06 Toelichting met bijlagen-b001
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021017-b001
6 september 2022
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
10
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Verkeer en parkeren
10 11 12
17 17 17 17 18 19
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
23
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie
23 23 23 24 25 25 26 27 27 28
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
31
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets
31 32 33 34
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
35
6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 6.4 Bouw- en gebruiksregels
35 35 36 36
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
38
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
39
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen
39 39 39 39
Toelichting
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van zeven grondgebonden woningen op het perceel gelegen aan de Tongerlose Hoefstraat 83 en de IJskelderstraat te Tilburg. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie O, nummers 5541, 3841, 5542 en 5639, plaatselijk bekend Tongerlose Hoefstraat 83. Het plangebied ligt in de Oude Stad Noordwest en wordt begrensd door de IJskelderstraat in het noorden en westen en de Tongerlose Hoefstraat in het zuiden.
Figuur 1: ligging plangebied in Tilburg
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
2
Figuur 2: luchtfoto plangebied
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemingsplan 'Oude Stad Noordwest 2016', dat op 12 december 2017 onherroepelijk is geworden. In dat bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming 'Wonen - Lint' en zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' en 'bedrijf, van categorie 1' mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s) .
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur De ontstaansgeschiedenis van dit stadsdeel is terug te vinden in de ruimtelijke opbouw ervan. Structurerende elementen in het gebied zijn de oude 'linten' met daarnaast de twee latere grootschalige elementen: de Ringbaan en het Wilhelminakanaal. Tussen deze opvallende elementen bevinden zich de meer 'verscholen' delen van de wijk. Tussen het kanaal en Ringbaan-Noord zijn het de bedrijfsterreinen van de Kanaalzone. Ten zuiden van Ringbaan-Noord zijn het de woonbuurten, kleine pleinen en plantsoenen, nauwe straten, binnenterreinen met bedrijven en garages, alsmede overblijfselen van een het kasteel van Tilburg in de Stenen Kamerpark. De hoofdstructuur wordt gevormd door verschillende historische lijnen waarvan de lijn de Hasseltstraat – Tongerlose Hoefstraat/Kwaadeindstraat - Gasthuisring de belangrijkste is. De hoofdstructuur is onderdeel van een grotere structuur, de structuur van historische linten die een belangrijke ruggengraat vormt van de oude stad van Tilburg. De linten hebben een divers en organisch karakter, zowel in functies als in bouwstijl (bouwjaar, maat, schaal en dichtheid). Tussen de historisch lijnen en de daaraan organisch gegroeide bebouwing liggen de meer planmatig opgezette woongebieden.
Dit waren vroeger de weide gronden achter de boerderijen en later achter de fabrieken, nu zijn het de diverse woonbuurtjes uit verschillende tijdsperioden met verschillende stedenbouwkundige opzet en verschillende bouwstijlen. Een aantal gebieden waaronder veel oude fabrieksterreinen zijn op hun buurt ook al weer getransformeerd.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
3
Een inventarisatiekaart uit 1975 waarbij in een oogopslag het structurele onderscheid tussen linten en planmatige (woning)bouw zichtbaar is. Afbeelding uit tijdschrift stichting tot behoud van Tilburg Cultuurgoed. Enkele van de straten die Oude Stad Noordwest doorsnijden behoren tot de oudste van Tilburg en gaan in hun ontstaan vaak aantoonbaar terug tot tenminste de late middeleeuwen. Hier zijn vooral de Hasseltstraat en de Tongerlose Hoefstraat en de Kwaadeindstraat van belang. De Ringbaan West (het gedeelte tussen de Kwaadeindstraat en de Hasseltrotonde is pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw aangelegd) werd hier vooral een brede ringweg met veel groene ruimtes. Het tussen 1919 en 1923 door Rijkswaterstaat aangelegde Wilhelminakanaal vormt een belangrijk structuurelement in Oude Stad Noordwest. In het gebied rond de Van Bylandtstraat waar zich het kasteel van Tilburg bevond, zijn na een opgraving rond 1980 de funderingen tot boven het maaiveld opgemetseld. Enkele van de aangrenzende straten verwijzen voor wat betreft de naamgeving naar het kasteel. De randen van het gebied worden gevormd door de Ringbanen, de kanaalzone en het spoor, aan deze randen komen ook andere bebouwingsvormen en dichtheden voor dan in de woonbuurten.
