06 obp Piushavengebied 2009 6e herz toelichting
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020027-b001
14 februari 2023
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
4 4 6 6
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
7
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Bedrijvigheid 3.7 Kantoren 3.8 Horeca 3.9 Verkeer en parkeren
7 10 11
15 15 15 21 23 24 26 27 28 30
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
33
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie
33 33 33 33 35 35 37 37 38 38
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
42
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Toekomstige situatie 5.4 Watertoets
42 42 43 45
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
46
6.1 Inleiding 6.2 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte
46 46
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
50
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
51
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen
51 51 51
Toelichting
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de herstructurering en transformatie van een voormalig bedrijfsterrein naar woningbouw aan de Fatimastraat en Havendijk te Tilburg (Fabriekskwartier). Het Fabriekskwartier wordt een woongebied met een gevarieerd centrumstedelijk milieu. Het oude bedrijventerrein wordt getransformeerd naar een centrumstedelijke buurt met ongeveer 475 woningen, waarin wonen in hoge dichtheid en stadsnatuur samenkomen. Het industriële verleden en de kwaliteiten van water en groen in de omgevings en binnenmilieu vormen het uitgangspunt voor de ontwikkeling.
Figuur: volumestudie Voor deze ontwikkeling wordt een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Crisis‐ en herstelwet opgesteld. Door voor het plangebied een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te stellen, anticiperen wij op de Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt en als doel heeft het omgevingsrecht te herzien. De gemeente heeft Fabriekskwartier aangemeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als een 'innovatief duurzaam experiment'in het kader van Crisi‐ en herstelwet. Op 1 juli 2022 is het Fabriekskwartier aangewezen als project als bedoeld in artikel 7c en 7ah van het besluit uitvoering Crisis‐ en herstelwet. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor het bestemmingsplan verbrede reikwijdte, waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het gebied aan de Fatimastraat 35 t/m 45 en Havendijk 20 t/m 26 en 30a. Het gebied wordt globaal begrensd door de Piushaven in het noorden, Hoevenseweg in het oosten, Fatimastraat in het Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
zuiden en de Wethouder Baggermanlaan in het westen. Aan de overzijde van het plangebied in het zuiden is het winkelcentrum AaBee complex gelegen. De Piushaven In 1923 is de Piushaven geopend. Vanaf die tijd vindt rondom de Piushaven een verdere verstedelijking plaats. De haven wordt gaandeweg omringd door bedrijventerreinen en woonbuurten. Al deze gebieden zijn afzonderlijk en in verschillende tijdvakken gerealiseerd. Mede daardoor presenteert het ruimtelijke totaal van het gebied zich nu als een verzameling van stedelijke fragmenten. In de afgelopen decennia is het gebruik en daarmee de betekenis van de Piushaven veranderd. De haven vervult geen rol meer als logistieke faciliteit voor de omliggende bedrijvigheid. In de 80‐er jaren is de zuidelijke havenkom gedempt en is op die plek woningbouw gerealiseerd (De Residentie van Woonzorg Nederland). De beroepsvaart is uit de haven verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een meer recreatief en cultureel gebruik. De haven biedt tegenwoordig ligplaatsen aan onder andere enkele 'museumschepen' (historische bruine vloot), de watersporter (passanten) en een horeca boot. In stedenbouwkundige zin heeft de haven een waardevolle betekenis als een brede blauwgroene 'inprikker' vanaf de oostelijke stadsrand bij Moerenburg tot aan het centrumgebied.
