06 Toelichting BP Oude Stad Noordwest 2016, 3e herz
Tekst van het document
6
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
2.3.3 Bedrijven: mobiliteitsplannen Door het bieden en stimuleren van alternatieve vervoerwijzen beïnvloeden we het mobiliteitsgedrag van medewerkers en kan de parkeerbehoefte worden beperkt. Te denken valt aan: -
Inzetten op stimuleren fiets, lopen en/of het openbaar vervoer;
-
Samenwerken met andere werkgevers op het gebied van de mobiliteit van medewerkers (community);
-
Inzetten op poolauto's/deelauto's, carsharing door medewerkers.
Een uitgewerkt, onderbouwd en uitvoerbaar mobiliteitsplan kan van invloed zijn op de uiteindelijk benodigde parkeerbehoefte en kan dus leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte. In het mobiliteitsplan dient onderbouwd te worden hoe de maatregel van invloed is op het autogebruik en wat dit betekent voor de berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernorm. Een dergelijk mobiliteitsplan maakt vervolgens onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.
2.4 Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling Grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente vragen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. Bij dergelijke grote ontwikkelingen geven de parkeernormen een bestguess van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij deze ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) een parkeervisie voor het betreffende gebied worden opgesteld welke als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Indien een dergelijke visie de goedkeuring van het stadsbestuur heeft gekregen, worden aanvragen van een omgevingsvergunning niet aan deze nota, maar op basis van deze parkeervisie getoetst. Het uitgangspunt in dergelijke gebiedsontwikkelingen blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag. Dit vereist afspraken over hoe bij deze ontwikkelingen op een gebiedsgerichte manier met het parkeervraagstuk wordt omgegaan. De Spoorzone is een voorbeeld van hoe de gebiedsgerichte parkeeroplossing tot stand kan komen bij een grote gebiedsontwikkeling.
2.5 Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. . Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien.
7
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
3. Vaststellen van de parkeereis De parkeereis wordt vastgesteld op basis van de berekende parkeerbehoefte, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. Enkele standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine ontwikkelingen en ontwikkelingen in de binnenstad. Bij bouwontwikkelingen waarbij bestaande parkeercapaciteit verloren gaat moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd. Dit geldt zowel voor capaciteit op eigen terrein als in openbaar gebied. Het verlies aan parkeercapaciteit moet binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving.
3.1 Voldoen aan de parkeereis Het basisprincipe is dat een ontwikkeling in de parkeereis voorziet op eigen terrein. Wanneer niet (volledig) aan dit basisprincipe kan worden voldaan, moet de initiatiefnemer aantonen waarom realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is. In dat geval dient te worden bezien of een aanpassing van het bouwplan of mogelijk andere oplossingen kunnen leiden tot het wel voldoen aan de parkeereis op eigen terrein. In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet de initiatiefnemer aangegeven hoe dit gebeurt.
a. Alternatieve private parkeeroplossing De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan worden aangewend. Hierbij vragen wij een overeenkomst voor het gebruik van de private parkeervoorziening voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling.
b. Benutten restcapaciteit omgeving Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan is het mogelijk te onderzoeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is voor de (resterende) parkeerbehoefte. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. Van belang is dat hierbij niet alleen gekeken wordt naar de parkeerbehoefte van de bouwontwikkeling op de verschillende momenten van de week, maar dat tevens helder is wat de structurele beschikbare restcapaciteit in de omgeving is op de verschillende momenten van de week. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau.
8
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
3.2 Vrijstelling parkeereis 3.2.1
Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen
Voor kleine bouwontwikkelingen in Tilburg wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Onder kleine bouwontwikkelingen wordt verstaan ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen. Indien de (toename van de) parkeerbehoefte bij een bouwontwikkeling niet meer dan 3 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevend moment volgt geen parkeereis. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Indien dit wordt besloten kan sprake zijn van plaatsing op de nulvergunningenlijst (paragraaf 3.2.3).
3.2.2
Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad
De binnenstad van Tilburg heeft een ruim aanbod aan collectieve gemeentelijke en private parkeergarages. Deze parkeergarages zijn bedoeld voor het faciliteren van de bezoekers aan de binnenstad en bewoners en bedrijven uit de binnenstad. Deze garages hebben op dit moment voldoende restcapaciteit en die zetten wij in om een extra parkeerbehoefte op te vangen. Daarom stellen wij geen parkeereis voor het bezoekersparkeren bij toekomstige ontwikkelingen binnen de ‘invloedssfeer’ van de openbare parkeergarage. Deze parkeervoorzieningen zijn beschikbaar voor de bezoekers wanneer de loopafstanden naar de eindbestemming acceptabel zijn. Voor wat betreft de vrijstellingsregel voor bezoekersparkeren hanteren wij een maximale loopafstand, uitgedrukt in een straal van 250 meter rondom de openbare parkeergarages. Deze vrijstellingsregel is mogelijk omdat: -
door het faciliteren van het bezoekersparkeren in de collectieve en makkelijk vindbare openbare parkeergarages wordt voorkomen dat het parkeeraanbod voor bezoekers van Tilburg versnipperd raakt, waardoor onduidelijkheid voor de bezoeker en daardoor (onnodig) zoekverkeer ontstaat.
-
het leidt tot een betere bezetting van de parkeergarages (benutten bestaande restcapaciteit);
-
bij bezoekersparkeren eenvoudig dubbelgebruik is te realiseren (flexibel en geen plaatsgarantie), het leidt tot het benutten van restcapaciteit en een betere exploitatie van de parkeergarages.
De restcapaciteit in de gemeentelijke parkeervoorzieningen wordt jaarlijks met behulp van de parkeerbalans voor de binnenstad geëvalueerd. Deze vrijstelling is daarom van toepassing zolang uit deze parkeerbalans blijkt dat de parkeerdruk in de gebouwde voorzieningen op een acceptabel niveau blijft.
9
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
AFBEELDING 3. INVLOEDSFEER OPENBARE PARKEERGARAGES BINNEN GEREGULEERD GEBIED (PER MEDIO 2017).
