07 Toelichting
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg) Toelichting
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021024-b001
20 september 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Stedenbouwkundig plan 2.2 Programma 2.3 Beeldkwaliteit Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.4 Volkshuisvesting 4.5 Groen en speelruimte 4.6 Bedrijvigheid 4.7 Horeca 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Technische infrastructuur Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Milieueffectrapportage 5.3 Milieuhinder bedrijven 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Lucht 5.7 Geur 5.8 Bodem 5.9 Natuur en Ecologie Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Proces watertoets 6.2 Bestaand watersysteem 6.3 Beleidskader 6.4 Duurzaam watersysteem 6.5 Conclusie Hoofdstuk 7 Opzet planregels 7.1 Inleiding 7.2 Standaard plansystematiek 7.3 Bestemmingen en aanduidingen Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog en vooroverleg 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 9.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.3 Omgevingsdialoog 9.4 Zienswijzen
2 2 2 3 5 5 7 8 9 9 11 14 16 16 16 25 27 28 35 37 38 43 44 44 44 44 48 50 52 53 53 55 62 62 62 63 67 71 72 72 72 72 74 74 75 75 75 77 78
TOELICHTING
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Op het Smariusterrein in Tilburg - een voormalige bedrijfslocatie - is het voornemen om circa 720 woningen en 1.100 m2 commerciële ruimte te realiseren. Het Smariusterrein ligt al geruime tijd braak en er zijn plannen om deze locatie te transformeren tot een bijzonder woongebied met kwaliteit en een groene uitstraling. Het plan staat bekend onder de naam Smariuskade. Woningbouw op de locatie past niet in het vigerend bestemmingsplan 'Oude Stad Noordwest 2016'. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied bevindt zich in het noorden van Tilburg, direct ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Het plangebied wordt begrensd door het Wilhelminakanaal, de Midden-Brabantweg, de Ringbaan-Noord en de Merwedestraat. Het plangebied bevindt zich ten noordoosten van de Hasseltrotonde.
Figuur 1.1: begrenzing plangebied Het terrein heeft een oppervlakte van ruim 9 hectare en is grotendeels braakliggend. Er bevindt zich binnen het plangebied één gebouw. Dit is een datacenter van Ziggo en een belangrijk knooppunt voor internetverkeer in Zuid-Nederland. Dit datacenter blijft behouden. Het terrein is grotendeels afgesloten middels hekwerk. Het terrein heeft een braakliggend karakter en heeft geen kwaliteit. Het terrein heeft in de bestaande situatie geen toegevoegde waarde voor de stad Tilburg.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
2
Figuur 1.2: foto van het plangebied
1.3 Voorgaande plannen Oude Stad Noordwest 2016 Dit bestemmingsplan vervangt een deel van het bestemmingsplan 'Oude Stad Noordwest 2016', dat op 12 december 2017 onherroepelijk is geworden. Binnen het plangebied gelden de bestemmingen 'Gemengd Grootschalig', 'Groen', 'Verkeer' en 'Verkeer - Verblijf'. Tevens geldt gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Woningbouw is binnen deze bestemmingen niet toegestaan.
Figuur 1.3: uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Oude Stad Noordwest 2016' ter hoogte van het plangebied (geel omkaderd)
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
3
Tilburg, Parkeerregeling 2017 Binnen het plangebied geldt tevens het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Parkeerregeling 2017', dat op 7 augustus 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit parapluplan is de parkeerregeling die in de vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen vervangen door het meest recent vastgestelde parkeerbeleid. De nieuwe parkeerregels uit het paraplubestemmingsplan zijn overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Tilburg, Terrasregels 2019 Binnen het plangebied geldt het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Terrasregels 2019', dat op 1 juli 2019 onherroepelijk is geworden. Met dit parapluplan is het beleid met betrekking tot terrassen bij horecagelegenheden, die in de vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen, vervangen door het meest recent vastgestelde terrassenbeleid. Binnen het plangebied zijn horecagelegenheden beoogd. Waar relevant zijn de regels uit het parapluplan overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Tilburg, Appartementen 2019 Binnen het plangebied geldt tevens het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Appartementen 2019', dat op 17 december 2019 onherroepelijk is geworden. In dit parapluplan zijn de beleidsregels met betrekking tot de realisatie van zeer kleine appartementen, vastgesteld op 25 juni 2018, toegevoegd aan de vigerende bestemmingsplannen.
Om ongewenste situaties te voorkomen maakt dit parapluplan de vorming van zeer kleine appartementen, binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Centrum', onmogelijk. Binnen deze bestemmingen worden ruime mogelijkheden geboden. In het parapluplan is voor het realiseren van appartementen binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Centrum' een oppervlakte van 50 m² GBO als minimale eis vastgelegd. Het paraplubestemmingsplan heeft voor de bestemmingen (van het vigerend bestemmingsplan 'Oude Stad Noordwest 2016') die gelden voor het plangebied niet geleid tot wijzigingen. Binnen het plangebied is het realiseren van appartementen, op basis van het vigerend bestemmingsplan, niet toegestaan. In voorliggend bestemmingsplan worden appartementen mogelijk gemaakt. De beleidsregels voor het realiseren van zeer kleine appartementen zijn opgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
4
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan Dit hoofdstuk gaat in op de stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten van het plan alsmede op de beoogde beeldkwaliteit.