Het westelijke deel van de haven heeft een enigszins stedelijk karakter door de aanwezigheid van kaden. Het oostelijke deel ademt een meer natuurlijke sfeer door de groene taluds met bijbehorende bermen. Het Fabriekskwartier Het plangebied ligt tussen de Piushaven, de Wethouder Baggermanlaan, de Fatimastraat en de Hoevenseweg. De percelen aan de oude lint van de Hoevenseweg behoren niet tot het transformatiegebied. De locatie gaat transformeren naar een gevarieerd centrumstedelijk milieu met een grote mix van woon‐ en werkprogramma en buurtvoorzieningen. De stedenbouwkundige opzet draagt bij aan het ontwikkelen van ruimtelijke relaties tussen de Piushaven en (de hoven van) het monumentale AaBé‐complex. De bebouwing aan de randen sluit in hoogte en typologie aan bij de bestaande omgeving van de Havendijk en de Hoevenseweg. In het gebied komt een groene oost‐west as te liggen die wordt opgespannen tussen 2 hogere accenten van circa 40 m (westelijke toren) respectievelijk 50 m (oostelijke toren). Het groene gebied krijgt diverse aansluitingen met de bestaande omgeving en wordt op die wijze toegankelijk voor voetgangers. Auto’s blijven aan de randen van het gebied door slimme, flexibele en toekomstbestendige parkeeroplossingen.
Ligging plangebied in Tilburg
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Het Fabriekskwartier heeft ook een relatie met 2 andere nieuwe plannen: Wolstad (ca 35 m) en De Spinaker (hoogteaccent ca 50 m). Beide plannen zijn in vergevorderde planontwikkeling en zullen worden gerealiseerd voordat het Fabriekskwartier gaat worden bebouwd.
1.3 Voorgaande plannen Het bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Piushaven 2009' dat op 14 december 2011 onherroepelijk is geworden. In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'bedrijventerrein'. Op een gedeelte van het plangebied ligt een wijzigingsbevoegdheid 'wro‐zone ‐ wijzigingsgebied 3'. Het plangebied is echter groter dan de wijzigingsbevoegdheid, daarom is gekozen voor een bestemmingsplanherziening.
Figuur: uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur Binnen het plangebied zijn geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen in de bodem aanwezig die ten dienste staan van bebouwing of voorzieningen buiten het plangebied. De ondergrondse infrastructurele voorzieningen in de openbare ruimte worden niet aangetast en eventuele (veiligheids)afstanden worden gerespecteerd. Er komt geen bebouwing dichter op de aanwezige ondergrondse infrastructurele voorzieningen. Tijdens de bouwfase worden eventueel voorzieningen getroffen om beschadiging van de ondergrondse infrastructurele voorziening te voorkomen. Aanwezige traforuimten in de openbare ruimte worden verplaatst naar inpandige ruimten in de nieuwe bebouwing.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en <0000> Afwentelen wordt voorkomen.
Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven‐ en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
<0000> Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water‐ en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI‐gebieden.
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.
Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.
Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings‐ of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van ca.475 woningen en 4500m2 aan overige functies mogelijk gemaakt. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de jurisprudentie blijkt (zie overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) dat bij de bouw van meer dan 11 woningen en meer dan 500m2 aan overige functies sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend initiatief betreft de Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
bouw van ca. 475 woningen en 4500m2 aan overige functies, waardoor in eerste instantie toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking aan de orde is. Woningen De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart‐van‐Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord‐Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings‐ en woningbehoefteprognose. In de periode 2020‐2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI.
De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan tot de bouw van circa 475 woningen past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer. Overige functies Bij de beantwoording van de vraag of een stedelijk ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro behelst, moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en niet voorziet in een functiewijziging, voor niet in een stedelijke ontwikkeling.
