CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Toelichting

Raadsvergadering 14 november 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadvoorstel Bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)38.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020044-b001

12 april 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

4

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur

4 4 4 5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

7

2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3 Volkshuisvesting 3.4 Groen en biodiversiteit 3.5 Kantoren 3.6 Verkeer en parkeren

7 9 10

12 12 14 15 16 19 19

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

22

4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Milieuhinder bedrijven 4.3 Externe veiligheid 4.4 Vuurwerk 4.5 Geluid 4.6 Trillingen 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie

22 22 22 23 24 25 25 25 25 26

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

29

5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets

29 29 30 31

Hoofdstuk 6 Opzet planregels

33

6.1 Standaard plansystematiek 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 6.3 Bouw- en gebruiksregels

33 33 34

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

35

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg

36

8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen

36 36 36

Toelichting

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van tien grondgebonden woningen, twee appartementen en twee kantoorruimten voor maatschappelijke doeleinden aan de Sint Annastraat 20 in Tilburg. Hierbij wordt het voormalige schoolgebouw behouden. Het betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie P, nummer 7764, 8496, 8494, 8495, 8497 en 8493 (ged.). Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

Figuur 1 - Ligging plangebied in gemeente Tilburg (rode stip)

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie P, nummer 7764, 8496, 8494, 8495, 8497 en 8493 (ged.), plaatselijk bekend Sint Annastraat 20 en gelegen ten oosten van de Sint Annastraat, ten zuiden van de Bredaseweg/Schouwburgring, ten westen van de Lange Schijfstraat en ten noorden van Capucijnenstraat.

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016, vastgesteld op 17 oktober 2016. In dat bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming Maatschappelijk en Verkeer-Verblijf. De beoogde ontwikkeling past zowel qua functie als bouwregels niet binnen het geldende bestemmingsplan, maar is wel wenselijk en passend binnen het gemeentelijk beleid, zoals in deze toelichting zal worden gemotiveerd. Om die reden is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

2

Figuur 2 - Ligging plangebied

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Stedenbouwkundige structuur van de wijk Korvel-Sint Anna De hoofdstructuur van de wijk wordt gevormd door verschillende historische lijnen waarvan de lijn de Korvelseweg - Korvelplein - Oude Goirlesweg de belangrijkste is. De hoofdstructuur is onderdeel van een grotere structuur namelijk de structuur van historische linten die een belangrijke ruggengraat vormt van de oude stad van Tilburg. De linten hebben een divers en organisch karakter, zowel in functies als in bouwstijl (bouwjaar, maat, schaal en dichtheid). Tussen de historische lijnen en de daaraan organisch gegroeide bebouwing liggen de meer planmatig opgezette woongebieden. Dat waren vroeger de weidegronden achter de boerderijen en later achter de fabrieken. Nu zijn het de diverse woonbuurtjes uit verschillende tijdsperioden met een verschillende stedenbouwkundige opzet en met verschillende bouwstijlen. Hierbij moet worden opgemerkt dat een aantal gebieden, waaronder veel oude fabrieksterreinen, ook al weer getransformeerd is. De linten Een lint is een verbindingsweg met gebouwen die naast elkaar of aaneengrenzend zijn gebouwd en die zich uitstrekken aan weerszijden van een straat. Ze zijn organisch gegroeid en veranderen nog steeds. Een lint is erg waardevol voor een stad. Vaak zijn het belangrijke verkeersaders.

Ze herbergen een groot deel van de winkelvoorzieningen en een aanzienlijk deel van de bedrijvigheid van Tilburg. Ze 'vertellen' de ontstaansgeschiedenis van de stad. Kenmerkend is de diversiteit van de bebouwing en de functies van die bebouwing. Linten zijn geen op zichzelf staande elementen. De linten zijn met elkaar verbonden, fungeren als geheel en vormen zo een belangrijke stedelijke structuur. De nabijgelegen Capucijnenstraat is een van de veel minder dynamische, rustige linten. De Korvelseweg is een van de bedrijvige linten. Deze zijn veel dynamischer met een gemengd programma aan functies en een grote diversiteit aan bebouwing. De rustige linten hebben meer een woonfunctie. De linten tezamen vormen de hoofdstructuur van de wijk en hebben, in tegenstelling tot de buurten en de randen van de wijk, een wisselend straatbeeld en verkavelingspatroon.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

