06 Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
6.3 Bouw- en gebruiksregels Bouwregels De bouwregels bevatten een uitgebreide regeling ten aanzien van het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken in het plangebied (bouwvlak, erf, bouwhoogte, regeling bijgebouwen etc.). Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in bouwregels voor (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwwerken van algemeen nut. Gebruiksregels Bij de meeste bestemmingen worden regels omtrent het gebruik van gronden en bouwwerken gegeven, al dan niet aangevuld met een aantal afwijkingsmogelijkheden, wisselend per bestemming.
Enschotsebaan-Zuid (woningbouw), 1e herziening (Kattedoorn en Schoolmeesterstraat)
35
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Ten aanzien van het moederplan is een exploitatieovereenkomst gesloten waarbij een deel van de exploitatiebijdrage vastgelegd is. Doordat met initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Het plangebied aan de Schoolmeesterstraat valt buiten de bestaande exploitatieovereenkomst, hier is een aparte overeenkomst aangegaan. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1.
Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerp van het bestemmingsplan op woensdag 30 augustus 2023 aangemeld bij afdeling Ruimtelijke plannen van de leidingbeheerder TenneT TSO B.V. (TenneT). Op basis van deze stukken heeft TenneT van de mogelijkheid gebruik willen maken om een inspraakreactie in te dienen. Deze inspraakreactie hebben wij 11 oktober 2023 ontvangen. TenneT geeft aan om rekening te houden met de status van de dubbelbestemming die op een deel van de locaties ligt. TenneT geeft terecht aan dat de regels met betrekking tot de dubbelbestemming over de (bovengrondse) hoogspanningsverbinding niet volledig is overgenomen. De bovengrondse dubbelbestemming komt niet te vervallen wanneer de ondergrondse verbinding in gebruik is genomen, maar ook wanneer de bovengrondse buiten werking is gesteld én is geamoveerd. Vervolgens zal er ten behoeve van de ondergrondse verbinding een dubbelbestemming gelden (deels) binnen het plangebied. Kortom, er zal een dubbelbestemming blijven rusten op een deel van het plangebied. Het plan is naar aanleiding van deze reactie aangepast op een manier dat zowel de huidige als de toekomstige situatie met betrekking tot de hoogspanningsverbindingen geborgd is en blijft.
7.2.2 Omgevingsdialoog Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.6. Bro. Om de belanghebbenden te informeren is er een brief opgesteld met daarin een beschrijving van de plannen (bijlage 13). In onderstaande tabel is te zien waar de brief naar is opgestuurd. De brief is 10 mei opgestuurd en de geadresseerden hebben 2 weken de tijd gehad om een reactie te geven. Op de brief zijn geen inhoudelijke reacties gekomen.
Enschotsebaan-Zuid (woningbouw), 1e herziening (Kattedoorn en Schoolmeesterstraat)
36
7.2.3 Zienswijzen Het bestemmingsplan “Enschotsebaan-Zuid (woningbouw), 1e herziening (Kattedoorn en Schoolmeesterstraat)” met planidentificatie NL.IMRO.0855.BSP2023004 zal met bijbehorende onderliggende stukken gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage liggen. Tijdens de termijn van de terinzagelegging heeft
Enschotsebaan-Zuid (woningbouw), 1e herziening (Kattedoorn en Schoolmeesterstraat)
37
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Stedenbouwkundig plan
Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 3 Archeologisch proefsleuvenonderzoek Archeologisch proefsleuvenonderzoek
Bijlage 4 Quickscan externe veiligheid Quickscan externe veiligheid
Bijlage 5 Bovengrondse KV-lijn Bovengrondse KV-lijn
Bijlage 6 Verantwoording voor het groepsrisico Verantwoording voor het groepsrisico
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Akoestisch onderzoek
Bijlage 8 Hogere waardenbesluit Hogere waardenbesluit
Bijlage 9 Bodemonderzoek Bodemonderzoek
Bijlage 10 Toelichting stikstofberekening Toelichting stikstofberekening
Bijlage 11 Stikstofberekening gebruiksfase Stikstofberekening gebruiksfase
Bijlage 12 Stikstofberekening bouwfase Stikstofberekening bouwfase
Bijlage 13 Ecologische quickscan Ecologische quickscan
Bijlage 14 Brief omgevingsdialoog Brief omgevingsdialoog
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundigplan | Enschotsebaan Zuid
Inhoudsopgave
1 Inleiding
5
2 Visie op het plangebied Dorpswonen Een veilige wijk, uitnodigend om te bewegen Continuïteit van de groenzone Hoogspanningszone ondergeschikt aan de groenzone Duidelijke eigen entree voor het westelijk deel
7 7 7 7 7 7
3 Het plan Toelichting op plandelen
10 12
4 Toelichting op aspecten van het plan Enkele basisgegevens Woningbouwprogramma Programma in meer detail Verkeer Water, waterberging en riolering Retentieaanbod, hoeveel water kan er geborgen worden? Detailopmerkingen water Nutsvoorzieningen Groen, parkgebruik en natuur in het plan Beeldkwaliteit
17 17 17 19 21 28 31 33 35 37 39
april 2019 Dit rapport is opgesteld door: LOS stadomland B.V. Postbus 142 5201 AC ‘s Hertogenbosch Reutsedijk 9 5264 PC te Vught
In samenwerking met: Architectenbureau Visser en Bouwman Akertech Plan & Project Gemeente Tilburg
Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
Opdrachtgevers: Van Wijnen Projectontwikkeling Zuid b.v. Roozen Van Hoppe Bouw en Ontwikkeling Meyer bouwontwikkeling b.v.
3
1 Inleiding
Dit is het stedenbouwkundige plan voor het laatste deel van de ‘Overhoeken’ in Berkel-Enschot, Enschotsebaan Zuid. Bij het maken van dit plan is er samengewerkt met de ontwikkelaars, gemeente en verschillende adviesbureaus. De hoofdkeuzes die gemaakt zijn voor het stedenbouwkundig plan zijn gebundeld in dit document. Het plan voor de ‘Overhoeken’ dateert uit 2008. Naar aanleiding van verschillende veranderde inzichten is er voor het westelijke deel een nieuw plan gemaakt en is het oostelijke deel aangepast naar de inzichten van nu. Een belangrijke randvoorwaarde voor het plan is de 90 meter brede beschermingszone rond de hoogspanningsleidingen. Daarbinnen worden geen nieuwe woningen gebouwd en wordt terughoudend omgegaan met het maken van verblijfsplekken in de openbare ruimte. Daarnaast zijn er restricties op het gebruik van bomen.
5
In het oostelijk deel van het plangebied is de infrastructuur al aangelegd en zijn er op veel plekken al huizen gebouwd. Die bestaand opzet is uitgangspunt voor dit plan.
Oorspronkelijk stedebouwkundig en landschappelijk ontwerp met daarop de huidige plangrens van deelgebied zuid (Uit: Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte, MTD Landschapsarchitecten 2008)
Visie op het plangebied
2 Visie op het plangebied
Dorpswonen De Overhoek hoort bij Berkel-Enschot; het is dorpswonen in een stedelijke regio. De Burgemeester Bechtweg maakt de grens van de invloedssfeer van Berkel-Enschot duidelijk: ten oosten ervan heerst er een dorpse sfeer, ten westen ervan begint de stedelijke sfeer. Het woonprogramma heeft een dorpse mix tussen rijwoningen, tweekappers, gelijkvloers woningen en rijwoningen. De nabijheid van het centrum van Berkel-Enschot is belangrijk. De verbinding daarmee wordt versterkt met een nieuw fietspad in de wijk. Het fietspad loopt door naar het bestaande pad langs het talud van de Burgemeester Bechtweg en de Bosscheweg. In de wijk komen er goede voetgangersverbindingen van en naar de school.