De Tongerlose Hoefstraat: een rustig lint Een lint is een verbindingsweg met gebouwen die naast elkaar of aaneengrenzend zijn gebouwd en die zich uitstrekken aan weerszijden van een straat. Ze zijn organisch gegroeid en groeien en veranderen nog steeds. Een lint is erg waardevol voor een stad. Vaak zijn het belangrijke verkeersaders. Ze herbergen een groot deel van de winkelvoorzieningen en een aanzienlijk deel van de bedrijvigheid van Tilburg. Ze 'vertellen' de ontstaansgeschiedenis van de stad. Kenmerkend is de diversiteit van de bebouwing en de functie die deze bebouwing vervult. Linten zijn geen op zichzelf staande elementen, maar zijn met elkaar verbonden, fungeren als geheel en vormen zo een belangrijke stedelijke structuur. In Oude Stad Noordwest zijn de voornaamste linten: Goirkestraat/Oude Lind midden door het gebied loopt van oost naar west de Hasseltstraat/Kwaadeindstraat. De doorzetting van de Kwaadeindstraat in westelijke richting is van een latere datum en bestaat voornamelijk uit rijtjes grondgebonden woningen. Een lint van lagere orde met een smaller profiel en kleinere huizen is de Tongerlose Hoefstraat.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
4
Hasseltstraat en Kwaadeindstraat In de "Structuurvisie Linten in de Oude Stad" wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: <0000> Bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad. Voorbeeld: Goirkestraat <0000> Rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Voorbeeld: Tongerlose Hoefstraat. Zie ook subparagraaf 2.3.2
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
5
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
6
Stedenbouwkundige inpassing plan Het plangebied ligt op de hoek van de Tongerlose Hoefstraat en de IJskelderstraat, aan de achterzijde begrensd door de ontsluiting naar de parkeerplaats van het voormalige Tegroterrein, dat is herontwikeld naar woningen en kleinschalige bedrijvigheid. De omgeving wordt gekenmerkt door gevarieerde, voornamelijk grondgebonden woonbebouwing, op enkele plekken afgewisseld met kleinschalige bedrijvigheid en andere functies. De Tongerlose Hoefstraat heeft een vrij eenduidig bebouwingspatroon van voornamelijk 2 laags bebouwing met langskap. Deze bouwtypologie wordt hier en daar doorbroken met een klein hoekaccent, een andere kaprichting of een beperkte verhoging van de gootlijn. De IJskelderstraat heeft een meer diffuus stedenbouwkundig beeld. Aan de westzijde van deze straat ligt sterk uiteenlopende bebouwing, met een afwisseling van straatgerichte woningen, achtertuinen behorende bij hofjes, kleinschalige bedrijvigheid en opslaggebouwen. De overheersende architectonische kenmerken van de omgeving zijn baksteen, wisselende gootlijsten, betonnen accenten. Latere aanpassingen hebben bij een aantal woningen geleid tot verstoring/ verrommeling van dit beeld. Het plangebied zelf heeft eveneens een negatieve invloed op het straatbeeld van de IJskelderstraat, door lage, niet representatieve aanbouwen.
De opening in de Tongerlose Hoefstraat, met hekwerk, detoneert in de verder gesloten straatwand. Het plan speelt in op de omschreven stedenbouwkundige kwaliteiten en repareert de genoemde verstoringen in het straatbeeld door: <0000> het completeren van de hoek en de straatwanden tot aan het naastgelegen perceel resp. de ontsluiting van de parkeerplaats; <0000> een bescheiden hoekaccent met openingen in de kopgevel en een mee-ontworpen, verbindende tuinmuur; <0000> een rustige, maar zorgvuldig architectuur: een ‘opgesloten kap’, gevelopeningen die verwijzen naar de bestaande raamomlijstingen, baksteen en mooie details; <0000> een functie die past in de omgeving: 2 grondgebonden woningen in de Tongerlose Hoefstraat en 5 grondgebonden woningen in de IJskelderstraat; <0000> Een goede parkeeroplossing, uit het zicht, in de zijstraat. Technische infrastructuur Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Breda – Tilburg, Tilburg – Vught en de A58. Dit is een belangrijk technische infrastructurele voorziening met ruimtelijke relevantie, in verband met het aspect externe veiligheid. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.4 Externe veiligheid.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
7
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen.
Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
8
Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van zeven grondgebondenwoning mogelijk gemaakt. Uit de jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een bestemmingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.
2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden,
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
9
in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Project in relatie tot Interim omgevingsverordening Het plangebied maakt in de Interim omgevingsverordening onderdeel uit van het werkingsgebied "Stedelijk gebied"en onderverdeling 'stedelijk concentratiegebied'. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. De woningen worden conform het geldende Bouwbesluit energieneutraal gebouwd. Daarnaast zijn de gronden reeds voorzien van een 'woonbestemming', waardoor geen sprake is van een nieuwe ruimtebeslag. Met het bouwplan wordt tevens een open ruimte aan de IJskelderstraat en de Tongerlose Hoefstraat ingevuld. Geconcludeerd wordt, dat voldaan is aan het beginsel van zuinig ruimtegebruik.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
10
<0000>
Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant
De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.
De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Project in relatie tot Omgevingsvisie Tilburg 2040 Het plangebied ligt niet binnen een gebied met een bovenlokale of regionale betekenis. De Brabant- en regiostrategie zijn niet van toepassing. Het plangebied maakt onderdeel uit van het stedelijk gebied. De beoogde woningen dragen bij aan de differentiatie in woonmilieus zoals volgt uit de stadsstrategie. 2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
11
eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten. In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: a. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%).
Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; b. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); e. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw.
Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten. Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) - maatregelen detailhandel/bedrijvigheid A. De dynamiek concentreren in bedrijvige linten B. Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten C. Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw <0000> historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden - maatregelen wonen A. Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen B. Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') C. Stimuleren van nieuwe woonvormen III Cultuurhistorie Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
12
<0000> <0000> <0000>
inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte behoud van ensembles
- maatregelen cultuurhistorie A. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles B. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen C. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden D. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten E. Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten IV Stedenbouw <0000> zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: 1. de korrel, maat en schaal van de bebouwing 2. aanwijzing van ensembles 3. aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt 4. benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) 5. aandacht voor diversiteit in de linten - maatregelen stedenbouw A. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte B. Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel C. Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen. D.
Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte - maatregelen openbare ruimte A. Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten B. Groen waar het kan C. Meer aandacht voor het verblijfskarakter D. Efficiënter omgaan met parkeren E. Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten F. Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma VI Samenwerking <0000> het collectief belang van de linten benadrukken en uitdragen 6. bedrijvigheid op bedrijvige linten vitaal houden 7. gezamenlijke laagdrempelige projecten opzetten - maatregelen samenwerking Voortzetten lintenmanagement op de Korvelseweg en Besterdring
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
13
Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
14
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Door de ontwikkelaar is een zonnestudie (zie bijlage 6) verricht met toepassing van de Haagse norm. Uit dit onderzoek is gebleken dat er niet minder dan 2 uur zon overblijf voor de bestaande woningen door de komst van de nieuwe bebouwing.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> Voor Het plangebied ligt ten noorden van die Scijve, een voormalig open complex van akkers en gemeijnt, gelegen op een ovaalvormig plateau tussen de herdgangen de Reit, Hasselt, Veldhoven, Heuvel, Korvel en Berkdijk, ten noordwesten van het voormalige kasteel van Tilburg; <0000> Op historische kaarten is het landgebruik tot het midden van de twintigste eeuw als agrarisch te typeren. De locatie van het plangebied behoorde dan ook tot het akkerareaal dat ressorteerde onder het voormalige kasteel van de heren van Tilburg. Waarschijnlijk werden deze gronden ontgonnen vanuit de zuidelijker in de huidige Bouwmeestersbuurt gelegen Waterhoef (nu gesloopt, ook wel Pijlijserhoeve genoemd); <0000> De Tongerlose Hoefstraat vormt de oude verbindingsas tussen de herdgang Veldhoven in het oosten en de Tongerlose Hoef, behorend tot de Reit, in het westen; de Hasseltstraat die aan de oost en noordzijde van het plangebied is gelegen was de verbindingsweg tussen de herdgangen Veldhoven en Hasselt. <0000> De naam IJskelderstraat is relatief recent (vastgesteld in 1950), maar werd wel genoemd naar de ijskelder van het oude kasteel van Tilburg.
