CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 toelichting ontwerpbestemmingsplan

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herz. (Lange Nieuwstraat 156-158)31.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tegelijkertijd schetst het CPB in haar juniraming 2019 dat het Amerikaanse handelsbeleid, een mogelijke no-deal Brexit en de economische en politieke situatie in Italië belangrijke neerwaartse risico’s zijn voor de Nederlandse economie. Deze door hen geschetste ‘gure wind’ is overigens deels al verwerkt in de lagere ramingen voor 2019 en 2020.

20 september 2019 | 18

Enkele relevante zakelijke ontwikkelingen in en rond Tilburg Los van macro-economische ontwikkelingen wordt de zakelijke hotelvraag in Tilburg ook beïnvloed door lokale ontwikkelingen. We bespreken hieronder een aantal. • De Tilburgse economie was anno 2018 goed voor ruim 116.000 banen, ten opzichte van 2014 een toename met bijna 12%. Het aantal vestigingen is ten opzichte van 2014 stabiel gebleven op circa 16.400. • De belangrijkste sectoren in de gemeente zijn advisering, onderzoek en zakelijke dienstverlening (19,4%), gezondheids- en welzijnszorg (18,3%) en groot- en detailhandel (16,9%). Dit zijn geen sectoren die erom bekend staan dat ze veel vraag naar verblijfsaccommodatie genereren. • Sectoren die wel bekend staan om hun hotelvraag zijn industrie (11,8%), specialistische zakelijke dienstverlening (6,1%) en financiële instellingen (4,5%) en in wat mindere mate vervoer en opslag (8,1%),overige zakelijke dienstverlening (4,9%) en informatie en communicatie (1,9%). Deze sectoren zijn samen goed voor ruim 37% van de werkgelegenheid en zijn dus behoorlijk goed vertegenwoordigd in Tilburg. Ten opzichte van 2014 is hun aandeel stabiel gebleven. • Voor de komende jaren wordt door Tilburg (bron: concept Strategische Meerjarenagenda, gemeente Tilburg, 2019) ingezet op ‘Smart Logistics’, ‘Smart Industry’ en ‘Smart Leisure’, met als kernprogramma ‘Smart Services’.

• Met name de inzet op smart industry kan er in potentie toe leiden dat (extra) hotelvraag in Tilburg terecht komt. Of en in welke mate deze extra vraag daadwerkelijk zal optreden is echter afwachten. Groeiverwachting zakelijke markt Op grond van het voorgaande ramen wij de verwachting voor de hotelvraag vanuit het segment individueel zakelijk in Tilburg, bij een behoudend en een meer optimistisch scenario, als volgt: 2019 - 2024: groei met 1,0 – 2,5% per jaar.

5.2

Toeristische markt

Gestage groei aantal hotelovernachtingen in Nederland en Noord-Brabant In Nederland nam in het afgelopen decennium de hotelvraag aanzienlijk toe, met name het aantal buitenlandse overnachtingen. Als we naar recente jaren kijken, dan blijkt het aantal overnachtingen in hotels, pensions en jeugdaccommodaties in Nederland van 2014 tot en met 2018 met 30% gegroeid te zijn, gemiddeld bijna +7% op jaarbasis (Bron: CBS). In Noord-Brabant was de groei nog sterker: +36% van 2014 tot en met 2018, ruim +8% op jaarbasis.

Positieve ontwikkeling binnenlands toerisme In 2014 betrof 60% van de bezette kamers in de Tilburgse hotels Nederlandse gasten. Hoewel sindsdien het inkomend toerisme sterker is gegroeid dan het binnenlands toerisme, zal de hotelvraag in Tilburg nog steeds voor meer dan 50% vanuit Nederland komen. Voor de ontwikkeling van de binnenlandse toeristische markt verwacht NBTC Holland Marketing van 2018 tot 2030 een groei met ruim 27%, gemiddeld 2,0% per jaar (bron: “Perspectief Bestemming Nederland 2030”, NBTC januari 2019).

Sterke groei inkomend toerisme Voor de ontwikkeling van het inkomend toerisme verwacht het NBTC tot 2030 een groei met tenminste 60%, gemiddeld 4,0% per jaar. In een ‘optimistisch’ scenario wordt zelfs een ruime verdubbeling verwacht van het inkomend toerisme. In Tilburg was in 2014 de buitenlandse vraag goed voor 40% van alle overnachtingen, waarvan de helft uit de buurlanden België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het NBTC verwacht dat het aandeel uit deze landen gelijk zal blijven, dus even hard zal groeien als het totale inkomende toerisme. Volgens hetzelfde NBTC-onderzoek zullen weliswaar vooral de kust en Amsterdam profiteren van het groeiende verblijfstoerisme, maar zal de groei in ‘overig Nederland’ (waaronder Noord-Brabant) nauwelijks minder zijn dan voor Nederland gemiddeld.

20 september 2019 | 19

Enkele relevante toeristische ontwikkelingen in en rond Tilburg Los van macro-economische ontwikkelingen wordt de toeristische hotelvraag in Tilburg ook beïnvloed door lokale ontwikkelingen. We bespreken er hierna een aantal. Intensivering citymarketing Tilburg Gemeente Tilburg zet sinds 2013 in op citymarketing. Sinds 2015 is Stichting Marketing Tilburg de uitvoerende partij van het gemeentelijk citymarketingbeleid. Dit beleid en de uitvoering krijgen steeds meer vorm en leveren effect op. In het nieuwe citymarketingbeleid (nog vast te stellen door de raad) staat dat de gemeente met citymarketing meer bekendheid voor Tilburg wil bij de gekozen doelgroepen, met een focus op bedrijven en studenten. De kwaliteiten en potentie van Tilburg moeten beter zichtbaar zijn en worden herkend door de doelgroepen. Dit draagt bij aan de (economische) ambities en het imago van en de trots op Tilburg. Een goed imago zorgt dat mensen en bedrijven voor Tilburg kiezen en terugkomen. Een evaluatie over de eerste vier jaar van Stichting Marketing Tilburg volgt nog, maar het is volgens de gemeente duidelijk dat de stad in beweging is. Dit is terug te zien in het record aantal bezoekers aan de musea, de hoge waardering voor de recent geopende LocHal en de aandacht die er is voor het Spoorpark, de Spoorzone, de landschapsparken en het recent geopende ‘kunstdoolhof’ Doloris.

Wisselende ontwikkeling merkbekendheid Tilburg Als pijlers van de merkidentiteit van de stad heeft Stichting Marketing Tilburg onder meer gekozen voor de Spoorzone, de Piushaven, de landschapsparken, het kernwinkelgebied, Museum de Pont, het TextielMuseum en poppodium 013. In de raamovereenkomst tussen gemeente en de stichting is een set indicatoren afgesproken waarmee Stichting Marketing Tilburg het effect van de uitvoering van hun activiteiten jaarlijks meet. Het rapport ‘Succesindicatoren 2018’ geeft aan dat de imagowaarden van Tilburg bij bezoekers, bewoners en studenten na een stijging in 2017, weer licht zijn gedaald naar het niveau van de nulmeting in 2016. Met een gemiddelde score van 3,3 op 5 in 2018 zat de gemeente iets onder de 3,5

uit 2017 en op hetzelfde niveau als 2016, te beoordelen als een voldoende. Bij bedrijven is het beeld wat gunstiger en is een stijging van de waardering gemeten. Ontwikkelingen toeristisch product Voor de ontwikkeling van het toeristisch product zijn er in Tilburg de nodige plannen. Deze kunnen de toekomstige vraag naar verblijfsaccommodaties in Tilburg positief beïnvloeden. De meest relevant daarvan zijn: • De Spoorzone in Tilburg ontwikkelt zich steeds verder tot een mixed-use broedplaats voor kennis en innovatie voor onderwijs, ondernemers en particulieren. De recent geopende LocHal is een succes als bibliotheek maar ook als bredere en architectonische publiekstrekker. • De oude stadshaven Piushaven is, met behoud van cultuurhistorie, tot woonwerkgebied getransformeerd met de nodige horeca- en winkelvoorzieningen. De jachthaven, museumhaven, het stadsstrand en diverse evenementen maken het gebied blijvend toeristisch interessant. • De landschapsparken Moerenburg, Pauwels en Stadsbos013 en het Spoorpark in de binnenstad, bieden rust en ruimte om te recreëren in de natuur. Ambities Midpoint Brabant Midpoint, het economisch samenwerkingsprogramma van Midden-Brabant, heeft grote ambities als het gaat om de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van Hart van Brabant.

