10a Beheerplan Groen - Definitief
Tekst van het document
Het is echter niet voor alle assets noodzakelijk alles in één beheersysteem te hebben opgenomen, zolang de gegevens maar eenvoudig kunnen worden ontsloten”. De verantwoordelijkheden waarmee een beheersysteem actueel, betrouwbaar en compleet blijft zijn weergegeven in tabel 15.
25
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Tabel 15: Verantwoordelijkheid om beheersysteem groen actueel te houden i.o.m. afdeling informatievoorziening
Verantwoordelijk
Data op te nemen in het beheersysteem -Optioneel: jaarplan -Optioneel: budget
Wanneer
-Inspectieresultaten kwaliteitsanalyse
1x per 3 jaar (33% per jaar)
-Schouwresultaten via Apptimize
Na uitvoering
Project(leider)
-Revisiegegevens project (lang cyclisch)
Onderhoudscontractant (marktpartij) i.s.m. kwaliteitsmedewerker beheer
-Mutaties uit 0-ronde -Mutaties uit dagelijks onderhoud
Bij overdracht naar beheer i.o.m. beheerder groen Bij start integraal gebiedscontract Tijdens looptijd gebiedscontract
-Mutaties uit kort cyclisch onderhoud
Tijdens looptijd gebiedscontract
-Schouwresultaten via Apptimize (o.a. uitgevoerd door Beheeraccent) -Inspectieresultaten (BVC) via Digitree
1x per maand conform contract
Beheerder groen
1x per jaar 1x per jaar
1x per jaar conform contract
Onderzoek & Inspectie Om goed te kunnen beheren is een actueel, nauwkeurig en volledig inzicht in de aard, omvang en kwaliteit van het te onderhouden groenareaal van groot belang. We identificeren twee methode binnen de gemeente Tilburg: 1. Monitoring door keuring (schouw) 2. Controle door inspecties
Schouw Het beeldkwaliteitsniveau van groenobjecten wordt gemeten door de gemeente Tilburg of een onderhoudscontractant (hierna te noemen ON) middels een schouw. De schouw dient als basis voor de uitvoering van het regulier beheer (dagelijks en kort cyclisch onderhoud). Met de schouw wordt fysiek buiten gecontroleerd of bijvoorbeeld het natuurlijk afval nog volgens het afgesproken kwaliteitsniveau per functiegebied voldoet. Het schouwen is een gestructureerde, planmatige, meestal niet volledig gebiedsdekkende beoordeling van de openbare ruimte. De schouw aan de hand van de CROW-beeldsystematiek gebeurt op basis van de landelijk afgesproken beeldmeetlatten per groentype, zoals vastgelegd in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 (‘KOR’). Daarbij wordt aan de hand van een aantal criteria bepaald wat het beeldkwaliteitsniveau is van het object. De resultaten van deze meting maakt onderdeel uit van de maandrapportage. Binnen de integrale gebiedsgericht onderhoudscontract voert de ON de schouw uit, of laat dit uitvoeren. De ON is verantwoordelijk voor een continue kwaliteit van de groenobjecten, die deel uitmaken van het te beheren areaal. Met behulp van de schouw is de ON in staat tijdig in te grijpen indien onderdelen binnen het beheerareaal onder het voorgeschreven beeldkwaliteitsniveau dreigen te komen of zijn gekomen.
Daarbij dient te worden geschouwd, met het doel om afwijkingen te constateren, te registreren in Apptimize en op te lossen in de eerstvolgende onderhoudsronde. Het opnemen van schade en mankementen maakt onderdeel uit van de keuring. In het uitvoeringsplan legt ON zijn keuringstrategie vast. In dit plan legt de onderhoudsaannemer vast op welke wijze, met welke frequentie en welke onderdelen van de openbare ruimte worden geschouwd. De ON rapporteert wekelijks via een beknopte schouwrapportage richting de gemeente Tilburg de gerealiseerde kwaliteit per schaalbalk per functiegebied afgezet tegen de ambitie. De landelijke regel voor schouw is een verplichting dat 90% van de geschouwde objecten aan de beeldkwaliteit voldoen. De gemeente Tilburg vraagt in haar onderhoudscontracten echter dat 100% voldoet als resultaatverplichting aan de ambitie. De 90% verplichting geldt wel als een betalingsverplichting.
26
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Inspecties Inspecties dienen, naast de uitkomsten uit het dagelijks-, kortcyclisch onderhoud en de schouw, als basis om het langcyclisch onderhoud (verjonging, renovatie of herinrichting) beheerst uit te voeren. Op basis van technische groeninspecties, verwachte restlevensduur en functioneren van het groen pakt de gemeente Tilburg het verouderde en versleten groen planmatig aan. De ambitie is om elke 5 jaar het groen in zijn geheel te inspecteren en te rapporteren over de ontwikkeling van de kwantiteit en kwaliteit van het gehele areaal. Zie tabel 16 voor de frequenties. Tabel 16: Inspecties binnen het groenbeheer
Inspectie Fysieke kwaliteit groenobjecten Boomveiligheidscontrole
Frequentie 1x per 3 jaar -> (33% per jaar) 1x per 3 jaar -> (33% per jaar)
Attentiebomen Faunavoorzieningen
Jaarlijks 1x per jaar
Wildroosters
1x per jaar (maart of september)
Met de inspectie fysieke kwaliteit groenobjecten 2015-2019 (2020) is een nauwkeurig beeld verkregen van de huidige kwaliteit van het openbaar groen in Tilburg. Deze inspectie wordt uitgevoerd door een extern bureau. De inspectierapportage geeft inzicht in de kwaliteit en kwantiteit van de groenobjecten binnen de gemeente. Hiermee is inzichtelijk gemaakt welke groenobjecten einde levensduur zijn, en op korte termijn toe zijn aan vervanging. De resultaten zijn verwerkt in hoofdstuk 3 en de financiële impact hiervan is verwerkt in hoofdstuk 5. Tilburg moet voldoen aan de wettelijke zorgplicht met betrekking tot de boomveiligheid. Dit betekent dat straat- en laanbomen via de boomveiligheidscontrole (BVC) periodiek visueel geïnspecteerd moeten worden op mogelijke risico’s. 33% van de bomen worden in de gemeente Tilburg eens per jaar gecontroleerd. De conditie en restlevensduur worden meegenomen als controlethema’s tijdens de BVC. Afhankelijk van de risicocategorie die daaruit volgt, kan de frequentie voor de boomveiligheidscontrole worden aangepast: Type boom Attentiebomen Overige bomen
Gevaarzetting hoog Jaarlijks 1x per 3 jaar -> (33% per jaar)
De Boomveiligheidscontroleur bepaalt de maatregel en de urgentie bij de boom. Bij vermoeden van een verhoogd (stabiliteits)risico wordt een boom nader onderzocht en worden passende maatregelen getroffen. Waaronder: • Rooien van de bomen. • Beheermaatregel uitvoeren, zoals wegnemen van dood hout, stabilisatie van de kroon, wegnemen van plakoksels. • Nader onderzoek door een boom onderzoeker (adviseur of inspecteur) laten uitvoeren. Op deze wijze worden schade en onveilige situaties zoveel mogelijk voorkomen en is de gemeente juridisch niet aansprakelijk bij eventuele schade. Binnen de integrale gebiedsgericht onderhoudscontract voert ON de boomveiligheidscontroles uit. In het Werkplan Snoeien bomen legt ON vast op welke wijze de uitkomsten van de BVC+ (op basis van het Handboek Bomen 2018, hoofdstuk 10) worden verwerkt en uitgevoerd. De inspectiegegevens stelt de gemeente Tilburg beschikbaar via de Digitree, waarvoor de ON een inlog ter beschikking wordt gesteld. Binnen de integrale gebiedscontracten voert de ON inspecties uit. In het uitvoeringsplan legt de onderhoudsaannemer zijn inspectiestrategie vast. In dit plan legt de onderhoudsaannemer vast op welke wijze, met welke frequentie en welke onderdelen van de openbare ruimte en/of werkzaamheden worden geschouwd.
De ON dient de resultaten van de inspectie vast te leggen in een inspectierapport welke wordt gedeeld met de gemeente.
