09 bijlage Toelichting bp streepstraat D2451 deel 3
Tekst van het document
Bijlage 4 Besluit en notitie vormvrije m.e.r. Besluit en notitie vormvrije m.e.r.
GEMEENTE TILBURG Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg heeft besloten dat voor het initiatief Streepstraat D2451, op verzoek van Buron Projectontwikkeling B.V. gelegen aan de Streepstraat in Berkel-Enschot, geen milieueffectrapportage (m.e.r.) behoeft te worden opgesteld. Overwegingen ten aanzien van het besluit
Initiatiefnemer heeft bij de gemeente Tilburg gemeld een aanvraag om bestemmingsplanherziening voor het initiatief Streepstraat D2451 voor te bereiden; Er is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen; De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten; De voorgenomen activiteit leidt dan ook niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
Besluit
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besluit: 1. 2.
Gezien het bepaalde in artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, dat geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld voor het initiatief Streepstraat D2451; Dit besluit gedurende zes weken, yan 10 april 2023 tot en met 22 mei 2023 ter inzage te leggen.
Geen bezwaar en beroep Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit besluit beschouwd als een voorbereidingsbeslissing waartegen geen direct bezwaar of beroep openstaat, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. In eerdere uitspraken heeft de Raad van State geoordeeld dat bijvoorbeeld omwonenden en belangenorganisaties niet als direct belanghebbende worden gezien. Zij kunnen hun reactie omtrent dit beoordetingsbesiuit te zijner tijd kenbaar maken in het kader van de bestemmingsplanprocedure.
Vragen aan de gemeente? Kijk op www.tilburg.nl
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Streepstraat D2451 Locatie: Streepstraat te Berkel-Enschot Datum: 28 maart 2023
Aanleiding De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van 9 woningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde valt. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient daarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.
Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. De stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden vanuit de bouw- en gebruiksfase is onderzocht. De meest nabijgelegen stikstofgevoelige natuurgebieden zijn ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Met de beoogde ontwikkeling treedt geen stikstofdepositie op van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de activiteiten in zowel de bouw- als gebruiksfase. In bijlage 4 bij dit document is het stikstofdepositieonderzoek te vinden.
1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4.
Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen b. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.
Toetsing 1.
Fysieke kenmerken van het project Het plan heeft betrekking op de realisatie van 7 vrijstaande en 2 aan elkaar verbonden woningen.
2.
Plaats van het project Het project wordt uitgevoerd op een locatie die nu in gebruik is als (onbebouwd) agrarisch perceel, te weten weiland. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de bebouwde kom van Berkel-Enschot. Ten oosten van het perceel bevinden zich 8 vrijstaande woningen die aan de Streepstraat zijn gesitueerd. Ten zuiden en zuidwesten van het perceel bevindt zich agrarisch gebied, dat voor een deel in gebruik is bij een boomkwekerij. Het noordelijk deel van de westelijke zijde van het perceel grenst aan de tuin van een woning. In de ruimere omgeving bevindt zich ten oosten van het plangebied, op circa 300-400 meter afstand de A65.
3.
Kenmerken van de potentiële effecten Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Bodem Moerdijk Bodemsanering B.V. heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) geen afwijkingen waargenomen. Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. • In de bovengrondmengmonsters M01, M02 en M03 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. • In de ondergrondmengmonsters M04 en M05 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. • In de grondwatermonsters GW01 en GW02 zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. De tevoren gestelde hypothese ‘onverdachte’ locatie kan worden geaccepteerd, aangezien geen bodemverontreiniging is aangetroffen. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht. De resultaten van het verrichte onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging. 2
Archeologie en cultuurhistorie Bureau Rubicon Erfgoed, gevestigd in Rheden, heeft een verkennend bureauonderzoek uitgevoerd naar archeologische verwachtingswaarden. Hieruit blijkt dat voor het aantreffen van archeologische resten in het plangebied een hoge verwachting geldt voor de Middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor de andere periodes. Hoewel de aard van de bodemopbouw en de mate van eventuele bodemverstoring niet op basis van bureauonderzoek kan worden vastgesteld, wordt geconcludeerd dat de landschappelijke gesteldheid van het plangebied, in relatie tot de eerder behaalde archeologische onderzoeksresultaten in de directe omgeving (Streepstraat-Noord, Streepstraat-Zuid, Bosscheweg 57), meer dan voldoende aanleiding geeft tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Op basis van het bureauonderzoek wordt dan ook geadviseerd om de archeologische verwachting uit dit bureauonderzoek te toetsen middels een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-P), met een dekkingsgraad van 10% van het gehele plangebied. Om dit onderzoek uit te kunnen voeren dient op voorhand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en goed te worden gekeurd door de bevoegde overheid (gemeente Tilburg). Uitvoering van het proefsleuvenonderzoek (en een mogelijk daaropvolgende opgraving) zal plaatsvinden binnen het traject van de toekomstige omgevingsvergunning.
