07 Toelichting zonder bijlagen
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN St. Elisabeth Ziekenhuis e.o. 2009, 2e herziening (verplaatsing OCL) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2022019-b001
30 mei 2023
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Uitgangspunten planvorming
4 4 4 5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
8
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Groen en speelruimte 3.5 Verkeer en parkeren
8 10 11
14 14 14 14 15 18
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
21
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Lucht 4.7 Geur 4.8 Bodem 4.9 Natuur en ecologie
21 21 21 23 24 26 26 27 28
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
31
5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 5.2 Bestaand watersysteem 5.3 Beleidskader 5.4 Duurzaam watersysteem 5.5 Watertoets
Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 De innovatiebepaling van de Crisis- en herstelwet 6.2 Wijze van bestemmen 6.3 Algemene methodiek
31 31 32 32 33
34 34 34 34
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
37
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
38
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen
38 38 38 38
Toelichting
Planstandaard Tilburg 2018
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een school voor speciaal onderwijs aan de Hilvarenbeekseweg te Tilburg. De initiatiefnemer is voornemens om het huidige gebouw van het Onderwijscentrum Leijpark (OCL), dat zich nu bevindt ten noordoosten van het ziekenhuiscomplex, in fases te verplaatsen naar de bezoekersparkeerplaats van het ziekenhuis dat ten westen van het ziekenhuis gesitueerd is. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan “St. Elisabeth ziekenhuis e.o. 2009” de bestemming ‘Verkeer-Verblijf’. De bouw van een school past niet in dit bestemmingsplan. Het is noodzakelijk om het OCL te verhuizen naar een nieuwe, grotere locatie. De uitbreiding van de school is nodig, omdat het aantal leerlingen de afgelopen jaren fors is toegenomen. Bovendien is het ruimtegebruik per leerling in de afgelopen jaren flink toegenomen. Het OCL is een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. De school richt zich specifiek op leerlingen met een beperking en ontwikkelt zich steeds meer als specialist voor leerlingen met complexe problematiek.
Het OCL bestaat onder andere uit: <0000> Ernstig Meervoudige Beperking-leerlijn (EMB) voor kinderen van 4 tot en met 20 jaar; <0000> Speciaal Onderwijs (SO) voor kinderen van 4 tot en met 13 jaar; <0000> Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs (VMBO) voor leerlingen vanaf 12 jaar; <0000> Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) voor leerlingen vanaf 12/13 jaar tot 20 jaar met het profiel dagbesteding of arbeid; <0000> Zorg in Onderwijs (ZiO) voor extra ondersteuning bij onderwijs in de vorm van persoonlijke verzorging of begeleiding bij activiteiten. Deze mix van onderwijsstromingen en -voorzieningen vraagt om veel samenwerking tussen partijen en een multidisciplinaire aanpak. Daarnaast heeft het OCL zich de afgelopen jaren doorontwikkeld tot een kind- en jongerencentrum waar de school samen met haar zorgpartners geïntegreerde zorg en onderwijs aanbiedt aan de doelgroep van de school. Hiervoor heeft de school (in samenwerking met haar zorgpartners) meer ruimte nodig, die niet meer beschikbaar is op de huidige locatie van de school. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied.
Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat een deel van het huidige bezoekersparkeerplaats van het Elisabeth-TweestedenZiekenhuis (hierna ETZ) en wordt globaal begrensd door de Professor van Buchemlaan, de Hilvarenbeekseweg en het terrein van het ziekenhuis. Het plangebied is momenteel een parkeerplaats voor bezoekers van het naastgelegen ziekenhuis. In de omgeving van het plangebied liggen woningen en groen. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis (ETZ) ten oosten. Ten zuiden zijn enkele vrijstaande woningen aanwezig, deze liggen in een boomrijke omgeving. Hier stroomt ook De Leij. Ten westen bevindt zich nog een andere grote parkeerplaats en ten noorden is de woonwijk ‘Groenewoud’ gesitueerd.
1.3 Voorgaande plannen
Planstandaard Tilburg 2018
2
Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan “St. Elisabeth ziekenhuis e.o. 2009” vastgesteld door de gemeenteraad van Tilburg op 4 juli 2011.
