11 AANGEPAST Bijlage 8 Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort
Tekst van het document
Nee, in onvoldoende mate Het bedrijf wil alleen de financiële jaarlijkse bijdrage voldoen en het bedrijf heeft geen plannen voor (intensivering van reeds bestaande of nieuw op te starten) samenwerking op Wijkevoort en/of de regio.
17
FACTOR EN BESCHRIJVING
SCORESLEUTEL
B3. Welzijn werknemers • Het bedrijf heeft in haar plannen en personeelsbeleid aandacht voor (collectieve) voorzieningen voor werknemers en welzijn
Het bedrijf heeft in haar plannen voor vestiging op Wijkevoort en in haar personeelsbeleid aandacht voor goede huisvesting en (collectieve) voorzieningen voor werknemers en welzijn
JA, in hoge mate • Het bedrijf committeert zich als voorloper op een norm die op het vlak van privacy postief afwijkt van de bestaande SNF-norm, waarbij het bedrijf buitenlandse werknemers wil huisvesten in kleine units, waarbij een medewerker recht heeft op een eigen slaapkamer (tenzij op grond van een relatie een tweepersoonskamer gewenst is). Verder kan het bedrijf zich onderscheiden door concrete relevante voorbeelden te benoemen. Bij voorkeur zegt het bedrijf toe een WELL-certificaat voor een gezond gebouw aan te vragen. Verder heeft het bedrijf een duidelijke corporate strategie voor werknemerswelzijn en ook een concreet plan voor invulling daarvan op de locatie Wijkevoort. Voorbeelden van verdere inzet op werknemerswelzijn kunnen zijn: sociale programma’s, sportfaciliteiten, gezondheidsfaciliteiten, integratiecursussen en taallessen voor buitenlandse werknemers, statushouders, medewerkers met achterstand tot de arbeidsmarkt, etc. • Het bedrijf geeft mensen - na bewezen geschiktheid - een vast contract. Het bedrijf toont aan hoe stabiel / seizoensgebonden het werk is en besteedt in haar welzijnsbeleid ook aandacht aan inzet van eventuele arbeidskrachten (inhuur, sociale werkvoorziening, etc.) • Het bedrijf richt zich sterk op het realiseren van een ergonomisch verantwoorde operatie.
NEE, in onvoldoende mate • Het bedrijf heeft geen aantoonbaar beleid en geen specifieke plannen gericht op werknemerswelzijn voor de vestiging op Wijkevoort of plannen die het bedrijf heeft onderscheiden zich niet substantieel.
FACTOR EN BESCHRIJVING
SCORESLEUTEL
B4. Kennisontwikkeling • Het bedrijf heeft scholings- en trainingsprogramma’s voor (toekomstige) medewerkers i.s.m. kennisinstellingen en ziet meerwaarde in het stimuleren van kennisdeling d.m.v. lezingen, evenementen, workshops en beurzen, gericht op innovatie in de keten of van een specifiek product/ dienst
Het bedrijf heeft scholings- en trainingsprogramma’s voor (toekomstige) medewerkers i.s.m. kennisinstellingen en ziet meerwaarde in het stimuleren van kennisdeling d.m.v. lezingen, evenementen, workshops en beurzen, gericht op innovatie in de keten of van een specifiek product/ dienst. Het bedrijf toont dit aan door verschillende relevante voorbeelden die in de vestiging op Wijkevoort gerealiseerd kunnen gaan worden of door een concrete samenwerkingsovereenkomst met relevante kennisinstellingen uit het ecosysteem
JA, in hoge mate • Het bedrijf heeft een aantoonbare corporate focus op kennisontwikkeling/opleiding van werknemers en ook een concreet plan daarvoor op de locatie Wijkevoort • Te denken valt aan structurele trainingsprogramma’s, opleidingen, initiatieven voor samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen, etc. • Het bedrijf heeft hier ook concrete ervaring mee op andere locaties.
Ja, in beperkte mate NEE, in onvoldoende mate • Het bedrijf biedt weinig tot geen structureel opleidingsaanbod voor haar werknemers; blijkend uit het niet aantonen van structureel beleid hieromtrent, geen concrete plannen voor Wijkevoort en geen concrete ideeën voor samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen, etc.
18
4.5 Toetsingscriterium 3: Smart mobility en duurzaam transport Tilburg wil toonaangevend zijn op het gebied van mobiliteitsveranderingen. Voor doorgroei van de logistieke sector is verdere verbetering van de bereikbaarheid essentieel. Naast een goede vormgeving van de infrastructuur ligt bij Wijkevoort de focus op toekomstmogelijkheden vanuit smart logistics. Steeds vaker worden nieuwe technologische ontwikkelingen toegepast in logistieke ketens. Het kan bijvoorbeeld gaan om verbeterde navigatie- en routesystemen waarmee leegrijden kan worden voorkomen, maar ook om verbeterde productmonitoring. Het gaat bij smart logistics om beter en slimmer organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van goederenstromen door inzicht, koppeling en integratie van logistieke data en smart mobility data en verkeersdata. Bij de beoordeling wordt naar het volgende criterium gekeken: 1. Inzet op smart mobility: zet het bedrijf in op collectief vervoer voor werknemers, het bundelen van goederenstromen en vernieuwende mobiliteitstechnologieën (zoals elektrisch vervoer, truckplatooning, ect.) en het gebruik maken van de multimodale overslag voorzieningen (barge en rail) die in Tilburg aanwezig zijn. 4.6 Een nieuwe eigenaar De ambities voor Wijkevoort zoals uiteengezet in deze ontwikkelleidraad blijven gelden in de toekomst.
Dat betekent dat ook nieuwe eigenaren (na doorverkoop) aan het gewenste profiel (zoals omschreven in hoofdstuk 4) en aan de eisen zoals opgenomen in hoofdstuk 6 moeten voldoen. Er wordt als kwalitatieve verplichting bij iedere gronduitgifte opgenomen dat er opnieuw getoetst wordt of het bedrijf voldoet aan het profiel zoals omschreven hoofdstuk 4 en de eisen uit hoofdstuk 6 van de op dat moment meest actuele versie van de ontwikkelleidraad. Hieraan wordt een kettingbeding gekoppeld. Hierin wordt opgenomen dat bij verkoop of verhuur (met wijziging van de omgevingsvergunning) van een bedrijfsobject en kavel de adviescommissie advies geeft aan het college B en W over de vestiging van het nieuwe bedrijf. Het college van B&W besluit op basis van het advies over de vestiging van het betreffende bedrijf. Bij een negatief advies dient het college richting de raad te motiveren in het geval dat zij het bedrijf toe willen laten op Wijkevoort. De adviescommissie wordt daarvoor bijeengeroepen (in dezelfde of een vergelijkbare samenstelling zoals opgenomen in deze Ontwikkelleidraad).
FACTOR EN BESCHRIJVING
SCORESLEUTEL
C1. Inzet op smart mobility • Het bedrijf zet in op duurzaam vervoer van goederen van en naar het terrein. • Het bedrijf zet in op collectieve vervoerssystemen voor medewerkers van en naar het terrein. • Het bedrijf heeft aandacht voor het ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen
Het bedrijf heeft als frontrunner ambitie op het gebied van duurzaamheid en wil op Wijkevoort reeds in 2030 emissievrij goederen aan en afvoeren. Het bedrijf heeft aantoonbare ambities om in te zetten op smart mobility door bijv. collectieve vervoerssystemen en aandacht voor het ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen. Het bedrijf toont dit aan door middel van concrete voorbeelden van maatregelen die worden voorzien voor de vestiging op Wijkevoort (waar relevant aangevuld met voorbeelden die men op andere locaties heeft geïmplementeerd). Het bedrijf wil door middel van samenwerking een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van slimme mobiliteitsoplossingen voor vervoer van werknemers en zoveel mogelijk gebruik maken van spoor en binnenvaart en wil zich door actieve samenwerking inzetten voor het beter benutten van ladingcapaciteit (containers, trailers, etc).