Onderhoud ten laste van exploitatie In het onderhoud nemen we alle activiteiten op om de openbare ruimte schoon, heel, veilig en functioneel te houden en het gewenste ambitieniveau na te streven. Met het uitvoeren van maatregelen verlagen we de kans van optreden van een mogelijk risico. Deze activiteiten zijn opgenomen in zowel het service onderhoud als het regulier onderhoud welke ten laste komen van het exploitatiebudget. 27
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Regulier beheer We maken in Tilburg onderscheid tussen regulier beheer en ecologisch beheer. Het reguliere beheer is het standaard beheer op basis van beeldkwaliteit in de directe woon- en leefomgeving. Regulier beheer omvat algemeen traditionele, 'intensieve' maatregelen en is gericht op het realiseren van een veilig, functioneel en verzorgd beeld. Het voor de mens gewenst beeld bepaald welke maatregelen worden toegepast. De ecologische waarde van regulier beheerde gebieden is vaak beperkt, denk hierbij aan strakke rozenperken en intensief gemaaide bermen en grasoppervlakken. Diversiteit en gelaagdheid ontbreken. Dit groen bevindt zich voornamelijk in de directe woonomgeving. Behoud van de huidige ecologische waarde van regulier beheerd groen (schuilmogelijkheid, voedselvoorziening) is op de eerste plaats van belang. Bloeiende en besdragende soorten zijn bijvoorbeeld waardevol voor insecten en vogels als voedselbron of schuilmogelijkheid. Het beheer dient binnen de wettelijke kaders met respect voor planten en dieren uitgevoerd te worden. Bij regulier beheer werken we op basis van de vastgestelde beeldkwaliteitsniveaus A of C per functiegebied (zie tabel 1). Op basis van de vigerende ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’, worden meetbare afspraken gemaakt over het ingrijpmoment.
Dit maken we tastbaar en zichtbaar met omschrijvingen, beelden en concrete beheernormen voor verschillende onderhoudsactiviteiten per groentype. Bijvoorbeeld over de gewenste maaihoogte van het gras, de acceptabele hoeveelheid onkruid in beplanting, of de mate van schade in beplantingen. De vastgestelde beeldkwaliteit is het minimale niveau van onderhoud, het moment van ingrijpen. Het gras dient bijvoorbeeld gemaaid te worden als het hoger wordt dan de afgesproken hoogte. Deze minimale kwaliteit betekent dat in de dagelijkse praktijk het meeste groen een hogere kwaliteit heeft. Immers als het gras gemaaid is, duurt het weer enige tijd voordat het weer op de te maaien lengte komt. Dat geldt ook voor tal van andere onderhoudsactiviteiten van onkruid schoffelen tot snoeiwerkzaamheden. Omdat in de praktijk niet al het gras op hetzelfde moment gemaaid kan worden, wordt landelijk geaccepteerd dat 10% van het areaal (tijdelijk) onder het afgesproken kwaliteitsniveau mag liggen. Door intensieve monitoring en toezicht op de onderhoudscontracten (zie figuur 8) wordt de ontwikkeling van de groenkwaliteit nauwkeurig bijgehouden. Met betrekking tot de biodiversiteit richten we ons dan vooral op het behouden van de bestaande ecologische waarden, het ecologisch beheer. Denk daarbij aan schuilmogelijkheden voor dieren, of de voedselvoorziening met bloeiende of besdragende plantensoorten.
De drie reguliere onderhoudstypen voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen zijn: 1. Dagelijks onderhoud (hoogfrequent cyclisch jaaronderhoud): Omvat het op dagelijkse basis schoon en netjes houden van de stad, door onder andere het maaien van gazons, schoffelen van beplanting en ruimen van blad. 2. Kortcyclisch onderhoud (cyclisch periodiek (meer)jarenonderhoud): Het op jaarlijkse basis correctief en planmatig schoon, heel en veilig houden van de stad. Onder andere door het uitvoeren van snoeimaatregelen, dunnen van bosplantsoen of afzetten van beplantingen, uitvoeren van inboet (vervangen van afgestorven bomen of beplantingen) en kleinschalige vervangingen. Dit type onderhoud heeft als doel om het langcyclisch onderhoud zo lang mogelijk uit te kunnen stellen 3. Langcyclisch onderhoud (vervanging aan het einde van de levensduur): Het programmeren van de technische behoefte van de openbare ruimte op lange termijn, vertaald in het meerjarenprogramma groen. Dit omvat de projecten voor het reconstrueren en grootschalig onderhoud van infrastructurele elementen in de openbare ruimte, zoals het vervangen van bomen, grootschalig vernieuwen van versleten beplantingen of herinrichten van het openbaar gebied. Hierbij dient integrale afstemming plaats te vinden tussen meerdere disciplines om werkzaamheden te bundelen, zodat hinder tijdens de uitvoering wordt beperkt.
Voorafgaand aan de vervanging dienen de kansen voor het verbeteren van de biodiversiteit, klimaatadaptatie en toepassen van ecologisch beheer inzichtelijk te zijn, voordat een weloverwogen keuze kan worden gemaakt.
Ecologisch beheer per natuurbeheertype Het ecologische beheer richt zich op het behouden en vergroten van de biodiversiteit. We werken daarbij met een stadsnatuur- en natuurkansenkaart, waarop de ecologische potenties in Tilburg zijn vastgelegd. Binnen de bebouwde kom is de functionaliteit van het groen leidend, ecologisch beheer biedt de mogelijkheid voor extra functie invulling. Buiten de bebouwde kom is de ecologische waarde afgestemd op (potentiële) flora en fauna.
28
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Via ontwikkelingsbeheer werken we aan het scheppen van de voorwaarden voor meer biodiversiteit in het algemeen, of aan hele specifieke soorten in het bijzonder. Een voorbeeld van ontwikkelingsbeheer is het verschralen van het gebied door intensiever maaien en afvoeren, zodat er voor sommige soorten een meer geschikte biotoop ontstaat. Daarna gaan we over op het ecologische instandhoudingsbeheer. Hierbij stemmen we de soort en intensiteit van de onderhoudsactiviteiten af op de aanwezige vegetatie. Tabel 17 toont waar de gemeente Tilburg welk type onderhoud i.r.t. de functiegebieden uitvoert. Tabel 17: Type beheer per functiegebied, zie bijlage A en D Centrum gebied
Sociaal cultureel gebied
Winkel gebied
Stroom gebied
Woon gebied
Stedelijk groen gebied
Werk gebied
Natuur gebied
Buiten gebed
Niveau A
Niveau C
Niveau A
Niveau C
Niveau C
Niveau A
Niveau C
Niveau C
Niveau C
Regulier beheer
Natuur gericht Regulier beheer
Regulier beheer
Natuur gericht Regulier beheer
Natuur gericht Regulier beheer
Natuur gericht Regulier beheer
Natuur gericht Regulier beheer
Ecologisch beheer
Ecologisch beheer
Regulier beheer door dagelijks- en kortcyclisch onderhoud Tabel 18 geeft een overzicht WAT de wens is voor het beheer van het groenobject, en geeft beknopt aan HOE de onderhoudscontractanten het object dienen te onderhouden. Frequenties van het onderhoud zijn niet voorgeschreven maar afhankelijk van het moment van overschrijding van het beeldkwaliteitsniveau A of niveau C conform de CROWbeeldkwaliteitscatalogus Openbare Ruimte of het niet (langer) kunnen uitoefenen van de functie van het groenobject. Tabel 18: Overzicht activiteiten en frequentie van beheeractiviteiten dagelijks en kortcyclisch onderhoud.
Object Bomen
Wat is de wens voor het beheer: Beheren conform HIOR, Bomenverordening Tilburg 2021 en proces uit Geovisia
Hoe te onderhouden: Zie ook bijlage I en J
Sortiment af laten handen van functiegebied
Centrum toepassing van cultivars en buitengebied meer inheems plantsoen
Begeleiden van de boom in ontwikkeling.
3-jarige onderhoudstermijn met specifieke aandacht voor watergeven
Toepassen van bomen met een hoge biodiversiteitswaarde (zie biodiversiteit bomenlijst) Behoudt van natuurlijke habitus (vorm) afgestemd op de functie.
Toepassen Quercus snoeimodel.
Intensieve begeleiding jonge bomen. Vrije doorrijhoogte en zichtlijnen voor verkeer. Vrij van probleem- of te dikke takken in de tijdelijke kroon. Herstellen van wortelopdruk. Voorkomen uitbreiding ziekten.
