlage H) zijn de zorgplichten praktisch uitgewerkt. Met de opzet van dit PWR sluiten we aan op de Omgevingsvisie Noord-Brabant waarin het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit centraal staat. Gemeente, waterschap en waterbedrijf werken in een zo vroeg mogelijk stadium samen m.b.t. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodat kansen kunnen worden gecreëerd of in ieder geval vroegtijdig randvoorwaarden inzichtelijk worden. Hierdoor kan tijdig worden besproken hoe belangen elkaar raken of strijdig met elkaar zijn en welke financiële/technische consequenties dit heeft. Met de bestuurlijke vaststelling van dit PWR ligt er een basis om de waterketenbelangen in de Omgevingsvisie te verankeren. We blijven in dit PWR, in lijn met de lange termijn visie, de ingezette koers vanuit voorgaande planperioden aanhouden. We zetten vervolgstappen in risicogestuurd beheer en continueren de samenwerking binnen Hart van Brabant.
Om te kunnen inspelen op de effecten van klimaatverandering houden we binnen de zorgplichten meer dan voorheen rekening met extreme situaties en waar doelmatig verkleinen we de risico’s. Om (kosten)effectiever de effecten van klimaatverandering te kunnen opvangen nemen we investeringsbeslissingen in samenhang met investeringen in de openbare ruimte, tenzij dit niet doelmatig is. In het Meerjarenprogramma (MJP) wordt de planning integraal afgestemd. Door uit te gaan van gemiddelde jaarbudgetten en de voorziening te benutten om al dan niet te temporiseren kunnen we beter sturen op synergie. Inmiddels hebben we de ervaring opgedaan dat rekening houden met klimaatadaptatie tot zo’n 10-15% aan extra investeringskosten leidt. Met dit gegeven hebben we rekening gehouden bij het opstellen van dit PWR. Klimaatverandering leidt tot meer aandacht voor de zorgplicht regenwater, dit is dan ook een speerpunt in dit PWR. Door schaarste aan materialen en personeel zijn de kosten daarvoor flink toegenomen in de afgelopen paar jaren. In de doorrekening van dit plan is daarmee rekening gehouden.
Met dit PWR geven we invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater (de basisopgave). In het verlengde hiervan hebben we de ambitie om, binnen de reikwijdte van de zorgplichten, bij te dragen aan gemeenschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om invulling te geven aan onze visie en bijbehorende ambities/gemeenschappelijke doelen hebben we voor de komende planperiode de volgende speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
Werken aan een waterrobuust en klimaatbestendig systeem Werken volgens duurzame en levenscyclusgerichte principes Integraal werken Participatie en communicatie
Het klimaat is aan het veranderen en we moeten maatregelen nemen om de stad daarop in te richten. Klimaatverandering leidt o.a. tot zwaardere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving willen we droge voeten en een leefbare omgeving behouden. Klimaatadaptatie is het proces waardoor we, als samenleving, de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor we profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ligt hierbij de focus op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, hittestress en verdroging. Ook is er een toenemende aandacht voor behoud van biodiversiteit. 35
Rijk en decentrale overheden hebben met betrekking tot klimaatadaptatie afgesproken zich tijdig aan te passen aan de (versnelde) klimaatverandering om schade te beperken en kansen te pakken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is de ambitie opgenomen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Als gemeente Tilburg zijn we al goed op weg om de buitenruimte waterrobuust en toekomstbestendig in te richten. Via o.a. het plan blauwe aders, waterparken en het verbinden van groenstructuren werken we op stadsniveau aan een klimaatadaptieve inrichting. Maar ook op wijk- en straatniveau zien we positieve veranderingen. Straten als Brittendreef, Sullivandreef, Beneluxlaan, Generaal Smutslaan, Augustinusstraat, Graaf Engelbertstraat, Willem II-straat en Friezenlaan zijn vergroend en/of voorzien van bovengrondse waterbergingen (incl. infiltratie) in het groen. In de Willem II-straat is bijvoorbeeld ondergrondse waterberging aangebracht in de vorm van kratten. Om te kunnen veranderen en kansen te kunnen pakken zullen we nieuwe technische oplossingen moeten toepassen, waarvan op voorhand niet altijd duidelijk is wat het positieve effect is of mogelijke onvoorziene neveneffecten optreden. Dit is een leerproces dat we niet uit de weg gaan.
Ambitie In het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ 2022-2026 hebben we opgenomen dat we onder de noemer ‘Koel Tilburg’ werken we aan het realiseren van een klimaatbestendige stad in 2050. In het Tilburgs klimaatbeleid ‘Klimaatscores nieuwbouwontwikkelingen’ is op 23 maart 2023 vastgelegd welke eisen aan vergroening worden gesteld. Hierbij gaat het vooral om het tegengaan van opwarming, wateroverlast en verdroging zowel in de bebouwde omgeving als in het omringende buitengebied en de natuur. Op het vlak van stedelijk waterbeheer stellen we ons de ambitie om (binnen gerelateerde projecten) bij te dragen aan andere klimaatthema’s dan wateroverlast zoals verdroging, hittestress en biodiversiteit door meekoppelkansen te benutten en belanghebbenden bij elkaar te brengen.
Strategie Toewerken naar een groenblauwe hoofdstructuur Het huidige blauwe aderplan, de klimaatadaptatiestrategie en de stedelijk wateropgave gaan we de komende planperiode actualiseren en combineren tot één systeemontwerp (waterrobuuste hoofdstructuur). We kijken of we de waterstructuur kunnen combineren met de stadsnatuurkaart en Programma 013 parken zodat een groenblauwe hoofdstructuur ontstaat. Ook willen we voortaan in de definitiefase een waterstructuursschets (laten) opstellen om ervoor te zorgen dat het ontwerp goed past binnen de beoogde hoofdstructuur. We gaan bovendien onderzoeken of een onderscheid tussen kwetsbare en minder kwetsbare gebieden en bijpassende normstelling tot meer afwegingsruimte leidt in bestaande situaties. Gelet op de toenemende ruimteclaim op boven- en ondergrond rekken we het vooronderzoek in de definitiefase van een verbeterproject op om vroegtijdig inzicht te krijgen in de benodigde ruimte. Omwille van de beheersbaarheid willen we in de HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte) normbladen voor vastgestelde technieken opnemen en een voorkeursvolgorde voor de verwerking van regenwater opnemen. Bureaus en ontwikkelaars gaan we meer uitdagen/opdragen om in het ontwerpstadium zoveel mogelijk rekening te houden met onze ambities. Op deze manier dragen we vanuit de ondergrond zo veel als mogelijk bij aan het bovengrondse leefklimaat.