JA, in hoge mate • Het bedrijf committeert zich aan het streven naar volledig of grotendeels emissievrij vervoer op Wijkevoort in 2030, wil actief meewerken aan het opzetten van bijvoorbeeld een gezamenlijke shuttle van en naar de rail- en bargeterminal en gebruikt zoveel mogelijk spoor en/of binnenvaart. • Het bedrijf heeft aantoonbare ambitie en bij voorkeur op andere locaties al aantoonbare initiatieven op het gebied van smart mobility. • Het bedrijf heeft een concreet plan voor inzet van smart mobility op de locatie Wijkevoort. • Het bedrijf daagt werknemers uit tot ‘groen’woon-werkverkeer door dat aantrekkelijker te maken dan reizen per auto • Het bedrijf werkt actief aan het beperken van de verkeersbewegingen voor goederen • Te denken valt aan personenvervoer (collectieve vervoerssystemen, slimme mobiliteitsconcepten, duurzaam vervoer en duurzame voertuigen, etc.) en goederenvervoer (optimale consolidatie van stromen, duurzame voertuigen, innovatieve real time planning, etc.) Ja, in beperkte mate De gebruiker committeert zich niet aan het volledig of grotendeels gereduceerd hebben van de emissies de emissies in 2030, maar wel substantieel meer dan 55% en heeft geen goedgekeurde plannen / strategie voor het realiseren van smart mobility. Het bedrijf wil actief samenwerken met andere bedrijven op.
NEE, in onvoldoende mate Het bedrijf voldoet aan de wettelijke eisen voor emissiereductie en kan geen beleid en / of concrete ambitie aantonen waar het gaat om smart mobility. Het bedrijf wil niet actief samenwerken met andere bedrijven op Wijkevoort om deze ambitie te realiseren.
19
5. WELKE KWALITEITEN BIEDT WERKLANDSCHAP WIJKEVOORT U?
5.2 Groen en natuurlijk werklandschap
5.1 Ambities voor Werklandschap Wijkevoort
5.2.1 Bestaande landschappelijke elementen Het bestaande landschap kent een aantal waardevolle elementen zoals benoemd in het Masterplan Wijkevoort welke bij de ontwikkeling behouden blijven. Hieronder wordt de huidige situatie beschreven.
Uit de onderdelen uit dit hoofdstuk volgen beleidsregels. Deze beleidsregels zijn een concretisering van de normen uit het bestemmingsplan. Beleidsregels geven concreter aan hoe invulling wordt gegeven aan de normen uit het bestemmingsplan. De beleidsregels kunnen in de loop van de tijd aangepast worden om zodoende flexibiliteit en maatwerk en inspelen op nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarnaast dagen beleidsregels uit om tot slimme oplossingen en creativiteit te komen om aan de normen te voldoen.
De beekdalen Hultensche en Groote Leij
De Hultensche Leij
Kenmerken • Gekanaliseerde waterlopen • De Groote Leij ligt in zijn oorspronkelijke loop • De Hultensche Leij is in de loop der tijd meerdere malen vergraven • Ook onderdeel van Stadsbos013 • Landschappelijke en een beperkte ecologische waarde
De Hultenseweg Kenmerken • Een van de oudste wegen in het gebied • Prachtige laan sinds aanplant eiken • Gebiedsontsluitingsweg bestemmingsverkeer voor het achterliggend agrarische en woongebied • Onderdeel van het stadsbosdiagonaal • Vliegroute voor vleermuizen De Hultenseweg
20
Wijckerbos/Hoogschoor
Wijckerbos/Hoogschoor
Kenmerken • Bestaat uit een ouder noordelijk en jonger zuidelijk deel. • Het zuidelijk deel is jonger. Een deel van dit bos is aangeplant tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 en bestaat hoofdzakelijk uit eikenbos. Er is beperkte ondergroei aanwezig. • -Noordelijk deel is ouder en heeft bijzondere ondergroei en een goed ontwikkelde strooisel laag. • In zowel het noordelijk als zuidelijk deel komen diverse vogelsoorten voor waaronder sperwer, appelvink, grote en kleine bonte specht, boomklever en boomkruiper. • In het noordelijk deel komt ook een buizerd en havik voor.
Wijckermeer Kenmerken • Van oorsprong zandafgraving voor aanleg A58. • Ecologische waarde toegekend.
5.2.2 Ruimtelijke principes: Het Groen-blauwe raamwerk De bovengenoemde waardevolle landschapselementen worden opgenomen in het groen-blauwe raamwerk Wijkevoort. De groen- en waterstructuren zijn een contramal waarbinnen de bedrijven een plek krijgen. Het rapport van Kruitkok over de invulling van het groen-blauwe raamwerk Wijkevoort is bijgevoegd als bijlage (bijlage 1). In dit onderdeel worden de belangrijkste uitgangspunten uitgelicht en worden deze vertaald naar beleidsregels. Het groen-blauwe lint ligt zowel op openbaar als privé terrein en wordt deels vooraf door de gemeente aangelegd. Het deel aan de zijde van het bedrijfsgebied is de waterretentiezone en wordt door het bedrijf bekostigd. De omvang is afhankelijk van de wateropgave die een bedrijf heeft.
Het groen-blauwe raamwerk Wijkevoort
1. De robuuste beekdalen: De Hultensche Leij en de Groote Leij
Wijckermeer
Wijkevoort Kenmerken • Een van de historische wegen in het gebied • Kenmerkend verloop, met name rondom de historische boerderij Prinsenhoef • Laanbeplanting van met name Esdoorns. • Tweede (recreatieve) route over het beekdal van de Hultensche Leij.
Beleidregels De waterkwaliteit voldoet aan de hoogste standaard en wordt gefilterd doormiddel van helofyten filters. De beekdalen zijn ecologische robuuste leefgebieden en verbindingszones.
Wijkevoort
21
2. Duurzaam watersysteem
4. Hultenseweg en Wijckermeer
Beleidregels • Het systeem is klimaatbestendig: het vangt wateroverschotten/-tekorten op. • Al het regenwater wordt gezuiverd, geborgen, geïnfiltreerd en vertraagd afgevoerd binnen het gebied • Verbeteren van de waterkwaliteit. Al het water dat binnen het gebied valt wordt gezuiverd naar de kwaliteit van natuurwater, voordat het wordt afgevoerd naar het beeksysteem. • Per hectare verhard oppervlak, zowel op privé als openbaar gebied, moet ten minste 600 m3 waterberging worden gerealiseerd.
Beleidregels • Hultenseweg is onderdeel van Stadsbosdiagonaal en is een recreatieve verbinding. • De Hultenseweg is geen onderdeel van de infrastructuur van het werklandschap. • In het Waterpark Wijckermeer komt al het water uit het gebied samen en wordt deze vertraagd afgevoerd en geïnfiltreerd in het Wijckerbos of robuuste beekdalen.
Principe van het duurzaam watersysteem binnen het groen-blauwe raamwerk
3. Het groen-blauwe lint Beleidregels • Het groen- blauwe lint is een groen-blauwe zone rondom de kavels dat direct aansluit op het openbaar gebied/de ecologische verbin-dingszone. • Het lint sluit aan bij het Stadsbos013 en de doorgaande wandelstructuur. • Alle functies voor het werklandschap (langzaam verkeer, recreatieve routes, kabels- en leidingenstrook, waterbuffering) worden hier gecombineerd. • Het lint is van ecologische betekenis: een robuuste zone als leef- of doorgangsgebied. • Het beplantingsconcept (bijlage 3) vormt de basis voor de verdere uitwerking van de beplanting in het groen-blauwe lint. • Grens van het lint is hard aan de zijde van het openbaar gebied en flexibel aan de zijde van de bedrijfskavel. • Omvang van het lint is afhankelijk van de grootte van het verhard gebied. • Het groen-blauwe lint is één ruimtelijk en ecologisch zone en is in één hand te beheren. • Bestaande volwassen bomen zoals aangegeven op boomwaardekaart II (bijlage 4) worden waar mogelijk verplaatst en in ieder geval binnen het plangebied gecompenseerd. • Het groen-blauwe lint vangt temperatuurverschillen op.
