18 Bijlage 15 Voortoets en Passende beoordeling Wijkevoort def
Tekst van het document
H3130 H3160 H4010A H4030 H6410 H7150 H91E0C
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
1071
Maximale achtergrond depositie2 2181
0,81
0,8
-0,01
Maximaal relevant effect5 -
571 714 1214
2178 2118 2348
0,77 0,81 0,77
0,76 0,8 0,76
-0,01 -0,01 -0,01
-
1071 1071 1429
2297 1680 2086
0,77 0,92 0,79
0,77 0,91 0,78
-0,01 -0,01 -0,01
-
1857
2642
0,94
0,93
-0,01
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. Berekende stikstofbijdrage t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie volgens de
74 (371)
berekening op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.6.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Kempenland-West sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 1 stikstofgevoelige habitatsoort (zie onderstaande tabel).
De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Kempenland-West, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.25: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied
H1831
Drijvende waterweegbree
L3130, H3130, Lg03
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
Maximaal relevant effect6
571
2476
0,77
0,76
-0,01
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.o.v. de referentiesituatie op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stiktofgevoelig leefgebied van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De
75 (371)
toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.6.5 Beoordeling Broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Kempenland-West geen broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.6.6 Beoordeling Niet-broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Kempenland-West geen niet-broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen nietbroedvogels in het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
76 (371)
5.7 Langstraat 5.7.1 Inleiding De Langstraat bij Sprang-Capelle bestaat uit een aantal natuurterreinen (het Labbegat, de Dullaert, de Dulver en de Hoven) op de grens van de zandgronden, het rivierengebied en zeekleigronden. Er zijn gradiënten aanwezig van zand naar veen, van basenarme lokale kwel naar basenrijke regionale kwel. Het gebied is een ontgonnen laagveenvlakte en een restant van een oud slagen landschap met zeer lange en smalle graslanden begrensd door elzenhagen. Het gebied bestaat uit sloten, trilvenen, schrale, soortenrijke graslanden, zeggenmoerassen en plaatselijk vochtige heide. In petgaten komen uiteenlopende verlandingsstadia voor. Daarnaast traden in het verleden inundaties op, waardoor nu nog wielen aanwezig zijn in het gebied. In Dulver ligt een eendenkooi. (Langstraat, Natura2000.nl)
Figuur 5.5 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Langstraat.
5.7.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Langstraat op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.26: Habitattypen Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H3130
Zwakgebufferde vennen
ontwerp
=
=
H3140
Kranswierwateren
definitief
=
=
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
ontwerp
=
=
H4010A
Vochtige heiden (hogere zandgronden)
ontwerp
=
=
H6410
Blauwgraslanden
definitief
>
>
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
ontwerp
=
=
H7140A
Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
definitief
>
>
H7140B
Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
definitief
>
>
77 (371)
Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H7150
Pioniervegetaties met snavelbiezen
ontwerp
=
=
H7230
Kalkmoerassen
definitief
>
>
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.27: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1145
Grote modderkruiper
H1149
Kleine modderkruiper
definitief
=
=
=
definitief
=
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
5.7.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Langstraat sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 5 stikstofgevoelige habitattypen (zie onderstaande tabel). De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.28: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Langstraat. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatcode
Habitattype
KDW1
H3140 H6410 H7140A
Kranswierwateren Blauwgraslanden Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) Kalkmoerassen
H7140B H7230
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
571 1071 1214
Maximale achtergrond depositie2 2229 1756 1785
1,47 1,5 1,47
1,47 1,49 1,47
0,00 -0,01 0,00
Maximaal relevant effect5 -
714
2115
2,1
2,06
-0,04
-
1143
1458
1,49
1,49
-0,01
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. Berekende stikstofbijdrage t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie volgens de berekening op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Langstraat. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
78 (371)
5.7.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Langstraat geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van habitatrichtlijnsoorten met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Langstraat. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.7.5 Beoordeling Broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Langstraat geen broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Langstraat. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
5.7.6 Beoordeling Niet-broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Langstraat geen niet-broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen nietbroedvogels in het Natura 2000-gebied Langstraat. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
79 (371)
5.8 Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek 5.8.1 Inleiding Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van 's-Hertogenbosch. Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant". Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basenminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn. (Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, Natura2000.nl)
Figuur 5.6 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.
