CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Rapportage Stadsgesprekken fase 2 juni 2021

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Inclusie 2021-2025_gewijzigd27.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

III. Activiteiten gericht op specifieke groepen De wijk- en dorpsraden faciliteren activiteiten die toegankelijk zijn voor iedere wijkbewoner. Sommige activiteiten zijn gericht op specifieke groepen, te weten kinderen, vrouwen en ouderen en in sommige gevallen gericht op armoede. Specifieke aandacht voor LHBTIQ+ en mensen met een beperking ontbreekt; activiteiten voor culturele diversiteit en vrouwenemancipatie komt in enkele gevallen voor. Activiteiten voor deze groepen worden niet aangeboden omdat 1) de vraag naar deze activiteiten bereiken de raden niet, 2) de groepen niet zichtbaar zijn en 3) er verschillende ideeën zijn of deze groepen wel bereikt willen worden.

36

“We besteden extra aandacht aan ouderen en armoede. Dat zijn de aandachtsgroepen waar veel aandacht naar toegaat.” “Sommige doelgroepen zijn niet in beeld bij de wijkraad, mensen met een beperking of homoseksuelen. Ik ben zelf homoseksueel, dus ik ken er wel een paar, maar verder niet. Het wordt vaak opgeschoven, met name de laatste groep. Mensen met een beperking worden al geholpen door professionals dus we hopen dat dat genoeg is. En die worden door de wijkraad hetzelfde behandeld als de andere bewoners.” “LHTBQ, nee, vrouwenemancipatie, soms, culturele diversiteit, ook soms, met name met allochtone groepen die wel degelijk in onze wijk zitten, en Tilburgers met een beperking eigenlijk ook niet.” “Hier in de buurt heb je wel de organisaties zitten tegen vrouwenmishandeling, en een kunstclub voor alcoholisten of ex-alcoholisten. Daar mag je altijd binnenlopen. Zulke mensen komen wel eens in de wijkraad en daar proberen we dan een activiteiten omheen te organiseren.” “In samenwerking met ContourdeTwern hebben we veel activiteiten voor niet-Westerse mensen. En voor vrouwen zijn er verschillende dingen, we hebben activiteiten voor alleenstaande vrouwen met kinderen en ook voor vrouwen die behoefte hebben aan contact.” “Iedereen kan bij ons aankloppen, dat gevoel hebben we ook echt. Maar niet iedereen doet het. We weten allemaal dat bepaalde groepen moeilijker te bereiken zijn.

Daar zit een probleem. Althans, dat is ook nog maar de vraag. Misschien willen die groepen helemaal niet bereikt worden. Ik heb het idee, bij ons kan iedereen in gesprek, dat is mijn stellige overtuiging.” “Ik kan geen activiteit organiseren voor een groep die niet zichtbaar is.”

IV. Wat normaal is, niet bijzonder maken Wijk- en dorpsraden zien diversiteit en inclusie niet als een specifiek aandachtspunt. Het overheersende gevoel is dat iedereen mee kan doen en erbij hoort. Dit wordt bevestigd door persoonlijke ervaringen van mensen. Verder is men terughoudend in het expliciet benoemen van minderheden, omdat “we dat wat normaal is, niet voortdurend bijzonder moeten maken”. De samenstelling van de raden zelf is ook niet divers. Sommige raden hebben een andere invulling van inclusie: het gaat erom dat iemand geschikt is voor de functie, ongeacht de persoonlijke kenmerken en achtergrond. “Want we moeten oppassen dat we iets wat we vinden dat normaal is, voortdurend bijzonder maken. En daar zijn we voortdurend mee bezig en daardoor heb ik wel eens het gevoel dat die groepen zichzelf tekortdoen en daar moeten we ontzettend mee oppassen.” “In Tilburg hebben we van origine festival Mundial maar dat bestaat niet meer. En we hebben heel veel culturele activiteiten, theater, muziek, kunst. Homoseksualiteit is een groot goed in Tilburg. Tilburg is daar ook wel een beetje trots op, ook op Roze maandag.” “We wonen in een stad, het is heel normaal. Overal waar ik woon heb ik een lesbische buurvrouw gehad, ook getrouwd en kinderen. En ook homovrienden komen hier ook over de vloer. Dat is gewoon. En het mengt zich. En we hoeven het er niet over te hebben.

Dat is ook mijn idee. Het is, en het is gewoon, en het woont en leeft samen.” “Ik ben opgegroeid in Udenhout en bij ons in het dorp hebben we twee organisaties voor verstandelijke beperkten en daardoor weet ik eigenlijk niet anders dat mensen met een verstandelijke beperking onderdeel zijn van het dorp. Ook in de sport en op clubjes en in winkels.”

37

“De diversiteit, dat is de opbouw van onze dorpsraad, is op een hele andere manier ingevuld. Wij hebben acht domeinen: agrarisch, recreatief, cultuur, sport, zorg welzijn, sport, bedrijven, als er vacatures zijn, wordt er van dat domein gezocht en dat is ook diversiteit, maar een andere soort diversiteit. […] Wij kijken helemaal niet naar die hokjes, alleen naar de achtergrond of iemand iets zinnigs kan betekenen voor dat domein. En andere achtergronden, waar wij nu over praten over inclusie, is volstrekt niet relevant. Je kan het een blinde vlek noemen, je kan ook zeggen dat we het ultieme hebben bereikt en dat dat er helemaal niet meer toe doet. De competenties op jouw domein, los van kleur, sekse, leeftijd, daar gaat het om. We zijn een stap verder.” “Het hypeachtige, dat diversiteit en inclusie nu op de agenda staat. En ook het normaliseren. En dat is een spanningsveld. Want dat betekent dat je een bepaalde lat hebt die je normaal hebt en iedereen die daarbuiten valt moeten we het over inclusie hebben. Eigenlijk zouden we het niet over diversiteit moeten hebben maar over hoe creëer je nou een maatschappij waarin iedereen kan bijdragen met zijn competenties aan de maatschappij. En dat je het dus niet hebt over wat voor achtergrond iemand heeft.

Diversiteitsbeleid en inclusiebeleid is in feite, je zet eerst een bepaalde groep apart, zo van jij hoort niet dat tot gemiddelde of normale deel, en nu hebben we je apart gezet en gaan we kijken hoe dat je inclusie kan hebben. Eigenlijk is dat een vreemde beweging. Je moet dat apart hebben al niet hebben. Je zou in wezen gewoon moeten kijken hoe creëer je een maatschappij waarin iedereen kan bijdragen.”