Het plangebied krijgt een gemengde bestemming en er wordt voor een oppervlakte van totaal 4500m2 aan overige functies mogelijk gemaakt. Dit is grotendeels een vervanging van de nu aanwezige functies in het plangebied. Binnen het plangebied zijn de volgende bestaande functies aanwezig, die gaan verdwijnen:
De volgende bestaande functies blijven in de nieuwe situatie bestaan:
Naast de hierboven genoemde functies aan de Havendijk 28 en 30, wordt binnen het plangebied maximaal 4500m2 aan gemengde functies toegelaten, zoals kleine bedrijvigheid, maatschappelijke doeleinden, Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
dienstverlening, sport en horeca. Afgezien van de bestaande en blijvende functies, wordt net zoveel oppervlakte aan overige functies in het plangebied mogelijk gemaakt dan nu het geval is. De functies worden verdeeld over de 5 deelfases in het plangebied, zoals benoemd in de beleidsregel 'evenwichtige toedeling van functies'. In totaal wordt maximaal 1000m2 aan kleine bedrijvigheid toegelaten. Bedrijvigheid is in het vigerende bestemmingsplan overal toegelaten en feitelijk aanwezig aan de Fatimastraat 41 en de Havendijk 22, 24 en 26 met totaal ca. 1300m2. Omdat minder bedrijvigheid in het nieuwe bestemmingsplan wordt toegelaten dan nu het geval is, is in het kader van de laddertoets geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Aan Dienstverlening wordt maximaal 2500m2 toegelaten. De bestaande kringloopwinkel aan de Hoevenseweg 3 heeft een oppervlakte van ca. 2000m2. Een gedeelte van de bestaande kringloopwinkel kan worden gezien als (perifere) detailhandel, maar over het algemeen genomen is hier sprake van een dienstverlenende functie. Per saldo wordt maximaal 500m2 meer oppervlakte in het plangebied toegestaan dan nu aanwezig is. Hierdoor is in het kader van de laddertoets geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Aan Sport en recreatie en Cultuur en ontspanning wordt per functie maximaal 250m2 toegelaten.
Aan de Havendijk 24 is nu een sportschool met en oppervlakte van ca. 400m2 aanwezig. Totaal bezien is er geen sprake van een toename van deze functies van meer dan 500m2, waardoor in het kader van de laddertoets geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Aan maatschappelijke doeleinden wordt max. 250m2 toegelaten en In het plangebied is op 1 locatie een horecafunctie van 250m2 voorzien. Beide functies zijn nu niet aanwezig of toegestaan in het plangebied. De oppervlakte bedraagt echter echter minder dan 500m2, waardoor in het kader van de laddertoets geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat met het bovenstaande voldaan wordt aan het gestelde in artikel 3.1.6 Bro.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord‐Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis‐ en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten.
Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.
Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Het plangebied is gelegen binnen het stedelijk gebied en voldoet aan de interim omgevingsverordening.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon‐ en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren.
Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan.
De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers‐ en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Het Piushavengebied is onderdeel van het stedelijk weefsel. De Piushaven zelf is aangemerkt als groene inprikker. Groene 'inprikkers' (groene verbindingen) en aantrekkelijke fiets‐ en wandelroutes zorgen voor een goede verbinding van de stads met omliggende stadsregionale parken en buitengebied, en omgekeerd. Programma Water en Riolering 2020 - 2023 Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Gemeenten zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht een plan op te stellen waarin de zorgplichten worden uitgewerkt. De Wet milieubeheer schrijft geen geldigheidsduur voor, hierin zijn gemeenten vrij. Het is wel gebruikelijk om het rioleringsplan periodiek te herzien. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water‐ en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken.
Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen. Om het water‐ en rioleringssysteem toekomstbestendig te houden is een regenwateropgave geïntroduceerd voor vervanging van verhard oppervlak en hanteren we nieuwe ondergrenzen bij toename van het verhard oppervlak. De regenwateropgave verplicht tot het aanbrengen van regenwaterberging en is in lijn met de wateropgave die de waterbeheerder oplegt. Op dit moment is dat 60 mm. De opgave heeft als doel het verwerken van extreme neerslaghoeveelheden om de kans op wateroverlast nu en in de toekomst te beperken. 1. <50 m2: geen regenwateropgave 2. 50 m2 ‐ 150 m2: <0000> indien niet vergunningplichting: geen regenwateropgave <0000> indien wel vergunningplichting: regenwateropgave volgens tabel 1 3. >150 m2: regenwateropgave volgens tabel 1
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Tabel 1 - regenwateropgave De opgave is voor de gebieden Blaak en Reeshof kleiner omdat deze gebieden, vanwege de ruim opgezette waterstructuur, al klimaatbestendig zijn ingericht. De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad.
Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020‐2023. De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Stedenbouwkundige aspecten Voor de ontwikkeling is een Regiedocument gemaakt dat is besproken met het Planteam (belanghebbenden) en het Kwaliteitsteam Spoorzone‐Piushaven. Er heeft ondertussen een architectenselectie plaatsgevonden (5 architecten). Het regiedocument legt de stedenbouwkundige basisprincipes vast voor het programma, de bebouwing en openbare ruimte. Het regiedocument wordt per fase uitgewerkt in een kavelpaspoort, dat leidend is voor de architect(en). Er is een inhoudelijke supervisor aangesteld voor het bewaken van de steden‐ bouwkundige en landschappelijke kwaliteit van de uitwerking van de gebouwen en de openbare ruimte.
