09 Toelichting
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021037-c001
20 september 2022 13 maart 2023
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
2
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
2 2 3 3
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
5
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren
5 6 8
11 11 11 15 17 17 20
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
25
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Lucht 4.7 Geur 4.8 Bodem 4.9 Natuur en ecologie 4.10 Kabels en leidingen
25 25 25 26 31 32 32 33 33 36
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
38
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Ambitie 5.4 Duurzaam watersysteem 5.5 Watertoets
38 38 38 39 40
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
41
6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 6.4 Bouw- en gebruiksregels
41 41 41 41
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
42
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
43
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen
43 43 44
Toelichting
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een nieuw appartementencomplex ter plaatse van de kantoorgebouwen Van Limburg Stirumlaan 2-6 te Tilburg. Dit planvoornemen voorziet in de volledige sloop van de huidige gebouwen en de ontwikkeling van een nieuw appartementencomplex 'De Baron', met maximaal 252 wooneenheden. De woningen worden ontwikkeld voor starters, alleenstaanden, ouder met kind(eren) en senioren, daarbij is een gedeelte (15%) van de woningen voor sociale huur en 15% middenhuur. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het planologisch-juridische kader te vormen voor de ingrepen en ontwikkelingen voor de realisatie van het nieuwe complex. Deze ingreep is van belang om nu en in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende huisvesting voor de stad en omgeving, met de gewenste woonkwaliteit. De bestaande kantoorpanden zijn verouderd en niet meer toekomstbestendig. Om voldoende woonkwaliteit te kunnen garanderen zal sloop en nieuwbouw plaatsvinden. Met voorliggende toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied.
Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen sectie Q, nummers 6042, 6231, 6786 en 6494 en ligt in de kruising van de Baroniebaan en Ringbaan-West, tussen de wijken Zorgvlied en De Blaak. Aan de oostzijde grenst de locatie aan het Texaco Tankstation aan de Ringbaan-West. Aan de noordwestzijde grenst het plangebied aan een park. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
2
Figuur 1.1 Weergave huidige situatie van het plangebied
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een partiele herziening van het bestemmingsplan 'Zorgvlied 2008', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 oktober 2008. In dat plan heeft het perceel de bestemming 'Kantoor'. De maximale bouwhoogtes bedragen 17, 11 en 10 meter 30 meter en het maximum bebouwingspercentage is 25%. In een zeer klein gedeelte van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming 'Verwachtingsgebied archeologische waarden'. Het plan voor het ontwikkelen van een appartementencomplex met 252 woningen past zowel qua functie als qua bouwregels niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om die reden is de voorliggende bestemmingsplanherziening opgesteld. Daarnaast gelden nog de bestemmingsplannen 'Tilburg, Parkeerregeling 2017' (vastgesteld op 7 augustus 2018), 'Tilburg, Terrasregels 2019' (vastgesteld op 1 juli 2019), 'Tilburg, Appartementen 2019' (vastgesteld op 17 december 2019) en 'Tilburg, parapluplan detailhandel' (voorontwerp 9 maart 2021). Deze bestemmingsplannen stellen specifieke regels aan het parkeren, terrassen, bewoning en detailhandel waarin de planuitwerking rekening mee wordt gehouden.