3

Figuur 3 - Lintenstructuur De woonbuurt Sint Anna Sint Anna is het gebied tussen de Bredaseweg, Lange schijfstraat, Korvelseweg en Diepenstraat. Deze buurt ligt het dichtst bij het centrum en kent een opbouw zonder duidelijke vorm. De buurt bevat enkele bijzondere historische wegen: de Meelstraat en de Capucijnenstraat. Tussen deze historische linten en de verbindingswegen is de wijk gegroeid. In deze buurt staan vooral kleine eengezinswoningen in de koopsector, die grotendeels dateren uit het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw. De woningen bestaan uit een of twee bouwlagen met kap en zijn onderling erg verschillend. De smalle straten bieden weinig ruimte voor groen, parkeren en spelen. Een waardevolle aanvulling daarop is het Frater Mattheushof met bijbehorend openbaar park aan de Capucijnenstraat. Kenmerkend voor Sint Anna zijn de soms relatief diepe achtertuinen en de vele binnenterreinen, waar vroeger bedrijven stonden. Tegenwoordig zijn veel van deze binnenterreinen ingericht als parkeerterrein om het parkeerprobleem deels op te lossen. De wat nieuwere bebouwing bestaat uit kleinschalige herstructureringslocaties (vaak stadsvernieuwingsprojecten uit de jaren ’80), zoals de voormalige locatie van de kerk van Sint Anna en de transformatie van de Kromhout kazerne. Een toekomstige ontwikkeling is naar verwachting het oude terrein van de brandweerkazerne.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken, om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden.

Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

5

Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren.

Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1.

Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose In de periode 2020-2030 moet de woningvoorraad Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen toenemen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke bevolkingsgroei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie.

De bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1.400 woningen per jaar aangezien ook onttrekkingen gecompenseerd moeten worden. Het plan tot de bouw van tien grondgebonden woningen en twee appartementen ter plaatse van de Sint Annastraat 20 in oud-zuidwest past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave meer in paragraaf 3.3.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

6

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in de Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, is er eerst een Interim Omgevingsverordening (IOV) gemaakt. In de IOV zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening ondergebracht. De Interim Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze IOV is relatief beleidsarm. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.

2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Het plangebied is gelegen in Stedelijk gebied als bedoeld in de Interim Omgevingsverordening.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

7

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert en welke prioriteiten daarbij gelden. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen.

In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: de Brabantstrategie, de Regiostrategie en de Stadsstrategie. Deze worden hierna besproken. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen.

Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: een duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten (Binnenstad van de 21e eeuw, Tilburg University Campus, Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven en Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant) en drie stadsregionale parken (Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven, Stadsregionaal park Stadsbos013 en Stadsregionaal park Noord). De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is.

Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten (Bedrijvenpark Zuid, Zorgcluster Leijpark en Duurzaam energielandschap Noord) en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

8

De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

9

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen milieu en water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.1.1 Stedenbouwkundige onderbouwing Het ontwerp betreft de herbestemming van een voormalig schoolgebouw (nu in gebruik door de Verdieping) tot vier woningen, twee kantoorruimten voor maatschappelijke doeleinden en bergingen en de nieuwbouw van acht woningen. Samen zijn deze zodanig gepositioneerd dat zij een viertal gemeenschappelijke open ruimten met een verschillend karakter definiëren. Het voormalige schoolgebouw wordt binnen de bestaande constructieve traveestructuur verbouwd tot twee grondgebonden woningen, twee appartementen, kantoorruimten voor maatschappelijke doeleinden en bergingen. De kantoorruimten bevinden zich aan de zijde van de Sint Annastraat en hebben daar hun eigen opgang. De appartementen bevinden zich aan het eind van het gebouw boven de bergingen en in het midden van het gebouw boven de nieuwe onderdoorgang die de binnenplaats ten noorden verbindt met de boomtuin ten zuiden van het gebouw. Tussen de kantoorruimten en de appartementen bevinden zich twee grondgebonden woningen. Om zoveel mogelijk leven te genereren zijn de eet- en woonruimten van de appartementen en de grondgebonden woningen georiënteerd op de collectieve binnenplaats refererend aan de levendigheid van het voormalige schoolplein. Hiertoe is tevens de begane grondvloer verlaagd tot op het niveau van de binnenplaats.

Aan de andere zijde zorgen loggia’s op de verdieping, op gepaste afstand, voor een relatie met de boomtuin. Tegenover het verbouwde schoolgebouw komen vijf grondgebonden rijwoningen, georiënteerd op de binnenplaats. Tussen deze beide ‘neutrale’ bouwvolumes bevindt zich, op het einde van de binnenplaats, de vrijstaande woning. Zadeldak en schoorsteen verwijzen naar het typologische huis, veelvoorkomend in de omliggende wijk. Aan de straat en aan de zuidzijde van het voormalige schoolgebouw bevindt zich de dubbele woning. Door vergroening van de bestaande verharding en door herplant van de bomen ten zuiden van het voormalige schoolgebouw levert dit plan een positieve bijdrage aan de leefbaarheid en het verminderen van hittestress.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

10

Figuur 4 - situatietekening bouwplan

Figuur 5 - impressietekeningen

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

11

3.1.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan redelijke eisen van welstand, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.

