CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Kadernota Duurzame stad_oud

Raadsvergadering 17 mei 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota's duurzame en vitale stad10.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Kadernota’s Duurzame Stad Inhoudsopgave Kadernota’s Duurzame Stad.................................................................................................................................... 2 1.

Inleiding...................................................................................................................................................... 3

2

Samenhang ................................................................................................................................................ 3

3

Kadernota’s Duurzame Stad ...................................................................................................................... 5

4

Beleidskaders ............................................................................................................................................. 5

Bijlage 1a: Kadernota Fysieke basiskwaliteit ........................................................................................................... 6 1

Trends & ontwikkelingen ........................................................................................................................... 6

2

Visie, ambitie en opgaven .......................................................................................................................... 8

3

Hoofddoelen en indicatoren .................................................................................................................... 10

4

Financieel overzicht ................................................................................................................................. 14

Bijlage 1b: Kadernota Groene Blauwe Leefomgeving ........................................................................................... 16 1

Trends & ontwikkelingen ......................................................................................................................... 16

2

Visie, ambitie en opgaven ........................................................................................................................ 17

3

Hoofddoelen en indicatoren .................................................................................................................... 18

4

Financieel overzicht ................................................................................................................................. 20

Bijlage 1c: Kadernota Klimaat ............................................................................................................................... 21 1

Trends & ontwikkelingen ......................................................................................................................... 21

2

Visie, ambitie en opgaven ........................................................................................................................ 21

3

Hoofddoelen en indicatoren .................................................................................................................... 24

4.

Financieel overzicht ................................................................................................................................. 25

Bijlage 2a: Overzicht bestaande beleidskaders ..................................................................................................... 26 Bijlage 2b: Overzicht aankomende beleidskaders ................................................................................................ 27

2

1. Inleiding Tilburg moet ook in de toekomst een fijne en gezonde plek zijn om te wonen, werken en te verblijven. Samen met inwoners, bedrijven, provincie en waterschappen hebben we de taak om onze gemeente bewoonbaar te houden voor volgende generaties; een opgave van lange adem. Wat we tot nu toe hebben gedaan, voldoet niet op termijn. Wij moeten op zoek naar oplossingen voor het heter, natter en droger worden van de stad en de natuur. We willen ook dat inwoners hun leefomgeving als prettig ervaren: een (openbare) ruimte die schoon, heel, groen en veilig is. Het vergroten en versterken van een groene stad met meer water, is erg belangrijk voor de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stad. Het draagt bij aan de opgaven waar we komende tijd voor staan als maatschappij. Kortom: de ‘Duurzame Stad’ beschrijven we in deze notitie in drie kadernota’s die met elkaar samenhangen: Klimaat, Fysieke basiskwaliteit en Groene blauwe leefomgeving. Binnen de opgave Klimaat onderscheiden we drie thema‘s: duurzame energie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Het thema energie is momenteel het grootst. groot Dat komt omdat hier al langer veel aandacht voor is. Dat maakt de andere thema’s niet ondergeschikt. Mocht het nodig zijn om in de toekomst het thema energie als een apart programma uit te lichten, dan overwegen we dat.

We zien kansen om versneld de opwek van duurzame energie te realiseren. We willen dat huizen en gebouwen minder energie verbruiken, ons vervoer minder uitstoot veroorzaakt en wateroverlast, droogte en hittestress voorkomen. Bovendien willen we het gebruik van uitputbare grondstoffen verminderen en kringlopen zoveel mogelijk sluiten. Het thema fysieke basiskwaliteit gaat over de openbare ruimte van Tilburg. Het is de stad die we met elkaar vormen. Deze ruimte is weliswaar in eigendom van de gemeente, maar wordt door iedereen gebruikt. We zijn er dan ook samen verantwoordelijk voor. Met onze inwoners en partners kiezen we wat er nodig is in een buurt, wijk of dorp. Elk gebied is anders; daarop inspelen vraagt maatwerk per gebied (buurt, wijk of dorp). We hebben oog voor biodiversiteit en landschap. Daarom gaan we door met de uitvoering van het groen- en biodiversiteitsbeleid: 'water' nog meer inzetten als inrichtingselement, zowel in als om de stad. En de drie stadsregionale parken Stadsbos013, Moerenburg/ Koningshoeven en Park Pauwels richten we nog duurzamer in. Daarnaast trekken we het groen de stad in.

2

Samenhang

In het Bestuursakkoord hebben we gekozen voor de Duurzame, Vitale en Inclusieve stad en Samen en dichtbij. Daarbij zijn velden benoemd waarop de gemeente zich gaat richten. Voor de Duurzame stad zijn dat het klimaat (energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie), een groene blauwe leefomgeving (groen in en om de stad en biodiversiteit) en de fysieke basiskwaliteit (openbare ruimte en milieukwaliteit). Deze velden hebben allemaal effect op elkaar. Groen in en om de stad realiseren we in de openbare ruimte en heeft o.a. invloed op onze klimaatbestendigheid en op de kwaliteit van de leefomgeving. Gebruik van duurzame energie draagt bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit en daarmee aan een gezonde groene leefomgeving. Beleid op het ene veld is dus nooit los te zien van de inzet en gevolgen op een ander veld. Dat geldt ook voor de Duurzame, Vitale en Inclusieve Stad. Een gezonde en groene stad verhoogt de waardering voor de openbare ruimte en verbetert de leefbaarheid voor de inwoners. Daarnaast is een groene stad in een hoogwaardig landschap noodzakelijk, om de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor de stad en regio te versterken. Dit geldt ook voor de openbare ruimte. 3

Een aantrekkelijke, schone, hele, groene en veilige openbare ruimte levert een bijdrage aan een goed vestigingsklimaat. Het zorgt ook voor een fijne woon- en leefomgeving, waarmee weer nieuwe bewoners naar Tilburg worden getrokken. Een toename van de werkgelegenheid in Tilburg zorgt er voor dat meer mensen aan de slag kunnen. Dat werkt weer positief op de sociale veerkracht. Een groene en gezonde stad daagt uit tot buiten zijn en bewegen in de buitenlucht. En het kan helpen om sociaal isolement van kwetsbare groepen te voorkomen. Samen met o.a. woningcorporaties woningen verduurzamen stimuleert enerzijds de werkgelegenheid, en zorgt anderzijds voor minder woonkosten voor inwoners. De instrumenten die we binnen het domein Samen en dichtbij ontwikkelen (netwerkstad/lobby, datagedreven werken en wijkgericht werken), kunnen de samenhang van de velden binnen de steden versterken. Dat geldt ook voor de steden onderling. Ook hier geldt dat beleidsontwikkeling in de ene stad onmiskenbaar gevolgen heeft voor de andere steden. Door samenhang meer te benutten, kan een vliegwieleffect ontstaan om de bestuurlijke doelen te bereiken. Dit vereist intensieve samenwerking op bestuurlijk en ambtelijk niveau om te komen tot integralere afwegingen.

De samenhang binnen het Tilburgse beleid komt ook tot uitdrukking in de Tilburgse Omgevingsvisie 2040, waarin de verschillende beleidskaders binnen de Duurzame Stad zijn opgenomen, en de nieuwe Omgevingswet. Deze treedt op 1 januari 2022 in werking. Met deze wet wil de Rijksoverheid de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen. Ook de Omgevingswet vereist een omslag van sectoraal naar integraal beleid. We kunnen kansen en mogelijkheden veel beter benutten door integraal naar de openbare ruimte te kijken. Als we een weg opnieuw inrichten, kijken we bijvoorbeeld meteen naar het vervangen van de riolering of het realiseren van meer groen of speelvoorzieningen. Door de hoge en nog steeds toenemende druk op de boven- en ondergrondse ruimte, is het des te belangrijker om efficiënte keuzes te maken.