3.2.3
Nulvergunningregeling in gereguleerd gebied
Soms geven initiatiefnemers aan dat zij functies (zoals woningen) realiseren voor een doelgroep die geen of nauwelijks autobezit heeft. De parkeereis zet de haalbaarheid van sommige gewenste ontwikkeling onder druk en leidt in deze gevallen tot ongebruikte parkeerplaatsen. Om meer flexibiliteit te bieden in de parkeeroplossing kan in het gereguleerde gebied gebruik worden gemaakt van de "nulvergunningregeling". Dit betekent dat toekomstige gebruikers (en/of hun bezoekers) worden uitgesloten van het verkrijgen van parkeervergunningen. In lijn met de centrale gedachte wordt daarmee voorkomen dat de parkeerbehoefte van nieuwe ontwikkelingen wordt afgewenteld op de omgeving. Deze nulvergunningregeling kan alleen van toepassing zijn in gereguleerd gebied omdat het parkeren in die zone (Zone A) gereguleerd is. (zie bijlage 2: zone-indeling parkeernormen). In die zone is de keuze aan de initiatiefnemer om de ontwikkeling doorgang te laten vinden met of zonder (voldoende) parkeergelegenheid op eigen terrein. Voor woonfuncties biedt dit uiteindelijke kopers de mogelijkheid tussen een goedkopere woning zonder parkeerplaats of een duurdere woning met (gebouwde) parkeerplaats. Dergelijke bouwontwikkelingen worden geplaatst op de nulvergunninglijst en hebben vrijstelling van het voorzien in (voldoende) parkeerplaatsen op eigen terrein.
3.3 Afkoopregeling Er zijn ontwikkelingen denkbaar waarbij het niet mogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en waar geen beschikbaar alternatief in de omgeving kan worden gevonden. Dan zal de parkeervraag moeten worden opgelost in een nog te realiseren openbare parkeervoorziening. Dit kan in het openbaar gebied zijn of in een gebouwde parkeervoorziening, al dan niet door de gemeente geëxploiteerd.
10
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Indien een bouwplan niet in de parkeereis voorziet en er geen alternatieve mogelijkheden in de omgeving zijn betaalt de initiatiefnemer voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente. De hoogte van het afkoopbedrag is vergelijkbaar met de gemiddelde kosten van het realiseren van een parkeerplaats op maaiveld of in een gebouwde voorziening. Dit is afhankelijk van de betreffende zone waarin het bouwplan wordt gerealiseerd en of het een maatschappelijke of commerciële ontwikkeling betreft. Het tarief voor afkoop wordt jaarlijks vastgesteld in het Tarievenbesluit. De tariefsopbouw voor afkoop is weergegeven in de volgende tabel. Parkeerzone Tarief
Indicatie (prijspeil 2018) Maatschappelijk
Commercieel
Basis van het afkoopbedrag
Zone A
Hoog
€ 10.000
€ 15.000
Uitgaande van een mix van de realisatiekosten van een gebouwde parkeervoorziening (onder- en bovengronds).
Zone B
Middel € 5.000
€ 7.500
Uitgaande van een mix van een gebouwde parkeervoorziening en een maaiveldterrein.
Zone C en D
Laag
€ 4.000
Uitgaande van parkeerplaatsen op terreinen en op straat
€ 2.000
TABEL 4. BEDRAGEN AFKOOPREGELING VOOR MAATSCHAPPELIJKE EN COMMERCIËLE BOUWPROJECTEN. (PRIJSPEIL 2018)
De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de tarieven voor de afkoopregeling gelden volgens commerciële bouwprojecten tenzij door de initiatiefnemer gemotiveerd wordt aangetoond dat er sprake is van een maatschappelijke bouwproject met een openbaar belang en zonder winstoogmerk. De afkoop vindt eenmalig plaats bij het verlenen van de omgevingsvergunning van het betreffende bouwplan. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Uit jurisprudentie blijkt dat voldoende aannemelijk dient te worden gemaakt dat het afkoopbedrag ook daadwerkelijk wordt aangewend om te voorzien in een oplossing voor het betreffende bouwplan. Dit betekent dat indien er sprake is van afkoop, er gezocht wordt naar passende oplossingen voor het bouwplan. Daarbij valt te denken aan het realiseren van extra parkeerplaatsen, het voor openbaar gebruik beschikbaar maken van afgesloten terreinen, het realiseren van fietsenstallingen of het geschikt maken van terreinen voor Park & Ride.
3.4 Afwijken van de parkeereis Afwijken van de parkeereis kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis of afwijken van de tarieven volgens de afkoopregeling ligt bij het college.
11
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
4. Uitvoeringsregels 4.1 Acceptabele loopafstanden Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden zoals weergegeven in tabel 5. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges en wordt medebepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Maximaal acceptabele loopafstanden
Functie
Binnenstad
Buiten de binnenstad
250 - 300 meter
100 - 200 meter
(winkels, vrijetijdsvoorzieningen, zorgvoorzieningen, onderwijsinstellingen, etc.)
250 - 600 meter
100 - 250 meter
Werknemers
250 - 800 meter
250 - 800 meter
Wonen Bezoekers functies
TABEL 5. MAXIMAAL ACCEPTABELE LOOPAFSTANDEN PARKEERVOORZIENINGEN
Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen van het CROW. Vanwege de verdichting van steden en de hierdoor steeds schaarser wordende ruimte zal in de binnenstad een grotere loopafstand moeten worden geaccepteerd. De gemeente gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. Hoe groter de maximale loopafstand des te meer flexibiliteit in het vinden van een geschikte parkeeroplossing.
4.2 Afmetingen parkeerplaatsen Bij de beoordeling of een te realiseren parkeerplaats voldoet aan de gestelde parkeernormen wordt de NEN-richtlijn (NEN-2443) en de richtlijnen opgenomen in de CROW Kennisbank in ASVV 2012, als toetsingskaders voor de minimale afmetingen gehanteerd. Alleen die parkeerplaatsen die voldoen aan deze richtlijnen worden bij toetsing van de vergunningaanvragen door de gemeente overgenomen.
4.3 Waarborgen gebruik parkeervoorziening Parkeervoorzieningen dienen te worden gebruikt door de beoogde doelgroep. Parkeerplaatsen voor bezoekers van functies dienen toegankelijk te zijn, bij voorkeur niet afgesloten van de openbare weg.
4.4 Registratie parkeren op eigen terrein Voor nieuwbouwontwikkelingen dat zij (in de basis) moeten voorzien in parkeren op eigen terrein. Om het gebruik van het parkeren op eigen terrein1 af te dwingen en daardoor extra 1
Het betreft hier functies die beschikken over een collectieve parkeervoorziening. Immers wordt bij
12
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
parkeerdruk in de omgeving te voorkomen, geldt dat nieuwe bouwontwikkelingen met parkeren op eigen terrein op de nulvergunningenlijst worden geplaatst. Dit geldt ook voor ontwikkelingen waar op dit moment nog geen parkeerregulering (betaald parkeren) in de omgeving geldt. Op het moment dat parkeerregulering wordt ingevoerd, komen gebruikers niet in aanmerking voor een vergunning. Zij worden geacht de parkeervoorziening te gebruiken die bij die functie hoort. Dit betekent dat (toekomstige) gebruikers van de functie worden uitgesloten van vergunningen. Uitgezonderd zijn de bouwontwikkelingen waar beschikbare restcapaciteit in de omgeving wordt benut voor het voldoen aan de parkeereis (paragraaf 3.1b).
parkeren op eigen terrein (oprijlaan, garagebox, e.d.) er al rekening mee gehouden dat een deel van de parkeerbehoefte wordt opgelost in het openbaar gebied.