2.1 Stedenbouwkundig plan Het voormalig Smariusterrein ligt aan een belangrijke entree van de stad, vlakbij een verkeersknooppunt en aan het Wilhelminakanaal. Hiermee biedt de ligging en de omgeving de mogelijkheid om een bijzonder woongebied te realiseren. De ambitie achter het plan is nadrukkelijk geen gewone woonwijk, maar een project dat past bij het gebied en de behoefte van de stad. Binnen het plangebied is ruimte voor circa 720 woningen verdeeld over vier opvallend vormgegeven woonblokken. Een circa 75 meter hoge woontoren maakt onderdeel uit van het plan. De opzet van de vier woonblokken zijn in figuur 2.1 weergegeven. De maat van de woonblokken wordt van oost naar west geleidelijk vergroot. Ieder woonblok heeft een eigen identiteit.
Figuur 2.1: opzet vier woonblokken (bron: CB5) De toevoeging van een dergelijk woonprogramma op de locatie van Smariuskade versterkt de behoefte aan (groene) openbare ruimte. Daarom is er op het Smariusterrein ruimte voor een park, aan het kanaal. Op dit moment kent de noordzijde van het Smariusterrein een flinke afzoming in de vorm van boombeplanting richting de kanaalzijde. Daarin zou wat meer transparantie moeten komen voor meer relatie tussen water en wonen. Van oudsher kende de oude fabrieksterreinen aan het kanaal binnenplaatsen. Deze kunnen geïnterpreteerd worden als tuinen, die Oude stad verbinden met het kanaal van zuid naar noord. In de visie voor Smariuskade nemen ook de tuinen op plekken tussen de bouwblokken gradueel toe van omvang van oost naar west. Smariuskade krijgt hiermee drie karaktervolle verblijfsplekken met elk een eigen karakter en thematiek waarbij verblijven en ontmoeten centraal staat: een publiek stadspark (tuin) geflankeerd door twee terrasvormige gebouwen (west); een functioneel plein met ruimte voor evenementen en commerciële activeiten (midden); een publiek woonhof waar aan gewoond en gespeeld wordt (oost). Elk van de drie bijzondere plekken wordt geadresserd met een duidelijk gebouwaccent dat duiding geeft aan de betekenis van de ontmoetingsplek. De drie verblijfsplekken zijn opgenomen in figuur 2.2.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
5
Figuur 2.2: centraal gelegen ruimten tussen de woonblokken (bron: CB5) Met een kanaalpark wordt een parkachtige overgang tussen de woonblokken en het Wilhelminakanaal gecreëerd. Dit kanaalpark biedt ruimte voor extensieve recreatie in de vorm van fietsen en wandelen. In figuur 2.3 is het stedenbouwkundig plan van Smariuskade opgenomen, in figuur 2.4 is een 3D-visualisatie van de toekomstige situatie weergegeven en in figuur 2.5 is een overzicht van de bouwhoogten weergegeven.
Figuur 2.3: stedenbouwkundig plan Smariuskade (bron: CB5)
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
6
Figuur 2.4: 3D-visualisatie Smariuskade (bron: CB5)
Figuur 2.5: Overzicht gebouwhoogten (bron: CB5)
2.2 Programma Woningbouw Het woningbouwprogramma van Smariuskade bestaat uit circa 720 woningen, bestaande uit circa 68 grondgebonden woningen, circa 72 terraswoningen (blok B en E), circa 9 patiowoningen (blok B) en circa 572 huur- en koopappartementen. Het woningaanbod bestaat voor minimaal 20% uit sociale huurwoningen en minimaal 10% uit middendure huurwoningen. Het overig aandeel bestaat uit een gevarieerd programma van koop- en huurwoningen. De grondgebonden woningen zijn voorzien in de gebouwen met de letters I, K en N in figuur 2.3.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
7
Voorzieningen Het project Smariuskade bevat naast woningbouw ook ruimte voor voorzieningen. Het plan bevat circa 1.100 m2 aan commerciële ruimte. Deze commerciële ruimtes/voorzieningen zijn mogelijk in het middengebied, hoofzakelijk binnen de gebouwen met de letters D, G, H, I, J, K en N (zoals opgenomen in figuur 2.3). Fasering Het programma wordt in drie fases gerealiseerd. Onderstaand figuur toont de fasering.