3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.2.1 Historische geografie Globale geografische situatie Het plangebied ligt in het zuiden van de Tilburgse binnenstad. Dit gebied ligt aan de zuidwestkant van het Tilburgs plateau, aan de zuidkant van wat tot omstreeks 1875 een open akkergebied, de Schijf was. Historische objecten (lijnen en vlakken) Het plangebied ligt tussen de Sint Annastraat en de Lange Schijfstraat. De nabijgelegen Paterstraat, de Akkerstraat en de Capucijnenstraat zijn paden met een laatmiddeleeuwse oorsprong die het akkergebied doorkruisten. De Paterstraat werd voor de komst van de paters kapucijnen meestal aangeduid als de Molenstraet en later Molenweg. Iets ten zuidwesten van dit gebied, vermoedelijk op de kop van de Paterstraat en het driehoekige plein de Korvelse Molen, bevond zich eertijds de Korvelse molen; een in oorsprong veertiende-eeuwse maar vele malen vernieuwde graanmolen. De molen is omstreeks 1910 gesloopt. Historisch en huidig landgebruik In het midden van de achttiende eeuw is het grondgebruik van het plangebied nog hoofdzakelijk agrarisch van aard. Vanaf 1875 komt daarin relatief snel verandering en is er steeds meer sprake van aaneengesloten lintbebouwing aan de straten. Achterterreinen houden een tuinfunctie of worden in de loop van de twintigste eeuw opgevuld met bedrijfsbebouwing.

Het plangebied is het achterterrein van het omstreeks 1899 gebouwde parochiecomplex van Sint Anna aan de Capucijnenstraat. De kerk werd in 1973 gesloopt maar de naastgelegen pastorie bleef bewaard. Op het achterterrein kwamen in de loop van de twintigste eeuw verschillende aan de parochie verbonden gebouwen tot stand zoals de nu te hergebruiken school en een deels te handhaven patronaatsgebouw. 3.2.2 Archeologie Net als andere stadsdelen van Tilburg voldoet het plangebied aan een aantal historisch-landschappelijke criteria dat kansen biedt aan vroege bewoning of deze althans doet vermoeden. Het gaat hierbij om elementen zoals de nabijheid van water, de afwisseling van reliëf (met name het voorkomen van hoger gelegen locaties), de bodemgesteldheid en de voormalige aanwezigheid van oude structuren die een aanduiding kunnen zijn van oude bewoningspatronen. Binnen het bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016 wordt aan het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde toegekend. Deze verwachting is echter vanwege de grootte van dat plangebied globaal, en houdt geen rekening met de door bebouwing en sloop aangetaste historische situatie van de bebouwing aan de oostzijde van de Sint Annastraat. De bodem wordt hier grotendeels als verstoord beschouwd.

In combinatie met het gegeven dat de nieuwe ontwikkelingen zich grotendeels binnen bestaande bebouwing zullen afspelen, kan dus gesteld worden dat er vermoedelijk geen archeologische waarden meer in het plangebied aanwezig zijn. Archeologisch vervolgonderzoek is op deze locatie dan ook niet nodig.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

12

Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden sporen of resten worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologie. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij de archeologen van gemeente Tilburg (het bevoegde gezag). 3.2.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988/Erfgoedwet of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. Op 225 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een van rijkswege beschermd complex van uit het laatste kwart van de negentiende eeuw daterende religieuze bebouwing aan de Capucijnenstraat. Verder bevinden zich langs de direct ten noorden en oosten van het plangebied gelegen Bredaseweg en de Lange Schijfstraat diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen uit de periode 1850-1940. Deze gebouwen zijn opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Historische structuren. Enkele wegen in de nabijheid van het plangebied hebben op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant een redelijk hoge cultuurhistorische waarde gekregen.

Deze wegen volgen nog grotendeels hun oorspronkelijke tracé. Het gaat om de Bredaseweg en de Capucijnenstraat. Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.2.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkelingen. Het (gedeeltelijke) hergebruik van school- en patronaatsgebouw zorgt ervoor dat de historie van de plek in het nieuwe plan ervaarbaar blijft. Voor wat betreft de archeologie is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. De ontwikkelingen vinden grotendeels plaats binnen de contouren van bestaande gebouwen en de bodem in het plangebied moet grotendeels als verstoord worden beschouwd. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden sporen of resten worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologie. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij de archeologen van gemeente Tilburg (het bevoegde gezag).

