CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Toelichting Capucijnenstraat 1c

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP `Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)22.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het betreft uitsluitend de toevoeging van een landschapstuin. 2. Als gevolg van het plan wordt het boomteeltontwikkelingsgebied verkleind en komt daarmee op grotere afstand te liggen van de bestaande woning en bijgebouw met voorzieningen voor de dagbesteding. 3. De mogelijke boomteelt moet in de huidige situatie al rekening houden met de bestaande woningen aan de Capucijnenstraat en Biezenmortelsestraat. Daardoor ligt de spuitzone uitsluitend over het meest oostelijke deel van de landschapstuin. 4. De individuele bewoners en de ouderen zullen niet de gehele dag in het oostelijke deel van de landschapstuin verblijven. 5. De landschapstuin ligt aan de westzijde van het boomteeltontwikkelingsgebied en daarmee gunstig vanwege de overwegende zuidwestelijke windrichting. De drift van gewasbeschermingsmiddelen zal van het plangebied af waaien. 6. De momenten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is beperkt. Men kan ervoor kiezen om op die momenten geen gebruik te maken van het oostelijke deel van het plangebied. 5.1.7.4 Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid.

Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Analyse Het plan leidt niet tot het toevoegen van woningen of andere functies waar kinderen gedurende langere tijd

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

26

verblijven. Daarnaast wordt opgemerkt dat er sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 6 kilometer, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt. Er is geen nader onderzoek nodig. 5.1.7.5 Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan. 5.1.8 Milieueffectrapportage 5.1.8.1 Inleiding Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. 5.1.8.2 Analyse De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage genoemde ontwikkelingen. Er is derhalve geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig. Gelet op de resultaten van de hiervoor reeds uitgevoerde milieuanalyse, kan zonder nader onderzoek worden geconcludeerd dat het plan geen significant nadelige milieugevolgen heeft. Een nadere motivering is niet noodzakelijk. 5.1.8.3 Conclusie Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

5.2 Waarden 5.2.1 Archeologie 5.2.1.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. 5.2.1.2 Analyse De voormalige gemeente Haaren heeft onderzoek verricht naar de archeologische verwachtingswaarden van de gronden binnen de gemeente. De resultaten zijn vertaald naar archeologische dubbelbestemmingen in de bestemmingsplannen voor de bebouwde kom en het buitengebied. Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden verplicht deze bestemming tot het uitvoeren van onderzoek voorafgaand aan bodemingrepen dieper dan 0,5 meter onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m². Hiervoor is een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden opgenomen. De bodemingrepen in dit plan die consequenties kunnen hebben voor de archeologische waarden in het gebied zijn de aanleg van een waterpartij, de bouw van een schuur, de aanleg van de tuin inclusief beplanting en aanleg pad en de bouw van de seizoensgebonden foliekas. Deze grondingrepen overschrijden de bepalingen van 100 m² en 0,50 meter onder maaiveld. Hierdoor zou voorafgaand onderzoek moeten plaatsvinden naar de aan- of afwezigheid van archeologische waarden.

Inmiddels zijn diverse werkzaamheden reeds uitgevoerd, zonder dat voorafgaand archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Hieronder vallen de aanleg van de waterpartij, het aanplanten van bomen, en het egaliseren en deels omwoelen van de tuin. De kleilaag die bij het uitgraven van de waterpartij vrijkwam, is gebruikt om het terrein voor de te bouwen schuur (200 m²) op te hogen. Tegelijkertijd lijkt op basis van de beelden van het Actueel Hoogtebestand Nederland sprake van ontgronding in het verleden. Dit feit in combinatie met de reeds plaats gevonden werkzaamheden maakt de kans op het (nog) aantreffen van archeologische resten in het plangebied klein. De in het huidige bestemmingsplan Kom Biezenmortel (2018) opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' kan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging komen te vervallen.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

27

Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij gemeente Tilburg (het bevoegde gezag). 5.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan. 5.2.2 Cultuurhistorie 5.2.2.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. 5.2.2.2 Analyse Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Het plan tast geen waardevolle elementen aan. 5.2.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan. 5.2.3 Natuurwaarden 5.2.3.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: <0000> gebiedsbescherming; <0000> soortenbescherming; <0000> bescherming van houtopstanden. 5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant.

Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Veel ruimtelijke ontwikkelingen hebben in meer of mindere mate een emissie van stikstof (in de vorm van NH3 of NOx) tot gevolg. Getoetst moet worden of deze emissie leidt tot een depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden. Hierbij moeten zowel de gebruiksfase als de bouw-/aanlegfase beoordeeld worden. De grenswaarde voor stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hectare/jaar. Voorliggend plan omvat geen nieuwe functies die leiden tot een toename van de emissie van stikstof tijdens het gebruik. Er is dan ook in de grebuiksfase geen toename van stikstofdepositie. In de bouw-/aanlegfase zal er bouwverkeer van en naar het plangebied rijden. Het gaat dan om een beperkte hoeveelheid verkeer gedurende een korte tijd. Middels de Aerius Calculator is de stikstofdepositie op natuurgebieden als gevolg van dit verkeer berekend. Daarbij is uitgegaan van één vrachtwagenbeweging per etmaal. Dat betekent maximaal 365 vrachtwagenbewegingen per jaar - al zullen deze bewegingen niet evenredig over het jaar plaatsvinden. De resultaten zijn opgenomen als bijlage 2. Hieruit volgt dat er zijn geen rekenresultaten hoger dan de grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar zijn. Het plan heeft geen negatief effect op natuurgebieden.

