CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Toelichting met bijlagen-b001

Hamerraad 11 januari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Leijpark - Koningshoeven 2008, 1e herz. (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)14.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de aanpassing van de bestemming voor het bedrijventerrein Kempenbaan Oost. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

19

aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (de binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De milieucategorie van de bedrijven binnen het plangebied is genoemd in de bestemmingsregels. Het voorliggende bestemmingsplan beperkt de vestiging van bedrijven in een milieucategorie hoger dan categorie 2. Uitgaande van een gemengd gebied is de richtafstand 10 meter. Verder is er geen horeca meer mogelijk en ook zelfstandige kantoorfuncties zijn uitgesloten. Op basis van deze beperkingen wordt de maximale hinder op de omgeving beperkter dan die zoals in het huidige bestemmingsplan is toegestaan.

Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: <0000> wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn.

inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; <0000> kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; <0000> met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; <0000> nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; <0000> de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Het geitenmoratorium levert geen beperkingen op voor het voorliggende plan. Binnen het plan zijn geen nieuwe woningen voorzien.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

20

worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: <0000> Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); <0000> Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; <0000> Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. In de bij dit plan gevoegde Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd (bijlage 2). Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van een LPG-tankstation, de Rijksweg A58 en de spoorlijn Breda - Tilburg - Vught.

De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage. 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt een deel van het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; <0000> Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; <0000> Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. In de beleidsvisie externe veiligheid wordt een deel van het gebied (200 meter rondom de A58) aangemerkt als een transportasgebied. Binnen een transportasgebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Combinatie met gemengd of intensief gebied is mogelijk; <0000> Niet geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Beheersbaarheid spoor en gemeentelijke wegen op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een LPG-tankstation, de Rijksweg A58 en de spoorlijn Breda - Tilburg - Vught.

Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico). De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat het standaardadvies van toepassing is. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; <0000> Aangezien het plan geen planologische verruimingen biedt, neemt het groepsrisico niet toe; <0000> De bereikbaarheid van het plangebied is goed; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> Het plangebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem), ook NL-Alert biedt de mogelijkheid de bewoners tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing.

<0000> Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk. Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

21

<0000> De brandweer voldoet wat de opkomsttijd betreft aan de normen van het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.6.1 Weg- en railverkeerlawaai Het nieuwe bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wet geluidhinder/besluit geluidhinder. In het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening wordt het volgende opgemerkt. Het bestemmingsplan is erop gericht om de planologische ruimte die het bestemmingsplan Leijpark-Koningshoeven 2008 biedt te beperken tot bedrijven in een maximale milieucategorie 2. Dit betekent dat de nu nog toegestane functies van zelfstandige kantoren, horeca en bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 komen te vervallen. Het wegnemen van deze potentieel verkeersaantrekkende functies is voor de Koningshoeven als positief aan te merken. Voor het overige vinden er geen andere bedrijfsmatige activiteiten (en de hierbij behorende verkeersintensiteiten ontsloten via de Koningshoeven) plaatst anders dan dit op grond van het huidig bestemmingsplan zijn toegestaan.

4.6.2 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. 4.6.3 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bedrijfsmatige ontwikkelingen anders dan op grond van het huidig bestemmingsplan al zijn toegestaan. Het afschalen van de categorie bedrijven en het wegvallen van zelfstandige kantoren en horeca kan als positief worden ervaren en dus ook de bijdrage hiervan op de Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

22

luchtkwaliteit. Ook is er geen sprake van wijzigingen in het bestaande wegenstructuur. Er zijn dan ook geen negatieve effecten te verwachten op de luchtkwaliteit anders dan dit op grond van het huidig bestemmingsplan al zijn toegestaan.

4.8 Geur 4.8.1 Industriële geurhinder Het beleid voor industriële geurhinder (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort samengevat komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen; de toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij ´het voorkómen van nieuwe geurhinder´ voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente Tilburg worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een 'dosis-effectrelatie' (de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven 'normen' vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen te worden aangesloten.

Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. Op basis van de maximale bedrijfscategorie welke wordt toegestaan binnen het bestemmingsplan bedraagt de richtafstand voor geur maximaal 30 meter. 4.8.2 Agrarische geurhinder Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij (5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-Stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijk norm met een verordening. De gemeente Tilburg heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld. Binnen het bestemmingsplan zijn geen agrarische bedrijven voorzien. Agrarische geur is daarmee geen beperking.

