06 obp Piushavengebied 2009 6e herz toelichting
Tekst van het document
Belangrijkste opmerkingen waren het ontbreken van de gegevens van grootschalige bodemverontreinigingen in de directe omgeving (Havendijk 43 en voormalig Aabe terrein) en de aanwezigheid van PFOS waarvan de bron onvoldoende was onderbouwd. Verkennend bodemonderzoek plangebied Fabriekskwartier fase 1 en 2, WSP Nederland BV, kenmerk SOM 018014, 21 oktober 2021 (bijlage 12) Wij hebben het bodemonderzoek getoetst en hebben daarbij de volgende opmerkingen: Er heeft er nog geen inkadering plaatsgevonden, dit moet nog worden onderzocht. Tevens is maar een deel van het bestemmingsplangebied onderzocht. Dit dient voor het gehele gebied te gebeuren, tenzij er al actuele onderzoeken bekend zijn. Deze moeten dan aan de bodemonderzoeken toegevoegd. Tenslotte is geen rekening gehouden met grootschalige verontreinigingen in de directe omgeving en wat voor invloed deze hebben op de plannen. Conclusie Voor het bestemmingsplangebied zijn enkele bodemonderzoeken aangeleverd. In deze onderzoeken zijn sterk verhoogde gehalten gemeten binnen de onderzoeklocatie. Bepaalde aspecten zijn nog niet voldoende in het historisch onderzoek betrokken. Omdat het bestemmingsplangebied maar voor een deel onderzocht, kan niet voor het gehele gebied risico’s voor het toekomstig gebruik worden uitgesloten.
Er moet dus aanvullend onderzoek worden uitgevoerd op de ontbrekende delen van het bestemmingsplangebied, en ook nader onderzoek naar aanleiding van aangetoonde verontreinigingen uit het bodemonderzoek. Strikt genomen moeten eventuele risico’s ten gevolge van de bodemkwaliteit in de bestemmingsplanfase worden uitgesloten. Echter gezien de gefaseerde aanpak is gekozen om het aanvullend onderzoek in een latere fase uit te voeren. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal nader bodemonderzoek moeten worden overlegd. Naast het bouwplan, dient ook het gevoeliger gebruik binnen het bestemmingsplangebied, dus tuinen, openbaar (recreatief) groen etc., te worden onderzocht. Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.
4.10 Natuur en ecologie Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
4.10.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000‐gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora‐ en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet Natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel‐ en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura‐2000‐gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000‐gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.
Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant‐ en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust‐ en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen.
Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed‐ en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rust‐ en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode.
Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur ‐ EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur‐ en landschapswaarden via een "nee‐tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja‐mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Analyse plangebied Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op beperkte afstand van wettelijk beschermde natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebied betreft de Kampina & Oisterwijkse Vennen op 2,7 kilometer afstand van het plangebied. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek en Aeriusberekening voor zowel aanlegfase (bijlage 13) als gebruiksfase uitgevoerd (bijlage 14). Hieruit blijkt dat negatieve effecten op dit Natura 2000‐gebied op voorhand redelijkerwijs kunnen worden uitgesloten.
Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord‐Brabant. De dichtstbijzijnde gebieden die tot het Natuurnetwerk Brabant behoren, liggen op 660 en 690 meter van het plangebied en betreft de Ecologische Verbindingszone. Externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant, zoals benoemd in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien deze afstand en zeer beperkte externe invloed redelijkerwijs uit te sluiten. Soortenbescherming Op 22 september 2017 is er een quickscan naar flora en fauna uitgevoerd (bijlage 15). Naar aanleiding van de quick scan heeft er in 2019 nader onderzoek plaatsgevonden naar vleermuizen en marterachtigen (bijlage 16). Naar aanleiding van het aanvullend onderzoek zijn meerdere verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis binnen het plangebied vastgesteld. Er zijn tijdens het onderzoek geen marterachtigen waargenomen. Op 22 juni 2022 heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden om te controleren of er aanleiding is om de bevindingen ten aanzien van de marterachtigen te herzien (bijlage 17). Er zijn geen aanvullende waarnemingen gedaan. Het voorkomen van marterachtigen binnen het plangebied kan daarmee worden uitgesloten.