Enkele kernpunten uit het ambitie-document ‘Dreamport Brabant 2025’ zijn: • Voor 2025 dé leisure regio van Noordwest-Europa worden voor de family/short break-vakantiemarkt. • Focus op meerdaags verblijfstoerisme van internationale allure. • Hiervoor is een schaalsprong nodig. Er moet meer internationaal wervende ‘leisure-content’ komen. • Verdubbeling van het aantal ‘winterharde’ bedden in het jaar 2025 (wat volgens sommige bronnen inmiddels al is gerealiseerd). De voornaamste effecten die worden verwacht van deze Midpoint ambities tot 2025 zijn een verdubbeling van het aantal dagrecreatieve bezoekers en verlenging

20 september 2019 | 20

van het seizoen van 250 (nu) naar 350 dagen. Van belang is dat naar verwachting 60% van de dagbezoekers tevens short break verblijfsgasten zullen zijn. Groeiplannen Efteling en Beekse Bergen Een belangrijke impuls voor de regionale hotelvraag vormt de toekomstige ontwikkeling van de Efteling en van de Beekse Bergen. De provincie NoordBrabant onderkent in haar provinciale structuurvisie het economisch en maatschappelijk belang van de Efteling. De Efteling en de Beekse Bergen zijn genoemd als recreatievoorzieningen van nationale allure die een belangrijke bijdrage leveren aan de groeipotentie die samenhangt met de vrijetijdseconomie in de provincie. Beide recreatievoorzieningen staan dan ook specifiek aangegeven op de visiekaart van de provincie. De Efteling wil het aantal bezoekers laten stijgen naar 6 tot 7 miljoen per jaar. Een belangrijke doelgroep hierbij zijn buitenlandse (meerdaagse) gasten. In 2020 wil de Efteling hiervoor 5.000 bedden hebben in de nabijheid van het park, in hotels en bungalowparken, geïnitieerd door zowel de markt als door de Efteling zelf. Voortdurend wordt geïnvesteerd in het attractieproduct. Daarnaast zet men in op verlenging van de openingstijden en actieve bewerking van de zakelijke en buitenlandse markt. Safaripark Beekse Bergen zag het bezoekaantal het afgelopen decennium stijgen van circa 750.000 naar meer dan 1.000.000 in 2018.

Een deel van die groei hangt samen met de bouw van 425 nieuwe lodges in het park, waarvan de eerste 240 in 2018 werden geopend en de resterende 185 in de komende jaren. De afgelopen en komende jaren is/wordt ook geïnvesteerd in de kwaliteit van het Safaripark. Groeiverwachting toeristisch markt Op grond van het voorgaande ramen wij de verwachting voor de hotelvraag vanuit het toeristisch segment in Tilburg, bij een behoudend en een meer optimistisch scenario, als volgt: 2019 - 2024: groei met 3,5 – 5,0% per jaar.

5.3

MICE-markt

De MICE-markt (zie de definitie in bijlage A) geldt als een conjunctuurgevoelige markt; in tijden van economische teruggang bezuinigen bedrijven relatief snel op uitgaven voor congresbezoek, cursussen in externe accommodaties, en dergelijke. In 2014 was in Tilburg 11% van de hotelvraag afkomstig uit dit segment. Voor de vraagprognose is van belang: • Conferentiehotels hebben het lastig door de opkomst van web conferencing en andere nieuwe technologieën. De noodzaak om elkaar live te ontmoeten neemt daardoor af, wat ook invloed heeft op het internationale zakenreisverkeer. Tegelijkertijd zijn er ook signalen dat de invloed daarvan begrensd is, en dat er – zeker als er weer wat meer budget voor is – de behoefte om elkaar live te ontmoeten, nog steeds aanwezig is. • De beurzenmarkt is voor de regio Tilburg van relatief weinig belang vanwege het ontbreken van een echte beursaccommodatie zoals bijvoorbeeld de Brabanthallen. Tegelijkertijd bieden accommodaties als de Koepelhal + Wagenmakerij, het Koning Willem II Stadion, de LocHal en Poppodium 013 de mogelijkheid voor bijeenkomsten tot enkele duizenden personen. • Sinds 2018 zet het VisitBrabant Convention Bureau actief in op het naar NoordBrabant halen van grote (inter)nationale congressen, meetings en evenementen.

Hierbij ligt de nadruk echter niet bovenmatig op Tilburg, maar eerder op de steden die zich bij het convention bureau hebben aangemeld als convention partner (momenteel zijn dat Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en Helmond). • Voor de komende jaren lijkt voor Tilburg een groei die parallel verloopt aan die van de zakelijke markt (zie paragraaf 5.1) het meest voor de hand liggend. Groeiverwachting MICE-markt De MICE-markt zal zich de komende jaren in Tilburg naar verwachting als volgt ontwikkelen: 2019 - 2024: groei met 1,0 – 2,5% per jaar.

20 september 2019 | 21

5.4

Samenvatting prognose 2019-2024

Alle voorgaande prognoses zijn in Tabel 4 en Tabel 5 samengevat, bij respectievelijk een behoudend en een optimistisch scenario. Daarbij zijn de groeiprognoses voor elke segment naar rato van het geschatte marktaandeel van dat segment meegerekend. Tabel 4 Verwachte ontwikkeling vraagmarkt tot 2024 – behoudend scenario Hotels

Aandeel

Toeristisch Zakelijk MICE Gewogen gemiddelde Index 100 = 2018

45% 45% 10% 100% 100,0

Jaarlijkse groei bij behoudend scenario 2019 2020 2021 2024 2022 2023 3,5% 3,5% 3,5% 3,5% 3,5% 3,5% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 2,1% 2,1% 2,1% 2,1% 2,1% 2,1% 102,1 104,3 106,5 108,8 111,1 113,4

Bronnen: zie elders in dit rapport. Bewerking: LAgroup 2019

Tabel 5

Verwachte ontwikkeling vraagmarkt tot 2024 – optimistisch scenario Hotels

Aandeel

Toeristisch Zakelijk MICE Gewogen gemiddelde Index 100 = 2018

45% 45% 10% 100% 100

Jaarlijkse groei bij optimistisch scenario 2019 2020 2021 2022 2023 2024 5,0% 5,0% 5,0% 5,0% 5,0% 5,0% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 3,6% 3,6% 3,6% 3,6% 3,6% 3,6% 103,6 107,4 111,3 115,3 119,5 123,8

Bronnen: zie elders in dit rapport. Bewerking: LAgroup 2019

Een en ander levert – bij een behoudend scenario – voor Tilburg een groei van de hotelvraag op van 2019 tot en met 2024 van +13,4%, gemiddeld 2,1% per jaar. Bij het optimistische scenario is dat +23,8% over dezelfde periode, gemiddeld 3,6% per jaar.