5.8.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.29: Habitattypen Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H3140
Kranswierwateren
definitief
>
>
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
ontwerp
=
=
H6230
Heischrale graslanden
ontwerp
=
=
H6410
Blauwgraslanden
definitief
>
>
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
definitief
=
=
H6510A
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
definitief
>
>
H7140A
Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
definitief
=
=
80 (371)
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.30: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1134
Bittervoorn
H1061
Donker pimpernelblauwtje
ontwerp
=
=
=
definitief
>
>
H1831
>
Drijvende waterweegbree
definitief
=
=
=
H1145
Grote modderkruiper
definitief
>
>
>
H1166
Kamsalamander
ontwerp
=
=
=
H1149
Kleine modderkruiper
definitief
=
=
=
H1059
Pimpernelblauwtje
definitief
>
>
>
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
5.8.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 4 stikstofgevoelige habitattypen (zie onderstaande tabel). De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.31: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatcode
Habitattype
KDW1
H3140 H6410 H6510A
Kranswierwateren Blauwgraslanden Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
H7140A
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
571 1071 1429
Maximale achtergrond depositie2 1555 2008 2735
1,45 1,26 1,07
1,44 1,25 1,06
-0,01 -0,01 -0,01
Maximaal relevant effect5 -
1214
1245
1,1
1,09
-0,01
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. Berekende stikstofbijdrage t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie volgens de berekening op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.
81 (371)
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.8.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 3 stikstofgevoelige habitatsoorten (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten.
Tabel 5.32: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
Maximaal relevant effect6
H1059
Pimpernelbl auwtje
1071
2735
1,26
1,25
-0,01
-
H1061
Donker pimpernelbla uwtje Drijvende waterweegbr ee
H6410, H6510A, Lg06 Lg06, H6510A
1429
2735
1,07
1,06
-0,01
-
H3140hz, Lg03
571
1821
1,34
1,33
-0,01
-
H1831
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.o.v. de referentiesituatie op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stiktofgevoelig leefgebied van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Significante effecten door de
82 (371)
toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.8.5 Beoordeling Broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek geen broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.8.6 Beoordeling Niet-broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek geen nietbroedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen nietbroedvogels in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
83 (371)
5.9 Waddenzee 5.9.1 Inleiding De Waddenzee bestaat uit een complex van diepe geulen en ondiep water met zand- en slibbanken waarvan grote delen bij eb droog vallen. Deze banken worden doorsneden door een fijn vertakt stelsel van geulen. Langs het vasteland en de eilanden liggen verspreid kweldergebieden, die door grote verschillen in vocht- en zoutgehalte bijdragen aan een zeer diverse flora en vegetatie. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Boschplaat op Terschelling en Neerlands Reid op Ameland, waar op de overgang naar het duingebied bijzondere kweldervegetaties aanwezig zijn. Er is een nagenoeg ongestoorde hydrodynamiek en geomorfologie aanwezig, waarin natuurlijke processen zorgen voor instandhouding en ontwikkeling van karakteristieke ecotopen en habitats en de grenzen van land en water voortdurend wijzigen. Het gebied is in 2007 in het estuarium van de Eems-Dollard met 4153 ha uitgebreid. Hetzelfde gebied zal op korte termijn ook door Duitsland worden aangemeld. Het gebied is namelijk gelegen in het deel van het estuarium waarop beide landen aanspraak maken. (Waddenzee, Natura2000.nl)
Figuur 5.7 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Waddenzee.