1.4 Uitgangspunten planvorming Huidige situatie Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, ten zuidoosten van het stadscentrum van Tilburg. In de huidige situatie is ter plaatse het bezoekersparkeerterrein van ETZ Elisabeth gesitueerd. Toekomstige situatie Dit bestemmingsplan maakt de verplaatsing van het Onderwijscentrum Leijpark mogelijk. OCL is nu gevestigd aan de Prof. Stoltehof 1. Door de groei van de laatste jaren is er een gebrek aan ruimte voor zowel logistiek als ruimte om les te geven aan de kinderen en ruimte om te spelen voor de kinderen. Ruimtelijke structuur Voor de realisatie van het nieuwe Onderwijscentrum wordt de huidige structuur en opzet van het gebouw losgelaten. In plaats daarvan sluit het gebouw aan bij het campusmodel met een gridstructuur met losse gebouwen in het groen, rondom een centraal gebouw. Door dit model hebben de beoogde gebouwen het karakter van paviljoens, gesitueerd aan een centrale as die bestaat uit een hoger gebouw. Omdat het onderwijs qua zorg en regionale functie aansluit bij het karakter van het ziekenhuis is het logisch dat het centrum een plek op de campus krijgt. Zo kan er een uitwisseling plaatsvinden tussen het centrum en de andere functies op de campus als het gaat om medische uitwisseling maar ook in ruimtelijke zin.
Deze ruimtelijke opzet laat het toe om de groene kwaliteiten rondom het plangebied optimaal te benutten en te integreren binnen het plangebied. De groene kwaliteiten rondom het plangebied zijn grofweg op te delen in vier karakters, te weten het Leijpark, de poelenzone, de Leij beekzone en de wadizone. Deze karakters worden met elkaar verbonden door middel van een padenstructuur rondom en tussen de gebouwstructuur, alsmede door drie waterrijke stromen (De Leij, wadi en poelen). In de navolgende afbeelding worden achtereenvolgend de vier karakters, de padenstructuur en de waterstromen weergeven. Tevens kan op deze afbeelding het voorlopige campusmodel van de beoogde bebouwing worden herkend.
Masterplan ziekenhuis incl nieuwbouw OCL (bron aanvulling ontwikkelleidraad HNS)
Planstandaard Tilburg 2018
3
Het gebouw (de verschillende fases van het gebouw) zijn zo gesitueerd dat ze enerzijds de stedelijke structuur van de Broekhovenseweg en de historische verbinding tussen Tilburg en Hilvarenbeek (dat nu een fietspad met bomen is ) begeleiden. Anderzijds zijn de gebouwen onderdeel van de Zorgcampus en vormen ze een westelijke beëindiging/omarming van de campus. Het gebouw is zo gepositioneerd aan de Prof. Van Buchemlaan dat het fungeert als verbinding tussen de stad en de campus en de Professor van Buchemlaan aan de zuidkant begeleidt. Toekomstige bebouwing De bebouwing zal bestaan uit twee aan elkaar geschakelde vierkante bouwblokken van maximaal vier bouwlagen (exclusief technische installaties op het dak), welke zijn beoogd met een binnenplaats die dienst kunnen doen als binnentuin, daktuin of patio. De bebouwing kent (inclusief technische installaties) een maximale bouwhoogte van 16 meter). Voorliggend bestemmingsplan zorgt voor voldoende flexibiliteit om de paviljoens in een later stadium verder uit te werken. Het OCL gebouw wordt niet midden op het terrein gepositioneerd i.v.m. de efficiënte inrichting van de buitenruimte en het parkeren. Het 1e gebouw van OCL (fase 1) wordt in de noordhoek van het terrein geplaatst. Hier heeft het gebouw een positie aan zowel het lint als de parkway, met oriëntatie op het lint.
De gebouwen hebben een transparante plint, in ieder geval aan de zijde van de parkway van de Prof. van Buchemlaan en het lint.
