CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bijlage 7 Aanvullend participatietraject agrarische en natuurpartijen voorjaar 24

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Koersdocument Oostflank25.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

----------------------

30

6. Notitie sessies landbouw AANPASSINGEN KOERSDOCUMENT Leerpunten, afspraken en aanpassingen koersdocument 0.Leerpunten proces Er zijn verschillende visies over het doorlopen proces, maar we zien met elkaar dat het beter had gekund. Met name in eerdere fase(n) van dit proces had eerder een concreet initiatief genomen moeten worden om in uitgebreider, bilaterale, sessie(s) over concept teksten en kaartbeelden landbouw en natuur van het document door te praten, onderzoeks- en discussiepunten te benoemen en alternatieven af te wegen. Het daarbij betrekken van (overeenkomsten en verschillen) met het document “Versailles van het Noorden” was daarbij behulpzaam geweest. 1.Thema: Status en haalbaarheid koersdocument Toelichting Op het moment dat plannen worden voorgelegd aan gemeentes ter toetsing, wordt er gekeken of de aanvraag past binnen het omgevingsplan. Indien dat het geval is dan wordt een plan getoetst aan reguliere wetten zoals het bouwbesluit. Indien een aanvraag niet past binnen het omgevingsplan en er dus afgeweken moet worden van het omgevingsplan, dan pakken de gemeentes al het vastgestelde beleid en alle vastgestelde visies erbij om te bepalen of er medewerking verleend kan worden. Als een plan voor de rechter komt, dan zal de rechter beoordelen of iets voldoende onderbouwd is om tot een besluit te komen.

De koers die nu uitgestippeld wordt moet uiteindelijk haalbaar kunnen zijn. Er moeten financieringsmogelijkheden in beeld zijn. Door koers te bepalen is het mogelijk om geld en budget op te halen bij andere overheden. Zonder koers is dit onmogelijk. Het is echter ondoenlijk om alle financiering bij vaststelling al geregeld te hebben. Voor het koersdocument is het daarbij van wezenlijk belang dat dit plan past in de geest van het NPLG (Nationaal Programma Landelijk gebied), het voorontwerp Brabants Programma Landelijk Gebied en de in wording zijnde nota Ruimte van de provincie Noord Brabant, en derhalve voor medefinanciering vanuit de aanzienlijke Rijks middelen NPLG in aanmerking komt, alsmede provinciale budgetten voor natuurbeheer en natuurherstel (LPN en BPLG) Voorstellen (aanpassingen koersdocument of procesafspraken) 1. De doorvertaling van het plan in beleidsdocumenten van andere overheden. Opnemen op pagina 9: a. “De Nota Ruimte wordt door het Rijk opgesteld. De Ruimtelijke Voorstellen van de provincies vormen hiervoor een belangrijke bouwsteen. Deze worden onder verantwoordelijkheid van de Provincies gemaakt, gemeentes hebben hier formeel geen rol in, maar worden wel in de gelegenheid gesteld om te reflecteren. Om deze ruimtelijke voorstellen op te bouwen zijn meerdere bouwstenen gebruikt. Waaronder het BPLG en NOVEX stedelijk Brabant.

De NOVEX is weer opgebouwd uit regionale perspectieven. Waaronder het ontwikkelstrategie SRBT (Stedelijke Regio Breda Tilburg). De koers voor de Oostflank is een onderdeel/uitwerking van het oostelijk deel van de SBRT.” Daarnaast heeft het koersdocument een sterke relatie met de provinciale doorwerking van het NPLG (BPLG) en de GGA’s LDD en Kampina, onder regie van de provincie. Ook vastgesteld Provinciaal beleid zoals de omgevingsvisie is kaderstellend. Voor een overzicht van een aantal structurerende keuzes van het Rijk, De Provincie en de regio, verwijzen we naar bijlage 1. 2. Definitie koers: “De koers en het koersdocument is een sturende richting op basis van de maatschappelijke kansen, opgaven en urgenties die de gemeentes met het gebied op willen de komende jaren tot 2040. Het is geen juridisch planologisch kader. (Volgorde omgegooid t.a.v. versie 2) Het koersdocument is een bouwsteen, stimulerend en richtinggevend kader voor verdere beleidvorming. Alle onderdelen van de koers moeten nog nader uitgewerkt worden. Dit zal in diverse deelprojecten gebeuren, waarbij steeds ook de financiële doorvertaling onderwerp van de besluitvorming zal zijn. 3. Op pagina 7 voegen we een toelichting toe m.b.t. de gekozen contouren van het plangebied: “Het projectgebied behelst de zeven kernen en het gebied daar direct omheen.

De grenzen zijn zo gekozen omdat het koersdocument gaat over de gezamenlijke kernen en de landschappelijke context. Het buitengebied wat niet direct relevant is voor de dorpen is daarom buiten beschouwing gelaten. Aan de Tilburgse zijde rijkt het plangebied ongeveer tot het Water- en Klimaatlandschap Pauwels (incl. Zwaluwenbunders), Groenstraat en Biezenmortelsestraat. Dit ook omdat Landschapspark Pauwels en 31

4.

5.

de Brand al hun eigen visie en invulling kennen. Aan de Oisterwijkse zijde is ervoor gekozen om het plangebied te begrenzen bij de A58, omdat de overzijde haar eigen invulling en uitdagingen kent. Exacte inkadering van het plangebied betekent niet dat we niet over de grenzen van het plangebied heen kijken om opgaven op een slimme manier met elkaar te verbinden. We zien ook dat dit soms nodig is. De grenzen zijn dus ook niet keihard. We zoeken altijd naar de relatie met de gebieden hier omheen en zoeken ook de samenwerking op met buurgemeenten om bepaalde doelen te behalen. De uitnodiging aan het gebied om de transitie in gang te brengen. Opnemen op pagina 10: “We zien dat o.a. de Duinboeren met hun Gebiedsplannen en ZLTO/Treeport Midden Brabant met Versailles van het Noorden al zijn gestart om in te gaan op deze uitnodiging. Op veel punten sluiten de visies goed op elkaar aan. In de nadere gebiedsprocessen (zie ook het laatste hoofdstuk “de stap naar uitvoering”) wordt met behulp van het koersdocument, met inbegrip van aspecten van de plannen van de Duinboeren en Versailles van het Noorden van ZLTO/Treeport Midden Brabant de transitie van de Oostflank verder in gang gezet.