Soortenbescherming De landschapstuin wordt aangelegd op gronden die voorheen in gebruik waren als weide. Behoudens voor algemeen voorkomende soorten vormt de weide geen leefgebied voor beschermde soorten. Er is geen nader onderzoek nodig.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

28

Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. 5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.3 Water 5.3.1 Inleiding Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater). 5.3.2 Beleid In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen. 5.3.2.1 Nationaal niveau <0000> Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. 5.3.2.2 Provinciaal niveau <0000> Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021.

Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. 5.3.2.3 Waterschap De Dommel Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in: <0000> Het Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' is een strategisch document. Hierin wordt aangegeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. <0000>

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

29

2.

3.

Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.

<0000>

De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen: 1. afvoer uit het gebied; 2. oppervlaktewaterstanden; 3. overlast/schade; 4. grondwateraanvulling; 5. grondwaterstanden. 5.3.2.4 Gemeente Tilburg Het gemeentelijke waterbeleid is vastgelegd in het "Programma water en riolering 2020-2023". De strategie omtrent het omgaan met water - zowel afvalwater als hemelwater - is vervat in vier speerpunten: 1. waterrobuust en klimaatbestendig; 2. duurzaam en levenscyclusgericht; 3. integraal samenwerken; 4. participatie en communicatie. Voor wat betreft de verwerking van het hemelwater gaat de gemeente Tilburg in haar beleid uit van een bergingsopgave van 60 mm, ongeacht de toename van het verharde oppervlak. 5.3.3 Watersysteem 5.3.3.1 Bodem Er heeft geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem. Uit de bodemkaart (bron: www.bodemdata.nl) volgt dat ter plaatse sprake is van "zwak lemig fijn zand". De waterdoorlatendheid is redelijk.

5.3.3.2 Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan drie zijden begrensd door B-watergangen, zie de afbeelding in paragraaf 2.2. Het onderhoud van de watergangen moet worden uitgevoerd door de aangelanden. Het aanleggen en vrijhouden van een onderhoudspad is daarom niet verplicht. 5.3.3.3 Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied bedraagt 0,4 tot 0,8 meter onder maaiveld (bron: www.bodemdata.nl). De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bedraagt meer dan 1,20 meter onder maaiveld. 5.3.3.4 Waterschapsbelangen Ter plaatse van het plangebied spelen naast de genoemde watergangen nog twee waterschapsbelangen een rol: <0000> attentiezone waterhuishouding; <0000> waterbergingsgebied. Attentiezone waterhuishouding Voor het functioneren van natuurgebieden is het grondwaterpeil cruciaal. Bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen op korte afstand van natuurgebieden kunnen ook een negatief effect hebben op de grondwaterstand in natuurgebieden. Daartoe is middels de Interim Omgevingsverordening een Attentiezone waterhuishouding vastgelegd (zie paragraaf 4.2.2.2). Onderhavig plangebied ligt in deze attentiezone. Het plan omvat de aanleg van een waterpartij. Als deze waterpartij voldoet aan artikel 4 van de Algemene regels van de Keur dan treden er geen negatieve hydrologische effecten op in het nabijgelegen natuurgebied.

Nader hydrologisch onderzoek kan dan achterwege blijven. Voldoet de waterpartij niet aan de Algemene Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

30

regels, dan moet middels een hydrologisch onderzoek worden aangetoond dat er geen negatieve effecten optreden. De in artikel 4 van de Algemene regels luiden: 1. de poel een oppervlakte heeft van maximaal 5.000 m², en; 2. de poel niet dieper is dan de GLG en maximaal 1,20 meter diep, en; 3. de poel een taludhelling heeft van: a. aan de noordzijde minimaal 1:5; b. overige taludhellingen minimaal 1:3 Onderstaande afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van de waterpartij in noordzuidelijke richting.

ad 1. De oppervlakte van de waterpartij bedraagt 1.150 m², gemeten vanaf de insteek. De diepte van de waterpartij bedraagt 1,20 meter onder maaiveld. Omdat de GLG lager is dan 1,20 meter onder ad 2. maaiveld, wordt aan de gestelde voorwaarde voldaan. ad 3. In het ontwerp van de waterpartij zijn de voorgeschreven taludhellingen overgenomen. De waterpartij voldoet aan de Algemene regels van de Keur. Er is geen watervergunning nodig. Bovendien zal de waterpartij niet leiden tot negatieve effecten op de waterhuishouding in het nabijgelegen natuurgebied. Waterbergingsgebied Delen van het plangebied liggen binnen waterbergingsgebied, zoals vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening. In paragraaf 4.2.2.2 is een toetsing van het plan aan de regels ten aanzien van het waterbergingsgebied opgenomen. 5.3.4 Hemelwater 5.3.4.1 Verhard oppervlak Het plan leidt tot een beperkte toename van verhard oppervlak, namelijk 200 m² als gevolg van de bouw van de schuur. De tuinpaden zijn onverhard. 5.3.4.2 Berekening bergingscapaciteit Conform het gemeentelijke waterbeleid is een bergingsvoorziening met een capaciteit van ten minste (0,06 x 200 =) 12 m³ nodig. Het waterschap stelt geen (nadere) eisen, omdat de toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m² bedraagt. 5.3.4.3 Ontwerp bergingsvoorziening Het hemelwater vanaf de schuur afstromen naar de waterpartij.