V. Inzetten op verbinding Leden van wijk- en dorpsraden bevorderen graag de verbinding tussen bewoners in de wijk. Daarin komen ze echter veel barrières tegen: ‘Soort zoekt soort’, geen gedeelde interesses, taal- en cultuurverschillen en sociaal economisch. Tegelijkertijd zien zij kansen in sport, muziek en eten als verbinder. Ook het belang van ontmoetingsruimten wordt onderschreven. “Soort zoekt soort. Je gaat niet zomaar om met de ouders die roken en plat Tilburgs praten. Ik heb veel meegeholpen als ouder, ik ga ook met zulke mensen gewoon in gesprek, maar ik ben snel uitgepraat. Maar dat zie je overal, he gaat om met gelijkgestemden en waar je feeling mee hebt. En dat heeft te maken met of je dezelfde interesses hebt en het ergens over kunt hebben. Qua cohesie lijkt een gemengde school heel leuk, maar feitelijk is er weinig cohesie.” “Wij hebben een heel ingewikkelde wijk met 26.000 inwoners en veel diversiteit. We zitten met het probleem met niet-Westerse mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Vooral de ouderen, daar hebben we weinig contact mee. Die zoeken elkaar op. Ze zeggen toe om te komen naar activiteiten, maa r doen dat vervolgens niet.” “Dat zoekt elkaar niet op, dat proberen we wel met de wijkraad, maar de een komt niet in de andere wijk.

Zorgvlied aan de kook, een initiatief dat vorig jaar is gestart, erg leuk, maar dat gebeurt alleen in het villagedeelte, volgens mij zijn de mensen uit zuid geen eens uitgenodigd.” “Zolang wij die grote sociale huurwoningen houden, blijven we gewoon hangen. En toenadering tussen die twee groepen, we hebben ook een buurt met villa’s, maar die buurten blijven apart. Het blijft toch moeilijk.” “Wij hebben twee ontmoetingsruimtes, wij zien wel dat vooral in die ontmoetingen de groepen elkaar toch opzoeken, vooral de niet-Westerse mensen klitten bij elkaar, dat is ontzettend jammer. Ik heb ook wel eens met de jongeren gesproken met een niet-Westerse achtergrond. En toen zei ik ‘moeten we ons eigen aanpassen aan jullie of jullie aan ons?’ En dan krijg je te horen ‘Wij hebben geen vergadercultuur’ Ik zeg: ‘wel een eetcultuur. Moeten wij ons nu aanpassen aan jullie?’ Dus zo lopen we steeds tegen iets aan.”

38

“Eten verbindt, maar sporten ook. Ik denk dat de gemeente Tilburg hier iets in kan betekenen. De sportaccommodaties zijn verspreid over heel de stad, en ver van elkaar, we zouden toch iets moeten creëren dat het dichterbij komt te liggen.” “Wij hebben buurtsport, het zijn alleemaal niet-Westerse jongeren. En bij de scoutinggroep zitten alleen Nederlandse kinderen, ook vanuit andere wijken. Dus het is jammer dat de culturen niet samengaan.” “En muziek kan ook een verbindende factor zijn. Ontmoeting en elkaar respecteren is goed, maar het moet niet een grote grijze massa worden. Ontmoeten is een heel essentiële. We moeten niet verwachten dat iedereen meegaat met onze vergadercultuur, dat we moeten zoeken naar andere manieren v an contacten, zoals eten, sporten en muziek.” “En belangrijk, je moet een goede plek in iedere wijk hebben voor ontmoeting. Als je geen plek hebt voor ontmoeting, daar is de plek waar zeventig man toch in groepjes samen kunnen komen.” “Vooral de buurthuizen waar vroeger door Turkse vrouwen werd gekookt. In Groenewoud zijn we echt bezig om weer het buurthuis van vroeger te worden, meer het laagdrempelige en de gezelligheid terug te laten komen.”

VI. Wijkagenda als stimulans? Elke wijk- en dorpsraad stelt in overleg met de gemeente een wijkagenda op. Mogelijk biedt de wijkagenda kansen om inclusie te bevorderen. “Ik denk verder dat niemand het woord inclusie heeft staan in de wijkagenda. Er is bij ons wel apart aandacht voor eenzamen en ouderen en daar zijn ook werkgroepen voor.” “Het is de bedoeling dat die wijkagenda een instrument wordt van mensen die in de wijk wonen, waarin iedereen mee kan doen. Ik hoop dat die wijkagenda gedragen wordt door enthousiaste bewoners en ook professionals.”

39

Wat er nodig is om Tilburg inclusiever te maken In twee brainstormsessies hebben we gesproken met Tilburgers voor wie het niet vanzelfsprekend is om gehoord, gewaardeerd en geaccepteerd te worden. Vanuit hun verbintenis met culturele diversiteit, leven met een beperking, vrouwenemancipatie of LHBTIQ+ spraken zij over wat er nodig is om van Tilburg een inclusievere stad te maken. En over wat zij nodig hebben om meer jezelf te kunnen zijn, meer mee te kunnen doen en een veiliger gevoel te hebben in Tilburg. Begrijpelijke taal Representatie in boeken en lesmateriaal Inzet van ervaringsdeskundigen om te leren van andere perspectieven Inzetten op cultuur en muziek als verbinder

Aandacht voor mensen in armoede Meer bewustzijn en kennis Betaalbaar houden van evenementen

Aanbod toegankelijk en vindbaar maken

Het onderwijs als plek om op jonge leeftijd bekend te raken met verschillen Flexibel zijn om kansen te creëren

Keurmerk ‘wij zijn divers en inclusief’

De stap naar werk makkelijker maken

Representatie bij bedrijven – een divers personeelsbestand Ontmoetingsruimten in de stad Toegankelijke invalidentoiletten

Reclame-uitingen in stad om bewustzijn te vergroten Vacatures die vindbaar, toegankelijk en aansprekend zijn Werken op niveau faciliteren

