12 Bundel vragen en antwoorden Omgevingsdialoog Buitengebied Zuidwest Tilburg
Tekst van het document
Bundel van vragen en antwoorden n.a.v. omgevingsdialoog 1 en 20 maart Buitengebied Zuidwest Tilburg. Op 1 en 20 maart 2023 zijn dialoog bijeenkomsten georganiseerd, gefaciliteerd door de gemeente en in afstemming met de initiatiefnemers Corné van Broekhoven en Nicky van Broekhoven (Van Broekhoven Loonwerkbedrijf), Bram Thielen en Luke Thielen (Thielen Diervoeders), Gerard Berkelmans en Nicole Berkelmans (Landgoed De Groene Kamer) en adviseurs Peter de Bie (Landschapsarchitect), Harm Arts (Senior adviseur Ruimtelijke ontwikkeling en milieu) en Mireille Winkelmolen (Senior adviseur Strategisch omgevingsmanagement) van Pouderoyen Tonnaer. De uitnodiging voor de omgevingsdialoog is verzonden aan alle adressen in Buitengebied Zuidwest en een deel van de Reeshof. Tijdens de 1e avond waren 40 personen aanwezig, tijdens de 2e avond 25 personen. De dialoog op 1 maart had als doel informeren. Betrokkenen hebben gebruik gemaakt van het verkrijgen van informatie tijdens het eerste gedeelte van die avond, zowel middels een presentatie tijdens het plenaire gedeelte en de informatiemarkt. Er zijn tijdens het plenaire gedeelte en/of nadien 20 opmerkingen/vragen ontvangen. De dialoog op 20 maart had als doel in dialoog met elkaar.
De agenda van deze 2e omgevingsdialoog was als volgt: (1) de visie voor het Buitengebied Zuidwest / Stadsbos 013, gemeente Tilburg, (2) het principeverzoek gezamenlijke ontwikkeling Zuidwest Tilburg, (3) het principeverzoek Ontwikkeling Landgoed De Groene Kamer, (4) het principeverzoek Uitbreiding Van Broekhoven Loonwerkbedrijf, (5) het principeverzoek Uitbreiding Thielen Diervoeders, (6) landschappelijk kader, (7) De aanwezigen zijn verder geïnformeerd over de stand van zaken t.a.v. Dierenpark De Oliemeulen, (8) De procedure, (9) Reflectie wethouder Rik Grashoff. Er zijn tijdens het plenaire gedeelte 29 opmerkingen/vragen ontvangen. Voorafgaand aan en na de dialogen zijn betrokkenen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk hun reactie kenbaar te maken, in eerste instantie tot uiterlijk 25 maart 2023 en in tweede instantie tot 21 april 2023. Reden van het verlengen van deze termijn was omdat een aantal stukken ontbraken op de website van de gemeente. Deze stukken zijn op 28 maart alsnog aan de website toegevoegd. Door 9 bewoners is een schriftelijke reactie ingediend, het gaat daarbij om 8 adressen. Na verlenging van de termijn is door 6 bewoners een aanvullende schriftelijke reactie ingediend, het gaat daarbij om 5 adressen. Deze 5 adressen maken deel uit van de 8 adressen die eerder gereageerd hebben.
Pagina 1 van 40
Visie gemeente Tilburg op Zuidwest Tilburg Ontwikkeling richting Stadsbos013. •
Visie Stadsbos013
In de beheerlijn van de Stadsbosvisie staat dat de bestaande weggetjes niet verbreed moeten worden. P.23 Intensivering van de voorzieningen leidt tot meer verkeer. Voorkomen moet worden dat er teveel verkeer over de smalle agrarische wegen rijden. P.25 U stelt: Ontwikkelingen in het gebied Zuidwest Tilburg zijn daarmee voorstelbaar mits er aansluiting gevonden wordt bij de uitgangspunten van Stadsbos013. Wij merken op dat in de Stadsbosvisie niets staat over commerciële of perifere detailhandel, noch over de vestiging van een tuincentrum, laat staan een Intratuin 3.0 Vind u dat deze ontwikkelingen (Intratuin 3.0, perifere detailhandel, commerciële trekpleister, 1,2 miljoen verkeerbewegingen) passen bij de uitgangspunten van Stadsbos013? Kunt u dat onderbouwen? Op pagina 58 wordt De Groene Kamer genoemd, ook in de tekening op blz. 39 (en legenda 38) zijn de contouren van De Groene Kamer aangegeven en in de tekst.
Hoe denkt de wethouder, als nog niet bekend is welke negatieve effecten de initiatieven op het gebied gaan hebben, een onderbouwde beslissing te kunnen nemen? Wat wordt er bedoeld dat er in Stadsbos 013 een commercieel activiteitencentrum moet komen? Stond dit in de visie en was dit concreet beschreven (zodat het getoetst kan worden), of is dit er nu ingezet zodat LGDGK en de ontwikkelingen passend gemaakt kunnen worden? Zou de gemeente uit kunnen leggen op welke wijze de Stadsbosvisie als beoordelingskader gaat fungeren? Welke eisen staan in de Stadbos013 visie waaraan voldaan moet worden? En hoe passen de initiatieven hier dan in? Zou de gemeente uit kunnen leggen op welke wijze de Stadsbosvisie als beoordelingskader gaat fungeren? Welke eisen staan in de Stadbos013 visie waaraan voldaan moet worden? En hoe passen de initiatieven hier dan in? Aan de wethouder: Hoewel we nog 1 sessie te gaan hebben kan ik al wel concluderen dat: o
o
o
Ik ben tegen de visie van Pouderoyen, het idee dat dit gebied stadsrand zou moeten gaan worden met alle gevolgen van dien, past niet binnen de visie die is ontwikkeld in 2021, maar ook niet in mijn eigen visie. Ik geloof in de verbinding tussen stad en platteland, ik geloof best in een functie als overloop gebied, maar daarom zijn nog geen perifere grootschalige initiatieven gerechtvaardigd. Kleinschalige ontwikkelingen passen in dit kleinschalige gebied op het terrein van recreatie en agrarisch georiënteerde activiteiten. En zo blijven we binnen de stadbosvisie. De Groene Kamer heeft een leuk concept, maar laat het dan ook ontwikkelen rondom dit concept. De oorspronkelijke plannen (Intratuin 3.0., grootschalige horeca, perifere detailhandel buitensport, een sport- en evenementen complex en een groot saunacomplex) passen helemaal niet in zijn concept en moeten definitief van tafel. De plannen van Nicole Berkelmans passen veel beter, maar pas dan wel het principe van gelijke monniken gelijke kappen toe: de mini camping mag maar 15 plekken hebben, dan dus de Groene Kamer ook. Dus geen 50 kampeer of minihuisjes zoals de plannen van Nicole aangeven. We zitten niet te springen op een nieuwe Kortom, geef grenzen van de groei aan.
Voor wat betreft de uitbreiding van het loon bedrijf van Van Broekhoven, ik begrijp zijn motieven om alles op een plek te hebben, maar laat deze uitbreiding dan ook de laatste zijn en documenteer dat goed zodat daar later geen verwarring over ontstaat. Blijkbaar is deze afspraak namelijk al eens gemaakt.
Pagina 2 van 40
Dat zelfde geldt eigenlijk ook voor Thielen diervoeders. Geen verder uitbreiding. Ga en blijf in gesprek met de bewoners van dit gebied. Men is zich hier behoorlijk bewust dat we actief met het gebied aan de slag moeten. Maak hier van gebruik gemeente! In het principeverzoek wordt gesproken van een gebiedsvisie. De gemeente heeft geen gebiedsvisie opgesteld, waar wordt aan getoetst? o o
Antwoord: Er wordt getoetst aan provinciaal beleid zoals Omgevingsverordening Noord-Brabant en gemeentelijk beleid zoals, Omgevingsvisie, Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos, Analyse KruitKok zoals benoemd in de presentatie. Het klopt dat er geen gebiedsvisie is voor dit gebied. In de omgevingsvisie zijn drie stadsregionale parken benoemd (Moerenburg, Stadsbos013 en Landschapspark Pauwels), om richting te geven aan de ontwikkeling van deze gebieden, waaronder ‘stadsbos 013’. In dit gebied blijven agrarische functies in brede zin wel belangrijk in het gebied, maar er zullen wel ‘rode’ functies bij komen. Rood draagt bij aan de versterking van het groen. De Provincie heeft gesteld dat dit gebied (of een deel ervan) is aan te wijzen als verstedelijking afweegbaar. Dit betekent dat de Provincie in haar verordening stelt dat de gemeente Tilburg in dit gebied verstedelijking kan overwegen. In haar Toekomstvisie, Tilburg 2040 heeft de gemeente hier invulling aangeven door het gehele gebied van het stadsbos, inclusief het landbouw gebied aan te wijzen als stadsregionaal park. Dit betekent dus dat zij afziet dat hier een woonwijk of iets degelijks kan komen maar ook afziet van het feit dat het puur buitengebied moet blijven maar dat ze het wil invullen op een manier waarbij rood (verstedelijking) en groen (landschap ) in balans zijn.