Vanuit integraliteit, creativiteit en het innovatieve vermogen in het gebied wordt gezocht naar oplossingen voor de gebiedsurgenties en doelen én naar de verbinding tussen en uitvoering van de plannen.” Haalbaarheid van het koersdocument en financiering van plannen. Opnemen op pagina 102: a. Een tabel met de verwachtte kosten op hoofdlijnen voor de belangrijkste thema’s en welke partners betrokken gaan worden om dat onderdeel haalbaar te maken. b. Tekst toevoegen: “Als iets conform de Koers wordt uitgewerkt maar er blijkt geen enkel zicht te zijn op budgetten en/of een realistisch verdienmodel en/of er ontstaat geen zicht op maatregelen om onevenredige economische schade (bij uitwerking van de deelontwikkelingen) te ondervangen dan zullen de consequenties ervan voor de Koers in beeld gebracht worden. Waar nodig zullen alsdan ambities worden bijgesteld.

2.Thema: Verstedelijking Toelichting (overeenstemming) We willen in totaal ca. 5000 woningen toevoegen, maar we willen de dorpen niet aan elkaar laten groeien. Bij de te realiseren woningbouwontwikkelingen gaat het niet alleen om woningbouw (rood), maar is de keuze dat er uitgegaan wordt van een integrale (rode én groene) ontwikkeling, inclusief economie en mobiliteit. Voorstellen (aanpassingen koersdocument of procesafspraken) 1. Natuurcompensatie Onder de tabel op pagina 19 opnemen dat er op dit moment in het plan geen grootschalige natuurcompensatie in formele juridische zin voorzien is voor de ontwikkelingen. En dat, mocht dit wel nodig zijn, dan valt dat binnen de geformuleerde ambitie voor extra natuuraanleg en landschapsontwikkeling. 3. Thema: Water Toelichting (overeenstemming) Het klimaat verandert. We krijgen langere drogere periodes en meer neerslag in korte periodes. We zien ook dat de grondwaterstanden de afgelopen decennia dalen. We willen verdroging tegengaan (verwijzing naar rapport: “Zonder water geen later”) en de waterkwaliteit verbeteren. Hydrologisch systeemherstel voor het gehele gebied. Voorstellen (aanpassingen koersdocument of procesafspraken) 1. Functie volgt peil in relatie tot water en bodem sturend Op pagina 32 bij de Koers, bullit 1 voegen we extra tekst toe: “We maken water en bodem sturend voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied.

We willen dat het gebruik van de grond past bij de eigenschappen van een natuurlijk bodem en watersysteem. Voor water is dit uitgewerkt in de ambitie om de functie op een bepaalde plek ook het waterpeil te laten volgen. We willen samen met alle belanghebbenden deze watertransitie maken en onderzoeken waar precies wat kan komen in het gebied. Hierbij wordt ook gekeken naar mogelijke innovatieve oplossingen om aan de doelstellingen te voldoen. Hier ligt ook nadrukkelijk een link met de GGA’s.” 2. Verhoging van het grondwaterpeil Op pagina 30 verduidelijken we het gedeelte over de grondwaterpeilen. Waarbij we opnemen dat het grondwater conform beleid van het waterschap mogelijk wordt verhoogd, conform het getekend 32

3.

4.

grondwaterconvenant 2021-2027 (zie bijlage voor een overzicht van enkele relevante onderdelen van het grondwaterconvenant). In dit grondwaterconvenant zijn de doelen vastgelegd op het gebied van het grondwater, waar we ons met het koersdocument Oostflank graag bij aansluiten. De benodigde grondwaterstijging, mogelijke oplossingen en consequenties worden op gebiedsniveau in het uitvoeringsproces van de gebiedsontwikkeling in beeld gebracht. Waarbij we ons beseffen dat dit gebied onderdeel is van een veelomvattend watersysteem en niet op zichzelf staat. Terminologie beekdal We maken een onderscheid tussen de verschillende type watergangen in het gebied. Het waterschap heeft in het handelingsperspectief 3 termen gehanteerd, die samenhangen met de hoogteligging van de gronden: koppen, flanken en beekdalen. Deze zijn nu 1 op 1 zo overgenomen in het koersdocument. Vanuit geomorfologisch oogpunt zijn de laagtes op deze kaarten opgenomen als beekdalen, maar wegens de zorg over de impact van de term beekdalen op het mogelijk toekomstige regime dat daar dan overal zou gelden passen we dit aan: a. Op de kaart op pagina 33 (en de integrale visie kaart) passen we e.e.a. als volgt aan: Er komt een onderverdeling in de volgende termen: i. Beekdalen: De Nieuwe Leij/Voorste Stroom en de Reusel/Achterste Stroom.

Dit zijn KRW waterlopen zijn die in 2027 moeten voldoen aan de kaderrichtlijn water. Dit wordt tekstueel ook aangepast bij bullit 4 onder de koers (alleen deze stromen moeten aan de KRW voldoen). ii. Beekdalvormige laagtes: De Roomleij, Koolvenseloop en de Ruijsbosschse waterloop zijn waterlopen die geen KRW waterlichaam zijn maar waar volgens het waterschap wel inrichtingsmaatregelen nodig zijn. Het waterschap heeft aangegeven dat het bij de inrichtingsmaatregelen in deze drie gevallen gaat om een natte natuurzone van 10m aan beide zijden en daarmee ongeveer vergelijkbaar is met een EVZ én dat ze alle drie ook deels een EVZ opgave hebben. De Raamseloop is een waterloop waar nu volgens het waterschap geen inrichtingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Bij de onder ii genoemde beekdalvormige laagtes komt een voetnoot waarin wordt aangegeven dat deze gebieden in het handelingsperspectief van het waterschap allemaal beekdal worden genoemd omdat ze laag liggen. Dit is echter niet dezelfde definitie als de gebruikte term beekdal in het NPLG en BPLG. De Provincie is verantwoordelijk om het NPLG te vertalen in het BPLG en bepaalt hoe omgegaan wordt met bufferzones rond beekdalen en waar dat precies gaat gelden en hoe breed deze op welke plek worden. In overleg met Waterschap en Provincie zullen de inrichtingsmaatregelen (waar nodig) nader worden uitgewerkt in deelprojecten. b.