4

3

Kadernota’s Duurzame Stad

In bijlagen 1a t/m 1c zijn de drie Kadernota’s opgenomen met per veld de volgende indeling: 1 Trends & Ontwikkelingen 2 Visie, ambitie en opgaven 3 Hoofddoelen en indicatoren Een kadernota formuleert de hoofdlijnen waarbinnen beleidsnota’s, concrete plannen, dienstverlening en /of investeringen uitgewerkt worden. De ‘kaders’ geven voor de komende tien jaar richting aan de ontwikkeling van onze stad en de waarden/kwaliteiten die we nastreven. Het vormt op deze manier het meerjarig afwegingskader voor beleidsnota’s, die veelal gericht zijn op een specifieke opgave en een korte(re) termijn. Een kadernota is zeker geen opsomming van reeds uitgewerkte plannen. Het geeft aan waar we naar toe willen met onze gemeente en hoe (deels nog nader te bepalen) activiteiten hieraan bij kunnen dragen. Deze ambitie koppelen we aan indicatoren, die we gaan meten. De Raad kan bepalen om de kaders te wijzigen als deze niet meer passen bij de waarden die zij vertegenwoordigt. Daar is vooralsnog geen proces voor ontworpen. Positie circulaire economie in de verschillende kadernota's Omdat het thema circulaire economie zich over meerdere velden uitstrekt, is het verdeeld over de kadernota's klimaat, fysieke basiskwaliteit en economie, cultuur & evenementen.

Concreet betekent dit de volgende verdeling: De aanleiding van circulaire economie, dus het 'waarom' en 'wat' wordt beschreven in de kadernota klimaat. Ook wordt in deze kadernota ingegaan op het besparen van grondstoffen door bijvoorbeeld hergebruik van bestaande gebouwen, in plaats van ze te slopen: duurzame gebiedsontwikkeling dus. De manier waarop circulaire economie wordt ingebed in de 'nieuwe economie', wordt beschreven in de kadernota economie, cultuur & evenementen. De belangrijkste instrumenten voor de circulaire transitie zijn namelijk economische instrumenten. Het belangrijkste doel hierbij is het doorbreken van de lineaire "take-make-waste" economie, door het versterken van circulair ondernemen en circulair consumeren in een circulaire (leef)omgeving. Eventuele nieuwe circulaire indicatoren krijgen een plek in het economisch beleid. Het onderdeel huishoudelijk afval en zwerfafval wordt opgenomen in de kadernota fysieke basiskwaliteit.

4

Beleidskaders

In bijlage 2 is een totaaloverzicht overgenomen van zowel bestaande beleidskaders (2a) als toekomstige beleidskaders (2b). Hierbij is aangegeven op welk veld het beleidskader betrekking heeft. Bij de beleidskaders die er nog aankomen, staat de periode vermeld waarin deze aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

5

Bijlage 1a: Kadernota Fysieke basiskwaliteit De openbare ruimte is de plaats waar Tilburgers elkaar ontmoeten, waar zij sporten en recreëren. Het heeft ook invloed op de aantrekkingskracht van de stad. De fysieke basiskwaliteit gaat over de kwaliteit van de openbare ruimte, over alles wat boven- en ondergronds aanwezig is en over het schoon, heel, groen en veilig houden van deze ruimte. Over het op orde hebben en houden van de stad, gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving, maar ook op afspraken die we met de raad hebben gemaakt. Het gaat over onze kapitaalgoederen (e wegen, bruggen, lichtmasten, kunstwerken, het groen in de stad, enz.), geluid, lucht- en bodemkwaliteit, externe veiligheid en afval. Het beheer van de openbare ruimte is van oudsher gericht op het realiseren en behouden van een openbare ruimte die schoon, heel, groen en veilig is. Op het in standhouden van de bestaande inrichting en de bestaande functionaliteiten, het voldoen aan de afgesproken normen en dat uiteraard binnen het beschikbare budget. Het thema milieu wordt op dit moment gevormd door een viertal afzonderlijke thema's: externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit en bodem.

1

Trends & ontwikkelingen

Nieuwe trends en ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan de openbare ruimte. De juiste inrichting kan helpen om de waardering van onze inwoners voor de openbare ruimte te verhogen. Hieronder staan de verschillende trends & ontwikkelingen geschreven in relatie tot de fysieke basiskwaliteit. Deze zijn gerangschikt naar onderwerp. Openbare ruimte algemeen - Het aantal claims op de ondergrond wordt steeds groter als gevolg van saneringsopgaven, klimaatadaptatie, energietransitie, (digitale) connectiviteit en stedelijke ontwikkeling. Dit resulteert in een reeks ordenings- en uitvoeringsvraagstukken waarvoor kennis en kunde nog niet in alle onderdelen van de eigen organisatie aanwezig is. We kijken nu actief in onze organisatie hoe we deze vraagstukken samen kunnen oppakken. Bovendien leidt dit tot een forse toename van werkzaamheden aan de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur. Dit betekent ook meer overlast voor onze inwoners en bedrijven. Tijdige communicatie hierbij is cruciaal. - De politiek maatschappelijke verhoudingen tussen overheid, markt en inwoners veranderen ingrijpend. We betrekken inwoners en andere belanghebbenden steeds meer bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Ook nemen ze vaker zelf het initiatief voor ingrepen in de openbare ruimte. De Omgevingswet, die ingaat per 1 januari 2022, zal dit alleen maar versterken.

De omgevingsdialoog en participatie zijn niet meer weg te denken in onze samenleving. Steeds meer zullen we gebiedsgericht moeten kijken naar de ruimte die er is - letterlijk en figuurlijk – bij de inrichting van de openbare ruimte en naar de rol en inzet van inwoners en andere partijen. Dit vereist steeds meer maatwerk. - De mobiliteit van de toekomst stelt nieuwe eisen aan de openbare ruimte: er komt steeds meer druk op de infrastructuur in onze stad. We krijgen ook te maken met (ruimtelijke) effecten van elektrische voertuigen, online winkelen, een andere positie van de binnenstad, glow in the dark belijning, slimme straatverlichting enz. De komst van 5G biedt mogelijkheden voor deze innovaties in (onder meer) de openbare ruimte. Bijvoorbeeld de inzet van drones (voor inspecties op grote hoogte of moeilijk toegankelijke plaatsen) en zelfrijdende auto’s (maairobots, pakketbezorging). Maar ook voor toepassing van grote aantallen sensoren in bijvoorbeeld 6

wegdek, afvalcontainers en lichtmasten om daarmee storingen te registreren en onderhoud of routes te bepalen. - We kunnen de kapitaalgoederen prima technisch meten, zoals aantallen, strekkende meters, overschrijdingen van waarden en veilige contouren. Dit soort waarden hebben we dan ook altijd genoemd als op te leveren resultaten in de programmabegroting. Het zijn echter begrippen die onze inwoners weinig zeggen en waar ze 'niets mee hebben'. Terwijl andere zaken als bijplaatsingen bij milieuparkjes en gevaarlijk (trein)transport juist op steeds meer aandacht kunnen rekenen. Daarom zetten we nu bij de indicatoren meer in op waardering en impact. - Ook de huidige coronacrisis heeft grote impact op de openbare ruimte. Hoe geven we nu de 1,5 meter maatschappij vorm en welke effecten zijn blijvend? Het gebruik van de openbare ruimte is toegenomen tijdens de corona-crisis. Dit maakt ons nog bewuster van het belang van de openbare ruimte voor een goede leefomgeving. Milieu Het thema Milieu bestaat in de context van de fysieke basiskwaliteit uit de beleidsterreinen Externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit en bodem. -

-

-

-

Op het aspect externe veiligheid is met name sprake van een grote toename in het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Verder zien we de opkomst van nieuwe brandstoffen (LNG, CNG, waterstof, elektriciteit) en op termijn een mogelijke afname van benzine, diesel en LPG. Er zijn plannen en onderzoeken (o.a. van het RIVM) om ondergrondse hogedruk aardgasleidingen te gebruiken voor a) transport van waterstof en b) als alternatief voor vervoer over de weg en het spoor. In het kader van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022 zal er ook een aantal wijzigingen doorgevoerd worden in de landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van geluid. Deze zijn opgenomen in het aanvullingsbesluit en de aanvullingswet geluid. Op dit moment inventariseren we welke dit zijn en wat de uitwerking hiervan binnen de gemeente Tilburg zal zijn. De luchtkwaliteit is met eigen beleid nauwelijks te verbeteren. Voor fijnstof is slechts 10% en voor stikstofoxiden 30% van Tilburgse oorsprong. Daarom heeft Tilburg het Schone Lucht Akkoord ondertekend: om met alle overheden gezamenlijk de luchtkwaliteit te verbeteren. De Wet Bodembescherming gaat op in de Omgevingswet. Meer nadruk zal komen liggen op beheer van en omgaan met historische bodemverontreiniging.