In geval van de maatgevende bui leidt tot tot een extra waterstijging van (12 / 1150 =) 1 cm. 5.3.5 Afvalwater Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het vuile afvalwater zal op de bestaande riolering in de Capucijnenstraat geloosd worden. 5.3.6 Waterkwaliteit Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

31

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten 6.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit: <0000> de toelichting; <0000> de planregels; <0000> de verbeelding. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

6.2 Planregels De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangsregels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Gemengd (artikel 3) De bestemming 'Gemengd' is van toepassing op de bestaande woning, zorgboerderij en alle bijbehorende bouwwerken. Ten behoeve van de bouw van de schuur is een maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken opgenomen van 420 m². Groen (artikel 4) Een groot deel van de landschapstuin is in de bestemming 'Groen' opgenomen. Deze bestemming staat uitsluitend het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe. Waterstaat - Waterbergingsgebied (artikel 5) De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' bevat de regels ter bescherming/instandhouding van het regionaal waterbergingsgebied. Hoofdstuk 3 Algemene regels

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

32

Anti-dubbeltelregel (artikel 6) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels (artikel 7) Dit artikel bevat regels ten aanzien van ondergronds bouwen. Algemene aanduidingsregels (artikel 8) Dit artikel bevat de regels behorende bij de gebiedsaanduidingen 'overige zone - attentiegebied Natuur Netwerk Brabant' en 'overige zone - attentiegebied stiltegebied'. Algemene afwijkingsregels (artikel 9) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten en het gebruik voor aan huis verbonden bedrijvigheid. Algemene procedureregels (artikel 10) Dit artikel vermeldt dat de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing is. Overige regels (artikel 11) In dit artikel is vantoepassingverklaring van de nota "Parkeernormen Tilburg 2017' opgenomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 12) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is.

Slotregel (artikel 13) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

33

Hoofdstuk 7 Haalbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

7.1 Financieel Kostenverhaal Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet verplicht. Gemeentelijke grondexploitatie De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

7.2 Maatschappelijk 7.2.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer van het plan heeft in augustus 2020 een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag daarvan is als bijlage 4 bijgevoegd. 7.2.2 Formele procedure Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke formele procedure. De voorziene procedurestappen zijn: 1. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 2. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 3. Vaststelling door gemeenteraad 4. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan 7.2.2.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijke vooroverleg (3.1.1. Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan verzonden naar het waterschap 'De Dommel' en de provincie. Enkel de reactie van de provincie heeft geleid tot een aanpassing 7.2.3 Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 20 september tot en met 1 november. Tijdens deze periode is 1 zienswijze ingediend. In de Nota van zienswijzen (bijlage van het bestemmingsplan) wordt deze zienswijze zakelijk weergegeven, met daarbij het uiteindelijke standpunt van het gemeentebestuur.

Kom Biezenmortel 2018, 2e herziening (Capucijnenstraat 1c)

34

Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Inrichtingsplan Inrichtingsplan

Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'

Bijlage 4 Verslag omgevingsdialoog Verslag omgevingsdialoog

Bijlage 5 Vooroverlegreactie Provincie Vooroverlegreactie Provincie

Bijlage 6 Vooroverlegreactie waterschap Vooroverlegreactie waterschap

Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Inrichtingsplan Inrichtingsplan

Sneden van de poel, richting aanduiding op ontwerp

Snede "A1-A2" 0 cm -50 cm -120 cm

Snede "B1-B2"

Snede "C1-C2"

0 cm -50 cm -120 cm

0 cm -50 cm -120 cm

Maaiveld +0 cm Gemiddelde grondwaterstand -50 cm Maximale diepte -120 cm Talud hellingen van de poel; Aan de noord-zijde verhouding 1:5 Overige oevers verhouding 1:3

Y:\Diverse informatie ontwerp\Logo's voor renvooi\Beeldmerk_25% transparant_BG_2009_bijgesneden_renvooi.png

Opdrachtgever Adres Woonplaats

K. Vroessel Capucijnenstraat 1C 5074PE biezenmortel.

Projectomschrijving Projectnummer Fase Schaal Datum Getekend door

Aanleg tuin Ontwa10-01-001 Vergunning aanvraag Schaal A3 1:200 Januari 2019 Mark van Strijdhoven

Y:\Diverse informatie ontwerp\Logo's voor renvooi\Logo_BeterGroen_2009.png

Y:\Diverse informatie ontwerp\Logo's voor renvooi\Logo_BeterGroen_2009.png

t. 013-5114572 Mark van Strijdhoven info@betergroen.nl Kuil 27-01 www.betergroen.nl 5071 RH Udenhout

Deze tekening blijft eigendom van beter groen b.v. en mag niet zonder toestemming worden gekopieerd, door derden ter inzage worden gegeven of ( delen ervan ) worden uitgevoerd.

Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek Stikstofdepositie-onderzoek

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RqEAWXfV4BQb (13 december 2019) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Bureau Verkuylen

Capucijnenstraat 1C, 5074PE Biezenmortel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

14018095

RqEAWXfV4BQb

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

13 december 2019, 08:58

2019

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanleg landschapstuin met bouw loods

Situatie 1

RqEAWXfV4BQb (13 december 2019) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Verkeer bouw-/aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RqEAWXfV4BQb (13 december 2019) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Verkeer bouw-/aanlegfase 140549, 404548 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RqEAWXfV4BQb (13 december 2019) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Resultaten

Situatie 1

RqEAWXfV4BQb (13 december 2019) pagina 5/5

Bijlage 3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'

Parkeernormen Tilburg 2017 Gemeente Tilburg

November 2017

Auteurs:

John Swaans / Rogier Kuypers (Ruimte)

Datum:

8 november 2017

Inhoudsopgave 1.

Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg

3

1.1

Gemeentelijke kijk op parkeernormering

3

1.2

Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016

3

2.

Vaststellen parkeerbehoefte

4

2.1

Parkeernormen

4

2.2

Berekening parkeerbehoefte

4

2.3

Beïnvloeden parkeerbehoefte

6

2.4

Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling

7

2.5

Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets

7

3.

Vaststellen van de parkeereis

8

3.1

Voldoen aan de parkeereis

8

3.2

Vrijstelling parkeereis

9

3.3

Afkoopregeling

10

3.4

Afwijken van de parkeereis

11

4.

Uitvoeringsregels

12

4.1

Acceptabele loopafstanden

12

4.2

Afmetingen parkeerplaatsen

12

4.3

Waarborgen gebruik parkeervoorziening

12

4.4

Registratie parkeren op eigen terrein

12

5.

Juridisch-planologische inbedding

14

5.1

Bestemmingsplan

14

5.2

Inwerkingtreding

14

Bijlage1: Parkeernormen

15

Bijlage2: Zone-indeling parkeernormen

18

Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis

19

Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017

20

1. Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg 1.1 Gemeentelijke kijk op parkeernormering Parkeerdruk en -overlast in de openbare ruimte leidt tot leefbaarheidsproblemen in een straat. Met deze nota Parkeernormen stuurt de gemeente Tilburg op de leefbaarheid en het gebruik van de openbare ruimte voor parkeren en hebben we als gemeente een middel in handen om bij nieuwe ontwikkelingen toekomstige parkeeroverlast te voorkomen. Het doel bij parkeernormen is ervoor te zorgen dat een nieuwe (her)ontwikkeling niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Het basisprincipe is dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, tenzij er mogelijkheden zijn om hiervan af te wijken waarbij geen parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat. De Nota Parkeernormen 2017 speelt in op deze mogelijkheden. De focus is verschoven van de normen zelf en naar de wijze waarop we omgaan met de normen. Er wordt meer aandacht besteed aan een flexibele invulling van de parkeerbehoefte zoals het benutten van bestaande capaciteit en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door het bieden van aantrekkelijke mobiliteitsarrangementen, deelauto’s of goede fietsfaciliteiten.

1.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn:   

Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROWrichtlijn te hanteren; In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2. Vaststellen parkeerbehoefte 2.1 Parkeernormen De parkeernorm wordt beschouwd als een getal dat een zo goed mogelijke inschatting geeft van de te verwachte parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling. De Tilburgse parkeernorm is afgeleid van de parkeerkencijfers van het Kennisplatform CROW zoals deze beschikbaar zijn via de CROW Kennisbank bij de "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Bij het hanteren van de parkeernormen gaan wij uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Met het uitgangspunt om uit te gaan van een minimale parkeerbehoefte voorkomen wij dat parkeren een onnodige druk op een bouwplan legt. Niet meer dan minimaal noodzakelijk. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer parkeerplaatsen te realiseren. De parkeernorm is inclusief het parkeren van de bezoekers van de functie. Het ‘aandeel bezoek’ geeft het deel van de norm aan dat beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernormen. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, hebben wij ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen.

Wanneer een specifieke functie niet voor komt in deze nota stelt de gemeente, gebaseerd op de kencijfers van het CROW of ervaringscijfers bij andere gemeenten, naar redelijkheid een parkeernorm vast. In bijlage 1 zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen per functie voor verschillende zones in Tilburg weergegeven.

2.2 Berekening parkeerbehoefte 2.2.1 Rekenen met dubbelgebruik De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige situaties vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval dient gekeken te worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is soms dubbelgebruik met andere functies te realiseren, hetgeen uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende beoogde doelgroepen. Bij het rekenen met dubbelgebruik dient de vindbaarheid van de parkeerlocatie en de maximaal acceptabele loopafstanden voor de verschillende doelgroepen in acht te worden genomen.

4

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/etc. sociaal medisch: arts/maatschap/terapheut/consultatiebureau verpleeg/verzorgingstehuis/aanleuningwoning ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

werkdag werkdag werkdag koopochtend middag avond avond 50% 50% 90% 80% 10% 20% 80% 70% 100% 100% 5% 5% 100% 100% 50% 75% 30% 60% 10% 75% 30% 60% 70% 80% 30% 60% 40% 80% 50% 50% 100% 100% 25% 25% 50% 50% 5% 25% 90% 90% 100% 75% 10% 10%

werkdag zaterdag zaterdag zondagnacht middag avond middag 100% 60% 80% 70% 0% 60% 100% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 0% 100% 0% 30% 0% 100% 40% 30% 0% 100% 100% 75% 0% 100% 25% 100% 0% 40% 100% 40% 0% 10% 10% 10%

50%

50%

100%

100%

25%

100%

100%

100%

60% 75% 100% 0%

100% 100% 100% 0%

60% 40% 0% 100%

60% 40% 0% 100%

5% 25% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

TABEL 1. AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES VOOR HET VASTSTELLEN VAN DUBBELGEBRUIK

In bovenstaande tabel is een overzicht met aanwezigheidspercentages over de specifieke delen van de week opgenomen voor in deze nota voorkomende functies. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid van de richtlijnen van het CROW en worden toegepast in de parkeerbalans. De gemeente stuurt op het beschikbaar zijn en openbaar toegankelijk houden van parkeerplaatsen voor dubbelgebruik voor de verschillende doelgroepen. Bijzondere of lokale omstandigheden kunnen ertoe leiden dat voor specifieke projecten maatwerk moet worden toegepast. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.