13
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
5. Juridisch-planologische inbedding 5.1 Bestemmingsplan Voor de juridisch borging van de parkeernormen wordt vanuit de bestemmingsplannen verwezen naar de Nota Parkeernormen 2017 en wijzigingen daarvan in de toekomst (dynamische verwijzing). Voor het parkeren wordt een paraplubestemmingsplan opgesteld. Dit paraplubestemmingsplan komt dan in principe over alle nu geldende bestemmingsplan heen te liggen. In nieuwe bestemmingsplannen wordt vervolgens óf exact dezelfde regeling opgenomen als in het paraplubestemmingsplan óf juist een specifieke regeling voor dat plangebied. Vanuit het (paraplu)bestemmingsplan wordt een dynamische verwijzing opgenomen naar de Nota Parkeernormen. Het grote voordeel hiervan is dat bij een toekomstige wijziging in de parkeernormering het niet nodig is om ieder bestemmingsplan te herzien of om een nieuw paraplubestemmingsplan te maken. Naar verwachting zal in 2021 de nieuwe Omgevingswet in werking treden. Op basis van deze wet bereiden wij een omgevingsplan voor de gehele gemeente voor, die alle bestemmingsplannen vervangt. In het kader van dit omgevingsplan zal het mogelijk zijn om voor het grondgebied van de gemeente parkeereisen te stellen en vervalt deze Nota Parkeernormen als aanvullend kader doordat deze integraal in het omgevingsplan is opgenomen.
5.2 Inwerkingtreding Na publicatie treedt deze beleidsregel in werking en is deze toepasbaar voor bouwplannen passend in bestemmingsplannen waarin verwezen wordt naar deze nota Parkeernormen en voor bouwplannen passend in de bestemmingsplannen waarin een dynamische parkeerverwijzing is opgenomen. Voor bouwplannen passend in overige bestemmingsplannen zijn de parkeernormen uit deze Nota Parkeernormen van toepassing op het moment dat het paraplubestemmingsplan Parkeren in werking treedt.
14
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage1: Parkeernormen A. Hoofdgroep wonen Hoofdgroep Wonen
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,1
B 1,3
C 1,7
D 1,8
per woning
0,3
1,0
1,2
1,6
1,6
per woning
0,3
0,9
1,1
1,4
1,5
per woning
0,3
0,8
0,8
0,8
0,8
per woning
0,3
0,9
1,1
1,25
1,25
per woning
0,3
Serviceflat/aanleunwoning
0,3
0,8
0,9
1,0
per woning
0,2
Wooneenheid <35 m² bvo zelfstandig wonen Wooneenheid <35 m² bvo voor niet zelfstandig wonen Beschermde woonvorm/ verpleeg- en verzorgingstehuis
0,5
0,5
0,6
0,6
per wooneenheid
0,2
0,2
0,2
0,3
0,3
per wooneenheid
0,2
0,5
0,5
0,5
0,5
per wooneenheid
0,3
Grondgebonden woning of appartement (duur) > 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement (midden) 70 - 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement(goedkoop) <70 m² bvo Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)* Sociale woningbouw (grondgebonden woningen sociale huur)*
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen bijvoorbeeld kamerverhuur of studio's bijvoorbeeld studentenwoningen
* De parkeernormen voor sociale woningbouw zijn gebaseerd op een gezamenlijk onderzoek van de drie woningcorporaties Tiwos, TBV Wonen en WonenBreburg (Parkeerbehoefte sociale huurwoningen Tilburg, Tiwos, Wonenbreburg, TBV Wonen, juli 2017). B. Hoofdgroep werken Hoofdgroep Werken
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,3
B 1,6
C 2,0
D 3,3
per 100 m2 bvo
20%
0,9
1,3
1,4
2,3
per 100 m2 bvo
5%
1,1
1,5
1,9
2,1
per 100 m2 bvo
5%
Bedrijf arbeidsextensief
0,4
0,5
0,7
0,8
per 100 m2 bvo
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
0,8
1,1
1,3
1,7
per 100 m2 bvo
5%
Commerciele dienstverlening met baliefunctie Commerciele dienstverlening zonder baliefunctie (kantoren) Bedrijf arbeidsintensief
15
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
bijvoorbeeld industrie, laboratorium, werkplaats bijvoorbeeld loods, opslag, transportbedrijf gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieven en intensieve bedrijven
C. Hoofdgroep winkelen en boodschappen Hoofdgroep Winkelen en boodschappen
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
Winkels binnenstad Tilburg (zone A) Winkels wijkcentrum
A 3,1 nvt
B nvt 3,3
C nvt 4,1
D nvt nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
99% 80%
Winkels buurtcentrum (incl. linten en solitaire winkels) Supermarkt Supermarkt XL
nvt
2,1
2,7
nvt
per 100 m2 bvo
70%
2,5 4,9
3,6 5,8
4,4 6,7
nvt nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
95% 85%
Bouwmarkt
nvt
1,5
2,0
2,2
per 100 m2 bvo
90%
Tuincentrum Meubelboulevard, woonboulevard, woonwinkels
nvt nvt
2,0 1,6
2,3 2,0
2,6 nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
90% 95%
Vb. Heijhoef, Blaak, Westermarkt, Wagnerplein. Vb. Bredaseweg, Korvelseweg, Berkel-Enschot verkoopvloeroppervlak > 2.500 m2 verkoopruimte buiten dient te worden meegerekend.
