06 Toelichting BP Oude Stad Noordwest 2016, 3e herz
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019007-b001
12 april 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
4 4 5 5
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
9
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3 Volkshuisvesting 3.4 Groen en biodiversiteit 3.5 Verkeer en parkeren
9 10 11
15 15 15 16 17 19
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
21
4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Milieuhinder bedrijven 4.3 Externe veiligheid 4.4 Vuurwerk 4.5 Geluid 4.6 Lucht 4.7 Geur 4.8 Bodem 4.9 Natuur en ecologie
21 21 22 23 23 25 25 25 27
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
30
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets
30 30 31 33
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
34
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
35
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
36
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen
36 36 36
Toelichting
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van vijf grondgebonden woningen gelegen achter de Hasseltstraat 171-181 aan het Van Bylandtpad te Tilburg. Het betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie O, nr. 7089 en 7091 (ged.). Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het gebied gelegen achter de woningen aan de Hasseltstraat huisnummers 171 -181. De beoogde woningen worden geörienteerd op het Van Bylandtpad.
Figuur 1 - Luchtfoto plangebied
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
2
Figuur 2 - Ligging plangebied in Tilburg (rode stip).
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het op 17 oktober 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Oude Stad Noordwest 2016". Dit bestemmingsplan is op 17 januari 2017 in werking getreden en onherroepelijk sinds 12 december 2017. In het genoemde bestemmingsplan hebben de gronden aan de achterzijde van de Hasseltstraat 171-181 de bestemming 'Gemengd- Lint' met de functieaanduiding 'erf'. De gronden kennen geen bouwvlakken en zelfstandige woningen zijn op deze gronden dan ook niet toegestaan. Daarom is deze herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 1.4.1 Inleiding Het Van Bylandtpad is een fietspad met een parallelle, gescheiden auto-ontsluiting voor de achterzijden van de percelen die hun adres hebben aan de Hasseltstraat. Het gebied zou gebaat zijn bij meer sociale controle, aangezien er geen woningen direct zijn georiënteerd op het fietspad. Daarnaast blijft het uitgangspunt dat het Van Bylandtpad een achterzijde is van de Hasseltstraat. De groene inrichting blijft ook gehandhaafd. Dat informele karakter kan alleen in stand blijven als eventuele ontwikkelingen hier kleinschalig, bijzonder en individueel zijn. 1.4.2 Analyse ruimtelijke structuur De wijk Hasselt De wijk Hasselt ligt in de oude stad van Tilburg, dat is het gebied binnen de ringbanen. Hasselt ligt globaal genomen tussen de Kwaadeindstraat, Ringbaan-West, Ringbaan-Noord en de Goirkestraat. De ontstaansgeschiedenis van de wijk is terug te vinden in de ruimtelijke opbouw ervan. Structurerende elementen in het plangebied zijn de oude 'linten' met daarnaast de twee latere grootschalige elementen: de Ringbaan en het Wilhelminakanaal. Tussen deze opvallende elementen bevinden zich de meer 'verscholen' delen van de wijk.
Hasselt bestaat voornamelijk uit woonbuurten, kleine pleinen en plantsoenen, nauwe straten, binnenterreinen met bedrijven en garages, als ook de overblijfselen van een het kasteel van Tilburg in de Stenen Kamerpark. De hoofdstructuur van de wijk wordt gevormd door verschillende historische lijnen
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
3
waarvan de lijn de Hasseltstraat - Tongeloosehoefstraat/Kwaadeindstraat de belangrijkste is. De hoofdstructuur is onderdeel van een grotere structuur, de structuur van historische linten die een belangrijke ruggengraat vormt van de oude stad van Tilburg. De linten hebben een divers en organisch karakter, zowel in functies als in bouwstijl (bouwjaar, maat, schaal en dichtheid). Tussen de historisch lijnen en de daaraan organisch gegroeide bebouwing liggen de meer planmatig opgezette woongebieden. In het gebied rond de Van Bylandtstraat waar zich het kasteel van Tilburg bevond, zijn na een opgraving rond 1980 de funderingen tot boven het maaiveld opgemetseld. Enkele van de aangrenzende straten verwijzen voor wat betreft de naamgeving naar het kasteel.
Figuur 3 - Een inventarisatiekaart uit 1975 waarbij in een oogopslag het structurele onderscheid tussen linten en planmatige (woning)bouw zichtbaar is. Afbeelding is afkomstig uit tijdschrift Stichting tot behoud van Tilburg Cultuurgoed.