2.2.2 Rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk is gebleken dat een deel van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt. Dit leidt ertoe dat auto’s van bewoners op de openbare weg worden geparkeerd op plaatsen die voor bezoekers bestemd zijn. De gemeente hanteert bij een ontwikkeling groter dan 10 woningen de correctiefactoren voor parkeerplaatsen op eigen terrein zoals opgenomen in de volgende tabel.

Parkeervoorzieningen

Theoretisch aantal

Berekenings- Opmerkingen aantal

Enkele oprit zonder garage

1 of 2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garage met enkele oprit

2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garagebox (niet bij woning)

1

0,7

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,5

Dubbele oprit met of zonder garage

2–4

2,0

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

oprit min. 4,5 meter breed

TABEL 2. CORRECTIEFACTOR BIJ PARKEERPLAATSEN OP EIGEN TERREIN

5

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.2.3 Regeling 'oud voor nieuw' Bij functiewijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, wordt op basis van de parkeernormen de parkeerbehoefte berekend. Daarbij hoeft niet gecompenseerd te worden voor een eventueel parkeertekort uit het verleden. Ook hier blijft het uitgangspunt dat door de bouwontwikkeling de parkeerdruk op het maatgevende moment in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed. Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is. Het betreft een normatieve vergelijking die op het maatgevende moment van de week het verschil in parkeerbehoefte tussen de oude en nieuwe functie inzichtelijk maakt. De voorwaarde om deze verrekensystematiek toe te passen is dat de bestaande of voorgaande functie tenminste 5 jaar geleden nog actief is geweest, waarbij de meest recente actieve functie leidend is.

2.3 Beïnvloeden parkeerbehoefte Er zijn mogelijkheden om de behoefte naar parkeren te beïnvloeden door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijze. Door het bieden van vervoersalternatieven wordt het autobezit en/of het autogebruik beïnvloed, wat zijn effect heeft op de parkeerbehoefte. Voorbeelden zijn zoals door de inzet van mobiliteitsmaatregelen bij bedrijven, het bieden van "Mobility as a Service"-concepten of door parkeerregulering (betaald parkeren) sturen op het autobezit en -gebruik. Enkele voorbeelden die effect hebben op het autobezit en autogebruik worden hieronder genoemd.

2.3.1 Sturen door regulering Op een aantal plekken In en rondom het centrum van Tilburg geldt parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren in combinatie met parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven. Hierdoor parkeren doelgroepen op de juiste plaats. Met de uitgifte van vergunningen aan bewoners en bedrijven heeft de gemeente een middel in handen om te sturen in het gebruik van de openbare parkeerruimte. Er zijn restricties op het verkrijgen van vergunningen. Op deze manier is het mogelijk om de omgeving te beschermen tegen parkeeroverlast. Zie hiervoor de nulvergunningregeling in paragraaf 3.2.3.

2.3.2 Woningbouw: Mobility as a Service Mobility as a Service staat voor een mobiliteitsconcept, waarbij de consument mobiliteit inkoopt, in plaats van te investeren in transportmiddelen. Een essentiële verandering hierin is het concept van denken in service levels. Nieuwe services zullen een combinatie vormen tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer en privé voertuigen. Steeds vaker worden "Mobility as a Service"-concepten ingezet bij woningbouwprojecten. Het inzetten van bijvoorbeeld deelauto's of zelfs deelscooters bij een (grootschalig) appartementencomplex is van invloed op het autobezit en daarmee de parkeerbehoefte. Op dit moment is het nog onduidelijk welk effect deze "Mobility as a Service"-concepten hebben op het autobezit onder toekomstige bewoners. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer te onderbouwen op welke wijze deze "Mobility as a Service"- concepten worden ingezet en welk verwacht effect dit heeft op de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

6

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.3.3 Bedrijven: mobiliteitsplannen Door het bieden en stimuleren van alternatieve vervoerwijzen beïnvloeden we het mobiliteitsgedrag van medewerkers en kan de parkeerbehoefte worden beperkt. Te denken valt aan: -

Inzetten op stimuleren fiets, lopen en/of het openbaar vervoer;

-

Samenwerken met andere werkgevers op het gebied van de mobiliteit van medewerkers (community);

-

Inzetten op poolauto's/deelauto's, carsharing door medewerkers.

Een uitgewerkt, onderbouwd en uitvoerbaar mobiliteitsplan kan van invloed zijn op de uiteindelijk benodigde parkeerbehoefte en kan dus leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte. In het mobiliteitsplan dient onderbouwd te worden hoe de maatregel van invloed is op het autogebruik en wat dit betekent voor de berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernorm. Een dergelijk mobiliteitsplan maakt vervolgens onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

2.4 Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling Grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente vragen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. Bij dergelijke grote ontwikkelingen geven de parkeernormen een bestguess van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij deze ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) een parkeervisie voor het betreffende gebied worden opgesteld welke als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Indien een dergelijke visie de goedkeuring van het stadsbestuur heeft gekregen, worden aanvragen van een omgevingsvergunning niet aan deze nota, maar op basis van deze parkeervisie getoetst. Het uitgangspunt in dergelijke gebiedsontwikkelingen blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag. Dit vereist afspraken over hoe bij deze ontwikkelingen op een gebiedsgerichte manier met het parkeervraagstuk wordt omgegaan. De Spoorzone is een voorbeeld van hoe de gebiedsgerichte parkeeroplossing tot stand kan komen bij een grote gebiedsontwikkeling.