De bevoegdheid voor grondwaterkwaliteit gaat naar de provincie, waardoor eventuele lokale ambities op dit vlak meer dan voorheen om afstemming vragen. Kennis en data van bodem en ondergrond worden steeds belangrijker en zijn essentieel voor urgente maatschappelijke opgaven.

Afval en bijplaatsingen - Landelijk is het beleid van het programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) leidend om minder restafval per inwoner te realiseren en daarmee belangrijke stappen te zetten richting circulaire economie. De richtlijn is om in Nederland gemiddeld 100 kg restafval per inwoner in 2020 over te houden, ofwel te zorgen voor 75 % afvalscheiding. Daarnaast heeft het Rijk een belasting ingesteld op restafval dat verbrand of gestort wordt, de afvalstoffenbelasting. Hiermee worden gemeenten en bedrijven gestimuleerd om minder restafval te realiseren en meer afval te scheiden.

7

-

2

Bij afvalinzameling komt de komende jaren naast aandacht voor de kwantiteit (minder kilo's restafval per inwoner) ook meer aandacht voor de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen. Op dit moment vindt in opdracht van provincie Noord-Brabant een onderzoek plaats naar de mogelijkheden voor nascheiding in onze provincie. Bijplaatsing van afval is een steeds groter probleem, net als in vrijwel alle grote steden. We staan als gemeente aan de lat om de openbare ruimte schoon te houden. Echter, de Tilburgers zelf hebben hier ook een eigen verantwoordelijkheid (Tilburgerschap). We spreken ze daar ook op aan. De huidige inzet op met name opruimen, communiceren en ad hoc handhaven levert nog niet voldoende verbetering op.

Visie, ambitie en opgaven

Wanneer we willen zorgen voor een betere waardering van de openbare ruimte en een hogere milieukwaliteit, zien we het als opdracht om hier vooral in samenhang met de andere thema's en andere velden naar te kijken. Daarnaast is het door ontwikkelingen als ontharding, ontmoeting in de openbare ruimte, slimme lichtmasten met oplaadpunt, stimulering van biodiversiteit in combinatie met klimaatadaptatie enz. ook noodzakelijk om alle kapitaalgoederen steeds meer integraal te benaderen. Daarom werken we aan een Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) dat in 2021 gereed is. Openbare ruimte Met de Transformatieopgave Kwaliteit en Waardering Openbare Ruimte willen we de waardering van de openbare ruimte verhogen. Met de wijze waarop we dat doen, zijn we aan het experimenteren. We onderzoeken of de waardering omhoog gaat als we meer en beter samenwerken met de inwoners, zorgen voor een groenere openbare ruimte, beter voorzien in de behoeften van bewoners door gebruik te maken van de juiste data en een inclusievere openbare ruimte realiseren. Daarnaast vinden we het belangrijk dat inwoners meer zeggenschap en meer vrijheid krijgen om hun leefomgeving in te richten en mee te denken over de inzet van middelen. We willen onze biodiversiteit en natuur versterken door ons te richten op ecologisch beheer.

Het is een extra opgave om zo efficiënt mogelijk met de beschikbare budgetten om te gaan, meerdere bestuurlijke doelen te dienen en zo werk met werk te maken. Vanuit een helder afwegingskader over de functies van de ondergrond, kan de ordening in de ondiepe ondergrond zodanig worden gestuurd dat de capaciteit en stabiliteit van ondergrondse gemeentelijke -, nuts- en telecomvoorzieningen geborgd is, maar er ook ruimte ontstaat voor nieuwe maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en connectiviteit (de verbinding tussen apparaten die data uitwisselen). Voorafgaand aan besluitvorming moet de samenhang tussen bovengrond en ondergrond bij nieuwe initiatieven in beeld zijn gebracht. Connectiviteit levert een bijdrage aan de vitaliteit van de stad en biedt ook tal van kansen en nieuwe toepassingen voor Tilburg. Tegelijkertijd roepen nieuwe toepassingen vragen op over bijvoorbeeld ruimtelijke inpasbaarheid en gezondheid. De gemeente Tilburg wil de kansen van nieuwe technologie benutten. Nieuwe initiatieven of toepassingen moeten aantoonbaar iets toevoegen aan het geluk of de gezondheid van de inwoners en bedrijven in Tilburg.

8

Milieukwaliteit Schone lucht, een prettig omgevingsgeluid en een veilige omgeving dragen bij aan een gezonde leefomgeving. We vinden daarom een goede lucht- en bodemkwaliteit belangrijk. Net als een acceptabel geluidsniveau, een aanvaardbaar risiconiveau voor (vervoer van) gevaarlijke stoffen en een afname van de hoeveelheid restafval. Daarbij volgen we de wettelijke normen en zoeken lokaal de afwegingsruimte om ontwikkelingen mogelijk te maken. Ook voor de thema's die onder milieukwaliteit vallen, vinden we een meer integrale benadering wenselijk. Dit werken we uit bij de voorbereidingen voor de Omgevingswet. De afzonderlijke onderwerpen bundelen we daar onder het thema 'gezondheid'. Externe veiligheid In het Omgevingsplan (onderdeel van de omgevingswet), waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving, kunnen gemeenten regels opnemen over externe veiligheid om uitvoering te geven aan de instructieregels uit de AMvB Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). In de Omgevingswet staat een gezonde en veilige fysieke leefomgeving centraal. Vanuit die opgave is het hoofddoel binnen het thema externe veiligheid: 'Inwoners, werkenden, bezoekers, passanten e.d. in Tilburg een zo veilig mogelijke fysieke leefomgeving bieden, met name door het zo veel als mogelijk beperken van de risico's van opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen'.

Om dit te bewerkstelligen, zullen we in het Omgevingsplan werkingsgebieden bepalen met daaraan gekoppeld, indien nodig, (beschermende) regels. Daarnaast houden we in het kader van omgevingsvergunningen ook rekening met externe veiligheid, waarbij eventuele planregels c.q. beleidsregels van het omgevingsplan leidend zijn. Een volledige uitschakeling van risico's is echter niet mogelijk. Geluid Een prettig omgevingsgeluid draagt bij aan een gezonde leefomgeving. We vinden daarom een acceptabel geluidsniveau belangrijk. Daarbij volgen we de wettelijke normen en zoeken lokaal de afwegingsruimte op om ontwikkelingen mogelijk te maken. We werken aan de uitvoering van ons 'Actieplan Geluid'. Dit actieplan richt zich op het voorkomen van lawaai afkomstig van gemeentelijke wegen. Dit doen wij door woningen te isoleren, geluid reducerende wegdekken aan te leggen en het stimuleren van stil vervoer zoals elektrisch rijden. De komende jaren continueren we dit en sluiten daarbij opnieuw aan op de planning van het MJP Openbare Ruimte. Lucht In Tilburg voldoen we overal aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. We beseffen dat er onder de normen ook nog gezondheidseffecten optreden. Omdat het overgrote deel van de luchtkwaliteit van buiten komt, is er regionale, nationale en internationale samenwerking nodig om de bronnen aan te pakken.

We hebben daarom het Schone Lucht Akkoord mede ondertekend, om in 2030 in heel Nederland aan de strengere WHO-advieswaarden te kunnen voldoen. Voor NO2 betekent dit dat de norm ongewijzigd blijft, voor PM10 en PM2,5 wordt de norm twee maal zo streng. In Tilburg voldoen we daar al aan voor stikstofoxiden. Voor fijnstof PM10 nog (net) niet overal en voor fijnstof PM2,5 nog nergens, maar de overschrijding is beperkt. De verwachting is dat op basis van de trends in technologie en ontwikkeling we in 2030 ook kunnen voldoen aan de WHO-norm voor PM2,5. We zijn echter wel afhankelijk van nationale maatregelen, want de lokale bijdrage voor deze stoffen ligt in de orde van slechts 5%. Daarnaast blijven we ook werken aan schone mobiliteit.