De Hasseltstraat De Tilburgse linten vormen een onmiskenbaar onderdeel van de stad en zijn niet meer weg te denken uit onze stad. De geschiedenis van de linten zal voor de meeste Tilburgers geen geheim zijn. De stad Tilburg wordt ermee geïdentificeerd en is als het ware onlosmakelijk deel van ons collectieve geheugen. De linten zijn iets waar Tilburg trots op kan zijn; iets wat we moeten koesteren en waar we zorgvuldig mee moeten omgaan. Met de 'linten' worden in dit gebied ook de oudste straten in het gebied bedoeld. Ze zijn voor het overgrote deel nog in tact. Tot vandaag de dag blijven ze belangrijk als ruimtelijke dragers van de wijk. Ook in dit plangebied zijn de linten zijn herkenbaar aan hun min of meer doorlopende straatwanden en grote diversiteit in vormgeving van de individuele gebouwen. De bebouwing erlangs is namelijk in de loop der tijd perceelsgewijs 'gegroeid' in wisselend tempo en ten behoeve van zeer diverse invullingen. Daardoor zijn de korrelgrootte, massaopbouw, vormgeving en uitstraling zeer gevarieerd. Deze variatie levert een levendig, goed herkenbaar beeld op. De Hasseltstraat heeft een bijzondere plek als doorlopende 'ruggengraat' centraal in het plangebied. Ongeveer halverwege de straat, in de bocht, bevindt zich de Hasseltse kerk met een ruim voorplein.
Dit voorplein vormt een opvallende verruiming van het straatprofiel en is daarmee een duidelijke herkenningspunt. Het pleintje voor de kerk en het kerkhof daarnaast zijn tevens open plekken in de verder grotendeels dichtgeslibde buurt. Vanwege de verbindingsroute tussen de oude nederzettingen Veldhoven en Hasselt heeft de straat een meer 'dorps' karakter met bebouwing van doorgaans één tot twee lagen. Met de aanleg van de ringbanen is deze route bij de Hasseltse rotonde abrupt afgesneden. Een deel van deze linten is in de tijd door ontwikkeld tot meer bedrijvige stadsstraten. Een aantal zijn in kracht afgenomen en nu te typeren als woonstraten. In de structuurvisie voor de is een onderscheid gemaakt in bedrijvige linten en rustige linten. Het zuidelijk deel van de Hasseltstraat en de "linten" van de Kwaadeindstraat en van Dillenburglaan zijn aangewezen als meest dynamische en bedrijvige linten. Deze
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
4
laatste twee zijn vanuit historisch perspectief niet direct te verklaren maar wel van wegen hun verkeersfunctie en vanuit de wens om een continue logische structuur te definiëren. In deze straten zijn in het bestemmingsplan dan ook ruimere ontwikkelingsmogelijkheden, de verwachting is dat hier beperkt gebruik van zal worden gemaakt. Het noordelijk deel van de Hasseltsraat, Textielplein, de Van Hogendorpstraat, de Kapelstraat, Witte Bollenstraat, Tongerloose hoefstraat, Kuiperstraat en Philips Vingboomstraat, zijn veel minder dynamisch, de rustige linten. De bedrijvige linten zijn veel dynamischer met veel meer menging van programma en een grote diversiteit aan bebouwing, de rustige linten hebben een meer woonfunctie. De linten tezamen vormen de hoofdstructuur van de wijk en hebben in tegenstelling tot de buurten en de randen van de wijk een wisselend straatbeeld en verkavelingspatroon. 1.4.3 Beoogde stedenbouwkundige inrichting plangebied Het Van Bylandtpad heeft ter hoogte van het plangebied een nieuwe ontsluiting gekregen ten behoeve van de achterzijden van de percelen aan de Hasseltstraat. Deze ontsluiting wordt gebruikt om met een auto te kunnen komen bij de achterste bijgebouwen van de woningen aan de Hasseltstraat, of om een enkele andere functie (bijvoorbeeld het makelaarskantoor) te ontsluiten.