In het nieuwe bestemmingsplan is daarom een passende archeologische dubbelbestemming met bijbehorende planregels opgenomen. Water Uit de conclusies blijkt dat de impact van deze ontwikkeling op het watersysteem beperkt is. Hemelwater dat niet direct in de bodem kan afvloeien dient te worden opgevangen in een waterberging à 60 liter per vierkante meter verharding. In de planregels is deze hemelwaterberging ook geborgd. Natuur/Ecologie Uit de conclusie van de Quickscan Flora en Fauna, die is uitgevoerd door Blom Ecologie (zie bijlage 3) blijkt dat de beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Ten zuidoosten van het plangebied, op 1,7 kilometer afstand, ligt het Natura2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ten noorden/noordwesten van het plangebied, op 3,9 kilometer afstand, het Natura2000-gebied de ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Daarom is de stikstofdepositie op de Natura2000-gebieden door de voorliggende ontwikkeling in de bouw- en gebruiksfase onderzocht (zie bijlage 4). Geconcludeerd wordt dat met de beoogde ontwikkeling geen stikstofdepositie optreedt hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de activiteiten in zowel de bouw- als gebruiksfase. Geluid Voor de voorliggende ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5.
Hieruit blijkt dat de voorkeurgrenswaarde van 48 dB enkel wordt overschreden t.g.v. de Rijksweg A65. Dit geldt voor alle woningen. Een besluit om hogere grenswaarden voor de woningen vast te stellen wordt tegelijk met het (ontwerp)bestemmingsplan ter visie gelegd. Daarnaast wordt de maximale ontheffingswaarde van 53 dB t.g.v. de Rijksweg A65 overschreden voor de woningen E (oostgevel), G (oost‐ en zuidgevel) en I (oost‐ en zuidgevel) op een rekenhoogte van 5 meter. De maximale geluidsbelasting bedraagt 57 dB op de oostgevel van woning I. De gevels waar de geluidbelasting meer bedraagt dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB worden doof uitgevoerd. Dit wordt in de planregels geborgd. Luchtkwaliteit Uit de conclusies blijkt dat het plan door zijn beperkte omvang wordt gekenmerkt als een “niet in betekenende mate”-project zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Bovendien is geen sprake luchtgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) en blijkt uit de NSL-monitoringstool dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen voor de luchtkwaliteit. Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.
3
Geurhinder Uit de conclusies blijkt dat zich in de directe omgeving van het plangebied geen industriële of agrarische bedrijven bevinden met een significante geuremissie. Binnen het plan worden ook geen activiteiten toegestaan met een significante geuremissie. Daarmee vormt geur geen belemmering voor dit plan. Externe veiligheid Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijnen Tilburg – Boxtel, Tilburg – Vught, Tilburg ‐ Breda en de Rijkswegen A65/N65 en A58. In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: - Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; - Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; - Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; - Bevi‐inrichtingen zijn niet mogelijk; - Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. In het kader van de ruimtelijke procedure dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld. 4.
Mogelijke gevolgen t.g.v. de verwachte residuen en emissies, de productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Niet van toepassing, doordat er alleen sprake is van huishoudelijk afval.
Conclusies en advies Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de realisatie van 9 woningen op perceel D2451 aan de Streepstraat in Berkel-Enschot. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project Streepstraat D2451.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Verkennend bodemonderzoek Streepstraat ong. te Berkel-Enschot, Moerdijk Bodemsanering B.V., 11 augustus 2022; Streepstraat tegenover 1-3, Berkel-Enschot (gemeente Tilburg) Archeologisch bureauonderzoek, Rubicon Erfgoed Rapport 103, 3 mei 2022; Quickscan Wet natuurbescherming Streepstraat ong. te Berkel-Enschot, 2 augustus 2022; Stikstofdepositieonderzoek, Adromi B.V., 25 november 2021; Bouwplan Streepstraat te Berkel‐Enschot, Onderzoek weg‐ en railverkeerslawaai, Adromi B.V., 11 juli 2022.
4
Bijlage 5 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording groepsrisico Inventarisatie risicobronnen en verantwoording groepsrisico
Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico “Buitengebied De Voorste Stroom, 8e herziening (Streepstraat D2451) 1. Inleiding Het plangebied van bestemmingsplan “Buitengebied De Voorste Stroom, 8e herziening (Streepstraat D2451) bevindt zich in Berkel-Enschot (zie figuur 1). De ontwikkeling betreft een planologische wijziging voor het toevoegen van 7 vrijstaande en 2 aaneen gebouwde woningen op een onbebouwd agrarisch perceel aan de Streepstraat, perceel sectie D nummer 2451, gelegen tegen de kom van Berkel-Enschot.
Figuur 1: Planverbeelding
2. Wettelijk kader Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's overwogen moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in de ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Wettelijk kader De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit transportroutes externe veiligheid (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. De gemeente Tilburg heeft naast bovengenoemde wettelijke toetsingskaders ook een gemeentelijk toetsingskader vastgesteld, namelijk een beleidsvisie externe veiligheid getiteld: "Veilig en verantwoord ontwikkelen". Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan vier kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico, het groepsrisico, het plasbrandaandachtsgebied en de verantwoording. Een nadere
toelichting voor deze begrippen zijn beschreven in de laatste paragraaf van dit document, onder het kopje begrippenkader.