5.9.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Waddenzee op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.33: Habitattypen Oppervlakte1
Kwaliteit1
definitief
=
>
Estuaria
definitief
=
>
Slik- en zandplaten (getijdengebied)
definitief
=
>
H1310A
Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)
definitief
=
=
H1310B
Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)
definitief
=
=
Habitatcode
Habitattype
Status doel
H1110A
Permanent overstroomde zandbanken (getijdengebied)
H1130 H1140A
84 (371)
Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H1320
Slijkgrasvelden
definitief
=
=
H1330A
Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
definitief
=
>
H1330B
Schorren en zilte graslanden (binnendijks)
definitief
=
=
H2110
Embryonale duinen
definitief
=
=
H2120
Witte duinen
definitief
=
=
H2130A
Grijze duinen (kalkrijk)
definitief
=
=
H2130B
Grijze duinen (kalkarm)
definitief
=
>
H2160
Duindoornstruwelen
definitief
=
=
H2170
Kruipwilgstruwelen
ontwerp
=
=
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
definitief
=
=
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.34: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1351
Bruinvis
H1103
Fint
ontwerp
=
=
=
definitief
>
=
H1365
=
Gewone zeehond
definitief
>
=
=
H1364
Grijze zeehond
definitief
=
=
=
H1903
Groenknolorchis
ontwerp
=
=
=
H1014
Nauwe korfslak
definitief
=
=
=
H1340
Noordse woelmuis
ontwerp
=
=
=
H1099
Rivierprik
definitief
>
=
=
H1095
Zeeprik
definitief
>
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.35: Broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
Aantal broedparen
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
A082
Blauwe kiekendief
definitief
3
=
=
A137 A081
Bontbekplevier
definitief
60
=
=
Bruine kiekendief
definitief
30
=
=
A195
Dwergstern
definitief
200
>
>
A063
Eider
definitief
5000
=
>
A191
Grote stern
definitief
16000
=
=
A183
Kleine mantelmeeuw
definitief
19000
=
=
A132
Kluut
definitief
3800
=
>
A034
Lepelaar
definitief
430
=
=
A194
Noordse stern
definitief
1500
=
=
A138
Strandplevier
definitief
50
>
>
A222
Velduil
definitief
5
=
=
A193
Visdief
definitief
5300
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
85 (371)
Tabel 5.36: Niet-broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
A017
Aalscholver
definitief
4200
A048
Bergeend
definitief
A137
Bontbekplevier
A149
Instandhoudings-doelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
38400
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
definitief
1800
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
Bonte strandloper
definitief
206000
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A045
Brandgans
definitief
36800
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A067
Brilduiker
definitief
100
Foerageergebied
=
=
A144
Drieteenstrandl oper
definitief
3700
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A063
Eider
definitief
90000115000
Foerageergebied
=
>
A005
Fuut
definitief
310
Foerageergebied
=
=
A140
Goudplevier
definitief
19200
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A043
Grauwe gans
definitief
7000
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A164
Groenpootruiter
definitief
1900
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A070
Grote zaagbek
definitief
70
Foerageergebied
=
=
A156
Grutto
definitief
1100
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A143
Kanoetstrandlo per
definitief
44400
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
>
A142
Kievit
definitief
10800
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A037
Kleine zwaan
definitief
1600
Slaap- en rustplaats
=
=
A132
Kluut
definitief
6700
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A051
Krakeend
definitief
320
Foerageergebied
=
=
A147
Krombekstrandl oper
definitief
2000
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A034
Lepelaar
definitief
520
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A069
Middelste zaagbek
definitief
150
Foerageergebied
=
=
A054
Pijlstaart
definitief
5900
Foerageergebied
=
=
A157
Rosse grutto
definitief
54400
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A046
Rotgans
definitief
26400
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A130
Scholekster
definitief
140000160000
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
>
A103
Slechtvalk
definitief
40
Foerageergebied
=
=
A056
Slobeend
definitief
750
Foerageergebied
=
=
86 (371)
Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
A050
Smient
definitief
33100
A169
Steenloper
definitief
A702
Toendrarietgan s
definitief
A062
Toppereend
A162
Tureluur
A053 A052
Instandhoudings-doelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
23003000
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
>
behoud
Slaap- en rustplaats
=
=
definitief
3100
Foerageergebied
=
>
definitief
16500
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
Wilde eend
definitief
25400
Foerageergebied
=
=
Wintertaling
definitief
5000
Foerageergebied
=
=
A160
Wulp
definitief
96200
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A141
Zilverplevier
definitief
22300
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A161
Zwarte ruiter
definitief
1200
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A197
Zwarte stern
definitief
23000
Slaap- en rustplaats
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
5.9.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 11 stikstofgevoelige habitattypen (zie onderstaande tabel). De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.37: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatcode
Habitattype
KDW1
H1310A
Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur) Slijkgrasvelden Schorren en zilte graslanden (buitendijks) Schorren en zilte graslanden (binnendijks) Embryonale duinen Witte duinen Grijze duinen (kalkrijk) Grijze duinen (kalkarm) Duindoornstruwelen Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
H1310B H1320 H1330A H1330B H2110 H2120 H2130A H2130B H2160 H2190B
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
1643
Maximale achtergrond depositie2 1307
0,05
0,05
0,00
Maximaal relevant effect5 -
1500
1237
0,04
0,04
0,00
-
1643 1571
1307 1637
0,05 0,04
0,05 0,04
0,00 0,00
-
1571
1135
0,05
0,05
0,00
-
1429 1429 1071 714 2000 1429
1127 1310 1264 1073 1657 1406
0,04 0,04 0,04 0,05 0,06 0,04
0,05 0,04 0,05 0,05 0,06 0,04
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. Berekende stikstofbijdrage t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale
87 (371)
toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie volgens de berekening op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.9.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 1 stikstofgevoelige habitatsoort (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten.
