CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Toelichting ontwerpbestemmingsplan Korvelseweg 199

Raadsvergadering 18 november 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)16.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van 27 woningen op het het achtergebied aan de Korvelseweg 199. Het betreft het perceel sectie Q, nummers 4599, 7642, 1405, 1682, 2814 en deels 1405, 1682, 2814 en 7643. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied is gelegen tussen de Korvelsweg en de Capucijnenstraat. Het plangebied wordt globaal begrensd door woningen en een parkeerhof in het noorden, een maatschappelijke instelling in het oosten, Lintbebouwing in het zuiden en garageboxen en het Minderbroederspad in het westen.

Locatieaanduiding plangebied in Tilburg

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Plangebied bestemmingsplanherziening Korvelsweg 199

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan 'Oude stad Zuidwest 2016' onherroepelijk vastgesteld (2017 - 11 - 09).

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied ligt in de oude stad van Tilburg. Het gaat om een gebied binnen de ringbanen. De Linten Relevant voor de ontwikkeling van het gebied rond Korvelseweg 199 is de structuurvisie Linten in de oude Stad. Met het opstellen van de structuurvisie linten (in de oude stad) uit 2015 heeft Tilburg ingezet op de door ontwikkeling van de Tilburgse linten. We ontwikkelen de linten door in de richting van een meer stedelijk milieu. Tilburg mist stedelijkheid omdat zij is ontstaan uit verschillende dorpen, de stad is nog jong. Er wordt hard aan gewerkt om in Tilburg meer stedelijkheid te creëren bijvoorbeeld in de Spoorzone, de Binnenstad en de Piushaven. De linten dragen op hun eigen wijze daar aan bij.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Plankaart Structuurvisie Linten in de Oude stad Algemene wens was en is om te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar onder andere ook om meer samenwerking met bewoners, ondernemers. Daarnaast wordt meer aandacht besteed aan de inrichting openbare ruimte). Deze manier moet de linten sterker en aantrekkelijker maken en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten. Ook is het een manier van werken om de problemen waar de linten nu mee kampen (zoals veiligheid, leegstand enz.) samen oplossen. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten. Uit onderzoek van de gemeente Tilburg en de Kamer van Koophandel is gebleken dat met name de winkelfunctie (zeker in het dagelijks segment) is afgenomen aan vrijwel alle bedrijvige linten, met uitzondering van de Korvelseweg, Besterdring en de Piusstraat (nabij de Binnenstad). Linten: definitie Een lint is een verbindingsweg met gebouwen die naast elkaar of aaneengrenzend zijn gebouwd en die zich uitstrekken aan weerszijden van een straat. Ze zijn organisch gegroeid en groeien en veranderen nog steeds.

Een lint is erg waardevol voor een stad. Vaak zijn het belangrijke verkeersaders. Ze herbergen een groot deel van de winkelvoorzieningen en een aanzienlijk deel van de bedrijvigheid van Tilburg. Ze ‘vertellen’ de ontstaansgeschiedenis van de stad. Kenmerkend is de diversiteit van de bebouwing en de functie die deze bebouwing vervult. Linten zijn geen op zichzelf staande elementen, maar zijn met elkaar verbonden, fungeren als geheel en vormen zo een belangrijke stedelijke structuur.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

In deze Structuurvisie Linten in de Oude Stad wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: - Bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de ‘bedrijvige linten’ het huidige ontsluitingssysteem voor auto’s in de Oude Stad. - Rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Visie stedenbouw De stedenbouwkundige visie uit de structuurvisie die voor dit plan relevant is laat zich als volgt samenvatten. Zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: <0000> de korrel, maat en schaal van de bebouwing; <0000> aanwijzing van ensembles; <0000> aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt; <0000> benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en <0000> rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of <0000> meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten); <0000> aandacht voor diversiteit in de linten. Maatregelen stedenbouw a. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte (K1, ‘korrel overig’, zie ook bijlage G); b. Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel; c. Ondergronds parkeren is niet verplicht.

Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen; d. Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan. De stedelijke dynamiek en vitaliteit op de linten behouden is een belangrijke opgave die zich enerzijds toespits op het behoud van de voorzieningen op de linten (en dus ook op de Korvelseweg) en anderzijds het meer intensief bouwen aan de linten. Dit betekend dat we niet alleen bouwen in de rooilijn van het lint maar ook de steeds meer onbruik geraakte achtergebieden willen herstructuren en beter benutten. In de structuurvisie Linten zijn drie manieren van het ontwikkelen van bouwplannen aan de linten benoemt, gekoppeld aan de stedenbouwkundige korrel en morfologie van het plan. De drie typen zijn verbeeld in de onderstaande afbeelding. K1 is de herontwikkeling van een enkel pand, K2 de herontwikkeling van enkele percelen/panden in de rooilijn van het lint en K3 is een complex ontwikkeling over meerder percelen die ook de diepte van het lint aansnijdt. De Korvelseweg 199 behoort tot de 3e categorie.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Beeld van de 3 categorieën (bron: structuurvisie linten in de oude stad) Programmatische invulling Omdat de linten een urbaan en stedelijk, gemengd karakter hebben wat in Tilburg niet veel aanwezig is, is de wens voor de linten te bouwen voor urbanere doelgroepen. Met urbanere doelgroepen bedoelen we doelgroepen die houden van gemengde gebieden met wat meer reuring en dynamiek en die qua draagvlak (financieel) en eigenaarschap (betrokkenheid bij de buurt) kunnen bijdragen aan het lint van de Korvelseweg. Het plan voor de Korvelseweg 199 voldoet daaraan omdat het een gemengd programma is van appartementen en grond gebonden woningen. Het plan is gelegen achter het lint, daarmee zijn de voorzieningen en de dynamiek van het lint dicht bij maar is op het achter terrein toch de rust, het groene karakter en de luwte aanwezig. In het plan is veel collectief groen en collectieve ruimte aanwezig. Door het afmaken van de bebouwingswand aan de Korvelseweg en het situeren van de bouwblokken op dezelfde wijze als het gerenoveerde fabriekje aan het Minderbroederpad (N-Z) ontstaat er een logische structuur. Een logische structuur die goed aansluit op de morfologie van het lint. En een structuur welke qua collectieve ruimte goed georiënteerd is op de zon en zo de verbinding legt op een informele wijze tussen de Korvelseweg en de Capucijnenstraat, als overgang van het lint naar de wijk.

De variatie in hoogte en dakvormen brengt levendigheid en variatie in de wat strenge stedenbouwkundige opzet. Ondanks dat het niet mogelijk was om het perceel wat diep het plan in steekt te verwerven, functioneert het plan goed en doet dit niks af aan de kwaliteiten en het functioneren van de collectieve ruimte. Beschrijving van het plan Voor de locatie Korvelseweg 199 e.o. in Tilburg is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt voor 33 (starters)appartementen, waarvan 11 grondgebonden, en 1 grondgebonden woning. Het plan voorziet in een verdichting (meer stedelijkheid) van het gebied achter het bedrijvige lint dat gevormd wordt door de

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Korvelseweg. De bestaande garageboxen op het achtergebied worden opgeruimd en het vrijgekomen gebied herbestemd voor het realiseren van 27 appartementen. Tussen de bestaande bebouwing direct aan de Korvelseweg worden twee bouwvolumes met 6 appartementen en 1 grondgebonden woning toegevoegd die ruimte laten voor een, voor Tilburg kenmerkend, toegangspad tot het achtergebied. Op het achtergebied worden haaks op de bestaande parking aan het Minderbroederspad 3 bouwvolumes gepland waarin 27 appartementen zijn opgenomen. In de ruimte tussen de bouwvolumes bevinden zich gemeenschappelijke groene tuinen voor de bewoners van de appartementen (én voor de omwonenden) en een tweetal doorgangspaden richting de bestaande parking. Het stelsel van paden zorgt voor een betere dooradering van het achtergebied en een sterkere verbinding tussen achterliggende wijk en het lint. De massa van de nieuw te bouwen bouwvolumes refereert aan de architectuur van zowel textiel- als religieuze gebouwen.