Verbeeld idee van het Waterpark Wijckermeer en de Hultenseweg
5.2.3
Vertaling naar dwarsprofielen
De ruimtelijke principes zoals genoemd in het groen-blauwe raamwerk Wijkevoort hebben geresulteerd in ruimtelijke indeling/zonering. In de onderstaande dwarsprofielen wordt zichtbaar hoe de diverse functies van het werklandschap een plek krijgen in het groen-blauwe lint als een duurzame rand dat om de bedrijfskavels heen ligt. Aan deze dwarsprofielen moet bij de ontwikkeling worden voldaan
2
1 3
4
Het groen blauwe lint
Locaties dwarsprofielen 22
Dwarsprofiel 2
Dwarsprofiel 2 heeft als principe dat de ringweg langs de bedrijven loopt. De retentiezone ligt dus aan de zijde van het beekdal, in dit geval de Hultensche Leij. Daardoor is de afstand tussen de kavels plus verharding enerzijds en de bestaande omgeving met woningen anderzijds zo groot mogelijk en zijn eventuele geluids- en visuele effecten zo klein mogelijk. Uitgangspunten van de retentiezone en ontsluiting zijn hetzelfde als bij 1. Dwarsprofiel 1
Het principe van dit profiel is dat de bedrijfskavels met hun voorzijde aan het groen-blauwe lint c.q. de retentiezone liggen. Deze openbare zone vormt als het ware de voortuin van de bedrijven. Per 2 bedrijven wordt de zone doorsneden met een aansluiting op de hoofdontsluitingsstructuur. De retentiezone is in principe drassig, maar de waterstand wisselt sterk, al naar gelang het seizoen en het specifieke weerbeeld op dat moment. De maat van de retentiezone is variabel en afhankelijk van de exacte maat en vorm van het aangrenzende bedrijf. In de retentiezone loopt een iets verhoogd recreatief voetpad. De hoofdinfrastructuur heeft een groene middenberm en een gescheiden fietspad. Dit maakt een duurzame, groene inrichting mogelijk en geeft een aantrekkelijk beeld. Daarnaast wordt op deze wijze voorkomen dat er langs de weg kan worden geparkeerd. Aan de andere zijde ligt het beekdal van de Groote Leij en vervolgens de natuurontwikkelingszone, aan de Burgemeester Letschertweg. Deze staat niet op het dwarsprofiel, maar is te zien op de kaart ‘locaties Dwarsprofielen’.
Dwarsprofiel 3
Dwarsprofiel 3 is geeft het beeld weer ter hoogte van de Hultenseweg. Deze bestaande laan blijft behouden en kan worden gebruikt door bestemmingsverkeer van en naar de bestaande omgeving en door fietsverkeer. Er zijn 2 varianten: 3A als cul-de-sac en 3B als lusontsluiting. Naast de eerder omschreven retentiezone ligt hier tevens de watermolen, ten zuiden van de Hultenseweg.
23
Grasstroken Brede stroken met ecologisch beheerd grasland vormen een belangrijk habitat voor talloze insecten. Voor diverse zaad- en insectenetende vogels kunnen deze stroken een volwaardig alternatief bieden voor (half)open agrarische landschappen. Typische soort is de patrijs. Schraalland In de delen van het groen-blauwe lint waar de voedselrijke bodem wordt afgegraven, kunnen schraallandvegetaties ontstaan. Afhankelijk van de grondwaterstand of onder invloed van stagnerende bodemlagen kunnen plas-dras situaties ontstaan met soorten als moerashertshooi. Op droge zandige bodems ontstaan milieus met bv. hondsviooltje als typische soort.
Dwarsprofiel 4
Dwarsprofiel 4 onderscheidt zich door het ontbreken van de retentiezone. Bedrijfskavels wateren hier af in westelijke en noordelijke richting en uiteindelijk in de oostelijk gelegen watermolen. Ander belangrijk onderscheid is dat de ontsluiting is uitgevoerd met overrijdbare groenstroken ter weerszijden van de middenberm. Daardoor kan 1 rijbaan in geval van calamiteiten worden uitgebreid en dienst doen voor 2 richtingenverkeer. Dat is op deze plek nodig vanwege het ontbreken van een lusontsluiting. Aan de zuidzijde grenst dit profiel aan de A58. 5.2.4 Ecologie: Biotopen in het groen-blauwe lint
Struwelen incl. hagen en bomen In het groen-blauwe lint kunnen zich verspreide bomen, brem-, braam- en wilgenstruwelen ontwikkelen, die met name voor vogels van belang zijn. Braamstruwelen zijn daarnaast essentieel als landhabitat voor boomkikkers. Hagen van doornige planten zoals meidoorn zijn zeer geschikt als natuurlijke erfafscheiding en van onschatbare waarde voor talloze diersoorten. Poelen met (riet)moeras In het groen-blauwe lint is tevens ruimte voor poelen, die fungeren als voortplantingswater voor amfibieën en watergebonden insecten zoals libellen. Lintbebouwing met erven In het inspiratieboek gebouwen Hultenseweg wordt specifiek ingegaan op de ontwikkeling van bestaande bebouwing tot biotoop voor flora en fauna (bijlage 2).
Gebouwen en de gronden ten behoeve van onder artikel 5.1 genoemde bedrijfsdoeleinden mogen niet in gebruik worden genomen c.q. de gronden mogen niet bouwrijp gemaakt worden indien niet de maatregelen zoals opgenomen in de bijlage 8 bij het bestemmingsplan ‘maatregelen Soortenmanagementplan’ tijdig zijn uitgevoerd en in stand gehouden worden. Onderdeel van het soortenmanagementplan is ook het groenblauwe lint rondom de bedrijfskavels. Hiervoor gelden de volgende beleidsregels voor aanleg en beheer voor biotopen: • ontwikkeling en instandhouding van de biotopen zoals hieronder zijn omgeschreven voor het groen-blauwe lint. In het groen-blauwe lint bestaat uit de volgende onderscheidende biotopen:
24
25
5.2.5 Klimaatadaptatie en hitte Het gebied wordt water en groen robuust ingericht om daarmee zo min mogelijk hittestress te genereren. Verder biedt de plaatsing van gebouwen ten opzichte van de wind mogelijk kansen. Dit zal moeten blijken tijdens de ontwerpfase door het gebied te modelleren. Wat betreft de wegen kan asfalt met een lichtere steenslag worden toegepast om opwarming tegen te gaan. 5.3 Gezond werklandschap De inrichting van het werklandschap zoals in de vorige paragraaf is beschreven past in de ambitie van een gezond werklandschap. Groene en blauwe structuren die naast de esthetische waarde en de natuurwaarde ook betekenis krijgt in bewegen en ontmoeten, zowel voor de werknemers van de bedrijven als de omwonenden. Om dit bewegen en ontmoeten te stimuleren zullen bij de uitwerking van het groen blauwe raamwerk in de gebiedscoalitie Wijkevoort ook de omwonenden worden betrokken, bijvoorbeeld via de Gebiedscoalitie Buitengebied Zuidwest io. Ook zullen andere domeinen (o.a. sport en welzijn) bij de ontwikkeling van de openbare ruimte worden betrokken, waarmee ook integratie met het gemeenteljk gezondheidsbeleid kan plaats vinden. Ook zal bij de inrichting van de groene openbare ruimte een veilig gebruik voorop staan.Om de beleving van hinder (licht, geluid en visueel) te beperken zal ook de soundscape benadering worden betrokken bij het ontwerp.
5.4 Energie Voor ondernemers die zich vestigen op Wijkevoort is een toekomstgericht en betrouwbaar energiesysteem van belang. Voor Tilburg als duurzame stad is het van belang om de potentie van Wijkevoort om energieleverend te zijn, te benutten. Het collectief en op gebiedsniveau regelen van de duurzame opwekking van stroom en warmte biedt voordelen. Het betekent ontzorging voor de ondernemers en het optimaal benutten van schaalvoordelen. Vanuit die visie is het idee om een Energiebedrijf op te richten dat hierin namens de ondernemers een leidende rol neemt. De doelstelling voor Wijkevoort is dat het terrein tenminste een substantieel energiepositief werklandschap voor het gebouwgebonden en bedrijfsmatige energiegebruik wordt. Dit betekent dat gemeten over een jaar het energiegebruik van de bedrijven ten minste hoger dan nul moet zijn; er wordt minder energie uit het elektriciteitsnet betrokken dan er vanuit duurzame bronnen aan wordt toegeleverd. (nb: de transportbrandstoffen blijven daarmee buiten beschouwing). 26
Door de vraaggerichte ontwikkeling van Wijkevoort is op voorhand niet aan te geven in hoeverre de doelstelling behaald wordt, want het energieverbruik is sterk afhankelijk van het type bedrijven dat zich gaat vestigen. Er is echter geen sprake van vrijblijvendheid. Het gebouwgebonden energieverbruik wordt geminimaliseerd doordat het keurmerk Breeam Outstanding verplicht is. Voor het bedrijfsmatige energieverbruik geldt voor elk bedrijf de inspanningsverplichting om dit verbruik te minimaliseren. (zie nadere uitleg hoofdstuk 6). Daarnaast geldt ook voor de openbare ruimte (openbare verlichting, camera’s, slagbomen etc.) dat het energieverbruik zo minimaal mogelijk moet zijn.