3.3 Volkshuisvesting Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de Woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Centraal staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus. De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners. Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen. Het gemengde programma voor de Sint Annastraat 20 qua woningtypes en groottes geeft invulling aan de vragen ten aanzien van kwaliteit en differentiatie en richt zich op een brede doelgroep met een oranje-gele leefstijl. Op stedelijk niveau is er behoefte aan toevoeging van meer woningen en deze woningen, grotendeels grondgebonden, voorzien in de behoefte aan stedelijk wonen in de nabijheid van de binnenstad.

Gelet op het feit dat het bestemmingsplan niet is gericht op huisvesting voor bijzondere doelgroepen, is het niet gewenst dat er appartementen tot 50 m2 GBO worden gerealiseerd binnen het plangebied. Dit standpunt komt voort uit een onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar de vorming van kleine appartementen en het collegebesluit over de Update stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen 2018, geactualiseerd in 2021 (Bijlage 1 Update stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen 2021). Deze beleidsregels zijn vertaald in het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, appartementen 2019', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 augustus 2019, en worden tevens in het voorliggende bestemmingsplan doorvertaald.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

13

In paragraaf 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking is omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.

3.4 Groen en biodiversiteit 3.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaardezoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.

Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant.

Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

14

Bij de planvorming is in zoverre rekening gehouden met bestaande bomen dat vijf beschermwaardige bomen aan de straatzijde zullen worden behouden. Gelet op de ligging van het bouwplan net binnen de straal van 15 meter rondom de beschermwaardige bomen die op de boomwaardekaart zijn opgenomen, is er een boomeffectanalyse uitgevoerd (Bijlage 2 Boomeffectanalyse). Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de geplande werkzaamheden met inachtneming van de randvoorwaarden in de boomeffectanalyse geen invloed hebben op de beschermwaardige bomen. De acht bomen zoals aangeduid op figuur 6 kunnen echter niet worden behouden, omdat op deze plek twee woningen voorzien zijn. Deze bomen zijn met ingang van 1 september 2021 aangewezen als bomen met een klimaatwaarde. Dat betekent dat dit ook beschermwaardige bomen zijn geworden. Ten tijde van het stuurgroepbesluit over het initiatief (26 oktober 2020), de aanvraag om herziening van het bestemmingsplan (16 december 2020) en de aanvraag omgevingsvergunning (18 december 2020) waren deze bomen nog niet beschermwaardig. De voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan en de bijbehorende omgevingsvergunning was al ruimschoots in gang gezet. Voor deze bomen geldt vanuit het voorgaande bomenbeleid, de Bomenverordening Tilburg 2017, een herplantplicht.

Figuur 6 - bomengroep herplantplicht In het plan zijn o.a. een collectieve binnenplaats en een boomtuin voorzien. Deze zijn weergegeven op onderstaande situatietekening van de binnenterreinen (figuur 7). Op deze manier zal de kap van de bomen worden gecompenseerd. Daarnaast worden de binnenterreinen omzoomd met een pergola en wordt op eigen terrein voorzien in voldoende waterberging (zie verder Hoofdstuk 5 Wateraspecten). Het plan is daarmee in lijn met de voorwaarden voor klimaatadaptatie. Gelet op het voorgaande wordt gemotiveerd afgeweken van de Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021, vastgesteld op 8 april 2021, in werking getreden op 1 september 2021 en gepubliceerd in het Gemeenteblad op 21 september 2019, specifiek voor wat betreft het kappen van de bomen met een klimaatwaarde.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

15

Figuur 7 - inrichting binnenterreinen 3.4.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.4.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen.

De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

16

In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'Agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016).

De 'Agenda groen in de stad' gaat samen met het 'Beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

3.5 Kantoren In het bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016 heeft het gehele plangebied een maatschappelijke bestemming. Deze komt met voorliggende bestemmingsplanherziening grotendeels te vervallen, maar een brutovloeroppervlakte van tenminste 150 m² dient te worden behouden als kantoorruimte voor maatschappelijke doeleinden. Dat is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Aangezien de planologische ruimte voor maatschappelijke doeleinden op deze locatie reeds aanzienlijk afneemt door middel van de voorliggende planherziening, acht de gemeente het van belang dat een beperkte brutovloeroppervlakte van tenminste 150 m² hiervoor wel beschikbaar blijft, zodat de gevestigde maatschappelijke organisaties/stichtingen hier eventueel gevestigd zouden kunnen blijven, of om ruimte te bieden aan andere kleinschalige maatschappelijke functies. Voor het geval dat er in de toekomst toch behoefte ontstaat aan een andere functie ter plaatse, bijvoorbeeld door leegstand, is er in het bestemmingsplan ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee het college van burgemeester en wethouders de aanduiding 'maatschappelijk' onder voorwaarden kan wijzigen in de aanduiding 'kantoor'. Hier gaat wel een nieuwe afweging aan vooraf.