9

Bodem De aanpak van spoedlocaties (bodemverontreinigingen met een onaanvaardbaar risico voor de mens of voor het milieu) loopt achter, dus die heeft topprioriteit vanaf 2020. Verder moeten we, nog meer dan met het gebiedsgericht grondwaterbeheer en de nota bodembeheer al het geval is, de omschakeling maken naar beheer van en omgaan met de erfenis in de bodem. Bodem en ondergrond gaan tegenwoordig over meer dan chemische kwaliteit. Bodem is ook van essentieel belang voor urgente maatschappelijke opgaven als energietransitie, klimaatadaptatie en mitigatie en ondergronds ruimtegebruik voor zaken als kabels en leidingen, ondergronds bouwen, afvalcontainers, bodemenergie, aardwarmte en geothermie, gaswinning en drinkwater. Een gezonde bodem is van levensbelang voor de winning van drinkwater, de teelt van voedsel, het vastleggen van CO2, opnemen en vasthouden van regenwater, natuurontwikkeling, groen in en om de stad, hittedemping enz. Ondergronds ruimtegebruik en -beslag heeft gevolgen voor wat bovengronds nog kan en vice versa. We werken daarom aan het afwegingskader ondergrond: een integrale, toekomstgerichte visie op bodem en ondergrond en een instrument dat ons handvatten geeft voor het maken van de juiste keuzen. Ook werken we verder aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO). De BRO is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond.

Overheden leggen voor dezelfde objecten dezelfde, betrouwbare, algemene gegevens vast. Vanuit één centrale digitale plek, de landelijke voorziening, kunnen gebruikers gegevens opvragen voor informatie over bodem en ondergrond. Eenduidig, betrouwbaar en toegankelijk. Afval en bijplaatsingen We willen de hoeveelheid restafval nog verder terugdringen en daarbij ook het verschil tussen laagen hoogbouw verkleinen. Dit houdt in dat we ook in de hoogbouw meer gaan inzetten op het scheiden van afval. Hierbij dienen zowel de kosten laag als de service voor de inwoners op peil te blijven. We gaan ook meer inzetten op hergebruik o.a. door het ontwikkelen van een circulair ambachtscentrum. We onderzoeken nu mogelijkheden voor aanpassing van de afvalinzameling in de binnenstad. We zien steeds vaker bijplaatsingen bij onder andere afvalparkjes. We kunnen alleen samen met de inwoners dit probleem aanpakken. Zij hebben zelf ook een verantwoordelijkheid voor een schone leefomgeving. We werken aan de uitvoering van het plan van aanpak bijplaatsingen, waarbij we de overlast willen beperken en vooral voorkomen en strenger gaan optreden.

3

Hoofddoelen en indicatoren

Voor het veld Fysieke basiskwaliteit hebben we (met ingang van de Programmabegroting 2020) twee nieuwe hoofddoelen opgenomen. Doel 1: Tilburgers waarderen de openbare ruimte en deze voldoet aan de basiskwaliteit De doelen en indicatoren hiervoor hebben we gebaseerd op de Waardenmonitor van het CROW. Deze bestaat uit de begrippen waardering, waarde en waardevol.

10

De openbare ruimte krijgt waardering Het oordeel van de Tilburgers is belangrijk, daarom hebben we de openbare ruimte in ons Bestuursakkoord benoemd als één van de grote transformaties. We willen dat onze inwoners de openbare ruimte beter waarderen. Ook als we voldoen aan alle technische eisen, dan kan er nog steeds sprake zijn van ontevredenheid. Daarom investeren we in een schone, hele, groene en veilige openbare ruimte, waarbij we samen met de buurt bepalen op welke onderdelen de meeste inzet nodig is. We willen ook slagkracht laten zien en de meldingen en klachten adequaat, snel en naar tevredenheid afhandelen. Daarvan verwachten we een positieve invloed op de waardering door de stad. De openbare ruimte heeft waarde Onze openbare ruimte heeft een totale vervangingswaarde van ongeveer € 2 miljard. De technische waarde kan toenemen door bestaande kapitaalgoederen technisch te verbeteren en afnemen omdat ze onvoldoende worden onderhouden. We zetten in op een beheer dat over langere periode voorkomt dat we ineens geconfronteerd worden met grote investeringsbehoefte. Assets moeten onderhouden worden en ze vertonen soms storingen. Daardoor zijn ze niet altijd beschikbaar voor gebruik. Hoe hoger de beschikbaarheid, hoe hoger de effectiviteit van ons areaal. Hier kan dus een verschil in zitten met de waardering door onze inwoners, gebruikers enz.

In een op B-niveau onderhouden wijk, kan toch zwerfafval liggen. Dit wordt niet altijd gewaardeerd, maar het voldoet wel aan de norm. Voor een aantal assets gebruiken we een indicator op basis van beeldkwaliteit (zoals groen en schoon), voor een aantal andere (als wegen, riolering, civiele kunstwerken) is de indicator gebaseerd op technische kwaliteit. De openbare ruimte is waardevol1 Een aantrekkelijke, gezonde, veilige en toekomstbestendige openbare ruimte draagt bij aan het realiseren van doelen op het gebied van inclusiviteit, vitaliteit en duurzaamheid. Hierbij zetten we onze openbare ruimte in als middel ter verbetering van onder andere de gezondheid en het geluk van de Tilburgers. Met de uitvoering van onze projecten wordt de stad steeds veiliger en is de openbare ruimte meer en meer bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering, bevorderen we de biodiversiteit en nodigen we uit tot spelen en ontmoeten, maar dragen we ook bij aan een aantrekkelijke stad voor bezoekers. Voor 'Waardering' en 'Waarde' hebben we nieuwe indicatoren vastgesteld in de Programmabegroting 2020. De indicatoren voor 'Waardevol' waren nog niet vermeld, omdat we deze nog moesten ontwikkelen in samenspraak met de andere velden en steden. Inmiddels is het 'waardevol' zijn van de openbare ruimte als thema verschoven naar het veld Aantrekkelijke Leefomgeving.

1

Het 'waardevol' zijn van de openbare ruimte zorgt voor een aantrekkelijke leefomgeving. Vandaar dat deze ontwikkelingen worden beschreven in de kadernota Aantrekkelijke leefomgeving binnen de Vitale Stad. 11

Indicatoren:

Waardering * Oordeel Tilburgers over openbare ruimte 1 Oordeel Tilburgers over vervuiling buurt 1 Afhandeling meldingen binnen servicenorm 2 Afhandeling meldingen: herstel bestaande situatie, binnen 5 werkdagen Afhandeling meldingen: wijzigingen in areaal, binnen 10 werkdagen Waarde * Asset voldoet aan de vastgestelde normen**: - Verharding 3

bron

2017

2018

2019

2020

Streefwaarde 2021

Lange termijn 2024

Lemon

6,5

-

6,5 xx

-

6,7

6,8

Lemon

5,7

-

5,6

-

5,8

6,0

Fixi

89%

90%

89,6%

93,3%

91%

95%

Fixi

80%

85%

Fixi

80%

85%

Beheersysteem

-

100%

-

91%

90%

90%

99,0%

99,8%

97,9%

99,8%

99,9%

(niveau D)

91% (niveau C)

- Riolering 4

Beheersysteem

- Groen 5 - Schoon 6 - Civiele kunstwerken (vast) 7 (beschikbaarheid) - Verkeersregelinstallaties 8