20 september 2019 | 22

Hoofdstuk 6 Marktruimte voor nieuwe hotelkamers

B&B De Burgerij. Bron foto: https://deburgerij.nl/

20 september 2019 | 23

6.1

Normatieve kamerbezetting

Om de toekomstige marktruimte voor nieuwe hotelkamers te kunnen bepalen, is het nodig om vast te stellen welke kamerbezetting als ‘normaal’ kan worden beschouwd.

Op basis van Hosta-rapporten over 2012 t/m 2018 blijkt de gemiddelde kamerbezetting in Noord-Brabant over die periode 62% te bedragen (zie Tabel 6). Tabel 6 Gemiddelde kamerbezetting Noord-Brabant Noord-brabant

Normatieve bezetting algemeen De normatieve bezetting kan vanuit twee kanten worden benaderd: (1) vanuit de vraagkant (afnemers) van de markt en (2) vanuit de aanbiederskant (de hotels). 1. Voor de vraagkant is het relevant dat er voldoende aanbod is op momenten dat dit nodig is, zowel in aantal als in de gewenste kwaliteits- en prijsklassen. Een ruim en divers hotelaanbod maakt een gebied aantrekkelijk, niet alleen voor toeristen maar ook voor zakelijke bezoekers en congresbezoekers. Wanneer gebieden een kamerbezetting hebben die structureel hoog is, dan zal er relatief vaak neen moeten worden verkocht, zal dat een prijsopdrijvend effect hebben en moeten boekers te vaak uitwijken naar hotels of andere accommodaties buiten de stad of regio. 2. Aan de andere kant moeten hotels voldoende kunnen renderen om hun continuïteit te waarborgen. Welke bezetting daarvoor nodig is, hangt af van veel factoren: hun kostenstructuur, de verkoopprijzen, de lokale kosten voor grond en gebouwen, een lage of hoge huur, de fase waarin het bedrijf verkeert (net gestart, veel/weinig afgeschreven), e.d.

Normatieve bezetting hotelmarkt In hotelbeleidsstudies wordt vrijwel altijd een kamerbezetting ergens tussen de 60% en 70% als normatief beschouwd. Soms wordt een bandbreedte (van maximaal 5%) gehanteerd, vaker een enkel percentage. Hoge normatieve bezettingen (> 65%) worden alleen gehanteerd in grote steden in met name de Randstad (zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht), vanwege onder andere hoge grondprijzen. Een lage normbezetting geldt vooral buiten de grote steden en in regio’s met naar verhouding veel conferentiehotels/-centra. In regio’s buiten de Randstad en in kleinere steden wordt meestal 60-65% gehanteerd.

2012 57%

2013 56%

2014 57%

2015 59%

2016 63%

2017 71%

2018 72%

Gem. 62%

Bron: Hosta/Horwath HTL (2018 voorlopig cijfer). Bewerking: LAgroup 2019

We merken op dat de Hosta-cijfers in hoofdzaak de grotere en betere hotels in Nederland (3-, 4- en 5-sterrenhotels) betreffen en niet of nauwelijks b&b’s en conferentiecentra. Deze laatste categorieën hebben in het algemeen een lagere bezetting dan eerdergenoemde hotels. Het ‘gemiddelde’ Brabantse hotel heeft dan ook een wat lagere bezetting dan uit het Hosta-onderzoek blijkt. Een en ander overwegende hanteren wij, net als in 2015, voor de gemeente Tilburg een normatieve bezetting van 62,5%. We merken daarbij op dat dit een gemiddelde is en dat er dus ook hotels zijn die (soms ver) onder dat gemiddelde presteren. Die hotels zullen het waarschijnlijk als eerste moeilijk krijgen als er nieuwe hotels aan de markt worden toegevoegd.

6.2

Marktruimte hotelkamers

Om de marktruimte in de gemeente Tilburg tot 2024 te bepalen, zijn de volgende stappen doorlopen: 1. De omvang van de huidige vraag in de gemeente is vastgesteld in hoofdstuk 3, met als peiljaar 2018. Daar is ook vastgesteld hoe de vraag is verdeeld over de drie relevante vraagsegmenten: de toeristische, de zakelijke en de MICE-markt. 2. Vervolgens wordt geraamd wat naar verwachting de ontwikkeling van de vraag zal zijn in de komende zes jaar, in een meer behoudende en in een meer optimistische variant. Bron daarvoor zijn macro-economische en regionale ontwikkelingen zoals in kaart gebracht in hoofdstuk 5. 3. Met behulp van deze groeicijfers kan de omvang van de vraag in 2024 theoretisch worden vastgesteld. Aan de hand van de normatieve bezetting kan

20 september 2019 | 24

worden berekend wat daarbij een passend aantal kamers is. Het verschil tussen dat aantal en het huidige echte aantal is de (theoretische) marktruimte. 4. De marktruimte wordt voor een deel al ingevuld door bouwplannen waarvan wij de kans van slagen als hoog hebben beoordeeld (zie hoofdstuk 4). Wat er eventueel resteert aan marktruimte, kan nog door de markt worden ingevuld.

Aangezien er in Tilburg vrijwel zekere bouwplannen zijn voor 100 nieuwe hotelkamers (zie paragraaf 4.1), is er sprake van een marktruimte van 61 tot 203 kamers voor de overige hotelplannen en voor nieuwe initiatieven (zie Tabel 8). Tabel 8 Marktruimte voor nieuwe hotelinitiatieven in Tilburg Aantal hotelkamers

Marktruimte voor 161 tot 303 nieuwe hotelkamers in Tilburg In paragraaf 5.4 is berekend dat – bij een behoudend scenario – een groei van +13,4% van de hotelvraag verwacht wordt in Tilburg tussen 2019 en 2024. Bij een optimistisch scenario is dat +23,8%. Tabel 7 hieronder toont dat deze autonome groei leidt tot 185.000 à 207.000 kamernachten in 2024. Bij een normatieve kamerbezetting van 62,5% zou dan een nieuw aanbod van 109 tot 205 kamers gerechtvaardigd zijn. Omdat de nieuwe kamers ook een eigen markt meenemen – door ons ingeschat op een eigen kamerbezetting van 30% – kunnen er nog 52 tot 98 kamers extra bijkomen, naar een totaal van 863 tot 1.005 kamers. Ten opzichte van het huidige aanbod van 702 kamers betekent dat een marktruimte van 161 tot 303 kamers. De totale vraag in Tilburg zal dan in 2024 een omvang hebben van 199.000 tot 229.000 kamernachten. Tabel 7 Marktruimte gemeente Tilburg voor nieuwe hotelkamers in Tilburg

GEMEENTE TILBURG - HOTELS Situatie gemeente Tilburg per (eind) 2018 Voorziene groei vraagmarkt per jaar Voorziene groei vraagmarkt hele periode 2019-2024 Situatie bij normatieve kamerbezetting van 62,5%

GEMEENTE TILBURG - HOTELS Aantal hotelkamers eind 2018 Ruimte in de markt voor extra hotelkamers tot 2024 1. door autonome groei vraagmarkt 2. door extra vraag vanuit nieuwe hotelkamers

811

13,4% 184.900

907

23,8% 206.800

Mogelijke toename aantal kamers en kamernachten t.o.v. 2018 o.b.v. autonome groei vraagmarkt

109

21.900

205

39.800

Extra verhuurde kamers in 2024 door 'eigen markt' nieuwe hotelkamers (30% KB)

52

11.900

98

22.400

Gecorrigeerde situatie, bij normatieve KB 62,5% Totale groei kamernachten t.o.v. 2018