Beschermen tegen wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt is beperkt, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Hinder, ernstige hinder, waterschade Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: ▪ kortdurende periode van water op straat; ▪ waarbij verkeer nog mogelijk is. ▪ duur in de orde van 15-30 minuten Ernstige hinder Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: ▪ langer durende periodes van water op straat; ▪ verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). ▪ duur in de orde van grootte van 30-120 min. Waterschade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: ▪ grote economische schade; ▪ gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); ▪ water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.
Figuur 21: hinder in een woonstraat (links) en ernstige hinder in een viaduct in Eindhoven(rechts).
37
Per definitie beschrijven we een handelingskader: Definitie Hinder
Handelingskader Hinder vinden we acceptabel. Dit is bovendien een vorm van waterberging op straat. Het is van belang dat middels goede communicatie duidelijk wordt gemaakt dat water op straat acceptabel is.
Ernstige hinder
Bij ernstige hinder toetsen we de regenbui aan een neerslaggebeurtenis T=2. Indien de ernstige hinder optreedt bij een dergelijke bui of mildere buien, dan is er een aanleiding op bij geplande rioolwerkzaamheden te bekijken of er doelmatige maatregelen genomen kunnen worden om de frequentie van optreden van ernstige hinder te verminderen of om de mate van overlast terug te dringen.
Waterschade
In geval van waterschade treffen we als gemeente (tijdelijke) bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Vooralsnog blijven we de bestaande riolering toetsen aan de hand van neerslag extremen en de risico’s die daarmee gepaard gaan met betrekking tot schade aan woningen en gebouwen. Bij het ontwerp betrekken we zo veel mogelijk de openbare ruimte. Hiertoe voeren we stresstesten riolering uit of actualiseren deze indien nodig. We maken een inschatting van eventueel te verwachten schade als gevolg van extreme neerslag en de benodigde investeringen om dergelijke schade te voorkomen. De komende planperiode voeren we een aantal verbetermaatregelen aan de riolering uit om het hydraulisch functioneren te verbeteren. Dit zijn no-regretmaatregelen gebaseerd op herberekeningen bestaande uit o.a. rioolverruiming en extra verbindingen. Ook optimaliseren we de functionaliteit door verbetering van de doorstroming, lediging en pompcapaciteiten.
Toetsing van het watersysteem door middel van modellering ▪ Toetsing ondergrondse afvoercapaciteit De ondergrondse afvoercapaciteit van bestaande systemen toetsen we aan een zogenoemde composietbui met een herhalingstijd van 2 jaar (T=2 Composiet). Bij een dergelijke bui mag er geen water op straat in de vorm van ernstige hinder optreden. Een composietbui is een fictieve bui op basis van de meest recente neerslagstatistieken. De bui heeft een karakteristieke piek tijdens het midden van de bui. Indien hier in theorie niet aan wordt voldaan en in praktijk ook wateroverlast wordt ervaren, treffen we als gemeente passende en doelmatige maatregelen. De ondergrondse afvoercapaciteit van nieuwe systemen toetsen we aan een composietbui met een herhalingstijd van 5 jaar. Bij een dergelijke bui mag er geen water op straat optreden. ▪ Toetsing bovengrondse verwerkingscapaciteit De bovengrondse verwerkingscapaciteit van bestaande systemen toetsen we aan een composietbui met een herhalingstijd van 100 jaar. Bij een dergelijke bui mag geen schade optreden aan essentiële voorzieningen (uitvallen elektra, begaanbaarheid hoofdinfrastructuur). De bovengrondse verwerkingscapaciteit van nieuwe systemen toetsen we aan een composietbui met een herhalingstijd van 100 jaar. Bij een dergelijke bui mag het water niet hoger dan 2 cm tegen de gevel staan.
Bij kleine ontwikkelingen mag worden volstaan met een praktische rekenmethode in plaats van een gedetailleerde berekening.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Figuur 22: Toetsen van de onder- en bovengrondse verwerkingscapaciteit met een composietbui
Klimaatbestendige aanpak Extreme buien verwerken we bij voorkeur bovengronds in plaats van ondergronds. In het streven naar een klimaatbestendige en leefbare omgeving zal het aantal bovengrondse voorzieningen voor de (tijdelijke) opslag van regenwater dan ook toenemen. Er is een tendens waarneembaar richting waterspeelvoorzieningen met een verkoelende werking. Bij een eventuele introductie van water in een omgeving voeren we eerst een risicoanalyse uit en informeren/stemmen af met de omwonenden. In een traditionele aanpak is de aandacht gericht op het verruimen van de ondergrondse afvoercapaciteit. Met een goed functionerende riolering kunnen normale buien zodanig worden verwerkt dat de kans op wateroverlast beperkt is. De extra veiligheid tegen zwaardere buien zit in de openbare ruimte doordat in veel gevallen het vloerpeil hoger is aangelegd dan het straatpeil en overtollig regenwater kan worden geborgen op straat, in waterpartijen en/of groen. Het beschermingsniveau is de optelsom van de afvoeren bergingscapaciteit van het stedelijk watersysteem en de inrichting van de openbare ruimte. Met een klimaatbestendige aanpak kunnen we dit beschermingsniveau verhogen. Dit is echter een ingrijpend, kostbaar en complex proces, mede door de diverse claims op de onder- en bovengrondse ruimte.
Hieronder is schematische weergegeven wat de verschillen zijn tussen de traditionele aanpak en de klimaatbestendige aanpak van regenwaterberging. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie soorten berging: 1.
Watersysteem; dit is met name de berging in het rioolsysteem. In de traditionele aanpak werd hier het meeste regenwater geborgen.
2.
Openbare ruimte; het gaat hier om waterberging in groen, wadi’s e.d. Vooral in deze berging is er een groot verschil tussen de traditionele aanpak en de klimaatbestendige aanpak. De hoeveelheid water die hier geborgen kan worden is in de klimaatbestendige aanpak meer dan verdubbeld. Soms kan door deze waterbergingen lichte hinder worden ervaren.
3.
Waterveiligheid, dit is in principe geen waterberging maar wel een manier om schade te voorkomen bij hevige neerslag. Het water staat dan bijvoorbeeld wel op straat maar met een schot in de deurpost wordt ervoor gezorgd dat er geen schade binnenshuis ontstaat. Deze berging wordt pas benut als de beide voorgaande posten vol zijn. Dit kan leiden tot ernstige hinder maar niet tot schade.
39
De hoeveelheid water die na deze drie bergingsmogelijkheden overblijft zal mogelijk schade veroorzaken. Uit het schema wordt duidelijk dat er bij de klimaatbestendige aanpak pas veel later, bij een veel grotere bui, schade zal optreden. Dit wordt vooral bereikt door meer water in de openbare ruimte te bergen.