3. Inventarisatie risicobronnen Hieronder volgt de inventarisatie van de risicobronnen die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Elke ontwikkeling die ligt binnen het invloedsgebied van een risicobron moet worden verantwoord. Per risicobron wordt beoordeeld of het plangebied binnen het invloedsgebied ligt en deze relevant is voor de verantwoording. Inrichtingen (bedrijven) De bestemmingsplanherziening maakt het planologisch niet mogelijk om risicovolle inrichtingen op te richten binnen het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen waarvan het invloedsgebied reikt tot het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Het invloedsgebied van de transportassen over de weg en het spoor met gevaarlijke stoffen verschilt per transportas. In onderstaande tabel is een overzicht van de wegen en sporen met de stofcategorie die zorgt voor het grootste invloedsgebied. Transportas Rijksweg A65/N65 Spoor Tilburg - Boxtel Lokale transportroute Spoor Tilburg - Vught Spoor Breda - Tilburg Rijksweg A58
Bepalende stof invloedsgebied Stof (code) Naam (typering van de stof) LT2 Toxische vloeistoffen B2 Toxisch gas GF3 Brandbaar gas D4 Zeer toxische vloeistof D4 Zeer toxische vloeistof GT4 Vloeistof verdicht gas
Invloedsgebied 880 m 995 m 355 m > 4.000 m > 4.000 m > 4.000 m
Afstand tot plangebied > 300 m > 325 m > 760 m > 1.000 m > 2.400 m > 2.600 m
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, ligt het invloedsgebied van de spoorlijnen Tilburg – Boxtel, Tilburg – Vught, Tilburg - Breda en de Rijkswegen A65/N65 en A58 over het plangebied. Gezien de afstand tussen het plangebied en deze transportroute gevaarlijke stoffen wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Een nadere beschouwing van het groepsrisico in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is niet nodig (afstand is groter dan 200 meter). Plasbrandaandachtsgebieden (PAG) Vanaf het moment dat het Bevt in werking is getreden moet voor bepaalde (spoor)wegen rekening worden gehouden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Het gaat hier om (spoor)wegen waarover veel transport van brandbare vloeistoffen plaatsvindt zoals benzine. Voor Tilburg is dit het spoor Breda-TilburgBoxtel en de A58. Het spoor vanaf de splitsing richting Vught en de A65 kent geen plasbrandaandachtsgebied. Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied van 30 meter uit de rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter van de buitenste spoorstaaf op het spoor. Binnen plasbrandaandachtsgebieden moeten de effecten van een plasbrand meegenomen worden in de verantwoording. Daarnaast gelden binnen het plasbrandaandachtsgebied aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten.
Het plangebied ligt niet binnen een PAG, vanuit het bouwbesluit gelden dan ook geen aanvullende voorwaarden. Hogedruk aardgasleidingen en K1,K2,K3-vloeistofleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden de veiligheidsaspecten geregeld van hogedruk buisleidingen. Er ligt geen invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding of K1,K2,K3-vloeistofleiding over het plangebied. Conclusies Het plangebied maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen de plaatsgebonden risicocontour van een Beviinrichting, transportas en/of hogedruk aardgasleiding.
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de transportas(sen) spoorlijn Tilburg – Boxtel, Tilburg – Vught, Tilburg - Breda en de Rijkswegen A65/N65 en A58. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de groepsrisicoverantwoording ingevuld.
4. Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.
5. Verantwoording groepsrisico Streepstraat D2451 Via de herziening van het bestemmingsplan wordt de realisatie van 7 vrijstaande en 2 aaneen gebouwde woningen op een onbebouwd agrarisch perceel aan de Streepstraat, perceel sectie D nummer 2451, mogelijk gemaakt. De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico. De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid moet op twee aspecten worden beoordeeld: Is het rampscenario te bestrijden; Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de relevante transportroutes is enkel het toxisch scenario relevant en nader beschouwd Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas).
Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen.
Opkomsttijd brandweer De opkomsttijd van de brandweer bedraagt 5.30 minuten vanuit de brandweerkazerne in Berkel-Enschot. Daarmee wordt voldaan aan de zorgnorm. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheid voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen bestaan uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied zijn geen functies bedoeld voor groepen nietzelfredzame personen opgenomen. Vluchtmogelijkheden Het plangebied wordt via de bestaande wegenstructuur (Streepstraat, noordelijke en zuidelijke richting, Bosscheweg en aanliggende wegen) goed ontsloten, waardoor het gebied goed te ontvluchten is. Ventilatie Bij blootstelling aan een toxisch gas is ‘schuilen’ vaak de beste wijze van zelfredzaamheid. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze om de zelfredzaamheid te vergroten. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters.