863

196.800 33.800

1.005

229.200 62.200

Mogelijke toename aantal hotelkamers (afgerond)

161

Optimistisch scenario

702

702

109 52

205 98

Totale ruimte voor extra hotelkamers tot 2024

B

161

303

Theoretisch wenselijk aantal hotelkamers eind 2024

A+B

863

1.005

Totale ruimte voor extra hotelkamers Vrijwel zekere nieuwbouwplannen hotels Tilburg

B C

161 100

303 100

61

203

Theoretische ruimte voor nieuwe initiatieven tot 2024 D=B-C

6.3

BEHOUDEND SCEN. OPTIMISTISCH SCEN. aantal aantal aantal aantal hotelverhuurde hotelverhuurde kamers kamers kamers kamers 702 163.000 702 167.000 2,1% 3,6%

A

Behoudend scenario

Bestemmingsplancapaciteit hotelkamers

Plancapaciteit bestemmingsplannen kan marktruimte beïnvloeden Het berekenen van marktruimte heeft vooral tot doel om de gemeente een handvat te geven of men planologisch wil meewerken aan hotelinitiatieven op plekken waar geen hotelbestemming op rust. In die situaties kan de gemeente dus conform haar beleid adviseren of een dergelijk initiatief wel of niet wordt gerealiseerd. Daarnáást is sprake van capaciteit in bestemmingsplannen waar hotels gerealiseerd mogen worden: als de bestemming in orde is en het bouwplan voldoet aan de bouweisen, moet de gemeente in principe medewerking verlenen. Dit betekent dat dergelijke plannen een deel van de marktruimte kunnen innemen, waardoor er geen of minder ruimte overblijft voor nieuwe hotelinitiatieven zoals bijvoorbeeld die in Tabel 2 op pagina 14.

303

20 september 2019 | 25

In Tilburg valt hotelvestiging momenteel onder bestemming ‘Horeca VI’ en tot voor kort onder ‘horeca 3’. Er zijn, op basis van informatie van de gemeente, drie situaties waarin hotelbouw volgens het bestemmingsplan mogelijk is: (a) uitbreiding van bestaande hotels, (b) specifieke plekken waar nu geen hotel zit maar waar nieuwvestiging van een hotel mogelijk zou zijn en (c) hele gebieden waar volgens het vigerende bestemmingsplan hotelvestiging (beperkt) mogelijk is: a. Bij de bestaande hotels in Tilburg is, op twee hierna te noemen uitzonderingen na, vanuit het bestemmingsplan (vrijwel) geen uitbreiding van kamers mogelijk omdat de maximale bebouwing (vrijwel) is bereikt. Uitzondering vormen: – Hotel De Druiventros. Hier kan nog circa 3.500 m2 worden bijgebouwd. In het verleden had De Druiventros plannen om die extra meters deels te gebruiken voor 61 nieuwe hotelkamers. Van dat plan is al lang niets meer vernomen, maar het zou nog steeds kunnen worden gerealiseerd. – Van der Valk Tilburg mag volgens het bestemmingsplan maximaal 17.000 m2 bvo bouwen. Volgens bronnen8 is daarvan bijna 16.000 m2 daadwerkelijk gebouwd. Er zou dus nog ruimte zijn voor zo’n 1.000 m2 bvo. Dat sluit ook aan bij een rapport uit februari 2012, opgesteld door Arcadis ten behoeve van het voor de locatie geldende bestemmingsplan, waarin werd gesproken over 170 hotelkamers.

Momenteel heeft Van der Valk Tilburg 149 kamers, dus er zouden nog 21 kamers kunnen worden bijgebouwd binnen het bestemmingsplan. b. Er zijn vijf specifieke plekken waar nu geen hotel zit maar waar dat, naast of in de plaats van andere bestaande functies, eventueel mogelijk zou zijn: Dat betreft vier gebouwen met een culturele of zalenfunctie (de schouwburg en de Harmonie in Tilburg en zaal ’t Plein en zaal ’t Centrum in Udenhout). Daarnaast heeft voormalig hotel Brasserij Central een hotelbestemming, maar dit pand wordt momenteel gebruikt voor huisvesting. c. In het bestemmingsplan Binnenstad 2010 kunnen op plekken met bestemming ‘Centrum Horeca’ hotelkamers worden gebouwd, maar alleen op de eerste twee bouwlagen boven maaiveld. Dit betreft het horecaconcentratiegebied waar 8

dus naast reguliere horeca (‘horeca 1’ en ‘horeca 2’) ook beperkt hotelvestiging mogelijk is (‘horeca 3’). De uitbreidingsmogelijkheden volgens situatie a gaan dus over maximaal circa 80 kamers. Als die 81 kamers er zouden komen én het hotelplan in de Spoorzone (100 kamers) gaat door, dan zou dat net niet passen in de berekende marktruimte in het behoudende scenario (161 kamers; zie Tabel 7) maar nog ruim binnen het optimistische scenario (marktruimte 303 kamers). De uitbreidingsmogelijkheden volgens situaties b en c zijn nauwelijks te kwantificeren, maar het is de vraag hoe realistisch het is om te verwachten dat in die situatie nieuwe hotelkamers (rendabel) kunnen worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Bovendien biedt ‘horeca 3’ ruimte voor veel meer gebruiksfuncties dan alleen hotel. De gemeente zou kunnen overwegen om bijvoorbeeld in het bestemmingsplan Binnenstad 2010 de mogelijkheid om op de beide onderste verdiepingen een hotel te vestigen er af te halen, bijvoorbeeld door de definitie van ‘horeca 3’ aan te passen.

6.4

Regionale ontwikkelingen

Beperkt rekening gehouden met regionale ontwikkelingen Dit onderzoek betreft een marktruimteraming op stadsniveau. De vraag naar hotelkamers wordt vooral bepaald door macro-economische ontwikkelingen en door lokale ontwikkelingen in Tilburg. Beide hebben we meegenomen in de analyses, waardoor de marktruimteraming een goede indicatie geeft van de mogelijkheden voor nieuwe hotelkamers in de stad. Maar ook de regio heeft invloed op de hotelvraag in Tilburg. Dat betreft enerzijds ontwikkelingen die de vraag stimuleren, zoals de groei van de Efteling, de verdere toeristische ontwikkeling van Hart van Brabant, de ontwikkeling van het regionale bedrijfsleven en de acquisitiekracht van VisitBrabant inclusief hun convention

https://www.hoteltilburg.nl/bouwupdates-breeam/

20 september 2019 | 26

bureau. Anderzijds beïnvloedt (de groei van) het hotelaanbod in de regio de concurrentiepositie van de Tilburgse hotellerie. We vonden in de regio Hart van Brabant plannen voor bijna 920 nieuwe hotelkamers. Daarvan hebben naar ons oordeel op dit moment 540 kamers een grote kans op realisatie. Op een huidig totaalaanbod van zo’n 1.350 hotelkamers in Hart van Brabant (exclusief Tilburg), is een groei met 540 kamers fors. Echter, de afgelopen jaren is er in de hele regio inclusief Tilburg een flink aantal kamers bijgekomen, terwijl dat geen negatieve invloed op de hotelmarkt heeft gehad. In tegendeel, de bezetting is in diezelfde periode sterk gestegen. Het wordt een ander verhaal als er (veel) meer van de geïnventariseerde plannen in de regio doorgaan. Voor de toeristische vraag geldt dat nieuw aanbod nieuwe vraag kan genereren en stimuleren, zeker als dat aantrekkelijk en bijzonder aanbod is. Maar voor de zakelijke vraag geldt dat deze niet (automatisch) meegroeit met het aanbod; die vraagt hangt vooral samen met macro-economische ontwikkelingen en ontwikkelingen in het regionale bedrijfsleven. Als de zakelijke vraag niet meegroeit met het aanbod, zal hoe dan ook de bezetting van de hotels daaronder leiden.