2.5 Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. . Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien.

7

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

3. Vaststellen van de parkeereis De parkeereis wordt vastgesteld op basis van de berekende parkeerbehoefte, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. Enkele standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine ontwikkelingen en ontwikkelingen in de binnenstad. Bij bouwontwikkelingen waarbij bestaande parkeercapaciteit verloren gaat moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd. Dit geldt zowel voor capaciteit op eigen terrein als in openbaar gebied. Het verlies aan parkeercapaciteit moet binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving.

3.1 Voldoen aan de parkeereis Het basisprincipe is dat een ontwikkeling in de parkeereis voorziet op eigen terrein. Wanneer niet (volledig) aan dit basisprincipe kan worden voldaan, moet de initiatiefnemer aantonen waarom realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is. In dat geval dient te worden bezien of een aanpassing van het bouwplan of mogelijk andere oplossingen kunnen leiden tot het wel voldoen aan de parkeereis op eigen terrein. In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet de initiatiefnemer aangegeven hoe dit gebeurt.

a. Alternatieve private parkeeroplossing De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan worden aangewend. Hierbij vragen wij een overeenkomst voor het gebruik van de private parkeervoorziening voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling.

b. Benutten restcapaciteit omgeving Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan is het mogelijk te onderzoeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is voor de (resterende) parkeerbehoefte. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. Van belang is dat hierbij niet alleen gekeken wordt naar de parkeerbehoefte van de bouwontwikkeling op de verschillende momenten van de week, maar dat tevens helder is wat de structurele beschikbare restcapaciteit in de omgeving is op de verschillende momenten van de week. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau.

8

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

3.2 Vrijstelling parkeereis 3.2.1

Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen

Voor kleine bouwontwikkelingen in Tilburg wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Onder kleine bouwontwikkelingen wordt verstaan ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen. Indien de (toename van de) parkeerbehoefte bij een bouwontwikkeling niet meer dan 3 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevend moment volgt geen parkeereis. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Indien dit wordt besloten kan sprake zijn van plaatsing op de nulvergunningenlijst (paragraaf 3.2.3).

3.2.2

Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad

De binnenstad van Tilburg heeft een ruim aanbod aan collectieve gemeentelijke en private parkeergarages. Deze parkeergarages zijn bedoeld voor het faciliteren van de bezoekers aan de binnenstad en bewoners en bedrijven uit de binnenstad. Deze garages hebben op dit moment voldoende restcapaciteit en die zetten wij in om een extra parkeerbehoefte op te vangen. Daarom stellen wij geen parkeereis voor het bezoekersparkeren bij toekomstige ontwikkelingen binnen de ‘invloedssfeer’ van de openbare parkeergarage. Deze parkeervoorzieningen zijn beschikbaar voor de bezoekers wanneer de loopafstanden naar de eindbestemming acceptabel zijn. Voor wat betreft de vrijstellingsregel voor bezoekersparkeren hanteren wij een maximale loopafstand, uitgedrukt in een straal van 250 meter rondom de openbare parkeergarages. Deze vrijstellingsregel is mogelijk omdat: -

door het faciliteren van het bezoekersparkeren in de collectieve en makkelijk vindbare openbare parkeergarages wordt voorkomen dat het parkeeraanbod voor bezoekers van Tilburg versnipperd raakt, waardoor onduidelijkheid voor de bezoeker en daardoor (onnodig) zoekverkeer ontstaat.

-

het leidt tot een betere bezetting van de parkeergarages (benutten bestaande restcapaciteit);

-

bij bezoekersparkeren eenvoudig dubbelgebruik is te realiseren (flexibel en geen plaatsgarantie), het leidt tot het benutten van restcapaciteit en een betere exploitatie van de parkeergarages.

De restcapaciteit in de gemeentelijke parkeervoorzieningen wordt jaarlijks met behulp van de parkeerbalans voor de binnenstad geëvalueerd. Deze vrijstelling is daarom van toepassing zolang uit deze parkeerbalans blijkt dat de parkeerdruk in de gebouwde voorzieningen op een acceptabel niveau blijft.

9

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

AFBEELDING 3. INVLOEDSFEER OPENBARE PARKEERGARAGES BINNEN GEREGULEERD GEBIED (PER MEDIO 2017).