Een veilige wijk, uitnodigend om te bewegen Het oostelijke deel en het westelijke deel worden voor auto’s niet met elkaar verbonden. Zo ontstaat rond de waterberging en groenzone een autovrije omgeving die verkeersveilig is. De school ligt in deze zone en veel langzaamverkeersverbindingen komen er op uit. Hiermee maken we optimale omstandigheden voor wandelaars en fietsers waarmee duurzaamheid en gezondheid worden bevorderd.
Continuïteit van de groenzone In het plan voor de ‘Overhoeken’ is een grote doorgaande groene zone met fietspad de ruimtelijke drager. In deze groene zone is veel ruimte gemaakt voor water; het regenwater dat in het gebied valt wordt voor het
grootste deel gebufferd, waarna het langzaam wordt afgevoerd. Dit functionele wateruitgangspunt is daarmee een van de grootse ruimtevragers en draagt, via de groene ruimte die het oplevert, voor een belangrijk deel de opzet van het plan. Door de groenzone te verbinden met het talud van de Burgemeester Bechtweg is het talud tevens de beëindiging van de groenzone. Door de groene zone langs het groen van de achtertuinen van de woningen aan de Bosscheweg te leggen, wordt de groenzone extra robuust. De bestaande waterloop blijft intact zodat de bestaande bomen voldoende water kunnen opnemen. Om de bestaande vorm van de waterloop te respecteren zal parallel aan de bestaande waterloop de nieuwe waterloop worden aangelegd. Vanuit de groenzone is er zicht op de kerktoren van Berkel-Enschot zodat de buurt daar ook ruimtelijk echt toe behoort.
Hoogspanningszone ondergeschikt aan de groenzone De hoogspanningsmasten hebben veel invloed op de indeling van het gebied. Door de waterloop prominent loodrecht en midden door het gebied van de hoogspanning te leggen wordt de ruimte onder de hoogspanning ondergeschikt aan de groenzone.
Duidelijke eigen entree voor het westelijk deel Het westelijk deel van de wijk wordt met een nieuwe weg aangesloten op de Enschotsebaan. Deze nieuwe weg komt uit op de ruime entree van de wijk met een vista op de groenzone en op een nieuwe laan die voor het westelijkdeel de hoofdstructuur is.
7
9
3 Het plan
Legenda: bestaande woningen nog te realiseren woningen woon-werk kavel plangrens hoogspanningsmast zoekgebied spelen hup kiss & ride gemaal voetgangersstrook rijbaan met molgoot parkeerstrook halfverharding damwand fietspad en voetpad watergang watergang met damwand locatie duiker polderpeil plantvakken vlindermengsel calamiteitenroute erfafscheiding griend retentiegebied 11.40 +NAP retentiegebied 11.10m +NAP talud damwand/water doorloop bomen n.t.b.
11
Toelichting op plandelen Opzet van het oostelijk deel niet wezenlijk aangepast De 45-metergrens rond de hoogspanningszone is geen belemmering voor de realisatie van het oostelijk deel zoals dat eerder al gestart en deels uitgevoerd is. Het parkeren vindt plaats langs de straten, op de erven en in enkele kleine parkeerkoffers. Er is rekening gehouden met de looplijnen van en naar de parkeerplaatsen, waarbij de norm van 100 tot 200 meter is aangehouden zoals in de parkeernota is beschreven. (Kijk voor een uitgebreide toelichting op parkeeraspecten bij het betreffende hoofdstuk.) De overhoek (plantsoen) in het midden van dit buurtje is aangepast naar een ‘erf’principe met eenrichtingsstraten. Hierdoor is er minder verkeer en kunnen kinderen op de overhoek spelen.
Het westelijk deel een eigen buurt Het westelijk deel wordt een eigen buurt met vista’s op de groene zone met waterloop. Om de vista’s zo groen mogelijk te kunnen inrichten is ervoor gekozen om in het middelste blok te parkeren op een binnenplaats. In het zuidelijkste puntje is een hof gemaakt met een ruime parkeergelegenheid onder de bomen waardoor er in het hofje zelf niet geparkeerd hoeft te worden. Het westelijk deel heeft een eigen entree met een eenvoudige opzet van de straten. De laan biedt toegang tot de verschillende woonstraten. Bij calamiteiten kan ook gebruik gemaakt worden van de verbinding tussen het oostelijk- en het westelijk deel, deze wordt uitgevoerd in een halfverharding.
De waterloop loopt door! De waterloop is de verbindende factor voor het oostelijk- en westelijk deel en de rest van de overhoeken. Op de kruising van de waterloop met de retentiezone onder de hoogspanning wordt het profiel van de waterloop voortgezet en de voeding van de retentie met een object vormgegeven. Hiermee wordt de retentiezone ruimtelijk geleed en blijft de waterloop de doorgaande zone. Voor een deel staat langs de plangrens een singel van hoge bomen aan de huidige waterloop. De bestaande waterloop blijft daar gehandhaafd en wordt de nieuwe waterloop erlangs gelegd zodat de bomen in de tuinen van de Bosscheweg geen schade zullen lijden. De bomen dragen ook bij aan het groene karakter van de waterloop.
Zwaartepunt van de retentie onder de hoogspanning De ruimte onder de hoogspanning wordt gebruikt voor retentie. De retentievloer wordt hier op GHG gelegd en er komt ruigere vorm van gras met struweel. Omdat de risico’s van de hoogspanningsleidingen onduidelijk zijn wordt gebruik onder de hoogspanning ontmoedigd. De ruimte rondom de retentie wordt ingezaaid met een vlindermengsel. Dit beperkt de aanleiding om het gebied te gebruiken.
School en omgeving Het accent in het spelen wordt verschoven, weg van de hoogspanning. We maken een nader in te vullen speelstrook langs het fietspad waar ruimte is voor verschillende speelobjecten. Om het ‘Daily mile’ concept te omarmen kan er vanuit de school een route bewandeld worden om kinderen meer te laten bewegen. Voetgangers kunnen vanuit de verschillende buurten met een voetpad veilig de school bereiken en fietsers kunnen over het vrijliggende doorlopende fietspad. Voor de automobilist is er een ruime parkeerplaats waar de kinderen afgezet en opgehaald kunnen worden en over het voetpad richting school kunnen lopen. Kinderen kunnen ook recht voor de school afgezet worden via een kiss & ride straat. Verkeersveiligheid voorop Toegankelijkheid en verkeerscirculatie worden vanuit het aspect veiligheid ingestoken. Het westelijk deel wordt op één centrale plek, in twee richtingen ontsloten, en langs de school in één richting. Kijk voor een uitgebreide toelichting op de verkeersaspecten bij het betreffende hoofdstuk.
bouwvelden
4 Toelichting op aspecten van het plan Enkele basisgegevens Het gebied binnen de plangrens heeft een omvang van 14,7 ha. Dat is inclusief een bouwveld aan de Enschotsebaan en het bevat ook de aansluitingen op de Enschotsebaan. Het uitgeefbaarheidspercentage van het stedenbouwkundige plan is 56,2%. Hierbij is de school meegenomen als uitgeefbaar, ook de percelen van de Kroon en Vugs zijn opgenomen in het uitgeefbare deel.