Het plangebied ligt binnen het gebied waar het "Soortenmanagementplan Oude Stad Tilburg" van toepassing is en gebruik gemaakt kan worden van de gebiedsontheffing voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. In voorliggend plan wordt voor de sloop van de aanwezige bebouwing gebruik gemaakt van deze gebiedsontheffing. Om te voldoen aan de ontheffingseisen zal men maatregelen in acht nemen. Deze maatregelen zijn enerzijds gericht op zorgvuldig werken en anderzijds op het creëren van vervangende verblijfplaatsen. (zie bijlage 18: gebiedsspecifiek ecologisch advies Fabriekskwartier. In het plangebied zijn beplantingen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen. Het gaat daarbij om vogelsoorten waarvan de nesten uitsluitend gedurende de broed‐ en nestperiode beschermd zijn. Vaste, jaarrond beschermde nesten zoals roofvogel‐ en roekennesten zijn niet aanwezig. Deze beplantingen zullen moeten worden verwijderd voor de geplande ontwikkeling. Negatieve effecten op broedende vogels dienen te worden voorkomen door begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen te verwijderen buiten het broedseizoen. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. De Wet Natuurbescherming kent echter geen standaardperiode voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval is. De genoemde periode kan daarom slechts als vuistregel worden gehanteerd.
De aanwezigheid van andere strenger beschermde plant‐ en diersoorten is op basis van habitatvoorkeur, de algemene verspreidingsgegevens (NDFF) en aanvullende onderzoek met voldoende zekerheid uit te sluiten. Hooguit zijn in het gebied soorten te verwachten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals huisspitsmuis, veldmuis, bosmuis, mol, gewone pad, bruine kikker etc. Tenslotte is voor alle soorten de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna van kracht. In het kader van de zorgplicht zijn echter geen specifieke voorzorgsmaatregelen verbonden aan dit plan. Conclusie Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Ten aanzien van de gebiedenbescherming zijn er geen belemmeringen om het project uit te voeren. Voor de soortenbescherming wordt aangehaakt op de gebiedsgerichte onthefing. Ten aanzien van de soorten zal er een ecologisch werkprotocol moeten worden opgesteld met daarin de uitwerking van de te nemen maatregelen.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het plangebied zijn weergegeven in tabel 1. Het te ontwikkelen plangebied betreft een deel van één kadastraal perceel en is in de bestaande situatie in gebruik en deels verhard. Kenmerk
In plangebied
Waterbeheerders
Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel Ca 6 ha Tussen NAP+12,0 m en NAP+13,6 m Meer dan 2 meter Overwegend matig fijn, zwak siltig zand Gemengde riolering n.v.t. De locatie ligt ten zuiden van de Piushaven n.v.t.
Bruto oppervlakte Terreinhoogte Ontwateringdiepte Bodem Riolering Afkoppelgebied Oppervlaktewater Keur beschermde gebieden Tabel 1; Gebiedskenmerken
Afbeelding 1; Locatie plangebied (rode ovaal) ten opzichte van oppervlaktewater
In de omgeving van het plangebied is gemengde riolering aanwezig. In de bestaande situatie wordt het regenwater van verharde oppervlakte afgevoerd naar de gemengde riolering. Het regenwater dat op onverharde oppervlakken valt infiltreert in de bodem. Het terrein was voorheen nagenoeg geheel verhard.
5.2 Beleidskader Het Provinciale “Regionale Water en Bodem Programma” (RWP) 2022 – 2027 heeft als doel een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Rode draad is het herstel van de systeemwerking. Het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Waterschap De Dommel heeft zijn actuele waterbeleid opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022‐2027 (WBP5). In dit programma staat een watertransitie centraal die moet zorgen voor een toekomstbestendig
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
watersysteem. De transitie heeft drie leidende principes: 1) elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; 2) functies passen zich aan het bodem‐ en watersysteem aan; 3) wat schoon is moet schoon blijven. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020‐2023 (zie paragraaf 2.3.2 van deze toelichting). Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010‐2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.