Conform het Bouwbesluit 2012 (artikel 3.31 – regelbaarheid) moet de mechanische ventilatie (bij nieuwbouw) uitgeschakeld kunnen worden. Met name als zich een calamiteit met een gifwolk voor doet. Alarmering Van belang is dat bewoners in geval van een incident tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmering Systeem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het plangebied ligt binnen het dekkingsgebied van een WAS-installatie (nr. 612). Daarnaast biedt mobiele alarmering via NL-Alert de mogelijkheid om de aanwezigen in het gebied tijdig te waarschuwen. Risicocommunicatie Door actief te communiceren over risico’s zal de zelfredzaamheid namelijk worden vergroot. De brandweer Midden- en West-Brabant adviseert daarom ook om een communicatieplan op te stellen met deskundigen op dit gebied. In dit plan kan dan worden vastgelegd met wie, op welke wijze en met welke frequentie over de risico’s wordt gecommuniceerd. Op dit moment vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit. Daarnaast vindt op verzoek gebiedsgerichte risicocommunicatie plaats. De aanwezige personen worden niet gezien als verminderd zelfredzaam.
6. Conclusies Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van meerdere transportroutes gevaarlijke stoffen. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van de transportas(sen) spoorlijn Tilburg – Boxtel, Tilburg – Vught, Tilburg - Breda en de Rijkswegen A65/N65 en A58, is de verantwoordingsplicht ingevuld. Voor de verantwoording is het standaardadvies van de Brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: - De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van het groepsrisico van één of meerdere risicobronnen in de omgeving van het plangebied; De bereikbaarheid van het plangebied is goed; Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen.
In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; Het plangebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem), dit biedt de mogelijkheid de aanwezigen in het gebied tijdig te waarschuwen; De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten;
-
-
Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk; De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan.
Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.
Begrippenkader Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan worden weergegeven met zogeheten risicocontouren; lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR kan niet op de kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waarbij de kans (f) wordt afgezet tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij wettelijk anders geregeld), ofwel door de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Plasbrandaandachtsgebieden In de regeling Basisnet zijn rijkswegen en spoordelen aangewezen waar rekening gehouden moet worden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Voor Tilburg is dit het spoor Breda-Tilburg- Eindhoven en de A58. Het spoor vanaf de splitsing richting Den Bosch en de A65 kent geen plasbrandaandachtsgebied. Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied van 30 meter uit de rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter van de buitenste spoorstaaf op het spoor. Binnen plasbrandaandachtsgebieden moeten de effecten van een plasbrand meegenomen worden in de verantwoording. Daarnaast gelden aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. Verantwoordingsplicht In de wetgeving (Bevi, Bevt en Bevb) is een verplichting opgenomen het groepsrisico te verantwoorden. Deze verantwoording houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In de wetgeving zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording moet voldoen. (beperkt) Kwetsbaar object/ Bijzonder kwetsbaar object De (beperkt) kwetsbaarheid van objecten is vastgelegd in wet en regelgeving.
Bijzonder Kwetsbaar is geen definitie uit de regelgeving, bijzonder kwetsbaar is gedefinieerd in de beleidsvisie externe veiligheid "Veilig en verantwoord ontwikkelen". Kwetsbaar object woningen, woonschepen en woonwagens, met een dichtheid van meer dan 2 per hectare; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten zoals: o ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; o scholen, of o gebouwen of een gedeelte daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren; o kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object, of; o complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en; Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.
Beperkt kwetsbaar object Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; Dienst -en bedrijfswoningen van derden; Kantoorgebouwen, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Hotels en restaurants, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Winkels, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Sporthallen sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinde, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Bedrijfsgebouwen, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Objecten die gelijkgesteld kunnen worden met de hierboven genoemde objecten gezien de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval tenzij er sprake is van een kwetsbaar object. Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
Bijzonder kwetsbaar object Er zijn mensen, die zichzelf niet goed in veiligheid kunnen brengen, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke beperking of een zeer jonge leeftijd. Het is niet wenselijk dat deze niet-zelfredzame mensen nabij risicovolle activiteiten wonen of verblijven. We definiëren de objecten waarin dergelijke mensen wonen of verblijven als bijzonder kwetsbare objecten.
Bijlage 6 Geluidsrapport Geluidsrapport
Bouwplan Streepstraat te BerkelEnschot Onderzoek weg- en railverkeerslawaai
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot Onderzoek weg- en railverkeerslawaai
Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Utrechtse Heuvelrug T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481
Projectnummer: R202049 Versie: 02a Status: Definitief Datum:
11-7-2022
Auteur: Gecontroleerd:
F. Erdem E. de Bruijn
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 5
2.
Wettelijk kader ................................................................................................................................ 6 2.1.
3.
4.
2.1.1.
Algemeen ......................................................................................................................... 6
2.1.2.
Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder .......................................................................... 7
2.1.3.
30 km/uur-wegen ............................................................................................................ 7
2.2.
Railverkeerslawaai ................................................................................................................... 8
2.3.
Geluidsgevoelige ruimte .......................................................................................................... 8
2.4.
Gevel van een geluidsgevoelige ruimte ................................................................................... 8
2.5.