Significant negatieve gevolgen voor deze habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.38: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
Maximaal relevant effect6
H1014
Nauwe korfslak
ZGH2190B, H2190B, ZGH2160, H2160
1429
1657
0,04
0,04
0,00
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.o.v. de referentiesituatie op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stiktofgevoelig leefgebied van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Waddenzee.
88 (371)
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.9.5 Beoordeling Broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 6 stikstofgevoelige broedvogels (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.39: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee.
Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
Maximaal relevant effect6
A081
Bruine Kiekendief
714
1637
0,04
0,04
0,00
-
A082
Blauwe Kiekendief
1429
1637
0,04
0,04
0,00
-
A137
Bontbekplevier
1429
1637
0,04
0,04
0,00
-
A138
Strandplevier
1429
1637
0,04
0,04
0,00
-
A193
Visdief
714
1637
0,04
0,04
0,00
-
A222
Velduil
H2130B, ZGH2130A, H2110, ZGH2110, ZGH2120, H2190B, H2120, ZGH2190B, H1330A, ZGH1330B H2110, ZGH2110, ZGH2120, H2120, H1330A, ZGH1330B H2110, ZGH2110, H2190B, ZGH2190B, H1310B, H1330A, ZGH1330B H2110, ZGH2110, H1310B, H1330A, ZGH1330B H2130B, ZGH2130A, ZGH2190B, H2190B, H1330A, ZGH1330B H2130B, ZGH2130A, ZGH2190B, H2190B,
714
1637
0,04
0,04
0,00
-
89 (371)
H1330A, ZGH1330B
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.o.v. de referentiesituatie op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stiktofgevoelig leefgebied van aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.9.6 Beoordeling Niet-broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van nietbroedvogels met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten.
De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen niet-broedvogels in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
90 (371)
5.10
Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving
5.10.1 Inleiding Het Natura 2000-gebied bestaat uit een keten van meren en plassen met omliggende oeverlanden in de Súdwesthoeke, het zuidwestelijke merengebied van Friesland. In beperkte mate zijn ook omringende graslanden binnen het Natura 2000-gebied meebegrensd. Het gebied is een belangrijke schakel in het netwerk aan leefgebieden voor de Noordse woelmuis. De plassen en vaarten zijn foerageergebied voor de Meervleermuis, die in de nabijheid diverse kolonies heeft. De graslanden in de directe omgeving van het Natura 2000-gebied zijn van belang voor overwinterende ganzen en - in het voorjaar - voor broedende weidevogels. Van de Kleine rietgans overwintert hier bijna 40 % van de gehele Noordwest-Europese populatie. De ganzen slapen op de meren en foerageren in de omliggende polders. (Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving, Natura2000.nl)
Figuur 5.8 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving.