De positionering van de bouwvolumes haaks op de parking respecteert de privacy van de bestaande omwonenden en waarborgt tegelijkertijd, samen met de lage erfafscheiding van de gemeenschappelijke tuinen, doorzichten in het gebied. De gemeenschappelijke tuinen tussen de bouwvolumes vormen een plek voor ontmoeting voor de nieuwe bewoners en de bestaande omwonenden. Tevens verbeteren de nieuw te bouwen appartementen de uitstraling naar de bestaande parking en vergroot het de sociale controle op het Minderbroederspad. Bovendien voegt het plan een woningtype toe aan het omliggende woningbestand dat in deze omgeving nog nauwelijks is vertegenwoordigd. Het plan verhoogd daarmee de diversiteit van woningtypen in het gebied en in haar kielzog verhoogt het daarmee eveneens de mix van bewoners in dit gebied. Als laatste voedt de verhoogde dichtheid de activiteiten aan het lint en draagt daarmee bij aan de levensvatbaarheid van de diverse kleinschalige winkels, kappers, horecagelegenheden etc. die zorgen voor de kenmerkende levendigheid van de Korvelseweg. Zo draagt het plan zorg voor een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit én garandeert het de leefbaarheid van het, voor de Tilburgse binnenstad zo kenmerkende, lint en het erachter gelegen binnengebied.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.

In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Voorliggend plan voorziet in de bouw van 27 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Derhalve voorziet het plan in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en moet de behoefte van het plan worden aangetoond. Gemeentelijke bouwopgave in regionale context De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030.

In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de Rijksoverheid. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Conclusie Het plan tot de bouw van 27 appartementen past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.

2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Planspeciefiek Blijkens de kaarten behorend bij de interim omgevingsverordening is het plangebied gelegen in: Concentratiegebied, Stedelijk gebied en Stalderingsgebied. Gelet op dat het plan gelegen is in stedelijk concentratiegebied dient onderbouw te worden dat het plan voldoet aan de regionale afspraken en een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft. Regionale afspraken Onder paragraaf 2.1.3 '(ladder voor( duurzame verstedelijking' is beschreven dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen In paragraaf 1.4 staat beschreven hoe het plan past in de omgeving van het plangebied. Voorliggend plan betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling gelet op dat het plan voorziet in inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. Bij realisatie van het plan worden mogenlijkheden gecreeërd voor voor verduurzaming, zoals groene daken en zonnnepanelen. Bij het plan wordt rekening gehouden met klimaatverandering. In de planregels is geborgd dat voldoende wateropvang gerealiseerd moet worden.

Stalderingsgebied het plan voorziet niet in de vestiging van een veehouderij, of toename aan oppervlakte voor een dierenverblijf.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.