Apptimize Apptimize Beheersysteem

-

90% 90% -

90% 90% 99%

94% 95% 99,9%

90% 90% 99,9%

90% 90% 99,9%

Beheersysteem

-

-

-

90%

90%

91%

- Openbare verlichting 9 - betrouwbaarheid - beschikbaarheid

Beheersysteem -

87% 99,93%

90% 99,95%

85% 99,83%

90% 99,9%

99,0%

-

* De indicatoren bij 'Waardering' zijn effectindicatoren. De indicatoren bij 'Waarde' zijn prestatieindicatoren, die aangeven welke inspanningen we hebben verricht. ** Het percentage geeft aan hoeveel van ons areaal aan de gestelde normen en eisen voldoet. 1 Het oordeel is gebaseerd op het Leefbaarheidsonderzoek (LEMON). Dit tweejaarlijks onderzoek wordt weer in 2021 gehouden. Voor 2020 komt dus geen waarde beschikbaar. xx In de Programmabegroting 2020 stond bij 2019 een foutieve waarde van 6,7. Dit had 6,5 moeten zijn. 2 Officiële servicenorm is: afhandeling meldingen binnen 14 dagen. 3 Verharding: streefwaarde op basis van technische kwaliteit (C-niveau is ingrijpmoment o.b.v. in 2020 vastgesteld beleidsplan). Inspectie 2020 vindt in het najaar plaats. 4 Riolering: hierbij hebben we aangenomen dat streefwaarde gelijk is aan in beleid vastgestelde technische kwaliteitsniveau. Vaststelling indicator obv risicoscan icm kwaliteitsonderzoek. Gebreken worden binnen 1 jaar gerepareerd, renovaties/vervangingen binnen 5 jaar (via MJP). 5 Groen: streefwaarde gesteld op basis van de beeldkwaliteit (verzorgend). Apptimize is een schouwmodule. 6 Schoon: streefwaarde gesteld op basis van de beeldkwaliteit (verzorgend). Apptimize is een schouwmodule. 7 Civiele kunstwerken (vaste): streefwaarde gesteld op basis van beschikbaarheid en technische kwaliteit.

8 Verkeersregelinstallaties: streefwaarde gesteld op basis van beschikbaarheid en op basis van het nieuwe contract in 2019. Daarom geen gegevens uit verleden beschikbaar. 9 Openbare verlichting: twee streefwaarden: 1 op basis van betrouwbaarheid en 1 op basis van beschikbaarheid

12

Doel 2: In Tilburg is de milieukwaliteit hoog De indicatoren voor dit doel hebben we ten opzichte van de Programmabegroting 2020 nagenoeg allemaal gewijzigd: soms inhoudelijk, soms zijn streefwaarden toegevoegd of aangepast. We hebben ook een aantal nieuwe indicatoren toegevoegd. Luchtkwaliteit In Tilburg voldoen we overal aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen (EU-norm), zoals te zien is in onderstaande tabel. Aan de strengere WHO-norm voldoen we alleen voor fijnstof PM2,5 nog niet, en voor fijnstof PM10 nog niet overal. We verwachten hier in 2030 ook aan te kunnen voldoen. Indicatoren: Voldoen aan Europese wetgeving mbt stikstofdioxide Voldoen aan Europese wetgeving mbt fijnstof PM10 Voldoen aan Europese wetgeving mbt fijnstof PM2,5

bron

2017

2018

2019

NSL monitoringstool NSL monitoringstool NSL monitoringstool

27,2*

25,1

19,2 11,7

2020

23,9

Huidige norm (EU) 22,5 40 µg/m3

2030 (WHO) 40 µg/m3

19,9

18,9

19,2

40 µg/m3

20 µg/m3

12,3

11,2

11,9

20 µg/m3

10 µg/m3

* Genoemde waarden voor 2017 t/m 2020 zijn de gemiddelde waarden per jaar over de ruim 4000 rekenpunten in onze gemeente (http://www.nsl-monitoring.nl/)

Geluid Indicatoren:

Aantal te isoleren woningen (op basis van saneringslijst / saneringsprogramma geluid) Percentage van de bevolking dat gehinderd wordt door omgevingsgeluid Percentage van de bevolking dat gehinderd wordt door wegverkeerslawaai

bron

2017

2018

2019

2020

Monitor actieplan geluid

1390

1320

1269

1089

Streefwaarde 2021 842

Lange termijn 2024 300

Inwonersenquête

Streefwaarden nog te bepalen obv resultaten Inwonersenquête 2020

Inwonersenquête

Streefwaarden nog te bepalen obv resultaten Inwonersenquête 2020

Externe veiligheid Hiervoor hebben we nog geen meetbare indicator beschikbaar. Bij de uitwerking van de Omgevingswet zal aandacht zijn voor 1 of meerdere indicatoren. Bodem De opgave voor bodemsanering in de gemeente Tilburg volgt uit het in 2015 afgesloten convenant bodem en ondergrond 2016-2020. Hierin staat dat voor 1 januari 2021 de risico's voor alle spoedlocaties moeten zijn weggenomen, door de sanering te starten of de risico's te hebben beheerst. De afgelopen decennia zijn al tientallen spoedlocaties gesaneerd. De nog resterende opgave is nu in beeld en de komende jaren worden ook de laatste locaties aangepakt. Van een locatie staat echter al geruime tijd vast dat het risico op verspreiding niet kan worden weggenomen. De bron is gesaneerd en de resterende verontreiniging mag gecontroleerd verspreiden. Hierdoor is de streefwaarde voor de lange termijn formeel niet 0.

13

Indicatoren:

Aantal spoedlocaties waarvan de sanering nog niet is gestart of de risico's zijn beheerst

bron

2017

2018

2019

2020

Gemeente Tilburg

17

17

14

9

Streefwaarde 2021 5

Lange termijn 2024 1

Afval Het doel op het gebied van afval is het verlagen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval per inwoner (in kg). We verwachten deze verlaging te realiseren door meer GFT in te zamelen in de hoogbouw. Maar we verwachten nu ook meer restafval door een verschuiving van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval. Dit komt doordat inwoners meer thuiswerken als gevolg van Covid-19. Indicatoren:

bron

2017

2018

2019

2020

Huishoudelijk restafval per inwoner (kg) Totaal huishoudelijk afval per inwoner (kg) Afvalscheidingspercentage (%)

BAT BAT

154 406

146 404

135 394

BAT

62

64

66

4

149 427

Streefwaarde 2021 132 416

Lange termijn 2025 125 411

65

68

70

Financieel overzicht

In onderstaande tabel zijn de budgetten van het veld fysieke basiskwaliteit verder verbijzonderd naar de taakvelden zoals deze verplicht worden voorgeschreven voor elke gemeente vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Deze taakvelden zijn via het CBS en waarstaatjegemeente.nl te raadplegen. Op basis van deze taakvelden kunnen gemeenten onderling worden vergeleken.

14

Taakveldenindeling BBV 2.1 - Verkeer en vervoer 2.4 - Econ. Havens en waterwegen 5.7 - Openb. groen en (openl.) recr. 7.2 - Riolering 0.64 - Belastingen Overig 1.2 - Openbare orde en Veiligheid 2.1 - Verkeer en vervoer 2.2 - Parkeren 2.3 - Recreatieve Havens 5.3 - Cultuurpres., -prod. en -part. 5.7 - Openb. groen en (openl.) recr. 7.2 - Riolering 7.3 - Afval 7.4 - Milieubeheer 7.5 - Begraafplaatsen 8.1 - Ruimtelijke Ordening 8.3 - Wonen en bouwen

Lasten 3.815 6 280 39 4.140 394 672 27.544 9 65 129 10.445 9.031 23.659 6.712 217 86 78.962

0.63 - Parkeerbelasting 2.2 - Parkeren

15.902 15.902 99.005

Baten Uitgaven o.a. voor: -115 MJP Onderhoud wegen en civiele kunstwerken MJP MJP Groenonderhoud MJP Riolering onderzoeken -115 -1.846 Buitenreclame en precario -42 Dierenasiel -1.876 Kapitaallasten wegen, wegonderhoud, onkruid, bladafval Havenmeester Onderhoud kunstwerken -26 Onderhoud groen (dagelijks), bomen, plantsoenen, grasvelden -543 -3.029 -3.044 -225

Kapitaallasten riolering, rioolaansluitingen en oppervlaktewater Afvalinzamelingskosten OMWB en bodemsaneringen Begraafplaats Ruimtelijke ordening -37 Precario -10.668 -7.888 Opbrengsten straatparkeren -8.014 Opbrengsten parkeergarages en lasten parkeren -15.902 -26.685 Bedragen maal € 1.000,-

Investeringen Naast de € 4,1 miljoen programmabudgetten voor het Meerjarenprogramma onderhoud openbare ruimte is er in 2021 ook € 58,3 miljoen investeringsbudget beschikbaar voor het op orde houden van ‘kapitaalgoederen’ zoals wegen, groen en riolering. De bijbehorende kapitaallasten worden verantwoord binnen bovenstaande budgetten. Op dit veld is er in 2021 ook nog € 10,9 miljoen investeringsbudget voor o.a. investeringen in afvalinzameling, de binnenstad en innovatieve kabelgoten. Reserves en dekking Bodemsaneringen worden vooral gedekt vanuit de reserve Bodem- en Geluidssanering. De kosten van afvalinzameling worden gedekt vanuit de afvalstoffenheffing, maar de opbrengsten zelf worden op een ander veld verantwoord. De kosten- en opbrengsten van parkeren worden verrekend met de reserve Betaald Parkeren. Voor de resterende uitgaven zijn geen specifieke dekkingsmiddelen beschikbaar, maar deze worden betaald vanuit de algemene middelen.