29
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
-Begeleidingssnoei -Knotten wilgen (om de 3 tot 5 jaar) -Knotten bolesdoorns (8 á 10 jaar) -Onderhoudssnoei -Onkruidvrij houden boomspiegels -Opkronen -Snoeien stamopschot (waterlot) Aanbrengen van worteldoek, toepassen groeiplaatsverbeteringen Kappen en afvoeren zieke bomen
BEHEERPLAN GROEN
Object
Wat is de wens voor het beheer: Voorkomen uitbreiding van plagen, waaronder eikenprocessierups.
Voorkomen overlast door takken, schaduw, etc.
bodembedekkers
In gebieden met beschermde soorten en in de bossen worden de bomen niet bespoten. Hier ligt de focus op een natuurlijke bestrijding, zie ook de NDFF. Snoeien boomtakken die gevels dreigen te raken.
Groenafval zoals blad zoveel mogelijk in de plantvakken verwerken.
Groenafval verwerken in plantvak.
Toepassen van vaste planten met een hoge biodiversiteitswaarde (zie biodiversiteit plantenlijst)
Herstel beschadiging en kaal oppervlak, verwijderen natuurlijk afval en onkruid, houtige opslag verwijderen
Een gesloten beplanting met geringe hoogte.
Bosplantsoen
Hoe te onderhouden: 2x per jaar preventieve spuitronde met biologisch bacteriepreparaat.
Voldoende ruime plantvakken: Bieden van eenduidigheid door mogelijkheid om tot volle wasdom te komen en voorkomen van snippergroen of scheren als blokhaag.
Optioneel eerste rij in het plantvak verwijderen i.v.m. groeiruimte. Voldoende afstand vanaf rand plantvak (0,5 x plantafstand).
Bijdragen aan natuurlijke uitstraling
-Dunnen of terugzetten bosplantsoen -Onkruidvrij houden jong bosplantsoen -Randsnoei -Uitmaaien of verwijderen eerste rij verwijderen i.v.m. groeiruimte -Versnipperen natuurlijk afval
Inzetten op geheel of overwegend inheemse soorten Voldoende ruimte boomvormers zodat de boom vrij kan vallen zonder schade aan te richten. Begeleiden in de ontwikkeling naar een van tevoren bepaald eindbeeld Voorkomen overwoekeren jong bosplantsoen, en voorkomen uitgroeien te veel boomvormers waardoor onderbegroeiing verdwijnt (holle opstanden) Dit is in veel vakken het geval door achterstallig onderhoud. Gebruik maken van natuurlijk processen jongvolwassen en volwassen bosplantsoen in de vorming van ondergroei en mantel-/zoomvegetatie. Gras, Gazon
Maaihoogte, geslotenheid, vlakheid en afwatering borgen een gesloten en groen beeld van het gras en/of speellocaties (trapveldjes e.d.). Op grotere gazons kan worden gespeeld. Gazons dienen weinig onkruid te bevatten.
-Bijmaaien rondom obstakels -Doorzaaien (bemesten) -Doorfrezen en opnieuw inzaaien -Maaien -Mollenval plaatsen -Verwijderen natuurlijk afval -Verticuteren -Randen steken -Rollen/slepen
Gras, Extensief
Het beheer van extensief gras is gericht op het verkrijgen van een stevige grasmat met een bloemrijke vegetatie, waaraan weinig onderhoud behoeft te worden gepleegd. Zicht, vlakheid en afwatering dienen bij wegbermen op orde te zijn. Rond obstakels op kruispunten wordt extra gemaaid.
-Minimaal bijmaaien rondom bomen en obstakels zodat biodiversiteit verbeterd -Gefaseerd maaien of sinusmaaien en afvoeren
30
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Object
Wat is de wens voor het beheer: Uitmaaien sloten kan onderdeel uitmaken van gras, extensief als hier budget voor beschikbaar is vanuit post watervoorziening.
Hoe te onderhouden:
Gras, schouwpaden
Met betrekking tot de schouwpaden houdt Tilburg zich aan de verplichtingen zoals opgelegd in de keur door het Waterschap. Dit betekent tijdig maaien van deze graspaden, zodat de veiligheid van dijken en waterkeringen geschouwd kan worden.
-Minimaal bijmaaien rondom bomen en obstakels zodat biodiversiteit verbeterd -Klepelen -Maaien en afvoeren
Hagen
Verkrijgen van een gesloten, lijnvormige of blokvormige beplanting. In het buitengebied indien voldoende ruimte kan ook een losse haag worden toegepast (hoge ecowaarde). Toepassen van heesters met een hoge biodiversiteitswaarde (zie biodiversiteit heesterlijst), en nieuwe groenobjecten (zie factsheet groene slingers en groenzuilen etc.) Een gesloten beplanting met geringe hoogte.
Herstel beschadiging en kaal oppervlak, Verjongingssnoei, scheren, verwijderen natuurlijk afval, onkruid vrijmaken Herstel beschadiging en kaal oppervlak, Verjongingssnoei, terugsnoei, dunnen, verwijderen natuurlijk afval en onkruid, randsnoei
Heesters
Vergroten sierwaarde door bladkleur, bloeiwijze of habitus (vorm). Voorkeur voor kleurige of bloeiende heesters i.p.v. éénjarige beplanting (is wel een minder robuuste keuze met hogere beheerkosten) Beplanting die bedoeld is om vrij uit te groeien dient niet als een blokhaag ‘geschoren’ te worden. Sierplantsoen
Inzetten op publiekslocaties en accentplekken met beeldkwaliteitsniveau A. Onkruidvrij houden van plantvakken. Vergroten sierwaarde door bladkleur, bloeiwijze of habitus (vorm). Voorkomen kapitaalvernietiging bollen: In periode na bloei bollen (narcissen, sneeuwklokjes, winterakonieten, etc.) tot juli niet maaien. Mogelijkheid benutten voor het inzetten van vaste planten die tegelijkertijd als bodembedekker fungeren.
-Afknippen vaste planten -Herstel beschadiging en kaal oppervlak (inboet) -Langzaam werkende bemesting voor bollen in winter/voorjaar. -Onkruidvrij houden plantvakken. -Snoeien en bemesten sierrozen (zomersnoei opschot en oude bloemen, inkorten voor de winter, en wintersnoei) -Verwijderen natuurlijk afval -Houtige opslag verwijderen -Watergeven bloembakken
Eenjarige beplanting, bloembakken, schalen e.d. beperkt inzetten vanwege intensief beheerinspanning.
Wortelopdruk oplossen via regulier beheer De financiële verantwoordelijkheid voor het probleem wortelopdruk ligt bij de beheerdiscipline verhardingen. Indien zich problemen voordoen met wortelopdruk kan dit via de schouw worden geregistreerd. Door middel van het toepassen van groeiplaatsverbeteringen, waarbij de wortels naar beneden worden geleid, kan de onderhoudscontractant dit in de eerstvolgende onderhoudsronde oplossen. Dit dient in overleg met de contractmanager binnen het contract te worden afgestemd zodat integrale afstemming met de beheerdiscipline verhardingen kan plaatsvinden.
31
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bestrijding invasieve soorten Het bestrijden van invasieve soorten voert de gemeente Tilburg uit in overeenstemming met het Beleidsadvies invasieve exotische flora en fauna. In dit advies zijn drie categorieën opgenomen hoe de gemeente kan omgaan met invasieve soorten: 1. Signaleren: geen acute reden om de soort aan te pakken, maar de ontwikkelingen in de gaten houden. 2. Beheersen: ingrijpen wanneer er overlast is, of wanneer er uitzonderlijk hoge dichtheden worden gevonden. 3. Bestrijden: het volledig uitroeien van de soort wanneer er kans van slagen is. Vanwege een beperkt budget kiest de gemeente ervoor om in te zetten op de categorieën monitoren en beheersen in plaats van bestrijden. Daarnaast kan er bij herinrichting en projecten een bewuste keuze worden gemaakt om bepaalde soorten achterwege te laten in verband met het invasieve karakter van de soort. Tot slot kan de gemeente Tilburg voor het signaleren en beheersen van de Japanse Duizendknoop een beroep doen op de facsheet: https://bestrijdingduizendknoop.nl/infobladen/infoblad-c-maaibeheer/
Ecologisch beheer Ecologisch groen komt op veel plekken in en rondom de stad voor, ‘tot aan de voordeur’, ook buiten de natuurgebieden: in de vorm van parken met bloeiende weides, gevarieerde groenzones en bonte bermen. De ultieme wens is om ecologisch groen ‘tot aan de voordeur’ in Tilburg te laten komen. Door gericht ecologisch beheer neemt de diversiteit toe, wat zowel interessant is voor de beleving door burgers, als voor de ontwikkeling van flora en fauna. De kaders voor ecologisch beheer volgen uit de Nota Biodiversiteit, de Handreiking Ecologisch Beheer en de Nota groen inclusief de stadsnatuurkaart 2040. In tegenstelling tot het beheer van regulier groen, waarbij wordt gestuurd op kwaliteitsniveaus, staat bij ecologisch groen de ontwikkeling naar en instandhouding van specifieke natuurbeheertypen voorop. Ecologisch beheer wordt gedefinieerd als: het doelbewust scheppen van voorwaarden om de samenhang van flora en fauna te versterken, waardoor diversiteit in stand gehouden en zo mogelijk vergroot wordt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in natuurgericht beheer, met als doel zoveel mogelijk variatie aan inheemse plant- en diersoorten te krijgen, en maatwerkbeheer, dat gericht is op ontwikkelen of in stand houden van specifieke soorten. Het verhogen van de biodiversiteit is hierbij een belangrijk doel.