20 september 2019 | 27

Bijlagen

Hotel Mercure Tilburg. Bron foto: destinia.nl

20 september 2019 | 28

Bijlage A Definities ADR of ARR ( ) Average Daily (of: Room) Rate Gemiddelde logiesopbrengst per verhuurde kamer = totale logiesopbrengst (exclusief btw, exclusief ontbijt en andere bestedingen, na kortingen) gedeeld door het aantal verhuurde kamers. 

Bedbezetting (BB%) Aantal overnachtingen gedeeld door de bedcapaciteit (= aantal bedden x 365). Boutique hotel Meestal relatief klein hotel met een bijzondere inrichting gericht op gasten met een bepaalde smaak of leefstijl. Design hotels zijn een variant op Boutique hotels. Combinatiehotel Hotel dat zich profileert door een combinatie met een andere volwaardige functie. Een extreem voorbeeld is het Efteling Hotel (De Efteling als ‘aanvullende functie’ voor het hotel). Andere voorbeelden: hotel met golfbaan, hotel met een wellnessresort of een hotel in/bij een beurs- of congresgebouw. Destinatiehotel Hotel dat een ‘attractie’ an sich is. De bijzondere aard van het hotelconcept, meer nog dan de locatie en de omgeving, speelt een belangrijke rol bij de keuze voor het hotel. Landelijke voorbeelden zijn Villa Augustus in Dordrecht, Het Arresthuis in Roermond en de Havenkraan in Harlingen.

soms om individuele reizen. De bestemming is vaak een destinatiehotel of resort hotel waar een all-in verblijf wordt aangeboden. Of een ‘gewoon’ hotel maar dan op een bijzondere, veelal buitenlandse bestemming. Kamerbezetting (KB%) Aantal verhuurde kamers of units gedeeld door de kamercapaciteit (= aantal kamers of units x 365). MICE Meetings, Incentives, Conferences/Congresses, Events/Exhibitions = een koepelterm die veel wordt gebruikt voor de markt van congressen, vergaderingen, beurzen en andere events met meestal een zakelijk karakter. Niche hotel Hotel dat zich richt op een specifiek – meestal relatief klein – marktsegment, zoals jongerenhotel, zorghotel, hotel gericht op mensen van een bepaalde religieuze gezindte. RevPar ( ) Revenu per Available Room = totale logiesopbrengst (exclusief btw, exclusief ontbijt en andere bestedingen, na kortingen) gedeeld door het aantal beschikbare kamers (aantal kamers of units x 365) = ADR x KB%. 

Incentives In de reiswereld betreft dit zogenaamde ‘beloningsreizen’, meestal voor medewerkers van een organisatie, soms voor relaties. Meestal gaat het om groepsreizen,

20 september 2019 | 29

Bijlage B B&B’s en appartementen Type accom- Booking Nr. Bed & Breakfasts modatie reviews Kamers Plaats 1 Het Ketelhuis Aparthotel 6 Tilburg 2 De Burgerij B&B 5 Tilburg 3 De Moffelhoeve Aparthotel 9,0 5 Udenhout 4 Villa Pastorie B&B 4 Tilburg B&B 3 Tilburg 5 B&B Hoe Maakt U 'T 6 B&B NineT7 / Appart. Henk Perdijk B&B/App. 3 Tilburg 7 B&B Tilburg (Gust van Dijk) B&B 3 Tilburg 8 Lelia en Michel Bakker B&B 3 Tilburg 9 B&B Corvel B&B 8,8 2 Tilburg 10 B&B Moeren Burg B&B 2 Tilburg 11 B&B Mozartlaan 777 B&B 2 Tilburg 12 B&B Nieuwe Warande B&B 2 Tilburg 13 D'n Duinwal B&B 2 Udenhout 14 Door de Poort Appartement 9,8 2 Tilburg 15 Een der Koningshoeven B&B 2 Tilburg Appartement 8,3 2 Tilburg 16 Ellen's Bosscheweg B&B 17 Insulinde Appartement 6,9 2 Tilburg Appartement 2 Tilburg 18 Stagedoor 013 19 Appartment Bokhamer Appartement 8,7 1 Tilburg 20 B&B Niers 13 B&B 1 Tilburg 21 B&B Winterresidentie B&B 9,1 1 Tilburg B&B 8,2 1 Tilburg 22 Museumhuisje 013 Appartement 9,4 1 Tilburg 23 Parochiehuis 013 24 Stella Maris B&B 1 Tilburg 25 The Old Garage B&B 9,7 1 Berkel-Enschot 26 Tilburg, 013, University Appartement 1 Tilburg 8,8 60 Bron: eigen inventarisatie lagroup, 2019

20 september 2019 | 30

Colofon Opdrachtgever Gemeente Tilburg Onderzoekbegeleiding Kim Hendrikx, Gemeente Tilburg Adviseur Geer Schakel

20 september 2019

LAgroup bv Postbus 1558 1000 bn Amsterdam

E T W

geerschakel@lagroup.nl 06-50.631.673 www.lagroup.nl

20 september 2019 | 31

Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Vormvrije m.e.r.-beoordeling

GEMEENTE TILBURG Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg heeft besloten dat voor een boutique-hotel met maximaal zestien hotelkamers aan de Lange Nieuwstraat 156-158 te Tilburg, op verzoek van E. en P. Voorhorst geen milieueffectrapportage (m.e.r.) behoeft te worden opgesteld. Overwegingen ten aanzien van het besluit

Initiatiefnemer heeft bij de gemeente Tilburg gemeld een aanvraag om bestemmingsplanherziening voor het initiatief voor te bereiden. Initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen. De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten. De voorgenomen activiteit leidt dan ook niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

Besluit

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besluit: 1.

2.

Gezien het bepaalde in artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, dat geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld voor het initiatief zijnde een boutique-hotel met maximaal zestien hotelkamers aan de Lange Nieuwstraat 156-158 te Tilburg. Dit besluit gedurende zes weken, van [datum] tot [datum ] ter inzage te leggen.

Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit besluit beschouwd als een voorbereidingsbeslissing waartegen geen direct bezwaar of beroep openstaat, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. In eerdere uitspraken heeft de Raad van State geoordeeld dat bijvoorbeeld omwonenden en belangenorganisaties niet als direct belanghebbende worden gezien. Zij kunnen hun reactie omtrent dit beoordelingsbesluit te zijner tijd kenbaar maken in het kader van de bestemmingsplanprocedure.