3.2.3

Nulvergunningregeling in gereguleerd gebied

Soms geven initiatiefnemers aan dat zij functies (zoals woningen) realiseren voor een doelgroep die geen of nauwelijks autobezit heeft. De parkeereis zet de haalbaarheid van sommige gewenste ontwikkeling onder druk en leidt in deze gevallen tot ongebruikte parkeerplaatsen. Om meer flexibiliteit te bieden in de parkeeroplossing kan in het gereguleerde gebied gebruik worden gemaakt van de "nulvergunningregeling". Dit betekent dat toekomstige gebruikers (en/of hun bezoekers) worden uitgesloten van het verkrijgen van parkeervergunningen. In lijn met de centrale gedachte wordt daarmee voorkomen dat de parkeerbehoefte van nieuwe ontwikkelingen wordt afgewenteld op de omgeving. Deze nulvergunningregeling kan alleen van toepassing zijn in gereguleerd gebied omdat het parkeren in die zone (Zone A) gereguleerd is. (zie bijlage 2: zone-indeling parkeernormen). In die zone is de keuze aan de initiatiefnemer om de ontwikkeling doorgang te laten vinden met of zonder (voldoende) parkeergelegenheid op eigen terrein. Voor woonfuncties biedt dit uiteindelijke kopers de mogelijkheid tussen een goedkopere woning zonder parkeerplaats of een duurdere woning met (gebouwde) parkeerplaats. Dergelijke bouwontwikkelingen worden geplaatst op de nulvergunninglijst en hebben vrijstelling van het voorzien in (voldoende) parkeerplaatsen op eigen terrein.

3.3 Afkoopregeling Er zijn ontwikkelingen denkbaar waarbij het niet mogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en waar geen beschikbaar alternatief in de omgeving kan worden gevonden. Dan zal de parkeervraag moeten worden opgelost in een nog te realiseren openbare parkeervoorziening. Dit kan in het openbaar gebied zijn of in een gebouwde parkeervoorziening, al dan niet door de gemeente geëxploiteerd.

10

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

Indien een bouwplan niet in de parkeereis voorziet en er geen alternatieve mogelijkheden in de omgeving zijn betaalt de initiatiefnemer voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente. De hoogte van het afkoopbedrag is vergelijkbaar met de gemiddelde kosten van het realiseren van een parkeerplaats op maaiveld of in een gebouwde voorziening. Dit is afhankelijk van de betreffende zone waarin het bouwplan wordt gerealiseerd en of het een maatschappelijke of commerciële ontwikkeling betreft. Het tarief voor afkoop wordt jaarlijks vastgesteld in het Tarievenbesluit. De tariefsopbouw voor afkoop is weergegeven in de volgende tabel. Parkeerzone Tarief

Indicatie (prijspeil 2018) Maatschappelijk

Commercieel

Basis van het afkoopbedrag

Zone A

Hoog

€ 10.000

€ 15.000

Uitgaande van een mix van de realisatiekosten van een gebouwde parkeervoorziening (onder- en bovengronds).

Zone B

Middel € 5.000

€ 7.500

Uitgaande van een mix van een gebouwde parkeervoorziening en een maaiveldterrein.

Zone C en D

Laag

€ 4.000

Uitgaande van parkeerplaatsen op terreinen en op straat

€ 2.000

TABEL 4. BEDRAGEN AFKOOPREGELING VOOR MAATSCHAPPELIJKE EN COMMERCIËLE BOUWPROJECTEN. (PRIJSPEIL 2018)

De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de tarieven voor de afkoopregeling gelden volgens commerciële bouwprojecten tenzij door de initiatiefnemer gemotiveerd wordt aangetoond dat er sprake is van een maatschappelijke bouwproject met een openbaar belang en zonder winstoogmerk. De afkoop vindt eenmalig plaats bij het verlenen van de omgevingsvergunning van het betreffende bouwplan. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Uit jurisprudentie blijkt dat voldoende aannemelijk dient te worden gemaakt dat het afkoopbedrag ook daadwerkelijk wordt aangewend om te voorzien in een oplossing voor het betreffende bouwplan. Dit betekent dat indien er sprake is van afkoop, er gezocht wordt naar passende oplossingen voor het bouwplan. Daarbij valt te denken aan het realiseren van extra parkeerplaatsen, het voor openbaar gebruik beschikbaar maken van afgesloten terreinen, het realiseren van fietsenstallingen of het geschikt maken van terreinen voor Park & Ride.

3.4 Afwijken van de parkeereis Afwijken van de parkeereis kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis of afwijken van de tarieven volgens de afkoopregeling ligt bij het college.

11

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

4. Uitvoeringsregels 4.1 Acceptabele loopafstanden Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden zoals weergegeven in tabel 5. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges en wordt medebepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Maximaal acceptabele loopafstanden

Functie

Binnenstad

Buiten de binnenstad

250 - 300 meter

100 - 200 meter

(winkels, vrijetijdsvoorzieningen, zorgvoorzieningen, onderwijsinstellingen, etc.)

250 - 600 meter

100 - 250 meter

Werknemers

250 - 800 meter

250 - 800 meter

Wonen Bezoekers functies

TABEL 5. MAXIMAAL ACCEPTABELE LOOPAFSTANDEN PARKEERVOORZIENINGEN

Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen van het CROW. Vanwege de verdichting van steden en de hierdoor steeds schaarser wordende ruimte zal in de binnenstad een grotere loopafstand moeten worden geaccepteerd. De gemeente gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. Hoe groter de maximale loopafstand des te meer flexibiliteit in het vinden van een geschikte parkeeroplossing.

4.2 Afmetingen parkeerplaatsen Bij de beoordeling of een te realiseren parkeerplaats voldoet aan de gestelde parkeernormen wordt de NEN-richtlijn (NEN-2443) en de richtlijnen opgenomen in de CROW Kennisbank in ASVV 2012, als toetsingskaders voor de minimale afmetingen gehanteerd. Alleen die parkeerplaatsen die voldoen aan deze richtlijnen worden bij toetsing van de vergunningaanvragen door de gemeente overgenomen.