D. Hoofdgroep sport, cultuur en ontspanning Hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,2
B 1,8
C 2,4
D 3,2
per 100 m2 bvo
95%
Sporthal (binnen) met wedstrijdfunctie
+ 0,1
+ 0,1
+ 0,2
+ 0,2
per zitplaats
100%
Sportvelden
nvt
20,0
20,0
20,0
95%
Sportschool/dansstudio Museum Bibliotheek Bioscoop Theater Casino Welnesscentrum Tennishal/tennisbanen Zwembad (overdekt en openlucht) Ijsbaan Indoor speeltuin Volkstuin
0,9 0,3 0,2 2,2 5,8 5,2 nvt nvt nvt nvt 2,2 nvt
2,9 0,5 0,5 6,9 6,4 5,6 nvt 0,3 9,7 nvt 3,1 1,1
4,2 0,9 0,8 8,1 8,3 6,0 8,8 0,4 10,5 2,3 4,0 1,2
6,0 nvt 1,1 12,7 10,5 7,5 9,8 0,5 14,3 2,5 4,9 1,3
per hectare netto terrein per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bassin per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 tuinen
Hoofdgroep Horeca
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Cafe, bar, cafetaria Restaurant Hotel Hostel
A 4,0 8,0 1,5 0,3
B 4,0 8,0 2,6 0,7
C 5,0 12,0 4,2 2,2
D 5,0 12,0 6,3 4,4
Sporthal/sportzaal (binnen) zonder wedstrijdfunctie
Bezoekers- Opmerkingen aandeel sporthal voor (uitsluitend) een schoolfunctie heeft geen extra parkeervraag totale parkeervraag is dan de parkeervraag sporthal + de component voor het aantal zitplaatsen betreft een globale indicatie van de parkeerbehoefte
90% 95% 95% 95% 90% 85% 99% 90% 99% 99% 99% 100%
E. Hoofdgroep horeca
16
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 kamers per 10 kamers
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel 90% 80% 80% 80%
gebaseerd op 3* hotel
F. Hoofdgroep gezondheidszorg Hoofdgroep Gezondheidszorg
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Huisarts (praktijk)
A 1,8
B 2,2
C 2,7
D 3,0
Apotheek Fysiotherapiepraktijk/consultatiebureau
2,0 1,0
2,5 1,2
2,9 1,5
nvt 1,7
Tandartsenpraktijk/Gezondheidscentrum
1,3
1,6
1,9
2,2
Ziekenhuis Crematorium/begraafplaats
1,3 nvt
1,5 nvt
1,6 26,6
1,9 26,6
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
per behandelkamer per apotheek per behandelkamer per behandelkamer per 100 m2 bvo per gelijktijdige plechtigheid per
Bezoekers- Opmerkingen aandeel 57% 45% 60% 50% 30% 99% 100%
bezoekersplaats
G. Hoofdgroep onderwijs Hoofdgroep Onderwijs
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Kinderdagverblijf (Creche)
A 0,8
B 1,0
C 1,1
D 1,4
per 100 m2 bvo
0%
Basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
0,5
per leslokaal
0%
Voortgezet onderwijs
2,3
3,0
3,3
3,9
per 100 leerlingen
10%
Middelbaar Beroepsonderwijs (ROC)
3,2
3,8
4,2
4,9
per 100 leerlingen
7%
Hoger Beroepsonderwijs
6,3
6,9
7,5
8,9
per 100 studenten
70%
Universiteit
9,7
11,5
12,7
14,8
per 100 studenten
50%
Avondonderwijs
3,0
4,0
5,0
9,5
per 10 studenten
95%
17
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel exclusief parkeren bezoekers (Kiss&Ride) exclusief parkeren bezoekers. Indien gewenst aan te vullen met plaatsen voor halen en brengen volgens rekenmethode CROW.
Bijlage2: Zone-indeling parkeernormen
De afbeeldingen geven de situatie per november 2017 weer. Het gebied Zone A wordt bepaald door de grootte van het gebied van parkeerregulering conform het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren welke jaarlijks wordt vastgesteld.
18
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis De ontvangen bedragen van derden in het kader van de afkoopregeling worden gestort in een voorziening "van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden" (artikel 44, lid 2 Besluit Begroting en Verantwoording). Zoals uit paragraaf 3.3 van de Nota Parkeernormen blijkt, gebeurt dit vanuit het volgende kader:
Het afkoopbedrag wordt in rekening gebracht bij derden bij verlening van de omgevingsvergunning voor de betreffende bouwontwikkeling; Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst betreffende de afkoop en de realisatie van een passende parkeeroplossing voor de bouwontwikkeling; Deze overeenkomst wordt schriftelijk tussen partijen vastgelegd; De vergunning wordt pas verleend nadat het verschuldigde afkoopbedrag door de aanvrager van de omgevingsvergunning is voldaan; Realisatie van parkeervoorziening vindt plaats binnen een straal van 600 meter van de beoogde (bouw)ontwikkeling; Realisatie van de parkeervoorziening vindt plaats binnen 10 jaar na datum verlening omgevingsvergunning; Eventuele terugbetaling van de vergoeding door de gemeente na 10 jaar (indien beoogde parkeervoorziening niet gerealiseerd wordt) gebeurt op basis van de nominale waarde (van eventuele rentevergoeding is geen sprake). Dit wordt eveneens opgenomen in de schriftelijke overeenkomst tussen gemeente en de ontwikkelende partij.
19
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017 Paragraaf 1: Wettelijk kader en doel De centrale gedachte bij het hanteren van parkeernormen is dat voorkomen wordt dat nieuwe bouwontwikkelingen leiden tot parkeeroverlast in de omgeving. Het wettelijk kader wordt gevormd door artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, artikel 3.2.1., tweede lid onderdeel a van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) en de artikelen 2.4 en 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor de juridisch borging van de parkeernormen wordt vanuit de Tilburgse bestemmingsplannen verwezen naar de Nota Parkeernormen. Een paraplubestemmingsplan is van toepassing op de bestemmingsplannen waar geen verwijzing naar de Nota Parkeernormen is opgenomen.
Paragraaf 2: Begripsbepalingen In het beleid parkeernormen wordt verstaan onder: Bouwontwikkeling:
Een bouw- of gebruiksontwikkeling waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend. Het kan gaan over een nieuwbouwontwikkeling, uitbreiding van een bestaande functie of functiewijziging.
Eigen terrein:
Het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd.
Initiatiefnemer:
De initiatiefnemer en/of eigenaar van de grond en opstallen waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of strijdig gebruik is ingediend.
Maatgevend moment: Het moment waarop de functie(s) een maximale parkeerbehoefte heeft en/of de parkeerbehoefte zich het meest laat gelden. Ingeval bij nieuwbouw of functiewijziging een beroep wordt gedaan op eventuele restcapaciteit in de openbare ruimte dient daarbij tevens het maatgevend moment van deze openbare ruimte in ogenschouw te worden genomen. Mobility as a Service:
Mobility as a Service staat voor een mobiliteitconcept, waarbij consumenten mobiliteit inkopen, in plaats van te investeren in eigen transportmiddelen. Nieuwe concepten vormen een combinatie tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer, deel- en privé voertuigen.