Vragen aan do gemeente? Kijk op www.tilburg.nl

Bijlage 3 Omgevingstoets externe veiligheid Omgevingstoets externe veiligheid

A G E L adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Memo Datum

:

11 december 2018

Bestemd voor

:

Voorhorst Vastgoed

Van

:

AGEL adviseurs

Projectnummer

:

20180630

Betreft

:

Omgevingstoets milieuzonering en externe veiligheid locatie Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

1

Paraaf :

CM

INLEIDING

In opdracht van Voorhorst Vastgoed is door AGEL adviseurs een omgevingstoets uitgevoerd voor een tijdelijke kantoorfunctie voor de locatie Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg. Aanleiding voor de omgevingstoets is het verzoek van de gemeente Tilburg om voor de aanvraag Omgevingsvergunning een beperkte toetsing bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid uit te voeren. Het doel van de uitvoering van de omgevingstoets is het beoordelen:  of ter plaatse van de locatie een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gegarandeerd op basis van de gebruiksmogelijkheden van de vigerende bestemmingsplannen.  de gebruiksmogelijkheden van de omliggende bestemmingen niet onnodig worden beperkt door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. 2

OMSCHRIJVING ONTWIKKELING

Op de locatie Lange Nieuwstraat 158 staat een monumentaal woonpand bestaande uit 3 bouwlagen met een totaal vloeroppervlakte van 389 m². Het bebouwd oppervlak van het woonpand bedraagt 165 m². Het perceel heeft een oppervlakte van 529 m². Het woonpand heeft in het vigerend bestemmingsplan de bestemming wonen. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling betreft het bestaande woonpand tijdelijk te gebruiken als een kantoorfunctie. De ontwikkelingslocatie is gelegen in het centrum van de gemeente Tilburg en gelegen tussen de Lange Nieuwstraat en de Burgemeester Brokxlaan. Aan de zuidzijde grenst de ontwikkelingslocatie aan de spoorzone. De spoorzone betreft een ontwikkelingslocatie welke nog nader uitgewerkt wordt en de mogelijkheid biedt tot een gemengd gebruik voor o.a. detailhandel, kantoor, horeca e.d.. In figuur 1 is de ontwikkelingslocatie ten opzichte van haar omgeving weergegeven.

Pagina 1 van 9 Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t. 0162 - 456481 f. 0162 - 435588 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl

Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de ‘De rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 herzien (juli 2013)’ van toepassing. De DNR 2011 herzien (juli 2013) wordt op verzoek toegezonden. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 20051141

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

20180630

Figuur 1: Situering ontwikkelingslocatie Lange Nieuwstraat 158

Aan de noord-, west- en oostzijde is woningbouw aanwezig. Aan de zuidzijde is momenteel geen bebouwing aanwezig. Als toekomstige ontwikkeling voorziet het bestemmingsplan spoorzone tot een gemengd functiegebruik. 3

TOETSINGSKADER

Voor de uitvoering van het onderzoek is o.a. gebruik gemaakt van de navolgende documenten:  Toetsingskader VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering;  Besluit externe veiligheid inrichtingen;  Besluit externe veiligheid transportroutes;  Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Tilburg.

Pagina 2 van 9

ruimte infra bouw milieu

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

4

ruimte infra bouw milieu

20180630

ONDERZOEKSOPZET

Voor de uitvoering van het omgevingstoets milieuzonering is uitgegaan van de systematiek van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering 2009. Deze publicatie geeft richtafstanden voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van een milieugevoelige bestemming zoals wonen. Het voldoen aan de richtafstanden kan aangemerkt worden als een aanvaardbare ruimtelijke ordening. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld bedrijf binnen de betreffende branche. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van invloeden van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. De richtafstanden genoemd in de VNG publicatie zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één stap worden verlaagd.

Voor het aspect gevaar wordt hierbij wel de kanttekening geplaatst dat mogelijke specifieke regelgeving van toepassing kan zijn zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Vuurwerkbesluit. In deze omgevingstoets worden de navolgende aspecten beoordeeld:  Bepaling omgevingstype plangebied;  Bepalen richtafstanden milieubelastende activiteit ontwikkeling;  Bepalen afstanden ruimtelijke ontwikkeling tot milieugevoelige functies. De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieugevoelige functie wordt bepaald vanaf de grens van de ruimtelijke ontwikkeling tot de gevel van een woning. De omgevingstoets externe veiligheid bestaat uit een inventarisatie van de relevante risicobronnen in de omgeving van ontwikkelingslocatie. Voor de inventarisatie wordt gebruik gemaakt van de provinciale risicokaart. Beoordeeld zal worden of het plangebied gelegen is binnen de PR 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico en het invloedsgebied voor het groepsrisico. Daarnaast zal aandacht besteed worden aan de verantwoording van het groepsrisico voor de aspecten hoogte groepsrisico, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. 5

TOETS MILIEUZONERING BEDRIJVEN

5.1 Omgevingstype ontwikkelingslocatie De ontwikkelingslocatie is gelegen binnen het centrum van de gemeente Tilburg, binnen de invloedssfeer van de gebiedsontsluitingsweg Burgemeester Brokxlaan en grenst aan een ontwikkelingsgebied waarbinnen sprake is van een functiemenging van milieubelastende activiteiten. Op basis van deze omgevingskenmerken wordt de ontwikkelingslocatie getypeerd als een gemengd gebied.

Pagina 3 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

ruimte infra bouw milieu

20180630

5.2 Richtafstanden milieubelastende activiteiten Op basis van het omgevingstype gemengd gebied kan voor de vaststelling van de richtafstanden een reductie van één stap worden toegepast. In tabel 1 zijn de maximale richtafstanden voor beide omgevingstype vermeld, gebaseerd op de milieucategorie van de milieubelastende activiteit. Tabel 1: Richtafstanden in meters per omgevingstype Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

rustige woonwijk/ rustig buitengebied 10 30 50 100 200 300 500 700 1000 1500

gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1000

5.3 Toets beperking gebruik omliggende milieubelastende activiteiten De tijdelijke kantoorfunctie wordt niet aangemerkt als een milieugevoelige functie. Op basis hiervan hoeft geen toetsing plaats te vinden aan de richtafstanden van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Nabij gelegen milieubelastende activiteiten worden dan ook niet beperkt door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. 5.4 Toets beperking woon- en leefklimaat bestemming wonen Kantoren worden op basis van lijst 1 – Activiteiten van de VNG publicatie aangemerkt als een categorie 1 activiteit met een maximale richtafstand van 10 meter. Deze richtafstand wordt bepaald door het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar is sprake van een richtafstand van 0 meter. Omdat sprake is van een gemengd gebied kan de richtafstand met één stap verkleind worden. Ten aanzien van de omvang van het kantoor kan nog opgemerkt worden dat zeker geen sprake is van een gemiddelde bedrijfsomvang waar de richtafstanden van lijst 1 zijn gebaseerd. Uitgaande van een kental van 1 kantoormedewerker per 30 m² bvo is bij een vloeroppervlakte van 389 m² sprake van de aanwezigheid van 13 personen. Aan de richtafstand van 0 meter wordt dan ook voldaan. De perceelgrens van de ontwikkelingslocatie grenst direct aan de perceelgrenzen van de naastgelegen woonpanden.

Op basis hiervan kan gesteld worden dat voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering en dat de tijdelijke kantoorfunctie aangemerkt kan worden als een goede ruimtelijke ordening. 6

TOETS EXTERNE VEILIGHEID

Voor de beoordeling van het onderdeel externe veiligheid zijn bepalend het plaatsgebonden risico, de hoogte van het groepsrisico en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid in de omgeving van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

Pagina 4 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

ruimte infra bouw milieu

20180630

Het plaatsgebonden risico is een maat voor de kans van overlijden van een persoon in de omgeving van een risicobron. Door het aanhouden van voldoende afstand kan een aanvaardbaar veiligheidsniveau worden gegarandeerd. Voor het plaatsgebonden risico geldt een veiligheidscontour van PR 10-6 per jaar. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd. Een kwetsbaar object betreft woningen en o.a. gebouwen waar mensen langdurig kunnen verblijven. Voor beperkt kwetsbare objecten zoals bedrijven kan hiervan gemotiveerd afgeweken worden. Het groepsrisico is een factor voor de maatschappelijk impact van een groot ongeval. Hierbij spelen o.a. het aantal aanwezige personen nabij de risicobron een rol alsmede de zelfredzaamheid van de aanwezige en de inzet van de hulpdiensten. Voor het groepsrisico is geen grenswaarde vastgesteld maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een ijkpunt voor het bevoegd gezag in verband met haar verantwoordingsverplichting van het groepsrisico en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt middels haar verantwoordingsverplichting. Bij deze verantwoordingsplicht moet o.a. aandacht besteed worden aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten e.d..