Op pagina 83 (Omgevingsvisie Tilburg 2040) is De Groene Kamer of een dergelijke functie als publiekstrekker genoemd. Bij de beschrijving van het stadsregionaalpark Stadsbos013 wordt deze balans tussen rood en groen verder uitgeschreven en er wordt een beeld van geschetst. “In het meer agrarische deel van het Stadsbos013 heeft zich een publiekstrekker gevestigd op het gebied van leisure: een commercieel activiteitencentrum dat duurzaam ondernemen hoog in het vaandel heeft staan. Dat alles in een landgoedachtige setting. De Groene Kamer heeft als initiatiefnemer inmiddels hiervoor een plan bij de gemeente ingediend”. De ontwikkeling van het stad regionale park is verder uitgewerkt in een gebiedsontwikkeling, het Ruimtelijk Raamwerk op gesteld door Kruit Kok is hier een verdere uitwerking van. Ook hierin zijn de plannen van De Groene Kamer genoemd en opgenomen. Om de exacte positionering van de Intratuin en het inpassen van de natuurcompensatie in het landbouwgebied goed te kunnen beoordelen en ook het principeverzoek van Pouderoyen Tonnaer goed te kunnen beoordelen hebben we gevraagd aan Kruit Kok om de landschappelijke analyse van het gebied verder uit te werken. Dit is nooit bestuurlijk vastgesteld maar wordt wel als achtergrond informatie gebruikt.
Pagina 3 van 40
Wijze van beoordeling van het principeverzoek. De visie van Pouderoyen Tonnaer op het gebied is niet de visie van de gemeente, de visie van de gemeente is vastgelegd in de hierboven beschreven documenten. De gemeente heeft de 3 initiatiefnemers gevraagd om gezamenlijk een principeverzoek in te dienen en de effecten van hun individuele verzoeken bij elkaar op te tellen en in beeld te brengen wat het effect daarvan is op het gebied. Pouderoyen Tonnaer heeft in opdracht van de initiatiefnemers de losse principeverzoeken in relatie tot elkaar bekeken en hun gezamenlijke effect op het gebied geanalyseerd en in beeld gebracht; hoe zij zouden kunnen worden ingepast. Het is aan de gemeente om te beoordelen of deze initiatieven en deze voorstellen voor inpassing, passen binnen het beleid en de ambitie van de gemeente. Daarbij wordt gevraagd aan initiatiefnemers om bewoners avonden te organiseren om de reacties van de bewoners mee te wegen in de besluitvorming van het college.
•
Analyse KruitKok
De analyse van Kruit-Kok uit 2019 is een analyse. U behandelt dit als een vastgesteld plan. Doe een uitspraak over status de analyse van Kruit-Kok Dat mijn zorg over het rapport Pouderooy-Tonnaer niet onterecht is, blijkt ook uit de analogie met de visie Kruit-Kok dat een eigen leven is gaan leiden: De analyse van Kruit-Kok uit 2019, is door Pouderooy-Tonnaer, wederom ten onrechte, gebruikt als vaststaand kader. Dat is het niet. Het is slechts een analyse, en geen vastgesteld plan. Dat hebben de dames van Kruit-Kok zelf ook toegegeven in 1 van de gesprekken met de gebiedscoalitie. Hun plaatjes gaan nu al een eigen leven leiden. Zie bijvoorbeeld hun verbeelding met erven langs KleinTilburg is door Pouderooy omgedoopt tot een kralenketting met commerciële kamers van de Bredaseweg tot aan de Gilzerbaan. Maar ook de zichtlijnen zijn nu ineens heilig. De zichtlijnen van Kruit-Kok maken bijvoorbeeld dat wij ons uitzicht kwijt zijn, en de schapen in onze wei wel ver kunnen kijken. Deze zichtlijnen zijn nooit besproken of formeel vastgesteld terwijl Pouderoyen Tonnaer ze heeft gebruikt als vaststaand feit in hun ontwerpen.
Antwoord: De analyse van Kruit Kok is geen vaststaand beleid, maar een analyse van het landschap die mee genomen wordt in de beoordeling en afweging van de initiatieven. De analyse van Kruit Kok is nooit vastgesteld door het college dus daarmee formeel geen beleid. De analyse is in nauwe samenwerking met de gemeente tot stand gekomen en wordt beschouwd als een waardevolle input voor de beoordeling en een goede schets van de kwaliteiten van het gebied die moeten worden meegewogen in het algemene belang van het gebied en het algemene belang van de Tilburgers. Dat de openheid van het landbouwgebied en de doorzichten ene belangrijke rol spelen in het gebied is reeds in het Ruimtelijke Raamwerk (zie tekening blz. 60) vastgelegd (het Ruimtelijk Raamwerk is door de raad vastgesteld). De verder uitwerking daarvan is door de hierboven beschreven analyse verder uitgewerkt. We werken plannen voor dit soort gebieden stap voor stap uit van grof (groot) naar fijn (klein). In de verdere uitwerking van het plan bekijken we op perceelsniveau wat te doen. Voor de afweging of we in principe akkoord gaan met het initiatief nemen we dit mee maar speelt dit geen doorslaggevende rol.
•
Transitie landbouw
Kunt u uitleggen wat volgens u de transitie van de landbouw in het gebied ZuidWest Tilburg zou moeten inhouden? P.6 U wekt de suggestie dat ons gebied in transitie is. De plaatjes die dat moeten ondersteunen laten echter zien dat ons buitengebied juist bijzonder weinig veranderd is. Hoe rijmt u dat? P.7 Waar haalt u vandaan dat het gebied steeds gemengder wordt? Het gebied wordt sinds jaar en dag gedomineerd door een aantal grootfamilies die er al generaties wonen. En ook de nieuwe generaties uit deze families vestigen zich hier en nemen de familiebedrijven over. Antwoord: We gaan als gemeente niet over wat Pouderoyen Tonnaer heeft opgeschreven op pagina 6 of 7. Wat we wel zien is dat in de maatschappij breed, de landbouw zich verder ontwikkelt en transformeert naar een duurzame landbouw. In zijn algemeenheid geldt dat de landbouw rondom steden onder druk komt te
Pagina 4 van 40
staan door o.a. de uitbreidingsdrang van steden, het verhogen van de stedelijke druk doordat functies uit de stad een plekje zoeken in de stadsrand en het stijgen van grondprijzen. Tilburg wil/wilde dit voor zijn door een visie te ontwikkelen op de gebieden buiten de stad. De stadsregionale parken; zodat deze transities verlopen langs een lijn die het meeste bijdragen aan de stad en land. Deze bijdrage zien wij in een sterk landschap en een vitaal buitengebied waar nieuwe functies een plekje kunnen krijgen en waarin bestaande functies zich kunnen ontwikkelen tot vitale bedrijven. We zien veel bedrijven rondom de stad stoppen en we willen bedrijven die nog bestaan perspectief bieden, maar dit vraagt ook verandering/transitie van de bedrijven omdat de omgeving sterk veranderd. Transitie van de bedrijven zien we dus in verbreding van de bedrijven, met (verblijfs-)recreatie, zorg of landschapsdiensten of transitie in andere vormen van landbouw, meer circulair, meer duurzaam en meer lokaal gebonden producten (en de verkoop daarvan). Het college neemt het effect van de initiatieven op de transitie van de landbouw mee in haar overweging/afweging.