De tekst op pagina 32 onder koers wordt ook aangepast aan bovenstaande. Rol van de stad bij de waterkwaliteit Bij de opgave op pagina 30, alinea 3 voegen we in de tekst toe dat we erkennen dat er een grote opgave zit op de waterkwaliteit (KRW) en dat we daar nog enorme stappen te zetten hebben. Dat dit bijvoorbeeld net buiten het gebied speelt bij de Zandleij, waarvan de waterkwaliteit nog lang niet voldoet aan de KRW, met name omdat de Zandleij het effluent van de waterzuivering afvoert. En dat hier voor het waterschap en de gemeente Tilburg een grote rol is weggelegd om dit aan te pakken. Een schone Zandleij wordt gezien als bron van water voor het gebied. Deze gedachte is reeds uitgewerkt in het masterplan Pauwels, n de vorm van de “waterharmonica”. Bij de koers (laatste bullit) versterken we het stedelijk gedeelte door de bullit op te knippen in “we zorgen voor infiltratiegebieden bij woongebieden en in stedelijk gebied en zetten ook sterk in op waterzuinig bouwen”. En een tweede bullit: “we zetten sterk in op het afkoppelen van regen/hemelwater in het stedelijk gebied (gescheiden stelsel) zodat we schoon (regen)water beter kunnen benutten, ook voor het landschap/landbouw en we vuil water beter kunnen afvoeren en zuiveren. We kijken daarbij naar de waterkwaliteit van alle waterlopen in het gebied (waaronder ook de Raamse Loop).”

33

4.Thema: Natuur en landbouw Toelichting (overeenstemming) De landbouw in het gebied heeft een grote economische en maatschappelijke betekenis. We willen een landbouw die meer in balans is met de natuur en het milieu, versterking van de biodiversiteit en een buitengebied dat een bijdrage levert aan de stikstofproblematiek en de wateropgave. Met name in de zones rondom de natura 2000 gebieden en in de beekdalen is de invloed van het grondgebruik extra groot en daar is dus noodzaak om hier goed naar te kijken. Ook willen we minder recreatiedruk in de natura 2000 gebieden. Voorstellen (aanpassingen koersdocument of procesafspraken) 1. Begrip natuurinclusief in relatie tot de doelen Onder bullit 4 bij de koers op het gebied van landbouw (pagina 69) opnemen dat de landbouw die we in het gebied willen meer natuurinclusief is. De bedoeling hiervan is het leveren van een bijdrage aan de achterliggende doelen op basis van feitelijke waarnemingen voor en tijdens de transitie. Dit betekent dat we met deze landbouw een bijdrage willen leveren aan de volgende doelen: De biodiversiteit omhoog Schoner water (incl. stedelijk water), inclusief het zover als mogelijk terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Tegengaan van verdroging Dieper liggend water omhoog (tbv drinkwater en beschikbaarheid in de zomer; zoek naar alternatieve oplossingen) Natuurgebieden ontlasten en verbinden (zie o.a. Versailles van het Noorden) De definitie kent geen vast omlijnd eisen pakket en dit willen we ook niet. In de gebiedsprocessen willen we dit type landbouw stimuleren en gezamenlijk gebiedsgewijs kijken wat nodig is, haalbaar is en hoe we daar gezamenlijk naar toe kunnen. We laten ons hierbij inspireren door de definitie die BoerenNatuur heeft geformuleerd voor het begrip natuurinclusieve landbouw: “een economisch rendabel landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorgt voor biodiversiteit op en rond het bedrijf.”(Nieuw toegevoegd nav reactie natuur- en milieuorganisaties) • Bij bullit 6 op pagina 69 (Landbouw) schrappen we het stuk: “zoals agroforestry, voedselbossen en andere vormen van verbreding”. Ook op pagina 70 bij de toelichting bij zone B schrappen we “zoals bijvoorbeeld kweekbossen, voedselbossen, agroforestry etc.”. • Bij bullit 4 op pagina 36 (Natuur), vervangen we “agroforestry en kweekbosssen” door “nieuwe vormen van de combinatie natuur & Boomteelt”. Deze termen schrappen we ook op pagina 39 de omschrijving onder “landbouw in overgangsgebieden”. 2.

Begrenzing overgangsgebieden Aanpassingen: a. Kaart landbouw pagina 71 (en integrale visiekaart): We zien met elkaar dat het verstandig is om rond Natura 2000 gebieden en in beekdalen in te zetten op dit type landbouw. Daarom houden we wel de zonering in stand. NPLG en BPLG zetten sterk in op nader te definiëren overgangsgebieden rondom N2000 gebieden. We voegen in de legenda bij zone B toe dat: “De exacte zonering wordt gebaseerd op de koers die de provincie hierin zal kiezen, wettelijke beleidskaders en wordt uiteindelijk in een lokaal gebiedsproces vastgesteld. We gaan daarbij voor dit moment uit van een zone van in beginsel gemiddeld 500 meter (grotendeels overeenkomend met de Attentiezone waterhuishouding van de provinciale verordening), maar de bepaling van de breedte, inrichting en landgebruik van deze zone is afhankelijk van de natuurdoelen voor het aansluitende natuurgebied. De doelen staan voorop, niet de omvang van de overgangszone. Een creatieve invulling en oplossing blijft mogelijk als het invulling geeft aan de doelen die voor het gebied zijn geformuleerd.” b. Legenda kaart pagina 71 bij Zoekgebied zone B aanpassen: Niet een zone van minimaal 500m rondom natura 2000 gebieden, maar een zone van ca. 500m rondom natura 2000 gebieden. De exacte zone kan per plek en natura 2000 gebied verschillen. c.

Onder de tabel op pagina 19 wordt een toelichting opgenomen dat dit de berekende hectares zijn op basis van een grove driedeling in het gebied tussen landbouw, natuur en bebouwing. En dat hierbij is uitgegaan van de in de koerskaart getekende overgangszones (categorie B), welke grenzen dus nog kunnen afwijken, waarmee ook het aantal ha anders kan worden. Tevens de tabel op pagina 19 aanpassen naar de tabel conform laatste pagina van dit 34