Daarnaast zijn ook de natuurbeleving door burgers en de toegankelijkheid van belang, evenals een goede afstemming met andere functies. Het beheer van ecologisch groen begint met een nulmeting: welke plant- en diersoorten zijn aanwezig en wat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van de plek (voedselrijkdom, vochthuishouding, ligging en omvang van de locatie)? Door gericht ontwikkelingsbeheer worden de ecologische kwaliteiten ontwikkeld. Deze kwaliteiten zijn in de handreiking ecologisch beheer beschreven aan de hand van doelsoorten. Door regelmatig te monitoren op doelsoorten wordt beoordeeld of het beheer tot de gewenste resultaten leidt. Wanneer het streefbeeld met de daarbij behorende doelsoorten is bereikt, kan worden overgeschakeld van ontwikkelingsbeheer naar instandhoudingsbeheer. De concrete uitwerking van de uitgangspunten in de handreiking ecologisch beheer worden uitgevraagd via de GOC’s. ON dient hier invulling aan te geven via zijn Werkplan Ecologisch beheer. Hierbij dient in het kader van verwachtingsmanagement richting bewoners specifiek aandacht te worden gegeven aan de invulling van zorgvuldige communicatie, uitleg van het doel en de aanpak. Ecologisch beheer mag geen belemmering zijn voor gebruik van de openbare ruimte. Bij de aanpassing van beheer dient altijd de afweging gemaakt te worden of een veilige en bruikbare openbare ruimte behouden blijft.
Ecologisch groen biedt hierin zo mogelijk een meerwaarde. Zo kan een braakliggend terrein of bouwlocatie worden 'aangekleed' met tijdelijke natuur dat zowel past bij de locatie en ook waardevol is voor planten en dieren. Ook kan in de ontwerpfase van ruimtelijke ontwikkelingen natuur/groen meer geïntegreerd worden door bijvoorbeeld het aanbrengen van groene daken en ‐ gevels. Dit komt de belevingswaarde sterk ten goede. In de handreiking ecologisch beheer is per natuurbeheertype een set aan maatregelen voorgeschreven voor het beheer. Bijvoorbeeld het natuurbeheertype A3 Ruigteveld (dit type komt overeen met de bermen) schrijft voor:
32
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Tabel 19: voorbeeld van maatregelen om natuurbeheertype ruigteveld (komt grotendeels overeen met bermen) uit te voeren conform Handreiking Ecologisch Beheer. Elke maatregel binnen het ecologisch beheer heeft een frequentie voorgeschreven.
Ontwikkeling Maaien (niet kneuzen)
Instandhouding Maaien (niet kneuzen) Verwijderen opslag bomen en struiken
Frequentie
Afhankelijk van de ontwikkeling van de hoog opschietende soorten, gemiddeld 1x per 2‐4 jaar
Afhankelijk van in hoeverre bepaalde soorten gaan overheersen dan wel de ontwikkeling van bomen en teveel struiken, gemiddeld 1x per 2‐4 jaar
Periode
Het liefst zo laat (oktober‐november) mogelijk in verband met zaadvorming en voedsel/dekking voor dieren
Het liefst zo laat (oktober‐november) mogelijk in verband met zaadvorming en voedsel/dekking voor dieren
Fasering
Per maaibeurt circa 40% laten overstaan Maaisel afvoeren tussen 4 ‐ 10 dagen
Per maaibeurt circa 40% laten overstaan
Beheermaatregel
Vrijgekomen materiaal
Maaisel afvoeren tussen 4 ‐ 10 dagen
Het ecologisch beheer kan hierdoor in het stedelijke gebied, zie de Natuurkansenkaart Tilburg in bijlage D, worden toegepast. Het vergt een andere aanpak en werkwijze door de onderhoudsaannemer, maar hoeft niet duurder te zijn dan regulier beheer en onderhoud. In hoofdlijnen geldt voor het ecologische beheer de volgende indeling in beheertypen, die elk weer zijn onderverdeeld en gespecificeerd in de Handreiking ecologisch beheer. Grazige vegetatie en kruiden Dit omvat een belangrijk deel van het ecologische areaal. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ruig grasland (met vegetaties als ruige berm, kruiden‐ en faunarijk grasland en structuurrijk grasland), bloemrijk grasland (bijvoorbeeld droog schraalland en vochtig hooiland), ruigteveld en kruiden‐ en faunarijke akkers. Het beheer van de meeste grazige vegetatie bestaat uit één of enkele keren per jaar maaien op vaste momenten in het jaar. Voor een deel wordt gefaseerd gemaaid, waarbij een deel van de vegetatie blijft staan in verband met zaadvorming en voedsel/dekking voor dieren. Maaisel wordt afgevoerd. Sommige beheertypen worden onderhouden door middel van begrazing. Het onderhoud van de kruiden- en faunarijke bestaat uit ploegen, eggen, inzaaien met afwisselend graan of hakvruchten, oogsten.
Heidevegetatie Het beheer van heide bestaat uit plaggen (eenmaal in de 10 tot 20 jaar) of nietsdoen (pijpestro vegetatie) en waar nodig verwijderen van opslag. Bij voldoende oppervlakte kan de heide worden beweid. Opgaande houtige beplanting Hiertoe rekenen we de bossen, struwelen, bossages, hakbout en bomen (solitair, in rijen of lanen). Bij de bossen wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt naar natuurbos of multifunctioneel bos waar houtproductie en recreatie belangrijke nevendoelen zijn. Het beheer van opgaande houtige beplanting bestaat uit snoeien, dunnen en/of afzetten. Het onderhoud van de bomen bestaat uit begeleidingssnoei, bij instandhoudingsbeheer uit veiligheidssnoei. Uitkomend takhout wordt op rillen gestapeld of versnipperd. In de bossen wordt ongewenste opslag van bomen waar nodig verwijderd. In de huidige situatie vindt in de Tilburgse bossen nauwelijks onderhoud plaats. Met de extra beschikbaar gestelde middelen wordt ingezet op het veilig houden van de bossen door periodieke boomveiligheidsinspecties van de bomen langs doorgaande paden. Water en oevers Natuurvriendelijke oevers en rietzomen vormen belangrijke overgangszones en verbindingen voor tal van soorten. Ook poelen, vennen en vijvers zijn voor het ecologisch beheer van belang. 33
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Het beheer van oevers bestaat uit maaien, waarbij een deel van de vegetatie blijft staan. Het maaien van de rietzoom gebeurt eenmaal in de 3 tot 4 jaar, natuurvriendelijke oevers jaarlijks. Bij het open water is van belang dat de wateroppervlakte niet dichtgroeit. Dit wordt bereikt door eenmaal in de 10 tot 20 jaar te plaggen of te baggeren. Daarnaast wordt houtige opslag gemiddeld om de 5 jaar verwijderd. Plag‐, maai‐ en baggermateriaal wordt afgevoerd, vrijkomende takken worden eventueel plaatselijk op elkaar gestapeld als schuilplaats voor amfibieën en kleine zoogdieren. . Muurvegetatie en gevelgroen Muurvegetatie en gevelbegroeiing hebben zowel voordelen voor de eigenaar van het pand, als voor de stad. Begroeiing op de gevel filtert stof, draagt bij aan de klimaatdoelstellingen, heeft een geluiddempende werken en draagt bij aan de biodiversiteit. Het beheer van muurvegetatie bestaat vooral uit het ongemoeid laten van de muur en omgevingsfactoren. Schaduw en vochthuishouding zijn essentieel, het verwijderen bijvoorbeeld van bomen in de omgeving kan funest zijn voor de muurvegetatie. Toepassen van regulier en/of Ecologisch beheer in de (integrale) gebiedscontracten Eisen voor het uitvoeren voor regulier- en ecologisch beheer zijn verwerkt in de onderhoudscontracten.
