CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

08 obp toelichting

Raadsvergadering 23 september 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Groenewoud 2008, 8e herziening (Pater van den Elsenplein)38.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Groenewoud 2008, 8e herziening (Pater van den Elsenplein) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020031-b001

28 november 2023

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

4

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur

4 4 4 5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

6

2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen 3.6 Verkeer en parkeren

6 6 7

9 9 9 10 12 12 15

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

18

4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie

18 18 18 19 20 21 22 23 23 24

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

27

5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 5.2 Bestaand watersysteem 5.3 Beleidskader 5.4 Duurzaam watersysteem 5.5 Watertoets

27 27 28 30 31

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

32

Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg

33

7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Omgevingsdialoog 7.4 Zienswijzen

33 33 33 33

Toelichting

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan Groenewoud 2008 ingediend ten behoeve de realisatie van een nieuw gezondheidscentrum en een woontoren aan het Pater van den Elsenplein te Tilburg. De herstructurering van het Pater van den Elsenplein, die in gang werd gezet met verplaatsing van de supermarkt, de bouw van nieuwe woningen daarboven en een herinrichting van de openbare ruimte (vormgegeven in het bestemmingsplan Groenewoud 2008, 6e herziening), wordt daarmee voltooid. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat Pater van den Elsenplein 86-90 en de naastgelegen openbare ruimte. Het gaat daarbij om de kadastrale percelen gemeente Tilburg, sectie Y, nummers 1555, 2019 en 2531 (gedeeltelijk).

Afbeelding: ligging Pater van den Elsenplein in Tilburg

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan Groenewoud 2008.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

2

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het Pater van den Elsenplein was oorspronkelijk als een open geheel met een groen karakter te ervaren. In de jaren 70/80 zijn een supermarkt en andere kleine bebouwing in deze openbare ruimte gerealiseerd. De ruimte was vanaf dat moment versnipperd en minder overzichtelijk. De nog onbebouwde ruimte werd grotendeels door parkeerfaciliteiten bezet en heeft daarom een heel stenig karakter gekregen. De leefbaarheid en veiligheid van het plein kwamen onder andere vanwege deze indeling onder druk te staan. Met de verplaatsing van de supermarkt naar de rand van het plein en de herinrichting van de openbare ruimte aan de supermarktzijde is een begin gemaakt met het terugbrengen van een plein met pleinwanden en het open en uitnodigende karakter daarvan. Het nu voorliggende plan voltooit de herstructurering van het plein. Er wordt een modern gezondheidscentrum gerealiseerd, dat de gedateerde huisartsenpraktijk vervangt. Daarnaast wordt in de lokale woningbehoefte voorzien door het oprichten van een woontoren (hoogbouw). Wat openbare ruimte betreft wordt aansluiting gezocht bij hetgeen reeds is gerealiseerd op het plein.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

3

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant.

In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 stellen we ons tot doel dat de netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd, in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI (Nationale Omgevingsvisie). De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien.

Het plan tot de bouw van maximaal 40 middeldure huurwoningen in de wijk Groenewoud aan het Pater van den Elsenplein past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

4

4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening (IOV) vastgesteld (25 oktober 2019, in werking getreden op 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de IOV zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De IOV is beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Specifiek voor het plangebied geldt dat er geen bijzondere verplichtingen aan de orde zijn op basis van de IOV.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

5

Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.

<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

6

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. In 2023 is de Handreiking nogmaals aangepast. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Het voorliggende plan voorziet o.a. in een woontoren van 33 meter hoog, die niet in het vigerende bestemmingsplan past. E.e.a.