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

17

Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.6.4 Onderbouwing plan Omliggende wegenstructuur Het plangebied wordt ontsloten op de Sint Annastraat. Dit is een erftoegangsweg met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/h.

In de Sint Annastraat is eenrichtingsverkeer ingesteld wat loopt vanaf de Capucijnenstraat in de richting van de Bredaseweg, met uitzondering voor (brom)fietsers. De Bredaseweg is ene gebiedsontsluitingsweg Fietsroutes en -stalling Zowel de Bredaseweg als de Capucijnenstraat zijn aangewezen als secundaire fietsroute in het fietsnetwerk van de gemeente Tilburg. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

18

gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. Openbaar vervoer Op loopafstand liggen enkele bushaltes. De Bredaseweg is namelijk onderdeel van een busroute. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. Verkeersgeneratie Op basis van kencijfers van het CROW (CROW publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is in beeld gebracht wat de verkeersgeneratie is van dit plan ten opzichte van de bestaande situatie. Daarbij is uitgegaan van de locatie in de ‘schil centrum’ en Tilburg als ‘sterk stedelijk’. Functie Aantal Eenheid per Kantoor 820 100 m2 bvo Totaal Tabel 1 - Bestaande verkeersgeneratie

Kencijfer 4,4

Functie Woning 90 m2 (rij/hoek) Woning vrijstaand Tweekappers Woningen bestaand bouwvolume (tweekappers) Aappartementen (koop, middelduur) Kantoor Totaal Tabel 2 - Toekomstige verkeersgeneratie

Generatie 36,1 36

Aantal 5 1 2 2 2 130

Eenheid per Woning Woning Woning Woning Woning 100 m2 bvo

Kencijfer 6,4 7,3 6,9 6,9 4,7 4,4

Generatie 32 7 13,8 13,8 9,4 5,7 82

De functiewijziging zorgt voor een verkeersgeneratie van 82 ritten per gemiddelde weekdag. Dat is een toename van 46 ritten op een gemiddelde werkdag ten opzichte van de bestaande functie. De bestaande infrastructuur kan deze toename verwerken zonder dat er problemen ontstaan. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Tilburg 2017. Het plangebied is gelegen in zone A. Uitgaande van twee woningen kleiner dan 70 m2, tien woningen van 70 - 130 m2 en 130 m2 maatschappelijke dienstverlening (zonder baliefunctie), genereert het plan een parkeerbehoefte van 1,2 + 7 + 1,1 = afgerond 9 parkeerplaatsen. Het in de parkeernormen opgenomen bezoekersaandeel wordt niet meegerekend, omdat bezoekers in de nabijgelegen parkeergarage Schouwburg aan het Louis Bouwmeesterplein kunnen parkeren. Op de 'ongewogen' parkeerbehoefte van 9 parkeerplaatsen wordt dubbelgebruik toegepast. Het maatgevende moment is in dit geval de nacht. Alle bewoners zijn dan thuis, maar de maatschappelijke functie is dan niet in gebruik. Op dat moment is de parkeervraag afgerond 8 parkeerplaatsen.

In de bestaande situatie liggen er 15 parkeerplaatsen, waarvan 2 langsparkeerplaatsen aan de Sint Annastraat en 13 op het parkeerterrein aan de zuidkant van het plangebied. In de beoogde situatie wordt (deels in het openbaar gebied) ruimte gemaakt voor 23 parkeerplaatsen. Daarmee zal worden voorzien in de parkeerbehoefte. Noodhulpdiensten Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

Oude Stad Zuidwest 2016, 6e herziening (Sint Annastraat 20)

19

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.1 Milieueffectrapportage Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet opgenomen in de bijlagen bij het Besluit mer, en zijn derhalve niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Specifiek wordt ingegaan op de vraag of de ontwikkeling kwalificeert als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de ontwikkeling een rol spelen.

Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de transformatie tot woningen en kantoorruimte voor maatschappelijke doeleinden, maar het extra ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn ‘Kampina en Oisterwijkse vennen’ en ‘Regte Heide en Riels laag’, beide op ca. 4,5 kilometer afstand van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12002040/1