CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

08 ontwerpbp Toelichting - b001

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen BP Piushavengebied 2009, 7e herz. (Galjoenstraat Noord)21.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021020-b001

20 juli 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 3 1.2 Het plangebied 3 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 5 2.1 Inleiding 5 2.2 Rijk 6 2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 6 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.2.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking 7 2.3 Provincie 9 2.3.1 Brabantse omgevingsvisie 9 2.3.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 9 2.3.3 Interim omgevingsverordening 9 2.4 Gemeente 10 2.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 10 2.4.2 Stedenbouwkundige visie Piushaven 11 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 14 3.1 Stedenbouwkundige aspecten 14 3.2 Welstand 15 3.3 Woonvisie 15 3.4 Verkeer en parkeren 16 3.5 Archeologie en cultuurhistorie 17 3.6 Groen 18 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 20 4.1 Inleiding 20 4.2 Milieueffectrapportgage 20 4.3 Milieuhinder bedrijven 20 4.4 Externe veiligheid 22 4.4.1 Inleiding 22 4.4.2 Verantwoordingsplicht22 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid 22 4.4.4 Conclusies en restrisico 22 4.5 Vuurwerk 23 4.6 Geluid 23 4.6.1 Wegverkeerslawaai 23 4.6.2 Railverkeerslawaai 23 4.6.3 Industrielawaai 23 4.6.4 Luchtvaartlawaai 36 4.7 Lucht 36 4.8 Geur 36 4.9 Bodem 36 4.10 Natuur en ecologie 37 4.11 Stikstofdepositie 39 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 41 5.1 Bestaand watersysteem 41 5.2 Beleidskader 41 5.3 Duurzaam waterbeheer 42 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 43 6.1 Inleiding 43 6.2 Standaard plansystematiek 43 6.2.1

Bouwvlak en erf 43 6.2.2 Goot- en bouwhoogte 43 6.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen 43 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 44

7

6.4 Bouw- en gebruiksregels 44 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 45 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 46 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 46 8.3 Omgevingsdialoog 46 8.4 Zienswijzen ontwerp wijzigingsplan 8.5 Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan

46

46 51

Toelichting

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

1

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

2

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan ontvangen voor de ontwikkeling van het deelplan Galjoenstraat Noord in de gebiedsontwikkeling Piushaven. Dit deelplan is gesitueerd op de percelen Galjoenstraat 5, 5a, 5b, 29, 31, 33, 35 en 37. In dit deelplan zullen 30 grondgebonden woningen en 22 appartementen worden gerealiseerd. In juli 2020 is een ontwerp wijzigingsplan van het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 ter inzage gelegd. Dat wijzigingsplan zou de geldende bestemming "Bedrijf" in de bestemming "Gemengd" en "Verkeer-Verblijf" wijzigen. In dezelfde periode is een ander plan voor woningbouw in hetzelfde gebied vastgesteld. Hierdoor is het maximaal aantal te bouwen woningen volgens de wijzigingsbevoegdheid overschreden en kon de wijzigingsbevoegdheid niet meer worden toegepast. Op dit punt zijn zienswijzen ingediend. Tevens zijn zienswijzen ingediend door omwonenden onder andere op het gebied van geluid en gevreesde belemmering van de bedrijfsvoering van een naastgelegen bedrijf. Door dit bestemmingsplan wordt het gewenste aantal te bouwen woningen mogelijk en is onder meer het akoestisch onderzoek aangepast. Tevens wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen in het kader van het wijzigingsplan.

1.2 Het plangebied Het plangebied wordt globaal begrensd door de Galjoenstraat aan de zuidkant, de perceelsgrens van het perceel Galjoenstraat 39A aan de westkant, de tuinen van de Hoogvensestraat 52 tot en met 84 aan de noordkant en de perceelsgrens van Galjoenstraat 3 t/m 3c aan de oostkant. Het perceel is in gebruik geweest voor bedrijvigheid en opslag. De bestaande opstallen met uitzondering van de loods Galjoenstraat 37, zullen worden gesloopt. Op figuur 1 is de ligging van het plangebied in Tilburg te zien en figuur 2 geeft het plangebied in groter detail weer.