In figuur 2 is een afbeelding weergegeven van de risicokaart binnen een straal van 1.000 meter van de ontwikkelingslocatie. Figuur 2: Inventarisatie risicobronnen

Pagina 5 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

ruimte infra bouw milieu

20180630

Uit de risicokaart blijkt dat er binnen een straal van 1.000 meter de volgende risicobronnen voorkomen: 1. transportroute 12 spoor traject Breda – Tilburg 2. gasdrukregel- en meetstation, Lange Nieuwstraat 187 3. LPG tankstation, Ringbaan Oost 271D De spoorweg is gelegen op een afstand van 220 meter van de ontwikkelingslocatie, het gasdrukregelen meetstation op een afstand van 40 meter en het LPG tankstation op 1.000 meter. 6.1 Plaatsgebonden risico De ontwikkelingslocatie is niet gelegen binnen de PR 10-6 contour van een risicobron. Voor de spoorweg is sprake van een PR 10-6 contour van 8 meter, voor het LPG tankstation van maximaal 40 meter en het gasdrukregel- en meetstation heeft geen PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico geeft dan ook geen beperking aan de ruimtelijke ontwikkeling. 6.2 Hoogte groepsrisico De ontwikkelingslocatie is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van een transportroute. Op basis van artikel 8 lid 1 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico alleen van toepassing indien de ruimtelijke ontwikkeling gelegen is binnen een afstand van 200 meter van een transportroute. Buiten deze afstand heeft een ruimtelijke ontwikkeling een geringe invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het groepsrisico geeft geen beperkingen aan de ruimtelijke ontwikkeling.

6.3 Ongevalscenario’s Over de spoorweg Breda-Tilburg worden zowel brandbare als toxische stoffen vervoerd. Hierna zijn de rampenscenario voor beide stoffen beschreven.

6.3.1

Brandbaar scenario

Het maatgevende scenario op de spoorweg voor brandbare stoffen is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tank/wagon. Een BLEVE bestaat uit een vuurbal en een drukgolf. Slachtoffers vallen door de warmtestraling en de drukgolf, alsmede door rondvliegende brokstukken en glasscherven die zware schade kunnen aanbrengen aan personen en gebouwen. Een warme BLEVE treedt op bij een externe brand, een koude BLEVE treedt op wanneer de tank/wagon bezwijkt door een mechanische oorzaak. Het optredende effect en het moment van exploderen is afhankelijk van de inhoud van de tank/wagon. Het invloedsgebied van een dergelijk incident reikt tot 460 meter vanuit het hart van de spoorweg.

6.3.2

Toxisch scenario

Voor toxische stoffen is een toxisch scenario maatgevend. Door een incident op de transportroute met een tankwagon met toxische stoffen scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische stoffen lekken in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. De toxische damp wordt meegevoerd door de wind. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische stoffen worden meegevoerd door de wind.

Pagina 6 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

ruimte infra bouw milieu

20180630

6.4 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Een kantoorfunctie is geen specifiek gebruik dat bedoeld is voor minder zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen. Dit betekent dat personen zich bij een eventuele dreigende situatie over het algemeen op eigen kracht goed in veiligheid kunnen brengen.

6.4.1

BLEVE

Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht. Wanneer een incident optreedt is het beste advies om te schuilen totdat de BLEVE heeft plaatsgevonden. Daarna verdient het aanbeveling om te vluchten in verband met secundaire branden. Binnen ongeveer 150 meter zijn personen (ook in gebouwen) bij het maximale beschreven scenario onvoldoende beschermd tegen de gevolgen van een BLEVE. Voor personen binnen de 150 meter is vluchten de beste optie om te overleven bij een incident met brandbare gassen op de spoorweg. In deze situatie is sprake van een afstand van 220 meter en is de noodzaak tot direct vluchten niet aanwezig. Indien wel tot vluchten wordt overgegaan zijn er via de openbare weg vluchtroutes aanwezig om van de risicobron af te vluchten om buiten het effectgebied van een BLEVE te komen. Daarnaast is het aan te bevelen de aanwezige personen te instrueren en informeren over de risico’s.

Hierdoor zijn de aanwezige personen zich bewust van de risico’s en het handelingsperspectief bij een incident.

6.4.2

Toxisch scenario

Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk overlijden is afhankelijk van de dosis waaraan de persoon is blootgesteld, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de spoorweg is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). Indien dit niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk. Zoals eerder aangegeven zijn er diverse openbare wegen aanwezige die als een geschikte vluchtroute aangemerkt kunnen worden omdat deze haaks op de spoorweg zijn gelegen. Maatregelen die de zelfredzaamheid vergroten zijn:  Een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem;  Risicocommunicatie om risicobewustzijn te vergroten;  Het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de BHV inrichten, oefenen conform het toxisch scenario.

Pagina 7 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

ruimte infra bouw milieu

20180630

Daarnaast is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmering Systeem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het gebied ligt binnen het dekkingsgebied van de WAS-installatie in de gemeente Tilburg. Bovendien is alarmering via de telefonische dienst NL-Alert mogelijk. 6.5

6.5.1

Bestrijdbaarheid

BLEVE

Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist een goede bereikbaarheid en veel bluswater bedoeld voor het koelen van de tank/wagon. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). Noodzakelijk voor het voorkomen van een (dreigende) warme BLEVE is:  Tijdige aankomst brandweer;  Tijdige bereikbaarheid tankwagen;  Tijdige beschikbaarheid bluswater;  Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen. Indien de warme BLEVE niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Voor effectief optreden na het plaatsvinden van een warme of koude BLEVE is het relevant dat:  Het gebied tweezijdig toegankelijk is;  Een effectieve bluswatervoorziening;  Er passende slagkracht is van de brandweer (in de omgeving).

6.5.2

Toxisch scenario

Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen.

Pagina 8 van 9

A G E L adviseurs 11 december 2018 Memo omgevingstoets Lange Nieuwstraat 158 te Tilburg

7

ruimte infra bouw milieu

20180630

CONCLUSIE

Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de tijdelijke kantoorfunctie geen significante beperkingen geeft aan het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen en milieubelastende activiteiten niet onnodig beperkt worden in de gebruiksmogelijkheden. Daarnaast geeft het aspect externe veiligheid geen relevante beperkingen aan het tijdelijk gebruik van de kantoorfunctie. In het kader van de mogelijkheden tot zelfredzaamheid wordt wel geadviseerd om aanwezige ventilatievoorzieningen afsluitbaar te maken om het intreden van toxische dampen bij een calamiteit op het spoor te voorkomen.

Pagina 9 van 9

Bijlage 4 Quick scan flora en fauna Quick scan flora en fauna

Bureau Meervelt,

Ecologisch onderzoek en advies

Beerens advies t.a.v. F. Beerens beerensadvies@gmail.com Nederweert, 18 november 2020 Uw kenmerk:

-

Ons kenmerk: 20-123 Onderwerp:

Brief inspectie beschermde natuurwaarden nieuwstraat

Lange 156-158,

Tilburg

Geachte heer Beerens, De panden aan de Lange nieuwstraat 156 en 158 te Tilburg zijn twee rijksmonumentale woningen. Het betreft een dubbel herenhuis met de namen Casa Cara (156) en Villa Anna (158) uit 1902 in NeoRenaissancestijl. Een van de panden is in gebruik als woonhuis, het andere pand is als kantoorruimte in gebruik. Beide panden maken een goed onderhouden indruk. Rondom de panden is een aangelegde tuin met enkele grotere bomen. De erfgrens van beide panden is omgeven door verhardingen aan de noordzijde, aangrenzende woningen aan west- en oostzijde en bouwterrein aan de zuidzijde. Het voornemen is de bestemming te wijzigen om van de twee woningen een boutiquehotel mogelijk te maken. Voor de omvorming tot boutiquehotel zijn geen ingrijpende sloop- of verbouwwerkzaamheden nodig; benodigde aanpassingen vinden inpandig plaats. Het hotel wordt toegankelijk vanaf de zuidzijde (stationskant), door de aanleg van een verhard en goed toegankelijk pad. Gemeente Tilburg heeft aangegeven dat voor deze bestemmingsplanwijziging een inspectie flora en fauna nodig is. U heeft daarop Bureau Meervelt verzocht na te gaan in hoeverre de beide panden leefgebied vormen van beschermde soorten en te beoordelen in hoeverre kans is op overtredingen op grond van de Wet natuurbescherming door de voorgenomen ontwikkelingen.