is derhalve getoetst aan de Handreiking Hoogbouw en akkoord bevonden. De motivering hiervoor luidt als volgt: Het plangebied ligt aan het Pater van den Elsenplein in Groenewoud en maakt onderdeel uit van de beoogde oost-westverbinding tussen het ziekenhuis en Stappegoor. Deze ‘ruggengraat’ vormt een ruimtelijke- en programmatische verbinding tussen Groenewoud en Stappegoor. De toevoeging van een woontoren en gezondheidscentrum versterkt deze ruggengraat en geeft een kwaliteitsimpuls aan het gebied. Daarbij dragen de appartementen als woontypologie bij aan de gewenste differentiatie in de woonvoorraad van de wijk. Het toevoegen van een hoogte-accent op deze plek draagt bij aan de markering van het hart van de wijk en de heldere omkadering van het Pater van den Elsenplein. De situering in de knik van de Broekhovenseweg-Oude Hilvarenbeekseweg geeft het wijkhart een gezicht aan het lint en legt de verbinding tussen het plein en de doorgaande weg. De positionering van de gebouwen zorgt voor een gewenste ruimtelijke beëindiging van het Pater van den Elsenplein als tegenspil van de nieuwbouw aan de overkant. Het plan bestaat uit twee gebouwen met een hoogte-accent van 10 verdiepingen aan de noordkant. De gebouwen worden verbonden door een doorlopende plint waardoor er een binnenplein gecreëerd wordt en er een uniform ensemble ontstaat.

Daarbij wordt de openbare ruimte rondom het gebied meegenomen in het ontwerp waardoor er een samenhangend geheel ontstaat met de omgeving. De verkennende gemeentelijke zonnestudie laat zien dat de hoogte van de gebouwen geringe impact hebben en dat voldaan wordt aan de gestelde Haagse norm voor hoogbouw. Windhinder Ten behoeve van het plan is een onderzoek uitgevoerd naar windhinder. Dit is als bijlage bij de plantoelichting gevoegd. Aan de hand van dit onderzoek is geconculdeerd dat sprake is van een kwalitatief aanvaardbaar leefklimaat. Het windonderzoek laat zien dat er nergens een slecht windklimaat (Klasse E) of windgevaar ontstaat. De rest van het gebied kent een goed windklimaat. In de noordwestelijke hoek voor Pater van Elsenplein 1 en 2 ontstaat er een matig windklimaat, maar gezien het feit dat deze plek geen verblijfsfunctie als Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

7

hoofdactiviteit heeft en de groei van de jonge bomen in de toekomst een afschermde werking zal hebben, met positieve impact op het windklimaat, kan dit worden geaccepteerd. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen.

Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> Het plangebied ligt in de wijk Groenewoud, in het zuiden van de bebouwde kom van Tilburg. Het plangebied bevindt zich op het meest zuidelijke deel van de hoge akkergronden van De Keel, Eselven en Broekhoven die de zuidelijkste uitloper vormden van het grootste, centrale akkercomplex van Tilburg (De Schijf). Er zijn aanwijzingen dat in dit gebied al in de twaalfde eeuw, maar zeer waarschijnlijk nog eerder, ontginningen plaatsvonden. De hoge akkergronden van Tilburg werden in het zuiden begrensd door het brede beekdal van de Oude en Nieuwe Leij. <0000> De wijk Groenewoud werd van noordwest naar zuidoost doorsneden door een aantal dijken die het beekdal van de Oude en Nieuwe Leij overstaken. Dit waren, van oost naar west, de Gemeene Dyk en de Broekhovenschen Dyk (nu deel van de Oude Hilvarenbeekseweg). De nederzettingen in Groenewoud, De Keel, Eselven/Groenewoud en Broekhoven, lagen bij het begin van deze verhoogde wegen. Tot ver in de twintigste eeuw bleef het plangebied onderdeel van een overwegend agrarisch gebied. <0000> Rond 1920 werd ten noorden van Broekhoven een kleine wijk gebouwd (Vogeltjesbuurt) die later werd uitgebreid. Na de Tweede Wereldoorlog volgde nieuwbouw ten westen van de Broekhovenseweg (Vissenbuurt, omgeving Jan Truijenlaan - Groenewoudstraat).