•
Bestaand agrarisch
Doe recht aan de boeren in ons gebied. De grootste en belangrijkste dragers van ons gebied zijn en blijven nog altijd de boeren en agrarische ondernemingen. Dat staat ook in de omgevingsvisie 2040: “Het is een onmisbare drager voor het behoud van een vitaal buitengebied.” Melkveebedrijf Swolfs, geitenhouderij van Roessel, struisvogelfarm van der Staak, manege Thielen, paardenpension de Groenhoeve, melkveebedrijf Prinsenhoef en edelherten boerderij van Zon bezitten nog altijd veruit de meeste gronden. En de overige landbouwgronden worden in pacht uitgegeven en bewerkt door grondbedrijf Van Broekhoven of zijn in gebruik door hobbyboeren. Dus kom niet met een vanachter het bureau bedacht verhaal dat wij een gebied in transitie zijn van agrarisch gebied naar stedelijk uitloopgebied. Bedenk dat juist van deze bedrijven nu al een grote aantrekkingskracht uitgaat naar de stedelingen. Daar hoef je niets voor te doen. Mensen uit de stad vinden het leuk om hier te wandelen of fietsen juist vanwege de koeien, paarden, schapen en herten in de wei. En dat er alleen mais wordt verbouwd is een fabeltje: Je vindt hier bijvoorbeeld ook grasland met bloeiende klaver, tarwe, bieten, uien, aardappelen, spinazie, wortelen en rettich. En de industriële landbouw waar dhr. Berkelmans zo tegen ageert staat hij zelf ook al meer dan 20 jaar toe op zijn eigen grond.
Ook bij hem ligt daar een louter economische grondslag onder. Toch wel een beetje gek op een duurzaam landgoed in ontwikkeling, vindt u niet? Antwoord: Mee eens het college neemt dit mee in haar overweging. Het is de wens van de gemeente om sterke en vitale bedrijven te hebben, zie de toelichting hierboven.
•
Ecologische verbindingszone
Op de informatieavond ontwikkeling Buitengebed Zuid West is aangegeven dat het realiseren van de Ecologische Verbindingszone ten zuiden van de Bredaseweg geen onderdeel zou zijn van het principe verzoek van de initiatiefnemers. Wel staat in het rapport van Pouderoyen Tonnaer bij de "Ontwikkelingen Groen voor Zuid West Tilburg, blz. 23, "EVZ ontwikkelen langs de Bredaseweg. Bij het tot stand komen van, waar de EVZ.'s in het gebied zouden komen, is vastgelegd, dat als er nieuwe ontwikkelingen op deze gronden zijn, het realiseren van de EVZ hier in meegenomen moet worden. Wordt het gedeelte van de grond voor de EVZ ten zuiden van de Bredaseweg, dat ingetekend is voor de compensatie van groen bij het ontwikkelen van de Groene Kamer, meegenomen in de voorbereidingen van het bestemmingplan van de Groene Kamer? De groene verbindingszone, is dit slim om langs een drukke Bredase weg te leggen? Antwoord: Op de website van de gemeente kunt u lezen hoe deze ecologische verbindingszones worden gerealiseerd. Zie: www.tilburg.nl/gemeente/gebiedsontwikkeling/wijkevoort Ten zuiden van de Bredaseweg heeft de gemeente Tilburg een ecologische zone gepland, om zo het blok te verbinden met de rest van het Stadsbos013 en zo een raamwerk van verbindingszones Oost-west
Pagina 5 van 40
(Bredaseweg/Gilzerbaan) en Noord-zuid (Dongen en Hultense Leij) in het gebied aan te leggen. De realisatie hiervan volgt in tijd de ontwikkelingen van landgoed De Groene Kamer.
•
Gebiedscoalitie
Ga en blijf in gesprek met de bewoners van dit gebied. Men is zich hier behoorlijk bewust dat we actief met het gebied aan de slag moeten. Maak hier van gebruik gemeente! Ik ben in september 2020 benaderd door een ambtenaar van de gemeente of er interesse binnen het gebied was om een gebiedscoalitie op te richten. Zo’n gebiedscoalitie zou kunnen bestaan uit alle belanghebbenden in het gebied (bewoners, bedrijven, de nieuwe initiatieven, grondbezitters en natuurorganisaties). De gemeente zou faciliteren. Het idee was om samen de ontwikkeling van dit stukje buitengebied ter hand te nemen. Budget was al toegezegd door de Raad ten tijde van de besluitvorming over het bestemmingsplan Wijkevoort. 500.000 was al gereserveerd en bij ontwikkeling van Wijkevoort kon het bedrag oplopen tot 2,5 miljoen. Het eerste overleg is in oktober 2020 geweest. Dit overleg werd soms erg emotioneel omdat met name bij de bewoners weinig vertrouwen was in de oprechtheid van met name de Groene Kamer, de Intratuin en (toen nog) de Oliemeulen. Er is toen besloten dat een groep zich met de ontwikkeling van de Gebiedscoalitie zou gaan bezighouden, en de direct omwonden en de initiatiefnemers apart gesprekken zouden voeren. Dat is zo gebeurd: 3 gesprekken met de Intratuin/Oliemeulen en Groene Kamer (gezamenlijk). 2 gesprekken met Van Broekhoeven en 1 gesprek Thielen Diervoeders.
Ik ben bij alle gesprekken behalve die van Thielen aanwezig geweest. Voorjaar 2021 is een concept gebiedsvisie ontwikkeld door gemeente, initiatiefnemers en bewoners. Deze visie is gepresenteerd in de informatie raadsbijeenkomst september 2021. Daarna is het bijna een jaar stil geweest, totdat het bestuur van de bewonersvereniging in mei 2022 ineens de plannen van de Initiatiefnemers kregen onder geheimhouding. We mochten de plannen niet delen met de rest van de bewoners. Daarna bleef het weer stil. September 2022 is er weer een informatie raadsbijeenkomst geweest, waarin ik mijn beklag gedaan heb over de volledig ontbrekende beloofde communicatie tussen de initiatiefnemers en de bewoners. Nicole Berkelmans en Corné van Broekhoeven zijn de enige die zich dit hebben aangetrokken. Dit heeft geresulteerd in een presentatie door Nicole Berkelmans over haar plannen in december 2022. Maak werk van een gebiedsvisie. Er liggen allerlei stukken, maar een vastgestelde visie op ons agrarisch buitengebied ontbreekt. Feitelijk kun je de voorliggende plannen nergens aan toetsen. We hebben de toezegging gehad dat de visie van de gebiedscoalitie zou worden uitgewerkt tot een volwaardige en gedragen visie. Dit is tot op heden niet gebeurd. Er is in het gebied een werkgroep gebiedsontwikkeling gevormd met allemaal jonge bewoners die bezig zijn met de bedrijfsovername.
Zij zijn de toekomst, zij staan aan de lat en zij staan te popelen om hun visie op hun gebied te mogen vastleggen. Doe daar wat mee! Ben u ervan op de hoogte dat wij de toezegging hebben gehad dat de visie van de gebiedscoalitie zou worden uitgewerkt tot een volwaardige en gedragen visie en dat daar nog niets mee gebeurd is?
Antwoord: Een dergelijke toezegging is niet bekend. Genoemde ambtenaar heeft toegezegd dat we voor het verder te volgen traject een professionele partij/persoon aan kunnen trekken, waarvan de kosten ten laste gebracht zouden kunnen worden van het budget dat vanuit Wijkevoort is gereserveerd. Een bedrag van € 50.000,-- is via een raadsvoorstel daarvoor beschikbaar gesteld. Genoemde ambtenaar heeft de eerder betrokkene uitgenodigd (en later ook een buurtbewoner) om na te denken over geschikte personen maar heeft daar nog geen reactie op gehad. Recent is met de buurtbewoner hierover gesproken en is gesuggereerd dat we een ervaren persoon die bekend is met het gebied zouden kunnen vragen procesbegeleider te zijn en dat we een adviesbureau kunnen vragen om kleine initiatieven concreet te maken (ontwerp en subsidietraject).
Pagina 6 van 40
Verder moet gesteld worden dat er wel visies liggen op het gebied, er ligt een uitspraak van de Provincie in de verordening van de provincie, er ligt een bestaand bestemmingsplan, er ligt een uitspraak in de omgevingsvisie Tilburg 2040 en er ligt een Ruimtelijke Raamwerk voor het hele Stadsbos inclusief het landbouw gebied (deze laatste drie zijn door de raad vastgesteld). Verder geldt dat het college in haar afwegingen, als het gaat om principeverzoeken, kijkt naar/toetst aan alle documenten en beleidstukken die er zijn en ook kijkt en luistert naar de reacties van de bewoners in het gebied en overige betrokken partijen. Overal in de stad wordt deze werkwijze gehanteerd. Een visie van bewoners op een gebied wordt nooit meegenomen op een manier zoals gesuggereerd wordt, maar is altijd onderdeel van een visie die het algemeen belang in balans brengt met het lokale belang en het belang van de andere overheden zoals het Rijk, de Provincie en het Waterschap. Of ze neemt de visie van bewoners op een gebied mee in haar afweging en beoordeling van een principeverzoek zoals ze ook de inspraak reacties mee zal laten wegen in haar afweging, zoals hier het geval is.