A. Begrijpelijke taal “We vragen al zo lang makkelijke taal, maar we krijgen nog steeds moeilijke taal. Makkelijkere taal maakt voor iedereen het leven makkelijker.” “Ik vind nog steeds gewoon dat als je brieven krijgt, ze zo onduidelijk zijn. Misschien ligt het aan mijn beperking. Maar de zinsopbouw, de taal die erin staat. En dan raak ik in paniek soms, dan denk ik dat ik moet betalen maar dan is dat helemaal niet zo.” “Wij krijgen heel veel vragen van mensen die in paniek zijn geraakt door schriftelijke communicatie van de gemeente die verkeerd geïnterpreteerd wordt doordat ze moeilijk kunnen lezen maar ook de taal niet machtig zijn. En niet omdat ze geen Nederlandse achtergrond hebben, maar omda t ze de woordenschat niet beheersen, dyslectisch zijn of het niet goed begrijpen gewoon. En als je dan ook nog belt naar de gemeente voor uitleg, dan wordt de brief letterlijk voorgelezen, het is niet zo dat je de brief dan beter begrijpt.” “Als ik zoiets heb, ik ben dan gefrustreerd, dan krijg ik weer ‘begrijp mij nou eens mevrouw. Ik heb een beperking, ik krijg niet voor niets begeleiding’. En gelukkig heb ik een lieve man die begripvol is naar mij toe, maar als ik die niet had, was ik nog veel gefrustreerder.” “Ik zou vragen, om dingen eenvoudig uit te leggen.

Taalniveau echt op B1 niveau, zodat heel veel inwoners het snappen, ook voor bewegwijzering, en informatie dat uitgedeeld wordt. Dat daar niet ambtelijk gepraat wordt.”

B. Aandacht voor mensen in armoede

40

“En die financiële kwetsbaarheid, niemand loopt te koop met armoede.” “Ik heb een tijdje meegelopen bij ContourdeTwern ‘SamenSterk’, voor een groep van mensen met een kleine portemonnee, maar daar heb ik zo veel energie gezien. Zo veel kracht. Als je achter de voordeur komt, bijvoorbeeld door mijn vrijwilligerswerk, zie je zo veel verborgen krachten. Het is jammer dat dat taboe nog te groot is om te delen, dat is heel jammer dat het zo is.” “En ook de kostendelersnorm kan beperkt worden zodat, en dat kwam ook in het vorige gesprek aan bod en ook laatst in het nieuws, dat ouders eigenlijk hun kind uit huis moeten zeggen omdat het kind anders moet opdraven voor de huur. Dat zijn van die schrijnende gevallen. Ik vind niet dat je een kind mag belasten door het probleem van de ouder omdat je een bijbaan hebt voor een paar uur per week. Als je kijkt ook naar de woningnood, dan moet je niet mensen gaan korten als ze gaan samenwonen.” “De gemeente kan in haar stad bij plaatselijke buurthuizen waar toch veel mensen komen, daar wat meer ‘en public’ aandacht aan besteden, dat er armoede bestaat.”

C. Representatie bij bedrijven – een divers personeelsbestand “Wat ik heel erg fijn zou vinden als er representatie is. Dat ik mij kan herkennen in de mensen die er werken. Het is fijn om te zien dat er vertegenwoordiging is van hoe Tilburg er uitziet. Volgens mij heeft 30% een diverse culturele achtergrond en dat is moeilijk te zien in het gemeentehuis. Als je echt verandering wilt doorvoeren, dan moet je ook van binnenuit werken. Het eigen probleem erkennen, omarmen en er wat aan doen!” “Bi-culturele medewerkers binnen de gemeente Tilburg zijn zwaar ondervertegenwoordigd. Het is niet terug te zien in de representatie van Tilburg, dat is 30% van de Tilburgers. En ze worden lager ingeschaald dan andere collega’s. Dit bleek uit onderzoek van vorig jaar.” “Wat mij opvalt, beleid wordt ontwikkeld, het is dan jammer dat daar ook geen mensen met een migratieachtergrond zitten, terwijl je wel beleid aan het ontwikkelen bent voor alle Tilburgers. Het is zonde dat dat beleidsteam niet divers is.” “Ik heb vorige week een gesprek gehad met R-Newt, zij zijn als maatschappelijke organisatie de enige met een divers personeelsbestand. En ik vroeg hoe ze dat dan deden. En dat inspireerde me wel. Ze vertelde, wij gaan de wijken in en wij hebben een doel, we willen jongeren bereiken en hoe doe je dat het beste: door representatie.

En ze hebben dus ook een divers team wat ook niet altijd makkelijk is. Er zijn ook confrontaties binnen het team, en dat wordt ook wel gestimuleerd en gewoon uitgesproken. Dus juist die verschillen en juist die confrontaties, die heb je nou eenmaal in diverse teams, dat is super waardevol om met elkaar te bespreken. Dat zou ook een voorbeeld kunnen zijn voor andere organisaties.”

D. Representatie in boeken en lesmateriaal “En binnen de collectie bij de bibliotheek probeer ik ook meer zichtbaarheid te creëren voor iedere groep van de bevolking. Als je ziet wat ik allemaal op de kinderafdeling tegenkom aan boeken, daar schrik je gewoon van. Dat heeft niet alleen maar te maken met homofobie, maar op zo veel vlakken is er nog zo veel discriminatie.” “En de lesstof hoe die nu wordt gepresenteerd is heel duidelijk een bepaalde insteek, een bepaalde keuze. Dat is niet neutraal. Het wordt vaak neergezet alsof dit gewoon geschiedenis of biologie is en dat dit de zaken zijn, maar het is een heel duidelijke keuze dat we bijvoorbeeld geschiedenis hebben vanuit het perspectief van

41

witte mannen. En filosofie is ook vooral witte Westerse mannen.” “Aardrijkskunde gaat ook vanuit het eurocentrische perspectief. Overal, waar zijn wij!? Ik heb ons nooit gezien in onze lesstof.”