De maatregelen voor ecologisch beheer zoals opgenomen in de Handreiking Ecologisch Beheer kan de gemeente Tilburg per natuurbeheertype voorschrijven als uitvoeringeis in een GOC. Dit type beheer vindt in tegenstelling tot het regulier beheer op beeldkwaliteit plaats op basis van frequentie. Het afwegingskader welk type groenbeheer de onderhoudsaannemer via de gebiedscontracten dient uit te voeren is weergegeven in figuur 11.
34
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Start: Ambitie groen object
Nee
Beeldkwaliteit van toepassing
Ecologisch beheer: Indien functiegebied i.c.m. natuurkansenkaart dit toelaat
Functiegebied bepaald beeldwaliteitsniveau
Specifieke eis
Ja
Op frequentie?
Ja
Regulier beheer conform beeldkwaliteitsniveau
Nee
Regulier beheer conform beeldkwaliteitsniveau + aanvullende eis
Nee
Nog aanvullende eis in scopetabel? Bv. Natuurgerichte aanpak
Ja
Regulier beheer conform specifieke eis. Bv. Natuurgerichte aanpak
Figuur 11: Afwegingskader om regulier- of ecologisch beheer uit te voeren in de gebiedscontracten
Via diverse werkplannen dient de onderhoudsaannemer invulling te geven aan de wijze waarop hij het regulier- en ecologisch beheer invult. De werkplannen die de gemeente Tilburg uitvraagt zijn: Algemeen groenbeheer
Ecologisch beheer
Regulier beheer (Dagelijks- en kort cyclisch)
Werkplan Bladruimen Werkplan Evenementen Werkplan Invasieve soorten Werkplan Flora en Fauna Werkplan Ziekten en plagen
Werkplan Ecologisch beheer
Werkplan snoeien bomen Werkplan snoeien beplanting Beplantingsplannen Overzicht inboet
Onderhoud ten laste van investeringen Naast het onderhouden van de assets voeren we ook vervangingen, herinrichtingen of reconstructies uit in de openbare ruimte. Investeringen vinden vaak plaats omdat de levensduur van de betreffende asset is verstreken of als de functie van de bestaande asset niet meer voldoet aan de gestelde eisen van deze tijd of omdat er vanuit een
35
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
andere invalshoek een herinrichting nodig is. Deze activiteiten zijn opgenomen in zowel het groot onderhoud als de vernieuwingen welke ten laste komen van het investeringsbudget.
Vervangingscycli en levensduur groen De gemeente Tilburg maakt onderscheid tussen enerzijds de doelstelling bij aanleg voor de minimale periode waarin het groen moet kunnen functioneren en anderzijds de theoretische levensduren en vervangingscycli in het periodieke onderhoud. Bij aanleg hanteren we als uitgangspunt dat het groen op die betreffende locatie voor een flink aantal jaren zonder problemen en zonder functionele wijzigingen tot volle wasdom moet komen. Dit betekent onder andere voldoende groeiruimte bovengronds om tot volle wasdom te komen (afstand tot bebouwing, lichtmasten, maat plantvak enzovoorts), voldoende groeiruimte ondergronds voor de wortels (toekomstige kroonprojectie, ook in relatie tot kabels en leidingen, wortelopdruk enzovoorts), voldoende voedingswaarde in de bodem voor deze periode, luchten waterhuishouding enzovoorts. Concreet hanteren we bij aanleg de volgende doelstelling voor de minimaal te verwachten levensduur: Tabel 20: Minimale verwachte levensduur per groenobject
Groentype Bomen Bosplantsoen Gras Hagen en Heesters Sierplantsoen
Minimale termijn bij aanleg Minimaal 60 jaar Minimaal 20 jaar Minimaal 15 jaar Minimaal 15 jaar Minimaal 15 jaar
Indien het groen naar verwachting binnen deze periode niet zonder problemen kan functioneren, of niet zonder ingrijpen tot wasdom kan komen, dan leggen we dit groen in principe niet aan. Of er worden specifieke maatregelen getroffen om deze minimale termijn te kunnen garanderen. Bijvoorbeeld andere sortimentskeuzes (bomen met een kleinere eindgrootte of afmeting van de boomkroon, ander type groen, bijzondere constructies voor de ondergrondse groeiplaats en dergelijke). We hanteren de volgende termijnen als uitgangspunt voor de reguliere levensduur van verschillende groentypen, bij onderhoud op een basis B niveau. B niveau is de landelijke standaard voor standaard basisonderhoud. In de praktijk hanteren we kwaliteitsniveaus A of C in Tilburg. Bij A niveau ligt de ambitie hoger en accepteren we minder schade. We gaan dan eerder over tot vervanging en hanteren daarmee een kortere levensduur voor het groen. In de hoogstedelijke omgeving van winkelcentra of binnenstad komen vanuit functionele of gebruikswensen regelmatig nog kortere termijnen voor. Bij C niveau accepteren we meer schade en uitval, we beheren dan langer door en hanteren langere levensduren. Tabel 21: Standaard levensduur groenobject bij basiskwaliteit B
Groentype Boom 1e grootte Boom 2e grootte Boom 3e grootte Bosplantsoen Heesterbeplanting Hagen Sierbeplanting Vaste planten/kruidachtigen (incl bollen) Gras
Standaard levensduur basis B kwaliteit (Buitengebied) 80 jaar 50 jaar 30 jaar 40 jaar 30 jaar 20 jaar 20 jaar 10 jaar 40 jaar
Standaard levensduur basis B kwaliteit (Stedelijk gebied) 40 jaar 25 jaar 15 jaar 20 jaar 15 jaar 10 jaar 10 jaar 5 jaar 20 jaar
Bij het toekomstige plannen en programmeren van lang cyclisch onderhoud wordt gewerkt met een gebiedsgewijze integrale aanpak. Daarbij worden de cycli voor groot onderhoud en vervanging van de diverse kapitaalgoederen in de openbare ruimte zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Uitgangspunt bij het meerjaarlijks onderhoud en vervanging is het in stand houden van het huidige groen. Is het versleten dan wordt gerekend met 1 op 1 vervangen. In de praktijk is het moment van vervanging hét aangewezen moment voor functionele wijzigingen, op basis van de wensen van de gebruikers. Door integraal afstemmen en programmeren kan de inrichting van de openbare ruimte dan slim en effectief worden afgestemd op de dan verwachte toekomstige gebruikswensen. Het nieuwe sortiment dient te zijn
36
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
afgestemd op de mogelijkheden en wensen binnen de functiegebieden i.r.t. het verbeteren van de biodiversiteit. Het IBOR en de daarin opgenomen bestuurlijke ambities voor groen zijn hierbij het uitgangspunt.
Langcyclisch onderhoud Tabel 22 geeft een overzicht WAT de gemeente exact uitvoert binnen het langcyclisch onderhoud van groen, en geeft beknopt aan welke uitgangspunten we daarbij hanteren. Uitvoeren van het langcyclisch onderhoud vindt plaats op basis van de resultaten uit schouw en inspectie waarbij is aangetoond dat het object (binnenkort) einde levensduur is. Bij voorkeur wordt dit type werkzaamheden ondergebracht in de scope van het GOC. Tabel 22: Overzicht activiteiten en uitgangspunten voor het langcyclisch onderhoud.