Wolstad gezien vanuit het Noordoosten
AaBé-terrein vanaf de Fatimastraat
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
De Spinaker vanuit het zuidoosten Beleidsregel stedenbouwkundige structuur Onderdeel van dit bestemmingsplan is de beleidsregel 'stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteit Fabriekskwartier'. Om te kunnen bepalen of een initiatief of bouwplan voldoet aan een hoogwaardige stedenbouwkundige structuur, wordt bij het indienen dan wel het tot stand komen van een bouwplan de in deze beleidsregel beoordelings‐ en toetsingscriteria gehanteerd.
Afbeelding: stedenbouwkundige structuur De bovenstaande afbeelding toont de stedenbouwkundige hoofdstructuur van Fabriekskwartier. Dit is een dynamische structuur omdat gedurende de ontwikkeling nog geschoven kan worden met bouwblokken. De hoofdlijnen van de structuur staan wel vast: 1. Langs de Piushaven loopt het havenpark als doorgaande ruimte met bomenrij en haag langs het water. Uitgangspunt is dat de bestaande autoweg, Havendijk, in de ontwikkeling wordt teruggebracht tot fietsroute en route voor voetgangers. Bebouwing wordt met een wisselende rooilijn aan deze ruimte geplaatst.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
2. 3. 4. 5.
6.
7. 8.
De wethouder Baggermanlaan is een doorgaande stadsroute waarlangs gebouwen met een robuuste maat min of meer in een rooilijn staan. Langs deze route diverse functies. De Fatimastraat krijgt tegenover de AaBé‐fabriek nieuwe koppen, afgewisseld met groene ruimten die zijn ingesloten in Fabriekskwartier. Deze groene ruimten zijn alternerend geplaatst t.o.v. van de openruimten van Aabé, waar parkeren en groen is gelegen. Langs de Hoevenseweg liggen woningen met de achtertuinen tegen de bestaande woningen. Ter plaatse van de toegangsroute naar Fabriekskwartier een groene ruimte die het behouden van de aanwezige bomen op die plek mogelijk maakt. Zowel aan de Wethouder Baggermaanlaan als de Havendijk komt een pocketpark zoals die op diverse plekken in Piushaven voorkomt. Dit zijn de verbindingen tussen de buitenwereld en de binnenwereld van Fabriekskwartier. Kerngebied in het hart van het plan wordt gevormd door het bosplantsoen en de platanen, in combinatie met de toren. Alle plekken worden in Fabriekskwartier verbonden door een doorlopende ‘stroomruimte’, die een sterk groen karakter heeft. Op 3 plekken loopt een calamiteitenroute. Op die plekken dus de functionele ruimte, echter zonder dat dit de identiteit bepaald.
3.2.2 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Er is op 2 locaties sprake van hoogbouw, waardoor op basis van de Handreiking Hoogbouw (Raad 2017) een aantal motiveringen wordt gevraagd.
Daarbij maakt het hoogbouwbeleid onderscheid tussen een Gebiedsprofiel en een Projectprofiel. Gebiedsprofiel Ruimtelijke oriëntatie en silhouet/skyline Hoogbouw moet ten goede komen aan de ruimtelijk oriëntatie in de stad, ook wel ‘leesbaarheid’ genoemd. Daarnaast moet het een positieve bijdrage leveren aan de skyline van de stad. De uitbreiding speelt een relatief kleine rol in de ruimtelijke oriëntatie in de stad, maar wel in het Piushavengebied. Het plan kan worden gezien als een aanvulling op het gebouwencomplex van de Piushaven, met de Havenmeester als noordelijke afsluiter van de Wethouder Baggermanlaan. Alle andere accenten krijgen een hoogte van maximaal 50 m, zoals ook de Spinaker. De oostelijke toren neemt deze hoogte over. Daar ligt het belangrijkste pocket park van het Fabriekskwartier, aan de haven. Tevens is deze toren het oriëntatiepunt van de groene as door het plangebied. Deze as wordt aan de westelijke zijde gemarkeerd door een iets lagere toren (ca 40 m). Inpassing in de omgeving Hiermee wordt gevraagd om de inpassing in de gebouwde omgeving te motiveren. Dit beleidsuitgangspunt is bedoeld om de bijdrage van hoogbouw aan het ensemble van de straat en/of omgeving te motiveren. Ten opzichte van de bestaande omgeving wordt voldoende afstand gehouden. Uiteraard zal het bestaande uitzicht van sommige woningen worden beïnvloed.