5.3 Toekomstige situatie Door WSP is op 23 augustus 2022 een waterparagraaf opgesteld (bijlage 19). De ontwikkeling betreft de realisatie van een stedelijke buurt met maximaal 475 woningen (zie afbeelding 2).
Afbeelding 2; Plattegrond nieuwe situatie
In het project is groen aanwezig waarin een deel van het water geborgen kan worden. Daarnaast zal regenwater worden opgevangen op polderdaken en voor een deel worden hergebruikt als grijswater.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Tabel 2; Afvoerende oppervlakken in de plansituatie
In deze dimensionering is er van uitgegaan dat de polderdaken daadwerkelijk 60 mm bergen. Ze zijn daarom niet meegeteld in het verharde oppervlak. Als de polderdaken minder water bergen moet het tekort worden geborgen in andere regenwaterbergingen. Duurzaam watersysteem De eigenaar van de grond bepaalt de hoogten van de terreinpeilen en de vloerpeilen binnen de perceelgrenzen. Deze peilen moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende factoren: <0000> voldoende ontwateringdiepte; <0000> de water‐ en vochtdichtheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende te zijn voor de nieuwe functie van de ruimte; <0000> de vuil‐ en regenwaterafvoer moet mogelijk zijn via de aangeboden lozingspunten en dus op het juiste peil worden aangeboden; <0000> aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de grens (T‐hoogte); <0000> geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen; <0000> afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag. De gemeente bepaalt de hoogte van de (toekomstige) openbare ruimte. Daarbij zijn verschillende factoren van belang, waaronder de ontwateringdiepte. In de bestaande situatie is de ontwateringdiepte voldoende voor de nieuwe functies.
Hierom worden geen preventieve maatregelen vastgesteld om grondwater‐ of vochtoverlast te voorkomen. Om de aansluiting op nabije terreinhoogten optimaal te houden wordt de bestaande terreinhoogte ter plaatse van de perceelgrens (T‐hoogte) gehandhaafd. Omdat de omliggende openbare verhardingen gevoelig zijn voor water op straat bij extreme neerslag moet worden voorkomen dat water uit openbaar gebied tot overlast kan leiden in het plangebied en wordt geadviseerd de vloerpeilen van nieuwbouw in het plangebied minimaal 0,2m boven de T‐hoogte aan te brengen. Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving. Daarbij speelt de trits vasthouden‐bergen‐afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden (trits vasthouden‐bergen‐afvoeren). Voor het Fabriekskwartier wordt onderzocht of het regenwater kan worden gebruikt als grijs water. Dat betekent dat dat water niet kan infiltreren. In de directe omgeving van de locatie zorgt het daardoor niet voor een aanvulling van het grondwater. Het grijze water vervangt echter drinkwater dat bij de drinkwaterwinning aan de Gilzerbaan uit de bodem omhoog wordt gepompt. Op gemeentelijke schaal is dit dan ook een zeer duurzame toepassing van het omgaan met regenwater. Op ongeveer 70% van de daken worden groene daken en polderdaken toegepast.
Daarnaast worden oppervlakkige en ondergrondse waterbergingen toegepast. Voor een uitgebreide beschrijving van het systeem wordt verwezen naar de waterparagraaf van de ontwikkelaar. Het surplus aan regenwater, boven de 60 mm, kan worden afgevoerd naar de blauwe ader in de Fatimastraat. Er kan worden aangesloten op de blauwe ader in het westelijke deel van de Fatimastraat, meer naar het oosten ligt de blauwe ader te diep om op in te prikken. Desgewenst kan nog een hoge regenwateruitlaat worden aangelegd richting de Piushaven. Deze calamiteitenuitlaat kan het regenwater bij zeer extreme buien afvoeren naar het kanaal. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem‐ en oppervlaktewater te voorkomen. Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijk afvalwater kan worden afgevoerd naar de bestaande gemengde riolering.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
5.4 Watertoets De locatie was voorheen grotendeels verhard en wordt hydrologisch positief ontwikkeld. De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is daardoor beperkt en valt daarom binnen het maatwerk dat de gemeente heeft vastgesteld in het PWR 2020‐2023. Conform deze aanpak kan het watertoets‐proces een verkort traject doorlopen. In dit verkorte traject geeft het waterschap geen voorlopig wateradvies, in plaats daarvan wordt het wateradvies pas verstrekt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.