Figuur 23: regenwaterbergingscapaciteit bij een traditionele aanpak versus een klimaatbestendige aanpak
Strategie Om het bestaande systeem klimaatbestendiger te maken zetten we verschillende stappen. ▪ We verfijnen de komende planperiode het huidige rekenmodel om dit samenspel goed te kunnen nabootsen. ▪ Op basis van de resultaten maken we een indeling in gebieden met meer of minder kans op waterschade. Op basis van deze indeling stellen we de hoeveelheid regenwaterberging vast waarvoor we ons als gemeente inspannen om deze bij herstructurering van de openbare ruimte te realiseren. ▪ In buurten met een relatief grote kans op waterschade gaan we, net zoals we dit hebben gedaan bij bedrijven, in dialoog met de bewoners om gezamenlijk te bepalen hoe bij herinrichting van straat, buurt of wijk de kans op waterschade nog verder kan worden teruggebracht. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van extra regenwaterbergingscapaciteit of een slimme(re) terreininrichting. We streven ernaar om binnen de beschikbare financiële ruimte het risico op onacceptabele schade en ernstige hinder door extreme neerslag zo veel mogelijk te verkleinen. In het kader van de stedelijke wateropgave zijn de effecten van klimaatverandering op het watersysteem in kaart gebracht. Hierbij gaat het zowel om waar overstroming plaats vindt (vanuit de riolering) als het gebruik van deze locaties (bv. belangrijke verkeersaders, kwetsbare stedelijke voorzieningen en plaatsen waar kwetsbare groepen gehuisvest zijn).
Op basis van deze effecten kunnen we per project maatregelen afwegen. Hierbij wordt een risico afweging gemaakt: waar is water-op-straat acceptabel en waar niet. Dit doen we in samenspraak met de waterschappen en andere belanghebbenden. Hiervoor starten we een risicodialoog gericht op het maken van een maatschappelijke afweging over het accepteren van overlast en schade, het investeren in maatregelen en de maatschappelijke baten van deze maatregelen.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Figuur 24: water bergen en bevorderen van de biodiversiteit gaan hier hand in hand (Puccinistraat)
Regenwateropgave Als gevolg van het veranderende klimaat is in veel gevallen de bestaande situatie niet bestand tegen hevige buien en langdurige droogte. Om wateroverlast (hinder of ernstige hinder) te beperken en waterschade te voorkomen zijn maatregelen nodig. Daarom geldt voor werkzaamheden in de bestaande omgeving een regenwateropgave sinds het PWR 2020. Voor uitbreidingen is de opgave om de nieuwe omgeving klimaatadaptief in te richten waaronder voldoende ruimte voor waterberging. Bij de evaluatie van het vorige PWR is gebleken dat bij relatief kleine verharde oppervlakten de maatregelen minder doelmatig zijn. Daarom is de ondergrens van 150 naar 200m2 opgerekt. De volgende criteria bepalen de regenwateropgave van de betreffende werkzaamheden (zie ook Tabel 5): Regenwateropgave Opgave bij Opgave bij Opgave bij A < 50 m2 50 ≤ A < 200 m2 A ≥ 200 m2 Ruimtelijke m2 Vervanging * Geen 10 mm 60 mm *** ontwikkeling m2 Toename * Geen 20 mm 60 mm *** Openbare ruimte
m2 Vervanging *
Geen
10 mm
Locatiespecifiek **
m2 Toename *
Geen
20 mm
60 mm
Op basis van het totaal verhard oppervlak van het plan wordt de juiste kolom in de tabel bepaald.
41
1 Hoeveelheid verhard oppervlak A < 50 m² Voor een verhard oppervlakte tot 50m² wordt geen waterbergingsopgave gesteld 50 ≤ A < 200 m² Voor een verhard oppervlak van 50 tot 200 m² geldt in basis een opgave van 20 mm bij nieuwe verharding en 10mm bij bestaande verharding A ≥ 200 m² Vanaf 200 m² verhard oppervlak geldt in basis een opgave van 60 mm 2 Vervangend oppervlak, toename of een combinatie Er wordt geen rekening gehouden met de voormalige verharding op het terrein. Voor de regenwateropgave maakt het dus niet uit of het terrein voorheen onverhard (bijvoorbeeld groen waar gebouwd wordt) of al verhard was (bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw). Hiermee gaan we verder dan het Hydrologisch-neutraal-ontwikkelen principe van de Brabantse waterschappen. Daar geldt dat alleen voor de toename van verharding een regenwateropgave geldt. De situatie blijft dan gelijk (neutraal). Dat is voldoende voor het regionale watersysteem maar niet voor bebouwd gebied. Wij hanteren daarom het verdergaande beleid van Hydrologisch-positief-ontwikkelen. Voor nieuw verhard oppervlak geldt altijd een wateropgave ook als het terrein voorheen ook al verhard was. Zo maken we de stad klimaatbestendiger. Voor vervangende verharding is voor diverse situaties gekozen voor een beperking van de opgave afgestemd op de beschikbare ruimte en de functies.
In plannen kan sprake zijn van een combinatie van vervanging en toename. Er wordt altijd eerst gekeken naar het totale verhard oppervlak om de juiste kolom in de tabel te bepalen. Binnen die kolom kan het zijn dat voor het deel vervangend oppervlak een lagere opgave geldt dan voor de toename. Uitzondering: Bij vervangend verhard oppervlak waarbij de onderbouw of fundering gehandhaafd blijft geldt geen opgave. Deze werkzaamheden leiden nooit tot een functieverandering of een toename van het afstromend verhard oppervlak. Enkele voorbeelden zijn het vervangen van asfalt(dek)lagen, vervangen van daken, ophogen van panden (optoppen) en het herbestraten van elementenverhardingen.
3 Openbare ruimte of ruimtelijke ontwikkeling Openbare ruimte Onder openbare ruimte projecten wordt verstaan de uitvoering van maatregelen aan de bestaande openbare ruimte. Hier vallen dus alle gemeentelijke beheerprojecten onder zoals groot onderhoud of volledige wegreconstructies. Omdat in de bestaande openbare ruimte de onder- en bovengrondse functies vaak vastliggen en er fysiek onvoldoende ruimte beschikbaar is voor grote waterbergende voorzieningen wordt hier gekeken naar specifieke knelpunten en kansen voor het huidige systeem. Dit resulteert in een locatiespecifieke opgave die door middel van berekeningen wordt bepaald. Ruimtelijke ontwikkeling Projecten waarbij realisatie van nieuwe infrastructuur, sloop en nieuwbouw van gebouwen of ontwikkeling van nieuwe wijken plaatsvindt, vallen onder de noemer ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Ontwikkelingen met een deel toekomstige openbare ruimte worden als volledige ruimtelijke ontwikkeling gezien. Deze werkzaamheden leiden in veel gevallen tot functieveranderingen en tot een toename of versnelling van de regenwaterafvoer. Doordat minder functies vastliggen zijn waterbergende voorzieningen beter in te passen. De ontwikkeling moet naast een opgave voor water op meerdere thema’s klimaatadaptief worden vormgegeven. Voor een integrale aanpak en toetsing van deze verschillende opgaven is het duurzaamheidsinstrument ontwikkeld.