Woningbouwprogramma Om het principe van dorpsbouwen te kunnen toepassen, is ervoor gekozen dat principe leidend te laten zijn bij het woningbouwprogramma. Dit betekent een mix tussen verschillende soorten woningen. Om snel op de veranderende marktsituatie te kunnen inspelen, is in overleg met de gemeente gekozen om een flexibel bestemmingsplan te maken. In de verkavelingssuggesties die nu zijn toegevoegd zijn de woningtypes uit de tabel hiernaast verwerkt.
totaal uitgeefbaar
82.969 m2
groen
31.146 m2
halfverhard
2.633 m2
verhard
29.729 m2
onbekend (naast parkeerplaats school)
703 m2
totaal plangebied
14.7180 m2
de oppervlaktes vanuit de plankaart met de verkavelingssuggestie
beukmaat aantal /code
%
60
-
R540
2
1%
R570
27
18%
E540
-
E570
12
8%
E540+G
3
2%
E570+G
21
14%
patiowoningen
G
12
8%
semi-bungalows
G.B
-
twee onder een kap compact
T570
40
26%
twee onder een kap (large)
T600
4
3%
twee onder een kap (extra large)
T660
2
1%
V-
25
17%
V+
3
2%
Totaal excl. gerealiseerde woningen
151
100%
Totaal in plangebied
211
Woningtypes gerealiseerde woningen tussenwoningen
hoekwoningen
hoekwoningen met garage
vrijstaande woningen
woningtypes in aantallen en percentages
17
1
veld 2
4
7
veld 3
6
3
2
2
4
Totaal
V+
V-
T660
T600
T570
G.B.
1
G
1
E570+G
E540+G
9
E570
veld 1
E540
R570
R540
gerealiseerd
Programma in meer detail
2
14
8
25
4
2
2
19
veld 4
8
8
veld 5
4
4
veld 6
5
5
veld 7
7
veld 8
5
4
6
3
2
20
veld 9
8
3
4
1
1
17
veld 10
4
2
1
7
veld 11
6
3
9
4
veld 12
4
11
4
4
veld 13
4
2
1
veld 14
2
veld 15 veld 16
2
2
veld 17
1
veld 18
4
Totaal
60
2
27
4
8
2
2 5 0
12
1 3
21
6 0
12
40
1
4
2
13 7
3
1
6
3
1
4
3
21
1
4
1
17
25
3
211
19
verkeerscirculatie auto
Verkeer Algemeen Veiligheid voor de voetganger, en met name de schoolgaande kinderen, is de centrale insteek bij de verkeerskundige opzet. Deze algemene insteek beïnvloedt vervolgkeuzes. We kijken eerst of het voor de voetganger veilig is, dan voor de fietser en dan kijken we hoe de auto zich daar het beste in kan voegen. Voor de verkeerskundige aspecten is overleg gevoerd met de gemeente, Goudappel-Coffeng en met de directeur van de school. Autobereikbaarheid Het plangebied wordt voor het autoverkeer opgesplitst in twee gebieden: oost en west. Zo ontstaat er geen ongewenste autocirculatie in de verblijfsgebieden. Het oostelijke deel heeft een hoofdontsluiting op de Enschotsebaan en kan ook worden bereikt via de aangrenzende buurt. Het westelijk deel heeft één hoofdontsluiting in twee-richtingen aan de Enschotsebaan en één uitrijmogelijkheid. Dit niveau van ontsluiting past bij de beperkte verkeersproductie van deze buurt. Bij calamiteiten kan de ontsluiting bij de school in twee richtingen als vluchtweg gebruikt worden. Ook het pad onder de hoogspanningszone en het onderhoudspad langs de Burgmeester Bechtweg kunnen gebruikt worden bij calamiteiten. De wegen in het plangebied zijn zo ontworpen dat hulpdiensten, vuilniswagens en verhuiswagens voldoende manoeuvreerruimte hebben.
21
kaart met routes, keerpunten en parkeerplekken
Parkeren Op basis van de verkavelingssuggestie en het document ‘parkeernormen Tilburg 2017’ is het aantal benodigde parkeerplaatsen per bouwveld bepaald. Zie bijgevoegde tabel voor de parkeervraag. Parkeren vindt plaats in koffers, langs de straat en op eigen kavel. In de tabel hieronder is de parkeervraag vergeleken met het aanbod dat in de verkavelingssuggestie is verwerkt. Uit deze balans blijkt dat de verkavelingssuggestie voldoende parkeerplaatsen bevat en dat ze in hoofdlijnen op de juiste wijze verspreid zijn over het plangebied, waarbij rekening is gehouden met de loopafstanden. Het parkeren langs de straat vindt plaats in een parkeerstrook waarbij geen individuele vakken worden aangegeven. Het aanbod is daarom op sommige plekken hoger dan de vraag. De koffers worden ingepast met groene erfafscheidingen zoals is bepaald in het beeldkwaliteitsplan. De aangrenzende zij- of achtertuinen worden afgerasterd met Hedera voor een groen karakter van de koffer. Bij de ingang komt een beukenhaag die grenst aan de voortuinen van de omliggende bebouwing. De koffers zijn ruim opgezet waardoor er geen auto voor de aangrenzende rooilijn komt te staan.
Woningtypes
bvo
parkeernorm
T 570
130-160
1,7
T 600
130-160
1,7
T 660
130-160
1,7
R 540
130 minus 1,6
R 570
130-160
E 540
130 minus 1,6
E 570
130-160
1,7
E speciaal
160+
1,7
Gelijkvloersewoning 90m²+
130 minus 1,6
Vrijstaand
160+
1,7
1,7
parkeernorm volgens ‘parkeernormen Tilburg 2017’
totaal vraag
aanbod op eigen terrein
aanbod langs straat
aanbod in koffer
totaal aanbod
balans vraag/ aanbod
veld 1
24
13
11
0
24
0
veld 2
43
18
18
7
43
0
veld 3
32
9
30
0
39
7
veld 4
14
8
11
0
19
5
veld 5
7
4
3
0
7
0
veld 6
9
5
6
0
11
2
veld 7
19
11
10
0
21
2
veld 8
34
16
12
8
36
2
veld 9
29
14
9
14
37
8
veld 10
12
6
6
0
12
0
veld 11
16
9
13
0
22
6
veld 12
23
5
0
20
25
2
veld 13
12
3
10
0
13
1
veld 14
11
5
7
0
12
1
veld 15
7
4
5
0
9
2
veld 16
36
12
0
24
36
0
veld 17
7
4
3
0
7
0
veld 18
29
12
17
0
29
0
Totaal
364
158
171
73
402
38
parkeerplaatsbalans
23
verkeerscirculatie langzaamverkeer en bus
Fietsroute Langs het talud van de Burgemeester Bechtweg ligt een in asfalt uitgevoerd onderhoudspad van 3,50 meter breed met riolering eronder. Dit pad loopt vanaf de Bosscheweg in een rechte lijn over een lengte van ongeveer 220 meter. Dit pad is lang genoeg om het aan te laten sluiten op het fietspad dat door de wijk loopt. Het fietspad dat nu door het plangebied langs de school en de waterloop loopt, wordt verbonden met dit pad. Hiermee ontstaat een goede doorgaande fietsroute door de wijk. Voetpaden In het ontwerp worden voor voetgangers logische lijnen van de woningen naar de school opgenomen. Op de routes van en naar school zijn trottoirs ingepast die gelijk zijn aan het beeldkwaliteitsplan Enschotsebaan openbare ruimte van MTD Architecten. (Voor meer informatie zie het kopje over de profielen.)