5.5 Goede bereikbaar en verkeersveilig 5.5.1 Bereikbaarheid Wijkevoort benut de trimodale knoop van Tilburg. Wijkevoort is bereikbaar over de weg, het water en per spoor. Het terrein ligt vrijwel rechtstreeks ontsloten aan de A58. Op enkele kilometers afstand ligt de barge terminal (Vossenberg-Wilhelminakanaal) en er is een internationale spoorverbinding voor vrachtvervoer (Loven) in Tilburg.
Naast een zo beperkt mogelijk energieverbruik, is het van belang het terrein zo optimaal mogelijk te benutten voor de opwek van duurzame energie. Daarom is bepaald dat het totale dakoppervlak optimaal benut wordt voor het opwekken van duurzame energie. Het staat bedrijven vrij om op eigen kracht hun eigen dak volledig te benutten. Optimaal is dat het volledige dakoppervlak benut wordt, afgezien van vierkante meters die vanwege zaken als veiligheid of installaties afvallen. Wanneer een gebouweigenaar niet zelf zorgt voor benutting van zijn dak voor duurzame energie-opwek, is hij verplicht dit aan het Energiebedrijf Wijkevoort beschikbaar te stellen. (zie nadere uitleg in hoofdstuk 6). Om het werklandschap Wijkevoort optimaal te laten bijdragen aan Tilburg als duurzame stad, is het vizier niet alleen op de gebouwen gericht. Waar mogelijk draagt ook de openbare ruimte bij aan het doel om energieleverend te zijn. Het Wijckermeer kan mogelijk de functie van zonnepark vervullen door de plaatsing van drijvende zonnepanelen. Of dit mogelijk is in combinatie met de ecologische en recreatieve functie van het Wijckermeer zal uit nader onderzoek moeten blijken Indien onderzoek uitwijst dat het technisch en financieel mogelijk is, komt er een collectief laag temperatuur bronnet.
In dat geval hoeft een bedrijf dat zich op Wijkevoort vestigt, zich niet meer druk te maken over het verwarmen en koelen van zijn pand. Met een collectief laag temperatuur bronnet is verwarming en verkoeling snel geregeld. Ondernemers kunnen hierop een eigen warmtepomp aansluiten. Mogelijk kan het Energiebedrijf Wijkevoort een warmtepomp plaatsen die wordt geleased. En als het Energiebedrijf Wijkevoort namens alle ondernemers de exploitatie van het warmtenet regelt, betalen ondernemers niet te veel. Er zal een totaaloplossing onderzocht worden voor de locatie van de bronnen en de balans van warmte en koude, waardoor het collectieve net de beste business case voor de gezamenlijke eindgebruikers zal bieden. De realisatie van grote zonnedaken wordt gekoppeld aan een smart grid; een digitaal energiemanagementsysteem. Dit bevordert dat er zoveel mogelijk afname is van stroom op het moment van aanbod, bijvoorbeeld door een koppeling met de laadinfrastructuur en de warmtepompen. Een smart grid maakt ook de weg vrij om optimaal te profiteren van de fluctuerende energieprijzen op de groothandelsmarkt. Door bij de ontwikkeling van Wijkevoort in te haken op ontwikkelingen in opslagmogelijkheden zal het duurzame energieconcept voor Wijkevoort nog robuuster worden.
Goederenvervoer en autoverkeer
Wijkevoort is goed bereikbaar met de fiets vanuit het centrum van Tilburg, Gilze, Rijen en de omliggende treinstations. De treinstations Gilze-Rijen, Tilburg Reeshof en Tilburg Universiteit en Tilburg liggen op fietsafstand van het werklandschap. Via de Hultenseweg en de Gilzerbaan is Wijkevoort aangesloten op het Fietsnetwerk Tilburg.
27
Bereikbaarheid per fiets
5.5.2 Ontsluiting van het bedrijventerrein De ontsluiting van de kavels wordt vraaggericht aangelegd. Voor de hoofdontsluitingsstructuur is in principe uitgegaan van een cul-de-sac ontsluiting. De cul-de-sac ontsluiting met de hoofdstructuur aan de zuidzijde van het plangebied zorgt voor een zo gunstig mogelijke positionering ten opzichte van de omgeving, om hinder te minimaliseren.
Inrichting en maatvoering De inrichting en maatvoering is conform de dwarsprofielen zoals opgenomen in 5.2.3 en zodanig dat: • Doorstroming en veiligheid van alle verkeersstromen wordt gewaarborgd • Hinder door wachtend vrachtverkeer wordt tegen gegaan • Het ruimtelijk beeld groen en aantrekkelijk is Langzaam verkeer • Gescheiden fietsinfrastructuur parallel aan hoofdontsluiting • Recreatieve routes over bestaande ontsluitingen in het gebied • Goede fietsverbindingen met Stad, Reeshof, Breda en Gilze-Rijen • Veilige infrastructuur voor voetgangers
Recreatieve fietsroutes vanuit het centrum, via Stadsbos013, over de Hultenseweg. 28
5.6 Inzet op circulaire gebiedsontwikkeling Beleidsregels op gebiedsniveau: • Wijkevoort als gebied moet minimaal voldoen aan de voorwaarden voor het certificaat BREEAM Gebied Excellent. Daarbij is het uitgangspunt van het Kwaliteitsteam om met de gebiedscoalitie het niveau Outstanding na te streven. Daarnaastis een aantal aanvullende richtlijnen opgesteld, zowel ruimtelijk als in de organisatie, die aanvullend zijn op het BREEAM certificaat • openbare ruimte zet in op secundaire en biobased materialen: • Het straatmeubilair in Wijkevoort (bijv. zitbanken, bushalte, signalering) bestaat voor minimaal 90% uit secundaire of biobased materialen. • De fiets- en wandelinfrastructuur bestaat voor minstens 80% uit secundaire of biobased materialen. • Open verharding wordt toegepast waarbij rekening gehouden wordt met de opvang, buffering-, hergebruik-, en/of infiltratie van hemelwater, tenzij dit niet mogelijk is door functionele eisen. • Gezamenlijke faciliteiten (o.a. vergaderen, catering) worden via parkmanagement gefaciliteerd waar bedrijven gezamenlijk in investeren via een bijdrage aan parkmanagement. • In afwijking op het grondbeleid streven we om de afgegraven grond op te slaan en wederom toe te passen danwel aan te vullen met minimaal bodemkwaliteit woningen. • Middels parkmanagement wordt onderling kennis uitgewisseld middels het circulair maken van de bedrijfsprocessen.
• Voor alle gemeentelijke inkoop voor de openbare ruimte in Wijkevoort worden circulaire criteria gehanteerd, waarbij het effect van circulair inkopen op vermindering van broeikasgassen en grondstoffenbesparing aangetoond moet worden. • Hoogwaardige verwerking van bedrijfsafvalstromen wordt gefaciliteerd middels afspraken in het parkmanagement. • Het gebruik duurzame brandstoffen en programma’s die bijdragen aan een circulaire economie door besparingen in wegkilometers en voertuigemissies wordt onderzocht met de te vestigen bedrijven. Ook het terugnemen en mogelijk recyclen van producten (retourlogistiek) wordt samen met de te vestigen bedrijven onderzocht.