Planstandaard Tilburg 2018
4
Het gebouw kent vier verschillende zijdes die aansluiten op het karakter van de directe omgeving. Voor het gebouw geldt dat het aan de oostzijde een open en meer publieke karakter heeft naar de stedelijke lijn van het fietspad, hier is ook de speelplaats gelegen die aansluit op de rest van de groene structuur van de campus. De westzijde sluit aan op de parkeerplaats waar vooral het halen en brengen direct tegen het gebouw is georganiseerd, de entree van de school, de informele/dagelijkse entree is aan deze zijde gesitueerd. De noordzijde van het gebouw sluit aan op het karakter van de Professor van Buchemlaan, hier is ook de entree van het parkeren voor het centrum gelegen en het parkeren voor de bezoekers gesitueerd. Aan de zuidzijde sluit het gebouw aan de uitloper van de Campus. Uitgangspunten verkeer en parkeren De hoofdentree van het OCL ligt aan de Prof van Buchemlaan. Er komt een extra ontsluiting aan de Hilvarenbeekseweg. Het parkeren voor de bezoekers van de school ligt aan zijde van de Prof. van Buchemlaan. Het parkeren voor het halen en brengen is strak georganiseerd en gesitueerd tegen de westzijde van het gebouw om loopafstanden zo kort mogelijk te maken en het halen en brengen zo overzichtelijk mogelijk te maken. Het parkeren voor bezoekers van het ziekenhuis en het personeel ligt op een meer landschappelijke manier om de school en de halen- en brengenzone heen.
Het volgt de boog van de Hilvarenbeekseweg. Voor een verdere onderbouwing van de verkeersafwikkeling en de parkeeropgave wordt verwezen naar paragraaf 3.5.
Planstandaard Tilburg 2018
5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en <0000> Afwentelen wordt voorkomen.
Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. De verplaatsing van het onderwijscentrum raakt geen rijksbelang. Planstandaard Tilburg 2018
6
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.
Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.
Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (SAB (2020), Toets Ladder voor duurzame verstedelijking, Onderwijs centrum Leijpark, Tilburg, Projectnummer: 220323, d.d. 20 oktober 2022 zie bijlage 1) opgesteld. In deze toets wordt geconcludeerd dat de verplaatsing en uitbreiding van het Onderwijscentrum Leijpark in zowel een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het
Planstandaard Tilburg 2018
7
verzorgingsgebied voorziet. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. 2.1.4 Crisis- en herstelwet Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden. Deze wet heeft tot doel procedures te vereenvoudigen, uitvoering van projecten te versnellen en daarmee de werkgelegenheid in de bouw te stimuleren. De wet introduceert aangepaste (procedure)regels voor zogenoemde ontwikkelingsgebieden. Toetsing Op 21 maart 2020 is de vijfde tranch van de Regeling Crisis- en herstelwet in werking getreden. Onderhavig plangebied is in deze tranch opgenomen, waarmee gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die de Chw biedt. Deze benoeming biedt ruimte om flexibel om te gaan met de faseerbaarheid van het plan, mede in de context van milieunormen. Verder kan gebruik worden gemaakt van globale planregels en biedt artikel 7c van de Chw de mogelijkheid om onderzoeken uit te stellen. Concreet wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om normen uit het bestemmingsplan uit te werken in beleidsregels. Deze zijn opgenomen in de Ontwikkelleidraad Zorgcampus, beleidsregels ruimtelijke structuur ( bijlage 15 ).
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2023) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.
<0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.
Planstandaard Tilburg 2018
8
Toetsing. De verplaatsing is een onderdeel van de ontwikkeling van de Zorgcampus. De verplaatsing is voorzien in bestaand stedelijk gebied, waardoor aangesloten wordt bij het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en is met de combinatie van zorg, onderwijs en aanvullende voorzieningen ook sprake van meervoudig ruimtegebruik. Deze verplaatsing sluit aan bij de ambities en kernwaarden uit de Brabantse Omgevingsvisie. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.
Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt: In algemene zin geldt voor ontwikkelingen dat voldaan moet worden aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5). Dit bestaat uit het rekening houden met een zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), de waarden in een gebied (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8). Aangezien de verplaatsing is voorzien in bestaand stedelijk gebied en voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking geldt dat sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Ook wordt de ontwikkeling ingepast in de bestaande ruimtelijke c.q. landschappelijke structuren en sluit het aan op de aard, schaal en maat van haar omgeving. Zo wordt rekening gehouden met de verschillende waarden in het plangebied en haar omgeving. Het perceel ligt in stedelijk gebied, concentratiegebied.
De verplaatsing van de school past hierbinnen.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie Planstandaard Tilburg 2018
9
<0000> <0000>
de Regiostrategie de Stadsstrategie.
Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal
Planstandaard Tilburg 2018
10
<0000> <0000> <0000> <0000>
Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Toetsing Het plangebied waar de locatie onderdeel vanuit maakt wordt nadrukkelijk benoemd in de Omgevingsvisie Tilburg. Het plangebied is onder de regiostrategie aangewezen als 'Zorgcluster Leijpark' en daarmee één van de drie stedelijke knooppunten uit de Omgevingsvisie. Zorg is de grootste werkgever in Tilburg, met ruim 18% van de werkgelegenheid in 2014. In de Omgevingsvisie wordt de volgende ambitie geschetst voor 2040: De regio Hart van Brabant is onderscheidend op zorggebied. De sterke economische positie van de zorgsector heeft Tilburg verder uitgebouwd door belangrijke kernactiviteiten te concentreren en faciliteren in Tilburg-Zuid, met het Leijpark als natuurlijk hart.
Het OCL is specifiek voor leerlingen met een beperking en ontwikkelt zich steeds meer als
specialist voor leerlingen met complexe problematiek. Deze functie past zeer goed in het Zorgcluster Leijpark.
Planstandaard Tilburg 2018
11
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. 3.2.2 ontwikkelleidraad Zorgcampus Op basis van het Masterplan voor de nieuwbouw van het ETZ is een ontwikkelleidraad opgesteld (HNS Landschapsarchitecten (2021), Ontwikkelleidraad Zorgcampus. Beleidsregels ruimtelijke structuur, 15 juli 2021), waarin de ruimtelijke uitgangspunten en ontwerpprincipes voor de toekomstige stedenbouwkundige opzet en de buitenruimte van de campus zijn vastgelegd. Deze Ontwikkelleidraad Zorgcampus, beleidsregels ruimtelijke structuur dient als toetsingskader op het moment dat er een vergunning wordt aangevraagd voor het bouwen of voor het aanleggen van bijvoorbeeld verharding, beplanting en watergangen. Dit geldt voor alle organisaties die gevestigd zijn binnen de plangrenzen van de campus. Deze Ontwikkelleidraad Zorgcampus, beleidsregels ruimtelijke structuur is door de raad als beleidsregel bij het bestemmingsplan vastgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan wordt een aanvulling op de ontwikkelleidraad vastgesteld.
De aanvraag omgevingsvergunningen worden voorgelegd aan een kwaliteitsteam die de aanvraag toetst aan de Ontwikkelleidraad Zorgcampus, beleidsregels ruimtelijke structuur. Het kwaliteitsteam bewaakt de integrale kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling (landschap, stedenbouw, architectuur, ecologie, water en verkeer) zoals deze is opgenomen in de Ontwikkelleidraad Zorgcampus, beleidsregels ruimtelijke structuur. Het kwaliteitsteam bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente, waterschap en ETZ en omvat de vakdisciplines ecologie, landschap, water, stedenbouw + projectleiders ETZ en gemeente. De voorzitter en 50% van de leden is onafhankelijk.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Het plangebied ligt in een dekzandlandschap op de flank van het beekdal van de Leij. Vanaf het Neolithicum ontstaat veen. In de Late Middeleeuwen is het beekdal ontgonnen. Ten westen van het plangebied bevindt zich ter hoogte van de Berglandweg vermoedelijk de locatie van het 14e-eeuwse Huis Broekhoven. In de 19e eeuw en 20e eeuw is het plangebied grotendeels weiland. Rond 1980 wordt de huidige parkeerplaats aangelegd. Bij deze ontwikkeling zijn de sloten gedempt en is het terrein een meter of meer opgehoogd.