4.9 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek. Het voorliggende plan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. De bestaande mogelijkheden van de bedrijfsbestemming worden ingeperkt. Om deze reden zijn bodemgegevens voor dit bestemmingsplan niet relevant. De bodemkwaliteit komt aan de orde bij eventuele bouwaanvragen, projectbesluiten en planherzieningen.

4.10 Natuur en ecologie 4.10.1 Wettelijke kaders Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

23

De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.

Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep", Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn) <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd.

In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen.

Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

24

natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Analyse plangebied Het plangebied betreft in de huidige situatie een industrieterrein waarop de meeste bebouwing is gesloopt.

Met uitzondering van één loods is er geen bebouwing meer aanwezig op het terrein. Verder is het een braakliggend terrein met weinig groenelementen. De voorgenomen bestemmingsplanwijziging bestaat uit een bestemmingplan waarin ten opzichte van het huidige bestemmingsplan minder is toegestaan. De mogelijkheid om zelfstandige kantoren, horeca en bedrijven in de categorie 3.1 te realiseren, komt te vervallen. In het nieuwe bestemmingsplan is alleen het realiseren van bedrijfsvoering tot in max categorie 2 toegestaan. Hieronder wordt kort ingegaan op de verschillende onderdelen van de Wet natuurbescherming in relatie tot de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Kampina & Oisterwijkse Vennen op 1,9 kilometer. Gezien deze afstand en de relatief kleinschalige ingreep zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving niet te verwachten. Negatieve effecten als gevolg van fysieke aantasting, verstoring als gevolg van trilling, licht etc. zijn uit te sluiten. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbeschermingvergunning (Wnb-vergunning).

Omdat de planologsiche mogelijkheden beperkt worden door bedrijven die gemiddeld of veel verkeer aantrekken uit te sluiten wordt de uitstoot van dit terrein dan op dit moment mogelijk is. waardoor er mede gelet op de afstand tot het Natura-2000 gebied, er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op het natuurgebied. Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, hierna: NNB) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Wel ligt het plangebied direct tegen begrensde NNB-delen aan. De Leij stroomt door het plangebied heen en de Leij is een als NNB begrensde beek. Door het huidige gebruik van het terrein, dat niet wezenlijk anders is dan het beoogde gebruik, zal een bestemmingsplanwijziging niet leiden tot negatieve effecten ten aanzien van het NNB. De wijziging van het bestemmingsplan is met betrekking tot het Natuurnetwerk Brabant dan ook mogelijk. Soortenbescherming In het plangebied zijn of waren in het verleden verschillende beschermde diersoorten aanwezig. Het gaat daarbij onder andere om de muurhagedis (uitgezette populatie) en een kerkuil. Voor zowel de muurhagedis als de kerkuil loopt momenteel een procedure. De muurhagedissen zijn met gebruik van een geldige ontheffing weggevangen.

Voor de kerkuil loopt de ontheffingsprocedure nog. Op deze soorten wordt hieronder niet verder ingegaan. Vleermuizen Het plangebied is in de huidige vorm alleen nog geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging niets wezenlijk veranderd, is de bestemmingsplanwijziging niet

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

25

strijdig met de wet met betrekking tot vleermuizen. Bij de eventuele bouw van nieuwe bedrijfspanden dient wel rekening gehouden te worden met aanwezige vleermuizen. Vogels Met name de randen van het plangebied zijn geschikt als broedplaats voor verschillende algemene broedvogelsoorten vanwege de aanwezigheid van begroeiing in de vorm van struiken en bomen. Het is noodzakelijk om hier in de plannen rekening mee te houden. Nesten van deze vogelsoorten zijn beschermd zodra deze als zodanig in gebruik zijn. Dat betekend dat een in gebruik zijnde nest vanaf opbouw tot verlaten van het nest door de jongen beschermd is. Indien hiermee rekening gehouden kan worden, is het nieuwe bestemmingsplan en de eventuele werkzaamheden die daarop volgen, niet strijdig met de Wet natuurbescherming. Andere soorten Van andere soorten beschermde planten en dieren is het voorkomen binnen het plangebied uit te sluiten. Er zijn geen geschikte habitats aanwezig voor deze veelal kritische soorten. Het is hierom uit te sluiten dat de voorgenomen bestemmingsplanwijziging negatieve effecten op andere beschermde soorten heeft. Conclusie Gelet op de afstand tot het Natura-2000 gebied en de beperking van de planologische mogelijk, zijn er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op het natuurgebied..