6.2 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte De ontwikkeling van het plangebied Fabriekskwartier wordt in fases uitgevoerd, zoals op onderstaande figuur weergegeven. Per fase wordt een kavelpaspoort opgesteld, met stedenbouwkundige randvoorwaarden. Vanwege de uitvoering van dit plan in fases, waarbij verschillende deelgebieden bij verschillende projectontwikkelaars in eigendom zijn, is besloten tot het opstellen van een globaal en flexibel bestemmingsplan.
Figuur: gebiedsindeling plangebied Gekozen is voor een bestemmingsplan verbrede reikwijdte zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Crisis‐ en herstelwet. Door voor het plangebied een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te stellen, wordt geanticipeerd op de omgevingswet. Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte is een globaal bestemmingsplan, waarbij regels worden uitgewerkt in beleidsregels. Zolang de beleidsregels en kavelpaspoorten niet zijn vastgesteld, geldt een bouwverbod. Een omgevingsvergunning kan enkel worden verleend voor een aanvraag welke passend is in de beleidsregels. Een uitzondering hierop zijn kleine veranderingen aan (grondgebonden) woningen, zoals aan‐ en bijgebouwen en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, erfafscheidingen, overkappingen e.d. Begripsbepalingen
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
In dit artikel worden de begrippen opgenomen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de landelijke standaard en begrippen die binnen de gemeente worden gebruikt. Omdat het een bestemmingsplan verbrede reikwijdte betreft zijn een aantal nieuwe begrippen opgenomen, zoals begrippen die van belang zijn voor de kostenverhaalsregels. Doelstelling In dit artikel worden de algemene en planspecifiek doelstelling van het bestemmingsplan omschreven. Dit artikel is gebaseerd op artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis‐ en herstelwet en bevat daarmee ook een algemene doelstelling: het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het instand houden van een goede omgevingskwaliteit. Bestemmingen Het gehele plangebied heeft de bestemming 'gemengd', waarbinnen zowel woondoeleinden (gestapeld en grondgebonden) als overige functies, zoals maatschappelijke doeleinden, dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid en sport en recreatie zijn toegestaan. Enkel de begane grond van de panden mag worden gebruikt voor overige functies. Dubbelbestemmingen Over het hele plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde‐archeologie'. Binnen het gebied mag pas worden gebouwd als dit archeologisch is vrijgegeven. Hiervoor is nog vervolgonderzoek naar de archeolische waarden van het plangebied noodzakelijk.
Aanduidingen Gebiedsaanduidingen Binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone ‐ weg' wordt binnen het bestemmingsplan verwezen naar het Hogere Waardebesluit en worden exra regels gesteld over de indeling van de woningen. Indien de Wethouder Baggermanlaan aan wordt geduid als een 30 km/uur weg, geldt het Hogere Waardebesluit niet, en worden enkel regels gesteld ter waarborging van een goed woon‐ en leefklimaat. De gebiedsaanduiding 'wetgevingszone ‐ kostenverhaalsgebied' is opgenomen, teneinde de kosten voor toekomstige ontwikkelaars te kunnen verhalen. In artikel 12 zijn de kostenverhaalregels opgenomen. Functieaanduidingen ter plaatse van de aanduiding Beeldbepalende Boom mag niet worden gebouwd en mogen geen activiteiten met grondverzet plaatsvinden. Als uit een BomenEffectAnalyse blijkt dat de bomen, bij bepaalde activteiten, eventueel met bescherming, behouden kunnen blijven, kan hiervan af worden geweken. Aan de kant van de Havendijk is een functieaanduidng 'horeca tot max. categorie 3' opgenomen. Alleen op deze locatie mogen horeca activeiten worden uitgeoefend. Algemene zorgplicht In het plan is een artikel met de algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Dit artikel regelt dat negatieve effecten op de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan moeten worden.