Figuur 2.6: de fasering (bron: CB5)
2.3 Beeldkwaliteit Voor de ontwikkeling van Smariuskade is een beeldkwaliteitplan opgesteld met als doel om bij de planontwikkeling de stedenbouwkundige samenhang en architectonische kwaliteit van de verschillende plandelen te waarborgen. In het beeldkwaliteitplan is de gewenste stedenbouwkundige samenhang vertaald naar ontwerprichtlijnen voor de architectuur en de inrichting van het openbaar gebied. De richtlijnen beschrijven en verbeelden verschillende aspecten, zoals sfeer, vormgeving, oriëntatie, materiaalgebruik, geleding en kleur op hoofdlijnen. In het beeldkwaliteitplan worden richtlijnen op vier verschillende schaalniveau's gegeven: wijk-, zone-, bouwblok- en gebouwniveau. Het beeldkwaliteitplan is in zijn geheel opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Koppeling met het bestemingsplan De planregels en de verbeelding vormen een planologisch juridische vertaling van de belangrijkste stedenbouwkundige en architectonische aspecten uit het beeldkwaliteitplan. De verkaveling uit het beeldkwaliteitplan is opgenomen op de verbeelding. In de planregels zijn eisen opgenomen voor het maximale bebouwde oppervlak, de maximale goot- en bouwhoogte en de afstand tot de perceelsgrenzen (rooilijnen). Daarnaast zijn in de planregels eisen opgenomen voor de ligging op het perceel en omvang van bijgebouwen (o.a. voor mantelzorg en bed and breakfast) en erafscheidingen.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
8
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader Dit hoofdstuk gaat in op het ruimtelijk beleidskader dat van toepassing is op het plangebied Smariuskade.
3.1 Rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: <0000> combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; <0000> kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en; <0000> afwentelen wordt voorkomen.
Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. De NOVI heeft geen directe gevolgen voor onderhavig plan.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
9
Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. De plangebied is niet gelegen in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. Het Barro heeft geen directe gevolgen voor onderhavig plan. 3.1.3 Laddder voor duurzame verstedelijking Algemeen Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden.
De traditionele drie opeenvolgende treden van ‘de ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen: <0000> de begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt. <0000> de nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. <0000> voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. <0000> er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. <0000> de huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een functie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Concreet betekent dit dat met betrekking tot de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of economische gevolgen van die vestiging ruimtelijke effecten (bijv. leegstand) relevant zijn. Artikel 3.1.6.
lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, en daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt. Relevantie In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling is ingevolge jurisprudentie bepaald dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst dient te worden aan de Ladder. Voorliggend initiatief betreft de bouw van circa 720 woningen, waardoor toetsing aan de Ladder aan de orde is.
Hierna wordt allereerst ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor woningbouw, vervolgens wordt ingegaan op de mogelijkheden om in het bestaand stedelijk gebied te voorzien in de behoefte. Tevens voorziet de ontwikkeling in 1.100 m2 aan commerciële voorzieningen. In de vigerende situatie zijn er reeds commerciële voorzieningen in de vorm van dienstverlening, bedrijven, kantoren en (productiegebonden) detailhandel toegestaan. Ten aanzien van de commerciële voorzieningen is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose In de periode 2020-2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
10
provincie (september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De netto bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1.400 woningen per jaar aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren. In de stedelijke ontwikkelstrategie waar momenteel aan gewerkt wordt zal de concrete opgave nader geduid worden. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Gelet op de toegenomen groeibehoefte verkennen we in de genoemde stedelijke ontwikkelstrategie of de behoefte aan ontwikkelingen buiten stedelijk gebied nodig is. Het plan tot de bouw van circa 720 woningen in het gebied Smariuskade past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave leest u meer in Hoofdstuk 4.
3.2 Provincie 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Net als het Rijk beschikt de provincie Noord-Brabant vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet over een omgevingsvisie: de Brabantse Omgevingsvisie. Deze visie is in december 2018 vastgesteld door provinciale staten van Noord-Brabant. De Brabantse Omgevingsvisie bevat de ambities van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de periode tot 2050. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen, die doelen zijn nog steeds opgenomen in bijvoorbeeld de SVRO. Bij een eventuele strijdigheid tussen de SVRO en de omgevingsvisie is de omgevingsvisie leidend. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op behouden en verdere ontwikkeling van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De provincie richt zich met de Brabantse Omgevingsvisie op vier hoofdopgaven: 1. De energietransitie. 2. Ontwikkeling van een Noord-Brabant dat om kan gaan met klimaatverandering. 3. Noord-Brabant als slimme netwerkstad. 4. Behouden en verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame economie. Net als het Rijk streeft de provincie met de Brabantse Omgevingsvisie naar een manier van het benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving die uitgaat van vertrouwen en het gezamenlijk met publieke en private partijen zoeken naar mogelijkheden om een initiatief te realiseren.
Daarbij moeten initiatieven een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Relevantie Voor de provincie Noord-Brabant ligt de voorkeur voor woningbouw bij herbestemmings- en transformatieopgaven. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling op een voormalig fabrieksterrein en vindt plaats binnen de contouren van het bestaand stedelijk gebied. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en provincie. De provincie wil een actieve rol spelen in dit samenspel door de regionale afspraken te bevorderen en te sturen op zorgvuldig ruimtegebruik. De Brabantse Omgevingsvisie heeft een doorwerking in de regels met de interim omgevingsverordening. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Brabantse Omgevingsvisie. 3.2.2 Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 in werking getreden. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO).