4.3 Waarborgen gebruik parkeervoorziening Parkeervoorzieningen dienen te worden gebruikt door de beoogde doelgroep. Parkeerplaatsen voor bezoekers van functies dienen toegankelijk te zijn, bij voorkeur niet afgesloten van de openbare weg.

4.4 Registratie parkeren op eigen terrein Voor nieuwbouwontwikkelingen dat zij (in de basis) moeten voorzien in parkeren op eigen terrein. Om het gebruik van het parkeren op eigen terrein1 af te dwingen en daardoor extra 1

Het betreft hier functies die beschikken over een collectieve parkeervoorziening. Immers wordt bij

12

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

parkeerdruk in de omgeving te voorkomen, geldt dat nieuwe bouwontwikkelingen met parkeren op eigen terrein op de nulvergunningenlijst worden geplaatst. Dit geldt ook voor ontwikkelingen waar op dit moment nog geen parkeerregulering (betaald parkeren) in de omgeving geldt. Op het moment dat parkeerregulering wordt ingevoerd, komen gebruikers niet in aanmerking voor een vergunning. Zij worden geacht de parkeervoorziening te gebruiken die bij die functie hoort. Dit betekent dat (toekomstige) gebruikers van de functie worden uitgesloten van vergunningen. Uitgezonderd zijn de bouwontwikkelingen waar beschikbare restcapaciteit in de omgeving wordt benut voor het voldoen aan de parkeereis (paragraaf 3.1b).

parkeren op eigen terrein (oprijlaan, garagebox, e.d.) er al rekening mee gehouden dat een deel van de parkeerbehoefte wordt opgelost in het openbaar gebied.

13

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

5. Juridisch-planologische inbedding 5.1 Bestemmingsplan Voor de juridisch borging van de parkeernormen wordt vanuit de bestemmingsplannen verwezen naar de Nota Parkeernormen 2017 en wijzigingen daarvan in de toekomst (dynamische verwijzing). Voor het parkeren wordt een paraplubestemmingsplan opgesteld. Dit paraplubestemmingsplan komt dan in principe over alle nu geldende bestemmingsplan heen te liggen. In nieuwe bestemmingsplannen wordt vervolgens óf exact dezelfde regeling opgenomen als in het paraplubestemmingsplan óf juist een specifieke regeling voor dat plangebied. Vanuit het (paraplu)bestemmingsplan wordt een dynamische verwijzing opgenomen naar de Nota Parkeernormen. Het grote voordeel hiervan is dat bij een toekomstige wijziging in de parkeernormering het niet nodig is om ieder bestemmingsplan te herzien of om een nieuw paraplubestemmingsplan te maken. Naar verwachting zal in 2021 de nieuwe Omgevingswet in werking treden. Op basis van deze wet bereiden wij een omgevingsplan voor de gehele gemeente voor, die alle bestemmingsplannen vervangt. In het kader van dit omgevingsplan zal het mogelijk zijn om voor het grondgebied van de gemeente parkeereisen te stellen en vervalt deze Nota Parkeernormen als aanvullend kader doordat deze integraal in het omgevingsplan is opgenomen.

5.2 Inwerkingtreding Na publicatie treedt deze beleidsregel in werking en is deze toepasbaar voor bouwplannen passend in bestemmingsplannen waarin verwezen wordt naar deze nota Parkeernormen en voor bouwplannen passend in de bestemmingsplannen waarin een dynamische parkeerverwijzing is opgenomen. Voor bouwplannen passend in overige bestemmingsplannen zijn de parkeernormen uit deze Nota Parkeernormen van toepassing op het moment dat het paraplubestemmingsplan Parkeren in werking treedt.

14

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

Bijlage1: Parkeernormen A. Hoofdgroep wonen Hoofdgroep Wonen

Zone

Zone

Zone

Zone Eenheid

A 1,1

B 1,3

C 1,7

D 1,8

per woning

0,3

1,0

1,2

1,6

1,6

per woning

0,3

0,9

1,1

1,4

1,5

per woning

0,3

0,8

0,8

0,8

0,8

per woning

0,3

0,9

1,1

1,25

1,25

per woning

0,3

Serviceflat/aanleunwoning

0,3

0,8

0,9

1,0

per woning

0,2

Wooneenheid <35 m² bvo zelfstandig wonen Wooneenheid <35 m² bvo voor niet zelfstandig wonen Beschermde woonvorm/ verpleeg- en verzorgingstehuis

0,5

0,5

0,6

0,6

per wooneenheid

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

per wooneenheid

0,2

0,5

0,5

0,5

0,5

per wooneenheid

0,3

Grondgebonden woning of appartement (duur) > 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement (midden) 70 - 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement(goedkoop) <70 m² bvo Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)* Sociale woningbouw (grondgebonden woningen sociale huur)*

Bezoekers- Opmerkingen aandeel

Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen bijvoorbeeld kamerverhuur of studio's bijvoorbeeld studentenwoningen

* De parkeernormen voor sociale woningbouw zijn gebaseerd op een gezamenlijk onderzoek van de drie woningcorporaties Tiwos, TBV Wonen en WonenBreburg (Parkeerbehoefte sociale huurwoningen Tilburg, Tiwos, Wonenbreburg, TBV Wonen, juli 2017). B. Hoofdgroep werken Hoofdgroep Werken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11097755/1