•
Visie bewonersvereniging Buitengebied Zuidwest
Er is voorjaar 2021 een concept gebiedsvisie ontwikkeld. Dit was een samenwerking tussen vertegenwoordigers van bewoners, initiatiefnemers en gemeente. Waarom is deze concept visie niet als uitgangspunt gebruikt? Er ligt een visie op het gebied (Zie hierboven; verschillende visies op verschillend schaalniveaus die in lijn zijn met elkaar) die visie is uitgangspunt. De concept gebiedsvisie van de bewonersvereniging is een aanvulling daarop en wordt (zoals op zoveel plekken in de stad) meegenomen in de afweging maar zal noot de vervanging zijn van de democratisch vastgestelde visies die uitgangspunt zijn, zoals het Ruimtelijk Raamwerk en de Omgevingsvisie. Het gezamenlijke principeverzoek van de initiatiefnemers, opgesteld door Pouderoyen Tonnaer, betreft een uitwerking hoe de verschillende initiatieven kunnen aansluiten op of een verdere uitwerking kunnen zijn van de (vastgestelde) visie van de gemeente. Maar of die mening wordt gedeeld is aan het college en de raad. Aanbeveling aan het College: ga in ieder geval niet akkoord met de visie van Pouderoyen (want die gaat uiteindelijk op de verstening van het gebied uitdraaien) en ga samen met de bewoners en gevestigde bedrijven een visie ontwikkelen. Er is onlangs een commissie in de bewonersvereniging opgericht die zich bezig houdt met de gebiedsontwikkeling.
Principeverzoek gezamenlijke ontwikkeling •
Algemeen
Het lijkt wel dat het stuk van Pouderoyen Tonnaer naar de kaders is toegeschreven. Als initiatieven succesvol willen zijn, dan moeten ze laten zien dat ze passend zijn, aansluiting vinden bij de genoemde kaders. Ik heb heel veel opmerkingen over uw rapport. U legt labels op ons gebied die niet kloppen en u bent op onderdelen nogal aanmatigend en verkeerd geïnformeerd. Als dit rapport integraal wordt aangenomen door uw college en straks door de raad, dan gaat het een eigen leven leiden en is het straks 1 van de onderleggers van de nieuwe structuurvisie. In de presentatie sprak de medewerker van het bureau Pouderoyen Tonnaer al over een kralenketting met kamers tot aan de Gilzerbaan. In combinatie met het label “verstedelijking afweegbaar” zet je de deur open voor een soort winkelboulevard van de Bredaseweg tot aan de Gilzerbaan. Ik neem aan dat u deze ontwikkeling ook niet wenselijk vindt. Dan moet het voorliggende rapport in zijn geheel van tafel om te voorkomen dat het in de toekomst alsnog een
Pagina 7 van 40
eigen leven gaat leiden. Dat betekent overigens niet dat ik ervoor pleit om dus de initiatieven niet te laten doorgaan. De gemeente heeft een visie en die is leidend. Het gezamenlijke plan van de initiatiefnemers, opgesteld door Pouderoyen Tonnaer, is een manier om de visie van de gemeente uit te werken en zal niet leiden tot ene winkelboulevard omdat dat volgens het Ruimtelijk Raamwerk en de Omgevingsvisie niet gewenst is. U suggereert dat de initiatieven last hebben van beeldvorming en dat de onrust in het gebied komt door de komst van Wijkevoort. Wat aanmatigend. Ons gebied wordt gesandwiched door een bedrijventerrein aan de ene kant en een commercieel landgoed aan de andere kant. Wij kunnen echt wel inschatten hoe megagroot een intratuin 3.0 gaat zijn en wat we kunnen verwachten van 1,2 miljoen verkeersbewegingen. Dat heeft niets met Wijkevoort te maken. Ik ben tegen de visie van Pouderoyen, het idee dat dit gebied stadsrand zou moeten gaan worden met alle gevolgen van dien, past niet binnen de visie die is ontwikkeld in 2021, maar ook niet in mijn eigen visie. Ik geloof in de verbinding tussen stad en platteland, ik geloof best in een functie als overloopgebied, maar daarom zijn nog geen perifere grootschalige initiatieven gerechtvaardigd. Kleinschalige ontwikkelingen passen in dit kleinschalige gebied op het terrein van recreatie en agrarisch georiënteerde activiteiten.
En zo blijven we binnen de stadbosvisie.
•
Overleg met omwonenden door initiatiefnemers
P.14 er zijn geen omgevingsdialoogbijeenkomsten geweest, wel gesprekken met buren. Er is nog steeds geen duidelijkheid wat er precies gaat komen en wat de effecten daarvan zijn: Zouden we nog een presentatie kunnen krijgen van alle rode ontwikkelingen (lees nieuw aan te leggen of aanpassing van wegen, gebouwen (aanpassingen ne nieuwbouw) en concrete activiteiten en effecten? We weten nu hoe geweldig groen het allemaal wordt. Maar wat komt er achter al dat groen? En welke overlast gaat het veroorzaken? Ze hebben wel geluisterd (aldus Nicole Berkelmans en het stuk van Pouderoyen) en dat moeten we elke vergadering aan horen, maar alle bijeenkomsten die in 2021 zijn geweest waren op initiatief van de buurt en sinds sept 2021 hebben we geen enkele uitnodiging meer gehad om over de plannen te sparren. De omgevingsdialoog en het vertrouwen in het proces: Waarom zijn, ondanks beloften gedaan tijdens en direct na de informatie raadsbijeenkomst van september 2021, de bewoners en direct omwonenden niet betrokken bij de ontwikkeling van de plannen of regelmatig op de hoogte gehouden? Direct na de informatie raadsbijeenkomst september 2021, heeft Harm Arts (van Pouderoyen) me verzekerd dat de bewoners betrokken zouden blijven. Najaar 2021 en begin 2022 is er diverse malen gevraagd om informatie omtrent de voortgang. Hierop is nooit gereageerd.
(behalve 1 keer dan toen Corne van Broekhoven als tussen persoon beloofde dat Harm Pouderoyen contact op zou nemen wat nooit gebeurd is. Denken de initiatiefnemers dat het prille vertrouwen dat voorjaar 2021 tijdens de discussies tussen direct omwonenden en initiatiefnemers is opgebouwd na anderhalf jaar stilte nog steeds bestaat? Ik ben bij alle gesprekken geweest (behalve die van Thielen Diervoeders) en heb op een gegeven moment gedacht dat een gang naar de rechter misschien wel niet nodig zou zijn. Ik ben hierover echter radicaal van gedachte veranderd. Er is geen vertrouwen meer in het hele proces. Deze omgevingsdialoog zal daar geen verandering in brengen. De initiatiefnemers hebben een geweldige kans laten liggen. Erg stom. Aanbeveling: Ga alsnog het gesprek aan met de bewoners en direct omwonenden. Ik merk op dat de gemeente gevraagd heeft om een gezamenlijke oplossing te vinden voor de zorgen en vragen vanuit de inwoners van Klein Tilburg. Waarom bekruipt mij het gevoel dat het steeds de bewoners zijn geweest die om overleg hebben gevraagd of bewoners zijn geweest die op eigen initiatief gereageerd hebben op stukken. Mijn persoonlijke zorgen en vragen zijn onveranderd. Met mij is bijvoorbeeld nooit contact gezocht.
Pagina 8 van 40
Kan Pouderoyen Tonnaer aangeven op welke manier ze zorgen en vragen van de inwoners van Klein Tilburg hebben opgehaald en welke oplossingen er voor welke zorgen en vragen zijn gevonden? Bent u zich er van bewust dat Pouderoyen hier een visie heeft neergelegd zonder dat er gesprekken met omwonenden over hebben plaatsgevonden? Kunt u volgen dat de visie dan ook niet gedragen wordt door de omgeving? Antwoord: Pouderoyen Tonnaer heeft als adviesbureau in deze gehandeld in opdracht van de initiatiefnemers. Het opstellen van ´een visie op het gebied´ is primair een taak van de gemeente Tilburg. In de 2e omgevingsdialoog heeft een vertegenwoordiger van de gemeente dit punt (en mogelijk misverstand hierover) nader toegelicht. De ontwikkelrichting van het gebied is door de gemeente Tilburg al bepaald in haar omgevingsvisie 2040 en het Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos013. De initiatiefnemers hebben Pouderoyen Tonnaer de opdracht verleend om een nadere uitwerking te geven aan de landschappelijke inpassing van de initiatieven in het gebied Zuidwest Tilburg en om de effecten van de ontwikkelingen als geheel in beeld te brengen. Gemeente Tilburg heeft initiatiefnemers verzocht om dit gezamenlijk te doen om de afzonderlijke principeverzoeken – in samenhang tot elkaar en tot het gebied - te kunnen beoordelen. De initiatieven zijn allen verschillend van aard.