5.10.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.40: Habitattypen Oppervlakte1
Kwaliteit1
definitief
=
=
Ruigten en zomen (moerasspirea)
definitief
=
=
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
definitief
=
=
H7140B
Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
ontwerp
=
=
H91D0
Hoogveenbossen
ontwerp
=
=
Habitatcode
Habitattype
Status doel
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
H6430A H6430B
91 (371)
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.41: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1149
Kleine modderkruiper
H1318
Meervleermuis
ontwerp
=
=
=
definitief
=
=
H1340
=
Noordse woelmuis
definitief
>
>
H1163
>
Rivierdonderpad
ontwerp
=
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.42: Broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
A119
Porseleinhoen
definitief
Aantal broedparen
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
1
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.43: Niet-broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
A045
Brandgans
definitief
39300
A151
Kemphaan
definitief
A040
Kleine rietgans
A041 A061
Instandhoudings-doelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
2300
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
definitief
20500
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
Kolgans
definitief
6700
Slaap- en rustplaats
=
=
Kuifeend
definitief
2400
Foerageergebied
=
=
A068
Nonnetje
definitief
50
Foerageergebied
=
=
A050
Smient
definitief
2700
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A160
Wulp
definitief
behoud
Slaap- en rustplaats
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
5.10.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
92 (371)
5.10.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van habitatrichtlijnsoorten met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.10.5 Beoordeling Broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van broedvogels met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten.
De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.10.6 Beoordeling Niet-broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van niet-broedvogels met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen niet-broedvogels in het Natura 2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
93 (371)
5.11
Voornes Duin
5.11.1 Inleiding Het Voornes Duin bestaat uit jonge duin- en strandafzettingen met een hoog kalkgehalte. Het duingebied met duinvalleien is grotendeels in de 19e en begin 20e eeuw ontstaan door afsnoering van strandvlakte als gevolg van het ontstaan van nieuwe zeerepen. Het zuidoostelijke deel van het gebied stamt uit de late Middeleeuwen. Het duingebied van Voorne heeft een grote variatie in landschapstypen en heeft daardoor een grote soortenrijkdom, zowel wat betreft flora als fauna. Het bestaat uit een afwisselend duingebied met twee grote duinmeren (Breede water en Quackjeswater) en meerdere kleine poelen, moerassen, grote oppervlaktes bos en struweel, duingraslanden en natte duinvalleien. Aan de binnenduinrand liggen een aantal landgoedbossen met stinzeflora. (Voornes Duin, Natura2000.nl)
Figuur 5.9 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Voornes Duin.
5.11.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Voornes Duin op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.44: Habitattypen Oppervlakte1
Kwaliteit1
definitief
=
=
definitief
>
>
Grijze duinen (kalkarm)
ontwerp
>
>
H2130C
Grijze duinen (heischraal)
definitief
>
>
H2160
Duindoornstruwelen
definitief
= (<)
=
H2170
Kruipwilgstruwelen
definitief
= (<)
=
H2180A
Duinbossen (droog), berken-eikenbos
definitief
= (<)
>
H2180B
Duinbossen (vochtig)
definitief
= (<)
=
Habitatcode
Habitattype
Status doel
H2120
Witte duinen
H2130A
Grijze duinen (kalkrijk)
H2130B
94 (371)
Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
definitief
= (<)
=
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
definitief
=
=
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
definitief
>
>
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
ontwerp
=
=
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
definitief
=
=
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
ontwerp
=
=
H7210
Galigaanmoerassen
ontwerp
=
=
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.45: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1903
Groenknolorchis
H1014
Nauwe korfslak
definitief
>
>
=
definitief
=
=
H1340
Noordse woelmuis
=
definitief
>
>
>
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.46: Broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
Aantal broedparen
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
A017
Aalscholver
A008
Geoorde fuut
definitief
1100
=
=
definitief
5
=
=
A026
Kleine zilverreiger
A034
Lepelaar
definitief
15
=
=
definitief
110
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<).