Aan deze bepaling wordt redelijkerwijs gehoor gegeven als voldaan wordt aan de beleidsregels. Tevens kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld ter verbetering van de sociale veiligheid, gezondheid en verkeersveiligheid. Kostenverhaalregels Op grond van artikel 7ah van de regeling uitvoering Crisis‐ en herstelwet zijn in dit bestemmingsplan kostenverhaalregels opgenomen. Voor aanvragen om omgevingsvergunning, voor bouwplannen waarbij geen anterieure overeenkomst is gesloten, kunnen kosten worden verhaald. Zie hiervoor verder hoofdstuk 7: uitvoerbaarheid. Beleidsregels Voor het plan worden 4 beleidsregels opgesteld: ‐ beleidsregel Stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteitsplan ‐ beleidsregel Evenwichtige toedeling van functies Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
‐ beleidsregel Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen ‐ beleidsregel Inrichting openbare ruimte en parkeren Stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteit Op de verbeelding zijn geen bouwvlakken opgenomen. Enkel de 'hoogbouw'wordt op de verbeelding met maatvoeringsaanduidingen aangeduid. In de regels zijn de maximale hoogten opgenomen en de minimale afstanden tot de bestaande woningen. Voor wat betreft de aan‐ en bijgebouwen en uitbouwen, en bouwwerken geen gebouwen zijnde, is aangesloten op de standaard plansystematiek van de gemeente Tilburg. De beleidsregel gaat nader in op de visie en stedenbouwkundig plan van het gebied. De beleidsregl is gebaseerd op het regiedocument 'Fabriekskwartier' van Wissing d.d. september 2019. In de beleidsregel worden de stedenbouwkundige kenmerken van het openbaar gebied benoemd. Voor wat betreft de bebouwing worden de algemene uitgangspunten voor hoogte en afstanden benoemd. Deze beleidsregel wordt in een later stadium uitgewerkt in kavelpaspoorten.De kavelpaspoorten worden voor advies voorgelegd aan het regieteam en kwaliteitsteam Piushaen. De kavelpaspoorten gaan nader in op de archtitectuur en uitstraling van de woningen. Evenwichtige toedeling van functies In het bestemmingsplan zijn grondegebonden en gestapelde woningen toegestaan.
Minimaal 20% van de woningen moeten worden uitgevoerd als sociale huurwoningen en minimaal 10% als middeldure huurwoningen. Daarnaast worden in het bestemmingsplan max. 4500m2 aan overige functies toegelaten. De beleidsregel gaat nader in op de woningaantallen per deelgebied. Hierbij wordt het percentage sociale en middeldure huur aangeduid en het minimaal te realiseren grondgebonden woningen. Voor de overige functies is een verdeling per plangebied aangeduid. Enkel de functie horeca is nader aangeduid op de verbeelding. Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen Binnen het plangebied is een hoge ambitie tot klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Om te borgen dat iedere ontwikkelaar binnen het plangebied deze ambitie ook waar maakt, zijn in deze beleidsregel regels opgenomen tot het bergen van water, groene daken, beperking van drinkwater en de opvang van regenwater. Daarnaast is het puntensysteem Natuurinclusief bouwen opgenomen, waarbij een minimale score van 30 punten dient te worden behaald. In de stadsnatuurkaart 2040 zijn de noord‐ en westzijde van het plangebied aangeduid als ecologische zone. Om de inrichting hiervan de waarborgen zijn regels hierover in de beleidsregels opgenomen. Inrichting openbare ruimte en parkeren In het bestemmingsplan zit een dynamische verwijzing naar het parkeerbeleid, de nota parkeernormen 2017.