E. Meer bewustzijn en kennis “Bewustzijn hierover is belangrijk. Werk met de landelijke diversiteitscentra om hierover trainingen te geven, voor werving en selectie. Er zijn toch vooroordelen over mensen met een migratieachtergrond. Die groepen worden uitgesloten. Dus de gemeente zou kritisch naar zichzelf moeten kijken en een visie op het personeelsbeleid moeten formuleren.” “Er is ook een aantal beroepen dat een extra verantwoordelijkheid heeft, en die moeten een sensitiviteitstraining volgen, dus organisaties die de samenleving vertegenwoordigen en het meeste contact hebben met de samenleving. Er zijn talloze organisaties die dit soort trainingen aanbieden. Het is zo jammer dat we overal het wiel los van elkaar aan het uitvinden zijn.” “Aan de ene kant wil je juist normaal zijn, je wilt behandeld worden als iedereen, en niet expres nog in de spotlights worden gezet, maar aan de andere kant moet dat juist gebeuren om het ook normaal te maken.” “Mijn nekharen gaan ontzettend overeind staan als ik vanuit bedrijven hoor ‘bij ons doet dat er allemaal niet toe’ of ‘bij ons is huidskleur of wat dan ook helemaal niet een issue’. Wij zijn daar voorbij, wij zijn verder. Dat kun je alleen maar zeggen als je zelf de status quo bent! Als je dat niet bent, kun je daar helemaal niet overheen gaan. Ik zie dat bij meerdere van de uitspraken. ‘Ja we zijn er wel, maar niemand bereikt ons’.

Of ‘bij ons is dat echt een non-issue, wij werken natuurlijk niet naar iemands achtergrond maar naar wat iemand voor het bedrijf kan betekenen’. Dat doe je wel. En natuurlijk voelen doelgroepen zich niet welkom als je het op die manier profileert alsof het niet aan de hand is. Dat je zelf erkent dat er een probleem is en dat je zelf ook aan discriminatie doet, dat maakt al dat je dat verlicht. Dat is belangrijk. Als je doet alsof het er niet is, dat is gewoon niet waar. Dat ervaren wij allemaal, anders waren deze gesprekken niet nodig.” “Ik zie nooit in een vacature staan ‘ook mensen met een rolstoel mogen solliciteren’. Dat wil ik overigens niet, want het is echt wel shit dat je eerst dingen bijzonder moet maken voordat je iets normaliseert, zeg maar. Dat is eigenlijk een klein beetje wat die eerste quote in mijn beleving inhoudt. Ik ben ook wel iemand die er een beetje voor waakt dat iemand in een rolstoel gewoon naar een festival gaat en ik hoop ook dat mensen dat normaal vinden. Maar het feit dat het benoemt moet worden, betekent wel dat het nog niet normaal is.”

F. Ontmoetingsruimten in de stad “Ik denk dat dit een goede stap is, de gesprekken voeren met elkaar. Ik denk wel dat gemeente voelt dat we niet inclusief genoeg zijn. Dat is een goed begin. We kunnen nu iets en nu gaat er iets gebeuren. En onze inbreng als burger wordt gevraagd.” “En niet alleen dat de gemeente Tilburg het goede voorbeeld geeft en meer inclusie intern uitdraagt. Maar ook dat er meer plekken en evenementen zijn waar mensen bij elkaar kunnen komen, vanuit verschillende perspectieven. Ik mis eigenlijk ontzettend dat ik mensen ontmoet die ofwel ook op hetzelfde geslacht vallen of die niet aan dat stereotype witte hetero zonder beperking voldoet. Ik vind het superleuk om deze gesprekken te hebben en mensen te ontmoeten met verschillende invalshoeken, maar ik kom jullie normaal niet tegen. Iedereen blijft in zijn eigen bubbel zitten. En zelfs binnen die bubbels waar wij allemaal onderdeel van zijn, is er al te weinig representatie in de stad, dus ik zou binnen die bubbels meer representatie willen zien en ook tussen de bubbels samen. Inclusievere evenementen of horecaondernemingen waar mensen samen kunnen komen.”

42

“Ik ben ook wel eens benieuwd naar het ontmoeten van andere mensen, maar tegelijkertijd heb ik ook een kleine afkeer tegen ‘oh we gaan een evenement organiseren voor mensen met...’ Hoe zouden we dat dan vorm kunnen geven, zonder dat we er een sticker op plakken ‘dit is een evenement waar mensen met een beperking elkaar kunnen ontmoeten’. Het gaat om het delen van ervaringen met elkaar, maar je wilt ook dat je buurman daarnaartoe komt. Dat vind ik inclusiviteit, dat je iets organiseert waar iedereen elkaar ontmoet, en niet alleen mensen binnen een bepaalde groep.” “Ik heb toch wel ervaringen dat ik me veiliger voel als ik me kan uiten bij mensen die gelijke ervaringen hebben. Het kan soms wel intimiderend voelen, specifiek, geweld tegen vrouwen bijvoorbeeld. Als ik daar een verhaal over moet vertellen waar ook heteroseksuele mannen zijn, enerzijds is het geweldig dat ze er zijn omdat je ook wilt dat zij weten hoe het is om vrouw te zijn, maar anderzijds is het intimiderend omdat het ook de doelgroep is die jouw kwetsbaarheid vaak ontneemt. Dus aan de ene kant wil je graag die verb inding en inclusie, maar aan de andere kant wil je ook ruimte waar je je echt veilig voelt.” “Van mij mogen er nog wel meer van dit soort gesprekken komen. En dan niet met meer mensen erbij, want deze grootte vond ik wel heel prettig.

Maar dan misschien ook met andere mensen, ook met mensen die er heel beroerd tegen aankijken. Nodig ze maar uit. Het is triest dat er nog groepen zijn die niet geaccepteerd worden en uitgelachen worden”

G. Inzet van ervaringsdeskundigen om te leren van andere perspectieven “Ik zou graag willen zien dat de gemeenten en organisaties mensen stimuleert om altijd gebruik te maken van een ervaringsdeskundige op dat gebied. Dus ook als er bijvoorbeeld een nieuwe horecaonderneming komt, het moet een onderdeel worden dat je een ervaringsdeskundige betrekt. En voor mensen met een arbeidsbeperking, moet meer gekeken worden naar de mogelijkheden.” “Ik weet dat vanuit mijn ervaringsdeskundigheid ik ogen kan openen, waarvan mensen dachten ‘oh daar hebben we rekening mee gehouden’, en dan gaat het bijvoorbeeld over fysieke toegankelijkheid. En dan nog kom je voor fysieke verrassingen te staan. Dat ze dachten ‘dit drempeltje moest wel lukken’, ‘of we hebben geen drempel maar we hebben een gootje ergens voorgelegd’. Als je mij gewoon had gevraagd om even mee te kijken naar de bouwplannen of een rondje rijden als er iets wel gebouwd is, het gaat om zulke kleine dingen die voor mij zeer vanzelfsprekend zijn waar de andere niet eens bij stilstaat. Als je men sen veel vroeger in het traject betrekt, kan je dit soort dingen tackelen en dat bespaart ook nog geld, want het kost vaak veel meer centen als je achteraf iets moet herstellen dan dat je het vooraf oppakt.