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Huidige situatie Het plangebied is onderdeel van de ringbaan, de wijken Zorgvlied en Staatsliedenbuurt, de groenstructuur van de Baroniebaan en het entreegebied van Bedrijvenpark Zuid. De Baroniebaan brengt het westelijk landschap van Tilburg, Stadsbos 013, als corridor tot diep in het stedelijk gebied. De Baroniebaan gedraagt zich als een natuurcorridor door de stevige aanwezigheid van groen. Lanen als de Baroniebaan zijn onderdeel van het skelet van de Tilburgse groenstructuur. Deze groenstructuur draagt bij aan de versterking en herkenbaarheid van het Tilburgse groen. Het beleefbaar maken van de karakters van het stadsbos wordt als ambitie beschreven. Op de achtergrond van het plangebied ligt de rand van de woonwijk Zorgvlied. In de huidige situatie zijn drie kantoorgebouwen aanwezig. De gebouwen bestaan uit 5 bouwlagen en zijn gedateerd. Renovatie of sloop is noodzakelijk. Bij de gebouwen zijn geasfalteerde parkeerplaatsen aanwezig. De randen van het plangebied zijn geheel voorzien van bomen. In de huidige situatie ontbreekt het op de locatie van enige samenhang met de omgeving. Toekomstige situatie
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
3
Initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing en parkeerplaatsen te saneren en een nieuw appartementencomplex 'De Baron' te ontwikkelen. 'De Baron' voorziet in ca. 252 wooneenheden die worden ontwikkeld voor starters, alleenstaanden, ouder met kind(eren) en senioren, daarbij is een gedeelte (15%) van de woningen voor sociale huur en 15% middenhuur. Het nieuwe gebouw wordt in een U-vorm gebouwd en moet trapsgewijs oplopen vanaf het naastgelegen park richting de Ringbaan-West, tot een hoogte van 33 meter. Hierdoor wordt het gebouw een nieuw baken van de stad op het kruispunt Baroniebaan/Ringbaan-West. De ambitie is om het naastgelegen park over te laten lopen in het plangebied. Het gebied krijgt een openbaar karakter, met wandelpaden en zonder hekken. Deze ontwikkeling leidt tot een uniek en hoogwaardig complex op een markante plaats in Tilburg.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
4
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. Met uitzondering van de radarverstoringsgebieden waar de planlocatie in is gelegen (die uitsluitend een maximale bouwhoogte voorschrijven van 90 en 113 meter) is de voorliggende planlocatie in geen van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1.
Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
5
Voorliggend plan voorziet in de bouw van circa 252 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Derhalve voorziet het plan in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en moet de behoefte van het plan worden aangetoond. Gemeentelijke bouwopgave in regionale context De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart van Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie(september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De netto bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1400 woningen per jaar aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren. In de stedelijke ontwikkelstrategie waar momenteel aan gewerkt wordt zal de concrete opgave nader geduid worden. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden.
Gelet op de toegenomen groeibehoefte verkennen we in de genoemde stedelijke ontwikkelstrategie of de behoefte aan ontwikkelingen buiten stedelijk gebied nodig is. Conclusie Het plan voor de bouw van 252 woningen in het plangebied aan de Van Limburg Stirumlaan past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6 Bro). Meer informatie over de kwalitatieve woningbouwopgave staat in paragraaf 3.4 Volkshuisvesting.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: "Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in een verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening wordt waarschijnlijk rond de zomer van 2019 vastgesteld. Deze interim omgevingsverordening zal relatief beleidsarm zijn. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de nieuwe omgevingsvisie worden zoveel mogelijk meegenomen. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
6
<0000>
De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden.
Met dit plan wordt een verouderde kantoorlocatie wordt herontwikkeld tot een woningbouwlocatie met nieuwe grondgebonden woningen en gestapelde appartementen. De locatie is al bebouwd waardoor een beperkte claim op de schaarse ruimte wordt gedaan. <0000>
De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.
Het plangebied wordt ingesloten door de groenstructuur behorend tot de Baroniebaan en De Blaak. Verder heeft het een gunstige ligging ten opzichte van de voorzieningen behorend tot het centrum van Tilburg en wordt de locatie uitstekend ontsloten. In de omgeving van de planlocatie is sprake van een grote diversiteit aan functies zoals wonen, voorzieningen, infrastructuur, bedrijvigheid en groen. <0000>
De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.
Zoals onder het vorige punt reeds besproken is in de omgeving van de planlocatie sprake van een diversiteit aan functies waardoor een groot aantal werkplekken en voorzieningen met de fiets bereikbaar is. Daarnaast wordt met dit planvoornemen ingezet op het gebruik van deelmobiliteit door de toekomstige bewoners. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht.