Planstandaard Tilburg 2018
12
De weg naar Hilvarenbeek vanaf Broekhoven heet op de kaart van Diederik Zijnen uit 1760 de Broekhovensche Dyk en voorbij de Rivier De Ley heet het de Weg van Diessen na Tilborg. Parallel hiermee liep ten westen de Gemeenen Dyk vanaf het Eselven over de Ley vervolgend in de Weg van Hilvarenbeek na Tilborg en lopend door de Beeksche Duynen (Beekse Bergen). Door de gemeenteraad werd in 1900 de huidige Hilvarenbeekseweg (met een iets andere loop) nog Broekhoven genoemd, lopende Van de 'Vogelenzang' tot de grensscheiding met Hilvarenbeek, als straatnaam vastgesteld. In de directe nabijheid van het plangebied lagen sinds de 19e eeuw de textielfabrieken van Pieter van Dooren (wolspinnerij) en de daarnaast gelegen kunstwolfabriek De Wolkat. Beide fabrieken werden tussen 1975 en 1979 gesloopt om plaats te maken voor de parkeerterreinen en nieuwbouw van het Sint Elisabethziekenhuis waarmee rond 1980 gestart wordt. Het tracé van de Hilvarenbeekseweg moest daarvoor iets omgelegd worden. In 1982 wordt het ziekenhuis in gebruik genomen. 3.3.2 Archeologie In 2022 is door Bureau voor Archeologie uit Utrecht een inventariserend onderzoek voor het gehele plangebied uitgevoerd: Bureau voor Archeologie Rapport 1240. Prof van Buchemlaan - Hilvarenbeekseweg, Tilburg, gemeente Tilburg: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase.
(bijlage 2) Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het verkennend booronderzoek bevestigt dat het plangebied in een beekdal ligt. Bewoningsmogelijkheden in dit dal zijn minimaal geweest. Er wordt dus geen sporenniveau van een nederzettingsterrein of van een kampement verwacht. Wel kan het dal gebruikt zijn voor de visvangst, jacht en het verzamelen van voedsel. Eventuele resten hiervan zouden nog bewaard kunnen zijn in zones waar nog veen aanwezig is. Het oorspronkelijke maaiveld is echter nergens intact en van het onderliggende veen resteert een dun vaak amorf pakket. De kans dat behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn wordt daarom als klein ingeschat. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Tilburg.
3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In of in de zeer directe nabijheid van het plangebied liggen geen beschermde monumenten, geen MIP-panden en geen panden of objecten met cultuurhistorische waarde. Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant: het plangebied of de directe omgeving daarvan zijn niet als in enigerlei opzicht waardevol gekarteerd. Historische vlak- en lijnelementen: iets ten noorden van het plangebied bevindt zich het Leijpark. Dit park werd tussen 1934 en 1939 als werkelozenproject aangelegd naar ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect Leonard A. Springer.Het park kan gezien worden als een cultuurhistorisch waardevolle groenstructuur. De met dit plan beoogde ontwikkeling heeft geen effecten op de waarden van het park. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie en monumenten bestaat er geen bezwaar tegen deze ontwikkeling. Er worden geen beschermde of anderszins waardevolle objecten of structuren aangetast. Gelet op de resultaten van het archeologisch onderzoek van het plangebied worden hier geen intacte bewoningssporen verwacht en is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk.
3.4 Groen en speelruimte Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Bomenbeleid: <0000> beoordelingscriteria houtopstanden
Planstandaard Tilburg 2018
13
Nota 'overige houtopstanden' Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. <0000> <0000>
3.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomenverordening 2021 De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening. Boomwaarde zoneringskaart 2021 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat- , eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Wet natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht.
Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone (van de BWZ-kaart). Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan is de BWZ-kaart verwerkt in de Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een klimaat-, eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom.