De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor ruimtelijke procedures.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
11
Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven. Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij een evenwichtige toedeling van functies dient invulling gegeven te worden aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.
De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in deze verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1. zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 interim omgevingsverordening); 2. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7 interim omgevingsverordening); 3. meerwaardecreatie (artikel 3.8 interim omgevingsverordening). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Met zorgvuldig ruimtegebruik wordt bedoeld dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Tilburg. Met de ontwikkeling is sprake van de herontwikkeling van een voormalig fabrieksterrein tot woningbouw. Door deze locatie te gebruiken voor het realiseren van woningen wordt voorkomen dat buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling inpasbaar is en sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.
Daarnaast dient bij stedelijke ontwikkeling toepassing gegeven te worden aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 van de toelichting is reeds de ladder voor duurzame verstedelijking aan bod gekomen. Binnen Tilburg is behoefte aan een woningbouwlocatie met een breed en divers woningaanbod. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De gewenste uitbreidingsrichting moet aanvaardbaar zijn. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Ondergrond: Tilburg ligt in een zone met dekzandruggen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plangebied ook in een dekzandlandschap ligt. Het plangebied heeft een overwegend zandige bodem (Dinoloket). In het plangebied dient er lokaal rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van leem in de ondergrond. De verwachting is dat de infiltratiecapaciteit binnen het plangebied voldoende is voor het toepassen van infiltratievoorzieningen.
Het plangebied ligt op een hoogte van circa 14 meter + NAP en er is in het plangebied sprake van een geringe refliëf (AHN-viewer). Door het geringe reliëf en de zandige bodem vormt het plangebied een gunstige plek voor het bouwen van woningen. Netwerk: Direct ten noorden van het plangebied ligt het Wilhelminakanaal. Dit Wilhelminakanaal maakt onderdeel uit van het NNB als ecologische verbindingszone. Het plangebied bevindt zich binnen de kern Tilburg. Naast het Wilhelminakanaal als ecologische verbindingszone komen er in de omgeving van het plangebied geen andere
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
12
beschermde natuurgebieden of gebieden met potentiële waarden voor. Deze gebieden bevinden zich in het buitengebied rondom de kern Tilburg. Het plangebied is in de bestaande situatie een braakliggend terrein en kent weinig landschappelijke en ecologische waarden. Het plangebied grenst aan twee belangrijke ontsluitingswegen, namelijk de Ringbaan-Noord en de Midden-Brabantweg. Hierdoor is het plangebied goed bereikbaar. Het gebied heeft, behoudens de kanaalzone voor fiets- en wandelrecreatie, geen recreatieve waarden. Occupatie: Het plangebied maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Kanaalzone I. Dit bedrijventerrein is het dichtst bij het centrum van Tilburg gelegen. Het plangebied betreft het westelijk deel van dit bedrijventerrein. Rond 2015 is het plangebied, op het datacenter van Ziggo na, braakliggend komen te liggen. Direct ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Ringbaan-Noord, bevindt zich de woonwijk Oud Noord. Ten oosten van het plangebied ligt de rest van het bedrijventerrein Kanaalzone I. Ten westen van het plangebied bevindt zich het TweeSteden ziekenhuis. Conclusie: Op basis van bovenstaande kan opgemaakt worden dat de gewenste woningbouwlocatie voldoende potenties voor woningbouw heeft en dat de belemmeringen van de bestaande en potentiële kwaliteiten niet te verwachten zijn. Het plangebied is geschikt als woningbouwlocatie.
Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Het plangebied betreft een braakliggend gebied van het voormalig Smariusterrein. In de bestaande situatie kent het plangebied weinig kwaliteit. Door de invulling van het plangebied tot woningbouwlocatie kijgt het plangebied en haar omgeving meer waarde. Met de invulling van de woningbouwontwikkeling Smariuskade wordt ingezet op een hoogwaardige woonwijk met veel ruimte voor openheid, groen en wonen aan het water. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel.
Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Stedelijk gebied, concentratiegebied (kaart 3) Het plangebied ligt op basis van de interim omgevingsverordening binnen het stedelijk gebied, binnen het concentratiegebied. De volgende artikelen van de interim omgevingsverordening zijn voor het plangebied en de beoogde ontwikkeling relevant: Externe werking natuur netwerk brabant (artikel 3.16) Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het stedelijk gebied toestaat, mag geen aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het NNB geven. Het Wilhelminakanaal, ten noorden van het plangebied, maakt deel uit van het NNB. Het kanaal is aangewezen als ecologische verbindingszone. In paragraaf 5.9 komen de effecten van de beoogde ontwikkeling op beschermde gebied, waaronder het NNB, aan bod. Duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42) Het uitgangspunt voor een duurzame stedelijke ontwikkeling is eerst de mogelijkheid in het Stedelijk gebied benutten of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Bij duurzame stedelijke ontwikkeling vormt zorgvuldig ruimtegebruik het uitgangspunt.