Figuur 1 - ligging plangebied in Tilburg (rode stip)

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

3

Figuur 2 - ligging plangebied

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit wijzigingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

5

2.2 Rijk 2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken.

Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 1. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 2. Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aan kan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit.

Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda.

Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

6

de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.”

2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen.

2.2.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant.

In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2017-2027 is de bouwopgave voor Tilburg ongeveer 9.600 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

7

Tot ongeveer 2030 is de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld 1.100 woningen per jaar. In dat tempo worden ook de onttrekkingen in de stad jaarlijks gecompenseerd. De woningbouwopgave voor Tilburg kan en wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Het plan tot de bouw van maximaal 52 woningen woningen aan de Galjoenstraat past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

8

2.3 Provincie 2.3.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld (zie hiernoder). Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.

<0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.

2.3.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.

2.3.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

9

In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. In tegenstelling tot de provinciale Structuurvisie bindt de Verordening ruimte de gemeenten wèl rechtstreeks. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Plangebied Het plangebied is in de Interim Omgevingsverordening aangewezen als 'stedelijk gebied'. De provincie streeft hier naar zorgvuldig ruimtegebruik.

In het plangebied is sprake van transformatie van bedrijventerrein naar woningbouw. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. De woningen worden conform het geldende Bouwbesluit energieneutraal gebouwd. Daarnaast is er geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Geconcludeerd wordt dat voldaan is aan het beginsel van zuinig ruimtegebruik.

2.4 Gemeente 2.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert en welke prioriteiten daarbij gelden. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen.

In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: de Brabantstrategie, de Regiostrategie en de Stadsstrategie. In verband met de beperkte omvang van de voorliggende ontwikkeling, wordt hier uitsluitend de Stadsstrategie nader toegelicht. • De Stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

10

• Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten • Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig • Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk • Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. • Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners • Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal • Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar • Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen • Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers • Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan: Het Piushavengebied is onderdeel van het stedelijk weefsel. De Piushaven zelf is aangemerkt als groene inprikker. Groene ‘inprikkers’ (groene verbindingen) en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes zorgen voor een goede verbinding van de stad met de omliggende stadsregionale parken en het buitengebied en omgekeerd. De bouw van 52 woningen aan de Galjoenstraat in Tilburg past in de Omgevingsvisie Tilburg 2040.

2.4.2 Stedenbouwkundige visie Piushaven De eerste stedenbouwkundige visie voor de Piushaven is in 2008 door de gemeenteraad vastgesteld. De stedenbouwkundige visie houdt rekening met de lange ontwikkelingstijd van het Piushavengebied. De ruimtelijke kaders en het procesmatige karakter van het project zijn in dit document op elkaar afgestemd. Deze visie wordt elke twee tot drie jaar worden verfijnd of bijgesteld op basis van nieuwe feiten, ontwerpervaringen en inzicht in planningsrisico’s. De laatste visie dateert van 2018 (zie bijlage 1). In de stedenbouwkundige visie wordt Galjoenstraat Noord genoemd als locatie welke onderdeel is van de ontwikkelingsvisie en de raamovereenkomst. De ontwikkeling Galjoenstraat-Noord is opgedeeld in een locatie Van der Wegen (in ontwikkeling, onderhavige locatie) en een locatie De Bonth (in ontwerpfase).

Figuur 3: Galjoenstraat Noord in samenhang met omliggende ontwikkelingen

Locatie Van der Weegen:

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

11

Er komen 30 grondgebonden woningen en 22 appartementen. Daarnaast is er de bestaande hal. Parkeren vindt plaats op maaiveld in het midden gebied. Boven de parkeerplaatsen komen de terrassen van de woningen, op deze manier staan de auto's uit het zicht. Tegen de bestaande tuinen van de Hoogvensestraat zijn in het middengebied twee bungalows ontworpen. In het planteam is het verzoek gedaan om meer afstand te creëren tot de bestaande woningen onder andere vanwege de lichtinval en privacy. Er is daardoor een woning komen te vervallen, waardoor de westelijke bungalow groter is geworden. De architectonische uitwerking moet nog gaan plaatsvinden. Er is differentiatie per bouwblok gewenst in de materialisatie. Het moet een overgang zijn tussen de Havenmeester en de wevershuisjes in de omliggende straten. De koop-/realisatieovereenkomst zit in de afrondende fase.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