Nulvergunningregeling: Een regeling waarbij toekomstige gebruikers van een functie worden uitgesloten van het recht op één of meer parkeervergunningen. Parkeerbehoefte:
20
Het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit de toepassing van de parkeernorm, bestaande uit een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De uitkomst is het aantal parkeerplaatsen dat voor een bouwontwikkeling benodigd is om in de behoefte te kunnen
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
voorzien. Parkeerdruk:
De parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen.
Parkeernorm:
Het getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen minimaal moeten worden gerealiseerd bij een bepaalde functie en als basis dient voor het bereken van de parkeerbehoefte.
Parkeerovereenkomst: Overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Hierin worden de gemaakte afspraken over hoe in de toekomstige parkeerbehoefte wordt voorzien vastgelegd. Restcapaciteit:
Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk op straat onder de 85% is.
Paragraaf 3: Bepalen van de parkeerbehoefte a. De parkeerbehoefte wordt bepaald met toepassing van de normen zoals deze zijn opgenomen in het overzicht parkeernormen (bijlage) van de nota Parkeernormen. Er wordt geacht in de parkeerbehoefte te zijn voorzien indien wordt voldaan aan deze minimum norm. b. De parkeerbehoefte dient in beginsel op eigen terrein (ontwikkelkavel) te worden gerealiseerd. c. Onderscheid tussen vaste gebruikers en bezoekers: In het berekenen van de parkeerbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel vast gebruik en het aandeel bezoekers. Het bezoekersdeel dat op eigen terrein wordt gerealiseerd dient vrijelijk toegankelijk te zijn. d. Dubbelgebruik parkeergelegenheid: Van dubbelgebruik is sprake als het gebruik van de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen dan worden toegepast. Het dubbelgebruik van het aandeel vast gebruik is slechts aan de orde indien de initiatiefnemer kan aantonen dat dit dubbelgebruik in de praktijk kan functioneren. e. Functiewijziging: Bij een functiewijziging wordt de additionele parkeerbehoefte bepaald door een normatieve vergelijking op het maatgevende moment ('regeling oud voor nieuw'). Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is.
Parkeerbehoeften van een functie welke langer dan 5 jaar niet actief is geweest worden buiten beschouwing gelaten. f. Berekenwijze parkeervoorzieningen bij woningen: In geval een initiatiefnemer privé parkeerplaatsen bij woningen realiseert waarop geen dubbelgebruik van toepassing is (garage, carport, e.d.), dan geldt bij een ontwikkeling van meer dan 10 woningen dat rekening moet worden gehouden met een correctie in de berekening van de parkeerbehoefte op basis van de correctiefactor (tabel 2). g. Fietsparkeren: Bij iedere bouwontwikkeling dient het voorzien van voldoende stallingsvoorzieningen onderbouwd te worden, waarbij de behoefte wordt ingeschat op basis van de kencijfers van de CROW, zoals opgenomen op de CROW Kennisbank. h. Beïnvloeden parkeerbehoefte: Er bestaan mogelijkheden om het autobezit en autogebruik te beïnvloeden. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwontwikkeling dient de initiatiefnemer te onderbouwen welk verwacht effect het de maatregel voor het beïnvloeden van het autobezit heeft op de parkeerbehoefte. i. Parkeerbehoefte gebiedsontwikkelingen: Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van grote ontwikkelingen geven de parkeernormen nog steeds een best-guess van de te
21
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Een door de initiatiefnemer opgestelde parkeervisie kan als uitgangspunt dienen in het voorzien van de (toekomstige) parkeerbehoefte indien deze de goedkeuring van de gemeente heeft gekregen.
Paragraaf 4: Bepalen van de parkeereis a. Parkeereis: De parkeereis wordt berekend op basis van de parkeernorm, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. De parkeereis dient in beginsel op eigen terrein te worden gerealiseerd. b. Compensatie verlies aan parkeercapaciteit: Als ten gevolge van de bouwontwikkeling bestaan parkeercapaciteit verloren, moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd, zodanig dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving. c. Alternatieve oplossing voor de parkeereis op eigen terrein: Voordat wordt beslist over een alternatieve oplossing dan de parkeereis op eigen terrein te realiseren zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat ook met een redelijk te achten aanpassing van het bouwvoornemen niet alsnog op eigen terrein kan worden voldaan aan de parkeereis. d. Parkeereis (deels) in de omgeving oplossen: In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet nauwkeurig aangegeven worden hoe dit gebeurt, bijvoorbeeld: I.
Alternatieve private parkeeroplossing: De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een naburig privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, door een privaatrechtelijke overeenkomst kunnen worden aangewend voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling. II. Benutten restcapaciteit: Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan kan worden onderzocht of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is waar de (resterende) parkeerbehoefte kan worden opgelost. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening en risico een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau. e. Vrijstellingsregels van de parkeereis: Standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine bouwontwikkelingen en bouwontwikkelingen in de binnenstad. I.
Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen: Voor kleine bouwontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen wordt geen parkeereis gesteld. Indien dit wordt besloten kan plaatsing op de nulvergunninglijst van toepassing zijn. II. Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad: Er geldt geen parkeereis voor het bezoekersdeel van de parkeerbehoefte binnen de invloedssfeer van parkeergarages in de binnenstad. Als richtlijn voor deze invloedssfeer wordt een
22
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
straal van maximaal 250 meter rondom de openbare parkeergarages gehanteerd (afbeelding 3); III. Nulvergunningregeling: Er geldt vrijstelling van de parkeereis indien gebruik gemaakt wordt van de nulvergunningregeling. Deze regeling waarbij (toekomstige) gebruikers van de functie worden uitgesloten van parkeervergunningen, kan alleen worden toegepast in gereguleerd gebied (zone A).
Paragraaf 5: Afwijken van de parkeereis Ingeval de ontwikkeling niet in voldoende mate parkeerplaatsen op eigen terrein kan realiseren en geen alternatieve oplossing (in de omgeving) beschikbaar is, kan worden afgeweken van de parkeereis: a. Afwijken van de parkeereis is alleen mogelijk indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. b. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis ligt bij het college en vereist altijd een onderbouwing van de initiatiefnemer. c. De initiatiefnemer betaalt bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor het betreffende bouwplan voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente (afkoopregeling). d. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Dit betekent dat er op voorhand duidelijkheid bestaat hoe de oplossing eruit zal komen te zien. e. Gebruik maken van de afkoopregeling is geen recht van de initiatiefnemer; f. Indien wordt afgeweken van de parkeereis waarbij sprake is van een financiële bijdrage sluiten de initiatiefnemer en de gemeente vooraf een parkeerovereenkomst. Hieruit blijkt op welke wijze wordt voorzien in de toekomstige behoefte en welk afspraken partijen onderling hierover hebben gemaakt.
