CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Regels OBP Lijnsheike 8_pdf

Raadsvergadering 13 maart 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)11.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8) Regels met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020004-b001

21 december 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten

2

10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer - Verblijf 12 Artikel 4 Wonen 14 Artikel 5 Waarde - Archeologie Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie

11 20 22

Hoofdstuk 3 Algemene regels

24

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel 25 Artikel 8 Algemene bouwregels 26 Artikel 9 Algemene gebruiksregels 28 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 29 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 30 Artikel 12 Algemene procedureregels 31 Artikel 13 Overige regels 32

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht Artikel 15 Slotregel 36

35

34

Regels

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

2

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.

1.2 plan: Het bestemmingsplan Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2020004-b001 van de gemeente Tilburg.

1.3 aan huis verbonden beroep Die beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw, die kunnen worden beschouwd als 'aan-huis-verbonden', waarbij: a. degene die de activiteit uitvoert, tevens de bewoner is van de woning; b. geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen, conform artikel 8.5 van de regels van dit plan; c. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; d. de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m² in beslag neemt; e. de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; f. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; g. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.

1.4 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

1.8 afhankelijke woonruimte Een aanbouw of bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.9 Arbeidsmigrant Een (EU)burger die zich op basis van economische motieven tijdelijk in Tilburg vestigt om werk (voor laagopgeleiden) te verrichten.

1.10 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.11 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.12 bed & breakfast Een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting, al dan niet met de mogelijkheid van ontbijt, kortstondig met een maximum van twee weken. Hieronder wordt niet verstaan huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

3

arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen.

1.13 bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.14 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

1.15 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.16 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.17 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.18 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.19 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.20 bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.21 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.25 bouwwerk van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.26 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren - horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen voor zover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5m.

1.27 calamiteit Gehele of gedeeltelijke vernieling van een bouwwerk door overmacht: brand, overstroming, terroristische en/of oorlogshandelingen, aardbeving e.d.

1.28 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

4

in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkten. Tevens dient onder detailhandel te worden verstaan additionele horeca als bijbehorende voorziening. Uitgezonderd zijn: postorderbedrijven, internetbedrijven e.d.

1.29 dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.

1.30 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.31 erker Transparante, ondiepe uitbouw van een gebouw vóór de voorgevel, niet zijnde een entree.

1.32 erotisch gerichte horeca Een bedrijf dat tot doel heeft het geven van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en tevens het bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken.

1.33 escortbedrijf Het op bedrijfsmatige wijze bemiddelen in de totstandkoming van contacten tussen een prostituee en degene die van zijn/haar diensten gebruik wil maken.

1.34 evenement Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.

1.35 functionele eenheid Hieronder wordt verstaan: a. een samenstel van activiteiten dat, gelet op de aard en de organisatie van die activiteiten alsmede op de plaats waar die activiteiten worden verricht, als een eenheid moet worden beschouwd; b. het complex van bebouwde en onbebouwde gronden waarop de hiervoor bedoelde activiteiten worden verricht.

1.36 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.37 gebruiksoppervlakte (gbo) De vloeroppervlakte van ruimte(n) tussen de opgaande scheidingsconstructies bepaald overeenkomstig NEN 2580 waarbij garages, bergingen, inpandige loggia's/balkons en andere niet voor bewoning geschikte ruimten niet meegerekend worden

1.38 gestapelde woning Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.39 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

1.40 grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

5

1.41 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.42 hoogteaccent Een ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat hoger is dan de overige delen van het hoofdgebouw, dat tot doel heeft specifieke functies in het hoofdgebouw en/of de stedenbouwkundige context van het hoofdgebouw te benadrukken.

1.43 horecacategorie 1 (Daghoreca) Horeca inrichting, met openingstijden gerelateerd aan de winkeltijden (daghoreca), niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie II, waar: hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of dranken worden verstrekt. Voorbeelden zijn: thee & koffie-concepten, brood & lunchconcepten, ijs & yoghurt concepten. Daarnaast zijn ook concepten zoals omschreven bij categorie III mogelijk indien de openingstijden kunnen worden beperkt.