<0000> De eerste fase van de bebouwing van onderhavig plangebied dateert van het begin van de jaren ´20 van de twintigste eeuw. 3.3.2 Archeologie <0000> Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein. <0000> In 2022 is voor het plangebied een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Boer, E.A.M. de, 2022: Gemeente Tilburg, Plangebied Pater van den Elsenplein te Tilburg. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). (’s-Hertogenbosch; BAAC-rapport V-21.1051). <0000> Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied deel uitmaakt van de rand van een dekzandrug/-welving langs het beekdal van de Katsbogte en de Nieuwe Leij. Dergelijke gebieden op een landschappelijke gradiënt vormden van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. Dit blijkt ook uit de archeologische waarnemingen in de omgeving, die betrekking hebben op archeologische waarden uit het mesolithicum en de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. <0000> Het plangebied was lange tijd in gebruik als bouwland. Als gevolg van eeuwenlange verploeging zal de top van de natuurlijke bodem in de (oude) bouwvoor zijn opgenomen. Vanaf de 15 eeuw is door plaggenbemesting op de akkers een dik humeus cultuurdek ontstaan (plaggendek).

In het begin van de 20e eeuw is het oostelijke deel van het plangebied in gebruik genomen als erf/tuin met bijgebouwen behorende bij de bebouwing langs de Broekhovensche Weg.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

8

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000> <0000>

In de jaren vijftig van de 20e eeuw is het plangebied deel gaan uitmaken van een uitbreidingswijk en zijn de erven verkleind of is de oude bebouwing gesloopt. Het terrein maakt deel uit van een groenstrook in de wijk (Pater van den Elsenplein). Vermoedelijk zal voorafgaand aan de aanleg het gebied zijn geëgaliseerd, waardoor het plaggendek in meer of mindere mate zal zijn afgetopt. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden en de aanleg van kabels en leidingen, zal de bodem in meer of mindere mate verstoord zijn. Vanaf de jaren tachtig hebben in het noordelijke deel van het plangebied bouwwerkzaamheden plaatsgevonden, waardoor de bodem lokaal zal zijn verstoord. Op basis van het bureauonderzoek geldt er voor het gehele plangebied een lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het paleolithicum-neolithicum. Voor vindplaatsen van landbouwers uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Voor de late middeleeuwen-nieuwe tijd geldt, met uitzondering van de erven langs de oostkant van het plangebied (hoge verwachting) een lage verwachting. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied tot in de top van de C-horizont is afgetopt. De humeuze bovengrond is als gevolg van (sub)recente verstoring sterk heterogeen. Er is geen Laag van Usselo aangetroffen.

Hieruit is de conclusie getrokken dat het (potentieel) archeologisch niveau niet aanwezig is (Laag van Usselo) of verstoord is (top dekzand). Op basis hiervan is de verwachting bijgesteld naar laag. Op basis van de resultaten van het archeologische bureau- en booronderzoek (verkennende fase) heeft het bevoegd gezag, gemeente Tilburg, besloten dat er voor de voorgenomen ontwikkeling geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Binnen het bestemmingsplan hoeft geen dubbelbestemming Waarde Archeologie te worden opgenomen. Wel geldt altijd dat dat er tijdens de werkzaamheden sporen of resten kunnen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologisch erfgoed. Is dat het geval, dan dient daarvan zo spoedig melding te worden gemaakt; dit staat in de Erfgoedwet (art.5.10). Officieel moet de vondst worden gemeld bij de minister, in de praktijk kunt u dit ook doen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via het vondstmeldingsformulier (zie: Vondstmeldingsformulier (cultureelerfgoed.nl). Daarmee wordt de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem.