15

Bijlage 1b: Kadernota Groene Blauwe Leefomgeving De beleidsbegrippen 'groen' en 'water en riolering' zijn al decennialang gemeengoed en leidraad voor ons handelen. Met een kenmerkende stevige aanpak en prima controleerbare projecten. Echter doen eigentijdse ontwikkelingen, problemen, opgaven en ambities een beroep op ons aanpassingsvermogen en vragen om doorontwikkeling. Kortom: meer impactgericht en minder uitkomst gestuurd op het gebied van de groene blauwe leefomgeving.

1

Trends & ontwikkelingen

Hieronder staan de verschillende trends & ontwikkelingen beschreven in relatie tot groene blauwe leefomgeving. Deze geven aanleiding tot de beleidsbegrippen groen en water dan ook niet meer alleen of op zichzelf te zien. Ze hebben immers impact op een breder kader, waarbij we de stad beter en evenwichtiger willen ontwikkelen. De trends & ontwikkelingen zijn gerangschikt naar onderwerp: - De laatste jaren vragen actuele problemen om meer aandacht. Denk daarbij aan stikstofproblematiek, klimaatverandering, achteruitgang biodiversiteit, landbouwtransities en de energieopgaven. Er ontwikkelen zich nieuwe uitdagingen en opgaven. Zaken die invloed hebben op de inrichting van ons landschap en onze stedelijke omgeving. Ze vragen om slimme en integrale oplossingen. Ook zien we steeds meer dat landschap, groen en water in de stad wordt gewaardeerd. Groenen waterelementen vormen steeds vaker de basis van een aantrekkelijke openbare ruimte en zijn daarmee onmisbare bouwstenen geworden voor een gezonde, aangename en frisse stad. Een stad waar je graag vertoeft. - Waterbeleid is al jaren gebaseerd op het uitgangspunt 'droge voeten'. De aanleg van riolering in de stad met een snelle (gemengde) afvoer van hemel- en afvalwater was de praktijk. Meer verstening en groei van de stad gaf echter steeds vaker problemen bij grotere en intensievere buien.

Vanaf grofweg begin van dit millennium begonnen zich de eerste stappen te ontwikkelen om hemelwater af te koppelen en waar mogelijk ter plaatse te laten infiltreren in de bodem. Minder afvoer betekende minder zuiveringskosten en de woonomgeving werd er aantrekkelijker van. Een fraai en goed gelukt voorbeeld is Witbrant-Oost. Waar infiltreren niet mogelijk was, ontwikkelden we zogenaamde blauwe aders. Aparte en grote rioleringsbuizen die alleen schoon water van daken en wegen afvoeren tot buiten de stad. - Nu zijn we zover dat we een extra 'integratie' stap gaan zetten: (hemel)water meer en aantrekkelijker vasthouden ín de stad. Ter voorkoming van wateroverlast, verdroging en in combinatie met groen het tegengaan van hittestress. Als kijk, speel en recreatief gebruik: een gevoel van een frisse stad. Kortom een klimaat adaptieve stad. Mooi recent voorbeeld is de klimaat adaptieve, herinrichting van de Kruidenbuurt/ Thomas van Aquinostraat. - Het gaat niet goed met de biodiversiteit in Nederland. Uit onderzoek is gebleken dat het aantal insecten in Nederland sterk achteruit is gegaan. Daarnaast vervult biodiversiteit, de aanwezigheid van groen en insecten, ook een steeds grotere rol in de openbare ruimte. Diverse onderzoeken tonen aan dat een groenere omgeving bijdraagt aan de beleving van de openbare ruimte. Mensen voelen zich beter en zijn productiever in een groene omgeving.

Groen en biodiversiteit ín de stad staan onder druk en hebben het in de praktijk moeilijk. Belangen zoals (vrijetijd)economie en verkeer vragen vaak om veel ruimte. En bovendien groeit ook de 'stedelijkheid' van Tilburg. De gemeente speelt een belangrijke rol in de realisatiekracht via de planologie. 16

-

2

Natuurlijk is er waardering voor onze bijzondere parken en brede lanen en dreven. Toch begint steeds meer het besef te ontstaan dat groen en biodiversiteit (hoe klein ook) bijdraagt aan een aangename, prettige en gezonde leefomgeving. Als het goed gaat met de flora en fauna, gaat het ook beter met de mens. Het aanstellen van een stadsecoloog maakte het verder uitbouwen, agenderen en positioneren van groen en biodiversiteit in brede zin mogelijk. Groen en biodiversiteit krijgen een meer menselijkere maat en meer begrip. De acceptatie en zelfs het plezier worden groter; van geveltuintjes tot Spoorpark. De geactualiseerde Stadsnatuurkaart gaat die positieve ontwikkeling verder vormgeven. Onder meer in de vorm van ecologische zones in de stad, waar natuur en stad prima samengaan. Landschap en stad ontwikkelden zich lange tijd eigenstandig. Voor de stad betekende landschap veelal ruimte voor verstedelijking. Twee decennia geleden ontstond De Groene Mal als bestuurlijke tegenbeweging. Biodiversiteit, groen en water werden als rust- en toevluchtoord aangetast in de steeds hectischere samenleving. En had een negatief effect op de leefbaarheid van de wijken aan de rand van de stad. Dat besef heeft doorgewerkt, waardoor in de Omgevingsvisie Tilburg 2040 drie stadsregionale landschapsparken én de ecologische verbindingen om de stad zijn beschreven en verankerd.

Versterking van de kwaliteit (biodiversiteit, landbouw) en vergroten van de aantrekkelijkheid (cultuur, recreatie). Kortom: geen topeconomie zonder een toplandschap. Doorontwikkeling met het Van Gogh Nationaal Park helpt daarin.

Visie, ambitie en opgaven

De visie is om water, groen en biodiversiteit als volwaardig afwegingskader in te zetten bij de ontwikkeling van de stad. Ons ecologisch kapitaal is te kostbaar om niet serieus te nemen. Het is zelfs noodzakelijk om een plezierige leefomgeving voor de inwoners van de stad te zijn en op termijn een vestigingsfactor van formaat te zijn en de leefbaarheid blijvend op orde te houden. Een groene blauwe leefomgeving is de basis voor een gezond en gelukkig Tilburg. Binnen de ambitie voor de middellange termijn, ontwikkelen we drie zaken door die we ook steviger positioneren; - Dat we geen wateroverlast, maar ook geen droogte en hittestress hebben. - Dat er genoeg verschillende inheemse dieren, insecten en beplanting is (vergroten biodiversiteit). - Dat we respectvol omgaan met ons landschap en ons erfgoed. De opgave is om door te gaan met de huidige beleidslijnen en deze aan te vullen en te verrijken met de eigentijdse opgaven. Met het Programma Water en Riolering geven we invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater. In het verlengde hiervan werken we binnen de reikwijdte van die zorgplichten aan klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Daarbij gaan we 'water' nog meer inzetten als inrichtingselement zowel in als om de stad.