onderhoudspad langs het talud van de Burg. Bechtweg (zuid)
onderhoudspad langs het talud van de Burg. Bechtweg (noord)
25
Verkeerssituatie nabij de school In dit plan is ook de ontsluiting bij de school opgenomen. De veiligheid van de voetganger, en daarmee de naar schoolgaande kinderen, is vooropgezet. De opzet van dit plandeel werkt vanuit een bepaalde volgorde van keuzes: 1. In eerste instantie is het belangrijk dat er veilige en zo direct mogelijke loop- en fietslijnen vanuit de wijk naar de school lopen. Daartoe is een centraal verzamelpunt gemaakt. 2. De parkeerplaats bij de school is van een behoorlijke omvang. Vanuit de parkeerplaats zullen er veel bewegingen zijn, dus is het belangrijk om je op de parkeerplaats als voetganger zo veilig mogelijk te voelen. Dit betekent dat je rondrijbewegingen wil voorkomen met een duidelijke scheiding tussen aan- en afvoerlijnen. 3. Ten derde moet er een zo comfortabel en functioneel mogelijke kiss & ride voorziening komen. Deze mag geen afbreuk doen aan de eerste twee eisen. De kiss & ride voorziening ligt los van de hoofdontsluiting van het westelijke deel. Hierdoor mengt het verkeer uit de wijk zich nauwelijks met het naar schoolgaand verkeer. De kiss & ride is een éénrichtingstraat, met een losse uitstapstrookzone waar plaats is voor 9 auto’s op hetzelfde niveau als het schoolplein. Langs de éénrichtingstraat staan aan beide kanten een blokhaag die ervoor zorgen dat er geen ruimte is om ook daar in- en uit
kiss & ride
te stappen. De kiss & ride kruist met de oversteek van en naar de naastliggende parkeerplaats. De oversteek wordt dermate breed en opvallend gemaakt zodat deze overzichtelijk is voor zowel de automobilist als de overstekende kinderen. Om de school te bereiken moet men over de hoofdontsluitingsweg van het westelijkdeel. Alvorens de kiss & ride te betreden komt men langs de parkeerplaats waar de kinderen rustig afgezet of opgehaald kunnen worden. De parkeerplaats is aan de oostzijde voorzien van een overzichtelijke oversteekplaats richting de school. Vanuit de parkeerplaats kan via diezelfde weg terug gereden worden. Op de parkeerplaats bevinden zich 79 parkeerplekken, waarvan 2 plekken voor mindervaliden. De parkeerplaats is zo eenvoudig mogelijk opgezet; je kunt aan een kant in- en uitrijden en aan de achterzijde is er het verzamelvoetpad. Er is steeds één lus om kerend verkeer te vermijden. Het verzamelvoetpad ligt aan de ‘lijzijde’ van de parkeerplaats en het sluit aan op de oversteekplek naar de school. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in grasbeton, en er zijn haagjes rond de parkeerplaats om het geheel een groenere uitstraling te geven. Omdat de parkeerplaats onder de hoogspanningsleiding ligt kunnen er geen bomen geplant worden.
referentie halfverharding parkeerplaatsen (sportpark Heerewaarden)
27
Water, waterberging en riolering Algemeen In dit document zijn voor de wateraspecten de hoofdzaken en de uitgangspunten aangeven. Specifieke zaken en de uitvoering daarvan worden behandeld in het later op te stellen waterhuishoudkundig plan. Voor de wateraspecten is Akertech ingeschakeld die samen met Plan & Project en LOSstadomland de verschillende wateraspecten heeft bestudeerd. Er is contact opgenomen met Arcadis om alle achtergronden van het bestaande waterhuishoudkundige plan te achterhalen. De volgende uitgangspunten gelden: • Stuweil van de stuw nabij de Enschotsebaan t.b.v. noordelijk deel op 11,90m+NAP (dient nog aangebracht te worden); • De stuw nabij de Burgemeester Bechtweg krijgt een overstorthoogte van maximaal 11,80m+NAP; • De GHG ligt op 11,10 m+NAP conform het WHP. Er worden nog wel peilbuizen geplaatst, maar dit is naar verwachting puur ter verificatie van de werkelijke situatie op dat moment; • De bodem van de retentie direct naast de watergang ligt in het WHP op 11,40 m+NAP. Op die hoogte is een deel van de retentievoorziening reeds aangelegd. Er ligt een landschappelijke-ecologischeonderhoudstechnische argumentatie achter deze hoogte. Op 11,40m+NAP is de berm vaak droog; • De watergang langs de Enschotsebaan wordt losgekoppeld van het watersysteem (conform WHP); • Drooglegging van 0,30m t.o.v.
insteek watergang / retentie; • Ontwateringsdiepte van 0,7 m t.o.v. woningen met kruipruimte; • Ontwateringsdiepte van 1,0 m t.o.v. woonstraten; • Bouwpeil is minimaal 0,20 m hoger dan het wegpeil. De volgende variabelen zijn mogelijk: • Om meer ruimte voor berging te realiseren is het waterhuishoudkundig mogelijk de bodem van de retentie direct naast de watergang op 11,10m+NAP te leggen. Daar moet wel een passend beeld van het onderhoud, ecologie, landschappelijk beeld en gebruik bij komen; • De stuw nabij de Burgemeester Bechtweg kan indien nodig naar beneden, tot maximaal 11,60m+NAP. Daarmee is een optimalisatie van bergingsbehoefte en grondbalans tussen 11,80m+NAP en 11,60m+NAP mogelijk.
12,50
Bouwpeil
12,30
Wegpeil
12,10
Insteek waterloop/retentie
11,90
Stuw aan westzijde van de Enschotsebaan
11,80
Stuw nabij de Burgemeester Bechtweg
11,40
De bodem van de retentievoorziening langs de watergang Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG)
11,10
Bodem van de retentiegebieden onder de hoogspanning Onderkant uitstroompijp in stuw
10,60
Bodem van de watergang op basis van het rioleringsplan
algemene uitgangspunten
Systeem Het gehele plangebied Overhoeken Enschotsebaan (noord en zuid) is opgedeeld in twee ‘stuwpanden’. Het gebied ten noorden van de Enschotsebaan betreft ‘stuwpand-noord’. Het gebied ten zuiden van de Enschotsebaan betreft ‘stuwpand-zuid’. De gemeente en het Waterschap beschouwen de Overhoek Enschotsebaan als één systeem, over de twee stuwpanden heen. De stuw van stuwpand-noord ligt net ten noorden van de Enschotsebaan ter hoogte van de St. Caeciliaschool. Deze stuw blijft op dezelfde positie zoals in het waterhuishoudkundigplan en watervergunning met een hoogte van 11,90m+NAP (dient nog aangebracht te worden). De stuw van stuwpand-zuid ligt nabij de Burgemeester Bechtweg. Deze krijgt een overstort-hoogte van maximaal 11,80m+NAP. Het gehele plangebied, stuwpand-zuid, wordt doorgerekend met een bergingseis van T=10, 60 mm.
De hoogte van de retentiebodem in het WHP is 11,40m+NAP. Deze hoogte komt voort uit de wens voor het drooghouden van de retentiebodems en om deze dus boven de GHG te houden. In het bestemmingsplan is opgenomen dat “het beekdal is in combinatie met de retentievoorzie-ning een divers gebied. De fluctuatie van het grondwater zorgt voor verschillende oeverbegroeiingen en vraagt een selectie van de inlandse bomensoorten (elzen, wilgen en berken)”.
Voor nieuw verhard oppervlak ten opzichte van verharding in de oude situatie, moet in plaats van 40 mm worden gerekend met 60 mm. Deze afspraak geldt voor het westelijke deel van het plangebied.
In het plan is er al veel hoog en droog gelegen groen terrein rond de school. Langs de waterloop willen we een smalle retentiezone op 11,40m+NAP voortzetten. Onder de hoogspanning zoeken we een ‘wildere’ variant die een ruiger terrein oplevert, dat wordt retentiegebied op 11,10m+NAP.
Om de retentievraag te bepalen zijn in de plankaart de verschillende ‘oppervlaktetypes’ bepaald. Hieruit volgt het afwaterend oppervlak volgens onderstaande tabel.