<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan: het karakter van de omgevingvisie brengt met zich mee dat de voorgenomen ontwikkeling niet als concreet project is opgenomen in de omgevingsvisie.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Globale geografische situatie: het plangebied ligt in het zuiden van de Tilburgse binnenstad op een terrein tussen de Korvelseweg, de Capucijnenstraat, de Paterstraat en het Minderbroederspad. Dit gebied ligt aan de zuidwestkant van het Tilburgs plateau, ten zuiden van een voormalig open akkergebied, de Schijf. Historische objecten (lijnen en vlakken): het plangebied ligt op het achterterrein van de Korvelseweg; een historisch lint dat reeds in 1533 voor het eerst wordt vernoemd. Het toenmalige zandpad werd in 1828 bestraat op privé-initiatief van de fabriekseigenaars Diepen en Jellinghaus, die hun fabriek aan de Korvel wilden verbinden met de belangrijke Bredaseweg. Al sinds tenminste de late middeleeuwen vormde de Korvelseweg een belangrijke verbindingsweg tussen de herdgangen Korvel en Kerk. De Capucijnenstraat ontstaat in 1881. In de periode daarvoor staat het onverharde pad bekend als de Molenstraat en de Landstraat en diende het vooral als onverharde ontsluitingweg voor de zich iets ten noorden van het huidige klooster bevindende maar in het begin van de twintigste eeuw gesloopte Korvelse molen. Historisch en huidig landgebruik; in het midden van de achttiende eeuw is het grondgebruik van de gebieden om het plein en de straten nog hoofdzakelijk agrarisch van aard.

In de negentiende eeuw komt daarin geleidelijk verandering en is er steeds meer sprake van aaneengesloten lintbebouwing. Vanaf het midden van de negentiende eeuw neemt bedrijfsbebouwing; de fabrieken van de gebroeders Diepen en van Van Dooren en Dams, steeds meer ruimte in beslag. De eerste bedrijfsvestiging is aan de oostelijke zijde van het Korvelplein. Aan het eind van de jaren zeventig van de twintigste eeuw wordt de meeste bedrijfsbebouwing gesloopt en de vrijkomende terreinen ingevuld met woningbouw. De bebouwing in het plangebied maakt deel uit van een cluster dat in tijd aansluit op de stichting van het klooster van de Kapucijnen aan de Korvelseweg in 1882. Spoedig daarop volgen een Fraterhuis met weeshuis en een jongensschool ten noordwesten van het klooster en de eveneens door de Fraters gestichte jongensschool in het plangebied. De oudste fase hiervan gaat waarschijnlijk terug tot omstreeks 1890.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

3.3.2 Archeologie Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan Oude Stad Zuidwest 2016 en heeft een dubbelbestemming Waarde Archeologie. Dat houdt in dat bij ingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld of met een omvang groter dan 50 m2, er voorafgaand archeologisch onderzoek moet worden verricht teneinde de archeologische waarde van het terrein te bepalen. De voorziene ontwikkeling zal deze grenzen overschrijden. Daarom heeft de ontwikkelaar als eerste stap in het proces van Archeologische Monumentenzorg een archeologisch bureauonderzoek laten verrichten, aangevuld met verkennende boringen L. Kruithof & D. Hagens, 2022: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Korvelseweg 199 te Tilburg (gemeente Tilburg. Op basis van dit onderzoek blijkt dat het plangebied ligt op de overgang van de hoger gelegen dekzandrug/plateau naar een lagergelegen dekzandwelving/dalflank en dalvormige laagte. Dit is een ideale locatie voor jager-verzamelaars uit paleolithicum t/m mesolithicum/vroeg-neolithicum. In de omgeving zijn echter weinig vondsten aangetroffen voor deze periode. Voor deze periode geldt daarom een middelhoge verwachting. Voor landbouwers uit de perioden daarna is de locatie ook aantrekkelijk geweest. Daarom geldt voor de periode neolithicum tot en met vroege middeleeuwen een hoge verwachting.

Door de lage grondwaterstand zullen organische resten in het gebied minder goed bewaard zijn gebleven, tenzij in verkoolde toestand, of onder grondwaterniveau (zoals in zeer diepe kuilen). Vanaf de late middeleeuwen worden akkers opgehoogd met bemeste plaggen. Dit plaggendek dat soms wel een meter of meer dik kan zijn, beschermt de archeologische resten in de ondergrond. Vanaf de late middeleeuwen ligt het plangebied aan de verbindingsweg Korvelseweg, gelegen tussen het buurtschap Korvel en de binnenstad van Tilburg. Het is daarom mogelijk dat zich ook historische bebouwing in het gebied bevindt, al dan niet in de vorm van bijgebouwen (schuur, stal). Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode volle middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het verkennend booronderzoek heeft de archeologische verwachtingen uit het bureauonderzoek bevestigd. De bodemopbouw laat zien dat in het gebied sprake is van (deels) intacte hoge zwarte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. Bij graafwerkzaamheden dieper dan 55 centimeter onder maaiveld dient daarom voorafgaand verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd om de archeologische waarde van het plangebied vast te stellen.