12

Figuur 4: stedenbouwkundige schets Galjoenstraat Noord

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

13

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Stedenbouwkundige aspecten Het onderhavige bestemmingsplan is gelegen in het deelgebied Galjoenstraat Noord en transformatiegebied Piushaven Noordwest. Het deelgebied wordt begrensd door de Galjoenstraat, de locatie Galjoenstraat-Gondelstraat en de achterpercelen van de woningen aan de Hoogvensestraat en de Lanciersstraat. Al vanaf de jaren tachtig is de gemeente Tilburg bezig met de herontwikkeling van het Piushavengebied. De afgelopen jaren heeft deze herontwikkeling meer vorm gekregen. De gemeente heeft diverse stedenbouwkundige en ambitiedocumenten laten ontwikkelen en in 2010 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 vastgesteld. In de Stedenbouwkundige Visie Piushaven 2018 en bestemmingsplan Piushavengebied 2009 is het plangebied aangeduid als een ontwikkelingsgebied voor gemengde functies. In het bestemmingsplan Piushavengebied 2009 is ten aanzien van het plangebied gekozen voor een bedrijfsmatige bestemming met een wijzigingsbevoegdheid. Dit laat toe om deze locatie te transformeren naar een gemengd milieu, waarbij de woonfunctie centraal staat. Verder zijn er mogelijkheden voor de integratie van bestaande bedrijvigheid, vestiging van dienstverlening, werkruimten en ateliers.

Het beoogde proces van transformatie zal projectmatig plaatsvinden, maar voltrekt zich in kleine stappen via een meer perceelsgewijze ontwikkeling. De integratie van de bestaande bedrijvigheid is daarbij voortdurend een complicerend onderdeel van het ontwikkelproces. In stedenbouwkundige zin is het uitgangspunt dat het bouwblok aan de Hoogvensestraat, Gondelstraat, Galjoenstraat en Lanciersstraat een gesloten bouwblok blijft. De nieuwe bebouwing staat direct aan de Galjoenstraat. Voorterreinen in de vorm van tuinen ontbreken. Er komen 30 grondgebonden woningen en 22 appartementen. Het ruimtelijke uitgangspunt hierbij is dat er 'slagen' in de vorm van straatjes of woonhoven ontstaan die vanaf de Galjoenstraat ontsloten worden. De straat in dit project biedt ook een doorkoppeling voor langzaam verkeer naar de Hoogvensestraat. Op die manier ontstaat een informele ruimtelijke verbinding via het binnengebied naar buiten en wordt voorkomen dat er een opgesloten en geïsoleerd woonmilieu ontstaat. Deze route zal lopen vanaf het parkje nabij de school aan de Hoogvensestraat, via het Pocketpark van de Havenmeester naar de Piushaven. De hoogte van de nieuwbouw bestaat uit 5 bouwlagen aan de Galjoenstraat, twee stroken haaks daarop in 3 bouwlagen, minder formele, meer opgedeelde bebouwing aan de westzijde in 2 bouwlagen en patiowoningen in 1 bouwlaag achter de stroken.