29
In hoofdstuk 5 zijn de ambities voor het Werklandschap Wijkevoort uiteengezet. In dit hoofdstuk wordt voor bedrijven inzichtelijk gemaakt hoe wordt bepaald of een bedrijf hieraan voldoet. Bedrijven maken een kavelplan. Het kavelplan bestaat uit de ambities zoals opgenomen in hoofdstuk 5 en zijn te onderscheiden in de volgende onderdelen: • waterhuishoudingsplan • energieplan • klimaatplan • natuurinclusief-plan • landschapsplan: kavel en gebouw • circulair-plan • mobiliteitsplan/ parkeren en aan- en afvoer Uit deze onderdelen volgen beleidsregels. Deze beleidsregels zijn een concretisering van de normen uit het bestemmingsplan. Beleidsregels geven concreter aan hoe invulling wordt gegeven aan de deze normen. De beleidsregels kunnen in de loop van de tijd aangepast worden om zodoende flexibiliteit en maatwerk en inspelen op nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarnaast leiden beleidsregels tot slimme oplossingen en creativiteit om aan de normen te voldoen.
gronduitgifte. Daarbij wordt, voorafgaand aan de gronduitgifte, tevens advies gevraagd aan de Omgevingscommissie Het Kwaliteitsteam Wijkevoort wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter/ supervisor en bestaat minimaal voor 50% uit onafhankelijke externen. In het Kwaliteitsteam zijn de volgende expertises vertegenwoordigd: • • • • • • • •
Maatschappelijke expertise Klimaat/Hydrologie Stedenbouw Energie Landschapsarchitectuur Verkeer Ecologie Circulariteit Te doorlopen stappen
COLLEGEBESLUIT
6. WAT VRAAGT WERKLANDSCHAP WIJKEVOORT AAN U?
7
Per bedrijf neemt het college een besluit of het bedrijf deel kan nemen aan de gebiedscoalitie Wijkevoort en of er daarmee zicht is op een optie gronduitgifte.
8
We wachten tot een positief collegebesluit beschikbaar is over de samenstelling van de gebiedscoalitie Wijkevoort. Beoordeling vindt plaats op basis van het beoogde concept (te denken valt aan een samenstelling van een minimaal aantal partijen (bijv. 3) met de voorkeur voor een mix van bedrijfstypen en -omvang.) • In overleg met de omgevingscommissie wordt bepaald of een extra toetsingskader (binnen de kaders van de ontwikkelleidraad) behulpzaam is. • Gemeente vormt met de betreffende klanten een publiek-privaat gebiedsontwikkelteam om kavelgrenzen, openbaar gebied, energievoorziening en beheerorganisatie samen in te vullen. • Kwaliteitsteam Wijkevoort begeleidt de gebiedscoalitie Wijkevoort • Reflectie door omwonenden op het gepresenteerde ontwerp (in relatie tot bijvoorbeeld overlast van geluid, licht, zichtlijnen, het voorkomen van sluipverkeer, sociale veiligheid, veiligheid van voetgangers en fietsers, mogelijke overlast van recreatie en mogelijke criminaliteit) • Omwonenden betrekken bij de uitwerking van het groen blauwe raamwerk in de gebiedscoalitie Wijkevoort, bijv.via de Gebiedscoalitie Buitengebied Zuidwest io.
• Het Kwaliteitsteam Wijkevoort onderhandelt met klant (per bedrijf en niet als gebiedscoalitie Wijkevoort totaal) over kavel, prijs en voorwaarden • Het planteam Wijkevoort wordt gevraagd om te toetsen aan de kaders van het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad. • Het Kwaliteitsteam Wijkevoort stelt een advies op aan het college waarbij tevens vooraf advies gevraagd wordt van de Omgevingscommissie.
9
Collegebesluit over gronduitgifte en realisatie
De criteria waar aan het kavelplan moet voldoen staan in dit hoofdstuk omschreven. Het Kwaliteitsteam Wijkevoort begeleidt het geselecteerde bedrijf bij het maken van dat kavelplan. Het Kwaliteitsteam toetst of het kavelplan en gebiedsplan voldoen aan de criteria zoals opgenomen in dit hoofdstuk, zodat er over gegaan kan worden tot
COLLEGEBESLUIT
Nadat het bedrijf een optie heeft verkregen op een kavel wordt het bedrijf onderdeel van de gebiedscoalitie Wijkevoort. In het geval dat het de eigenaar niet de eindgebruiker is wordt ook de eindgebruiker onderdeel van de gebiedscoalitie Wijkevoort. In de optieperiode wordt door het geselecteerde bedrijf een kavelplan gemaakt voor de bedrijfskavel. De kavelplannen van de verschillende bedrijven worden in de gebiedscoalitie Wijkevoort (in overleg met het Kwaliteitsteam Wijkevoort) op elkaar afgestemd tot een integraal gebiedsplan. Om de ruimtelijke kwaliteit maximaal te borgen wordt het welstandsniveau voor het werklandschap hoger gesteld dan bij andere bedrijventerreinen. Het welstandsniveau voor het gehele terrein is welstandsniveau 2. Dit betekent dat het welstand plichtig is en de omgevingscommissie een rol heeft. In overleg met de omgevingscommissie wordt zodra de bedrijven die onderdeel worden van de gebiedscoalitie bekend zijn, bepaald of een extra toetsingskader (binnen de kaders van de ontwikkelleidraad) behulpzaam is.
GEBIEDSCOALITIE WIJKEVOORT
6.1 Kwaliteitsteam Wijkevoort
30
Voorbeeldinrichting van de waterberging als onderdeel van het groen-blauwe lint
Werklandschap met waterberging: natuur en landschap zijn 1 geheel
Zichtbare afwatering
6.3 Energieplan Norm bestemmingsplan: • Het gebouw draagt bij aan een minimaal energie positiefwerklandschap, zoals is vastgelegd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort.
Beleidsregels die hier uit voortkomen zijn hieronder opgenomen. 6.2 Waterhuishoudingsplan Norm bestemmingsplan: • Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen kan alleenworden verleend als uit een advies van het Kwaliteitsteam Wijkevoort blijkt dat wordt voldaan aan de beleidsregels, zoals is vastgelegd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort
Voor het waterhuishoudingsplan gelden de volgende beleidsregels: • Per hectare verhard oppervlak (zowel bebouwd als onbebouwd) is ten minste 600 m3 berging nodig (beleidsregel). • In het waterhuishoudingsplan is de hoeveelheid te bergen oppervlakte water en de benodigde vorm en maat van het groen-blauwe lint/waterberging op de bedrijfskavel opgenomen. • De benodigde bergingsruimte ligt zoveel mogelijk op de kavel. Omdat de verwachting is dat daar onvoldoende ruimte is, wordt ook buiten de kavel, in openbaar gebied, ruimte gereserveerd in het groen-blauwe lint (hoofdstuk 5). • In het inrichtingsontwerp (als onderdeel van het waterhuishoudingsplan) is duidelijk hoe het te bergen water op een zichtbare en duurzame wijze naar het groen-blauwe lint afgevoerd wordt. • In het waterhuishoudingsplan zijn de maatregelen opgenomen die de hoeveelheid te bergen water op de kavel zoveel mogelijk beperken.
Energiezuinige gebouwen Naast de wettelijke eisen voor energiezuinigheid gelden de volgende beleidsregels: • “Het bouwen van gebouwen is toegestaan indien sprake is van certificering ‘Outstanding’volgens de beoordelingsrichtlijn zoals BREEAM-NL of een ander (strenger) beoordelingsinstrument onafhankelijk aangetoond niveau. • De gebouwen zijn dusdanig energiezuinig in hun schilisolatie dat ze geschikt zijn voor lage temperatuur verwarming. • Voor zover mogelijk wordt de warmteproductie van bedrijfsprocessen meegenomen voor ruimteverwarming. • De gebouwen worden zodanig ontworpen dat koelbehoefte in de zomer tot een minimum beperkt wordt. Deelname aan Energiebedrijf Wijkevoort • Verplichte deelname aan parkmanagement/Energiebedrijf Verplicht zonne-energie • Gebouweigenaren zijn verplicht om hun dakoppervlak te (laten) benutten voor de opwek van duurzame energie*. • Na verkrijging van het BREEAM-Outstanding certificaat wordt het dak verder vol gelegd met zonnepanelen om daarmee een energiepositief saldo te realiseren op het moment dat het ook daadwerkelijk mogelijk is om energie terug te leveren aan het net. Deze energie wordt via het Energiebedrijf Wijkevoort aan het net gele31 verd.
Collectieve warmte • Ieder bedrijf sluit zich aan op het collectief laag temperatuur bronnet zoals omschreven in hoofdstuk 5. • Afname van warmte gaat via het Energiebedrijf Wijkevoort. 6.4 Klimaatplan Norm bestemmingsplan: • het gebouw en de inrichting van het omliggende terrein dragen bij aan een klimaatadaptief werklandschap, zoals is vastgelegd in het Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort • het gebouw en de inrichting van het omliggende terrein dragen bij aan het minimaliseren van hittestress van het gehele werklandschap, zoals is vastgelegd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap
Beleidsregels • Bedrijven maximaliseren het aandeel groen en beperken het aandeel verharding. Daarbij geldt dat het perceel altijd groen is, tenzij gemotiveerd kan worden dat de bedrijfsvoering dit niet toelaat. • Het beperkte aandeel verharding altijd waterdoorlatend is, tenzij gemotiveerd kan worden dat de bedrijfsvoering dit niet toelaat. • Bedrijven moeten via een berekening aantonen dat hun ontwikkeling niet leidt tot een grote temperatuurstijging op het bedrijventerrein. • Bedrijven gaan bij hun materiaalkeuze van hun gebouw en hun verharding uit van het streven om hittestress te beperken. • Groene daken in combinatie met zonnepanelen is verplicht. Alleen in bijzondere situaties zal het Kwaliteitsteam in haar integrale advisering aan het college opnemen waarom deze eis (gedeeltelijk) kan komen te vervallen. • Gebouwen op Wijkevoort hebben voor minstens 10% van het geveloppervlak een met planten bedekte façade (een “groene façade”). • De gevels van gebouwen grenzend aan het buitengebied Zuid-West / Klein Tilburg hebben een natuurlijke uitstraling waarbij het volledige geveloppervlak een met planten bedekte façade heeft.
Alleen in bijzondere situaties zal het Kwaliteitsteam in haar integrale advisering aan het college opnemen dat dit percentage kan worden verlaagd met als ondergrens 50%, waarbij dit verlaagde % minimaal dat deel van de gevel moet omvatten dat (nog) niet wordt afgeschermd door de opgaande beplanting van het groenblauwe raamwerk (daarbij de groenblauwe linten rondom de kavels meegerekend).
6.5 Natuurinclusief-plan Norm bestemmingsplan: • Het gebouw wordt natuurinclusief gebouwd, zoals is vastgelegd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort
De bebouwde omgeving van Wijkevoort fungeert als een samenhangend ecosysteem, bestaande uit een diversiteit aan hoogwaardige biotopen. Deze biotopen bieden enerzijds ruimte aan plant- en diersoorten van halfopen agrarisch gebied die van oorsprong in Wijkevoort thuishoren, maar bieden ook kansen voor compleet nieuwe habitats. De verstorende effecten door menselijke/ industriële/logistieke activiteit wordt zoveel mogelijk beperkt.
Beleidsregels voor biotopen rond het bedrijfsgebouw: • De publiek-private ruimte in het groenblauwe lint wordt zodanig ontworpen en ingericht dat deze een aantoonbare bijdrage levert aan de natuurdoelen zoals geformuleerd in hoofdstuk 4.5 van het Groen-blauwe raamwerk Wijkevoort. • Gebouwen worden zodanig ontworpen en ingericht dat deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de in geformuleerde natuurdoelen zoals opgenomen in hoofdstuk 4.5 van het Groen-blauwe raamwerk. In bijgevoegde tabel is voor deze biotopen aangegeven voor welke doelsoorten deze een bijdrage kunnen leveren. Wij onderscheiden de volgende biotopen binnen werklandschap Wijkevoort: daken, gevels, ruig grasland, schraal grasland, struwelen en hagen, poelen en moeras en lintbebouwing en erfgroen. De genoemde ecologische bijdrage wordt op verschillende manieren aantoonbaar gemaakt. Er wordt voor individuele bedrijven uitgegaan van een inspanningsverplichting, niet van een resultaatverplichting. Het resultaat (ontwikkeling van de biodiversiteit) zal overigens wel worden gemonitord aan de hand van kenmerkende soortgroepen.
32
Patrijs
X
X
X
Kneu
X
Scholekster
X
Lintbebouwing en erfgroen
Struwelen (en hagen)
X
Poel en moeras
Schraalland
X
Ruig gras
Gevels
Daken Roodborsttapuit
•
Grau vliegenvanger
X
X
X
Boomblauwtje
X
X
X
Steenbreekvaren
X X
Vinpootsalamander Bosrietzanger
X
Oranjetipje
X
Bruin blauwtje Hondsviooltje
X
x
X
X
X
X X
X
X
X X
X X
Huismus
X
Ringmus Gierzwaluw
X
X X
Dwergvleermuis
Zwarte roodstaart
X
X
Blauwborst Moerashertshooi
X
X
X
X
X X
X
•
x
X
Boomkikker
•
X
Biotopen en doelsoorten
De beleidsregels voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen zijn: • Om invulling te geven aan de ecologische opgave wordt advies van een ecoloog gevraagd. Deze ecoloog adviseert zowel over inrichting als beheer. • Uitgeefbare groene delen sluiten zowel ruimtelijk als ecologisch aan op de (openbare) ecologische structuur van Wijkevoort • Groene erfafscheidingen bestaan uit gemengde inheemse soorten • Daken worden voorzien van vegetatie
Gevels worden voor minimaal 10% begroeid met groen of begroeibaar gemaakt (te realiseren binnen 5 jaar na in gebruik name van het onroerend goed). De gevels van gebouwen grenzend aan het buitengebied Zuid-West / Klein Tilburg hebben een natuurlijke uitstraling waarbij het volledige geveloppervlak een met planten bedekte façade heeft. Alleen in bijzondere situaties zal het Kwaliteitsteam in haar integrale advisering aan het college opnemen dat dit percentage kan worden verlaagd met als ondergrens 50%, waarbij dit verlaagde % minimaal dat deel van de gevel moet omvatten dat (nog) niet wordt afgeschermd door de opgaande beplanting van het groenblauwe raamwerk (daarbij de groenblauwe linten rondom de kavels meegerekend). Gras-, oever- en struweelvegetaties worden voorzien van inheemse kruidachtige soorten.
Suggesties om aan de bovenstaande beleidsregels te voldoen: Voor daken kan dit vorm krijgen door vegetatiedaken. Vegetatiedaken zijn er in diverse soorten en maten. De meest eenvoudige vorm met sedum heeft beperkte waarde voor biodiversiteit. Voor biodiversiteit ontstaat de meeste potentie als het mogelijk is om een kruidenrijke vegetatie te ontwikkelen. In het Kempisch Bedrijvenpark zijn vegetatiedaken ontwikkeld, die worden gebruikt door vogelsoorten van kruidenrijk grasland (roodborsttapuit). Gevels kunnen op 2 manieren fungeren als biotoop. Allereerst is een gevel een vervanger van een natuurlijke rotswand en wordt als zodanig gebruikt door (van oorsprong) rotsbewonende soorten. Denk aan gierzwaluw, zwarte roodstaart, varens etc. Daarnaast is een gevel om te vormen tot een verticale begroeiing. Wanneer hierbij gebruik gemaakt wordt van natuurlijke vegetaties met klimplanten zoals klimop ontstaat broed- en schuilgelegenheid voor diverse soorten broedvogels en insecten. 6.6 Landschapsplan Norm bestemmingsplan: • In het bestemmingsplan is de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de aanleg en instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden in het kader van kwaliteitsverbetering landschap conform het groen blauw raamwerk als bedoeld in de Ontwikkelingsvisie Stadsbos 013 (KruitKok,2018) dient plaats te vinden.
Daarbij geldt dat de aanleg van deze landschappelijke en natuurwaarden dient te gebeuren naar rato van uitgifte van de bedrijfskavels.
Het ontwerp is in de eerste plaats een stedenbouwkundig totaalontwerp van gebouw en terrein, dat een aantoonbare meerwaarde heeft voor het aansluitende landschap. De opdrachtgever schakelt daarvoor zowel een gebouwarchitect als een landschapsarchitect in, die vanaf het begin samenwerken. Het totaalontwerp is niet alleen een integratie van gebouw en terrein, maar ook van terrein en landschap (groen-blauwe lint) en van de verschillende kavels (het bedrijvencluster). Onderlinge afstemming tussen
33
partijen is dus een vereiste. De landschapsarchitect maakt tevens een afwaterings- en infiltratieplan, dat voldoet aan de in deze ontwikkelleidraad genoemde principes. Dit totaalontwerp maakt onderdeel uit van het Gebiedsplan. 6.6.1 Kavel: landschappelijk ingepast
Om deze doelstelling te bereiken zijn de volgende beleidsregels opgesteld: Kavel • Het terrein is groen waar dat kan c.q. waar geen verharding nodig is. • Gebruikte soorten en daarmee groeninrichting sluit aan bij het in gebied aanwezige landschap (geen tuin/park ontwerp, maar aansluiten bij natuurdoeltypen). • Bedrijfsvoering, routing, en verlichting houden rekening met natuur en landschap. • Het gebouw is ondergeschikt aan het omliggende landschap cq gaat er zo veel mogelijk in op.