Geluidswering van een gevel ................................................................................................... 9
2.6.
Hogere waarden ...................................................................................................................... 9
2.7.
Gemeentelijk geluidsbeleid...................................................................................................... 9
2.8.
Toetsingskader planlocatie .................................................................................................... 10
2.8.1.
Wegverkeerslawaai ........................................................................................................ 10
2.8.2.
Railverkeerslawaai ......................................................................................................... 10
Geluidsberekeningen weg- en railverkeerslawaai ......................................................................... 11 3.1.
Modelgegevens...................................................................................................................... 11
3.2.
Invoergegevens railverkeerslawaai ........................................................................................ 11
3.3.
Invoergegevens wegverkeerslawaai ...................................................................................... 11
Resultaten ...................................................................................................................................... 13 4.1.
Resultaten wegverkeerslawaai .............................................................................................. 13
4.2.
Mogelijkheden geluidsbeperkende maatregelen .................................................................. 14
4.2.1.
Bronmaatregelen ........................................................................................................... 14
4.2.2.
Overdrachtsmaatregelen ............................................................................................... 15
4.2.3.
Ontvangermaatregelen .................................................................................................. 15
4.2.4.
Hogere waardenbeleid gemeente Tilburg ..................................................................... 16
4.2.5.
Toetsing aan de regels van het hogere waardenbeleid gemeente Tilburg .................... 17
4.3. 5.
Wegverkeerslawaai .................................................................................................................. 6
Hogere grenswaarden ........................................................................................................... 17
Hogere waarden – motivatie en overwegingen ............................................................................. 18
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 3 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
Bijlagen 1. Informatie bouwplan 2. Weg- en railverkeersgegevens 3. Invoergegevens rekenmodel 4. Toetspunten 5. Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai 6. Berekeningsresultaten railverkeerslawaai 7. Samenvatting rekenresultaten, berekening Lcum
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 4 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
1.
Inleiding
Door adviesbureau Adromi B.V. is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd voor de realisatie van in totaal negen woningen aan de Streepstraat te Berkel-Enschot (gemeente Tilburg). In de huidige situatie is er sprake van een agrarische bestemming. Initiatiefnemer is voornemens om op locatie in totaal negen vrijstaande woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Onderstaande figuur 1 toont de ligging van de planlocatie.
Figuur 1: Ligging plangebied Streepstraat te Berkel-Enschot (bron: ruimtelijke plannen – bewerkt)
Omdat de planlocatie binnen de geluidzones is gelegen vanwege (in ieder geval) de Rijksweg A65 en de spoorlijn Tilburg – Oisterwijk dient met betrekking tot de te doorlopen bestemmingsplanprocedure onder andere een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai te worden uitgevoerd. Het onderzoek moet inzicht geven in de geluidsbelastingen welke ter plaatse van de negen te realiseren woningen vanwege het weg- en railverkeerslawaai kan worden verwacht. Aangetoond moet worden of binnen de voorkeursgrenswaarden of maximaal te ontheffen waarden van de Wet geluidhinder dan wel Besluit geluidhinder gebleven kan worden. Als de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, maar er wel binnen de maximaal te ontheffen waarden wordt gebleven en als aan de regels van het gemeentelijke geluidsbeleid wordt voldaan, kunnen burgemeester en wethouders om de vaststelling van een hogere waarde worden gevraagd. Als de vaststelling van hogere waarden tot de mogelijkheden behoort, dient met betrekking tot het onderdeel ‘bouwen’ onderzoek te worden verricht naar de geluidswering van de gevelconstructie ter plaatse van de verblijfsgebieden.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 5 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
2.
Wettelijk kader
2.1. Wegverkeerslawaai 2.1.1. Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen zones langs wegen. De breedte van de geluidszone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wgh en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes gerekend vanuit de as van de weg zijn in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedte wegverkeer Aantal rijstroken
Zonebreedte [m] Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer
-
600
3 of meer
350
-
3 of 4
-
400
1 of 2
200
250
Het stedelijk gebied wordt in de Wet geluidhinder gedefinieerd als ‘het gebied binnen de bebouwde kom doch voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg’. Dit laatst genoemde gebied valt onder het buitenstedelijk gebied. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden: - het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); - het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; - het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB. De berekende geluidsbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de voorkeursgrenswaarde overschreden wordt, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als deze maatregelen niet mogelijk zijn, kunnen burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde vaststellen. In artikel 82 en volgende worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones.
In artikel 3.1 en 3.2 van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden van geluidgevoelige gebouwen1) als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder vermeld. In tabel 2.2 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting) opgenomen. 1)
Onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, psychiatrische inrichting, kinderdagverblijf
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 6 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot Tabel 2.2: Grenswaarden langs een bestaande weg Status van de woning en/of geluidsgevoelig gebouw
Voorkeursgrenswaarde [dB]
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied1)
48
63
53
Vervangende nieuwbouw (woningen)
48
68
58
Nieuw te bouwen agrarische woningen
48
58
58
Nieuw te bouwen andere geluidsgevoelige gebouwen
48
63
53
Nieuw te bouwen woningen
Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting
1) Geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van een (auto)snelweg worden tot het buitenstedelijk gebied
gerekend.