Om de betekenis van het pand voor beschermde dieren na te gaan is op 17 november 2020 een veldbezoek gebracht. Tijdens het veldbezoek is gelet op de geschiktheid van de opstallen als vaste rusten/of verblijfsplaats of voortplantingsplaats voor de Steenmarter, vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus en andere beschermde dieren en planten. Een inpandige inspectie heeft niet plaatsgevonden aangezien in beide panden het dak is voorzien van geheel gesloten dakbeschot (zicht krijgen op de dakpannen of de dakconstructie is daardoor niet mogelijk). Dit dakbeschot blijft behouden waardoor eventueel aanwezige verblijfplaatsen van soorten als Huismus, Gierzwaluw en Gewone dwergvleermuis onder de dakpannen eveneens behouden blijven. Aanvullend aan het veldbezoek is een openbare gegevensset geraadpleegd (waarneming.nl) om een indruk te krijgen van (mogelijk) voorkomende soorten in het plangebied en de omgeving daarvan. De resultaten van het inspectiebezoek en de gegevenscheck zijn verwerkt in deze brief.

Gebiedsbescherming De beide panden liggen in het centrum van de stad Tilburg. Het plangebied maakt geen deel uit van Natura 2000-gebieden of het Nationaal natuurnetwerk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen, op een afstand van 4,2 kilometer. Door de voorgenomen ontwikkelingen (in omvang kleine en kortdurende werkzaamheden) treden geen storingsfactoren op die significante gevolgen kunnen hebben op Kampina & Oisterwijkse Vennen of de Natura 2000 gebieden op grotere afstand van het plangebied. Het optreden van verzuring/vermesting door stikstofdepositie is op voorhand uit te sluiten door de geringe omvang van de werkzaamheden in de aanlegfase en de relatief gezien zeer geringe verkeersaantrekkende werking. Een Aerius-berekening wordt niet nodig geacht. Soortbescherming

Flora De beide panden liggen in het centrum van Tilburg. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat op grond van het aangetroffen biotoop (stenen gebouwen, onderhouden tuin) de aanwezigheid van beschermde plantensoorten is uit te sluiten.

Fauna - vogels Het veldbezoek werd gebracht buiten het broedseizoen. De aanwezigheid van broedlocaties van Huismus of Gierzwaluw, beide broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen, kan niet worden uitgesloten. Uit de geraadpleegde gegevensset blijkt dat Gierzwaluw in 2016 als broedvogel (nestindicerend gedrag) is waargenomen. Overige waarnemingen van broedvogels zijn niet uit het plangebied bekend. Aangezien aan de dakconstructie geen werkzaamheden worden uitgevoerd, komen eventueel aanwezige nestlocaties van zowel Gierzwaluw als Huismus niet in het geding. Eventuele werkzaamheden in de toekomst aan gevel, dak en dakgoten dienen uit voorzorg buiten het broedseizoen van Gierzwaluw en Huismus plaats te vinden. Daarbij mogen potentiële nestlocaties voor deze soorten niet verwijderd of dichtgemaakt worden. Bij eventuele grootschalige werkzaamheden aan gevel of dakbeschot in de toekomst zou in de daarvoor geschikte periode nader onderzoek plaats moeten vinden naar de aanwezigheid van deze broedvogelsoorten, maar dat is nu niet aan de orde. Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat in de tuinen geschikte broedgelegenheid voorhanden is voor tal van algemeen voorkomende broedvogels van stedelijk gebied zoals Winterkoning, Merel, Vink, Heggemus, Turkse tortel en Houtduif.

Bij uitvoering van werkzaamheden in de broedtijd van half maart tot half juli dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van nesten van broedende vogels. Alle in gebruik zijnde nesten genieten een strikte bescherming. Voor broedvogels verstorende werkzaamheden (het kappen van bomen, verwijderen van struiken, werken met zwaar materieel zoals trilplaat) dienen te worden uitgesteld tot na de broedperiode. Als leidraad kan 15 augustus aangehouden worden met de aantekening dat ook na die datum nog broedende vogels aanwezig kunnen zijn; ook deze zijn beschermd.

Fauna - zoogdieren De pannen daken van beide panden zijn potentieel geschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen (zoals Gewone en Ruige dwergvleermuis) aangezien plaatselijk enkele pannen minder goed aangesloten liggen. Werkzaamheden aan het dak worden niet uitgevoerd, waardoor van vernietiging of verstoring van eventueel aanwezige verblijfsplaatsen geen sprake is. Tijdens het inspectiebezoek werd vastgesteld dat stootvoegen in de buitenmuren ontbreken en gezien de bouw in 1902 is de aanwezigheid van een spouw (mogelijke verblijfplaats van vleermuizen) uit te sluiten. Mogelijk worden in de tuinen een of enkele bomen geveld. Een aantasting van essentieel foerageergebied en/of vliegroute van vleermuizen treedt hierdoor niet op.

Door de goede staat waarin het gebouw verkeert is aanwezigheid van Steenmarter op voorhand uit te sluiten. Ook verblijfplaatsen van andere marterachtigen zijn uitgesloten; er zijn geen geschikte ruimtes aanwezig.

Overige soorten De panden en de tuinen bieden geen mogelijkheden voor vestiging van overige beschermde soorten (amfibieën, reptielen, insecten enz.); geschikt habitat ontbreekt. Conclusies Nader onderzoek naar aanwezigheid van beschermde flora en fauna is op grond van het inspectiebezoek, de ligging van het plangebied en de bekende gegevens over beschermde flora en fauna niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming (onderdelen gebieden en soorten) of het uitvoeren van een Aeriusberekening is voor het uitvoeren van de bij deze bestemmingsplanwijziging horende werkzaamheden niet nodig. Er zijn vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen om dit project uit te voeren mits rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van broedende vogels in de tuinen. Alle in gebruik zijnde nesten genieten een strikte bescherming. Voor broedvogels verstorende werkzaamheden (het kappen van bomen, verwijderen van struiken, werken met zwaar materieel zoals trilplaat) dienen te worden uitgesteld tot na de broedperiode. Als leidraad kan 15 augustus aangehouden worden met de aantekening dat ook na die datum nog broedende vogels aanwezig kunnen zijn; ook deze zijn beschermd. Het plangebied maakt geen deel uit van het natuurnetwerk Brabant. Een aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden treedt niet op, vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Met vriendelijke groet,

Ing. R.A.J. Pahlplatz Bureau Meervelt

Bijlage 1: Kaarten en foto’s

Ligging plangebied in Tilburg

Bestemmingsplankaart met huidige bestemming (geel: wonen).

Ligging plangebied (ongeveer) ten opzichte van Natura 2000 gebieden (rood gearceerd).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695868/1