Onder het kopje 'Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik' is reeds geconcludeerd dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Natuur en stiltegebieden (kaart 4) Ecologische verbindingszone (artikel 3.25) Het Wilhelminakanaal en een zone van 25 meter aan weerszijden van het Wilhelminakanaal zijn aangewezen als het werkingsgebied ecologische verbindingszone. In de interim omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan die ontwikkelingen toelaat in de ecologische verbindingszone regels moet stellen, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
13
ecologische verbindingszone die het oprichten van bebouwing en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. In paragraaf 5.9 komen de effecten ten aanzien van de ecologische verbindingszone van de beoogde ontwikkeling aan bod. Zoekgebied herstel en behoud watersystemen (artikel 3.27) Het Wilhelminakanaal en een zone van 12,5 meter aan weerszijden van het Wilhelminakanaal zijn (naast dat deze zone is aangewezen als ecologische verbindingszone) ook aangewezen als gebied waar het behoud en herstel van watersystemen van toepassing is. In een bestemmingsplan binnen deze zone dient regels die het oprichten van bebouwing beperken, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken en het ophogen van gronden beperken. In dit kader is binnen de aangewezen zone 'Herstel en behoud watersystemen' de dubbelbestemming 'Waterstaat - Zoekgebied herstel en behoud watersystemen' opgenomen. Verbod uitbreiding veehouderij (kaart 2) en stalderingsgebied (kaart 7) Het plangebied is gelegen binnen de specifieke werkingsgebieden verbod uitbreiding veehouderij en stalderingsgebied. Voor beide specifieke werkingsgebieden gelden beperkingen voor veehouderij. Van veehouderij en/of het uitbreiden van veehouderij is geen sprake met de beoogde ontwikkeling.
Norm wateroverlast stedelijk gebied (kaart 8) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het plangebied als norm een overstromingskans van 1/100 per jaar. In Hoofdstuk 6 komt de beoordeling van de wateraspecten aan bod. Hier wordt nader ingegaan op de overstromingskans. Conclusie De ruimtelijke ontwikkeling is passende binnen de kaders van de interim omgevingsverordening.
3.3 Gemeente 3.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie; <0000> de Regiostrategie; <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten:
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
14
<0000> binnenstad van de 21e eeuw; <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing; <0000> modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven; <0000> modern Industrieel Cluster Midden-Brabant. De drie stadsregionale parken zijn: <0000> stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven; <0000> stadsregionaal park Stadsbos013; <0000> stadsregionaal park Noord. De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> bedrijvenpark Zuid; <0000> zorgcluster Leijpark; <0000> duurzaam energielandschap Noord.
De twee ecologische verbindingszones: <0000> aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied; <0000> aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten; <0000> basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig; <0000> vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk; <0000> brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding; <0000> differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners; <0000> cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal; <0000> groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar; <0000> goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen; <0000> betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers; <0000> economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken. Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein.
Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Met de ontwikkeling van de woningebouwlocatie Smariuskade is veel aandacht voor groen en openheid. Daarnaast is in het plan ruimte voor ontmoeten, sport, spel en reacreatie. De ontwikkeling draag bij aan de doelstelling van Tilburg een aantrekkelijke stad te zijn.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
15
Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders voor de relevante thema´s voor onderhavig bestemmingsplan. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Met de woningbouwontwikkeling Smariuskade is hoogbouw beoogd.
Bij de planuitwerking voor hoogbouwlocaties moet aandacht besteed worden aan het zogenoemde projectprofiel uit het Handreiking Hoogbouw. Door CB5 is aan de hand van de Handreiking hoogbouw een onderbouwing opgesteld. Deze onderbouwing is hieronder opgenomen. Windhinder Door Peutz is een windhinder onderzoek uitgevoerd met als doel het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Smariuskade te Tilburg Windklimaatonderzoek met behulp van CFD' d.d. 22 maart 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. Rond de geplande nieuwbouw is grotendeels sprake van een goed windklimaat voor het criterium 'doorlopen'. Bij de zuidelijke toren, en zeer lokaal bij de noordelijke toren is sprake van een matig windklimaat. Het matige windklimaat bij de zuidelijke toren kan verbeteren door windremmende elementen op de plaatsen met de hoogste verwachtte windsnelheden te plaatsen. Bij de entrees van de zuidelijke toren is sprake van een goed windklimaat volgens het criterium 'slenteren'.