Paragraaf 6: Uitvoeringsregels a. Acceptabele loopafstanden: Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de CROW-publicatie. Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden (tabel 5). b. Afmeting parkeerplaatsen: Voor de afmeting van parkeerplaatsen wordt de NENrichtlijn (NEN-2443) en de richtlijnen zoals opgenomen op de CROW Kennisbank gehanteerd als toetsingskader. c. Toegankelijkheid parkeervoorziening: De parkeervoorziening dient te worden kunnen gebruikt door de beoogde doelgroep. Parkeerplaatsen voor bezoekers dienen vrijelijk toegankelijk te zijn. d. Nulvergunningenlijst: alle nieuwe ontwikkelingen in Tilburg die voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein worden op de nulvergunninglijst geplaatst. (Toekomstige) gebruikers van de functie(s) komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning voor straatparkeren. Hiermee wordt het gebruik van de eigen voorzien afgedwongen en wordt voorkomen dat de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op het openbaar gebied.
23
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Paragraaf 7: Hardheidsclausule In die gevallen waarin strikte toepassing van deze beleidsregel tot een bijzondere hardheid leidt, kan het college van burgemeester en wethouders, bijvoorbeeld bij een zwaarwegend economisch of volkshuisvestingsbelang, ten gunste van de initiatiefnemer besluiten af te wijken van deze beleidsregel wanneer zij de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de (al dan niet tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid.
Paragraaf 8: Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregel treedt in werking daags na de publicatie van het vaststellingsbesluit in het gemeentelijk huis-aan-huisblad. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Parkeernormen Tilburg”.
24
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 2 Risicoinventarisatie en verantwoording groepsrisico Risicoinventarisatie en verantwoording groepsrisico
Bijlage 3 Akoestisch onderzoeksrapport industrielawaai Akoestisch onderzoeksrapport industrielawaai
AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI VAN BYLANDTPAD NAAST 2, TILBURG
1
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg 20190887.v02 7 juli 2020 W&D Vastgoed
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
2
INHOUDSPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Algemeen..................................................................................................................................... 4 Ligging van het plangebied en de gewenste situatie................................................................... 4
2.
TOETSINGSKADER ....................................................................................................................... 7
2.1. 2.2.
Beoordelingskader ruimtelijke ordening ...................................................................................... 7 Beoordelingskader Activiteitenbesluit .......................................................................................... 8
3.
REKENONDERZOEK ..................................................................................................................... 9
3.1. Representatieve bedrijfssituatie .................................................................................................. 9 3.1.1. Algemeen ............................................................................................................................. 9 3.1.2. Binnenniveau ....................................................................................................................... 9 3.1.3. Ventilator .............................................................................................................................. 9 3.1.4. Verkeer ................................................................................................................................ 9 3.2. 3.3.
Geluidbronnen ........................................................................................................................... 10 Berekeningswijze ....................................................................................................................... 10
4.
REKENRESULTATEN .................................................................................................................. 12
4.1. 4.2. 4.3.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ..................................................................................... 12 Rekenresultaten maximaal geluidniveau ................................................................................... 13 Indirecte hinder .......................................................................................................................... 14
5.
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 15
BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE
I. II. III. IV.
GEGEVENS ............................................................................................................... 16 AFBEELDING REKENMODEL ................................................................................. 17 INVOERGEGEVENS REKENMODEL ...................................................................... 18 REKENRESULTATEN .............................................................................................. 19
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
3
1.
INLEIDING
1.1. Algemeen De initiatiefnemer is voornemens 5 woningen op te richting aan het Van Bylandtpad naast 2 te Tilburg. De huidige bebouwing zal gesloopt worden om plaats te maken voor de nieuwe woningen. Momenteel is het plangebied bestemd als ‘Gemengd – Lint’. In de gewenste situatie zal het perceel bestemd zijn als wonen. Voor deze wijziging is een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk. Om de geluidbelasting vanwege de aanwezige bedrijfsvoering aan de achterzijde van Hasseltstraat 167 vast te stellen is, op verzoek van de gemeente Tilburg, een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999. Het onderzoek geeft inzicht in de volgende aspecten: - de akoestisch relevante representatieve bedrijfssituatie; - het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - de maximale geluidniveaus; - de indirecte hinder. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - melding Activiteitenbesluit milieubeheer, kenmerk holqlmg133, d.d. 09-09-2012; - informatie verstrekt door de initiatiefnemer; - via internet toegankelijke informatie zoals Streetview en Bing Maps en digitale ondergronden (PDOK); - gegevens en bureauexpertise De Roever Omgevingsadvies.
1.2. Ligging van het plangebied en de gewenste situatie Het plangebied is gelegen aan het Van Bylandtpad naast nummer 2 te Tilburg. In de directe omgeving is ten noorden van het plangebied een kleinschalig type A bedrijf (polijsten) aanwezig direct gelegen aan het plangebied en op circa 5 meter van de dichtstbijzijnde gewenste woning. Het plangebied (rood gemarkeerd) en het bedrijf (blauw gemarkeerd) zijn weergegeven op afbeelding 1. Kadastraal is de locatie van het plangebied bekend als (delen van) percelen 7028 t/m 7033 sectie O en kadastrale gemeente TBG01 (Tilburg). De indeling van het bedrijf is weergegeven op afbeelding 1. De situatietekening van de woningen is weergegeven op afbeeling 2. Deze tekeningen en weergaven zijn in meer detail weergegeven in bijlage I.
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
4
Afbeelding 1. Ligging van de inrichting en de voor geluid gevoelige bestemmingen in de omgeving Bron: BAG Viewer
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
5
Afbeelding 2. Situatietekening woningen
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
6
2.
TOETSINGSKADER
2.1.
Beoordelingskader ruimtelijke ordening
Bij de toetsing of de gewenste bestemming inpasbaar is in de omgeving wordt aangesloten bij de Handreiking Bedrijven en milieuzonering1. Het beoordelingskader bij een bestemmingsplanwijziging is opgenomen in bijlage B5.3 van die publicatie. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt in de gebiedstypen rustige woonwijk en gebiedstype gemengd gebied. Een omschrijving van deze gebieden wordt gegeven in hoofdstuk 2.3 van de publicatie. Voor de omgeving van het plangebied wordt uitgegaan van een gemengd gebied. Stap 1 Als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk.
Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; 50 dB(A) in de dagperiode 45 dB(A) in de avondperiode 40 dB(A) in de nachtperiode - 70 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden), ofwel; 70 dB(A) in de dagperiode 65 dB(A) in de avondperiode 60 dB(A) in de nachtperiode - 50 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; 50 dB(A) in de dagperiode 45 dB(A) in de avondperiode 40 dB(A) in de nachtperiode Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 55 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; 55 dB(A) in de dagperiode 50 dB(A) in de avondperiode 45 dB(A) in de nachtperiode - 70 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden), ofwel: 70 dB(A) in de dagperiode 65 dB(A) in de avondperiode 60 dB(A) in de nachtperiode
1
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
7
-
65 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; 65 dB(A) in de dagperiode 60 dB(A) in de avondperiode 55 dB(A) in de nachtperiode
Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Beoordeling Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Tilburg. Er is sprake van een gebied met functiemenging van bedrijven en woningen. Het plangebied wordt aangemerkt als gelegen in het omgevingstype gemengd gebied. Dit is ook in overeenstemming met de huidige bestemming. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt het geluid afkomstig van omliggende bedrijven getoetst aan bovenstaande vervolgstappen.
2.2. Beoordelingskader Activiteitenbesluit Naast de beoordeling op basis van richtafstanden wordt in dit onderzoek ook de inpasbaarheid ten aanzien van bestaande woningen in de omgeving getoetst. De normstelling volgt uit het Artikel 2.17, lid 1 van het Activiteitenbesluit: Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;.
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
8
3.
REKENONDERZOEK
3.1.
Representatieve bedrijfssituatie
3.1.1.
Algemeen
Het bedrijf aan de achterzijde van Hasseltstraat 167 is kleinschalig van aard. De werktijden van het bedrijf zijn van 8:30 tot 17:00, echter is de inrichtinghouder zzp-er en wordt er ook veel gewerkt op locatie bij de klant. Er is uitgegaan van 4 uur per dag dat er in de werkplaats gewerkt wordt. De voornaamste geluidbronnen zullen veroorzaakt worden door handmachines (binnenniveau) in de werkplaats, een afzuigventilator op het dak en verkeer. Het akoestisch onderzoek gaat uit van de drukste dag. De geluidbronnen worden hieronder toegelicht.
3.1.2.
Binnenniveau
Het bedrijf houdt zich bezig met het slijpen en polijsten van RVS, aluminium, titanium en messing voorwerpen voor voornamelijk de superjacht, voeding en medische industrie. Hiervoor worden alleen handmachines (haakse slijper en polijstmachine) gebruikt. Voor het binnenniveau is 80 dB(A) genomen, welke voor 4 uur per dag aanwezig zal zijn. Dit binnenniveau kan als worst-case worden gezien. Het binnenniveau van 80 dB(A) van de werkplaats straalt uit via het dak, de muren en de deur aan de voorzijde. Voor de geluidisolatie is uitgegaan van de catalogus van het rekenprogramma Geluidwering gevels, V4.53 van DGMR: - muren: enkelvoudige steenachtige muur 100 kg/m2; - dak: bitumen, isolatie en spaanplaat; - deur: houten buitendeur 38 mm. Voor het maximale geluidniveau is uitgegaan van 108 dB(A) door bijvoorbeeld vallend gereedschap. Het piekgeluid is gemodelleerd ter plaatse van het dak, omdat de geluidisolerende eigenschappen van het dak het laagst zijn. Bij het piekgeluid is rekening gehouden met de reductie door de geluidisolatie van het dak, zie hierboven.
3.1.3.
Ventilator
Op de zuidoostelijke hoek van de werkplaats is een dakventilator aanwezig. Aangenomen wordt dat deze in werking is zolang er gewerkt wordt in de werkplaats, oftewel 8,5 uur per dag. Voor de ventilator is een bronvermogen van 67 dB(A) gebruikt, dit kan als zeer worstcase worden gezien.
3.1.4.
Verkeer
De inrichting wordt dagelijks door maximaal 1 personenwagen en 1 bestelbus bezocht voor het afleveren van producten. Dit verkeer blijft op de openbare weg, aangezien de inrichting
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
9
geen terrein heeft waar dit verkeer kan parkeren. De verkeersbewegingen zijn verdeeld over de weg in beide richtingen. De gemiddelde op de openbare weg bedraagt 50 km/uur. Voor het bronvermogen van personenwagens en bestelwagens is uitgegaan van respectievelijk 90 en 92 dB(A). Deze waarden worden als representatief gezien voor het gemiddelde Nederlandse wagenpark.
3.2. Geluidbronnen Op basis van de representatieve bedrijfssituatie zijn de relevante geluidbronnen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de indirecte hinder bepaald. Er zijn geen bronnen voor maximale geluidniveau aanwezig, piekgeluiden vinden enkel inpandig plaats. Deze geluidbronnen zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1. Geluidbronnen Code
Bron
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau UD01 Uitstralend dak UG01-UG05 Uitstralende gevel (muur) UG06 Uitstralende gevel (deur) Vent01 Ventilator01 Maximaal geluidniveau xUD01-xUD02 Piekgeluid dak Indirecte hinder BB01 Bestelbus01 BB02 Bestelbus02 PW01 Personenwagen01 PW02 Personenwagen02
Dag
Avond
Nacht
Type
LW dB(A)
4 uur 4 uur 4 uur 8,5 uur
-
-
Uitstralend dak Uitstralende gevel Uitstralende gevel Puntbron
52/m2 38/m2 46/m2 67
-
-
Puntbron
108-iso
1x 1x 1x 1x
-
-
Mobiele bron Mobiele bron Mobiele bron Mobiele bron
92 92 90 90
3.3. Berekeningswijze Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Geomilieu (versie 5.10, module IL). De rekenpunten zijn aangebracht ter plaatse van de gewenste woningen. Aangezien er geen geluidbronnen in de avond- en nachtperiode aanwezig zijn, wordt er alleen op de begane grond getoetst. De rekenhoogte bedraagt derhalve 1,5 meter boven maaiveld. De rekenresultaten op de gevels zijn berekend met invallend geluid (zonder reflectie in de achterliggende gevels). De overige invoergegevens (bodemgebieden, gebouwen en terrein- en gebouwhoogtes) zijn afgelezen uit topografische gegevens van het Kadaster, het AHN, bestemmingsplankaarten en uit de beschikbare bronnen via internet. De hoogtes van de gebouwen in de omgeving zijn in detail bepaald op basis van het AHN. De indirecte hinder is (conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening) gemodelleerd tot het punt waar de voertuigen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
10
In bijlage II is een grafische presentatie van het ingevoerde rekenmodel weergegeven. De numerieke invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage III. Op afbeeldingen 3 en 4 zijn 3d-impressies van het rekenmodel weergegeven.