En je voelt je nog serieuzer genomen.” “Misschien iets minder zichtbaar concreet te vertalen naar een voorbeeld, maar bijvoorbeeld wel met het taalgebruik. Dat er geen gender aanhef is zoals meneer, mevrouw, of mensen die als geen van beide aangesproken willen worden. En die kunnen het vervelend ervaren als ze een hokje aangeduwd krijgen waar ze zich niet comfortabel bij voelen. En ook richting veiligheid, bij het uitgaan, dat je daar ook gesprekken voert, het geweld tegen vrouwen en homo’s’ is echt wel een reëel probleem.” “En wat misschien ook belangrijk kan zijn, om ervaringsdeskundigen in te zetten op verschillende gebieden, Mensen die al langer in Nederland wonen, die opkomen voor mensen met een migratieachtergrond, die zelf al goed de Nederlandse taal machtig zijn en de regels begrijpen. Zet meer ervaringsdeskundigen in, maar dat kan ook mooi zijn voor de andere groepen.”

H. Betaalbaar houden en communiceren van evenementen “Ik vond dat we vroeger met Festival Mundial, toen het nog niet betaald was, toen was dat een heel goede bijeenkomst. Dat was echt, iedereen was een! En eerst was het vijf euro, en dat was nog wel te doen met de

43

Meedoenregeling, maar toen werd het tien euro en nu is het nog duurder. Die dingen werden allemaal weggehaald, laat die dingen terugkomen. Die laagdrempeligheid is belangrijk!” “Evenementen mogen ook wel meer gepromoot worden door de sociale mediakanalen van de gemeente zelf. “

I. Toegankelijke invalidentoiletten “Een toegankelijk openbaar invalidetoilet! Het zal je verbazen, maar volgens mij zijn we daar nu drie tot vier jaar mee bezig om een openbaar toegankelijk invalidetoilet te krijgen. Wat voor esthetische bezwaren daartegenover staan, dan springen de tranen in mijn ogen. En dat de gemeente dat dan ook serieus neemt. Dat de buurman klaagt dat hij de kleur stenen toch niet zo mooi vindt. Ja, hij kan overal naar de wc.”

J. Inzetten op cultuur en muziek als verbinder “Er is niks op cultureels gebied en ik was met een vriendin van mij heel hard aan het nadenken daarover. Omdat er op cultureel gebied bij de overheid en maatschappelijke instellingen niets is, hoe komt het dat die niet inclusief zijn? We zijn wat gesprekken aangegaan met mensen die we kennen en we hebben een platform opgericht met de naam ‘Full Colour’, waarop we ook dit soort vragen stellen naar bedrijven toe. Hoe komt het eigenlijk dat Tilburg zo divers is maar dat je dat amper ergens in terugziet?” “In muziek en cultuur is er ook weinig diversiteit en kleur, terwijl er wel veel talent zijn in Tilburg, daar willen we ook aan werken en ze een podium krijgen.” “Voor mij geldt hetzelfde, maar in een wijkcentrum hier in de buurt hadden ze een Suikerfeest georganiseerd, voor corona nog, het is een witte wijk, maar daar kwamen wel dus moslims op af. Het was een groot succes hoor ik!” “We hadden het net over festivals, Mundial, daar werd echt de kracht van diversiteit gevierd. Dat is er helaas niet meer.” “Ik vond dat we vroeger met Festival Mundial, toen het nog niet betaald was, toen was dat een heel goede bijeenkomst. Dat was echt, iedereen was een! “ “Ik had het net over, een podium bieden aan die talenten dat nu niet gebeurd, dat de jongeren ook trots kunnen zijn op hun anders zijn.

Dat gaan we niet allemaal alleen doen, daar zin samenwerkingen nodig met de Nieuwe Vorst, Zij willen ook, maar het lukt niet, men praat niet dezelfde taal. Ik denk dat dat wel echt belangrijk is.”

K. Het onderwijs als plek om op jonge leeftijd bekend te raken met verschillen “Discriminatie is vaak niet zo bedoeld, het is onwetendheid. En als je in het onderwijs al vaker dingen bent tegengekomen, dan is dat ook veel minder spannend, je weet wat het inhoud en je hoeft er minder bang voor te zijn en het heeft verder geen afbreuk aan jou, hoe jij je voelt of tot wie jij je aangetrokken voelt. Dus zeker, als er meer zichtbaarheid ook is in het onderwijs, helpt dat ook ontzettend.” “Als je leert voor een vak waar je meer dan ooit diversiteit tegenkomt, dan is het goed als je weet hoe je daarmee om moet gaan. Maar als ik daar dan kom om mijn verhaal te vertellen, dan zijn de reacties nog weleens lachwekkend. En dat doe je door echt ervaringsverhalen te delen op scholen, laat mensen maar hun

44

verhaal vertellen. In mijn geval kan ik valide mensen enigszins laten ervaren hoe het is om mindervalide te zijn, om in een rolstoel te zitten.” “Zet iemand met een beperking op de kleuterschool neer en laat iemand gewoon meedraaien. Mijn nichtje heeft op een reguliere school gezeten en ze is opgevangen door medeleerlingen. Ze moest natuurlijk wel zelf naar het toilet kunnen, maar ze is echt op handen gedragen door de medeleerlingen. Dus vanaf begin af aan kennis laten maken met anderen.” “Wat het wel niet kan doen als je op jonge leeftijd begint met het laten zien dat niema nd hetzelfde is. Ik heb op een basisschool een keer heel laagdrempelig een middagje meegedraaid. Niet met een vast programma, maar kinderen konden zelf vragen stellen aan mij. Die schamen zich ook nergens voor, daar kunnen volwassenen nog wel wat van leren. En uiteindelijk kom je toch bij vragen als ‘waarom zit je in een rolstoel’. En een week later kwam ik dat kind met zijn vader tegen in de stad. En toen vroeg dat kind aan zijn vader ‘weet je waarom zij in een rolstoel zit?’ Toen zei die papa ‘omdat ze een gebroken been heeft’. Dat vind ik altijd het slechtste voorbeeld om uit te leggen waarom mensen in een rolstoel zitten. Die vader vindt mij spannender dan het kind. En toen heeft het kind zijn vader uitgelegd hoe het wel zit. Dat is toch prachtig, een week later en dat kind weet het nog.