3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. <0000> In of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen beschermde monumenten.Ruim ten oosten van het plangebied is aan de Oude Hilvarenbeekseweg 66 een rijksmonumentaal boerderijcomplex gelegen dat gebouwd werd naar ontwerp van de Tilburgse architect Jos Donders. <0000> De wijkopzet is onderdeel van het partiële uitbreidingsplan Broekhoven. Dit plan pas in 1954-1955 vastgesteld en goedgekeurd en was een uitwerking van de stedenbouwkundige uitgangspunten van het nooit vastgestelde Uitbreidingsplan in Hoofdzaak uit 1947 (geënt op het in de jaren dertig bedachte plan in Hoofdzaken dat in 1940 werd vastgesteld; hierbij werd al uitgegaan van een inwoneraantal van 200.000 in het jaar 2000). Groenewoud komt tot stand volgens de wijkgedachte, die in het naoorlogse Tilburg nog steeds een van de leidende stedenbouwkundige principes was. De wijkgedachte werd verondersteld een heilzame werking op de samenleving te hebben. De stad moest worden opgebouwd uit wijken die volledig zelfstandig waren. Binnen die wijken kon een overzichtelijk ruimtelijk kader worden geboden met een eigen karakter en een wijkraad als kern van de wijkorganisatie.

Daarom worden in Groenewoud slechts zoveel woningen opgenomen dat het woongebied voldoende groot zal zijn om zelfstandig tot ontwikkeling te komen en de stichting van een parochie mogelijk te maken. Scholen worden gezien als de kern van de wijk. De wijken dragen ook in de naoorlogse periode een duidelijk Rooms-katholiek stempel. In opdracht van de directeur van Publieke Werken (gemachtigde van het gemeentebestuur) wordt in 1953 vergunning aangevraagd voor de bouw van 185 woningen, 2 winkelwoonhuizen en één bovenwoning. Het model is het bestaand standaardmodel nationale woningraad. Het ontwerp is van de Tilburgse BNA-architect, F. van Meerendonk (Goirkestraat 112) en ir. G. Beekers b.i. Voor de Forelstraat ontwierp architectenbureau Jos Donders in 1959, 29 woningwetwoningen. Aan de zuidzijde van het Pater van den Elsenplein werden vanaf 1956, 8 winkel-woonhuizen en 18 woonhuizen gerealiseerd naar ontwerp van de architecten Ouborg en van der Wegen, in opdracht van aannemer H. Cools. De panden Don Sartostraat, 1, 3, 5, 7, 31, 33 zijn opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) van de provincie Noord- Brabant. De nrs, 1 tot en met 9, woonhuizen gebouwd in 1933 naar ontwerp van Ouborg en Van der Wegen. Deze woonhuizen zijn nog redelijk gaaf, maar hoewel kenmerkend voor hun ontstaanstijd, beschikken ze niet over bijzondere architectuur- of cultuurhistorische waarden.

Van dit woningtype is nog tamelijk veel bewaard in Tilburg.De nrs. 31 en 33, woonhuizen uit omstreeks 1910 zijn eveneens MIP-panden, maar Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

9

bevinden zich buiten het plangebied. Pius X-kerk. Gebouwd door architect Hurks in 1956. De parochie was een afsplitsing van Broekhoven, op zijn beurt een afsplitsing van Korvel. Paus Pius X (Don Sarto) was paus van 1903 tot en met 1914. In 1954 werd hij als eerste paus sinds 400 jaar heilig verklaard (vooral vanwege zijn strijd tegen de modernisten in de kerk). Het kerkgebouw is gesloopt in 2002 en vervangen door een woningcomplex van bureau Luijten-Smeulders.De herkenbaarheid en ruimtelijkheid van het Pater van de Elsenplein als wijkhart heeft te flink te lijden gehad door de omzetting van de groene inrichting in een meer stenige met parkeerplaatsen en winkels.

3.3.4 Conclusie Er bestaan geen bezwaren tegen de ontwikkeling uit oogpunt van cultuurhistorie en archeologie. Wel geldt altijd dat dat er tijdens de werkzaamheden sporen of resten kunnen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologisch erfgoed. Is dat het geval, dan dient daarvan zo spoedig melding te worden gemaakt; dit staat in de Erfgoedwet (art.5.10). Officieel moet de vondst worden gemeld bij de minister, in de praktijk kan men dit ook doen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via het vondstmeldingsformulier (zie: Vondstmeldingsformulier (cultureelerfgoed.nl). Daarmee wordt de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem.