document en in het document de bijbehorende hectares (waar dat in de tekst genoemd staat ook aanpassen). (Toelichting verschillen: het plangebied bleek bij narekening niet 7.200ha te zijn, maar ca. 6.300ha. Er was in de eerdere optelling nog een groot deel van de Brand meegerekend. Het aantal hectares van de functies landbouw en natuur is daarmee ook afgenomen. E.e.a. is overigens afgerond op 100ha, omdat de tabel enkel op grove lijnen vertaald wat uit de koerskaart is op te maken en het niet de bedoeling is dat dit gedetailleerd is. (Nieuw toegevoegd n.a.v. d reacties.) Voor wat betreft de natuurambitie van 500 ha: gezien het totale plangebied flink is afgenomen is ook de ambitie voor natuur in ongeveer dezelfde verhouding afgeschaald (naar 400ha). 3. Combinatie boomteelt en realisatie bos/natuur Aanpassingen: a. Onder de tabel op pagina 19 + op pag 36 bij de koers voor Natuur + op pag. 69, bullit 6 koers landbouw wordt opgenomen dat we voor de realisatie van de extra natuur en landschapsontwikkeling zoeken naar het deels verweven van natuurinclusieve boomteelt en natuur/bos. De omvang hiervan kan nu nog niet worden vastgesteld. Allereerst willen we op korte termijn gezamenlijk met boomtelers en natuur- en milieu organisaties een stevige pilot opzetten. Een monitoringsprogramma op bijdrage aan biodiversiteit en watermanagement hoort daarbij.

Bij gebleken succes kan deze integratie van natuur/bos en natuurinclusieve boomteelt wellicht geleidelijk worden opgeschaald tot een omvang van ca 50-100 hectare binnen de genoemde 400ha nieuwe natuur en landschapsontwikkeling. b. In de uitgangspunten pagina 10, bullit 2: aanpassen naar: We zetten in op natuur- en landschapsontwikkeling en het verbinden van de natuurgebieden. Dit willen we doen middels inzet van robuuste landschapsstructuren en bos. In totaal verwachten we daarmee ca. 400 ha nieuwe natuur te realiseren, waarvan ca. 200 ha bos en ca. 20 strekkende km houtwallen en singels en ca. 20 strekkende km lanen (allemaal onderdeel van deze 400 ha nieuwe natuur). c. Op pagina 36 koers Natuur, onderaan bullit 6 wordt het woord “minimaal” geschrapt, bij: “ca. 20 strekkende km”. Hierbij als mogelijk voorbeeld de kaart van Versailles van het Noorden gebruiken daar waar het gaat over landschapselementen (houtwallen e.d.) d. Overal in het koersdocument de ca. 500 ha nieuwe natuur vervangen door ca. 400 ha nieuwe natuur. 4. Natuurinclusiviteit is breder dan alleen de landbouw Bij de algemene uitgangspunten, pagina 10 voegen we een extra bullit toe, gericht op de bijdrage vanuit het bebouwd en stedelijk gebied aan natuur en biodiversiteit.

We benoemen hier reeds vastgelegd beleid en ambities op het gebied van natuurinclusief bouwen, waterzuinig bouwen, waar mogelijk ecologisch beheer van parken en bermen, waterberging en de soortenbescherming. 5.Thema: Economie Toelichting (overeenstemming) We gaan samen aan de slag met het stimuleren van innovatie in de sector. Dit staat opgenomen in het hoofdstuk landbouw (o.a. pagina 68 en 69, laatste bullit). De agrarische sector is ook van belang voor de leefbaarheid van het buitengebied én de voor de voorzieningen en vitaliteit van de dorpen. Dit is opgenomen op pagina 66 onder “opgave”. Geen verdere inbreng en oplossingen nodig op dit moment. In de uitvoering in de gebiedsprocessen geven we dit nader met elkaar vorm. Samen met de coöperatie Biezenmortel wordt de paragraaf economie van het buitengebied nog wel wat aangevuld en aangescherpt. Samenwerking vervolg – gebiedsprocessen Het Koersdocument geeft, zoals eerder aangegeven, richting aan het ruimtelijke beleid en de uitwerking ervan. Voortdurend in interactie met het beleid van de andere overheden: Rijk , Provincie en Waterschappen. Een proces van consultatie, overleg en wederzijdse beïnvloeding. Maar de ingezette koers moet niet uitsluitend een overheidsdocument zijn en zeker ook geen bureaucratisch raamwerk voor het beleid in de toekomst.

Het moet een document zijn waarin de bewoners, instellingen en bedrijven zich herkennen zonder op alle punten het per se mee eens te hoeven zijn. Maar dat wel inspireert om samen met de overheden het "gegist bestek" van de Koers nader uit te werken. Het is immers hun leefwereld. 35

Daarom is in het Koersdocument bewust gekozen voor het vastleggen van op zichzelf heldere doelen maar met veel ruimte om op het lagere schaalniveau, in de uitwerking, geïntegreerde oplossingen te kiezen. Op dat schaalniveau worden immers wrijvingen, tegengestelde belangen maar ook innovatieve oplossingen zichtbaar en kunnen geïntegreerde oplossingen gezocht worden. Gebiedsgericht werken is immers meer dan een bundeling van alle beleid op een bepaalde plek met een nietje erdoor: het is bij uitstek de plek waar het algemene het bijzondere raakt en creatieve oplossingen nodig zijn. In de verdere uitwerking van de Koers zal deze benadering leidend zijn. Initiatieven zoals Versailles van het Noorden en de visie van de Duinboeren bieden zoals eerder al aangeven , belangrijke aanknopingspunten voor dit proces. Concreet betekent dit dat bij het vervolg, na vaststelling van het koersdocument, het uitgangspunt is dat we in deelgebieden en deelprojecten alle daarbij belanghebbende partijen blijven betrekken. Voor het landelijk gebied betreft dat in elk geval de agrarische sector, inclusief de boomteelt en de natuur- en milieu organisaties. Voor een deel landt het vervolgproces vooralsnog in de GGA’s LDD en Kampina en Oisterwijkse bossen en vennen, waarin deze partijen reeds vertegenwoordigd zijn.

Wij willen in deze vervolgprocessen naar een proces van het gebied met ruimte voor creativiteit, innovatiekracht en diversiteit. We hopen op én stimuleren initiatieven uit het gebied die bijdragen aan de gezamenlijke doelen en waardes, om zo samen tot de beste aanpak en oplossingen te komen. De samenwerking willen we faciliteren door in de verschillende deelgebieden met vertegenwoordigers samen te komen en ruimte te bieden voor dialoog, kennisuitwisseling en gezamenlijke beslissingen. Door middel van participatieve processen, zoals workshops, enquêtes en co-creatiebijeenkomsten, kunnen de verschillende belanghebbenden hun perspectieven delen op hun directe leefomgeving en gezamenlijk besluiten hoe deze verder uitgewerkt kunnen worden. Op deze manier wordt het draagvlak vergroot en kunnen de gezamenlijke doelstellingen worden gerealiseerd.