Retentievraag Voor de berekeningen van de inhoud van de retentie moet het volgende verhard oppervlak worden opgenomen: 100% van het verhard en bebouwd oppervlak; 70% van het half-verhard oppervlak; 30% van de tuinen, bij kleinere tuinen; 10% van de tuinen, bij grotere tuinen. In het oorspronkelijke waterhuishoudkundig plan is gerekend met een T=10 van 40 mm (1 mm berging op straat). Daarop is de oorspronkelijke waterretentie gedimensioneerd. Deze 40 mm blijft formeel gelden voor bestaande afspraken (zoals voor het artikel 19 deel van het plangebied).
Totaal
72.885 m2
Retentievraag 60mm
4.373 m3
schematische weergave van de hoogtes
De ontwikkelende partijen willen een goed en duurzaam plan afleveren en streven daarom naar een retentievoorziening die gebaseerd is op 60 mm voor het hele plangebied.
Bruto oppervlak
Percentage afwaterend
Afwaterend oppervlak
Daken
24.296 m2
100 %
24.296 m2
Verharding
32.147 m
100 %
32.147 m2
Halfverharding
2.633 m2
70 %
1.843 m2
Groen
31.146 m2
0%
-
Tuinen groot
15.123 m2
10 %
1.512 m2
Tuinen klein
41.278 m2
30 %
12.383 m2
N.i.t.v.
703 m2
100 %
703 m2
2
29
impressie van de waterloop
Retentieaanbod, hoeveel water kan er geborgen worden? Boven de waterloop en de grote retentievoorziening wordt gerekend met 11,80 – 11,10 is 70 cm waterschijf. Boven de overige retentie wordt gerekend met 11,80 – 11,40 is 40 cm waterschijf. In verband met (toekomstige) begroeiing in de grote voorziening onder de hoogspanningskabels wordt hier met 90% van de inhoud gerekend. De maximale omvang van de berging in de watergang en retentievoorzieningen is als volgt opgebouwd: Watergang
1.953 m2
Retentie naast watergang
1.208 m2
Retentie onder hoogspanning (noord)
918 m2
Retentie onder hoogspanning (zuid)
1.085 m2
Totaal
5.388 m2
In het plan is voldoende ruimte mogelijk/gereserveerd voor het bergen van de benodigde m3’s. Bij de verdere uitwerking zal de inrichting van de berging geoptimaliseerd worden t.b.v. o.a. grondbalans en ruimtegebruik. Hierbij dient de bergingseis van 60 mm als minimum. Stresstest (88 mm in 24 uur) Voor de stresstest is bekeken wat de plannen kunnen bergen tot aan de laagste insteek, 12,10m+NAP. De maximale berging is ca. 7900 m3 wat overeenkomt met 110 mm Een bui T=100 waarmee voor de gemeente Tilburg dynamische berekeningen worden uitgevoerd heeft een volume van ca. 79 mm in 24 uur. Wanneer we hier 10% bij doen moet er 88 mm verwerkt kunnen worden zonder dat er schade door regenwater ontstaat. Hiermee kunnen we concluderen dat er voldoende ruimte is voor regenwater bij extreme situaties.
31
retentievelden onder hoogspanning
Detailopmerkingen water De rand met de tuinen van de Bosscheweg De rand bestaat uit twee delen, een stuk dat zwaar beplant is en een stuk met lichte beplanting. In het plan wordt de nieuwe waterloop onafhankelijk van de bestaande A-watergang aangelegd. Die bestaande watergang kan niet gebruikt worden voor de nieuwe functie, gezien de geplande bergingshoogtes. Het water zou te hoog komen ten opzichte van de tuinen en het zou geen beheerbare situatie zijn. Om deze reden moet de bestaande watergang afwateren op een punt achter de laatste stuw. In het plan blijft de bestaande watergang in zijn geheel bestaan en watert met een buis af op het gewenste punt. Een hoekje van de wijk wordt aangesloten op deze watergang zodat er enige extra doorspoeling is. Dit voorstel voldoet strikt genomen niet aan de waterhuishoudkundige eisen (het gaat direct naar polderpeil) dus daar zullen we ontheffing voor aanvragen. Langs de watergang komt een onderhoudsdijkje waarop een half verhard pad ligt.
Beleefbaar maken van het watersysteem In het westelijke deel komt het water na de laatste stuw uit in een reservoir. Vanuit dat reservoir wordt er een duiker naar de put langs de Burg. Bechtweg gemaakt. Dit uitstroompunt is bij uitstek geschikt om de werking van het watersysteem van de Overhoeken zichtbaar te maken. Tijdens een regenachtige periode, of na een forse bui, stroomt het water immers met kracht de uitstroompijp uit. Als de retentie overstroomd is het echt spektakel! De sloot langs de berm van de Burgemeester Bechtweg De sloot (eigenlijk twee sloten aan weerzijden van de rioolput) langs de Burgemeester Bechtweg blijft behouden zoals die in de huidige situatie is. De sloot langs de berm is een zaksloot voor vuil regenwater, waarin het water van de weg verzameld wordt. De sloot heeft een kleine stuw en watert af op de put. Vanuit de put loopt het water in de duiker onder de Burgemeester Bechtweg. Het onderhoudspad wordt gebruikt om periodiek de sloot op te schonen. Eventueel kan de sloot verlengd worden om een eenduidiger beeld te krijgen langs het onderhouds-/fietspad.
Oppervlakkige afstroming De gemeente heeft gevraagd of afstroming van het regenwater ook via het oppervlak zou kunnen plaatsvinden. Gegeven is dat de randen van de bouwvelden op 12,30m+NAP moeten liggen. Om oppervlakkige afstroming mogelijk te maken moeten te grote ingrepen in de maaiveldhoogtes plaatsvinden. Er is ook geen natuurlijk maaiveldverloop aanwezig waarop kan worden aangesloten. Oppervlakkige afstroming is daardoor niet haalbaar.
33
referentie duiker bron: http://damsteegtwaterwerken.nl/bruggen/duiker/
profiel model Vista’s waterloop met rand tuinen Bosscheweg
Nutsvoorzieningen Vuilwaterriool Voor het vuilwaterriool is het van belang dat het riool onder vrij verval naar het gemaal kan lopen en daarbij de waterstromen binnen het gebied niet blokkeert. Het riool loopt dwars onder de hoogspanningsleiding. Op basis van de rioolrevisie blijkt dat de bovenkant van het riool ter plaatse van de hoogspanningsleiding op 9.65m+NAP ligt. Ook bij een diepte van de retentiebodem van 11,10m+NAP is er ruim voldoende dekking. Daarnaast is een schatting gemaakt van de hoogte die het riool zal hebben op het verste punt in het plan (hoek Burg. Bechtweg/Bosscheweg). Daar zal voldoende gronddekking overblijven. Regenwaterriool Het bestaande regenwaterriool onder de hoogspanningsmasten ligt te hoog en zal verwijderd moeten worden. Deze wordt indien nodig vervangen door een uitstroomvoorziening in de retentievoorziening. Daarnaast zullen er meerdere uitstroomvoorzieningen naar de retentie of de watergang gerealiseerd worden om een aaneengesloten watersysteem te verkrijgen.