Op andere locaties in het plangebied is lokaal aan de gevels sprake van een matig windklimaat. Mochten hier entrees gepland zijn wordt geadviseerd lokale windafschermende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door entrees in een nis te plaatsen of het plaatsen van schermen of groenbakken. Opgemerkt dient te worden dat het windremmende effect van de geplande begroeiing niet in de berekening is meegenomen. Na een bepaalde groeiperiode kan de vastgestelde hinderkans als gevolg van de afschermende werking van de begroeiing in de praktijk afnemen. Bezonningstudie In de op de afgebeelde bezonningsdiagrammen, zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de toelichting, is de schaduwwerking van de nieuwe bebouwing van de Smariuskade in zijn omgeving weergegeven. Hieruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het plangebied ligt gunstig ten opzichte van bestaande bebouwing met betrekking tot schaduwhinder. De schaduwen vallen aan de westzijde over de Midden-Brabantweg en aan de noordzijde over het Wilheminakanaal. De aan de oostzijde gelegen woonbebouwing aan de Merwedestraat is het meest gevoelig. De bebouwing aan deze straat bestaat uit grondgebondenwoningen met een beperkte schaduwwerking.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
16
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat voldaan kan worden aan de Haagse bezonningsregel. Dit houdt in dat in de periode van 19 februari tot 21 oktober op zijn minst twee uur zon verkregen wordt in de woonkamer van de naburige bebouwing. Ook is een compleet beeld van de schaduwwerking door het hele jaar heen wenselijk. Daarom zijn ook steekproeven op 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december uitgevoerd. Peilmomenten 21 maart 9 uur s 'ochtends vallen de schaduwen op het plangebied en aan de westzijde van het plan. Hier is weinig tot geen hinder te verwachten gezien de ligging van de Midden-Brabantlaan. Op de peilmomenten 12 uur en 15 uur in de middag zijn de schaduwen relatief kort en beperkt tot het plangebied. De belangrijke openbare ruimtes Smariustuin, hof en plein kennen een goede bezonning. De schaduwen op het peilmoment 18 uur vallen over het plangebied en aan de oost- en noordzijde van het plan. Hiervan is relatief weinig hinder te verwachten. Dit omdat de schaduwen ten noorden vallen op het Wilhelminakanaal. Aan de oostzijde is de Merwedestraat gelegen waar bestaande woningen (zuidzijde) en bedrijven (noordzijde) zijn gevestigd. De schaduw valt met name aan de noordzijde van de Merwedestraat. Peilmomenten 21 juni In de ochtend om 9 uur valt de schaduw enkel over het plangebied. Om 12 uur zijn de schaduwen zeer kort en beperkt tot het plangebied.
Om 18 uur vallen de schaduwen ten oosten van het plan en zijn beperkt tot openbaargebied in de Merwedestraat. Peilmomenten 21 september In de morgen op het peilmoment 9 uur vallen de schaduwen op en ten oosten van het plangebied. Er is weinig hinder te verwachten gezien de schaduwen de buiten het plangebied vallen over de Midden-Brabantlaan vallen. In de middag om 12 uur zijn de schaduwen kort en vallen binnen het plangebied. Om 18 uur vallen schaduwen over het plangebied, ten oosten daarvan over het noordelijke deel van de Merwedestraat en aan de noordzijde over het Wilheminakanaal. Peilmoment 21 december Er is geen schaduwwerking op peilmomenten 9 uur en 18 uur gezien de zon nog niet voldoende hoogte heeft bereikt. Om deze reden is naast het peilmoment 12 uur ook 15 uur onderzocht. Om 12 uur vallen de schaduwen over het plangebied en het ten noorden van plan over het Wilheminakanaal. Om 15 uur in de middag vallen de schaduwen over het plangebied en ten noorden over het Wilheminakanaal. Uitzicht hoe groot is het effect op het uitzicht vanaf omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? De effecten op omliggende bebouwing zijn gering door de ingeklemde ligging van het plan tussen grootschalige infrastructuur: de Ringbaan-Noord aan de zuidzijde, de Midden-Brabantweg aan de westzijde en het Wilheminakanaal aan de noordzijde.