De ontsluiting ontlast daarmee verkeerskundig de Hasseltstraat en zorgt voor een verbetering van de sociale controle op het fietspad. De nieuwe woningen zijn direct georiënteerd op dit fietspad en zorgt voor nog meer sociale controle. Het is de bedoeling dat ontwikkelingen aan het Van Bylandtpad kleinschalig, bijzonder en individueel zijn. Het voorliggende plan voldoet aan deze uitgangspunten. De woningen zijn ontworpen met als uitgangspunt de eenvoud en soberheid van de omliggende bijgebouwen. Toch is veel aandacht besteed aan de kwaliteit en de bruikbaarheid van de woningen. De verschillen in hoogte spelen daarin een belangrijke rol en zijn daarom ook vastgelegd in het bestemmingsplan. Daarmee zijn tevens de privacy en bezonning van de belendende percelen gewaarborgd. Parkeren vindt achter de woningen plaats, aansluitend op de parkeerplaats van de appartementen aan de Hasseltstraat. De parkeerplaatsen zijn bereikbaar via de bestaande entree tussen deze appartementen aan de Hasseltstraat. Voor voetgangers zijn de woningen en achtertuinen bereikbaar vanaf het van Bylandtpad.
Figuur 4 - Plattegrond beoogde ontwikkeling.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
5
Figuur 5 - Impressie beoogde ontwikkeling.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
6
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken, om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden.
Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
7
wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden.
Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art.
3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Het betreft de ontwikkeling van vijf woningen.
Uit de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State blijkt dat voor een dergelijk kleine ontwikkeling geen toetsing hoeft plaats te vinden aan de ladder voor duurzame verstedelijking, omdat deze niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kwalificeren is.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
8
doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning 1 januari 2023) echt klaar te zijn, is er eerst een Interim Omgevingsverordening gemaakt.
In deze verordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening ondergebracht. De Interim Omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Deze spelen voor dit bestemmingsplan geen rol. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim Omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. Het betreffen hier de regels uit de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht.
In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim Omgevingsverordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in 2022 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Het plangebied is gelegen in het werkingsgebied Stedelijk gebied.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert en welke prioriteiten daarbij gelden.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
9
Inhoudelijk richt de Omgevingsvisie zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: de Brabantstrategie, de Regiostrategie en de de Stadsstrategie. Deze worden hierna toegelicht. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten bestaan uit de Binnenstad van de 21e eeuw, Tilburg University Campus, Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven en Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant. De drie stadsregionale parken zijn Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven, Stadsregionaal park Stadsbos013 en Stadsregionaal park Noord. De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten (Bedrijvenpark Zuid, Zorgcluster Leijpark en Duurzaam energielandschap Noord) en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied.
Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. De hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
10
<0000> <0000>
Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
2.3.2 Structuurvisie Linten in de Oude Stad De Structuurvisie Linten in de Oude Stad is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten.
In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten. Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad. In rustige linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); e.
behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
11
Figuur 6 - Structuurvisie Linten in de Oude Stad: bedrijvige en rustige linten.
De Hasseltstraat is aangewezen als bedrijvig lint. De voorzijde van het perceel (Hasseltstraat 171-181) is als bedrijvig lint aangewezen en heeft ook een daarbij passende bestemming gekregen. De nieuwe woningen zijn georiënteerd op het van Bylandtpad en maken daardoor geen onderdeel uit van het lint langs de Hasseltstraat. Vandaar dat deze woningen zijn voorzien van een woonbestemming.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
12
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.1.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.2.1 Historische geografie <0000> Ligging: het plangebied ligt aan de westelijke zijde van de Hasseltstraat, pal ten noorden van het terrein waarop het voormalige kasteel van Tilburg gelegen was, in de noordoostelijke hoek Oud Noord, in het gebied van de wijken Hasselt en Goirke ten zuidwesten van het Textielplein. <0000> De Hasseltstraat is op de kaart van D. Zijnen (1760) wel ingetekend maar is onbenaamd. Wel staat er de aanduiding "Kleinhasselt" bij. De naam van de straat wordt echter al in 1532 vermeld. In 1871 wordt de weg met keien bestraat. Oorspronkelijk liep de straat van de Veldhoven naar het Hasseltplein (de Hasselt). Met de aanleg van de Hasseltrotonde in 1959 werd deze verbinding abrupt afgesneden. De samenhang tussen plein en straat werd daarmee geheel verstoord. <0000> In het begin van de negentiende eeuw bevond zich aan de Hasseltstraat nog maar weinig bebouwing. De huizen hadden vaak een zeer diepe achtertuin. De terreinen daarachter hadden in het algemeen een zuiver agrarische bestemming. Daarop werden in de negentiende en twintigste eeuw veelal textielfabrieken gebouwd. In het zuiden van de straat werd het karakter vooral bepaald door de hoeven van het kasteel van Tilburg, dat zich even ten westen van de Hasseltstraat bevond.