Deze tool geeft inzicht in hoe maatregelen op één of meerdere thema’s bijdragen door middel van klimaatscores.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Tabel 5: regenwateropgave per type en schaal van ontwikkeling
Regenwateropgave Ruimtelijke ontwikkeling
m2 Vervanging *
Opgave bij A < 50 m2 Geen
m2 Toename *
Geen
20 mm
60 mm ***
Openbare ruimte
m2 Vervanging *
Geen
10 mm
Locatiespecifiek **
m2 Toename *
Geen
20 mm
60 mm
*
** ***
Opgave bij 50 ≤ A < 200 m2 10 mm
Opgave bij A ≥ 200 m2 60 mm ***
De opgave geldt voor verhard oppervlak waarvan het hemelwater op het watersysteem wordt aangesloten. Verhard oppervlak waar niets mee gebeurt of verhard oppervlak waarvan het hemelwater direct infiltreert in de bodem zonder overloop, krijgt geen opgave Er geldt altijd een minimale opgave van 10 mm voor bergen en infiltreren Bij ruimtelijke ontwikkelingen mag rekening worden gehouden met bestaande berging (mits aantoonbaar en beschikbaar)
Verwerken van regenwater bij voorkeur bovengronds Om de omgeving waterrobuust in te kunnen richten gaan we bij herinrichtingsprojecten de komende planperiode nog sterker sturen op het aanbrengen van bovengrondse waterberging en het waterslim inrichten van openbaar groen. 10 mm bovengrondse waterberging blijkt in de praktijk goed haalbaar. Daarom stellen we deze als minimum ondergrens en brengen we dit ook stelliger in bij projecten. De omslag in denken bij vakspecialisten groen en mobiliteit is al eerder in gang gezet. Bij vervanging/aanleg van groenvoorzieningen worden de mogelijkheden voor waterberging en infiltratie van regenwater en ontharden/minimaliseren van rijbreedtes overwogen. Door kennis op dit vlak te delen kunnen meer kansen voor het combineren van groen en blauw worden gepakt. Zo moet het verlaagd aanbrengen van groen, waar mogelijk, gemeengoed gaan worden. Een waterslimme inrichting is echter niet altijd haalbaar. Soms is een ander handelingsperspectief nodig. Naast een multifunctionele bovengrondse inrichting willen we daarom meer nadrukkelijk ook het stapelen van functies in de ondergrond in beschouwing gaan nemen.
Het plaatsen van een boom boven een waterbergingsvoorziening of boven op een leiding moet bijvoorbeeld kunnen als de levensduren van de voorzieningen zodanig op elkaar zijn afgestemd dat gelijktijdige vervanging mogelijk is en het goed blijft functioneren (o.a. voorkomen wortelingroei). In het aanleggen van waterberging in of onder gebouwen zijn we terughoudend vanwege de beheersbaarheid/mogelijke risico’s. Voor het verwerken van regenwater hanteren we de volgende voorkeursvolgorde (vasthouden, bergen, afvoeren): VOORKEURSVOLGORDE 1. Regenwater infiltreren; 2. Regenwater bovengronds bergen in openbare groenvoorzieningen zoals wadi’s, taluds, verlaagde bloemperken, etc; 3. Regenwater bergen op gebouwen (groene daken); 4. Regenwater bovengronds bergen op straat o.a. holle wegen, tussen trottoirbanden, verdiepte parkeervakken; 5. Regenwater bergen in ondergrondse voorziening (mits goed te onderhouden) 6. Regenwater oppervlakkig/ zichtbaar afvoeren over de weg; 7. Regenwater ondergronds afvoeren via riolen.
Daar waar we geen water op straat kunnen accepteren gaan we dit aangeven op kaart.
43
Mocht na verloop van tijd blijken dat het niet mogelijk is om in de stad voldoende waterberging te realiseren, dan kan dat tot gevolg hebben dat de ontwerpbelasting van de riolering moet worden aangepast. Als gemeente staan we niet alleen voor deze opgave: op particulier terrein zijn ook maatregelen nodig. Bewustwording door voorlichting en het opstarten van risicodialogen is daarvoor nodig. Deze dialogen kunnen op verschillende niveaus worden opgestart: ▪ ▪ ▪
▪
▪
met professionele partijen over de algemene aanpak en het programmeren van maatregelen; in buurten, wijken en bij bedrijventerreinen met de direct betrokkenen. Dit is zeker wenselijk voor locaties waar herontwikkeling gaat spelen; voor specifieke gebieden waar wateroverlast een ernstig probleem is of waar sprake is van extra kwetsbaarheden, zoals de bereikbaarheid van een ziekenhuis. Daarbij kunnen ook inrichtingsmaatregelen op perceelniveau worden besproken (gebruik van kelders, aanleg van drempels et cetera). Beschikbare informatie vanuit risicoscans worden gebruikt om de noodzaak aan te geven. We willen betrokkenheid van particulieren vergroten door middel van een stimuleringsregeling en gerichte acties en campagnes. We willen bij projecten in de openbare ruimte kijken hoe we inwoners mee krijgen om hun regenpijpen af te koppelen.
Klimaatbeleid Op 23 maart heeft het college van Tilburg het klimaatbeleid vastgesteld. Daarin worden naast eisen voor waterberging ook eisen gesteld aan maximaal verhard oppervlak en minimale hoeveelheid groen. Omdat groen en water elkaar kunnen versterken, is er een bonusregeling die bepaalde maatregelen stimuleert. Bij het oplossen van de wateropgave kan hiernaar gekeken worden.