Dit onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van archeologisch proefsleuvenonderzoek, conform de daarvoor vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Indien uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een waardevolle vindplaats, dan kan het bevoegd gezag besluiten om de vindplaats te behouden. Dit kan in situ (door planaanpassing en voorschriften voor behoud) of ex situ (door opgraving, documentatie, specialistisch onderzoek, rapportage en zo nodig conservering van vondsten). In het laatste geval kan de dubbelbestemming Waarde Archeologie voor het plangebied omen te vervallen. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In het plangebied bevinden zich geen gebouwen of objecten die zijn beschermd op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke monumentenverordening. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het plangebied niet nader aangeduid.Het plangebied en de directe omgeving daarvan werd vanaf het einde van de negentiende eeuw steeds meer ingevuld met aan de kerk en het onderwijs gerelateerde bebouwing. Korvelseweg 165-167, Kapucijnenklooster net kerk en werkhuizen naar ontwerp van broeder Valerius van Deurne, gebouwd in twee fases, 1882 en 1937, Rijksmonument. Korvelseweg 195, 201-201, 205-207, winkelwoonhuizen periode 1870-1910, opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).

Direct en noordoosten van het plangebied bevindt zich een schoolgebouw (opgenomen in het MIP als Capucijnenstraat 80) dat in oorsprong waarschijnlijk uit het laatste decennium van de negentiende eeuw dateert. Van waarde is met name het oudste deel van de school aan de zijde van de Capucijnenstraat en de zich op enkele plaatsen bevindende sculptuur, onder meer twee Heilig-Hart-beelden ca. 1930. Overige MIP-objecten in de directe nabijheid van het plangebied: Capucijnenstraat 82, woonhuis/bedrijf ca. 1900, Capucijnenstraat 98, woonhuis ca. 1850. Paterstraat 75A/B, woonhuis ca. 1920, Paterstraat 77,

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

woonhuis 1898, Paterstraat 83, woonhuis 1897, Paterstraat 89, bedrijf ca. 1910, Paterstraat 91 woonhuis ca. 1925. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen beschermde monumenten of structuren aangetast. Op basis van de uitkomsten van het archeologisch bureauonderzoek wordt geadviseerd voor het gehele plangebied een dubbelbestemming waarde archeologie op te nemen. Voorafgaand aan de realisatie van een nieuwe inrichting van het gebied dient bij bodemverstoringen dieper dan 55 centimeter een archeologisch vooronderzoek in de vorm van proefsleuven te worden uitgevoerd. Wanneer blijkt dat behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in het gebied aanwezig zijn, zal eerst gekeken dienen te worden naar mogelijkheid van behoud in de bodem. Indien dit niet mogelijk blijkt te zijn zullen de vindplaatsen definitief opgegraven moeten worden. Pas na afloop van het archeologisch onderzoek kan het gebied worden vrijgegeven voor verdere werkzaamheden.

3.4 Volkshuisvesting Woonvisie, Woonagenda, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Woonadvies specifiek voor plangebied Het woningmarktgebied Oud-Zuid West, wijk Korvel bestaat voor het grootste deel uit grondgebonden woningen. Hoewel nog onder het Tilburgs gemiddelde, heeft Korvel meer gezinnen dan andere wijken in Oud-Zuid west. Er is relatief veel particuliere huur. Met de ontwikkeling van appartementen op deze locatie zien we kansen stedelijke 1 en 2 persoonshuishoudens aan het gebied te binden. Dit in aanvulling op de grondgebonden woningen die er in de omgeving zijn. We adviseren deze appartementen zo mogelijk levensloopgeschikt uit te werken waarbij goede doorgankelijkheid een aandachtspunt is in de plattegrond.

Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. In paragraaf 2.1.3. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.

3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Bomenbeleid: <0000> beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden'

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

<0000> Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat- , eco-,hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.amet betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn.

In het bestemmingsplan is de BWZ-kaart verwerkt in de Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een klimaat-, eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Met een bomeninventarisatie zijn binnen het plangebied alle bomen in kaart gebracht en visueel onderzocht. Bij het visuele onderzoek zijn de verschillende delen (kroon, stam en wortelvoet) van de bomen vanaf de grond beoordeeld op conditie en boomstructuur om een indruk te krijgen van de boomkwaliteit en -veiligheid. De conditie van de bomen is beoordeeld als 'goed'. Doordat er bij de herontwikkeling geen ontgravingen worden uitgevoerd is de te verwachte invloed op de bomen beperkt. Een negatieve invloed voor de bomen in het projectgebied zou kunnen ontstaan door schades aan bomen en door bodemverdichting. Daarnaast kan de bouw van woningen bij één boom leiden tot knelpunten met de boomkroon. De bomeninventarisatie is onderdeel van de quickscan natuurbescherming en als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen.

3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteitneemt wereldwijd af. Het doel van de nota, vastgesteld door de raad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter tebeschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied).

Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). 3.5.4 Agenda groen in de stad De agenda groen in de stad (vastgesteld door het college op 19 juli 2016) gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten.

Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Inmiddels is deze op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de raad). 3.5.5 Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor al onze inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad. Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen vormt de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. Op de Stadsnatuurkaart 2040 zijn onder meer de ecologische structuren benoemd. Hieraan is een duidelijke maatvoering gekoppeld.

Deze maatvoering wordt zowel bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen als gedurende het verdere proces meegenomen om zo de ecologische kwaliteit op een juiste manier mee te

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

nemen. De grote ambities en veelheid van belangen die spelen in ruimtelijke ontwikkelingen, maken een heldere en duidelijke structuur en maatvoering voor ecologie wenselijk. 3.5.6 Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld.

De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020-2023 (zie paragraaf 5.1). De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers;

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

<0000>

<0000>

Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3.6.3 Parkeren Bij de voorgenomen ontwikkeling dient conform het gemeentelijk parkeerbeleid voorzien te worden in de parkeerbehoefte. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van 27 appartementen en de sloop van garageboxen. De huidige garageboxen zijn particulier bezit en hoeven qua parkeren niet gecompenseerd te worden. Bij het plan wordt tevens een nieuwe inrit aangelegd welke ten koste gaat van 2 openbare parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen moeten in het plan gecompenseerd worden. Ten noorden van het plangebied is een openbare parkeerplaats en deze moet ook openbaar toegankelijk blijven. In het parkeerrayon St. Anna (W03) bestaat een wachtlijst voor parkeervergunningen, het is daarom niet mogelijk om restcapaciteit op openbaar gebied te gebruiken. Parkeernormen nota Parkeernormen 2017 De Korvelseweg is gelegen in Zone A. In deze zone is parkeerregulering ingevoerd. Voor de realisatie van dit type woning (ggb woning/appartement <70m2 BVO )geldt een parkeernorm van 0,9 parkeerplaats per woning (0,6 voor bewoners en 0,3 voor bezoekers). Op basis hiervan bestaat voor de bewoners een parkeerbehoefte van 16,2 parkeerplaatsen en voor bezoekers 8,1 parkeerplaatsen. Met dubbelgebruik van de bewonersparkeerplaatsen betreft te totale parkeerbehoefte voor bewoners en bezoekers 23 parkeerplaatsen.