35
‘Daily mile’
Groen, parkgebruik en natuur in het plan De groene ruimte rondom de waterloop is het structurerende onderdeel van de Overhoeken. Kenmerkend voor de invulling van de groene gebieden is dat sommige retentiedelen voor natuur en ‘ruigte’ worden ingezet en buiten de hoogspanningszone een speelfunctie kan zijn. Door de opzet en de functie is de waterloop zoveel mogelijk geconcentreerd in het midden van de twee delen en in het westelijke deel met kleinere ruimtes verspreid door de wijk. In het midden van de twee delen is de grote retentiezone onder de hoogspanningszone. Dit gebied zal zodanig ingericht worden dat deze niet te veel gebruikt zal worden vanwege de risico’s. Door het inzaaien van een vlindermengsel zal er op de hoge delen een minder toegankelijk gebied ontstaan is.
sfeerimpressie gebruik van het groen
Onder de hoogspanningszone mag in een strook van 26 meter geen bomen geplaatst worden. Juist buiten die zone is er voldoende ruimte gemaakt voor grote bomen. Uiteindelijk bepalen grote bomen de groene kwaliteit van een woonwijk. Daarom komt er uitgebreide aanplant van bomen die groot kunnen worden in de grote groene eenheden, ook in de retentiegebieden m.u.v. het gebied onder de hoogspanning. Naast deze groene sfeer beoordelen we de maatschappelijke behoefte aan beweging als een belangrijk doel; beweging voor kinderen en voor volwassen. Grasvelden, een doorgaand pad door de groene ruimte, en een bijzondere speelomgeving naast de school en de ‘daily mile’ zijn om die reden onderdeel van het plan.
37
1/3 WONINGEN LAGE GOOT: LOCATIE NADER TE BEPALEN
beeldbepalende gevels
Beeldkwaliteit Deze beeldkwaliteitsnotitie is een aanvulling op het Beeldkwaliteitsplan Overhoek Enschotsebaan Berkel Enschot Gemeente Tilburg uit 2008. De aanvulling betreft alleen de woningen in het zuidelijk plandeel. Het noordelijk plandeel is vrijwel geheel gerealiseerd. Dorpse signatuur van project Enschotse Baan Individualiteit van de bebouwing is kenmerkend voor een dorp. Bij het realiseren van grote woningaantallen in een dorps milieu is het daarom belangrijk ook een breed scala aan woningen binnen een zelfde bebouwingscategorie te kunnen bieden. Bij grootschalige ontwikkelingen is het vrijwel onvermijdelijk een groot deel van de woningen projectmatig te bouwen. Veelvuldige repetitie van dezelfde woning is echter niet dorps. Bij een dorps milieu is het essentieel dat het aantal identieke seriewoningen beperkt blijft tot 20 % per straat met een maximum van 5 à 7.
Afhankelijk van de korrelgrootte worden series gehusseld op wijk, buurt of straat niveau: De onderstaande beginselen vormen de basis voor een dorpse signatuur: • verscheidenheid • wonen naar het openbare leven (de straat) • herkenbaarheid • aspecten van locale cultuurtraditie zijn herkenbaar • menselijke maat is de dominante ontwerpmaat • harmonie tussen gebouwen • duurzaam – lange termijn waarde • deugdelijke materialen • decoratie speelt een rol • vakmanschap is herkenbaar • er wordt gebouwd aan een gemeenschap
Kenmerken • De vormgeving van de verschillende bouwdelen heeft als belangrijkste kenmerk dat er variatie ontstaat. Stijlkeuze wordt niet als een “saus” over straten of buurten uitgegoten. Zowel in bouwvolume als in stijluiting wordt zoveel mogelijk variatie nagestreefd met een dorps karakter. Dit principe dient de beleving vanuit een bewonersperspectief en de mogelijkheid om zoveel mogelijk vrijheid hebben voor aanpassingen aan de woning. • Goothoogte één of anderhalve bouwlaag voor tenminste 30% van een straat • dakhelling minimaal 40 graden • markante, rijke architectuur op belangrijke plaatsen afgewisseld met eenvoudige architectuur op minder prominente locaties • eenvoudig hoofdvolume • aankappingen mogelijk • hoekwoningen hebben een dubbele oriëntatie met bijvoorbeeld een zijentree • Verspringingen in de rooilijn en verschillende noken goothoogtes. • Variëteit in kaprichtingen, dak- en kapvormen of afdekkingmateriaal. • Afwijkend kleur- en materiaalgebruik. Bijvoorbeeld drie dezelfde woningen (naast elkaar), ieder echter met een afwijkende steenkleur. • Verschillende beukmaten. • Blinde eindgevels worden vermeden. Hoekwoningen altijd een dubbele of andere oriëntatie (voorgevelrooilijn gaat ‘de hoek om’) hebben. Hoekwoningen in een rij zijn in principe altijd verbijzonderd. • Diversiteit in detaillering van woningen. • Verschillende oriëntatie van de woningen.
• Horizontale raampartijen worden vermeden. • Seriematigheid van woningen wordt vermeden. Aanvullend kan bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen worden gedacht aan: • Asymmetrische vormen. • Een andere situering van dezelfde woningen op verschillende kavels Doorgaans bestaat een rijtje uit 3 of 4 woningen, maximaal 5 woningen. Aanvullend kan bij rijtjeswoningen worden gedacht aan: • Articuleren van eindwoningen (hoogteaccent of een andere verbijzondering van de eindwoning. • Verbijzonderen van ten minste één tussenwoning in een rij.
39
Detaillering en materiaal • Gevels worden gemaakt van een donkerrode handvorm baksteen, gecementeerde baksteen of wit gekeimde baksteen. Gevels kunnen ook van hout gemaakt worden, echter kleuren zijn dan donker en mat. • Daken zijn van keramische dakpannen, in de kleur terracotta of blauw gesmoord. Een rieten kap is ook mogelijk. • Er zijn geen vlakke platen zichtbaar als aftimmering. Gootomtimmering, indien aanwezig, is traditioneel met profiellatten. Goten kunnen ook worden uitgevoerd als zinken mastgoot. • Eventuele detailleringen in de gevel zijn geïnspireerd op de locale architectuurtraditie (bv siermetselwerk, plinten, accentuering van raam- en deurkozijnen, luiken, ornamenten). Uitbreidingsopties Omdat variatie een hoofdthema is worden opties die in het straatbeeld zichtbaar zijn niet ontmoedigd. Ze dienen echter wel aan de criteria te voldoen. Invloed van bewoners op de planvorming wordt in alle facetten gestimuleerd. Zij kunnen de levendigheid van de wijk en de vorming van een gemeenschap stimuleren. Aanpassingen van de woning moeten echter wel de harmonie van de wijk ondersteunen. Dakkapellen Speciale aandacht is er voor dakkapellen. In een dorpse omgeving is de dakkapel bij uitstek het middel om flexibiliteit en eigenheid aan een woning te geven. Dakkapellen moeten in relatie met de woning en de gevels worden ontworpen.
Er worden geen brede vlakke platen toegepast; er moet zorgvuldig worden gedetailleerd met bijvoorbeeld profiellatten.
Erfscheidingen grenzend aan het openbaar gebied In dit plan wordt bijzondere aandacht gegeven aan de overgangen tussen privé en openbaar. Met name de hoekpercelen verdienen extra aandacht, omdat ze in belangrijke mate bijdragen aan de dorpse beleving van het plan. Om die reden is in de verkaveling op hoeksituaties gekozen voor zijtuinen met voldoende maat. Op deze manier is hier ruimte voor erfbeplanting, erfafscheidingen in combinatie met beplanting of een gebouwde, meeontworpen erfafscheiding. Bewoners kunnen kiezen uit de aanplant van een haag, een hekwerk met hedera of vooraf voor het plangebied ontworpen erfscheidingen. • Voortuinen: Beukenhaag, ligusterhaag, muurtje of spijlenhek. • Zijtuinen: Beukenhaag of hedera gaas hekwerk of muur. • Bewoners kunnen kiezen uit verschillende typen bergingen en mee-ontworpen garages. • Bergingen en garages staan bij diepe tuinen bij voorkeur los van de hoofdbebouwing. Vrijstaande bijgebouwen zijn voorzien van een kap. Overig Technische voorzieningen Trafohuisjes en nutsvoorzieningen worden niet vrij in de openbare ruimte geplaatste maar geïntegreerd met nieuwe bebouwing of tuinen. Zonnecollectoren (fotovoltaïsche elementen,collectoren voor boilers, enz) voor zover vergunningplichtig Deze voorzieningen mee ontwerpen en zoveel mogelijk in het beeld integreren. PV zijn All-Black. Bijpassende dakpankleuren.