In het rapport ´Gezamenlijke ontwikkeling Zuidwest Tilburg´ is dit nader toegelicht. Ook de looptijd verschilt aanzienlijk per initiatief. De initiatiefnemers hebben ieder op eigen wijze, in de loop der tijd, contact opgenomen met hun directe buren en omwonenden. Zo is op een eigen wijze per initiatief invulling gegeven aan een dialoog met de omgeving. In samenspraak met gemeente Tilburg heeft recent een zeer uitgebreid overleg met de omgeving plaats gevonden in de vorm van omgevingsdialoog avond 1 en omgevingsdialoog avond 2 plus een ruime termijn waarin bewoners en andere stakeholders hun vragen kenbaar hebben kunnen maken.
•
Opdracht: Eén principeverzoek voor de gezamenlijke ontwikkeling
Vragen aan de gemeente; de gebiedsvisie van Pouderoyen: Vraag: Wat is precies de opdracht geweest van de gemeente aan de initiatiefnemers? Het rapport behelst namelijk naast een gebiedsinpassing-plan van de initiatieven en de individuele plannen ook een uitgesproken visie op het gebied. Wij (bewonersvereniging) hebben van de gemeente begrepen dat de ontwikkeling van een gebiedsvisie niet tot de opdracht behoorde. Wel de inpassing van het rood in de omgeving. Mijns inziens is dat iets heel anders dan een gebiedsvisie. Ook tijdens de discussies rondom de oprichting van een gebiedscoalitie is de opdracht diverse malen ter sprake gekomen (voorjaar 2021). Nooit is er sprake geweest dat de initiatiefnemers (lees Pouderoyen) een visie zou moeten ontwikkelen. Dat zou ook vreemd zijn geweest omdat de deelnemers al bezig waren met de ontwikkeling van een visie. Dan komt vanzelf de vraag op waarom Pouderoyen dan toch een visie ontwikkeld heeft? Alstublieft, verwerp het rapport dat Pouderoyen Tonnaer heeft opgeleverd. Zij hebben ongevraagd een visie op het gebied geformuleerd en daarbij onterecht de labels “werklandschap” en “verstedelijking afweegbaar” op het agrarisch buitengebied gelegd. U merkt terecht op dat er een visie nodig is op het gebied Zuidwest Tilburg om te kunnen toetsen of de gevraagde ontwikkelingen aansluiting kunnen vinden in ons gebied.
Een beetje vreemd dat u vervolgens zelf een visie formuleert die toegeschreven is naar de gevraagde ontwikkelingen. Denk u dat het niet passender is om eerst een visie te ontwikkelen en dan pas te toetsen of de gevraagde ontwikkelingen daarin passen? P.8 Volgens het rapport van Pouderoyen Tonnaer heeft u de opdracht gegeven aan de initiatiefnemers om aan te tonen dat de gevraagde ontwikkelingen aansluiten op de visie en het beleid van de gemeente Tilburg aangaande het gebied Klein Tilburg en Stadsbos013. P.11 Hoe moesten de initiatiefnemers aan deze opdracht voldoen als blijkt dat u (nog) helemaal geen visie heeft op dit gebied? Pagina 9 van 40
Moet er niet eerst een visie worden opgesteld en vastgesteld alvorens u kunt toetsen of de plannen passen? Ik merk op dat de eerste vraag die de gemeente aan de initiatiefnemers heeft gesteld onuitvoerbaar is: de initiatiefnemers moeten aantonen dat de gevraagde ontwikkelingen aansluiten op de visie en het beleid van de gemeente Tilburg aangaande het gebied Klein Tilburg en Stadsbos013. P.11 Hoe moesten de initiatiefnemers aan deze opdracht voldoen als blijkt dat er (nog) helemaal geen visie is op dit gebied? Dat is ook toegegeven tijdens de informatiebijeenkomst van 1 maart j.l. Heeft u gemeend daarom zelf met een visie te moeten komen? Was er volgens u een scenario mogelijk waarin de conclusie zou zijn dat 1 of meer van de ontwikkelingen niet passend zouden zijn? Of was het uw opdracht om alle ontwikkelingen passend te maken? Volgens mij was de vraag aan Pouderoyen Tonnaer om de 5 initiatieven in samenhang te brengen waardoor deze gezamenlijk beoordeeld kunnen worden en tot procedure zouden kunnen komen. P-T spreekt echter van een vraag aan de initiatiefnemers om een gezamenlijk landschappelijk plan te maken voor het gebied? Dit is in onze ogen nooit de opdracht geweest, of zijn hierover niet geïnformeerd. In het stuk van P-T blijkt geenszins dat de gesprekken die met omwonenden zijn gevoerd allen op initiatief van de omwonenden tot stand zijn gekomen.
En opgemerkt wordt dat bureau P-T nooit contact heeft gezocht n.a.v. de laatste opdracht. Heeft u Pouderoyen gevraagd om een gebiedsvisie op te stellen?
Antwoord: Iedere initiatiefnemer heeft een eigen plan. Gemeente Tilburg heeft de afzonderlijke initiatiefnemers nadrukkelijk verzocht om gezamenlijk op te trekken om meer toegevoegde waarde te bieden aan dit deel van het gebied Zuidwest Tilburg. Gemeente Tilburg wenst een goede aansluiting van zowel de afzonderlijke ontwikkelingen op elkaar en op de ambities van het stadsbos013. Vooral ook van het totaal aan ontwikkelingen, dat moet aansluiten bij verschillende beleidsvelden die betrekking hebben op de toekomstige ontwikkeling van het gebied Zuidwest Tilburg, waaronder o.a. de kaders voor Stadsbos013.Gemeente Tilburg verwacht dat de optelsom van de verschillende initiatieven leidt tot effecten in het gebied. Gemeente Tilburg vindt het belangrijkrijk dat de initiatiefnemers zelf samen deze effecten gebiedsbreed en integraal in beeld brengen. Gemeente Tilburg heeft hiermee randvoorwaarden gesteld aan de wijze waarop de principeverzoeken ingediend moeten worden. De initiatiefnemers hebben adviesbureau Pouderoyen Tonnaer gevraagd om het indienen van ´een gezamenlijk principeverzoek´ te verzorgen.
Inhoudelijke opmerkingen: principeverzoek voor de gezamenlijke ontwikkeling •
MER procedure
Waarom is in de presentatie onderdeel milieu niet ingegaan op een eventuele MER procedure, stikstof en de rol van de provincie? Hoe zit dat dan precies? Als er een MilieuEffectRapportage moet worden opgesteld hoe ziet dat er dan uit? Is de Intratuin apart, of is het onderdeel van de Groene Kamer? Om te kunnen beschouwen wat de milieu effecten zijn en wat er gecompenseerd moet worden dan zul je toch vooraf moeten weten welke invulling de kamers gaan krijgen? Antwoord: MER Wanneer een milieueffectrapportage (MER) van toepassing is, dan is dit aan de orde wanneer de initiatiefnemers voornemens zijn om een ruimtelijke procedure te starten. Wanneer de ruimtelijke procedure wordt gestart is dit op basis van de beoordeelde wenselijkheid en haalbaarheid van het eerdere
Pagina 10 van 40
(gezamenlijke) principeverzoek. Indien er sprake is van een aanvulling, op basis van het eerdere principeverzoek, dan dient deze wenselijkheid en haalbaarheid opnieuw beoordeeld te worden. Stikstof Op dit moment heeft Pouderoyen Tonnaer, in opdracht van de initiatiefnemers, op hoofdlijnen naar de haalbaarheid gekeken van de initiatieven samen. Dat is gebruikelijk in deze fase. We beoordelen een adviesverzoek altijd primair op wenselijkheid en daarnaast globaal op haalbaarheid. Om die reden ligt er nog geen stikstofrapport. Dat zal uiteraard in een eventueel vervolg nader moeten worden uitgewerkt. Dan moet er worden aangetoond dat de initiatieven geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben (door stikstofdepositie). Rol van de Provincie De Provincie heeft instructieregels voor gemeenten opgenomen in de Provinciale verordening. Dat is nu nog de Interim Omgevingsverordening en vanaf 1 januari 2024 treedt de Omgevingsverordening in werking. Daarin staan regels die de gemeente in acht moet nemen bij de totstandkoming van een omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan). Zo heeft de Provincie bijvoorbeeld instructieregels over de toelaatbaarheid van verschillende gebruiksactiviteiten in het landelijk gebied. De gemeente moet een plan voorbereiden dat past binnen de regels van de Provincie.