Object Bomen
Wat uit te voeren: Welke uitgangspunten hanteren we: Beheer - Beheer volgens verplichtingen Bomenverorderening en beeldkwaliteit (her)inrichting
Herplant, verjonging
Bollen en sierplanten
Bosplantsoen
37
- Vooraf communicatie met bewoners over het totale plan - Afstand boom tot gevel voldoende - Goed te onderhouden op lange termijn. - Voldoende groeiruimte boven- en ondergronds conform de HIOR/Bomenverordening) en onbezorgde groei van minimaal 15 jaar en doorkijk naar natuurlijke wasdom (50 tot 60 jaar). - de maximale levensduur van de boom is afgestemd op de (her)ontwikkelingen in het gebied. Bij voorkeur een boom met levensduur 30 jaar wanneer de gebiedsontwikkeling onderhevig is aan verandering in de nabije toekomst. - Bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Afhankelijk van de plek kan ervoor gekozen worden de boom te laten staan (veteranenbomen). - Voorkomen van wortelopdruk: bij voorkeur planten in beplanting of gras - Vellen bomen conform bijlage I - In principe 1 op 1 vervanging. Afhankelijk van de plek kan ervoor gekozen worden de boom te laten staan (veteranenbomen). - Gezonde variatie in assortiment (voorkomen ziekte en aantasting) - Impact (kosten/haalbaarheid) op kabels en leidingen - Compensatie houtopstanden conform bijlage J
(her)inrichting en verjonging
- Toepassen volgens het proces uit Geovisia - Na de omlooptijd van vaste planten die op tien jaar is gesteld - wordt de beplanting gerooid, de bodem omgespit, bemest en opnieuw ingeplant, zie tabel 13 wat wenselijk is. - Bloembakken op accentplekken worden alleen toegepast uit oogpunt van extra sierwaarde. Het plaatsen van bakken uit oogpunt van bijvoorbeeld verkeersremmende maatregelen vindt niet plaats. - Op een aantal plaatsen zijn in het verleden grovere bakken (van beton of gewassen grind) aangebracht met heesters en/of kleine bomen. Dit type robuuste bakken is op termijn ongewenst vanwege de beperkte sierwaarde en hoge onderhoudskosten. Hiervoor wordt een uitsterfbeleid gehanteerd. Slechts in incidentele situaties waar, door bv. kabels en leidingen, een meer permanente beplanting niet mogelijk is kunnen zij een alternatief zijn.
Inboet
Inboeten vindt plaats op plekken waar door uitval storende gaten in de beplanting vallen, die niet door andere planten opgevuld worden, of die leiden tot extra schoffelwerk. Aan het einde van de levensduur wordt de versleten beplanting gerooid en wordt nieuwe beplanting aangebracht, zie tabel 13 wat daarbij de wens is.
(her)inrichting, omvorming en verjonging
Verouderd bosplantsoen op te krappe locaties wordt op termijn vervangen door beplanting die past bij de maat van het vak. De keuzes zijn herinrichting met grotere plantvakken, of een omvorming naar andere beplantingssoort in hetzelfde plantvak.
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Object Gras
Wat uit te voeren: Welke uitgangspunten hanteren we: (her)inrichting Zie tabel 13 voor het wensbeeld.
Hagen en Heesters
Inboet
Inboeten vindt plaats op plekken waar door uitval storende gaten in de beplanting vallen, die niet door andere planten opgevuld worden, of die leiden tot extra schoffelwerk. Aan het einde van de levensduur wordt de versleten beplanting gerooid en wordt nieuwe beplanting aangebracht, zie tabel 13 wat daarbij de wens is.
Planmatig beheer bomen (verjonging) Zieke of onveilige bomen die gekapt moeten worden, vervangen we door een nieuwe boom. Wanneer het grootste deel (70 tot 80%) van de structuur vervangen moet worden door einde levensduur, dan nemen we de rest ook mee als verjonging, zie hiervoor ook de notitie kap en herplant. We hanteren het uitgangspunt dat we de waarde van het groen op peil willen houden. We streven daarbij naar een gezonde variatie in het sortiment van bomen, om het risico op ziekten en aantastingen te beperken, en de biodiversiteit en klimaatadaptatie te verbeteren. Voorafgaand aan de daadwerkelijke herplant of groeiplaatsverbetering wordt onderzoek uitgevoerd naar de kosteneffectiviteit en praktische toepasbaarheid in verband met kabels en leidingen etc. Zodat de juiste boom op de goede plek wordt aangeplant. Met verjonging wordt de vervanging van een object bedoeld door hetzelfde type object. Het object functioneert, maar moet worden vervangen omdat het ‘versleten’ is als gevolg van de natuurlijke veroudering van het materiaal. Verschillende groentypen hebben verschillende omlooptijden, waarmee gerekend kan worden om de jaarlijkse afschrijving te bepalen, en de verwachte restlevensduur, zie tabel 14 en 15. Voorbeeld van verjonging is de vervanging van een boom of van een vak bodembedekkers. De renovatiebehoefte wordt bepaald aan de hand van de conditie van het groen.
De conditie van groen maken we 4-jaarlijks inzichtelijk via de kwaliteitsanalyse groen en de conditie van bomen 3-jaarlijks via de boomveiligheidscontroles (BVC) waarbij attentiebomen jaarlijks worden geïnspecteerd. De gemeente Tilburg wens hiervoor een groeimodel te hanteren waarbij het eerste jaar 700 bomen per jaar worden verjong wat uiteindelijk kan worden opgeschaald naar 700 bomen in 2023 met een groet naar 900 bomen in 2026. Hierbij dient een keuze te worden gemaakt of de kosten hiervoor volgen uit het MJP of het beheer.
Omvorming/ (her)inrichting Bij herinrichting gaat het om een functiewijziging. Een object wordt vervangen door een ander type object, omdat het niet functioneert zoals bedoeld, omdat een ander type beter past bij de omgeving, of vanwege nieuwe (beleids)ontwikkelingen. Een voorbeeld is het vervangen van recreatief gras (hoofdfunctie verfraaiing en recreatie) door bloem/kruidenrijk gras (hoofdfunctie biodiversiteit). De aanleiding voor een herinrichting kan zowel negatief als positief zijn. Negatief, als er klachten zijn, structureel slechtere conditiescores dan gewenst, een structureel lagere beeldkwaliteit dan in het beleid is vastgelegd of een niet klimaat adaptieve locatie. Positieve aanleidingen zijn beleidswijzigingen, zoals het streven naar grotere biodiversiteit en aanpassingen t.b.v. klimaatadaptatie, of als er nieuwe functies gewenst in de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt klimaatadaptatie hanteert de gemeente Tilburg het uitgangspunt “Gebruik groen als basis en verharding waar nodig”. Handvatten voor herinrichting hierbij zijn: • • •
38
Bij een herinrichting van een straat/ buurt/ wijk/ plein: ga voor maximale ontstening. Verwijder alle overtollige verharding (denk hierbij aan overhoekjes, te brede trottoirs, versmallen rijlopers door bijv. eenrichtingverkeer te maken, etc) en vervang dit door groen en plant bomen. Bij een nieuwbouwplan: minimaliseer het aandeel verharding en maximaliseer het aandeel groen. Stel jezelf de vraag: hoeveel verharding heb je echt nodig? Alle ruimte die overblijft maak je groen. Zo veel mogelijk (openbare) gebouwen hebben groene gevels en groene daken; deze blijven relatief koel. Is een groene gevel of een groen dak niet mogelijk, houdt dan bij de materiaalkeuze van de gevel en het dak rekening met opwarming, warmteafgifte en het albedo-effect.
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Wortelopdruk voorkomen tijdens langcyclisch beheer Binnen de beheerparagraaf controleert de beheerder of er beheersing van de wortelopdruk problematiek plaatsvindt. De beheerder groen voert een controle uit of: • • • •
Er voldoende grote doorwortelbare ruimte aanwezig zijn (zie hiervoor de bodeminformatiegegevens van de gemeente Tilburg) De bomen worden geplant in beplanting of gras, en bij voorkeur niet te dicht bij de trottoirs of wegverharding. De boomspiegels dienen voldoende groot te zijn. Indien mogelijk kiezen we voor niet oppervlakkig wortelende boomsoorten.