In de loop van de negentiende eeuw is de Hasseltstraat volgebouwd met in het algemeen éénlaags woonhuizen. In 1898 en 1900 werden de kerk van OLV van de Rozenkrans en de Sint Antoniusschool gebouwd. <0000> Huidig landgebruik: grotendeels verstedelijkt gebied. Het plangebied is deels bebouwd met garages en deels onbebouwd achterterrein van de woningen aan de Hasseltstraat. 3.2.2 Archeologie <0000> Het plangebied is niet gekarteerd op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); <0000> Het plangebied ligt op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi) in een gebied met hoge verwachting; <0000> Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein; <0000> Naar aanleiding van de herziening van het Beheerbestemmingsplan Hasselt is door Fontys HogescholenBILAN in 2005 een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd: Tilburg Hasselt - De Soeij, Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Net als andere stadsdelen van Tilburg voldoet
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
13
<0000>
<0000>
Hasselt aan een aantal, dat kansen biedt aan vroege bewoning of deze althans doet vermoeden. Het gaat hierbij om elementen als de nabijheid van water, de afwisseling van het reliëf en met name het voorkomen van hoger gelegen locaties, de bodemgesteldheid en de aanwezigheid van oude structuren die een aanduiding kunnen zijn van oude bewoningspatronen. Binnen de planomgrenzing van het Beheerbestemmingsplan Hasselt en ten zuidwesten van het huidig plangebied is een waardevol archeologisch terrein aan te duiden. Het betreft de voormalige locatie van het kasteel van de Heren van Tilburg, waarvan het hoofdgebouw eind jaren 1970 en begin jaren 1980 grotendeels is opgegraven. De resten van funderingen en muren van het kasteel en de omringende gracht zijn na onderzoek afgedekt en in de ondergrond bewaard gebleven. Tevens zijn grote delen van het terrein tot heden niet onderzocht, het bodemarchief bevat hier bijkomende archeologische informatie over het kasteel en de inrichting van de omgeving, c.q. bijgebouwen. De archeologische locatie van het kasteel e.o. wordt begrensd door de bebouwing aan het Koetshuis, het van Bylandtpad, de van Bylandtstraat, het zuidelijk pad langs het Stenen Kamerpark en de Rentmeesterlaan. Uit de informatie van de huidige eigenaar blijkt dat de grond in het plangebied volledig is gesaneerd.
3.2.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> Objecten: in dit plangebied liggen geen op grond van Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. In de nabijheid van het plangebied liggen enkele objecten van cultuurhistorische waarde die zijn opgenomen in de MIP-inventarisatie: <0000> Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant wordt de Hasseltstraat gewaardeerd als een lijn van redelijk hoge waarde. Aan de overzijde van de straat (tegenover het plangebied) zijn diverse panden gelegen die in het MIP gekarteerd zijn. Het betreft hier vooral kleine woonhuizen en een complex met een begraafplaats, de voormalige kerk van O.L.V. van de H. Rozenkrans (1897 architect A.G. de Beer) en school. <0000> Ten noordoosten van het plangebied bevinden zich (nrs. 182-190) enkele sterk gerestaureerde voegachttiende-eeuwse woonhuisjes die aangewezen zijn als van rijkswege beschermde monumenten. <0000> Ten noorden van het plangebied is het pand Hasseltstraat 93 aangewezen als een beschermd gemeentelijk monument. <0000> Gebieden (beschermd stadsgezicht): niet van toepassing in of in de directe nabijheid van deze planlocatie.
<0000> Lijnen (historische assen, linten,): De Hasseltstraat is op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant aangeduid als een historisch geografische lijn van redelijk hoge waarde. <0000> Historisch groen: niet van toepassing op deze locatie. 3.2.4 Conclusie Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling; er worden geen historische objecten of structuren aangetast. Vanwege de grondverstoring van de sanering van het plangebied is archeologisch onderzoek niet nodig.
3.3 Volkshuisvesting De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart van Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar, dit op basis van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2030 moet de woningvoorraad in Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen toenemen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke bevolkingsgroei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1.400 woningen per jaar, aangezien ook onttrekkingen gecompenseerd moeten worden. Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de Woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Centraal staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus.
De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners, maar ook passend bij de verschillende leefstijlen.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
14
Het plan tot de bouw van vijf woningen past ruimschoots binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context. Daarnaast past voldoet het plan aan de beleidsdoelen-Wonen in de WoonVisie, met name voor wat betreft het leveren van een bijdrage in de opgave aan grondgebonden woningen in een stedelijk buitencentrum woonmilieu. Voor het verder verloop van de planontwikkeling wordt aanbevolen de woning levensloopbestendig te ontwerpen en te laten voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen.