Inspelen op droogte en verdroging De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met langdurige perioden van droogte. Door langdurige droogte kan schade ontstaan in het stedelijk gebied. Het gaat dan om schade aan funderingen en gebouwen, schade aan groenvoorzieningen en mogelijk ook schade aan infrastructuur. Daarnaast zijn tijdens periode van droogte aanvullende kosten nodig voor het bewateren van de beplanting. Door droogte kan de voedselproductie (landbouwsector) worden bedreigd. Ook andere sectoren kunnen onder druk komen te staan, zoals drinkwaterproductie uit grond- en oppervlaktewater, proceswater voor de industrie en koeling voor de industrie en energiecentrales. Ook neemt de schade aan de natuur en het risico op natuurbranden en waterkwaliteitsproblemen toe. Verdroging is een langdurig proces wat al tientallen jaren plaatsvindt op met name de hoge(re) zandgronden. Door verdroging is er te weinig water voor gebruik door mens, bedrijven en natuur. De anti-verdrogingsaanpak maakt onderdeel uit van de Kader Richtlijn Water (KRW). Sinds de jaren ’90 is het provinciaal beleid vooral gericht geweest op het terugdringen van laagwaardig gebruik bij de industrie en hebben veel bedrijven/industriële onttrekkers inmiddels al een sterke reductie gerealiseerd. Er zijn mogelijkheden om dit verder te optimaliseren.
Kansrijk hiervoor is om met vier grote industriële bedrijven, de waterschappen en de provincie toe te werken naar een circulair watersysteem in Tilburg Noord. Omdat het grondwatersysteem in Brabant nog steeds onder druk staat heeft provincie NoordBrabant in 2018 nieuw grondwateronttrekkingsbeleid vastgesteld. De uitvoeringsregels zijn gericht op waterbesparing, terugdringen laagwaardig gebruik en minder consumeren. In 2022 heeft de provincie Noord-Brabant samen met 13 waterpartners, het Grondwaterconvenant 20212027 opgesteld. De aanbevelingen van de Adviescommissie Droogte (gericht op lange termijn 2040) zijn gecombineerd met de acties uit dit Grondwaterconvenant (korte termijn tot 2027) tot een Droogteagenda voor Brabant 2040. De implicaties van de kamerbrieven Water en Bodem Sturend worden samen met andere recente kamerbrieven uitgewerkt in het Brabants Programma Landelijk
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Gebied (BPLG) dat voor juli 2023 wordt opgesteld, De link tussen het BPLG en de Droogteagenda ligt vooral in het ontwikkeltraject juridisch, ruimtelijk en financieel instrumentarium. De bouwstenen van het Grondwaterconvenant zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Meer water vasthouden en aanvoeren Minder grondwater gebruiken inclusief minder verdampen Ruimtelijke aspecten om dat te kunnen doen of gevolgen te beperken Innovatie (nieuwe uitdagingen vragen om nieuwe oplossingen) Governance
De gemeenten worden via de DPRA-werkeenheden betrokken bij de verdere uitwerking van de Droogteagenda. Tilburg praat mee in de werkeenheid Hart van Brabant. Het betrekken van de gemeenten is in de Droogteagenda opgenomen als derde pijler naast het grondwaterconvenant en het droogteadvies. Het groeiende fenomeen van natuurbranden wordt apart besproken tussen gemeenten en de veiligheidsregio. Bij het droogtebestendig (her)inrichten van de bebouwde omgeving zijn naast de gemeente Tilburg meerdere partijen betrokken. Denk hierbij aan particuliere grondeigenaars, waterschap Brabantse Delta, waterschap De Dommel, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant, drinkwaterbedrijf Brabant Water, maar ook bijvoorbeeld natuurverenigingen, agrariërs en industrie. Net als bij wateroverlast werken we op verschillende schaalniveaus aan de opgaven. Met dit PWR willen we een bijdrage leveren door kwetsbare locaties en de consequenties van droogte in beeld te brengen. Op basis hiervan kunnen we ruimte claimen voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Zo gaan we bijvoorbeeld onderzoeken hoe we onze waterparken beter kunnen inzetten om water te conserveren en brengen we kennis in om via aanpassing van het grondgebruik de sponswerking van de bodem te verbeteren.
Ook willen we onderzoeken op welke locaties het mogelijk is om binnen het bebouwde gebied het waterpeil op te zetten en sturen we via beleids- en planregels op een veerkrachtige grondwaterwaterbalans. We benutten hiervoor o.a. de samenwerking binnen de Regionale energie- en klimaatstrategie (REKS). Ook bewoners en bedrijven kunnen een actieve bijdrage leveren door verspilling te helpen terugdringen, regenwater te infiltreren, mee te werken aan initiatieven van overheden. Dit willen we stimuleren via het spoor van communicatie. Het optimaliseren van de wateraanvoer, het hanteren van een verdringingsreeks, toepassen van diepteinfiltratie, beregeningsbeleid en onderzoek naar alternatieve drinkwaterbronnen zijn zaken die de regionale gebiedspartners oppakken in hun programma’s. Zo wordt in het nieuwe Waterbeheerplan 2022-2027 van waterschap de Dommel een handelingsperspectief geboden voor de zogenoemde ‘beekdalen’, ‘hoge koppen’ en ‘flanken’. Met name deze laatste twee komen veel voor in Tilburg. Met deze optimalisatie wil waterschap De Dommel onder meer bereiken dat zoveel mogelijk water infiltreert op de hoge zandkoppen in Tilburg, de grondwatervoorraad structureel toeneemt en de afvoer naar regionaal oppervlaktewater afneemt. Op de koppen is de meeste winst te halen. Kwelstromen kunnen namelijk vanaf de hoge koppen de flanken en beekdalen van grondwater voorzien.
Om dit te kunnen realiseren moeten op de hoge koppen de waterpeilen van de watergangen omhoog.
45
Figuur 25: Tilburg heeft met name hoge koppen en flanken
De maakbaarheid van onze leefomgeving bereikt haar grenzen. In plaats van technische oplossingen na te streven zullen soms bestuurlijke afwegingen nodig zijn over bijvoorbeeld waar wel en waar niet te bouwen, wel of niet afsluitende lagen te doorboren op zoek naar nieuwe waterbronnen etc. Vanuit dit programma kunnen we bijdragen aan het ontwikkelen van bouwstenen voor deze bestuurlijke afwegingen die uiteindelijk in de Omgevingsvisie zullen worden verankerd. Concreet gaan we de komende planperiode met de volgende zaken aan de slag voor het bestaande gebied en nieuwe ontwikkelingen. Om de bestaande bebouwde omgeving droogtebestendiger te maken zetten we de koers van afkoppelen van verhard oppervlak en infiltratie van regenwater de komende planperiode door. We zorgen er ook voor dat droogte onderwerp van gesprek wordt bij het klimaatbestendig herinrichten van bedrijventerreinen en versterken de regie op de ondergrond. We gaan kritisch kijken hoe we ons eigen gemeentelijke waterbeleid, aansluitend op het waterbeleid van de waterbeheerders, verder kunnen verduurzamen. Bijvoorbeeld door beleid voor kleine onttrekkingen op te stellen (relevant voor o.a. sportvelden en plantsoenen) en de waterbehoefte binnen de gemeente te verlagen.