In de procedure tot wijziging van het omgevingsplan krijgt de Provincie de gelegenheid om te reageren op de wijzigingen die de gemeente wil doorvoeren. De provinciale verordening kan worden geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl.
•
Stedelijk afweegbaar / Provinciale Interim Omgevingsverordening
Wat is definitie van: stedelijk uitloopgebied? Stadsbos 013 spreekt over een waardevol landschappelijk gebied met cultuurhistorische waarden? Waarom wordt er nu gesproken van een stadsrand? En hoezo is het passend in de Stadsbosvisie om zoveel rood en perifere detailhandel toe te voegen? Stedelijk of randstedelijk (blz. 29)? Wat zegt dit? En waar komen deze termen vandaan? Zijn jullie het met mij eens dat in de structuurvisie en stadsbosvisie het label ‘verstedelijking afweegbaar’ alleen op het paarse gebied, plangebied Wijkevoort ligt en niet op het gele agrarische buitengebied? Zijn jullie het met mij eens dat zowel de structuurvisie 2040, als de stadsbosvisie als de visie van de gebiedscoalitie dit buitengebied bestempelen als agrarisch buitengebied en dat alleen in de visie van de Groene Kamer en in jullie principeverzoek voor dit gebied “verstedelijking afweegbaar” is? Is mijn indruk juist dat jullie het label “verstedelijking afweegbaar” nodig hebben om op basis van artikel 3.43 ‘Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar’ in de ontwikkeling van landgoed de Groene Kamer te kunnen voorzien? Jullie refereren naar het agrarische buitengebied als “Stadsrand” jullie geven het een “stedelijke functie” jullie schrijven dat er “verstedelijking afweegbaar” is.
U schrijft en herhaalt: er wordt “ invulling gegeven aan de doelstelling van het gebied ´Verstedelijking afweegbaar´/´integratie Stad-Land´, waarbij rood en groen in verhouding zijn en wordt gestreefd naar een duurzame afronding van het stedelijk gebied.”. P.25 en P.26 Nergens zien of lezen wij dat dit een vastgestelde doelstelling voor ons buitengebied is. Waar haalt u deze kennis vandaan? U schrijft: “Ook het feit dat het Stadsbos013wordt vergeleken met Maximapark Leidsche Rijn, Amsterdamse bos en Park de la Vilette Parijs, maakt dat het stadsbos een dunbevolkt/dun bebouwd stadspark c.q. stedelijk gebied is. Het feit dat het een stadsbos is maakt het bij uitstek een stedelijk gebied.”
Pagina 11 van 40
Vindt u ook niet dat deze redenering wel heel erg krom gaat? U haalt de nieuwe Provinciale interim omgevingsverordening van oktober 2022 erbij om aan te tonen dat het label “verstedelijking afweegbaar” op ons gebied ligt. Dan haalt u ook artikel 3.45 aan om aan te tonen dat een Intratuin passend is in ons buitengebied. Maar basisregel van datzelfde artikel luidt: “dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in verstedelijking afweegbaar.” P.27 Artikel 3.45 zegt meer over nieuwvestigingen in landelijk gebied “verstedelijking afweegbaar”: Nieuwvestiging kleinschalige voorzieningen In de praktijk blijkt dat er behoefte bestaat aan een mogelijkheid voor nieuwvestiging van kleinschalige voorzieningen in kernrandzones of daarmee qua ligging en functie gelijk te stellen gebieden. Dit soort kleinschalige voorzieningen is vaak gerelateerd aan een stedelijke omgeving, zoals sportvelden, volkstuinen, schuilhutten etc. Voorwaarde is dat deze voorzieningen gepaard gaan met beperkte bebouwing en dat de publiek aantrekkende werking beperkt is.
Daarom zijn -al dan niet verenigingsgebondenhoreca-activiteiten (alcoholische drankverstrekking en fast-service e.d.) ongewenst. Om te voorkomen dat er ingevolge deze verordening een bestaand bouwperceel ontstaat waar vestiging van andere functies mogelijk wordt, geldt als maximale oppervlakte van de bebouwing 90 m2. Is daarmee de commerciële publiekstrekker de Groene Kamer met het foodcluster, de Intratuin en andere nieuwe bebouwing in de kamers nog wel mogelijk? Artikel 3.78 van dezelfde omgevingsverordening die u steeds aanhaalt heeft ook een passage over de ontwikkeling van een nieuw landgoed. Waarom schrijft u daar niets over? Moet in uw optiek Landgoed de Groene Kamer voldoen aan de hier voorgeschreven passages? Bent u van mening dat Landgoed de Groene Kamer voldoet aan de voorschriften uit de interim omgevingsverordening? Voorbeeld: “Een nieuw landgoed bestaat na realisatie ten minste voor 50% uit gerealiseerde natuur dat binnen het NNB is gebracht.” Dit strookt niet met het verhaal van 1:1:1Kunt u dat uitleggen? Heeft u kennis genomen van de antidubbeltelbepaling? Kunt u met zekerheid zeggen dat er geen reeds gerealiseerde natuur is dubbel geteld in dit verhaal? Hoe komt u erbij dat bij de richtafstanden de omgevingstypering “gemengd gebied is”? De VNG uitgave milieuzonering nieuwe stijl doet daar m.i. geen uitspraak over.
Is volgens u de vestiging van diverse horeca en eetgelegenheden toegestaan op grond van de interim omgevingsverordening? De omgevingsverordening geeft ook aan: Binnen het landelijk gebied voorziet Artikel 3.60 ‘Bestaand agrarischtechnisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied’ in de ontwikkeling van dergelijke bedrijven en kan een plan voorzien in een redelijke uitbreiding… Ben u van mening dat het bij Thielen Diervoeders en van Broekhoven om een redelijke uitbreiding gaat? Waar toetst u dat aan? Ben u van mening dat de interim omgevingsverordening een publiekstrekker gevestigd op het gebied van leisure in de vorm van een commercieel activiteitencentrum toestaat? Zie de plaatjes vanaf pagina 33:
Pagina 12 van 40
We zien een tweedeling in onze “agrarische enclave” waarbij de kamers zoals die van de Groene Kamer zijn doorgetrokken vanaf de Bredaseweg tot aan de Gilzerbaan, als in een kralenketting. De suggestie wordt gewekt dat er een soort winkelboulevard mogelijk is. Met de visie van Pouderoyen Tonnaer wordt de deur daarvoor open gezet. 1) Stem niet in met het principeverzoek van Pouderoyen-Tonnaer zoals het nu voorligt. De analyse die zij maken op ons gebied is onjuist. 2) U heeft een situatie gecreëerd waarbij Pouderoyen-Tonnaer zich genoodzaakt heeft gezien om zelf met een gebiedsvisie te komen die desastreus is voor ons gebied. Met labels als “verstedelijking afweegbaar”, “werklandschap” en “stadsrand” dichten ze ons gebied een ontwikkeling toe die niet is vastgesteld en wat ons betreft totaal onwenselijk is. Hoe gaat u dat repareren en hoe gaat u dan wel toetsen welke onderdelen van de Groene Kamer wel en welke niet passend zijn in ons buitengebied? Voor ons ligt een gezamenlijk principeverzoek. Daarin lezen wij dat ons buitengebied wordt neergezet als “stadsrand” met “afweegbare verstedelijking”. Dit staat haaks op de visie die er door de gebiedscoalitie is opgesteld waarin dit gebied wordt omschreven als landelijk en agrarisch. En op de Groene Kamer na hebben alle initiatiefnemers, inclusief de Intratuin, meegedacht en meegeschreven aan de visie van de gebiedscoalitie.