Dat is, hoewel persoonsgebonden, van beperkte invloed op het daadwerkelijke woongenot. Daarom is vooral de relatie tot de nieuwe grondgebonden woningen in het Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
plangebied van belang. De oostelijke toren mag een eigen markante, stoere uitstraling krijgen, met verwijzing naar het industriële verleden van de plek. Verder wordt voldoende afstand gecreëerd tot de andere nieuwe woningen om privacy‐conflicten te voorkomen. De westelijke toren maakt deel uit van een gebouwcomplex, en krijgt daarmee een meer geïntegreerde situering in het plangebied. Draagvlak en functiemenging Hoogbouw kan in de stad een positieve bijdrage leveren aan het draagvlak voor voorzieningen, bijvoorbeeld in een winkelcentrum of bij een vervoersknooppunt. Daarvan is hier geen sprake, dus dit beleidsuitgangspunt is niet van toepassing. Wel wordt in de plint gezorgd voor extra programma buiten de woonfunctie. Projectprofiel Uitzicht en privacy Het nieuwe gebied omvat een veelheid aan woningtypologieën. Aan de randen van het gebied, omsloten door de Havendijk, Hoevenseweg, Fatimastraat en Wethouder Baggermanlaan is de bebouwingshoogte maximaal 17 meter. Een enkele uitzondering hierop is de woontoren van ca 40 meter hoog aan de Wethouder Baggermanlaan. Deze toren is zo gesitueerd dat deze in het verlengde van de Wethouder Eijkemanstraat staat. De wethouder Baggermanlaan is voorzien van volwassen bomen die het zicht vanuit de toren op de woningen aan de Jan van Rijzewijkstraat (parallelweg van de wethouder Baggermanlaan) ontnemen.
Momenteel staan er bedrijfsgebouwen van circa 6 meter hoog. De bebouwing aan de Havendijk wordt hoofdzakelijk maximaal 17 meter hoog en op enkele plaatsen is verhoging naar 20 meter toegestaan. De Havendijk is aan weerszijden voorzien van volwassen bomen die het zicht van en naar de overzijde ontnemen. Het schoolgebouw grenzend aan de achtertuinen van de woningen aan de Hoevenseweg is inmiddels al gesaneerd. Dat gebouw had een hoogte van circa 9 meter. De aangrenzende rijwoningen zijn wisselend in hoogte. Veelal 2 lagen met kap maar ook is er een enkele woning van 3 lagen zonder kap. Grenzend aan de achtertuinen van de woningen aan de Hoevenseweg wordt aangesloten met tuinen van de nieuwe woningen en geen hogere afmeting dan 17 mtr toegestaan. De afstand tot de woontoren van circa 50 meter hoog tot de achtergevels van de woningen aan de Hoevenseweg is minimaal 60 meter. Tussen de toren en de erfgrenzen Hoevenseweg worden grondgebonden woningen gerealiseerd die het zicht in de tuinen beperken. De beide hogere gebouwen zijn te rechtvaardigen en zelfs gewenst. Het gehele ensemble van Ringbaan Oost tot in de binnenstad langs de Piushaven kent een ritmiek van hogere en lagere bebouwing die ook in dit gebied wordt doorgezet. Zo vindt de transformatie van “restplek” naar woonomgeving plaats.
Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Fatimastraat en de bedrijven van het Aabe terrein. Hier zijn geen gevoeligheden qua privacy.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
Windhinder De hoogbouw van circa 50 meter staat in het midden van het plangebied tussen de Havendijk en Fatimastraat in. De hoge statige platanen blijven behouden. Op basis van windhinderonderzoek (bijlage 1) is een kleine aanpassing in het gebouw doorgevoerd waardoor het verblijfsklimaat van de omgeving en in het gebied goed blijft. De basisvorm van de hoogbouw aan de wethouder Baggermanlaan is zodanig dat windhinder door de hoogbouw niet te verwachten valt. Per fase met een hoogbouw element wordt een dergelijk windonderzoek uitgevoerd waardoor windhinder en verblijfsklimaat hoge prioriteit houden en waar nodig maatregelen worden genomen. Schaduwwerking Voor de ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd (zie bijlage 2). In deze studie is de schaduwwerking op de bestaande bebouwing in de omgeving meegenomen, waarvan wordt verwacht dat zij extra schaduw krijgen. De adressen die zijn onderzocht betreffen: Jan van Rijzewijkstraat 5 t/m 35 Wethouder Eijkemansstraat 4 t/m 16 Fatimastraat 1 t/m 11 en 57 t/m 69 Hoevenseweg 17 t/m 55 Door de toevoeging van nieuwe bebouwing ontstaat op een aantal plekken meer schaduw dan in de huidige situatie. Voornamelijk de hoge bebouwing werpt schaduw aan het begin en einde van de dag. Als er specifieker gekeken wordt naar de locatie is te zien dat de hinder in de Jan van Rijzewijkstraat minimaal is.
Dit is te verklaren, omdat de nieuwe bebouwing zich ten (noord)‐oosten van de woningen bevinden. Voor de Wethouder Eijkemansstraat geldt dat er geen extra hinder ontstaat door de toevoeging van bebouwing. Ook voor de Fatimastraat geldt dat er geen schaduwhinder ontstaat door de ontwikkeling. Dit komt omdat de gebouwen zich ten zuiden van het Fabriekskwartier bevinden. Voor de Hoevenseweg is te zien dat de schaduwhinder aan het einde van de dag ontstaat. Voornamelijk zon in de achtertuinen zal een stuk beperkt worden door de ontwikkeling. In zijn totaliteit is te zien dat de invloed van de ontwikkeling beperkt blijft voor de bestaande bebouwing. De meeste adressen blijven ongehinderd of lijden een verlies tot anderhalf uur. Er zijn zes adressen die anderhalf uur of meer verlies leiden, met een maximum van 2 uur. Daarbij zijn er geen adressen die minder dan 2 uur Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
zonlicht per dag ontvangen. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de Haagse Norm voor wat betreft de invloed van het plan op de bestaande woningen in de omgeving. Daarnaast is binnen de plangrenzen bekeken of de zon op de meeste plekken kan komen. Niet alleen voor de nieuwe woningen is dit van belang, maar ook voor de openbare ruimte. Uit het onderzoek blijkt dat de twee woontorens voornamelijk in de winter en (vroege) lente veel schaduw over het gebied werpen. Het is voordelig dat de woontoren zich in het midden van het gebied bevinden. Naast nieuwe bebouwing zijn er ook enkele gebouwen (bedrijven) die gehandhaafd blijven. Voor deze bedrijven geldt dat er significant meer schaduw gaat vallen op percelen en gebouwen. Dit is echter niet te voorkomen, omdat er in de huidige situatie nagenoeg geen bebouwing staat. Concluderend kan worden gesteld dat het grotendeels goed gaat met de bezonning op de gevels van de nieuwe gebouwen en de openbare ruimte. Een aantal gevel vereist extra aandacht. In de verdere uitwerking van de plannen zal dit mee worden genomen. Plint en openbare ruimte De openbare ruimte in Fabriekskwartier zorgt voor aansluiting op de Piushaven en het Aabe terrein. Door groene “inprikkers” te maken, nodigt het gebied uit voor een wandeling. Daarnaast worden een drietal langzaam verkeer routes gemaakt.