Nabij de achterpercelen van de Hoogvensestraat blijft de bebouwing dus beperkt tot 1 of 2 bouwlagen. Door dit regime van spelregels ten aanzien van bouwhoogten sluit de beoogde ontwikkeling goed aan bij de hoogtekarakteristieken van Hoogvenne. Om inzichtelijk te maken welke effecten de bebouwing heeft op de bestaande bebouwing is er een bezonningsstudie gemaakt. Hieruit blijkt dat de schaduweffecten op omliggende woningen beperkt zijn (zie bijlage 2). De beoogde ontwikkeling moet voorzien in de eigen parkeerbehoefte volgens de normen van het gemeentelijke parkeerbeleid. In het openbare gebied van Galjoenstraat is geen of nauwelijks aanbod van parkeerplaatsen beschikbaar die meegeteld kunnen worden in het bereiken van een sluitende parkeerbalans. Vanwege het compacte hofachtige woonmilieu is het parkeren op straat niet gewenst. Dit betekent dat er binnen het projectgebied voorzien moet worden in de realisatie van parkeervoorzieningen. Er wordt geparkeerd in maaiveldparkeren onder verhoogde tuinen c.q. terrassen van de stroken bebouwing. Iedere woning beschikt over een eigen parkeerplaats. Het ingediende (bouw)plan voldoet aan de stedenbouwkundige eisen. De architectonische uitwerking moet nog gaan plaatsvinden. Er is differentiatie per bouwblok gewenst in de materialisatie. Het moet een overgang zijn tussen de Havenmeester en de wevershuisjes in de omliggende straten.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

14

3.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Woonvisie Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In deze regio maken de gemeenten periodiek samen met de provincie Noord-Brabant afspraken over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, waarvan de recentste dateert uit mei 2017. In de periode 2017-2027 bedraagt de bouwopgave voor Tilburg ruim 9.600 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke aanwas en de huishoudenverdunning van de gemeente, plus in de migratie afkomstig uit de regio (en daarbuiten). Wanneer en waar nodig worden er regionaal ook kwalitatieve afspraken gemaakt, getuige de afspraak waarbij Tilburg van de eigen opgave 730 woningen beschikbaar stelt aan een drietal buurgemeenten ter verwezenlijking van hun programmadoelen tussen 2009 en 2019. Zeker tot 2025 behelst de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld zo’n 1.000 woningen per jaar, dit gecorrigeerd voor circa 200 w/jr. sloop. De effectieve vraag –uitgeoefend door de woonconsument– ligt gemiddeld op 850-900 woningen per jaar; het gemeentelijke bouwprogramma is hierop afgestemd. Het plan tot de bouw van in totaal 30 grondgebonden woningen en 22 appartementen, past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context (ingevolge artikel 3.1.6.

Bro). Volkshuisvesting - Woonvisie, Woningmarktonderzoek en Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek (KWBO) Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de vierjaarlijkse WoonVisie. Hierin komen thema's en trends in het wonen aan de orde, worden actuele knelpunten geduid en worden de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de Woonvisie is aangegeven dat –ondanks accentverschuiving naar de bestaande woningvoorraad– de nieuwbouwopgave voor Tilburg nog steeds een belangrijk thema is, gegeven de natuurlijke aanwas, gezinsverdunning en immigratie. Centraal in de Woonvisie Tilburg 2015 –met de horizon op 2020– staat de gemeentelijke opgave te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus als basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, zodat zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en trends (waar onder demografie, individualisering, zelfredzaamheid & betaalbaarheid, identiteit/ beleving); dit geldt zowel de woning als de woonomgeving/woonmilieu. In het verlengde daarvan zien we dat kleine huishoudens een steeds dominantere factor in de groei van de woningbehoefte innemen. Onder invloed van de individualisering (i.c. uitstel-/afstel van samenwoonrelatie,

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

15

resp. relatiebreuk) en de vergrijzing neemt zowel in jongere als oudere leeftijdscategorieën het kleine huishouden toe. Het plan tot realisatie van in totaal 30 grondgebonden woningen en 22 appartementen van het Piushavengebied (i.c. Galjoenstraat-Noord) ligt in bestaand stedelijk gebied. Het bouwplan betreft een vorm van binnenstedelijke (her)ontwikkeling, c.q. verdichting stedelijk gebied. In het plan is rekening gehouden met de woonmilieu(differentiatie)opgave, in dit geval het voorzien in de vraag naar Centrum-Stedelijk wonen, ofwel (gestapeld) wonen in vrij hoge dichtheid, veel functiemenging met (groot-)stedelijke voorzieningen, grootschalige (ruimtelijke) complexiteit, en een combinatie van sterke nabijheid en bereikbaarheid. Aandachtspunt is wel dat ten aanzien van het Piushaven-gebied in een raamovereenkomst is vastgelegd dat per deelplan een taakstelling geldt van 20% sociale huurwoningen (waarvan eventueel 5% sociale koop), dat deze woningen via Woning in Zicht (WiZ) toegewezen dienen te worden, de huurprijzen maximaal de aftoppingsgrenzen van de huurtoeslagwet mogen gedragen en na 15 jaar de woningen verkocht kunnen worden zonder naheffing waarbij ze in eerste instantie aangeboden worden aan de Tilburgse woningcorporaties.