Voor de aantrekkelijkheid, het tegengaan van wateroverlast, tegen droogte, meer recreatief gebruik en het gevoel van een koele stad. In stedelijke projecten moet daarop worden getoetst en slimmer worden afgewogen, bijvoorbeeld dubbelgebruik. We gaan door met de uitvoering van het groen- en biodiversiteitsbeleid; waaronder de geactualiseerde Stadsnatuurkaart 2040 en de geactualiseerde nota biodiversiteit waarbij in 2040 75% van de aangeplante bomen en struiken in de openbare ruimte van het stedelijk gebied bijdragen aan 17

biodiversiteit. Daarnaast richten we ons op natuur-inclusief bouwen, de gebiedsontheffing, ecologisch groenbeheer en het bestrijden van invasieve soorten. Daarnaast is de opgave om groen en biodiversiteit beter en scherper te positioneren. Dat doen we enerzijds door groen en biodiversiteit in processen scherper mee te nemen in de afwegingen. Ook realiseren we steeds meer groen en biodiversiteit in diverse projecten in de stad en gaan we het groene landschap meer de stad in trekken. Groene stapstenen verbinden landschapspark Moerenburg/ Koningshoeven via bestaande en nieuw te ontwikkelen binnenstedelijke groene parkjes en de Piushaven naar het Forum/ Binnenstad. Het Stadsbos013 verbinden we via de Kennisas (als groene long) naar Spoorpark/ Spoorzone013. Ook verbinden we Park Pauwels via PACTaanpak Tilburg Noord beter aan de Oude stad, door groene aders zoals de Quirinustuinen, Quirijnstokpark en de Stokhasseltlaan kwalitatief hoogwaardig (door) te ontwikkelen. Als laatste mag je stellen dat iconische groenprojecten als het Spoorpark tot de verbeelding spreken en helpen om Tilburgers enthousiast te maken en besef te geven dat water en groen een echte verbetering betekent. Dat iconische gehalte of gevoel zouden we vaker of slimmer moeten toepassen. De drie stadsregionale parken Stadsbos 013, Moerenburg/ Koningshoeven en Park Pauwels ontwikkelen we door.

Een masterplan Park Pauwels en een Ruimtelijk Raamwerk voor Stadsbos013 zijn vastgesteld en helpen om adequater verschillende projecten van de grond te krijgen. Goede projecten zijn het waterpark, een educatieve boerderij, sportlanes, MTB routes, een recroduct, een uitkijktoren en ondernemende natuur. De opgave is om meer en verschillende partners als instellingen, ondernemers, bewoners, vrijwilligers en andere overheden mee te laten doen en verantwoording te laten nemen in de verdere ontwikkelingen en eigenaarschap te stimuleren. Daarnaast is het verkrijgen van positie op nationale en internationale schaal van belang om budgetten te mobiliseren en beleidsruimte te krijgen. Het Van Gogh Nationaal Park biedt dat podium tot in de haarvaten van de stad. De herontwikkeling van erfgoed neemt een belangrijke plek in binnen onze groen en blauwe ontwikkelingen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de Rooi Harten, Koningsoord, Trappistenklooster Koningshoeven en niet te vergeten Huis Moerenburg. Erfgoed vormt de laatste jaren steeds vaker de drager en inspiratiebron voor schitterende Tilburgse ontwikkelingen. Ze hebben een iconische waarde en Tilburgers begrijpen de stad meer en meer. Bij de Vitale Stad, onder het veld 'een aantrekkelijke leefomgeving' wordt daar verder op ingegaan.

3

Hoofddoelen en indicatoren

Voor het veld groene blauwe leefomgeving hebben we drie hoofddoelen opgesteld. Doel 1: Het watersysteem is kwantitatief en kwalitatief op orde. • • o o

Uitkomst gestuurd: Aandeel putten waar water op straat gemeten wordt bij bui 8* (monitor; 1 x per 4 jaar). Vervangen en aangelegde km riool/ blauwe aders. Impact gericht: Waardering van (meer) waterelementen in de stad. Oordeel over beperking overlast.

18

Indicator Aandeel putten waar water op straat gemeten wordt bij bui 8 (monitor; 1 x per 4 jaar).

Streefwaarde 0% in 2050

*) Bui 8 is een regenbui van ongeveer een uur met een piek van ca. 20 mm/ha. 1 mm regen op 1 vierkante meter (m2) komt overeen met 1 liter water, verdeeld over die vierkante meter. Als er 20 mm water valt, dan zijn dat twee normale emmers vol (10 liter per emmer) op een stuk grond van 1 bij 1 meter groot. Ofwel iets minder dan een kwart emmer op een stoeptegel (van 30x30cm).

Doel 2: Groen en natuur in en om de stad is kwalitatief hoogwaardig. • • • o o

Uitkomst gestuurd: Percentage ecologisch beheerd groen. Toename biodiversiteit, (monitoren van vleermuizen, vlinders, vogels, amfibieën en planten (0-meting). Aantal nieuwe bomen geplant (vanuit compensatieregeling Bomen). Impact gericht: Waardering groen in de stad. Beleving en gebruik groen/ park.

Indicator Percentage ecologisch beheerd groen (in % afgezet tegen totale hoeveelheid openbaar groen)

Streefwaarde 80% in 2040

Doel 3: Het landschap om de stad is aantrekkelijk. • • o

Uitkomst gestuurd: Realisatie van projecten (aantallen en soorten). Aantal hectare nieuwe natuur (incluis EVZ's). Impact gericht: Waardering Stadsregionale Parken. (bezoekersaantallen, -leeftijden, -frequentie).

Indicator Nieuwe 'ondernemende' natuur en ecologisch verbindingszones, resp. 111 hectare en 7 km (B5natuurbod).

Streefwaarde 100% in 2027

19

4

Financieel overzicht

In onderstaande tabel zijn de budgetten van het veld groene blauwe leefomgeving verder verbijzonderd naar de taakvelden zoals deze verplicht worden voorgeschreven voor elke gemeente vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Deze taakvelden zijn via het CBS en waarstaatjegemeente.nl te raadplegen. Op basis van deze taakvelden kunnen gemeenten onderling worden vergeleken. Taakveldenindeling BBV 5.7 - Openb. groen en (openl.) recr. 5.7 - Openb. groen en (openl.) recr. 7.2 - Riolering

Lasten 500

Baten Uitgaven o.a. voor: MJP Impuls groen

500 3.431

-1.214 Kapitaallasten groen, kapvergunningen, Spoorpark

1.001 4.432 4.932

-37 Voorbereiding klimaatadaptatie, Blauwe Aders -1.251 -1.251 Bedragen maal € 1.000,-

Investeringen Naast de programmabudgetten is er op dit veld ook nog € 2 miljoen investeringsbudget beschikbaar voor investeringen in (nieuw) groen. Reserves en dekking Binnen dit veld zijn de reserve Bomen en de reserve Natuurontwikkeling van belang die als dekking kunnen dienen voor uitgaven.

20

Bijlage 1c: Kadernota Klimaat Ons klimaat is aan het veranderen. Daar zijn vrijwel alle wetenschappers het inmiddels over eens. Ook over de cruciale bijdrage van het menselijk handelen aan de versnelde opwarming van de aarde, bestaat geen twijfel meer. We zien om ons heen dat de veranderingen in het weer sneller gaan dan verwacht. Dit vereist snelle en concrete actie. We werken daarom binnen de energietransitie aan duurzame energie door samen met bewoners en andere partijen op zoek te gaan naar besparing van - en alternatieven voor - fossiele brandstoffen. Daarnaast willen we bijdragen aan de oplossing van dit klimaatprobleem en de ogen niet sluiten voor de onvermijdelijke en grote opgaven die daarmee samenhangen. Gezamenlijk passen we Tilburg aan het veranderende klimaat aan. Als laatste is het noodzakelijk om over te gaan naar een circulaire economie, voor een toekomstbestendige economie en een klimaatneutraal Tilburg in 2045.