In de beleidsregels zijn nadere regels voor het parkeren opgenomen, zoals de voorwaarde om bij aanvraag om omgevingsvergunning duidelijk te verschaffen over de verdeling van de parkeerplaatsen en het mobiliteitsplan. Daarbij zijn 6 extra parkeerplaatsen in het plangebied benodigd, ten behoeve van de naastgeleegen ontwikkeling Wolstad. In het bestemmingsplan zit een voorwaardelijke verplichting tot het aanleggen van de ecologische structuur. De situering en gemiddelde breedte van deze structuur en de daarbij behorende randvoorwaarden zijn opgenomen in de beleidsregels. Tevens zijn in de beleidsregel regels opgenomen over de inrichting van de groene ruimte en verkeer. In het bestemmingsplan is een norm van minmaal 30% aan groenvoorzieningen opgenomen en een verplichting tot het overleggen van een inrichtings‐ en beplantingsplan. Bouwregels Hoofdgebouwen Het bestemmingsplan is globaal opgesteld. Op de verbeelding is een basishoogte opgenomen van 17meter. Daarnaast zijn 4 hoogteaccenten aangeven, 2 van 20 meter, 1 van 45 meter en 1 van 55 meter. Binnen deze hoogteaccenten zal de hoogbouw worden gerealiseerd. Om voldoende afstand tot de bestaande percelen in Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
het plangebied te waarborgen zijn in de regels hiervoor minimale maten opgenomen. Voor de basis geldt een minimale afstand van 5 meter en voor de hoogbouw betreft dit respectievelijk 10 en 25 meter. In de beleidsregel 'stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteit' en bijbhorende kavelpaspoorten worden gedetailleerde bouwregels opgenomen. Aan‐ uitbouwen en bijgebouwen Er is een regeling opgenomen voor aan‐ en uitbouwen en bijgebouwen. Bij grondgebonden woningen geldt dat de oppervlakte niet meer dan 40% van de oppervlakte van het achtererf mag bedragen en minimaal 25m2 van het achtererf moet onbebouwd en onoverdekt blijven.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Financieel-economische uitvoerbaarheid De gewenste ontwikkeling vindt plaats op particuliere gronden. Op basis van de programmatische invulling en de stedenbouwkundige randvoorwaarden is de (financiële) haalbaarheid van het plan door de gemeente getoetst. Hieruit blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. Kostenverhaal Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Met de grootste grondeigenaar is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over een exploitatiebijdrage conform de raamovereenkomst Piushaven. Hiermee is het kostenverhaal van de gemeente en de dekking van de bijdrage in de reserve Bovenwijkse voorzieningen geregeld.
Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkoming in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van artikel 6.1 Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Voor de overige gronden, o.a. de huidige locatie La Poubelle, zal conform de kostenverhaalregels zoals opgenomen in de regels bij dit bestemmingsplan een exploitatiebijdrage betaald worden aan de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal van de gemeente en de dekking van de bijdrage reserve Bovenwijkse voorzieningen geregeld. Gezien het bovenstaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht en is het kostenverhaal verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is zodoende niet noodzakelijk.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu‐effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op 18 september 2020 gepubliceerd in het Gemeenteblad.
8.2 Omgevingsdialoog Op maandag 2 maart 2020 is er een informatieavond gehouden over de ontwikkeling Fabriekskwartier met omwonenden van het plangebied. Na deze avond is een planteam ingesteld met daarin bewoners en ondernemers uit de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben advies gegeven over het gebiedsregiedocument waarin de uitgangspunten van het plan zijn uitgewerkt. Het advies van het planteam en de reactie van het kwaliteitsteam zijn opgenomen in bijlage 21 en bijlage 22 bij dit bestemmingsplan. Op basis hiervan heeft de ontwikkelaar de verschillende deelfasen uitgewerkt. Op 3 oktober 2022 is een digitale informatieavond met omwonenden van het plangebied gehouden. Tijdens deze avond is de laatste stand van zaken gepresenteerd. Vanuit de omwonenden zijn er voornamelijk vragen gesteld omtrent het parkeren in het plangebied, energie en duurzaamheid en planning van de bouwwerkzaamheden. Van deze avond is een verslag gemaakt dat als bijlage 20 bij dit bestemmingsplan is opgenomen.
8.3 Zienswijzen p.m.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)