1.44 horecacategorie 2 (Droge horeca) Horeca inrichting waar: hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt. Voorbeelden zijn aan te merken: fastfoodconcepten, healthy fastfoodconcepten, snackbars, shoarmazaken. Indien alcohol wordt verstrekt valt het bedrijf in categorie III.

1.45 horecacategorie 3 (Eetgelegenheden) Horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie II, waar: hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt. Voorbeelden zijn: restaurants, pizzeria's, all-you-can-eat-concepten, café-restaurant.

1.46 horecacategorie 4 (Café - Barconcepten) Horeca inrichting waar: hoofdzakelijk dranken worden verstrekt, en waar eventueel in combinatie daarmee kleine etenswaren worden verstrekt. Voorbeelden zijn: cafés, bars, pubs, bier-, wijn- en cocktailconcepten.

1.47 horecacategorie 5 (Uitgaan & Zalen) Horeca inrichting waar: hoofdzakelijk dranken worden verstrekt en entertainment wordt aangeboden, zoals (live) optredens en mechanische muziek. Voorbeelden zijn: clubs, discotheken, feestcafés, uitgaansconcepten, zalen- en partycentra, danscafés, karaokebars. Combinatie met (onderdelen) van categorieën III en IV vallen ook binnen deze categorie.

1.48 horecacategorie 6 (Verblijfshoreca) Horeca inrichting waar: hoofdzakelijk gelegenheid tot tijdelijk slaapverblijf wordt gegeven, en waar eventueel in combinatie daarmee maaltijden, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt. Voorbeelden zijn: hotels, motels en pensions.

1.49 huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: De huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur).

1.50 langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.

1.51 kantoor Een samenstel van activiteiten, waarbij het accent ligt op het verrichten van administratieve handelingen t.b.v. zorgverlening, welke in een specifiek daarvoor ingericht (administratie)kantoor worden uitgevoerd.

1.52 kortstondig Aansluitende tijdsperiode van maximaal 12 uur.

1.53 maatvoeringsvlak

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

6

Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.54 mantelzorg Mantelzorg is langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.

1.55 netto vloeroppervlak (n.v.o.) De som van de binnenwerks gemeten oppervlakten van de voor publiek toegankelijke verblijfsruimten binnen een horeca-inrichting van de categorie 1, 2 of 3, zoals café- en barruimte (inclusief bar), eetzaal, foyer, dansvloer / podium, entree e.d, met uitzondering van oppervlakten t.b.v. keuken, toiletgroepen, garderobe, opslag, dienstruimten e.d.

1.56 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.57 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.58 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.59 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.60 onderkomen Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen.

1.61 onzelfstandige wooneenheid/eenheden Een (complex van) woonruimte(n) waarbij men wezenlijke voorzieningen, zijnde keuken, badkamer en toilet, gemeenschappelijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gemeenschappelijke (verkeers)ruimte.

1.62 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.63 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.64 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.65 paramedische voorziening Medische of paramedische voorzieningen, zoals kliniek, praktijk, gezondheidscentrum, centrum voor dagbehandeling, consultatiebureau e.d.

1.66 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan:

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

7

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.67 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.68 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.69 praktijkruimte Een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verlenen van medische of paramedische of daarmee gelijk te stellen diensten.

1.70 prostitutie-inrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, al dan niet tegen betaling seksuele handelingen worden verricht. Onder een prostitutie-inrichting worden in elk geval verstaan: een parenclub en een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.71 ruimtelijke ontwikkelingen Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.

1.72 sociale huurwoning Huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, zoals omschreven staat in artikel 1.1.1 lid 1 onder d van het Besluit ruimtelijke ordening.

1.73 straatpeil Zie: peil (straatpeil).