Negatieve effecten op het NNB en beschermde soorten als gevolg van de bestemmingsplanwijziging en eventuele werkzaamheden die daaraan vast zitten, zijn ofwel uit te sluiten ofwel te voorkomen. De bestemmingsplanwijziging is met betrekking tot natuurwetgeving en -beleid dan ook mogelijk.

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

26

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het gebied zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Gebiedskenmerken Kenmerk In plangebied Stroomgebied

De Leij

Waterbeheerders

Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel Ca. 6 ha

Bruto oppervlakte

5.2 Beleidskader Beleidskader Het waterschap De Dommel heeft in 2015 het 'Waterbeheerplan Waardevol Water 2016 - 2021' vastgesteld. Dit plan is opgesteld vanuit de insteek van het waterschap: samen met gebruikers en (maatschappelijke) organisaties meerwaarde geven aan water. Dit doet het waterschap vanuit vier uitgangspunten: <0000> Beekdalbenadering <0000> gebruiker centraal <0000> samen sterker <0000> gezonde toekomst Naast deze beheerplannen beschikken de Noord-Brabantse waterschappen over verschillende beleidsregels en de Keur (gewijzigd op 1 januari 2019), die van belang zijn voor eventuele ontwikkelingen. De Tilburgse 'Omgevingsvisie 2040' is in september 2015 vastgesteld. Daarin zijn de algemene uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd. Uitwerking ervan en van het klimaatbeleid vindt plaats in het 'Programma Water en Riolering' (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. Daarbij wordt de lijn van vGRP 2016-2019 geactualiseerd, aangevuld en aangescherpt in vier speerpunten: <0000> Water-robuust en klimaatbestendig <0000> Duurzaam en levenscyclusgericht <0000> Integraal werken <0000> Participatie en communicatie De vastgestelde basisopgaven spelen in op duurzaamheid, energietransitie, enz. en anticipeert op de nadelige klimaatverandering.

Het vastgestelde beleid stelt daarom hoogwaardige eisen aan bestaande stedelijke gebieden, nieuwe verstedelijking en het beheer van de openbare ruimte. Afwegingen Het huidige bestemmingsplan is een beheerbestemmingsplan. Los van enkele aanscherpingen wordt de huidige ruimtelijke ordening niet gewijzigd. Omdat deze locatie op watergebied belangrijk én kwetsbaar is worden op watergebied toch de nieuwe eisen aangehouden. De eisen en aandachtspunten bij een toekomstig ontwerp zijn als volgt: <0000> Er moet worden voldaan aan de regenwateropgaaf uit het Programma Water en Riolering uit 2020. Dit betekent dat er voor het gehele verharde oppervlak (ook oppervlak dat voorheen ook al verhard was) 60 mm water geborgen moet worden. <0000> Om hittestress tegen te gaan wordt de waterberging bij voorkeur bovengronds en groen aangelegd. <0000> Gezien de verdroging in de provincie wordt de voorkeur gegeven aan infiltratie van regenwater boven vertraagde afvoer. <0000> Het afvalwater kan, net als in de huidige situatie, afgevoerd worden naar de afvalwaterzuivering in Tilburg Noord. Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

27

<0000> <0000>

De locatie grenst aan een beek en is daardoor gevoelig voor overstroming. Er moet daarom extra aandacht besteed worden aan de terrein- en vloerhoogtes. De ontwateringsdiepte moet voldoende zijn en eventuele ondergrondse bouwdelen moeten waterdicht worden uitgevoerd. Naast de Leij ligt een EVZ-strook. Hier mag niet gebouwd worden. Inrichting van deze strook moet in samenwerking met waterschap De Dommel worden uitgewerkt.

5.3 Watertoets Deze waterparagraaf is ter kennisgeving toegestuurd aan het waterschap. Bij de terinzagelegging vindt het formele vooroverleg plaats, waarop het waterschap De Dommel het volledige plan met alle aanvullingen / wijzigingen kan beoordelen. Zodra de ontwikkelingen verder worden uitgewerkt dient het waterschap tijdig betrokken te worden.

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

28

Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.