2.1.2. Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening en meting van de geluidsbelasting vanwege wegverkeer te worden gecorrigeerd met een aftrek in dB. De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 en bedraagt voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt: -
4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting; 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van een gevel volgens het Bouwbesluit 2012.
Voor de wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt, is deze: - 5 dB voor overige zoneplichtige wegen; - 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van een gevel volgens het Bouwbesluit 2012.
2.1.3. 30 km/uur-wegen Een weg waar de maximale snelheid 30 km/uur bedraagt, is in de zin van de Wet geluidhinder nietzoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Er dient wel sprake te zijn van een 'deugdelijke motivering' bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' is derhalve akoestisch onderzoek gewenst. In de zin van de Wet geluidhinder zijn geen streef- en/of grenswaarden gesteld aan dergelijke wegen. De aftrek ex artikel 110g Wgh is eveneens niet van toepassing op wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 7 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
2.2.
Railverkeerslawaai
In artikel 105 van de Wet geluidhinder (Wgh) wordt het Besluit geluidhinder (Bg) van toepassing verklaard. Het besluit is alleen van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een spoorweg. De breedte van de geluidzone langs het spoor wordt geregeld in artikel 1.4 Bg en is vastgelegd in een door ministeriële regeling vast te stellen kaart. Binnen de zone van een spoorweg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De berekende geluidsbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Indien de voorkeursgrenswaarde overschreden wordt, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn, kunnen burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde vaststellen. In artikel 4.9 en volgende van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. In tabel 2.3 zijn deze waarden (voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting) opgenomen. Tabel 2.3: Grenswaarden langs een bestaande spoorweg Status van de woning en/of geluidsgevoelig gebouw
Voorkeursgrenswaarde [dB]
Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting [dB]
Woningen
55
68
Andere geluidsgevoelige bestemmingen
53
68
2.3.
Geluidsgevoelige ruimte
Overeenkomstig artikel 1 van de Wet geluidhinder is een geluidsgevoelige ruimte een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.
2.4.
Gevel van een geluidsgevoelige ruimte
Overeenkomstig artikel 1 van de Wet geluidhinder is een gevel van een geluidsgevoelige ruimte een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Dergelijke gevels worden ‘gevoelige gevels’ genoemd. In artikel 1b, vijfde lid, is aangegeven: In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van de Wet geluidhinder en daarop berustende bepalingen niet verstaan: a. Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede; b. Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 8 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
Dergelijke gevels worden ‘niet gevoelige gevels’ genoemd waarvoor geldt dat de geluidsbelasting op die gevel niet behoeft te worden getoetst aan de voorkeurswaarde en/of de maximaal te ontheffen waarden. Daarbij dient de gevel wel te beschikken over een voldoende geluidsisolatiewaarde.
2.5.
Geluidswering van een gevel
Overeenkomstig de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 dient voor nieuw te realiseren situaties, de uitwendige scheidingsconstructie -oftewel de gevel- van een geluidgevoelige ruimte, tenminste te beschikken over een karakteristieke geluidswering Ga;k welke niet kleiner is dan het verschil tussen de volgens de Wet geluidhinder geldende hoogste toelaatbare geluidsbelasting en een grenswaarde van 33 dB in geval van weg- of railverkeerslawaai, met een minimum van 20 dB. Uitgaande van de minimum geluidswering van 20 dB en de gestelde eis van 33 dB als maximum voor het binnen-niveau, kan gesteld worden dat voor alle gevels van een woning waarbij de gecumuleerde geluidsbelastingen hoger is dan 53 dB, er mogelijk aanvullende geluidswerende voorzieningen nodig zijn.
2.6.
Hogere waarden
Als de geluidbelasting vanwege wegverkeer op een geluidgezoneerde weg of vanwege railverkeer op een geluidgezoneerde spoorlijn hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 of 55 dB maar gelijk dan wel lager is dan de van toepassing zijnde maximale geluidbelasting, dan dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Het verzoek om vaststelling van een hogere waarde dient aan burgemeester en wethouders van de plaatselijke gemeente te worden gericht.
2.7.