In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bijvoorbeeld bestemmingsplannen en besluiten). Blijkens de kaarten behorend bij de interim omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het stedelijk concentratiegebied. Stedelijke ontwikkelingen zijn binnen de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) zoveel mogelijk in het stedelijk gebied gewenst. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de beoogde woningbouwontwikkeling in lijn is met het provinciale beleid uit de interim omgevingsverordening. Daarnaast ligt het plangebied binnen het grondwaterbeschermingsgebied zoals bedoeld in de IOV. Uit de instructieregels die de provincie heeft opgenomen in de IOV volgt dat gemeenten binnen grondwaterbeschermingsgebieden regels stellen die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen. Daarnaast staan er regels in de IOV die zich rechtstreeks tot een
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
7
initiatiefnemer richten. De instructieregels zijn in het bestemmingsplan vertaald door middel van de gebiedsaanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' in artikel 7.2 van de regels. Grondwaterbeschermingsgebieden liggen rondom waterwingebieden. In zo een gebied kunnen meerdere bestemmingen liggen, zoals verkeer, wonen en bedrijven. Vervuiling van het grondwater is echter niet toegestaan. Binnen een grondwaterbeschermingsgebied is er een 25-jaarszone en soms een 100-jaarszone. De 25-jaarszone is een gebied waar een beschermende kleilaag ontbreekt. In zeer kwetsbare gebieden ligt hier nog een 100-jaarszone omheen. Deze 'schillen' zijn aangebracht om voldoende tijd te hebben om maatregelen te nemen of om de zuivering van het drinkwater aan te passen, als er onverhoopt een verontreiniging optreedt. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden mag, voor bijvoorbeeld funderingen of kelders, op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zonder (start)melding niet dieper worden gegraven dan 3 meter onder het maaiveld, om de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld zijn de risico's voor het grondwater beperkt. Deze regel is overgenomen in het bestemmingsplan, in de vorm van een grens aan de maximale verticale diepte van een bouwwerk.
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen waarmee wordt toegestaan om een bouwwerk te bouwen dat dieper ligt dan 3 meter beneden maaiveld. Er moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden om te zorgen dat de risico fs voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. Voor bouwwerken dieper dan 3 meter onder het maaiveld is onderzoek naar de effecten op het grondwater noodzakelijk. Burgemeester en wethouders moeten, voordat zij de omgevingsvergunning verlenen, overleggen met Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten zijn het eerste aanspreekpunt, gelet op hun taak op het gebied van het grondwaterbeheer voor de openbare drinkwatervoorziening. Gedeputeerde Staten zullen het drinkwaterbedrijf zo nodig vragen om te adviseren over de risico's van de werkzaamheden.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad 'de Omgevingsvisie Tilburg 2040' vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen; <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur; <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt 'de Omgevingsvisie Tilburg 2040' een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie; <0000> de Regiostrategie; <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
8
<0000>
<0000>
Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail en digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad. Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreeren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veiligVitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.
<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie 'De Omgevingsvisie Tilburg 2040' is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreeren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. 'De Omgevingsvisie Tilburg 2040' geeft ook richting aan de inzet van de gemeente. In
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
9
welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan geeft de omgevingsvisie aan: <0000> Om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen, zal de woningvoorraad alleen al de komende tien jaar moeten groeien met meer dan 100.000 woningen. Dat is ruim 10.000 woningen per jaar. <0000> We zien steeds meer behoefte aan menging van functies. De traditionele monofunctionele ruimtelijke ordening is niet overal meer passend; we willen dynamische, gemengde buurten en wijken, waar meerdere functies zorgen voor extra waarde voor de wijk. Het nieuwe werken vraagt verder om een andere manier van kijken naar de woning en woonomgeving. Werken is immers al voor veel mensen een integraal onderdeel van de woonfunctie; de woning moet hier flexibel op kunnen inspelen en moet passen bij verschillende leefstijlen van bewoners. De vorm van flexibiliteit kan gevonden worden in de (levensloopbestendige) woning zelf, maar ook in de organisatievorm. In verschillende levensfasen zijn de behoeften van mensen verschillend. Uit 'de Omgevingsvisie Tilburg 2040' blijkt dat er een behoefte is naar woningen in het algemeen en dat er sprake is van een trend dat woningen moeten passen bij verschillende leefstijlen van bewoners.
Het planvoornemen biedt de verruiming van het Tilburgse woningaanbod die volgens de omgevingsvisie nodig is. De woningtypen zullen flexibel zijn waardoor de woningen kunnen inspelen op de dynamische vragersmarkt in de toekomst. Hieruit wordt geconcludeerd dat het planvoornemen in lijn is met het Tilburgse omgevingsbeleid wat betreft woningen.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
10
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de aspecten Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. In de Welstandsnota 2017 Tilburg wordt beschreven dat de Omgevingscommissie de taak heeft om ervoor te zorgen dat, naast de architectonische samenhang met de omgeving, in ieder geval op objectniveau de beeldkwaliteit wordt bewaakt. Welstandstoezicht is, in die gevallen, te zien als 'vangnet' voor een visuele basiskwaliteit. Op 16 maart en 20 juli 2022 heeft vooroverleg plaatsgevonden met de Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg. Als gevolg van de bijeenkomst op 16 maart zijn de op,- en aanmerkingen doorgevoerd in het schetsontwerp en akkoord bevonden op 20 juli.
3.2.2 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische en in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de orientatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. 3.2.3 Stedenbouwkundige onderbouwing Gebouw in groene hoofdstructuur op stedelijke schaal De Baron ligt in een van de groene inprikkers in de stad. Met deze groene inprikkers wordt de stad verbonden met het rijke achtergebied.
De inprikker begeleidt de Baroniebaan de stad in. Dwars door twee woonwijken gerealiseerd in verschillende perioden. Locatie staat ruimtelijk los van de wijk Ondanks de ligging aan de woonstraat Van Limburg Stirumlaan wordt de Baron een alzijdig gebouw met eigen identiteit. Deze eigen identiteit wordt ontleend aan De Baron aan de stevige groene mal van volwassen bomen in een parkachtig landschap. Dit maakt dat de schaal en hoogte van de Baron afwijkt ten opzichte van de omliggende woningen en bebouwing. De locatie gaat sociaal een onderdeel uitmaken van de wijk. De Baron maakt ondanks de zelfstandige identiteit in het groen wel een directe functionele verbinding met de aangrenzende woonwijk. De wijk is vooral gericht op de huisvesting van gezinnen in grondgebonden woningen.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
11
Zo zijn de direct aangrenzende woningen allen corporatief eigendom. In de praktijk worden veel van deze grondgebonden woningen, welke bedoeld zijn voor gezinnen, bewoond door kleinere huishoudens. Het programma dat in de Baron gerealiseerd wordt is een verrijking van de diversiteit van de wijk. Het programma richt zich op kleinere huishoudens in een gestapelde woonvorm. Daarnaast voorziet het programma in een mix van grotere sociale huur appartementen en kleinere middeldure huurappartementen. Het is aannemelijk dat er een doorstroom op gang komt van de sociale grondgebonden woningen, veelal bezet door kleine huishoudens, naar de appartementen. Zodat er in de grondgebonden woningen ruimte ontstaat voor gezinnen. Verbinding met het park De aanwezige bomen in het plangebied vormen als het ware de mal van de ontwikkeling waarbinnen het nieuwe gebouw wordt gepositioneerd. Het nieuwe gebouw wordt in een U-vorm gebouwd en loopt trapsgewijs, richting de Ringbaan West steeds hoger op. Het gebouw start laag (ca. 12 meter hoog) vanaf het naastgelegen park en stijgt in hoogte richting de Ringbaan West, waar het gebouw een hoogte van 33 meter. Het trapvormige volume bouwt op en weer af. De gevels krijgen een open, fris en transparant karakter. Het park gaat doorlopen in het plangebied en loopt deels over het nieuwe gebouw heen.
Om het open karakter van het park te borgen wordt geen hekwerk in het plangebied geplaatst.. Het park wordt het gebouw ingetrokken met een openbare route. De terrassen die ontstaan door de getrapte opbouw zijn collectief en worden groen ingericht. Vanuit het park bezien loopt het park door in en over het gebouw. In grotere context vormt het plangebied daarmee in landschappelijke zin de vooraankondiging van het stadsbos en de landgoederen zone. Verkeer en parkeren Het parkeren wordt op maaiveld opgelost onder het gebouw en op de begane grond aan de zijde van de Baroniebaan. Woningen Aan de zijde van de van Limburg Stirumlaan land het wonen op maaiveld. Hier zijn entrees van de woongebouwen te vinden. Bij deze woningen zijn de buitenruimtes verzorgd ingebed in het landschap. Vanaf het park wordt met een glooiing het maaiveld omhoog gebracht zodat het park doorgang vindt door het gebouw over het parkeren heen. De binnenruimte van het gebouw waardoor de openbare route loopt wordt is een ontsluitingshof. Het wordt een groene hof, waar voordeuren direct vanuit het park ontsloten worden. Hier bevindt zich ook een tweede hoofdentree van het de appartementcomplex. De appartementen krijgen hier verzorgde voordeur momenten en grote kozijnen die het wonen ook op dit maaiveld zichtbaar maken en bijdragen aan de sociale veiligheid.
Aan de van Limburg Stirumlaan wordt het park doorgetrokken voor de appartementen langs. Hierdoor ontstaat een open karakter met veel aandacht voor sociale veiligheid. Aan de zijde van de Baroniebaan zijn groen en gebouw op de begane grond minder benaderbaar. Daar wordt het plangebied voornamelijk met struweel ingericht. De aansluiting naar de overburen aan de Van Limburg Stirumlaan is zorgvuldig door het landschap/park hier door te zetten. Het woongebouw profileert zich duidelijk als woongebouw op de begane grond door het positioneren van woningen en gebouwentree fs tegenover de grondgebonden overburen. Door het stevig aanzetten van het park en laten vervallen van de huidige hekwerken wordt de beleving van het landschap voor de omgeving beter en prettiger.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
12
Figuur 3.1 Impressie toekomstige situatie.
Figuur 3.2 Impressie toekomstige situatie. Projectprofiel 1. Windhinder Door het toevoegen van hogere bebouwing kunnen windstromen veranderen. Deze verandering in windstromen kan hinderlijk zijn voor de openbare ruimte. Om de effecten als gevolg van de ontwikkeling inzichtelijk te krijgen is er een Quickscan Windhinder uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij dit
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
13
bestemmingsplan opgenomen. In deze paragraaf volgen de resultaten van het onderzoek. In deze studie is een variant van het ontwerp onderzocht. In onderstaande tabel worden de criteria voor windhinder weergegeven.
Figuur 3.3 Tabel windhinder De windhinder wordt beoordeeld door de kans op een overschrijding van de 5,0 m/s-grens (NEN 8100). De overschrijding wordt uitgedrukt in procenten van het aantal uren per jaar. Naar verwachting is het windklimaat rondom het nieuwbouwplan overwegend goed, met klasse A tot B in de meeste gebieden. Klasse B betekent goed voor zowel doorlopen als slenteren, klasse A is goed voor alle functies. Ter plaatse van de gebouwhoeken van het hoogste bouwdeel kan tot klasse C optreden, wat nog goed is voor doorlopen maar matig voor slenteren en entrees. In het midden van de zuidoostgevel zal een goed windklimaat heersen. Geadviseerd wordt om windgevoelige functies zoals entrees en terrassen niet bij deze gebouwhoeken te situeren. In deze beoordeling is ervan uitgegaan dat de bestaande bomen langs de Baroniebaan en Ringbaan blijven staan. Hiermee wordt een overwegend goed windklimaat bekomen. Op basis van het onderzochte ontwerp wordt op maaiveld geen overschrijding van het gevaarcriterium verwacht. Dit ontwerp kan op onderdelen nog wijzigen richting de vergunningsfase. Het is echter niet aannemelijk dat dit zal leiden tot een andere conclusie. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt een uitgebreid windhinderonderzoek gevoegd. 2.