5.11.3 Beoordeling Habitattypen Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin sprake is van een toename aan stikstofdepositie op 10 stikstofgevoelige habitattypen (zie onderstaande tabel). De overige habitats zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.47: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatcode
Habitattype
KDW1
H2120 H2130A H2130C
Witte duinen Grijze duinen (kalkrijk) Grijze duinen (heischraal) Duindoornstruwelen Kruipwilgstruwelen Duinbossen (droog), berken-eikenbos Duinbossen (vochtig)
H2160 H2170 H2180A H2180B
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
1429 1071 714
Maximale achtergrond depositie2 1984 2376 1964
0,14 0,14 0,14
0,14 0,15 0,14
0,00 0,00 0,00
Maximaal relevant effect5 -
2000 2286 1429
2136 1217 2218
0,14 0,09 0,14
0,15 0,09 0,15
0,00 0,00 0,00
-
2214
2243
0,14
0,15
0,00
-
95 (371)
H2180C H2190A H2190B
Duinbossen (binnenduinrand) Vochtige duinvalleien (open water) Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
1786
2332
0,14
0,15
0,00
-
1000
2234
0,14
0,14
0,00
-
1429
2187
0,14
0,15
0,00
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. Berekende stikstofbijdrage t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale toename aan stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie volgens de berekening op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen habitattypen in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.11.4 Beoordeling Habitatrichtlijnsoorten Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van 1 stikstofgevoelige habitatsoort (zie onderstaande tabel). De in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin, zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten.
Significant negatieve gevolgen voor deze habitatrichtlijnsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 5.48: Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS Calculator en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Soortcode
Soortnaam
Leefgebied
KDW1
Maximale achtergrond depositie2
Situatie 13
Situatie 24
Maximaal effect5
Maximaal relevant effect6
H1014
Nauwe korfslak
Lg12
1643
3355
0,14
0,15
0,00
-
1. KDW van habitattype volgens van Dobben et al. (2012) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS Calculator. kleuren betreffen: geen, naderend en overschrijding KDW. 3. Referentiesituatie inclusief extern salderingsbronnen 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.g.v. de voorgenomen ontwikkeling 5. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied t.o.v. de referentiesituatie op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. 6. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
96 (371)
De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van extern salderen. De verschilberekening hiervoor staat weergegeven in de bovenstaande tabel. Uit de verschilberekening blijkt dat er na extern salderen sprake is van een maximale stikstofbijdrage van 0,00 mol N/ha/jaar op stiktofgevoelig leefgebied van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten. De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.11.5 Beoordeling Broedvogels Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Voornes Duin geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige leefgebieden van broedvogels met een definitieve status. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot relevante deposities groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelig leefgebied van de in het gebied aangewezen soorten.
De toename aan stikstofdepositie heeft hierdoor met zekerheid geen invloed op het behoud, uitbreiding of verbetering van oppervlakte en kwaliteit van aangewezen broedvogels in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten. 5.11.6 Beoordeling Niet-broedvogels Er zijn in het Natura 2000-gebied Voornes Duin geen niet-broedvogels aangewezen met een definitieve status. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Conclusie De toename aan stikstofdepositie heeft met zekerheid geen invloed op aangewezen nietbroedvogels in het Natura 2000-gebied Voornes Duin. Significante effecten door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn hierom uitgesloten.
97 (371)
5.12
Duinen Goeree & Kwade Hoek
5.12.1 Inleiding Het gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek omvat een aantal duingebieden aan de noordwestkant van Goeree plus de aan de zeezijde gelegen Kwade Hoek. De Kwade Hoek dankt zijn naam aan het feit dat, vooral bij storm, schepen vast kwamen te zitten op de daar aanwezige zandbanken. De Kwade Hoek is het meest noordelijkedeel van het intergetijdengebied van de Voordelta en vormt hier de overgang van kwelder naar strandvlakte. Door de aanleg van een stuifdijk in de jaren 60 en de Haringvlietdam in de jaren 70 werden zeestromen en geulen als het ware zeewaarts afgebogen, waardoor er een concentratie van zandbanken voor de kust ontstond. De zandbanken, waaronder een grote haak in het noordoosten, vallen bij eb grotendeels droog en groeien elk jaar nog aan. Geologische processen die bij de opbouw van de Nederlandse kust een rol hebben gespeeld zijn in het gebied nog dagelijks waarneembaar. Het gebied bestaat aan de zeezijde uit strand, waar spontaan duintjes zijn ontstaan, en slikken. Doordat deze modderige platen dagelijks worden overspoeld met zeewater zijn ze nauwelijks begroeid. Meer landinwaarts liggen schorren die doorsneden worden door kronkelige kreken. Achter de duintjes hebben zich vochtige primaire duinvalleien ontwikkeld. Het is dus een afwisselend en dynamisch landschap met primaire duinvorming, slikken, schorren, valleien en duinstruweel.