TABEL HECTARES Landbouw (buitengebied)*

ca.

Huidige situatie 3300 ha

ca. A. Landbouw B. Landbouw in overgangsgebieden

Natuur

ca.

1400 ha

ca. Realisatie natuur en landschapselementen** Natuur (bestaand)

Bebouwing (bebouwde kom) Totaal

ca.

1600 ha 6300 ha

ca.

Integrale koerskaart 2700 ha 1600 ha 1100 ha 1800 ha 400 ha 1400 ha 1800 ha 6300 ha

* Alle oppervlaktes zijn inclusief wegen, waterwegen, spoorlijn etc. De landbouwpercelen (tbv akkerbouw, boomteelt, tuinbouw) samen zijn op dit moment 2800 hectare. De landbouw oppervlakte is inclusief woningen met tuin in het buitengebied tussen de landbouwpercelen in, enkele andere (kleine) functies in het buitengebied, wegen, waterwegen, spoorlijn etc. ** Bij gebleken succesvolle pilot natuurinclusieve boomteelt, kan hiervan max. 50-100 ha daarmee worden ingevuld.

BIJLAGEN die bij het koersdocument komen: Relevant (overheids)beleid én grondwaterconvenant.

36

7. Reactie Treeport en ZLTO 6 mei 2024 Reactie Treeport Midden Brabant en ZLTO op het conceptdocument Leerpunten, afspraken en aanpassingen koersdocument (versie 2) en het verslag van de 3e sessie inzake landbouw buitengebied Allereerst willen wij graag benadrukken dat wij de constructieve sfeer tijdens de 3 werksessies zeer hebben gewaardeerd. Niet in de laatste plaats is dit mede te danken aan de uitstekende voorzitter, Pieter van Geel, en de onafhankelijke verslaglegging van #. Waar wij in eerste instantie ronduit teleurgesteld waren over de vertaalslag van het besprokene in de eerste versie van het document “Leerpunten, afspraken en aanpassingen koersdocument” zien we in de tweede versie dat we elkaar op belangrijke onderdelen zijn genaderd. Helaas hebben we ook moeten vaststellen dat we op onderdelen bepaald moeite hebben met de desastreuze effecten die het een en ander voor de landbouw heeft. Dit hebben we ook steeds in de werksessies benadrukt als zodanig en is dus niet nieuw. Een tweede punt is dat wij met deze versie 2 nog geen totaalbeeld hebben van hoe het complete koersdocument eruit ziet met de voorgestelde wijzigingen. Daar komt bij dat wij een en ander nog niet met onze achterban hebben kunnen bespreken en dat willen wij graag doen op basis van de versie die straks ook aan de gemeenteraad wordt aangeboden.

Verslag Graag willen wij nog een aanvulling op het verslag inbrengen. De heer #(Treeport) wijst aan het einde van de sessie nog op een openstaande vraag van Treeport Midden Brabant, die ook voorafgaand aan de vergadering schriftelijk is ingediend: Waarop is de stelling gebaseerd dat de boomteelt niet verder kan groeien? De voorzitter reageerde zeer verbaasd met de opmerking: Staat dat er werkelijk in? De conclusie was dat deze zin, die twee keer in het koersdocument voor komt, best wel weggelaten kon worden. In het verslag lezen we hierover niets terug en ook in versie 2 van de aanpassingen wordt hierover met geen woord gerept. Naar aanleiding van het verslag pagina 1, het gesprek met de natuurorganisaties, zouden wij graag het definitieve verslag hiervan ontvangen. Naar aanleiding van het verslag pagina 2, thema 1, zouden wij ook graag kennis nemen van de tekstuele aanpassingen in het koersdocument als gevolg van de aangenomen amendementen van de gemeenteraad van Oisterwijk. Conceptdocument Leerpunten, afspraken en aanpassingen koersdocument (versie 2) In de onderstaande tabel hebben we een samenvatting gemaakt van onze beoordeling per onderdeel. Indien onze beoordeling afwijkt wordt dat onder de tabel verder toegelicht. Onderdeel 0 Leerpunten proces 1 Thema: Status en haalbaarheid ….

2 Thema verstedelijking 3 Thema water 4 Thema natuur en landbouw 5 Economie 6 Samenwerking …. en tabel (De toelichting op de

Beoordeling akkoord akkoord akkoord 1,2,4 akkoord; 3 niet akkoord Toelichting, 1 en 4 akkoord; 2 en 3 niet akkoord Akkoord Niet akkoord

beoordeling van de tabel is meegenomen bij thema natuur en landbouw.)

Bijlagen

Akkoord

water (3:a2) Onze vraag hierbij is: Is dit vastgesteld beleid van het Waterschap of betreft het hier nog een beleidsvoornemen? Graag het antwoord op deze vraag in de tekst opnemen. Verder zou het duidelijker zijn als in de tekst wordt aangegeven welke delen van de Koolvense waterloop, de Roomleij en de Ruijsbossche waterloop wel als natte natuurzone worden gezien en welke niet. Thema natuur en landbouw (2,3 en tabel)

37

Meerdere malen hebben wij aangegeven dat de vertaling van de ambities van het koersdocument uiterst voorbarig is en onnodig tot grote frustratie en spanning leidt bij de ondernemers in het buitengebied. De zeer onnauwkeurige bepaling van de oppervlakte van het projectgebied heeft dit beeld alleen nog maar versterkt. Daarbij komt ook nog dat de gemeentelijke overheden in de tekst veiligheidshalve steevast uitgaan van het maximum aantal meters zonering (EVZ, landbouwovergangsgebied) terwijl hier in de praktijk of nog geen besluit over is genomen of dat er op voorhand sprake is van een bepaalde bandbreedte. Een vierde bezwaar is het feit dat er op verschillende manieren aan windowdressing wordt gedaan. Allereerst worden 500 ha stedelijke en infrastructurele functies in het buitengebied toegerekend aan de landbouw, terwijl het effectieve areaal van de landbouw slechts 2.800 ha bedraagt. Het maakt nogal verschil of je 600 ha (natuur en woningbouw) afplukt van 3.300 ha (18%) of van 2.800 ha (21%). Dat beeld wordt nog eens versterkt als dat wordt losgelaten op het resterende stuk reguliere landbouw (35% van 1.700 ha), waarbij de landbouwovergangsgebieden (1.100 ha) er buiten zijn gelaten. Een tweede vorm van windowdressing is gekoppeld aan de Landschapsverbindingszones (20 km houtwallen en singels en 20 km lanen). Hiervoor staat 200 ha nieuwe natuur gereserveerd.