Deze in het Bosch schoon gemetselde zeer doelmatig ingerichte ijskelder, onder eenen hoogen fraai beplanten Berg, was naamgevend voor het gebied tussen Hasseltplein, Hasseltstraat, Reitse Hoevenstraat en Tongerlose Hoefstraat, op de kadasterkaart van 1832 aangeduid als den IJskelder. De ijskelder zelf lag mogelijk langs de huidige IJskelderstraat ter hoogte van het Johan Verassenplein of het Margriethof; <0000> Op het beschikbaar historisch kaartmateriaal (1760-1955) is geen historische bebouwing in of nabij de locatie weergegeven.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
15
<0000>
Vanaf de jaren 1940-50 werd de omgeving stelselmatig ingevuld met woningbouw als laatste fase van het Uitbreidingsplan in Hoofdzaak dat sterk stoelde op de principes van ir. J. Rückert.
3.3.2 Archeologie <0000> De basis voor het archeologische beleid van Tilburg is gelegen in de beleidsnota ‘Grond voor Verleden. Archeologische monumentenzorg in Tilburg’. <0000> Volgens de paleogeografische basiskaart van regio Tilburg, ligt het gebied in een zone met dekzand aan de rand van een plateau (welving/dalflank) waarop later enkeerdgronden zijn ontstaan. Op basis van deze verwachte afzettingen kunnen vindplaatsen vanaf Laat-Paleolithicum B tot en met de Nieuwe Tijd worden aangetroffen. De aanwezigheid van een esdek kan hebben bijgedragen tot de conservering van de oudere niveaus. <0000> Het plangebied ligt circa 300 meter ten zuidwesten van het kasteel van Tilburg (zaakidentificatienummer Archis III: 2788404100). Het terrein waarop het kasteel lag, werd in de jaren zeventig van de twintigste eeuw archeologisch onderzocht waarbij vondsten uit de periode 1500-1800 werden gedaan. <0000> Op circa 120 m. ten zuidwesten van het plangebied zijn door ADC ArcheoProjecten in 2018-2019 binnen het plangebied Hendrik van Tulderstraat, in het kader van een inmiddels voltooid woningbouwproject, verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd rond de voormalige Norbertus Mavo: een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en aansluitend een definitieve opgraving (DO) uitgevoerd.
Tevens is tijdens de sloop van het voorportaal van het voormalige schoolgebouw een archeologische begeleiding uitgevoerd. Er werden bewoningssporen gevonden uit de Late IJzertijd tot de midden Romeinse tijd en uit de middeleeuwen Zie onderzoeksrapport “Hendrik van Tulderstraat, Tilburg, Een archeologisch proefsleuvenonderzoek met doorstart naar opgraving en aanvullende begeleiding”, W. Jezeer, ADC ArcheoProjecten, januari 2020, ISSN 1875-1067. <0000> De te slopen huidige bebouwing van het plangebied is vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw opgetrokken op toen vermoedelijk ongeroerde bodem. Hierbij zal de bodem enigermate zijn verstoord. <0000> Op basis van de AHN-beelden is de ligging van het plangebied lager dan bijvoorbeeld de onderzoekslocatie aan de Hendrik van Tulderstraat en het omringende gebied. Dit kan een natuurlijke achtergrond hebben maar is mogelijk ook te koppelen aan de ontwikkeling van de Tongerlose Hoefstraat. <0000> Dit is waarschijnlijk ook de motivatie geweest waarom binnen het bestemmingsplan Oude Stad Noordwest (2016) het plangebied is opgenomen zonder dubbelbestemming archeologie. <0000> Voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging is daarom geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen.