3.4 Volkshuisvesting Woonvisie, Woonagenda, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Woonadvies specifiek voor plangebied In de wijk Groenewoud zien veel grondgebonden woningen (81%), onderverdeeld in 40% koop en 60% huur. Meer dan de helft van de woningen (54%) is corporatiebezit. In tegenstelling tot de rest van het woningmarktgebied stond het overgrote deel van de woningen er al voor 2000 (87%). Met 14% van de huishoudens in de sociale minimacategorie scoort de wijk slecht vergeleken met de rest van Tilburg. Groenewoud is onderdeel van de PACT-aanpak van de gemeente Tilburg, waarmee beoogd wordt de leefbaarheid te vergroten. Het percentage ouderen ligt hoger dan het Tilburgse gemiddelde en het aanbod aan nultreden woningen voor ouderen is beperkt. Het woningbouwprogramma met maximaal 40 middeldure huurwoningen voor o.a.

de doelgroep ouderen sluit daarmee goed aan op de gewenste ontwikkeling in de wijk Groenewoud. De locatie bij het winkelcentrum en de directe nabijheid van het gezondheidscentrum maakt deze locatie in het bijzonder geschikt voor de doelgroep ouderen. We adviseren de woningen levensloopbestendig en nultreden uit te voeren. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. In paragraaf 2.1.1. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit en deze afspraken.

3.5 Groen 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

10

onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Bomenbeleid: <0000> beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening. Boomwaarde zoneringskaart (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat- , eco-,hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de buiten-zone.

Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant.

De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone (van de BWZ-kaart). Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van deBomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan is de BWZ-kaart verwerkt in de Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een klimaat-, eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Specifiek voor de onderhavige ontwikkeling geldt dat als gevolg van de voorgenomen bouw van gezondheidscentrum + woontoren 14 bomen gekapt dienen te worden, aangezien deze bomen op de locatie van de nieuwbouw staan, en dat nog eens 14 bomen gekapt moeten worden als gevolg van de herinrichting van het openbaar gebied. In het exploitatiegebied van het gezondheidscentrum komen 10 nieuwe bomen terug.

Puur kijkend naar deze fase van de herstructurering van het plein verdwijnen dus 28 bomen er komen er 10 bomen terug. Daarnaast is er nog sprake van een flinke vergroening (ontharding) van het Pius X pleintje. Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

11

Meer bomen zijn op dit deel van het plein niet mogelijk, omdat het plan voorziet in parkeren op maaiveld, voorziet in een aantal verblijfsplekken (met spelen) en rekening houdt met wadi’s in openbare ruimte voor het opvangen van hemelwater. Het ontwerp van de herstructurering van het Pater vd Elsenplein als geheel, dus inclusief het reeds gerealiseerde deel in de eerste fase van de herstructurering, kent echter een hele andere (positieve) verhouding tussen te kappen en nieuwe bomen. Op dit schaalniveau worden in totaal 69 bomen gekapt (waarvan 41 reeds gekapt) en komen er 85 terug (waarvan er al 75 zijn aangeplant in de eerste fase). De herstructurering van het Pater van den Elsenplein als totaalproject leidt derhalve tot een vergroening en een toename van het aantal bomen (toename van 16 stuks netto). Zie voor dit alles de bij de plantoelichting gevoegde "kaptekening". 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente.

Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteitneemt wereldwijd af. Het doel van de nota, vastgesteld door de raad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter tebeschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden.

In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden.In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3.

In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016).

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

12

3.5.4 Agenda groen in de stad De agenda groen in de stad (vastgesteld door het college op 19 juli 2016) gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten. Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Inmiddels is deze op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de raad). 3.5.5 Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor al onze inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad.

Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen vormt de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. Op de Stadsnatuurkaart 2040 zijn onder meer de ecologische structuren benoemd. Hieraan is een duidelijke maatvoering gekoppeld. Deze maatvoering wordt zowel bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen als gedurende het verdere proces meegenomen om zo de ecologische kwaliteit op een juiste manier mee te nemen. De grote ambities en veelheid van belangen die spelen in ruimtelijke ontwikkelingen, maken een heldere en duidelijke structuur en maatvoering voor ecologie wenselijk. 3.5.6 Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad.

We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragenaan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020-2023 (zie paragraaf 5.1). De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

13

onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.6.4 Projectspecifieke aspecten Omliggende wegenstructuur Het plangebied wordt omsloten door het Pater van de Elsenplein, de Visserijstraat, Forelstraat en Don Sartostraat. Dit zijn allemaal erftoegangswegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/u.

Het Pater van de Elsenplein sluit aan op de gebiedsontsluitingsweg Broekhovenseweg, die op zijn beurt weer aansluit op de Ringbaan Zuid. Een van de hoofdontsluitingswegen van Tilburg. Fietsroutes en -stalling Het Pater van de Elsenplein is aangewezen als Secundaire fietsroute in het gemeentelijke fietsnetwerk. De straat is ingericht als erftoegangsweg met “accentstroken” voor de fietser. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

14

fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. Openbaar vervoer Op loopafstand liggen bushaltes langs de Oude Hilvarenbeekseweg en Broekhovenseweg. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg. Voor het Pater van de Elsenplein is een integrale parkeerberekening gemaakt waarin de huidige parkeerbehoefte, de parkeerbehoefte van de supermarkt met appartementen en de parkeerbehoefte van deze ontwikkeling zijn meegenomen. Noodhulpdiensten Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

15

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. (beoordelings)plichtig. Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ op ongeveer 3,3 kilometer afstand. Om juridisch zeker te zijn dat het project geen significante depositie in natuurgebieden veroorzaakt, heeft er een AERIUS-toets plaatsgevonden, zowel voor de bouwfase als voor de gebruiksfase.

Deze toetsen zijn als bijlage bij de plantoelichting gevoegd.Uit de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Het in gebruik hebben van het gezondheidscentrum en de woningen zal dan ook niet leiden tot mogelijke significante negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekening voor de bouwfase blijkt hetzelfde voor de bouwfase. Beide berekeningen zijn als bijlage bij de plantoelichting gevoegd. Duidelijk is dat de ontwikkeling niet leidt tot stikstofdepositie en dus geen significante effecten heeft voor Natura 2000-gebieden. 4.2.2 Vormvrije m.e.r beoordeling Voor dit plan is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen. De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Uit de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Het in gebruik hebben van het gezondheidscentrum en de woningen zal dan ook niet leiden tot mogelijke significante negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekening voor de bouwfase blijkt hetzelfde voor de bouwfase.

Duidelijk is dat de ontwikkeling niet leidt tot stikstofdepositie en dus geen significante effecten heeft voor Natura 2000-gebieden. Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. De VNG-publicatie is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-publicatie staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot Groenenwoud 2008, 8e herziening (Gezondheidscentrum Pater van den Elsenplein)

16

aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Het plan maakt een multidisciplinair gezondheidscentrum mogelijk met de bestemming maatschappelijk (milieucategorie 2). Daarnaast worden er binnen de functie wonen gestapeld woningen mogelijk gemaakt met in de plint dienstverlenende functies (milieucategorie 1). In de omgeving zijn verschillende functies naast elkaar aanwezig. Het gebied is daarom te categoriseren als een gemengd gebied. Hierdoor kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Hierdoor geldt er een richtafstand van 10 meter van de maatschappelijke functies tot de woningen. Aan de richtafstand van 10 meter wordt voldaan. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben.

De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmings-plannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5.

de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Het plangebied maakt woningen mogelijk en ligt op ca. 1500 meter van een geitenhouderij en is daarom getoetst aan de beleidslijn geitenmoratorium. Het plan betreft een wooninitiatief binnen stedelijk gebied en wordt daarom zonder meer toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14535436/1