Heb wat jurisprudentie erop na geslagen maar denk dat je met evenveel recht over ons buitengebied als "rustig woonwijk" kunt spreken als "gemengd gebied". Ik lees veel termen die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Is er sprake van matige tot sterke functiemenging in het gebied? Zijn de clusters woningen en boerderijen aan te merken als lintbebouwing? De Afdeling gebruikt afstanden van 50m tot drukke ontsluitingswegen als norm voor gemengd gebied, lijkt me hier helemaal niet aan orde. Of wel? Maar vooral, volgens een recente uitspraak van de Raad van State, moet je uitgaan van het bestaande karakter van het gebied (ECLI: NL:RVS:2021:1607). Dus niet als stadsrand. Je had het in het in de omgevingsdialoog over jurisprudentie die hierover uitsluitsel geeft. Dus ik zou het op prijs stellen als jij me die duidelijkere jurisprudentie kan opsturen. Antwoord: De term stedelijk afweegbaar komt niet vanuit gemeentelijke kaders, maar vanuit de Provincie Noord-Brabant (IOV). Het principeverzoek wordt zowel aan Provinciale als gemeentelijke kaders getoetst. Het gaat er om dat het Buitengebied Zuidwest niet meer overwegend agrarisch zal zijn, het gaat om een mix van functies. Het label stedelijk afweegbaar ligt op het gebied vanuit de verordening van de provincie NoordBrabant.
De gemeente Tilburg geeft daar op haar eigen wijze een invulling aan in de omgevingsvisie Tilburg 2040, door het gebied aan te wijzen als stadsregionaal park (Stadsbos 013) en door het zoeken naar een nieuwe invulling van het gebied met een groen, landschappelijk, recreatief karakter als alternatief voor de langzaam transformerende en veranderende landbouw functies. Deze vraag berust feitelijk op een niet correcte aanname. Een adviesbureau zoals PouderoyenTonnaer heeft geeft geen visie op het gebied. Dit is voorbehouden aan en al gedaan door de gemeente Tilburg en de Provincie Noord-Brabant en eventueel de Rijksoverheid. De analyse van PouderoyenTonnaer laat zien dat het de visie van de gemeente Tilburg er o.a. op gericht is om een ontwikkeling te realiseren naar een Stadsbos013. Tijdens de omgevingsdialoog op 1 maart j.l. heeft gemeente Tilburg dit ook mondeling toegelicht. De stad Tilburg en haar inwoners hebben meer behoefte aan ‘buitenruimte´, uitloop gebied en recreatie ruimte rond om de stad om zo ook de verbinding te leggen tussen de stad en het omliggende landschap, onder andere het stadsbos wordt daarom doorontwikkeld naar een mix voor meer natuur, meer toegankelijkheid en voor meerdere functies (soms ook stedelijke functies) en doeleinden die passen bij of bijdragen aan het groene recreatieve karakter van het gebied.
PouderoyenTonnaer acht het op basis van haar beleidsanalyse en op basis van diverse overleggen met gemeente Tilburg niet aannemelijk dat gemeente Tilburg op ´het hele buitengebied´ het label stedelijk afweegbaar wenst te leggen. Maar het is wellicht beter/feitelijk correct als ´deze vraag´ niet aan een adviesbureau gesteld wordt maar direct aan de gemeente. Bijvoorbeeld: `Gemeente Tilburg, bent u voornemens om op het hele buitengebied Zuidwest Tilburg het label ´stedelijk afweegbaar´ te leggen? De gemeente Tilburg heeft in haar omgevingsvisie Tilburg 2040, vastgesteld door de raad in 2015, duidelijk aangegeven wat de ambities zijn voor dit gebied (en hoe zij invulling geeft aan de provinciale term stedelijk afweegbaar) als stadsregionaal park, Stadsbos 013. Pagina 13 van 40
Met opmerkingen [RJv1]: Roxanne geeft aan. Wij kunnen nergens een label ‘verstedelijking afweegbaar’ op leggen. Wij kunnen wel een ‘ontwikkelingsrichting’ opstellen waarin we beschrijven en verbeelden wat we voor ogen hebben in een bepaald gebied. En die ontwikkelingsrichting kunnen we gebruiken in de onderbouwing dat we voldoen aan de provinciale instructieregels. Dit concept ‘ontwikkelingsrichting’ komt al voor in de IOV en komt in de Omgevingsverordening nog meer centraal te staan. De Omgevingsverordening treedt op 1 januari 2024 in werking, gelijktijdig met de Omgevingswet. De aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ komt dan in heel Brabant te vervallen en het wordt aan gemeenten om middels een ontwikkelingsrichting te onderbouwen waar we in het landelijk gebied (stedelijke) ontwikkelingen willen faciliteren. De provincie gaat dus minder sturend zijn maar beoordeelt plannen nog wel degelijk op dit aspect. De ontwikkelingsrichting moet ook in samenspraak met de provincie tot stand worden gebracht.
Sindsdien is de gemeente bezig met het opgang brengen van een gebiedsproces met allerlei investeringen (van uit de gemeente zelf maar ook door particuliere ontwikkelingen), initiatieven groot en klein in het gebied om zo het gebied aantrekkelijk te maken als uitloop gebied voor de stad. En te investeren in landschap en natuur, zowel door de gemeente als door andere partijen. Allerlei transformaties die plaatsvinden of gaan vinden wil de gemeente op een goede manier richten naar hetzelfde doel zoals geformuleerd in de omgevingsvisie en het ruimtelijk raamwerk. Hoe dat werkt en hoe gebiedsproces op stoom komt en wat de resultaten zijn tot nu toe en wat er nog komt kunt u vinden op de site van het stadsbos (stadsbos013.nl).
•
Werklandschap
Wij lezen in het rapport van Pouderoyen Tonnaer p.6 “dat het de wens van de gemeente Tilburg is om het gebied Zuidwest Tilburg stapsgewijs te transformeren naar een modern woon-werklandschap.” Klopt dat? Wij hebben dat nog nooit eerder gehoord.
Op pagina 4 van uw principeverzoek staat een plaatje van de provincie met het Stadsbos in 3 kleuren:
De legenda is als volgt: Groen: Bosstructuur bestaand Stadsbos013 Geel: Buitengebied (agrarisch) Stadsbos013 Paars: Buitengebied (agrarisch) modern industrieel cluster Midden-Brabant – Werklandschap Wijkevoort Jullie geven daar een merkwaardige draai aan: [groen] Huidige bestemming: Natuur, bosgebied. Transitie: Dit gebied maakt onderdeel uit van het (toekomstige) Stadsbos013. [geel] Het gebied Zuidwest Tilburg is in de structuurvisie 2040 van de gemeente Tilburg geduid als onderdeel van ´een modern werklandschap´. [paars] Transitie: Beleidsmatig is dit gebied geduid en opgenomen in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord Brabant als ‘verstedelijking afweegbaar’… c.q. ´Werklandschap Wijkevoort´ ... 2 opmerkingen: 1. Ik heb de structuurvisie gescand op het woord werklandschap. Het komt er 4x in voor, 3x is het synoniem voor bedrijventerrein en de 4ex wordt expliciet werklandschap Wijkevoort genoemd. Nimmer sloeg het op het gele agrarische buitengebied zoals hier gesuggereerd wordt. 2. Let op: het label ‘verstedelijking afweegbaar’ ligt alleen op het paarse deel, daar waar Wijkevoort moet komen.
Is het een vergissing dat jullie het agrarisch buitengebied een “werklandschap” noemen? Waar haalt u de informatie vandaan dat het de wens is van de gemeente Tilburg om ons gebied te transformeren naar een modern woon- werklandschap? P.6 en 7 De landschappelijk visie (plaatje d.d.07 december 2021) die u neerlegt is uw visie waarbij u ons agrarisch buitengebied neerzet als een werklandschap met maar liefst 15 ontwikkelkamers. Deze visie wordt niet onderschreven door de Stadsbosvisie, gebiedsvisie van de gebiedscoalitie of de structuurvisie 2040. U decimeert de belangrijkste drager van ons gebied: de agrarische sector. Kunt u deze een aanverwante tekeningen uit uw document verwijderen? P.30 De visie die u neerlegt in paragraaf 3.2 heeft u zelf verzonnen. Antwoord: (Zie: antwoord p8) Pagina 14 van 40
Pouderoyen Tonnaer heeft als adviesbureau in deze gehandeld in opdracht van de initiatiefnemers. Het opstellen van ´een visie op het gebied´ is primair een taak van de gemeente Tilburg. In de 2e omgevingsdialoog heeft een vertegenwoordiger van de gemeente dit nader toegelicht. Pouderoyen Tonnaer heeft in opdracht van de initiatiefnemers onderzocht op welke wijze de initiatieven aan kunnen sluiten bij de beleidskaders van gemeente Tilburg. Deze analyse is weergegeven in hoofdstuk 1 en 2 van het principeverzoek ´Gezamenlijke ontwikkeling Zuidwest Tilburg´.