3.4 Groen en biodiversiteit 3.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaardezoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaardezoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.
Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant.
Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). In de regels van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming van de bomen bestaat uit een bouwverbod
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
15
en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Aan de westzijde van het plangebied langs het Van Bylandtpad staan bomen met een klimaatwaarde. Deze zijn opgenomen op de boomwaardekaart en hoewel de woningen geprojecteerd zijn binnen de straal van 15 meter rond de bomen, is er geen boomeffectanalyse nodig om te kunnen onderbouwen dat deze bomen behouden kunnen blijven. Het gaat om jonge bomen (prunus) en de boomkronen beslaan niet de volledige 15 meter. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal de ontwikkelaar wel maatregelen moeten treffen om te zorgen dat de bomen geen schade zullen ondervinden. 3.4.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context.
Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.4.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad.
Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen Nota Biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied: In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur': Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 is 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit: Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid.
In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'Agenda Groen in de Stad' vastgesteld (collegevergadering 19 juli 2016). De 'Agenda Groen in de Stad' gaat samen met het 'Beheerbeleidsplan Groen
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
16
op Niveau' en de nota's Groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de Omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).
3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.
3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.
De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' (Bijlage 1 Nota Parkeernormen Tilburg 2017) zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
17
overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.5.4 Verkeer en parkeren in plangebied Het plangebied ligt centraal in Tilburg en wordt begrensd door het van Bylandtpad en de Hasseltstraat. Het plan ligt binnen de bebouwde kom. Functies De Hasseltstraat is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Tevens is dit een busroute en onderdeel van het secundaire fietsnetwerk van Tilburg. Het van Bylandtpad is een doodlopende erftoegangsweg welke enkel is bedoeld voor de ontsluiting van de aanliggende percelen. Hiernaast loopt een tweerichtingsfietspad welke onderdeel uitmaakt van het secundair fietsnetwerk van Tilburg. Ontsluiting De voorzijde van de het plan is ontsloten aan het van Bylandtpad.
Het betreft een doodlopende erftoegangsweg welke ontsloten wordt vanaf de Willem de Rijkestraat. De achterzijde van het plan grenst aan een parkeerterrein dat bereikt kan worden via de Hasseltstraat. Dit is een gebiedsontsluitingsweg. Op beide wegen geldt een snelheidsregime van 50 km/uur. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de Nota parkeernormen gemeente Tilburg. Op basis van de nota genereert het plan een parkeerbehoefte van zes plaatsen (zone B, parkeernorm van 1,2 inclusief bezoekersaandeel × 5 woningen). Er zijn acht plaatsen aangelegd ten behoeve van deze ontwikkeling op het parkeerterrein gelegen achter de woningen. Calamiteitenvervoer Het openbaar gebied moet altijd bereikbaar zijn voor de noodhulpdiensten. Afvalinzameling Het terrein moet goed bereikbaar zijn voor afvalinzameling. Een vuilniswagen moet altijd vooruit kunnen rijden bij arriveren en bij het wegrijden.
Oude Stad Noordwest 2016, 3e herziening (Hasseltstraat 171-181)
18
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.
4.1 Milieueffectrapportage 4.1.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een milieueffectrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet opgenomen in de bijlagen bij het Besluit mer, en zijn derhalve niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Specifiek wordt ingegaan op de vraag of de ontwikkeling kwalificeert als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de ontwikkeling een rol spelen.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de bouw van vijf woningen, maar het extra ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 januari 2020 met nummer ECLI:NL:RVS:2020:100. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn ‘Kampina en Oisterwijkse vennen’ en ‘Regte Heide en Riels laag’, beide op ca. 4,5 kilometer afstand van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.
4.2 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. De VNG publicatie is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-publicatie staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Het plangebied ligt tegen het gemengde lint van de Hasseltstraat aan. Hoewel er in dit deel van de Hasseltstraat voornamelijk woningen aanwezig zijn, zijn er binnen de gemengde bestemming ook kleinschalige bedrijfjes toegestaan. Hierbij zijn categorie A en B bedrijven uit de lijst functiemenging uit de VNG-publicatie toegestaan. Omdat er geen sprake is van een aanpandige situatie wordt er voldaan aan de voorwaarde van de categorie A en B bedrijven.