En heeft het dus uitgelegd aan zijn vader.” “Vanaf het allereerste begin kinderen als een grootte massa bij elkaar laten komen. Kinderen die gehandicapt zijn kunne het heel goed doen in gewoon onderwijs en kinderen met taalachterstanden ook. Als je meer gymnastiek en muziek geeft op school, ontspannende activiteiten, dat heb je wel nodig, niet alleen het strikte leren.” “Ik denk eigenlijk ten eerste dat seksuele voorlichting weinig te maken heeft met de ervaring van seks en meer met het biologische heteroseksuele plaatje. Tijdens mijn lagere school en ook tijdens mijn middelbare school, ik heb nooit vanuit school lesstof iets gehoord over dat er iets anders mogelijks was dan een relatie tussen twee mensen van een ander geslacht. Dat heb ik zelf moeten uitvogelen hoe ik daarin stond. Het was niet iets dat klassikaal werd besproken. Integendeel zelfs, de bekende scheldwoorden die daarmee gepaard zijn. Het was helemaal geen safe space.” “Je hoort veel over zwarte scholen, idealiter wil je dat als gemeente actief tegengaan. Ik weet dat je er geen quota op kan zetten, maar ik zou toch een grijs gebied opzoeken. Als je met meerdere soorten kinderen in de klas zit, zal je ze later ook niet zo snel als vreemden zien.” “Mijn dochter zit op school hier in Tilburg. Vrij links en spreken zich ook uit voor LHBTIQ+, en daar voelen leerlingen zich ook veilig bij.

Volgens mij is deze school daar een van de weinige van. Dit heeft medebepaald waarom mijn dochter daarnaartoe wilde gaan. Ik denk dat het belangrijk is dat scholen zich uitspreken waar ze voor staan.” “Ik vind eigenlijk ook dat inclusie niet moet afhangen van speciale leerkrachten die daar wel of niet aandacht aan willen besteden. Het moet onderdeel zijn van het curriculum, iedereen moet dit behandelen. En daar mag juist niet de persoonlijke keuze van de leerkracht in de weg staan.” “Het onderwijs heeft er zeker een taak in, er zijn drie meiden die zijn opgestaan en zij zijn een burgerinitiatief gestart om racisme en discriminatie bespreekbaar te maken binnen het onderwijs. Dat is hartstikke tof. Bewustwording bij het onderwijs is heel belangrijk.” “Vier het, ook op school. De verschillende feestdagen. We hebben het over een heel groot thema, inclusie.”

L. Reclame-uitingen in stad om bewustzijn te vergroten

45

“Volgens mij zijn er zo veel kinderen in armoede, we leven nog in een bubbel waar de veilige space nog niet is. De gemeente kan in haar stad bij plaatselijke buurthuizen waar toch veel mensen komen, daar wat meer ‘en public’ aandacht aan besteden, dat er armoede bestaat. Of dat het bestaat dat vrouwen op vrouwen vallen en dat soort zaken. Dat je het niet onder stoelen of banken hoeft te steken. Als je dat op gemeentelijk niveau doet, hoop ik dat je dichter bij de mens komt te staan. En al is het maar door erbij te zeggen ‘dit kan ook door middel van de Meedoenregeling gedaan worden, bijvoorbeeld bij een abonnement bij een zwembad. Maar de Meedoenregeling kan moeilijk zijn om te vinden, en als je het niet weet, kun je het ook niet gebruiken.”

M. Aanbod toegankelijk en vindbaar maken “Bij ContourdeTwern kon je ook gratis cursussen volgen, die nuttig waren. Maar nu zijn ze er niet meer. Waar zijn ze gebleven? Zo van die dingen, het kon, maar ze gaan ook net zo hard weer w eg. […] En soms zijn ze er nog wel, maar dan zijn ze zo moeilijk te vinden. En als niemand ze vindt, dan interpreteren ze dat als ‘er is geen animo voor’. En om het te vinden moet je eerst een computer hebben en dan ook nog weten hoe het werkt.”

N. Flexibel zijn om kansen te creëren “Onder andere omdat ik voor mijn gevoel continu in mogelijkheden dacht, maar ik anderen continu moest overtuigen om ook zo te denken. Die dachten altijd in de problemen. Bij de Wmo, maatschappelijk werk, noem maar op, waar ik continu het gesprek ben aangegaan. Er bestaat een soort van beeld in de vacature ‘zo werken wij, dit moet je kunnen’, en als je een ding niet kan, in mijn geval vanwege mijn fysieke beperking, dan ben je geen geschikte kandidaat. Een voorbeeld, ik wilde graag triage doen, het aannemen van hulpvragen bij INW destijds, maar toen zeiden ze ‘je bent dan algemeen maatschappelijk werker, en dan doe je op bepaalde momenten de aanmelddienst telefonisch, en op andere momenten moet je dan huisbezoeken doen’. Nou en een deel van die huisbezoeken zou ik wel kunnen, maar andere ook niet vanwege toegankelijkheid of veiligheid. Maar ik wist van andere mensen daar dat die de aanmelddienst helemaal niet leuk vonden maar de huisbezoeken wel. Dan denk ik ‘waarom zet je mensen dan niet in hun kracht, dat je hen die huisbezoeken laat doen en mij de aanmelddienst laat draaien’. Maar daar is de arbeidsmarkt nog helemaal niet klaar voor.” “Een jongen uit het vorige gesprek heeft de term laten vallen ‘ik wil iets doen met mijn restcapaciteit’. Dat vind ik een hele mooi term.

Wat hij bedoelde, ik kan een heel aantal dingen niet, maar er zijn ook zo veel dingen die ik nog wel kan. En die worden te weinig gezien of benut of gebruik van gemaakt. Omdat hetgeen dat ik niet kan, nog overheerst.” “Voor mij is het wel, aangezien ik een uren-beperking heb, bedrijven en overheden hebben niet zo’n trek om één vacature van veertig uur met tien personen van vier uur op te vangen. Het zou fijn zijn als ze kijken naar de meest geschikte persoon, en als die minder kan werken, is dat ook prima.”