Bij mansardedaken mogen ze niet op het onderste dakvlak worden aangebracht; op het bovenste vlak kunnen ze in ernstige mate detoneren met de bestaande vlakverdeling en de kenmerkende architectuur. Schotelantennes voor zover vergunningplichtig Niet toegestaan indien zichtbaar vanaf het publiek domein, tenzij: Schotelantennes de kleur te hebben van de gevel er achter, en Geen grotere doorsnede dan 60 cm, en Voor minsten 50% transparant en niet groter dan 1 m.
41
variatie in stijlen en goothoogten
articulatie met tuitgevel
variatie in stijlen en goothoogten
maximale bloklengte = 5 woningen
variatie in stijlen en goothoogten
43
wonen naar de straat gericht ambachtelijke details
menselijke maat door verspringende rooilijnen
45
LOS stadomland B.V. Postbus 142 5201 AC ‘s Hertogenbosch Reutsedijk 9 5264 PC te Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
Stedenbouwkundigplan | Enschotsebaan Zuid
Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek Archeologisch bureauonderzoek
Enschotsebaan-Zuid 3, gemeente Tilburg Een bureauonderzoek
M. van Zon
Colofon Archol Rapport 454 Enschotsebaan‐Zuid 3, gemeente Tilburg Een bureauonderzoek Projectleiding:
M. van Zon MA
Auteur:
M. van Zon MA
Tekstredactie
drs. L. Meurkens
Beeldmateriaal:
M. van Zon MA
Opmaak:
A.J. Allen
Autorisatie:
drs. L. Meurkens
Handtekening:
ISSN 1569‐2396 © Archol, Leiden 2019 Einsteinweg 2 2333 CC Leiden info@archol.nl Tel. 071 527 33 13
2
Inhoud Samenvatting .................................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doelstelling .................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied, huidig en toekomstig gebruik ....................................................................................................... 5 1.3 Onderzoeksopzet en organisatie .......................................................................................................................... 6 2 Bureauonderzoek ..................................................................................................................................................... 9 2.1 Inleiding en methodiek .................................................................................................................................... 9 2.2 Landschappelijk kader ..................................................................................................................................... 9 2.3 Historisch‐geografisch kader .........................................................................................................................
11 2.3.1 Bouwdossiers Enschotsebaan 23 t/m 27..................................................................................................... 12 2.4 Archeologisch kader ...................................................................................................................................... 14 3 Conclusie ................................................................................................................................................................ 16 3.1 Gespecificeerde archeologische verwachting ..................................................................................................... 16 3.2 Advies ............................................................................................................................................................17 Literatuur ........................................................................................................................................................................ 18 Figurenlijst ....................................................................................................................................................................... 19 Tabellenlijst ..................................................................................................................................................................... 19
3
Samenvatting In opdracht van Plan & Project BV heeft Archol BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar plangebied Enschotsebaan‐Zuid 3 in Berkel‐Enschot, gemeente Tilburg. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het plangebied als woonwijk. Dit zal gepaard gaan met graaf‐ en sloopwerkzaamheden. De verwachte verstorings‐/ontgravingsdiepte is dieper dan 0,5 m. De oppervlakte van het plangebied, tevens het onderzoeksgebied van dit bureauonderzoek, bedraagt ca. 6 ha. Doel van dit bureauonderzoek is vast te stellen of de werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Op basis van de landschappelijke ligging en de historisch‐geografische gegevens geldt een hoge archeologische verwachting voor het plangebied Enschotsebaan‐Zuid 3. Deze verwachting is breed en niet nader te specificeren in tijdsvakken en/of complex‐typen. Resultaten van diverse archeologische onderzoeken in de directe omgeving en in vergelijkbare landschappelijke setting wijzen voor onderhavig plangebied op eventuele archeologische resten uit de gehele periode mesolithicum t/m vroege Nieuwe tijd, met een hoge kans op het aantreffen van resten uit de late prehistorie en middeleeuwen‐Nieuwe tijd.
Op basis van historisch kaartmateriaal dient tevens rekening gehouden te worden met oude middeleeuwse/Nieuwetijdse voorgangers rondom de boerderij aan Enschotsebaan 27. Uitgaande van de resultaten van naastgelegen onderzoeken en het reeds uitgevoerde booronderzoek dient rekening gehouden te worden met een opbouw van fluvioperiglaciale afzettingen in de basis, al dan niet met een (lokaal) eolisch dek, met daarboven een antropogeen dek (inclusief bouwvoor) van ca. 0,5 m dikte. Het archeologisch vlak bevindt zich direct onder het antropogene dek. De geplande werkzaamheden vormen daarmee een bedreiging voor eventuele archeologische resten. Op grond hiervan wordt voor het vrijwel het gehele plangebied een vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht: een proefsleuvenonderzoek. Uitgezonderd zijn enkele diep verstoorde zones; hier zijn naar verwachting geen archeologische resten bewaard gebleven.
4
1 Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van Plan & Project BV heeft Archol BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar plangebied Enschotsebaan‐Zuid 3 in Berkel‐Enschot, gemeente Tilburg (Figuur 1.1). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het plangebied als woonwijk. Dit zal gepaard gaan met graaf‐ en sloopwerkzaamheden die een mogelijke bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten. Het plangebied valt onder de beheersverordening Enschotsebaan en omgeving (juli 2013). Het gebied is hierin een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde toegekend. Hierbij geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m een archeologisch rapport moet worden overlegd waarin de archeologische waarden van de te verstoren gronden zijn vastgesteld. Als eerste stap heeft de gemeente Tilburg een bureauonderzoek geadviseerd. Doel van dit onderzoek is vast te stellen of de werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek is erop gericht een specifiek verwachtingsmodel voor het terrein op te stellen met de bekende en verwachte archeologische waarden. Op basis hiervan volgt een advies over de noodzaak tot vervolgonderzoek.
Figuur 1.1 Ligging plangebied (rood).
1.2
Plangebied, huidig en toekomstig gebruik
Het plangebied Enschotsebaan‐Zuid ligt ten zuidwesten van de bebouwde kom van Enschot en maakt deel uit van het ontwikkelingsgebied Overhoeken‐Enschotsebaan. Hierin zijn reeds verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd, onder vermelding van het toponiem Enschotsebaan‐Zuid 1 en 2 (Figuur 2.6). Onderhavig plangebied betreft Enschotsebaan‐Zuid 3en wordt in het noorden begrensd door de Enschotsebaan en in het westen door de Burgemeester Bechtweg (N261). Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het reeds onderzochte Enschotsebaan‐Zuid 2 en in het zuiden aan de bestaande bebouwing langs de Bosscheweg. Ten tijde van dit schrijven is de locatie grotendeels in gebruik als grasland; ook is er sprake van bebouwing en verharding behorend tot de erven van Enschotsebaan 23 t/m 27 (Figuur 1.2).