Voorbeelden goede landschappelijke inpassing kavel en gebouw
•
De gebiedscoalitie Wijkevoort gaat samenwerking aan wat betreft het (gezamenlijke) gebruik van de fysieke ruimte zoals loading docks, fietsvoorzieningen, etc • Voor het uit te geven gebied waar de weg ‘Wijkevoort’ onderdeel vanuit maakt geldt de inspanningsverplichting om de landschappelijke structuren van deze weg zoveel als mogelijk te behouden. Erfafscheiding • Erfscheidingen aan zijdelingse, achterste en landschapskant zijn natuurlijk (bijvoorbeeld een hekwerk verwerkt in een houtwal) en gaan over in het landschap. Dit kan bijvoorbeeld door hagen van doornige planten te planten zoals meidoorn. Deze zijn zeer geschikt als natuurlijke Houtwal als erfscheiding erfafscheiding en van onschatbare waarde voor talloze diersoorten. • Hekwerken worden alleen op noodzakelijke plekken geplaatst en gecombineerd met hagen. Noodzakelijke plekken zijn de locaties waar de toegankelijkheid van
het terrein wordt gereguleerd (wie mag er wanneer op en af). Hekwerken worden uitgevoerd als spijlen hekwerk en zijn donker van kleur.
Positionering van de gebouwen Er kan een bijdrage gedaan worden aan het beperken van hittestress door de positionering van de gebouwen. KruitKok geeft aan dat er verkoelende avondwind in het plan toegelaten kan worden door bijvoorbeeld de positionering van gebouwen ten opzichte van de westenwind. Ruimtelijke indeling kavel/zonering (zie ook paragraaf 5.2) • Zijdelingse en achterste erfgrenzen maken onderdeel uit van het landschap en sluit naadloos aan op het groen-blauwe lint. Ze mogen daarom niet worden bebouwd, ook niet met hekwerken. De erfafscheiding is daarom natuurlijk. Goede voorbeelden zijn: houtwal, retentiezone. • De omvang van het groen-blauwe lint op de bedrijfskavel wordt bepaald op basis van de uitgangspunten zoals geformuleerd in het Groen-blauwe Raamwerk Wijkevoort. • De representatieve gebouwdelen, zoals entree, kantoor en showroom liggen aan de voorzijde. • Loadingdocks worden niet gepositioneerd aan de zijde van de kavel dat richting de Hultensche Leij is gekeerd. • Parkeren en laden/lossen gebeurt op eigen terrein. • Loading docks zijn zorgvuldig ingepast en worden niet ingezet voor promotie of exposure van een merk of bedrijf. • De plattegrond met functie-indeling is helder. Clustering voorkomt onbestemde restruimtes op de kavel.
Daarom helder onderscheid naar: • Entreezone • Parkeerzones • Bezoekerszone • Logistieke zone • Park-/ landschapszone Daarbij: • Uniforme materialen per zone • Logisch onderscheid naar gebruik • Open, doorlatende verharding waar mogelijk • Geen tuininrichting maar bij het gebied passend parklandschap • Biodivers en gebiedseigen beplantingssoorten zoals omschreven in 6.5 • Afwatering: duurzaam en zichtbaar zoals omschreven in 6.2.
34
6.6.2 Gebouw: Landschappelijk ingepast Een zorgvuldige landschappelijke inpassing brengt ook voorwaarden voor het bedrijfsgebouw met zich mee. De uitgangspunten worden hieronder beschreven. Hieronder worden de beleidsregels omschreven om tot landschappelijk ingepaste bedrijfsgebouwen op Wijkevoort te komen.
Hieruit volgen de volgende beleidsregels. Landschappelijke ingepast gebouw • De gebouwen voegen zich naar het landschap en dit vertaalt zich ook door in de ruimtelijke geleding van de gebouw architectuur en de afwerking van gevels en daken. Voor een verdere landschappelijke inpassing krijgen de gevels van gebouwen grenzend aan het buitengebied Zuid-West / Klein Tilburg een natuurlijke uitstraling waarbij het volledige geveloppervlak een met planten bedekte façade heeft. Alleen in bijzondere situaties zal het Kwaliteitsteam in haar integrale advisering aan het college opnemen dat dit percentage kan worden verlaagd met als ondergrens 50%, waarbij dit verlaagde % minimaal dat deel van de gevel moet omvatten dat (nog) niet wordt afgeschermd door de opgaande beplanting van het groenblauwe raamwerk (daarbij de groenblauwe linten rondom de kavels meegerekend). • Er is een architectonische samenhang tussen kantoor en hal, waarbij ook een verbinding met het omringende landschap wordt gemaakt (hetzij in materialisering van het gebouw, gevelbeplanting, maar ook bijvoorbeeld met aarden wallen gekoppeld aan het gebouw). • Op bedrijfskavels grenzend aan het Natuurnetwerk Brabant wordt lichtuitstraling naar het aangrenzende natuurgebied voorkomen. • Het gebouw heeft een representatieve voorzijde. • De naamvoering, verlichting en signing zijn als geheel ontworpen.
• Technische installaties zijn uit het zicht.
Licht • Om lichthinder als gevolg van straatverlichting, (vracht)autolampen en verlichting van bedrijfsgebouwen voor mens en dier zoveel mogelijk te verminderen gelden de volgende beleidsregels: • gebruik bij verlichting niet meer licht dan nodig is: verlicht alleen wat verlicht moet worden en slechts zo lang als het verlicht moet worden • scherm de lichtbron af, zodat deze niet direct zichtbaar is. Dit kan bijvoorbeeld voor de afscherming van lichtschijnsel van autolampen met kleine hoogteverschillen in het Groen-blauwe raamwerk en de beplanting. • gebruik meer lampen met minder vermogen • gebruik alleen langgolvig licht (rood of oranje licht) • gebruik bewegings- of warmtesensoren • verlicht alleen met geringe oppervlaktehelderheid van de lichtbron • gebruik van ecodynamische verlichting 6.7 Gezondheidsplan Voor het gezondheidsplan worden twee elementen onderscheiden:1. gezondheidsbescherming en 2. gezondheidsbevordering.
Voor het aspect gezondheidsbescherming geeft het gezondheidsplan inzicht in: • geluidsproductie, type activiteiten, type geluid, hoogte geluidproductie en met name piekgeluiden; • geluidsproductie bij gebruik van een warmtepomp; • de emissies van de bedrijfsactiviteiten. Daarbij geven bedrijven aan op welke wijze zij de geluidbelasting en emissies tot een minimum beperken. Daarbij kunnen ook de onderdelen uit het mobiliteitsplan worden betrokken. Voor het aspect gezondheidsbevordering geeft het gezondheidsplan inzicht in: • hoe het bedrijf een gezonde leefstijl van hun medewerkers bevordert (bijv. geen rookruimtes, geen verkoop rookwaren/alcohol op of bij het gebied, aanbod gezonde voeding, verhinderen van verkoop ongezonde voeding en het bieden van ‘stoppen met roken’ programma’s.) • hoe het bedrijf invulling geeft aan de gezondheidsbevordering met een concreet plan voor invulling daarvan op de locatie Wijkevoort (bijv. gebruik van het werklandschap voor bewegen, sportfaciliteiten). Een manier waarop bedrijven dit gezondheidsplan vorm kunnen geven is door een WELL-certificaat aan te vragen. WELL Building Standard (WELL) is een internationale standaard die gericht is op gezondheid en welzijn van mensen in gebouwen. Sinds 2014 meet en monitort dit keurmerk de gezondheid in gebouwen. Het doel is om ge35
bouwen gezonder te maken en daardoor een beter leefklimaat te bieden aan gebruikers. Dit kan leiden tot een hogere productiviteit en een lager ziekteverzuim. Vanuit wetenschappelijk onderzoek zijn de effecten van een gebouw op het medisch welbevinden van de gebruiker vertaald naar praktijkgerichte toetsingsvormen. Met name omdat ongeveer 30% van de onderwerpen uit WELL vergelijkbaar is met de verplicht gestelde ‘Outstanding’ certificering op BREEAM-NL Nieuwbouw voor gebouwen, is het aanvragen van een WELL-certificaat niet verplicht gesteld op Wijkevoort. Desalniettemin wordt Wijkevoort ontwikkeld in lijn met de gedachtegoed van WELL en moet bedrijf kunnen aantonen hoe zij aan de criteria van WELL (die niet overlappend zijn met BREEAM) voldoen. Dit doen zij door dit aan te tonen in een gezondheidsplan. 6.8 Circulair-plan Wijkevoort wordt een circulair bedrijventerrein, waarbij zowel op gebouw- als op gebiedsniveau hoog wordt ingezet op het gebied van circulariteit. Circulaire gebiedsontwikkeling heeft als centraal doel om kringlopen te sluiten. In een circulair gebied worden materiaal-, energie en waterkringlopen op gebouw- en gebiedsniveau zo veel mogelijk gesloten. Een circulair bedrijventerrein gaat verder dan de fysieke bebouwing en aanwezige materiaalstromen.