Inovatie / Pilots Duurzaam en milieubewust We onderhouden het groen zonder gebruik te maken van chemische middelen. We hanteren de principes voor duurzame inkopen voor groenvoorzieningen. Dit betekent aandacht voor duurzaamheid in de ontwerpfase, keuze van duurzaam plantmateriaal (milieuvriendelijk gekweekt, zo veel mogelijk van teelt inlandse herkomst) en verantwoord toepassen van meststoffen en bodemverbeteraars. In het kader van de ’cradle to cradle’ principes hebben we bij het groenonderhoud aandacht voor verzamelen en verwerken van groenrestproducten en de kwaliteit van de bodem. Klimaatadaptatie Tilburg trekt ruim 1 miljoen euro uit om de komende jaren 45 straten in de binnenstad klimaatbestendiger, groener en leefbaarder te maken. Het geld komt uit het Tilburgse Klimaatfonds. Dit Klimaatfonds draagt onder andere bij aan investeringen die helpen om de veranderingen in het klimaat, zoals warmte, droogte en overvloedige regenval in onze stad op te vangen. Er zijn plannen voor 56 nieuwe bomen in de binnenstad, nieuw klimgroen op 180 zuilen, 200 extra geveltuintjes, 25 nieuwe plantvakken en meer ruimte voor bestaand groen, in het bijzonder rondom de bomen die een monumentale status hebben. De werkzaamheden zijn in 45 straten. In totaal zal ongeveer 350 m2 straatstenen in de binnenstad worden weggehaald en vervangen worden door nieuw groen.
De capaciteit voor waterberging is na de ingreep ongeveer 1.100 meter aan straatlengte (ca. 2.750 m3) groter, waarmee de wateroverlast bij hoosbuien beter kan worden opgevangen. Overige activiteiten/verbeteringen Op het moment van schrijven (2022) lopen er nog een aantal ontwikkelingen op het gebied van groen: • • • •
39
Spoor 4 kwaliteit op orde zit in de laatste fase. Dit betreft de renovatie van plantsoenvakken door de hele stad op basis van de gemeten beeldkwaliteit. Implementatie van Natural Step in de GOC contracten. Er is extra budget voor herplant gekapte bomen vanuit het beheerproces bomen (geen achterstanden meer). Structurele kwaliteitsmetingen voor plantsoen en bomen voor het programma vervanging.
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
5
Financiën
De levensduurcycli van groenobjecten opgenomen in tabel 20 en 21 hebben een theoretisch karakter. Ze dienen vooral, om in de aansturing van het beheer en onderhoud, een blik op de lange termijn te borgen én om bij de budgetramingen voor de langere termijn inzicht te geven in de prognoses van de vervangingskosten op lange termijn (meer dan 4 jaar in de meerjarenbegroting). Voor de korte tot middellange termijn (2 tot 4 à 5 jaar vooruit) worden groenvervangingen vooral gestuurd door concrete kwalitatieve inspecties, zoals de recent uitgevoerde kwaliteitsanalyse groen periode 2015-2019 (2020). Dit hoofdstuk geeft inzicht in de kosten voor exploitatie en investeringen voor de middellange termijn 2023 tot en met 2026.
5.1
Exploitatie
De kosten voor de exploitatie zijn opgebouwd uit de kosten voor het bijhouden van de beheersystemen (het top orde houden van het areaal), uitvoeren van schouw en inspecties, het regulier dagelijks, kort cyclisch onderhoud en ecologisch beheer en de vaste lasten (elektriciteit, water e.d.). Tabel 23. Kosten voor exploitatie
Omschrijving Areaal op orde (informatiebeheer)3 Onderzoek Service onderhoud4 Regulier onderhoud / MJP Rente, afschrijving en energie5 Benodigd Financiële opgaaf (IBOR) Onderhoud vaste planten en (solitaire) heesters naar beheerniveau B Communicatie met bewoners ecologisch beheer
5.2
2023
2024
2025
20262
€ 99.790 € 247.510 € 6.423.034 € 888.971 € 7.659.305
€ 100.470 € 247.550 € 6.418.186 € 1.100.819 € 7.867.025
€ 101.180 € 247.700 € 6.501.846 € 1.312.918 € 8.163.644
€ 101.180 € 247.700 € 6.501.846 € 1.312.918 € 8.163.644
€
500.000
€
500.000
€
500.000
€
500.000
€
100.000
€
100.000
€
100.000
€
100.000
Investeringen
De kosten voor de investeringen zijn opgebouwd uit de kosten voor het langcyclisch onderhoud die volgen uit de inspecties en het uitvoeren van de innovaties en pilots. Tabel 24. Kosten voor investeringen
Omschrijving Investeringen6 Groot onderhoud Vernieuwingen Pilots Benodigd Financiële opgaaf (IBOR) Planmatig beheer bomen (structureel) 7
2023 € 2.320.321
2024 € 1.314.532
2025 € 1.805.466
20262 € 1.805.466
€ 2.320.321
€ 1.314.532
€ 1.805.466
€ 1.805.466
€ 1.237.500
€ 1.350.000
€ 1.462.500
€ 1.575.000
2 Gebaseerd op het budget van 2025. 3 Maakt onderdeel uit van de kosten GOC en daarom niet apart inzichtelijk in de programmabegroting. 4 Inclusief schadeloosstellingen à € 27.404,- (indirecte kosten). 5 Betreft vaste lasten. 6 In de huidige begroting wordt geen onderscheid gemaakt naar het type investering. 7 Voor planmatig beheer bomen is een investering van € 1.238.000 benodigd, die jaarlijks met 9,1% zal toenemen.
40
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
6
Risico’s
Voor het beheer van het groen worden de volgende risico’s voorzien, zie tabel 27. Tabel 25. Risico’s met beheersmaatregelen m.b.t. Groen
Thema Ambities biodiversiteit, ecologisch beheer en klimaatadaptatie
Risico De ambities vanuit de diverse beleidsdocumenten omtrent de thema’s biodiversiteit, ecologisch beheer en klimaatadaptatie worden niet gehaald door beheer.
Beheersmaatregel Meetbaar maken van resultaten en periodiek controles uitvoeren of doelstellingen worden gehaald. Bijvoorbeeld het toenemen van soorten*. Eisen inrichting HIOR2, implementatie Natural Step in GOC. Uitvoeren van een goede opname van start en eindsituatie en verhalen bij de veroorzaker.
Aansprakelijkheid schade evenementen
Schade aan groen door evenementen en tijdelijke daling van beeldkwaliteit na evenement.
Beeldkwaliteitsniveau wisselperk en rozen
Inrichting en beheereisen zijn in een aantal gevallen niet goed op elkaar aangesloten. Vaste planten, wisselperken of rozen vragen om beheerkwaliteit A en kunnen niet duurzaam in stand gehouden worden op een lagere kwaliteit.
Dit type groen alleen toepassen in functiegebieden aangewezen met een beeldkwaliteit A onderhoudsniveau.
Bosplantsoen uitgegroeid met boomvormers
Bosplantsoen is op veel plaatsen uitgegroeid tot heesters met boomvormers. Dit is niet wenselijk i.v.m. onderhoudsmaatregelen en doorgroei van het bosplantsoen. De opbouw van zoom, mantel en kern is niet overal goed ontwikkeld. Dit levert niet de beoogde ecologische en esthetische waarde. De hoogte van de begroeiing en de staat van de beplanting geeft overlast en klachten.
Aanvragen van een kapvergunning voor het dunnen van boomvormers. De boomvormers vragen om snoei om het risico voor uitvallende takken te beheersen.
Boomziektes
Bij een aantal van de voorkomende ziektes is er geen effectieve bestrijding mogelijk. Risico's bij het ontbreken van eenduidige aanpak zijn:
De aanwezigheid van boomziektes zorgvuldig monitoren. Kap is niet altijd nodig.
-een interpretatie door burgers als kaalslag, -besmetting van gezonde bomen -te vroeg of te laat ingrijpen -onduidelijkheid in de uitvoering en communicatie over bomen. Herplant
Draagvlak bij bewoners door het beleid om bomen niet altijd 1 op 1 te vervangen maar te vervangen met het oog op behoudt van waarde van groen, stuit op weerstand.
Inzet op tijdige communicatie en het betrekken van bewoners bij de vergunning voor de kap van bomen.
Invasieve soorten
Toename invasieve soorten en exoten
Het controleren en verwijderen van dood hout. Monitoren en beheersen van ‘invasieve exoten’ conform advies beleidsadvies invasieve exotische flora en fauna en nog op te stellen beheerplan.
41
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Thema Overdracht van gegevens
Risico De overdracht van gegevens uit projecten naar groenbeheer vindt niet op tijd, niet volledig of anderzijds foutief plaats
Beheersmaatregel Het proces van de beheerparagraaf stap voor stap toepassen.