We gaan vanuit ons werkveld sterk(er) sturen op het minder bedekken van de bodem (ontharden), uiteraard houden we ook aandacht voor de grondwaterbeschermingsgebieden. Via lesmateriaal op scholen en het visualiseren van grondwaterstanden maken we onze inwoners steeds meer bewust van het belang van niet te veel, niet te weinig en schoon water (zie communicatiestrategie). Ook gaan we op zoek naar lozingen, waarmee we al dan niet via een zuiveringsstap, de grondwatervoorraad kunnen aanvullen. Bij nieuwe ontwikkelingen staan we nadrukkelijk stil bij de beschikbaarheid van drinkwater. Dit wordt immers steeds minder een vanzelfsprekendheid. We onderzoeken in een aantal pilots hoe we in nieuwe woningen minder drinkwater nodig hebben door het water meerdere keren te gebruiken. Voorbeelden hiervoor zijn het gebruik van douchewater of regenwater voor toiletdoorspoeling. We creëren blauwgroene verbindingen/voorzieningen waar regenwater kan infiltreren en die de biodiversiteit bevorderen. We innoveren met klimaatmaatregelen zoals slimme constructies die het overtollige water vertraagd afvoeren en gaan aan de slag met het concretiseren van de maatlat Klimaatadaptatie. We gaan de mogelijkheden bekijken om eisen te stellen aan het verhardingspercentage van privégronden en richten onze energie op drinkwaterbesparing bij nieuwbouw en grootschalige renovaties.
Hiervoor gaan we in gesprek met de woningbouwcorporaties en verenigingen van eigenaren. We streven hierbij naar 20% minder drinkwatergebruik. Hergebruik van regenwater stimuleren we. Het regenwater kan worden benut voor o.a. de wasmachine, auto’s wassen, of het beregenen van de tuin. Hierbij moet rekening gehouden met (vermeende) risico’s voor de volksgezondheid. We willen een pilot uitvoeren om
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
aannemelijk te maken dat drinkwaterbesparing bij nieuwbouw een goed haalbare optie is. Samen met o.a. de waterschappen gaan we proefondervindelijk onderzoeken welke mogelijke technische/juridische praktisch haalbare oplossingen (kosten)effectief bijdragen. In dit PWR hebben we voor de komende planperiode middelen gereserveerd om het onderzoek naar kwetsbare droogtegevoelige locaties te actualiseren, pilots uit te voeren en ervoor te zorgen dat we voldoende kennis en capaciteit in huis houden/halen om tijdig aan tafel te zitten, beleids- en planregels op te stellen en deze juridisch te verankeren. Ook onderzoeken we waar en hoe we het watersysteem kunnen herstellen door bijvoorbeeld de oppervlaktepeilen te verhogen en zo meer water te laten infiltreren.
Figuur 26: waterberging ter plaatse van het Stadsforum
Duurzaam waterbeheer betekent niet alleen het voorkomen van overlast, maar ook zuinig en verantwoord omgaan met de benodigde materialen en energie. We beschouwen materialen en afvalwater daarom niet langer als bron van afval maar als potentiële leverancier van energie en grondstoffen. Bij de inzet van materialen houden we rekening met de gehele levenscyclus zodat ook vaak duurdere milieuverantwoorde producten een gelijke kans krijgen. Rijk en decentrale overheden streven gezamenlijk naar 49 % CO2-reductie in 2030 en om te komen tot een circulair Nederland in 2050.
47
Ambitie In het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ 2022-2026 hebben we opgenomen dat Tilburg in 2045 energieneutraal wil zijn. Dit betekent dat alle energie die op het grondgebied van Tilburg wordt gebruikt, op een hernieuwbare manier wordt opgewekt en (vastgoed)ontwikkelingen duurzaam en levenscyclusgericht worden ingericht. Ook streven we naar een circulaire economie. Ons huidige beleid is gericht op 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. Op het vlak van stedelijk waterbeheer stellen we ons de ambitie om kennis en ervaring op te doen en in het inkoopproces sterker te sturen op het aanbieden en honoreren van duurzame alternatieven.
Strategie De rol van water en riolering bij verduurzaming (terugwinnen energie) zien we vooral faciliterend. De komende planperiode realiseren we één duurzaam project om kennis op te doen met het streven naar duurzame oplossingen. Dit is een project waarbij levensduur (total costs of ownership), milieukosten, materiaalkeuze, werkwijze, social return e.d. aan de orde komen. Binnen het samenwerkingsverband zoeken we de kennisdeling ten aanzien van deze duurzame initiatieven actief op. Verder kopen we duurzaam in conform het gemeentelijk aanbestedingsbeleid, passen we circulaire ontwerpprincipes toe en gebruiken we, waar mogelijk, recyclebare materialen.
Figuur 27: terugwinnen van energie en grondstoffen ter plaatse van RWZI Tilburg
De afgelopen planperioden hebben we de samenwerking opgezocht binnen de waterketen en het watersysteem. Dit heeft geleid tot afstemming van maatregelen, uniformering en leren van elkaars kennis en kunde. Met de toenemende aandacht voor klimaatadaptatie neemt de interactie tussen onder- en bovengrond verder toe. Hierdoor krijgen we in toenemende mate te maken met partijen die in de openbare ruimte actief zijn. Dit vraagt om een omgevingsgerichte werkwijze, waarbij we bij elke bovengrondse ingreep een belangenafweging maken waarin water een rol van betekenis speelt.
Ambitie Binnen de reikwijdte van de zorgplichten dragen we bij aan gezamenlijke doelen en streven voortdurend naar synergie.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Strategie Samen programmeren De riolering en het stedelijk water zijn onderdeel van de waterketen en het watersysteem. Naast deze interactie tussen keten en systeem bestaat ook een groeiende interactie tussen onder- en bovengrond. We krijgen als stedelijk waterbeheerder naast de nutsbedrijven, steeds vaker te maken met partijen in de bovengrond zoals woningcorporaties, gebouweigenaren andere beheerders in de openbare ruimte en particulieren. Door samen te werken in de waterketen kunnen we kosten besparen, de kwaliteit verbeteren, de kwetsbaarheid verminderen, kennis uitwisselen en effectiever inspelen op klimaatverandering. Via de meerjarenprogrammering (MJP) combineren we onder andere de energietransitie met gepland onderhoud (van nutsbedrijven en dergelijke). Zo hoeft de straat maar één keer open. Ook klimaatadaptatie wordt hierbij aangehaakt. We actualiseren de huidige risicokaarten klimaatadaptatie en maken onderscheid in urgente en minder urgente gebieden. Zo sturen we vanuit stedelijk water op de aanpak van gebieden waar het risico op wateroverlast en/of de nadelige gevolgen van droogte het grootste zijn. Daar waar er vanuit andere sectoren geen opgave ligt zijn we leidend bij rioolverbetering.