1.74 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.75 verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.

1.76 verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf Hieronder wordt verstaan het openbaar wegverkeers- en verblijfsgebied waarbij de nadruk ligt op de erftoegangsfunctie (geleider van het bestemmingsverkeer) voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken.

1.77 verkoopvloeroppervlak De oppervlakte van de geheel of grotendeels voor publiek toegankelijke ruimte die is bestemd en feitelijk ingericht voor de verkoop van goederen, waaronder begrepen showroom, uitstallingsruime, kassa's e.d. met uitzondering van magazijn, opslagruimte, kantoor e.d.

1.78 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.79 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

8

wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.

1.80 weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.81 wet geluidhinder De wet van 16 februari 1979, Staatsblad 99 (1979), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder.

1.82 wet milieubeheer De wet zoals geplaatst in Staatsblad 551 (1992). Deze wet is in werking getreden op 1 maart 1993.

1.83 wonen Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten; c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.84 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

1.85 zorgwoning Een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

9

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

11

Artikel 3 Verkeer - Verblijf 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functies De voor 'Verkeer – Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. bouwwerken van algemeen nut. 3.1.2 . Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stadspromotionele activiteiten (bv. Tilburg culinair, winterpark / kerstmarkt) e.d.; c. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; d. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; e. faunapassages e.d.; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 3.1.1 genoemde functies.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking; c. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 3.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 3.1 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

12

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijk inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 3.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.3 omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a. ondergeschikte delen van een bouwwerk; b. bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf zijn toegestaan; met dien verstande dat: 1. niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg; 2. niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de weg en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; 3.

sub 1 en 2 niet geldt voor gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling) 3.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

13

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Functie De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. woningtypen, overeenkomstig de op de verbeelding opgenomen aanduiding: 1. aaneengebouwde woningen; 2. gestapelde woningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. bouwwerken voor algemeen nut 4.1.2 Aanduidingen 1. Ter plaatse van de aanduiding 'erf' zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s); 2. Ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s); 3. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' binnen de voor 'Wonen' aangewezen gronden is sprake van 18 woningen die als sociale huurwoning worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, waarvan minimaal 9 woningen als 'zorgwoning' in gebruik zijn waarbij de bewoner een geïndiceerde zorgbehoefte afneemt van een met de gemeente Tilburg gecontracteerde zorgpartij; 4.

Ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden mede bestemd als ondergeschikt kantoor ten behoeve van een met de gemeente Tilburg gecontracteerde zorgpartij dan wel als een praktijkruimte ten behoeve van een paramedische voorziening met dien verstande dat sprake is van een maximale oppervlakte van 60 m²; 4.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; h. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 4.1.1 en 4.1.2 genoemde functies.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 4.2.2 Bouwaanduidingen a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – geluidwerende voorziening 1' dienen de gevels van gebouwen van geluidgevoelige objecten te zijn voorzien van (een) zodanige geluidwerende voorziening(en) dat de geluidsbelasting op deze gevels van geluidgevoelige objecten als gevolg van industrielawaai ten hoogste 50 dB(A) bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT etmaalwaarde) en ten hoogste 70/65/60 dB(A) voor respectievelijk de dag/avond/nacht periode voor het maximale geluidniveau (LAmax).

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

14

b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – geluidwerende voorziening 2' dient op de erfgrens op de geplande bouw een geluidsscherm/geluidwerende voorziening te worden gerealiseerd met een hoogte van maximaal 6m. c. Bij de aanvraag om vergunning ingevolge de Wabo onderdeel bouwen wordt aan de hand van een akoestisch rapport industrielawaai aangetoond dat voldaan wordt aan sub a en b. 4.2.3 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het aantal woningen, bedraagt per bouwvlak maximaal het op de verbeelding opgenomen aantal; c. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; d. ten minste 10% van de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de voorgevelrooilijn worden gebouwd; e. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 11 m tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; g. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn is gelijk aan de maximale bouwhoogte, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; h. de gebruiksoppervlakte (GBO) dient per woning >50 m² GBO te bedragen met uitzondering van de woningen genoemd onder 4.1.2.