Wortelopdruk
Ingroei van wortels bij derden en aansprakelijkheid gemeente Tilburg bij schade.
In samenwerking met discipline verhardingen groeiplaatsverbeteringen treffen, en risicogestuurd te werk gaan waarbij de aspecten veiligheid en leefbaarheid maatgevend zijn.
42
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
7
Ontwikkelagenda (verbeteren en vernieuwen)
Het voorliggend Beheerplan (versie 1.0) is ingestoken als een groeidocument dat de hoofdlijnen vanuit de huidige situatie heeft neergelegd. De ontwikkelpunten voor versie 2.0 zijn in de onderstaande tabel inzichtelijk gemaakt. Tabel 26. Ontwikkelpunten voor versie 2.0
Ontwikkelpunten Het datamanagement voor het beheer van groen is actueel, betrouwbaar en compleet en levert inzicht in de kwaliteit en kwantiteit van te beheren groenobjecten. Dit loopt via project data op orde. Inzet schapen in heidegebieden en open grasgebied van de gebieden Drijflanden, Witbrand en de Gaas.
Planjaar 2023
2023
Ontwikkeling van recreatiebehoefte en initiatieven in bos- en natuurgebieden zoals evenementen, 'obstacle run' en andere outdoor attracties.
2023
Openbaar groen belangrijkere rol laten spelen in het verbeteren van biodiversiteit, ecologisch beheer en beheersen van klimaatverandering (met name hitte- en waterproblemen). Verder implementeren van de Natural Step in de GOC-contracten
2023
Participatie van bewoners in beheer, meer sturen op beleving en wijkgericht werken zullen in het kader van participerende bewoners en participerende overheid steeds meer spelen. Dat vraagt om andere samenwerking tussen gemeente, aannemer en bewoners.
2023
Inzet van i-Tree als boomwaarderingssystematiek, zodat de waarde van bomen geobjectiveerd kan worden.
2023
Meetbaar maken van resultaten verbeteren biodiversiteit en toepassing ecologisch beheer door periodiek controles uit te voeren of doelstellingen worden gehaald. Bijvoorbeeld door een toename van soorten.
2023
Maandrapportgage uniformeren en het opstellen van een jaarrapportage om te valideren of de we gewenste kwaliteit en ambities worden gehaald. De jaarrapportage dient te ondersteuning van de beleidskeuzes van het bestuur. Gebruik maken van een drietal plannen, te kennen beheerplan groen, bosbeheerplan en een ecologisch beheerplan voor het groenbeheer. De aanpak invasieve soorten is in deze plannen een belangrijk onderwerp om verder uit te werken.
2023
Vervangingsprogramma bomen.
2023
43
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
2024
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage A Functiegebiedenkaart
44
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage B Stadsnatuurkaart 2040
45
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
46
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage C Boomwaardezoneringskaart
47
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage D Natuurkansenkaart
48
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage E Proces beheerparagraaf
49
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage F Revisiegegevens
De revisie tekening(en) in PDF formaat aan te leveren. Het mutatiebestand in Excel aan te leveren. De revisie tekening(en) en het mutatiebestand dienen onder andere de volgende onderdelen te bevatten: Boom(en) volgens lid 02; Beplantingsvak(ken) volgens lid 03; Haag en blokhagen volgens lid 04; Grassen en kruiden volgens lid 05; Wortelgeleidingschermen volgens lid 06; 02 Voor bo(o)m(en) wordt op tekening de volgende informatie aangegeven: • Locatie van de boom; • Herkenbare visualisatie van boom; • Unieke code per individuele boom, oplopend in reeks van B1, B2, B3, … Voor bo(o)m(en worden per boom via unieke code in mutatielijst Groen op tabblad Bomen de volgende kenmerken aangegeven (zie voor details mutatielijst Groen): • Type boom • Soortnaam (Latijn) • Jaar van aanleg • Kroondiameterklasse • Boomhoogteklasse • Stamdiameterklasse • Vrije takval mogelijk • Takvrije zone • Bereikbaar met hoogwerker 03 Voor beplantingsvak(ken) wordt op tekening de volgende informatie aangegeven: • Locatie van het beplantingsvak; • Herkenbare visualisatie voor beplantingsvak; • Cultuurscheiding(en) dienen herleidbaar te zijn; • Taluds dienen herleidbaar te zijn • Unieke code per individueel beplantingsvlak, oplopend in reeks van P1, P2, P3, … Voor beplantingsvak(ken) worden per beplantingsvak via unieke code in mutatielijst Groen op tabblad Beplanting de volgende kenmerken aangegeven (zie voor
details mutatielijst Groen): • Type beplanting • Soortnaam (Latijn) • Jaar van aanleg • Op talud (>1:2) 04 Voor (blok)ha(a)g(en) wordt op tekening de volgende informatie aangegeven: • Locatie van de haag; • Herkenbare visualisatie voor haag; • Unieke code per individuele haag, oplopend in reeks van H1, H2, H3, … Voor ha(a)g(en) worden per haag via unieke code in mutatielijst Groen op tabblad Hagen de volgende kenmerken aangegeven (zie voor details mutatielijst Groen): • Type haag • Jaar van aanleg • Soortnaam (Latijn) • Onderhoudsplicht • Hoogte in cm
50
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
05 Voor grassen en kruiden wordt op tekening de volgende informatie aangegeven: • Locatie van het grasvlak; • Herkenbare visualisatie voor grasvlak • Cultuurscheiding(en) dienen herleidbaar te zijn; • Taluds dienen herleidbaar te zijn. • Unieke code per individueel beplantingsvlak, oplopend in reeks van G1, G2, G3, … Voor grasvlakken worden per vlak via unieke code in mutatielijst Groen op tabblad Gras- en kruidachtigen de volgende kenmerken aangegeven (zie voor details mutatielijst Groen): • Type gras • Soortnaam • Jaar van aanleg • Aanwezigheid bollen • Op talud (>1:2) • Gebruiksfunctie (als nodig) 06 Voor wortelgeleidingschermen die aangebracht zijn moeten de x en y in RDcoördinaten opgegeven zijn. 07 Documenten welke aangeleverd moeten worden zijn: Beplantingsplan(nen)
51
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage G Adoptiegroen algemene regels
52
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage H Geveltuintjes algemene regels
Geveltuintjes aanleg gemeente - Alleen binnen de cityring worden ze aangelegd met RVS band - geveltuintje worden aangelegd met een max. opstaande rand van 3 cm - wanneer een geveltuintje van 30 cm niet aangelegd kan worden (breedte stoep) is het mogelijk, wanneer dit wel past, een geveltuintje van 20 cm te laten aanleggen - volgende gegevens zijn nodig voor volledige aanmelding geveltuintje, mochten een van de onderstaande gegevens ontbreken vraag deze dan op (zie verder in instructie): • • • •
Naam Adres + huisnummer Telefoonnummer Emailadres
•
Locatie van de geveltuin Bijv. ‘ onder het raam’ of ‘ van de regenpijp tot de voordeur’ of ‘ net zoals bij huisnummer…..’
Geveltuintjes zelf aanleg - NIET ZELF AANLEGGEN; een geveltuintje binnen de cityring, dit in verband met alle kabels- en leidingen. Voorstellen dat men op de lijst van 202x gezet kan worden. - er moet altijd een kabel en leidingen controle worden uitgevoerd wanneer met een geveltuintje wil aanleggen buiten de cityring en binnen de ringbanen. Deze controle dient de gemeente uit te voeren. Wanneer dit akkoord is berichten we de aanvrager. Stuur dan ook de folder mee. Wanneer zelfaanleg om een bepaalde reden niet akkoord is, kun je de aanvrager voorstellen dat deze op de lijst van 202x geplaatst wordt. •
Zelf aanleg buiten de cityring niet mogelijk wanneer de kabels- en leidingen binnen de 30 cm liggen
- Buiten de ringbanen mag men zelf gelijk een geveltuintje aanleggen.
53
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal
BEHEERPLAN GROEN
Bijlage I Schema vellen bomen Afhankelijk van de waarde van de boom (monumentaal, eco-, hoofd-, neven- of basiswaarde-zone) of het feit dat een boom in de buiten-zone staat of herplant is, gelden er regels op basis waarvan geoordeeld kan worden of een houtopstand geveld mag worden - met of zonder omgevingsvergunning:
54
Datum: 10 juni 2022 - AS2-Internal