Schaduwwerking Om de toekomstige schaduwwerking in beeld te krijgen is een bezonningsstudie uitgevoerd door Faam Architects welke als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. In het uitgevoerde onderzoek zijn de huidige situatie en nieuwe situatie in beeld gebracht. Vervolgens is in overeenstemming met de Handreiking Hoogbouw 2017 van de gemeente Tilburg getoetst of voldaan wordt aan de Haagse bezonningsnorm. Conform de Haagse Norm is de benodigde minimale bezonningsduur gedurende meetmomomenten (19 februari en 21 oktober) minimaal 2 uur. Op basis van de bezonningsstudie wordt geconstateerd dat de bezonningsduur tenminste 3:43 uur bedraagt op de woning van Van Limburg Stirumlaan 67 (maatgevende situatie). Uit de bezonningsstudie blijkt dat de bestaande en de nieuwe situatie voldoen aan de Haagse Norm. 3. Uitzicht De beoogde bebouwing verschilt in omvang, massa en hoogte van de woningen aan de Van Limburg Stirumlaan. Het plangebied is echter solitair gelegen en vormt een eigen korrel in de omgeving met de naastgelegen infrastructuur. De impact van de onderhavige ontwikkeling op het uitzicht vanuit omliggende locaties is dan ook aanwezig maar wel beperkt. In de huidige situatie is tevens hoogbouw aanwezig. 4. Privacy Over het algemeen wordt een afstand van 25 meter aangehouden als een maat waarbinnen gezichtstrekken te herkennen zijn.
Binnen een contour van 25 rondom het plangebied bevinden zich geen woningen. De woningen aan de Van Limburg Stirumlaan liggen op grotere afstand. Er wordt geconcludeerd dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen inbreuk wordt gedaan op de privacy van omwonenden.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
14
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie De planlocatie is gelegen in de wijk Zorgvlied, een wijk met ca. 1.800 huishoudens in het zuidwesten van Tilburg. De wijk wordt ingesloten door de wijken De Reit, Korvel en De Blaak en grenst aan bossen en uitvalswegen. De wijk Zorgvlied is in drie gebieden te verdelen: 'de burgemeestersbuurt', het stuk van Zorgvlied dat ook het Villapark wordt genoemd, 'de staatsliedenbuurt' aan de zuidkant van Zorgvlied met huizen die er een kleine zestig jaar staan en 'de volkerenbuurt', die uit de jaren zestig dateert. De planlocatie is gelegen in 'de staatsliedenbuurt'. 'De staatsliedenbuurt' is bijna 65 jaar geleden gebouwd, als uitbreiding van de wijk Zorgvlied. Het is een gebied met sociale woningbouw. De buurt is vernoemd naar grote staatslieden uit onze vaderlandse geschiedenis. De wijk ligt deels op de westelijke uitloper van het relatief hooggelegen centrale plateau van Tilburg. Het noordoostelijke deel van de wijk bestond vroeger voornamelijk uit een akkergebied dat werd doorsneden door een aantal wegen en paden met als belangrijkste De Berkdijk, waarlangs tevens de gelijknamige nederzetting lag. De Berkdijk lag op de overgang van het akkergebied De Schijf naar het brongebied van De Blaak.