6.2 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan is de volgende bestemming aanwezig: Bedrijventerrein. Binnen deze bestemming zijn bedrijven volgens een aangepaste bedrijvenlijst uit de milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Binnen deze bestemmingen zijn de volgende aanduidingen gebruikt: <0000> veiligheidszone aandachtsgebied LPG als gevolg van het aanwezig brandstofverkooppunt aan de Kempenbaan <0000> veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijk stoffen als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A58. De aanduidingen geven beperkingen ten aanzien van de vestiging van kwetsbare objecten in het gebied.

6.3 Bouwregels Bouwregels De bouwregels bevatten een uitgebreide regeling ten aanzien van het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken in het plangebied (bouwvlak, erf, bouwhoogte, regeling bijgebouwen etc.). Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in bouwregels voor (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwwerken van algemeen nut. De bebouwingsregeling die in het geldende bestemmingsplan geldt is overgenomen. Dat wil zeggen dat het bouwvlak bijna het gehele plangebied betrijkt alleen aan de kant van de weg Koninghoeven is een voortuin behouden. De bouwhoogte is voor het noordoostelijk deel 9 meter goothoogte en 12 meter nokhoogte. Voor het zuidwestelijk deel is de bouwhoogte 15 meter.

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

29

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan.Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro jo. artikel 6.2.1a van het Bro hoeft in dit geval van ondergeschikt belang echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn gedekt uit het budget van de gemeente. Daarnaast behelst de beperking van de mogelijkheden van het bestemmingsplan een planschade risico. Dit plan heeft alleen ten doel om de voorbereidingsbescherming van het genomen voorbereidingsbesluit te continueren. Zodra, in overleg met de grondeigenaren, tot een ander plan is gekomen dat verkeerstechnische, stedenbouwkundig en landschapellijk verantwoord is zal een nieuwe planologische procedure gevolgd worden en zal een mogelijk planschadeclaim op die wijze gecompenseerd worden. (Planschadevergoeding in natura). Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

30

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan bekendgemaakt in het kader van de publicatie van het voorbereidingsbesluit op 17 september 2019.

8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Omdat hier sprake is van een beperking van de mogelijkheden binnen het plangebied en belangen van provincie en andere instanties niet aan de orde zijn heeft er geen vooroverleg plaats gevonden.

8.3 Omgevingsdialoog Omdat dit bestemmingsplan de huidige planologische mogelijkheden inperkt om zodoende de verkeersdruk op de Koningshoeven te beperken, heeft er voor dit plan geen expliciete omgevingsdialoog plaatsgevonden. Het verminderen van de verkeersdruk is namelijk een kwesite die door omwonenden al vaak als wens is uitgesproken. Over de ontwikkelingen op Kempenbaan Oost vindt verder overleg plaats met de eigenaren van de gronden, die op de locatie een geoptimaliseerd distributiecentrum willen ontwikkelen. Omdat de verkeersontsluiting en de stedenbouwkundig inpassing van zo'n distributiecentrum nog niet voldoet, is hier geen overeenstemming over. De eigenaren van de gronden hebben grote bezwaren tegen het inperken van de mogelijkheden. Daarnaast vindt ook regelmatig overleg plaats met een vertegenwoordiging van de omwonenden. Omwonenden opteren voor een oplossing die de verkeersdruk op de Koningshoeven omlaag brengt. Met dit plan wordt dit getracht in afwachting van een definitieve herontwikkeling van het gebied, waarbij uitgegaan wordt van een verantwoorde verkeersafwikkeling en stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing.

8.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van invullen datum tot en met invullen datum. Tijdens deze periode zijn er invullen aantal zienswijzen ingediend. Deze worden hieronder zakelijk weergegeven, met daarbij het uiteindelijke standpunt van het gemeentebestuur ten aanzien van die zienswijzen. N.B: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven (zulks o.a. n.a.v. een bericht van de VNG van 2 oktober 2009).

Leijpark-Koningshoeven 2008, 1e herziening (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)

31

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1 Parkeernormen Tilburg 2017 Parkeernormen Tilburg 2017

Bijlage 2 Beperkte verantwoording groepsrisico Inventarisatie risicobronnen en verantwoording kempenbaan Oost

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1 Parkeernormen Tilburg 2017 Parkeernormen Tilburg 2017

Bijlage 2 Beperkte verantwoording groepsrisico Inventarisatie risicobronnen en verantwoording kempenbaan Oost

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9562531/1