In de praktijk komt dit neer op verbindingszones met een gemiddelde breedte van maar liefst 50 meter, terwijl het beeld met houtwallen, singels en lanen veel minder ingrijpend wordt voorgesteld. Los van het feit dat Landschapsverbindingszones geen planologische status hebben (dus feitelijk ook niet hetzelfde zijn als EVZ’s) worden deze qua breedte in het koersdocument voor het gemak over de hele linie gelijk geschakeld met de maximale breedte van een EVZ, terwijl voor de laatste een bandbreedte geldt van 7-50 m. Daar komt nog bij dat dergelijke verbindingszones alleen maar zin hebben als een oplossing wordt gevonden voor de infrastructurele en stedelijke obstakels in het gebied (bebouwingsconcentraties, spoorwegen en N65). Hierover is in het koersdocument niets opgenomen. Uiteraard zal de landbouw om woningbouw mogelijk te maken en de kwaliteit van de aanwezige natuur en water offers moeten brengen door het inleveren van areaal en het aanpassen van de productiewijze, voor zover dit nog niet of onvoldoende is gebeurd. Echter de schaalgrootte van voorgestelde stapeling en de harde vertaling daarvan op voorhand in ha’s uitsluitend ten koste van de reguliere landbouw, zien wij eerder als een signaal van de gemeenten dat men uiteindelijk het belang van de landbouw volledig ondergeschikt acht.

Om de voorgaande redenen kunnen wij niet instemmen met het opnemen van de tabel, alsmede met de harde eis van 400 ha nieuwe natuur in het koersdocument. Tenslotte willen wij nog een tweetal tekstwijzigingen voorstellen voor 3a: “zoeken naar het deels verweven van natuurinclusieve boomteelt en natuur/bos” vervangen door “zoeken naar verantwoord verweven van natuur en landbouw” “de integratie van natuur/bos en natuurinclusieve boomteelt” vervangen door “de integratie van natuur/bos en landbouw” Thema samenwerking vervolg – gebiedsprocessen Hoewel wij inhoudelijk akkoord kunnen gaan met de gewijzigde tekst missen wij nadrukkelijk een structurele aanpak op hoofdlijnen in deze. Het verdient aanbeveling deze aanpak onafhankelijk te laten begeleiden zodat alle belanghebbenden het gevoel krijgen als gelijkwaardig aan tafel te kunnen zitten. Dit zal uiteindelijk (de snelheid en de kwaliteit van) het resultaat ten goede komen.

38

8. Reactie Natuurmonumenten, Brabants Landschap, BMF en Biodiversiteitsteam Oisterwijk 6 mei 2024 Mede namens Brabants Landschap, Vereniging Natuurmonumenten en Biodiversiteitsteam Oisterwijk reageert de Brabantse Milieufederatie (BMF) hierbij op de conceptversie 2 Sessies landbouw Koersdocument d.d. 30 april 2024. 0.0 Algemeen • Wij merken op dat wij tot op heden de notulen van ons gezamenlijk overleg op 17 april jl. in Haaren niet ontvangen hebben. Het is daarom lastig om te reageren op tekstwijzigingen zonder de notulen van ons overleg erbij te hebben. We zien ook niet alle gespreksonderwerpen terug in de gewijzigde tekst. • Daarnaast zouden wij graag inzicht krijgen in het verdere verloop van het proces. Wat gaat er met onze reactie gebeuren en wat is het vervolg? • Het valt ons op dat de ZLTO en Treeport zeer nauwkeurig naar elk woord gekeken hebben en op tal van plaatsen zijn woorden in ‘hun voordeel’ aangepast, vermoedelijk in de zoektocht om maxi-male speelruimte te creëren. Het is aan de colleges om hier in het verdere proces grenzen aan te stellen en tegenwicht te bieden. 0.Leerpunten proces Geen opmerkingen 1. Thema: status en haalbaarheid koersdocument Aan het eind van punt 1.5 ‘Waar nodig zullen alsdan ambities worden bijgesteld.’ Wij willen hier graag toegevoegd zien: waarbij evenwicht tussen ‘groen’ en ‘rood’ de basis blijft.

Verder zouden we hier graag willen toevoegen: Om de voornemens om tot verbindingszones te komen tussen de Loonse en Drunense Duinen, Oisterwijkse bossen en Kampina en de Brand naar Kampina, dient een voorbereidingsbesluit genomen te worden, om te voorkomen dat deze zones in dichtslibben en contraproductieve besluiten worden genomen. 2.Thema verstedelijking Wij adviseren de term ‘Natuurcompensatie’ sec te gebruiken daar waar natuur wordt aangetast. Definieer wanneer dit wel aan de orde is. Wij rekenen erop dat minimaal de spelregels uit de provinciale verordening ruimte worden toegepast. Verder willen wij toegevoegd zien: De reeds aanwezige landschapselementen in het gebied, zoals houtwallen bosschages, poelen, zijn uitgangspunt en vormen de basis bij herontwerp van het gebied. 3. Thema water 3.1 Wij vragen ons af wat wordt bedoeld met de toevoeging ruimtelijk en wat de afweging is om dit op te nemen? Ruimtelijke ontwikkelingen zijn voor ons ook teeltwisselingen binnen de landbouw. Nadere afstemming met het waterschap is gewenst, o.a. over het nagaan van concrete afspraken rondom KRW. De natuurorganisaties nemen hier graag meer inhoudelijk kennis van. BMF zal hier-voor het aanspreekpunt zijn. Het voorstel ligt er nu om de beekdalen van de Roomleij en Capucij-nerloop niet meer als beekdal op de kaart te zetten.

Voor het deel van de Roomleij bovenstrooms van Udenhout is dit aannemelijk, maar benedenstrooms van Udenhout niet. Beide waterlopen monden uit in Natura2000-gebied en Natte Natuurparel De Brand. Dit gebied is gebaat bij voldoende water en van goede kwaliteit. Opname als beekdal waarmee dan vermindering van meststoffen en bestrijdingsmiddelen gerealiseerd kan worden, is dan nodig. 4.Thema Natuur en Landbouw 4.1 Wij kunnen als Natuurorganisaties niet akkoord gaan met de hier voorgestelde wijzigin-gen. De definitie die BoerenNatuur-Brabant hanteert moet terug in het document. Dit is voor ons een hard punt. Wij hebben grote moeite met de vage omschrijvingen die nu geformuleerd zijn. Met betrekking tot biodiversiteit moet minstens worden voldaan aan ‘Basiskwaliteit Natuur’. Met betrekking tot het pesticiden gebruik willen wij niet ‘terugdrin-gen’ maar ‘afbouwen’. Verder maken wij bezwaar tegen het schrappen van opsommingen ‘zoals agroforestry, kweekbossen, voedselbossen en andere vormen van verbreding’.