3.4 Verkeer en parkeren

Ligging/ontsluiting plangebied Het plan Galjoenstraat Noord is gelegen aan de noordzijde van het Piushavengebied, vlakbij het centrum van Tilburg. Het plangebied is het meest direct bereikbaar vanaf de Ringbaan Zuid, wethouder Baggermanlaan en via de brug D'n Ophef langs de Havendijk en via de Gondelstraat richting de Galjoenstraat. De Galjoenstraat is tweerichtingsverkeer en er geldt een maximum snelheid van 30 km/u. Autoverkeer dat het plangebied wil verlaten kan via de Lanciersstraat en Gondelstraat richting de hoofdwegenstructuur. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen is beperkt en kan goed afgewikkeld worden via de betreffende woonstraten. Daarnaast worden een aantal bedrijfshallen verwijderd waardoor (vracht)verkeer verdwijnt. Langzaam verkeer Het Piushavengebied is een aantrekkelijk gebied is voor recreatief gebruik. Hiervoor zijn op diverse plaatsen voorzieningen voor fietsers en voetgangers aangebracht, met name rondom de Piushaven zijn brede en groene stroken beschikbaar voor voetgangers . Er liggen sternetfietsroutes op de Hoevenseweg/Prinsenhoeven en Piusstraat en een secondaire route over de Lanciersstraat.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

16

Openbaar Vervoer Binnen het Piushavengebied is beperkt openbaar vervoer mogelijk. Er rijdt busverkeer op de Fatimastraat, Ringbaan Oost en de Piusstraat. Voor het plangebied ligt in de Fatimastraat de dichtstbijzijnde halte op minder dan 500 meter, wat een acceptabele afstand is. Parkeren De ontwikkelingen moeten voldoen aan het parkeerbeleid van de gemeente Tilburg. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied moeten voldoen aan de, op dat moment, vastgestelde parkeernormen. Voor het programma zijn de meest recent vastgestelde parkeernormen voor zone A van toepassing. Hier is sprake van gereguleerd gebied met lagere parkeernormen om autogebruik te ontmoedigen. Nieuwe bewoners kunnen derhalve geen parkeervergunning krijgen in het openbare gebied. In het plan zijn 52 woningen voorzien, waarvan 22 in sociale categorie. De totale parkeerboefte bedraagt 49 parkeerplaatsen. Er worden 56 parkeerplaatsen aangelegd. Een eerste berekening van de parkeerbehoefte wijst uit dat hiermee voldaan kan worden aan de parkeereis, zowel voor bewoners als bezoekers. Bij de vergunningverlening zal de definitieve parkeertoets plaatsvinden. De parkeerplaatsen in het openbaar gebied in het gedeelte van de Galjoenstraat dat direct grenst aan het plan (één zijde van de straat) telt mee voor de parkeercapaciteit. De huidige inrichting van de Galjoenstraat biedt in dit gedeelte ruimte voor 4 parkeerplaatsen.

In de nieuwe planopzet worden hier 7 parkeerplaatsen mogelijk gemaakt.