De hogere bebouwing is georiënteerd op deze grootschalige structuren terwijl aan de Merwedestraat die aan de oostzijde grenst lagere bebouwing is gepositioneerd. Ringbaan-Noord (zuidzijde) Aan de overzijde van de Ringbaan-Noord hebben bestaande woningen uitzicht op het plangebied. Er is gekozen voor een landschappelijke inpassing genaamd 'de groene trompet' waarbij bebouwing terug ligt en de Ringbaan wordt begeleid door een groene ruimte die breed uitloopt naar de Hasseltrotonde. Voor de woningen betekent dit dat er uitzicht is op groen en bomen. Er loopt parallel aan de Ringbaan-Noord een grondwal met beplanting die het zicht ontneemt op de achterliggende eerste laag van de nieuwe bebouwing alsmede geparkeerde auto's. Er zijn aan de Ringbaan-Noord bewust enkele hoogbouwaccenten gepositioneerd om de daarachter gelegen bouwblokken leesbaar te maken voor passerende automobilisten. Hierdoor voegt de Smariuskade zich in de kenmerkende maat en schaal van bouwblokken in de gehele Kanaalzone.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
17
Figuur 4.1: De groene trompet Midden-Brabantweg (westzijde) Aan de Midden-Brabantweg zijn er géén woningen die uitzicht hebben op de nieuwe bebouwing omdat er niet gewoond wordt aan deze stadsontsluiting. Deze zijde van het plan kenmerkt zich door de dichte beplanting op het talud van het viaduct over het Wilheminakanaal. Deze beplanting zal in het plan behouden blijven en worden aangevuld met nieuwe bomen. De bebouwing achter het talud en de beplanting bevat een parkeergarage met groen dak waar boven ook word gewoond.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
18
Figuur 4.2: behoud talud beplanting aan de Midden-Brabantweg Wilhelminakanaal (noordzijde) Ter hoogte van de Smariuskade bevinden zich aan het Wilheminakanaal geen bestaande woningen. De ambitie is dat er een kanaalpark-noord ontstaat, waarvan Smariuskade de poort vormt. Het kanaal moet hiermee geanimeerd worden met bijzondere gebouwen, de zogenaamde Specials. De Kanaalzone is een informele wereld. Aan de kanaalzijde is ruimte voor torens en stoere, eigenwijze vrijstaande gebouwen met een knipoog naar historisch verleden, die net als de voormalige industriële bebouwing in de Kanaalzone en het datacentrum individuele gebouwen vormen in een open en groene ruimte. De maat en schaal van deze gebouwen sluit aan de Merwedestraat goed aan en is gradueel te vergroot tot op een stedelijke schaal van oost naar west.
Figuur 4.3: Bebouwingshoogte neem toe van oost naar west aan het Wilheminakanaal
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
19
Merwedestraat (oostzijde) Het oostelijk deel van het plangebied wordt begrensd door de Merwedestraat. Aan deze straat bevinden zich aan de zuidzijde bestaande woningen en verderop aan de noordzijde bedrijfsbebouwing. De bestaande bomen in de straat worden zo veel mogelijk behouden. Ter hoogte van de woningen is de straat breder. Dit is enerzijds omdat het de hoofdontsluitingsweg vormt naar de Smariuskade en er een nieuwe geregelde kruising is ontworpen die aansluit op de Ringbaan-Noord, anderzijds om voldoende afstand te bewaren tussen nieuwe en bestaande bebouwing.. Het talud aan de Ringbaan-Noord krult naar binnen ter hoogte van de Merwedestraat en is beëindigd in een entreeplein. Aan deze ruimte met grote nieuwe bomen bevindt zich een appartementengebouw en grondgebonden woningen. Vanuit de bestaande woningen is zicht op bestaande bomen, het talud met daarachter nieuwe bomen en het appartementengebouw en de lage grondgebonden woningen. Verderop naar de noordzijde in de Merwedestraat staan grondgebonden woningen met diepe voortuinen in een getrapte rooilijn. Op de kop staat het laagste gebouw in de reeks van speciale gebouwen aan het Wilhelminakanaal. Op dit gebouw is zicht vanuit de bestaande bedrijfsbebouwing op de kop van de Merwedestraat.
figuur 4.4: Merwedestraat Privacy hoe groot is het effect op de privacy voor omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? Over het algemeen wordt een afstand van 25 meter aangehouden als een privacy maat waarbinnen gezichtstrekken te herkennen zijn. Het onderstaande kaartje toont 25 meter contouren om de appartementen gebouwen. Het feit dat de meeste cirkels niet overlappen toont aan dat er ruimschoot 25 meter afstand is
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
20
tussen de nieuwe en de bestaande woonbebouwing. Hier is er voldaan aan de privacy maat. Er zijn enkele plekken waar er wel een overlap is, maar géén privacy conflict ontstaat doordat er hier zijgevels zijn gesitueerd. Er is in het meest oostelijke bouwblok sprake van situatie waarbij er een overlap is tussen appartementen, grondgebonden woningen en tuinen. Hier zijn maatregelen genomen om de privacy te beschermen. De appartementen hebben aan de binnenzijde van het blok hun ontsluiting. Daarnaast zijn om het risico op inkijk te verkleinen bomen in het collectieve binnenhof geplaatst. Ten slotte zijn er ook nog mogelijkheden om in de eigen tuinen met bijvoorbeeld leibomen of (begroeide) privacy schermen maatregelen te nemen.
Figuur 4.5: 25 meter-contouren rondom de appartementengebouwen. Schaalsprong Hoe groot is het schaalverschil, zowel verticaal als horizontaal, tussen de hoogbouw en omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? De hoge gebouwen liggen aan de buitenrand of aan de Kanaalzone. De hogere gebouwen zijn gelegen aan grote open ruimtes, namelijk de tuin, het plein en het hof. De bebouwing aan de binnenzijde van het plan is relatief laag. De afstand tussen de hoge gebouwen en bouwblokken is groter dan 25 meter. Er is aansluiting gezocht in de maat van de bouwblokken in de Kanaalzone. De hogere gebouwen maken deze structuur leesbaar vanaf de Ringbaan-Noord. De maat en schaal van de gebouwen loopt op van laag aan de oostzijde en gradueel hoger naar de westzijde tot op een stedelijke schaal aan de Hasseltrotonde (circa 75 meter). Een hoogte van circa 75 meter past bij de schaal van de locatie en de hiërarchie van de andere torens in Tilburg. Het hoogteaccent is duidelijk ondergeshikt aan de belangrijke accenten in Tilburg en werkt niet concurrerend met Westpoint. De groene ruimte rondom het Wilhelminakanaal biedt ruimte voor lagere hoogbouw blokken, zodat meer mensen aan zone in de stad kunnen wonen.