Bomen binnen invloedsfeer van het plan Aan de zijde waar het plan aan de Hilvarenbeekseweg grenst (zuid- en westzijde) zijn bomen binnen de plangrens in een brede berm aanwezig. De bomen hebben de beleidstatus Eco-waarde. Voor deze bomen geldt dat deze enkel gekapt kunnen worden indien sprake is van een zeer zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang en alle alternatieven met behoud van de bomen overwogen, maar redelijkerwijs niet uitvoerbaar zijn. De overige bomen binnen het plan hebben een basiswaarde. Er is een bomeninventarisatie opgesteld (zie bijlage 3). Basiswaarde bomen op het terrein Ter plaatse van het bouwvlak en aangrenzend in te richten terrein zijn in de huidige situatie bomen in verharding aanwezig. De bomen hebben een basiswaarde. Binnen de kaders van de Bomenverodening 2021 kan ontheffing op het verbod tot kap verleend worden voor deze bomen, in de ontheffing worden vervolgens verplichtingen tot compensatie en aanplant van nieuwe bomen opgelegd. Er worden circa 70 bomen gekapt omdat deze conflicteren met het bouwvlak, de te realiseren parkeerplaats, paden en wegen. Bomen op de huidige parkeerplaats welke ingepast kunnen worden bij inrichting van het terrein blijven in die nieuwe situatie
Planstandaard Tilburg 2018
14
behouden, dit wordt in de uitwerking van de terreininrichting nader onderzocht. Ter compensatie van de kap worden circa 90 nieuwe bomen aangeplant. Eco waarde bomen in berm Om het terrein veilig te ontsluiten wordt een uitrit gemaakt welke aansluit op de Hilvarenbeekseweg. Met het oog op behoud van Eco-waarde bomen wordt de meest geschikte locatie en vorm gezocht waarbij geen of maximaal 3 bomen gekapt worden. Indien sprake is van kap vindt een compensatie plaats door aanplant van nieuwe bomen in deze berm. 3.4.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2.
het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. In dit programma wordt aanvullend op de agenda groen o.a. aangegeven hoe de ambities op het gebied van groen en biodiversiteit de komende jaren geprioriteerd zijn. 3.4.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota, vastgesteld door de raad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad.
Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid.
Planstandaard Tilburg 2018
15
In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). 3.4.4 Agenda groen in de stad De agenda groen in de stad (vastgesteld door het college op 19 juli 2016) gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten. Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Inmiddels is deze op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de raad). 3.4.5 Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor al onze inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad.
Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen vormt de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. Op de Stadsnatuurkaart 2040 zijn onder meer de ecologische structuren benoemd. Hieraan is een duidelijke maatvoering gekoppeld. Deze maatvoering wordt zowel bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen als gedurende het verdere proces meegenomen om zo de ecologische kwaliteit op een juiste manier mee te nemen. De grote ambities en veelheid van belangen die spelen in ruimtelijke ontwikkelingen, maken een heldere en duidelijke structuur en maatvoering voor ecologie wenselijk. Beoordeling; Zie paragraaf 4.9.3 3.4.6 Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg We krijgen in Nederland en dus ook in Tilburg te maken met steeds extremer weer. Het gaat vaker en harder regenen, er komen meer en langere hittegolven en de bodem droogt steeds verder uit. De veranderingen gaan gepaard met overlast en schade voor mens en natuur en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. Doel van de uitvoeringsagenda (vastgesteld door het college op 30 juni 2020) is bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten.
De gemeente heeft daarnaast een zelfstandige opgave op het gebied van klimaatadaptatie bij eigen projecten, bij het meegeven van randvoorwaarden bij stedelijke ontwikkeling en een rol in het verankeren van klimaatadaptatie in andere beleidsvelden en organisaties. Er zijn zes doelstellingen geformuleerd om klimaatbestendiger te worden: <0000> Een gevarieerd, natuurlijk en vitaal buitengebied; <0000> Robuuste groen- blauwe structuren; <0000> Een koele woonomgeving; <0000> Onze nieuwbouw stelt het voorbeeld; <0000> Klimaatbestendige bedrijventerreinen; <0000> Klimaatbewustwording en Koel gedrag. Onderstaande beleidsregels geven handvatten en richtlijnen voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp: <0000> Zorg voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen; <0000> Zorg voor ‘koelte-eilanden’ en koele looproutes; <0000> Zorg dat regenwater infiltreert op de plek waar het valt, dan droogt de bodem niet uit; <0000> Zorg voor waterbergingsruimte om extreme buien op te vangen; <0000> Gebruik groen als basis en verharding waar nodig.