1

Trends & ontwikkelingen

Hieronder staan de verschillende trends & ontwikkelingen beschreven in relatie tot het klimaat: - In 2015 is in Parijs door bijna 200 landen het internationale Klimaatakkoord getekend. Het doel van het akkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2 en het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden (met 1,5 graad als streefwaarde). Aansluitend hierop wil Nederland de uitstoot van CO2 in elk geval met 49% verminderen in 2030 en met 95% in 2050, ten opzichte van 1990. Tilburg omarmt deze ambities en gaat zelfs een stapje verder, door in 2045 reeds volledig klimaatneutraal te willen zijn. - Ondanks het feit dat al volop werk wordt gemaakt van CO2 reductie, is klimaatverandering al een feit en merken we dit ook in Tilburg. Wateroverlast, droogte en hittegolven hebben veel negatieve gevolgen, zowel materieel als immaterieel (zoals de negatieve impact op de gezondheid van met name kwetsbare burgers). - Het systeem grondstofwinning, productie, gebruik en vervolgens afval heeft veel negatieve economische en ecologische gevolgen, zoals het opraken van grondstoffen, CO2 uitstoot en vervuiling van lucht, bodem en water. Als de mens grondstoffen blijft gebruiken op de huidige manier, dan raakt de aarde uitgeput.

Het hergebruik van grondstoffen, producten en onderdelen is daarom een belangrijke opgave, op (inter)nationaal, regionaal en lokaal schaalniveau.

2 Visie, ambitie en opgaven Onze visie is een leefbare en gezonde stad te worden die geen bijdrage meer levert aan de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast willen we een stad zijn die zodanig is ingericht en gebouwd, dat de negatieve gevolgen van de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hittestress) zo goed mogelijk opgevangen wordenen onze inwoners en bedrijven deze negatieve gevolgen zo min mogelijk ervaren. Tenslotte willen we een stad zijn waarin zoveel mogelijk circulair geproduceerd én geconsumeerd wordt. Onze hoofddoelen zijn: - Tilburg wil in 2045 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat alle energie die op het grondgebied van Tilburg wordt gebruikt, op een hernieuwbare manier wordt opgewekt. Het Tilburgse energiebeleid, verwoord in de Energievisie en -agenda, richt zich vooral op het reduceren en 21

-

-

verduurzamen van het energiegebruik op het eigen grondgebied en het terugdringen van de daarmee samenhangende uitstoot van CO2. Klimaatadaptief zijn in 2050. Dit betekent het optimaal opvangen van de negatieve gevolgen van de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hittestress) door het fysiek aanpassen van onze stad en zijn ommeland op de gevolgen van de klimaatverandering die al onvermijdelijk zijn. Hierbij gaat het vooral om het tegengaan van opwarming, wateroverlast en uitdroging zowel in de stedelijk gebied als in het omringende buitengebied. Te komen tot een volledig circulaire economie in 2045. Dit betekent dat we af gaan stappen van het idee dat producten en grondstoffen een lineair leven doorlopen van grondstofwinning via productie naar afval. In plaats daarvan stromen producten en materialen door. Een continu, cyclisch proces met zo min mogelijk uitval van grondstoffen. Zo blijft onze leefomgeving gezond en schoon en raken grondstoffen niet uitgeput.

Een belangrijk uitgangspunt voor onze aanpak van de energietransitie is het bereikbaar maken van de oplossingen voor alle Tilburgers en daarmee ook de lagere inkomens. Programma’s zoals Aan de slag met je huis (ADSMJH) stoelen hier op. We zijn echter nog (!) niet zo ver dat we energiearmoede als sturende parameter mee kunnen nemen in onze uitvoering. De indicatoren hiervoor zijn nog in ontwikkeling en met name de wijze waarop we aan gegevens kunnen komen (onder andere door privacy wetgeving) zijn niet vanzelfsprekend. Om bovenstaande ambities te kunnen verwezenlijken, betekent dat we de volgende opgaven hebben: - Voor energie betekent dit dat we werken aan gemiddeld 2% energiebesparing per jaar in de gebouwde omgeving, gemiddeld 2% groei per jaar in duurzame energie opwekking, en het beter benutten van lokale warmte. Dit betekent dat we ruimte moeten vinden voor duurzame zonneen windenergie binnen en buiten de gebouwde omgeving. Daarnaast zetten we vol in op optimaal isoleren van de gebouwen in onze stad, maximaal gebruiken van beschikbare rest- en aardwarmte en een verdere onafhankelijkheid van aardgas. We streven naar 10 tot 15% verduurzaming van onze warmtevoorziening per jaar. We intensiveren de verduurzaming van ons eigen vastgoed. In 2020 hebben we ons bod neergelegd bij het Rijk vanuit de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS).

Op gemeentelijk niveau werken we de Transitievisie Warmte uit (inclusief warmtetransitieplannen). Daarnaast werken we verder aan onze wijkenergieplannen. Hierbij streven we naar inclusiviteit; betaalbaarheid voor iedere Tilburger. Ook de bedrijven ondersteunen en stimuleren we. We helpen hen bij het voldoen aan landelijke duurzaamheidseisen, verbinden aanbieders van energiebesparende en energie producerende technologie met de bedrijven en werken met hen aan duurzaam parkmanagement. Tenslotte zetten we in op schone mobiliteit als onderdeel van de Tilburgse Mobiliteitsaanpak 2040. Dit doen we door enerzijds elektrisch rijden te stimuleren door het zorgen voor voldoende laadinfrastructuur, en anderzijds door in te zetten op innovatieve technieken als waterstof ten behoeve van met name zwaardere voertuigen. Voor het onderdeel waterstof is er een ‘coalition of the willing’ opgezet met als doel de toepassing van waterstof voor de sector mobiliteit concrete handen en voeten te geven.

22

-

Voor klimaatadaptatie werken we langs drie sporen: 1) Het herinrichten van de publieke ruimte via nieuwe beleidsregels in de meerjarenprogrammering (MJP), waarbij we de wijken, woningcorporaties, bedrijven en andere partners aan de voorkant bij de programmering en inrichting betrekken. Het gaat hierbij met name om de vergroening van de publieke ruimte en om het creëren van voldoende waterberging in het openbaar gebied, en via het realiseren van een robuust watersysteem in de stad (via maatregelen zoals het aanleggen van blauwe aders); 2) Het meegeven van beleidsregels m.b.t. klimaatadaptatie (idem bij spoort 1) bij stedelijke ontwikkelingsprojecten; 3) Het stimuleren van bewoners om hun tuinen te vergroenen en regenwater af te koppelen en om bedrijven een bijdrage te laten leveren aan vermindering van hittestress en wateroverlast. Tevens willen we laten zien dat de maatregelen, naast investeringen, ook geld opbrengen: door deze investeringen voorkomen we zware verliezen aan materiële en immateriële schade. Tenslotte delen we onze icoonprojecten. Deze bekendheid versterkt de bewustwording van de voordelen van een klimaat adaptieve leefomgeving.

Hierbij focussen we met name op projecten als de ‘6 innovatieve straten’ in de binnenstad en projecten in het kernwinkelgebied (zoals bijvoorbeeld het Stadsforum en het Koningsplein), omdat dit de beste kansen biedt voor het laten zien van de impact van deze nieuwe aanpak.

-

Voor circulaire economie willen we niet alleen de Tilburgse economie stimuleren om circulair te worden, maar de hele Tilburgse samenleving. Dit doen we bijvoorbeeld door bewoners bewust te maken van de mogelijkheden tot hergebruik van oude of kapotte spullen via reparatiecafés of van de mogelijkheden van inkoop van tweedehands spullen via kringloopwinkels. Daarnaast gaan we sectoren binnen de Tilburgse economie helpen om de transitie door te maken van een lineaire naar een circulaire bedrijfsvoering. Samen met Midpoint helpen we triple helix netwerken om binnen ketens nieuwe circulaire business op te richten en we brengen individuele bedrijven in contact met professionals die kunnen helpen bij het circulair maken van lineaire processen, producten en diensten. Tenslotte stimuleren we circulaire gebiedsontwikkeling. We sparen natuurlijke grondstoffen uit door het stimuleren van hergebruik van bestaande gebouwen voor nieuwe functies. Worden gebouwen toch gesloopt, dan zoeken we naar mogelijkheden om het sloopmateriaal opnieuw in te zetten, bij voorkeur in het gebied zelf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10053776/2