O. Vacatures die vindbaar, toegankelijk en aansprekend zijn “En dan ook wordt er vaak gezegd ‘ja maar ze solliciteren niet, of we kunnen ze niet bereiken’. Dat is echt zo’n onzin. Ten eerste, op welk platform staat jouw vacature? Kan iedereen daarbij en voelt iedereen zich aangesproken? En er zijn zo veel cursussen die kunnen helpen bij inclusief werven, die echt gespecialiseerd zijn in hoe je vacatureteksten moet opstellen. En het helpt ook als je je vacatures bij verschillende belangenorganisaties verspreid waardoor je ook andere doelgroepen bereikt die heel graag bij jouw bedrijf zouden willen werken, maar die misschien moeilijker toegang hebben tot jouw bedrijf. Er zijn zo veel mogelijkheden en het is gewoon niet goed genoeg om iets op LinkedIn te zetten en dan te denken ‘iedereen

46

had erbij gekund en het is jullie schuld ook nog eens, want wij doen er alles aan om iedereen te bereiken’. Ja echt niet.” “Ik zou graag willen gaan naar een sollicitatieprocedure waar we weggaan van het feit dat je een bepaald diploma moet hebben, want ik ben ervan overtuigd dat je je prima kan ontwikkelen zonder diploma bij bepaalde banen.” “Maar zet je ook in een vacature dat mensen met een beperking hier ook op mogen reageren? Eigenlijk vinden we dat ook weer niet zo fijn. En ga je er dan ook bij zetten ‘het maakt niet uit of je homo, lesbi, transgender bent’. Dat is ook niet wat we willen, we willen eigenlijk gewoon dat daar geen onderscheid in wordt gemaakt.” “Ik heb ooit een gesprek gehad met iemand bij een organisatie en die vertelde dat hij heel erg zijn best deed om mensen met een beperking in hun personeelsbestand te krijgen. ‘Ik kan ze niet vinden’, zei hij dan. Toen heb ik ze wel geadviseerd om contact te leggen, ik weet wel waar je mensen kunt vinden met een beperking die een baan zoeken, en dat is bijvoorbeeld bij het UWV, het doelgroepenregister van mensen die op zoek zijn naar werk. Er is een stichting Raket in Den Bosch die een platform heeft voor mensen met een beperking die op het gebied van arbeidsparticipatie zich inzet. Die mensen hebben ook weer een groot netwerk van mensen met een beperking of bepaalde hulpvraag.

Buiten Raket zijn er nog vele andere platformen. En die platformen zullen we ook wel zijn voor andere doelgroepen. Dus ik denk, waar zijn ze te vinden, dan moet je toch gerichter zoeken naar platformen die aandacht besteden aan specifieke doelgroepen.” “Ik heb het nog nooit ergens zien staan, maar als ik het ergens zie staan, en dan ligt het wel aan de bewoording, dat het ook juist heel leuk kan zijn om het zo expliciet te benoemen, iets als ‘wij zijn super roze georiënteerd’, dat het ook als iets positief wordt benoemd in plaats van ‘ondanks dat je dan dit hebt, vooruit, bij ons kan dat dan toch’. Het wordt heel veel vanuit het negatieve benaderd. Zo van ‘dat is een gebrek, maar kijk ons ontzettend toegankelijk en bij de tijd zijn en wij gaan er iets van maken’. Nee, het is juist een ontzettend grote kracht die zo’n platform aan een organisatie kan geven.” “Is het ook niet zo dat we bang zijn met z’n allen dat we die ondingen benoemen. Je noemde net ‘roze georiënteerd’, ja ik met mijn ludieke gedachten denk dan ‘roze wolk’, maar ik zou ook superbang zijn als organisatie om zoiets ludieks op te schrijven, omdat ik toch altijd denk ‘er zal vast een bepaalde groep zijn die zich hier toch in het negatieve aangesproken voelt’.” “Ook even inhakend op die quote net, misschien willen die mensen niet bereikt worden.

Dat is ook een beetje het probleem van werven en selectie ‘we kunnen ze niet vinden of ze zijn er niet’. Natuurlijk zijn ze er wel, maar je moet et op een andere manier aantrekkelijk maken, gerichter werven. En het sluit ook aan bij een webinar die ik vanmiddag had, en dat was een ode aan mensen die bi-cultureel zijn. Wat zij doen en dat vond ik tof, zij vertelden een ander verhaal. Mensen die bi-cultureel zijn, waar ze trots op kunnen zijn. En dat werd gevierd. Het is niet iets waar je je voor moet schamen, die andere cultuur. Dus ik was geïnspireerd door die organisatie dat zij het op een andere manier wilden framen.” “Als er zou staan, diversiteit vinden we belangrijk, dan weet ik al dat zij zich bewust zijn van de vooroordelen die er zijn bij werving en selectie. Dat ik weet dat ze er oog voor hebben en dat ik weet dat ik evenveel kans maak.” “In vacatures is de woordkeuze heel belangrijk. Dat kan heel saai, maar je kan ook een communicatiebureau inschakelen en dan krijg je andere types erop af, en dat heb je nodig voor een divers team. Het doorbreken, je moet echt met een andere bril, je hebt als organisatie normen en waarden, maar die kan je op een andere manier benoemen. En dan krijg je andere types die daarop solliciteren.”

47

“Dus ik denk dat daar echt een verantwoordelijkheid zit bij het bedrijf zelf om die beweging te maken en niet af te wachten ‘ja ze moeten naar ons komen’. Want je zegt al in veel acties vanuit je bedrijf dat mensen niet naar je toe mogen komen. Dat er geen plek is die niet aan hun beeld voldoen. En daarnaast, het beste uithangbord voor een bedrijf is om die diversiteit aan te nemen door ook al diversiteit te hebben in hun eigen personeelsbestand. Als je mensen hebt met een bepaalde achtergrond of invalshoek, dan zullen mensen die dat zien, denken ‘ik mag daar zijn, want daar is ook iemand zoals ik’. Dat is de beste reclame die je kunt doen om ook mensen aan te trekken die buiten een bepaald standaardbeeld vallen.” “Maar er zit ook wel een groot addertje onder het gras, met moeilijke woorden ‘tokenism en window dressing’. Dat mensen dus juist de ene persoon in het bedrijf die niet voldoet aan een bepaald standaardbeeld als een paradepaartje op alle foto’s wordt gezet en in alle teksten wordt gebruikt. En dat is de enige zwarte medewerker, de enige in een rolstoel en de enige met een buitenlands klinkende achternaam. En dan wordt dat helemaal uitgemolken ‘kijk ons nou ontzettend inclusief zijn’, terwijl ze vervolgens niks anders zijn.”