5
Enschotsebaan‐Zuid 3 zal worden ingericht als woonwijk. Hierbij zal het erf rondom Enschotsebaan 27 opnieuw worden ingericht. Het hoofdgebouw blijft daarbij behouden; de bijgebouwen zullen worden gesloopt en de verharding zal worden verwijderd. De erven van Enschotsebaan 23, 23a en 25 liggen gedeeltelijk binnen het plangebied. De bijgebouwen en verharding aan de zuidoostzijde van deze erven zullen, net als bij nr. 27, worden gesloopt en verwijderd. De bouw van woningen en aanleg van daarmee samenhangende infrastructuur, waaronder riolering en leidingen, zullen gepaard gaan met graafwerkzaamheden. De verwachte verstorings‐/ontgravingsdiepte is zowel bij de sloop als bij de nieuwbouw dieper dan 0,5 m. De oppervlakte van het plangebied, tevens het onderzoeksgebied van dit bureauonderzoek, bedraagt ca. 6 ha.
Figuur 1.2 Situering plangebied (rood).
1.3
Onderzoeksopzet en organisatie
Al sinds 1961 kent Nederland een monumentenwet. In 1988 werd deze wet vervangen door de Monumentenwet 1988, die op zijn beurt per 1 juli 2016 is komen te vervallen en een deels is overgegaan naar de Erfgoedwet. Deze wet regelt de omgang met het archeologisch erfgoed. Iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem wordt verstoord kan door de overheid verplicht worden een rapport te overleggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist: het archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of in het plangebied waardevolle vindplaatsen voorkomen. Het vooronderzoek is opgebouwd uit twee onderdelen: het bureauonderzoek en een eventueel inventariserend veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Onderhavig rapport betreft een bureauonderzoek (BO). Het bureauonderzoek geeft een samenvatting van wat er in archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht bekend is over het plangebied. Het doel is om door middel van bestaande bronnen te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van de resultaten kan het bevoegd gezag een beslissing nemen ten aanzien van de noodzaak tot vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO).
6
Soort onderzoek: Projectnaam: Archolprojectcode: Archis‐zaaknummer:
Bureauonderzoek (BO) Enschotsebaan‐Zuid 3 BEZ1863 4679796100
Opdrachtgever:
Plan & Project M. van de Werf
Bevoegd gezag:
Gemeente Tilburg drs. G. van den Eynde
Uitvoerder: Rapport gereed: Versie Goedkeuring bevoegd gezag
Archeologisch Onderzoek Leiden bv 14 maart 2019 1.0 (concept) Ja / Nee
Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Coördinaten gebied: Oppervlakte plan‐ of onderzoeksgebied: Huidig grondgebruik:
Noord‐Brabant Tilburg Berkel‐Enschot Enschotsebaan‐Zuid 137.088/398.218 (centrum) ca. 6 ha Grasland, bebouwing, verharding
Beheer en plaats van documentatie en vondsten:
Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Provincie Noord‐ Brabant
Tabel 1.1 Administratieve gegevens.
7
Figuur 1.3 Tijdsbalk.
8
2 Bureauonderzoek 2.1
Inleiding en methodiek
Het bureauonderzoek is erop gericht aan de hand van bekende en verwachte archeologische waarden een verwachtingsmodel voor het terrein op te stellen en eventuele verstoringen in kaart te brengen. Dit verwachtingsmodel resulteert in een gespecificeerde archeologische verwachting waarin voor zover mogelijk uitspraken worden gedaan over de datering, het complextype, de locatie, de omvang en diepteligging, de gaafheid en conservering, uiterlijke kenmerken en mogelijke verstoringen van mogelijk in het plangebied aanwezige archeologische waarden. Tijdens het bureauonderzoek is aan de hand van verschillende bronnen informatie verzameld om inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de (lokale) opbouw van de bodem en de sporen die de mens in het landschap heeft achtergelaten. Zo zijn aardwetenschappelijke gegevens en historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Het archeologisch informatiesysteem (Archis) is geraadpleegd om de bekende archeologische waarnemingen binnen en direct rondom het plangebied in kaart te brengen. Verder zijn uitgevoerde archeologische onderzoeken uit de directe omgeving geraadpleegd. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) 4.1, protocol 4002.
2.2
Landschappelijk kader
Het plangebied ligt op de paleogeografische kaart van de regio Tilburg in een gebied met dekzandwelvingen en enkele plateaus/ruggen (Figuur 2.1). Het natuurlijke reliëf is gevormd gedurende de laatste grootschalige koude periode van het Pleistoceen: het Weichselien (ca. 115.000‐11.700 jaar geleden). In deze periode werd onder toendra‐ en poolomstandigheden een dik pakket fijnzandige sedimenten afgezet. Behalve zuiver eolische afzettingen waarbij fijn zand door de wind is verplaatst en opgestoven tot ruggen, werd in deze periode tevens op grote schaal fijn sediment door smeltwater en neerslag opgenomen, verplaatst en in de vorm van lemige sequenties weer afgezet. Leemlagen ontstonden ook door een combinatie van wind en neerslag, waarbij löss‐achtig materiaal uit de atmosfeer kon neerslaan. Het huidige oppervlaktereliëf van het onderzoeksgebied en omgeving is in hoge mate het resultaat van geleidelijke fluviatiele erosie en versnijding van het periglaciale dekzandlandschap. Doordat lokale smeltwaterstromen zich insneden in het dekzandpakket, ontstonden daarbuiten hogere delen die als plateaus of ruggen bewaard zijn gebleven. Anders dan vaak verondersteld wordt, zijn op veel plaatsen in deze regio de hogere delen dus niet het resultaat van opwaaiing en accumulatie van dekzanden.
Dit verklaart ook waarom op veel plaatsen zeer siltrijke zanden en zelfs lemige fluvioglaciale afzettingen dagzomen. Wel is het reliëf van dit erosielandschap op veel plaatsen geaccentueerd in de laatste koude periode van het Weichselien: de late Dryas (13.050‐11.700 jaar geleden). In deze laatste grootschalige verstuivingsfase zijn, door lokale uitstuiving van vlakten, de hogere delen verder opgestoven met een dun eolisch dek. In veel gevallen betreft het relatief kleine opduikingen met een dikte tot ca. 1 m (bijv. te Tilburg‐Tradepark‐Noord). In en nabij het plangebied zijn reeds diverse onderzoeken uitgevoerd (paragraaf 2.4). Op basis van deze waarnemingen ‐ in het bijzonder die van Enschotsebaan‐Zuid 2 ‐ is in de ondergrond van Enschotsebaan‐Zuid 3 sprake van een fluvioperiglaciaal dekzandlandschap zonder noemenswaardige eolische deklaag uit het Late Dryas.1 Het moedermateriaal is te karakteriseren als lemig zand en vertoont naar verwachting veel tekenen van kryoturbatie. Het paleoreliëf wordt daarbij gedomineerd door een zuidwest‐noordoost georiënteerd dal, waar in latere tijden de Bollekensloop is uitgegraven (paragraaf 2.4). Het hoogteverschil bedraagt ca. 1,8 m.2 Bij Enschotsebaan‐Zuid 2 kon in deze laagte nog een intacte humuspodzol worden vastgesteld en op de flanken restanten van veldpodzolen.
Op de hogere delen van het landschap heeft ook bodemvorming opgetreden, maar hier zijn geen intacte profielen van bewaard gebleven: zij zijn met landbewerking vrijwel geheel opgenomen in het antropogene dek.
1 2
Krekelbergh & Tebbens 2015, 62. Krekelbergh & Tebbens 2015, 69.
9
Figuur 2.1 Uitsnede paleogeografische kaart van de regio Tilburg met de locatie van het onderzoeksgebied (Heunks 2012).
Figuur 2.2 Uitsnede bodemkaart met de locatie van het onderzoeksgebied.
10