39

Aanvullingen in de tekst zijn tevens cursief weergegeven op deze alinea: ‘Een creatieve invulling, oplossing en verwevenheid blijven mogelijk als het aantoonbaar invulling geeft aan de doelen die voor het gebied zijn geformuleerd.’ 4.2 Er wordt gesteld dat het gebied bij nader inzien geen 7.200 ha behelst, maar 6.300 ha. In onze berekening gaat het dus om een afname van 12,5% van het gebied. Het is dan ook vreemd dat de nieuwe natuur vervolgens van 500 ha naar 400 ha gaat, een afname van 20%. Wij gaan niet akkoord met de nieuwe getallen en gaan uit van 500 ha - 12,5% = 437,5 ha voor nieuwe natuur. Ons voorstel is: nieuwe natuur 437 ha, waarvan 37 ha beschikbaar voor het experiment met de boomtelers. Zolang het experiment niet heeft plaatsgevonden, is er in het totaal van het plan geen areaaluitbreiding boomteelt aan de orde. Het lijkt er op dat de bekostiging van de nieuwe natuur komt uit bestaande regelingen/ opgaven. Realisatie EVZ is naar onze mening onvoldoende geborgd. Vandaar ons voor-stel hiervoor voorbereidingsbesluiten te nemen. Tenslotte merken wij op dat een definitie voor boomteelt ontbreekt. Het gaat wat ons be-treft ook over coniferen, bollen, graszoden en vaste planten etc. Wij vinden het van belang dat een definitie aan het stuk wordt toegevoegd. Naar aanleiding van de herberekening gaan wij ervan uit dat in het hele stuk de 400 ha wordt vervangen door 437 ha.

Pilot De BMF is namens de natuurorganisaties vast aanspreekpunt voor het verdere proces en nadrukkelijk ook voor de nadere afstemming over de pilot boomteelt, om in combinatie met de natuurambitie hier nadere procesafspraken over te maken. Wat betreft de combinatie boomteelt en natuurontwikkeling: we verwachten objectivering binnen die Natuurinclusief-pilot. Dat is ook de reden waarom de BMF graag betrokken wil zijn bij die pilot. 5.Thema economie Wij zien de recreatieve druk steeds verder toenemen in bepaalde delen van het gebied. Verdien-modellen voor de landbouw moeten niet tot gevolg hebben dat de recreatieve druk in nu al onder druk staande gebieden verder toeneemt. Tot zover onze reactie op de conceptversie 2 Sessies landbouw Koersdocument d.d. 30 april 2024. We zijn als natuurorganisaties uiteraard graag bereid om onze reactie nader toe te lichten.

40

9. Reactie Duinboeren 10 mei 2024 Vanuit de Duinboeren hebben we geen verdere aanpassingen aangegeven dan wat in het aangepaste document vanuit Duinboeren was opgenomen. Wat eerder is aangegeven en wat wij terugvinden is dat de Duinboeren als uitvoeringsorganisatie zeker kansen zien voor het vervolg. Uitvoering daar ligt onze kracht en willen daar onze inzet op focussen.

41

10. Brief Pieter van Geel 15 mei ’24 Aan : Wethouders Rik Grashoff en Bas van der Pol En Wethouders Eric Logister en Anne Cristien Spekle

Helmond , 15 mei 2024

Geachte Wethouders, U heeft mij als gespreksleider gevraagd te reflecteren op de gesprekken over het ruimtelijke beleid in de zogenaamde Oostflank zoals die de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden tussen ZLTO, Treeport Midden Brabant en de Duinboeren enerzijds en vertegenwoordigers van de gemeenten Tilburg en Oisterwijk, waaronder U zelf, anderzijds. Dat wil ik graag doen, gebaseerd op 3 uitgebreide gespreksronden en een bijeenkomst met de relevante Natuur en Milieuorganisaties. Uiteraard is in het begin stil gestaan bij ieders ervaringen met het proces van betrokkenheid tot dan toe. Die ervaringen hebben gelukkig geen negatieve gevolgen gehad voor de gesprekken. Als snel was iedereen gericht op de inhoud hoewel op een aantal momenten duidelijker werd waarom percepties zijn zoals ze zijn. Een van die momenten was zichtbaar toen over de status van het Koersdocument werd gesproken. Voor de gemeenten is het document een punt op de horizon met de status van zelfbinding en in de wetenschap dat waterschappen, provincie en het Rijk nog met plannen komen die het document zullen beïnvloeden. En in het besef dat in de uitwerking waar veel sectoraal beleid concreet samenkomt op gebiedsniveau , nog tal van keuzes in goed overleg gemaakt moeten worden.

Tegenover deze rationele benadering stond het gevoel van de andere partners aan tafel dat eenmaal vastgelegd beleid -los van de juridische status- zijn weg zal vinden in tal van andere beleidstukken en dat de bereidheid en mogelijkheid tot eventuele aanpassingen gering zal zijn. Ik denk dat een aantal afspraken in de overleggen en de aanpassingen in het Koersdocument ruimte hebben gecreëerd om elkaar tegemoet te komen: De goed vastgelegde betrokkenheid bij de uitwerkingsplannen, de toezegging de eigen beleidsstukken van Treeport en ZLTO ( Versailles van het Noorden) en de Duinboeren te betrekken bij de uitwerking en het minder absoluut omschrijven van een aantal doelen, zijn daarvan voorbeelden. Wat ik buitengewoon waardevol vond is de verduidelijking die er is gekomen op een aantal zeer aangelegen punten: - De status van de beekdalen - De verbindingszones - De inhoud van het begrip natuurinclusieve landbouw. - Aandacht voor de economische functies in het gebied. De aangepaste teksten in het document geven dat aan. Mijn waarneming is dat – ik zou bijna zeggen uiteraard – niet alles naar ieders tevredenheid zal zijn aangepast. Zo blijft er nog discussie over het precieze aantal hectares voor de onderscheiden functies in het gebied, over uitbreiding van het areaal boomteelt en de onderbouwing van het aantal hectare nieuw te realiseren natuur.

Aan de andere kant is uit de gesprekken met de Natuur en Milieuorganisaties af te leiden dat deze zich zorgen maken over het verdwijnen van de ambities op dit terrein. Mijn persoonlijke inschatting is dat als iedereen de ogen op de bal houdt en zich dus op de inhoud richt, alle betrokkenen in het gebied een heel eind met elkaar kunnen komen. Betrokkenheid bij de uitwerking op gebiedsgericht niveau is daarbij in mijn ogen een belangrijke voorwaarde en dus sleutel voor succes. Nog belangrijker wellicht; open staan voor elkaars ideeën. Een mooi voorbeeld vind ik de afspraak om te bezien in hoeverre door middel van een experiment boomteelt van de toekomst ook natuurinclusief kan zijn. Last but not least; het waren stevige inhoudelijke discussies, goed voorbereid en in een goede sfeer. Met vriendelijke groeten Pieter van Geel

42

11. Aanpassingen coöperatie Biezenmortel AANGEPASTE TEKSTEN HOOFDSTUK LANDBOUW Toekomst van de agrarische sector De agrarische sector heeft toekomst in de Oostflank en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke urgenties op het gebied van bodem, water, biodiversiteit etc. Het is daarbij van belang dat bedrijven economisch rendabel kunnen zijn. Dat is nodig om het buitengebied leefbaar te houden. De economie voor de landbouw moet behouden blijven voor het buitengebied. Voor zowel veeteelt als voor de boomteelt en akkerbouw. Het buitengebied en daarmee ook landbouw is een drager voor de economie en leefbaarheid van de dorpen Er zijn reeds bedrijven zijn al overgeschakeld van bijvoorbeeld veehouderij naar boomteelt, akkerbouw of naar biologische teelten. Andere ondernemers hebben hun bedrijven verbreed naar winkels, zorg, kinderopvang, onderhoud van natuur en landschap. Dit willen we ook in de toekomst blijven stimuleren. Economisch haalbaar ondernemen in het buitengebied moet mogelijk blijven. Een mooi voorbeeld is de Stichting Overlegplatform Duinboeren die al ruim 25 jaar bezig zijn met.. etc. Veehouderij De veehouderij heeft uitdagingen op het gebied van stikstof in de natuur en nieuwe regels rondom waterkwaliteit. Met name rondom Natura2000 gebieden ligt de veehouderij onder het vergrootglas.

Bedrijven moeten meer maatregelen nemen om deze uitdagingen het hoofd te bieden (zoals overschakelen naar meer grondgebonden.) We willen graag dat de veehouderij als hoeder van het landschap blijft bestaan. Voor zowel natuurbeheer, voor voedselproductie en educatie. We koesteren de veehouderij en werken samen in de gebiedsprocessen een plan uit om boeren in de Oostflank binnen de Nederlandse en Europese kaders mogelijk te maken en houden. Veehouderijen zoeken nieuwe afzetkanalen bijvoorbeeld door de regionale ketens te sluiten en het lokale agrarische product ook in de regio af te zetten. Een andere mogelijkheid is om meer ruimte te krijgen voor verbreding van de activiteiten (zorg, natuur en landschapsbehoud, welzijn, toerisme en recreatie). Deze ruimte willen we in de Oostflank ook nadrukkelijk bieden. DE KOERS - We zetten ons actief in voor het behoud van een duurzame akkerbouw en grondgebonden veetelers in de Oostflank: Het Brabantse mozaieklandschap is een afwisselend landschap met verschillende soorten landbouw, natuur en opgaande beplanting. Het behoud van akkerbouw en veeteelt betekent ook het behoud en de versterking van het Brabantse mozaieklandschap: een fijnmazig landschap dat ook voor recreatie en biodiversiteit aantrekkelijk is.

- VAB’s: Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB's) zijn interessant voor bepaalde economische functies We stimuleren economische functies in het buitengebied (ook) anders dan agrarisch om het buitengebied economisch rendabel te houden. Opslag en werkplaatsen, recreatieve functies, kleinschalige woonvormen, handel waaronder plekken voor de verkoop van streekproducten kunnen een perfecte opstap zijn alvorens dit soort bedrijven eventueel schaal en financiële middelen hebben voor de overstap naar een industrie-/bedrijventerrein. We willen meedenken met eigenaren en maatwerk leveren om de mogelijkheden te onderzoeken. Wel houden we daarbij rekening met o.a. vervoersbewegingen en geluidsproductie. (Voor de specifieke regels zie voor de gemeente Oisterwijk: bijlage 2 visie buitengebied Oisterwijk en voor de gemeente Tilburg beleidsregels particuliere woningbouwinitiatieven en functiewijziging in het landelijk gebied, geldend vanaf 7-11-2023). - Innovatie in de landbouw en boomteelt stimuleren: We verkennen in regionaal verband hoe we samen met deze sector innovatie verder kunnen stimuleren. Onder meer met het oog op digitalisering, AI, robotisering, arbeidsmarkt en de vernieuwing van oogst- en productie(technieken). Innovatie betekent ook investeren. We denken mee met ondernemers om innovatie mogelijk te maken, en zoeken samen naar creatieve oplossingen waar dat nodig is.

HOOFDSTUK BIEZENMORTEL

43

Gehele passage toevoegen: “Biezenmortel heeft een stevige woningbouwopgave om de leefbaarheid op peil te houden. De identiteit van Biezenmortel behouden is de belangrijkste opgave ten aanzien van de groei die Biezenmortel door gaat maken. Een gestage maar gefaseerde toevoeging van woningen heeft het doel om eigen inwoners en woningzoekenden met binding met Biezenmortel de optimale kans te geven om de woningen te betrekken en onderdeel te worden van de lokale samenleving. Immers onderzoek van het Sociaal en Cultureel planbureau toont aan dat actieve deelname aan het dorp vordert met de jaren dat men in een dorp/wijk woont. Een van de ambities uit het dorpsakkoord is ook: “De realisatie van nieuwe woningen met als uiteindelijk doel dat een volledige wooncarrière in het dorp doorlopen kan worden en een verbeterd voorzieningenniveau duurzaam in stand blijft.”

44

12. Verslag sessie 4 landbouworganisaties 21-5-24 Volgt

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14318815/2