Één route verbindt de Havendijk met de Fatimastraat, door het gebied en evenwijdig aan de wethouder Baggermanlaan. Eén route loopt midden door het gebied langs het pand aan de Fatimastraat 41 dat behouden blijft. De derde route loopt van de supermarktzone in Aabé naar de Hoevenseweg. Als de bebouwing van Havendijk 20 verdwijnt zal ook de route onderlangs de platanen richting de Havendijk worden gerealiseerd. De gebouwen krijgen een intensieve relatie met de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt een verlengstuk van de tuinen van de woningen. Het “mooiste straatje van Tilburg” is een goed voorbeeld hoe ruimten gedeeld en aangenaam ingericht kunnen worden. De filosofie van Shared Spaces sluit daarnaast helemaal aan op de filosofie die in de omgevingsvisie 2040 staat beschreven. In Fabriekskwartier wordt veel ruimte voor groen genomen, “groen tot aan de gevel”. Hiermee voorkomen dat regenwater afgevoerd moet worden naar andere plaatsen en wordt hittestress in de wijk voorkomen. Verkeer en parkeren Door Fabriekskwartier komen geen auto’s te rijden. Alleen in uitzonderlijke gevallen voor hulpdiensten of verhuizen zijn de wegen toegankelijk. Parkeren gebeurd in parkeergebouwen of parkeerhofjes. Deze voorzien zowel in de behoefte van de bewoners als van de bezoekers. Fabriekskwartier zet in op een duurzame samenleven en daarmee ook op deelmobiliteit.
Ook het parkeren van deze voertuigen is opgenomen in de bepaling van de parkeerbehoefte. In de notitie parkeren wordt verder ingegaan op de uitwerking van de parkeerbehoefte. 3.2.3 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen.
Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Het Piushavengebied bevindt zich in het zuidoosten van de bebouwde kom van Tilburg. Het plangebied bevindt zich circa 150 meter ten noorden van de Piushaven ten oosten van de Lanciersstraat. Het Piushavengebied is grotendeels gelegen op een dekzandrug ten noorden van het stroomgebied van de Nieuwe Leij, al dan niet met een oud landbouwdek. Daarnaast komt ook de aan de Korvelse Waterloop gerelateerde beekdalglooiing voor. De Korvelse Waterloop verdween uit het plangebied bij de aanleg van de Piushaven tussen 1921 en 1923. In de late middeleeuwen waren ten oosten van het plangebied de kleine gehuchten Hogendries en Hoeven gelegen. De rest van het gebied was zo goed als onbewoond. In het noordelijk deel bevond zich de gemeenschappelijke heide (gemeijnt) met enkele leemputten. Op de kaart van Diederik Zijnen uit 1760 is te zien dat het plan gebied vrijwel geheel in gebruik is als akkerland en mogelijk deels als grasland. Dit gebruik gaat mogelijk zelfs terug tot de prehistorie maar in ieder geval tot de middeleeuwen. Slechts een klein deel aan de oostzijde van het Piushavengebied behoorde tot de bebouwde stadskern.
Sinds de middeleeuwen was langs de oude linten al enige bebouwing te vinden, met name langs de Oude Beekse Dijk (Lanciersstraat‐Kruisvaardersstraat), langs de huidige Prinsenhoeven (het gehucht Hogendries) en langs de Hoevenseweg (het gehucht Hoeven). Achter de bebouwing bevonden zich tot aan het begin van de twintigste eeuw weiden en akkers. Na de aanleg van de haven (1921‐1923) die aantakte op het zojuist gereedgekomen Wilhelminakanaal, vestigden zich in hoog tempo bedrijven aan beide oevers van de haven. De belangrijkste hiervan was de voor de oorlog ten zuiden van het plangebied gelegen AaBe‐fabriek die een groot terrein in beslag nam en in verschillende fases vanaf 1930 is gebouwd. Na de oorlog werden er ook diverse bedrijfsgebouwen van de AaBe in het plangebied gerealiseerd. Tussen 1930 en 1950 werden grote delen ten noorden en ten zuiden van de Piushaven volgebouwd met woningen. In de jaren na 2000 wordt het gebied Piushaven in hoog tempo getransformeerd van een bedrijfsgebied in een aantrekkelijk woongebied dat gepaard gaat met veel grote nieuwbouwprojecten. 3.3.2 Archeologie Het plangebied is circa 4 ha groot en wordt begrensd door de Havendijk, Wethouder Baggermanlaan, Fatimastraat en Hoevenseweg te Tilburg. Het plangebied vormt geen onderdeel van een AMK‐terrein. Het plangebied vormt onderdeel van het zuidelijk zandgebied van Nederland.