Daar waar we kansen zien om opgaven integraal aan te pakken sturen we op het samenvallen van onder- en bovengrondse ingrepen door de levensduur van de riolering op te rekken (risicogestuurd beheer). We willen nieuwe thema’s in regionaal verband oppakken Met de huidige samenwerking binnen Hart van Brabant kunnen we de gemeentelijke watertaken doelmatig invullen. Nieuwe thema’s zoals de energietransitie en de aanpak van microverontreinigingen zullen meer aandacht vragen, waardoor de noodzaak tot samenwerken en specialiseren verder toeneemt. Waar doelmatig pakken we thema’s op binnen het samenwerkingsverband. Voor het kunnen realiseren van onze ambities op het gebied van water zien we de waterbeheerder als een logische partner en in drinkwaterbeschermingsgebieden ook de drinkwaterbeheerder. We gaan vroegtijdig in gesprek om af te tasten waar de samenwerking een impuls kan geven aan een voor inwoners en bedrijven betere leefomgeving. Voor duurzaam watergebruik op sportparken willen we gebruik maken van pilots uit de regio (bv Waalwijk). We hebben onderzoeksbudget om voor enkele sportparken die gerenoveerd moeten worden, te bekijken welke duurzame maatregelen mogelijk zijn.
We stellen ons omgevingsgericht op De thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie nopen ertoe dat we over de grenzen van ons eigen werkveld en over de grenzen van onze eigen afdeling werken, zowel intern als extern. We houden hierbij onze eigen doelen en ambities voor ogen en dragen naar eigen draagkracht bij aan gezamenlijke doelen en ambities. We continueren de samenwerking met instanties als GGD en woningbouwcorporaties. Projectmatig werken Vanuit het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsplannen zijn diverse onderzoeken nodig. Het is zaak deze onderzoeken projectmatig aan te pakken, zodat deze op het juiste moment binnen de komende 4 jaar kunnen worden uitgevoerd. Zonder een projectmatige aanpak, is de kans aanwezig dat we de verkeerde prioriteitsvolgorde hanteren en/of de onderzoeken te lang uitstellen. Hierdoor kan de uitvoering van het Programma Water en Riolering, bestaande uit de wettelijke watertaken en gemeentelijke doelen, in het gedrang komen. Ook bestaat de kans dat we (uiteindelijk) teveel onderzoeken tegelijk willen/moeten uitvoeren, waarmee de capaciteit een knelpunt wordt.
49
Een groot deel van ons gemeentelijk grondgebied bestaat uit particulier terrein. Inwoners en ondernemers kunnen bijdragen aan het realiseren van een waterrobuuste en klimaatbestendige omgeving. Vanuit stedelijk water willen we extra middelen inzetten voor klimaatbrede communicatie. Met deze beschikbare middelen kunnen we wijkgericht sturen op inwonersparticipatie. Ook willen we vanuit stedelijk water extra middelen inzetten om procesmatig sterker te kunnen sturen op het realiseren van een robuuste groenblauwe hoofdstructuur. We bekijken de komende planperiode welke afwegingen op welk niveau wenselijk zijn om repeterende discussies te voorkomen. We houden hierbij wel voor ogen dat de vakinhoudelijke kennis wordt benut.
Ambitie In (potentiële) wateroverlastgebieden en gebieden met gunstige condities voor regenwaterinfiltratie betrekken we bewoners en bedrijven actief bij wateropgaven. Bij nieuwe ontwikkelingen dagen we bewoners en bedrijven uit om met stedelijk water de omgeving een impuls te geven.
Strategie We houden rekening met leefstijlen Om een gericht te kunnen communiceren zijn drie aspecten van belang: ▪ Welke doelgroepen zijn relevant? ▪ Wat is de invloed van een doelgroep op het behalen van de doelen? ▪ Wat is het belang dat de doelgroep heeft bij een eventuele bijdrage aan de doelen? Door in onze communicatie met inwoners en bedrijven rekening te houden met verschillende doelgroepen en leefstijlen verhogen we de kans op participatie. Het gedrag van de gebruikers van de riolering bepaalt in grote mate de effectiviteit van onze voorzieningen. Om deze reden verstrekken we inwoners en bedrijven informatie over de werking van het stedelijk watersysteem en maken we duidelijk dat we als overheid en maatschappij samen aan de lat staan voor de opgaven waar we voor staan. We houden in onze communicatie rekening met verschillende stadia van bewustwording Via doelgerichte communicatie willen we bepaalde doelgroepen aanspreken om samen met gemeente, waterschap en andere partijen in de openbare ruimte een bijdrage te leveren aan een waterrobuuste omgeving. We onderscheiden in onze communicatie verschillende te bereiken stadia: bewust worden, bewust zijn en bewust doen.
Voor elk stadium hebben we andere communicatiedoelstellingen: Bewust worden ▪ De meeste inwoners van Tilburg worden zich de komende vijf jaar bewust van de gevolgen van klimaatverandering en verstening; ▪ De meeste inwoners van Tilburg beseffen dat water op straat vaker zal voorkomen en dat dit een geaccepteerd verschijnsel is; Bewust zijn ▪ Spelers in de openbare ruimte houden rekening met de gevolgen van klimaatverandering, verstedelijking en micro-verontreinigingen; ▪ Ontwikkelende partijen houden rekening met een waterrobuuste inrichting van de openbare ruimte; ▪ Aanvragers van een bouw/omgevingsvergunning zijn op de hoogte van subsidies/regels op het gebied van stedelijk water; Bewust doen ▪ Voorlopers van waterrobuuste maatregelen op- en om het huis zijn zichtbare ambassadeurs; ▪ Partijen die bijdragen aan onze ambities krijgen extra aandacht in de media; ▪ Impactprojecten zijn goed zichtbaar in de openbare ruimte;
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Communicatiestrategie In onze communicatie naar de inwoners en ondernemers van de gemeente Tilburg willen we uitdragen dat we streven naar niet te veel, niet te weinig en schoon water tegen een betaalbare prijs. We vertellen in begrijpelijke taal wat we daar als gemeente aan (gaan) doen en wat we van initiatiefnemers en particulieren verwachten (o.a. scheiden van waterstromen, afkoppelen van op de riolering afvoerend verhard oppervlak, ontharden van bestaande versteende gebieden, zuinig omgaan met drinkwater en een goed gebruik van de riolering). Ook leggen we uit dat de opgaven te groot zijn om als gemeente zelf op te lossen en dat we de hulp nodig hebben van particulieren en geven daarbij (met voorbeelden) aan dat een deel van de inwoners inmiddels stappen heeft gezet. Die hebben immers meer dan 50% verhard oppervlak in hun bezit. Uiteraard hebben we aandacht voor het in beeld brengen van het belang voor de particulier zelf. Ook leggen we in onze communicatie uit dat de gebruikers van de openbare ruimte water op straat zullen moeten accepteren, dat we de aanleg van waterberging eisen bij ver-/nieuwbouw en we mogelijk ook (in de toekomst) overgaan tot verplicht afkoppelen als de straat opengaat. Om particulieren niet te overladen met boodschappen leveren we maatwerk in communicatie, stemmen af met communicatie rondom o.a.