P. Keurmerk ‘wij zijn divers en inclusief’ “Ik vind een keurmerk een super goed idee! En dat is er nu niet. Er is wel in de culturele sector een code ‘diversiteit en inclusie’, dat is dus echt een landelijk platform waarin alle culturele organisaties, bibliotheken, theaters, van alles, zich bij kunnen aansluiten. Die hebben wel bepaalde documenten en tools over deze thema’s en ook over taal. Het lijkt mij een goed idee om een Tilburgs keurmerk voor organisaties waar ook een soort controle in zit. Want die controle is niet bij de code in de culturele sector.” “In 2019 heeft stichting Raket een award uitgereikt aan de meest inclusieve organisatie van Nederland. En dat was de Rabobank, en daar stelde we ook wel voorwaarden aan. Het zou tof zijn als dat groter wordt en jaarlijks terugkomt!” “Wij doen bij Amarant, want iedereen denkt dat het overal gastvrij is, en dat heeft ook met dit stukje te maken, dat is dus niet zo. Bij Amarant hebben ze een film gemaakt over gastvrijheid en die gaan ze delen met andere takken binnen Amarant. En daar krijgen ze dan als ze het goed doen, want ze gaan door ook in gesprek, wat zou er nog beter kunnen op deze werkvloer of deze woonvoorziening. Die dingen gaan ze ophalen, en bij elkaar zetten en wat kunnen we hier nog verbeteren. En dan komen wij even later terug om te kijken of er iets veranderd is en of de gastvrijheid verbeterd is.

Dan krijgen ze ook een symbolisch keurmerk.”

Q. De stap naar werk makkelijker maken “Maar de stap naar werk is nog ver weg. Dat blijft een complex probleem. Ook al kun je beperkt werken, werken is het beste therapie voor werk, die stap is voor sommige mensen onmogelijk gemaakt door regelgeving. Ik ga er bijvoorbeeld ook niet op vooruit als mijn vrijwilligerswerk omgezet wordt naar betaald werk, dan ga ik er financieel op achteruit.” “Als het inderdaad de bedoeling is vanuit de gemeente dat werkgevers ook meer mensen aannemen met een beperking, maak het dan ook aantrekkelijker voor die mensen. En dan niet op een onaantrekkelijke manier, werkgevers zijn ook wel eens angstig of te voorzichtig, of ze verwachten nog steeds te veel van mensen. Dat ze zich proberen in te leven in wat iemand nodig heeft. Wat heb jij nodig, wat kunnen wij jou bieden? Ze krijgen er ook budget voor die werkgevers.”

R. Werken op niveau faciliteren

48

“Dat is ook wel tekenend voor hoe organisaties hun diversiteitsprobleem oplossen. Ze hebben zich dan vastgelegd aan een quota voor mensen met een beperking. Die worden dan opgevuld met schoonmaakplekken, postbezorgers en in de horeca. Maar, een beperking betekent niet dat je dom bent of dat je alleen fysiek werk kan doen. Werken op niveau wordt moeilijker gefaciliteerd.”

49

De stad heeft gesproken; tijd voor impact met de beleidsnota Inclusie als impuls In de afgelopen vier maanden hebben 162 mensen hun persoonlijke en professionele ervaringen gedeeld over diversiteit en inclusie in Tilburg. In de eerste gespreksronde haalden we op wat er bij Tilburgers uit de LHBTIQ+-community, met Tilburgers van kleur en een bi-culturele achtergrond, met Tilburgse vrouwen en met Tilburgers met een beperking werkelijk toe doet en wat het voor hen betekent om al dan niet jezelf te kunnen zijn, deel te kunnen nemen aan het alledaagse en veilig door de stad te kunnen bewegen. Het gaf inzicht in hoe het voor hen is om in Tilburg te wonen en werken. En van hen hoorden we ook wat hen kan helpen en wat er nodig is om Tilburg die inclusieve stad te laten zijn. In de gesprekken kwam naar voren dat bepaalde sectoren een belangrijke rol hierin spelen. Daarom gingen we in de tweede gespreksronde in gesprek met het onderwijs, de politie, het bedrijfsleven, de ambtelijke organisatie en de wijk- en dorpsraden. In deze gesprekken leerden we welke denkbeelden er bij sectoren zijn over diversiteit en inclusie, welke plek dit al dan niet heeft binnen organisaties en welke verantwoordelijkheid organisaties zich toe eigenen. Ook kwam naar voren wat zij nodig hebben voor een diverser personeelsbestand en een inclusieve bedrijfscultuur.

Dit vanuit het idee dat de meerwaarde van diversiteit (h)erkend wordt en bijdraagt aan betere dienstverlening. Al deze perspectieven zijn opgetekend in de twee rapportages. De volgende stap is het opstellen van de beleidsnota Inclusie, die straks gefundee rd is op de leefwereld van Tilburgers. Tot slot, in dit proces richting de beleidsnota Inclusie hebben we de betekenis en impact van persoonlijke ervaringen kunnen ondervinden. Een inkijkje in de leefwereld van anderen brengt het dichtbij en maakt het persoonlijk. Uit alle gesprekken komt de waarde van het delen van persoonlijke ervaringen telkens weer terug en daarom sluiten we af met het volgende: Het delen van ervaringsverhalen in ontmoetingen om anderen deelgenoot te maken van de pijn zodat het bewustzijn groeit, het begrip toeneemt en het verantwoordelijkheidsgevoel versterkt.

“Toen de Nationale Politie een feit werd en alle teamchefs werden aangesteld, hebben wij een sessie gehad met collega’s die ik niet kenden uit de eenheden, vaak met een diverse achtergrond, die hun verhaal hebben verteld en hun pijn. En ik weet dat al die leidinggevenden dat niet zijn vergeten. Het heeft zo’n impact gehad. Ik heb nog contacten met een van hen, die zat gewoon te huilen in een groep met mensen die die niet kende, dat vergeet je nooit meer. Iemand deelgenoot maken van je pijn, dat heeft impact. En iedereen die daarbij geweest is, weet het nog!” (Politie)

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10792420/1