De duinen van Goeree zijn ontstaan in de vroege Middeleeuwen. Uit die tijd stammen de West-, Middel- en Oostduinen. Door herhaaldelijke verstuiving zijn deze duingebieden afgevlakt. De duingebieden langs de kust zijn jonger. Het kalkrijke duingebied van de kop van Goeree bestaat uit vier deelgebieden die onder andere de botanisch meest soortenrijke vroongronden in ons land, een vorm van het habitattype grijze duinen, herbergen. De Westduinen en de Middelduinen hebben een reliëfarm, golvend duinlandschap met kleine laagtes en duintjes, waarin een kleinschalig mozaïek van duingrasland en duinvalleien aanwezig is, deels met bos beplant. De Oostduinen is een vergraven kopjesduingebied met infiltratiegeulen, duinvalleien, droog duingrasland en duinstruweel. De duinen aan de westkant van Goeree (Westhoofd en Springertduinen) bestaan uit kalkarme duinen, veel duinstruweel en een duinvallei (Westhoofdvallei). (Duinen Goeree & Kwade Hoek, Natura2000.nl)
98 (371)
Figuur 5.10 Overzicht ligging richtlijngebieden gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek.
5.12.2 Doelstellingen De volgende tabellen bevatten de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 5.49: Habitattypen Oppervlakte1
Kwaliteit1
ontwerp
=
=
Slik- en zandplaten (getijdengebied)
definitief
=
=
Slik- en zandplaten (Noordzee-kustzone)
ontwerp
=
=
H1310A
Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)
definitief
=
=
H1310B
Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)
definitief
=
=
H1320
Slijkgrasvelden
definitief (in ontwerp verwijderd)
=
=
H1330A
Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
definitief
=
=
H2110
Embryonale duinen
definitief
=
=
H2120
Witte duinen
definitief
=
=
H2130A
Grijze duinen (kalkrijk)
definitief
>
>
H2130B
Grijze duinen (kalkarm)
definitief
=
=
H2130C
Grijze duinen (heischraal)
definitief
=
>
H2160
Duindoornstruwelen
definitief
= (<)
=
H2170
Kruipwilgstruwelen
ontwerp
=
=
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
ontwerp
=
=
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
definitief
=
>
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
definitief
>
>
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
definitief
>
>
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
definitief
=
=
Habitatcode
Habitattype
Status doel
H1110B
Permanent overstroomde zandbanken (Noordzeekustzone)
H1140A H1140B
99 (371)
Habitatcode
Habitattype
Status doel
Oppervlakte1
Kwaliteit1
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
definitief
=
=
H6430C
Ruigten en zomen (droge bosranden)
definitief (in ontwerp verwijderd)
=
=
1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<), oppervlak staat op uitbreiding, maar mag achteruit gaan ten gunste van ander habitattype: > (<). Tabel 5.50: Habitatrichtlijnsoorten Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
H1365
Gewone zeehond
H1364
Grijze zeehond
ontwerp
=
=
=
ontwerp
=
=
H1014
=
Nauwe korfslak
definitief
=
=
H1340
=
Noordse woelmuis
definitief
>
=
>
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.51: Broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
A138
Strandplevier
definitief
Aantal broedparen
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
220*
=
=
1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >, vestigend: +, achteruitgang ten gunste van ander habitattype toegestaan: = (<). Tabel 5.52: Niet-broedvogels Soortcode
Soort
Status doel
Populatie
A017
Aalscholver
definitief
250
A048
Bergeend
definitief
A137
Bontbekplevier
A149
Instandhoudings-doelstelling
Omvang leefgebied1
Kwaliteit leefgebied1
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
280
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
definitief
130
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
Bonte strandloper
definitief
800
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A045
Brandgans
definitief
32400
Slaap- en rustplaats
=
=
A045
Brandgans
definitief
110
Foerageergebied
=
=
A144
Drieteenstrandl oper
definitief
80
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A005
Fuut
definitief
60
Foerageergebied
=
=
A043
Grauwe gans
definitief
240
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A132
Kluut
definitief
180
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A034
Lepelaar
definitief
20
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
A054
Pijlstaart
definitief
200
Foerageergebied
=
=
A157
Rosse grutto
definitief
130
Slaap- en rustplaats en foerageergebied
=
=
100 (371)