klimaatadaptatie en de energietransitie en sluiten aan bij landelijke informatiecampagnes. Ook communiceren we over hetgeen we uitdrukkelijk niet willen, bijvoorbeeld het recreatief gebruik van oppervlaktewater op plaatsen waar dit niet veilig/ongewenst is. Met de communicatie rondom riolering en stedelijk water sluiten we aan op het communicatieplan klimaatadaptatie. We benutten hiervoor geschikte momenten zoals bijvoorbeeld spraakmakende gebeurtenissen en de oplevering van projecten. We benutten (her)ontwikkelingen om particulieren/initiatiefnemers te informeren over hun rechten en plichten en continueren onze aanpak waarin we projecten benutten om particulieren te stimuleren een bijdrage te leveren. We gaan in onze communicatie project- en wijkgericht te werk en betrekken wijkregisseurs bij het organiseren van activiteiten. Via Buurkracht is al in kaart gebracht bij welke (groepen) mensen de energie zit. Daar richten we onze focus op, samen met urgent aan te pakken gebieden. Ook willen we scholen meer benutten om het water- en klimaatbewustzijn verder te verhogen. We zetten in op een projectgerichte aanpak. Hiervoor hebben we in dit PWR communicatiebudget opgenomen. Per project bepalen we welke specifieke acties/maatregelen we gaan uitvoeren.
Activiteiten die we zeker gaan uitvoeren de komende planperiode zijn: ▪ Spraakwater (we reserveren budget om alle basisscholen de komende planperiode langs te gaan); ▪ Regentonnenactie / regenpijpen afkoppelen actie (full service; van advies t/m aanleg); ▪ Projectgerichte communicatie: 1 pilot met “verplicht” afkoppelen. In dit PWR hebben we ook extra budget opgenomen voor ondersteuning bij projectgerichte communicatie. Verder gaan we in overleg met de waterschap(pen) en Brabant Water om te zien waar we combinaties kunnen maken.
51
Doordat we overgaan naar een nieuwe rekenmethode is het niet meer mogelijk om op dezelfde wijze de prestaties uit het verleden met elkaar te vergelijken. De komende planperiode evalueren we jaarlijks de huidige KPI’s om te komen tot eventuele bijstelling ervan. Ernstige hinder als gevolg van wateroverlast Het aantal locaties met berekend risico op ernstige hinder optreedt (als gevolg van zware regenval bij een composietbui T2) wordt verminderd. De locaties waar daadwerkelijk ernstige hinder optreedt worden met voorrang aangepast in overleg met betrokkenen. Deze situaties worden gemonitord en gerapporteerd. Schade als gevolg van wateroverlast Het aantal panden met een verhoogd risico op schade (bij een extreme bui / compositebui T=100) wordt verkleind. Ook hier wordt in overleg met betrokkenen van feitelijke schade gekeken welke maatregelen doelmatig zijn.
Figuur 28: bovengrondse afvoer van regenwater zal steeds vaker gaan voorkomen
Verdroging In alle grote openbare ruimte projecten (>500m2) wordt een regenwaterberging van ten minste 10 mm gerealiseerd die door middel van infiltratie die leegloopt in de bodem. Daarmee wordt verdroging tegengegaan.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Figuur 29: plaatsing van infiltratiekratten in de Willem-II straat
In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen we als gemeente Tilburg in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit PWR. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, cyclisch onderhoud, vervangings- en verbeteringsmaatregelen en facilitair. In de bijlage J Uitvoeringsprogramma (bijlage I) is een uitgebreidere beschrijving per maatregel opgenomen.
53
Als gemeente Tilburg leveren we de ambtelijke trekker van de samenwerking in de regio Hart van Brabant, waarin we samenwerken met de Waterschappen en Brabant water.
Planvorming is onmisbaar voor doelmatig water- en rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het watersysteem is onderzoek noodzakelijk. Tabel 6: overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023
1 2 3 4 5
Activiteit Diverse studies en onderzoeken (wijkrisicokaarten, milieuonderzoeken, afkoppelverordening) Studie Blauwe aders, waterparken en wateroverlast Diverse onderzoeken klimaatadaptatie Watertoets en ruimtelijke plannen Studie verdrogingsaanpak (o.a. sportvelden, peilopzet)
2024 200.000
2025 200.000
2026 200.000
2027 200.000
250.000 100.000 50.000 100.000
250.000 100.000 50.000 100.000
200.000 100.000 50.000 150.000
200.000 100.000 50.000 150.000
€ 0,7
€ 0, 7
€ 0,7
€ 0,7
TOTAAL (miljoen euro) *de beheerkosten zijn opgenomen bij beheer
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden beheerst (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van onze gemeente. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en regenwatervoorzieningen. Tabel 7: overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023
6 7 8 9 10
Activiteit Stedelijk watersysteem Oppervlaktewater Meet en monitoringsprogramma Aanpak foutieve aansluitingen Informatiebeheer TOTAAL (miljoen euro)
2024 3.895.269 1.104.656 128.770 195.264 50.149 € 5,4
2025 3.895.269 1.104.656 48.770 195.264 50.149 € 5,3
2026 3.895.269 1.104.656 48.770 195.264 50.149 € 5,3
2027 3.895.269 604.656 48.770 195.264 50.149 € 4,8
Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen en afgestemd met de andere elementen in de openbare ruimte via het meerjarenplan integraal beheer (MJP). Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd.
Vastgesteld 20 november 2023, gemeente Tilburg
Tabel 8: overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023
11 12 13 14 15
Activiteit Groot onderhoud (vervanging) Blauwe aders en waterparken Waterpark Pauwels Functionele maatregelen Klimaatadaptatie/SWO TOTAAL (miljoen euro)