Dit biedt kwaliteit aan de bewoners en geeft meer betekenis en potentie aan de recreatieve concepten zoals het Sportkanaal en kanaalpark die van belang zijn voor de omringende stadsdelen. Hieronder zijn enkele visualisaties met de nieuwe hoogteaccenten in stedelijke context opgenomen. Het betreft belangrijke potentiële zichtlijnen waar de nieuwe hoogteaccenten vanaf ver zichtbaar zijn.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
21
Figuur 4.6: Vanaf afslag naar Burgemeester Bechtlaan (Noord-tangent): Westpoint staat op de as van de weg en is prominent in beeld en is duidelijker hoger en ranker dan de Smariustoren. Het nieuwe hoogteaccent staat meer aan de rechterkant in het perspectief op een minder prominente plaats.
Figuur 4.7: Halverwege het viaduct (noordzijde) over Wilhelminakanaal: Westpoint is nog niet in beeld, die komt pas later op viaduct in beeld. De toren werkt niet concurrend met Westpoint, deze bevindt zich duidelijk in een ander blikveld (focus vooruit).De brug in combinatie met het nieuwe accent krijgt een poortfunctie.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
22
Figuur 4.8: De toren is zichtbaar door het opgaande groen langs de Ringbaan West, de voet van de toren wordt pas zichtbaar vanaf net voor de rotonde.
Figuur 4.9: Brug bij de Waalstraat (langzaamverkeersbrug op maaiveld): In de verte is de lagere toren aan het kanaal zichtbaar, deze steekt ongeveer voor de helft boven het groen uit. De hoge Smariustoren is ook zichtbaar achter opgaand groen.
Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)
23
Figuur 4.10: Brug Kraaivenstraat (ondergeschikte brug op maaiveld): Door de nabijheid van de locatie Smarius zijn de torens duidelijk zichtbaar. Ongeveer de bovenste helft van de torens steken in dit blikveld boven het groen uit. Aansluiting openbare ruimte Plint/openbare ruimte/openbaar groen; in hoeverre is de plint van het gebouw betrokken bij de openbare ruimte/openbaar groen en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? Dit is geborgd in het beeldkwaliteitsplan, daarom verwijzen we naar dit document. Er is in het beeldkwaliteitsplan aandacht besteed aan de stad op ooghoogte. Hier worden actieve plinten onder verstaan waarmee er een levendige wisselwerking tussen binnen en buiten ontstaat. De gevels zijn vormgegeven dusdanig dat er een relatie mogelijk is tussen privé en openbaar. Arcades zijn hier een voorbeeld van. Daar waar plinten dicht zijn worden deze met groen talud omkleed om blinde gevels te voorkomen. De entrees zijn duidelijk herkenbaar. Waar mogelijk word er direct aan de openbare ruimte gewoond, zijn er voortuinen toegepast of Delftse stoepen. Verkeer en parkeren Hoe zijn de verkeersontsluiting, de bereikbaarheid per openbaar vervoer en het parkeren geregeld? Het stedenbouwkundig plan voorziet in drie vormen van parkeren: gebouwd parkeren, gebundeld maaiveld parkeren en kort parkeren.
Van tevoren zijn een aantal maaiveld parkeerplaatsen aangewezen voor elektrische laadpunten en deelautoconcepten. Er zijn drie gebouwde parkeergarages. Onder de beide terrasgebouwen en het hof tussen het Centrumblok en het Merwedeblok. De parkeergarages liggen allen half verdiept vanwege het grondwaterpeil. De parkeergarage onder het oostelijke terrasblok wordt ontsloten vanaf de zuidzijde, de overige twee parkeergarages worden ontsloten vanaf de noordzijde. Gebundeld openbaar maaiveld parkeren op twee plekken in het plan. De eerste is langs de Midden-Brabantweg. Deze parkeerplaats staat in verbinding met de gebouwde parkeergarage onder het westelijke terrasblok en wordt via de noordzijde ontsloten. De tweede parkeerplaats bevindt zich langs de Ringbaan-Noord. Deze wordt vanaf de zuidzijde ontsloten. De derde parkeerplaats bevindt zich achter het Arcadegebouw. Dit halfverdiepte parkeerhof bedient het bezoekersparkeren van de woningen en de commerciële ruimten. De parkeerplaats staat in verbinding met de gebouwde parkeergarage onder het oostelijke terrasblok. Kort parkeren nabij de entree van elk gebouw. Nabij elk gebouw is er ruimte voor enkele parkeerplaatsen voor pakketdiensten en mindervaliden.