Deze relatief laaggelegen, natte gronden in het zuiden van het gebied werden doorsneden door een groot aantal sloten en waren in gebruik als weide. Evenwijdig aan de Berkdijk lag tevens een kleine waterloop die soms werd aangeduid met de algemeen voorkomende naam De Leije. Vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw is de bebouwing in het gebied langzamerhand steeds meer toegenomen. Als eerste werden de percelen langs de Bredaseweg bebouwd. Tussen 1930 en de jaren vijftig is het plangebied vrijwel geheel bebouwd geraakt met de stedelijke woonwijk Zorgvlied. 3.3.2 Archeologie Naar aanleiding van de herziening van het beheersbestemmingsplan 'Zorgvlied 2008' is in 2006 een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in Zorgvlied geen terreinen van bijzondere archeologische trefkans of waarde zijn gelegen, waarvoor wordt aanbevolen om deze de primaire bestemming archeologie te geven en waarbij voor wijzigingen aan de bestemming een aanlegvergunning vereist is. Op basis van het uitgevoerde cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek is een archeologische verwachtingskaart opgesteld van de wijk Zorgvlied. Deze archeologische verwachtingskaart is onderstaand weergegeven.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
15
Figuur 3.4: Archeologische verwachtingskaart van de wijk Zorgvlied, planlocatie wit omkaderd. Op de archeologische verwachtingskaart is te zien dat de planlocatie geen tot een lage verwachtingswaarde heeft. Echter dateert het vigerende bestemmingsplan uit 2008, een moment waarop er nog weinig inzicht bestond over de archeologie van Tilburg (zonder dit nu specifiek te controleren). Derhalve is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Op basis van het onderzoek kunnen er, landschappelijk gezien, archeologische resten vanaf het paleolithicum verwacht worden. Voor de periode van het paleolithicum - volle middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting voor het plangebied, aangezien de dichtstbijzijnde vondstwaarneming en opgraving op een relatief grote afstand liggen: op ca. 560 m en 850 m. Voor de periode van de late middeleeuwen . Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting voor het plangebied, omdat de omgeving vanaf de 12e eeuw waarschijnlijk gebruikt is als akkergronden. Dit betreft voornamelijk complextypen als wegen, verkavelingsgreppels en agrarisch gebied. Het is onduidelijk tot op welke diepe de bodem in het plangebied verstoord is door moderne activiteiten zoals de bouw van de kantoren, parkeerplaatsen en aanleg van ondergrondse infrastructuren zoals kabels leidingen en riolering.
Op basis van gespecificeerde archeologische verwachting en de inschatting van de voorgenomen bodemingrepen op de te verwachte archeologische waarden is daarom tevens een vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van verkennend booronderzoek. Ook dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het potentiele archeologische niveau kon tijdens het booronderzoek worden bepaald. Dit bevindt zich op ca 1m -Mv. Echter, voor een groot deel van het terrein is dit niveau verstoord door de aanwezige kabels en leidingen alsmede de huidige bebouwing. In de ongerepte delen bevindt zich echter ook in meerdere delen een verstoord niveau. Dit is onvoldoende om verder vervolgonderzoek te rechtvaardigen. Derhalve wordt het plangebied vrij gegeven van archeologische verwachtingswaarde.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
16
3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen De beschermde monumenten en gebieden (Rijks- en gemeentelijke monumenten en beschermde stadsgezichten) vallen onder separate besluitvormingsprocedures, met name de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening gemeente Tilburg. In geval van wijziging van bestemmingen van percelen waarop deze wet- en regelgeving van toepassing is, zal de cultuurhistorische waarde een afwegingsfactor zijn. In het plangebied bevinden zich geen beschermde monumenten of -gebieden. De cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren, zoals opgenomen in het MIP en die uit de naoorlogse periode (wederopbouw) hebben geen officieel beschermde status. Desondanks dient in eventuele plantontwikkeling rekening gehouden te worden met deze elementen, waarbij gestreefd dient te worden naar behoud. Hergebruik verdient de voorkeur boven sloop en vervangende nieuwbouw. In het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle objecten. 3.3.4 Conclusie Tegen de ontwikkeling bestaat vanuit het oogpunt van cultuurhistorie en archeologie geen bezwaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied vanuit archeologisch oogpunt kan worden vrijgegeven aangezien de bodem is verstoord en er in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig zijn.
3.4 Volkshuisvesting Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. In de Update Stedelijke Ontwikkelstrategie (september 2021) zijn accenten gelegd ten aanzien van de kwalitatieve opgaven die we zien in de gemeente. Daarnaast heeft de regio Hart van Brabant het Perspectief op wonen en woningbouw 2022 vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de planvoorraad kwantitatief beter moet aansluiten bij de bijgestelde provinciale prognoses. Kwalitatief gaat de aandacht uit naar het sociale domein en in het bijzonder naar betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Centraal in de Woonvisie staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus. De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners.
Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen.De Stedelijke Ontwikkelingsstrategie update 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. In de Update zijn zoekgebieden aangewezen die kansrijk zijn om te verdichten. Er worden richtinggevende verdichtingsprincipes geformuleerd, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die de gemeente ziet. De behoefte aan ruimte voor wonen, werken en voorzieningen worden grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied een plek gegeven, binnen de kaders van de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit, geluid, geur en omgevingsveiligheid. Bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties wordt ingezet op een goede ruimtelijke indeling van de regio en het voorkomen van onnodige mobiliteitsstromen van personen- en goederenvervoer. In paragraaf 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking is omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit. De beoogde woningen worden gerealiseerd in de vorm van studio's, 2 kamer en 3 kamer appartementen. De doelgroepen voor deze woningen zijn met name starters, alleenstaande en ouder met kind(eren), 1 -2 persoons huishoudens en senioren.
Oftewel de groepen die doorgaans op zoek zijn naar woningen in het betaalbare woningsegment. Vanuit het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen voorziet in een deel van de woningbehoefte die in de 'Regionale Agenda Wonen Midden-Brabant 2017' wordt omschreven.
3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
17
onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er te veel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening In maart 2021 is de Bomenverordening 2021 vastgesteld welke per september 2021 in werking is getreden. Deze verordening heeft geen betekenis voor projecten die ruim voor de vaststelling van de nieuwe verordening in voorbereiding waren, waaronder onderhavig project. Voor de beoordeling van de effecten op de bomen in dit plan kan aangesloten worden bij de Bomenverordening Tilburg 2017. Deze verordening biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.
Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart. Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. In het plangebied bevinden zich geen bomen die worden genoemd op de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB).
Blijkens de BWZ-kaart hebben de bomen aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied, nabij de Baroniebaan, een ecowaarde. Met een bomeninventarisatie zijn binnen het plangebied alle bomen in kaart gebracht en visueel onderzocht. Bij het visuele onderzoek zijn de verschillende delen (kroon, stam en wortelvoet) van de bomen vanaf de grond beoordeeld op conditie en boomstructuur om een indruk te krijgen van de boomkwaliteit en -veiligheid. De conditie van de bomen met ecowaarde is beoordeeld als 'goed'. De bomeninventarisatie is onderdeel van de quickscan natuurbescherming en als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast zijn met de gemeente Tilburg en diverse vakspecialisten meerdere rondgangen langs de bomen gemaakt. Tijdens de rondgang op 29 september 2021 is geconstateerd dat ca. 3 bomen aan de zijde van de Baroniebaan gekapt dienen te worden om ruimte te maken voor realisatie van het beoogde gebouw. Door de kap van deze bomen ontstaat echter ook ruimte om een kwalitatieve verbetering door te voeren in de groenvoorziening welke ook bijdraagt aan het stimuleren van diversiteit en ecologische ontwikkeling. Voor de kap van de bomen wordt een vergunning aangevraagd in combinatie met het indienen van het compensatieplan.
Daarnaast wordt onderzocht of grootschalig onderhoud aan de bestaande bomen kan resulteren in een langere restlevensduur van de bestaande waardevolle bomen doordat meer groeiruimte wordt gerealiseerd.
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
18
Welke bomen gekapt moeten of kunnen worden zal nader worden onderbouwd en worden voorgelegd aan de gemeente Tilburg. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af.
Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieen, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieen. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1.
De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied en het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiele zin. Er wordt aangegeven welke kaders
Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)
19
gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). De Baroniebaan is aangemerkt als ecologische structuur. Met dit blijft een zone van ca. 21 meter als groene ruimte tussen de nieuwe bebouwing en de Baroniebaan. Het plan heeft daarom geen negatief effect op de Baroniebaan als ecologische structuur.
3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieen toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.