3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg
Planstandaard Tilburg 2018
16
De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren.
Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.
De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.5.4 Toegespitst op dit plan De verkeersontsluiting voor de nieuwbouw van OCL wordt zo ingericht dat het halen en brengen (kiss and ride) van kinderen gescheiden plaatsvindt van het parkeren voor bezoekers en personeel van het OCL. Hiermee
Planstandaard Tilburg 2018
17
wordt duidelijkheid gecreëerd en hiermee kunnen de kinderen worden afgezet en opgehaald zo veilig mogelijk en zo dicht bij mogelijk bij het schoolgebouw. Hiervoor is een verkeersonderzoek opgesteld, zie bijlage 4, waarin per fase en voor verschillende scenario’s berekeningen zijn opgenomen over het aantal benodigde parkeerplaatsen, kruispuntberekeningen met wachttijden, verkeersafwikkeling, het aantal benodigde in/uitritten en opstelruimtes. Er komen in het nieuwe plan veel meer parkeerplaatsen dan in de huidige situatie; voor de totale nieuwbouw OCL worden 330 parkeerplaatsen aangelegd, waaronder 110 ten behoeve van het halen en brengen van de kinderen, dit is inclusief de taxistandplaatsen. In fase 1 komen er 40 plaatsen voor taxi’s en 10 voor bezoekers. Het aantal (kiss and ride) parkeerplaatsen is gebaseerd op het aantal leerlingen en vergeleken met situaties elders in het land, waar per leerling 0,17 (kiss and ride) parkeerplaats gehanteerd is. Het personeel parkeert in de eindsituatie op het huidige bezoekersterrein van ETZ en in fase 1 op conform de de huidige situatie (Dokter Bloemenlaan en deels op het Wolkatterrein). De taxi’s en auto’s (ouders) rijden in en uit via de bestaande in/uitrit van het grote bezoekersterrein van het ziekenhuis (ETZ).
De bezoekers van het ziekenhuis worden in fase 1 naar de bestaande in/uitrit (nu nog personeel ETZ) aan de Hilvarenbeekseweg geleid. Ook komt er een nieuwe uitgang (alleen uitrijden) op de Hilvarenbeekseweg tussen de Prof. van Buchemlaan en de loopbrug bedoeld voor bezoekers ETZ. In de eindsituatie wordt de nieuwe uitgang ook gebruikt voor het halen en brengen en een éénrichtingscircuit gemaakt zodat het verkeer goed en veilig afgewikkeld kan worden via twee uitgangen. In fase 1 is de bestaande in/uitrit aan de Prof. van Buchemlaan voor OCL voldoende. Het ETZ heeft een parkeerplan opgesteld hoe per fase van de ontwikkelingen rondom het ETZ zelf en de verplaatsing van de school voldoende parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor zowel personeel als bezoekers, zie bijlage 4. ETZ heeft voldoende aan 550 parkeerplaatsen voor bezoekers (nu 650 plaatsen beschikbaar). Door de nieuwbouw van OCL vervallen bezoekersplaatsen van ETZ. Deels wordt dit gecompenseerd door 94 parkeerplaatsen voor personeel aan de zijde Hilvarenbeekseweg te gaan gebruiken voor bezoekers. Daarnaast worden diverse maatregelen genomen om de behoefte aan het aantal bezoekersparkeerplaatsen terug te brengen, zie bijlage 4. De nieuwbouwplannen van OCL sluiten goed aan bij de nieuwe ontwikkelingen voor langzaam verkeer vanuit de Broekhovenseweg/Hilvarenbeekseweg en de fietsstructuur over het terrein van de Zorgcampus.