3.5 Archeologie en cultuurhistorie In opdracht van de Gemeente Tilburg heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in januari 2019 een verstoringsonderzoek uitgevoerd in het kader van de herontwikkeling van het plangebied Galjoenstraat in Tilburg (zie bijlage 3). De eerste stap in het archeologische proces is het inzichtelijk krijgen van welke bouwwerken binnen het plangebied aanwezig zijn of zijn geweest, en welke invloed deze kunnen hebben gehad op het bodemarchief. Doel van het bureauonderzoek is om een verstoringskaart van het plangebied op te stellen, waarop niet alleen de horizontale, maar ook de verticale spreiding van verstoringen is opgenomen. Het plangebied ligt zeer waarschijnlijk in een zone met enkeerdgronden. Geomorfologisch ligt het op een dekzandrug, mogelijk op een flank naar een wat lagergelegen deel van het landschap. Tot in de derde kwart van de 20ste eeuw is het plangebied uitsluitend gebruikt als akkerland, bebouwing is in deze tijd niet aantoonbaar. Aan de noordzijde (Hoogvensestraat) worden een rij woningen gebouwd tussen 1920 en 1930, maar het plangebied zelf wordt pas vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw ontwikkeld als bedrijventerrein. Binnen 10 jaar tijd worden vrijwel alle, nu nog aanwezige, gebouwen opgetrokken. Ze zijn allen op staal gefundeerd door middel van strokenfunderingen en/of poeren.

De breedte van de strokenfundering is maximaal 0,9 meter en minimaal 0,3 meter, van de poeren 0,6 tot 1,25 in het vierkant, de diepte bedraagt minimaal 0,65 m -peil, in enkele gevallen is tot circa 1,0 m -peil gefundeerd. De vloeren zijn vrijwel allemaal uitgevoerd in beton of met betontegels, beiden direct op de bodem aangebracht. Één hal heeft een tot 0,5 m -peil verlaagd laadplatform, de bestrating en fundering zullen op 0,8 tot 1,0 m -peil liggen. Alleen bij deze hal is indirect aangegeven dat de bouwput geheel ontgraven moet worden. Onbekend is hoe het grondwerk bij de overige gebouwen is uitgevoerd. Aannemelijk is dat bij de hallen alleen de sleuven voor de funderingsstroken en de poeren zijn ontgraven, en voor de vloeren alleen de bovenste 0,4 m van de bodem. Op drie locaties binnen het plangebied zijn meerdere ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Onbekend is of deze zijn verwijderd. Op basis van het bovenstaande moet geconcludeerd worden dat de kans groot is dat de bouwactiviteiten vanaf 1960 binnen het plangebied waarschijnlijk maar in beperkte mate geleid zullen hebben tot verstoring van de bodem. Indien er inderdaad een esdek aanwezig is, is bovendien de kans groot dat de verstoringen maar in beperkte mate tot in de C-horizont zullen hebben gereikt.

De verwachting is dan ook dat eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen grotendeels intact zullen zijn. Daar waar grondroerende activiteiten gerelateerd aan de aanleg en het gebruik van het bedrijventerrein tot op de vaste bodem (dit is de C-horizont) hebben gereikt, de kans nog steeds aanwezig is dat archeologische sporen in de C-horizont (deels) intact zullen zijn.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

17

Geadviseerd wordt om het gehele plangebied nader te onderzoeken, waarbij in eerste aanleg vastgesteld moet worden of het bodemprofiel nog deels of geheel intact is. Daar de verwachting is dat inderdaad het geval zal zijn, en dat er binnen het plangebied enkeerdgronden zullen zijn, wordt geadviseerd een karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) te laten uitvoeren. Hiermee wordt niet alleen de bodemopbouw betrouwbaar inzichtelijk gemaakt, maar worden tevens eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen opgespoord. Voorafgaand aan dit onderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld. Het terrein is momenteel grotendeels verhuurd. Hierdoor is het lastig om een verstoringsonderzoek uit te voeren. In het bestemmingsplan wordt een dubbelbestemming waarde archeologie opgenomen voor het gehele bestemmingsplangebied. Het onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan de vergunningaanvraag.

3.6 Groen 3.6.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.

Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant.

Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. 3.6.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

18

waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.6.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken.

Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'.

Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad.

Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

19

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende wijzigingsplan.

4.2 Milieueffectrapportgage Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2.000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b.

Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied bevindt zich op meer dan 3 kilometer ten oosten van het plangebied (Kampina & oisterwijkse Vennen). Stikstofdepositie zou tot mogelijke negatieve effecten op het natuurgebied kunnen leiden. Dit wordt in paragraaf 4.11 onderzocht en beoordeeld. Er heeft een vormvrije mer beoordeling plaatsgevonden (zie Bijlage Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Galjoenstraat Noord). Uit dit rapport blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG-brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een omgevingstype ´rustige woonwijk´ en een ‘gemengd gebied’. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Het gebied ligt in een gemengde omgeving waar wonen en bedrijvigheid is toegestaan. Voor deze bedrijvigheid is aansluiting gezocht bij de lijst functiemenging zodat voor woningen in dit gebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op het naastgelegen perceel (Galjoenstraat 39a) is echter een functieaanduiding opgenomen voor een metaal bewerkend bedrijf. Hiervoor geldt dat de richtafstand voor geluid (100 meter) en gevaar (10 meter) niet gehaald wordt voor de nieuwe woningen binnen dit initiatief.

Deze richtafstand gelden tot woningen in een rustige woonwijk. In dit geval is er sprake van een gemengde omgeving. Het gebied maakt onderdeel van het gebied Piushaven waar diverse activiteiten en wooninitiatieven naast elkaar ontplooid worden. Daarnaast zijn er aan de Galjoenstraat nog enkele bedrijvenfuncties aanwezig.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

20

Hiermee is het verantwoord de richtafstand voor geluid met 1 stap te verkleinen naar 50 meter. De nieuwe woningen liggen binnen deze richtafstand. Op basis van de VNG-brochure is het mogelijk om af te wijken van de richtafstanden mits dit nader is onderzocht. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.5.3. Ten aanzien van de aspecten geur en stof (10 meter op basis van gemengd gebied) bestaat op basis van de bedrijfsactiviteiten (zoals het binnen uitvoeren van werkzaamheden) geen aanleiding te verwachten dat er sprake zal zijn van noemenswaardige geur- en/of stofhinder. Deze aspecten zullen er niet toe leiden dat er sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarom kan onderbouwd afgeweken worden van de richtafstand ten aanzien van geur en stof. Brandveiligheid In de handreiking Bedrijven en milieuzonering van het VNG is aangegeven dat er bepaalde afstanden benodigd zijn tussen milieubelastende activiteiten zoals bedrijven en woonfuncties. In de handreiking staan richtafstanden genoemd waarvan onderbouwd kan worden afgeweken. Door het naastgelegen bedrijf De Kort Metaalbewerking wordt gebruik gemaakt van gasflessen. Er is door Bureau Veldweg (Bureau Veldweg, 8 maart 2019, zie bijlage) onderzocht of dit gevolgen heeft voor de brandveiligheid en of er eventueel maatregelen genomen dienen te worden.

Bij een brand in de woning wordt voldaan aan de vereiste van het Bouwbesluit. De aanwezige afstand van de gevelopeningen naar de perceelgrens is hierbij toereikend om brandoverslag naar de omgeving tegen te gaan. Vanuit het bedrijf dient er aangetoond te worden dat er ter plaatse van de gasflessenopslag een veilige afstand aanwezig is waarbij er geen risico richting de naastgelegen percelen aanwezig is. De bestaande metselwerk muur op de erfgrens blijft tot een hoogte van circa 2 meter staan. Zoals aangegeven in de Praktijkgids Bouwbesluit kan aan een metselwerk wand met een dikte van 90 mm. een brandwerendheid van 60 minuten worden toegekend. Vanuit de Bouwregelgeving dient er brandoverslag te worden bepaald vanuit (gevel)openingen welke een brandwerendheid bezitten van minder dan 30 minuten. Indien de wand 60 minuten brandwerend is, zijn er geen (gevel)openingen waardoor er vanuit het bedrijfsterrein geen brandoverslag kan optreden. Door de aanwezigheid van de scheidende metselwerk muur is er een veilige situatie vanuit de milieubelastende activiteit richting de woning aanwezig, waarbij kan worden afgeweken van de richtafstand zoals omschreven in de Handreiking van het VNG. In de regels van het bestemmingsplan wordt een muur voorgeschreven in het kader van brandveiligheid.

Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3.

met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's.

Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)

21

Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Het initiatief voldoet aan het eerste criterium.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen".

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11483086/2