Gemeentelijk geluidsbeleid Met de invoering van de gewijzigde Wet geluidhinder in 2007 zijn gemeentes bevoegd een eigen geluidsbeleid op te stellen. Aan dit geluidsbeleid zal worden getoetst bij eventuele hogere waarde verzoeken. De gemeente Tilburg heeft hiervoor een hogere waarden beleid opgesteld: ‘Hogere waarde beleid Gemeente Tilburg’ van april 2015. In de genoemde beleidsregel is aangegeven welk beleid de gemeente wenst aan te houden.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 9 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
2.8. Toetsingskader planlocatie 2.8.1. Wegverkeerslawaai De planlocatie is binnen de zone van de volgende wegen gelegen: Tabel 2.4: Zonebreedte ter hoogte van de planlocatie Naam van de weg
Maximumsnelheid (km/uur)
Rijksweg A65
100/120
Streepstraat
60
Bosscheweg
50
Situering Buitenstedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte [m]
Kortste afstand tot planlocatie [m]
3 of 4
400
260
1 of 2
250
0
1 of 2
250
55
Overige wegen zijn vanwege de afstand tot de planlocatie, de maximumsnelheid en de tussenliggende bebouwing dan wel een combinatie hiervan niet bij de geluidberekeningen betrokken. De aftrek ex artikel 110g Wgh voor de Rijksweg A65 bedraagt 2, 3 of 4 dB afhankelijk van de optredende geluidsbelasting vanwege deze weg. Voor de overige wegen bedraagt de aftrek 5 dB.
2.8.2. Railverkeerslawaai De planlocatie is binnen de zone van spoorwegen gelegen die zijn opgenomen op de geluidplafondkaart. In onderhavig onderzoek bedraagt, met betrekking tot railverkeerslawaai, de voorkeursgrenswaarde 55 dB voor woningen. De ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting bedraagt 68 dB.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 10 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
3.
Geluidsberekeningen weg- en railverkeerslawaai
De Geluidsberekeningen zijn gebaseerd op: − De artikelen 74, 82, 83 en 106 van de Wet geluidhinder; − het “Besluit geluidhinder” van 20 april 2012; − het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” van 12 juni 2012. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van: − Kaartmateriaal Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT); − Het geluidsregister wegverkeer van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; − Het geluidsregister Spoor van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; − De situatietekening beschikbaar gesteld door de opdrachtgever.
3.1.
Modelgegevens
Voor de bepaling van de geluidsbelastingen vanwege het wegverkeer op de gevels van de gebouwen, is een rekenmodel opgezet. In dit model zijn de omliggende bebouwing, bodemgebieden, hoogtekenmerken en de relevante wegen opgenomen. Het gehele onderzoeksgebied is gezien de gesteldheid van de bodem grotendeels als akoestisch zacht aan te merken, hiervoor is een bodemfactor bf van 0,8 aangehouden. De rijvlakken van de wegen, parkeerplaatsen, paden en wateroppervlakten e.d. zijn als aparte bodemgebieden gemodelleerd (bodemfactor bf = 0,0). De diverse gebouwen zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend meegenomen. Voor de ontwikkellocatie zijn de gebouwen ingevoerd overeenkomstig het ontwerp van Bedaux de Brouwer Architecten d.d. 2 juni 2022. Voor elk te realiseren woning zijn toetspunten opgenomen op alle gevels. Op de gevels van de te realiseren woningen zijn toetspunten geplaatst op 1,5 (begane grond) en 5 meter (eerste verdieping) hoogte gemeten ten opzichte van het plaatselijke maaiveld.
3.2.
Invoergegevens railverkeerslawaai
Met behulp van Standaard Rekenmethode II voor railverkeerslawaai is de geluidsbelasting voor de bouwlocatie berekend. De brongegevens van het gezoneerde spoortraject is ontleend aan het Geluidsregister Spoor. Er is gebruik gemaakt van register zoals deze 17 maart 2022 beschikbaar was. De gegevens zijn geïmporteerd in het berekeningsmodel en is er rekening gehouden met de factor Cplafond van 1,5 dB.
3.3.
Invoergegevens wegverkeerslawaai
Met behulp van Standaard Rekenmethode II voor wegverkeerslawaai is de geluidsbelasting voor de bouwlocatie berekend. De brongegevens van de gezoneerde autosnelweg is ontleend aan het Geluidsregister wegverkeer. Er is gebruik gemaakt van register zoals deze 24 februari 2022 beschikbaar was. De gegevens zijn geïmporteerd in het berekeningsmodel en is er rekening gehouden met de factor Cplafond van 1,5 dB.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 11 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
Etmaal-, verkeers- en uurintensiteiten voor de Bosscheweg en de Streepstraat zijn verstrekt door de gemeente Tilburg. Verkeersgeneratie bouwplan De verkeersgeneratie is bepaald op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van het CROW. Voor een vrijstaande woning in een weinig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom bedraagt de verkeersgeneratie ten hoogste 8,6 per woning. De totale verkeersgeneratie vanwege de beoogde ontwikkeling bedraagt daarmee (afgerond) 77 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is opgeteld bij de weekdaggemiddelde etmaalintensiteiten van de bij dit onderzoek betrokken wegen. In bijlage 3 is (modelmatige) informatie opgenomen van de verkeersintensiteiten waarmee de geluidberekeningen zijn uitgevoerd.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 12 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
4.
Resultaten
Met behulp van het berekeningsmodel is de geluidsbelasting vanwege het weg- en railverkeer op alle toetspunten berekend. Hierna is de maatgevende geluidsbelasting vanwege de in het onderzoek betrokken verkeerswegen en spoorweg weergegeven.
4.1.
Resultaten wegverkeerslawaai
De berekende geluidbelasting op de planlocatie vanwege de beschouwde wegen is opgenomen in bijlage 4 en vanwege het railverkeer in bijlage 5. Hierna is de geluidbelasting samengevat weergegeven. In tabel 4.1 worden de geluidsbelastingen weergegeven vanwege het wegverkeer op de (in het onderzoek betrokken) omliggende wegen inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh, en vanwege het railverkeer. De geluidsbelastingen Lcum van het weg- en railverkeer tezamen zijn zonder de aftrek ex artikel 110g Wgh. Tabel 4.1: Geluidsbelastingen Lden, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh ten gevolge van de omliggende gezoneerde wegen. De cumulatieve geluidsbelastingen Lcum (incl. niet gezoneerde wegen) zijn zonder aftrek ex artikel 110g Wgh
Toetspunt Omschrijving Woning A Woning B Woning C Woning D Woning E Woning F Woning G Woning H Woning I
Waarneemhoogte* (m)
Streepstraat
1,5 / 5
46 / 47 35 / 37 45 / 46 36 / 38 45 / 46 37 / 39 43 / 45 36 / 38 39 / 41
Bosscheweg
Rijksweg A65
Spoorlijn
43 / 46 44 / 46 39 / 41 42 / 44 36 / 39 38 / 40 29 / 32 37 / 39 35 / 36
49 / 53 48 / 51 52 / 53 50 / 51 53 / 56 52 / 53 53 / 56 51 / 53 53 / 57
51 / 52 49 / 51 52 / 53 54 / 55 53 / 54 54 / 56 56 / 57 56 / 57 58 / 59
Weg + rail tezamen (Lcum) 55 / 57 52 / 54 56 / 58 53 / 55 57 / 59 55 / 57 57 / 59 55 / 58 58 / 60
Waarde hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB (weg) / 55 dB (rail) maar lager dan de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB (weg) / 68 dB (rail). Waarde hoger dan de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB (weg) / 68 dB (rail).
Zoals uit tabel 4.1 blijkt, veroorzaakt het wegverkeer op de Rijksweg A65 een geluidsbelasting die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, en op sommige gevels eveneens de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB overschrijdt. Voor de overige (gezoneerde) wegen geldt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden wordt. De geluidsbelasting vanwege het railverkeer ligt op een deel van de woningen hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, maar overschrijdt de maximaal te ontheffen waarde van 68 dB niet. Gelet op de overschrijding van de voorkeursgrenswaarden voor zowel het wegverkeerslawaai als railverkeerslawaai dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Het onderzoek naar geluidsbeperkende maatregelen is in paragraaf 4.2 verder uitgewerkt.
Adromi B.V.
R202049 v02
Pagina 13 van 19
Bouwplan Streepstraat te Berkel-Enschot
4.2.
Mogelijkheden geluidsbeperkende maatregelen
In artikel 110a van de Wet geluidhinder wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden verleend. Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege een weg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Indien blijkt dat geluidsbeperkende maatregelen onvoldoende soelaas bieden, kan de gemeente Tilburg, onder voorwaarden, hogere waarden vaststellen voor de betreffende geluidgevoelige bestemmingen. De gemeente Tilburg zal voor het vaststellen van hogere waarden ook toetsen aan het eigen gemeentelijk hogere waardenbeleid. Om de geluidsbelasting vanwege een autosnelweg te beperken, kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: - Maatregelen aan de bron (geluidsreducerend wegdek, verlagen van de rijsnelheid, verminderen autoverkeer); - Maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger (geluidsafscherming, vergroten afstand tussen bron en ontvanger); - Maatregelen aan de ontvanger (‘niet gevoelige gevels’, gevelisolatie maatregelen).
4.2.1. Bronmaatregelen Rijksweg A65 Het wegverkeerslawaai ten gevolge van het wegverkeer op Rijksweg A65 kan worden gereduceerd door het toepassen van een geluidsreducerend wegdek of door het verlagen van de rijsnelheid. Het geluid wordt daarmee bij de bron aangepakt. De Rijksweg A65 is reeds van een geluidsreducerend asfalt voorzien. Het verlagen van de rijsnelheid zal stuiten op bezwaren van verkeerskundige aard. Tot slot wordt opgemerkt dat het treffen van maatregelen niet aan de initiatiefnemer, maar aan de wegbeheerder is (Rijkswaterstaat). Verdere maatregelen behoren niet tot de mogelijkheden. Spoorlijn Tilburg – Oisterwijk Het railverkeerslawaai ten gevolge van railverkeer op de spoorlijn Tilburg – Oisterwijk kan worden gereduceerd door het toepassen van raildempers. Raildempers zijn een middel om het geluid van treinpassages te beperken. Het geluid wordt daarmee bij de bron aangepakt. De dempers worden aan de rails geklemd of gelijmd, waardoor deze minder hard trillen als er een trein overheen rijdt. Raildempers hebben een geluidsreductie van globaal 3 dB(A). Door het aanbrengen van raildempers is de geluidsbelasting echter niet geheel terug te brengen tot aan de voorkeursgrenswaarde.