Door de inzet van deelmobiliteit wordt ten behoeve van het plan een reductie van 4 parkeerplaatsen voor bewoners bereikt waardoor het totaal aan te leggen parkeerplaatsen op 19 uitkomt. Parkeernormen nota Parkeernormen 2023 De Korvelseweg is gelegen in Zone B. In deze zone is parkeerregulering ingevoerd. Voor de realisatie van dit type woning (huurwoningen middelduur)geldt een parkeernorm van 0,95 parkeerplaats per woning (0,8 voor bewoners en 0,15 voor bezoekers). Op basis hiervan bestaat voor de bewoners een parkeerbehoefte van 21,6 parkeerplaatsen en voor bezoekers 4,1 parkeerplaatsen. Met dubbelgebruik van de bewonersparkeerplaatsen betreft te totale parkeerbehoefte voor bewoners en bezoekers 23 parkeerplaatsen. Door de inzet van deelmobiliteit wordt ten behoeve van het plan een reductie van 4 parkeerplaatsen voor bewoners bereikt waardoor het totaal aan te leggen parkeerplaatsen op 19 uitkomt. De parkeerbehoefte voor bewoners dient volledig met losse parkeerplaatsen op het bouwperceel opgelost te worden. Echter is dit niet verenigbaar met de wens het gebied ook zo groen mogelijk in te richten en doorlaatbaar te maken voor voetgangers, als informele alternatieve route. Derhalve beoogd de initiatiefnemer deelauto’s in te zetten ten behoeve van een reductie van het totaal aantal parkeerplaatsen.

Op basis van de Parkeernorm 2023 moet er bij ontwikkelingen van meer dan 25 woningen 1 extra deelauto worden ingezet waardoor het totaal aan te leggen aantal parkeerplaatsen op 20 uitkomt. In het voorlopig stedenbouwkundig plan is gelet op de beschikbare ruimte en het aantal ingetekende parkeerplaatsen, rekening houdend met deelmobiliteit en dubbelgebruik voldoende ruimte beschikbaar om in de parkeerbehoefte te voorzien. Noodhulpdiensten Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

Oude Stad Zuidwest 2016, 7e herziening (Korvelseweg 199)

Omliggende wegenstructuur Het plan ligt op de hoek Korvelseweg/Minderbroederspad. De Korvelseweg is een Gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/h, het Minderbroederspad is een doodlopende erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/h. Het plan ontsluit via bestaande inritten op de Korvelseweg (naast nr. 199) en op het Minderbroederspad (naast nr. 30). Verkeersgeneratie De planontwikkeling geeft een bepaalde verkeersgeneratie. In onderstaande tabel is van de verschillende functies bepaald wat de verkeersgeneratie is. Hiervoor zijn kencijfers van het CROW “ASVV 2021” gehanteerd. Tilburg is aangemerkt als “sterk stedelijk”. De locatie ligt in de zone Schil Centrum. Type (aanname) Grond gebonden woning Appartement

Verkeersgeneratie 6,4 4,7

Totaal

Aantal 11 16

Totaal 70,4 75,2 145,6

Deze ontwikkeling zorgt voor een verkeersgeneratie van 146 ritten per gemiddelde weekdag. Dit is niet de toename van de hoeveelheid verkeer. De bestaande functies genereren ook een bepaalde hoeveelheid verkeer. De verkeersgeneratie van 146 ritten is in dit geval de meest negatieve situatie. De verkeersgeneratie van 146 ritten kunnen zonder problemen afgewikkeld worden op de omliggende wegen. Hier ontstaan geen problemen op het gebied van doorstroming of verkeersveiligheid. Fietsroutes en -stalling De Korvelseweg is onderdeel van het gemeentelijke fietsnetwerk. De Korvelseweg is aangewezen als Sternetfietsroute. Dit is een hoofdfietsroute binnen de gemeente Tilburg. Achter het plan ligt de Capucijnenstraat, dit betreft een secundaire route in het fietsnetwerk en is vormgegeven als fietsstraat. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14782151/1