Het ligt in het dalingsgebied van de Roerdalslenk. De oudere afzettingen zijn als gevolg van tektonische bodemdaling tot grote diepte weggezakt. Een groot deel van het zandpakket bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) en dekzand. Het plangebied zelf ligt op de zuidflank van klein beekdal. Vanaf de late middeleeuwen is het gebied met plaggen opgehoogd waardoor de oorspronkelijke bodem is afgedekt. Een dergelijke afdekking betekent dat sporen en resten van gebruik en bewoning uit de perioden laat‐paleolithicum t/m de volle middeleeuwen goed bewaard kunnen zijn gebleven. In 1949 zijn bij grondwerkzaamheden op 185 m ten zuidwesten van het plangebied scherven gevonden van aardewerk uit de periode late‐ijzertijd tot vroeg‐Romeinse tijd. In delen van het plangebied en in de omgeving zijn in het verleden verschillende archeologische onderzoeken gedaan. Een deel van het plangebied is middels een archeologisch bureauonderzoek in kaart gebracht (Beckers & Hanemaaijer 2011). Hieruit kwam een hoge verwachting voor archeologische vindplaatsen voor de onverstoorde delen van het terrein. In 2011 zijn in het tracé van de Wethouder Baggermanlaan (parallel aan de Jan van Rijzewijkstraat) resten gevonden van een mesolithische vindplaats en van een boerenerf uit de ijzertijd (Ruijters 2014).
Aan de (noord)oostzijde van het plangebied zijn in verschillende archeologische onderzoeken vindplaatsen aangetroffen die dateren uit de prehistorie, Romeinse tijd en late middeleeuwen. Op circa 400 m ten Piushavengebied 2009, 6e herziening (Fabriekskwartier verbrede reikwijdte)
zuidoosten zijn sporen van het dijklichaam van de laatmiddeleeuwse Driehuizendijk teruggevonden. Bij onderzoeken aan de westzijde zijn eveneens sporen uit de prehistorie en late middeleeuwen aangetroffen. Op basis van de landschappelijke ligging en archeologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied, is er sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat‐Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten, grafvelden en sporen van landgebruik uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Op basis van de historische ontwikkeling is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor bebouwingsresten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. Wel kunnen ontginningssporen uit de Nieuwe tijd worden verwacht, restanten van de gedempte Korvelse Waterloop en sporen van een erf met schuur in de zuidwestelijke hoek van het plangebied. In de tweede helft van de 20e eeuw is het plangebied ingericht als bedrijventerrein; dit is gepaard gegaan met grondroering tot verschillende dieptes. In 2021 is een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd (S.M. Koeman, 2021: Bureauonderzoek met enkele boringen, Fabriekskwartier te Tilburg, Gemeente Tilburg. KSP Archeologie, Duiven.) (bijlage 3).
Bij het bureauonderzoek is uitgebreid ingegaan op de verstoringen door de bebouwing in de 20e eeuw. Tijdens het booronderzoek is een (deels) intact potentieel archeologisch niveau aangetroffen dat is afgedekt door een recent ophogingspakket. De diepteligging van het archeologische niveau in de boringen varieert van gemiddeld 80 – 95 cm tot 185 – 195 cm beneden maaiveld (ca. 11,21 tot 12,78 m +NAP). Vanwege deze grote diepteligging is de verwachting dat het potentiële archeologische niveau ook onder de bebouwing nog intact aanwezig is. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat‐Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) voor de rest van het plangebied gehandhaafd. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Alleen ter plaatse van het westelijke deel van bedrijfspand aan de Fatimastraat 45 en de zuidelijke aanbouw aan de Havendijk nummer 26 is het archeologische bodemarchief verdwenen vanwege de diepe ontgravingen die daar volgens de bouwdossiers hebben plaatsgevonden.