Middels beschikbare en toegankelijke informatie, parkmanagement en sociale structuren worden gebruikers en bedrijven gestimuleerd om circulair te handelen.
Voor circulaire gebouwen wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd: • Materialen worden op zo’n manier toegepast dat ze over meerdere levenscycli kunnen worden gerecycled op een zo hoog mogelijk niveau zonder te verdwijnen in het milieu. • Het gebruik van secundaire en biobased materialen wordt gestimuleerd. • Het gebruik van materialen met een lage milieu-impact wordt geprioriteerd. • Om onderhoud, hergebruik en recycling mogelijk te maken wordt ingezet op materiaalmanagement via een materialenpaspoort. Beleidsregels op gebouwniveau: • Gebouwen in het gebied moeten voldoen aan de voorwaarden voor het certificaat BREEAM ‘Outstanding’. Daarnaast is een aantal aanvullende richtlijnen opgesteld, aanvullend op het BREEAM certificaat, te weten: • De te realiseren gebouwen dienen minimaal 2 punten te scoren op BREEAM MAT 01 ‘milieuprestatie’, door minimaal een 40% verbetering milieuprestatie projectgebouw ten opzichte van referentie te behalen: • Referentiewaarde industrie: 0,73 euro/m2 BVO/jaar • Referentiewaarde utiliteit, geen industrie: 0,94 euro/m2 BVO/jaar • De gebouwen hebben een losmaakbaarheidsindex (LI) project van minimaal 40%, benodigd voor het behalen van 1 punt in BREEAM MAT 07.
• • • •
•
• • •
Elk gebouwtype moet voor 100% van het volume een materialenpaspoort hebben. De constructie (ruwbouw) bestaat voor minimaal 15% (massa) uit biobased, gerecyclede of hergebruikte materialen. De gevel (exclusief isolatiemateriaal) bestaat voor minimaal 30% (massa) uit biobased, gerecycled of hergebruikte materialen. Distributiecentra (exclusief kantooren bijeenkomstfunctie) mogen gemotiveerd van deze eis afwijken. Isolatiemateriaal bestaat voor 100% uit biobased, gerecycled of hergebruikte materialen voor alle typologieën anders dan distributiecentra of fabriekshallen. De MPG-score mag worden overschreden mocht de waarde die wordt veroorzaakt door het toepassen van biobased isolatiematerialen hoger zijn dan conventionele isolatiematerialen. Distributiecentra en bedrijfshallen mogen gemotiveerd van deze eis afwijken in het geval een constructie met sandwichpanelen het niet mogelijk maakt aan deze eis te voldoen. Indien hout wordt toegepast dient dit FSC of PEFC gecertificeerd te zijn. Wanneer hergebruikt hout wordt toegepast, moet de herkomst van het hout kunnen worden aangetoond. Het gewicht van het uiteindelijke aandeel hergebruikte hout moet kunnen worden verantwoord met facturen en vervoerstaten. In afwijking op het grondbeleid wordt gestreefd om de afgegraven grond op te slaan en wederom toe te passen danwel aan te vullen met minimaal bodemkwaliteit woningen.
Geen uitloogbare materialen als koper en zink gebruikt in de buitengevels van de gebouwen. Aandragen van een kwalitatieve omschrijving die aantoont welke maatregelen genomen worden om: • Een inventarisatie te maken van het massapercentage producten en materialen die zich lenen voor hoogwaardig hergebruik of recycling bij einde levensduur (demontabel bouwen) • De levensduur van de gebouwen te verlengen • De reductie van bouwmateriaal in ontwerp aantonen (gedeelde faciliteiten, afwijzen functies) • Een flexibele indeling te integreren, om in te spelen op veranderende functionele eisen of gebruikers van het gebouw
36
6.9 Mobiliteitsplan/ parkeren en aan- en afvoer Doelstelling bestemmingsplan: • Voor parkeren is opgenomen dat de gronden enkel mogen worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota ‘parkeernormen Tilburg 2017’ ;
Beleidsregels • Stimuleren duurzaam vervoer (bijv. smart mobility, beperken van de verkeersbewegingen voor goederen, uitdagen werknemers tot ‘groen’ woon-werkverkeer), duurrzaam vervoer en duurzame voertuigen, etc.) en goederenvervoer (optimale consolidatie van stromen, duurzame voertuigen, innovatieve real time planning , etc.) • Wachtruimte vrachtauto’s op eigen terrein 6.10 Parkmanagement Bij oplevering van het eerste gebouw op Wijkevoort dient de parkmanagementorganisatie opgericht te zijn, naar het voorbeeld van de bestaande vitaalverenigingen. De ondernemersvereniging dient zich aan te sluiten bij het Tilburgs OndernemingsFonds (Vitaal). Hiermee is vanaf dat moment voor elke investeerder, huurder en eigenaar/gebruiker duidelijk wat de spelregels zijn en wat het juridisch kader is. Daaropvolgende investeerders, huurders en eigenaar/gebruikers conformeren zich aan dit kader en worden verplicht lid van de parkmanagementorganisatie Wijkevoort. Zij zijn verplicht een nader te bepalen parkmanagementvergoeding te betalen. Dit wordt vastgelegd in elke uitgifte overeenkomst. In de besturen van de Vitaal Verenigingen zitten de gebruikers van de locatie. Dit kunnen zowel huurders zijn alsook directeur eigenaren van een bedrijf die zelf een kavel hebben gekocht. Primair gaat het om de gebruiker. Op gebiedsniveau wordt, o.a.
door het ontwerp van de openbare ruimte en gezamenlijk parkmanagement, ingezet op de volgende uitgangspunten: • Het creëren van ruimte voor: • Het collectiviseren van maatregelen op gebiedsniveau, zoals vergaderen, catering, sporten • Het uitwisselen van stromen (materialen, energie, water, et cetera) tussen de werklocatie en nabijgelegen voorzieningen/locaties in de regio, maar ook tussen ondernemers op de werklocatie, bijvoorbeeld via marktplaatsen (digitaal of fysiek)
• Retourlogistiek in combinatie met circulaire ambachtscentra en recycling • Verblijfsruimten voor diverse leeftijdsgroepen. • Flexibiliteit in gridstructuur en kavelindeling waardoor: • De multicycliciteit van de werklocatie wordt geborgd, bijvoorbeeld via indelingsflexibiliteit van ruimtes in (verzamel)gebouwen • Er wordt zoveel mogelijk demontabel gebouwd, o.a. door het toepassen van droge verbindingen • Intensief ruimtegebruik wordt gefaciliteerd, bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik in de openbare ruimte (bedrijfsverzamelgebouwen) • Digitalisering van beheer en gebruik: • Beheren van materialen en stromen, bijvoorbeeld door gezamenlijk inkoop- en afvalmanagement • Minimaliseren van gebruiksstromen door inzicht daarin, bijvoorbeeld door minimaliseren water- en energiegebruik (aan-/uitschakelen verlichting, hergebruik water) Daarnaast stellen we ook voor om een periodiek overleg tussen bedrijven- omwonenden - gemeente in te stellen om de wederzijdse relatie te bevorderen en aandachtspunten en kansen (waaronder gezondheid) met elkaar te bespreken. Ook zal in het overleg tussen gemeente en parkmanagement het onderwep milieu op de agenda staan waarin de volgende activiteiten worden opgenomen: • Maak vroeg in het proces afspraken over monitoring van klachten en het nemen van eventuele maatregelen.