Hiervoor bestaat een meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In of in de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. <0000> 100 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een in 2018 als gemeentelijk monument aangewezen voormalige gymzaal. <0000> De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In het plangebied komen geen panden voor uit die periode. De panden Tongerlose Hoefstraat 2 en 6-38 zijn in het MIP aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. <0000> Historische structuren: de respectievelijk ten zuiden en ten westen van het plangebied gelegen Tongerlose Hoefstraat en de Ringbaan-West zijn op de Cultuurhistorische Waarden Kaart van de provincie Noord-Brabant aangeduid als lijnen met een historisch geografisch hoge waarde. <0000> Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling.
Er worden geen historische objecten of structuren aangetast. Voor wat betreft de archeologie bestaat er geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Echter, het is mogelijk dat tijdens sloop of bouw sporen of vondsten worden aangetroffen waarvan het vermoeden bestaat dat het gaat om archeologische vondsten. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij gemeente Tilburg (het bevoegde gezag). Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
16
3.4 Volkshuisvesting De voorgenomen ontwikkeling van zeven grondgebonden woningen aan de Tongerlose Hoefstraat 83 verlangt vanwege het beperkte aantal geen toetsing of onderbouwing volgens de Ladder voor Duurzame stedelijke ontwikkeling. Alhoewel toetsing niet nodig is past het plan in de gemeentelijke woningbouwopgave en voldoet het aan de beleidsdoelen Wonen uit de Woonagenda 2020-2025, met name wat betreft het leveren van een bijdrage in de opgave aan grondgeboden wonen in een centrum stedelijk woonmilieu. Voor het verder verloop van de planontwikkeling wordt aanbevolen de woning(en) levensloopbestendig te ontwerpen en te laten voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen.
3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.
3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.
De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
17
kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.5.4 Verkeersadvies project Omliggende wegenstructuur: Het plangebied ontsluit een deel van de woningen via de Tongerlose Hoefstraat en een deel via de IJskelderstraat. Beide wegen zijn erftoegangswegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/u. De Tongerlose Hoefstraat sluit aan op de Ringbaan-West een van de hoofdontsluitingswegen van Tilburg. <0000>
In de Tongerlose Hoefstraat zijn parkeerhavens aanwezig. In de IJskelderstraat is het op verschillende delen toegestaan om half op het trottoir te parkeren. Dit is door middel van verkeersborden aangegeven. Fietsroutes en -stalling: De Tongerlose Hoefstraat is aangewezen als sternetfietsroute in het gemeentelijke fietsnetwerk. De straat is ingericht als fietsstraat. Gemotoriseerd verkeer is toegestaan, maar het primaire gebruik van de weg is bedoeld voor fietsverkeer. <0000>
Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen, bijvoorbeeld met bergingen op het eigen perceel. Ook kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. Openbaar vervoer: Op loopafstand liggen enkele bushaltes, zoals aan de Ringbaan-West en aan de Waterhoefstraat. <0000>
Afvalinzameling: Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. <0000>
Verkeersgeneratie Op basis van kencijfers van het CROW (CROW publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is in beeld gebracht wat de verkeersgeneratie is van dit plan ten opzichte van de bestaande situatie. Daarbij is uitgegaan van de locatie in de ‘schil centrum’ en Tilburg als ‘sterk stedelijk’. <0000>
Bestaande verkeersgeneratie Functie Winkel Woning (koop, vrijstaand) Totaal Toekomstige verkeersgeneratie Functie Woning (koop, tussen/hoek)
Aantal 305 1
Eenheid per 100 m2 bvo Woning
Kencijfer 32,7 7,3
Generatie 99,7 7,3 107
Aantal 7
Eenheid per Woning
Kencijfer 6,4
Generatie 45
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
18
De functiewijziging zorgt voor een afname van de hoeveelheid verkeer. Aangezien de locatie aan een sternetfietsroute heeft dit een positieve invloed op de verkeersveiligheid op deze route. Parkeren: Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg. Voor dit plan zijn 7 parkeerplaatsen benodigd. Er worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein welke openbaar worden. De laatste benodigde parkeerplaats wordt opgelost in de openbare ruimte. Uit een onafhankelijk parkeeronderzoek 'Bijlage 4 Parkeeronderzoek Tongerlose Hoefstraat 83 e.o.' blijkt dat de parkeerdruk in directe omgeving van het plangebied op het maatgevende moment 79% is. <0000>
Noodhulpdiensten: Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen. <0000>
Omliggende wegenstructuur: Het plangebied ontsluit een deel van de woningen aan de Tongerlose Hoefstraat en deel via de IJskelderstraat. Beide zijn erftoegangswegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/u. De Tongerlose Hoefstraat sluit aan op de Ringbaan-West een van de hoofdontsluitingswegen van Tilburg. In de Tongerlose Hoefstraat zijn parkeerhavens aanwezig. In de IJskelderstraat is het op verschillende delen toegestaan om half op het trottoir te parkeren. Dit is door middel van verkeersborden aangegeven. Fietsroutes en -stalling: De Tongerlose Hoefstraat is aangewezen als sternetfietsroute in het gemeentelijke fietsnetwerk. De straat is ingericht als fietsstraat. Gemotoriseerd verkeer is toegestaan, maar het primaire gebruik van de weg is bedoeld voor fietsverkeer. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen.
Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. Openbaar vervoer: Op loopafstand liggen enkele bushaltes, zoals aan de Ringbaan-West en aan de Waterhoefstraat. Afvalinzameling: Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. Verkeersgeneratie Op basis van kencijfers van het CROW (CROW publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is in beeld gebracht wat de verkeersgeneratie is van dit plan ten opzichte van de bestaande situatie. Daarbij is uitgegaan van de locatie in de ‘schil centrum’ en Tilburg als ‘sterk stedelijk’. Bestaande verkeersgeneratie Functie Winkel Woning (koop, vrijstaand) Totaal
Aantal 305 1
Eenheid per 100 m2 bvo Woning
Kencijfer 32,7 7,3
Generatie 99,7 7,3 107
Toekomstige verkeersgeneratie Functie Woning (koop, tussen/hoek)
Aantal
Eenheid per Woning
Kencijfer 6,4
Generatie
7
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
45
19
De functiewijziging zorgt voor een afname van de hoeveelheid verkeer. Aangezien de locatie aan een sternetfietsroute heeft dit een positieve invloed op de verkeersveiligheid op deze route. Parkeren: Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg. Voor dit plan zijn 7 parkeerplaatsen benodigd. Er worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein welke openbaar worden. De laatste benodigde parkeerplaats wordt opgelost in de openbare ruimte. Uit een onafhankelijk parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in directe omgeving van het plangebied op het maatgevende moment 79% is. Noodhulpdiensten: Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.
Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
20
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). Gelet hierop wordt de bouw van zeven grondgebonden woningen niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de toevoeging van zeven woningen, maar het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen direct effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. De afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen, bedraagt voor Kampina & Oisterwijkse Vennen (ca. 5,5 km), Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (ca. 5,7 km) en Regte Heide & Riels Laag (ca. 5,5 km). Gezien deze afstanden en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.
4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (de binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Alle bedrijven binnen het plangebied en daarnaast die bedrijven erbuiten, waarvan de indicatieve milieucontouren over het plangebied liggen, zijn geïnventariseerd. Deze inventarisatie verschaft inzicht in de milieucategorie waartoe het bedrijf behoort en is gebruikt om de bestaande, binnen het plangebied gelegen, bedrijven in het bestemmingsplan vast te leggen en eventuele knelpunten te signaleren.
Nabij het plangebied zijn enkele bedrijven toegestaan conform staat van bedrijfsactiviteiten – functiemenging onder categorie A en B. Voor bedrijven uit categorie A geldt dat deze zijn toegestaan aanpandig aan milieugevoelige functies. Voor bedrijven uit categorie B geldt dat deze bouwkundig moeten zijn afgescheiden Oude Stad Noordwest 2016; 4e herziening (Tongerlose Hoefstraat 83)
21
van milieugevoelige functies. De woningen in het plan zijn bouwkundig afgescheiden van omliggende bedrijvigheid. Daarnaast zorgt dit plan er niet voor dat de afstand van de bedrijven tot omliggende milieugevoelige functies wordt verkleind. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmings-plannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn.
inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Relatie met het plangebied: Het plan ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij.