CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Voorhof 1_ontwerpbestemmingsplan Toelichting_Pdf

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Voorhof 116.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor het realiseren van een basisschool, een zorgcomplex en 22 grondgebonden woningen, op de locatie van het voormalige Eikenbosch, SSC de Schalm, bibliotheek en de Albert Heijn locatie te Berkel-Enschot. In het zorgcentrum komen 44 zorgappartementen, 66 aanleunwoningen en 3 gestapelde woningen. Het betreft de percelen sectie B, nummers 3371, 3747, 3447, 3748, 3448, 4244, 3038, 3746, 4048, 3778, 3450, 3417, 5181, 3036, 3762, 4587 en gedeeltelijk nummers 4258, 5180, 4258 en 6220. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Berkel-Enschot. Het plangebied wordt begrensd door de Eikenboschweg in het noordwesten, de Generaal Eisenhowerweg in het noordoosten, woningen en basisschool Rennevoirt in het zuidoosten en zuidwesten.

'Ligging plangebied in Tilburg'

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

'Plangebied bestemmingsplanherziening'

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan Koningsoord Berkel-Enschot 2017, onherroepelijk vastgesteld(31 januari 2018).

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur Het dorp Berkel-Enschot is ontstaan rondom de twee oude dorpskernen Berkel (Molenstraat, Sint Willebrordstraat) en Enschot (driesprong Kerkstraat, Enschotsebaan, ’t Zwaantje). Kenmerkend voor de bebouwing langs deze wegen zijn evenwijdig aan de straat gepositioneerde voorgevels van woningen met een wisselende rooilijn. Het achtergelegen gebied is vanuit de historie in gebruik als landbouwgrond. Aan de achterzijde van de linten zijn in de loop der tijd steeds nieuwe bebouwingsclusters gerealiseerd. Op deze wijze hebben de kernranden zich verplaatst ten koste van buitengebied en zijn de dorpen Berkel en Enschot op den duur aan elkaar gegroeid. Op de scheidslijn zijn voorzieningen als het voormalige gemeentehuis, het (oude) winkelcentrum en de ouderenzorg (Torentjeshoef) neergestreken. Het plan Voorhof ligt op het snijpunt van verschillende wijken die vroeger deels zelfstandige kernen vormen. Naarmate deze kernen in de jaren ’70 verder naar elkaar toe groeiden, ontstond hier een gebied met centrumvoorzieningen, zoals het voormalige winkelcentrum Eikenbosch en het oude gemeentehuis. Inmiddels zijn deze locaties aan vervanging toe en heeft het dorpshart zich verplaatst naar het noordwesten richting het nieuwe Koningsoord en het her ontwikkelde klooster.

Het Voorhof vormt daarmee de afronding van de voormalige kernen en de overgang richting Koningsoord. Functionele structuur In het plangebied zijn de volgende functies aanwezig: zorgcentrum Torentjeshoef, woningen, een basisschool, het voormalige gemeentehuis, water, groen- en verkeersvoorzieningen en enkele kleine kantoren. Binnen en aan de rand van het plangebied bevinden zich de volgende wegen: Eikenboschweg, Generaal Eisenhowerweg, Eben-Haëzer, Heuneind, Oranjesingel en Joost van den Vondellaan. Het nieuwe programma dat wordt toegevoegd bestaat uit woningen, een zorgcentrum en een basisschool. Hiervoor is extra infrastructuur nodig waarbij de voormalige Abdijlaan als een autoluwe zone wordt ingericht, er een parallelweg komt ten noorden van het nieuwe zorgcentrum en een nieuwe ontsluitingsweg is voorzien aan de Generaal Eikenhowerweg en de Oranjesingel en de Joost van den Vondellaan.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Stedenbouwkundige hoofdopzet Het woonprogramma, nieuwe zorgcentrum en basisschool landen in een al aanwezige waardevolle historischeen landschappelijke structuur. De stedenbouwkundige hoofdopzet sluit aan op bestaande assen uit het omliggende weefsel en beogen de doorwaadbaarheid van en naar het nieuwe Koningsoord te versterken. Een belangrijke structuurdrager hierin, waar het nieuwe programma op aan takt, is de Abdijlaan die als historische as wordt herstelt en ingericht als groene autoluwe zone waar de voetganger en verblijven centraal staat. Daarnaast is de groene zoom met fraaie volwassen bomen rondom het voormalige Torentjeshoef een waardevolle landschappelijke drager voor de invulling van het gebied. De historisch aanwezige boomstructuren worden in het nieuwe plan weer met elkaar verbonden. De oorspronkelijke groene elementen als bomenlanen, bomengroepen en de landschappelijke karakteristiek blijven behouden en worden versterkt. Hierdoor krijgen natuurinclusiviteit, waterberging en ecologie een plek in het nieuwe plan. Daarbij wordt gestreefd naar minimale verharding om het groene karakter maximaal te versterken. Bij de ontwikkeling van Voorhof vindt een herpositionering van bestaande functies binnen het gebied plaats. Hierbij is rekening gehouden met de gewenste relaties met het nieuwe dorpshart en de omliggende bestaande woonwijken.

De bouwmassa’s zijn afgestemd op de ruimtelijkere kenmerken van de omgeving. De Eikenboschweg biedt lucht voor de inpassing van het zorgcentrum en de basisschool door het ruime profiel, de volwassen bomenlaan en de grotere bebouwingskorrels. Direct in aansluiting op de woonwijken worden grondgebonden woningen met kap ingepast, zoals bij het Heuneind. Aan de Generaal Eikenhowerweg komt nieuwe hofbebouwing die als gebouwkarakteristiek een intermediair vormt tussen het voormalige gemeentehuis en de woonbuurt Eikenbosch. Op de locatie van het voormalige Torentjeshoef komt een alzijdig ensemble van grondgebonden woningen die georiënteerd zijn op het omliggend park in een autoluw dorps woonmilieu. In en rondom het plangebied ontstaat een nieuw netwerk van voornamelijk langzame verkeersroutes. Belangrijk uitgangspunt is om de auto zo veel mogelijk aan de randen van het plangebied te houden zodat er een autoluw en voetgangersvriendelijk binnengebied ontstaat. Dit geeft tevens ruimte voor groen en natuurinclusiviteit in het dorps woonmilieu.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden.

Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren.

Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant.

In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan Voorhof 1 omvat 22 grondgebonden woningen, waarvan 15 sociale huurwoningen welke door Heijmans ontwikkeld worden.

De nieuwbouw van zorgcentrum Torentjeshoef (TBV Wonen) krijgt 44 zorgappartementen voor zorgstichting ‘t Heem, 66 aanleunwoningen (sociale huur) en 3 gestapelde woningen (sociale huur). Het plan past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur.

Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.

2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt: Het plangebied is binnen de interim omgevingsverordening gelegen op gronden met aanduidingen Concentratiegebied, Stedelijk gebied en Stalderingsgebied. Het plan voldoet aan de interim omgevingsverordening.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Dit aangezien het plan een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft welke past binnen de gemaakte regionale afspraken.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags)

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.

<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan geeft de omgevingsvisie aan dat Koningsoord een locatie is die wordt ontwikkeld.

Het Koningsoord wordt in de visie aangeduid als brandpunt, een plek waar ontmoeten en sociale cohesie vorm kunnen krijgen door de samenkomst van diverse (economische) functies, zoals detailhandel, commerciële, maatschappelijke, onderwijs-, sport- en recreatievoorzieningen.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Het plangebied maakte oorspronkelijk deel uit van een relatief hooggelegen gebied met weinig reliëf. De Berkelse akkers (het grootste deel van het plangebied) vormde de hoogste delen, terwijl het gebied tussen de Generaal Eisenhowerweg en de Torentjeshoef (langs de noordoostgrens van het plangebied) bestond uit een iets lager gelegen, relatief vochtig gebied. In dit deel van het plangebied lagen weidegronden en bospercelen. De ten oosten van het plangebied gelegen Hoolstraat en Heikantsebaan markeerden de overgang naar een laaggelegen gebied. Door het plangebied stroomden geen belangrijke waterlopen. Vanuit het plangebied liepen wel enkele sloten naar de ten zuiden ervan gelegen Voorste Stroom. De Berkelse akkers sloten aan op de landbouwgronden van Udenhout, dat waarschijnlijk al gedurende de ijzertijd was bewoond. Op kaarten uit het begin van de negentiende eeuw is te zien dat de belangrijkste weg van Berkel in een grote boog langs het akkercomplex liep (Hoolstraat-Heikantsebaan-Berkelseweg). Centraal in het akkercomplex stond de Berkelse kapel (later kerk) met langs eerder genoemde wegen een lint van boerderijen en buurtschappen.

Hierdoor vertoont Berkel kenmerken van een kransakkernederzetting, waarbij de bebouwing vanaf de kerk steeds verder opschuift naar de buitenste randen van de ontginningen. De eerste vermelding van Berkel dateert uit 1214, maar de naam zou ook kunnen wijzen op een vroegmiddeleeuwse oorsprong. In de omgeving van Berkel zijn ook sporen van bewoning aangetroffen die uit oudere perioden dateren (vroege ijzertijd). Pas aan het einde van de negentiende eeuw ontwikkelde zich rondom de kerk in korte tijd een nieuwe nederzetting met niet-agrarische bebouwing. Deze groei werd versterkt door het omleggen van de doorgaande weg naar Udenhout langs de kerk. Na de Tweede Wereldoorlog breidde Berkel zich, evenals het zuidelijk gelegen Enschot, als forensendorp snel uit, zodat de beide kernen uiteindelijk aaneen groeiden.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Het winkelcentrum Eikenbosch dat in de jaren vanaf 1971 werd gebouwd, werd overbodig na de ontwikkeling van een nieuw winkelcentum/dorpshart op de gronden van het voormalige klooster Koningsoord. Het werd afgebroken in 2020. De Torentjeshoeve was een zeventiende-eeuwse boerderij die die onderdeel was van het leengoed De Oude Schouwe en die in 1971 gesloopt werd ten behoeve van de bouw van het nu te slopen zorgcentrum Torentjeshoeve aan de Oranjesingel. 3.3.2 Archeologie Het plangebied heeft op de Archeologische Waarschuwingskaart van Tilburg vanwege de bebouwing grotendeels een onbekende archeologische verwachting. De omringende gebieden hebben een hoge tot zeer hoge verwachtingswaarde. Om deze verwachting nader te kunnen specificeren is in het uitgevoerde onderzoek vertrokken vanuit de reconstructie van het prestedelijke landschap, die in nauwe relatie staat tot de bewoningsgeschiedenis. Belangrijk onderdeel is hierbij het hanteren van een lagenbenadering. De verschillende landschappelijke lagen zijn reliëf, water, bodem en wegenpatroon. Deze aspecten werden aangevuld met onder andere archeologische waarnemingen, bekende historische bebouwing en toponymisch onderzoek om een overzicht te krijgen van de historische bewoning en het type landschapsgebruik. De landschapsreconstructie werd gekoppeld aan bekende nederzettingspatronen uit diverse perioden.

Op deze manier werd uitspraak gedaan over locaties die gunstig kunnen zijn geweest voor (pre)historische bewoning. Net als andere stadsdelen van Tilburg voldoet het plangebied aan een aantal historisch-landschappelijke criteria dat kansen biedt aan vroege bewoning of deze althans doet vermoeden. Het gaat hierbij om elementen zoals de nabijheid van water, de afwisseling van het reliëf (met name het voorkomen van hoger gelegen locaties), de bodemgesteldheid en de voormalige aanwezigheid van oude structuren die een aanduiding kunnen zijn van oude bewoningspatronen. In 2022 is voor het plangebied Torentjeshoef door BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd: Gemeente Tilburg, Plangebied Torentjeshoef te Berkel-Enschot, Archeologisch bureauonderzoek, BAAC-rapport V-22.0276. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt aan het plangebied een middelhoge archeologische verwachting toegekend voor archeologische resten uit de steentijd tot en met de volle middeleeuwen. Voor de periode vanaf de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting op sporen behorend tot twee erven waarvan één erf omgracht en doorkruist is door een weg. Gezien het ondiepe voorkomen en de hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden dient in het plangebied aanvullend archeologisch onderzoek plaats te vinden.

Derhalve wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Om verdere bodemverstoringen als gevolg van de huidige bebouwing te voorkomen wordt geadviseerd om de huidige bebouwing uitsluitend bovengronds te slopen. In het plangebied van het voormalige winkelcentrum Eikenbosch is in het kader van de sloop verkennend onderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat de ondergrond van het gebied tot grote diepte is verstoord en verder archeologisch onderzoek geen zin heeft (Tilburg - Berkel-Enschot Eikenbosch Archeologische begeleiding BAAC-rapport A-20.0244) 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In het plangebied bevinden zich geen gebouwen of objecten die zijn beschermd op grond van de Monumentenwet 1988/Erfgoedwet 2016. Er bevindt zich wel een gemeentelijk monument dat is beschermd op basis van de gemeentelijke monumentenverordening. In het bestemmingsplangebied Berkel bevinden zich diverse rijks- en gemeentelijke monumenten. De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Deze bebouwing heeft geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich diverse gebouwen uit de MIP-inventarisatie.

Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In het plangebied bevinden zich geen waardevolle panden uit deze periode.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Rijksmonumenten in de nabijheid van het plangebied: <0000> Raadhuisstraat 56; <0000> Dom S. Dubuissonstraat (grafmonument); <0000> Sint Willibrordstraat 1 (kerk). Gemeentelijke Monumenten in en in de nabijheid van het plangebied: <0000> Abdijlaan 21; <0000> Generaal Eisenhowerweg 1; <0000> Raadhuisstraat 32 en 42; <0000> Oranjesingel 33 (17e-eeuwse gevelsteen in zorgcentrum Torentjeshoeve); <0000> Burgemeester Brendersstraat 2 en 5; <0000> Berkelseweg 2a, 2b en 21; <0000> St. Willibrordstraat , 27 en 52. MIP-panden in of in de nabijheid van het plangebied: <0000> Raadhuisstraat 27 en 54; <0000> Burgemeester Brendersstraat 2, 4, 6 en 8; <0000> Berkelseweg 8; <0000> St. Willibrordstraat 1, 3, 17, 27, 42 en 44; <0000> Molenstraat 4, 6, 8, 10 en 15. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Wel dienen er goede afspraken gemaakt te worden over de bescherming en herplaatsing van de gemeentelijk beschermde 17e-eeuwse gevelsteen in de Torentjeshoeve. Op basis van de uitkomsten van het archeologisch bureauonderzoek wordt geadviseerd voor het deelgebied van het voormalige zorgcentrum Torentjeshoef in het bestemmingsplan over de gehele verbeelding een dubbelbestemming waardige archeologie op te nemen.

Voorafgaand aan de realisatie van een nieuwe inrichting van het gebied dient archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven te worden uitgevoerd. Wanneer blijkt dat behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in het gebied aanwezig zijn, zal eerst gekeken dienen te worden naar mogelijkheid van behoud in de bodem. Indien dit niet mogelijk blijkt te zijn zullen de vindplaatsen definitief opgegraven moeten worden. Pas na afloop van het archeologisch onderzoek kan het gebied worden vrijgegeven voor verdere werkzaamheden. Voor het deelgebied van het voormalige winkelcentrum Eikenbosch dient in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming waarde archeologie opgenomen te worden en geen verder onderzoek uitgevoerd te worden.

3.4 Volkshuisvesting Woonvisie, Woonagenda, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Woonadvies specifiek voor plangebied Het aanbod nultredenwoningen in Berkel-Enschot is 5% van de voorraad. Hiermee scoort het een stuk lager dan het gemiddelde van Tilburg. Iets minder dan de helft van de ouderen in Berkel Enschot woont in de buurt van een supermarkt. Alleen de ouderen in het centrum van het dorp hebben een supermarkt nabij. Op dit vlak scoort Berkel-Enschot slechter dan het Tilburgs gemiddelde. In Berkel Enschot geldt dat bouwen voor ouderen

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

in de vorm van appartementen of waar mogelijk patiobungalows leidt tot de gewenste doorstroming in de woningvoorraad. De wijk Eikenbosch in Berkel Enschot is de meest gemengde buurt van het woningmarktgebied, hoewel het nog altijd onder het Tilburgse gemiddelde valt. In Eikenbosch is 20% van de woningvoorraad gestapeld en is 17% in corporatiebezit. Er wonen relatief veel ouderen (32% is 65+) veel eenpersoonshuishoudens (28%) en juist relatief ‘weinig’ gezinnen (36%). Het plan met 66 voor senioren geschikte aanleunwoningen (sociale huur) als ook de 18 reguliere sociale huurwoningen die in het bijzonder geschikt zijn voor senioren passen in bovengenoemde opgave voor Berkel Enschot. De reguliere koopwoningen zijn geschikt voor zowel gezinnen als senioren. We adviseren de grondgebonden woningen levensloopbestendig en de appartementen zowel levensloopbestendig als nultreden uit te voeren. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. In paragraaf 2.1.3. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.

3.5 Groen 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Bomenbeleid: <0000> beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening.

Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat- , eco-,hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone (van de BWZ-kaart). Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van deBomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn.

In het bestemmingsplan is de BWZ-kaart verwerkt in de Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een klimaat-, eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2.

het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteitneemt wereldwijd af. Het doel van de nota, vastgesteld door de raad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter tebeschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur.

Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). 3.5.4 Agenda groen in de stad De agenda groen in de stad (vastgesteld door het college op 19 juli 2016) gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten.

Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Inmiddels is deze op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de raad). 3.5.5 Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor al onze inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad. Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen vormt de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. Op de Stadsnatuurkaart 2040 zijn onder meer de ecologische structuren benoemd. Hieraan is een duidelijke maatvoering gekoppeld.

Deze maatvoering wordt zowel bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen als gedurende het verdere proces meegenomen om zo de ecologische kwaliteit op een juiste manier mee te nemen. De grote ambities en veelheid van belangen die spelen in ruimtelijke ontwikkelingen, maken een heldere en duidelijke structuur en maatvoering voor ecologie wenselijk. 3.5.6 Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet.

Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020-2023 (zie paragraaf 5.1). De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Verkeer Het plan Voorhof ligt in het centrum van Berkel-Enschot en betreft een herziening van het bestemmingsplan Koningsoord waar op de oude locatie van het winkelcentrum woningbouw was voorzien. De nieuwe invulling met o.a. basisschool Rennevoirt en zorgcentrum Torentjeshoef betekent een verschuiving van functies in het gebied en daarvoor is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd om de effecten op het gebied van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en parkeren in beeld te brengen. Zie voor het verkeerskundig onderzoek de bijlage bij de toelichting bij dit bestemmingsplan. In aansluiting op de mobiliteitsaanpak 2040 wordt voor het plan Voorhof ingezet op het terugdringen van autoverkeer, schone mobiliteit, verkeersveiligheid en stimuleren van fietsen en lopen. Dit komt tot uiting in het zoveel mogelijk scheiden van de stromen autoverkeer en langzaam verkeer en het verbeteren van de voetgangersoversteek op het kruispunt Eikenboschweg/Brevierstraat. De kiss & ride plek is op enige afstand van de school gesitueerd met een autoluwe situatie direct voor de school. Parkeren: Het parkeerbeleid van de gemeente Tilburg is uitgangspunt, waaronder het voldoen aan de, op het moment van vergunningverlening, vastgestelde parkeernormen. Voor het programma is zone C van toepassing.

Voor het plan is een voorlopige parkeerbalans opgesteld en die wijst uit dat voldaan kan worden aan de parkeereis, zowel voor bewoners als bezoekers, zie voor de parkeerbalans de bijlage bij de toelichting bij dit bestemmingsplan. Er is sprake van dubbelgebruik van parkeerplaatsen doordat voor meerdere functies het drukste moment op een ander tijdstip ligt. Daarnaast zijn mobiliteitsplannen opgesteld door de school en Torentjeshoef om zowel voor personeel en bezoek/halen en brengen het autogebruik zoveel mogelijk te beperken waardoor ook minder parkeerplaatsen (en verharding) nodig zijn. Bij de vergunningverlening zal de definitieve parkeertoets plaatsvinden.

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Echter, op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Een van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r.

genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de voorgenomen activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Kampina & Oisterwijkse Vennen, Regte Heide & Riels Laag, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en Loonse en Drunense duinen en Leemkuilen op minimaal 2,8 km van het plangebied. Door middel van AERIUS berekeningen is aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Er heeft een vormvrije mer beoordeling plaatsgevonden (zie bijlage). Uit dit rapport blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse.

Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van

Koningsoord Berkel-Enschot 2017, 2e herziening (Voorhof 1)

woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Alle bedrijven binnen het plangebied en daarnaast die bedrijven erbuiten, waarvan de indicatieve milieucontouren over het plangebied liggen, zijn geïnventariseerd. Deze inventarisatie verschaft inzicht in de milieucategorie waartoe het bedrijf behoort en is gebruikt om de bestaande, binnen het plangebied gelegen, bedrijven in het bestemmingsplan vast te leggen en eventuele knelpunten te signaleren. Omdat het bestemmingsplan een beheersmatig karakter heeft, zijn deze bedrijven uit de inventarisatie allen in het bestemmingsplan opgenomen. Er is vanuit gegaan dat de bestaande bedrijven voldoen aan de milieuvoorschriften volgend uit de Wet milieubeheer en zodoende geen overlast veroorzaken voor de omgeving. Een aantal bedrijven is op basis van hun activiteiten en de daarmee samenhangende milieucategorie niet wenselijk op het desbetreffende adres. Een dergelijk bedrijf mag haar bestaande activiteiten voortzetten en eventueel uitbreiden, voor zover de regels dat toelaten. Zodra zo´n bedrijf zijn activiteiten beëindigt, moet worden voldaan aan de milieucategorie die bij de omgeving hoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588831/1