•
Landschappelijk kader / Groene inprikker(s)
De visiekaart Klein Tilburg van KruitKok is een schets heeft nimmer tot doel gehad om commerciële kamers als een kralenketting van de Bredaseweg naar de Gilzerbaan door te trekken. Waar heeft u het idee vandaan dat dat de bedoeling is van dit kaartje? P.25 Dat de Reeshof bijna tot aan de Bredaseweg is opgerukt maakt het buitengebied aan de overkant nog niet tot een stadsrand. De stadsrand van de Reeshof ligt aan de westkant, tegen de burgemeester Letschertweg aan en heet stadsrand Dalem. Dit heeft een volstrekt ander karakter dan ons buitengebied. De Groene Inprikker tot en met Manege Thielen, wordt verlengd tot Tilburgsebaan. In geen een van de initiatieven was hiervan sprake. (blz 38 principeverzoek). U schrijft in de toelichting op het gezamenlijke landschappelijke plan: De robuuste landschappelijke structuren kunnen een bijdrage leveren aan het visueel verzachten van het aanzicht, door het zogenaamde agrarische woon-werklandschap op het bedrijvenpark Wijkevoort. P.47 Kunt u dat in een verduidelijkende tekening laten zien? Ik zie niet wat u bedoelt. Antwoord: In het principe verzoek ´Gezamenlijke ontwikkeling Zuidwest Tilburg´ is aangegeven op welke wijze de initiatieven afzonderlijk en als geheel aan kunnen sluiten bij hun omgeving. Het is aan gemeente Tilburg om te beoordelen of de voorgestelde uitwerking conform ambitie en gestelde beleidskaders weergegeven is.
•
Zichtlijnen
U stelt dat de overgang tussen stad Tilburg en het noordelijk deel van het buitengebied geen strakke lijn is. P.28 Wij nodigen u uit om te komen kijken. U bedoelt waarschijnlijk niet stad Tilburg maar stadsdeel Reeshof. De grens tussen de Reeshof en ons buitengebied is een kaarsrechte lijn die we de Bredaseweg noemen. En als er al sprake van een overgangszone zou zijn, dan ligt die ten noorden van de Bredaseweg. Antwoord: Dit heeft betrekking op de omgevingsvisie Tilburg 2040 en het Ruimtelijk Raamwerk, dit is vastgesteld beleid door gemeente Tilburg. Hierin wordt onder andere aangegeven welke ontwikkelingen in dit deel van Tilburg voorstelbaar zijn.
•
Natuurcompensatie
U refereert naar natuurcompenstatiedoeleinden. P.34 Kunt u concretiseren wat er gecompenseerd moet worden, door wie en hoe dat gecompenseerd wordt? Antwoord: U verwijst naar H3.1 van het principeverzoek ´Gezamenlijke ontwikkeling´. Waar een beschrijving van de opbouw en samenstelling van het gebied op hoofdlijnen is weergegeven. Het betreft een analyse van de ruimtelijke hoofdopzet en structuren van het gebied. De natuurcompensatie waar u aan refereert is verbonden aan de ontwikkeling van werklandschap Wijkevoort. Dit is een ontwikkeling van gemeente Tilburg.
Pagina 15 van 40
•
Verkeer
Verkeersveiligheid: Wij maken ons veel zorgen om de verkeersveiligheid in ons buitengebied. Er komen een x aantal verkeersbewegingen bij en dat zal het nodige sluipverkeer met zich meebrengen. Alle wegen zijn smalle B wegen daarnaast lopen er fiets en wandelroutes doorheen van zowel toerisme de Baronie als Stadsbos013. Heel het gebied ligt open voor alle verkeer waaronder ook de landbouwmachines en landbouwvoertuigen. Dit is vragen om wanneer gaat dit fout! Kan er worden uitgelegd dat de verkeersbewegingen qua motorvoertuigen alleen elk jaar meer zijn dan het aantal inwoners wat Tilburg heeft? Dat zou betekenen dat iedere Tilburg apart in een auto elk jaar naar deze locatie zou moeten komen? Hoe is dit berekend en hoe zit het met fietsers? Is er nagedacht om een fiets/voetgangerstunnel aan te leggen ter hoogte van Bredaseweg 602? De huidige verkeerssituatie met overstekende fietsers en voetgangers vanuit en naar Koolhoven Buiten en verder Reeshof in, is al zeer onveilig. Als de ontwikkelingen doorgaan komen hier alleen maar meer fietsers en voetgangers.
Is er met alle extra verkeersbewegingen rekening gehouden met sluipverkeer en welke effecten gaat dat hebben op de veiligheid van andere weggebruikers als wandelaars, paardrijders en fietsers? Stel dat ondanks alle maatregelen (die nog niet benoemd zijn) 5% sluipverkeer toch door het gebied gaat rijden, dan praat je over 385.000 extra verkeersbewegingen door het gebied. Wat zegt u tegen mijn buurvrouw die haar kinderen niet zelfstandig naar school durft te laten fietsen straks? Hoe gaat u dat voorkomen? Proeflab Bleukweg 2 is alleen via zo’n smal weggetje bereikbaar. U stelt dat alle verkeer voor de Groene Kamer via de Bredaseweg komt. De routeplanner echter, stuurt verkeer vanaf de A58 binnendoor (via de Hultenseweg of KleinTilburg) naar Bleukweg 2. Hoe wordt fase 2 ontsloten als de Stadsbosvisie voorschrijft dat de lokale weggetjes niet zwaarder belast mogen worden? U schrijft: De ontsluiting en verkeersstromen aan de zuidwestzijde zal via bedrijventerreinontwikkeling Wijkevoort worden afgehandeld. Is u niet bekend dat de Campus Wijkevoort aan het Wijkermeer bedacht is en alleen ontsloten kan worden via de Hultenseweg, en dat we dus ook daar enorme problemen verwachten? P.65 P.66 u zegt dat de afwikkeling van het verkeer goed geregeld is via de entree richting Bredaseweg.
Wat adviseert u voor de veiligheid van de fietser, ruiters en wandelaars? Er zijn nog steeds weggebruikers die niet begrijpen waar de passeerstroken voor dienen. Zij rijden de bermen kapot. Met meer verkeer en nieuwe bezoekers in ons gebied lijkt het zinvol om met borden uit te leggen dat passeerstroken ervoor dienen even op elkaar te wachten en elkaar de ruimte te geven. En dat het niet de bedoeling is om hier de bermen voor te gebruiken. Is er met alle extra verkeersbewegingen rekening gehouden met sluipverkeer en welke effecten gaat dat hebben op de veiligheid van andere weggebruikers als wandelaars, paardrijders en fietsers? Stel dat ondanks alle maatregelen (die nog niet benoemd zijn) 5% sluipverkeer toch door het gebied gaat rijden, dan praat je over 385.000 extra verkeersbewegingen door het gebied. “Sluipverkeer, daar vinden we een oplossing voor!” Hoe wordt niet duidelijk. Steeds vaker wordt al “toegegeven” dat dit moeilijk te voorkomen is als je het gebied open wilt houden. Tijdens de presentatie van de initiatieven is aangegeven hoe groen er alles uit komt te zien. Maar wat gaat er achter al die bosschages komen en welke overlast gaat dit veroorzaken? De presentatie waren dan ook niet helemaal oprecht. Het mooie wordt benadrukt, de overlast nauwelijks benoemd. 1,2 miljoen verkeersbewegingen erbij is wat anders dan ‘forse toename’.
Samen met Wijkevoort komen er 7,7 miljoen
Pagina 16 van 40
verkeersbewegingen in en rondom dit gebied erbij. Wat gaat dat betekenen voor de bewoners qua luchtkwaliteit, geluid veiligheid. Wordt het verkeer van en naar de kamers 3,4 en 5 van de Groene Kamer enkel via de Bleukbosweg, gedeelte Bleukweg, Langoedlaan geleid? In het rapport staat: " dat aan de zuid zijde van de Landgoedlaan de mogelijkheid open blijft voor een recreatieve route, die aansluit op de Nieuwelijn." Wordt met die recreatieve route de bestaande Bleukweg bedoeld of kan het verkeer vanaf kamer 5 van de Groene Kamer via de Landgoedlaan de eventueel nieuwe recreatieve route op, die aansluit op de Nieuwelijn? Als dat is, kan het verkeer via de Nieuwelijn ,Klein Tilburg of Hultenseweg alsnog zijn weg vinden in het achterliggend gebied, wat niet wenselijk is