Afbeelding 3. Rekenmodel, 3d-weergave kijkhoek vanuit het zuidwesten
Afbeelding 4. Rekenmodel, 3d-weergave kijkhoek vanuit het noordoosten
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
11
4.
REKENRESULTATEN
Hieronder zijn de rekenresultaten van de geluidbelasting afkomstig van de werkplaats aan de achterzijde van de Hasseltstraat 167 te Tilburg op het plangebied weergegeven.
4.1.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
In tabel 2 zijn de rekenresultaten voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage IV. Tabel 2. Rekenresultaten LAr,LT Naam
Omschrijving
TP02_A TP01_A HSS169_A TP12_A TP11_A TP03_A RML22_A TP04_A TP09_A TP05_A TP10_A TP06_A TP08_A TP07_A TP02_A TP01_A
Toetspunt02 Toetspunt01 Hasselstraat 169 Toetspunt12 Toetspunt11 Toetspunt03 Rentmeesterlaan 22 Toetspunt04 Toetspunt09 Toetspunt05 Toetspunt10 Toetspunt06 Toetspunt08 Toetspunt07 Toetspunt02 Toetspunt01
Hoogte 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5
Dag 36.3 35.9 35.8 31.5 29.3 28.9 28.6 26.8 25.9 25.0 24.9 23.6 22.9 21.6 36.3 35.9
LAr,LT [dB(A)] Avond Nacht ---------------------------------
Etmaal 36.3 35.9 35.8 31.5 29.3 28.9 28.6 26.8 25.9 25.0 24.9 23.6 22.9 21.6 36.3 35.9
De hoogst berekende waarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt 36 dB(A) in de dagperiode. Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving moet worden aangesloten bij de beoordelingsmethodiek uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering, zie paragraaf 2.1. De richtwaarde uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. Aan deze richtwaarde wordt ter hoogte van alle toetspunten voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en verblijfklimaat ter plaatse van de gewenste woningen. Voor het beoordelen of omliggende bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beperkt wordt getoetst aan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit, zie paragraaf 2.2. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan de grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit voldaan. De geluidbelasting op nieuwe woningen is nagenoeg gelijk aan de geluidbelasting op bestaande woningen. Om bovenstaande redenen kan worden gesteld dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau geen knelpunt vormt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
12
4.2.
Rekenresultaten maximaal geluidniveau
In tabel 3 zijn de rekenresultaten voor het maximale geluidniveau ter plaatse van de maatgevende beoordelingspunten weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage IV. Tabel 3. Rekenresultaten LAmax Naam
Omschrijving
TP02_A HSS169_A TP01_A TP12_A TP03_A RML22_A TP11_A TP04_A TP10_A TP09_A TP05_A TP06_A TP08_A TP07_A TP02_A HSS169_A
Toetspunt02 Hasselstraat 169 Toetspunt01 Toetspunt12 Toetspunt03 Rentmeesterlaan 22 Toetspunt11 Toetspunt04 Toetspunt10 Toetspunt09 Toetspunt05 Toetspunt06 Toetspunt08 Toetspunt07 Toetspunt02 Hasselstraat 169
Hoogte 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5
Dag 52.0 48.4 43.4 42.1 35.8 35.7 35.0 33.4 32.8 31.9 30.8 29.8 28.0 20.9 52.0 48.4
LArmax[dB(A)] Avond -----------------
Nacht -----------------
De hoogst berekende waarde voor het maximaal geluidniveau bedraagt 52 dB(A) in de dagperiode. Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving moet worden aangesloten bij de beoordelingsmethodiek uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering, zie paragraaf 2.1. De richtwaarde uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering bedraagt 70 dB(A) in de dagperiode. Aan deze richtwaarde wordt ter hoogte van alle toetspunten voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en verblijfklimaat ter plaatse van de gewenste woningen. Voor het beoordelen of omliggende bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beperkt wordt getoetst aan de grenswaarde 70 dB(A) in de dagperiode uit het Activiteitenbesluit, zie paragraaf 2.2. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan die grenswaarde uit het Activiteitenbesluit voldaan. De geluidbelasting op nieuwe woningen is nagenoeg gelijk aan de geluidbelasting op bestaande woningen. Om bovenstaande redenen kan worden gesteld dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau geen knelpunt vormt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
Akoestisch onderzoek industrielawaai Van Bylandtpad naast 2, Tilburg Datum: 7 juli 2020 ; Referentie: 20190887.v02
13
4.3.
Indirecte hinder
In tabel 4 zijn de rekenresultaten voor de indirecte hinder weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage IV. Tabel 4. Rekenresultaten indirecte hinder Naam
Omschrijving
RML22_A TP03_A TP04_A TP05_A TP06_A TP07_A TP02_A HSS169_A TP01_A TP12_A TP11_A TP10_A TP09_A TP08_A RML22_A TP03_A
Rentmeesterlaan 22 Toetspunt03 Toetspunt04 Toetspunt05 Toetspunt06 Toetspunt07 Toetspunt02 Hasselstraat 169 Toetspunt01 Toetspunt12 Toetspunt11 Toetspunt10 Toetspunt09 Toetspunt08 Rentmeesterlaan 22 Toetspunt03
Hoogte 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5
Dag 16.1 15.6 13.8 12.0 10.5 9.5 5.2 5.1 3.2 2.0 2.0 1.3 -0.5 -2.9 16.1 15.6
LAr,LT [dB(A)] Avond Nacht ---------------------------------
Etmaal 16.1 15.6 13.8 12.0 10.5 9.5 5.2 5.1 3.2 2.0 2.0 1.3 -0.5 -2.9 16.1 15.6
De hoogst berekende waarde voor de indirecte hinder bedraagt 16 dB(A) in de dagperiode. Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van woningen in de omgeving moet worden aangesloten bij de beoordelingsmethodiek uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering, zie paragraaf 2.1. De richtwaarde uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. Aan deze richtwaarde wordt voldaan. Gesteld kan worden dat, qua indirecte hinder, sprake is van een acceptabel woonen verblijfklimaat ter plaatse van de gewenste woningen. Voor het beoordelen van de inpasbaarheid van de gewenste inrichting wordt getoetst aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de schrikkelcirculaire van 29 februari 1996. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan de richtwaarde voor de indirecte hinder voldaan. Om bovenstaande redenen kan worden gesteld dat de indirecte hinder geen knelpunt vormt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.