sub 3; i. ter plaatse van de bouwaanduiding 'aaneengebouwd' mogen uitsluiten aaneengesloten grondgebonden woningen worden gebouwd; j. ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd. 4.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf mag niet meer dan bedragen dan 220m² tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5 m, met een maximale totale hoogte van 4,5 m; 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3 m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag ten hoogste 3 m bedragen; 4.

de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag op percelen kleiner dan 3000m² ten hoogste 4,5 m zijn, waarbij de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels; 5. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag op percelen groter dan 3000m2 ten hoogste 6m zijn, waarbij de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels. 4.2.5 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn;

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

15

b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m². 4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5 m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3 m mag bedragen, II. de bouwhoogte van 5 m gerealiseerd mag worden op minimaal 1 m uit de perceelsgrens, III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45° bedragen. Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4 m van het hoofdgebouw; c. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde als geluidwerende voorziening 1 mag gemeten vanaf peil ten hoogste 13m bedragen; d. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde als geluidwerende voorziening 2 mag gemeten vanaf peil ten hoogste 6m bedragen. 4.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterberging a.

Op de gronden met de bestemming 'Wonen' zoals omschreven onder 4.1 is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6 m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.

4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.2.2 met betrekking tot de met een maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte, met dien verstande dat de afwijking maximaal 1 m mag bedragen. Daarnaast zijn de in 4.4.2. genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 4.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.5 sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5 m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5 m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2 m en een hoogte van meer dan 3 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein;

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

16

b. daarnaast zijn de in 4.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf. 4.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.3 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 6; b. het bepaalde in 4.2.3 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 4.2.3 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5 m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3 m betreft; 1. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 2. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2 m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d. de in 4.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2 m e. het bepaalde in 4.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5 m; f.

het bepaalde in 4.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10 m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 4.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.

4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen, waaronder garageboxen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 4.1.1 en 4.1.2; c. het gebruik van een reguliere woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 4.1.2; d. het gebruik van een 'zorgwoning' als reguliere woning anders dan toegelaten op grond van 4.1.2; e. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen detailhandel, ambachtelijk of industrieel bedrijf, anders dan toegelaten op grond van 4.1; f. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; g. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; h. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; j.

opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; k. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens;

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

17

l.

het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten, anders dan toegelaten op grond van 4.1.2; m. het gebruik van een woning met een gebruiksoppervlakte (GBO) van minder dan 50 m2 met uitzondering van de woningen genoemd onder 4.1.2 sub 3. 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorziening Het gebruik van woningen is niet eerder toegestaan, dan nadat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening 1' en 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening 2' in een geluidwerende voorziening is voorzien en deze als zodanig in stand wordt gehouden. 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting ecologie Bouwwerken mogen in gebruik worden genomen wanneer voorafgaand aan en tijdens de realisatie van de bouwwerken voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden dient te worden gecontroleerd op aanwezigheid van huismussen. Bij aanwezigheid van nesten van huismussen dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot na het broedseizoen (medio maart tot en met medio augustus); b. er dienen minimaal -noordelijk of oostelijk georiënteerd- 2 nestplaatsen voor huismus op het bouwperceel aanwezig te zijn; c. voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden dienen de gebouwen ongeschikt gemaakt te worden voor vleermuizen; d.

er dienen minimaal 4 (niet-geclusterde) inbouwkasten geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen te worden ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte; e. na realisatie van de bouwwerken dienen de nestplaatsen en inbouwkasten in stand te worden gehouden.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Binnenplans afwijken t.b.v. onzelfstandige wooneenheden Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.5.1 sub b ten behoeve van het maximaal aantal gehuisveste personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur) - in een woning - indien: a. de betreffende woning zodanig is gesitueerd dat bewoning door meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden aanvaardbaar is, dit in relatie tot omliggende woningen; b. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor de bewoners van de betreffende woning; c. aannemelijk is dat op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt. 4.6.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.5.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, behorend tot milieucategorie 1 en 2 ('Handreiking Bedrijven en Milieuzonering', VNG 2009), in de woning en/of bijgebouw(en) met dien verstande dat: a. degene die de activiteit uitoefent, tevens de bewoner is van de woning; b. de bedrijfsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; c. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid welke op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e.

van de Wabo vergunningsplichtig is, tenzij het betreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden wel verantwoord is; d. geen sprake is van ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe omgeving aanwezige beroepsvestigingen; e. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt; f. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; g. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; h. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn, met een maximum van 80m2. 4.6.3 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.1.3 onder h ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers. 4.6.4 Binnenplans afwijken t.b.v. aantal zorgwoningen

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

18

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.5.1 ten behoeve van het minimaal aantal zorgwoningen indien er sprake is van de huisvesting van een persoon die eerder een geïndiceerde zorgbehoefte heeft afgenomen van een met de gemeente Tilburg gecontracteerde zorgpartij.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

19

Artikel 5 Waarde - Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30 m²; c. op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 30 m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5 m onder peil uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 5.4.2, is het verboden op of in de in 5.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 30 m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

20

a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5 m onder peil; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Uitzonderingen Het in 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 5.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 5.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.

de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

21

Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorie 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de cultuurhistorische waarden.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende bepalingen: a. waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn in dat geval uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend is van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; c. het is verboden scheidende muren van afzonderlijke panden te doorbreken waardoor onderling panden gekoppeld worden; d. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 6.2.2 Hoofdgebouwen Ten aanzien van gebouwen waarbij geen sprake is van een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-rijksmonument', 'specifieke bouwaanduiding-gemeentelijk monument' of 'specifieke bouwaanduiding-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' geldt dat: 1. de gebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd; 2.

in afwijking van het bepaalde onder 1 ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak mogen overschrijden. 6.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de bebouwingsregels met bijbehorende afwijkingsregels voor zover bij de voorkomende onderliggende basisbestemmingen zijn opgenomen. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de bebouwingsregels met bijbehorende afwijkingsregels voor zover bij de voorkomende onderliggende basisbestemmingen zijn opgenomen.

6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden, nadere eisen stellen aan het materiaalgebruik en kleurstelling voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, alsmede aan de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nadat de Omgevingscommissie is gehoord. Tevens kunnen Burgemeester en wethouders ten behoeve van aan- en uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde nadere eisen stellen aan de situering van deze gebouwen en bouwwerken, nadat de Omgevingscommissie is gehoord.

6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.2.1 onder c voor wat betreft het doorbreken van scheidende muren van afzonderlijke panden waarbij maximaal twee panden onderling gekoppeld kunnen worden. 6.4.2 Voorwaarden

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

22

a. Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: 1. de Omgevingscommissie is gehoord; 2. de cultuurhistorische waarden van het object en zijn directe omgeving niet onevenredig wordt aangetast; 3. de maximale hoogte binnen de basisbestemming niet wordt overschreden; b. Tevens geldt ten aanzien van het koppelen van panden via het doorbreken van scheidende muren van afzonderlijke panden aanvullend dat vergunning slechts kan worden verleend indien: 1. de karakteristiek van de panden gewaarborgd blijft; 2. de directe individuele toegankelijkheid van de panden gewaarborgd blijft; 3. de bebouwingskarakteristiek van het straatbeeld waarvan de panden deel uitmaken niet wordt geschaad.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

23

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

24

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Heikant 2007, 8e herziening (Lijnsheike 8)

25

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Ondergrondse bouwwerken 8.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5 m. 8.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 8.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 8.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.

de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 8.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12470799/2